Bijlage 1 -BP Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde (toelichting en regels)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23
Planstatus
vastgesteld
Projectnummer
NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01
Datum
25 september 2024
colofon
projectnaam Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde datum 25 september 2024 projectnummer P06687 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1948.EER000BP0022023P-VG01 opdrachtgever Gemeente Meierijstad Concept 3 augustus 2023 Ontwerp 19 december 2023 Vaststelling 25 september 2024 BRO projectleider JvR projectteam KTj, JvdA bron kaft BRO review JRi
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
TOELICHTING
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
6 6 7 8
Aanleiding Planlocatie Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Planbeschrijving
9
2.1 2.2
9 9
Huidige situatie Toekomstige situatie
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.1.1 3.1.2 3.1.3
12 13 13
3.2 3.3
Provinciaal beleid
18
3.2.1 3.2.2
18 19
4
Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Regionaal beleid 3.3.1
3.4
Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Regionale Woondeal Noordoost-Brabant
20 20
Gemeentelijk beleid
21
3.4.1 3.4.2 3.4.3
21 22 23
Omgevingsvisie gemeente Meierijstad (voorontwerp) Structuurvisie Veghel 2030 Woonvisie Meierijstad 2018
Milieuaspecten
26
4.1
M.e.r.-beoordeling
26
4.1.1 4.1.2 4.1.3
26 26 27
4.2
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Archeologie
27
4.2.1 4.2.2 4.2.3
27 28 28
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Akoestiek wegverkeerslawaai
28
4.3.1 4.3.2 4.3.3
Toetsingskader Toetsing Conclusie
28 28 29
Bedrijven en milieuzonering
29
4.4.1 4.4.2 4.4.3
29 30 34
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Bodem
34
4.5.1 4.5.2 4.5.3
34 34 35
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Cultuurhistorie
35
4.6.1 4.6.2 4.6.3
35 35 36
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Ecologie
36
4.7.1
36
Toetsing wettelijke gebiedsbescherming
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
3
4.7.2 4.7.3 4.7.4
4.8
4.9
Toetsing gebiedsbescherming provinciaal beleid Toetsing Houtopstanden en Soortenbescherming Conclusie
Externe veiligheid
40
4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4
40 41 45 46
Toetsingskader Toetsing Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Conclusie
(Ondergrondse) infrastructuur 4.9.1
48
4.10 Geur agrarisch
48
Toetsingskader Toetsing Conclusie
48 49 51
4.11 Luchtkwaliteit
51
4.11.1 4.11.2 4.11.3
Toetsingskader Toetsing Conclusie
51 52 53
4.12 Veehouderijen en volksgezondheid
53
4.12.1 4.12.2 4.12.3
Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Hoogspanningslijnen Spuitzones
4.13 Verkeer en parkeren 4.13.1 4.13.2 4.13.3 4.13.4
Toetsingskader Toetsing parkeren Toetsing verkeer Conclusie
4.14 Waterparagraaf 4.14.1 4.14.2 4.14.3
6
47
Conclusie
4.10.1 4.10.2 4.10.3
5
37 37 40
53 56 56
56 56 56 60 61
62
Toetsingskader Toetsing Conclusie
62 64 68
Juridische planopzet
69
5.1 5.2 5.3
69 69 70
Inleiding Plansystematiek Bestemmingen
Uitvoerbaarheid
72
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
72 72
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
72 73 73 73
Omgevingsdialoog Vooroverleg Inspraak Vaststellingsprocedure
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
4
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Beplantingsplan Bijlage 2: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r. Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 7: Stikstofberekening Bijlage 8: Quicksan Externe Veiligheid Bijlage 9: Geurhinder veehouderij Bijlage 10: Volksgezondheid Bijlage 11: Watertoets en infiltratieonderzoek Bijlage 12: Verhardingsplan Bijlage 14: Parkeerdrukmeting
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Meierijstad is voornemens over te gaan tot de realisatie van starterswoningen en seniorenwoningen op de basisschoollocatie aan de Valkenbergstraat in Eerde. Op de voorgenomen planlocatie is in de huidige situatie een school gesitueerd. Deze zal worden verplaatst en worden ondergebracht in de te verbouwen Heilige Antonius Abt kerk. De planlocatie is gesitueerd aan de Valkenbergstraat ter hoogte van nummer 23. Het voornemen is om twee bouwblokken te realiseren met woningen, bestaande uit:
één bouwblok met 12 woningen (waarvan 4 gestapeld) voor het starterssegment;
één bouwblok met 6 seniorenwoningen.
Alle woningen betreffen grondgebonden woningen met een tuin, behoudens de 4 gestapelde woningen in het midden van het blok met de 12 starterswoningen. De bouwblokken liggen parallel aan elkaar en zijn visueel verbonden middels een binnentuin, waar ruimte is voor ontmoeting en waterberging. De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Kom Eerde’ en heeft de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. Op het perceel is een bouwvlak aanwezig waarbinnen bebouwing kan worden gerealiseerd tot een maximum bouwhoogte en goothoogte van 7 meter. Het realiseren van woningen is niet toegestaan binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Bovendien worden de maximale hoogten overschreden. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. In voorliggende bestemmingsplan wordt aangetoond dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan voorzien in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.
