CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Markt Kapittelhof te Sint - Oedenrode

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode'30.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Afbeelding 4.2: vogelvluchtperspectief plangebied vanaf de Markt

Gebouw A Gebouw A komt te staan op de locatie van het Rabobankkantoor en is enerzijds georiënteerd op de Markt en anderzijds op het Kapittelhof. Het gebouw begeleidt de doorsteek van de Markt naar het Kapittelhof/Leerlooierspad en omdat het laden en lossen aan de voorzijde van het pand plaatsvindt, is er op de begane grond ruimte voor primaire functies zoals commercieel (primair aan de Marktzijde) en wonen (in het doorsteekje en aan de zijde van het Kapittelhof). De fietsenbergingen zijn op de begane grond tussen de commerciële ruimten en de woningen in gepositioneerd. Hierdoor wordt voorkomen dat het gebouw een stedenbouwkundig onaantrekkelijke achterkant kent. Ten opzichte van het Rabobankkantoor komt het nieuwe gebouw iets meer ‘op de hoek’ van het insteekstraatje naar het Kapittelhof/Leerlooierspad te staan, waardoor deze hoek scherper gemarkeerd wordt.

Hoofdstuk 4

32

Het gebouw sluit qua vorm- en beeldtaal aan op de bebouwing aan de Markt. Zo zal er sprake zijn van een ‘pandgewijze parcellering’ zodat de huidige horizontaal gelede, staafvormige massa plaatsmaakt voor een massa die qua parcellering meer aansluit op de bestaande bebouwingskarakteristiek. Het gebouw aan de markt wordt maximaal 4 bouwlagen hoog, waarvan de bovenste laag als kaplaag dan wel middels een setback wordt vormgegeven. De begane grondlaag is hoger, is daarmee geschikt voor commerciële functies en sluit qua opbouw daarmee aan op de hogere begane grondlagen van de (historische) bebouwing aan de Markt. Er is gekozen voor een maximale goothoogte van 10 meter aan de Marktzijde, met een dakvloer van 13 meter (maximale bouwhoogte 13,5 meter). Om hierin de nodige stedenbouwkundige en architectonische nuance en sturing te kunnen geven is tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ van toepassing op dit bouwdeel, waardoor in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aan te wijzen deskundige en waarbij in de uitwerking rekening gehouden dient te worden met de ritmiek, parcellering (hoogte-, breedte- en diepteverhouding) van de straatwand én differentiatie in goothoogten van minimaal 0,3 meter ten opzichte van belendende gebouwdelen.

Voor de uitvoering van de bebouwing wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, rekening houdend met de stedenbouwkundige en architectonische nuances. Dit beeldkwaliteitsplan gaat onder meer uit van een opdeling van de bouwmassa in 3 gebouwdelen met verschillende breedtes, hoogten en materialisatie.

Afbeelding 4.3: vooraanzicht gebouw A (gezien vanaf de Markt)

Gebouw B Gebouw B ligt op de plaats waar nu de woningen aan de Kapittelhof (nrs. 1 t/m 20) staan. Dit gebouw begeleidt samen met de gevel van gebouw A de straatwand van het insteekstraatje tussen Markt en

Hoofdstuk 4

33

Kapittelhof/Leerlooierspad. Het pand grenst uitsluitend aan het Kapittelhof en niet aan de Markt. In dit pand is een onderdoorgang gezien naar het achtergelegen parkeerterrein (deels overdekt door de bebouwing van gebouw B). Het gebouw kent een drielaagse bouwmassa, met een vierde bouwlaag als set-back en met enkele lagere accenten op de hoeken om zo een overgang naar het rustigere woonen wandelgebied aan het Leerlooierspand te realiseren. Tussen de nieuwbouw en de woning aan het Leerlooierspad wordt de bestaande (tuin)muur behouden. Verkeer, parkeren en ontsluiting Met het plan voor de herontwikkeling wordt het openbaar gebied aan het Kaittelhof heringericht. Het plangebied kent in de huidige situatie voor autoverkeer verbindingen met het Leerlooierspad, de Markt en het Kerkplein. De verkeers-, ontsluitings- en parkeerstructuur wijzigt in enige mate, maar de genoemde verbindingen blijven bestaan. Afbeelding 4.1, eerder in dit hoofdstuk, geeft de toekomstige verkeerssituatie binnen het plangebied weer. Het Kapittelhof wordt ingericht voor verblijven, parkeren, wandelen en fietsen. Vanaf de Markt blijft de huidige insteekstraat naar het Kapittelhof behouden. Deze weg geeft toegang tot de ondergrondse stallingsgarage bij gebouw A met ca. 46 parkeerplaatsen, het parkeerterrein op maaiveld achter gebouw B met ca.

25 parkeerplaatsen en een nieuw parkeerterrein op maaiveld aan het Kapittelhof met ca. 26 parkeerplaatsen. Een impressie van de toekomstige inrichting van deze insteekstraat is opgenomen in afbeelding 4.4.

Afbeelding 4.4: impressie toekomstige inrichting insteekstraat van Markt naar Kapittelhof, bezien vanaf zijde Markt

Incidenteel en utilitair verkeer van en naar de sacristie van de Sint Martinuskerk, de kerk en de begraafplaats en van en naar de achteringangen van een de panden aan het Kerkplein (oostzijde) en Markt 23-25 kan via een informele ontsluiting over het Kerkplein naar de achterzijde komen. Dit betreft uitsluitend laad- en losverkeer, toegestaan op maandag t/m vrijdag tussen 7.00 en 10.00 uur. Deze

Hoofdstuk 4

34

mogelijkheden worden behouden. Dit verkeer kan ook gebruik maken van de toegangsweg vanaf de Markt naar het Kapittelhof. Aan de zijde van de kerk is nu een 2-tal parkeerplekken aanwezig. In dit gebied worden maximaal 26 parkeerplaatsen gerealiseerd, een afname van 22 ten opzichte van de huidige situatie. Tevens blijft een informele verbinding tussen het Kerkplein en Leerlooierspad gehandhaafd aan de zuidkant van het plangebied. Het Leerlooierspad is en blijft enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer. Gemotoriseerd bestemmingsverkeer blijft zoveel mogelijk ontmoedigd om via het Leerlooierspad naar het Kapittelhof, Kerkplein of Markt (en v.v.) te rijden. Wel moet het mogelijk zijn om bij calamiteiten en incidenteel in geval van evenementen op het Kerkplein verkeer vanuit het Leerlooierspad en vanuit de achterzijde van de panden Markt 23 en 25 via een informele ontsluitingsroute door het plangebied te leiden tussen het Kerkplein en Leerlooierspad. Beide gebouwen zullen mede op deze wijze voor hulpdiensten bereikbaar moeten zijn. Daarnaast moeten de beide gebouwen, de (sacristie van de) Sint Martinuskerk en de begraafplaats ook vanaf de Markt via het Kapittelhof bereikbaar blijven. Het inrichtingsplan (zie afbeelding 4.1) voorziet hierin. Fietsers en wandelaars kunnen net als nu gebruik maken van de straatjes vanuit de Markt en het Kerkplein om naar het gebied te komen.

