B8c Milieueffect rapport.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Plan-MER voor de omgevingsvisie Meierijstad Versie 2020-04 Klant:
Meierijstad
Referentie: BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004 Status:
S0/P01.04
Datum:
12/1/2020
Vertrouwelijk
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Netherlands Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Plan-MER voor de omgevingsvisie Meierijstad Ondertitel: PlanMER OV Referentie: BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004 Status: P01.04/S0 Datum: 12/1/2020 Projectnaam: Plan-MER OV Projectnummer: BG5216-101-100 Auteur(s): Jeroen Kool
Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Vertrouwelijk
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
i
Vertrouwelijk
Inhoud 1
Inleiding
1
2
De concept omgevingsvisie op hoofdlijnen
2
2.1
De plaats van Meierijstad in de wereld en de regio
2
2.2
De uitdagingen van Meierijstad
3
2.3
De ambitie en hoofddoelen van de omgevingsvisie
5
2.4
De beleidsinhoud voor de gebiedstypologieën op hoofdlijnen
6
3
Beoordelingskader
11
3.1
De reikwijdte: beoordelingskader en methodiek
11
3.2
Het detailniveau: criteria en indicatoren
12
4
Toetsing omgevingsvisie aan doelbereik
17
4.1
Inleiding
17
4.2
Behoud en herstel van basale waarden
17
4.3
Werken met vliegwielen
19
4.4
Goede omgevingskwaliteit
21
4.5
Conclusies van de toetsing aan het doelbereik
21
5
Werkwijze effectbeschrijving van de omgevingsvisie
23
6
Effectbeschrijving voor het thema “Mens”
24
6.1
Effecten op erfgoed en cultuurhistorie
24
6.2
Effecten op het woonaanbod en kwaliteit
26
6.3
Effecten op de gezonde leefomgeving
27
6.4
Effecten op veilige leefomgeving
30
6.5
Effecten op de voorzieningen
31
6.6
Effecten op mobiliteit en bereikbaarheid
34
7
Effectbeschrijving voor het thema “Economie”
36
7.1
Effecten op welvaart en welbevinden
36
7.2
Effecten op het vestigingsklimaat
38
7.3
Effecten op de bedrijvigheid
40
7.4
Effecten op de landbouw
42
7.5
Effecten op Toerisme en recreatie
44
8
Effectbeschrijving voor het thema “Milieu”
46
8.1
Effecten op uitstoot en energie
46
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
ii
Vertrouwelijk
8.2
Effecten op bodem en water
48
8.3
Effecten op natuur en biodiversiteit
49
8.4
Effecten op klimaatadaptatie
51
8.5
Effecten op de omgevingskwaliteit
53
9
Conclusies en aanbevelingen
56
9.1
Het Rad van Meierijstad
56
9.2
Aanzet tot monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie
61
10
Publieksvriendelijke samenvatting
62
Tabellen Tabel 1 – Beoordelingskader
13
Tabel 2 – Schaallat voor de effectbeoordeling
23
Tabel 3 – Beoordeling van de effecten op erfgoed en de cultuurhistorie in Meierijstad
24
Tabel 4 – Beoordeling van de effecten op het woonaanbod en de kwaliteit in Meierijstad
26
Tabel 5 – Beoordeling van de effecten op een gezonde leefomgeving binnen Meierijstad
27
Tabel 6 – Beoordeling van de effecten op de veilige leefomgeving
30
Tabel 7 – Beoordeling van de effecten op de voorzieningen van Meierijstad
32
Tabel 8 – Beoordeling van de effecten op de mobiliteit en bereikbaarheid van Meierijstad
34
Tabel 7 – Beoordeling van de effecten op de welvaart en welbevinden binnen Meierijstad
36
Tabel 3 – Beoordeling van de effecten op het vesitigingsklimaat binnen Meierijstad
38
Tabel 9 – Beoordeling van de effecten op de bedrijvigheid binnen Meierijstad
40
Tabel 10 – Beoordeling van de effecten op de landbouw binnen Meierijstad
42
Tabel 11 – Beoordeling van de effecten op het toerisme en de recreatie binnen Meierijstad
44
Tabel 12 – Beoordeling van de effecten op de uitstoot en de energie binnen Meierijstad
46
Tabel 13 – Beoordeling van de effecten op bodem en water binnen Meierijstad
48
Tabel 14 – Beoordeling van de effecten op de natuur en de biodiversiteit binnen Meierijstad
49
Tabel 15 – Beoordeling van de effecten op de klimaatadaptatie van Meierijstad
51
Tabel 16 – Beoordeling van de effecten op de omgevingskwaliteit van Meierijstad
53
