Bijlage 1 -BP Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde (toelichting en regels)
Tekst van het document
Er kan ook sprake zijn van een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Dit kan het geval zijn als gevolg van toename van stikstof op stikstofgevoelige natuurgebieden. 4.1.2
Toetsing
Het realiseren van drie bouwblokken om te voorzien in 18 woningen valt niet onder categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Het kan echter zijn dat de ontwikkeling wel kan worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit hangt af of er sprake is van een (wijziging van een) ste-
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
26
delijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijk ontwikkeling een rol spelen. De concrete omstandigheden in dit geval is het oprichten van 18 woningen verdeeld over drie bouwblokken, op een locatie waar in de huidige situatie een school is gesitueerd en de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ draagt. Het feitelijke gebruik van de gronden wijzigt en zal plaats maken voor de bestemming ‘Wonen’. Derhalve is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in Bijlage 2. 4.1.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Geconcludeerd kan worden dat voor de ontwikkeling aan de Valkenbergstraat te Eerde geen milieueffectrapportage wordt vereist.
4.2
Archeologie
4.2.1
Toetsingskader
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in naar verwachting per 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd.
In de toelichting van het bestemmingsplan dient op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, vijfde lid, onder deel a Bro) een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De hoofddoelen van het provinciaal beleid zijn:
Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed in situ door gebiedsbescherming
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
27
Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed ex situ als behoud in situ onmogelijk blijkt
Vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor archeologie Brabant.
De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. 4.2.2
Toetsing
Aan de hand van het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Eerde’, beschikt de voorgenomen planlocatie over de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De voor '-Archeologische waarde' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. In het geval van bodem verstorende bouwwerkzaamheden groter dan 100 m 2 en dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen waardoor archeologisch onderzoek vereist is. Er is door ADC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Meierijstad. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen als bijlage 3 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies vermeld. Het bureauonderzoek geeft geen aanwijzingen voor diepe verstoringen. Daarom wordt naar oordeel van Erfgoed ’s-Hertogenbosch een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek als een minder zinvolle tussenstap beschouwd. De kans dat de bodemopbouw dermate verstoord is dat van verder onderzoek kan worden afgezien, wordt klein geacht. Daarom is geadviseerd om in lijn met het gemeentelijk archeologiebeleid een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren.
Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de aanwezigheid van archeologische resten alsook de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Uit oogpunt van efficientie wordt aanbevolen het proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de bebouwing uit te voeren. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Vooralsnog zal daarom de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd blijven. 4.2.3
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ blijft gehandhaafd en na bovengrondse sloop van de bebouwing zal een archeologisch onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd.
4.3
Akoestiek wegverkeerslawaai
4.3.1
Toetsingskader
In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van: wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. 4.3.2
Toetsing
Het voorgenomen planinitiatief voorziet in de realisatie van 18 nieuwe woningen. Woningen zijn volgens de Wet Geluidhinder geluidsgevoelige objecten. In het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen aan de
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
28
Valkenbergstraat is een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies vermeld. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB (artikel 82 lid 1 Wgh). Mocht niet aan deze grenswaarde kunnen worden voldaan, dan kan eventueel ontheffing worden verkregen voor een hogere waarde (artikel 83 Wgh). Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom. De hoogst toelaatbare geluidbelasting bedraagt dan 63 dB. De geluidbelastingen door de gezoneerde wegen zijn apart berekend. Daarnaast is de cumulatieve geluidbelasting door alle wegen in de omgeving berekend (exclusief aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder). Toetsing voor de N622 De geluidbelasting bedraagt op zijn hoogst 60 dB ter plaatse de noordoostgevels van de starterswoningen op de 1e en 2e verdieping. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Een hogere-waardeprocedure voor de realisatie is nodig. Toetsing Grootdonkweg De geluidbelasting kan worden beschouwd als verwaarloosbaar. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden. Een hogere-waardeprocedure voor de realisatie is niet nodig.
