CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: P05126_BP_MFA Groene Long, Sint Oedenrode_20230511

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'MFA de Groene Long Sint-Oedenrode'27.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

13 14

Goudappel, Mobiliteitsonderzoek MFA De Groene Long Sint-Oedenrode, 1 juni 2022 Bij de bepaling van de toekomstige situatie is voor BS de Kienehoef rekening gehouden met een worst-case scenario van 12 klaslokalen. In het richtprogramma zijn 10 groepsruimten beoogd.

Hoofdstuk 4

55

Julianastraat – Wilhelminastraat – Frederikstraat (51 motorvoertuigbewegingen per dagperiode en 9 motorvoertuigbewegingen per avondperiode). Dit leidt niet tot een substantieel ander verkeersbeeld in de wijk. De toekomstige verkeersdruk past bij een verblijfsgebied binnen de bebouwde kom. Voor fietsers is er sprake van een verkeersveilige verkeersdruk op de omliggende wegen van de projectlocatie. Het is niet nodig om aanvullende maatregelen te treffen. Wel is aandacht gevraagd voor de voetgangersoversteekbaarheid van de (meest) gebruikte looproutes richting de ingang van de schoollocatie. Een mogelijkheid is om in het verlengde van de looproutes richting de ingang van de schoollocatie op de Frederikstraat, Wilhelminastraat en Julianastraat een verhoging van de rijbaan te maken. Een andere optie, en naar deze optie gaat de voorkeur uit, is een alternatieve maatregel. Immers zijn bij de herinrichting van de wijk bij alle belangrijke conflictpunten snelheidsremmers gerealiseerd in de vorm van “punaises”. Hiermee wordt de snelheid in het gebied verlaagd en de attentie op de conflictpunten verhoogd, waardoor kinderen op meerdere locaties in de wijk op weg naar school veilig over kunnen steken. De trottoirs in de wijk aan de drukste wegen zijn zo gepositioneerd dat kinderen in principe de drukke wegen (Frederikstraat en Julianastraat) niet over hoeven te steken.

Daarnaast is in de Frederikstraat een extra mogelijkheid om veilig over te steken aanwezig vanwege de wegversmalling. De oversteekbaarheid en veiligheid van de oversteek wordt hiermee verhoogd doordat de oversteekafstand kleiner wordt en auto’s geremd worden in de snelheid. Autoparkeren Huidige parkeerdruk In de omgeving van het plangebied is een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de parkeerbezetting op alle momenten van de week onder de 85% ligt. Deze parkeerbezetting wordt gezien als acceptabel. Komt de parkeerbezetting tussen 85% en 100% dan neemt de kans op zoekverkeer in de wijk toe, wat niet gewenst is. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabele parkeersituatie op dit moment. Parkeerbehoefte nieuwbouw15 De parkeerbehoefte van de nieuwbouw is bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. De parkeernormen van de gemeente Meierijstad zijn opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’. De gemeente heeft het grondgebied verdeeld in een zone ‘centrum’ en een zone ‘rest van de bebouwde kom’. De projectlocatie bevindt zich in laatstgenoemde zone. Uit de parkeerberekening opgenomen in de bijlagen blijkt dat, als gevolg van het plan, de parkeerbehoefte toeneemt met 11 parkeerplaatsen (overdag) en 8 parkeerplaatsen (buiten kantooruren) ten opzichte van de huidige situatie.

Een parkeerdrukmeting laat zien dat de extra parkeerbehoefte op een acceptabele wijze afgewikkeld kan worden binnen de acceptabele loopafstand van 100 tot 300 meter. Gezien de huidige parkeerdruk wordt er wel ruimte gereserveerd om de 11 parkeerplaatsen te kunnen realiseren, mocht dat noodzakelijk zijn (aan de zuidzijde).

15

Bij de bepaling van de toekomstige situatie is voor BS de Kienehoef rekening gehouden met een worst-case scenario van 12 klaslokalen. In het richtprogramma zijn 10 groepsruimten beoogd.

Hoofdstuk 4

56

5.

JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. Er is gekozen voor een concreet bestemmingsplan, waarbij het beoogde

Hoofdstuk 5

57

gebruik rechtstreeks mogelijk is binnen de opgenomen bestemmingen. Het plan biedt een beperkte mate van flexibiliteit. Voor wat betreft de systematiek en inhoud van de bestemmingen en overige regels is aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de bebouwde kom van Meierijstad. De regels van het plan bestaan conform de SVBP2012 uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder worden de regels in de onderscheiden hoofdstukken kort toegelicht.. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan:  Begrippen: In deze regels zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begrippen zijn alleen nodig wanneer die gebruikt worden in de regels en wanneer deze tot verwarring kunnen leiden of op meerdere manieren te interpreteren zijn.

 Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komt de bestemming aan de orde. De opbouw van de bestemming ziet er als volgt uit:  

Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functie. Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart). Nadere eisen: in dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waaraan burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten. Afwijken van de bouwregels: Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde oppervlaktematen van bijgebouwen en herbouw van een woning buiten het bouwvlak, die conform de bouwregels niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Hoofdstuk 5

58

Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden. Afwijken van de gebruiksregels: Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde vormen van gebruik, die conform de bestemmingsomschrijving niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In het derde hoofdstuk zijn de regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan. De algemene regels zijn (evenals de inleidende regels) van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels.  Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.  Algemene bouwregels: deze regels geven algemene regels voor de bouw van ondergeschikte bouwregels, voor ondergronds bouwen en voor parkeernormen.  Algemene gebruiksregels: deze regels geven algemene regels over wat onder een strijdig gebruik wordt verstaan.  Algemene afwijkingsregels: in deze regels zijn aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.  Algemene wijzigingsregels: in deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel(s) In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen:  Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsregel houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Een hardheidsclausule is opgenomen zodat Het bevoegd gezag kan afwijken van het overgangsrecht voor gebruik.  Slotregel: deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 5

59

5.3 Toelichting op de bestemmingen Hier wordt per bestemming een korte toelichting gegeven ter verduidelijking van de regels. Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, paden en speelvoorzieningen. Ook voor de bestaande kiosk en de bestaande begraafplaats, ter plaatse van specifieke aanduidingen. Enkel ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’ is een ontsluitingsweg met kiss-and-ride en parkeervoorzieningen toegestaan. Deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van de Frederikstraat. Er zijn alleen gebouwen van algemeen nut toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet hoger zijn dan 5 meter, uitgezonderd verlichtingsarmaturen, speelvoorzieningen en kunstobjecten (8 meter) en huisvuilcontainers e.d. (2 meter). Maatschappelijk Deze bestemming ligt ter plaatse van het beoogde MFA. De gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder onderwijsvoorzieningen, sportvoorzieningen, een wijkcentrum en ondersteunende horeca ten dienst van de maatschappelijk functies. De speelplaats is alleen toegestaan ter plaatse van de betreffende aanduiding. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden, tot de maximale hoogte zoals weergegeven op de verbeelding. Bijbehorende bouwwerken zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak alsmede ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’.

Buiten het bouwvlak kunnen bouwwerken, geen gebouwen zijnde gebouwd worden, zoals een erfafscheidingen of verlichtingsarmaturen, tot de maximale hoogte zoals opgenomen in de regels. Verkeer - Verblijfsgebied Deze gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten, paden, parkeer-, groen en speelvoorzieningen. Uitsluitend gebouwen ten behoeve van algemeen nut zijn toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet hoger zijn dan 5 meter, uitgezonderd verlichtingsarmaturen (10 meter), speeltoestellen (8 meter) en kunstwerken (6 meter). Waarde – Archeologie 3 De gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. Vandaar dat regels zijn opgenomen over bouwen en het uitvoeren van werken/ en werkzaamheden om deze waarden te beschermen.

Hoofdstuk 5

60

6.

UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Onderzoek is ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het onderhavige plan. Hierbij is inzicht verkregen in de opbrengsten en kosten die hiermee verband houden. Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen:  de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Het initiatief betreft de bouw van een nieuw multifunctioneel gebouw met bassischolen, een kinderdagverblijf, wijkcentrum en sportvoorzieningen.

Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan/ is pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. Aangezien de gronden die onderdeel uitmaken van onderhavig plan in eigendom van de gemeente zijn, is het opstellen van een exploitatieplan (of anterieure overeenkomst) niet aan de orde; kostenverhaal is anderszins verzekerd. Met alle betrokken partijen (schoolbesturen) is/wordt een overeenkomst aangegaan over de samenwerking, voorbereiding en uitvoering van de plannen en kostenverhaal. De gemeente is op grond van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting en de daarmee samenhangende kosten komen op grond van de wet voor rekening van de gemeente.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden

Hoofdstuk 6

61

gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. 6.2.1 Omgevingsdialoog In het kader van de planvorming rondom de nieuwbouw van MFA De Groene Long hebben verschillende bijeenkomsten en gesprekken met omwonenden plaatsgevonden. Op 12 juli 2022 is een bijeenkomst georganiseerd met als doel om omwonenden verder mee te nemen in de ontwikkeling en het planvormingsproces en om informatie bij hen op te halen. De bijeenkomst op 12 juli 2022 dient daarmee tevens als omgevingsdialoog voor de bestemmingsplanprocedure. Dit is ook als zodanig in de uitnodiging voor deze bijeenkomst aangekondigd. Tijdens deze bijeenkomst is het initiatief toegelicht, is een terugblik gegeven op eerdere bijeenkomsten en is op, onder andere, de selectie van de architect ingegaan. De architect heeft tijdens de avond de schetsen van de nieuwbouw (schetsontwerp, SO) toegelicht. Aan de omwonenden is de gelegenheid geboden vragen te stellen, suggesties te doen en opmerkingen te maken. Er zijn vragen gesteld over onder meer de verkeersveiligheid en -afwikkeling (inclusief Kiss&Ride), de bouwfase, planning, de herbestemming van de huidige locatie, de bouwwijze en duurzaamheid.

Een verslag van de bijeenkomst van 12 juli 2022 is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De opmerkingen en suggesties vanuit de omgevingsdialoog zijn meegewogen bij de totstandkoming van onderhavig bestemmingsplan en de verdere bouwplanuitwerking en het terreininrichtingsplan. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan is ter vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap De Dommel en de Provincie Noord-Brabant. Reactie Waterschap De Dommel Het waterschap heeft gereageerd op het plan bij e-mail van 5 juli 2022. Er is voor enkele zaken aandacht gevraagd, waarbij de reactie van de gemeente cursief is weergegeven:  Wegnemen onduidelijkheid op de verbeelding vanwege gebruikte ondergrond. In de digitale versie voor het plan zal voldoende duidelijk zijn hoe bestemmings-, bouw- en aanduidingsvlakken liggen. Gebruikte kadastrale ondergronden kunnen niet zondermeer worden aangepast;  Onduidelijk is of de verharde veldjes in het plangebied komen te vervallen.

De exacte inrichting van De Groene Long is nog in ontwikkeling en zal in latere planfases worden uitgewerkt. Hierbij zal ook aandacht uitgaan naar (aanvullende) waterberging mocht dat aan de orde zijn;

Hoofdstuk 6

62

 

 

Binnen de bestemming ‘Groen’ is ook extra verharding mogelijk. Het waterschap vraagt om een maximaal percentage verhard oppervlak op te nemen in de regels. De planregels voor de bestemming ‘Groen’ maken niet meer verharding mogelijk dan de vigerende bestemming. Daarnaast wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen die zorgt voor de aanleg van voldoende hemelwaterberging wanneer sprake is van het aanbrengen van verhardingen binnen de bestemming ‘Groen’. Ter verduidelijking is aan de (eventueel aan te passen) Frederikstraat een Verkeer-verblijfsbestemming gegeven waardoor duidelijker wordt waar ontsluitingen en verhardingen te verwachten zijn. Ook is het binnen de bestemming ‘Groen’ niet toegestaan parkeerplaatsen aan te leggen, waarmee ook daarmee geborgd is dat van een substantiële toename aan verhardingen niet zondermeer sprake kan zijn; Aanpassen van de ondergrens waarop compensatie wordt verplicht. Deze is verlaagd naar 500 m². Dit is aangepast; Verduidelijking is gevraagd voor de relatie tussen het plan en de verleende een watervergunning (kenmerk Z/19/075586) voor het afkoppelplan van de wijk Kienehoef. Te meer daar er met voorliggend plan sprake is van een bergingsopgave vanwege het gegeven dat meer dan 1ha verhard is/wordt in zijn totaliteit.

