CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 -BP Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde (toelichting en regels)

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23'34.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Conclusie

In verband met de voorgenomen ontwikkeling aan de Valkenbergstraat te Eerde zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd. Het plangebied ligt buiten 200 m van de Rijksweg A50 maar binnen het invloedsgebied van de transportroute. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen omtrent de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Geen van de inrichtingen in de omgeving van het plangebied heeft een invloedsgebied dat reikt over tot het plangebied.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

46

Er zijn geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling wat betreft het aspect ‘externe veiligheid’.

4.9

(Ondergrondse) infrastructuur

Aan de hand van de Netkaart van het RIVM kan achterhaald worden of het plangebied zich bevindt in een magneetveldzone van hoogspanningslijnen. Als er zich bij een bovengrondse hoogspanningslijn een andere bovengrondse hoogspanningslijn of andere delen van het elektriciteitsnet in de buurt bevinden, kunnen die de sterkte van het magneetveld beïnvloeden. Ook kan de jaargemiddelde belasting van een hoogspanningslijn hoger zijn dan 30% (220 en 380 kV lijnen) respectievelijk 50% (50, 110 en 150 kV lijnen) van de ontwerpbelasting. Een uitsnede van het voor het plangebied relevante deel van deze kaart is weergegeven in figuur 5. Het plangebied is aangeduid middels lichtblauwe omlijning. Te zien is dat op circa 360 meter ten zuidwesten van de planlocatie een hoogspanningslijn is gelegen. Dit betreft een hoogspanningslijn van 150kV. Met een magneetveldzone van 100 meter aan weerszijde. Het plangebied is ruim buiten deze rekenafstand gelegen. Tevens is te zien dat ten zuidwesten van de planlocatie op circa 500 meter een buisleiding is gelegen. Dit betreft een Aardgasleiding A-521 van leidingbeheerder Gasunie. Conform de EV Signaleringskaart bedraagt het invloedsgebied van deze leiding 430 m. Het plangebied is niet geleggen binnen het invloedsgebied. Deze risicobron vormt daarom geen belemmering voor de planrealisatie en kan verder buiten beschouwing gelaten worden.

Figuur 4: Uitsnede risicokaart hoogspanningslijnen en buisleidingen (Bron: atlasleefomgeving)

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

47

Op circa 1100 m ten noordoosten van het plangebied ligt aardgasleiding Z-542- 10 van leidingbeheerder Gasunie. Deze leiding heeft een invloedsgebied van circa 75 m en kan daarom ook buiten beschouwing worden gelaten. De gehele rapportage is opgenomen in bijlage 7. 4.9.1

Conclusie

Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van aardgasleidingen A-521 en Z- 542-10 van leidingbeheerder Gasunie. Het aspect (ondergrondse) infrastructuur vormt geen belemmeringen voor het voorgenomen planinitiatief.

4.10

Geur agrarisch

4.10.1

Toetsingskader

De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Gemeente Meierijstad heeft op 25 mei 2006 een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld, deze regeling is vervallen per 1 januari 2019.

De geurverordening bood ruimte voor maatwerk in de gebieden waar stedelijke ontwikkelingen en agrarische bedrijfsvoeringen gemengd voorkwamen binnen de gemeente Meierijstad. Aangezien betreffende Geurverordening inmiddels is vervallen en er tot op heden geen nieuwe geurverordening is vastgesteld, moet bij toetsing worden teruggegrepen op het wettelijke kader (artikelen 3 en 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; Wgv). Dit betekent dat bij ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met zwaardere normen en grotere afstanden, waardoor enerzijds veehouderijen in hun uitbreidings- en wijzigingsmogelijkheden worden beperkt en anderzijds beperkingen voor woningbouw optreden. De wet geurhinder en veehouderij maakt onderscheid tussen drie gebieden, gebied I, II en III. Voormalige gemeente Veghel is gelegen binnen gebied II en behoort hiermee tot concentratiegebied Zuid. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Meierijstad – Eerde. Artikel 3 1. Maximale geurbelasting van veehouderijen op een geur gevoelig object, gelegen: a. binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 3,0 odour units per kubieke meter lucht; b. binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 14,0 odour units per kubieke meter lucht; c.

buiten een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht;

d. buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 8,0 odour units per kubieke meter lucht.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

48

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

4.10.2

Toetsing

Voor voorstaand planinitiatief is een onderzoek geurhinder veehouderijen uitgevoerd door het onderzoeksbureau De Roever. In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In het rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is opgenomen in bijlage 9. Voorgrondbelasting Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 7 opgenomen. Tabel 8: Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Ligging geurgevoelig object

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

3 ouE/m3

14 ouE/m3

Geen concentratiegebied

2 ouE/m3

8 ouE/m3

Voorgenomen plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Meierijstad, hiermee valt het plangebied onder de gebiedszonering II en behoort hiermee tot het concentratiegebied Zuid, zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij. Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De gemeente Meierijstad heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande wettelijke afstandseisen (zie paragraaf 4.10.1). Afstanden Op afbeelding 4 en de kaart in bijlage I van de rapportage is de afstandscontouren van 100 meter rondom het bouwvlak van de dichtstbijzijnde veehouderij aan De Horstjens 6 weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de bestemmingsplanregel dat de afstand tussen bouwwerken van de veehouderij en het bouwvlak van de veehouderij minstens 5 meter moet bedragen. De beoogde bouwvlakken ligt buiten de planologisch maximale afstandscontouren van veehouderijen. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderijen worden niet geschaad. Voorgrondbelasting Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied zijn de veehouderijen aan Grootdonkweg 4 en Willibrordushoek 13 maatgevend voor de voorgrondbelasting. Andere veehouderijen hebben een lagere totale geuremissie en zijn verder weg gelegen.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

