CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B8c Milieueffect rapport.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college28.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De omgevingsvisie onderstreept het belang van het versterken van de innovatiekracht van deze topsectoren, het versterken van de agglomeratiekracht om schaalvoordelen beter te kunnen benutten en

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

39

Vertrouwelijk

het versterken van de omgevingskracht door het verbeteren van een duurzame leefomgeving. De visie geeft aan dat de innovaties van een slimme agrarische sector voordelen brengen voor ontwikkelaars, toeleveranciers, arbeidsmarkt en werknemers. Meierijstad ondersteunt deze beweging via de regio Noordoost-Brabant en AgriFood Capital. De omgevingsvisie geeft aan dat met innovaties in de maakindustrie en agrarisch (smart farming) het van belang is om aan te haken op kennisinstellingen, innovatiecentra en internationale kenniswerkers van Brainport Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Wageningen, Helmond. Sint-Oedenrode wordt hiervoor als stepping stone genoemd, als aantrekkelijke woonplaats en om te recreëren voor mensen uit Brainport Eindhoven. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie leidt tot kansen voor nauwere aansluiting bij de innovatieve topsectoren van de Provincie.

7.3

Effecten op de bedrijvigheid

Het criterium “Bedrijvigheid” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 11 – Beoordeling van de effecten op de bedrijvigheid binnen Meierijstad

Criterium

Indicator Circulaire economie

Bedrijvigheid

Bedrijfsresultaten Bedrijfsinvesteringen Aantal werknemers

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Trend (afname) afvalstoffen en gebruik grondstoffen en (toename) hergebruik afvalstoffen Omzet- en winstcijfers diverse bedrijfstakken Indicatief als M€ per jaar Indicatief als totaal binnen de gemeente

Circulaire economie De circulaire economie vormt een belangrijke uitdaging voor de burgers en bedrijven van Meierijstad. Gemiddeld wordt in Meierijstad 133 kilogram huishoudelijk restafval per inwoner per jaar ingezameld (ongeveer 27%). De gemeente loopt daarin voorop ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse niveau (34.8%) . De doelstelling voor 2020 ligt op 81 kg huishoudelijk restafval. De doelstelling is om de hoeveelheid restafval, bestaande uit fijn restafval in de grijze bak en grof restafval op de milieustraat, in 2025 verder naar beneden te brengen naar 30 kg per inwoner per jaar zijn. Bedrijfsafval uit de AgriFood sector binnen Meierijstad bestaat voor een belangrijk deel uit organisch en dierlijk afval en verpakkingsafval. Dit organisch afval wordt al grotendeels hergebruikt. Verder werken individuele bedrijven, zoals Jumbo, aan concrete maatregelen voor het verminderen van afval van verpakkingen en gebruiksmateriaal. De omgevingsvisie onderstreept het belang ban de circulaire economie. Dit speelt niet alleen op een macroniveau van de agrarische en levensmiddelensectoren, maar ook op het mesoniveau van een bedrijventerrein. Meierijstad ondersteunt ondernemers bij het zetten van stappen om over drempels heen te komen. Dit vereist niet alleen investeringen, maar ook een andere werk- of denkwijzen.

De gemeente onderstreept het belang van het nationale Uitvoeringsprogramma circulaire economie en streeft naar minder gebruik van grondstoffen en energie. Daarvoor wordt bevorderd dat er minder

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

40

Vertrouwelijk

verpakkingsmateriaal wordt gebruikt, dat de levensduur van producten en het hergebruik van materialen toenemen totdat die materialen opnieuw grondstoffen worden. De omgevingsvisie benoemt verder de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven om minder plastic afval te maken en het overige afval beter te hergebruiken en te recyclen. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot kansen op een groeiende trend (afname) van afvalstoffen en gebruik grondstoffen en toename van hergebruik van afvalstoffen. Bedrijfsresultaten Binnen Meierijstad zijn in totaal ongeveer 900 bedrijven vertegenwoordigd met ruim 27.000 werknemers. In de komende 5 jaar wordt een groei van ruim 10% verwacht van dit arbeidsvolume. Cijfers over de gezamenlijke bedrijfsresultaten binnen de gemeente zijn echter niet beschikbaar. Bredere informatie toont echter aan dat de bedrijvigheid en economie in Meierijstad bovenmatig presteren in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Op korte termijn zijn hier echter de negatieve gevolgen van de Corona crises niet uit te sluiten. De Omgevingsvisie maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling, maar ook is de logistiek en (groot)handel belangrijk.

Er leeft in de bevolking een geest van ondernemerschap. Dat maakt dat Meierijstad een relatief lage werkloosheid en relatief hoog niveau van welvaart kent. Ook schenkt de omgevingsvisie aandacht aan de agrarische bedrijfsbeëindigingen die plaatsvinden en wordt de vraag gesteld wat de nieuwe economische dragers van het landelijk gebied zullen gaan worden. Ook wordt aangemerkt dat bedrijfskavels schaars zijn en dat Meierijstad bedrijven die zich niet mogen vestigen in het landelijk gebied alternatieve plaatsing wil bieden. Meervoudig ruimtegebruik zal naar verwachting hierbij meerwaarde bieden. De omgevingsvisie kan echter niet voorkomen dat op korte termijn negatieve effecten van de Coronacrisis niet uit te sluiten zijn en daarmee de omzet- en winstcijfers van diverse bedrijfstakken onder druk zullen komen te staan. Bedrijfsinvesteringen In Nederland groeiden de bedrijfsinvesteringen in 2019 naar verwachting met 3,4%. Met name zijn investeringen in woningen en gebouwen aanzienlijk gegroeid. Ook werd flink geïnvesteerd in personenauto’s, machines en installaties. De groei van de industrieprovincie Noord -Brabant zal in 2019 iets terugvallen naar 1.8%. Precieze cijfers over bedrijfsinvesteringen in Meierijstad zijn niet beschikbaar, maar het mag worden verwacht dat deze iets boven de trend van Noordoost Brabant zullen uitkomen.

Indicatoren hiervoor zijn de relatief sterk groeiende werkgelegenheid en de grote vraag naar locaties op de bedrijventerreinen binnen de gemeente, met name naar grootschalige kavels. De omgevingsvisie richt zich met het bedrijfsleven op een gezonde lokale en regionale economie met goede investeringskansen. De gemeente Meierijstad blijft een economische hotspot voor grote multinationals, middelgrote en kleine bedrijven met een stevige groeipotentie. Op korte termijn kunnen de bedrijfsinvesteringen negatief worden beïnvloed door de Coronacrisis, maar op middellange termijn mag een voortgaande groei van bedrijfsresultaten en investeringen worden voorzien binnen de gemeente. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot kansen op een positieve trend op het vlak van bedrijfsinvesteringen. Aantal werknemers Met 80.000 inwoners en 7.000 bedrijven en ondernemers zijn er ongeveer 45.000 arbeidsplaatsen in de gemeente. Het bedrijfsleven neemt met 27.000 werknemers een belangrijk deel voor zijn rekening. In het algemeen wordt een toename van ruim 10% (arbeidsvolume) voorzien voor de komende 5 jaar. De omgevingsvisie maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde economie met een goede werkgelegenheid. De beleidsvoornemens op het vlak van de energietransitie zal naar verwachting

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

41

Vertrouwelijk

leiden tot investeringen in de infrastructuur en opwek van duurzame energie die tot aanvullende werkgelegenheid kunnen leiden. Ook de aansluiting van de gemeente bij het nationale uitvoeringsprogramma circulaire economie kan tot extra werkgelegenheid leiden.