Laden en lossen Het laden en lossen voor de nieuwe commerciële ruimte gebeurt aan de voorzijde (Markt) zodat de zijen achterkanten van de bebouwing gevrijwaard kunnen blijven van, qua beeld en potentiële hinder, minder aantrekkelijke laad- en losvoorzieningen. Het laden-lossen van de huidige commerciële ruimtes aan het Kerkplein en aan de Markt 23 en 25 is mogelijk aan de voorzijde maar gebeurt in de praktijk ook aan de achterzijde. Er is voor het Kerkplein een laad- en loszone ingesteld voor laden en lossen aan de voorzijde. Deze blijft gehandhaafd. Utiliteitsdiensten kunnen het gebied bereiken via het insteekstraatje vanuit de Markt. De vuilophaaldienst komt tot aan de in/uitrit van de stallingsgarage waarnaast een ondergrondse afvalcontainerplaats is voorzien. De containeropstelplaatsen aan de achterzijde van het Kerkplein blijven bereikbaar via het Kerkplein en via het insteekstraatje vanaf de Markt. Verblijfskwaliteit en ruimtelijke kwaliteit In 2005/2006 zijn in samenspraak met een brede vertegenwoordiging vanuit de Rooise samenleving ideeën ontwikkeld voor de herinrichting van de Heuvel, Kerkplein en Markt. Sturend waren het autovrij maken van het Kerkplein en de inrichting van de Heuvel en de Markt als “shared space”. Deze ideeën zijn grotendeels ook uitgevoerd voor wat betreft de Heuvel, het Kerkplein en de loopstrook aan de noord- en oostkant van de Markt.

De herinrichting van de Markt zelf heeft nog niet plaatsgevonden, maar recent is hiervoor wel een ontwerp opgesteld en goedgekeurd.

Hoofdstuk 4

35

Bij de beoogde herinrichting van het Kerkplein/Kapittelhof zal aansluiting worden gezocht bij de kwaliteiten en uitvoering van de inrichting van de Markt en het Kerkplein. Met onderhavig plan wordt invulling gegeven aan de herinrichting van het Kapittelhof. Het autovrij maken van het Kapittelhof is niet haalbaar gebleken, maar wel wordt het aantal parkeerplaatsen op dit terrein met bijna de helft gereduceerd (van 48 naar 26 plaatsen). De herinrichting van dit gebied draagt bij aan het verhogen van de verblijfskwaliteit en ruimtelijke kwaliteit van dit deel van het centrum. Het plan zoals nu voorligt betreft de Rabobanklocatie en het Kapittelhof, maar de gekozen stedenbouwkundige opzet biedt ruimte om ook de panden Markt 23 en 25 te betrekken bij de herontwikkeling. Hiermee zou ook een krachtiger invulling van de achterkanten van deze panden aan het Kerkplein/Kapittelhof kunnen worden gegeven. De huidige achterkantsituatie met poorten, afvalcontainers en entrees kan, zeker wanneer in een eventuele toekomstige ontwikkeling ter plaatse van de naastgelegen panden Markt 23 en/of 25 aansluiting bij de onderhavige ontwikkeling wordt gezocht, plaatsmaken voor een duidelijke bebouwingswand. Dit komt de ruimtelijk-stedenbouwkundige kwaliteit, ook in relatie tot de nieuw op te richten bebouwing, uiteindelijk ten goede.

Hiermee kan het plan als vliegwiel voor een vervolgontwikkeling dienen.

Hoofdstuk 4

36

5.

OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Inleiding Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient te worden onderzocht welke milieuhygiënische aspecten daarbij een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten behandeld.

5.2 Verkeer en parkeren Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor het bestemmingsplan. Wel heeft de gemeente Meierijstad specifiek beleid op het gebied van parkeren opgesteld in de Nota parkeernormen Meierijstad. Nieuwe ontwikkelingen dienen hieraan te worden getoetst. Verder dient in het kader van het ruimtelijk plan dat nieuwe activiteiten mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis van vaste jurisprudentie dient in dat kader onder meer te worden aangetoond dat een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd, er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is en dat de verkeersveiligheid voldoende is. Ontsluitingsstructuur algemeen Met het plan voor de herontwikkeling verandert de verkeerssituatie in en rondom het plangebied. Het plangebied kent in de huidige situatie voor autoverkeer verbindingen kent met het Leerlooierspad, de Markt en het Kerkplein. De verkeers-, ontsluitings- en parkeerstructuur wijzigt in enige mate, maar deze verbindingen blijven gehandhaafd. Afbeelding 5.1 geeft de toekomstige verkeerssituatie en het aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied weer. Het gebied wordt ingericht voor verblijven, parkeren, wandelen en fietsen. Vanaf de Markt blijft de huidige insteekstraat naar het Kapittelhof behouden.

Deze weg geeft toegang tot de ondergrondse stallingsgarage bij gebouw A met ca. 46 parkeerplaatsen, het parkeerterrein op maaiveld achter gebouw B met ca. 25 parkeerplaatsen en een nieuw parkeerterrein op maaiveld aan het Kapittelhof met ca. 26 parkeerplaatsen. Incidenteel en utilitair verkeer van en naar de sacristie van de Sint Martinuskerk, de kerk en de begraafplaats en van en naar de achteringangen van een de panden aan het Kerkplein (oostzijde) en Markt 23-25 kan via een informele ontsluiting over het Kerkplein naar de achterzijde komen. Dit betreft uitsluitend laad- en losverkeer, toegestaan op maandag t/m vrijdag tussen 7.00 en 10.00 uur. Deze mogelijkheden worden behouden. Dit verkeer kan tevens gebruik maken van het insteekstraatje vanaf de Markt naar het Kapittelhof. In totaal zijn er in de huidige situatie 48 parkeerplaatsen op het Kapittelhof aanwezig (incl. 2 parkeerplaatsen aan de zijde van de kerk). In dit gebied worden maximaal 26 parkeerplaatsen gerealiseerd, een afname van 22 ten opzichte van de huidige situatie. Tevens blijft

Hoofdstuk 5

37

een informele verbinding tussen het Kerkplein en Leerlooierspad gehandhaafd aan de zuidkant van het plangebied. Het Leerlooierspad is en blijft enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer. Parkeerterrein gebouw B: 25 p.p.

Stallingsgarage gebouw A: 46 p.p.

Parkeerterrein Kapittelhof: 26 p.p.

