Bijlage 1 - Bestemmingsplan Oudestraat, Morgenstraat en Antoniusstraat te Keldonk
Tekst van het document
Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. 5. De aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt tegelijk met de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, ingediend. 6. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gebod, bedoeld in het tweede lid onder a, indien op het perceel om technische of praktische redenen een berging van 60 mm onhaalbaar is, mits dan een bergingscapaciteit wordt gerealiseerd van blijkens een overgelegde tekening en ontwerp ten minste 20 mm (per m² verhard oppervlak). In artikel 6.2 van de VFL zijn de begrippen uit hoofdstuk 6 van de VFL gedefinieerd. Het gaat hierbij onder andere om de volgende begrippen en bijbehorende definities: Artikel 6.2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: (…) •
groen dak: een doelbewust met planten begroeid dak;
(…) •
nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk;
•
nieuw verhard oppervlak: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak;
(…) •
verhard oppervlak: alle oppervlakken die gemaakt zijn van steenachtig of ander materiaal, waaronder daken, tegels, bestratingen, asfaltoppervlakken, etc.;
(…)
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
49
4.10.2
Onderzoek
Door Aeres Milieu is een waterparagraaf opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage. Hieronder volgen de voornaamste conclusies en aandachtspunten. Oppervlaktewater Op circa 575 meter afstand, ten noorden van de plangebieden, is de rivier de Aa gelegen. Ten zuidwesten van de locatie aan de Oudestraat/Morgenstraat is het kanaal Zuid-Willemsvaart gelegen. Gelet op de afstand tot deze oppervlaktewateren en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkelingen liggen (negatieve) effecten op betreffende oppervlaktewateren niet voor de hand. Afvalwater Onderhavig bestemmingsplan voorziet de realisatie van 4 woningen binnen het plangebied en de ontwikkeling van een bedrijfspand met showroom. Gelet op het feit dat binnen het plangebied reeds bebouwing aanwezig is en in de directe omgeving van het plangebied ook bebouwing aanwezig is, is er reeds een rioleringsnetwerk aanwezig. In de gemeente Meierijstad is volgens het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026, circa 40% aangesloten op een gescheiden stelsel. De gemeente werkt aan een volledig gescheiden stelsel. De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Door de voorgenomen nieuwbouw neemt de vuilwaterhoeveelheid licht toe. Deze afvalwaterhoeveelheid dient op het gemeentelijk rioolstelsel aangesloten te worden.
Voor de wijzigingen dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Meierijstad. Vuilwaterafvoer van de nieuwe ontwikkelingen zal geen probleem opleveren voor het bestaande rioolstelsel van de gemeente. Oudestraat/Morgenstraat Ten aanzien van de hoeveelheid afvalwater die wordt geproduceerd wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van gemiddeld 2,5 personen per wooneenheid en een waterverbruik van 10 l/i.e./uur. Aangezien er sprake is van een toename van in totaal 10 i.e. (4 woningen x 2,5 personen per wooneenheid), is er sprake van een totale vuilwaterbelasting van 100 liter/uur, wat gelijk staat aan 0,10 m³/uur. Hemelwater Uitgangspunt met betrekking tot hemelwater is dat het in beginsel verboden is om vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. Daarom dient niet (enkel) te worden gekeken naar de toename in verharding ten opzichte van de huidige situatie maar naar de totale verharde oppervlakte in de toekomstige situatie. Onderhavig plan betreft de realisatie van 4 woningen en de ontwikkeling van een nieuw bedrijfspand. Ter plaatse is geen infiltratie onderzoek uitgevoerd maar op basis van de verwachte bodemsamenstelling (zwak lemig fijn zand) is infiltratie binnen het plangebied naar verwachting beperkt (matig tot goed, voornamelijk horizontaal) mogelijk.
