CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B8c Milieueffect rapport.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college28.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het beschermen van gezondheid wordt daarbij genoemd als een belang om rekening mee te houden bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan deze ambitie tegemoet te komen. Innovatie: De gemeente faciliteert de innovatie die nodig is om de verschillende transities naar het duurzame samenleven te realiseren en voor het succes van de bedrijvigheid. Daarbij haakt de gemeente aan bij de regio Noordoost Brabant, die in 2030 een innovatieve topregio wil zijn in AgriFood, met slimme crossovers met andere sectoren, en in een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Daarvoor zijn de volgende kernopgaven benoemd: versterken van de innovatiekracht van de topsectoren van de regio, waaronder AgriFood, health, life sciences, bio-based industrie, hightech systems and materials, en logistiek; versterken van de agglomeratiekracht om schaalvoordelen beter te kunnen benutten; versterken van de omgevingskracht door het verbeteren van een duurzame leefomgeving.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

20

Vertrouwelijk

Voor 2050 streeft de gemeente ernaar dat de vervoersbewegingen zijn zonder emissies en vrij zijn van fossiele brandstof. Daarnaast ondersteunt de gemeente de inwoners door middel van een burgerinnovatiefonds. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan deze ambitie tegemoet te komen, die echter nog operationeel dienen te worden uitgewerkt. . Energietransitie: De gemeente onderschrijft en stimuleert de overstap naar duurzame bronnen van energie met het opwekken van elektriciteit, het opslaan van energie uit zon en wind, en ook warmtevoorziening anders dan op basis van fossiele bronnen. Daarbij haakt de gemeente aan bij het landelijk beleid en de Regionale energiestrategie voor Noordoost-Brabant. De omgevingsvisie noemt daarbij het plaatsen van zonnecollectoren, laadpalen en de aanleg van de snelfietsroute Veghel-Uden?? als concrete maatregelen en de ontwikkeling van warmteplannen voor wijken of dorpen. De omgevingsvisie bevat echter nog geen concrete uitwerking rond de verschillende onderdelen van de energietransitie en is daarmee nog vatbaar voor verdere aanscherping.

4.4

Goede omgevingskwaliteit

Deze derde set van voornemens en hoofdzaken in de omgevingsvisie benoemt wat mensen dagelijks ervaren in hun directe leefomgeving en hebben betrekking op aspecten zoals het bescherming en bevordering van de gezondheid; een goede luchtkwaliteit; bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid; veiligheid; verbetering van het leefmilieu; maatschappelijk behoeften; en bereikbaarheid. De mate waarin de omgevingsvisie tegemoet treedt aan de beleidsdoelen die hiervoor gesteld zijn, zal verder worden behandeld in hoofdstuk 5: de effectbeschrijving van de omgevingsvisie.

4.5

Conclusies van de toetsing aan het doelbereik

Met bovenstaande toetsing aan het doelbereik kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan de meeste ambities tegemoet te komen. Aspecten waarop de omgevingsvisie nog vatbaar is voor verdere aanscherping zijn, of nog verder operationeel dienen te worden uitgewerkt betreffen: • •

•

•

• •

Een goede bodemkwaliteit: concrete uitwerking van deze beleidsuitspraken heeft nog niet plaatsgevonden Een goede waterkwaliteit: de omgevingsvisie verschaft vooralsnog geen verdere uitwerking van de mate waarin voldoende water beschikbaar is, en of aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nodig zijn; Biodiversiteit: De omgevingsvisie verschaft vooralsnog geen verdere uitwerking van de wijze waarop de beleidsvoornemens rond biodiversiteit vormgegeven zullen worden en of aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nog nodig zijn; Behoud cultuurhistorische landschappen: In hoeverre deze landschappelijke waarden voldoende geborgd zijn binnen overige beleidsterreinen, zoals rond de Energieopwekking Buitengebied, is nog de vraag; Circulaire economie: dit thema wordt op verschillende plekken in de omgevingsvisie wordt aangestipt, maar is nog niet expliciet uitgewerkt; Energietransitie: de omgevingsvisie bevat nog geen concrete uitwerking rond de verschillende onderdelen van de energietransitie

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

21

Vertrouwelijk

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

22

Vertrouwelijk

5

Werkwijze effectbeschrijving van de omgevingsvisie

In de hoofdstukken 6, 7 en 8 worden de omgevingseffecten van de concept omgevingsvisie beschreven aan de hand van het beoordelingskader uit hoofdstuk 3 en vergeleken met de effecten van de autonome ontwikkelingen (2030) in geval de omgevingsvisie niet zou worden geïmplementeerd. De effecten van deze autonome ontwikkelingen staan beschreven in bijlage 1: de “Foto van de Leefomgeving”. Aan de hand van de hierna omschreven effectbeoordelingen ontstaat een beeld van de mate waarin de omgevingsvisie bijdraagt aan de kwaliteiten van de leefomgeving op gebiedsniveau, waar verbeteringen kunnen worden voorzien als gevolg van de omgevingsvisie en waar wellicht nog tekorten of problemen te verwachten zijn. De resultaten van de effectbeschrijvingen zullen worden gebruikt om de definitieve omgevingsvisie aan te scherpen, en om een bijpassend systeem voor monitoring en evaluatie te ontwikkelen. Vanwege de lange termijn waar een omgevingsvisie op van toepassing is, hebben beleidsuitspraken in een omgevingsvisie over het algemeen een relatief abstract karakter. In de effecten van dat beleid zitten daarom onzekerheden. In hoeverre verwachte effecten daadwerkelijk optreden is vooral afhankelijk van de (nu nog onbekende) verdere uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan en in programma’s die zich op de kortere termijn richten.

De beoordeling van effecten in het plan-MER sluit aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Daarom zijn de effecten van de omgevingsvisie in het plan-MER beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten en worden daarmee aandachtspunten meegegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie. Daarbij wordt de volgende codering gehanteerd; Tabel 2 – Schaallat voor de effectbeoordeling

Niveau Omschrijving De omgevingsvisie leidt voor het betreffende criterium tot kansen op positieve effecten op de leefomgeving De omgevingsvisie geeft een wisselend beeld ten aanzien van de effecten voor het betreffende criterium De omgevingsvisie leidt voor het betreffende criterium tot risico’s voor negatieve effecten op de leefomgeving

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

23

Vertrouwelijk

6

Effectbeschrijving voor het thema “Mens”

6.1

Effecten op erfgoed en cultuurhistorie

Het criterium “Erfgoed en cultuurhistorie” is vormgegeven aan de hand van drie indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 3 – Beoordeling van de effecten op erfgoed en de cultuurhistorie in Meierijstad

Criterium

Erfgoed en cultuurhistorie

Indicator

Eenheid / omschrijving

Archeologische waarden

Mate van bescherming van archeologische locaties en waarden, inclusief bij bouw- en infrastructurele werken (erfgoedwet 2016)

Cultuurhistorische waarden

Erfgoed

OV

Situatie 2030

Mate van bescherming van cultuurhistorische waarden, zoals dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes, landschapselementen en structuren, inclusief belevingswaarden Status beschermde Stad- en Dorpsgezichten, Monumenten, Cultuurhistorisch waardevolle- en beeldbepalende objecten, oude molens; en de 1944 liberation corridor

Archeologie Meierijstad is begin 2019 begonnen met het opstellen van haar Erfgoedvisie. In deze Erfgoedvisie wordt aangegeven hoe ook de komende jaren met het erfgoed in de gemeente zal worden omgaan. In Februari organiseerde gemeente Meierijstad een startbijeenkomst voor deze Erfgoedvisie. Onder de Erfgoedwet 2016 zorgt Meierijstad in concrete projecten en de provincie als eigenaar van de bodemvondsten gezamenlijk voor het archeologisch erfgoed. Met deze maatregelen lijken er overwegend geen knelpunten te bestaan bij de bescherming van archeologische locaties en waarden, inclusief bij bouw- en infrastructurele werken. De verwachting is dat bij voortgaande implementatie van de de Erfgoedwet 2016 en bij voortgaande afstemming met de belangrijkste stakeholders Meierijstad ook in de toekomst gepaste maatregelen blijft nemen ter bescherming van van het archeologisch erfgoed, zodat hiermee ook in 2030 geen sprake zal zijn van bijzondere problemen of knelpunten.