Toetsing Horstjens De geluidbelasting bedraagt op zijn hoogst 30 dB ter plaatse de noordoostgevels van de starterswoningen op de 1e en 2e verdieping. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden. Een hogerewaard procedure voor de realisatie is niet nodig. Een hogere waarde is nodig omdat niet alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Het invoeren van de schuttingmuren met een minimale hoogte van 2,4 meter zal nodig zijn voor het verlenen van een hogere-waarde. De architect heeft hier bij het ontwerp al rekening mee gehouden, met muren van 3 meter hoog in het ontwerp. Een maximale hoogte van 3 meter is toegestaan in het bestemmingsplan, waarbij een minimale hoogte van 2,4 meter in een voorwaardelijke verplichting is geborgd. 4.3.3
Conclusie
Gezien de voorkeursgrenswaarde van 58 dB wordt overschreden is een minimale schuttingsmuur van 2,4 meter benodigd voor het verlenen van een hogere toelaatbare geluidsbelasting. In het architectonisch ontwerp is hier rekening mee gehouden en zijn er muren ingetekend van 3 meter hoog. Dit is geborgd in de verbeelding van het bestemmingsplan. Het aspect akoestiek wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
4.4.1
Toetsingskader
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
29
woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype Er zijn twee omgevingstypes, namelijk een rustige woonwijk en gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure is een rustige woonwijk, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied, als een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstypen gemengd gebied. In de VNG-brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. 4.4.2
Toetsing
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies(zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Onderzocht is of er ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd, en of omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen worden geschaad. Het plangebied is gelegen binnen een woonwijk, het gebied kan worden beschouwd als een ‘rustig woongebied’ en zal aan de bijbehorende richtafstanden worden getoetst. In de nabije omgeving is voornamelijk de functie ‘wonen’ aanwezig in combinatie met een aantal ‘maatschappelijke’ functies en de functies ‘gemengd’, ‘horeca’, ‘bedrijf’ en ‘kantoor’. Echter is de dominerende functie ‘wonen’ en is het gebied niet aan te merken als een gemengd gebied. Maatschappelijke functies Nabij het plangebied is een groot perceel gelegen met de functie gemengd (conform vigerend bestemminsplan ‘Dorpshart Eerde’, vastgesteld op 16 december 2021). Deze is gelegen op circa 35 meter ten zuidwesten van het plangebied. De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
maatschappelijke voorzieningen;
b.
wonen in woningen met een beroep of bedrijf aan huis, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding en de woningen uitsluitend binnen de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mogen worden gerealiseerd;
2
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
30
c.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen': uitsluitend voor woningen en bijbehorende voorzieningen;
Op dit perceel is de ‘H Antonius Abt Kerk’ gelegen, dit betreft de adressen Esdonkstraat 2A t/m 8E. In de VNG-richtafstanden lijst behoren ‘kerkgebouwen e.d.’ tot de milieucategorie 2. Voor deze milieucategorie geldt een richtafstand van 30 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt aan voldaan. De gronden behorende bij de ‘H Antonius Abt Kerk’ kennen naast de bestemming ‘gemengd’ ook de bestemming ‘groen’. De op de plankaart voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. gazons, bermen en beplanting; c.
paden;
d. speelvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut en energievoorzieningen; f.
een begraafplaats, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - begraafplaats';
g. evenementen; h. waterlopen en waterpartijen; i.
een kiosk, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - kiosk';
j.
een (fietsen)berging ten dienste van de in lid 3.1 onder b genoemde doeleinden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - fietsenberging';
k.
een berging ten dienste van de in lid 3.1 onder a genoemde doeleinden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - berging';
Binnen de bestemming ‘groen’, is behorend bij de ‘H Antonius Abt Kerk’ een begraafplaats gelegen. Deze begraafplaats is aangeduid middels de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – begraafplaats’. In de VNG-richtafstanden lijst beschikken ‘begraafplaatsen’ over de milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter binnen een gebied gekenmerkt als ‘rustige woonwijk’. De begraafplaats is gelegen op ca. 20 meter van het plangebied, er wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. Naast het voorgenomen plangebied een perceel gelegen die tevens beschikt over de functie ‘maatschappelijk’. Dit betreft adres Helterenbergstraat 2. De op de plankaart voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
Maatschappelijke voorzieningen;
b.