Afbeelding 5.1: toekomstige verkeers- en parkeersituatie

Fietsers en wandelaars kunnen net als nu gebruik maken van de straatjes vanuit de Markt en het Kerkplein om naar het gebied te komen. Verkeersgeneratie Voor het in beeld brengen van de verkeersgeneratie is CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” gehanteerd. De publicatie maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad van de kern waarin een voorziening is gelegen. Sint-Oedenrode valt qua grootte in de categorie “weinig stedelijk”. Daarnaast maakt de publicatie onderscheid in de ligging van de voorziening ten opzichte van het centrum. De herontwikkeling van het gebied Markt-Kapittelhof valt in de categorie ‘centrumgebied’. Bestaande verkeersgeneratie omgeving van de Markt-Kapittelhof (Rabobanklocatie en Kapittelhof) De bestaande omgeving van de Rabobank bestond voorheen uit circa 2.544 m² bvo kantoor met baliefunctie (Rabobank). In april 2021 is deze functie definitief gestopt. Verder zijn er 20 woningen aan het Kapittelhof aanwezig (kleiner dan 90 m²). De kantoorfunctie genereert 10,5 tot 12,9 (gemiddeld 11,7) autoritten (mvt/etmaal) per 100 m² bvo. Uitgaande van een werkdaggemiddelde genereerde de

Hoofdstuk 5

38

Rabobank 298 verkeersbewegingen1 per dag. De 20 woningen aan het Kapittelhof (sociale huur) genereren per dag gemiddeld 4,8 – 5,6 (gemiddeld 5,2) ritten, hetgeen gemiddeld in totaal neerkomt op 104 ritten. In totaal genereerde de bestaande omgeving (104+298=) 402 ritten per etmaal. Binnen de huidige bestemmingen zijn, zoals in de voetnoot is toegelicht, ook functies mogelijk met een hogere verkeersgeneratie. Vanuit een worst casebenadering wordt voor de huidige situatie echter uitgegaan van de feitelijke meest recente invulling. Verkeersgeneratie nieuwe situatie De nieuwe situatie bestaat volgens de huidige plannen uit 57 woningen (waarvan 4 koop, etage, midden, 23 koop, etage, duur en 30 sociale huur2) en ongeveer 600 m² bvo commerciële ruimte (waaronder detailhandel). Dit levert de volgende gemiddelde verkeersgeneratie op: Functie

Aantal 23

Verkeersgeneratie kencijfer (gemiddeld) 7,2 / woning

Verkeersgeneratie totaal 165,6

Woning koop, appartement, duur Woning koop, appartement middelduur Woning, sociale koop/huur Commerciële ruimte Totaal

4

5,8 / woning

23,2

30 600 m² bvo

5,2 / woning 52,4 / 100 m² bvo

156,0 314,1 659 (afgerond)

Saldering Per saldo zullen de gevolgen van de herontwikkeling van de omgeving Rabobank-Kapittelhof beperkt zijn. Het plan zal in het worst casescenario (659-402=) ongeveer 257 extra verkeersbewegingen per etmaal genereren. Hierbij kan echter een nuance worden geplaatst. Zoals bovenstaand al is toegelicht, is voor de huidige situatie niet uitgegaan van de maximale planologische situatie met een verkeersgeneratie van ca. 1.300 mvt/etmaal, maar van de aanzienlijk lagere aantallen op basis van de feitelijke situatie (402 mvt/etmaal). Bij vergelijking van de maximale planologische mogelijkheden, is er sprake van een reductie van de te verwachten aantallen verkeersbewegingen. Vanuit een worst case benadering wordt echter uitgegaan van de bovengenoemde toename van 257 verkeersbewegingen per etmaal. Afwikkeling op bestaande verkeersstructuur Wanneer gekeken wordt naar de afwikkeling van het verkeer op het bestaande wegennet, is het niet te verwachten dat de geringe berekende toename van ongeveer 257 ritten ertoe zal leiden dat de verkeersstructuur deze toename niet adequaat kan verwerken. Aanvullend wordt hierbij opgemerkt dat de

1

Bij dit aantal dient te worden opgemerkt dat het vigerende bestemmingsplan ook andere functies toelaat, waaronder detailhandel, waarmee het theoretisch aantal verkeersbeweging van en naar de locatie bij een maximale planologische invulling ongeveer 1.300 mvt/etmaal zou kunnen bedragen.

2

Van de 30 sociale huurwoningen kunnen 20 appartementen als zorgwoning worden ingezet. Worst case wordt echter gerekend met de normen voor sociale huurwoningen.

Hoofdstuk 5

39

hoeveelheid verkeer rondom de Markt in verband met toekomstige ontwikkelingen, waaronder de verplaatsing van de Albert Heijn van de Markt naar de locatie Borchmolendijk en de herinrichting van de Markt waarbij circa 60 parkeerplaatsen verdwijnen, naar verwachting zal afnemen. In 2020 zijn in opdracht van de gemeente verkeerstellingen uitgevoerd op een aantal in de omgeving van het plangebied gelegen wegen (Markt van/naar Heuvel, Markt van/naar Neulstraat, Markt ter hoogte van nr. 9, Stompersstraat en Neulstraat). De etmaalintensiteiten op de onderzochte wegvakken, doorgerekend naar rekenjaar 2031 zijn hieronder weergegeven.

Tabel 5.1: etmaalintensiteiten rekenjaar 2031

De richtlijnen voor een veilige inrichting van type wegen en bijbehorende verkeerskenmerken zoals opgenomen in de Duurzame Mobiliteitsvisie van de gemeente Meierijstad geven aan dat bij erftoegangswegen (zoals de Markt en Heuvel) een verkeersbeeld van circa 4.000 motorvoertuigen hoort. Deze aantallen worden thans al overschreden, omdat de Markt het belangrijkste verkeerselement in het centrum van Sint-Oedenrode vormt. Hierdoor is de functie niet geheel te vergelijken met een ‘standaard’ erftoegangsweg. Ook na realisatie van het plan past de verwachte intensiteit bij het type en de functie van het omliggende wegennet. Het plan levert slechts een beperkte verkeerstoename op. Tabel 5.2 geeft aan hoe de verwachte verdeling van dit verkeer is. Omdat de Heuvel een éénrichtingsweg betreft, wordt hiervoor ongeveer de heflt van het verkeer vewacht. Op beide relevante verkeersroutes is de feitelijke toename ten gevolge van het plan zeer beperkt. Onevenredige verkeerskundige belemmeringen worden niet verwacht. Hierbij dient nogmaals te worden benadrukt dat er in planologisch opzicht sprake is van een forse reductie van het (maximaal) aantal verkeersbewegingen, omdat een groot areaal aan centrumfuncties wordt wegbestemd. Locatie