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
iii
Vertrouwelijk
Figuren Figuur 1 - Het “Rad van Meierijstad”
11
Figuur 2 – De rad van Meierijstad voor het thema “Mens”
56
Figuur 3 – Het Rad van Meierijstad voor het thema “Economie”
58
Figuur 4 – Het Rad van Meierijstad voor het thema “Milieu”
60
Bijlagen A1
12/1/2020
Bijlage 1 – De foto van de leefomgeving
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
iv
Vertrouwelijk
1
Inleiding
De gemeente Meierijstad heeft met het oog op de komst van de Omgevingswet een concept omgevingsvisie opgesteld. Dit bevat het beleid voor de fysieke leefomgeving op basis eisen en verwachtingen van de Omgevingswet en beschrijft het wensbeeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor het jaar 2030. Om hierin het belang van het milieu en de omgeving goed mee te wegen heeft de gemeente besloten om eveneens een Milieueffectrapport (plan-MER) op te stellen. Het proces dat hiervoor doorlopen liep parallel aan dat van de visievorming en heeft tot doel om aandachtspunten mee te geven voor de verdere uitwerking van de definitieve omgevingsvisie. Concrete uitwerking en ruimtelijke toekenning van de beleidsdoelen van de omgevingsvisie zal plaatsvinden in de vorm van een omgevingsplan, in overeenstemming met de eisen van Omgevingswet. Effecten hiervan op de fysieke leefomgeving kunnen in dit Plan-MER daarom slechts ten dele in detail worden beschreven. Het zorgvuldig meewegen van het belang van het milieu en de leefomgeving is toch nuttig en wenselijk ter ondersteuning en aanscherping van de definitieve omgevingsvisie.
Voor het beoordelen van de effecten van de omgevingsvisie is allereerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld en vervolgens een analyse gemaakt van de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 van de fysieke leefomgeving uitgevoerd (de “foto van Meierijstad”). Deze “foto” is als bijlage 1 opgenomen. Het voorliggende rapport betreft het concept Plan-MER voor de omgevingsvisie van Meierijstad en omvat een omschrijving van de concept omgevingsvisie op hoofdlijnen in hoofdstuk 2; het beoordelingskader dat is gehanteerd om de omgevingseffecten hiervan te beoordelen in hoofdstuk 3; een korte toetsing van de concept omgevingsvisie aan het bereiken van de beleidsdoelen in hoofdstuk 4; een beschrijving van de omgevingseffecten in hoofdstukken 5 - 8; de conclusies van dit Plan-MER en de aanbevelingen voor de definitieve omgevingsvisie in hoofdstuk 9; en tot slot een publieksvriendelijke samenvatting van dit PlanMER in hoofdstuk 10.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
1
Vertrouwelijk
2
De concept omgevingsvisie op hoofdlijnen
2.1
De plaats van Meierijstad in de wereld en de regio
Meierijstad is qua oppervlakte de grootste gemeente in Noord-Brabant. En met circa 80.000 inwoners, verdeeld over dertien kernen, de zevende gemeente wat inwonertal betreft. Meierijstad is daarmee een aantrekkelijke groene middelgrote agglomeratie, centraal gelegen tussen de stedelijke kernen Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Oss. Een toonbeeld van het ‘Brabantse mozaïek’ en een proeftuin voor innovatie in combinatie met een aantrekkelijke en veilige leefomgeving. Meierijstad omvat een vitaal landschap met aantrekkelijke groene parels en natuurgebieden, waaronder het beekdal de Aa en het beekdal de Dommel, die in verbinding staan met het Natuurnetwerk Brabant. Met bijna 45.000 arbeidsplaatsen in toonaangevende (inter)nationale bedrijven in food, feed en logistiek en in het midden- en kleinbedrijf is Meierijstad ook een regionaal economisch centrum en behoort tot de top van de zakensteden in Nederland. Samen met andere middelgrote steden in het netwerk Midsize Brabant en de regio Eindhoven (Brainport) behoort Meierijstad tot de trekpaarden van de NoordBrabantse economie. Meierijstad is toonaangevend als AgriFood Capital, waarbij food de verbindende factor is. Meierijstad is daarnaast een bestuurskrachtige gemeente en stimuleert burgerparticipatie.