Dit is aangevuld in paragraaf 4.5 ‘Water’; Benoem bij het Beleid de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad en het PWR 2022-2026. Dit is aangepast; Aandacht is gevraagd voor de aangekondigde twee nieuwe watergangen wat betreft ruimtebeslag, want deze sloten zijn onderdeel van het afkoppelplan en van de verleende watervergunning. De sloten zijn om uitvoeringstechnische redenen vervangen door ondergrondse buisleidingen.

Reactie Provincie Noord-Brabant Gezien de aard, omvang en passendheid van de ontwikkeling binnen het provinciale beleid, is door de provincie op 13 juni 2022 aangeven dat het op voorhand niet nodig is nader vooroverleg met de Provincie Noord-Brabant te voeren. 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gezien er reeds een uitvoerige omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden, kiest de gemeente ervoor geen inspraakprocedure te doorlopen. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van de procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan van 15 maart 2023 tot en met 26 april 2023 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Gedurende deze termijn kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad. Er

Hoofdstuk 6

63

zijn geen zienswijzen ingediend. Het plan is ongewijzigd ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Wel heeft een er actualisatie van de waterparagraaf plaatsgevonden in die zin dat het meest actuele beleidskader van Waterschap De Dommel is beschreven. Tot andere conclusies of inzichten heeft dit niet geleid.

Hoofdstuk 6

64

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Regiekaart Bijlage 2: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 3: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 4: Quickscan Flora en fauna Bijlage 5: AERIUS-berekening Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek wegverkeer en industrielawaai Bijlage 9: Akoestisch onderzoek gevelweging Bijlage 10: Boom Effect Analyse Bijlage 11: Mobiliteitsonderzoek Bijlage 12: Verslag Omgevingsdialoog Bijlage 13: M.e.r.-beoordelingsbesluit

Regels

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3

Groen

13

Artikel 4

Maatschappelijk

15

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

18

Artikel 6

Waarde - Archeologie 3

19

Hoofdstuk 3

Algemene regels

21

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

21

Artikel 8

Algemene bouw regels

22

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

23

Artikel 10

Algemene afw ijkingsregels

24

Artikel 11

Algemene w ijzigingsregels

26

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

27

Artikel 12

Overgangsrecht

27

Artikel 13

Slotregel

28

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 3 van 28

Datum:29-06-2023

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 4 van 28

Datum:29-06-2023

Regels

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 5 van 28

Datum:29-06-2023

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan MFA De Groene Long, Sint-Oedenrode met identificatienummer NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.6 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.9 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.10 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het

ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 6 van 28

Datum:29-06-2023

1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d.

uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 7 van 28

Datum:29-06-2023

1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.22 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 geluidgevoelig object een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.25 geluidgevoelige ruimte een geluidgevoelige ruimte als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.26 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst.

De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.27 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; het betreft het gebouw zonder bijbehorende bouwwerken; 1.28 internethandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden via internet, zonder fysieke bezoekmogelijkheid (zonder showroom en afhaalpunt) en met opslag. Er is geen sprake van het ter plaatse afhalen of retourneren van een product dat via internet is besteld (en betaald). Het product wordt via de post aan de koper verzonden; 1.29 jongerenontmoetingsplaats een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met voorzieningen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 8 van 28

Datum:29-06-2023

1.30 landschappelijke waarden de relatieve betekenis van de elementen die de opbouw van het landschap bepalen, zoals terreinvormen, hoogteligging, beplantingen, wegen, watergangen en bebouwing, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.31 maatschappelijk het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg; en/of zorg en welzijn; en/of jeugd/kinder/ouderen/gehandicaptenopvang; en/of onderwijs; en/of religie; en/of uitvaart/begraafplaats; en/of bibliotheken; en/of openbare dienstverlening; en/of verenigingsleven; en/of sport- spel- en speelvoorzieningen; 1.32 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b.

ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil; 1.33 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.34 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.35 onderkomen voor verblijf geschikte - al dan niet aan de bestemming onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten; 1.36 ondersteunende horeca bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, uitsluitend zijnde niet-zelfstandige horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.37 open constructie een bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden; 1.38 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport; 1.39 peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 9 van 28

Datum:29-06-2023

b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.40 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.41 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.42 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.43 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, glasbakken, kledingcontainers, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.45 tuin een op de verbeelding aangegeven zone bestemd voor de inrichting als tuin met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen; 1.46 verdieping de bouwlagen van een gebouw, gelegen boven de begane grondlaag; 1.47 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.48 voorgevellijn een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.49 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 10 van 28

Datum:29-06-2023

1.50 water al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.51 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.52 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.53 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan; 1.54 wijkfunctie een gebouw of gebouwdeel dat dient voor de huisvesting van buurt- of wijkgerichte maatschappelijke functies, waaronder in ieder geval worden gerekend: gezondheidszorg; en/of zorg en welzijn; en/of jeugd/kinder/ouderen/gehandicaptenopvang alsmede ontmoetingsruimte;

en/of educatieve doeleinden; en/of religie; en/of herdenkingsdiensten; en/of bibliotheken; en/of verenigingsleven; en/of sport-, spel- en speelvoorzieningen; 1.55 zijgevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw niet zijnde de achtergevel of voorgevel;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 11 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand van de loodrechte horizontale projecties van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 12 van 28

Datum:29-06-2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; d. speelvoorzieningen; e. hondenuitlaatplaatsen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. kunstwerken; h. straatmeubilair; i. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen met bijbehorende werken en werkzaamheden. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter. c. De maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 20 m². 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting, speelvoorzieningen, bewegwijzering alsmede kunstobjecten bedraagt 8 meter. b. De maximale bouwhoogte van informatiezuilen, huisvuilcontainers, glasbakken, geluidwerende voorzieningen, met uitzondering van reclame-objecten bedraagt 2 meter. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 13 van 28

Datum:29-06-2023

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. Opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. Het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. Het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. Prostitutie; f. Parkeervoorzieningen; g. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 14 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 4

Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van: 1. onderwijsvoorzieningen; 2. sportvoorzieningen, zoals een gymzaal; 3. een wijkfunctie; 4. ondersteunende horeca ten dienste van bovengenoemde maatschappelijke functies; b. in aanvulling op de overige leden zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelplaats' tevens bestemd voor buitenspeelplaatsen behorende bij de onder a. bedoelde voorzieningen; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. groenvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut en energievoorzieningen; f. wegen, straten en paden; g. waterlopen en waterpartijen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding, met dien verstande dat: 1. de op het in de aanhef bedoelde maatvoeringsvlak aangeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte van de naar de figuur 'gevellijn' gekeerde gevel betreft, een en ander zoals aangegeven in de onderstaande figuur;

2. de dakhelling van het dakvlak binnen de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag, voor zover het betreffende maatvoeringsvlak tevens is voorzien van de figuur 'gevellijn', niet minder dan 15º en niet meer dan 60º mag bedragen; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 15 van 28

Datum:29-06-2023

4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak, alsmede ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; d. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 150 m2; e. bijbehorende bouwwerken mogen niet buiten de zijgevelrooilijnen van het hoofdgebouw worden gebouwd. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m bedragen; c. de hoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 8 m bedragen; d. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e.

de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Strijdig gebruik a. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: 1. Opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 3. Het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 4. Het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; 5. Prostitutie; 6. Detailhandel; 7. Parkeervoorzieningen;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 16 van 28

Datum:29-06-2023

8. Speelplaatsen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelplaats'; b. Het bepaalde in sub a onder 1. en 2. is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 17 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. speelvoorzieningen m.u.v. een jongeren ontmoetingsplaats; g. hondenuitlaatplaatsen; h. kunstwerken; i. voorzieningen van algemeen nut; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het maximale oppervlak van een gebouw bedraagt 20 m²; b. de maximale bouwhoogte van een gebouw bedraagt 3 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van bewegwijzering, verkeersregulering, verlichting alsmede kunstobjecten bedraagt maximaal 10 meter; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 6 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 5 meter. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. het bepaalde in artikel 5.3, sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 18 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 6