Toe-/afname verkeers-

Toe-/afname Borchmo-

Toe-/afname Heuvel en

bewegingen

lendijk (oost) (2/3)

Borchmolendijk (west)

+257

+171

(1/3) Rabobank-Kapittelhof

+86

Tabel 5.2: inzicht feitelijke toe/-afname verkeersbewegingen ten gevolge van het plan

Hoofdstuk 5

40

Parkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. Uitgangspunt is dat een project moet voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Daarvan kan worden afgeweken als:  dit ruimtelijk niet gewenst is; en/of  er voldoende parkeerplaatsen in het openbaar gebied zijn die gebruikt kunnen worden, op basis van parkeeronderzoek. Voor het openbaar gebied geldt de beleidsdoelstelling dat de bezetting maximaal 85% zou mogen zijn; en/of  aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere norm. Omdat in de huidige situatie al het parkeren binnen het plangebied plaatsvindt in het openbaar gebied, onnodig ruimtebeslag voor parkeren in de openbare ruimte ongewenst is en het aantal openbare parkeerplaatsen op het Kapittelhof vermindert van 48 naar 26 parkeerplaatsen, is voor onderhavig plan ook gekeken naar de vraag of in het openbaar gebied voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn om een berekend tekort op te vangen. Navolgend wordt ingegaan op achtereenvolgens de parkeerbehoefte en –opgave van het plan, de parkeeroplossing in het plangebied en de effecten op de parkeersituatie in het centrum, waarna afgesloten wordt met een conclusie.

Parkeerbehoefte Voorwaarde voor de planontwikkeling is dat binnen het project Markt-Kapittelhof in het plangebied voldoende parkeergelegenheid wordt geboden om te voorkomen, dat in het centrum van Sint-Oedenrode een parkeerprobleem ontstaat. De parkeerbehoefte van het plan is berekend op basis van de parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. Het plangebied behoort tot het gebied centrum/schil. In tabel 5.3 is ter illustratie aangegeven wat de effecten van de planologische wijziging in het plangebied op de parkeerbehoefte zijn. In de bijlagen is een volledige parkeerbalans opgenomen. HUIDIGE SITUATIE3

Aantal

Woningen (etage, goedkoop)

20

Parkeernorm

1,6

Parkeerbehoefte Kantoor met baliefunctie

32,0 1.250 m² bvo

Parkeernorm

3,1/100 m² bvo

Parkeerbehoefte Kantoor zonder baliefunctie

3

Parkeerbehoefte

38,8 1.250 m² bvo

Parkeernorm

2,1/100 m² bvo

Parkeerbehoefte

26,3

Parkeerbehoefte totaal

97,0

Bij de bepaling van de huidige parkeerbehoefte dient te worden opgemerkt dat het vigerende bestemmingsplan ook andere functies toelaat, waaronder detailhandel, waarmee het theoretisch aantal benodigde parkeerplaatsen bij een maximale plano logische invulling 104 parkeerplaatsen zou kunnen bedragen. Voor een reële vergelijking is echter uitgegaan van de meest recente feitelijke invulling.

Hoofdstuk 5

41

TOEKOMSTIGE SITUATIE

Aantal

Appartementen sociale huur, goedkope koop

30

Parkeerbehoefte

(koop/huur, etage goedkoop) Parkeernorm

1,6

Parkeerbehoefte Appartementen middeldure koop (koop/huur, etage

48 4

midden) Parkeernorm

1,9

Parkeerbehoefte

7,6

Appartementen dure koop (koop/huur, etage duur)

23

Parkeernorm

2,1

Parkeerbehoefte

48,3

Commerciële ruimte (buurt-/dorpscentrum)

600 m² bvo

Parkeernorm

4,1/100 m² bvo

Parkeerbehoefte

24,6

Parkeerbehoefte totaal

128,5

Tabel 5.3: parkeerbalans in het plangebied huidige en toekomstige situatie

Uit de tabel blijkt, dat de toename van de parkeerbehoefte voor de functies binnen het plangebied afgerond 129 minus 97 = 32 parkeerplaatsen bedraagt. Daarnaast wordt het huidige parkeerterrein met 48 openbare parkeerplaatsen aan het Kapittelhof heringericht en deels bebouwd. In de toekomstige situatie zijn hier 26 parkeerplaatsen voorzien, een reductie dus van 22 openbare parkeerplaatsen. Deze vermindering aan openbare parkeerplaatsen moet bij de toekomstige parkeeropgave eveneens worden beschouwd om te kunnen bepalen of er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Parkeeroplossing Vanwege de parkeervraag en het voorkomen van een volledig ruimtebeslag door parkeren op maaiveld op het Kapittelhof, is gekozen voor het realiseren van een parkeerkelder onder gebouw A en een parkeerterrein achter gebouw B, waardoor het ruimtebeslag voor het parkeren op het Kapittelhof wordt beperkt. De parkeergarage heeft een capaciteit van 46 parkeerplaatsen Het parkeerterrein op maaiveld achter gebouw B heeft een capaciteit van 25 parkeerplaatsen. Zie afbeelding 5.1, eerder in deze paragraaf. Dit maakt een totaal van 71 parkeerplaatsen. Deze zijn exclusief beschikbaar voor de bewoners van de woningen. Het personeel van de commerciële ruimte zal parkeren op openbaar gebied in De Neul, op enkele honderden meters afstand van het plangebied (parkeerbehoefte van 7 parkeerplaatsen).

In totaal zijn er dus 71 parkeerplaatsen exclusief beschikbaar voor de gebruikers van de nieuwe functies. De resterende parkeerbehoefte voor de gebruikers van de toekomstige functies alsmede het bezoekersparkeren (totaal: 58 parkeerplaatsen) wordt in het openbaar gebied opgevangen. Deze resterende parkeerbehoefte mag op alle relevante tijdstippen niet leiden tot een onevenredige parkeerdruk in het

Hoofdstuk 5

42

openbaar gebied. Hiervoor is in de parkeerbalans de huidige parkeerbehoefte op de verschillende tijdstippen (welke volledig in het openbaar gebied opgevangen wordt) vergeleken met de toekomstige parkeerbehoefte voor het openbaar gebied. Dit laatste betreft dus de parkeerbehoefte bovenop de exclusief beschikbare parkeerplaatsen. Hierbij is rekening gehouden met de vermindering van het aantal parkeerplaatsen op het Kapittelhof van 48 naar 26 plaatsen. Wanneer conform de CROW-kencijfers wordt gekeken naar de aanwezigheidspercentages van de verschillende functies in de huidige en de toekomstige situatie, dan blijkt dat de maximale toename van de parkeerbehoefte voor het openbaar gebied 18 parkeerplaatsen bedraagt. Dit betreft de periode op zaterdagmiddag. In overige perioden is deze toename aanzienlijk lager, of is er sprake van een afname. In de parkeerbalans in de bijlage is dit nader beschreven. Opgeteld bij de 22 parkeerplaatsen die per saldo verdwijnen op het Kapittelhof, betekent dit dat er op het betreffende tijdstip minimaal 40 parkeerplaatsen elders in de omgeving beschikbaar dienen te zijn. In dit geval wordt de parkeersituatie in het centrum als geheel beschouwd. Er wordt gekeken naar alle beschikbare parkeerplaatsen in het centrum.