Als ambassadeur en lobbyist behartigt zij de belangen van haar inwoners en bedrijven en is een actieve partner in talrijke samenwerkingsrelaties. De bestuurders en de ambtelijke organisatie van Meierijstad zijn herkenbaar, betrokken en staan dicht bij de inwoner. De ambitie is om daarbij een klantvriendelijke, resultaatgerichte, laagdrempelige, servicegerichte dienstverlening aan te bieden. Meierijstad wenst daarbij een veilige leefomgeving voor iedereen, zowel in wijken, buurten, dorpen als ook op bedrijventerreinen. Hierbij kiest ze voor een integrale benadering, inclusief sociale veiligheid en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De gemeente geeft veel ruimte aan de inwoners om zelf vorm te geven aan hun leven en omgeving. Ze stimuleert, ondersteunt en versterkt leefbaarheid in wijken en dorpen, via onder meer het leefbaarheidsbudget, en wil sociale uitsluiting en eenzaamheid voorkomen. De gemeente investeert daarnaast in een intensieve samenwerking met ondernemers en onderwijs. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is daarbij een uitgangspunt. In het buitengebied zoekt de gemeente een balans tussen wonen, werken en leven en geeft daarvoor, naast de agrarische sector als belangrijke economische drager, ruimte aan andere functies en vormen van economie. De gemeente gaat wateroverlast en verdroging tegen door waterberging en ontkoppeling van riolering.
Samen met regiogemeenten en waterschappen wordt periodiek aandacht gevraagd voor het omgaan met water om daarmee het waterbewustzijn te vergroten en verantwoordelijkheden van zowel gemeente, waterschap en particulier duidelijk te maken. De gemeente kent een rijk aanbod aan lager, middelbaar en hoger onderwijs. Ze stimuleert een goede aansluiting tussen vroeg- en voorschoolse voorzieningen, het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs om arbeidsmarkt en onderwijs goed bij elkaar aan te laten sluiten, voortbouwend op de al bestaande en intensieve samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs. Verdere aansluiting bij de universiteiten van Eindhoven en Tilburg wordt gezocht.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
2
Vertrouwelijk
Meierijstad streeft verder naar optimale bereikbaarheid en verkeersveiligheid in het besef dat de openbare ruimte de leefbaarheid vergroot. Daarbij kiest ze voor een goede bereikbaarheid van kernen, wijken en bedrijventerreinen en verbetering van de verkeersveiligheid binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. Meierijstad kent een breed aanbod aan sport die voor iedereen toegankelijk is. Door slimme combinaties van cultuur, economische dragers, educatie en beleving stimuleert de gemeente uitdagende ontspanningsmogelijkheden. Meierijstad wil een gunstig vestigingsklimaat voor creatieve mensen blijven en kunst zichtbaar en toegankelijk houden voor een zo breed mogelijk publiek en wil daarbij een toeristische schakel zijn tussen het Groene Woud en de Maashorst. Na de fusie van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel op 1 januari 2017 zijn de leidende thema’s van beleid en de ambities voor de huidige bestuursperiode (2017 – 2022): participatie; leefbaarheid; innovatie; duurzaamheid; en gezondheid. Daarbij staan de maakbaarheid, betaalbaarheid en haalbaarheid van de beleidsmaatregelen centraal.
2.2
De uitdagingen van Meierijstad
2.2.1
De Grote opgaven
Meierijstad staat voor een aantal grote opgaven, die deels samenvallen met ontwikkelingen op regionale, nationale en internationale schaal spelen en deels met eigen gemeentelijk beleid aangegaan kunnen worden. Rond deze grote uitdagingen is de effectbeoordeling, met de uitwerking in criteria en indicatoren, daarom met extra aandacht uitgewerkt. Hieronder volgt een overzicht. Agrarische systeemverandering De agrarische systeemverandering waar de landbouw sector voor staat betreft enerzijds de noodzaak voor vergaande optimalisering van de bedrijfsvoering met meer efficient en duurzaam energieverbruik en anderzijds maatregelen die de uitstoot naar het milieu vermindert en het dierenwelzijn verbetert. Voor deze optimalisering zijn vergaande aanpassingen en investeringen nodig. Centra De centra binnen de gemeente staan voor grote uitdagingen met deels overlappende ruimteclaims. De behoefte aan voldoende woonvoorzieningen voor met name ouderen en jongeren, de toenemende winkelleegstand, de bereikbaarheid met goede mobiliteit en parkeervoorzieningen en duurzame energievoorzieningen en klimaatadaptatie zijn hier een aantal voorbeelden van. Verder spelen onderwerpen als het behoud van cultuurhistorie, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid hier ook een rol. Energieopwekking Een ontwikkeling die al decennia in beeld is, is de uitputting van fossiele brandstoffen.