Een begraafplaats, ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’;
c.
Een sporthal en sportterrein, ter plaatse van de aanduiding ‘sport’.
Het perceel beschikt niet over een van de opgenomen aanduidingen onder de enkelbestemming ‘maatschappelijk’. Echter zijn wel andere maatschappelijke voorzieningen toegestaan op het perceel. In de regels opgenomen begrippenlijst van het vigerend bestemmingsplan zijn de volgende maatschappelijke voorzieningen toegestaan; “educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen”. Deze functies beschikken ten hoogste over de milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter in een gebied aangeduid als ‘rustige woonwijk’. Voorgenomen ontwikkeling is met de dichts gelegen gevel gesitueerd op een afstand van 27 meter van de bestemming. Er wordt niet voldaan aan de gestelde richtafstand. Echter ligt tussen het voorstaand planinitiatief en het perceel met de enkelbestemming ‘maatschappelijk’ in de huidige situatie al bestaande woningen. Dit betreft de woningen aan de Valkenbergstraat 21, 21A en 21B, de woningen zijn daarmee maatgevend.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
31
Horeca Ten zuiden van de planlocatie is op circa 160 meter een snackbar gesitueerd, aan de Kapelstraat 25. In de VNG-richtafstanden lijst wordt dit geschaard onder de milieucategorie 1. Voor deze milieucategorie geldt een richtafstand van 10 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Tevens is ten zuidwesten van de planlocatie op circa 160 meter een café gesitueerd. Dit betreft het café ’t Hooghuys’, gelegen aan de Kapelstraat 46. Aan de hand van het vigerend bestemmingsplan is op deze locatie ‘horeca-categorie 3’ toegestaan. Dit kan worden gekenmerkt als VNG bedrijfstype ‘Discotheken, muziekcafés’. Voor dit bedrijfstype geldt een milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter voor een gebied gekenmerkt als ‘rustige woonwijk’. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Bedrijven Ten westen van de planlocatie op circa 130 meter is een perceel gesitueerd met de enkelbestemming ‘bedrijf’, behorend bij de adressen Kapelstraat 49 en de Bernard van Damstraat 29.Aan de hand van het bestemmingsplan zijn op deze gronden alleen bedrijven toegestaan die opgenomen zijn in de bijbehorende Lijst van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2. Voor de categorie 1 geldt een richtafstand van 10 meter, voor de categorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan.
Ten (noord)oosten van de planlocatie (overzijde van de Eerdesebaan) zijn diverse bedrijven gesitueerd. Het dichts gelegen perceel met de functie ‘Bedrijf’ is gelegen op circa 50 meter afstand van de planlocatie (Den Dubbelen 3). Dit perceel beschikt over de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw’, aan de hand van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Den Dubbelen 3’. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelgebouw': niet-agrarische bedrijven uit de milieucategorieën 1 en 2, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1, met uitzondering van detailhandel;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelgebouw': tevens niet-agrarische bedrijven uit de milieucategorie 3.1 met een vloeroppervlak van maximaal 500 m², zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 2;
c.
bij een niet-agrarisch bedrijf zoals bedoeld onder a. behorende productie gebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen;
aan de hand van de bestemmingsplanregels is de hoogst toelaatbare milieucategorie 3.1. Voor de milieucategorie 3.1 geldt een richtafstand van 50 meter voor een ‘rustige woonwijk’. De woningen worden gesitueerd op circa 60 meter van de bestemming. Er wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. Ten (noord)oosten van de planlocatie op circa 130 meter afstand is een perceel gelegen met de functie ‘bedrijf’. Dit perceel beschikt over de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 8’. De voor ‘bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf, met dien verstande dat, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 5’ uitsluitend een ambachtelijk bedrijf is toegestaan. Aan de hand van de begrippenlijst opgenomen in de regels betreft een ambachtelijk bedrijf “een bedrijf waarbij het accent ligt op het in handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren van goederen, die verband houden met het ambacht als niet zelfstandig onderdeel van de onderneming”. In de huidige situatie is op deze locatie een Meubelwinkel gesitueerd, waar op locatie meubels worden gemaakt. Uitgaande van de huidig aanwezige functie, kan dit worden geschaard onder ‘Meubelfabrieken’ en/of ‘timmerwerkfabrieken’, voor beide geldt een milieucategorie 3.2.