In de waterparagraaf is onderbouwd waarom de voorgestelde oplossingen (zie hieronder) haalbaar zijn in relatie tot de verwachte doorlatendheid (k-waarde) en de GHG ter plaatse. In onderstaande tabel is een overzicht van de geplande wijzigingen in verhard oppervlak door het planvoornemen opgenomen met de benodigde hemelwaterberging. Voor de verharding van de tuinen aan de Oudestraat/Morgenstraat is rekening gehouden met een bijkomende vergroening bij het huidige bedrijfsgebouw een verhardingspercentage van 70% aangehouden.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
50
Tabel 7: Overzicht wijzigingen verharde oppervlakken met benodigde waterberging per deellocatie
Voor de planontwikkeling aan de Oudestraat (deellocatie 1) dient er ca. 17,4 m3 (of 30 bij afkoppeling dakoppervlak) hemelwaterberging gerealiseerd te worden. Bij de Morgenstraat bedraagt de benodigde waterberging (west 7,5+8,8=)16,3 m3 en (oost 6,3+4,6=) 10,9 m3. Voor het planvoornemen aan de Antoniusstraat (deellocatie 3) dient er ca. 91,8 m3 hemelwaterberging gerealiseerd te worden. Hierbij is er geen rekening gehouden met alternatieve verhardingsvoorzieningen zoals groendak, halfverharding, etc. welke een invloed hebben op de benodigde hoeveelheid waterberging op het perceel. Volgens het gemeentelijk beleid hoeft voor het oppervlak aan groen dak (in m2) geen aanvullende hemelwatervoorziening aangelegd te worden. Door het aanhouden van een vloerpeil zoals bestaand (11,2/11,3 m +NAP) is bij de nieuwbouw geen grondwateroverlast te verwachten en wordt voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen van het pand weg naar de toekomstige hemelwatervoorziening of het omliggend groen. Voor de hemelwaterverwerking wordt bij de woningen gezien de planinvulling een infiltratieput of ondergrondse voorziening middels kratten geadviseerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een verwachte GHG op 10,3 m +NAP (berging dient hierboven ingepast te worden).
Bij het bedrijfsperceel aan de Antoniusstraat (deellocatie 3) dient rekening houdend met de voorgenomen aanleg van een groendak op de nieuwbouw alleen de buitenverharding gecompenseerd te worden (ca. 64,2 m3). Gezien de terreininvulling zal deze waterverwerking ter plaatse ook ondergronds ingepast dienen te worden. Dit kan ter plaatse ingepast worden door middel van een IT-leiding met grindomstorting (ca. 130 lopende meter). Als alternatief kunnen ook enkele infiltratieputten of -kratten aangelegd worden. De noodoverloop van de hemelwatervoorzieningen kan gewoon (bij voorkeur bovengronds) naar het openbaar gebied plaatsvinden. De keuze voor een voorziening is afhankelijk van de uiteindelijke terreininvulling en eigen voorkeur. De voorziening wordt nader uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen. Bij het definitieve
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
51
bouwplan zullen de uiteindelijke afval- en hemelwaterstelsels gedetailleerd en conform het geldende beleid uitgewerkt en opgenomen te worden. De benodigde hemelwaterberging dient voorafgaand of gelijktijdig met de planrealisatie aangelegd te worden. Bij het definitieve bouwplan dienen de uiteindelijke afval- en hemelwaterstelsels gedetailleerd en conform het geldende beleid uitgewerkt en opgenomen te worden. Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de hemelwatervoorziening van 60 mm (berging door de aanleg van bergings- en infiltratievoorzieningen en/of de aanleg van groene daken) voor het nieuw verhard oppervlak en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkelingen. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om voldoende waterberging te realiseren. Grondwater De plangebieden zijn niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of grondwaterwingebied. De voorgenomen ontwikkelingen zullen zowel kwantitatief als kwalitatief gezien geen significante invloed hebben op het grondwater. De planlocaties zijn volgens de Provinciale Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wel gelegen in de boringsvrije zone (80 meter) rond de waterwinning.
Met het plan zijn geen ingrepen voorzien die het functioneren van de boringsvrije zone belemmeren. 4.10.3
Conclusie
Er bestaan geen belemmeringen met betrekking tot het aspect water.
