CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 -BP Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde (toelichting en regels)

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23'34.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan o.a. uit de volgende onderdelen: 

anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

algemene bouwregels: hier zijn regels ten aanzien van overschrijdingen van bouwgrenzen opgenomen. Ook is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Tot slot bevat dit artikel een parkeerregeling.

algemene gebruiksregels: in dit artikel is beschreven welke vormen van gebruik in ieder geval worden aangemerkt als strijdig gebruik.

algemene afwijkingsregels: dit artikel bevat een aantal algemene bevoegdheden om af te wijken van de regels uit het plan, onder nader gestelde voorwaarden. Het gaat hierbij om relatief kleinschalige afwijkingen.

algemene wijzigingsregels: met toepassing van dit artikel kan door middel van een wijzigingsplan worden voorziening in overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen.

Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.

5.3

Bestemmingen

In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Groen De bestemming ‘Groen’ is opgenomen tussen en rondom de beoogde woonpercelen. Deze gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, bermen, gazons, beplanting, paden, speelvoorzieningen en water. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, alsmede nutsvoorzieningen.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

70

Tuin De semi-openbare binnentuin heeft de bestemming ‘Tuin’ gekregen. Binnen deze bestemming zijn onder meer (moes)tuinen, groen- en speelvoorzieningen (zoals een jeu de boulesbaan), water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Na toepassing van de opgenomen afwijkingsbevoegdheid in deze bestemming, mag een kleinschalig gebouw voor onderhoud/stalling worden gebouwd. Verkeer – Verblijfsgebied Deze bestemming is opgenomen rondom de beoogde parkeervoorziening en aan de noordoostelijke rand van het plangebied. Deze gronden zijn bestemd voor woonstraten, paden, parkeervoorzieningen, groen, water, e.d. Ook binnen deze bestemming zijn alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Wonen De toekomstige woonpercelen zijn bestemd als ‘Wonen’. Binnen deze bestemming mogen de gronden worden gebruikt voor wonen (conform de definitie van ‘woning’), eventueel in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis. Verder zijn erven toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘erf’. Dit betreffen de achtererven van de beoogde woonpercelen. Ook zijn bijbehorende functies/voorzieningen toegestaan, zoals groen, parkeren en speelvoorzieningen. In totaal zijn maximaal 18 woningen toegestaan. Door middel van bouwvlakken is op de verbeelding aangegeven waar hoofdgebouwen mogen worden gebouwd.

De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte zijn aangegeven op de verbeelding en het maximum aantal woningen binnen de bestemming is in de bouwregels bepaald. In de bouwvlakken en ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. De bouwregels bevatten daarvoor vereisten qua maximale hoogten, oppervlakte, e.d. Tot slot zijn binnen de bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Aan het realiseren van de bestemming is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld, die inhoudt dat voldoende waterberging moet zijn gerealiseerd voordat de woonpercelen in gebruik worden genomen. Tevens is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen over de te realiseren woontypologieën.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

71

6

Uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk zoals is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Vaststellingsprocedure. 6.2.1

Omgevingsdialoog

Bewoners zijn middels een brief op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen rondom het P&P terrein. Middels deze brief zijn de bewoners op de hoogte gebracht van het te realiseren woonprogramma met enkele impressies van het stedenbouwkundig plan (10 juli 2023) en gevraagd deel te nemen aan het omgevingsdialoog. Het omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden op woensdag 19 juli 2023, 20:00 op de Kapelstraat 25. Op de bijeenkomst heeft de Architect een plenaire presentatie gegeven van het planvoornemen. Hierbij is bij de introductie erop gewezen dat er in de uitnodiging om een plan met 16 woningen gaat, maar dat dit 18 woningen moeten zijn. Zo is het mogelijk dat in de loop van de tijd totdat er gebouwd wordt er nog onderdelen zijn die kunnen wijzigen ten opzichte van wat is gepresenteerd. Na de introductie is het plan gepresenteerd, waarna twee groepen aan tafel zijn gevormd waar verder is gepraat over het plan aan de hand van de situatie tekeningen. Diverse vragen zijn gesteld, tevens zijn de aanwezigen gevraagd een naam en email adres te noteren mochten zei veder willen worden geïnformeerd of als zei schriftelijk nog opmerkingen willen maken op het plan. Deze opmerkingen zijn verzameld en anoniem opgenomen in het verslag van het omgevingsdialoog, deze is opgenomen in bijlage 13.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

72

6.2.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. 6.2.3

Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden wordt er geen inspraakprocedure gehouden vooruitlopend op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 6.2.4

Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken, d.d. 28 december 2023 tot d.d. 7 februari 2024, ter inzage gelegen voor zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Wel zijn er ambtshalve enkele aanpassingen aan het bestemmingsplan doorgevoerd in verband met een nadere uitwerking van het bouw- en terreinontwerp. Het betreft onder meer de toevoeging van uitpandige bergingen nabij het parkeerterrein, een gedeeltelijk gewijzigde situering van het parkeerterrein en een wijziging van de bouwregels voor erf- en terreinafscheidingen bij de blokken met seniorenwoningen. Daarnaast is de paragraaf parkeren aangevuld met een parkeerdrukmeting. Het bestemmingsplan wordt vervolgens met inachtneming van deze wijzigingen vastgesteld door de gemeenteraad.