Voor de milieucategorie 3.2 geldt een richtafstand van 100 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt aan voldaan.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
32
Ten oosten van de planlocatie op circa 135 meter is tevens een perceel gelegen met de functie ‘bedrijf’. Dit perceel beschikt over de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 4’. De voor ‘bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf, met dien verstande dat, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 4’ uitsluitend een auto/motorreparatie-, service- en handelsbedrijf is toegestaan. In de VNG-richtafstanden lijst is de milieucategorie voor ‘handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’, milieucategorie 2. Voor de milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt aan voldaan. Op circa 155 meter van de planlocatie is een ‘agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’ gelegen, deze is gesitueerd op het adres De Horstjens 5. Dit perceel beschikt over de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 13’. De voor ‘bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf, met dien verstande dat, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 13’ uitsluitend een veehandelsbedrijf is toegestaan. Dit is te scharen onder ‘fokken en houden van rundvee’ in de VNGrichtafstanden lijst en beschikt over de milieucategorie 3.2. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor een ‘rustige woonwijk’.
Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Kantoor Ten zuidwesten op circa 190 meter van de planlocatie is een perceel gelegen met de enkelbestemming ‘kantoor’, aan de Kapelstraat 19. De op de plankaart voor Kantoor aangewezen gronden zijn overeenkomstig de aanduiding op de plankaart bestemd voor enkel kantoren en de daarbij behorende parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut en waterhuishoudkundige voorzieningen. Kantoren zijn in de VNG-richtafstanden lijst te scharen onder ‘overige zakelijke dienstverlening: kantoren’. Deze bedrijfsfunctie beschikt over de milieucategorie 1, waar een richtafstand geldt van 10 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Gemengd Ten zuidwesten van de planlocatie op circa 180 meter is de zaak ‘Haarmode Kasmira’ gesitueerd, dit betreft een schoonheidsspecialisten zaak gesitueerd aan een woning, gelegen aan de Kapelstraat 44.Dit kan worden geschaard onder ‘kappersbedrijven en schoonheidsinstituten’ in de VNG-richtafstanden lijst. Dit soort dienstverlening is gecategoriseerd onder de milieucategorie 1, hier geldt een richtafstand van 10 meter voor een ‘rustige woonwijk’. Hier wordt ruim aan voldaan. Veehouderijen In Zuidoost-Brabant zijn veel intensieve veehouderijen gelegen. In onderstaande tabel zijn de veehouderijen weergegeven gesitueerd in de nabije omgeving van het plangebied.
De veehouderijen zijn getoetst middels de milieucategorie opgenomen in de VNG publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ en de daarbij behorende richtafstanden. Geconcludeerd kan worden dat het plangebied ruim buiten de gestelde richtafstanden is gelegen. De veehouderijen vormen geen belemmeringen voor het voorgenomen planinitiatief, tevens worden de veehouderijen niet belemmerd in hun bedrijfsvoering door de voorgenomen ontwikkeling.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
33
Tabel 4: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied.