1.2
Planlocatie
Het plangebied is gelegen binnen het dorp Eerde, gelegen binnen de gemeente Meierijstad. Eerde behoorde tot te voormalige gemeente Veghel. In 2017 is de gemeente Veghel samen met de gemeente Sint-Oedenrode en Schijndel gefuseerd met de gemeente Meierijstad. De planlocatie is gesitueerd aan de Valkenbergstraat ter hoogte van nummer 23 en staat kadastraal bekend als sectie F nummers 3319 (ged.), 4912, 5523, 5648, en 5647. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn in figuur 1 aangegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
6
Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied (Bron: Kadastralekaart.nl)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Kom Eerde’ en heeft de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. Op het perceel is een bouwvlak gelegen, waar een maximum bouwhoogte en goothoogte van 7 meter gelden. Tevens heeft het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Het plangebied is daarnaast gelegen binnen het paraplubestemmingsplan parkeren, vastgesteld door de gemeente Meierijstad op 31 januari 2019. Tot slot geldt in het plangebied het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen (laaghangend fruit)’ (27 januari 2021).
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
7
Figuur 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan, locatie plangebied aangeduid middels rode pin (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van het vigerende bestemmingsplan is de ontwikkeling van 18 woningen niet toegestaan. Bovendien worden de maximaal toegestane hoogten overschreden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiele herziening van het vigerende bestemmingsplan. Met de genoemde paraplubestemmingsplannen voor parkeren en laaghangend fruit is rekening gehouden bij het opstellen van de planregels.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
8
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Het plangebied van het initiatief is gelegen binnen het dorp Eerde in de gemeente Meierijstad. Het plangebied is gelegen aan de Valkenbergstraat ter hoogte van nummer 23. Op de huidige locatie is een basisschool gesitueerd. In de huidige situatie beslaat de school een oppervlak van circa 1010 m2, met een verhard schoolplein van circa 900 m 2. Dit betreft de ‘Petrus en Paulus’ school. De school zal worden gesloopt om ruimte te bieden voor voorstaand planinitiatief. De school zal worden gehuisvest in de Heilige Antonius Abt kerk, gelegen op circa 100 meter van de planlocatie. Voor deze ontwikkeling is het bestemmingsplan ‘Dorpshart Eerde’ vastgesteld (16 december 2021).
2.2
Toekomstige situatie
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 18 woningen, verdeeld over drie bouwblokken. Figuur 3 toont een luchtfoto van het planinitiatief. Twee bouwblokken zijn gelegen aan de Valkenbergstraat, deze bouwblokken bestaan uit drie geschakelde woningen. In zijn totaliteit realiseren deze twee bouwblokken 6 woningen met een oppervlak van circa 92 m². De woningen hebben een goothoogte van 4,5 meter en een nokhoogte van 8,5 meter. De woningen worden gerealiseerd als seniorenwoningen. De opzet van het ontwerp spiegelt het principe van het hof met de seniorenwoningen aan het naastgelegen complex ‘Den Binnen’. Er is gekozen voor een hof met semi-openbare gezamenlijke binnentuin als primaire buitenruimte bij de woningen. De binnentuin biedt de mogelijkheid voor de bewoners om elkaar te ontmoeten en sociale contacten te maken en te onderhouden. In de tuin kunnen voorzieningen aangelegd worden die daar aan bijdragen, zoals moestuintjes en een jeu de boules baan, alsmede een wadi ten behoeve van waterberging. De parkeerplaatsen zijn gelegen buiten het hof zodat de tuin maximaal ingezet kan worden als groene verblijfsruimte. Daarnaast zorgt deze opzet er ook voor dat er enkel achterkanten richting de Eerdsebaan gericht zijn en dat er ook voldoende afstand gehouden kan worden tussen de woningen en de Eerdsebaan.
Het achtergelegen bouwblok (dichtst gelegen tot de Eerdesebaan), betreft de realisatie van in totaal 12 woningen en bestaat uit 4 gestapelde en 8 grondgebonden woningen. Deze woningen hebben een goothoogte van 6,5 meter en een nokhoogte van 9,6 meter. Het centrale blok met 4 gestapelde woningen zal een plat dak krijgen met een bouwhoogte van circa 9,6 meter. Alle grondgebonden woningen zijn voorzien van buitenruimte. De gestapelde woningen kennen een dakterras. De bouwblokken worden tevens verbonden door een binnenhof, waar ruimte is voor ontmoeting en waterberging. Het binnenhof beslaat een oppervlak van circa 765 m2, en zal worden voorzien van groen. Tevens zal er een parkeerplaats worden gerealiseerd ten behoeve van de parkeervraag die wordt gegenereerd door de realisatie van de 18 woningen. De parkeervakken van deze parkeerplaats worden in halfverharding uitgevoerd. Het parkeerterrein wordt toegankelijk vanaf de Valkenbergstraat. Op het parkeerterrein worden tevens uitpandige bergingen gerealiseerd. Figuur 4 toont een bovenaanzicht van het planvoornemen. Het planvoornemen voorziet in 28% sociale huur woningen, 11% goedkope woningen, 39% voor het middensegment en 22% voor het dure segment. Zie voor het volledige overzicht tabel 1. Het planvoornemen voorziet op deze manier in een gevarieerd aanbod voor diverse doelgroepen.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
9
Tabel 1: Woonprogramma te realiseren planinitiatief
Segment Doelgroep en type woning
Duur
Midden
4
2
Goedkoop
Sociaal
Seniorenwoningen -
patiobungalow
Starterswoningen -
eengezinswoning
-
studio
-
bovenwoning
5
3 2 2
Percentage
22 %
39 %
11 %
28 %
Figuur 3: Luchtfoto voorgenomen planinitiatief (Bron: LA Architecten)
Figuur 4: Bovenaanzicht voorgenomen planinitiatief (Bron: LA Architecten)
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
10
Beplantingsplan Ten behoeve van voorliggend planinitiatief is er een beplantingsplan opgesteld. Het beplantingsplan voorziet in de toevoeging van diverse groenelementen die worden gerealiseerd binnen het plangebied. Zie Figuur 5 voor het plan, het beplantingsplan is tevens bijgevoegd in Bijlage 1. Aan de voorzijde van het plangebied (zijde Valkenbergstraat) worden parkeerplaatsen gerealiseerd, evenals aan de (oost)zijde van het plangebied. De parkeerplaatsen worden gerealiseerd in grasbetontegels en de parkeervlakken worden tevens voorzien van haagomheining. Aan de Valkenbergstraat worden daarbij enkele bomen geplant. De tuinen van de woningen aan de zijde van de binnentuin worden tevens voorzien van haagomheining, deze zullen dienen als scheiding tussen de tuinen en de gemeenschappelijke binnentuin. In de binnentuin worden wadi’s gerealiseerd en bomen geplant van diverse inheemse soorten.
