CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: bijlagenboek bij bestemmingsplan

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode, verplaatsing AH' en vaststelling beeldkwaliteitsplan 'Albert Heijn Borchmolendijk te Sint-Oedenrode28.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hoofdstuk 4

23

dan de huidige situatie, dan is het verdwijnen van Albert Heijn uit de gemeente op termijn niet uit te sluiten, wat grote gevolgen kan hebben voor het centrum en de positie van Sint-Oedenrode in de regio. Bij het verdwijnen van Albert Heijn zullen minder bestedingen in de dagelijkse sector in het centrum van Sint-Oedenrode terecht komen. Het combinatiebezoek neemt af en dit verzwakt de concurrentiepositie van het centrum, zowel op dagelijks als niet-dagelijks vlak. Er zal meer koopkracht blijven afvloeien naar andere gemeenten. Met name het noordelijk deel van het centrum zal daar de effecten van ondervinden in termen van trekkracht, bezoekersstromen en mogelijk leegstand als gevolg.

Effect op passantenstromen De Albert Heijn verplaatst straks naar een locatie in het centrum die zich net buiten de hoofdstructuur bevindt (zie Centrumvisie Gemeente Meijerijstad, 2018). Ook de Jumbo in het centrum is net buiten die hoofdstructuur gelegen. Om die reden is hierna nog verder ingezoomd op de effecten op passantenstromen, met het oog op de betekenis van de verplaatsing voor combinatiebezoek met andere winkels en centrumfuncties.  Uit de Centrumvisie Sint-Oedenrode (DTNP, 2018) blijkt dat ca. 80% van de bezoekers in het centrum uit de kern Sint-Oedenrode komt en 20% dus uit de andere kernen of van elders. Van die laatste groep wordt verwacht dat zij vooral met de auto komen (in totaal komt 40% van alle bezoekers met de auto). BRO verwacht dat de extra (auto)verplaatsing voor hen geen verschil maakt om ook de andere winkels of horeca te bezoeken. Immers zij komen al van verder weg, waardoor zij aannemelijk minder frequent het centrum bezoeken, maar wel meerdere winkels (doelgericht) bezoeken.  Voor de bezoekers uit Sint-Oedenrode zelf (die al reeds van plan zijn om andere winkels te bezoeken), zal de verplaatsing naar verwachting ook niet of nauwelijks effect hebben in hun beslissing. Het betreft immers een verplaatsing over een zeer kleine afstand die voor bezoekers, te voet, of op de fiets makkelijk te overbruggen is.

Daarbij betreft het ook gevoelsmatig geen grote afstand. Vanaf de Borchmolendijk is de Markt reeds zichtbaar en daartussen zijn nog enkele winkels gevestigd, waardoor de drempel om de oversteek te maken klein is. Aannemelijk is dat een deel van hen de auto verplaatst en in feite twee keer parkeert, of te voet de winkels en of horeca op de Markt bezoekt. Daarbij wordt door de verplaatsing van de Albert Heijn het parkeren op de Markt comfortabeler (parkeerdruk neemt af en bereikbaarheid neem toe) en ontstaat er ruimte op de Markt om de verblijfskwaliteit te vergroten.  Dan rest er nog de laatste groep bezoekers uit Sint-Oedenrode die impulsief besluit tot combinatiebezoek. Voor deze groep zal de kans op impulsief combinatiebezoek weliswaar afnemen, maar daartegenover staat een groter absoluut aantal bezoekers. Een grotere Albert Heijn trekt immers meer bezoekers uit zowel Sint-Oedenrode als elders. Bovendien heeft het centrum van Sint-Oedenrode voornamelijk een functie als boodschappencentrum en voor frequent dagelijkse en efficiënt-recreatieve aankopen. Voor de meeste bezoekers is er sprake van een behoorlijk doelgericht bezoek.

24

Hoofdstuk 4

De invloed op het combinatiebezoek van de verplaatsing van de Albert Heijn kan gekwantificeerd worden aan de hand van de volgende resultaten van landelijk onderzoek naar combinatiebezoek: De rol van supermarkten in boodschappencentra Binnen de in eerste instantie op boodschappen doen gerichte kernverzorgende centra nemen de supermarkten een centrale rol in. Supermarkten zijn door hun omvang en breedte van het assortiment veruit de belangrijkste publiekstrekkers voor deze winkelcentra. Een doorsnee-supermarkt van 1.000 à 1.200 m² wvo trekt ca. 10.000 bezoekers per week. De andere dagelijkse artikelenwinkels, maar zeker ook de andere aanwezige winkels en voorzieningen, profiteren van de trekkracht van de supermarkten omdat de consument het bezoek aan een supermarkt vaak combineert met het bezoek aan ander aanbod. Onderzoek geeft aan dat in wijkwinkelcentra ca. 70% van de bezoekers in eerste instantie voor supermarktbezoek komt en hiervan combineert bijna de helft (45%) het bezoek ook met andere winkels19. Een ander onderzoek20 komt tot de conclusie dat in dorps- en wijkcentra het combinatiebezoek tussen supermarkten en dagelijkse speciaalzaken op een zeer hoog niveau ligt. Hierbij wordt het combinatiebezoek positief beïnvloed als de supermarkt zeer dicht bij de andere winkels is gelegen.

Uit dit onderzoek onder 4.750 bezoekers van supermarkten in 30 centra komt het volgende verder naar voren: 

Gemiddeld loopt 65% van de supermarktklanten één of meer andere winkels binnen tijdens hetzelfde bezoek aan het winkelgebied.

In centra waar de supermarkt een directe ruimtelijke relatie heeft met het overige winkelaanbod (op zeer korte afstand, tot 50 meter en entree in het zicht) ligt het combinatiebezoek door supermarktklanten (73%) beduidend hoger dan in centra waar de supermarkt op afstand en/of buiten het zicht ligt (49%).

Gemiddeld ligt het combinatiebezoek door klanten van servicesupermarkten (75%) beduidend hoger dan bij klanten van discountsupermarkten (40%).

De omvang van de supermarkt heeft geen invloed op het aandeel (%) supermarktklanten dat één of meer andere winkels binnen loopt tijdens hetzelfde bezoek.

De onderzoekers komen tot de slotconclusie dat supermarkten een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het voortbestaan van een gevarieerd aanbod dagelijkse speciaalzaken in dorps- en wijkcentra.