49

Voor deze veehouderij is een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd. De geurberekening is uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv. Hierbij is uitgegaan van een emissiepunt op de rand van het bouwvlak van de veehouderij, zo dicht mogelijk bij het plangebied. Voor de overige parameters is uitgegaan van de worst-case parameters voor natuurlijke ventilatie. De geurbelasting op de rand van het beoogde bouwvlak bedraagt ten hoogste 1,0 ouE/m3. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 3,0 ouE/m3 bedraagt. De veehouderijen worden niet in hun belangen geschaad. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. Op basis van KRD Noord-Brabant (export 1 augustus 2023) zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De achtergrondbelasting is weergegeven op figuur 6, de achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat Beoordeling woon- en leefklimaat Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er: 

wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter;

de voorgrondbelasting op de rand van het plangebied ten hoogste 1,0 ouE/m3 bedraagt;

de achtergrondbelasting op de rand van het plangebied ten hoogste 1,4 ouE/m3 bedraagt.

Omdat wordt voldaan aan de afstandseisen, kan worden gesteld dat sprake is van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 1,0 ouE/m3 op de rand van het beoogde bouwvlak. Dit komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is beter dan het ‘goed’ woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm voor de voorgrondbelasting aanvaardbaar wordt geacht. De hoogst berekende achtergrondbelasting bedraagt 1,4 ouE/m3 op de rand van het beoogde bouwvlak. Deze waarde komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is beter dan het ‘goed’ woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm voor de voorgrondbelasting aanvaardbaar wordt geacht. Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is als deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Dat is hier het geval, de achtergrondbelasting is maatgevend en aanvaardbaar.

Tabel 9: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied.

Adres

Soort veehouderij

Afstand tot planlocatie

De Kuilen 10, 5466 PN

Paarden

Ca. 615 meter

Willibrordushoek 13, 5466 RD

Zeugen

Ca. 895 meter

Abenhoefweg 5A, 5466 RN

Melkrundvee

Ca. 920 meter

De Horstjens 6, 5466 RK

Melkrundvee

Ca. 150 meter

Grootdonkweg 4, 5466 RJ

Vleesvee

Ca. 330 meter

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

50

4.10.3

Conclusie

Met het onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het planvoornemen onderzocht. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de belangen van de veehouderijen niet worden geschaad. Het aspect geur agrarisch vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.11

Luchtkwaliteit

4.11.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM.

Figuur 5: Achtergrondbelasting (Bron: De Roever)

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

51

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 

Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.

Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m³).

Op 22 september 2022 heeft de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. De advieswaarden zijn flink naar beneden bijgesteld ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. De advieswaarden zijn gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Deze waarden staan los van de EU-richtlijn Luchtkwaliteit. 4.11.2

Toetsing

Met onderhavig planvoornemen worden 18 woningen gerealiseerd in diverse woonsegmenten. Met de NIBM-tool is een berekening gemaakt om te bepalen of het plan ‘niet in bekende mate bijdraagt’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In paragraaf 4.13 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend. Voor het voorgenomen planinitiatief bedraagt de toekomstige verkeersgeneratie 124,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Deze waarde is ingevoerd in de NIBM-tool, met jaar van planrealisatie 2025 en met een aandeel van vrachtverkeer van 1,5%, wat neerkomt op ca. 1,8 vrachtverkeersbewegingen per etmaal.

Figuur 6: NIBM-tool berekening voorgenomen planinitiatief

De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekende-mate, een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Om aan te tonen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is gekeken naar de achtergrondwaarden ter plaatsen van het projectgebied. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5. Die konden tot voorkort worden bepaald aan de hand van de NSL-

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

52

monitoringstool. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) echter het te gebruiken instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit. De achtergrondwaarden voor NO 2, PM10 en PM2.5. van de dichtstbijzijnde meetpunten zijn in onderstaande tabel weergegeven. De meetpunten zijn gesitueerd aan de Eerdesebaan, gelegen aan de noordoost zijde van het plangebied. Tabel 10:

Achtergondwaarden CIMLK

Meetpunt X:162751.527438261 Y:401922.289982405 X:162734.826359973

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

PM10 overschrijdingsdagen

PM2.5 μg/m3

Jaar

17.33

17.89

6.26

10.53

2022

16.22

17.77

6.22

10.49

2022

17.86

17.94

6.28

10.55

2022

16.53

17.81

6.24

10.50

2022

40

40

35

25

-

Y:401900.821075026 X:162821.83520271 Y:401861.868088284 X:162803.116767276 Y:401841.995741294 EU-richtlijn Norm

Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen. Er is dan ook sprake van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. 4.11.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12

Veehouderijen en volksgezondheid

4.12.1

Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen

Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag. Toetsing aan het stappenplan wijst uit dat, de planlocatie buiten de endotoxine richtafstanden ligt die aangehouden moeten worden rondom varkens- en pluimveehouderijen (stap 1). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a). De locatie is niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf. De ontwikkeling leidt niet tot een toename in emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak (stap 2). De planlocatie is gelegen in een gebied met een acceptabele geurbelasting, zie ook paragraaf 4.7 (stap 3). De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt meer dan 100 meter (stap 4). Er is geen sprake van een mestbewerking of mestverwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit (stap 6) en er is bij toekomstige bewoners of omwonenden geen ongerustheid over de volksgezondheid (stap 7). De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 10.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