Figuur 5: Beplantingsplan voorstaand planinitiatief
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
11
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 januari 2024) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.
Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
12
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename aan sociale woningen t.o.v. het vigerende bestemmingsplan, daarmee sluit de ontwikkeling aan op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 1
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
13
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Uit jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer een plan voorziet in meer dan 11 woningen. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 18 woningen voor senioren en starters in Eerde, gemeente Meierijstad. In de huidige situatie is op de planlocatie een school gesitueerd, er zal dus een toevoeging zijn van 18 woningen ten opzichte van de huidige situatie. Het woningbouw project is een initiatief van de gemeente Meierijstad. De ladder voor duurzame verstedelijking dient te worden doorlopen. Ladder voor duurzame verstedelijking Wonen Het plan voorziet in de realisatie van 18 woningen.
Daarbij vindt de sloop van een bestaand schoolgebouw plaats. De beoogde ontwikkeling aan de Valkenbergstraat in Eerde betreft een stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘Maatschappelijk’. Op basis daarvan is wonnen niet toegestaan en is een herziening van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het realiseren van 18 woningen valt onder deze definitie. 3. Vanaf 12 woningen is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien he om een planologische toevoeging gaat van 18 woningen, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De herontwikkeling van het gebied tot een nieuw woongebied kan worden gezien als een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro). Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, onderstaand volgt een toelichting. Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Eerde. Het plangebied is op provinciale kaarten aangeduid als ‘landelijke kern’ (zie paragraaf 3.2.2). Op de locatie is een schoolgebouw aanwezig van de ‘Petrus Paulusschool’, welk zal worden gesloopt om plaats te maken voor voorgenomen ontwikkeling. Daarmee is met het plan sprake van een transformatie van bestaand stedelijk gebied in de kern Eerde. Woonvisie Meierijstad 2018 Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad van Meierijstad de woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Met de visie wil de gemeente richting geven aan het woonbeleid, waarbij er voldoende flexibiliteit moet blijven bestaan
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
14
om goed in te kunnen spelen op de veranderingen die de komende jaren komen. Om die reden worden ontwikkelingen jaarlijks gemonitord en waar nodig wordt het woonbeleid bijgesteld, hiervoor wordt de Woonagenda vastgesteld. Actieplan Woningbouw 2021 Na de vaststelling van de Woonvisie in 2018 is een aantal zaken veranderd en daarom is er het Actieplan Woningbouw 2021 opgesteld waarin er wijzigingen worden voorgesteld voor de woonvisie. De wijzigingen die zijn aangebracht in de uitgangspunten van de woonvisie worden in het Actieplan duidelijk aangegeven. Ze vormen als het ware een addendum op de woonvisie 2018. De noodzaak voor de veranderingen vloeit o.a. voort uit de gewijzigde provinciale woningbouwprognoses, die aantonen dat de woningbouwopgave aanzienlijk is. In de woonvisie 2018 werd uitgegaan van een toename van 3.940 woningen in de periode 2018 tot 2028. Hiervan zijn er in 2018 en 2019 al ruim 1.000 gerealiseerd. In het Actieplan Woningbouw 2021 wordt uitgegaan van de provinciale prognoses die in de periode 2020-2040, 6.813 benodigde extra woningen ramen. Het Actieplan Woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgegeven voor gemeente Meierijstad en hoe de gemeente dit wil combineren met het versnellen van de woningbouwproductie. De woningbehoefte kent kwantitatieve en kwalitatieve aspecten.
Door de demografische ontwikkelingen is er tot 2030 in Meierijstad nog een behoorlijke toename van de kwantitatieve woningbehoefte (jaarlijks ongeveer 1% toevoeging aan de bestaande woningvoorraad), daarna vlakt die behoefte aan extra woningen af. Die demografische ontwikkeling heeft de volgende kenmerken:
het aantal gezinnen en jongere huishoudens blijft nagenoeg gelijk;
het aantal ouderen en het aantal alleenstaanden neemt behoorlijk toe;
de bevolking van Meierijstad vergrijst (naar verwachting is in 2040 1 op de 4 huishoudens 75 jaar of ouder: een verdubbeling van het aantal oudere huishoudens ten opzichte van nu)
In het actieplan woningbouw 2021 is een woningbehoefte geconstateerd van 6.813 voor de periode 20202040 binnen de gemeente Meierijstad. Tot en met 2022 zijn er 1.135 van deze woningen gerealiseerd. Dit heeft geresulteerd in een restante opgave (vanaf het jaar 2023) van 5.678 woningen. De gemeente Meierijstad heeft een harde plancapaciteit (per 01-08-2023) van 1.478 woningen. Na de realisatie van deze harde plancapaciteit is er nog een restante behoefte van 4.191 woningen die gerealiseerd moeten worden om te voorzien in de woningbouwopgave van de gemeente Meierijstad. De cijfers zijn op basis van 130% t.o.v. de provinciale prognose. Dit om mogelijke planuitval te kunnen opvangen. Voorstaand planinitiatief met de realisatie van 18 woningen is dan ook passend binnen de woningbouwbehoefte van de gemeente Meierijstad. Woningbouwprogramma uitgelicht per kern De gemeente Meierijstad heeft een aangepaste ontwikkelstrategie opgesteld per kern. In de woonvisie 2018 is toen der tijd gekozen om de verstedelijkingsopgave aan de kern Veghel toe te kennen en om de behoefte voor eigen bevolkingsontwikkeling in kwantitatief opzicht evenredig toe te kennen aan de 13 kernen. In basis blijft de gemeente deze principes volgen, maar de gemeente heeft de programmering meer lucht gegeven door flexibeler te zijn en meer in te spelen op kansen en mogelijkheden. Dit doen ze als volgt; 1.