In de omgevingsvisie wordt deze erfgoedvisie onderstreept, waarbij negen uitganspunten worden benoemd: • Er wordt een brede definitie van erfgoed gehanteerd (materieel en immaterieel); • Er wordt aangesloten op landelijke en regionale ontwikkelingen, beleidskaders en samenwerkingsverbanden, waaronder ontwikkeling Dommelvallei, Groene Woud, AgriFood Capital; • Aandacht voor ‘eenheid in verscheidenheid’; • Gericht op instandhouding én ontwikkeling door: a) de basis op orde te brengen (harmoniseren erfgoedbestand, borging erfgoedwaarden, vergunning, handhaving), b) kansen van erfgoed in vier verschillende aansprekende thema’s: a) religieus Meierijstad, b) industrieel Meierijstad, c) agrarisch en landschappelijk Meierijstad, d) verbindend Meierijstad (bestuurlijk/ bevochten). Daarbij speelt een

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

24

Vertrouwelijk

goed beheer en onderhoud van de betreffende monumenten door gebruikers en eigenaars eveneens een rol. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie, op basis van de erfgoedvisie, leidt tot kansen op positieve effecten op het behoud van de archeologische waarden binnen de gemeente. Cultuurhistorische waarden Het beleid van Meierijstad rond behoud van cultuurhistorische waarden ligt vast in de Erfgoedverordening Meierijstad 2018. Meierijstad werkt verder binnen het programma Vitaal Buitengebied aan een natuur- en landschapsvisie waarin uitwerking gegeven wordt aan de doelen, opgaven en kansen voor natuur en landschap voor de toekomst. Daarbij wordt ook gekeken naar de richtlijnen voor landschappelijke inpassing en een regeling voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Daarnaast werkt waterschap De Dommel aan verscheidene projecten om de historische loop van nabij Meierijstad gelegen beken, zoals de Reusel en De Mierden, te herstellen. In hoeverre deze landschappelijke waarden voldoende geborgd zijn binnen overige beleidsterreinen, zoals de Beleidsnotitie Energieopwekking Buitengebied, is echter nog de vraag, waardoor een wisselend beeld ontstaat van de mate van bescherming van cultuurhistorische waarden.

De zorg voor cultuurhistorie blijft bovendien kwetsbaar door geringe capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie die daarbij sterk leunt op liefhebbers en vrijwilligers op leeftijd. De uitdaging hierbij is ook volgende generaties actief te betrekken bij de heemkundekringen, als lokale gidsen en bij onderhoud van monumenten zoals de molens. Hierdoor ontstaat richting 2030 een wisselend beeld. De omgevingsvisie onderstreept op verschillende plekken het belang van cultuurhistorie en de wens tot behoud van cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen, het beschermen van de cultuurhistorie in de fysieke leefomgeving, bevorderen het onderhoud en zonodig (en mits verantwoord) het hergebruik, en het faciliteren de beleving van deze cultuurhistorie door het publiek. Op provinciaal niveau is het streven om de afname van biodiversiteit naar een positieve trend om te buigen en waardevolle cultuurhistorische landschappen te behouden als basis voor een breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen. Specifiek wordt genoemd de wens tot behoud cultuurhistorische woonbebouwing in Schijndel; de ontwikkelen van het kunst en cultuur op de Noordkade (Cultuur Haven Veghel), de wens tot een meer herkenbare watermolenbiotoop als cultuurhistorisch gegeven en de oprichting van het Van Gogh Nationaal Park.

Hoewel de omgevingsvisie hiermee kansen biedt voor bescherming van cultuurhistorische waarden blijft het een uitdaging om afdoende gemeentelijke capaciteit ter beschikking te stellen om hier voldoende opvolging aan te geven. Erfgoed Gemeente Meierijstad kent in totaal ongeveer 800 rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende of cultuurhistorisch waardevolle panden. Het beleid van Meierijstad rond behoud van behoud van monumenten en waardevolle panden ligt vast in de Erfgoedverordening Meierijstad 2018 in lijn met de Erfgoedwet en de Monumentenwet. De gemeente maakt hierbij actief gebruik van de mogelijkheid in de provinciale verordening om woningsplitsing toe te staan in het landelijk gebied als dat nodig is voor behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Met deze maatregelen lijken er overwegend geen knelpunten te bestaan bij de bescherming van het waardevolle erfgoed. Ook hier blijft de zorg voor behoud van het erfgoed kwetsbaar door geringe capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie die daarbij sterk leunt op liefhebbers en vrijwilligers op leeftijd.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

25

Vertrouwelijk

De omgevingsvisie onderstreept deze beleidslijnen en noemt concreet een aantal maatregelen, zoals: twee kleine gebieden die binnen Veghel zijn aangewezen als beschermd dorpsgezicht; in Sint-Oedenrode zijn de gebieden Markt en omgevingen en Knoptoren en omgeving aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht; het behoud van het industrieel erfgoed van de Noordkade; het beschermen van religieus erfgoed (kloosters, kapel kloostertuin Zijtaart, kapel Mariaheide-noord, Corneliuskapel Boerdonk), oorlogsmonumenten kangaroo Kolonel Johnsonstraat, vliegtuig bij Boerdonk, soldaten aan ZuidWillemsvaart bij Doornhoek. Hoewel de omgevingsvisie hiermee kansen biedt voor bescherming van erfgoed blijft het een uitdaging om afdoende gemeentelijke capaciteit ter beschikking te stellen om hier voldoende opvolging aan te geven.

6.2

Effecten op het woonaanbod en kwaliteit

Het criterium “Woonaanbod en kwaliteit” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 4 – Beoordeling van de effecten op het woonaanbod en de kwaliteit in Meierijstad

Criterium

Woonaanbod en kwaliteit

Indicator

Eenheid / omschrijving

Woonaanbod

Woonaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten (starters, 1 en 2 persoons, gezinnen, ouderen) en relatie tot de kwantitatieve woonbehoefte

Woonkwaliteit

Kwaliteit van woonaanbod (starters, 1 en 2 persoons, gezinnen, ouderen) in relatie tot kwalitatieve woonbehoefte

Betaalbare koopwoningen

Mate waarin betaalbare koopwoningen beschikbaar zijn voor verschillende inkomensgroepen, vooral instromers

Betaalbare huurwoningen

Mate waarin betaalbare huurwoningen beschikbaar zijn, speciaal sociale huurwoningen voor lage inkomens en senioren

OV

Situatie 2030

De behoefte aan extra woonaanbod in Meierijstad betreft tot 2030 circa 3,500 à 4,500 woningen. Hiervan is tot eind 2019 circa 27% gerealizeerd. De woonbehoefte heeft vooral betrekking op huurappartementen voor starters en doorstromers; betaalbare huurwoningen voor starters en doorstromers; betaalbare koopwoningen voor starters; middeldure huurwoningen en kleinere woningen en appartementen in de koop- en huursector. Vergrijzing zorgt ook voor een verandering van de woonbehoefte, waarbij veel ouderen kleinere wooneenheden wensen met goede zorg en voorzieningen, liefst ook rondom de centra. Schijndel daarbij het meest vergrijsde dorp binnen de gemeente. De huidige knelpunten hebben betrekking op zowel het woonaanbod als de kwalitatieve woonbehoefte, vooral voor starters en ouderen, inclusief goede