Dit gaat binnen Meierijstad gepaard met klimaatverandering en toenemende hittestress, droogte, en wateroverlast en vereist een toename van nieuwe energiebronnen en -dragers en. In dit verband speelt het nog relatief lage aandeel duurzame energiegebruik en het beperkte aantal laadstations voor electrische auto’s binnen de gemeente eveneens een rol. Openbaar gebied Het openbaar gebied verdient het om schoon, heel en veilig te zijn. De uitdagingen omvatten het toegankelijk maken hiervan voor ouderen, mindervaliden en gehandicapten, inclusief het verwijderen van onnodige drempels, rolstoeltoegankelijke voorzieningen en aanpassingen voor slechtzienden en blinden. 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
3
Vertrouwelijk
Tevens speelt bij de inrichting van het openbaar gebied het bevorderen van beweging, veiligheid en gezondheid een rol. Sturingsfilosofie Dienstverlening is belangrijk voor Meierijstad. De gemeente werkt haar dienstverlening uit op basis van de vijf speerpunten klant centraal, maatwerk, vakmanschap, samen en gastvrij. Communicatie vormt hierbij een belangrijk instrument, zowel ten behoeve van informatievoorziening als voor in inzetten van gedragsverandering. Goed toezicht en handhaving tegen hinderlijke en schadelijke gedragingen speelt daarbij eveneens een belangrijke rol. Woningbouw De financiële wereld is verbonden met vastgoed en dus ook wonen. De hogere drempel voor een hypotheek en minder middenhuur bij corporaties, laten zien dat middeninkomens problemen ondervinden op de woningmarkt. Daarnaast kampt Meierijstad met een toenemende vraag naar passende woningen voor de groeiende groep ouderen en voor jonge starters op de woningsmarkt, zoals in en rond de centrumgebieden van Meierijstad.
2.2.2
Overige uitdagingen
In aanvullingen op bovengenoemde grote uitdagingen spelen de volgende uitdagingen binnen de gemeente eveneens een rol. Grondstoffen en bodemkwaliteit Schaarste en instabiliteit door prijsschommelingen doen zich voor bij vele grondstoffen. Aandacht verdient bijvoorbeeld het gebruik van fosfaat in de vorm van kunstmest. Het fosfaat afkomstig uit de agrarische sector, maar ook wel uit vaatwastabletten, draagt (via bloei en afbraak van algen) bij aan minder zuurstof in oppervlaktewateren. Ook afnemende bodemkwaliteit en vruchtbaarheid als gevolg van het hoge gebruiksniveau van bestrijdingsmiddelen, bemesting en kunstmest binnen de gemeente speelt hierbij een rol. Digitalisering Technologie en handel belangrijke onderdelen van de economie van Meierijstad en raakt meer en meer doortrokken van automatisering, digitalisering, informatisering, robotisering. Meierijstad ziet daarvan effecten in welke arbeid er verrichten wordt en hoe, in ontspanning en cultuur, in zorg en welzijn. Een krimpende vraag naar werknemers in administratieve beroepen is daar een voorbeeld van. Schaalvergroting De globalisering van de economie heeft de kosten op arbeidsdeling verlaagd en bijgedragen aan een hoog niveau van welvaart. Maar ook de nadelen hiervan zijn voelbaar.
Er zijn grote wederzijdse afhankelijkheden, waardoor productieketens zijn lang en consument ook in andere zin dan fysiek een grotere afstand voelt tot de oorsprong van het product. Die lange ketens vereisen ook veel vervoer, bijna volledig op fossiele brandstoffen. Tegen die achtergrond kent Meierijstad tegengestelde trends en uitdagingen. Bijvoorbeeld eerlijke handel en certificering daarvan. Consumenten staan in toenemende mate open voor regionale, eerlijke, biologische en vegetarische producten. Maar ook een toenemende flexibele schil van werknemers die alleen tijdelijke banen kunnen krijgen. Gemarginaliseerde werknemers kunnen kwetsbaarder zijn ook bij ziekte en pensioen, en minder kansrijk op de woningmarkt. Financiering Door de financiële crisis van 2007-2008 en de jarenlange, zeer lage rente is de financiële sector sterk veranderd. Banken moeten bijvoorbeeld meer kapitaal aanhouden. Tegelijkertijd moeten ze 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
4
Vertrouwelijk
kredietaanvragen strenger beoordelen en ze verdienen weinig aan de kredietverlening. Dit gekoppeld aan de recente Corona crisis en het toenemende internetwinkelen staat de economie voor grote uitdagingen, zoals deel te zien is aan de relatief hoge winkelleegstand in de centra. Bevolking en diversiteit Immigratie heeft een fors aandeel gekregen in de bevolkingsgroei van Nederland. In recente jaren bestaat immigratie binnen Meierijstad vooral uit arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europese landen, waardoor een diversiteit aan talen, culturen en religieuze stromingen is ontstaan. Hiermee verkeren mensen ook in een bubble van gelijkgestemden in hun gebruik van sociale media en de televisieprogramma’s die ze bekijken. Dan kan pluraliteit ook fragmentatie worden. Participatiesamenleving Door een gedaald geboortecijfer, langere schoolloopbanen en gestegen levensverwachting is de beroepsbevolking relatief kleiner, met een toenemende lastendruk tot gevolg. Daarnaast wordt verwacht dat oudere mensen langer zelfstandig thuis wonen. Ook is de verwachting dat kwetsbare mensen eerst zoeken naar hulp van hun familie, buren of sociaal netwerk. Daarmee is mantelzorg een belangrijke onderdeel en uitdaging geworden binnen de participatiesamenleving, ook in Meierijstad.