We handhaven het uitgangspunt dat in alle kernen gebouwd kan worden.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
15
2.
Het aantal te bouwen woningen in iedere kern is minimaal het aantal woningen dat genoemd is in de woonvisie 2018. Boven deze aantallen gaan we flexibeler om met de evenredige verdeling van woningen over de kernen en gaan we meer op gemeentelijk niveau sturen, waarbij we letten op lokale mogelijkheden en kansen. In feite formaliseren we daarmee het uitgangspunt uit de woonvisie, dat er een verevening tussen kernen kan plaatsvinden als blijkt dat er extra bouwmogelijkheden in een kern zijn. Zo voorkomen we ook een remmende werking doordat in een bepaalde kern het aantal bouwplannen achterblijft op het evenredige gemiddelde.
3.
De huidige werkwijze van flexibeler werken en hanteren van bandbreedtes in woningbouwprogrammeringen continueren we. In veel kernen leidde dit namelijk tot het haalbaar maken van gebiedsontwikkelingen. We sturen dus niet op een absoluut woningbouwaantal, maar letten op lokale mogelijkheden en kansen.
Doelgroepen verordening Om de woningbouwprogramma’s te handhaven is een Doelgroep verordening opgesteld door de gemeente Meierijstad. Met de doelgroepenverordening borgen ze de prijsgrenzen en instandhoudingstermijnen voor de segmenten sociale huur, middeldure huur, sociale koop en middeldure koop. Daarnaast verbinden ze een doelgroep aan de segmenten sociale huur en sociale koop op basis van maximale inkomsten. Doordat de verordening is gekoppeld aan het bestemmingsplan zijn nieuwe plannen gehouden aan deze bepalingen en geldt er een meldingsplicht. Om dit te waarborgen is in het bestemmingsplan regels opgenomen over het te realiseren woonprogramma. Van het maximaal te realiseren aantal woningen binnen deze bestemming dient: a.
ten minste 25% van het aantal woningen, als sociale huurwoning te worden gebruikt en als zodanig in stand te worden gehouden;
b.
ten minste 10% van het totaal aantal woningen als sociale koopwoning te worden gebruikt en als zodanig in stand te worden gehouden;
c.
ten minste 35% van het totaal aantal woningen als middeldure huur- of sociale middeldure koopwoning te worden gebruikt en als zodanig in stand te worden gehouden;
Woondeal De gemeente Meierijstad is onderdeel van de regionale woondeal van Noordoost-Brabant. Om dit te realiseren is een opgaveprogrammering opgesteld door de gemeente Meierijstad waarin alle planen zijn opgenomen met het jaar van oplevering en de hoeveelheid woningen die per segment worden gerealiseerd. De herontwikkeling van de Peterus/paulus school is onderdeel van deze programmering en is daarmee onderdeel van de regionale Woondeal Noordoost Brabant. Kwantitatieve woonbehoefte Meierijstad De gemeente Meierijstad monitort jaarlijks de ontwikkelingen en stelt het woonbeleid bij. In het Actieplan Woningbouw 2021 is, naar aanleiding van de hogere provinciale prognoses, een nieuwe verdeling van de woningbouwprogrammering per kern opgenomen. De opgenomen aantallen in de Woonvisie 2018 voldeden niet meer aan de toegenomen behoefte. Het Actieplan gaat er daarmee vanuit dat in de kern Eerde ca 74 woningen moeten worden toegevoegd in de periode 2021-2035.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
16
Restant t.o.v. woonvisie 2018
Harde en zachte plannen 2021 t/m 2030
Potentieel principe medewerking
Potentieel korte termijn
Extra versnellingsacties
Totaal plannen 2021-2035
Totaal prognose 2021 t/m 2040
Eerde
Realisatie 2018 t/m 2020
Plaatsnaam
Woningbehoefte 2018-2028
Tabel 2: schatting van de woningbouw- programmering per kern (Bron: Actieplan Woningbouw Meierijstad)
49
29
20
24
-
20
30
74
-
Kwalitatieve woonbehoefte Meierijstad neemt deel aan de regionale woningmarktmonitor Noordoost Brabant. Samen met de andere gemeenten in dit samenwerkingsverband is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd. In maart 2020 is hiervan de definitieve rapportage gepubliceerd.
Inwoners van Meierijstad willen veelal in Meierijstad blijven wonen. 86% van de zelfstandig wonende huishoudens is (zeer) tevreden over hun woning en woonomgeving. 67 % van de verhuisgeneigde starters en 81% van de verhuis-geneigde doorstromers. Met name in of nabij het centrum wonen is gewenst.