7.4

Effecten op de landbouw

De landbouwsector en in het bijzonder de opgaven van de agrarische systeemverandering, vormen een bijzondere uitdaging voor Meierijstad, Het criterium “Landbouw” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 12 – Beoordeling van de effecten op de landbouw binnen Meierijstad

Criterium

Indicator

Smart farming

Social farming Landbouw Vitaal landschapsbeheer Vermindering gezondheidsrisico’s

OV

Eenheid / omschrijving

Situatie 2030

Mate waarin nieuwe vormen van landbouw ingang vinden (AgriFood, precisielandbouw, biobased, smart food, high tech) Mate waarin sociaal geïntegreerde vormen van landbouw ingang vinden (streekproducten, stadsboeren, recreatieboerderijen, zorgboerderijen, etc.) Mate waarin de landbouw bijdraagt aan een vitaal beheer van het buitengebied (goren blauwe landschapsstructuur, diversiteit, lage uitstoot nitraten, etc.) Vermindering risico's omwonenden rond geiten, kippen en varkenshouders

Smart farming De concentratie op landbouw- en voedingsmiddelenindustrie vormt een essentiële spil binnen de economische ontwikkeling van Meierijstad. Nieuwe – smart farming - productievormen vinden daarbij geleidelijk hun ingang, zoals de ontwikkeling van het grootste productievoedselbos van Nederland en het Centrum tegen Voedselverspilling in Veghel. In de gemeentelijke duurzaamheidsvisie (september 2018) wordt ingezet op stimulering van natuurinclusieve landbouw voor meer biodiversiteit. Daarbij wordt gezocht naar samenwerking met het Nationaal Groenfonds, de ZLTO en lokale partijen. Ook wordt verwezen naar het project ‘Vitaal Buitengebied’, dat in ontwikkeling is. De omgevingsvisie onderstreept dat Meierijstad van oudsher gericht is op de landbouw als primaire producent en onderdeel uitmaakt van AgriFood Capital, dat een spilfunctie heeft in de samenwerking met Brainport, Greenport Venlo en Food Valley Wageningen. Meierijstad is daarmee toonaangevend op het gebied van gezonde voeding. De visie onderstreept het belang van smart farming en om hierbij aan te haken bij kennisinstellingen, innovatiecentra en internationale kenniswerkers. Daarbij speelt voor het buitengebied ook de herijking op de transitie in de landbouw een rol.

Daarmee schept de omgevingsvisie een helder kader voor nieuwe vormen van landbouw, zoals AgriFood, precisielandbouw, biobased, smart food, en high tech productiemethoden. Social farming Binnen Meierijstad zijn diverse sociaal geïntegreerde vormen van landbouw ontwikkeld. Lokale productie van streekproducten die op een biologische en duurzame wijze geteeld zijn, worden op diverse punten 12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

42

Vertrouwelijk

aangeboden. Ook bestaan er diverse zorgboerderijen binnen de gemeente, waar bezoekers kunnen meedoen aan het verzorgen van dieren, moestuinen en boomgaarden en aan tuinieren. Deze initiatieven worden actief door de gemeente ondersteund via het verschaffen van informatie en subsidies. De omgevingsvisie ondersteunt dergelijke initiatieven, ook ter versterking van de veerkracht van het buitengebied. De visie geeft daarbij alternatieve richtingen, zoals het oprichten van coöperaties als organisatievorm, van permacultuur of het voedselbos als teeltconcept en benoemt daarbij eveneens natuursubsidies en recreatie als potentiele neveninkomsten. Mestverwerking wordt genoemd als middel voor natuurlijke bemesting van akkers en voor energievoorziening. Met het oog op kortere kringlopen en toegenomen voedselbewustzijn, wil de omgevingsvisie diverse vormen van stadslandbouw stimuleren. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot kansen voor sociaal geïntegreerde vormen van landbouw. Vitaal landschapsbeheer De gemeente Meierijstad startte in 2018 het project “ Vitaal Buitengebied” om het buitengebied vitaal te houden in een balans tussen agrarische bedrijvigheid, natuur en landschap, recreatie en toerisme en de wensen van de inwoners. Dit sluit ook aan bij het begrip “Natuurinclusieve landbouw”, een vorm van kringlooplandbouw die de biodiversiteit op en rondom het bedrijf benut en beschermt.

Dit project richt zich ook op de wijze waarop de vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) kan worden heringericht en worden de mogelijkheden onderzocht om in het buitengebied zonnepanelenparken te realiseren als bijdrage tot meer opwekking van duurzame energie. De omgevingsvisie haakt aan bij dit project ‘Vitaal buitengebied’ en neemt de landschapsanalyse over die is gemaakt over met betrekking tot bodemsoorten, het reliëf, de waterhuishouding en het ontstaan van de landschappen. Ook wordt ingegaan hoe om te gaan met de beekdalen en andere natte gebieden, de bossen, de bolle akkers, de onverharde wegen, de flora and fauna in samenhang met de menselijke activiteiten. Dit wordt uitgewerkt in de verschillende gebiedstypologieën voor het buitengebied. Ook wordt de ontwikkeling van zonneweiden voorzien met borging van de mogelijkheid van natuurontwikkeling na de exploitatieperiode. Verder onderschrijft de omgevingsvisie het uitvoeringsprogramma bij de duurzaamheidsvisie uit 2018, waarin een meer natuurinclusieve landbouw wordt voorgestaan. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot duidelijke kansen voor vitaal beheer van het buitengebied en de mate waarin de landbouw hieraan kan bijdragen. Vermindering gezondheidsrisico’s Meierijstad kent een relatief grote dichtheid aan intensieve veeteelt, die op verschillende manieren van invloed kan zijn op de gezondheid.

Daarbij spelen ammoniakemissies; geurhinder; gezondheidsrisico’s (Q-koorts) en fijn stof een rol. Dat risico’s op ziektekiemen niet uitsluitend een lokale of regionale zaak is, bewijst de globale uitbraak van het COVID-19 en de verstrekkende gevolgen hiervan op de volksgezondheid, vooral ook in Meierijstad, dat relatief zwaar getroffen was door dit virus. De gemeente denkt na hoe dergelijke gezondheidsrisico’s kunnen worden verminderd, inclusief de betaalbaarheid hiervan en de noodzaak de veeteeltsector aangehaakt te houden bij dit proces. Daarbinnen wordt een zonering rond de pluimvee-, varkens en geitenstallen gehanteerd, waarbij binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij geen woningen gebouwd mogen worden in verband met Q-koorts risico’s. Kleine woningbouwprojecten worden echter nog wel eens toegestaan in de buurt van een geitenhouderij. De omgevingsvisie noemt het beschermen van gezondheid als een belangrijk criterium om rekening mee te houden bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Met oog op de nog altijd grote intensieve veehouderijen en concentraties van bedrijven worden bij de (her)inrichting en revitalisering van het landelijk gebied de (gezondheid) risico’s nadrukkelijke meegewogen. Ook het instellen van

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

43

Vertrouwelijk

milieuzones omwille van direct nut voor volksgezondheid wordt benoemd. In het omgevingsbeleid worden de sectorale benaderingen van landbouw en ruimtelijke ordening samengebracht, waardoor er nieuwe mogelijkheden ontstaan om juridische instrumenten in te zetten. Om de gezondheidsrisico’s te beperken, worden ook normen gesteld voor gewasbeschermingsmiddelen, geur, fijnstof en endotoxinen. Ten aanzien van het toetsingskader voor varkens- en pluimveebedrijven heeft Meierijstad een norm gesteld van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht, dat overeenkomt met een derde van de adviesnorm voor aanvaardbare arbeidsomstandigheden. Geconcludeerd mag worden dat hiermee de omgevingsvisie bijdraagt aan vermindering van gezondheidsrisico’s van geiten, kippen en varkenshouders.

7.5

Effecten op Toerisme en recreatie

Het criterium “Toerisme en recreatie” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 13 – Beoordeling van de effecten op het toerisme en de recreatie binnen Meierijstad

Criterium

Indicator Verblijfstoerisme

Toerisme en recreatie

Dagrecreatie Routestructuren Attracties en evenementen

OV

Eenheid / omschrijving

Situatie 2030

Verblijfsduur en aantal overnachtingen (hotels, campings, logies) per jaar op basis van Visie R&T Meierijstad Op basis van aantal jaarlijkse bezoeken en horeca omzetten, op basis van Visie R&T Meierijstad Aantal en kwaliteit van de recreatieve routes Het aantal attracties en jaarlijks terugkerende evenementen

Verblijfstoerisme Het verblijfstoerisme in Meierijstad wordt gefaciliteerd door vier hotels, groepsaccommodaties, Bed & Breakfast faciliteiten, vakantiewoningen en een 13-tal campings. De ruime meerderheid van de gasten komt uit Nederland. Buitenlandse gasten komen vooral uit België en Duitsland. De verblijftoeristische bestedingen kwamen in 2016 neer op € 4,6 miljoen, hetgeen relatief gering is in vergelijking met gemeenten met een meer uitgesproken toeristisch profiel. In de Visie recreatie en toerisme Meierijstad van november 2018 wordt de ambitie uitgesproken de toeristische en recreatieve sector te verdubbelen met een omzet van rond M€ 44 per jaar (was € 22,3 miljoen in 2016). De omgevingsvisie haakt aan bij de Visie recreatie en toerisme. Tegelijkertijd ondersteunt de visie aanpalend beleid op het vlak van ondersteuning van de horeca, natuur en recreatie en van de cultuurhistorie, waardoor enige positieve effecten op het verblijfstoerisme mag worden verwacht. Concrete beleidsvoorstellen om het verblijfstoerisme in omvang te verdubbelen worden echter niet gedaan, waardoor een wisselend beeld ontstaat ten aanzien van de kansen op het behalen van deze doelstelling Dagrecreatie Een groot deel van de mensen die in Meierijstad komen recreëren, zijn inwoners uit de eigen gemeente en de directe omgeving.

De dagrecreatieve bestedingen binnen de gemeente kwamen in 2016 neer op € 17,7 miljoen. Hiervan wordt het grootste deel gegeneerd door de grote evenementen zoals bij de

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

44

Vertrouwelijk

Noordkade, Paaspop bij Molenheide: de 13 grote evenementen trokken in totaal 340.000 bezoeken, maar ook de kermissen en het carnaval zijn hier van belang. De omgevingsvisie ondersteunt het belang van dagrecreatie voor de gemeente, met specifieke aandacht voor de rol van Sint-Oedenrode, het Dommeldal, streekpark Kienehoef en de Noordkade. Ook wordt aandacht geschonken aan de rol van het landschap, (nieuwe) natuur en water bij recreatiemogelijkheden en streekmarketing: bijvoorbeeld het gebied rondom de Aa wordt samen met Bernheze en waterschap Aa en Maas beschermd, ook om de recreatie goed te faciliteren. Verder wordt er binnen de centrum- en horecavisies en in het landelijk gebied ruimte geboden aan de recreatieve ontwikkeling, zoals van de Vlagheide en de Kienehoef. Geconcludeerd mag worden dat hiermee de omgevingsvisie volop kansen biedt voor een attractieve dagrecreatie binnen de gemeentegrenzen. Routestructuren Elk jaar worden zo’n 94 miljoen fiets- en wandeltochten ondernomen in Noord-Brabant. Deze tochten zorgen voor meer dan 196 miljoen euro aan bestedingen. Meierijstad kent verder een aantal historische verbindingen met recreatieve functies, waaronder het Duits lijntje; de blauwe aders van de Aa en de Dommel en de Zuid-Willemsvaart. Daarnaast bevat de gemeente talrijke routevoorzieningen voor wandelen, fietsen, mountainbiken en paardrijden.

De Visie recreatie en toerisme Meierijstad noemt daarbij als belangrijkste uitdagingen om de kwaliteit van deze routevoorzieningen te verbeteren. De omgevingsvisie onderschrijft deze visie en benoemt ondermeer de plannen voor de aanleg van de snelfietsroute Veghel-Uden; het realiseren van recreatieve routes in het gebied ten zuiden van de Eerdsebaan bij Vlagheide; veilige en waar mogelijk vrijliggende routes voor fietsers en wandelaars in het landelijk gebied. Daarmee biedt de omgevingsvisie daadwerkelijk uitgewerkte plannen op het aantal en de kwaliteit van de recreatieve routes te verbeteren . Attracties en evenementen Meierijstad kent een groot aantal attracties en jaarlijks terugkerende evenementen. De Uitvoeringsnota Duurzaam Evenementenbeleid schetst een beeld van de honderden evenementen die plaatsvinden binnen de gemeente, waaronder carnavalsoptochten en kermissen, festivals zoals Paaspop, 7th Sunday/Harmony of Hardcore en Fabriek Magnifique, Koningsdag en vele kleinschalige evenementen zoals circussen, theaterproducties, straatfeesten, jaarmarkten, wielerrondes, kindervakantieweken en andere culturele, recreatieve of sportevenementen. In het algemeen kennen de centra evenementen met bezoekers uit omliggende kernen en vinden in de dorpsharten evenementen plaats die een meer lokale betekenis hebben.

Binnen het vergunningenstelsel geeft de gemeente richting aan betrouwbare voorzieningen, goede veiligheid en volksgezondheid en minimale overlast of milieubelasting rond evenementen die in de openbare ruimte plaatsvinden. De omgevingsvisie bevestigt het belang van de attracties en evenementen voor Meierijstad. In termen van omgevingseffecten stelt de gemeenten diverse normen, zoals specifieke geluidsnormen voor Paaspop en 7th Sunday / Harmony of Hardcore met begin- en eindtijden. Daarbij speelt ook het draagvlak bij omwonenden een rol. Grote evenementen worden toegewezen aan specifieke evenementenlocaties en verder beschikken alle dertien kernen over ten minste één aangewezen evenementenlocatie voor evenementen met een lokaal bereik. In het omgevingsbeleid beschikt de gemeente verder over juridische instrumenten om te borgen dat evenementen minder geluid maken en dat hun ecologische voetafdruk kleiner wordt. Daarmee biedt de omgevingsvisie een helder raamwerk voor de vele attracties en evenementen binnen heldere grenzen voor wat betreft de omgevingseffecten.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

45

Vertrouwelijk

8

Effectbeschrijving voor het thema “Milieu”

8.1

Effecten op uitstoot en energie

Het criterium “Uitstoot en energie” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 14 – Beoordeling van de effecten op de uitstoot en de energie binnen Meierijstad

Criterium

Emissies en energie

OV

Indicator

Eenheid / omschrijving

Energieverbruik binnen gemeentelijke grenzen

Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding in MWh / jaar, gemiddeld per inwoner Indien mogelijk als MHh / yr en als percentage van totaal energieverbruik (i.e. Veghel Win(t)d Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding als ton CO2 equivalent per jaar Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding in ton N-totaal per jaar

Aandeel duurzame energie Emissie broeikas gassen Emissie stikstof oxides

Situatie 2030

Energieverbruik In 2017 bedroeg het totaal bekend energiegebruik van Meierijstad 8.724 TJ. Het energieverbruik binnen de gemeente wordt nader omschreven in par. 4.7 van bijlage 1. Dit verbruik is per inwoner in de bebouwde omgeving (woningen en bebouwingen) in Meierijstad nagenoeg gelijk is aan het gemiddelde van de gehele Provincie en ligt al een aantal jaren op hetzelfde niveau ligt. Het energieverbruik door verkeer en vervoer (exclusief auto(snel)wegen) per hoofd van de bevolking ligt iets lager dan het provinciale gemiddelde. De industrie daarentegen is nadrukkelijk vertegenwoordigd in Meierijstad en is daarmee aanzienlijk hoger dan het provinciale gemiddelde. Het energieverbruik door de landbouw lijkt op basis van deze gegevens in Meierijstad lager dan het provinciaal gemiddelde, hetgeen afwijkt van de verwachtingen gezien de hoge graad van intensieve veeteelt binnen de gemeente. De omgevingsvisie geeft aan dat een fors deel van het verbruik van fossiele energie als doel heeft het verwarmen van gebouwen, terwijl alle woningen zijn aangesloten op het aardgasnet. De gemeente streeft naar minder energieverbruik, zoals door middel van betere isolatie, en naar meer gebruik van duurzaam opgewekte energie. Het doel van 2025 is dat 20% van het totale energieverbruik duurzaam wordt opgewekt.

Daarbij wordt via het uitvoeringsprogramma bij de duurzaamheidsvisie voorlichting gegeven aan huishoudens en bedrijven om energieverbruik te beperken. Ook worden bedrijven gestimuleerd investeringen te doen om tot lager energieverbruik te komen. Echter, voor de sectoren verkeer en vervoer en de landbouw stelt de omgevingsvisie weinig specifieke richtlijnen, met uitzondering van maatregelen ter vermindering van het aantal autoverplaatsingen. Hierdoor ontstaat een wisseld beeld ten aanzien van de effecten op het verlagen van het totale energiegebruik binnen de gemeente. Aandeel duurzame energie Meierijstad staat voor grote uitdagingen op het vlak van duurzame energieopwekking, zoals omschreven in de gemeentelijke duurzaamheidsvisie en de Regionale Energiestrategie (RES). In 2017 bedroeg het totaal bekend duurzaam energiegebruik van Meierijstad 423 TJ. Dit omvat 4,8% van het totale

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

46

Vertrouwelijk

energieverbruik) tegenover 133.866 TJ (6,6% van het totaal) voor geheel Nederland. Daarin loopt Meierijstad achter bij het landelijk gemiddelde (6,6%) en het provinciale gemiddelde (8,7%), hoewel de gemeente sinds 2016 een opgaande lijn laat zien. Door middel van de RES zal invulling gegeven worden aan het nationale Klimaatakkoord ten aanzien van hernieuwbare energieopwekking binnen de gemeente, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag- en energieinfrastructuur. De energietransitie zal naar verwachting ertoe leiden dat in 2030 het totale energieverbruik binnen gemeentelijke grenzen weliswaar niet drastisch zal dalen, maar dat het aandeel duurzame energie als percentage van totaal energieverbruik substantieel zal toenemen. De omgevingsvisie haakt aan bij de duurzaamheidsvisie, waarin één van de vijf prioriteiten betrekking heeft op energiebesparing in gebouwde omgeving en toename van de opwekking van duurzame energie. De omgevingsvisie streeft hierbij naar een goede inpassing van de energietransitie binnen de gemeente, met investeringen in de infrastructuur en opwek van duurzame energie. Door energie niet onnodig te verbruiken wordt verder gestreefd naar een beperking van de opgave van duurzame energieopwekking.

De omgevingsvisie geeft aan dat de opwekking van duurzame energie – met zonnepanelen, windturbines, mestvergisting- en biogas-installaties, houtteelt, installaties voor aqua- en geothermie en nieuwe verbindingen en schakels in het elektriciteitsnetwerk –consequenties heeft voor zowel stedelijk als landelijk gebied, maar dat in het landelijk gebied de kansen beter lijken en de drempels lager zijn. Ook kan de bijmenging van fosiele brandstoffen met biobrandstoffen als nationale maatregel, ook op gemeentelijk niveau, gezien worden als een positieve bijdrage aan duurzaam energiegebruik. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot goede kansen op positieve effecten ten aanzien van duurzame energieopwekking. Emissie broeikas gassen De emissie van broeikasgassen hangt grotendeels samen met de verbranding van fossiele brandstoffen of organisch materiaal. De klimaatmonitor geeft hierover aan dat de totaal bekende CO2-equivalente uitstoot voor Meierijstad in 2017 een totaal van 727.500 ton bedroeg. De veranderingen laten sinds 2015 een dalende trend zien, specifiek voor de bebouwde omgeving. Het toenemend gebruik van zonnepanelen door woningen speelt hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Per hoofd van de bevolking ligt Meierijstad nagenoeg gelijk aan het niveau voor Noord-Brabant en voor Nederland als geheel (rond de 3000 kg per inwoner over 2017).

De totale CO2 uitstoot per inwoner ligt voor Meierijstad wel ongeveer 1000 kg hoger dan het provinciale of nationale gemiddelde als gevolg van vooral het grote aandeel industrie binnen de gemeente. Meierijstad werkt momenteel aan het opstellen van een strategie om in 2050 energieneutraal en aardgasvrij te maken, en daarmee volledig CO2- neutraal te worden. Nieuwe wijken in Meierijstad worden al aardgasloos aangelegd en de overige wijken zullen in de toekomst ook van het aardgas af gaan, volgens, in overeenstemming met de gemeentelijke Warmtetransitie Visie die sinds 2020 wordt ontwikkeld. De omgevingsvisie haakt aan bij deze strategie en bij de duurzaamheidsvisie die gericht is op CO2-neutraliteit in 2050. Voor andere broeikasgassen, bijvoorbeeld methaan, zijn aanvullende ambities geformuleerd. Daarmee leidt de omgevingsvisie tot goede kansen op positieve effecten ten aanzien van vermindering van de emissie van broeikasgassen. Emissie stikstof oxides Emissies van Ammoniak (NH3) komt voor het overgrote deel uit mestproductie van de veeteelt. Stikstofoxiden (NOx) worden met name uitgestoten bij (motor)verbrandingsprocessen door het wegverkeer, de industrie, de landbouw en de binnenvaart. Voor Meierijstad zijn geen exact gegevens bekend rond stikstof emissies en depositie. Wel kan een vergelijking gemaakt worden tussen de totale depositie in Nederland en in de diverse regio’s.

Hieruit blijkt dat de regio Meierijstad, evenals de gehele regio Noordoost Brabant, relatief hoge concentraties aan vermestende depositie (mol stikstof / ha) laat

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

47

Vertrouwelijk

zien. Voor de intensieve veeteelt streeft de gemeente ernaar om de intensieve veehouderij te bewegen richting een lagere milieubelasting met minder uitstoot van stikstof. De omgevingsvisie streeft in algemene termen naar de ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie en daarmee naar lagere nitraatbelastingen en noemt daarbij ook de weerstand die hierbij bestaat binnen de veeteeltsector. Nadere uitwerking van het thema stikstofemissies heeft vooralsnog niet plaatsgevonden, waardoor de omgevingsvisie geen inzicht geeft hoe deze risico’s afdoende kunnen worden weggenomen.

8.2

Effecten op bodem en water

Het criterium “Bodem en water” is vormgegeven aan de hand van drie indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 15 – Beoordeling van de effecten op bodem en water binnen Meierijstad

Criterium

Indicator

Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

Als gevolg van landbouwactiviteiten (bestrijdingsmiddelen, bemesting, kunstmest, ploegen/omwerken van grond, etc.) Mate waarin de normen van de Kader Richtlijn Water worden gehaald

Hemelwaterafvoer

Mate waarin hemelwaterafvoer is ontkoppeld van het rioolstelsel

Bodemkwaliteit en vruchtbaarheid Bodem- en water

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid Uit het rapport ‘Duurzaamheid en maatschappelijk initiatief’ van 2018 blijkt dat de gemeente relatief slecht scoort op de kwaliteit van de bodem, die bedreigd wordt door vermesting, verzuring en de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Het aantal spoedlocaties (een ernstige bodemverontreiniging die bij huidige gebruik onaanvaardbare risico’s voor de mens of het milieu kan veroorzaken) in de gemeente blijkt volgens dit rapport toegenomen en ook de verspreiding van deze spoedlocaties scoort negatief. De omgevingsvisie streeft naar een bodem die schoon is voor de natuur, voor drinkwaterwinning en ander menselijk gebruik. Het concludeert dat de bodem te kampen heeft met verdroging, erosie, verminderd bodemleven en verminderde voedzaamheid en met verhoogde concentraties van stoffen uit landbouw, veeteelt, industrie en verkeer. Vooral zware metalen en vermesting van de bodem door nitraat en fosfaat zijn schadelijk. Maar ook nieuwe verontreinigingen zoals hormonen en geneesmiddelen leiden steeds vaker tot problemen. De omgevingsvisie haakt aan bij de Duurzaamheidsvisie Meierijstad “Samen werken aan een duurzaam Meierijstad in 2050”. Het streven voor 2030 is hierbij om te zorgen dat bij alle activiteiten de bodem- en waterkwaliteit per saldo minimaal gelijk blijft.

Hiermee mag worden geconcludeerd dat de ambities van de omgevingsvisie ten aanzien een verbetering van de bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid weinig ambitieus lijken, waardoor er risico’s zijn voor negatieve effecten op de leefomgeving.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

48

Vertrouwelijk

Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit De gemeente is slechts deels verantwoordelijk voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren. Het zijn vooral de Provincie, Rijkswaterstaat en de waterschappen die deze verantwoordelijkheid dragen. De kwaliteit van de grensoverschrijdende waterloop De Dommel is nog ontoereikend, als gevolg van de afvalwaterketen: tijdens regenperiodes stort vervuild water vanuit de rioolstelsels over naar waterlopen en werken de rioolwaterzuiveringen (rwzi’s) niet altijd optimaal. De ecologische toestand van de rivier de Aa wordt met matig tot ontoereikend aangeduid. De kwaliteit van het (diepere) grondwaterlichaam in de omgeving van Meierijstad wordt daarentegen als goed beoordeeld. De omgevingsvisie benadrukt dat de Provincie ernaar streeft dat de waterkwaliteit overal op orde is, om geschikt te zijn voor de functies die water nodig hebben. Ook het Rijk staat het waarborgen van een goede waterkwaliteit voor, naast duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Daarbij wil Nederland in 2027 aan de kwaliteitseisen van de Kaderrichtlijn Water voldoen. Op gemeentelijk niveau wordt ernaar gestreefd dat in 2030 bij alle activiteiten de waterkwaliteit per saldo minimaal gelijk blijft.

De duurzaamheidsvisie van de gemeente, die wordt onderschreven door de omgevingsvisie draagt verder positief bij om de omgevingskwaliteit van de gemeente. Als bijvoorbeelden kunnen genoemd worden het verder beperken van het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, het verruimen van natuurvriendelijke oevers en akkerranden en het inrichten van gescheiden rioolsystemen zonder overstorten, waarmee een positief effect op waterkwaliteit mag worden verwacht. De omgevingsvisie leidt daarmee, binnen de bestuurlijke grenzen waarbinnen de gemeente verantwoordelijkheid draagt, tot kansen op positieve effecten het vlak van waterkwaliteit. Hemelwaterafvoer Met de toename van neerslagextremen neemt de noodzaak tot het bovengronds afvoer en verwerken van regenwater toe. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan+ voor de periode 2017 – 2022 (“ Waardevol Water” ) worden keuzes gemaakt ten aanzien van investeringen in de infrastructuur om het rioolstelsel deze toekomst bestendig te maken in het kader van toenemende neerslagextremen. Als voorbereiding hierop is het pilotproject Kienehoef ontwikkeld, waarbij een deel van de straten in 2020 afgekoppeld zal worden van de riolering en het regenwater via een eigen systeem wordt afgevoerd. De omgevingsvisie onderstreept hiervan het belang.

Ook wordt aangegeven dat daken en tuinen, het openbaar gebied en de riolering aanpassingen vereisen in het kader van de klimaatverandering: meer water vasthouden, water laten infiltreren, bij piekbuien water bergen en wordt gestreefd om de afvoer van hemelwater en afvalwater van elkaar te scheiden. Voor de agrarische sector wordt aangegeven dat hemelwater van daken eenvoudig gebruikt kan worden, bijvoorbeeld om machines te spoelen of wassen. Ook wordt gesproken van watercirculatiesystemen (natuurlijke watermachines), waarmee hemelwater in de wijk op een natuurlijke wijze kan worden gezuiverd. Verder wordt aangegeven dat voor het separaat opslaan van hemelwater en grijs watervoorzieningen nodig zijn. De omgevingsvisie leidt daarmee tot goede kansen op positieve effecten op het vlak van verbetering en scheiding van de hemelwaterafvoer .

8.3

Effecten op natuur en biodiversiteit

Het criterium “Natuur en biodiversiteit” is vormgegeven aan de hand van drie indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 16 – Beoordeling van de effecten op de natuur en de biodiversiteit binnen Meierijstad

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

49

Vertrouwelijk

Criterium

Indicator Omvang en samenhang natuurgebieden

Natuur en biodiversiteit

Natuurkwaliteit (land en water) Relatie landbouw en natuur

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Volgens richtlijnen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natuurnetwerk Brabant (NNB) Kwaliteit flora, fauna en biodiversiteit (terrestriaal en aquatisch), inclusief belevingswaarde Mate van afstemming en integratie van landbouw- en natuurfuncties

Omvang en samenhang natuurgebieden Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) betreft bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met als doel te voorkomen dat flora en fauna in geïsoleerde gebieden bedreigd worden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit netwerk en in Noord-Brabant is dit vertaald in het Natuur netwerk Brabant (NNB). Gemeenten nemen vervolgens de bescherming van het NNN over in bestemmingsplannen. De NNB-natuurgebieden binnen Meierijstad omvat ondermeer het beekdal van De Dommel dat in verbinding staat met de natuurgebieden Geelders, Scheeken, Dommelbeemden en Vressels bos. De gemeente heeft een Natuur- en Landschapsvisie ontwikkeld, waarin ondermeer investeringen van ongeveer 2 miljoen Euro zijn voorzien in vijf natuurgebieden: beekdal de Aa, beekdal de Dommel, het dal van de Leijgraaf, het Duits Lijntje en de Vlagheide. Deze financiering dient ook als vliegwiel voor externe cofinanciering van een extra acht miljoen Euro. Daarnaast voert de gemeente het project “Vitaal Buitengebied” uit, waarbinnen gezocht wordt naar een goede balans van natuur en landschap met agrarische bedrijvigheid, recreatie en toerisme en de inwoners van het buitengebied.

De omgevingsvisie haakt aan bij dit beleid en onderstreept het belang van de versterking van het NNB en benoemt daarbij een aantal beleidsmatige, organisatorische en financiële uitdagingen. De omgevingsvisie geeft aan dat de provincie, de waterschappen, de publieke en particuliere terreinbeherende organisaties, boeren en verenigingen van natuurliefhebbers hierbij de partners van de gemeente zijn bij het beschermen, beheren en gericht ontwikkelen van LGHN. Het spreekt de bereidheid uit om mee te werken aan het Natuurnetwerk Brabant, als ook de ontwikkeling en versterking van de natte natuurparels, natuurinclusieve oevers, houtwallen, verantwoorde akkerranden en een voedselbos. Daarmee biedt de omgevingspunten aanknopingspunten voor het versterken van het NNN in het algemeen en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) in het bijzonder. Natuurkwaliteit De natuurkwaliteitsdoelen in het Natuurnetwerk Brabant binnen Meierijstad zijn weergegeven in de ambitiekaart van het Brabants Natuurbeheerplan 2020 (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat de provincie een groot deel van de hier aanwezige bossen en graslanden wil omvormen tot typisch rivier en beekbegeleidende alluviale bossen. De overmatige stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats, zoals deze alluviale bossen, is hierbij een potentiele bedreiging. De water gerelateerde natuurkwaliteitsaspecten zijn verder besproken in paragraaf 8.2.