Adres
Soort veehouderij
Milieucategorie
Richtafstand
Afstand tot planlocatie
De Kuilen 10, 5466 PN
Paarden
Milieucategorie 3.1
50 meter
Ca. 520 meter
Willibrordushoek 13, 5466 RD
Zeugen
Milieucategorie 4.1
200 meter
Ca. 860 meter
Abenhoefweg 5A, 5466 RN
Melkrundvee
Milieucategorie 3.2
100 meter
Ca. 820 meter
De Horstjens 6, 5466 RK
Melkrundvee
Milieucategorie 3.2
100 meter
Ca. 100 meter
Grootdonkweg 4, 5466 RJ
Vleesvee
Milieucategorie 3.2
100 meter
Ca. 300 meter
4.4.3
Conclusie
Middels de uitgevoerde beoordeling is inzichtelijk gemaakt met welke richtafstanden bij de invulling van het plan rekening moet worden gehouden. De omgeving van het plangebied is getypeerd als rustig woongebied. De aanwezige functies vormen geen belemmering voor het planvoornemen, tevens belemmert het planinitiatief bestaande aanwezige functies niet in hun bedrijfsvoering.
4.5
Bodem
4.5.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieu-hygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. 4.5.2
Toetsing
Er is door ATKB een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de geplande woningbouw. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige kwaliteit van de bodem, dat wil zeggen de kwaliteit van de grond en het grondwater. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste bevindingen vermeld. Uit het onderzoek volgt dat in de bodem, op de plek van de recent gesloopte aanbouw, bijmenging met bakstenen aangetroffen. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Naast baksteenresten zijn geen (bijmenging met) bodemvreemde materialen vastgesteld en is de locatie op basis van historische gegevens niet verdacht voor het voorkomen van asbest. Om aan- of afwezigheid van asbest in grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 altijd noodzakelijk. Hier is vooralsnog geen aanleiding voor. De zandige bovengrond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (bakstenen) is op één boorpunt (A10) licht verontreinigd met PAK. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verontreinigingen vastgesteld. De lichte verontreiniging is waarschijnlijk gerelateerd aan de bodemvreemde bijmenging.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
34
Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel, barium en xylenen. Het verhoogde bariumgehalte betreft een van nature verhoogde achtergrondwaarde. De herkomst van de lichte verontreiniging met nikkel en xylenen is niet bekend. Er is geen PFAS boven de rapportagegrens vastgesteld. In de grond wordt de hergebruiksnorm voor PFAS dan ook niet overschreden. De ligging van de voormalige brandstoftank is niet achterhaald. Zowel bij de gemeente Meierijstad, de omgevingsdienst Brabant Noord en de eigenaar van de school is niet bekend waar de tank heeft gelegen. Tijdens de locatie inspectie zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor de ligging van de tank. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. Mocht bij graafwerkzaamheden de voormalige olietank worden aangetroffen of sporen van olie (olie waterreactie of olie geur) worden waargenomen, wordt een verkennend onderzoek wel noodzakelijk geacht. Op basis van de verkregen resultaten wordt de bodemkwaliteit op de locatie geschikt geacht voor het voorgenomen gebruik, namelijk de voorgenomen woningbouw en de bestemmingsplanwijziging. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan voor vrijkomende grond alleen indicatief een uitspraak worden gedaan over de toepassingsmogelijkheden.
Na sloop van de bebouwing zal een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd worden in het kader van de bouwaanvraag voor de woningen. Dit onderzoek is alleen benodigd voor de bovengrond tot 0,5 m-mv ter plaatse van het te slopen schoolgebouw. 4.5.3
Conclusie
Op basis van het uitgevoerd onderzoek is de bodemkwaliteit op de locatie geschikt geacht voor woningbouw. Na sloop van de bebouwing zal een aanvullend bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd, in het kader van de bouwaanvraag voor de te realiseren woningen. Dit onderzoek is enkel benodigd voor de bovengrond tot 0,5 m-mv ter plaatse van het te slopen schoolgebouw. Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Cultuurhistorie
4.6.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.6.2
Toetsing
Op basis van het vigerend bestemmingsplan rust op de voorgenomen locatie geen cultuurhistorische gebiedsaanduiding. Op de cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het besluitgebied eveneens niet gelegen in een gebied als zijnde een gebied met cultuurhistorisch waardevolle complexen op provinciaal belang.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
35
Het plangebied is wel gelegen binnen de Indicatieve archeologische waarden op Rijksniveau, hier geldt een waarde met hoge trefkans. Dit is geborgd in het bestemmingsplan met de dubbelbestemming ‘Archeologische – waarden’. In de nabijheid van het plangebied zijn geen monumenten, beeldbepalende banden, waardevolle geografische lijnen en historische stedenbouw aanwezig. De ontwikkeling doet dan ook geen afbreuk aan een van deze gestelde cultuurhistorische waarden en/of elementen.
Figuur 2: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Brabant (Bron: provincie Noord-Brabant)
4.6.3
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Ecologie
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van de woningen aan de Valkenbergstraat, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen opgenomen, de volledige rapportage is opgenomen in bijlage 6. 4.7.1
Toetsing wettelijke gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
36
Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse vennen”, bevindt zich op circa 15 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van nieuwe woning en sloop van bestaande gebouwen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
De notitie stikstofberekening is opgenomen als bijlage 7 bij deze plantoelichting, inclusief de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase. 4.7.2
Toetsing gebiedsbescherming provinciaal beleid
instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 400 meter ten zuid - westen van het plangebied.
Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.7.3
Toetsing Houtopstanden en Soortenbescherming
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
37
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming) Doorwerking plangebied Houtopstanden De aanwezige begroeiing zal niet worden aangetast door het plan, daardoor is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Vogels Het schoolgebouw heeft een plat dak met bitumen bedekking, tevens sluit de dakrand goed aan op de dakrandbetimmering, het ontbreekt dan ook aan geschikte in vliegopeningen voor huismus en gierzwaluw. Daarnaast zijn er in de gevels tevens geen geschikte vliegopeningen voor deze soorten. Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd.
Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Het schoolgebouw heeft een plat dak met bitumen bedekking. De dakrand betreft een aluminium daktrim, welke goed aansluit op de bakrandbetimmering. Ook bij de dakrandbetimmering zijn geen kieren naar achterliggende ruimten aanwezig. In de gevels van de bebouwing zijn geen open stootvoegen, kieren of andere openingen aanwezig, welke toegang geven tot ruimten in de gevels of spouw. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende vleermuissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. De bomen binnen het plangebied bevatten geen doorlopende holten, kieren of loshangende stukken schors.
Wel kan de bomenrij ten noorden van het plangebied, parallel met de Eerdsebaan, mogelijk dienen als foerageergebied en/of vliegroutes. Het plangebied bevat geen potentiële rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust of verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel kan de bomenrij ten noorden van het plangebied, parallel met de Eerdsebaan, mogelijk dienen als foerageergebied en/of vliegroute van een of meerdere soorten vleermuizen. Licht gericht of uitstralend hierop dient te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
38
Grondgebonden zoogdieren Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten.
Ook is er geen geschikt voortplantingswater voor voornoemde soorten aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloemvlinder. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vermiljoenkever, vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde soorten kartuizer anjer en ruw parelzaad. Beide soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
39
4.7.4
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op de bomenrij parallel aan de Eerdsebaan te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie;
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Toetsingskader
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 -6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= ‘1’). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.
Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
40
Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Tabel 5: Wanneer groepsrisico verantwoorden?
Bron
Wanneer groepsrisicoverantwoording
Inrichtingen (Bevi)
Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen.
Buisleidingen (Bevb)
Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording dient een toelichting te worden gegeven op artikel 12 lid 1 onder a, b, f en g van het Bevb.
Weg, spoorweg of binnenwater (Bevt)
Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘(art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barro, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz. 4.8.2
Toetsing
Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een QuickScan Externe Veiligheid uitgevoerd door het onderzoeksbureau De Roever. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen opgenomen, voor de volledige rapportage is opgenomen in bijlage 8.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
41
Met behulp van de Atlas leefomgeving en de ev-signaleringskaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Figuur 3 toont een uitsnede van de risicokaart, met de planlocatie aangeduid middels blauwe omlijning. Op het figuur is te zien dat in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn.
Figuur 3: Uitsnede Signaleringskaart EV met projectie Valkenbergstraat 23 te Veghel (rood vlak)
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
42
Rijksweg A50 Op circa 630 meter ten oosten van het plangebied is de A50 gelegen, onderdeel van het basisnet. Over de A50 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het betreft wegvak B81, afrit 11 (Veghel) – afrit 10 (Eerde). Het planvoornemen is gelegen binnen het invloedsgebied van de stof LT2 (880 m) (zie tabel 7). LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen 200 meter van de transportroute, er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario ‘toxisch’. De beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. In samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Noord is een standaard verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch opgesteld. De verantwoording is opgenomen in paragraaf 4.8.3. Tabel 6: Vervoer stoffen over wegdek A50
Stof indicatie
Soort stof
Aantal
Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m)
LF1
Brandbare vloeistof
6437
35
LF2
Brandbare vloeistof
7824
35
LT1
Toxische vloeistof
0
600
LT2
Toxische vloeistof
719
880
GF2
Brandbaar gas
0
65
GF3
Brandbaar gas
0
90
GT3
Toxisch gas
0
1070
Eerdesebaan De te realiseren woningen binnen het plangebied liggen op circa 40 meter afstand van de Eerdesebaan N622. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats, aangezien het plangebied binnen de risicocontouren van deze weg is gelegen is een nadere beschouwing van de externe veiligheid conform artikel 8 van het Bevt noodzakelijk. In de rapportage ‘Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen, gemeente Meierijstad’ is vastgesteld, dat over de Eerdsebaan N622 de volgende hoeveelheden aan transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt:
Stofcategorie GF3: 50 transportbewegingen;
Stofcategorie LF1: 600 transportbewegingen;
Stofcategorie LF2: 600 transportbewegingen.
LF1, LF2 en GF3 vormt een potentieel extern veiligheidsrisico voor de aanwezigen in de omgeving van de weg. Andere stofcategorieën gevaarlijke stoffen worden niet of zeer incidenteel over deze weg vervoerd. In de Nota van toelichting op het Bevt is aangegeven, dat in sommige gevallen de berekening van het PR en het GR achterwege kan blijven. Hiervoor zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld, die de gebruiker een indicatie geven van de hoogte van het PR of GR. Deze vuistregels zijn opgenomen in de bijlagenrapporten van de Handreiking risicoanalyse transport (HART). Met de vuistregels kan ingeschat worden of de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of personendichtheden te klein zijn om tot een overschrijding van grenswaarde of richtwaarde voor het PR dan wel tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde of 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het GR te kunnen leiden.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
43
Benodigd voor de toepassing van de vuistregels zijn gegevens omtrent de bebouwing (dichtheid bevolking en afstand tot aan de weg), het type weg en de stofcategorieën en aantallen transport-bewegingen van gevaarlijke stoffen. De Eerdsebaan N622 heeft ter hoogte van het plangebied eenzijdige bebouwing, bestaande uit voornamelijk woningen. Conform het HART kan deze vorm van bebouwing getypeerd worden als ‘drukke woonwijk’. Een ‘drukke woonwijk’ heeft een personendichtheid van 75 personen per hectare. De minimale afstand van de bebouwing tot aan de weg bedraagt ongeveer 40 meter. De Eerdsebaan N622 betreft ter hoogte van het plangebied een weg buiten de bebouwde kom. Het aantal GF3 transporten is 50 op jaarbasis. Plaatsgebonden risico PR Volgens de vuistregelmethodiek van de HART heeft een weg buiten de bebouwde kom: 1. Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour. 2. Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour. 3. Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar groter is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour als 0.0003*(GF3+0.2*LF2+LT1+LT2+3*LT3+GT4+GT5)<1 De Eerdsebaan N622 heeft maximaal 50 GF3 transporten per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt dan ook geen belemmering voor het plangebied.
Groepsrisico Volgens de vuistregelmethodiek van de HART moet een RBM-II berekening van het groepsrisico uitgevoerd worden wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (vuistregel 1). Hiervan is echter, zoals eerder vermeld, geen sprake. Wanneer het aantal GF3 transporten minder is dan de drempelwaarde uit tabel 1-6 uit de HART, wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het GR niet overschreden (vuistregel 2). In dat geval is een nadere risicoberekening niet benodigd. Uit tabel 1-6 blijkt dat, voor een transportweg op 40 meter afstand, een dichtheid van 70 personen per hectare en 3.610 GF3 vervoerseenheden per jaar nodig zijn om boven 10% van de oriëntatiewaarde van het GR uit te komen. In het gebied rondom de weg is hoofdzakelijk sprake van een woningen met maximaal 70 personen per hectare en 50 GF3 vervoerseenheden per jaar. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico minder dan 0,1 × de oriëntatiewaarde zal bedragen. Conform het Bevt, artikel 8, lid 2 is een nadere berekening niet nodig en kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient alleen aandacht besteed te worden aan de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op Eerdsebaan N622 (artikel 7, Bevt).
Inrichtingen De vijf inrichtingen, zoals getoond in figuur 3, worden hieronder beschreven: 1. Van Swaay Schijndel; opslagplaats van hout. Er is op het terrein sprake van een propaantank waarvoor 2.
geen vergunningsplicht geldt. De risico’s hiervan reiken niet tot het plangebied. Ploegmakers diepvriesgroenten. Deze inrichting valt onder het Bevi vanwege de aanwezigheid van een ammoniak koelinstallatie waarvoor een vergunningplicht en vaste afstanden gelden. De afstand van het plangebied tot de installatie binnen de inrichting is 180 m. De ev-signaleringskaart meldt dat hoeveelheid ammoniak in de categorie van 1500 tot 3500 kg valt. De exacte aan te houden afstand tot (beperkt)
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
44
kwetsbare objecten hangt af van de geldende temperatuur van de koelinstallatie maar is voor deze massacategorie maximaal 45 m en is geen sprake van een invloedsgebied [6]. De risico’s reiken 3.
daarom niet tot het plangebied. Figuur 5 toont de locatie van de koelinstallatie [7]. Mars Nederland. Deze inrichting valt onder het Bevi vanwege de aanwezigheid van een ammoniak koelinstallatie waarvoor een vergunningplicht en vaste afstanden gelden. De afstand van het plangebied tot de inrichting bedraagt circa 1160 m. De hoeveelheid ammoniak is onbekend maar de aan te houden afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten is maximaal 110 m [3,6]. De risico’s reiken daarom niet tot het
4.
plangebied. Ploegmakers food ingredients: Deze inrichting valt onder het Bevi vanwege de aanwezigheid van een ammoniak koelinstallatie waarvoor een vergunningplicht en vaste afstanden gelden. De afstand van het plangebied tot de inrichting bedraagt circa 960 m. De hoeveelheid ammoniak is onbekend maar de aan te houden afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten is maximaal 110 m en het maximale invloedsgebied
5.
is 400 m [3,6]. De risico’s reiken daarom niet tot het plangebied. Gas las centrum Veghel: Opslag van gasflessen. Er geldt geen vergunningplicht.
Tabel 7: Inrichtingen in de omgeving van het plangebied
Afstand terreingrens tot plangebied
Nummer
Inrichting
BEVI
Type stof
1
Van Swaay Schijndel
Nee
Overig
990 m
2
Ploegmakers Diepvriesgroenten
Ja
Ammoniak
53 m
3
Mars Nederland
Ja
Ammoniak
1160 m
4
Ploegmakers food ingredients
Ja
Ammoniak
960 m
5
Gas Las centrum Veghel
Nee
Overig
1330 m
Te concluderen is dat geen van de inrichtingen in de omgeving van het plangebied een invloedsgebied heeft dat reikt tot het plangebied. 4.8.3
Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch
Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
45
De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: goed te alarmeren is; goed te schuilen is; goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren.
In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De Veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen. 4.8.4