74% van der 65-plussers wil zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen en slechts 5% van hen verwacht te moeten verhuizen als de gezondheid achteruit gaat. 26% van de 65-plussers wil verhuizen naar een woning met zorgfaciliteiten.
Het aantal spoedzoekers (mensen die dringend op zoek zijn naar een andere woning) blijkt onder doorstromers (zeer) beperkt. Het aantal spoedzoekers dat een tijdelijke woning zou accepteren ligt rond de 280.
Er is een grote interesse in bijzondere woonvormen onder mensen met een verhuiswens. Starters en doorstromers noemen met name zelfbouw op een eigen kavel, zelfbouw in een project (CPO) en transformeren van vastgoed als gewenste woonvormen. Doorstromers vanaf 65 jaar hebben met name interesse voor kleinschalige woonzorgprojecten, wonen met gelijkgestemden of wonen met gemeenschappelijke voorzieningen.
Uit dit onderzoek zijn diverse aandachtspunten naar voren gekomen op basis van de vraag in tegenstelling tot het aanbod binnen de gemeente Meierijstad:
Tekort aan huurappartementen: deze vraag komt vooral van starters, maar ook van doorstromers onder en boven de 65 jaar. De totale groep die belangstelling heeft voor een huurappartement is groot.
Tekort aan betaalbare huurwoningen (€424-607). In het segment €424-607 komt de vraag vooral van starters en doorstromers tot 65 jaar. Echter doorstromers tot 65 jaar laten meer woningen in dit segment achter dan dat zij ‘vragen’.
Tekort aan betaalbare koopwoningen (<€225.000). De vraag naar woningen in dit prijssegment komt vooral van starters.
Klein tekort aan dure huurwoningen (>€720). Deze vraag is vooral afkomstig van starters, maar ook van doorstromers onder en boven de 65 jaar.
Tekort aan kleine woningen met 3 kamers: het gaat zowel om appartementen alsgrondgebonden woningen. De vraag komt vooral van starters, maar ook doorstromers jonger en ouder dan 65 jaar. De grote vraag komt mogelijk doordat er steeds meer kleine huishoudens zijn. Naar verwachting zal de gemiddelde huishoudensgrootte in de toekomst nog verder dalen. Daarmee zal de vraag naar kleinere woningen waarschijnlijk ook nog wat toenemen.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
17
Klein overschot aan grote koopwoningen. Dit overschot ontstaat doordat doorstromers, waarvan relatief veel 65-plussers, een grote koopwoning achterlaten. De vraag naar dit type woning blijft constant. Het zijn vooral gezinnen met kinderen die dit type wensen. Deze huishoudens groep blijft gelijk in omvang.
Conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 18 woningen. Deze woningen zijn kwantitatief nodig geacht. De ontwikkeling aan de Valkenbergstraat is in de Woonvisie 2018 meegenomen binnen de plancapaciteit van de gemeente. Tevens is de planlocatie aangewezen als een van de woningbouwlocaties in het Woningbouwprogramma van de gemeente Meierijstad. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de kwalitatieve behoefte. Met de beoogde ontwikkeling wordt een divers aanbod gerealiseerd, zo worden er 28% sociale huurwoningen gerealiseerd, tevens worden er woningen gerealiseerd binnen de segmentatie; goedkoop, middel, duur. Op deze manier voorziet het planvoornemen in een woningaanbod in verschillende prijsklassen voor verschillende doelgroepen. Hier wordt tevens in voorzien door de woningen specifiek te realiseren voor starters en senioren. De ontwikkeling past zowel kwantitatief als kwalitatief in het woningbouwbeleid van de gemeente Meierijstad. De woningen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. De voorstaande ontwikkeling is in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw.
Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn:
werken aan energietransitie,
een klimaat proof Brabant,
de slimme netwerkstad
en een concurrerende duurzame economie.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
18
Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. Er wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de vier gestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. Deze ambities worden gewaarborgd binnen het plan, en sluit hiermee aan op de basisopgaven en op de woningbouwopgave van de provincie Noord-Brabant. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in maart 2023 voor het laatst geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘Verbod uitbreiding veehouderij – landbouw’, ‘Stalderingsgebied – landbouw’, ‘Landelijke kern – verstedelijking’ en ‘Norm wateroverlast stedelijk gebied – waterkwantiteit’. Het plangebied is gelegen binnen de Landelijke kern, artikel 5.18 is van toepassing op het plangebied. Het artikel stelt het volgende: Lid 1. Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken Lid 2. De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie van verstedelijking.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
19
Het planvoornemen heeft geen invloed op de taken opgenomen in het artikel 5.18, lid 1 en 2, wel zal het plangebied worden meegenomen in relevante prognoses en analyses die worden opgesteld door de gedeputeerde Staten. Het planvoornemen betreft geen uitbreiding en/of bouw voor veehouderij, evenals bouw van dierenverblijven voor hokdieren, derhalve hebben de aanduidingen ‘verbod uitbreiding veehouderij’ – artikel 2.72 en ‘stalderingsgebied – landbouw’ – artikel 3.52 geen gevolgen voor voorgenomen ontwikkeling. In artikel 4.2 zijn regels opgenomen voor wateroverlast binnen Stedelijk gebied, ter betrekking op ‘Norm wateroverlast Stedelijk gebied – waterkwantiteit’. Het artikel betreft instructieregels aan waterschappen. Artikel 4.2 lid 1 stelt regels op bergings- en afvoercapaciteit, waarop regionale wateren moeten zijn ingericht. Waarvoor geldt dat binnen Stedelijk gebied normen voor overstromingskansen zijn opgesteld;
1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen;
1/10 per jaar voor overige gebieden.