De omgevingsvisie werkt het beleidskader rond natuurkwaliteit grotendeels uit binnen de Gebiedstypologie i. landelijk gebied met als hoofdfunctie natuur. De ambitie is om bestaande flora and fauna te behouden, te beschermen en waar mogelijk uit te breiden: aanplanten van bomen voor nieuw (productie)bos wordt verwelkomd binnen de grenzen van het landschap en de natuur. Bescherming van het beekdal, oude coulisselandschap en broedplaatsen voor weidevogels worden met name genoemd. In met name het Dommeldal wordt ingezet op het beschermen van landschaps- en natuurwaarden. Verder 12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

50

Vertrouwelijk

wordt gestreefd naar het beëindigen van het gebruik van insecticide om daarmee insecten een groter leefgebieden en meer voedsel te bieden. De provincie, de waterschappen, de publieke en particuliere terreinbeherende organisaties, de boeren en verenigingen van natuurliefhebbers zijn hierbij de partners van de gemeente bij het beschermen, beheren en gericht ontwikkelen van LGHN. Hiermee biedt de omgevingsvisie duidelijke kansen op het beschermen van de kwaliteit van flora, fauna en biodiversiteit (terrestriaal en aquatisch), inclusief de belevingswaarde en geeft tegelijkertijd aan dat de uitdagingen slechts in samenwerking met andere partijen kunnen worden aangegaan. De problematiek rond de overmatige stikstofdepositie is hiervan een voorbeeld. Relatie landbouw en natuur Met het project “ Vitaal Buitengebied” streeft de gemeente ernaar om het buitengebied vitaal te houden in een balans tussen agrarische bedrijvigheid, natuur en landschap, recreatie en toerisme en de wensen van de inwoners. Dit sluit ook aan bij het begrip “Natuurinclusieve landbouw”, een vorm van kringlooplandbouw die de biodiversiteit op en rondom het bedrijf benut en beschermt. De landbouw draagt momenteel echter nog in geringe mate bij aan een vitaal beheer van de natuur. Daarbij speelt de eerdergenoemde hoge uitstoot van uitstoot nitraten en fosfaten in lucht en bodem een belangrijke rol.

De omgevingsvisie ondersteunt een meer natuurgericht landbouwbeleid ter versterking van de veerkracht van het buitengebied. De visie geeft daarbij alternatieve richtingen, zoals het oprichten van coöperaties als organisatievorm, van permacultuur of het voedselbos als teeltconcept en benoemt daarbij eveneens natuursubsidies en recreatie als potentiele neveninkomsten. Mestverwerking wordt genoemd als middel voor natuurlijke bemesting van akkers en voor energievoorziening. Verder verschaft de omgevingsvisie een heldere ruimtelijke scheiding tussen het landschapstype i. landelijk gebied, hoofdfunctie natuur en het landschapstype ii, landelijk gebied, agrarisch, waarmee een extra kader biedt voor natuurbeheer. Daarmee biedt de omgevingsvisie kansen op een betere afstemming en integratie van landbouw- en natuurfuncties, maar onderkent tegelijkertijd dat er op dit vlak nog grote uitdagingen liggen.

8.4

Effecten op klimaatadaptatie

Het criterium “Klimaatadaptatie” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 17 – Beoordeling van de effecten op de klimaatadaptatie van Meierijstad

Criterium

Indicator Waterveiligheid

Wateroverlast Klimaatadaptatie Droogte

Hitte stress

OV

Eenheid / omschrijving

Situatie 2030

Mate van bescherming van de leefomgeving tegen overstromingen (Dommel en Aa) en overige waterlopen Mate van wateroverlast bij extreme neerslag en afvoercapaciteit van regenwater Mate van overlast / schade aan de landbouw, tuinen en plantsoenen als gevolg van extreme droogteperioden Negatieve gevolgen bij extreme hitte op kwetsbare groepen (ouderen, baby’s, zwakkeren)

Waterveiligheid 12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

51

Vertrouwelijk

In Meierijstad worden de gevolgen van klimaatverandering steeds meer zichtbaar in termen van meer extreme regenval zoals in 2017 in Sint-Oedenrode plaatsvond, toenemende watertekorten die vooral van invloed zijn op de landbouw en de natuur en toenemende risico’s op hittestress in de bebouwde omgeving. Overstromingskansen in Meierijstad zijn echter gering: minder dan 1:3000 voor het grootste deel van het beekdal van de Dommel. De gemeente ligt echter op behoorlijke afstand van de Maas en de hiermee samenhangende waterveiligheid is niet direct een opgave voor Meierijstad. Waterveiligheid is vooral een zaak van het rijk en de waterschappen en om deze te verbeteren onderzoekt Waterschap De Dommel de mogelijkheden om in het gebied De Neul in Sint-Oedenrode en uiterwaarden (winterbed) te verbreden in combinatie met een bredere hoofdwatergeul voor hoogwater afvoer. De omgevingsvisie onderstreept het belang hiervan en wil de waterveiligheid waarborgen en de vitale infrastructuur verbeteren. Wateroverlast De wateroverlast in Meierijstad als gevolg van extreme neerslag hangt samen met de beschikbare afwateringscapaciteit. De klimaatatlas laat zien dat de bebouwde omgeving bij hevige neerslaggebeurtenissen die eens in de 1000 jaar plaatsvinden de kapen krijgt met water overlast tot 30 cm op straatniveau.

Om risico’s op wateroverlast te verminderen worden ontkoppeling van afvloeiend regenwater van de riolering en vergroting van de waterbergingscapaciteit door de gemeente genoemd als belangrijk speerpunten. Het project Droge voeten in Sint-Oedenrode kan hierbij als voorbeeld genoemd worden. De omgevingsvisie onderstreept het belang van het verminderen van de kans op wateroverlast, bijvoorbeeld door de wijze van de ruimte wordt ingericht en meer ruimte schept voor waterberging. Het doel is dat Meierijstad in 2050 volledig klimaatbestendig is voor wateroverlast, verdroging en hittestress. Daarmee sluit Meierijstad aan bij de klimaatdoelen van de provincie en het rijk. Droogte Als gevolg van de klimaatwijziging komen droge zomers vaker voor en ontstaan op verschillende plekken tekorten, met schade voor landbouw en natuur als gevolg. Meierijstad is kwetsbaar voor de negatieve effecten van droogte. Bij extreem droge jaren zullen vooral de landbouw en de natuur getroffen worden. Eens per 10 jaar zal zich in Meierijstad een neerslag tekort voordoen van meer dan 200 mm. Vooral de landbouwproductiviteit in het “groene hart” van Meierijstad zal hierdoor getroffen worden. Ook zullen hierdoor de grondwaterstanden dalen, waardoor de natuurgebieden de gevolgen zal ondervinden. Verder zal de waterstand in de beken hierdoor dalen, wat van invloed is op de natte natuur langs deze beken.

Bij extreme droogte zal ook het water in de Maas zakken, waardoor Meierijstad minder op dit water kan rekenen. Vooral het rijk en de waterschappen dragen hier verantwoordelijkheid voor, Meierijstad werkt intensief met hen en de landbouwsector om het hoofd te bieden aan deze bedreigingen. De omgevingsvisie onderstreept het belang van goede maatregelen om de gevolgen van droogte te verminderen. Het meer vasthouden en bufferen van water kan bijdragen aan een doelmatige bestrijding van droogte, zowel op gemeentelijk als bedrijfsniveau. Meer waterberging en meer oppervlaktewater verkleint bovendien de kansen op hittestress in de bebouwde omgeving. Daarmee neemt de omgevingsvisie de kansen op negatieve effecten door droogte niet weg, maar geeft wel een richting waarin mogelijke oplossingen gevonden kunnen worden. Hittestress Klimaatverandering zorgt in Meierijstad voor stijging van de luchttemperatuur met extremere hete perioden. Vooral voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, jonge kinderen en zieken kan dit leiden tot

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

52

Vertrouwelijk

hinder en gezondheidsrisico’s. De klimaateffectatlas geeft aan dat Meierijstad één tot enkele dagen per jaar ‘s nachts te kampen zal hebben met hittestress als gevolg van temperaturen boven de 30 graden. Groenvoorziening in de bebouwde omgeving verschaft meer schaduw en verkleint de kansen op hittestress. De mate van groenvoorziening in Meierijstad is echter nog relatief gering. Verder kunnen klimaatadaptieve maatregelen, zoals airconditioning, goede ventilatie, meer reflecteren, dikkere muren en minder glas binnenshuis de effecten van hittestress verlagen. Preventief zijn vooral voorlichting en ondersteuning aan kwetsbare groepen van belang. De omgevingsvisie zet in op het verminderen van hittestress en benoemt blauwgroene maatregelen om hittestress tegen, zoals het stumuleren van klimaatadaptief bouwen, ontstening van openbare ruimte, vervangen van schuttingen door hagen, aanleg van buurtmoestuinen, waterspeelplaatsen, groene daken en gevels en stadslandbouw. Meierijstad wil, ook in verband met het klimaatakkoord, tot 2030 de groenvoorziening in de bebouwde omgeving uitbreiden en daarmee de “groenindex” laten stijgen van 0,4 tot 0,5. Ook wordt het benutten van fonteinen en andere water-elementen genoemd om verkoeling te brengen tijdens hete perioden. Daarmee biedt de omgevingsvisie kansen op het verminderen van hittestress.

8.5

Effecten op de omgevingskwaliteit

Het criterium “Omgevingskwaliteit” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 18 – Beoordeling van de effecten op de omgevingskwaliteit van Meierijstad

Criterium

Indicator Kwaliteit centrumgebieden

Omgevings kwaliteit

Kwaliteit woonwijken

Landschapskwaliteit Kwaliteit bedrijfsterreinen

Huidige situatie

Eenheid / omschrijving

Situatie 2030

Mate van vitaliteit en kwaliteit van de centra voor de inwoners en ondernemers van de gemeente (vitale kernen), inclusief de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Mate van vitaliteit en kwaliteit van de verstedelijkte gebieden voor de inwoners (vitale wijken), waaronder tegengaan van 'verrommeling'. Mate waarin het landschap, natuur, parken en speelplaatsen bijdragen aan kwaliteit van leven (beleving, bewegen en recreëren) Mate van voorzieningen en kwaliteit van de bedrijfsterreinen voor de ondernemers.

Kwaliteit centrumgebieden De Centrumvisie van Meierijstad omschrijft de vitaliteit en kwaliteit van de centra voor de inwoners en ondernemers, inclusief de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Uitdagingen daarbij zijn de toenemende winkelleegstand, vooral in Veghel; het tekort aan betaalbare en vooral kleinere wooneenheden voor jongeren en starters; toenemende vraag naar goede zorg en voorzieningen in en rondom de centra als gevolg van de vergrijzing; het verbeteren van de groenvoorziening binnen de centrumgebieden; en maatregelen om de verkeers- en parkeerdruk beheersbaar te houden. De belevingswaarde van de centra van Sint-Oedenrode en Schijndel scoren goed; de aantrekkelijkheid van het centrum van Veghel wordt als onvoldoende ervaren, deels als gevolg van de groeiende winkelleegstand. 12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

53

Vertrouwelijk

De uitdaging voor de centrumgebieden ligt in een verbreding naar een maatschappelijke woon-, werk- en ontmoetingsplek, met goede dienstverlening en aantrekkelijke woon-, horeca- en cultuurvoorzieningen. De elkaar overlappende ruimteclaims vormen daarbij een speciale uitdaging, zoals inbreiding van de woonopgave, verhoging van de groenindex, de klimaatopgaven en de mobiliteit. De sleutel ligt deels in het vinden van gecombineerde oplossingen, bijvoorbeeld voor de winkelleegstand in combinatie met toenemende woonvraag, De omgevingsvisie onderschrijft het belang van de Centrumvisie en adresseert de uitdagingen binnen de gebiedstypologie v. Centrum stedelijk gebied. Beleidsthema’s die hier genoemd worden betreffen de ruimtelijke kwaliteit en de transformatie, veiligheid en bewaking, maatschappelijke behoeften zoals kunst, cultuureducatie en evenementen, bereikbaarheid en hoogwaardig openbaar vervoer, wonen en zwerfafval. Deze thema’s worden uitgewerkt in veranderacties op tal van onderwerpen, waaronder Vastgoed- en gebiedstransformaties, Noordkade en mobiliteit, Wonen en transformatie, Stedelijk woonmilieu, Hoogbouw, slim verkeersmanagement, evenementen, en maatregelen om zwerfafval te voorkomen.

Hierbij wordt gezocht naar slimme oplossingen ten aanzien van de elkaar overlappende ruimteclaims en daarmee geeft de omgevingsvisie kansen op het verbeteren van de vitaliteit en kwaliteit van de centra voor de inwoners en ondernemers, inclusief de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Kwaliteit woonwijken Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de woonwijken is een enquête gehouden onder 19.000 huishoudens. Daaruit blijkt dat een ruimte meerderheid van mensen met verhuiswensen een nieuwe woning binnen de gemeente zoeken, waaruit een zekere tevredenheid met de gemeente als woonplek blijkt. Verder stellen de vergrijzing en nieuwe samenlevingsvormen eisen aan de aard van de woonvoorraad in de woonwijken en ligt er een uitdaging rond het verhoging van de groenvoorziening en bewegingsmogelijkheden binnen de wijken. Op het vlak van veiligheid behoort Meierijstad tot één van de best presenterende (grotere) gemeenten in Nederland, terwijl de verrommeling van de openbare ruimte op punten nog tekortschiet. De omgevingsvisie behandelt de kwaliteit van de woonwijken binnen de gebiedstypologie vi. Verstedelijkt (woon)gebied, waar de functies van 24, nijverheid, handel, onderwijs en zorg samenkomen. De gemeente streeft hierbij naar aantrekkelijke buurten om te wonen en te leven.

Op de markt voor nieuwbouwwoningen wil de gemeente de komende jaren vooral plaats voor huishoudens met een laag inkomen, jonge starters en ouderen. Verder speelt het beter isoleren van de bestaande woningvoorraad en het loskoppelen van het aardgasnet een rol en wordt de klimaatadaptatie geadresseerd in termen van groenvoorziening en groene daken en gevels, het tegengaan van hittestress en wateropvang. Het gemeentelijke beleid voor burgerparticipatie en burgerinitiatieven, gezondheid en riolering of water sluit goed aan bij de Omgevingswet. Dit richt zich op voorlichting, subsidie en andere stimulering van lokale projecten om te bewegen, om bewust om te gaan met voedsel, voor groen in de leefomgeving, om droogte, hittestress en het tegengaan van wateroverlast. Hierbij haakt de omgevingsvisie ook aan bij de gemeentelijke duurzaamheidsvisie, die doel stelt dat in 2030 het energiegebruik in de gebouwde omgeving en bij bedrijven 30% lager is dan dat in 2018. Hoewel de uitdagingen nog groot zijn, creëert de omgevingsvisie goede kansen op het daadwerkelijk verbeteren van de vitaliteit en kwaliteit van de verstedelijkte woongebieden. Landschapskwaliteit De mate waarin het landschap, de natuur, parken en speelplaatsen bijdragen aan kwaliteit van leven (beleving, bewegen en recreëren) kan goed worden genoemd.