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

26

Vertrouwelijk

beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen en huurwoningen voor de verschillende sectoren. Richting 2030 blijft er sprake van een groeiende druk op het woningaanbod; ondanks dat locaties worden (her)ontwikkeld, blijft de vraag waarschijnlijk groter dan het aanbod. Ook de toename van het aantal huishoudens en ouderen draagt hieraan bij. De omgevingsvisie haakt aan bij de in 2018 opgestelde Woonvisie, waarin wordt bevestigd dat de woningmarkt in Meierijstad dynamisch is en voor uitdagingen staat op het vlak van demografische ontwikkelingen, verduurzaming, transformatie, leegstand en meer. In het stedelijke gebied richt de gemeente zicht op (potentiële) transformatielocaties en -gebieden en wil initiatieven steunen om gebouwen tot woonruimte te transformeren. Daarbij wordt gekoerst om zowel inbreiding als uitbreiding. Samen met de provincie werkt Meierijstad aan enkele transformatiegebieden in de bebouwde kom van Veghel. Hierbij wil de gemeente samenwerken met eigenaren en initiatiefnemers. Op de markt voor nieuwbouwwoningen wil de gemeente de komende jaren vooral plaatsmaken voor huishoudens met een laag inkomen, jonge starters en ouderen. In het landelijk gebied richt het woningbouwprogramma zich op sociale woningen en op woningen voor ouderen dan wel starters.

Daarbij wil Meierijstad haar (potentiële) inwoners een schakering van woonmilieus wil bieden, en zet daarbij ook in op verduurzaming van het woningbestand in het kader van de klimaatuitdagingen en de energietransitie. De woningrealisatie prognose komt voor de periode 2020-2029 grotendeels overeen met de doelen van de woonvisie, vooral met oog op het aantal woningen dat wordt gerealiseerd. Aandacht blijft geboden voor de realisatie van voldoende woningen in de sociale en middeldure huursectoren. Hierbij zou wellicht ook kunnen worden aangesloten bij het beleid rond de centrumgebieden, waar zowel winkelleegstand een rol speelt als de vraag naar meer aanbod van wooneenheden voor starters en ouderen. Hiermee bieden de omgevingsvisie en de hieraan gelieerde woonvisie duidelijk kansen op positieve effecten ten aanzien van woningkwaliteit.

6.3

Effecten op de gezonde leefomgeving

Het criterium “Gezonde leefomgeving” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 5 – Beoordeling van de effecten op een gezonde leefomgeving binnen Meierijstad

Criterium

Indicator Geluidbelasting

Gezonde Leefomgeving

Luchtkwaliteit en geurhinder

Inrichting Openbare Ruimte Risico’s ziektekiemen

12/1/2020

PLANMER OV

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Kwalitatieve aanduiding van geluidshinder rond hoofdwegen, industrie of activiteiten / evenementen Aanduiding luchtkwaliteit in relatie tot EU-normen, en kwalitatieve aanduiding geurhinder met name rond wegen, zware industrie en varkens / kippen / geitenhouderijen Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte, inclusief 'groen in bebouwd gebied’ bijdraagt aan de gezondheid Risico's voor uitbraken zoals Q-koorts rond geitenhouders

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

27

Vertrouwelijk

Geluidbelasting Wegen, industrie of activiteiten zorgen voor geluid dat door de omgeving als hinderlijk ervaren kan worden. In Meierijstad is de geluidshinder vooral gelieerd aan de provinciale weg N279 die langs Veghel loopt en de A50 die dicht langs het centrum van Sint-Oedenrode en de Veghelse wijken De Bunders en ’t Ven komt, waar veel mensen wonen. Ten aanzien van het bedrijventerrein gelden in Meierijstad speciale verordeningen, waardoor van geluidsoverlast niet noemenswaardig sprake is. De ‘Nota industrielawaai gemeente Veghel’ geeft het beleidskader voor het beoordelen van vergunningaanvragen in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De provincie Noord-Brabant heeft in het Actieplan Geluid 2018-2023 haar aanpak van overlast voor de komende jaren vastgelegd. De prognose is dat hiermee het aantal mensen dat wordt gehinderd door het geluid van provinciale wegen, de komende vijf jaar naar verwachting met 31 tot 46 procent zal afnemen. De omgevingsvisie onderstreept dit beleid en werkt het thema Geluid uit voor de gebiedstypologieën vi. Verstedelijkt (woon)gebied en viii. Zware bedrijvigheid. In algemene termen voor het verstedelijk woongebied gestreefd naar de verbetering van het leefmilieu, in het bijzonder geluid. Voor afzonderlijke industrieterreinen worden geluidszones vastgesteld door middel van een Zonebesluit.

Ook worden randvoorwaarden gesteld aan het landelijk gebied, bijvoorbeeld door evenementen met geluidproductie als onwenselijk te beschouwen. Ook stelt het functiebeperkingen in rond agrarische bedrijvigheid voor recreatie of wonen in verband met mogelijke geluidshinder. In het omgevingsbeleid beschikt de gemeente ook over juridische instrumenten om met algemene regels en met voorschriften te borgen dat evenementen minder geluid maken en onderzoekt het de mogelijkheden voor aanscherping van de geluidsnormering voor geluidsintensieve evenementen als Paaspop en 7th Sunday / Harmony of Hardcore. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie duidelijk kansen biedt op positieve geluidseffecten in de fysieke leefomgeving, waarbij het beleid rond geluidszonering van de (hoofd)wegenstructuur nog verder zal worden uitgewerkt in de finale Omgevingsvisie. Luchtkwaliteit en geurhinder Verontreinigende stoffen komen in de lucht door wegverkeer, industrie en vooral agrarische functies. Over het algemeen voldoet de luchtkwaliteit in Meierijstad aan de gestelde normen, maar met name in de directe omgeving van de provinciale wegen en rond de agrarische bedrijven zijn er overschrijdingen. Op laatstgenoemde locaties springen de nitraatemissies en daarmee de potentiële risico’s op natura2000 gebieden in het oog en speelt geurhinder ook soms een rol.

Hiertoe is op provinciaal niveau in 2017 beleid ingezet, waarbij voor 1 april 2020 veehouders vergunningen dienen te hebben ingediend om vervolgens voor 1 januari 2022 aan de strenge staleisen te voldoen. Vanwege een voorziene energietransitie, het elektrisch rijden en een verdere reductie van de veeteeltsector is de verwachting dat de luchtkwaliteit en geurhinder in 2030 autonoom substantieel zullen verbeteren. De omgevingsvisie streeft naar een goede luchtkwaliteit, minder geurhinder door veeteelt en industrie, en minder (fijn)stof en endotoxinen. Voor veehouderijen worden geurnormen gesteld en aangescherpt. Hierbij streeft de gemeente met de eerder vastgestelde duurzaamheidsvisie (‘in 2050 is de bedrijvigheid schoon en emissieloos’) ernaar dat de luchtkwaliteit wordt verbeterd. Ook krijgt de luchtkwaliteit binnen gebouwen aandacht. Dit wordt verder uitgewerkt voor de gebiedstypologieën ii. Landelijk gebied, agrarisch en viii. Zware bedrijvigheid. Verder heeft Meierijstad zich in 2020 aangemeld bij het Schone Lucht Akkoord (SLA), waarin een groeiende groep gemeenten en provincies samenwerken met de

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

28

Vertrouwelijk

rijksoverheid om de komende tien jaar tot een permanent schone en gezonde lucht in Nederland te komen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie duidelijk kansen biedt op positieve ontwikkelingen rond luchtkwaliteit en geurhinder in de fysieke leefomgeving. Inrichting openbare ruimte Ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte kent Meierijstad een aantal knelpunten die van invloed zijn op de mogelijkheid van bewegen, waaronder een beperkte inrichting van speelplaatsen en het stedelijk groen. Ook de relatief slechte modal split van Noordoost-Brabant heeft zijn weerslag op de openbare ruimte: weinig fietsparkeervoorzieningen, veel auto parkeren op centrale plekken (Markt SintOedenrode, Stadhuisplein en Meijerijplein in Veghel). Ook zijn de bedrijventerreinen nog relatief fiets- en voetganger onvriendelijk: veel straten hebben geen vrijliggend fietspad, of in het geheel geen fietsstrook en veel straten zijn zonder voetpad ingericht. In de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR) is verwoord wat de ambities voor de komende tien jaar zijn (2019-2029) voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarbij streeft de gemeente naar een evenwichtige verdeling van het aantal speelplekken en een divers aanbod van “buurt-speellandschappen” Het gebied De Blauwe Kei aan rivier de Aa in Veghel zal worden veranderd in een stadspark.