4.11
Archeologie
4.11.1
Toetsingskader
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 4.11.2
Onderzoek
Op grond van het bestemmingsplan ‘Keldonk’ geldt op de gronden voor de locatie aan de Oudestraat/Morgenstraat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Gronden met deze dubbelbestemming zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. Op grond van artikel 14.2 van het bestemmingsplan ‘Keldonk’, gelden de volgende bouwregels met betrekking tot archeologie:
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
52
14.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. de bouw van een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; c.
bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
In artikel 14.3 van het bestemmingsplan ‘Keldonk’ zijn de volgende regels opgenomen voor het afwijken van de bouwregels: 14.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voorzover: a. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; b. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. Oudestraat/Morgenstraat De ontwikkeling voor de locatie aan de Oudestraat betreft nauwelijks tot geen fysieke ingrepen, hierdoor is het voor deze locatie niet noodzakelijk om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Wel blijven voor deze locatie archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd. Er is gekozen voor het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ conform het paraplubestemmingsplan archeologie (vastgesteld op 10 april 2025). Voor de realisatie van de ontwikkeling aan de Morgenstraat worden er sloop- en bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Hierdoor is er door Buro de Brug een archeologische quickscan uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage.
Op basis van de quickscan wordt gesteld dat een middelhoge verwachting geldt voor de archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Resten uit deze perioden worden onder het mogelijk aanwezige plaggen- of esdek verwacht of in de oorspronkelijke bodem. Vanaf circa 1960 heeft er voor het eerst bebouwing op de locatie gestaan. Hierdoor geldt er een lage verwachting voor de Vroege en Midden Nieuwe Tijd. Echter is het plangebied vaak bebouwd geraakt, en is er sprake geweest van sloop gedurende de Late Nieuwe Tijd. Hierdoor bestaat er het vermoeden dat de ondergrond binnen het plangebied niet meer intact is. Dit betekent dat zeer waarschijnlijk de eventueel aanwezige archeologische waarden zijn verstoord. Tevens zullen de nieuw te ontwikkelen woningen grotendeels gebouwd worden binnen het terrein dat oranje kleurt op de archeologische beleidskaart uit 2021, dit betreft categorie 4. Binnen deze categorie is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m 2 en dieper dan 30 centimeter –mv. De geplande ingreep in het (noordelijke) deel van het plangebied wat roze (categorie 2) gekleurd is op de archeologische beleidskaart uit 2021 is momenteel juist grotendeels bebouwd, waardoor vermoedelijk eventuele archeologische resten geschaad zijn op deze plek.
Buro de Brug adviseert om het plangebied (deel Morgenstraat) vrij te geven op het gebied van archeologie. Het bevoegd gezag heeft aangegeven niet volledig te kunnen instemmen met dit advies. Op basis hiervan is ervoor gekozen om de archeologische dubbelbestemming, die volgt uit het ‘Paraplubestemmingsplan archeologie’, voor dit perceel op te nemen. Wanneer een concreet bouwplan wordt uitgewerkt en de vergunning hiervoor wordt
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
53
aangevraagd, vindt een finale toetsing plaats op het aspect ‘archeologie’. Afhankelijk van de bouwwijze, verstoringsdiepte en –oppervlakte zal al dan niet archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Antoniusstraat Voor de locatie aan de Antoniusstraat is er in november 2012 een archeologisch rapport opgesteld ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging. Dit archeologisch rapport betreft een inventariserend veldonderzoek en een bureauonderzoek. Het plangebied is destijds vrijgegeven voor de planontwikkeling. In het bestemmingsplan dat voorheen voor deze locatie geldend was, bestemmingsplan ‘Keldonk’, lag er op deze locatie een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Echter is deze dubbelbestemming, ten gevolgde van het uitgevoerde archeologische onderzoek, niet gehandhaafd. Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie aan de Antoniusstraat, ‘Keldonk, herziening Antoniusstraat 21a, kent geen dubbelbestemming archeologie. Volgens het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie’ geldt op de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’.
Dat wil zeggen dat de grond is bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Op de grond met deze dubbelbestemming vinden geen graafwerkzaamheden plaats met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld. Volgens het paraplubestemmingsplan kent de rest van het projectgebied geen archeologische dubbelbestemming en is het, zoals eerder aangegeven, vrijgegeven. Dit bestemmingsplan is opgesteld en vastgesteld met als doel om voor de gehele gemeente een integrale en actuele planologische doorvertaling van het archeologische beleid te kunnen geven om zo tot een doelmatige bescherming van het archeologisch erfgoed te komen. Met onderhavige herziening van het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming overgenomen. 4.11.3
Conclusie
Het aspect archeologie zorgt niet voor belemmeringen met betrekking tot de beoogde ontwikkelingen.