De vele wandel- en fietspaden door natuurgebieden, langs de Aa en de Dommel en door de kerkdorpen spelen hierbij een rol, alsook de in totaal 218 speelplekken en de plannen voor het veranderen van het gebied De Blauwe Kei aan rivier de

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

54

Vertrouwelijk

Aa in Veghel in een stadspark. De omgevingsvisie wil deze kwaliteiten op peil houden en sluit aan bij de welstandnota Meierijstad 2018, die de ambitie heeft om bij te blijven dragen aan een hoogwaardige kwaliteit van de woon- en leefomgeving in Meierijstad. Kwaliteit bedrijfsterreinen Als belangrijke industriestad omvat de gemeente een groot aantal bedrijventerreinen. Veghel bevat zes bedrijventerreinen, waarvan De Dubbelen het grootste is. Schijndel bevat vier bedrijventerreinen, waaronder het bedrijventerrein Duin, dat plaats biedt aan bedrijven in de industrie, productie, handel, logistiek en bouw. Sint-Oedenrode bevat het bedrijventerrein De Kampen en Nijnsel. Uit de Bedrijventerreinenvisie voor Meierijstad van april 2019 blijkt dat de bedrijventerreinen over het geheel genomen bovengemiddeld scoren in vergelijking met anderen in de regio, vooral op het vlak van ruimtelijke kwaliteit: De ligging en externe bereikbaarheid van de terreinen is in het algemeen goed, afgezien van files tijdens de spits.

Uitdagingen liggen er nog wel op het vlak van beter vasthouden van hemelwater, het verduurzamen van de gebouwen, duurzame energie en de circulaire economie met meer onderlinge uitwisseling van herbruikbare afvalstromen en restwarmte, een betere aansluiting op het beschikbare arbeidsaanbod binnen de gemeente, in het bijzonder voor hoogopgeleide jongeren; het beter benutten van de Zuid-Willemsvaart en het verbeteren van collectief vervoer voor zakelijk en woonwerkverkeer, een betere ontsluiting van de bedrijventerreinen in Veghel via de A50 en de N279 en het faciliteren van parkmanagement. De omgevingsvisie behandelt het beleidskader voor de bedrijventerreinen voornamelijk binnen de gebiedstypologie viii. Zware bedrijvigheid. Aangegeven wordt ook de gemeentelijke duurzaamheidsvisie voor de bedrijventerreinen van toepassing is met betrekking tot de ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren, inclusief het tegengaan van verspilling en restafval. De gemeente wenst het bedrijfsleven te stimuleren en faciliteren bij het tegengaan van onnodig gebruik van grond- en hulpstoffen; het betrekken van grondstoffen uit afval; het bevorderen van de levensduur van hun producten en mogelijkheden van reparatie en de recycling van materialen aan het einde levensduur.

De visie geeft aan dat de bedrijventerreinen lokale knooppunten zijn van stoffenstroom, elektriciteit en warmte en benadrukt het belang van een effectieve aanvoer, gebruik en afvoer van stoffen, materialen en halffabricaten. Lager energieverbruik wordt voorgestaan via stimulering van energieopwekking uit zon, en een vasthouden en hergebruiken van hemelwater. Daarnaast wordt ingezet op omgevingsveiligheid voor de bedrijventerreinen door middel van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Geluidszonering wordt voor afzonderlijke industrieterreinen vastgesteld door middel van zonebesluit en zonekaart of door middel van een bestemmingsplan. Met de veranderingen in het klimaat, in de economie of de samenleving in bredere zin, worden aan de bedrijventerreinen nieuwe eisen gesteld op het vlak van: klimaatadaptatie en biodiversiteit; wateropvang en groenvoorziening; transport en uitwisseling van warmte, waterstofgas en elektriciteit, goede voorzieningen voor fietsers en wandelaars op de bedrijventerreinen; en tot slot, het creëren en behouden van aantrekkelijke werkmilieus voor huidige en toekomstige werknemers.

De omgevingsvisie benoemt daarbij het belang van meervoudig ruimtegebruik, ook op het vlak van meervoudig gebruik van bedrijfspanden, gewenste uitbreidingen op perceelsniveau, herstructurering van percelen, weg- en rioolvernieuwingen en het ruimtegebruik energie- of warmtenetwerken Daarmee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie fors inzet op het verbeteren van de voorzieningen en de kwaliteit van de bedrijfsterreinen voor ondernemers en werknemers.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

55

Vertrouwelijk

9

Conclusies en aanbevelingen

9.1

Het Rad van Meierijstad

Figuur 2 – De rad van Meierijstad voor het thema “Mens” (witte lijn geeft de score voor 2030 aan; de gestippelde lijn voor de concept omgevingsvisie)

De wijze waarop de aan het thema “Mens” gelieerde omgevingscriteria scoren, is samengevat in bovenstaand figuur. De omschrijving van Meierijstad voor elk criterium afzonderlijk is uitgewerkt in

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

56

Vertrouwelijk

hoofdstuk 6. Daarbij is steeds een vergelijking gemaakt tussen de autonome situatie in 2030 versus de effecten van de beleidsvoornemens uit de omgevingsvisie. Voor het thema “Mens” mag worden geconcludeerd dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens en gemeentelijke visies. Daarbij leidt de omgevingsvisie in het algemeen leidt tot kansen op positieve effecten op de “mens”-gerelateerde leefomgevingsaspecten. Aandachtspunten die vanuit dit Plan-MER voor het thema “ Mens” kunnen worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie zijn de volgende: Woonaanbod en kwaliteit: De behoefte aan een groei van het woonaanbod en de kwaliteit zal ook de komende jaren een belangrijke uitdaging blijven. De omgevingsvisie biedt duidelijk kansen op positieve effecten ten aanzien van woningkwaliteit, zoals ook verwoord in de Raadsinformatiebrief uit 2020 rond de implementatie van de Woonvisie. Een verdere onderbouwing hoe de gewenst groei van het woonaanbod en het beleid dat de gemeente hierbij voorstaat, vooral voor starters en ouderen, zou wellicht op zijn plaats zijn. Hierbij zou ook kunnen worden aangesloten bij het beleid rond de centrumgebieden, waar zowel winkelleegstand een rol speelt als de vraag naar meer aanbod van wooneenheden voor starters en ouderen.

Gezonde leefomgeving: Waar eerder de vogelgriep en de Q-koorts uitbraken een rol speelden, bevestigt de recente COVID-19 uitbraak het urgente belang van het creëren van voorwaarden voor een gezonde leefomgeving. Ook gezien de maatschappelijke bezorgdheid rond dit thema wordt aanbevolen dit thema verder uit vooreite diepen en concreter te maken in de omgevingsvisie. Voorzieningen: De omgevingsvisie omvat verschillende beleidsvisies rond voorzieningen, in het bijzonder rond de centrum stedelijke voorzieningen, mobiliteitsvoorzieningen, culturele en speelvoorzieningen en buitensport voorzieningen in en aan de randen van de kernen. Echter, expliciete beleidsmaatregelen rond de dorpsvoorzieningen zouden verder kunnen worden uitgediept, om daarmee het risico weg te nemen dat deze verder zullen verslechteren. Mobiliteit en bereikbaarheid: De omgevingsvisie onderstreept dat elektrische auto’s aan een opmars bezig zijn. Daarbij wordt de verwachting uitgesproken dat het wagenpark in 2030 niet vergaand geëlektrificeerd zal zijn, maar dat toch de elektrische auto’s om aanpassingen van infrastructuur en oplaadpunten vragen. Dit onderwerp zou beleidsmatig verder kunnen worden uitgewerkt, om daarmee de voorwaarden de scheppen voor een groei van het aantal laadpalen binnen de gemeenten en daarmee het elektrisch rijden voldoende zal worden gefacilieerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d4369ccc-b220-4c26-af33-e9cde06a9376