Uit informatie van Albert Heijn blijkt de winkel op de huidige locatie ca. 6.000 a 7.000 klanten per week trekt. Verwacht mag worden dat hiervan ca. 73% het bezoek aan de supermarkt ook combineert met andere winkels (= 4.380 a 5.110 bezoekers). Na verplaatsing zal de gemoderniseerde Albert Heijn naar verwachting minimaal 10.000 en mogelijk zelfs 12.000 bezoekers per week gaan trekken. Het combinatiebezoek daalt dan volgens bovenstaande cijfers naar 49%. Het aantal combinatiebezoekers komt dan uit op 4.900 a 5.880 bezoekers per week. Geconcludeerd kan worden dat de verplaatsing van de Albert Heijn dus theoretisch niet zal resulteren in een vermindering van het combinatiebezoek met de andere winkels in het centrum van Sint-Oedenrode. Tot slot verwacht BRO niet dat de verplaatsing van de Albert Heijn an sich, aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de passantenstromen in het zuidelijk deel van het centrum. Dit deel heeft zijn eigen bronpunten. 19 20

Strabo 2010: De veranderende rol van de supermarkt in winkelcentra DTNP 2010: Onderzoek naar combinatiebezoek tussen supermarkt en speciaalzaak

Hoofdstuk 4

25

4.4 Conclusie effectenanalyse Al met al concludeert BRO op basis van de gemaakte berekeningen, analyse en de besproken argumentatie dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn als gevolg van de verplaatsing en uitbreiding van Albert Heijn.  Het planinitiatief resulteert in een versterking van de detailhandelsstructuur en de consumentenverzorging in Sint-Oedenrode. Het centrum van Sint-Oedenrode wordt versterkt door het initiatief. Dit maakt dat het niet de verwachting is dat er bestaande zaken in het centrum zullen moeten sluiten: zij profiteren juist van de sterke positie van Albert Heijn in het centrum. Met twee (moderne) supermarkten aan beide uiteinden van het kernwinkelgebied krijgt het centrum van de gemeentelijke hoofdkern een sterker toekomstperspectief, wat ook past in het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid. De plannen van Albert Heijn dragen daarmee bij aan een versterking van de regionale detailhandelsstructuur en de consumentenverzorging. Ook neemt de parkeerdruk op de Markt af, waardoor deze ruimer beschikbaar is voor klanten van andere winkels in het (noordelijk deel van het) centrum, en verdwijnt de verkeershinder gerelateerd aan het laden en lossen van de Albert Heijn.

 In de Centrumvisie Meijerijstad (2018) wordt erkend dat met de beoogde verplaatsing van Albert Heijn en de voorgestelde herprofilering van Borchgrave straks beide centrumsupermarkten zich buiten de hoofdstructuur bevinden. Door een zorgvuldige (ruimtelijke) uitwerking van de aansluiting tussen supermarkt en centrum (positie entree, zichtlijnen en signalering) hoeft dit geen probleem te zijn. Bovendien fungeert Albert Heijn in de huidige situatie slechts beperkt als trekker (kleine omvang, parkeerproblematiek); het potentieel wordt niet benut. De centrumvisie zet daarom in op de Markt en Heuvel als sterke basis met aan weerszijden van het centrum een supermarkt.  Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief aanbod zal verdwijnen. De uitbreiding en verplaatsing van Albert Heijn draagt ook bij aan een sterker toekomstperspectief voor het kernwinkelgebied. Het dagelijks aanbod en productassortiment in het centrum wordt met de uitbreiding van de Albert Heijn namelijk vergroot.  Hoewel niet in de lijn der verwachting, gezien het stabiel blijven van de gemiddelde vloerproductiviteit, is het toch mogelijk dat een kleine buurtsuper of een kleinschalige foodspeciaalzaak toch individueel dusdanige omzeteffect ondervinden dat zij zouden kunnen verdwijnen.

Voor dergelijke winkels geldt echter dat zij vaak al een zeer lage vloerproductiviteit accepteren en hun verdwijnen meer een autonoom proces is. In dit geval zal dat niet leiden tot duurzame ontwrichting (inwoners blijven dagelijks aanbod houden op acceptabele afstand van hun woning) of onacceptabele effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat. De consumentenverzorging blijft ook intact: er is juist sprake van een versterking van het winkelaanbod en meer keuze voor de consument.

26

Hoofdstuk 4

BIJLAGEN

Bijlage 1: Begrippenlijst BVO/WVO  Bruto vloeroppervlak: Het bruto vloeroppervlak is de oppervlakte van een ruimte of groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580.  Winkelverkoop vloeroppervlak: alleen de voor het publiek toegankelijke ruimten (dus exclusief magazijn, kantoor, etalage, etc.) Detailhandel (als activiteit) Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker. Dagelijkse artikelen Voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging. In de praktijk gaat het hierbij om supermarktaanbod, aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken Bestedingspotentieel Totaal aan winkelbestedingen die door de inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Gebaseerd op inwoneraantal en gemiddelde (landelijke) toonbankbesteding per hoofd van de bevolking. Groepering daarvan noemt men bestedingsvolumes. Koopkrachtbinding Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn.

Koopkrachtafvloeiing Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun detailhandelsbestedingen plaatsen bij gevestigde winkels buiten dat gebied. Koopkrachttoevloeiing Mate waarin inwoners van buiten een bepaald gebied detailhandelsbestedingen plaatsen bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn (aandeel omzet van buiten). Vloerproductiviteit Gemiddelde omzet in gevestigde winkels per m² verkoopvloeroppervlak (wvo).

Bijlagen

1

Bijlage 2: Locatiekeuze Algemeen Zoals hiervoor beschreven kan de Albert Heijn op de huidige locatie geen toekomstbestendige supermarkt van voldoende omvang realiseren. Daarnaast is de huidige locatie met het oog op belangrijke randvoorwaarden als parkeren, bereikbaarheid en laden en lossen niet optimaal. In de huidige situatie zijn deze aspecten al niet optimaal, met een vergroting van de supermarkt op de huidige locatie zal dit naar verwachting echter problematisch worden. Daar komt nog bij dat parkeren op markt- en evenementendagen niet of nauwelijks mogelijk is. Vergroting van de supermarkt op de huidige locatie is dan ook redelijkerwijs geen optie gebleken. Tegen deze achtergrond is gezocht naar een andere locatie, waarbij de eerder genoemde nadelen worden opgeheven. Mogelijke locaties Voor de relocatie van de Albert Heijn supermarkt zijn twee mogelijke locaties onderzocht, de oude Rabobanklocatie en de locatie Borchmolendijk. Op beide locaties is het uitgangspunt een winkel met een vloeroppervlak van 1.500 m2. Daarnaast moet op de locatie voorzien kunnen worden in circa 85 parkeerplaatsen. Locatie Rabobank Deze locatie bevindt zich tegenover de huidige Albert Heijn supermarkt aan de Markt in het Centrum van Sint-Oedenrode. Het huidige gebouw van de Rabobank wordt gesloopt en in de plaats hiervan kan een nieuwe supermarkt gebouwd worden.

De huidige parkeervoorziening kan deels bebouwd worden, waardoor er extra parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Dit is mogelijk door een aantal woningen te slopen. De bereikbaarheid van deze locatie is niet ideaal. De straat (Kerkplein) die gebruikt zou moeten worden voor bevoorrading en parkeren is smal. Dit zal negatieve gevolgen hebben voor de bereikbaarheid, omdat er bij een supermarkt sprake is van veel verkeersbewegingen. Bij een supermarkt is het cruciaal dat de bereikbaarheid en parkeervoorziening van de winkel in orde zijn. Deze locatie versterkt wel het centrum, dit positieve effect weegt echter niet op tegen de slechte bereikbaarheid. Deze locatie valt in het bestemmingplan in het centrumgebied. Met name de gevestigde horecapleinen op de Markt zullen behoorlijk hinder ondervinden van het Albert Heijn verkeer. Tevens is de problematiek van bereikbaarheid en parkeren niet opgelost vanwege de evenementen op de Markt, waaronder de Kermis en de weekmarkt. Inmiddels zijn er voor deze locatie alternatieve plannen ontwikkeld en is de locatie niet meer in beeld en beschikbaar voor de beoogde supermarktontwikkeling. Locatie Borchmolendijk Deze locatie aan de Borchmolendijk ligt aan de buitenrand van het centrumgebied. De locatie bevindt zich ter hoogte van de kruising met de Philippusstraat. De bestaande bebouwing op deze locatie zal gesloopt worden.

Op het achterste gedeelte van het perceel zal de supermarkt gebouwd worden. Het parkeerterrein wordt voor de winkel gerealiseerd. Deze locatie biedt meer mogelijkheden om de bereikbaarheid goed te regelen. Aantrekkingskracht op centrum blijft doordat hemelsbreed de afstand

Bijlagen

2

naar centrum marginaal is. Het parkeren wordt opgelost op eigen terrein en de parkeerdruk op de Markt neemt af. Locatiekeuze De Rabobank-locatie is aanzienlijk minder goed bereikbaar dan de locatie aan de Borchmolendijk. Bovendien is deze locatie niet meer beschikbaar en zijn er plannen voor een alternatieve invulling in ontwikkeling. Omdat bereikbaarheid voor een consument een belangrijke reden is bij een keuze voor een supermarkt, is de verwachting dat de omzetmogelijkheden op de Rabobank-locatie beperkter zijn dan op de locatie aan de Borchmolendijk. Met name vanuit het oogpunt van bereikbaarheid, parkeren en ontsluiting biedt de locatie aan de Borchmolendijk de beste mogelijkheden. Overigens is een solitaire winkel niet het perspectief dat Albert Heijn voor zich ziet. Albert Heijn hecht aan de ligging bij en de wisselwerking met een centrumgebied. De locatie aan de Borchmolendijk biedt de mogelijkheid om dit te combineren. De nieuwe locatie ligt in het historisch centrum, binnen het door de gemeente beoogde winkelconcentratiegebied. Op de locatie aan de Borchmolendijk kan een goed bereikbare en ontsloten supermarkt worden gerealiseerd. Bovendien kan op eigen terrein worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Om de voornoemde redenen is de keuze dan ook gevallen op een verplaatsing van de Albert Heijn naar de locatie aan de Borchmolendijk.

Bijlagen

3

Bijlage 3: Europese Dienstenrichtlijn Het Europese Hof van Justitie heeft de prejudiciële vragen beantwoord21 die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) aan het Hof zijn voorgelegd over de Europese Dienstenrichtlijn (richtlijn 2006/123) in relatie tot detailhandel in goederen. Uit het antwoord volgt dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op de uitoefening van detailhandelsactiviteiten. Voorwaarden vestigingsbeperking Dienstenrichtlijn De Dienstenrichtlijn heeft als doelstelling dat dienstverleners in de Europese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. De vervolgvraag is dan of vestigingsbeperkingen zijn toegestaan die de uitoefening van detailhandelsactiviteiten beperken, zoals regels omtrent branchering, min./max. oppervlakte of max. aantal vestigingen. De Dienstenrichtlijn staat aan dergelijke beperkingen niet in de weg, mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 15, lid 3, van de Dienstenrichtlijn inzake non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid.

 non-discriminatie, doordat ze geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit, of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;  noodzakelijk, vanwege een dwingende reden van algemeen belang en;  evenredig, doordat ze geschikt zijn voor hun doel, niet verder gaan dan nodig om hun doel te bereiken en het doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid De eis omtrent non-discriminatie is niet aan de orde, omdat de vestigingsbeperkingen voor eenieder gelden ongeacht nationaliteit of vestigingsland. Verder kunnen vestigingsbeperkingen aan eis van noodzakelijkheid voldoen als de dwingende reden van algemeen belang is gericht op het behoud van de leefbaarheid van het (stads)centrum of in de wijken en het voorkomen van leegstand in het kader van ruimtelijk beleid. Wanneer de vestigingsbeperkingen voldoen aan de eis noodzakelijkheid, is het vervolgens van belang dat deze evenredig zijn in relatie tot het doel ervan. Dat wil zeggen dat de vestigingsbeperkingen geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, dat deze niet verder gaan dan nodig is en niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Van belang hierbij is dat vestigingsbeperkingen die opgenomen zijn in de planregels, in feite een regeling is met voorafgaande administratieve toestemming22.

Het vaststellen van een planregeling is daarmee een evenredig middel om te bewerkstelligen dat gronden in het plangebied in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening worden gebruikt. Bij een andere regeling dan het stellen van een algemeen verbindend voorschrift vooraf bestaat het gevaar dat het toegestane gebruik of de toegestane bebouwing niet kenbaar is of, bijvoorbeeld bij controle achteraf, dat gronden op een zodanige wijze worden gebruikt of bebouwd dat de uiteindelijk gewenste bestemming niet meer kan worden verwezenlijkt. Oftewel, als de vestigingsbeperkingen niet worden opgenomen in de planregels kunnen ontwikkelingen plaatsvinden waarvan de (in ruimtelijke zin onaanvaardbare) gevolgen niet meer ‘teruggedraaid’ kunnen worden, waarmee het doel dan ook niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt.

21 22

Bij arrest van 30 januari 2018 (ECLI:EU:C:2018:44) Zie uitspraak van ABRvS van 2 mei 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW4538)

Bijlagen

4

Altijd al toets aan ‘goede ruimtelijke ordening’ Overigens, ook los van de Dienstenrichtlijn moet gemotiveerd worden dat vestigingsbeperkingen in een bestemmingsplan nodig zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening, dat deze niet verder strekken dan nodig is om het doel te bereiken en dat doel ook niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Met de gebruikelijke toets aan 'de goede ruimtelijke ordening' zal dan ook in de meeste gevallen voldoende gemotiveerd zijn dat aan de Dienstenrichtlijn wordt voldaan.

Bijlagen

5

Bijlage 4: Volledig aanbod supermarkten regio checkdatum november 2019 Naam

Woonplaats

Winkelgebied

Wvo

MCD

Aarle-Rixtel

Centrum Aarle Rixtel

1.190

ALDI

Aarle-Rixtel

Bedrijfsterrein

948

Jumbo

Beek En Donk

Heuvelplein

1.005

Jan Linders

Beek En Donk

Heuvelplein

955

Plus

Beek En Donk

Centrum Beek en Donk

989

Culinoor Vershuys

Best

Kon Julianaweg

180

Albert Heijn

Best

Kon Julianaweg

918

Lidl

Best

Kon Julianaweg

675

Pan Sliwka

Best

Kon Julianaweg

245

Natuurwinkel

Best

Centrum Best

197

Plus

Best

Centrum Best

1.227

Albert Heijn

Best

Centrum Best

1.323

U Palaka

Best

Centrum Best

185

ALDI

Best

Centrum Best

698

Plus

Best

Heivelden

1.402

Jumbo

Boxtel

Oosterhof

1.214

Plus

Boxtel

Selissen

1.154

ALDI

Boxtel

Kapelwg

743

Albert Heijn

Boxtel

Centrum Boxtel

1.718

Lidl

Boxtel

Centrum Boxtel

969

Groszek

Boxtel

Centrum Boxtel

285

ALDI

Boxtel

Buiten bebouwde kom

1.000

Jan Linders

Erp

Centrum Erp

948

Albert Heijn

Erp

Centrum Erp

804

Coop

Liempde

Centrum Liempde

779

Jumbo

Lieshout

Centrum Lieshout

848

Jumbo

Mariahout

Bebouwde kom

400

Lidl

Oirschot

Centrum Oirschot

891

Albert Heijn

Oirschot

Centrum Oirschot

1.100

Jumbo

Oirschot

Centrum Oirschot

1.580

Jumbo

Oost West En Middelbeers Centrum Oost W Middelbeers

Albert Heijn

Schijndel

t Zuid

1.239

Jumbo

Schijndel

Buiten bebouwde kom

1.895

Spar

Schijndel

Bebouwde kom

432

Plus

Schijndel

Centrum Schijndel

1.403

Jumbo

Schijndel

Centrum Schijndel

1.037

ALDI

Schijndel

Centrum Schijndel

588

Lidl

Sint-Oedenrode

Bebouwde kom

1.692

Jumbo

Sint-Oedenrode

Centrum St Oedenrode

1.293

Bijlagen

1.180

6

Albert Heijn

Sint-Oedenrode

Centrum St Oedenrode

844

ALDI

Sint-Oedenrode

Centrum St Oedenrode

740

Jumbo

Sint-Oedenrode

Bebouwde kom

925

De Winkel van Boskant

Sint-Oedenrode

Bebouwde kom

200

Coop

Son En Breugel

Bebouwde kom

769

Plus

Son En Breugel

Bebouwde kom

855

Jumbo

Son En Breugel

Buiten bebouwde kom

1.642

ALDI

Son En Breugel

Centrum Son en Breugel

751

Albert Heijn

Son En Breugel

Centrum Son en Breugel

1.227

Albert Heijn

Veghel

Centrum Veghel

1.489

ALDI

Veghel

Centrum Veghel

598

Polo Smak

Veghel

Centrum Veghel

310

Jumbo

Veghel

Centrum Veghel

1.991

Lidl

Veghel

Centrum Veghel

679

Jan Linders

Veghel

De Boekt

910

Jumbo

Veghel

De Bunders

897

Jumbo Foodmarkt

Veghel

Proeffabriek

2.880

Bijlagen

7

Bijlage 5: Beleidskaders Provinciaal beleid De provincie wil Brabant aantrekkelijk houden voor ondernemers. Met het programma werklocaties23 streeft de provincie ernaar dat elk bedrijf in Brabant zich kan vestigen op de juiste plek. Hiervoor zijn vitale en toekomstbestendige werklocaties nodig voor bedrijven, kantoren en detailhandel. Het programma richt zich onder andere op het:  versterken van topclusters, campusontwikkeling en herstructurering  verduurzamen en vergroenen van bedrijventerreinen  investeren in kennis en monitoring, regionale samenwerking. Voor detailhandel benoemt het ‘programma werklocaties’ de opgave om te zoeken naar oplossingen in regionaal verband om de negatieve consequenties van ontwikkelingen tegen te gaan. Hoewel nieuwe plannen mogelijk goed aansluiten bij de ontwikkelingen in de vraag zorgt elke realisatie ergens anders in de regio tot extra leegstand. De rol voor de provincie ligt niet alleen in het maken van regionale afspraken of het inzetten van de Ladder voor duurzame verstedelijking, maar vooral om met alle stakeholders te zoeken naar creatieve oplossingen. In 2017 is de Provinciale Retailadviescommissie ingesteld, die onafhankelijk advies uitbrengt aan Gedeputeerde Staten over nieuwe ruimtelijke detailhandelsplannen. De provincie wil met de Retailadviescommissie drie doelen bereiken: 1.

beter inzicht in de meerwaarde en impact van nieuwe winkelplannen om de (sub)regio 2. een betere kwaliteit van regionale afstemming tussen gemeenten 3. een detailhandelsstructuur die bijdraagt aan een vitaal woon- en leefklimaat voor Brabanders Met visies, agenda’s en plannen geeft de provincie haar ruimtelijk beleid voor Brabant vorm. Hierna worden de belangrijkste beleidsstukken genoemd. Structuurvisie ruimtelijke ordening (partiële herziening 2014) Op 19 maart 2014 zijn de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening Ruimte 2014 (actualisatie in 2015) van de provincie Noord-Brabant in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2010. De structuurvisie beschrijft het belang van een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur, welke ruimte biedt aan innovaties en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Hieronder worden fundamentele veranderingen in de detailhandel verstaan, zoals economische stagnatie, omzetverschuivingen van ‘offline’ en naar ‘online’ winkels, toenemende winkelleegstand, digitalisering van de samenleving, demografische transities, toenemend belang van beleving, veranderende vrijetijdsbestedingen en bewegingen in de horeca. Ontwikkelingen die vragen om vernieuwing van de detailhandelsstructuur. Er is beperkt ruimte voor uitbreiding van detailhandel en een reductie wordt voorzien.24

23 24

Provincie Noord-Brabant, Uitvoeringsprogramma werklocaties, februari 2016. Provincie Noord-Brabant, Structuurvisie Ruimtelijke ordening, partiële herziening maart 2014.

Bijlagen

8

Interim omgevingsverordening (oktober 2019) Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen). De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale omgevingsvisie en structuurvisie. Over detailhandel noemt de Interim omgevingsverordening het volgende25:  Met het oog op de aantrekkelijkheid van Brabant is ook een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur van groot belang. Een detailhandelsstructuur waarin plaats is voor innovaties en die ruimte biedt aan 'crossovers' (verbindingen) met diverse andere economische en sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen.  De detailhandelsmarkt is daarbij onderhevig aan structurele veranderingen. Door een toenemende mobiliteit van de consument, een ruimer blikveld van de ondernemer, demografische ontwikkelingen en een toename van internetshoppen is er minder behoefte aan fysieke winkelruimte. Dit betekent dat ondernemers, ontwikkelaars, gemeenten en beleggers zorgvuldiger moeten omgaan met het bijbouwen van nieuwe winkels. Iedere nieuwe detailhandelsontwikkeling heeft ook gevolgen voor de bestaande situatie, niet alleen in de betreffende gemeente maar ook in omliggende gemeenten.

Vanwege de schaalvergroting is de detailhandel niet meer uitsluitend een lokale, maar een bovenlokale of regionale aangelegenheid.  De voornaamste taak van de provincie is om (ruimtelijke) ontwikkelingen van detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal af te stemmen. De aanpak van de detailhandel is op eenzelfde wijze vormgegeven, zoals dat voor bedrijventerreinen, kantoren en woningbouw het geval is. In het regionaal overleg wil de provincie met gemeenten afspraken maken over welke detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal worden afgestemd. Voor detailhandelsontwikkelingen is ook een expertteam detailhandel ingesteld die adviseert aan gemeenten en provincie. Regionaal beleid De detailhandelsvisie voor de regio Noordoost-Brabant is in december 2015 door de provincie NoordBrabant vastgesteld. Voor Sint-Oedenrode is daarin opgenomen dat de opgave voor de toekomst vooral gericht is op herpositioneren richting de (lokale en zeer beperkt regionale) doelgroep en aanpassing van het aanbod aan de lokale behoefte. In de regionale visie worden verder afspraken gemaakt over regionale afstemming en toetsing. De belangrijkste relevante afspraken zijn:  In de toekomst zijn minder detailhandelsmeters nodig, er wordt terughoudend omgegaan met nieuwe ontwikkelingen.  Kwaliteitsimpulsen staan voorop in plaats van kwantitatieve uitbreiding van winkelaanbod.

 Nieuwe ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk een plek te krijgen in structuurbepalende winkelgebieden. Ook de lokaal verzorgende centrumgebieden hebben in die structuur een belangrijke verzorgingspositie.  Concentratie vindt plaats in het kernwinkelgebied, in de randen is ruimte voor functietransformatie.  Verspreide bewinkeling, voor zover die het functioneren van centrumgebieden kan aantasten, dient zo veel mogelijk te worden teruggedrongen.

25

Provincie Noord-Brabant, Interim omgevingsverordening, oktober 2019.

Bijlagen

9

Ten aanzien van nieuwe initiatieven, die afwijken van vigerende bestemmingplannen, is opgenomen dat deze dienen te worden afgewogen op de effecten voor winkelgebieden in de invloedsfeer van het initiatief. De impact van het initiatief is ook afhankelijk van de aard en omvang van het initiatief in relatie tot het verzorgingsgebied waar de ontwikkeling geprojecteerd is. Daartoe wordt gewerkt met een systematiek van drempelwaarden. Voor de categorie ‘zeer beperkt regionale centra’, waartoe het centrum van Sint-Oedenrode gerekend wordt, is de drempelwaarde voor regionale afstemming 1.500 m². Aangezien de nieuwe locatie voor centrumsupermarkt Albert Heijn conform de gemeentelijke Centrumvisie tot het centrumgebied behoort, is geen regionale afstemming vereist.. In Sint-Oedenrode geldt dat voor initiatieven groter dan 1.500 m² wvo regionale afstemming vereist is. Desondanks heeft wel in breder verband overleg plaatsgevonden over deze ontwikkeling. Dit wordt nogmaals ten finale besproken in het regionale afstemmingsoverleg. Gemeentelijk beleid Centrumvisie Gemeente Meijerijstad, 2018 In 2017 zijn de gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode gefuseerd tot de gemeente Meijerijstad. Hiermee heeft de gemeente Meijerijstad drie grote centra, waaronder die van Sint-Oedenrode. Alle drie de centra hebben hun eigen positie en verzorgingsgebied binnen de gemeente.

Er is geen hiërarchie tussen de dorpscentra: ieder van de centra functioneert solitair ten opzichte van de andere twee. De primaire focus op het eigen verzorgingsgebied betekent dat het belang van de dagelijkse (boodschappen)voorzieningen verder toeneemt. Supermarkten worden waar mogelijk ingezet als publiekstrekkers voor overige centrumfuncties. Figuur B6.1: Verzorgingsgebied Centrum Sint-Oedenrode

Bijlagen

Met de monumentale panden aan de Markt heeft Sint-Oedenrode een herkenbaar en sfeervol historisch dorpshart. Door de ligging in het beekdal van de Dommel en de aanwezigheid van enkele toprestaurants heeft de kern een aantrekkelijk toeristisch/recreatief karakter als hoogwaardige buitenplaats. Echter zijn er nog een aantal opgaven voor het centrum van Sint-Oedenrode, waarover de gemeente nu een structurele keuze wil maken. Het verzorgingsgebied van het centrum omvat de kern Sint-Oedenrode en de kernen Nijnsel, Boskant en Olland in het buitengebied.

10

Het belangrijkste knelpunt in het huidige centrum is de positie van Borchgrave. De hoofdwinkelstructuur met twee takken (zoals vastgesteld in 2010) is, vanwege het uitblijven van ruimtelijke ingrepen, geen succes. Waar de Heuvel inmiddels weinig leegstand meer kent, is deze in Borchgrave nog wel aanwezig. Aangezien het sinds het vaststellen van de vorige centrumvisie niet gelukt is de ruimtelijke relatie te verbeteren, wordt het inmiddels tijd om de hoofdwinkelstructuur met twee takken (Heuvel en Borchgrave) te herzien. De nieuwe ruimtelijk-functionele visie voor het centrum omvat de volgende punten:  Een eenvoudige hoofdstructuur: Het centrum van Sint-Oedenrode kent twee sterke (sfeervolle) verblijfsgebieden die duidelijk het ‘eigen’ karakter van het dorp bepalen. Zowel op de Markt als op de zuidelijke hoek van de Heuvel (splitsing Kofferen/Hertog Hendrikstraat) zorgen de aanwezige horeca en de historische gebouwen voor een gezellige (dorpse) sfeer. Markt en Heuvel vormen in de toekomst dan ook de basis van het centrum van Sint-Oedenrode. De Heuvel is als historische hoofdstructuur sterk verankerd in de lokale leefomgeving, heeft zich sinds 2010 goed ontwikkeld en verbindt de belangrijkste verblijfsgebieden van het centrum via een doorlopend publieksgericht front.

Door deze concentratie van publieke functies in één hoofdroute ontstaat er een compleet en levendig centrumgebied voor de eigen inwoners.  Structurele aanpak langdurige leegstand: Dit betekent dat Borchgrave geen onderdeel meer uitmaakt van het primaire winkelgebied. Het gebied biedt echter nog wel kansen voor (publieksgerichte) functies die wat meer doelgericht bezocht worden, zoals ondernemingen in de diensten- of ambachtelijke sector. Door het stimuleren van een geleidelijke transitie kan de afgebouwd. Hetzelfde geldt voor Kofferen, waar de winkelfunctie al eerder (beleidsmatig) is vervallen. Door nu ook de markering van het centrumgebied te verschuiven naar het noordelijke uiteinde van de straat (en de ondernemers dus niet langer te laten meebetalen aan het centrummanagement) kan de transitie van dit deelgebied verder worden doorgezet. Op termijn is Sint-Oedenrode immers gebaat bij een verdere concentratie van de publieke centrumfuncties en is een afbouw van de hoeveelheid niet-dagelijks winkelaanbod onvermijdelijk.

Bijlagen

11

Ruimtelijke inpassing supermarkten: Idealiter maken enkele supermarkten onderdeel uit van dit compacte dorpscentrum, zodat zij als publiekstrekker kunnen optreden voor overige centrumfuncties. Tegelijkertijd is er een schaalvergroting gaande in de supermarktsector, waardoor een redelijke ruimtelijk inpassing (incl. parkeren en bevoorrading) niet altijd mogelijk is. Met de aanstaande verplaatsing van AH (naar de beoogde locatie aan de Borchmolendijk) en de voorgestelde herprofilering van Borchgrave bevinden beide centrumsupermarkten zich straks buiten de hoofdstructuur. Door een zorgvuldige (ruimtelijke) uitwerking van de aansluiting tussen supermarkt en centrum (positie entree, zichtlijnen en signalering) kan het combinatiebezoek tussen supermarkt en centrum echter wel redelijk op niveau blijven. Markt opwaarderen: Met de verplaatsing van de AH-supermarkt verandert er ook iets aan de parkeerbehoefte en -voorzieningen in het centrum. Doordat het parkeren voor supermarktbezoekers in de toekomst op eigen terrein wordt opgevangen, ontstaat er ruimte op de Markt om de verblijfskwaliteit te vergroten. Hierbij is de relatie met Kerkplein en Heuvel van groot belang om de compacte centrumstructuur te behouden.

Met de transitie van de Borchgrave vormt de Heuvel weer de enige hoofdroute voor de (winkelende) centrumbezoeker; de overgang van Markt naar Heuvel via het Kerkplein moet dan ook laagdrempelig en aangenaam zijn. De verkeersfunctie van de Heuvel blijft in de toekomst wel behouden. Het eenrichtingsverkeer, met een inrichting van de openbare ruimte als ‘shared space’, biedt de beste balans tussen bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit.

Bijlagen

12

Figuur B6.2: Nieuwe centrumvisie - Markt en Heuvel als sterke basis

Eén van de punten in de centrumvisie is de AH-supermarkt aan de Markt (circa 840 m²) die naar alle waarschijnlijkheid verplaatst zal worden, omdat uitbreiding op de huidige locatie niet mogelijk is. De gemeenteraad van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode heeft, onder voorwaarden, ingestemd met een verplaatsing naar de planlocatie aan de Borchomolendijk Een van die voorwaarden is dat de toegang van supermarkt en parkeerterrein aan de Borchmolendijk komen te liggen. Het centrum van Sint-Oedenrode kent een parkeerroute die langs diverse parkeerlocaties in en rond het centrum voert. Het parkeerterrein bij Jumbo en op de Markt vormen hierbij de belangrijkste ‘bronpunten’. Eventuele verplaatsing en vergroting van AH zal leiden tot een vergroting van de parkeercapaciteit aan de noordzijde van het centrum. Met de verplaatsing van de AH-supermarkt verandert er ook iets aan de parkeerbehoefte en -voorzieningen in het centrum. Doordat het parkeren voor supermarktbezoekers in de toekomst op eigen terrein wordt opgevangen, ontstaat er ruimte op de Markt om de verblijfskwaliteit te vergroten. Hierbij is de relatie met Kerkplein en Heuvel van groot belang om de compacte centrumstructuur te behouden. Met de transitie van de Borchgrave vormt de Heuvel weer

Bijlagen

13

de enige hoofdroute voor de (winkelende) centrumbezoeker; de overgang van Markt naar Heuvel via het Kerkplein moet dan ook laagdrempelig en aangenaam zijn. Naar aanleiding van de centrumvisie zijn een vijftal projecten waar de gemeente proactief aan wil gaan werken:  Project 1: Herinrichting Markt: hoogwaardige uitstraling én gebruiksgemak  Project 2: Start transitie Borchgrave: van winkelstraat naar centrumstraat  Project 3: Inpassing AH-supermarkt: goede zichtbaarheid en ruimtelijke relaties  Project 4: Transitie Kofferen stimuleren: afbouw publiek programma aanloopstraat  Project 5: Start centrummanagement: samenwerking professionaliseren Collegebesluit 10-09-2019 De gemeenteraad van voormalig Sint-Oedenrode heeft eind 2016 opdracht gegeven onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de beoogde verplaatsing van de AH van de Markt naar de Borchmolendijk. In de door de raad van Meierijstad vastgestelde centrumvisie is de verplaatsing ook als actiepunt opgenomen. Op 10 september 2019 heeft het college van de gemeente Meierijstad ingestemd met de beoogde verplaatsing en het model waarbij de bebouwing op de percelen Borchmolendijk 14 t/m 22 en Passtraat 2 wordt gesaneerd en vervangen door een supermarkt met een bruto oppervlak van ca. 1900 m2, een viertal bovenwoningen en een parkeerterrein met ca. 85 plaatsen voor die functies, te ontsluiten via de Borchmolendijk.

Bijlagen

14

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.BRO.nl

%LMODJH $NRHVWLVFKRQGHU]RHN

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 51 van 753

Datum:24-08-2021

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BRO WND642-0003 17 december 2020

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BRO WND642-0003 20201217-WND642-003-RAP-AKO-IVL-2.0 Definitief 17 december 2020

Opsteller: J. Schuddeboom +C0J.

Verificatie: L. Smeets

-

+R0L. Smeets+-

-

+V0L. Smeets+-

Validatie: L. Smeets

T 088 - 33 66 333

INHOUDSOPGAVE

2.1 2.2

Situering ...................................................................................................................................................................9 Omschrijving ..............................................................................................................................................................9

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.3

Industrielawaai .........................................................................................................................................................11 Inleiding..................................................................................................................................................................11 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................................................12 Systematiek milieuwetgeving ......................................................................................................................................14 Activiteitenbesluit milieubeheer ....................................................................................................................................14 Wegverkeerslawaai ...................................................................................................................................................15 Wet geluidhinder.......................................................................................................................................................15 Geluidzones .............................................................................................................................................................15 Voorkeurswaarde en ontheffingswaarden

gezoneerde wegen.............................................................................................15 Aftrek artikel 110g....................................................................................................................................................16 Cumulatie................................................................................................................................................................16 Ruimtelijke ordening ..................................................................................................................................................16 Bouwbesluit 2012 ....................................................................................................................................................17 Gemeentelijk geluidbeleid ...........................................................................................................................................17

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Industrielawaai .........................................................................................................................................................19 Uitgangspunten ........................................................................................................................................................19 Representatieve bedrijfssituatie ....................................................................................................................................19 Incidentele bedrijfssituatie...........................................................................................................................................21 Rekenmethode .........................................................................................................................................................21 Wegverkeerslawaai ...................................................................................................................................................22 Geluidzones .............................................................................................................................................................22 Verkeersgegevens .....................................................................................................................................................22 Rekenmethode

.........................................................................................................................................................23

5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4

Industrielawaai .........................................................................................................................................................25 Goede ruimtelijke ordening .........................................................................................................................................25 Activiteitenbesluit milieubeheer ....................................................................................................................................26 Wegverkeerslawaai ...................................................................................................................................................30 Mogelijke maatregelen...............................................................................................................................................31 Bronmaatregelen ......................................................................................................................................................31 Overdrachtsmaatregelen .............................................................................................................................................31 Maatregelen ontvanger (gevelmaatregelen) ...................................................................................................................31 Geluidbelasting bestaande

woningen.............................................................................................................................32

5

BIJLAGEN

6

1

INLEIDING In opdracht van BRO is een akoestisch onderzoek industrielawaai en wegverkeer uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van een supermarkt en appartementen aan de Borchmolendijk te Sint-Oedenrode. Op de locatie waar de supermarkt is gepland was voorheen een bedrijf aanwezig. De nieuwe supermarkt is gelegen binnen een zogenaamd gemengd gebied waar woningen gecombineerd met bedrijven aanwezig zijn. Doel van het onderzoek is inzicht te geven in de geluidimmissie ter plaatse van de dichtst bij de inrichting gelegen (nieuwe) woningen, ten gevolge van de activiteiten van de supermarkt die gaan plaatsvinden. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is uitgevoerd overeenkomstig de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai uit 1999. De beoordeling van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden conform het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten behoeve van de ruimtelijke procedure dient te worden aangetoond dat ter plaatse van de nabijgelegen geluidgevoelige functies een akoestisch voldoende leefklimaat gegarandeerd is na de ingebruikname van de supermarkt. Hiertoe is aansluiting gezocht bij de publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 (verder te noemen de VNGpublicatie).

Het onderzoek wegverkeer heeft betrekking op de berekening van de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe appartementen en bestaande omliggende woningen. Conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) is een onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van zoneringsplichtige geluidbronnen verplicht. De te realiseren appartementen zijn echter niet gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zones van wegen. De wegen in de directe omgeving betreffen 30 km/uur wegen en hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone. De geluidbelasting van deze wegen is wel inzichtelijk gemaakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarbij voor wat betreft de beoordeling van de geluidbelastingen is aangesloten bij het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Het effect van de verkeersgeneratie (indirecte geluidimmissie) van de nieuwe planontwikkeling (vergelijking geluidbelasting in huidige en toekomstige situatie) op bestaande omliggende woningen aan de Borchmolendijk en de Passtraat is eveneens onderzocht. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van beide onderzoeken beschreven.

7

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Situering Het plangebied ligt in het centrum van Sint-Oedenrode (gemeente Meierijstad). De ligging van de planlocatie (rode omlijning) is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1

2.2

Schematische ligging van het plangebied [rood kader]

Omschrijving Het plan betreft de sloop van de aanwezige bebouwing en de herinrichting van het vrijgekomen terrein ten behoeve van de realisatie van een supermarkt en appartementen. In navolgende afbeelding is de globale opzet van het plan weergegeven.

9

Afbeelding 2

Globale opzet van het plan [bron: tekening 190408 Nieuwe architectuur (wit) – rooilijn verplaatst 5.pdf]

Afbeelding 3

Globale opzet van het plan – aanzicht [bron: tekening 191104 Aanzichten met goot- en bouwhoogten def.

zonder tekst 5.pdf]

10

3

TOETSINGSKADER

3.1

Industrielawaai

3.1.1

Inleiding Bij de aanpassing van een bestemmingsplan dienen de milieuhygiënische randvoorwaarden, voortkomend uit de vergunde rechten van bestaande inrichtingen, gerespecteerd te worden. Tegelijkertijd dient een acceptabel woonen leefklimaat bij de projectlocatie te worden gewaarborgd. Voor de waarborging van het goed woon- en leefklimaat wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van 2009. Tevens dient onderzocht te worden of het plan “met het oog op bestaande geluidrechten” van inrichtingen in haar omgeving kan worden ingepast. De bestemming1 van de percelen waarop de supermarkt beoogd is zijn Centrum – 3 en Wonen. De voor 'Centrum - 3' aangewezen gronden zijn globaal bestemd voor: a. b. c.

Wonen (op de verdiepingen); kantoren en dienstverlening; bedrijven en bedrijfsactiviteiten (uitsluitend op de begane grondlaag), voor zover deze bedrijven/inrichtingen voorkomen in categorie 1 en 2 van de bij deze regels behorende lijst van bedrijfsactiviteiten.

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn ter plaatse van de beoogde supermarkt enkel bestemd voor wonen. Deze zullen gewijzigd worden ten behoeve van het mogelijk maken van de supermarkt.

Afbeelding 4

Bestemmingen ter plaatse van beoogde supermarkt [bron: bestemmingsplan Centrum, herziening 2013]

1 Conform het vigerende bestemmingsplan Centrum, herziening 2013, zoals vastgesteld 2013-10-10.

11

De vestiging van functies in milieucategorie 1 en 2 zijn ter plaatse van de gronden met bestemming 'Centrum - 3' conform het vigerende bestemmingsplan mogelijk, echter een supermarkt is niet toegestaan. Voor de gronden met bestemming ‘Wonen’ en 'Centrum - 3' (zie afbeelding 4) zal de bestemming gewijzigd moeten worden. Om te beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is aangesloten bij de systematiek uit de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.

3.1.2

Bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar nieuwe bedrijven c.q. bedrijfsbestemmingen dicht bij woningen worden voorzien. In voorliggend rapport is gebruik gemaakt van de meest recente versie van 2009. De VNG-publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoordeling. Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert, zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. De te onderscheiden omgevingstypen worden onderstaand nader getypeerd. Rustige woonwijk en een rustig buitengebied “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in algemene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig buitengebied. Stap 1 bestaat uit het toetsen aan de richtafstand die in de VNG-publicatie voor iedere bedrijfscategorie is opgenomen.

Stap 1 Voor het aspect geluid geeft de VNG-publicatie een richtafstand van 10 meter tussen de grens van het terrein van de supermarkt (categorie 1, SBI 471) en de gevels van woningen in een “rustige woonwijk”. De VNG-publicatie merkt bij stap 1 op dat overwogen kan worden om de richtafstanden met één afstandstap te verlagen (10 meter wordt dan 0 meter) in het geval dat de omgeving van de woningen als een “gemengd gebied” kan worden beschouwd. In voorliggend geval wordt de supermarkt gerealiseerd op de plaats waar voorheen een groot bedrijf, drankenhandel, was gevestigd met geregeld transportbewegingen met vrachtwagens en auto’s (milieucategorie 2). Een supermarkt valt onder detailhandel milieucategorie 1 en heeft planologisch een geringere milieu-impact op de omgeving. Omdat al bedrijvigheid in een hogere milieucategorie is toegestaan, is ook wat milieubelasting betreft reeds sprake van een goede ruimtelijke ordening.

12

Voor de her te bestemmen gronden wordt onderscheid gemaakt tussen het deel aan de noordzijde (hoek Borchmolendijk – Passtraat) en het deel aan de zuidzijde (nabij Sluisplein). Het gebied aan c.q. nabij de Borchmolendijk wordt duidelijk gekarakteriseerd door een combinatie van wonen en bedrijven, een zogenaamd “gemengd gebied”. De richtafstand voor een supermarkt bedraagt hierdoor derhalve 0 meter. Op basis van stap 1 uit de VNG-publicatie mag daarom worden aangenomen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de omgeving nabij het Sluisplein geldt dat deze in niet direct grenst aan een bestemming met bedrijvigheid maar wel in de directe omgeving van winkels en bedrijven is gelegen. Dit gebied is een overgangsgebied van “wonen/bedrijven” naar “wonen in het groen”. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid wordt voor de woningen/appartementen in dit gebied uitgegaan als ware deze gelegen in een “rustige woonwijk”. Voor dit gebied geldt voor de supermarkt een richtafstand van 10 meter op basis van de VNG-publicatie. De appartementen Sluisplein 1 tot en met 95 zijn gelegen op een afstand van circa 20 meter van de supermarkt. Derhalve wordt ook hier voldaan aan de genoemde richtafstand voor het gebied “rustige woonwijk”. De woningen Sluisplein 52 tot en met 56 zijn gelegen op een afstand die kleiner is dan 10 meter.

Op basis van stap 1 uit de VNG-publicatie is ter plaatse van de appartementen Sluisplein 1 tot en met 95 derhalve sprake van een goede ruimtelijke ordening en is volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting. Voor alleen de woningen gelegen aan het Sluisplein 52 tot en met 56 worden dan ook de vervolgstappen uit het stappenplan uit de VNG-publicatie gevolgd. Stap 2 Vanaf stap 2 is het nodig om door middel van een rekenmodel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en de maximale geluidniveaus (LAmax) te bepalen op de gevels van de omliggende woningen en te toetsen aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie. Per stap worden de richtwaarden (in de vorm van maximaal toelaatbare geluidbelastingen) hoger, maar daarmee ook de omvang van het onderzoek en de noodzakelijke motivatie. Indien wordt voldaan aan de richtwaarden is sprake van een goede ruimtelijke ordening en is verdere motivatie niet noodzakelijk. In stap 2 bedragen de richtwaarden voor woningen in een rustige woonwijk: -

45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT; 65 dB(A) maximaal LAmax (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.

Indien niet aan de normstelling uit stap 2 voldaan kan worden, dient stap 3 beschouwd te worden. Stap 3 In stap 3 zijn geluidbelastingen tussen de richtwaarden en de grenswaarden mogelijk, maar moet door het bevoegd gezag worden gemotiveerd waarom deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. In stap 3 bedragen de grenswaarden voor woningen in een rustige woonwijk: -

50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT; 70 dB(A) maximaal LAmax (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.

Het bevoegd gezag dient bij toepassing van stap 3 te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied.

13

Indien niet aan de normstelling uit stap 3 wordt voldaan, maar een ontwikkeling toch gewenst is, kan worden overgegaan tot stap 4. Stap 4 Voor stap 4 zijn geen richtwaarden opgenomen maar wordt geadviseerd de situatie grondig te onderzoeken, te onderbouwen en te motiveren waarom een hogere geluidbelasting in de betreffende situatie aanvaard kan worden. In ieder geval moet de inrichting zich houden aan de geluidvoorschriften die gelden op basis van vigerende wet- en regelgeving. In het kader van de haalbaarheid van het plan dient ook voldaan te worden aan de normstelling zoals die geldt overeenkomstig de milieuwetgeving.

3.1.3

Systematiek milieuwetgeving Bedrijven die aan te merken zijn als een inrichting in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en waarop tevens een categorie uit bijlage I van het Besluit omgevingsrecht van toepassing is, dienen te voldoen aan de Wabo. Onder de Wabo kunnen inrichtingen te maken hebben met vergunningplicht, de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een combinatie daarvan. Het Besluit omgevingsrecht wijst de bedrijven aan die vergunningplichtig zijn. Voor inrichtingen die niet als vergunningplichtig zijn aangewezen, zijn algemene regels van toepassing. Hiertoe is op 1 januari 2008 het Activiteitenbesluit milieubeheer in werking getreden. Met behulp van het Activiteitenbesluit milieubeheer is de milieuwet- en regelgeving gestroomlijnd en geüniformeerd. Het merendeel van de bedrijven, waar voorheen de vergunningplicht gold, valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Afhankelijk van het type inrichting kan het Activiteitenbesluit milieubeheer geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn op de inrichting. De zogenaamde type C-inrichtingen vallen vooralsnog niet volledig onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor dergelijke inrichtingen geldt overigens wel dat het Activiteitenbesluit milieubeheer gedeeltelijk van toepassing is naast de omgevingsvergunning.

3.1.4

Activiteitenbesluit milieubeheer Geluidnormen voor de activiteiten van supermarkten volgen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn onder meer de geluideisen opgenomen waaraan de inrichting moet voldoen. Voor supermarkten gelden de voorschriften uit artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.

de niveaus op de in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel [2.17a] aangegeven waarden.

Normen Activiteitenbesluit milieubeheer [tabel 2.17a] LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 2 LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

2 Conform artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond

van artikel 1 Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting

14

b.

de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in [de] tabel [2.17a] opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten. c-g. [-]

Uit jurisprudentie blijkt dat het artikel ook van toepassing is op aanverwante activiteiten zoals het komen en gaan van voertuigen ten behoeve van het laden en lossen. Overeenkomstig artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) vaststellen als bedoeld in onder andere artikel 2.17. Hogere waarden kunnen slechts dan vastgesteld worden indien binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=ff0435aa-d52c-41f1-b653-fcf21e5dfa07