4.12
Cultuurhistorie
4.12.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
54
4.12.2
Onderzoek
Aan de hand van Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant is bepaald of in en rondom het plangebied relevante cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Een uitsnede van deze kaart is opgenomen in onderstaande figuur.
Figuur 16: CHW kaart (bron: Provincie Noord-Brabant)
Uit de CHW kaart volgt dat binnen de plangebieden geen sprake is van de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden. Echter is er in de directe omgeving wel bebouwing met cultuurhistorische waarden aanwezig. Nabij de locatie aan de Oudestraat zijn 2 panden gelegen met cultuurhistorische waarden. Ten oosten van het perceel aan de Morgenstraat zijn ook panden gevestigd welke op de cultuurhistorische waardenkaart staan. Bij de ontwikkelingen aan de Oudestraat blijft de huidige bebouwing behouden, hierdoor heeft deze ontwikkeling geen invloed op de cultuurhistorische waardevolle bebouwing in de omgeving. De gemeente Meierijstad kent een eigen Welstandsnota4, hierin staan Rijksmonumenten, Gemeentelijke monumenten en cultuurhistorische waardenvolle panden aangewezen. Hierbij hoort onderstaande kaart.
Figuur 17: Welstandsnota 2018 Meierijstad
4
Wetstandsnota 2018 Meierijstad
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
55
Het pand aan de Morgenstraat is opgenomen in de Welstandsnota van de gemeente Meierijstad als beeldbepalend pand. Dit pand zal tijdens de ontwikkelingen worden gesloopt en vervangen door een nieuw pand met 2 woningen. Dit pand is een beeldbepalend pand in het lint van Keldonk, echter is er geen sprake van een monument of cultuurhistorische waarden. Het nieuw te ontwikkelen pand is met zorgvuldigheid ontworpen, met extra aandacht voor de architectonische uitstraling, zodat het aansluit bij het huidige bebouwingsbeeld. Voor de ontwikkeling van het pand aan de Morgenstraat dient een welstandstoets doorlopen te worden. Dit dient meegenomen te worden in het besluitvormingsproces. 4.12.3
Conclusie
Vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen.
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) dan nodig. In hoeverre een ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D11.2 te kwalificeren is, kan niet in algemene zin worden beantwoord. In de jurisprudentie zijn echter wel aanknopingspunten te vinden die kunnen worden gebruikt in de beoordeling of al dan niet sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Deze aanknopingspunten worden beschreven in de navolgende alinea’s. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘ABRvS’; ‘Afdeling’) heeft in haar uitspraak van 18 juli 2018 duidelijk gemaakt dat ook een behoorlijke wijziging niet gekwalificeerd hoeft te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (ECLI:NL:RVS:2018:2414).
Ook de ABRvS spreekt uit dat het begrip ruimte laat voor interpretatie en afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval. Volgens de ABRvS spelen onder andere de aard en omvang van een ontwikkeling een rol bij de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Bij de beantwoording van deze vraag is niet doorslaggevend of er sprake is van aanzienlijke negatieve milieugevolgen (zie ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694). De Afdeling bevestigt dit laatste nog eens in een uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348). In aanvulling op bovenstaande blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank OostBrabant echter wel dat het feit dat milieugevolgen van een project beperkt zijn kan worden meegenomen in een onderbouwing dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie Rechtbank OostBrabant 6 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5778). Daarnaast is het ook van belang in hoeverre er sprake is van een functiewijziging en een toename in de bebouwde oppervlakte (zie ABRvS 2 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348; ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1297; ABRvS 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055). Ten aanzien van dit laatste kiest de Afdeling dus voor een planologische vergelijking van de nieuwe situatie ten opzichte van de oude.
Indien er sprake is van een toename in bebouwde oppervlakte, kan het niet of slechts beperkt optreden van milieugevolgen worden aangevoerd als grond waarom er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055).