53

Stap 1. Endotoxine Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercategorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine voorkomen. Ten aanzien van het plangebied is de veehouderij aan Willirbrordushoek 13 maatgevend. Dit betreft een varkenshouderij met een fijnstofemissie van 315,167 kg/jr, waarmee sprake is van een endotoxine-afstand van 114 meter. De afstand tussen de boogde bouwvlakken en de veehouderij bedraagt 862 meter. Er is sprake van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Omdat de andere woningen dichter bij de veehouderij zijn gelegen wordt de veehouderij niet in haar belangen geschaad. Stap 1 vormt geen knelpunt. Stap 2. Emissies Onderzocht moet worden of de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Plangebieden met woningbouw tot 1.500 woningen per ontsluitingsweg zijn conform de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) niet van invloed op de luchtkwaliteit (fijn stof in dit geval).

Daarnaast blijkt uit de NSL-monitoringstool en de CIMLK-kaart dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Stap 2 vormt geen knelpunt. Stap 3a. Geur, milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van milieukundige advieswaarden. Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Het plangebied betreft bebouwde kom. Uit het separaat uitgevoerde geuronderzoek blijkt dat de voorgrondbelasting ter plaatse van het plangebied maximaal 1,0 ouE/m3 bedraagt en de achtergrondbelasting maximaal 1,4 ouE/m3 bedraagt. Er wordt voldaan aan de milieukundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting. Ook wordt voldaan aan de afstandseis. Stap 3a vormt geen knelpunt. Stap 3b. Geur, gezondheidskundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van gezondheidskundige advieswaarden. Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Het plangebied betreft bebouwde kom.

Uit het separaat uitgevoerde geuronderzoek blijkt dat de voorgrondbelasting ter plaatse van het plangebied maximaal 1,0 ouE/m3 bedraagt en de achtergrondbelasting maximaal 1,4 ouE/m3 bedraagt. Er wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting. Ook wordt voldaan aan de afstandseis. Stap 3b vormt geen knelpunt.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

54

Stap 4. Meerdere diersoorten Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meerdere diersoorten worden gehouden, namelijk; a. varkens en pluimvee; of b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c.

kleine herkauwers onderling

Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehouderijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van invloed zijn op het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onderlinge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5. Afstanden Onderzocht moet worden of: a.

geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen;

b.

pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen;

c.

overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom zijn gelegen.

Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen tevens liggen er binnen 1km van het plangebied geen pluimveehouderijen. Binnen 250 meter van het plangebied ligt alleen de rundveehouderij aan de Horstjens 6 met 122 stuks vrouwelijk jongvee en 35 fokstieren of overig rundvee. Gezien de omvang van deze veehouderij, het feit dat aan de milieukundige afstandseisen wordt voldaan en het feit dat er aan alle andere stappen uit dit stappenplan wordt voldaan kan de gezondheidssituatie aanvaardbaar worden geacht. De beoordeling is echter aan het bevoegd gezag. Overige veehouderijen liggen op voldoende afstand. Stap 5 vormt geen knelpunt. Stap 6. Mestbe- of verwerking Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe- of verwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbe- of verwerking. Stap 7. Ongerustheid omwonenden In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Mocht sprake zijn van ongerustheid bij omwonenden (of toekomstige bewoners) dan kan dat een aanleiding zijn om advies in te winnen bij de GGD. Over geurklachten is geen publiek toegankelijke informatie beschikbaar. De gemeente kan dit nagaan en in haar overwegingen betrekken.

Het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is doorlopen. Uit het stappenplan blijkt dat er wordt voldaan aan de stappen, met uitzondering van stap 5c. Echter is beoordeeld dat de gezondheidssituatie aanvaardbaar kan worden geacht. De beoordeling is echter aan het bevoegd gezag.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

55

4.12.2

Hoogspanningslijnen

De meest dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op minstens 360 meter afstand van het plangebied. Gelet op deze afstand vormt dit aspect geen belemmering. Volgens de Netkaart van het RIVM geldt langs deze hoogspanningslijn van 150 kV een indicatieve zone van 100 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt buiten deze zone. Hoogspanningslijnen vormen geen belemmering. 4.12.3

Spuitzones

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

4.13

Verkeer en parkeren

4.13.1

Toetsingskader

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om zelf parkeernormen vaststellen. De gemeente Meierijstad heeft dat gedaan in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’. In de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ worden de landelijke richtlijnen vertaald naar de situatie in de gemeente Meierijstad. Het uitgangspunt hierbij is dat voor een nieuwe ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd. Het CROW maakt voor de parkeernormen onderscheid in ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Naarmate de zone verder van het centrum is gelegen wordt de parkeernorm over het algemeen hoger.