Verder speelt een rol dat ouderen in de dorpen gesteld staan voor een afnemende beschikbaarheid van zorg, winkels en vrijetijdsvoorzieningen in de directe omgeving. Overige uitdagingen Verdere uitdagingen waar Meierijstad voor staat betreft ondermeer het verhogen van de modal split, de bereikbaarheid per openbaar vervoer en de gewenste versterking van het verblijfstoerisme binnen de gemeente.
2.3
De ambitie en hoofddoelen van de omgevingsvisie
De doelstellingen van de omgevingsvisie betreffen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften, waaronder een duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het maken van één integrale omgevingsvisie verschaft de gemeente Meierijstad de gelegenheid om een goede kwaliteit van de leefomgeving te behouden en tegelijkertijd ruimte te bieden voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen en daarin richting en samenhang te brengen. Op dit moment heeft de gemeente een groot aantal (sectorale) visies en plannen voor onderdelen van de fysieke leefomgeving. Hoewel deze stuk voor stuk een noodzakelijk antwoord geven op relevante uitdagingen, bieden deze niet een volledig samenhangend beeld van leefomgeving. Dit vindt plaats in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie richt zich op het jaar 2030 en beoogt voldoende flexibiliteit te bieden om veranderende omstandigheden, inzichten en initiatieven van buiten te kunnen volgen en benutten. Vervolgens worden in het omgevingsplan keuzes scherper uitgewerkt om richting te geven aan het sectorale en ruimtelijke beleid dat wordt vastgesteld.
De hoofddoelen van voorgestane integrale beleid, zoals weergeven in de concept omgevingsvisie, hebben betrekking op: • het behoud en herstel van basale waarden, zoals een goede bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit en behoud van cultuurhistorische waarden; 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
5
Vertrouwelijk
•
•
het werken met vliegwielen in termen van duurzame ontwikkeling, de energietransitie en circulaire economie, een agrarische systeemverandering, grotere ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde en een evenwichtigere toedeling van functies aan specifieke locaties het waarborgen van een goede omgevingskwaliteit en gezondheid, zoals een goede luchtkwaliteit, leefbaarheid, veiligheid, leefmilieu en bereikbaarheid.
Voor de energievoorziening, de volksgezondheid, het natuurbehoud, het grondstoffengebruik, de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van onze omgeving is een verstrekkende transitie nodig. De Duurzaamheidsvisie Meierijstad, “ Samen werken aan een duurzaam Meierijstad in 2050” geeft daarvoor als prioriteiten: energiebesparing in de gebouwde omgeving en meer opwekking van duurzame energie; verduurzamen van de bedrijvigheid; tegengaan van de verspilling en het restafval; vergroten van de leefbaarheid door het voorkomen van zwerfafval en afvaldump en een grotere biodiversiteit met meer groen en goede voorbereiding op klimaatveranderingen; en het vergroten van de bewustwording van de inwoners en bedrijven op deze vlakken. Deze duurzaamheidsvisie is gericht op CO2-neutraliteit in 2050. Dat vereist compensatiemaatregelen zodat er geen netto emissies meer van CO2 optreden. Deze voornemens en hoofdzaken van Meierijstad sluiten aan bij de opgaven volgens de rijksoverheid en de provincie Noord-Brabant. In het kader van het project ‘Vitaal buitengebied’ heeft de gemeente een landschapsanalyse gemaakt die voor wat betreft haar beschrijving van de bodemsoorten, het reliëf, de waterhuishouding en het ontstaan van de landschappen wordt overgenomen in de omgevingsvisie.
De uitdaging is een duurzame balans te vinden tussen de beekdalen en andere natte gebieden, de bossen, de bolle akkers, de onverharde wegen, de planten en dieren die er leven met de mensen die er wonen, werken en recreëren.