Ook de welstandnota Meierijstad 2018 heeft de ambitie om bij te dragen aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving voor iedereen in Meierijstad. De omgevingsvisie haakt aan bij deze beleidsvoornemens en beoogt een zorgvuldige inrichting van de openbare buitenruimte met een heldere groen- en padenstructuur. Daarbij wordt een heldere inrichting van het buitengebied voorgestaan, ook met oog op de energietransitie een voorziene duurzame opwek in dit gebied. Hierbij is in het landschap ruimte voor (nieuwe) natuur, water en mogelijkheden voor recreatie, zoals bij de verbinding tussen de Maashorst en Het Groene Woud, het Dommeldal en Aadal. Ook geeft de geeft ruimte aan andere vormen van economie in het buitengebied, met oog op het verdwijnen van bepaalde agrarische bedrijven, passend bij de aard, schaal en gewenste kwaliteit van het landelijk gebied. Binnen de bebouwde omgeving streeft de omgevingsvisie naar een goede inrichting en voldoende onderhoud van het openbaar gebied. Voor de centra en de dorpsharten streeft de gemeente naar goede mogelijkheden voor fietsparkeren. Bij de inrichting van de bedrijventerreinen wordt gestreefd naar voldoende ruimte voor langzaam verkeer, voldoende hubs voor woon-/werkverkeer en stadsdistributie, groenblauwe en klimaatbestendige inrichting, inbreiding en cohabitatie op perceelsniveau.

Hoewel de gebiedsgerichte uitwerking van deze beleidsvoornemers nog verder dient te worden uitgewerkt in het kader van een omgevingsplan, kan hiermee geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie duidelijk kansen biedt op goede inrichting van de openbare ruimte. Risico’s ziektekiemen Dat risico’s op ziektekiemen niet uitsluitend een lokale of regionale zaak is, bewijst de globale uitbraak in maart 2020 van het COVID-19 en de verstrekkende gevolgen hiervan op mens en economie, vooral ook in Meierijstad, dat relatief zwaar getroffen was door dit virus. Daarnaast herbergt de gemeente verscheidene veehouderijen, waaronder geitenhouderijen. Uitbraken van Q-koorts hebben in Brabant en in Meierijstad de verspreiding van ziektekiemen (zoönose) al eerder onder de aandacht gebracht. Door de nabijheid van mens en dier vormt de verspreiding van ziektekiemen een serieus gevaar. De uitbraken van Q-koorts en vogelgriep van enige jaren geleden, en die van COVID-19 in 2020 dragen bij aan onrust en bezorgdheid onder de inwoners. De gemeente wenst de risico’s rond veehouderijen verder te beperken door verdere zonering rond deze veehouderijen, met name geitenhouders, waarbij woonfuncties binnen een straal van 2 km worden

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

29

Vertrouwelijk

ontmoedigd. De voorziene sanering van een deel van de veehouderijen zal naar verwachting dit risico verder verkleinen. De risico van ziektekiemen en uitbraken zoals Q-koorts rond geitenhouders zullen in de toekomst wellicht nog verder afnemen als verdergaande regelgeving en handhaving van zonering rond deze bedrijven wordt voorzien, inclusief een toenemende krimp van de veestapel. De omgevingsvisie stipt aan dat vee een bron kan zijn van ziekten bij mensen (zoönose), zoals vogelgriep en Q-koorts, zonder hier verder op in te gaan. Om de hinder en risico’s te beperken, worden aangegeven dat normen gesteld worden voor gewasbeschermingsmiddelen, geur, fijnstof en endotoxinen. Met name gezien de maatschappelijke bezorgdheid rond dit thema wordt aanbevolen dit thema verder te diepen en concreter uit te werken. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie voor het criterium Ziektekiemen vooralsnog deze risico’s niet afdoende wegneemt.

6.4

Effecten op veilige leefomgeving

Het criterium “Veilige leefomgeving” is vormgegeven aan de hand van drie indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 6 – Beoordeling van de effecten op de veilige leefomgeving

Criterium

Veilige leefomgeving

Indicator

Eenheid / omschrijving

Gevaarlijke stoffen

Risico's bij het gebruik en transport van gevaarlijke industriële stoffen

Sociale veiligheid

Mate van criminaliteit, overlast, verloedering (zie ook veiligheidsmonitor; drugsafval, vermenging boven- en onder wereld)

Verkeersveiligheid

Verkeersrisico’s en -ongevallen rond specifieke hotspots

OV

Situatie 2030

Gevaarlijke stoffen De Veiligheidsregio Brabant-Noord hanteert tevens een risicokaart voor de regio voor ongevallen met gevaarlijke stoffen. In hun beoordeling van risico-relevante bedrijven in Meierijstad, van 2017 wordt geconcludeerd dat er geen acuut onveilige situaties of onacceptabele risico’s zijn aangetroffen. Wel is bij een aantal bedrijven sprake van praktijken die niet voldoen aan regelgeving, waar minder veilig wordt gehandeld dan wenselijk is en waarvoor aanvullende interventies zijn voorgesteld. Op basis van de projecties van de Veiligheidsregio Brabant-Noord Hieruit mag worden geconcludeerd dat ook in de toekomst geen noemenswaardige knelpunten rond risico’s met gevaarlijke stoffen te verwachten zijn. De omgevingsvisie spreekt in het algemeen van het beschermen van mensen tegen risico’s van gevaarlijke situaties en van emissies door industrie, verbrandingsmotoren, veeteelt en gewasbescherming. Dat bedrijvigheid een bron kan zijn van brand, explosie en gevaarlijke stoffen die door lucht en water verspreid worden is voor de gemeente een belangrijke reden om bedrijven te concentreren op een bedrijventerrein. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie duidelijk kansen biedt op een voortdurende positieve situatie rond het beheer van gevaarlijke stoffen. 12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

30

Vertrouwelijk

Sociale veiligheid De sociale veiligheid betreft de mate van criminaliteit, overlast, verloedering. De veiligheidsmonitor geeft aan dat ongeveer 2 procent van de Nederlanders in 2017 slachtoffer is geweest van criminaliteit en geweldsdelicten. In een eigen onderzoek van Meierijstad wordt geconcludeerd dat op het vlak van criminele ondermijning er sprake is van drugspanden en drugsafval dat in b.v. natuurgebieden wordt aangetroffen. Verder wordt gesproken over voorvallen rond diefstal, vernielingen en geweld en seksmisdrijven. De cijfers voor Meierijstad liggen echter onder het landelijk gemiddelde, zoals blijkt uit de landelijke veiligheidsmonitor en de veiligheidsmonitor die de gemeente voor 2019 heeft laten uitvoeren: zowel op het vlak van geweldsdelicten, vermogensdelicten, vandalisme als cybercrime kent Meierijstad minder delicten (per 100 inwoners) dan het gemiddelde van Oost Brabant. Vondsten van drugsafval blijven echter in Oost-Brabant een probleem, die deels onder de radar verdwijnen doordat de labs steeds vaker rechtstreeks op de riolering lozen. Rond de Sociale veiligheid wordt momenteel op lokaal en regional niveau beleid ontwikkeld, waaruit mag worden verwacht dat in 2030 dat dit verder zal toenemen. Daarbij speelt ook dat er minder jongeren en de daarmee samenhangende overlast verwacht mag worden.

De concept omgevingsvisie maakt vooralsnog geen melding van dit beleid, of het incorporeren hiervan binnen het omgevingsbeleid, waardoor voor dit criterium risico’s kunnen ontstaan rond deze sociale veiligheid Verkeersveiligheid In 2019 in Meierijstad 112 verkeersongelukken geregistreerd, waarbij de meeste dodelijke slachtoffers op secundaire wegen vielen. In het kader van de gemeentelijke mobiliteitsvisie wordt verder onderzocht welke thema’s er binnen verkeer en vervoer belangrijk zijn en welke knelpunten worden ervaren. Veilig verkeer Nederland concludeert verder dat er binnen Meierijstad nog uitdagingen liggen rond zaken als verkeersexamens op basisscholen; opfriscursussen voor oudere automobilisten en scootmobiel trainingen. De verwachting is dat rond 2030 de veiligheidsvoorzieningen binnen de autotechnologie wel zal leiden tot een verdere toename van de verkeersveiligheid binnen de gemeente. De Brabant-brede campagne ‘nul doden’ speelt daarbij ook een rol. Echter, de verspreide verstedelijking zal naar verwachting tot veel autobewegingen op de provinciale wegen blijven leiden en zullen er meer ouderen zijn die gebruik maken van de elektrische fiets, die daardoor meer vatbaard zijn voor ongevallen. De omgevingsvisie geeft aan dat rijhulpsystemen en voertuigen zonder menselijke bestuurder ook gunstig kunnen zijn voor verkeersveiligheid en een vlotte doorstroming.

Ook spreekt de omgevingsvisie van subsidies voor scholen en infoavonden met het Brabants-Verkeersveiligheid-Label en subsidie rond verkeersexamens. De omgevingsvisie richt zich verder op fiets- en voetganger vriendelijk inrichten van de centra, zoals rond de herinrichting van de Markt van Sint-Oedenrode, waardoor een deels positief beeld ontstaat ten aanzien van de effecten van de omgevingsvisie rond verkeersveiligheid.

6.5

Effecten op de voorzieningen

Het criterium “Voorzieningen” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030).

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

31

Vertrouwelijk

Tabel 7 – Beoordeling van de effecten op de voorzieningen van Meierijstad

Criterium

Indicator

Eenheid / omschrijving

Dorpsvoorzieningen

Mate waarin publieke voorzieningen, winkels en openbaar vervoer beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar zijn in de dorpen

Sport en vrijetijd

Mate waarin sport en vrijetijd voorzieningen beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar zijn

Ouderen en welzijn

Mate waarin ouderen toegang hebben tot gepaste woningen, zorg, winkels en vrijetijdsvoorzieningen

Jongeren, sport en onderwijs

Mate waarin jongeren toegang hebben tot gepast onderwijs, sport en vrijetijdsvoorzieningen

Voorzieningen

OV

Situatie 2030

Dorpsvoorzieningen Er zijn verschillende ontwikkelingen die het landelijk gebied en de (kleinere) dorpen binnen Meierijstad onder druk zetten, zoals schaalvergroting en toenemende centralisatie van voorzieningen, voortgaande trek naar de grotere kernen en stad, krimp van de dorpen en leegstand, vergrijzing van de dorpsinwoners. Hierdoor komen lokale basisvoorzieningen onder druk te staan, zoals winkels of geldautomaten, ouderenzorg, openbaar vervoer, horeca, buurthuizen en overige openbare voorzieningen. Dit wordt echter ook deels veroorzaakt doordat dorpsinwoners voor deze voorzieningen naar de grotere centra gaan. Naast het verdwijnen van lokale winkels in de dorpscentra nemen echter de mogelijkheden voor internetwinkelen en locale bezorging vanuit de drie geconcentreerde centra binnen Meierijstad toe, waardoor dit afnemende voorzieningenniveau deels gecompenseerd wordt. De gemeente werkt aan een Agenda Vitaal Buitengebied met als doel de vitaliteit van de dorpen en de leefbaarheid hiervan in stand te houden. Richting 2030 zal door de toenemende vergrijzing het echter een uitdaging blijven om de publieke voorzieningen, winkels en openbaar vervoer beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar te houden in de dorpen in 2030.

De omgevingsvisie omvat verschillende beleidsvisies rond voorzieningen, in het bijzonder rond de centrum stedelijke voorzieningen, mobiliteitsvoorzieningen, culturele en speelvoorzieningen en buitensport voorzieningen in en aan de randen van de kernen. Met uitzondering van internet-winkelen worden expliciete beleidsmaatregelen voor rond de dorpsvoorzieningen echter niet benoemd, waardoor het risico bestaat dat deze verder zullen verslechteren. Sport en vrijetijd Meierijstad telt in een groot aantal sportaccommodaties, waaronder sportparken en -velden, zwembaden, tennisparken, gymzalen en fitnesscentra. De gemeente werkt nauw samen met de Sportraad Meierijstad op het terrein van sport. In de Sportnota van de gemeente worden de ambities met betrekking tot sport en bewegen voor 2030 vastgelegd, in afstemming met de Sportraad. Hierin wordt gesproken over stimulering van de breedtesport als bijdrage tot een gezonde leefstijl. Ook wordt ingezet op multifunctioneel gebruik van sportvoorzieningen. Naast sport bestaat er een groot scala aan vrije tijdsbestedingsopties in de gemeente, inclusief verenigingen, festivals, levensbeschouwelijke instellingen, natuur- en wandelgebieden, culturele activiteiten, een negental musea en diverse kunstvormen.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

32

Vertrouwelijk

Op weg naar 2030 lijkt dit brede aanbod van sport en vrijetijd, als gevolg van voortzetting van het huidige beleid, ook goed beschikbaar te blijven. Wel speelt het dalend aantal beschikbare vrijwilligers een rol waardoor veel verenigingen en activiteiten kwetsbaar zouden kunnen worden. De omgevingsvisie haakt aan bij dit beleid en spreekt van de wens dat de fysieke leefomgeving de gezondheid blijft bevorderen in termen van bewegen, spelen en sporten. Ook worden verschillende initiatieven genoemd, waaronder het behoud van de capaciteit rond buitensportaccommodaties zoals sportvelden, tennisbanen en rijbakken. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie duidelijk kansen biedt op een voortdurende positieve situatie rond sport en vrijetijd. Ouderen en welzijn De gemeenten verschaft op diverse vlakken ondersteuning aan ouderen en hun welzijn, in samenwerking met diverse externe organisaties, in zaken als zorgverlening, administratie, mobiliteit en vervoer, aanpassingen in huishoudens en sociale activiteiten, maar ook op het vlak van zelfstandigheid, maatschappelijke integratie en participatie. Dit doet de gemeente in samenwerking met de Seniorenraad Meierijstad. In het kader van de Participatiemaatschappij is het beleid om de senioren zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen.

Echter, dit proces wordt deels doorkruist door recente bezuinigingen op de (thuis)zorg waardoor de ouderen minder snel in aanmerking komen voor hulp of een voorziening. Ook raakt de vermindering van openbare en vrijetijdsvoorzieningen in de dorpen vooral de ouderen. Verder blijft de vraag naar passende woningen voor senioren in Meierijstad groot, vooral naar kleinere behuizing in de centra van de grotere plaatsen. Door de toenemende vergrijzing mag verwacht worden dat er ook richting 2030 sprake zal blijven van dergelijke uitdagingen. De omgevingsvisie onderkent deze uitdagingen, en geeft bijvoorbeeld aan dat door de vergrijzing en de extramuralisering van de zorg er een schaarste aan seniorenwoningen zal blijven optreden. De omgevingsvisie wil rekening houden met specifieke behoeften van de ouderen rond zowel wonen, de directe leefomgeving, als op de voorzieningen. De omgevingsvisie werkt deze voornemens echter deels uit, zodat er een risico blijft bestaan op een expliciete verbetering van de toegang van ouderen tot gepaste woningen, zorg, winkels of vrijetijdsvoorzieningen. De omgevingsvisie geeft daarmee een wisselend beeld ten aanzien van de effecten voor het criterium ouderen en welzijn. Jongeren, sport en onderwijs Meierijstad heeft een breed aanbod van voorzieningen, sport en onderwijs voor de jongeren, maar ook voor risicogroepen en individuen met problemen.

De gemeente heeft enkele jongerencentra en kent een goede ambulante inzet voor welzijn en zorg. Tegelijkertijd geeft De Nota Preventief Jeugdbeleid de uitdagingen aan waar de jeugd in Meierijstad voor staat in relatie tot internet en sociale media, wat voor veel prikkels en minder lichaamsbeweging zorgt. De gemeente streeft naar een afname van overgewicht onder jongeren, onder andere in het kader van het initiatief “Jongeren Op Gezond Gewicht” (JOGG). Daarin werkt de gemeente samen met de GGD en Meierijstad Gezond Sportief (MGS). Verder speelt de trek van jongeren naar grotere steden door gebrek aan passende woonruimte binnen de gemeente, en de relatief lage werkgelegenheid voor hoogopgeleiden een rol bij de positie van jongeren binnen Meierijstad. Hiervoor werkt de gemeente samen met de omringende universiteiten in Eindhoven en Tilburg. Daarmee lijkt in de richting van 2030 de mate waarin jongeren toegang hebben tot gepast onderwijs, sport en vrijetijdsvoorzieningen overwegend goed geregeld te zijn. De omgevingsvisie omvat verschillende beleidsonderwerpen rond jongeren. Voorbeelden zijn de intenties om meer jongeren aan te trekken of vast te houden als inwoners van de gemeente; het actief

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

33

Vertrouwelijk

ondersteunen van het verenigingsleven; de ontwikkeling van de Noordkade als cultuurcentrum en het hier gelegen jongerencentrum. Daarbij richt de beleidsnota “Samen gezond in Meierijstad”, zich op leefstijlthema’s voor jongeren zoals gezond gewicht, beweging, alcohol, drugs; de ondersteuning van (sport)verenigingen, scholen, culturele instellingen, horeca, en (grote) evenementen. Hieruit mag geconcludeerd worden dat de mate waarin jongeren toegang houden tot gepast onderwijs, sport en vrijetijdsvoorzieningen goed geregeld blijft met de omgevingsvisie, waarbij wel de vraag kan worden gesteld in hoeverre gemeenten zoals Meierijstad tegen 2030 sportaccommodaties en cultuur financieel kunnen blijven ondersteunen.

6.6

Effecten op mobiliteit en bereikbaarheid

Het criterium “Mobiliteit en bereikbaarheid” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 8 – Beoordeling van de effecten op de mobiliteit en bereikbaarheid van Meierijstad

Criterium

Mobiliteit en bereikbaarheid

Indicator

Eenheid / omschrijving

Modal split / shift

De mate waarin alternatief transport beschikbaar is voor de auto

Bereikbaarheid per auto

Op basis van de Bereikbaarheid Index BBI

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

Op basis van Bereikbaarheid Index BBI-ov

Aandeel elektrisch rijden

Op basis van aantal laadstations in gemeente

OV

Situatie 2030

Modal split / shift De bereikbaarheid van Meierijstad is van een belangrijk deel afhankelijk van het vervoer via de A50, de N279, de N617 van Den Bosch naar Schijndel, de snelfietsroutes en de Zuid-Willemsvaart. Uit de notitie Bereikbaarheid van 2019 blijkt dat de komende 5 jaar het wegennet nog onvoldoende blijkt. Met een nieuwe duurzame mobiliteitsvisie Meierijstad (2020) wordt gezocht naar betere doorstroming van de A50 en de N279 en betere OV bereikbaarheid van de dorpen. Ook worden verbeteringen van het openbaar vervoer nagestreefd naar de grote kernen gezocht, in het bijzonder via een vluchtstrookgebruik voor OV op de A50; een betere OV-bereikbaarheid van de Noordkade in Veghel; een betere openbaar vervoerverbinding tussen Veghel-Erp-Gemert-Helmond; een sprong naar HOV+ op de trajecten Eindhoven-Veghel-Uden-Oss, Den Bosch-Veghel-Uden, Veghel-Uden-Nijmegen. Daarnaast zal er vanaf de N279 een verbindingsweg komen naar de bedrijventerreinen in Veghel-West en het nieuwe Foodpark. De provincie zorgt hierbij voor de opwaardering het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). De fiets en trein hebben de meeste potentie om de auto te vervangen als voornaamste vervoermiddel voor woon-werkverkeer. Een nieuwe treinverbinding wordt echter niet voorzien.

Voor 2030 mag op basis van de toenemende mobiliteitsbehoeften verondersteld worden dat er knelpunten zullen blijven rond de mate waarin alternatief transport beschikbaar is voor de auto, tenzij grootschalig op openbaar vervoersvoorzieningen wordt ingezet.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

34

Vertrouwelijk

De omgevingsvisie onderstreept dat bereikbaarheid cruciaal is voor de gemeente en dat, er als gevolg van de dagelijkse files op de N279, vastlopende afritten van de A50 en knelpunten bij bruggen en sluizen in de Zuid-Willemsvaart, de bereikbaarheid onder druk staat. De gemeente kiest ervoor om samen met de regio te werken aan de infrastructuur en goede bereikbaarheid van werklocaties per openbaar vervoer, fiets en water. De omgevingsvisie streeft naar hoogwaardig openbaar vervoer tussen de kernen om de bereikbaarheid te verbeteren. Ook wordt gesproken over afstemming met het bedrijfsleven om thuiswerken te stimuleren, naast het inzetten op meer gebruik van fiets en het openbaar vervoer. Hoewel het van belang is dat deze voornemens van de omgevingsvisie nader worden uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen rond het vergroten en verbeteren van de openbaar vervoerscapaciteiten, ontstaat hiermee het beeld dat de omgevingsvisie een kans biedt op beter alternatief transport in vergelijking met de autonome ontwikkelingen in 2030. Bereikbaarheid per auto. De bereikbaarheid van de gemeente per auto is relatief goed via de hoofdwegen van de A50 en de N279, hoewel een slechte doorstroming gedurende piekuren en hieraan gerelateerde congestieproblemen om oplossingen vragen. Hierbij spelen de beperkte bereikbaarheid van de Noordkade en tussen de dorpen en rol.

Ook speelt een rol dat de bedrijventerreinen van Veghel tegen het kanaal aan liggen en bereikbaar zijn via slechts twee autobruggen, wat regelmatig tot verkeerscongestie leidt. Zoals hiervoor omschreven, beaamt de omgevingsvisie dat bereikbaarheid cruciaal is voor de gemeente en constateert dat er verscheidene knelpunten liggen. De gemeente kiest ervoor te werken aan de infrastructuur en het verbeteren van de bereikbaarheid van werklocaties per auto, openbaar vervoer, fiets en water, waarmee de omgevingsvisie kansen biedt op positieve effecten voor de bereikbaarheid per auto. Bereikbaarheid per openbaar vervoer De duurzame mobiliteitsvisie Meierijstad (2020) streeft naar verbeteringen van het openbaar vervoer naar de grote kernen, in het bijzonder via een vluchtstrookgebruik voor OV op de A50; een betere OVbereikbaarheid van de Noordkade in Veghel; een betere openbaar vervoerverbinding tussen Veghel-ErpGemert-Helmond; een sprong naar HOV+ op de trajecten Eindhoven-Veghel-Uden-Oss, Den BoschVeghel-Uden, Veghel-Uden-Nijmegen. De fiets en trein hebben de meeste potentie om de auto te vervangen als voornaamste vervoermiddel, hoewel een nieuwe treinverbinding niet is voorzien. Voor 2030 blijven er knelpunten rond de beschikbaarheid van het openbaar vervoer en zijn grootschalige voorzieningen noodzakelijk.

De gemeente kiest ervoor om samen met de regio te werken aan goede bereikbaarheid van werklocaties per openbaar vervoer, fiets en water. De omgevingsvisie streeft naar hoogwaardig openbaar vervoer tussen de kernen om de bereikbaarheid te verbeteren. Ook wordt gesproken over afstemming met het bedrijfsleven om thuiswerken te stimuleren, naast het inzetten op meer gebruik van fiets en het openbaar vervoer. Hoewel het van belang is dat deze voornemens van de omgevingsvisie nader worden uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen rond de openbaar vervoerscapaciteiten, ontstaat hiermee het beeld dat de omgevingsvisie een kans biedt op een verbeterde situatie. Aandeel elektrisch rijden Het aandeel elektrisch rijden in Nederland en Meierijstad neemt gestaag toe, met ongeveer 60 laadpalen die momenteel beschikbaar zijn binnen de gemeente. Binnen Meierijstad zijn ruim 90% van de laadpalen geconcentreerd in de drie grote plaatsen Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode, waardoor er nog een opgave ligt voor het buitengebied en de dorpen binnen de gemeente. Op de benchmark Openbaar Laden

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

35

Vertrouwelijk

– 2019 scoort Meierijstad bijzonder laag, met positie 293 van de landelijke ranglijst van 355 gemeenten. Richting 2030 is de verwachting is dat het aandeel elektrisch rijden gestaag zal toenemen, waardoor het essentieel is dat grootschalig wordt ingezet op het verhogen van de dichtheid van laadpalen binnen de gemeente. De omgevingsvisie onderstreept dat elektrische auto’s aan een opmars bezig zijn. Daarbij wordt de verwachting uitgesproken dat het wagenpark in 2030 niet vergaand geëlektrificeerd zal zijn, maar dat toch de elektrische auto’s om aanpassingen van infrastructuur en oplaadpunten vragen. Dit wordt echter verder niet beleidsmatig uitgewerkt, waardoor het risico bestaat dat omgevingsvisie niet voldoende bijdraagt tot een verhoging van het aantal laadpalen binnen de gemeenten en daarmee aan het elektrisch rijden onvoldoende faciliteert.

7

Effectbeschrijving voor het thema “Economie”

7.1

Effecten op welvaart en welbevinden

Het criterium “Welvaart en welbevinden” is vormgegeven aan de hand van vier indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 9 – Beoordeling van de effecten op de welvaart en welbevinden binnen Meierijstad

Criterium

Indicator Arbeidsmarkt en werkgelegenheid Materiële welvaart

Welvaart en welbevinden

Opleidingsmogelijkheden en stageplekken

Participatie

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Voor verschillende inkomensgroepen, b.v. op basis van werkeloosheidscijfers binnen de gemeente Inkomensniveaus binnen regionale en nationale context Mate van lager - midden - en hoger onderwijs binnen en buiten de gemeentegrens (Universiteiten in Tilburg en Eindhoven) De mate waarin burgers zich betrokken voelen bij het beleid en de keuzes van de gemeente

Arbeidsmarkt en werkgelegenheid Meierijstad behoort samen met andere middelgrote steden in het netwerk ‘Midsize Brabant’ en de regio Eindhoven (Brainport) tot de trekpaarden van de Brabantse economie. Met 80.000 inwoners en 7.000 bedrijven en ondernemers zijn er ongeveer 45.000 arbeidsplaatsen in de gemeente. Er wordt een toename van ruim 10% (arbeidsvolume) voorzien voor de komende 5 jaar. Meierijstad verschafte in 2018 ongeveer 781 banen per 1000 inwoners in de leeftijd tussen 15 en 74 jaar en ligt daarmee boven het gemiddelde Nederlandse niveau (663 banen met 1000 inwoners). Ook op het niveau van snelgroeiende bedrijven scoort Meierijstad goed, met een factor 22.8 versus 19.0 voor het Nederlandse gemiddelde.

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

36

Vertrouwelijk

Met een groeiende economie zijn de werkloosheidscijfers in Meierijstad de afgelopen jaren gestaag gezakt in lijn met de nationale trend en liggen consequent onder het gemiddelde nationale niveau. De recente ontwikkelingen rond de Corona-crisis begin 2020 heeft gelukkig nog weinig impact gehad op de werkgelegenheid in Meierijstad. Het aandeel banen op HBO en WO-niveau ligt echter achter op het nationale gemiddelde. Richting 2030 blijft het beeld positief ten aanzien van de werkgelegenheidscijfers, met een wisselend beeld van de arbeidsmarkt voor jongeren en hoger opgeleiden. De omgevingsvisie omschrijft Meierijstad als een typische werkgelegenheidsgemeente. Ondernemingszin en een hoge arbeidsmoraal zijn kenmerkend. De gemeente maakt zich daarbij sterk om samen met het bedrijfsleven voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid te blijven zorgen. Food blijft de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. De omgevingsvisie constateert wel een dalende agrarische werkgelegenheid vanwege mechanisering en automatisering. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie leidt tot kansen op positieve effecten voor de arbeidsmarkt en werkgelegenheid, met een kanttekening voor arbeidskansen voor vooral hoofopgeleide jongeren.

Materiele welvaart Het gemiddelde inkomen in Meierijstad ligt slechts licht onder het landelijke gemiddelde, terwijl de groep met laagste inkomens in Meierijstad juist iets kleiner is dan het landelijk gemiddelde en de groep het hoogste inkomens iets groter is. Het aantal personen met een laag inkomen en risico op armoede omvat ongeveer 4.6% van de bevolking en ligt daarmee ongeveer op het landelijk niveau. Met het gemeentelijke “Herijking Beleid Armoedebestrijding (2018 – 2021)” wordt beoogd deze groep te ondersteunen en in aantallen te verkleinen. Hoe het welvaartsniveau zich richting 2030 zal ontwikkelen zal veel afhangen van globale, Europese en nationale factoren en van de innovatiekracht en het aanpassingsvermogen van het bedrijfsleven zelf. De omgevingsvisie constateert dat Meierijstad een relatief lage werkloosheid en relatief hoog niveau van welvaart kent. Door immigratie is ook in Meierijstad een diversiteit aan culturen ontstaan, die enerzijds bijdraagt aan de economische groei en anderzijds uitdagingen kent in termen van integratie en de lagereinkomensgroepen. De gemeente maakt zich sterk om met het bedrijfsleven voor een gezonde economie en daarmee een goede materiele welvaart te blijven zorgen, waarmee geconcludeerd kan worden dat de omgevingsvisie leidt tot kansen op positieve effecten voor de materiele welvaart.