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
56
Doorwerking projectgebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 4 woningen en een bedrijfspand met showroom. Hiervan worden 2 woningen gerealiseerd in bestaande bebouwing, de overige ontwikkelingen voorzien in nieuw planologisch ruimtebeslag. De bebouwde oppervlakte zal per saldo toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor is er sprake van een functiewijziging. De milieugevolgen van de ontwikkelingen waarin wordt voorzien middels onderhavig bestemmingsplan zijn, gelet op hoofdstuk 4 van deze toelichting, beperkt. Uit het hiervoor beschrevene volgt geen eenduidig antwoord op de vraag of al dan niet sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarom is zorgvuldigheidshalve een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. Aanmeldingsnotitie m.e.r. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage. Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden.
Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld.
4.14
Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen
Er is geen specifieke wet- en regelgeving voor het meenemen van het aspect volksgezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Om de toetsing van gezondheid een volwaardige plaats te geven binnen de ruimtelijke ordeningspraktijk wordt de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ gehanteerd. In deze handreiking is een stappenplan opgenomen met betrekking tot veehouderijen. Deze kan ook gebruikt worden met betrekking tot de zogenoemde omgekeerde werking. Dat laatste houdt in dat wordt gekeken naar wat de eventuele effecten zijn van een toevoeging van milieugevoelige functies in de buurt van een veehouderij. Het stappenplan uit de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is doorlopen. Onderstaand wordt dit stappenplan toegelicht. Stap 1: De endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming (alleen voor varkensen pluimveehouderijen) Er wordt niet voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkenshouderijen (500 meter) en voor pluimveehouderijen (1000 meter). Op een afstand van circa 640 meter is een pluimveehouderij gelegen (Vogelenzang 5). Voor de varkenshouderij wordt verwezen naar stap 3.
Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017-
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
57
2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. Tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, heeft de GGD besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Nabij het plangebied is een pluimveehouderij gelegen, op een afstand van circa 640 meter (Vogelenzang 5). Dit valt buiten de gestelde richtafstand van 500 meter, waarvoor de GGD heeft besloten dat een advies noodzakelijk is, zoals bovenstaand beschreven. Stap 2: Toename in de emissie voor geur, fijnstof of ammonia De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a-b: Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan In onderhavige situatie is geen sprake van een overbelasting voor geur (zie paragraaf 4.5). Het is ook niet aannemelijk dat de gezondheidskundige normen worden overschreden. In paragraaf 4.5 is onderzocht of er sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van een of meerdere veehouderijen op de te ontwikkelen functies. Dit is gedaan door het raadplegen van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
Uit deze kaart volgt dat er ter plaatse van het plangebied geen negatieve hinder ervaren wordt door omliggende (intensieve) veehouderijen. De dichtstbijzijnde veehouderij bevindt zich op 140 meter afstand van het plangebied waar de woningen beoogd zijn. Op basis van de gegevens uit de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’, is er te zien dat de kwaliteit van de leefomgeving als ‘goed’ beoordeeld is. Hierdoor is er geen sprake van te verwachten geurhinder. In aanvulling op het voorgaande dient te worden aangetoond dat veehouderijen niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. In onderhavig geval worden de veehouderijen in de omgeving van het plangebied niet onevenredig in hun belangen geschaad, omdat tussen deze veehouderijen en het plangebied al andere geurgevoelige objecten aanwezig zijn. Deze reeds aanwezige geurgevoelige objecten zijn daarom in dit geval maatgevend. Hiermee is aangetoond dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en is te zien dat het plangebied buiten geurcontouren van omliggende veehouderijen ligt. Er wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Stap 3 vormt geen knelpunt.
Stap 4a-b: De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij In de directe omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onderlinge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5a-b-c. Geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer afstand van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden. Geitenhouderijen: Er zijn geen geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer afstand van het plangebied gelegen. Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- of verblijfsruimten van derden. Voor pluimveebedrijven; zie stap 1. Er is een pluimveehouderij gelegen binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. In stap 1 is hierop ingegaan. Overige veehouderijen: binnen afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. Er zijn geen overige veehouderijen gelegen binnen een afstand van 250 meter tot het plangebied. Op basis van het bovenstaande, met betrekking tot de pluimveehouderij, is geen GGD-advies noodzakelijk.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
58
Stap 6: De aanwezigheid van mestbe- of verwerking (verder mestbewerking) In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbewerking of -verwerking. Stap 7. Ongerustheid bij omwonenden Vanuit de omgeving is verder niet naar voren gekomen dat er sprake is van ongerustheid over de volksgezondheid.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
59
5
Juridische planopzet
In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functieen bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2
Plansystematiek
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. Er is gekozen voor een concreet bestemmingsplan, waarbij het beoogde gebruik rechtstreeks mogelijk is binnen de opgenomen bestemmingen. Het plan biedt een beperkte mate van flexibiliteit, omdat het een concreet bouwplan betreft. Voor wat betreft de systematiek en inhoud van de bestemmingen en overige regels is aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de bebouwde kom van de gemeente Meierijstad. De regels van het plan bestaan conform de SVBP2012 uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en stolregels aan de orde komen. Hieronder worden de regels in de onderscheiden hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren: Begrippen (Artikel 1): In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het plan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
60
Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten (Artikel 2): Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 komen de verschillende bestemmingen aan de orde. Alle zelfstandige regelingen, die gevolgen hebben voor de bouw- of gebruiksmogelijkheden van de gronden, zijn als een bestemming vormgegeven. In dit geval zijn binnen de plangebieden de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Bedrijf, ‘Waarde – Archeologie’(dubbelbestemming) opgenomen.in de volgende paragraaf worden de bestemmingen inhoudelijk toegelicht. De bestemmingen kunnen uit de volgende onderdelen (leden) bestaan, waarbij niet alle onderdelen in elke bestemming opgenomen behoeven te zijn; •
Bestemmingsomschrijving;
•
Bouwregels;
•
Nadere eisen;
•
Afwijken van de bouwregels;
•
Specifieke gebruiksregels;
•
Afwijken van de gebruiksregels;
•
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
•
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
•
Wijzigingsbevoegdheid.
De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 3: algemene regels •
Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan in onderhavig bestemmingsplan uit de volgende onderdelen.
•
Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
•
Algemene bouwregels: hierin is geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan.
•
Algemene gebruiksregels: in deze regels is allereerst bepaald welke vormen van gebruik worden aangemerkt als strijdig gebruik. Ook is een regeling omtrent parkeren opgenomen.
•
Algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van niet-ingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
61
•
Algemene wijzigingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een wijzigingsplan het plan te wijzigen ten aanzien van bestemmingsgrenzen, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de genoemde voorwaarden.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3
Bestemmingen
In dit bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Bedrijf De locatie Antoniusstraat krijgt de bestemming ‘Bedrijf’. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn genoemd in de als bijlage opgenomen 1 onder de categorieën 1 en 2 alsmede voor een bijbehorende showroom. Daarnaast rust op het zuidelijk deel de aanduiding ‘bedrijfswoning’ waarbinnen een bedrijfswoning is toegestaan. Voor de bedrijfswoning geldt de goot- en bouwhoogte van 3,5 en 8 meter. Voor de bedrijfsbebouwing geldt respectievelijk een bouwhoogte van 7 en 7,5 meter. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Er is een vrijwaringszone opgenomen ter waarborging van een vrije doorgang naar de achterzijde van het perceel, waar parkeerplaatsen zijn voorzien. Wonen De locatie Morgenstraat krijgt de bestemming ‘Wonen’. In de huidige situatie heeft het gehele plangebied al de bestemming ‘Wonen’ met aan de zuidzijde een bouwvlak voor een vrijstaande woning. In deze bestemming ‘Wonen’ zijn twee bouwvlakken gesitueerd, allebei bestemd voor een twee-aaneengebouwde woning. De maatvoering betreft 3,5 en 8 meter goot- en bouwhoogte. Voor de verdere regeling is aangesloten op het vigerend bestemmingsplan.
Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om bodemonderzoek uit te voeren in het kader van een omgevingsvergunningaanvraag voor een bouwactiviteit voor bodemgevoelige functies. Waarde – Archeologie 2 en 4 Conform het vigerend bestemmingsplan rust op de locatie Antoniusstraat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Dit betreft uitsluitend het noordwestelijke deel van het plangebied. Het bouwvlak en toekomstige bebouwing valt buiten de dubbelbestemming. Op dit moment is voor archeologie een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, waarin het archeologisch beleid van de gemeente is doorvertaald. Ter bescherming van de eventuele aanwezige archeologische waarden zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ conform het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
62
6
Uitvoerbaarheid
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Financieel-economische haalbaarheid
Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: •
omgevingsdialoog;
•
vooroverleg;
•
vaststellingsprocedure.
6.2.1
Omgevingsdialoog
In het kader van het principeverzoek heeft er reeds een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden. Initiatiefnemers vinden het van belang om omwonenden in een vroegtijdig stadium te betrekken in de planvorming en hen te informeren over de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom hebben zij een omgevingsdialoog georganiseerd in de vorm van individuele gesprekken met omwonenden. Tijdens deze gesprekken is door de initiatiefnemers een toelichting gegeven op de door hen voorgenomen ontwikkelingen. Omwonenden zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en hun mening omtrent de door initiatiefnemers voorgenomen ontwikkelingen naar voren te brengen. Na elk gesprek is door omwonenden een formulier ingevuld waarop zij onder andere ook nog eens schriftelijk opmerkingen omtrent het initiatief konden plaatsen.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
63
Naar aanleiding van de reacties zijn de plannen enigszins aangepast. Gesprekken over de aankoop van de grond van perceelnummer 409 zijn gestart om zo meer ruimte voor parkeren en laden/lossen op eigen terrein te kunnen verkrijgen. Het plan is – mede naar aanleiding van de reacties uit de omgevingsdialoog – bijgesteld in zoverre dat aan de Morgenstraat een tweekapper (1 laag met kap) is voorzien in plaats van het blok met 4 woningen met een hogere goot- en bouwhoogte. 6.2.2
Vooroverleg
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. Het waterschap heeft een reactie gegeven. Zij hebben enkele aanvullingen voorgesteld met betrekking tot de: •
Een voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging;
•
Boringsvrije zone;
•
Waterbeheerplan;
•
Opnemen waterhuishoudkundige voorziening binnen de bestemming ‘Bedrijf’.
Deze aanvullingen zijn meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan. 6.2.3
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure is het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken, van woensdag 27 december 2023 tot en met woensdag 6 februari 2024, ter inzage gelegd voor zienswijzen. Er zijn geen zienswijze tegen het plan ingediend. Wel is het plan ambtshalve op enkele punten aangepast. Het gaat om: •
de aanpassing van het bestemmingsvlak Antoniusstraat 21, vanwege gewijzigde eigendomssituatie en betrekken van omliggende gronden voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid.
•
de aanpassing van het bouwvlak Morgenstraat 29, vanwege het aanhouden van de heersende voorgevelrooilijn.
•
het aanpassen van de planbegrenzing ter hoogte van de voorzijde van het perceel Morgenstraat 29, vanwege het in overeenstemming brengen van de feitelijke situatie met de planologische situatie.
•
het toevoegen van enkele regels ter borging van het akoestische klimaat (artikel 3.4.1 en artikel 4.4)
•
de garantie van het bereikbaar houden van de parkeervoorziening aan de achterzijde van het magazijn (artikel 3.4.2)
•
het overnemen van de archeologische dubbelbestemmingen conform het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie’ (artikel 5 en 6)
•
de verplichting voor het uitvoeren van een bodemonderzoek op de locaties Oudestraat/Morgenstraat (artikel 4.5.2)
•
Het vervallen van de verplichting om minimaal 25% van de te realiseren woningen te bouwen in het sociale huur- of koopsegment (artikel 4.5.2) omdat – gelet op het kleinschalige karakter van het plan en het feit dat er in planologisch opzicht slechts 2 woningen worden toegevoegd.
•
Verwijzing naar de op 26-06-2025 vastgestelde beleidsregel ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2025’ (artikel 11.1 sub b).
Alsmede de doorwerking van bovenstaande wijzigingen in de toelichting.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
64
Daarnaast zijn enkele verduidelijkingen in de toelichting en bijlagen bij de toelichting opgenomen.