Vanwege de omvang van de kernen, het vrij beperkte aanbod van andere vervoerswijzen zoals goed kwalitatief openbaar vervoer en het ontbreken van een regionale functie is er in de kernen van de gemeente Meierijstad geen sprake van een centrum zoals bedoeld in de CROW-publicatie 317. Voor de parkeernormen in de centra van de kernen van Meierijstad is daarom gekozen voor een parkeernorm, vergelijkbaar met de CROW parkeernorm voor schil/overloopgebied centrum. Onder “buitengebied” wordt verstaan het gebied dat buiten de verkeerskundige bebouwde kom ligt. In Meierijstad wordt dan onderscheid gemaakt in centrum (met normering volgens schil/overloopgebied centrum), rest bebouwde kom en buitengebied. 4.13.2

Toetsing parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden hoe groot de parkeerbehoefte is van de binnen het plangebied beoogde ontwikkeling. Met onderhavige ontwikkeling worden er 18 woningen gerealiseerd, 14 grondgebonden en 4 gestapeld. Ten minste 28% van de woningen worden gerealiseerd voor het sociale huur segment (5 woningen), 2 goedkope woningen, 7 woningen voor het midden huur/ middel koop segment en 4 vrije sector dure koopwoningen. In de huidige situatie is een school aanwezig, geen bestaande woningen. Tabel 11 geeft de verdeling weer van de te realiseren woningen.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

56

Tabel 11:

Verdeling woonprogramma voorstaande ontwikkeling.

Verdeling segmentatie

Te realiseren woningen

Sociale huur (28%)

Goedkoop

Middelduur koop

Vrij sector koop

5

2

7

4

18 woningen

Eerde is binnen de Nota parkeernormen Meierijstad 2018 geschaard onder de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. Het plangebied behoord tot de stedelijke zone ‘centrum’. In de Nota wordt geen onderscheid gemaakt tussen koop/huur en sociale huur woningen, de cijfers worden gebaseerd op het type woning. Het planvoornemen voorziet in 4 etage woningen in het goedkope segment/sociale huur segment de andere 14 woningen zijn tussen/hoek woningen. Tabel 12:

Parkeernorm gemeente Meierijstad – Overige kernen

Centrum/Schil

Eenheid

Parkeernorm bezoekers

Koop/huur, tussen/hoek

1.7

Per woning

0,3

Koop/huur, etage goedkoop

1.3

Per woning

0.3

Type woning

Aan de hand van de gestelde parkeernorm wordt er met voorstaande ontwikkeling een parkeerbehoefte gerealiseerd van (14 x 1.7=) 23.8 parkeerplaatsen voor de ‘koop/huur, tussen/hoek’ woningen en (4 x 1.3=) 5.2 parkeerplaatsen voor de ‘koop/huur, etage goedkoop’ woningen. Het planvoornemen zal moeten voorzien in 29 parkeerplaatsen voor bewoners en een parkeerbehoefte van 5.4 voor bezoekers. In totaal zal het planvoornemen moeten voorzien in 34.4, afgerond 34 parkeerplaatsen. In de huidige situatie is een school aanwezig met 6 klaslokalen. Conform de ‘Nota parkeernormen Meierijstad’ geldt voor het basisonderwijs een parkeernorm van 0.9 per leslokaal. Aan de hand van deze normen geldt hiervoor een parkeernorm van (6x 0.9=)5.4 parkeerplaatsen. Tevens is er een kinderdagverblijf aanwezig van ca. 100 m2. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1.3 per 100 m2 BVO. Gezamenlijk zorgt dit voor een parkeernorm van 6.7. Echter heeft een basisschool andere piekmomenten dan woningen, hiervoor is een parkeerbalans berekening uitgevoerd. Aan de hand van deze parkeerbalans ontstaat er een parkeerbehoefte van 31 parkeerplaatsen op het maatgevende moment ‘werkdag, avond’. Tabel 13: Berekening parkeerbehoefte planvoornemen

Werkdag

Koop-

Parkeereis Ochtend

Middag

Avond

Nacht

Bruto parkeervraag

8.34

8.88

30.42

29

Netto parkeervraag

9

9

31

27

27

-18

-18

Parkeerplaatsen op eigen terrein Netto parkeertekort (afgerond)

avond

Zaterdag

Zondagmiddag

Middag

Avond

26.98

20.64

28.6

24.08

29

27

21

29

25

27

27

27

27

27

27

4

2

0

-6

2

-2

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

57

Aan de hand van deze berekening zal het planvoornemen moeten voorzien in de realisatie van 31 parkeerplaatsen ten behoeve van het te realiseren woonprogramma. Door de herinrichting van het openbaar gebied en de nieuw te realiseren parkeerplaatsen (op eigen terrein) komen er 32 parkeerplaatsen beschikbaar voor het planinitiatief. Onderdeel van deze 32 plaatsen zijn 5 parkeerplaatsen die in de huidige situatie al aanwezig waren. Hierdoor voorziet het planvoornemen in een netto toevoeging van 27 parkeerplaatsen. Dit resulteert in een tekort van 4 parkeerplaatsen op het maatgevende moment; werkdag avond. Om aan te tonen dat deze overige parkeervraag kan worden opgevangen in de omgeving is een parkeerdrukmeting uitgevoerd, tijdens deze meting is de bezettingsgraad in de direct omgeving is inzichtelijk gemaakt. De rapportage is opgenomen in bijlage 14. In onderstaand figuur is het onderzoeksgebied aangeduid. Dit betreft een loopafstand van 100 meter vanaf de nieuw te realiseren woningen, dit is volgens de parkeernota van de gemeente Meierijstad een acceptabele loopafstand.

Figuur 7: Onderzoekslocatie parkeerdrukmeting, loopafstand van 100 meter.