2.4
De beleidsinhoud voor de gebiedstypologieën op hoofdlijnen
Bovengenoemde ambities zijn in de concept omgevingsvisie uitgewerkt in acht verschillende gebiedstypologieën die binnen de gemeentegrens zijn onderscheiden, waarbij bepaalde ambities in verschillende typologieën terugkomen, zoals water en biodiversiteit. Gebiedstypologie i. landelijk gebied, hoofdfunctie natuur De gebiedstypologie landelijk gebied kent als hoofdfunctie de natuur. Centraal staat hier de bescherming en herstellen van landschap, natuur, water, overige activiteiten onder zware voorwaarden (wellicht geen zonneweides, biologische landbouw, extensieve veeteelt, of recreatief verblijf), vasthouden en bergen water, nachtelijk duister, en meer. De omgevingsvisie streeft daarbij naar: • basale waarde: goede waterkwaliteit; • basale waarde: goed beheer van de waterkwantiteit, in het bijzonder waterberging; • basale waarde: goede biodiversiteit; • basale waarde: behoud cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen, in het bijzonder de zorg voor het landschap; • vliegwiel: energietransitie, in het bijzonder de aanleg van bodemenergiesystemen; • omgevingskwaliteit: verbetering van het leefmilieu, in het bijzonder waterkwaliteit. Dit houdt in dat de bodem, het cultuurhistorische landschap, monumenten, andere cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en cultuurhistorisch waardevolle objecten worden gerespecteerd.
De waterkwaliteit zal worden verbeterd en de biodiversiteit hersteld. De drinkwaterwinning wordt beschermd. Wateropvang en waterberging zullen verder gerealiseerd worden. Waar dat met respect voor het landschap ingepast kan worden, kunnen er houtproductie, extensieve dagrecreatie en energieopwekking plaatsvinden.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
6
Vertrouwelijk
De omgevingsvisie stelt hierbij beperkingen en randvoorwaarden voor andere functies of activiteiten, zoals bebouwing, economische exploitatie, gemotoriseerd verkeer en geluidproductie. Het is verder niet wenselijk om zandwegen te verharden, woningen te bouwen, verblijfsrecreatie te ontwikkelen of om evenementen met geluidproductie te organiseren. De randvoorwaarden voor agrarische bedrijven geven aan er plaats is voor boeren die de rol van landschapsbeheerder willen vervullen, met bedrijven die natuurinclusief, biologisch of biodynamisch functioneren, die geen zwaar materieel laten rijden en bij voorkeur elektrische aandrijving gebruiken, bedrijven die ook beantwoorden aan het ideaal van kringlooplandbouw. Hiermee kunnen deze bedrijven met landschapsbeheer en energieopwekking ook zorgen voor neveninkomsten. Het omgevingsbeleid zoals uitgewerkt in deze gebiedstypologie zal verder uitgewerkt worden in een Omgevingsplan en in uitvoeringsprogramma’s, zoals wellicht in een programma natuurontwikkeling. Gebiedstypologie ii. Landelijk gebied - agrarisch Centraal staat hier de voedselproductie, energieopwekking, vasthouden en bergen van water, landschapsbehoud maar met lichte voorwaarden, recreatie zonder specifieke bescherming fietsers en wandelaars, wonen onder zware voorwaarden, nachtverlichting op het eigen erf maar geen kruispuntverlichting.
Ook de jonge heideontginning leent zich er wellicht voor om agrarisch kerngebied te blijven, wel met aandacht voor de struweel- en weidevogels. Voor de gebiedstypologie landelijk gebied agrarisch streeft de omgevingsvisie naar: • basale waarde: goede bodemkwaliteit; • basale waarde: goede biodiversiteit, in het bijzonder voor wat betreft de exploitatie van het landelijk gebied; • vliegwiel: agrarische systeemverandering; • omgevingskwaliteit: bescherming en bevordering van de gezondheid, in het bijzonder emissies; • omgevingskwaliteit: goede luchtkwaliteit, in het bijzonder emissies; • omgevingskwaliteit: verbetering van het leefmilieu, in het bijzonder luchtkwaliteit. Boeren hebben een centrale positie in het landelijk gebied – agrarisch en dit levert de gemeente veel op in termen van voedselproductie en landschapsbeheer, economisch voordeel voor de boeren, toeleveranciers en dienstverleners van agrarische bedrijven. Varkens- en pluimveebedrijven van de intensieve veehouderij kunnen hier gevestigd zijn. Dat geldt ook voor rundveebedrijven. Ook is ruimte voor teelt ondersteunende voorzieningen. De uitstraling en effecten van de agrarische bedrijvigheid betekenen dat deze gebiedstypologie minder geschikt is voor recreatie of wonen. Er zijn immers geur en geluid van stallen en erven. En er is verkeer van landbouwmachines.
Naast voedselproductie en agrarisch verwante bedrijvigheid verschaft het landelijk gebied – agrarisch ook ruimte voor duurzame energieopwekking. De omgevingsvisie stelt hierbij duidelijke duurzaamheidseisen: tegen 2030 een 30% lager energiegebruik ten opzichte van dat in 2018; maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en het ontzien van de bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit. Tegen 2050 gaat het om een einde aan (rest)afval en verspilling, emissieloze vervoersbewegingen en bedrijvigheid. Ook het zorgen voor schone lucht, waarbij intensieve veehouderij en zoönose werden genoemd, en het reduceren van geur- en geluidsoverlast zijn voorwaarden. De gemeente realiseert zich dat de beleidsdoelen van duurzaamheid en gezondheid leiden tot strengere randvoorwaarden, terwijl boeren al geconfronteerd worden met veel regels, hoge kosten en soms lage inkomsten. Uit deze beknellende situatie is te ontsnappen door een agrarische systeemverandering. Dit
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
7
Vertrouwelijk
omvat vergaande optimalisering van productieprocessen met afnemend gebruik van fossiele brandstoffen en emissies naar bodem, lucht en water en verder het versterken van de kringlooplandbouw. Ook worden bijpassende normen voor geur en fijnstof gesteld. Vanwege gezondheidsrisico’s zal binnen een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen geen woningen worden toegestaan. Bij het verminderen van emissies is de gemeenten ook afhankelijk van het beleid van rijk en de provincie. De gemeente zet tevens in op regionale samenwerking, zoals met NOB/AFC en via de Regiodeal, en op voorlichting richting de boeren en voedselconsumenten. Gebiedstypologie iii. landelijk gebied - verweving van functies Centraal staat hier de voedselproductie, energieopwekking, vasthouden en bergen water, landschapsbehoud en verbetering, maar met middelzware voorwaarden, recreatie met veilige routes fietsers en wandelaars, wonen onder middelzware voorwaarden, startende bedrijfjes tijdelijk in VABs, recreatie in VABs, nachtelijk duister maar wel kruispuntverlichting. Hierbij kunnen vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen wellicht ook ruimte geven aan innovatie en startende ondernemingen.
De omgevingsvisie streeft daarbij naar: • basale waarde: behoud cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen, in het bijzonder de zorg voor het landschap; • omgevingskwaliteit: bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid, in het bijzonder landelijk wonen; • omgevingskwaliteit: bereikbaarheid, in het bijzonder landbouwverkeer. In deze gebiedstypologie wordt voedselproductie, energieopwekking, vasthouden van water, landschapsbehoud met gelegenheid voor enige ontwikkeling gecombineerd, waarin nachtelijk duister belangrijk is. Recreatie met veilige routes voor fietsers en wandelaars en wonen zijn onder voorwaarden zijn toegestaan. De bescherming en aanplant van bomen langs de wegen worden gestimuleerd. Ook is ruimte voor recreatieve ontwikkeling van de Vlagheide en de Kienehoef, maar verstedelijking wordt hier niet toegestaan. Gebiedstypologie iv. Centrum dorps Dit betreft de centra van Schijndel, Sint-Oedenrode en Erp, en de harten van de kleinere kernen Boskant, Olland, Nijnsel, Wijbosch, Keldonk, Boerdonk, Mariaheide, Zijtaart, Eerde. De leefbaarheid, bereikbaarheid en voorzieningen spelen hierin een belangrijke rol.
De omgevingsvisie streeft hierbij naar: • basale waarde: goed beheer van de waterkwantiteit, in het bijzonder het beperken van wateroverlast; • basale waarde: behoud cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen, in het bijzonder de zorg voor cultuurhistorie; • vliegwiel: ruimtelijke kwaliteit in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, in het bijzonder welstand; • omgevingskwaliteit: bescherming en bevordering van de gezondheid, in het bijzonder het stimuleren van bewegen; • omgevingskwaliteit: bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid, in het bijzonder het openbaar gebied; • omgevingskwaliteit: veiligheid, in het bijzonder verkeersveiligheid; • omgevingskwaliteit: maatschappelijk behoeften vervullen, in het bijzonder detailhandel, kleine evenementen en toegankelijkheid voor minder validen; • omgevingskwaliteit: bereikbaarheid, in het bijzonder verkeersveiligheid, fijnmazig openbaar vervoer, vraagafhankelijk collectief vervoer, stadsdistributie en parkeren.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
8
Vertrouwelijk
In deze gebiedstypologie wordt ingezet op het behoud van cultuurhistorie en monumenten, ruimtelijke kwaliteit en welstand, gezondheid en bewegen, maar ook van de bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid, de verkeersveiligheid en voorzieningen zoals detailhandel en horeca en het faciliteren bij de transformatie en herbestemming van commerciële lokaties. Verder wil de gemeente inwoners hier aanzetten tot meer bewegen in de openbare ruimte. Gebiedstypologie v. Centrum stedelijk gebied Deze gebiedstypologie heeft betrekking op Veghel-Centrum, het gebied Heilig Hartplein – Noordkade en het direct aansluitend woongebied. De doelstellingen van de Centrumvisie Meierijstad, zoals in oktober 2018 vastgelegd, zijn hierop vooral van toepassing. De omgevingsvisie streeft hierbij naar: • vliegwiel: ruimtelijke kwaliteit in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, in het bijzonder de transformatie van vastgoed; • omgevingskwaliteit: bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid, in het bijzonder het tegengaan van criminaliteit; • omgevingskwaliteit: veiligheid, in het bijzonder het tegengaan van criminaliteit; • omgevingskwaliteit: maatschappelijk behoeften vervullen, in het bijzonder kunst, cultuur en grote evenementen; • omgevingskwaliteit: bereikbaarheid, in het bijzonder hoogwaardig openbaar vervoer.