Het planvoornemen voldoet aan het gestelde in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woondeal Noordoost-Brabant
In de regio Noordoost-Brabant wordt door meerdere gemeenten samengewerkt aan een gezonde, leefbare en sterke regio. Noordoost-Brabant is de zesde economische regio, van de 40 regio's, in Nederland. Agrifood is hier dé economische motor. Het draait niet meer om groot en sterk zijn, maar juist om duurzaam, slim en vooral wendbaar zijn. Dit geldt ook voor de woningbouwopgave binnen deze regio. Woningbouwopgave Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw tot en met 2030 nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huurwoningen en betaalbare koopwoningen) nodig. Het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. Het provinciaal aandeel is 130.600 woningen. De regionale Woondeal Noord-Brabant is opgesteld als doorvertaling van de gemaakte afspraken tussen Rijk en Provincie naar de gemeenten en corporaties. Betaalbare woningen Een belangrijk onderdeel van de te realiseren woningen is de betaalbaarheid. De regio zet zich in, gezamenlijk met corporaties en marktpartijen, voor een realisatie van 33.425 woningen tot en met 2030.
Hiervan zijn er 22.270 betaalbare woningen, waarvan 10.020 sociale huurwoningen. Het streven is 30% sociale huurwoningen in de woonvoorraad. Zo wordt regionaal gekomen tot een betere balans in de woningvoorraad, waarbij ook het uitgangspunt is dat het aantal sociale huurwoningen in de regio voldoet aan de totale behoefte aan deze woningen. Ook wordt er ingezet op voldoende woningen voor starters en mensen met een middeninkomen. In het beleidsprogramma 'betaalbaar wonen' is dan ook opgenomen dat 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Duurzame en toekomstbestendige bouw
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
20
Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven, zoals klimaat, landbouw, natuur en energie. Landelijk moet de lat omhoog om de duurzaamheidsambities en klimaatdoelstellingen in 2030 en 2050 in de gebouwde omgeving te behalen. Hier ligt een grote relatie met de woningbouwopgave. Van belang is dat de woningen worden gebouwd naar de huidige wet- en regelgeving om kwaliteit te waarborgen. Met deze woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (tot en met 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en corporaties. Doorwerking plangebied Voorgenomen planinitiatief voorziet in een woningbouwontwikkeling waarbij de huidige aanwezige school zal worden gesloopt om plaats te maken voor 18 woningen. De woningen worden gerealiseerd voor senioren en starters op de woningmarkt. Het planvoornemen realiseert 28% sociale huur woningen, dit komt neer op 5 woningen. De rest van de woningen zullen worden gerealiseerd in de diverse segmenten van goedkoop tot duur. Hiermee voorziet het planinitiatief in een divers aanbod voor burgers met uiteenlopende inkomens. Voorstaande ontwikkeling betreft woningbouw dat zal voldoen aan de huidige wet- en regelgeving en zal bewoners voorzien in hoogwaardig kwalitatieve woningen die toekomstbestendig zijn.
Het planinitiatief voorziet in de toevoeging van 18 woningen en draagt hierbij mee aan de te benodigde 130.00 te realiseren woningen binnen de regio. Het planinitiatief is lijn met het gestelde in de regionale Woondeal Noordoost-Brabant.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Meierijstad (voorontwerp)
De gemeente Meierijstad heeft een Voorontwerp Omgevingsvisie opgesteld met het oog op de Omgevingswet. Het omgevingsbeleid van de omgevingsvisie evolueert uit de structuurvisies van de oude gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, en uit de toekomstvisie die zij opstelden voor hun fusie. Daarbij wordt het omgevingsbeleid geïnspireerd door de regionale omgevingskoers van Noordoost-Brabant, de provinciale omgevingsvisie en de nationale omgevingsvisie. De omgevingsvisie beschrijft hoe de gemeente wilt dat Meierijstad er in 2030 uitziet en waar samen aan moet worden gewerkt om dat te bereiken. De visie vormt de basis voor een samenhangende totaalaanpak die daarvoor nodig is. In het wettelijke proces van de fusie van de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel is een toekomstvisie opgesteld voor de nieuwe gemeente. Die toekomstvisie had 2025 als planhorizon. In de toekomstvisie zijn vier thema’s onderscheiden:
sociaal / maatschappelijk,
economie,
ruimtelijk,
besturingskenmerken.
Een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente werkt in het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen. Iedere inwoner kan meedoen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligersen verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken trekt jeugd aan. Er is
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
21
een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Het thema sociaal / maatschappelijk van de toekomstvisie belichtte onder andere het volgende:
vitaliteit, gezondheid en bewegen,
bewegingsvrijheid en zelforganiserend vermogen,
bereikbare zorg- en sociaal-culturele voorzieningen met deels een regionaal verzorgingsgebied,
uitdagende ontspanningsmogelijkheden en een gunstig vestigingsklimaat voor creatieve mensen.
Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie Meierijstad betreft een voorontwerp en is nog niet in werking getreden, er zal dan ook niet getoetst worden aan dit document. 3.4.2
Structuurvisie Veghel 2030
De gemeenteraad van de voormalige gemeente Veghel heeft op 18 april 2013 de structuurvisie ‘Veghel 2030’ vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn voor de gemeente op hoofdlijnen beschreven. Daarbij wordt bijna 20 jaar vooruitgekeken, namelijk tot het jaar 2030, met als doel om de komende vijf à tien jaar in te kunnen spelen op belangrijke trends voor de lange termijn. Het in de structuurvisie geformuleerde beleid is vooral gericht op het benuttenen versterken van typisch Veghelse kwaliteiten, waaronder behoud van de sterke positie van Veghel als werkstad en de bijbehorende stedelijke voorzieningen te behouden. Zo is er in deze structuurvisie veel aandacht voor het versterken van de dorpse woonkwaliteiten in de zeven kernen binnen de gemeente en het op peil houden van de bijbehorende voorzieningen. Goed leven in Veghel Het plangebied is op de visiekaart behorende bij de ‘Structuurvisie Veghel 2030’ aangemerkt als ‘woongebied’. In de structuurvisie wordt aandacht besteed aan ‘goed leven in Veghel’. Veghel is een gemeente waar mensen gebruik kunnen maken van de voorzieningen van een stad en tegelijkertijd kunnen profiteren van sociale samenhang, dorpse waarden en landschap. Daarbij is fysieke kwaliteit een belangrijke vestigingsfactor.
Investeren daarin, zoals in het creëren van een gevarieerde woningvoorraad en in het veraangenamen van openbare ruimten, parken, pleinen en landelijk gebied, zorgt ervoor dat Veghel een aantrekkelijke gemeente blijft om te wonen, te werken en te recreëren. In de structuurvisie zijn een viertal ambities geformuleerd voor het ‘goed leven in Veghel’:
Het stimuleren van een gevarieerde bevolkingssamenstelling.
Het scheppen van voorwaarden (fysiek en sociaal) voor een goed verblijfsklimaat voor bewoners.
Alle bewoners kunnen meedoen aan de samenleving en nemen verantwoordelijkheid voor zichzelf, elkaar en de omgeving (Wmo).
Landelijk gebied: “Samen werken aan kwaliteit”.
Wonen Veghel als woongemeente beter op de kaart zetten heeft twee doelen. Het belangrijkste is uiteraard de kwaliteitsverbetering die dit moet opleveren voor de huidige bewoners. Daarnaast zet Veghel er op in om het imago als woongemeente binnen de regio te versterken. Veghel wilt zich blijven richten op het versterken van de dorpse woonkwaliteiten. ‘Dorps’ is zonder meer te vertalen naar gevarieerde woonmilieus, die aansluiten op de veranderende woonwensen van een snel vergrijzende en ontgroenende bevolking. De bijbehorende woningbouwstrategie moet zich richten op het creëren van een goed verblijfsklimaat, een gevarieerde
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
22
woningbouw en een zo evenwichtig mogelijke sociale structuur in wijken en dorpen. Daarbij hoort ook het waar mogelijk - ontwikkelen van woonservicezones in alle kernen. Eerde Kenmerkend is het historische lusvormige bebouwingslint, dat wordt doorsneden door de Eerdse Baan, die Veghel met Schijndel verbindt. Om rust in het straatbeeld te krijgen is het belangrijk dat in de toekomst de woningen worden gebouwd met de nokrichting evenwijdig aan de straten en zonder veel hoogteverschillen. Ook gesloten straatwanden kunnen rust in het straatbeeld brengen, evenals parkeren op eigen erf. Voorts is het belangrijk dat de straatprofielen meer eenheid gaan vertonen. Klinkerverharding, molgoten, onverharde bermen en eventueel hekjes/hagen als erfscheiding vormen de middelen die daarbij worden ingezet. Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling worden 18 woningen gerealiseerd bestaande uit 12 starterswoningen en 6 seniorenwoningen. 28% van de woningen worden gerealiseerd voor het sociale huur segment, dit komt neer op 5 woningen. Tevens worden er 2 woningen gerealiseerd voor het goedkope segment, 7 woningen gerealvoor het midden huur/ middelduur koop segment en 4 dure koop woningen. De gemeente zet zich in op het waarborgen van dorpse woonkwaliteiten. Dit vertaalt zich in gevarieerde woonmilieus dat aansluit op de snel vergrijzende bevolking en veranderende woonwensen.
Het planvoornemen voorzien in senioren woningen die aansluiten op de behoefte vanuit de vergrijzende bevolking in combinatie met de starterswoningen wordt er een gevarieerd woonmilieu gecreëerd. De Structuurvisie gaat tevens in op Eerde, waar wordt gesteld dat het belangrijk is om evenwijdig aan de straten te bouwen zonder veel hoogteverschillen. Dit wordt gewaarborgd in het ontwerp van voorstaande ontwikkeling. De ontwikkeling past hiermee binnen het gemeentelijk beleid zoals gesteld in de Structuurvisie Veghel 2030. 3.4.3
Woonvisie Meierijstad 2018
De gemeente Meierijstad heeft een Woonvisie opgesteld (vastgesteld op 5-7-2018). Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. De gemeente streeft naar vitale wijken en kernen en een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. De gemeente Meierijstad bestaat uit dertien kernen met elk een eigen karakter, identiteit en dynamiek, dit maakt de gemeente uniek. Meierijstad probeert een divers woningaanbod te bieden waar huidige en toekomstige inwoners prettig, veilig en gezond kunnen wonen. Er wordt gestreefd naar vitale wijken en kernen, met een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. De woningmarkt zit zelf vol met dynamiek en er zijn duidelijke veranderingen te zien in woonbehoeften, dit door demografische ontwikkelingen, verduurzaming van de woningvoorraad, transformatie van leegstaand vastgoed, economische ontwikkelingen en veranderingen in het sociale domein. Met deze visie wordt meer houvast geboden voor het analyseren van knelpunten en het benutten van mogelijkheden. De visie is opgebouwd uit vier verschillende thema’s met elk een eigen ambitie.