Uit de parkeerdrukmeting is gebleken dat de hoogste bezettingsgraad (incl. parkeerbehoefte planvoornemen) plaatsvindt op de werkdag nacht met een percentage van 41% en 40%. In de parkeernota van de gemeente Meierijstad wordt aangegeven dat de bezettingsgraad in de omgeving, inclusief de nieuwe ontwikkeling, niet hoger mag worden dan 85%. Middels de uitgevoerde parkeerdrukmeting is aangetoond dat het percentage hier verder onder is gelegen. Zie hiervoor ook tabel 14 en 15 op navolgende pagina. De te realiseren parkeerplaatsen worden gesitueerd aan de zijde van de Valkenbergstraat en op een aparte parkeerplaats aan de (oost)zijde van het plangebied. Om een groen karakter te kunnen realiseren passend bij de omgeving is ervoor gekozen om tussen de parkeerplaatsen aan de Valkenbergstraat hagen en vaste beplanting te realiseren waar tevens bomen in kunnen worden geplant. Door de realisatie van deze groenvoorzieningen is er minder ruimte om parkeerplaatsen te realiseren, de ontbrekende benodigde parkeerplaatsen (2 st.) zullen worden voorzien op de bestaande parkeerplaatsen gesitueerd aan de Helterenbergstraat behorend bij de Rozenjagers, zie figuur 8. Op deze manier wordt functioneel gebruik gemaakt van al bestaande parkeervoorziening en kan verdere verharding van de omgeving worden voorkomen, hier wordt tevens verdere hittestress mee tegengegaan.

Mogelijk zal in de toekomst een groter deel van het bestaande parkeerterrein bij de Rozenjagers worden gebruikt voor de parkeerbehoefte van het voorliggende planinitiatief. Op die manier kan meer ruimte ontstaan voor vergroening rondom de nieuwe woningen.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

58

Tabel 14: Bezettingsgraad 1e tellingsronde Woe. 18 sep. 2024

Woe. 18 sep. 2024

Werkdag avond 18.45 uur

Meting

Werkdag nacht 23.20 uur

Esdonkstraat (1)

23

5

Capellevelt (2)

6

Valkenbergstraat (3)

Parkeerdrukmeting per straat

Helterenbergstraat (4) Den Binnen (5) Totaal

Za. 21 sep. 2024

Meting

Zaterdag avond 18.00 uur

23

9

3

6

23

9

Zo. 22 sep. 2024

Meting

Zondag avond 19.15 uur

Meting

23

7

23

9

2

6

3

6

3

23

13

23

5

23

3

20

1

20

3

20

1

20

2

13 + 2**

6

13 + 2**

7

13 + 2**

8

13 + 2**

5

87

24

87

34

87

24

87

22

Bezettingsgraad

27.5 %

39.1 %

27.5 %

25.3 %

Extra parkeervraag ontwikkeling

4

2

2

-

Bezettingsgraad incl. beoogde ontwikkeling

32.2 %

41.4 %

29.9 %

25.3 %

Maximaal toegestane bezettingsgraad*

85 %

85 %

85 %

85 %

*conform het parkeerbeleid van de gemeente Meierijstad mag de bezettingsgraad in de omgeving, inclusief de nieuwe ontwikkeling, niet hoger mag worden dan 85%. **gehandicapten parkeerplaatsen

Tabel 15: Bezettingsgraad 2e tellingsronde Za. 28 sep. 2024 Zaterdag avond 22.20 uur

Esdonkstraat (1)

23

Capellevelt (2)

Zo. 29 sep. 2024

Meting

Zondag avond 19.50 uur

12

23

6

3

Valkenbergstraat (3)

23

Helterenbergstraat (4)

20

Parkeerdrukmeting per straat

Den Binnen (5) Totaal Bezettingsgraad

Di. 01 okt. 2024

Meting

Werkdag avond 19.45 uur

8

23

6

2

4

23

4

20

13 + 2**

9

87

32

Woe. 02 okt. 2024

Meting

Werkdag nacht 04.40 uur

Meting

7

23

10

6

2

6

4

2

23

4

23

3

1

20

12

20

2

13 + 2**

2

13 + 2**

6

13 + 2**

6

87

15

87

31

87

25

36.8 %

17.2 %

35.6 %

28.7 %

Extra parkeervraag ontwikkeling

2

-

4

2

Bezettingsgraad incl. beoogde ontwikkeling

39.0 %

17.2 %

40.2 %

31.0 %

Maximaal toegestane bezettingsgraad*

85 %

85 %

85 %

85 %

*conform het parkeerbeleid van de gemeente Meierijstad mag de bezettingsgraad in de omgeving, inclusief de nieuwe ontwikkeling, niet hoger mag worden dan 85%. **gehandicapten parkeerplaatsen

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

59

Figuur 8: Indeling plangebied met benodigde parkeervoorziening

4.13.3

Toetsing verkeer

De verkeersgeneratie die gepaard gaat met de realisatie van 18 woningen aan de Valkenbergstraat te Eerde worden berekend aan de hand van de CROW-kencijfers. Bij het hanteren van deze kencijfers is het van belang om de mate van stedelijkheid te bepalen aan de hand van de omgevings-adressendichtheid. Het CBS biedt een overzicht van de omgevings-adressendichtheid voor alle gemeenten in Nederland. In de parkeernota van de gemeente Meierijstad is Eerde gekenmerkt met de stedelijkheidgraad ‘Niet stedelijk’. Voorgenomen planlocatie is niet gelegen binnen een van de centrum gebieden van de gemeente Meierijstad, maar is gelegen binnen de ‘Rest bebouwde kom’. Het planvoornemen betreft de realisatie van 14 grondgebonden en 4 gestapelde woningen (zie tabel 11 voor segmentatie). In de Nota is de verkeersgeneratie niet opgenomen. Dit is berekend aan de hand van de CROW-kencijfers. Voor de berekening wordt hier wel gebruik gemaakt van type woning in combinatie met de onderscheiding in; koop, huur of sociale huur. Tabel 16:

Norm verkeersgeneratie voor woningen (CROW) Verkeersgeneratie ‘Koop, huis, tussen/hoek’ en ‘Huur, vrije sector’ Rest bebouwde kom

Niet stedelijk

Min.

Max.

7.0

7.8

Verkeersgeneratie Koop, appartement, goedkoop Rest bebouwde kom Min.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

Max.

60

Niet stedelijk

5.2

6.0

Verkeersgeneratie Huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur) Rest bebouwde kom

Niet stedelijk

Min.

Max.

3.7

4.5

Verkeersgeneratie Huur, huis, sociale huur Rest bebouwde kom

Niet stedelijk

Min.

Max.

5.2

6.0

Voor de berekening van de toekomstige verkeersgeneratie van te realiseren planvoornemen zijn de volgende (zie tabel 1, paragraaf 2.2) typeringen gebruikt voor de berekening. Aan de hand van het bouwprogramma zijn 11 woningen te scharen onder het segment ‘Koop, huis, tussen/hoek’ en ‘Huur, vrije sector’. Aan de hand van de CROW kencijfers beschikken beide segmenten over dezelfde verkeerkencijfers. De verkeersgeneratie van deze 11 woningen bedraagt (11 x 7.8=) 85,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Aan de hand van het bouwprogramma zijn 3 woningen te scharen onder ‘huur, huis, sociale huur’. Aan de hand van de CROW kencijfers genereren deze drie woningen (3 x 6.0=) 18 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Aan de hand van het bouwprogramma zijn 2 woningen te scharen onder ‘huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)’. Deze woningen genereren een verkeersgeneratie van (2 x 4.5=) 9 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dan zijn er nog 2 bovenwoningen waarvan niet bekend is of dit koop of huur woningen worden. Deze woningen worden onder ‘koop, appartement, goedkoop’ geschaard gezien hier hogere kencijfers voor gelden dan ‘huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)’. Op deze wijze wordt er uit gegaan van het worst case scenario. Deze 2 woningen genereren een verkeersgeneratie van (2 x 6.0=) 12 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

De 18 woningen genereren gezamenlijk een verkeersgeneratie van (85,5 + 18 + 9 + 12=) 124,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De parkeerplaats zal worden ontsloten aan de Valkenbergstraat, deze ontsluit zich via de Kapelstraat. Vanaf de Kapelstraat kan het verkeer zich ontwikkelen op de N622. De extra verkeersbewegingen zullen op deze wijze gemakkelijk en snel kunnen worden opgevangen in het heersend verkeersbeeld, dit voornamelijk gezien de gunstige ligging dichtgelegen tot de N622. Er wordt dan ook niet verwacht dat deze extra verkeersbewegingen knelpunten zal veroorzaken op het bestaande wegennetwerk. 4.13.4

Conclusie

Het planvoornemen voorziet in 27 parkeerplaatsen, dit voldoet aan de gestelde parkeernorm. Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmeringen voor voorstaand planinitiatief. De 18 te realiseren woningen

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

61

genereren gezamenlijk 124,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Gezien de ligging dichtgelegen tot de N622 worden er geen knelpunten verwacht op het huidig wegennetwerk. Het aspect verkeer en parkeren zal geen belemmeringen opleveren voor het voorgenomen planinitiatief.

4.14

Waterparagraaf

4.14.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Deze is recent vervangen door de Interim Omgevingsverordening in verband met de Omgevingswet die in werking gaat treden. De definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken.

Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Waterschap Aa en Maas. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan is vigerend vanaf 22 december 2010 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3.

Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: 

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

62

de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;

de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: 

het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of;

de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m 2 is, of;

de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak.

de toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m 2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. 

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: o

De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen;

o

De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben;

Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Waardevol water in Meierijstad Het beleid van de gemeente Meierijstad omtrent water en riolering is beschreven in ‘Waardevol Water in Meierijstad VGRP+ 2017-2022’. Hierin zijn enkele speerpunten beschreven waarop de gemeente zich binnen deze planperiode zal richten: 

Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied.

Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

63

Verduurzamen afvalwaterketen.

Behalen KRW-doelen.

Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied.

Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie.

Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer.

Samenwerken.

Uitbreidings- en reconstructieplannen van woningbouw en/of (reconstructies van) infrastructuur kunnen tot een toename van afstromend verhard oppervlak leiden. Planontwikkelingen mogen niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater en/of het rioleringssysteem ook niet bij extremere omstandigheden. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van het afgekoppelde water, bij voorkeur door infiltratie in de bodem. Als voorkeursvolgorde wordt de trits infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering gehanteerd. Nieuwe ontwikkelingen moeten hydrologisch neutraal of positief worden uitgevoerd. Gemeentelijke Verordening fysieke leefomgeving Doel van de regels in deze verordening is het tegengaan van de verdroging en het ontlasten van riolering en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Daartoe zijn regels gesteld om de opvang van regenwater op eigen terrein te bevorderen en het lozen van hemel- en grondwater op de openbare riolering te voorkomen. De verordening geldt vanaf 1 juli 2021. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken.

Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: Artikel 6.4 Verbod op het lozen van hemelwater op de riolering 1) Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. 2) De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a. de te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken; b. voor het oppervlak aan groen dak (in m2) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; c. de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; d. bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gebod, bedoeld in het tweede lid onder a, indien op het perceel om technische of praktische redenen een berging van 60 mm onhaalbaar is, mits dan een bergingscapaciteit wordt gerealiseerd van blijkens een overgelegde tekening en ontwerp ten minste 20 mm (per m2 verhard oppervlak). 4.14.2

Toetsing

Ten behoeve van de voorgenomen realisatie is een watertoets uitgevoerd en een infiltratieonderzoek door onderzoek- en adviesbureau Aeres Milieu B.V. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen, de volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 11.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

64

Bodemopbouw en Grondwater Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2021) ligt het plangebied in niet-gekarteerd gebied. In een nabijgelegen grondwatermonitoringsbuis (ca. 650 meter in oostelijke richting) is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) waargenomen van ca. 9,3 m +NAP en de gemiddelde grondwaterstand is ca. 8,9 m +NAP. Ter plaatse van het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Voor de nieuwbouw is een bouwpeil zoals bestaand of minimaal 30 cm boven de kruin van de weg geadviseerd waardoor in de toekomst ook geen grondwateroverlast te verwachten is. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m-mv. voor bebouwing en 0,5 meter ter plaatse van de tuinen. Oppervlaktewater Binnen de locatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Noordelijk parallel aan de Eerdsebaan bevindt zich een overige watergang die oost-west stroomt. Het planvoornemen heeft hier derhalve geen directe invloed op het oppervlaktewater. Hemel- en afvalwater De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Door de voorgenomen woningbouw bedraagt de toekomstige vuilwaterhoeveelheid ingeschat 0,4 m3/u. Deze afvalwaterhoeveelheid dient op het gemeentelijk rioolstelsel aangesloten te worden.

Gezien het bestaande gebruik als school zal deze hoeveelheid door het bestaande stelsel verwerkt kunnen worden. Hiervoor dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Meierijstad. Zover bekend is de bestaande bebouwing op het gemeentelijk stelsel aangesloten. Ter plaatse is een infiltratie onderzoek uitgevoerd (hoofdstuk 3). Op basis van de verwachte bodemsamenstelling (zwak lemig, matig fijn zand met een verwachte leemlaag op 1,5-2 m-mv.) is infiltratie binnen het plangebied naar verwachting beperkt mogelijk (voornamelijk horizontaal). Bij nieuwbouw dient (en zal) op eigen perceel een gescheiden stelsel aangelegd worden waarbij conform het gemeentelijk beleid ter plaatse 60 mm hemelwaterberging ingepast dient te worden. Indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs en aantoonbaar een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod, kan een ontheffing verleend worden van het verbod. Voor het oppervlak aan groen dak (in m²) is geen (aanvullende) hemelwatervoorziening benodigd omdat een groen dak als een vorm van waterberging gezien wordt. Tevens mag bij elke activiteit de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel niet afnemen. Het lozingsverbod geldt niet in geval van extreme neerslag (groter dan 60 mm) en geschiedt bij voorkeur bovengronds.

Infiltratieonderzoek Binnen het onderzoeksgebied zijn op 16 november 2023 veldmetingen uitgevoerd. Een tekening van het onderzoeksgebied en de boor- en meetpuntlocaties is opgenomen in bijlage 2 van de rapportage. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4 van de rapportage. Lokale bodemopbouw Uit de verkregen profielen kunnen we besluiten dat de toplaag ter plaatse bestaat uit een matig fijn, zwak siltig, matig humeuze zandlaag van ca. 1,1 meter dik. Hieronder gaat de bodem over naar een zwak siltig, zeer fijne zandlaag. Deze laag is bij beide profielboringen tot een geboorde einddieptes van 1,95 m-mv. aangetroffen. In beide profielboringen is vanaf 1,95 m-mv een sterk zandige leemlaag aangetroffen tot de g

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

65

boorde einddiepte van ca. 220 m-mv. Deze dieper gelegen leemlaag heeft mogelijks een invloed op de (verticale) infiltratiemogelijkheden. Hier dient rekening mee gehouden te worden. Resultaten onverzadigde zone Uit de veldgegevens zijn de verticale en horizontale infiltratiesnelheid berekend van de metingen in de onverzadigde zone. De meetresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. De meetgrafieken zijn in bijlage 6 opgenomen van de rapportage.

Figuur 9: Overzicht meetresultaten onverzadigde zone

Conclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde veldwerk kan worden geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied een slechte verticale infiltratiesnelheid aanwezig is. Ter plaatse van meetpunt 01 is een matige horizontale doorlatendheid gemeten en ter plaatse van meetpunt 02 is een goede horizontale doorlatendheid gemeten. Infiltratievoorzieningen zijn toepasbaar, veiligheidshalve dient wel met een veiligheidsfactor gerekend te worden. Ter hoogte van meetpunt 01 kan gerekend worden met een infiltratiesnelheid van ca. 0,2 m/d. ter hoogte van meetpunt 02 kan gerekend worden met een infiltratiesnelheid van ca. 1,2 m/d. De lagere verticale infiltratiesnelheden komen overeen met de verwachting gezien de vastgestelde sterk zandige leemlaag op ca. 1,95 m-mv. Gezien de gemeten waardes is er voornamelijk sprake van horizontale infiltratie. Derhalve wordt er bij afkoppeling en lokale hemelwaterverwerking geadviseerd om in te steken op waterberging met vertraagde afvoer. Planvoornemen en afweging Het plangebied ligt in stedelijk gebied. De maaiveldhoogte bedraagt ca. 10,3 m +NAP en ligt ca. 40 cm boven het wegpeil van de zuidelijk gelegen Valkenbergstraat. Ter plaatse is geen grondwateroverlast bekend. Voor de nieuwbouw is een bouwpeil zoals bestaand of minimaal 30 cm boven de kruin van de weg geadviseerd waardoor in de toekomst ook geen grondwateroverlast te verwachten is.

Zover bekend is het bestaande pand op het gemengd vrijvervalstelsel aangesloten. Bij de nieuwbouw dient en zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. De toekomstige afvalwaterhoeveelheid zal naar verwachting ca. 0,4 m3/u bedragen. Voor de wijziging aan de rioolaansluiting dient te zijner tijd bij de gemeente Meierijstad een aanvraag ingediend te worden.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

66

Door het planvoornemen wijzigt het verhard oppervlak. In onderstaande tabel is een overzicht van de geplande wijzigingen door het planvoornemen opgenomen met de benodigde hemelwaterberging voor een bui van 60 mm. De onderstaande oppervlaktes zijn gebaseerd op het planvoornemen. Voor de verharding van de noordelijk gelegen woonblok is gerekend met een verhardingsgraad van 80% van de percelen (mogelijks toekomstige verharding in de tuinen).

Figuur 10: Overzicht wijzigingen verharde oppervlakten met benodigde waterberging (Bron: Rapportage Watertoets Aeres Milieu B.V.)

Door de voorgenomen ontwikkeling (sloop en nieuwbouw van twee panden met een parkeervoorziening) neemt het oppervlak aan verharding af (-125 m2) in vergelijking met de huidige situatie. Conform het gemeentelijk beleid dient er een hemelwatervoorziening gerealiseerd te worden die minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak kan verwerken. Derhalve dient er voor het planvoornemen een waterberging van 123,9 m3 gerealiseerd te worden. Indien de parking half verhard wordt aangelegd met een voldoende bergende funderingslaag dient dit oppervlak niet bijkomend geborgen te worden. Binnen het plangebied is op 16 november 2023 een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse is in de bovengrond een matig tot goede doorlatendheid gemeten waardoor hemelwater ter plaatse kan infiltreren. Uit het infiltratieonderzoek blijkt dat er ter plaatse een slechte verticale infiltratiesnelheid aanwezig. Dit is mogelijks te verklaren door de aanwezige sterk zandige leemlaag op ca. 1,95 m-mv. Door het aanhouden van het huidige vloerpeil (10,3 m +NAP) is bij de nieuwbouw geen grondwateroverlast te verwachten en wordt voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden zodat hemelwater kan afstromen van het pand weg naar de toekomstige hemelwatervoorziening of het omliggend groen.

Bij het planvoornemen is men voornemens noordoostelijk binnen het plangebied en centraal tussen de gebouwen wadi’s te realiseren. Als de wadi’s worden gedimensioneerd zoals het planvoornemen, en aangelegd met een diepte van 0,5 meter, hebben deze gezamenlijk een bergend vermogen van ca. 169 m3. Dit is ruim voldoende om de benodigde berging van 123,9 m3 te kunnen bergen. Door de ligging in het stedelijk gebied dient bij de nadere planuitwerking rekening gehouden te worden met een bij voorkeur bovengrondse oppervlakkige noodoverlaat van water zodat bij boven normatieve neerslag hemelwater naar het omliggend groen of openbaar gebied afstroomt en centraal geen overlast veroorzaakt. Bij het definitieve bouwplan dienen de uiteindelijke afval- en hemelwaterstelsels gedetailleerd conform het geldende beleid uitgewerkt en opgenomen te worden. Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de hemelwatervoorziening van 60 mm voor het nieuw verhard oppervlak en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten zoals het bouwpeil wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

67

Voor het planvoornemen is een plankaart opgesteld, in de plankaart zijn de te realiseren waterbergingen opgenomen. Zie figuur 11, tevens bijgevoegd als bijlage 12. Op de plankaart is te zien dat het planvoornemen 137 m3 aan waterberging realiseert, hiermee wordt voldaan aan de vereiste 131 m 3. Daarbij zullen de parkeerplaatsen die worden gerealiseerd worden uitgevoerd in grasbeton tegels (totaal 388 m 2).

Figuur 11: Plankaart voorstaand planinitiatief

4.14.3

Conclusie

Voorgenomen planinitiatief zal moeten voorzien in een waterberging van 131 m 2. Dit zal worden gerealiseerd middels een wadi centraal gelegen tussen de bebouwingsblokken (27 m3) en een wadi aan de noordoost zijde van het plangebied van 110m 3. Gezamenlijk wordt er voorzien in 137 m 3, er wordt meer waterberging gerealiseerd dan aan de hand van de berekeningen benodigd is. Tevens zal de parkeerplaats worden uitgevoerd in grasbeton tegels om infiltratie te waarborgen. Door de ligging in het stedelijk gebied dient bij de nadere planuitwerking rekening gehouden te worden met een (bovengrondse) noodoverloop zodat centraal geen wateroverlast ontstaat. Het aspect water vormt geen belemmeringen voor voorstaande ontwikkeling.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

68

5

Juridische planopzet

5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functieen bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2

Plansystematiek

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): 

bestemmingsomschrijving;

bouwregels;

nadere eisen;

afwijken van de bouwregels;

specifieke gebruiksregels;

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

69

afwijken van de gebruiksregels;

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;

wijzigingsbevoegdheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=629ce7d8-0b6f-4139-9b8d-c1c8311039ad