Opleidingsmogelijkheden en stageplekken Meierijstad heeft een breed aanbod van primair, speciaal en voorgezet onderwijs. Daarnaast bieden de bedrijven in Meierijstad een breed scala aan stageplekken binnen instellingen en bedrijven. Meierijstad huisvest zelf geen hogescholen of universitaire instellingen en zoekt nadrukkelijk naar meer samenwerking met het hoger beroepsonderwijs en universiteiten in Eindhoven, Tilburg en Wageningen. De onderwijsinspectie oordeelt in het algemeen positief over de kwaliteit van onderwijs binnen de gemeente. De omgevingsvisie onderstreept de wens van een zo’n compleet mogelijk aanbod van onderwijsvoorzieningen, ook voor de AgriFood sector, zoals laboratoria en agrarisch onderwijs. Ten aanzien van de hoger opgeleiden jongeren constateert de omgevingsvisie dat hier een spanning bestaat op de arbeidsmarkt. Om deze jongeren aan de gemeente te binden is er in een intensieve samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs nodig, die nog verdere uitwerking vergt. De omgevingsvisie geeft hiermee een wisselend beeld ten aanzien van de effecten op opleidingsmogelijkheden en stageplekken binnen de gemeente. Participatie

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

37

Vertrouwelijk

In Meierijstad staat de burgerparticipatie bij het beleid en de keuzes van de gemeente hoog in het vaandel, zowel wat betreft het openbaar gebied als voor zaken als zorg en welzijn. Zo mogen burgers zelf initiatief nemen bij de inrichting van buurten en sociale aangelegenheden, en is er een leefbaarheidsbudget om dat mede te ondersteunen. Daarnaast overweegt de gemeente te experimenteren met participatie in de gemeenteraad, via onder andere startgesprekken over burgerparticipatie. Ook hanteert de gemeente een “nieuwe ideeën fonds’, om waardevolle ideeën op het terrein van participatie financieel te ondersteunen. De omgevingsvisie zet in op voortgaande inspraak via interactieve beleidsvorming naar burgerparticipatie en worden ervaringen opgedaan met voortgaande delen van publieke verantwoordelijkheid. Ook in het landelijk gebied zal sprake zijn van gezamenlijk beheer van het openbaar gebied met gelegenheid voor bewonersparticipatie. Dit beleid voor burgerparticipatie en burgerinitiatieven zal verder worden uitgewerkt in specifieke programma’s rond de Omgevingswet. Voor de realisatie van het beleid en ingrepen in de fysieke leefomgeving wordt een mix aan instrumenten ingezet, waaronder die van publieke-private samenwerking.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie sterk inzet op zaken rond participatie, leidend tot een grote mate van betrokkenheid die burgers voelen bij het beleid en (begrip voor) de keuzes van de gemeente.

7.2

Effecten op het vestigingsklimaat

Het criterium “Vestigingsklimaat” is vormgegeven aan de hand van drie indicatoren, die hieronder staan omschreven. Daarbij is de effectbeoordeling van de omgevingsvisie (OV) vergeleken met die van de autonome situatie (2030). Tabel 10 – Beoordeling van de effecten op het vestigingsklimaat binnen Meierijstad

Criterium

Indicator

Investeringen en vestigingen Vestigingsklimaat Logistieke infrastructuur Innovatie en topsectoren NB

Eenheid / omschrijving

OV

Situatie 2030

Mate waarin (startende) ondernemers en investeerders kiezen voor Meierijstad (bv op basis van inkomende investeringen per jaar en aantal nieuwe vestigingen per jaar Mate van beschikbaarheid van bedrijfsruimten, infrastructuur en IT-voorzieningen Mate waarin Meierijstad aansluit bij de zes innovatieve topsectoren van de Provincie

Investeringen en vestigingen Meierijstad telt 7620 bedrijven, waaronder toonaangevende (inter)nationale bedrijven in food, feed, logistiek én het midden- en kleinbedrijf. Samen met AgriFood Capital behoort Meierijstad tot de trekpaarden van de Brabantse economie. In de periode 2018 tot en met 2030 wordt er voor de gemeente Meierijstad een uitbreidingsvraag geraamd van 25 tot 60 hectare voor nieuwe bedrijfsactiviteiten. De verwachting is dat er daarmee ongeveer 5.000 banen bijkomen bovenop de huidige 45.000. In 2019 kwam de groei van de bedrijfsinvesteringen uit op 7,5%. De prognoses voor 2020 betroffen een groei van

12/1/2020

PLANMER OV

BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004

38

Vertrouwelijk

2,1%, hoewel de Corona crisis naar verwachting een aanzienlijke neerwaartse trend zal veroorzaken. In het algemeen kan de mate waarin ondernemers en investeerders kiezen voor Meierijstad als positief worden beschouwd met een afnemende tendens op korte termijn en een waarschijnlijke dip als gevolg van de Corona crisis. De omgevingsvisie ondersteunt investeringen die worden voorzien in de infrastructuur en opwek van duurzame energie, maar ook energiebesparing. Ook wordt gesproken van crowd funding als middel om ondernemers te helpen bij hun investeringen. Verder wordt de noodzaak van publieke en private investeringen genoemd als noodzaak voor het tegengaan van wateroverlast en bedrijfsinvesteringen in het kader van agrarische systeemverandering, voor de verduurzaming van de bedrijventerreinen en voor een meer intensieve en meervoudig ruimtegebruik. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie sterk inzet op investeringen in vestigingen in Meierijstad en zal bijdragen aan de mate waarin ondernemers en investeerders blijven kiezen voor Meierijstad, ondanks de tegenvallers die op de korte termijn als gevolg van de Coronacrisis kunnen worden voorzien.

Logistiek en infrastructuur De bedrijventerreinen van Meierijstad scoren over het geheel genomen bovengemiddeld in vergelijking met de regio, vooral op ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid, afgezien van files tijdens de spits. De multimodale infrastructuur wordt in het algemeen als goed omschreven. De gemeente heeft een Bedrijventerreinenvisie ontwikkeld met een langetermijnperspectief voor ondernemers en (door)ontwikkelstrategie voor de totaal 13 bedrijventerreinen met oog voor bereikbaarheid, parkeermogelijkheden en veiligheid. Er wordt nog wel een tekort geconstateerd aan zeer grootschalige kavels (> 8 ha) en ook IT-voorzieningen verdienen nog verdere aandacht. De omgevingsvisie onderschrijft deze bedrijventerreinvisie. Bij de inrichting van bedrijventerreinen wordt gefocust op de activiteiten van hun bedrijven. Er moet ruimte zijn voor hun productie en opslag, aanvoer en afvoer moeten soepel verlopen, de doordeweekse stroom van medewerkers en bezoekers moet vlot afgewikkeld worden. Daarnaast is het wenselijk dat bescherming tegen hinder en risico’s voor de omgeving niet te veel beperkingen stellen aan de bedrijvigheid. De omgevingsvisie wenst zich daarbij te concentreren op bestaande bedrijfslocaties en vrijkomende agrarische bebouwing, in plaats van nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen.

Daarbij wordt gesproken over ruimtelijke keuzes om meer hoogbouw toe te passen op de bedrijventerreinen. Met het programma Bedrijvig Veghel wordt verder ingezet op differentiatie van de aanwezige bedrijventerreinen en in het algemeen wordt gestreefd naar een gevarieerd aanbod aan bedrijventerreinen, waarbij de beschikbaarheid van voldoende grote bedrijfskavels een aandachtspunt blijft. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie sterk inzet op de logistiek en infrastructuur van bedrijven en zal bijdragen aan de mate van beschikbaarheid van bedrijfsruimten en infrastructuur. De noodzaak voor IT-infrastructuur voorzieningen wordt niet verder uitgewerkt in de omgevingsvisie. Innovatie en topsectoren Noord-Brabant De provincie heeft een aantal topsectoren geïdentificeerd, waarmee de regio zich internationaal onderscheidt en die een grote bijdrage leveren aan groei en innovatie: lifescience & health, biobased economy, logistiek, maintenance, hightech systemen & materialen, chemie & materialen en AgriFood, tuinbouw en uitgangsmaterialen. Meierijstad sluit nadrukkelijk aan de topsectoren Logistiek en AgriFood een heeft daarmee een herkenbare specialisatie en profiel opgebouwd rond twee van deze zeven topsectoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d4369ccc-b220-4c26-af33-e9cde06a9376