Zo wordt er ingespeeld op de dynamiek van de woningmarkt en is er aandacht voor belangrijke trends zoals duurzaamheid, zorg en welzijn, en de leefbaarheid.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
23
De dynamiek van de woningmarkt De woningmarkt is in beweging en het is van belang dat bouwplannen hier zoveel mogelijk op inspelen zodat aan de woonwensen van de inwoners wordt voldaan. Hierbij wordt een toename verwacht van de woningbehoefte in de gemeente tot aan 2030. Deze demografische ontwikkelingen leiden tot een veranderende woningbehoefte. Omdat de meeste woningen er al staan kijkt de gemeente kritisch naar de woningen die aan de woningvoorraad toegevoegd worden. Zorg en welzijn De samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving. Duurzaamheid De gemeente Meierijstad wil in 2050 energieneutraal zijn. Deze duurzame ambitie is doorvertaald in een duurzame woonvisie. Niet alleen dient er sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling, de woning zelf dient ook duurzaam te zijn. Hierbij dient bijvoorbeeld gekeken te worden naar de mogelijkheden voor aardgasloos bouwen, isolatie en een duurzaam gebruik van grondstoffen. Leefbaarheid Het creëren van een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet.
Actieplan woningbouw 2021 In 2021 is het actieplan woningbouw vastgesteld. Dit vormt een addendum op de woonvisie 2018. De noodzaak voor de veranderingen vloeit voort uit de gewijzigde provinciale woningbouwprognoses, die aantonen dat de opgave die we hebben aanzienlijk is. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de huidige urgentie op de woningmarkt, die wordt veroorzaakt door almaar stijgende prijzen en de krapte in het beschikbare woningaanbod. De gemeenteraad is unaniem in haar vraag naar oplossingen voor woningbouw in onze gemeente. Voor veel woningzoekenden is het moeilijk om een geschikte woning te vinden. Of het nu gaat om starters op de woningmarkt, om mensen die graag in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoning, om burgers met een middeninkomen of om oudere inwoners die een (zorg)geschikte woning zoeken; allemaal worden ze geconfronteerd met dezelfde problemen. We zien overal lange wachtlijsten en we horen over mensen die al jaren tevergeefs op zoek zijn naar een woning. Het actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgegeven voor de gemeente en hoe ze dit willen combineren met het versnellen van de woningbouwproductie.
In het actieplan wordt het huidige beleid uit de woonvisie (2018) en het Plan van Aanpak Woningbouwregie (2020) gecontinueerd, met betrekking tot de woningbouwcategorieën. In de woonvisie wordt uitgegaan van een verdeling in de woningbouwprogrammering voor Meierijstad in zijn totaliteit, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Dit is dus, met uitzondering van de 25% sociale huur, geen eis per individueel bouwplan, maar een verdeling voor Meierijstad in zijn totaliteit. In het Plan van Aanpak Woningbouwregie uit is bovendien al geregeld dat er flexibel met deze percentages wordt omgegaan. Ze dienen dus als richtlijn waarbij zoveel mogelijk naar de lokale behoefte wordt gekeken voor de specifieke invulling.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
24
Tabel 3: Verdeling woningbouwprogrammering Meierijstad
Doorwerking besluitgebied Met onderhavig ruimtelijk initiatief wordt ingezet op inbreiding in de bestaande kern met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoudt van de kracht van de kern. Het huidig aanwezige schoolgebouw zal worden gesloopt om ruimte te bieden voor voorstaande ontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 18 woningen, voor de doelgroepen starters en senioren. 5 sociale huurwoningen, 2 goedkope woningen, 7 woningen voor het midden segment en 4 dure koopwoningen. Het planvoornemen voldoet hierbij aan de minimale gestelde sociale huur eis van 25% (zie tabel 1, paragraaf 2.1). De realisatie van het planvoornemen gaat gepaard met de ontwikkeling op de kerklocatie Esdonkstraat. Het planvoornemen aan de Esdonkstraat realiseert 12 woningen verdeeld over diverse segmentatie. Gezamenlijk realiseren het planvoornemen aan de Valkenbergstraat en de Esdonkstraat binnen de gemeente Eerde 33% sociale huurwoningen (10 woningen). Tevens wordt invulling gegeven vaan het voldoen aan de vraag naar (relatief) betaalbare woningen. Het woningbouwprogramma is dan ook in lijn met de Woonvisie Meierijstad.
Herontwikkeling Valkenbergstraat te Eerde
25
4
Milieuaspecten
Iedere ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat er in de beoogde situatie sprake is van goede omgevingscondities, waarbij er geen sprake is van overlast en hinder in relatie tot omliggende functies. Anderzijds dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. In dit hoofdstuk wordt het planvoornemen getoetst aan de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en op andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld archeologie, cultuurhistorie en ecologie).
4.1
M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het voor projecten die mogelijk grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu verplicht om een procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) te doorlopen. De m.e.r.-procedure is bedoeld om ten aanzien van bepaalde plannen en besluiten de milieubelangen expliciet mee te wegen bij besluitvorming. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen "m.e.r.-plichtige activiteiten" waarvoor een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en "m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten" waarbij in de vorm van een m.e.r.-beoordeling moet worden afgewogen of significante negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien deze niet kunnen worden uitgesloten dan dient alsnog een MER opgesteld te worden. 4.1.1
Toetsingskader
Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijft de ontwikkeling onder de drempel, dan is sprake van een informele m.e.r.-beoordeling. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Gemeenten en provincies moeten ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig.