Bijlage 1.1: PlanMER windenergie Meierijstad incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 43
Kader 6.2 Laagfrequent geluid
Het bereik van het menselijk gehoor ligt tussen circa 20 en 20.000 Hertz (Hz). Geluid onder de 100 Hz is voor veel mensen moeilijker te horen. Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie beneden 200 Hz. Geluid beneden de 20 Hz wordt ook wel infrasoon geluid genoemd. Bijna alle geluidbronnen produceren (ook) laagfrequent geluid. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch gegeneerd geluid. Laagfrequent geluid wordt op verschillende manieren opgewekt. Bekende bronnen zijn gasturbines, transformatoren, wegverkeer en windturbines. De wetenschappelijke onderzoeken naar de dosis-effectrelaties zijn gericht op windturbinegeluid zoals dit wordt ervaren. Dat betreft daarmee het hele spectrum en alle karakteristieken van windturbinegeluid, waaronder LFG. Een recente review door de Expertgroep gezondheid van de gemeente Amsterdam bevestigt dit eveneens (pag. 35 uit Advies expertgroep gezondheidseffecten Windturbines, 4 april 2022): "Windturbines produceren niet meer laagfrequent geluid en infrageluid dan andere geluidbronnen: een drukke weg die op een woning 55 dB Lden veroorzaakt, bevat meer laagfrequent geluid dan een windturbine bij 40 dB Lden. Ook wijst onderzoek uit dat grotere windturbines niet meer laagfrequent geluid en infrageluid produceren dan kleinere windturbines.
De gemeten toename van laagfrequent geluid bij windturbines is evenredig met de toename van het totale geluidniveau van windturbines. De controle op laagfrequent geluid is derhalve verdisconteerd in de huidige normering voor (het volledige
Laagfrequent geluid dempt door gevels en op grotere afstand minder uit dan normaal geluid, op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. Ook kan in Nederlandse wettelijke norm voor laagfrequent geluid van windturbines. In Denemarken geldt sinds januari 2012 een aparte geluidnorm van 20dB (A) voor laag frequent geluid. In enkele projecten in Nederland (o.a. Windpark de Veenwieken en windpark Drentse Monden Oostermoer) is getoetst aan de Deense norm voor laagfrequent geluid en hieruit blijkt dat toepassing van een Lden=47 dB norm ook afdoende bescherming tegen laagfrequent geluid biedt. In de praktijk geldt dat ook andere bronnen die hinder veroorzaken dat wordt toegeschreven aan LFG, of dat LFG als probleem wordt gemeld terwijl geen bron is te vinden. Zie bijvoorbeeld de recente Tweede Kamerbrief van de Staatsecretaris van Infrastructuur (17 november 2021): ook wasmachines, warmte-pompen en ventilatiesystemen. Uit meldingen en landelijke hinderpeilingen maakt het RIVM op dat er een toename lijkt te zijn in klachten die worden toegeschreven aan laagfrequent geluid. Voor veel van de meldingen is echter niet bekend of laagfrequent geluid daadwerkelijk een rol speelt omdat er geen laagfrequent geluid wordt gemeten of omdat een bron van laagfrequent geluid niet gevonden wordt.
Dit maakt het volgens het RIVM moeilijk om de omvang van de problematiek te bepalen. Het RIVM geeft wel aan dat laagfrequent geluid, net als geluid in het algemeen, tot (ernstige) hinder en mogelijk slaapverstoring kan leiden.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 44
31
de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden
32
door windturbines onderzocht . Hierin wordt gesproken over het laagfrequente geluid vanwege windturbines en dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de A-gewogen (een weging van de verschillende frequenties die past bij het menselijk oor) normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek 33 naar laagfrequent geluid van windturbines van RVO (voorheen Agentschap NL). Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Onderzoek naar specifiek laagfrequent geluid is hier dan ook niet verder uitgevoerd. Omdat de geluidemissiespectra van verschillende windturbinetypen verschillen is het maken van een berekening in deze fase waar nog geen opstellingen, windturbinetypes, etc. bekend zijn niet zinvol. Wel wordt aanbevolen deze berekening in het kader van een eventueel projectMER voor concrete projecten uit te voeren.
6.3
Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria slagschaduw De draaiende rotorbladen van windturbines werpen een bewegende schaduw op hun omgeving. Deze zogenaamde slagschaduw kan onder bepaalde omstandigheden hinderlijk zijn doordat ze ervaren worden
weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn daarbij bepalende factoren. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is gesteld dat flikkerfrequenties (aantal schaduwbladen per minuut) tussen 2,5 en 14 Hz als zeer hinderlijk worden ervaren. De moderne windturbines hebben een lager toerental, waardoor dergelijke zeer hinderlijke flikkering niet optreedt. Voor het beoordelen van de slagschaduweffecten van de verschillende onderzoekslocaties is het aantal woningen (slagschaduwgevoelige objecten) beschouwd binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter die enige vorm van slagschaduwhinder kunnen ondervinden, ofwel binnen 2.118 meter (voor de referentieturbine). Daarnaast is aan de hand van de voorbeeldopstellingen een slagschaduwcontourberekening gemaakt en is het aantal slagschaduwgevoelige objecten binnen verschillende contouren bepaald. Daarbij wordt wel opgemerkt dat de exacte positionering van de windturbines soms sterk van invloed kan zijn op de optredende slagschaduw ter plaatse van gevoelige objecten. Deze berekening moet daarom vooral worden beschouwd als onderlinge vergelijking en niet als absolute waarde. Om de zoekgebieden onderling te kunnen vergelijken zijn het aantal slagschaduwgevoelige objecten binnen een drietal contouren opgeteld en gedeeld door het aantal turbines.
Door de indicatieve slagschaduwduur mee te nemen wordt ook inzicht gegeven in de hoogte van de te verwachten effecten.
31
GGD staat voor Gemeente dekkend netwerk. 32 Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. 33 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 45
Tabel 6.5 Bepaling score criterium slagschaduw (-) Criterium
Beoordeling
Score
Aantal slaschaduwgevoelige objecten (woningen) binnen contouren per windturbine
geen woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0-6 uur per jaar
0
< 50 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0-6 uur per jaar
-
51 - 100 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0-6 uur per jaar
-/--
> 100 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0-6 uur per jaar
--
geen woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6
16 uur per jaar
0
< 25 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6
16 uur per jaar
-
26 - 50 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6
16 uur per jaar
-/--
> 50 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6 - 16 uur per jaar
--
geen woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
0
< 5 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
-
6 - 10 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
-/--
> 10 woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
--
Daarnaast is in bijlage 4 ook het effect op overige slagschaduwgevoelige objecten inzichtelijk gemaakt. Dit betreft bijvoorbeeld kantoren, campings of horecagelegenheden. Deze effecten zijn niet verder in de beoordeling meegenomen, omdat dit slechts zeer weinig voorkomt binnen de zoekgebieden en de optredende slagschaduw op woningen vrijwel altijd maatgevend is. Met andere woorden: de slagschaduw op overige objecten leidt niet tot een onderscheidende beoordeling.
6.4
Referentiesituatie De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkeling. In deze situatie worden geen extra windturbines gerealiseerd binnen de zoekgebieden en is er dus geen sprake van geluid of slagschaduw als gevolg van windturbines. Cumulatie met de nog te realiseren windturbines van windpark Veghel windt wordt beschouwd onder 6.5.3. In de referentiesituatie is echter wel sprake van een bepaalde mate van geluidbelasting binnen zoekgebieden als gevolg van andere geluidbronnen zoals wegverkeer, industrie, luchtvaart (Volkel en Eindhoven Airport) en scheepvaart (kanaal). Hieronder is dit per locatie inzichtelijk gemaakt.
Zoekgebied 1 Het geluid in de referentiesituatie binnen zoekgebied 1 wordt qua wegverkeer met name veroorzaakt door de N279 en de A50. Ook is het zoekgebied gelegen langs de Zuid-Willemsvaart waar scheepsvaartlawaai kan optreden. Daarnaast liggen er een aantal bedrijventerreinen nabij het zoekgebied (Bernheze, VeghelWest en De Dubbelen).
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 46
Figuur 6.1 Huidige geluidsituatie zoekgebied 1 (bestaande geluidbronnen)
Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2022
Zoekgebied 2 Het geluid in de referentiesituatie binnen zoekgebied 2 wordt met name veroorzaakt door wegverkeerlawaai van de N637 en de N618. Dit speelt met name een rol aan de uiterste oostzijde van het gebied.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 47
Figuur 6.2 Huidige geluidsituatie zoekgebied 2 (bestaande geluidbronnen)
Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2022
Zoekgebied 3 Het geluid in de referentiesituatie binnen zoekgebied 3 wordt met name veroorzaakt door wegverkeerlawaai van de N6937 en de N622. Daarnaast ligt het bedrijventerrein van Schijndel in de nabijheid van het zoekgebied.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 48
Figuur 6.3 Huidige geluidsituatie zoekgebied 3 (bestaande geluidbronnen)
Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2022
Zoekgebied 4 Deelgebied 4A Het geluid in de referentiesituatie binnen zoekgebied 4A wordt met name veroorzaakt door wegverkeerlawaai van de A50 en de N279. Daarnaast ligt het zoekgebied 4A relatief dicht bij de ZuidWillemsvaart waar scheepsvaartlawaai kan optreden. Deelgebied 4B Binnen deelgebied 4B zijn geen grotere wegen gelegen. Daarnaast zijn er geen bedrijventerreinen in de nabijheid aanwezig.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 49
Figuur 6.3 Huidige geluidsituatie zoekgebied 4A en 4B (bestaande geluidbronnen)
Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2022
6.5
Beoordeling effecten per alternatief
6.5.1
Aantal ernstig gehinderden door geluid en woningen met slagschaduw In de volgende tabel is het totaal aantal ernstig gehinderden (geluid) en het aantal ernstig gehinderden per windturbine weergegeven. Tabel 6.6 Aantal ernstig gehinderden van geluid per zoekgebied Zoekgebied
Aantal ernstig gehinderden (geluid) Totaal
Per windturbine
1
153
22
2
43
7
3
45
11
4A
28
7
4B
19
5
Het aantal gehinderden (geluid) per locatie varieert van 19 tot 153 en per turbine tussen 5 en 22. In onderstaande tabel zijn ook het aantal woningen binnen de contouren inzichtelijk gemaakt.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 50
Tabel 6.7 Aantal woningen binnen geluidcontouren
Zoekgebied
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 45 dB of hoger
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 42 dB 45 dB
1
2
42
374
2
2
11
88
3
2
14
149
4A
5
19
81
5
17
27
4B
Lden
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 37 dB Lden 42 dB
In onderstaande afbeeldingen zijn de geluid en slagschaduwcontouren die gebruikt zijn voor de effectbepaling en beoordeling opgenomen. Figuur 6.4 Contouren geluid en slagschaduw voorbeeldopstelling zoekgebied 1
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 51
Figuur 6.5 Contouren geluid en slagschaduw voorbeeldopstelling zoekgebied 2
Figuur 6.6 Contouren geluid en slagschaduw voorbeeldopstelling zoekgebied 3
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 52
Figuur 6.7 Contouren geluid en slagschaduw voorbeeldopstelling zoekgebied 4A
Figuur 6.8 Contouren geluid en slagschaduw voorbeeldopstelling zoekgebied 4B
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 53
Tabel 6.8 Aantal woningen met slagschaduw per zoekgebied Aantal gevoelige objecten met slagschaduw
Zoekgebied
Totaal
Per turbine
1
2293
328
2
727
121
3
1676
419
4A
497
124
4B
237
59
Het aantal woningen met slagschaduw varieert van 237 tot 2293 en per turbine tussen 59 en 419. In onderstaande tabel zijn ook het aantal woningen binnen de contouren inzichtelijk gemaakt. Tabel 6.9 Aantal woningen binnen slagschaduwcontouren
Zoekgebied
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0 uur per jaar
1
302
100
9
2
91
24
4
3
358
43
8
4A
46
59
19
4B
25
18
16
6
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6 uur per jaar
16
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
In de volgende tabel worden de locaties van een score voorzien op basis van het beoordelingskader. Tabel 6.10 Beoordeling zoekgebieden geluid (-)
Zoekgebied
Aantal gehinderden geluid
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 45 dB of hoger
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 42 dB Lden 45 dB
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 37 dB Lden 42 dB
1
--
-
--
--
2
0/-
-
-
-
3
-/--
-
-
--
4A
0/-
--
-
-
4B
0/-
--
-
-
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 54
Tabel 6.11 Beoordeling zoekgebieden slagschaduw (-)
6.5.2
Zoekgebied
Aantal woningen met slagschaduw totaal per windturbine
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0 6 uur per jaar
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6 16 uur per jaar
1
--
--
--
-/--
2
-
-/--
-
-
3
--
--
-/--
-/--
4A
-
-
--
--
4B
0/-
-
-
--
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
Stiltegebieden Er ligt geen door de Provincie Brabant aangewezen stiltegebied in de nabijheid van de onderzoeksgebieden. Het meest nabije stiltegebied ligt op meer dan acht kilometer afstand van de zoekgebieden. De kans op effecten op het stiltegebied is niet aanwezig en de beoordeling is om die reden niet onderscheidend voor alle locaties (0).
6.5.3
Cumulatie Cumulatie met overige geluidbronnen De belangrijkste geluidbronnen in de gemeente Meierijstad zijn met name wegverkeer van de snelweg A50 en de provinciale wegen, industrielawaai van de verschillende industrieterreinen, scheepvaart op de Zuid-Willemsvaart en luchtvaartgeluid van Eindhoven Airport, Vliegbasis Volkel en zweefvliegveld Nistelrode (gemotoriseerd verkeer). Echter wordt er door de afstand tot de vliegvelden/vliegbasis geen significante cumulatie verwacht voor dit onderdeel. Er zijn geen exacte geluidberekeningen gemaakt, maar er is gekozen voor een meer kwalitatieve benadering ten behoeve van een indicatieve beoordeling van de geluidbronnen waarmee de zoekgebieden onderling vergeleken kunnen worden. Per geluidbron is gekeken naar de nabijheid van de geluidbron in relatie tot de 37 dB Lden contour (worst-case turbine) van de mogelijke windturbineopstellingen per zoekgebied. Beneden deze waarde is de door de windturbines veroorzaakte geluidbelasting verwaarloosbaar en is van een kans op cumulatie tussen het windturbinegeluid en andere geluidbronnen dus ook geen sprake. Voor de beoordeling is gekeken of de specifieke geluidcontour van bijvoorbeeld de snelweg of een industrieterrein overlapt met de geluidcontour van de windturbines per zoekgebied. Daarnaast is er gekeken naar het aantal geluidgevoelige objecten binnen de overlappende geluidcontouren.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 55
Tabel 6.12 cumulatieve effecten geluid (-) Zoekgebied
Gecumuleerde geluidbelasting windturbines en overige geluidbronnen op omgeving (kwalitatief) Overlap contour
Aantal geluidgevoelige objecten
Score
1
ja
20-50
-/--
2
ja
>50
-
3
ja
>50
--
4A
ja
20-50
-/--
4B
nee
-
0
De 37 dB Lden geluidcontouren van zoekgebieden 1-4 overlappen met de geluidcontouren van bestaande geluidbronnen. Hiervan bevinden zich in het geval van zoekgebieden 2 en 3 meer dan 50 geluidgevoelige objecten binnen de overlappende delen. Voor zoekgebied 2 geldt echter dat de eventuele cumulatieve geluidbronnen zich in de uiterste geluidcontouren van het windpark (< 40 dB Lden) bevinden en veroorzaakt worden door de aanwezige N-wegen. De kans op significante cumulatieve effecten is daarmee echter wel zeer laag. Daarom scoort dit alternatief licht negatief (-). De 37 dB Lden geluidcontouren van de alternatieve opstelling in zoekgebied 4 overlapt niet met de geluidzones van bestaande geluidbronnen. Voor wat betreft industrielawaai bevinden zicht binnen zoekgebied 1 en 3 bedrijventerreinen binnen de 37 dB Lden contour. Daarnaast bevindt de Zuid-Willemsvaart als scheepvaartroute zich weer binnen de contouren van zoekgebied 1 en 4. Cumulatie van geluid is hier negatief beoordeeld. Een andere insteek kan zijn dat het juist positief is als geluid wordt toegevoegd juist daar waar al sprake is van geluid, om zo geluideffecten op andere plekken te voorkomen. Vanuit dat perspectief is het combineren van geluidbronnen en de daarmee optredende cumulatie van geluid niet negatief.
Daarbij komt dat windturbinegeluid in de nabijheid van bijvoorbeeld snelwegen weg kan vallen tegen het geluid van de snelweg (met name overdag wanneer er veel verkeer is).
Cumulatie met geplande windturbines Binnen de gemeente zijn een viertal windturbines gepland. Dit gaat om Windpark Veghel Win(d)t. In onderstaande tabel zijn het aantal geluidgevoelige objecten weergegeven binnen de geluidcontour die veroorzaakt worden door de windturbines van Veghel Win(d)t en de windturbines uit de opstellingen in de zoekgebieden. Daarbij is er vanuit gegaan dat in de referentiesituatie de windturbines van Veghel Win(d)t gerealiseerd zijn en in de nieuwe situatie de windturbines uit de zoekgebieden toegevoegd zijn.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 56
Tabel 6.13 Cumulatie met geplande windturbines Zoekgebied
Zoekgebied 1
Zoekgebied 2
Zoekgebied 3
Zoekgebied 4
Ref. situatie
Nieuwe situatie
Ref. situatie
Nieuwe situatie
Ref. situatie
Nieuwe situatie
Ref. situatie
Nieuwe situatie
Aantal ernstig gehinderden (totaal)
1,7
152,9
0,0
43,0
8,5
44,7
0,0
28,1
Aantal ernstig gehinderden per windturbine
-
22
-
7
-
11
-
7
Zoals in
Tabel 6.13 te zien is treden er bij zoekgebieden 2 en 4 geen cumulatieve effecten op met de windturbines van Windpark Veghel Win(d)t. De windturbines van Veghel Win(d)t staan daarvoor op te grote afstand. Voor zoekgebied 1 zijn er in de referentiesituatie 1,7 ernstig gehinderden in het zoekgebied en in zoekgebied 3 zijn dat er 8,5 voor de referentiesituatie. Dit betekent overigens ook dat de optredende geluidbelasting als gevolg van Veghel Win(d)t zeer laag is. In beide gevallen worden de meeste verwachte ernstigs gehinderden veroorzaakt door de geluidseffecten van de nieuwe opstellingen in de zoekgebieden. Al liggen de cijfers voor zoekgebied 3 dichter bij elkaar, waardoor in dit zoekgebied de cumulatieve effecten met de geplande windturbines (relatief) het grootst zijn.
6.6
Effecten aanlegfase en netaansluiting
6.6.1
Aanlegfase Tijdens de aanlegfase (voor een windpark van enkele turbines is dat een paar maanden) zullen werkzaamheden voor de bouw van het windpark geluid kunnen produceren, maar dit is van tijdelijke aard. Te denken valt aan het heien van de turbinefundatie en het vrachtverkeer voor het aanleveren van grond en onderdelen voor de windturbines. Omdat deze werkzaamheden voor alle locaties nodig zijn en de aard en omvang van de werkzaamheden vergelijkbaar is per locatie wordt dit niet als onderscheidend beoordeeld.
6.6.2
Netaansluiting Transformatoren veroorzaken geluid. Om de windturbines te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet kan het afhankelijk van de omvang van het windpark en het spanningsniveau waarop wordt aangesloten nodig zijn een transformator te realiseren. Deze wordt dan ergens in het windpark, meestal nabij een van de windturbines, gerealiseerd. Gezien de relatief beperkte omvang van de zoekgebieden en het aantal windturbines dat hierbinnen mogelijk is, is het aannemelijk dat op het lokale elektriciteitsnet van Enexis wordt aangesloten. In dat geval is geen of slechts een kleine transformator nodig. De daarmee gepaard gaande geluidbelasting is verwaarloosbaar in verhouding tot de geluidproductie van de windturbines. Dit aspect is daarom niet nader beschouwd en niet onderscheidend tussen de alternatieve locaties. PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 57
6.7
Mitigatie- en optimalisatiemogelijkheden Er zijn een aantal mitigatiemogelijkheden voor geluid en slagschaduwhinder. Door geluidreducerende maatregelen kan het geluid van een windturbine gereduceerd worden. Dit gaat wel ten koste van de elektriciteitsproductie. Om te bepalen of geluidreducerende maatregelen noodzakelijk zijn om aan de geluidnorm te kunnen voldoen, is nader onderzoek benodigd. Een mogelijke mitigerende maatregel voor slagschaduw is een stilstandregeling. Met een dergelijke voorziening kan de rotor, wanneer er sprake is van slagschaduw, tijdelijk worden stilgezet om slagschaduw te voorkomen dan wel de duur de beperken. Een stilstandvoorziening gaat enigszins ten koste van de productie, maar is veelal in de orde grootte van tienden van procenten ten opzichte van de opbrengsten. Hiermee zouden alle alternatieven de score neutraal (0) kunnen krijgen. Ook zijn er optimalisatiemogelijkheden voor de leefomgeving. Door turbines dusdanig te verschuiven of een opstelling met minder turbines te kiezen is eventueel winst te behalen als het gaat om effecten op de leefomgeving. Wanneer minder windturbines worden gerealiseerd, dan gaat dit logischerwijs wel ten koste van de opwekking van duurzame energie. Per zoekgebied is gekeken of er optimalisatiemogelijkheden zijn. Onderstaand worden de optimalisatie-mogelijkheden per zoekgebied toegelicht.
Zoekgebied 1 De windturbine opstelling bestaat uit zeven windturbines. Een rij van vier windturbines en een rij van drie windturbines. Een groot aantal van de geluid- en slagschaduwgevoelige objecten binnen de contouren bevinden zich in de kernen van Heeswijk Dinther. De onderste drie windturbines hebben vrijwel geen schuifruimte door de afstand die gehanteerd moet worden t.o.v. woningen ten zuidwesten van de opstelling. De rij van vier windturbines zou in lijn met de rij van drie windturbines geplaatst kunnen worden. Hierdoor zal het aantal geluid- en slagschaduwgevoelige objecten binnen de contouren waarschijnlijk afnemen. Dit zorgt er echter wel voor de opstelling in zijn geheel ook verder van grootschalige infrastructuur komt te liggen (waardoor mogelijk niet meer wordt voldaan aan de eis van de provincie om windturbines in NNB mogelijk te maken). Een andere mogelijkheid is het verminderen van het aantal windturbines. Bijvoorbeeld kiezen voor een van de twee rijen zal mogelijk leiden tot een betere score, maar levert daarnaast ook minder elektriciteit op.
Zoekgebied 2 De huidige voorbeeldopstelling is gebaseerd op voldoende onderlinge afstand tussen de windturbines onderling en een logische opstelling in het landschap. Het groene vlak zijn gebieden vrij van belemmeringen, er is dus wel wat schuifruimte. Door de twee rijen dichter naar elkaar toe te schuiven zullen de contouren ook wat compacter worden. Dat zal ertoe kunnen leiden dat de effecten ook wat verkleind worden. Nadeel is dat dit waarschijnlijk wel een effect zal hebben op de onderlinge beïnvloeding van de windturbines. Een andere mogelijkheid is het verminderen van het aantal windturbines. Bijvoorbeeld kiezen voor een van de twee rijen zal mogelijk leiden tot een betere score, maar levert daarnaast ook minder elektriciteit op.
Zoekgebied 3
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 58
Het groene vlak zijn gebieden vrij van belemmeringen, er is dus ook binnen dit zoekgebied wel wat schuifruimte. Echter is schuiven met de zuidoostelijke turbine lastig door de fysische eigenschappen van de ondergrond (hoogteverschil van de vuilstort). Daarnaast zorgt verschuiven van de windturbines voor een minder logisch onderling patroon in de opstelling. Een andere optie is om een van de windturbines af Dit zal mogelijk leiden tot een betere score, maar levert daarnaast ook minder elektriciteit op. Zoekgebied 4A Voor de onderste twee turbines is er weinig schuifruimte. De onderste windturbine ligt al zover mogelijk van geluid- en slagschaduwgevoelige objecten af. De een na onderste windturbine ligt in een smalle strook vrij van belemmeringen waar weinig mee valt te schuiven. De bovenste windturbines hebben wel wat schuifruimte maar zijn aan beide zijden omringd door geluid- en slagschaduwgevoelige objecten. Een andere optie is om de onderste of bovenste windturbine af te laten vallen. Dit zal mogelijk leiden tot een betere score op het aantal ernstig gehinderden, maar levert daarnaast ook minder elektriciteit op. Zoekgebied 4B De bovenste windturbine heeft geen schuifruimte, de onderste zeer beperkt. De middelste twee windturbines hebben wel wat schuifruimte maar zijn aan beide zijden omringd door geluid- en slagschaduwgevoelige objecten.
Een andere optie is om de onderste of bovenste windturbine af te laten vallen. Dit zal mogelijk leiden tot een betere score op het aantal ernstig gehinderden, maar levert daarnaast ook minder elektriciteit op.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 59
7 Gezondheid 7.1
Inleiding Uit zienswijzen bij projecten voor windenergie en in de landelijke media blijkt dat er bij een gedeelte van de omwonenden zorgen bestaan over de mogelijk negatieve effecten van windenergie op de directe leefomgeving (hinder). De invloed van windturbines op omwonenden is globaal in drie aspecten te verdelen: Geluid en trillingen; Visuele aspecten (zichtbaarheid en slagschaduw); Veiligheid. Wanneer windturbines in bewoonde gebieden worden geplaatst, kunnen omwonenden hinder ondervinden van deze aspecten. Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beiden bestaat. Hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van andere hoofdstukken in het planMER, aangezien daar de effecten worden beschreven en beoordeeld die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid34.
Om te verhinderen dat geluid, slagschaduw en externe veiligheid tweemaal in de alternatievenvergelijking voorkomen, worden deze aspecten niet nogmaals kwantitatief benaderd. Om het aspect gezondheid en windturbines een meer prominente plek te geven in dit planMER dan slechts te verwijzen naar het hoofdstuk over geluid, slagschaduw of veiligheid, wordt in dit hoofdstuk het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid apart behandeld. De hoofdstukindeling van dit hoofdstuk wijkt af van de andere hoofdstukken van het planMER, vanwege de kwalitatieve benadering van het onderwerp gezondheid. Dit houdt in dat dit hoofdstuk (wetenschappelijke) studies presenteert die de relatie tussen windturbines en gezondheid beschrijven. Specifieker wordt vervolgens in dit hoofdstuk ingegaan op gezondheid en windturbinegeluid, waarna de verschillende fysieke aspecten van windturbines en gezondheid gepresenteerd worden, zoals slagschaduw en lichtschittering.
7.2
Stand van zaken (wetenschappelijke) studies windturbines en gezondheid Er zijn talrijke studies naar gezondheidseffecten35 van windturbines uitgevoerd in de afgelopen decennia. Juist omdat het om gezondheid gaat, wordt in dit planMER alleen verwezen naar die studies waaraan in 34
Momenteel wordt een planMER opgesteld ten behoeve van het hernieuwd vaststellen van de landelijke normen voor geluid, slagschaduw en lichtschittering en externe veiligheid. Hierbij speelt het aspect gezondheid een belangrijke rol. 35 O.a. , Massachusetts Department of Environmental Protection and Massachusetts Department of Public Health (January 2012), , American Wind Energy Association and Canadian Wind Energy Association (December 2009), , RIVM - GGD Informatieblad medische milieukunde (Update 2013). RIVM Rapport Motie Schonis en de WHO-richtlijnen voor omgevingsgeluid (Welkers, van Kempen, Helder, Verheijen, & van Poll, 2018), Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (van Kamp & van den Berg, 2020), Onderzoeksprogramma Laagfrequent geluid (LFG): Stand van zaken en aanbevelingen voor vervolgonderzoek (White, et al., 2021), Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (Koeman, van den Berg, & Breugelmans, 2022), etc. PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 60
belangrijke mate door onafhankelijke medici of gezondheidsinstituten is meegewerkt. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de belangrijkste studies. Daarnaast worden er frequent aangehaalde berichtgevingen in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid geëvalueerd, te weten een onderzoek van N. Pierpont en een artikel van S. van Manen. WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018) De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen voor milieugeluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid36. De WHO geeft in het rapport een geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden.37 Dit geconditioneerd advies volgt uit de constatering dat er op basis van vier studies wordt gesteld dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is door blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB L den. Omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is, wordt het advies voor een normstelling van 45 dB Lden als conditioneel beschouwd.
Verder komt uit het rapport van de WHO naar voren dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. De WHO vat het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid als volgt samen: overview has shown, very little evidence is available about the adverse health effects of continuous (p. 84).Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting t.o.v. windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. Onderzoek RIVM naar gezondheidseffecten van windturbines (2020) In 2020 heeft het RIVM onderzoek gedaan naar wat bekend is over de gezondheidseffecten van windturbines38. Uit dat onderzoek blijkt dat er een duidelijke relatie is tussen geluid van windturbines en hinder: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, des te groter de hinder ervan. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Verder heeft het RIVM de volgende conclusies opgenomen: Er is een duidelijk verband tussen het geluid van windturbines en hinder.
In lijn met de WHO-definitie van gezondheid is ook hinder als een schadelijk gezondheidseffect te beschouwen. Mensen ondervinden meer hinder naarmate het geluid harder is (in dB). Dit geldt voor het hele
Naast het geluid bepalen ook andere factoren of mensen hinder ondervinden. Zo hebben omwonenden minder hinder van het geluid van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Ook geluidgevoeligheid, de houding ten opzichte van windturbines, visuele aspecten en economisch voordeel zijn factoren die hinder mede kunnen beïnvloeden. 36
http://www.euro.who.int/en/media-centre/sections/press-releases/2018/press-information-note-on-the-launch-of-thewho-environmental-noise-guidelines-for-the-european-region 37 Lden is een maat om de geluidbelasting van omgevingslawaai uit te drukken, De Lden is de gemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij bij de avond en nachtwaarde een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB(A) wordt opgeteld. dB (A) wordt doorgaans gebruikt bij geluidsmetingen en berekeningen waarbij de gevoeligheid van het oor wordt meegenomen door middel van een bepaalde weging bij verschillende frequenties. 38 RIVM, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (2020) https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0214.pdf PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 61
Voor andere gezondheidseffecten, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, en mentale effecten is er geen verband met geluid van windturbines aangetoond. Dat kan betekenen dat er te weinig studies zijn, dat de kwaliteit van de studies waarin de relatie tussen geluid van windturbines en gezondheidsproblemen is onderzocht onvoldoende is, of dat de resultaten van de studies niet duidelijk samenhangen met geluid. Onderzoek RIVM & GGD 201339 & 201840 41
heeft behoefte aan concrete, objectieve en evenwichtige informatie om er hun advies op te baseren. Het informatieblad dient als ondersteuning bij het beantwoorden van gezondheidsvragen van omwonenden van (geplande) windturbines. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheid. 32 (peer reviewed 42) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn onderzocht in de literatuurstudie. Beide literatuurstudies concluderen dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer e.d.), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. Weinig data is beschikbaar om de invloed van windturbines op slaapoverlast te kunnen evalueren.
In de onderzoeken is gevonden dat slaapoverlast en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kan zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling. Eveneens kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines. In een Zweeds onderzoek43 is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten en dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy zaken en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de ervaren hinderen. Het informatieblad van 2013 adviseert om omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van windenergie en waar mogelijk in de exploitatiefase, bijvoorbeeld in de vorm van (financiële) participatie. Hierdoor kan hinder mogelijk worden verminderd.
39 40
Informatieblad GGD. Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, update 2013 Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound, 2018
41
dekkend netwerk. 42 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 43 Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments, Pedersen et al., 2007) PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 62
Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022) In opdracht van de Gemeente Amsterdam is een advies rapport opgesteld door een expertgroep over de mogelijke gezondheidseffecten van windturbines44. Dit onderzoek is opgesteld naar aanleiding van discussie over de voorgenomen plaatsing van windturbines in het kader van de Regionale Energiestrategie. De expertgroep heeft zelf geen nieuw onderzoek verricht naar gezondheidseffecten van windturbines, maar baseert zich op bestaande onderzoeken en gegevens. De expertgroep geeft aan dat een ALARA-beginsel45 ook voor effecten van windturbines het uitgangspunt zou moeten zijn. Dit betekent: reduceer de effecten zoveel mogelijk, zonder de ontwikkelingen onmogelijk te maken. Daarbij beveelt de expertgroep aan om voor geluidnormen van windturbines uit te gaan van een grenswaarde die niet mag worden gepasseerd en een standaardwaarde waarvan alleen onderbouwd kan worden afgeweken. Het hanteren voor een afstandsnorm voor geluid wordt afgeraden, omdat er verschillende factoren zijn die de hoorbaarheid en hinderlijkheid van geluid beïnvloeden. Dit kan leiden tot relatief grote verschillen bij een gelijke afstand.
Uit het rapport blijkt ook dat het waardevol is als er ruimte is tussen grens- en standaardwaarde, waarbinnen het bevoegd gezag een expliciete afweging maakt over de effecten van de plaatsing van windturbines voor de omwonenden en de mogelijkheden om deze te mitigeren. Kader 7.1 Artikel J. de Laat, Nederlands Tijdschrift voor Gezondheid (2021)46 In december 2021 heeft audioloog Jan de Laat samen met vier andere auteurs een opiniestuk gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Het betreft een niet peer-reviewed artikel, waarin de auteurs een aantal cases beschrijven van mensen die gezondheidsklachten beschrijven die zij wijten aan de realisatie van industriële windturbines. Deze klachten worden naast hoorbaar geluid deels veroorzaakt door infrasone en laagfrequente trillingen (ILFN). Zo beschrijven de auteurs dat er een onderscheidt is tussen bewust waarnemen en het somatische effect van ILFN. Dit zou ertoe leiden dat ook bij zeer lage waarden, niet hoorbaar of waarneembaar toch effecten kunnen optreden. De auteurs geven ook aan dat meer onderzoek en een publieke discussie nodig is over de afweging van verschillende belangen, waarbij gezondheid voorop zou moeten staan. Tot die tijd adviseren zij om windturbines op 10 keer de tiphoogte van de bebouwde kom zouden moeten staan.
A nationwide cohort study, Denmark (2018)47 Tussen 1982 en 2013 zijn alle Deense huishoudens die worden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd. Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen deze populatie zijn geïdentificeerd. Antihypertensiva is een soort medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. In deze studie is er geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva.
relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschap uitkomsten. 44
Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022): https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11378017/1/Advies_expertgroep_gezondheidseffecten_windturbines 45 kerwijs mogelijk is binnen het redelijke. 46 De Laat, et al; Geluid van industriële windturbines, De relatie met gezondheid (2021) https://www.ntvg.nl/artikelen/geluid-van-industriele-windturbines 47 Long term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: a nationwide cohort study (2018) & Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study (2018). PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 63
Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -
urbines te identificeren.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd. Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien. Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon. In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken: Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap); Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn.
Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt; Er is geen bewijs voor gezondheidseffecten door blootstelling aan windturbines dat gekarakteriseerd kan Kader 7.2). Kader 7.2 Onderzoek N. Pierpont48 Regelmatig wordt het onderzoek van de Amerikaanse arts N. Pierpont geciteerd over het windturbinesyndroom. Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden. De studie is breed bekritiseerd als wetenschappelijk zwak op basis van de volgende punten: De steekproef is te klein om een statistisch effect te vinden (38 personen uit 10 families op verschillende afstanden van windturbines, te weten 300 tot 1.500 meter); De studie bevatte geen controlegroep, waardoor geen validatie van de relatie plaatsvond; De studie is niet gebaseerd op metingen maar op telefonische interviews. Ze interviewde 23 mensen en van hen verzamelde ze ook de symptomen van de overige 15 personen. De symptomen waren door de proefpersonen zelf gerapporteerd zonder tussenkomst van een medisch specialist; Er is geen onderzoek gedaan naar de gezondheidshistorie van de proefpersonen. Een aantal proefpersonen zou al gezondheidsproblemen hebben voor de bouw van de windturbines; Het artikel is enkel peer reviewed door kennissen van Pierpont.
Geen van de peer reviewers heeft een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde.
48
Bronnen: Pierpont, N. (2009), Wind Turbine Syndrome A Report on a Natural Experiment. Santa Fe. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3179699/, https://www.theaustralian.com.au/business/businessspectator/the-junk-science-of-wind-turbine-syndrome/news-story/bc83f0bd362b8e36c82e99fd60de9152; https://abcnews.go.com/Health/wind-turbine-syndrome-blamed-mysterious-symptoms-cape-cod/story?id=20591168; http://www.nwea.nl/over-windenergie/factsheets-land/factsheet-windturbines-en-gezondheid. PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 64
Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) Uit de studie van Health Canada, de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines gevolgd. Voor het onderzoek zijn deze mensen meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er zijn geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. "While some people reported some of the health conditions above, their existence was not found to change in relation to exposure to wind turbine noise," aldus Health Canada. Wel ervaren omwonenden meer hinder van de luchtvaartlichten op de gondels en slagschaduw wanneer het geluidniveau hoger is.
Kader 7.3 Artikel S. van Manen, Medisch Contact (2018)49 In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het opinieblad Medisch Contact. Er wordt, op basis van een van haar bronnen, genoemd dat een substantieel deel van omwonenden van windturbines wereldwijd identieke gezondheidsklachten rapporteert. Haar aangehaalde bron van Health Canada uit 2016 (zie artikel hierboven) concludeert echter dat er op basis van een steekproef van 1.238 omwonenden van windparken geen relatie is tussen blootstelling aan windturbine geluid tot 46 dB(A) en de gerapporteerde gezondheidsklachten. Tot slot concludeert van Manen dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is.
NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) Deze verklaring is op basis van een literatuurstudie opgestel er geen direct bewijs is dat windturbines nadelige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. De volgende conclusies worden gemaakt: Blootstelling aan geluid kan (directe) gezondheidseffecten veroorzaken, maar deze gezondheidseffecten kunnen alleen voorkomen bij geluidsniveaus die veel hoger liggen dan het geluidniveau dat wordt ervaren door omwonenden van windparken. Alhoewel individuen windturbinegeluid op grotere afstand kunnen waarnemen, is het onwaarschijnlijk dat windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren op afstanden groter dan 1.500 meter. Er is geen direct bewijs voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.
49
https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 65
Kader 7.4 Onderzoek van M. Alves-Pereira50 Bij de zorg die omwonenden kunnen hebben over mogelijke gezondheidseffecten van windturbines, wordt geregeld het onderzoek van Alves-Pereira aangehaald. Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines, en met name het laagfrequente geluid, en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Uit Australisch onderzoek* blijkt dat de stellingen van Alves-Pereira niet door andere onderzoekers worden onderschreven. Voort blijkt uit hetzelfde Australische onderzoek dat het onderzoek van Alves-Pereira niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek kunnen worden gesteld.
Kader 7.5 Laagfrequent geluid Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie lager dan circa 200 Hz. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch geproduceerd geluid. Bekende bronnen zijn transformatoren, wegverkeer en windturbines. Laagfrequent geluid dempt door gevels en op grotere afstand minder uit dan normaal geluid, op meer dan vijf kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. In de discussie rondom windturbines en gezondheid wordt vaak de vraag gesteld of laagfrequent geluid van windturbines effecten kan hebben op de menselijke gezondheid. Er is geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten. Laagfrequent geluid van windturbines zorgt niet voor extra hinder in vergelijking met gewoon geluid (RIVM, 2020). In Denemarken geldt sinds januari 2012 een aparte geluidnorm van 20 dB(A) voor laagfrequent geluid. In enkele projecten in Nederland, bijvoorbeeld bij Windpark Lage Weide en Windpark Drentse Monden - Oostermoer is getoetst aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. Hieruit blijkt dat indien wordt voldaan aan een maximale waarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight ook wordt voldaan aan de Deense norm.
7.3
Fysieke aspecten van windturbines en gezondheid
7.3.1
Slagschaduw Slagschaduw kan hinderlijk zijn vanwege de korte afwisseling van schaduw door de draaiende turbinebladen. Bekend is dat frequenties tussen 2,5 en 14 Hz als hinderlijk worden ervaren. Bij moderne windturbines zijn de frequenties nooit hoger dan 1 Hz. Windturbines met een grotere rotor draaien doorgaans langzamer dan windturbines met kleinere rotoren. Verder speelt de blootstellingsduur een grote rol bij de beleving van slagschaduw. Hoofdstuk 6 gaat in op de beoordeling van de mate van sl wetenschappelijk bewijs van een verband tussen hinder van langdurige schaduw flikkeren (meer dan 30 minuten per dag) en fysieke gevolgen voor de gezondheid. Een zelfde conclusie kan worden getrokken uit de onderzoeken van Health Canada (2015) en de laboratoriumonderzoeken van de universiteit van Kiel uit 199951.
50
Alves-Pereira M, Castelo Branco MS. Public health and noise exposure: the importance of low frequency noise. Istanbul: Inter-Noise 2007; 2007 [4 Sept 2012]. 51 [12] J. Pohl, F. Faul, R. Mausfeld. Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen. Institut für Psychologie der Christian-Albrechts-Universität zu Kiel, 1999. PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 66
7.3.2
Lichtschitteringen Wanneer de zon op de turbine schijnt, kan het zonlicht reflecteren op de rotorbladen in de richting van de beschouwer. Tegenwoordig worden windturbines uitgevoerd met een anti-reflecterende coating, zodat lichtschittering niet optreedt. RIVM (update 2013) bevestigt dit ook in haar informatieblad52. In de praktijk wordt lichtschittering daarom niet als een probleem ervaren.
7.3.3
Elektromagnetische velden In het RIVM informatieblad over gezondheid en windturbines wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van windturbines. Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn Uv-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden zijn ook aanwezig bij bijvoorbeeld huishoudelijke elektrische apparaten, zoals de magnetron en de stofzuiger, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden (via hoogspannings-verbindingen). De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Ook rondom de gondel en de kabels die de windturbine koppelen aan het hoogspanningsnet kunnen magnetische velden voorkomen. Het Landelijke Centrum Medische Milieukunde (LCM)53 adviseert situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit advies richt zich op alle bronnen van magnetische velden die samenhangen met de elektriciteitsvoorziening, dus ook windturbines. Gondels kunnen een hoge veldsterkte hebben, maar bevinden zich op een grote verticale afstand van plekken waar kinderen langdurig verblijven (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen).
Recht boven kabels die in de grond liggen is de veldsterkte in de regel niet hoger dan 1 microtesla, maar deze liggen nooit onder gebouwen waar kinderen langdurig verblijven. In het algemeen is op enkele meters afstand hemelsbreed de veldsterkte al minder dan 0,4 microtesla. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de windturbine en de daarbij behorende kabels veldsterkten veroorzaken boven 0,4 microtesla op plaatsen waar kinderen langdurig verblijven. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat elektromagnetische velden die in de buurt van windturbines en de daarbij behorende ondergrondse kabelverbindingen voorkomen, een gezondheidsrisico vormen. Het Kennisplatform EMV bevestigt deze conclusie ook in een hun memo54. Voor slagschaduw, geluid en externe veiligheid wordt een zodanige afstand tussen windturbines en bebouwing aangehouden dat er geen sprake kan zijn van elektromagnetische hinder van de windturbines.
52
e,
Update 2013, RIVM rapport 200000001/2013, I. van Kamp et al. 53 LCM Landelijk Centrum Medische Milieukunde, (2006) Standpunt ELF-EM velden elektriciteitsvoorziening en gezondheid Hoogspanningslijnen Onderstations Transformatorhuisjes. Definitieve versie, 21 juni 2006. 54
EMV 20140610. Bron: http://www.kennisplatform.nl/Files/Eerste%20Indrukken/20140610%20Memo%20Windturbines.pdf PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 67
7.3.4
Trillingen Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windturbines, mits goed gedimensioneerd, geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft laten weten55 dat cht door de grond plaats vindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem
In haar literatuuronderzoek uit 2020 beschrijft het RIVM enkele studies die zijn uitgevoerd naar trillingen als gevolg van windturbines (paragraaf 3.4 van het rapport). Het RIVM concludeert dat: afkomstig is van windturbines en wordt geproduceerd op de gebruikelijke afstand van woningen is te zwak
7.3.5
Fijnstof Fijnstof in de lucht kan schadelijke effecten op de gezondheid hebben. De Europese Unie heeft daarom in 1999 grenswaarden voor fijnstof (PM10) vastgesteld. In 2008 is de regelgeving uitgebreid met grens- en streefwaarden voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). Fijnstof wordt hoofdzakelijk uitgestoten in het verkeer, maar uitstoot wordt ook veroorzaakt door industrie, landbouw en huishoudens. Windturbines hebben een effect op de verspreiding van fijnstof doordat de wind in het zog achter de windturbine een hogere mate van turbulentie bevat, waardoor het verspreidingsgebied vergroot kan worden. Het maakt hierbij wel uit op welke manier de fijnstof wordt uitgestoten. De fijnstofuitstoot door verkeer bevat een grote hoeveelheid decentrale bronnen op een lage hoogte. De verticale afstand tussen de bron (verkeer op maaiveldniveau), de ontvangers (woningen op maaiveldniveau) en de turbines (bladen die hoog boven de grond bewegen) is dermate groot dat van een significant negatief effect geen sprake kan zijn, helemaal omdat ook de horizontale afstand tussen ontvangers en windturbines minimaal enkele honderden meters bedraagt. Bij fabrieksschoorstenen van industriële centrales is de verticale afstand kleiner, waardoor de kans op verspreiding toeneemt.
Het effect van windturbines op de verspreiding van industriële uitlaatgassen is onderzocht in een case studie voor 7 windturbines op 400 meter afstand van de hoogovens van Tata Steel56. Het rapport concludeerde dat de windturbines de concentraties luchtverontreiniging nauwelijks beïnvloeden. Logischerwijs zal de mate van verspreiding toenemen als de afstand tussen de schoorsteen en de windturbines kleiner is. De verspreiding neemt ook toe als de schoorsteen hoger is dan de as van de windturbine. Bij een afstand van meer dan 1,5 km zijn er helemaal geen significante effecten waarneembaar. De kans is dus erg klein dat het windpark een effect heeft op de plaatselijke fijnstofconcentraties. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat door de komst van windturbines de totale fijnstofuitstoot zal afnemen door de verminderde fossiele energievraag. Deze factor dient meegewogen te worden naast het mogelijk veranderde verspreidingspatroon. 55
Brief van Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 612, nr. 22 Erbrinks Stacks Consult (2016), Impact windmolens op verspreiding van luchtverontreiniging Windmolens Spuisluis en de emissies van Tata Steel, Rapport 2016R001, Oosterbeek. 56
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 68
7.3.6
Neodymium In zienswijzen wordt regelmatig aandacht gevraagd voor het gebruik van neodymium in windturbines, ook in relatie tot gezondheid. Neodymium is een zeldzaam aardmetaal en komt voor in een groot aantal elektrische apparaten of gebruiksvoorwerpen zoals kleurentelevisies, fluorescerende lampen en elektrische fietsen. Neodymium wordt ook gebruikt voor de permanent magneten in windturbines met een China en bij de winning van dit metaal komen radioactieve materialen vrij en treden negatieve milieueffecten op. Er wordt ook wel een relatie gelegd tussen neodymium en een negatief effect op de gezondheid. In gebieden waar neodymium wordt gewonnen wordt gerapporteerd over gezondheidseffecten ter plaatse als gevolg van de verwerking van de radioactieve materialen die bij de winning van neodymium vrijkomen. Er is geen bewijs voor een relatie tussen de aanwezigheid van neodymium in windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden. Neodymium zelf is geen radioactief materiaal. Op voorhand is niet te zeggen of er direct drive windturbines worden geplaatst, omdat de keuze voor een windturbinetype afhankelijk is van veel factoren zoals prijs, elektriciteitsopbrengst en onderhoudscontract. Het is dus vooralsnog niet bekend of de windturbines daardoor gebruik maken van neodymium.
7.3.7
Bisphenol A In zienswijzen wordt recent aandacht gevraagd voor het gebruik van de stof Bisphenol-A in de bladen van windturbines, ook in relatie tot gezondheid. Bisphenol-A (ook bekend onder de afgekorte naam BPA) is een weekmaker die veel gebruikt wordt in de productie van polycarbonaat plastic, epoxyhars en veel andere algemene producten zoals speelgoed, drinkflessen en contactlenzen. Bij de productie van windturbines wordt dit materiaal niet gebruikt. Het wordt gebruikt bij de bereiding van epoxyhars die weer gebruikt wordt om windturbinebladen te maken. De windturbinebladen bestaan uit glasvezel, expoxyhars en soms koolstofvezels. Echter de productie van de bladen zelf gebruikt geen BPA, dit gebeurt alleen in het proces van het produceren van de hars. De bladen worden vervolgens geschilderd met een speciale beschermende verf. Als gevolg van erosie (die ook bij ieder huis, auto, etc. waarop verf aanwezig is optreedt) zal jaarlijks ongeveer 150 gram van deze beschermende verf per windturbine eroderen. Dit betreft chemisch inactieve polymeer deeltjes, die geen BPA bevatten. Met andere woorden: er is geen sprake van het vrijkomen van BPA als gevolg van bladerosie van windturbines. Tot slot wordt opgemerkt dat BPA veel wordt gebruikt in de (voedsel)verpakkingsindustrie.
In 2015 is het product door de Europese Voedselveiligheidsorganisatie (EFSA) aangemerkt als ongevaarlijk voor de volksgezondheid en bruikbaar voor direct contact met voedsel 57.
57
Scientific Opinion on the risks to public health related to the presence of bisphenol A (BPA) in foodstuffs: Executive summary (2015) PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 69