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

73

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Beplantingsplan Bijlage 2: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r. Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 7: Stikstofberekening Bijlage 8: Quicksan Externe Veiligheid Bijlage 9: Geurhinder veehouderij Bijlage 10: Volksgezondheid Bijlage 11: Watertoets en infiltratieonderzoek Bijlage 12: Verhardingsplan Bijlage 14: Parkeerdrukmeting

Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde

74

REGELS

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3

Groen

13

Artikel 4

Tuin

14

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

15

Artikel 6

Wonen

16

Artikel 7

Waarde - Archeologie

22

Hoofdstuk 3

Algemene regels

24

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

24

Artikel 9

Algemene bouw regels

25

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

27

Artikel 11

Algemene afw ijkingsregels

28

Artikel 12

Algemene w ijzigingsregels

30

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

31

Artikel 13

Overgangsrecht

31

Artikel 14

Slotregel

32

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 3 van 32

Datum:03-10-2024

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 4 van 32

Datum:03-10-2024

Regels

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 5 van 32

Datum:03-10-2024

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23 met identificatienummer NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.7 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.8 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.9 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.10 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen

van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.11 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 6 van 32

Datum:03-10-2024

worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c.

vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d. uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.15 bijzondere woonvorm a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm.

1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 7 van 32

Datum:03-10-2024

1.18 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.19 bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 carport een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door palen of kolommen, dat maximaal aan twee

zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan, tenzij in de bouwregels uitdrukkelijk is bepaald dat het een open constructie moet zijn. 1.24 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.26 erker een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte van een woning aan een gevel; 1.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 8 van 32

Datum:03-10-2024

1.28 geluidgevoelig object een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.29 geluidgevoelige ruimte een geluidgevoelige ruimte als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.30 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst. De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.31 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats.

Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'; 1.33 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b. ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil; 1.34 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.35 open constructie een bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden; 1.36 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.37 peil a. voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; b. voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 9 van 32

Datum:03-10-2024

c. in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; d. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.38 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.39 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.40 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.41 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, glasbakken, kledingcontainers, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.43 verdieping de bouwlagen van een gebouw, gelegen boven de begane grondlaag; 1.44 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.45 voorgevellijn een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.46 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 10 van 32

Datum:03-10-2024

1.47 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.48 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.49 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan; 1.50 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 11 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand van de loodrechte horizontale projecties van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 12 van 32

Datum:03-10-2024

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. gazons, bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut; f. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: g. verhardingen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen; c. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m¹. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m¹; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m¹; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m¹. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de sociale veiligheid; en c. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 13 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groenvoorzieningen; c. gazons, bermen en beplanting; d. paden; e. speelvoorzieningen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: h. verhardingen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m¹; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, gesitueerd binnen maximaal 2 m¹ van de bestemmingsgrens mag niet meer bedragen dan 2 m¹; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld onder b., mag niet meer bedragen dan 1 m¹; d. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m¹. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Gebouw Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.1 voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het onderhoud van de tuin c.q. het groen en/of het stallen van fietsen e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m2 bedragen; b. de hoogte mag niet meer dan 3 m1 bedragen; c. de afwijking is ruimtelijk-stedenbouwkundig aanvaardbaar; d. de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 14 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; b. paden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. waterlopen en waterpartijen; g. speelvoorzieningen; h. evenementen; i. voorzieningen van algemeen nut. 5.2 Bouwregels Op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende bepalingen: 1. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen; 2. de hoogte mag niet meer dan 3,5 m1 bedragen; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn tevens bijgebouwen ten dienste van de bestemming 'Wonen' toegestaan, waarvoor de volgende bepalingen gelden: 1. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer dan 50 m² bedragen; 2. de hoogte mag niet meer dan 3,5 m1 bedragen. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen, kunstobjecten, bewegwijzering, bouwwerken voor de verkeersregulering en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m1; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m1; c.

de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m1. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de situering van het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 15 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de defintie 'woning'; b. het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis; met de daarbij behorende: c. ter plaatse van de aanduiding 'erf', erven; d. groen- en speelvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut; f. parkeervoorzieningen; g. waterlopen en waterpartijen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening', tevens voor geluidwerende voorzieningen; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - doorgang' een verbinding ten behoeve van de toegankelijkheid van de achterliggende bestemmingen voor langzaam verkeer; k. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van (sier)tuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Aanduiding 'bouwvlak'

a Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. binnen de bestemming zijn maximaal 18 woningen toegestaan; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn gestapelde woningen toegestaan; d. de voorgevels van hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd in of achter de voorste bouwvlakgrens. Indien bij een hoekperceel twee bouwgrenzen naar het openbaar gebied zijn gekeerd, dan dient de voorgevel te worden gebouwd in de bouwvlakgrens, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen percelen heeft; e. de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten. b Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen: a. de bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de afstand tot aan de weg waaraan het hoofdgebouw is gelegen, aan de zijde waar een oprit voor een auto is gelegen, minimaal 5 m¹ bedraagt; daar waar géén oprit is gelegen dient de minimale afstand van het bijbehorend bouwwerk tot de voorste perceelsgrens 3 m¹ te bedragen; b.

de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 16 van 32

Datum:03-10-2024

goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; c. de maximale bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk dient minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen. c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag voor de voorste bouwvlakgrens maximaal 1 m¹ bedragen en achter de voorste bouwvlakgrens maximaal 2 m¹ bedragen, met uitzondering van: 1. pergola's, waarvan de hoogte maximaal 2,5 m¹ mag bedragen; 2. overkappingen, waarvan de hoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen; 3. vlaggenmasten e.d., waarvan de hoogte maximaal 5 m¹ mag bedragen; 4. geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geluidwerende voorziening', waarvan de hoogte maximaal 3 m¹ mag bedragen; 5.

erf- en terreinafscheidingen, voor zover grenzend aan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1', waarvan de hoogte maximaal: 3,30 m¹ mag bedragen tot maximaal 1 m¹ vanaf de gevel van het hoofdgebouw; 2 m¹ mag bedragen tot maximaal 2 m¹ vanaf de gevel van het hoofdgebouwl voor het overige maximaal 1,2 m¹ mag bedragen; met dien verstande dat de erf-/terreinafscheiding een open constructie dient te hebben, voor zover de hoogte meer dan 1,8 m¹ bedraagt. b. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat bij een hoekperceel een erf- en terreinafscheiding met een maximale hoogte van 2 m¹ mag worden gebouwd aan de zijde waar de zijgevel van het hoofdgebouw naar de weg of het openbaar gebied is gekeerd, mits de afstand uit de voorste bouwvlakgrens van het hoofdgebouw minimaal 3 m¹ bedraagt. 6.2.2

Aanduiding 'erf'

a Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'erf' mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de afstand tot aan de weg waaraan het hoofdgebouw is gelegen, aan de zijde waar een oprit voor een auto is gelegen, minimaal 5 m¹ bedraagt; 2. daar waar géén oprit is gelegen de minimale afstand van het bijbehorend bouwwerk tot de denkbeeldig doorgetrokken voorste bouwvlakgrens 3 m¹ dient te bedragen; b. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bouwperceel binnen de aanduiding 'erf' bedraagt: oppervlakte aanduiding 'erf' maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken binnen aanduiding 'erf' < 300 m² 40 m² 300 - 600 m² 70 m² > 600 m² 100 m² met dien verstande dat de oppervlakte van erkers, entrees en maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de aanduiding 'erf' wordt meegenomen; c. in aanvulling op het bepaalde in sub b geldt dat minimaal 20 m² ter plaatse van de aanduiding 'erf' niet bebouwd mag worden;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 17 van 32

Datum:03-10-2024

d. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; e. de maximale bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk dient minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; f. in het geval het hoofdgebouw is uitgevoerd met een plat dak, mag het bijbehorend bouwwerk alleen met een plat dak worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 3,5 m¹ dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. Ondergeschikte delen voor lichttoetreding mogen deze maat overschrijden, mits de 45° daklijn niet wordt overschreden. b Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de denkbeeldig doorgetrokken voorste bouwvlakgrens maximaal 1 m¹ bedragen en achter de denkbeeldig doorgetrokken voorste bouwvlakgrens maximaal 2 m¹ bedragen, met uitzondering van: 1. pergola's, waarvan de hoogte maximaal 2,5 m¹ mag bedragen; 2. overkappingen, waarvan de hoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen; 3. vlaggenmasten e.d., waarvan de hoogte maximaal 5 m¹ mag bedragen; 4.

erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van het aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - 1', waarvan de hoogte maximaal: 3,30 m¹ mag bedragen tot maximaal 1 m¹ vanaf de gevel van het hoofdgebouw; 2 m¹ mag bedragen tot maximaal 2 m¹ vanaf de gevel van het hoofdgebouwl voor het overige maximaal 1,2 m¹ mag bedragen; met dien verstande dat de erf-/terreinafscheiding een open constructie dient te hebben, voor zover de hoogte meer dan 1,8 m¹ bedraagt. b. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat bij een hoekperceel een erf- en terreinafscheiding met een maximale hoogte van 2 m¹ mag worden gebouwd aan de zijde waar de zijgevel van het hoofdgebouw naar de weg of het openbaar gebied is gekeerd, mits de afstand uit de voorste bouwvlakgrens van het hoofdgebouw minimaal 3 m¹ bedraagt. 6.2.3 Overige gronden Op de gronden buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 1 m1 mag bedragen. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het plaatsen, het doen of laten plaatsen van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel, kampeerwagens (waaronder caravans), kampeerauto's en kampeertenten, behoudens het plaatsen van caravans, kampeerauto's en kampeertenten op de gronden achter de voorgevellijn, indien per woning niet meer dan één caravan, kampeerauto en/of tent wordt geplaatst; b. zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken. 6.3.2 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 18 van 32

Datum:03-10-2024

a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; d. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j.

het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan. 6.3.3 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorzieningen a. Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 6.1 sub a, dient voor zover het betreft bouwpercelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening', een geluidwerende voorziening ter plaatse van de bedoelde aanduiding te zijn gerealiseerd met een bouwhoogte van minimaal 2,40 m1; b. De onder a. bedoelde geluidwerende voorziening dient na realisatie in stand te worden gehouden. 6.3.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 6.1 sub a, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: 1.

er dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en de gemeente en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; 2. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden; 3. de compensatie bedraagt ten minste de conform de Verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Meierijstad vereiste omvang. b. Ongeacht het bepaalde onder a., dient bij het toevoegen of vervangen van verhard oppervlak te allen tijden te worden voldaan aan de Verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Meierijstad. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 19 van 32

Datum:03-10-2024

6.3.5 Categorieën woningbouw Van het maximaal te realiseren aantal woningen binnen deze bestemming dient: a. ten minste 25% van het aantal woningen, als sociale huurwoning zoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan, te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden; b. ten minste 10% van het totaal aantal woningen als sociale koopwoning zoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan, te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden; c. ten minste 35% van het totaal aantal woningen als middeldure huur- of sociale middeldure koopwoningzoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan, te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden. 6.4

Afwijken van de gebruiksregels

6.4.1 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 6.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; c. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn. d. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; e. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; h. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; i. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; j. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; k. er dient voldoende parkeren ten behoeve van de Bed & Breakfast op eigen terrein gerealiseerd te worden.

6.4.2 Afwijken categorieën woningbouw Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.5 ten behoeve van het bouwen van andere percentages, mits dit naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in het alsdan geldende woningbouwprogramma van de gemeente en de daaruit voortvloeiende woningbouwbehoefte past en waarbij sprake is van: a. een doelmatige verkaveling in relatie tot het beoogde totale kwalitatieve woningbouwprogramma; en/of b. een maatschappelijke behoefte; en/of

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 20 van 32

Datum:03-10-2024

c. de faseerbaarheid van de ontwikkeling van de woongebieden; en/of d. gewijzigd vastgesteld beleid aangaande de kwalitatieve woningbouwprogrammering.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 21 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 7

Waarde - Archeologie

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. 7.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; c. bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 meter ten opzichte van het maaiveld. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 7.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voorzover: a. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; b. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; e. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; f. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; g. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; i. het aanbrengen van verhardingen. 7.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 22 van 32

Datum:03-10-2024

b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het aanbrengen van verhardingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m². 7.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de aanwezig archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 23 van 32

Datum:03-10-2024

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 24 van 32

Datum:03-10-2024

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

9.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden zijnde, gelden behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. voor delen van bouwwerken behorende bij ondergrondse bouwwerken gesitueerd boven peil gelden de bebouwingsregels als opgenomen bij de bestemmingen in hoofdstuk 2; b. de maximale ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt 3 meter onder peil; c. bij het berekenen van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 9.2 Ondergeschikte bouwdelen a. Bouw- en bestemmingsgrenzen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen tot maximaal 1 meter alsmede door aanpandige pergola's, liftkokers, trappenhuizen en galerijen. b. De goothoogte van gebouwen mag worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, als goten van dakkapellen en goten van dakconstructies binnen de toegestane bouwgrenzen (denkbeeldige dakvlakken) niet meegerekend. 9.3

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

9.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.3.1 en 9.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 9.4 Parkeernormen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend, indien voldoende

NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01

Pagina: 25 van 32

Datum:03-10-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=629ce7d8-0b6f-4139-9b8d-c1c8311039ad