B8c Milieueffect rapport.pdf
Tekst van het document
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
57
Vertrouwelijk
Figuur 3 – Het Rad van Meierijstad voor het thema “Economie” (witte lijn geeft de score voor 2030, de gestippelde lijn voor de omgevingsvisie)
De wijze waarop de aan het thema “Economie” gelieerde omgevingscriteria scoren, is samengevat in bovenstaand figuur. De status van Meierijstad voor elk criterium afzonderlijk is uitgewerkt in hoofdstuk 7. Daarbij is steeds een vergelijking gemaakt tussen de autonome situatie in 2030 versus de effecten van de beleidsvoornemens uit de omgevingsvisie. Voor het thema “Economie” mag worden geconcludeerd dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens en
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
58
Vertrouwelijk
Meierijstad behoort samen met andere middelgrote steden in het netwerk ‘Midsize Brabant’ en de regio Eindhoven (Brainport) tot de trekpaarden van de Brabantse economie. De omgevingsvisie maakt zich sterk om samen met het bedrijfsleven voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid te blijven zorgen. Food blijft de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. Een aandachtspunt die vanuit dit Plan-MER voor het thema “Economie” kan worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie betreft de dalende agrarische werkgelegenheid als gevolg van de transitie van de sector en vanwege mechanisering en automatisering: deze uitdaging zou beleidsmatig wellicht verder kunnen worden uitgewerkt worden.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
59
Vertrouwelijk
Figuur 4 – Het Rad van Meierijstad voor het thema “Milieu” (witte lijn geeft de score aan voor 2030, de gestippelde lijn voor de omgevingsvisie)
De wijze waarop de aan het thema “Milieu” gelieerde omgevingscriteria scoren, is samengevat in bovenstaand figuur. De status van Meierijstad voor elk criterium afzonderlijk is uitgewerkt in hoofdstuk 8. Daarbij is steeds een vergelijking gemaakt tussen de autonome situatie in 2030 versus de effecten van de beleidsvoornemens uit de omgevingsvisie. Voor het thema “Milieu” mag worden geconcludeerd dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens en gemeentelijke visies. Daarbij leidt de omgevingsvisie veelal tot kansen op positieve milieueffecten. Aandachtspunten die vanuit dit Plan-MER voor het thema “Milieu” kunnen worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie zijn de volgende: 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
60
Vertrouwelijk
Emissie en energie: Emissies van Ammoniak (NH3) komt voor het overgrote deel uit mestproductie van de veeteelt. Voor de intensieve veeteelt streeft de omgevingsvisie er in het algemeen naar om de intensieve veehouderij te bewegen richting een lagere milieubelasting met minder uitstoot van stikstof. Het echter wordt aanbevolen om dit thema verder uit te werken en daarmee meer richting te geven hoe deze risico’s, in samenwerking met alle betrokkenen, weggenomen kunnen worden. Bodem en water: De bodemkwaliteit van Meierijstad scoort relatief slecht en wordt bedreigd door vermesting, verzuring en de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen en bestrijdingsmiddelen. De omgevingsvisie streeft in algemene termen om ervoor te zorgen dat in 2030 bij alle activiteiten de bodem- en waterkwaliteit per saldo minimaal gelijk blijft. Gezien de uitdagingen die er op het vlak van bodemkwaliteit liggen, wordt echter aanbevolen om de betreffende beleidsvoornemens nader uit te werken, waardoor meer zicht ontstaat op het daadwerkelijk verbeteren van de bodemkwaliteit.
9.2
Aanzet tot monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie
Monitoring en evaluatie zijn belangrijke fundamenten voor de continue verbetering van de leefomgeving. Hiermee kan bepaald worden of de beleidsdoelen worden gehaald, of aanpassing van de omgevingsvisie nodig is. Monitoringsinformatie helpt om goede besluiten te kunnen nemen over activiteiten in de fysieke leefomgeving en is een belangrijke basis voor een snelle en goede besluitvorming. En het helpt om tijdig bij te sturen en plannen aan te passen aan veranderende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld nieuwe technologie of een veranderd politiek landschap. De omgevingsvisie vormt na vaststelling het kader waar tegen nieuw beleid kan worden afgewogen, op koers kan worden gehouden of zo nodig bij te stellen. Is er voortschrijdend inzicht, dan hoeft u de omgevingsvisie niet in zijn geheel te worden aangepast. Dit kan ook modulair of in delen gebeuren. Een logisch evaluatiemoment kan jaarlijks zijn, aansluitend op vaststelling van de begroting, of tijdens het afsluiten van nieuwe coalitieakkoorden. Het beoordelingskader van dit PlanMER (zie paragraaf 3.2.) biedt een set beoordelingscriteria, dat hierbij een goed hulpmiddel zou kunnen zijn.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
61
Vertrouwelijk
10
Publieksvriendelijke samenvatting
De gemeente Meierijstad heeft met het oog op de komst van de Omgevingswet een concept omgevingsvisie opgesteld. Dit bevat het beleid voor de fysieke leefomgeving op basis eisen en verwachtingen van de Omgevingswet en beschrijft het wensbeeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor het jaar 2030. Om hierin het belang van het milieu en de omgeving goed mee te wegen heeft de gemeente besloten om dit Milieueffectrapport (plan-MER) op te stellen. Voor het beoordelen van de effecten van de omgevingsvisie is allereerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld en vervolgens een analyse gemaakt van de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 van de fysieke leefomgeving uitgevoerd (de “foto van Meierijstad”). Deze “foto” is als bijlage 1 opgenomen. De omgevingsvisie behandelt voor een aantal grote uitdagingen, die deels samenvallen met ontwikkelingen op regionale, nationale en internationale schaal spelen en deels met eigen gemeentelijk beleid aangegaan kunnen worden: Agrarische systeemverandering: De agrarische systeemverandering waar de landbouw sector voor staat betreft enerzijds de noodzaak voor vergaande optimalisering van de bedrijfsvoering met meer efficient en duurzaam energieverbruik en anderzijds maatregelen die de uitstoot naar het milieu vermindert en het dierenwelzijn verbetert.
Voor deze optimalisering zijn vergaande aanpassingen en investeringen nodig. Centra: De centra binnen de gemeente staan voor grote uitdagingen met deels overlappende ruimteclaims. De behoefte aan voldoende woonvoorzieningen voor met name ouderen en jongeren, de toenemende winkelleegstand, de bereikbaarheid met goede mobiliteit en parkeervoorzieningen en duurzame energievoorzieningen en klimaatadaptatie zijn hier een aantal voorbeelden van. Verder spelen onderwerpen als het behoud van cultuurhistorie, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid hier ook een rol. Energieopwekking: Een ontwikkeling die al decennia in beeld is, is de uitputting van fossiele brandstoffen. Dit gaat binnen Meierijstad gepaard met klimaatverandering en toenemende hittestress, droogte, en wateroverlast en vereist een toename van nieuwe energiebronnen en -dragers en. In dit verband speelt het nog relatief lage aandeel duurzame energiegebruik en het beperkte aantal laadstations voor electrische auto’s binnen de gemeente eveneens een rol. Openbaar gebied: Het openbaar gebied verdient het om schoon, heel en veilig te zijn. De uitdagingen omvatten het toegankelijk maken hiervan voor ouderen, mindervaliden en gehandicapten, inclusief het verwijderen van onnodige drempels, rolstoeltoegankelijke voorzieningen en aanpassingen voor slechtzienden en blinden.
Tevens speelt bij de inrichting van het openbaar gebied het bevorderen van beweging, veiligheid en gezondheid een rol. Sturingsfilosofie: Dienstverlening is belangrijk voor Meierijstad. De gemeente werkt haar dienstverlening uit op basis van de vijf speerpunten klant centraal, maatwerk, vakmanschap, samen en gastvrij. Communicatie vormt hierbij een belangrijk instrument, zowel ten behoeve van informatievoorziening als voor in inzetten van gedragsverandering. Goed toezicht en handhaving tegen hinderlijke en schadelijke gedragingen speelt daarbij eveneens een belangrijke rol. Woningbouw: De financiële wereld is verbonden met vastgoed en dus ook wonen. De hogere drempel voor een hypotheek en minder middenhuur bij corporaties, laten zien dat middeninkomens problemen ondervinden op de woningmarkt. Daarnaast kampt Meierijstad met een toenemende vraag naar passende
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
62
Vertrouwelijk
woningen voor de groeiende groep ouderen en voor jonge starters op de woningsmarkt, zoals in en rond de centrumgebieden van Meierijstad. Dit plan-MER omvat een omschrijving van de concept omgevingsvisie op hoofdlijnen in hoofdstuk 2; het beoordelingskader dat is gehanteerd om de omgevingseffecten hiervan te beoordelen in hoofdstuk 3; een korte toetsing van de concept omgevingsvisie aan het bereiken van de beleidsdoelen in hoofdstuk 4; een beschrijving van de omgevingseffecten in hoofdstukken 5 - 8; de conclusies van dit Plan-MER en de aanbevelingen voor de definitieve omgevingsvisie in hoofdstuk 9; en tot slot een publieksvriendelijke samenvatting van dit Plan-MER in hoofdstuk 10. Het beoordelingskader - het ‘Rad van Meierijstad’ – dat in dit Plan-MER is gehanteerd bevat per thema de relevante criteria, gegroepeerd tot een overzichtelijk aantal onderwerpen. Deze dekken de leefomgevingsaspecten die zijn beschreven in de Omgevingswet en de specifieke uitdagingen binnen de gemeente.
Beoordelingskader
Tevens is de omgevingsvisie getoetst aan de mate waarin het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de omgevingsvisie (‘ het doelbereik’) waarin de kwaliteiten van de leefomgeving zal worden beïnvloed. Hierbij is aangegeven of de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken bevat die nieuw zijn en waar een duidelijke relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden. Uit deze toetsing volgt dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan de meeste ambities tegemoet te komen. Aspecten waarop de omgevingsvisie nog vatbaar is voor verdere aanscherping zijn, of nog verder operationeel dienen te worden uitgewerkt betreffen: •
Een goede bodemkwaliteit: concrete uitwerking van deze beleidsuitspraken heeft nog niet plaatsgevonden;
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
63
Vertrouwelijk
•
•
•
• •
Een goede waterkwaliteit: de omgevingsvisie verschaft vooralsnog geen verdere uitwerking van de mate waarin voldoende water beschikbaar is, en of aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nodig zijn; Biodiversiteit: De omgevingsvisie verschaft vooralsnog geen verdere uitwerking van de wijze waarop de beleidsvoornemens rond biodiversiteit vormgegeven zullen worden en of aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nog nodig zijn; Behoud cultuurhistorische landschappen: In hoeverre deze landschappelijke waarden voldoende geborgd zijn binnen overige beleidsterreinen, zoals rond de Energieopwekking Buitengebied, is nog de vraag; Circulaire economie: dit thema wordt op verschillende plekken in de omgevingsvisie wordt aangestipt, maar is nog niet expliciet uitgewerkt; Energietransitie: de omgevingsvisie bevat nog geen concrete uitwerking rond de verschillende onderdelen van de energietransitie
De omgevingseffecten van de omgevingsvisie zijn beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten en worden daarmee aandachtspunten meegegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie. Daarbij is de volgende codering gehanteerd: Niveau Omschrijving De omgevingsvisie leidt voor het betreffende criterium tot kansen op positieve effecten op de leefomgeving De omgevingsvisie geeft een wisselend beeld ten aanzien van de effecten voor het betreffende criterium De omgevingsvisie leidt voor het betreffende criterium tot risico’s voor negatieve effecten op de leefomgeving Voor het thema “Mens” concludeert het Plan-MER dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens en gemeentelijke visies. Daarbij leidt de omgevingsvisie in het algemeen leidt tot kansen op positieve effecten op de “mens”-gerelateerde leefomgevingsaspecten. Aandachtspunten die vanuit dit Plan-MER voor het thema “ Mens” worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie zijn de volgende: • Woonaanbod en kwaliteit: De behoefte aan een groei van het woonaanbod en de kwaliteit zal ook de komende jaren een belangrijke uitdaging blijven.
De omgevingsvisie biedt duidelijk kansen op positieve effecten ten aanzien van woningkwaliteit, zoals ook verwoord in de Raadsinformatiebrief uit 2020 rond de implementatie van de Woonvisie. Een verdere onderbouwing hoe de gewenst groei van het woonaanbod en het beleid dat de gemeente hierbij voorstaat, vooral voor starters en ouderen, zou wellicht op zijn plaats zijn. Hierbij zou ook kunnen worden aangesloten bij het beleid rond de centrumgebieden, waar zowel winkelleegstand een rol speelt als de vraag naar meer aanbod van wooneenheden voor starters en ouderen; • Gezonde leefomgeving: Waar eerder de vogelgriep en de Q-koorts uitbraken een rol speelden, bevestigt de recente COVID-19 uitbraak het urgente belang van het creëren van voorwaarden voor een gezonde leefomgeving. Ook gezien de maatschappelijke bezorgdheid rond dit thema wordt aanbevolen dit thema verder te diepen en concreter te maken in de omgevingsvisie; • Voorzieningen: De omgevingsvisie omvat verschillende beleidsvisies rond voorzieningen, in het bijzonder rond de centrum stedelijke voorzieningen, mobiliteitsvoorzieningen, culturele en speelvoorzieningen en buitensport voorzieningen in en aan de randen van de kernen. Echter,
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
64
Vertrouwelijk
•
expliciete beleidsmaatregelen rond de dorpsvoorzieningen zouden verder kunnen worden uitgediept, om daarmee het risico weg te nemen dat deze verder zullen verslechteren; Mobiliteit en bereikbaarheid: De omgevingsvisie onderstreept dat elektrische auto’s aan een opmars bezig zijn. Daarbij wordt de verwachting uitgesproken dat het wagenpark in 2030 niet vergaand geëlektrificeerd zal zijn, maar dat toch de elektrische auto’s om aanpassingen van infrastructuur en oplaadpunten vragen. Dit onderwerp zou beleidsmatig verder kunnen worden uitgewerkt, om daarmee de voorwaarden de scheppen voor een groei van het aantal laadpalen binnen de gemeenten en daarmee het elektrisch rijden voldoende zal worden gefacilieerd.
Voor het thema “Economie” concludeert het Plan-MER dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens. Meierijstad behoort samen met andere middelgrote steden in het netwerk ‘Midsize Brabant’ en de regio Eindhoven (Brainport) tot de trekpaarden van de Brabantse economie. De omgevingsvisie maakt zich sterk om samen met het bedrijfsleven voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid te blijven zorgen. Food blijft de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. Een aandachtspunt die vanuit dit Plan-MER voor het thema “Economie” kan worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie betreft de dalende agrarische werkgelegenheid als gevolg van de transitie van de sector en vanwege mechanisering en automatisering. In het besef dat werkgelegenheid vooral een zaak is van de private sector waar de gemeente slechts geringe invloed op heeft, zou deze uitdaging beleidsmatig wellicht toch wat concreter kunnen worden uitgewerkt. Voor het thema “Milieu” concludeert het Plan-MER dat de concept omgevingsvisie goed aansluit bij de diverse sectoren van de gemeente zoals uitgewerkt in verscheidene beleidsvoornemens en gemeentelijke visies.
Daarbij leidt de omgevingsvisie veelal tot kansen op positieve milieueffecten. Aandachtspunten die vanuit dit Plan-MER voor het thema “Milieu” kunnen worden meegegeven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie zijn de volgende: • Emissie en energie: Emissies van Ammoniak (NH3) komt voor het overgrote deel uit mestproductie van de veeteelt. Voor de intensieve veeteelt streeft de omgevingsvisie er in het algemeen naar om de intensieve veehouderij te bewegen richting een lagere milieubelasting met minder uitstoot van stikstof. Het echter wordt aanbevolen om dit thema verder uit te werken en daarmee meer richting te geven hoe deze risico’s, in samenwerking met alle betrokkenen, weggenomen kunnen worden; • Bodem en water: De bodemkwaliteit van Meierijstad scoort relatief slecht en wordt bedreigd door vermesting, verzuring en de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen en bestrijdingsmiddelen. De omgevingsvisie streeft in algemene termen om ervoor te zorgen dat in 2030 bij alle activiteiten de bodem- en waterkwaliteit per saldo minimaal gelijk blijft. Gezien de uitdagingen die er op het vlak van bodemkwaliteit liggen, wordt echter aanbevolen om de betreffende beleidsvoornemens nader uit te werken, waardoor meer zicht ontstaat op het daadwerkelijk verbeteren van de bodemkwaliteit.
Bij het opstellen van de omgevingsvisie is het aan de gemeente zelf om te bepalen in hoeverre bovenstaande conclusies en aanbevelingen uit de Plan-MER worden meegenomen. Dit is afhankelijk van de beleidskeuzen die de gemeente voorstaat en de afweging die hierbij gemaakt zijn ten aanzien van de verschillende beleidsonderwerpen en de wellicht soms tegenstrijdige belangen. Het doel van dit PlanMER is niet om deze keuzes aan te reiken, maar om de gemeente in staat te stellen van het belang van het milieu en de leefomgeving zorgvuldig mee te wegen bij het vaststellen van de definitieve omgevingsvisie.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
65
Vertrouwelijk
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
66
Vertrouwelijk
A1
12/1/2020
Bijlage 1 – De foto van de leefomgeving
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004 BIJLAGEN