Hiermee worden de in het gemeentelijk beleid gehanteerde acceptabele loopafstanden van maximaal 200 meter voor detailhandel/horeca en 100 meter voor de overige functies, waaronder wonen, losgelaten. De parkeernota bevat een mogelijkheid om hiervan af te wijken. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt. Parkeren in het centrum als geheel Omdat het parkeren gedeeltelijk in het openbaar gebied wordt gefaciliteerd, is tevens onderzocht wat de effecten van het plan op de parkeersituatie in het centrum van Sint-Oedenrode zijn. Voor wat betreft het parkeren in het centrum is het beleid van de gemeente erop gericht dat de bezetting van de beschikbare parkeerplaatsen op de maatgevende tijdstippen maximaal 85% is. Daardoor is het voor een bezoeker normaal gesproken altijd mogelijk een parkeerplaats te vinden en wordt zoekverkeer voorkomen. In relatie tot de plannen voor Markt-Kapittelhof is door bureau Goudappel Coffeng reeds in 2016 onderzoek gedaan naar het parkeerbeleid en de effecten van dat plan. Daarbij is onderzoek gedaan naar de parkeermogelijkheden en het gebruik daarvan in het centrum zelf en de schil daar omheen, zoals de omgeving van zwembad de Neul, de parkeerplaats voor de sporthal De Streepen en het bedrijf Ahrend.

In 2019-2020 is door DTV Consultants een actueel parkeeronderzoek voor het centrum en de daaromheen liggende schil uitgevoerd.4 Er is op enkele dagen een parkeerdrukmeting uitgevoerd, waarbij ook het motief van de parkeerders is onderzocht. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken ontstaat het volgende beeld. Binnen het plangebied aan het Kapittelhof zijn momenteel in totaal 48 parkeerplaatsen in het openbaar gebied beschikbaar. De bezetting van deze parkeerplaatsen is overwegend minder dan 50%.5 Het verlies per saldo van 22 openbare parkeerplaatsen op Kapittelhof leidt niet tot grote problemen. In het centrumgebied en de schil daar omheen zijn in totaal ongeveer 1.120 parkeerplaatsen aanwezig. 4 5

DTV Consultants, Parkeeronderzoeken gemeente Meierijstad, deelrapportage Sint-Oedenrode, 17 maart 2020. Uitzonderingen vormen donderdag einde van de middag (wel <85%) en vrijdagochtend (tijdens de markt op het Marktplein, >85%. Daarbuiten <85%). Op zaterdagochtend is een deel van de parkeerplaatsen (vrijwel) volledig bezet, maar een ander deel (sectie 72) onbezet.

Hoofdstuk 5

43

In tabel 5.4 is de bezettingsgraad van de parkeervoorzieningen in het centrumgebied op de drukste tijdstippen weergegeven in de huidige situatie en na realisatie van het plan met het voornoemde aantal van 71 parkeerplaatsen op eigen terrein, 7 exclusieve parkeerplaatsen elders in de omgeving en 26 in het openbaar gebied binnen het plangebied. Op het drukste tijdstip is de bezetting in de huidige situatie ongeveer 86%; dit betreft de werkdagen ‘s middags. Op dit tijdstip leidt het plan tot een afname van de parkeerbehoefte. Na realisatie van het plan daalt de bezetting op dit tijdstip tot 84%, waarmee deze onder het streefpercentage van 85% komt. Op de overige relevante onderzochte tijdstippen blijft de bezetting, evenals in de huidige situatie onder de 85%. Het plan leidt op een aantal tijdstippen, die niet nader zijn onderzocht in het kader van dit bestemmingsplan, tot een toename van de bezetting met 3%. Dit betreft de werkdag avond, zaterdagavond en zondagmiddag. Dit zijn de tijdstippen waarop onder andere de winkels in het centrum doorgaans gesloten zijn en waar op basis van algemene ervaringscijfers de bezetting in het centrum niet maximaal zal zijn.

De verwachting is daarom dat in deze gevallen de bezetting, ook met de berekende toename van de parkeerbehoefte als gevolg van dit plan, ruimschoots onder de streefwaarde van 85% blijft en er dus een acceptabele parkeersituatie in het centrum blijft.

Tabel 5.4: procentuele bezetting parkeerplaatsen centrum Sint-Oedenrode vóór en na realisatie van het plan

Conclusie parkeren Het plan heeft een parkeerbehoefte van in totaal 129 parkeerplaatsen en leidt tot een toename in de parkeerbehoefte met netto 32 parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast gaan per saldo 22 parkeerplaatsen aan het Kapittelhof verloren, omdat dit wordt heringericht en deels wordt bebouwd. Met de in het plangebied voorziene parkeerkelder met een capaciteit van ca. 46 parkeerplaatsen en een parkeerterrein op maaiveld van 25 parkeerplaatsen, worden er 71 parkeerplaatsen exclusief voor de toekomstige functies voorzien binnen het plangebied. Daarnaast worden 7 parkeerplaatsen voor het personeel van de commerciële functie gereserveerd in De Neul. Hierna resteert een parkeerbehoefte van 129-78=51 parkeerplaatsen. De resterende parkeerbehoefte van 51 parkeerplaatsen wordt in het openbaar gebied binnen het centrumgebied opgevangen, waarvan 26 parkeerplaatsen aan het Kapittelhof binnen het plangebied liggen. Uit de parkeerbalans en de uitgevoerde parkeeronderzoeken voor het centrumgebied volgt, dat

Hoofdstuk 5

44

er voldoende parkeercapaciteit binnen het centrumgebied beschikbaar is om de resterende parkeerbehoefte op elk onderzocht maatgevend tijdstip in het centrumgebied op te vangen. De parkeerdruk op het centrum neemt binnen deze tijdvakken niet onevenredig toe. Op het drukste tijdstip (werkdag middag) leidt het plan tot een afname van de parkeerbezetting in het centrum. Op de niet onderzochte tijdvakken (werkdagavond, zaterdagavond en zondagmiddag) is er sprake van een beperkte netto toename van de parkeerbehoefte in het openbaar gebied. Op basis van algemene ken- en ervaringscijfers kan redelijkerwijs worden verondersteld dat er in deze tijdvakken evenmin sprake zal zijn van een onacceptabele parkeersituatie. Samenvattend wordt geconcludeerd dat er sprake is van een acceptabele parkeersituatie in het centrumgebied en dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in het plangebied.