Bestemmingsplan Oudestraat/Morgenstraat 29 en Antoniusstraat 21 te Keldonk
65
Separate bijlagen Bijlage 1 Tekeningen Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3 Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4 Quickscan flora en fauna Bijlage 5 Stikstofonderzoek Bijlage 6 Bodemonderzoeken Bijlage 7 Waterparagraaf Bijlage 8 Archeologische quickscan Morgenstraat 29 te Keldonk Bijlage 9 Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 10 Omgevingsdialoog
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
13
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
14
Artikel 3
Bedrijf
14
Artikel 4
Wonen
17
Artikel 5
Waarde - Archeologie 2
22
Artikel 6
Waarde - Archeologie 4
25
Hoofdstuk 3
Algemene regels
27
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
27
Artikel 8
Algemene bouw regels
28
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
30
Artikel 10
Algemene afw ijkingsregels
31
Artikel 11
Overige regels
32
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
33
Artikel 12
Overgangsrecht
33
Artikel 13
Slotregel
34
Bijlagen bij regels
35
Bijlage 1
36
Lijst van bedrijfsactiviteiten
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 3 van 45
Datum:02-09-2025
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 4 van 45
Datum:02-09-2025
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Keldonk, herziening Oudestraat 6, Morgenstraat 29, Antoniusstraat 21' met identificatienummer NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met identificatienummer NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge deze regels- regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aantoonbaar te verwachten archeologisch monument op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument. 1.6 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7 archeologisch deskundige de regio-archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
1.8 archeologisch monument terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. 1.9 archeologisch onderzoek het verrichten van werkzaamheden met als doel het verzamelen van kennis en wetenschap van bekende of verwachte overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende bekende of te verwachten waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten.
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 6 van 45
Datum:02-09-2025
1.11 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.13 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van een huishouden dat daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.15 begane grondvloer de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.16 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.17 bestaande aantal woningen woningen die legaal aanwezig zijn op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt,
woningen die gebouwd mogen worden op grond van een geldend bestemmingsplan en woningen waarvoor een omgevingsvergunning verleend is; 1.18 bestaande bebouwing bebouwing die op het tijdstip van eerste terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is, danwel na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning met betrekking tot bouwen, waarbij de bouwaanvraag voor dat tijdstip is ingediend; 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 7 van 45
Datum:02-09-2025
1.22 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d.
uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.23 bouwen aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een dakterras, onderbouw en zolder; 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens
van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste bouwperceelsgrens; achterste bouwperceelsgrens: de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens;
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 8 van 45
Datum:02-09-2025
1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.28 bouwvlakgrens de grens van een bouwvlak; 1.29 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.30 carport een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk ten behoeve van de stalling van (motor)voertuigen, bestaande uit een gesloten dakconstructie, ondersteund door palen of kolommen; de wanden van de bebouwing waartegen wordt aangebouwd kunnen als ondersteuningsconstructie fungeren; 1.31 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw; 1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.34 entree een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw; 1.35 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens kadastrale
gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst; 1.36 erker een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag; 1.37 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.38 hoekperceel een perceel dat aan twee zijden grenst aan het openbaar gebied (een weg, een plein, openbaar groen); 1.39 hoekwoning woning die aan twee zijden grenst aan het openbaar gebied (een weg, een plein, openbaar groen);
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 9 van 45
Datum:02-09-2025
1.40 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.41 horeca bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie; 1.42 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'.
1.43 kamerverhuur het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden; 1.44 onderbouw een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m¹ boven peil is gelegen; 1.45 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak (zie artikel 8.2); 1.46 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op minimaal 1,75 m¹ onder peil; 1.47 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.48 overkapping een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.49 parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen;
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 10 van 45
Datum:02-09-2025
1.50 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.51 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.52 pergola een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 m1 h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); de pergola mag tot maximaal 1 m¹ boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.53 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.54 showroom een uitstallingsruimte van groothandels - of productiebedrijven ten behoeve van wederverkoper of afnemers voor het gebruik in eigen bedrijf of instelling; 1.55 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen
van erotisch / pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.56 tuin niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.57 twee-aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.58 voorste bouwvlakgrens de grens van het bouwvlak gelegen aan de zijde van de weg.
NL.IMRO.1948.KEL000BP0012023P-VG01
Pagina: 11 van 45
Datum:02-09-2025
1.59 voorziening van algemeen nut voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.60 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.61 werk grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk; 1.62 werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren; 1.63 wet/wettelijke regelingen indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.