Waarde - Archeologie 3

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels a. Waar een hoofdbestemming samenvalt met een medebestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de medebestemming. De bepalingen met betrekking tot de hoofdbestemming zijn alsdan uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de medebestemming. b. Binnen voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw met niet meer dan 100 m² wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. c. Voor zover de betreffende bouwwerken toelaatbaar zijn volgens de overigens voor deze gronden geldende bepalingen, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3.

de verplichting de uitvoering van de bouwwerken te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. d. De bouwvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; e. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; g. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 19 van 28

Datum:29-06-2023

constructies; h. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; i. het aanbrengen van verhardingen, indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan 100 m². 6.3.2 Uitzonderingen Het in lid 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn; b. binnen het kader van het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. een grondverstoring tot gevolg hebben met een oppervlakte van niet meer dan 100 m2. 6.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming ‘Waarde Archeologie 3’ geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat in het aangewezen gebied geen archeologische waarden zijn aangetroffen.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 20 van 28

Datum:29-06-2023

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 21 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

8.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden zijnde, gelden behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. voor delen van bouwwerken behorende bij ondergrondse bouwwerken gesitueerd boven peil gelden de bebouwingsregels als opgenomen bij de bestemmingen in hoofdstuk 2; b. de maximale ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt 3 meter onder peil; c. bij het berekenen van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 8.2 Ondergeschikte bouwdelen a. Bouwgrenzen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen tot maximaal 1 meter alsmede door liftkokers, trappenhuizen en galerijen. b. De goothoogte van gebouwen mag worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, als goten van dakkapellen en goten van dakconstructies binnen de toegestane bouwgrenzen (denkbeeldige dakvlakken, niet meegerekend). 8.3

Parkeernormen

8.3.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend, indien voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig is of wordt gerealiseerd, waarbij ten minste 11 parkeerplaatsen in het openbaar gebied moeten worden toegevoegd. b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 8.3.2 Afwijkingsbevoegdheid parkeren Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.3.1 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien op een andree wijze, of; b. het ruimteljk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingsruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn, en; 1. er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; 2.

aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 22 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d. het gebruiken of laten gebruiken van (een gedeelte van) een gebouw als woonruimte; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie. 9.2

Parkeernormen

9.2.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. Bij het uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden, waarbij ten minste 11 parkeerplaatsen in het openbaar gebied moeten worden toegevoegd. b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de uitbreiding c.q. de gebruikswijziging worden toegepast. d. Tot een gebruik strijdig met het plan wordt aangemerkt het niet in stand houden van de onder a, alsmede in lid 8.3.1 onder a, bedoelde parkeergelegenheid. 9.2.2 Afwijkingsbevoegdheid parkeren Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.1 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien op een andree wijze, of; b.

het ruimteljk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingsruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn, en; 1. er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; 2. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0032022P-VG01

Pagina: 23 van 28

Datum:29-06-2023

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijking

10.1.1 Algemeen Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels een vergunning kan worden verleend, is het bevoegd gezag bevoegd een vergunning te verlenen in afwijking van van de desbetreffende regels van het plan voor: a. het aanbrengen van geringe wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen, mits het wijzigingen betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden van aanduidingen; b. overschrijdingen van de krachtens de bepalingen in dit plan toegelaten hoogte van bouwwerken, voor de bouw van dakopbouwen voor technische installaties, zoals liftopbouwen, luchtbehandelinginstallaties, ventilatiesystemen, afzuigsystemen en soortgelijke bouwwerken, die anders hun functie niet kunnen vervullen; c. het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en zenden van radio- en televisiesignalen, voor zover deze voorzieningen een doorsnede hebben van ten hoogste 2 meter en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan maximaal 15 meter voor antennes voor privé gebruik en maximaal 30 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik; d. het oprichten van antenne-installaties ten dienste van (tele)communicatiedoeleinden, met inachtneming van de volgende regels: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b7ed6b18-bbcd-4be6-9a07-3f1e611faf04