5.3 Geluid 5.3.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. 5.3.2 Onderzoek In het plangebied worden nieuwe geluidsgevoelige functies in de vorm van woningen mogelijk gemaakt. De wegen in de omgeving van het plangebied hebben een maximumsnelheid van 30 km/uur. Een akoestisch onderzoek is conform de Wgh derhalve niet verplicht. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening is, vanwege de inrichting van de Markt (klinkers) en de verkeersintensiteiten toch een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in de bijlagen. Hierna worden de resultaten van het onderzoek besproken. De geluidbelasting, exclusief aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder, ten gevolge van verkeer op de nabijgelegen wegen, bedraagt ten hoogste 65 dB op de voorgevels van gebouw A en 52 dB op gebouw B.

Het woon- en leefklimaat ter plaatse van gebouw A op basis van de geluidbelastingen is overeenkomstig de methode Miedema te classificeren als “tamelijk slecht” ter plaatse van

Hoofdstuk 5

45

de voorgevels en “goed” ter plaatse van de achtergevels. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van gebouw B op basis van de geluidbelastingen is overeenkomstig de methode Miedema te classificeren als “redelijk tot goed” ter plaatse van de voor- en (linker) zijgevels en “goed” ter plaatse van de overige gevels. Bron- en/of overdrachtsmaatregelen zijn niet gewenst en/of stuiten vanuit stedenbouwkundige of verkeerskundige oogpunt op bezwaren. Aanbevolen wordt om voor wat betreft de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (gevels) van de appartementen aan te sluiten bij de eisen uit artikel 3.3 van het Bouwbesluit 2012. Ten aanzien van de voorgevel van gebouw A betekent dit dat de geluidwering méér dan de standaard vereiste 20 dB dient te zijn. Ter waarborging van een goed binnenklimaat is in de bouwregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 5.3.3 Conclusie Uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het akoestisch klimaat ter plaatse van alle gevels, met uitzondering van de voorgevel van gebouw A is als redelijk tot goed gekwalificeerd. Voor de voorgevel van gebouw A worden aanvullende maatregelen ten aanzien van de geluidwering van het gebouw geadviseerd ter waarborging van een aanvaardbaar akoestisch klimaat en is deze voorwaarde voorwaardelijk verplichtend gesteld.

Hiermee vormt dit aspect geen belemmering in het kader van de bestemmingsplanprocedure.

5.2 Luchtkwaliteit 5.4.1 Toetsingskader Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. 5.4.2 Onderzoek Met de CROW-tool is uitgerekend hoeveel extra verkeerbewegingen er ontstaan door de komst van onderhavig plan (zie tabel 5.5). Het planvoornemen genereert worst case 257 extra verkeerbewegingen (zie paragraaf 5.2). Uit de berekening komt naar voren dat de bijdrage van het extra verkeer in “niet betekende mate” is.

Hoofdstuk 5

46

Tabel 5.5: NIBM-tool

Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt, is de bijdragen aan NO2 en PM10 ruimschoots minder dan de grenswaarde van 3%. De bijdrage van het extra verkeer is daarom als 'niet in betekenende mate' aan te merken. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar de achtergrondwaarden m.b.t. de luchtkwaliteit in onderstaande tabel zijn de achtergrondwaarden van fijnstof en stikstof bij de dichtstbijzijnde toetspunten weergegeven. Zoals te zien is liggen de achtergrondwaarden ruim onder de gestelde norm. Om deze reden is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Id

NO2 μg/m3 PM10 μg/m3 PM10 overschrijdingsdagen PM2.5 μg/m3 Jaar

15521395 20.0

19.7

7.4

12.1

2020

15521446 20.0

19.7

7.4

12.1

2020

15521465 19.6

19.6

7.3

12.0

2020

15521483 20.0

19.7

7.4

12.1

2020

15521505 20.2

19.7

7.4

12.1

2020

15521519 20.2

19.7

7.4

12.1

2020

15521522 17.4

19.2

7.0

11.9

2020

15521535 20.1

19.7

7.4

12.1

2020

Norm

40

35

25

40

Dat betekent dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is en er voor wat betreft luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de voorgestane ontwikkeling.

Hoofdstuk 5

47

5.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.5.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’6. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype Er zijn twee omgevingstypes, namelijk een rustige woonwijk en gemengd gebied.

Volgens de VNGbrochure is een rustige woonwijk, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. De VNG-brochure omschrijft een gemengd gebied, als een gebied meteen matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstypen gemengd gebied. In de VNG-brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. De omgeving van het plangebied betreft het centrum van Sint-Oedenrode, waarin woonfuncties, detailhandel, horeca en een kerk met begraafplaats in de nabije omgeving aanwezig zijn. In het plangebied zelf is een kantorenlocatie aanwezig. Op basis van de omliggende functies, kan het plangebied dan ook als gemengd gebied worden getypeerd.

6

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Hoofdstuk 5

48

5.5.2 Onderzoek Het plan voorziet in het toevoegen van zowel een gevoelige functie (wonen) als bedrijvigheid (detailhandel of andere centrumfunctie aan de Markt). Daarom dienen zowel de richtafstanden vanuit de omgeving als de richtafstanden vanuit het plangebied te worden beschouwd. Door Windmill7 is daarom een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van de planologische inpassing van het plan aan de Markt-Kapittelhof in Sint-Oedenrode. Op basis van de richtlijn ‘bedrijven en milieuzonering’ is beoordeeld of voldaan wordt aan de richtafstanden voor inpassing. In afbeelding 5.2 zijn de in de omgeving aanwezige bestemmingen aangegeven. Aan de rood gearceerde gebieden zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan de volgende functies toegekend: 1. Centrum 1: detailhandel, kantoren, horeca, bedrijven met max. milieucategorie 2, wonen; 2. Centrum 2: horeca, detailhandel, bedrijven met max. milieucategorie 2, wonen; 3. Maatschappelijk, functieaanduiding begraafplaats. Voor deze functie is een maximaal mogelijke milieucategorie 1 gehanteerd.

7

Windmill, onderzoek ‘Bedrijven en milieuzonering Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode’, nummer RAP0BMZ 3.0 (d.d. 07-05-2020)

Hoofdstuk 5

20200507-WND173-

49

Afbeelding 5.2: Plangebied en bestemmingen in de omgeving: 1. Centrum – 1, 2. Centrum – 2, 3. Maatschappelijk (begraafplaats)

De zwarte lijnen in afbeelding 5.2 geven de richtafstanden binnen gemengd gebied weer en de oranje vlakken de overlapping daarvan met onderhavig plangebied. Uit de figuur blijkt dat de richtafstanden van de omliggende functies deels tot over de woonbestemmingen binnen het plangebied reiken. Hierdoor is niet zonder meer sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. In afbeelding 5.2 is de situatie weergegeven waarbij uitgegaan is van de maximaal planologische invulling voor de omliggende bestemmingen (milieucategorie 2). In de feitelijke situatie is op deze locaties sprake van horeca (cafetaria en cafés). In de VNG-brochure wordt voor gebieden met functiemenging een andere categorie-indeling toegepast. Activiteiten voor gebieden met functiemenging worden ingedeeld in categorieën A, B, of C. Cafetaria’s, cafés en bars zijn ingedeeld in categorie A. De betekenis voor de toelaatbaarheid van categorie A is als volgt: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend.

Hoofdstuk 5

50

Uit het bovenstaande volgt dat de geprojecteerde woonbebouwing binnen het plangebied past binnen de kaders van de VNG-brochure waardoor sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Nadere beschouwing geluid In het kader van een goede ruimtelijke ordening, is zorgvuldigheidshalve vanwege de op relatief korte afstand van de nieuwe woningen aanwezige horecagelegenheden (Café Oud Rooy (Markt 13), Tapperij en Eeterij D’n Dommel (Markt 15) en Cafetaria De Mert (Markt 23)) onderzoek gedaan naar de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan rekening houdend met de milieurechten van deze nabijgelegen horecagelegenheden8. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie, die zover als mogelijk is bepaald in overleg met en op basis van informatie van de houders van de inrichtingen. Daar waar geen gegevens bekend zijn, is de bedrijfssituatie op basis van de feitelijke situatie van vergelijkbare inrichtingen aangevuld. Voor een uitgebreide beschouwing van de referentiesituaties wordt verwezen naar de bijlage. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat de zuidelijke gevel van het bouwblok aan de Marktzijde als dove gevel wordt uitgevoerd, hetgeen in de planregels voorwaardelijk verplichtend is geregeld.

Activiteitenbesluit milieubeheer Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de planlocatie wordt voldaan aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT = 50 dB(A)) ten aanzien van de inrichtingen Markt 15 en Markt 23. De berekende etmaalwaarde (Lar,LT) vanwege de inrichting Markt 13 is 55 dB(A). De nachtperiode is hiervoor maatgevend. Ten aanzien van deze inrichting wordt niet aan de grenswaarde voldaan. Opgemerkt wordt dat voor deze inrichting, vanwege het ontbreken van gegevens over de feitelijke bedrijfssituatie, is uitgegaan van een fictieve worst case bedrijfssituatie. De berekende overschrijding vindt alleen plaats in de nachtperiode. Ter plaatse is een eetcafé gevestigd. Gezien deze functie worden in de nachtperiode nauwelijks of geen bedrijfsactiviteiten verwacht. Om te voorkomen dat de inrichting in de bedrijfsvoering wordt beperkt, kan ingevolge artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer een hoger geluidniveau (maatwerkvoorschrift) ter plaatse van de nieuwbouw worden vastgesteld. Bij het vaststellen hiervan moet het binnenniveau in de relevante geluidgevoelige ruimten van de nieuwbouw worden gewaarborgd (artikel 2.20 lid 2). Vooruitlopend op het eventueel vaststellen van maatwerkvoorschriften is onderzocht of de hiertoe noodzakelijke geluidwering behaald kan worden.

Uitgaande van een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) van hoogstens 55 dB(A) etmaalwaarde op de gevel en het beperken van de binnenniveau tot 35 dB(A) etmaalwaarde, De (geluidbelaste) gevels dienen conform het Bouwbesluit 2012 uitgevoerd te worden met een geluidwering van minimaal 20 dB(A). De geluidniveaus in de woningen voldoen daardoor aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten aanzien van het maximale geluidniveau (LAmax) is alleen sprake van continue bronnen. Hierdoor treden er geen relevante maximale geluidniveau op. Geconcludeerd wordt dat wordt voldaan aan de

8

Windmill, akoestisch onderzoek industrielawaai Markt-Kapittelhof Sint-Oedenrode, kenmerk 20210603-WND173-RAP-AKO-IL2.0, d.d. 3 juni 2021.

Hoofdstuk 5

51

grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van het maximaal geluidniveau (LAmax). Goede ruimtelijke ordening In het onderzoek is niet alleen de normstelling uit het Activiteitenbesluit beschouwd, maar is tevens een nadere beoordeling vanuit een goede ruimtelijke ordening gedaan. Hierbij is het stappenplan van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gehanteerd. Uit de berekeningen blijkt dat voor de inrichting aan de Markt 13, de Tapperij en Eeterij D’n Dommel (Markt 15) en Cafetaria de Mert (Markt 23) de richtwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie ten aanzien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) wordt overschreden. De richtwaarde uit stap 3 van de VNG-publicatie ten aanzien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) wordt wel gerespecteerd. Tevens wordt voor Cafetaria de Mert (Markt 23) de richtwaarde uit stap 2 en 3 van de VNG-publicatie ten aanzien het maximaal geluidniveau (LAmax) overschreden. De richtwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie ten aanzien van het landtijdgemiddelde niveau (Markt 13, 15 en 23) en de richtwaarden uit stap 2 en 3 ten aanzien van het maximale niveau (Markt 23) worden overschreden. Conform de VNG-publicatie betekent dit dat de aanvaardbaarheid van de optredende geluidniveaus door het bevoegd gezag dient te worden beschouwd.

De optredende geluidniveaus kunnen in deze situatie acceptabel worden geacht. Hierbij worden de volgende feiten, omstandigheden en overwegingen betrokken:  Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet realistisch en niet wenselijk. De inrichtingen zijn gelegen aan de openbare weg. Het plaatsen van een scherm tussen de woningen en de inrichting stuit op bezwaren van financiële, verkeerskundige en stedenbouwkundige aard.  De planlocatie is gelegen in een centrumgebied. In het centrumgebied is een functiemenging van wonen en horeca gewenst en in beginsel acceptabel te achten. Ook is er reeds sprake van diverse woningen in de directe omgeving van de betreffende inrichtingen.  Er wordt geheel voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van Tapperij en Eeterij D’n Dommel (Markt 15) en Cafetaria de Mert (Markt 23).  De (geluidbelaste) gevels dienen conform het Bouwbesluit 2012 uitgevoerd te worden met een geluidwering van minimaal 20 dB(A). De geluidniveaus in de woningen voldoen daardoor aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Samenvattend kan worden gesteld dat er ondanks de gedeeltelijke overschrijdingen van de richtwaarden uit stappen 2 en 3 van de VNG-publicatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen.

Voorts worden de betreffende inrichtingen nabij het plangebied niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Indirecte hinder Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking is sprake van een goed- woon en leefklimaat. Nadere beschouwing geur In de navolgende paragraaf ‘geurhinder’ wordt dit aspect nader beschouwd.

Hoofdstuk 5

52

5.5.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat in de feitelijke situatie, waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijk aanwezige inrichtingen/functies, op basis van de VNG-publicatie, sprake is van een goede ruimtelijke ordening en daarmee een goed woon- en leefklimaat binnen de woonbestemmingen van het plangebied. Omliggende functies worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Voor het aspect geur dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat de inrichtingen in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering mogen worden beperkt. Hiervoor dient het emissiepunt van afgassen van de bereiding van voedingsmiddelen te worden verhoogd, danwel een ontgeuringsinstallatie te worden aangelegd voor de inrichting Mart 23. Initiatiefnemer is in overleg met de exploitant van de inrichting over de gewenste oplossing. Hierdoor zal dit de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staan. Ter waarborging is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen die voorschrijft dat de woningen binnen 10 meter van de betreffende inrichting pas in gebruik mogen worden genomen op het moment dat aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5.5 Geurhinder 5.5.1 Toetsingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Naast de Wgv vormt het Activiteitenbesluit een wettelijk toetsingskader ten aanzien van het aspect geurhinder voor inrichtingen. 5.5.2 Onderzoek Veehouderijen Het plangebied is gelegen in het centrum van Sint-Oedenrode. In de omgeving zijn veehouderijen aanwezig. Deze liggen op meer dan 600 meter afstand. Hierdoor is het uitgesloten dat de realisatie

Hoofdstuk 5

53

van nieuwe geurgevoelige objecten (woningen) in het plangebied tot belemmeringen voor veehouderijen leidt. Nader geuronderzoek is niet nodig. Geurkaarten van Sint-Oedenrode zijn weergegeven op de volgende pagina. Ter plaatse van de woningen is sprake van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geur. De achtergrondbelasting bedraagt 0-6 oue/m³. Inrichtingen Het plangebied ligt nabij een cafetaria (Markt 23), een café (Markt 15) en een eetcafé (Markt 13). Vanuit het oogpunt van milieuzonering is het aspect geur van belang voor de cafetaria en het eetcafé. De richtafstand betreft 10 meter. Een deel van de bebouwing binnen het plangebied ligt binnen de richtafstand tot de cafetaria, die grenst aan de nieuwbouw aan de zijde van de Markt. Een deel van de nieuwbouw aan het Kapittelhof ligt binnen de richtafstand tot het eetcafé. Cafetaria’s en (eet)cafés vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ter voorkoming dan wel beperken van geurhinder schrijft het Activiteitenbesluit milieubeheer voor dat afgezogen dampen en gassen van het bereiden van voedingsmiddelen naar de buitenlucht worden geemitteerd:  ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing of;  geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie.

Afhankelijk van de installatie voor de afvoer van afgassen die bij het cafetaria en de (eet)cafés aanwezig is, kan de ontwikkeling van het plan mogelijk een belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van de betreffende inrichtingen. De inrichting Markt 23 (cafetaria) beschikt niet over een ontgeuringsinstallatie. Om aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit te kunnen voldoen, zou de afvoerpijp moeten worden verhoogd of zou moeten worden overgestapt naar een ontgeuringsinstallatie. Gelet op de hoogte van de geplande nieuwbouw is het verhogen van de afvoerpijp tot 2 meter boven de nieuwbouw niet wenselijk. Initiatiefnemer is met de exploitant van de inrichting in overleg omtrent het overstappen naar een ontgeuringsinstallatie. In dat geval zijn er voldoende maatregelen ter voorkoming/beperking van geurhinder getroffen. Hiermee zouden er geen belemmeringen voor de planontwikkelingen ten aanzien van het aspect geurhinder vanwege inrichtingen zijn. Het plan is dan ook uitvoerbaar. Ter waarborging is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die voorschrijft dat de woningen binnen 10 meter van de betreffende inrichting pas in gebruik mogen worden genomen op het moment dat aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Ten aanzien van de inrichting Markt 13 zijn er geen belemmeringen.

Deze dient in de huidige situatie reeds rekening te houden met de woningen (incl. aangebouwde bijbehorende bouwwerken) aan het Kapittelhof aan de achterzijde van de inrichting. Deze bevinden zich op nagenoeg gelijke afstand tot de inrichting als de beoogde nieuwbouw. De nieuwe woningen komen niet op kortere afstand te liggen

Hoofdstuk 5

54

van de inrichting dan in de huidige situatie voor de woningen (incl. aangebouwde bijbehorende bouwwerken) mogelijk is. Dit betekent dat het plan niet leidt tot extra belemmeringen voor de betreffende inrichting en het aannemelijk is dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Afbeelding 5.3: Geurkaarten Sint-Oedenrode

Hoofdstuk 5

55

5.6 Externe veiligheid 5.6.1 Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.).

Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

5.6.2 Onderzoek In het plangebied is sprake van nieuwe functies die worden gezien als (beperkt) kwetsbare objecten. Daarom moet getoetst worden aan wetgeving op het gebied van externe veiligheid. Middels de Risicokaart is beoordeeld of er risicobronnen in en nabij het plangebied aanwezig zijn. In afbeelding 5.4 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

Hoofdstuk 5

56

Afbeelding 5.4: uitsnede risicokaart

De informatie van de risicokaart levert de volgende inzichten op. Risicovolle bedrijven Aan de Dommelstraat 20 bevindt zich een inrichting met een chlooropslag (Zwembad De Neul). Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 260 meter uit de grens van deze inrichting. Een dergelijke inrichting valt niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De PR 10-6 contour van de inrichting is gelegen binnen de perceelsgrenzen van de inrichting. Van een invloedsgebied dat in dit kader nader moet worden beschouwd is geen sprake. Voor het overige zijn er geen risicovolle inrichtingen in de omgeving aanwezig. Het plangebied ligt derhalve buiten het invloedsgebied en de PR 10-6-risicocontouren van inrichtingen. Transport gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt op ca. 805 meter van de Rijksweg A50. Over deze Rijksweg (traject afrit Eerde – A58 Eindhoven) worden GF3, LF1, LF2 en LT2 stoffen vervoerd. Van deze stoffen heeft LT2 het grootste invloedsgebied, namelijk 880 meter. Daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied

Hoofdstuk 5

57

van deze stof. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt, kan conform artikel 7 Bevt worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxische wolk. Beperkte verantwoording groepsrisico In het kader van de beperkte verantwoording groepsrisico is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar.

Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied:  goed te alarmeren is;  goed te schuilen is;  goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving

Hoofdstuk 5

58

van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Advies Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen. Leidingen Binnen een straal van 500 meter van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=07bcd3c2-afec-4762-b1ca-77b3ea14805c