De gemeente houdt hierbij zicht op (potentiële) transformatielocaties en -gebieden. Met het oog op het culturele erfgoed of de concentratie van de detailhandel in de centra kan de gemeente ervoor kiezen om initiatieven te steunen waarbij een gebouw wordt getransformeerd tot woonruimte. Samen met de provincie werkt Meierijstad aan enkele grote transformaties, zoals in de bebouwde kom van Veghel, de Noordkade / Havenkwartier en het Zrs. Franciscanessen / Kloosterkwartier. Verder spelen het cultuur- en foodcluster en de grote evenementen hier een rol, eveneens enkele stedelijk getinte woonmilieus en de beleidsdoelen tegen zwerfafval. Gebiedstypologie VI. Verstedelijkt (woon)gebied Dit betreft woonwijken en voorzieningen van Sint-Oedenrode, Schijndel, Veghel en Erp, en een groot deel van de kleinere kernen. Inbegrepen zijn ook bepaalde voorzieningen die in alle kernen gevonden kunnen worden. Dat geldt in ieder geval voor de buitensportaccommodaties in de kernen en aan de randen van kernen. Een evenwichtig woonaanbod met passende voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte en een veilige leefomgeving spelen hierbij een belangrijke rol. De omgevingsvisie streeft hierbij naar: • • • • • •
basale waarde: goed beheer van de waterkwantiteit, in het bijzonder klimaatadaptief bouwen; basale waarde: goede biodiversiteit, in het bijzonder inrichting en beheer van openbaar gebied en particuliere tuinen; vliegwiel: ruimtelijke kwaliteit in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, in het bijzonder woonmilieus; vliegwiel: energietransitie, in het bijzonder het isoleren van gebouwen en de alternatieven voor verwarmen en koken met aardgas; omgevingskwaliteit: bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid, in het bijzonder wonen en gebouwen; omgevingskwaliteit: verbetering van het leefmilieu, in het bijzonder geluid.
Het stedelijk gebied is de directe leefomgeving voor de meeste inwoners van Meierijstad. De functies van wonen, nijverheid, handel, onderwijs en zorg situeert de gemeente bij uitstek in dit stedelijk gebied. Op de markt voor nieuwbouwwoningen wil de gemeente de komende jaren vooral plaats maken voor huishoudens met een laag inkomen, jonge starters en ouderen. Voor de bestaande woningvoorraad streeft de gemeente ernaar deze beter te isoleren, woningen los te koppelen van het aardgasnet en daken te bedekken met zonnepanelen. De inrichting van tuinen en openbaar gebied zullen tegemoetkomen aan 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
9
Vertrouwelijk
klimaatverandering. Ook verkeersveiligheid is een aandachtspunt, ondermeer met oog op het groeiende aantal oudere verkeersdeelnemers en het verschijnen van nieuwe vervoermiddelen. Met oog op de klimaatadaptatie zal hemelwater kan worden vastgehouden op groene daken, worden opgevangen in cisternen, infiltreren in de bodem als die slechts beperkt verhard zijn en worden vastgehouden in tuinvijvers. Zowel om hittestress tegen te gaan als om ruimte te bieden aan bewegen en spelen, wordt er voldoende (groene) openbare ruimte voorzien. De gemeente weegt dit af tegen mate waarin buurten kunnen verdichten met grondgebonden woningen, bijgebouwen en wegen. Gebiedstypologie VII. Lichte bedrijvigheid Dit betreft terreinen voor lichtere bedrijvigheid en/of kantoren, vaak aan de randen van de woonbebouwing of industrieterreinen. Hierin zijn aspecten zoals bereikbaarheid en voorzieningen belangrijk. Ook verspreid gevestigde bedrijven of instellingen komen hierin aan bod. De gemeente wil hier tevens ruimte geven aan starters en innovatie en aan meer perifere detailhandel. Gebiedstypologie VIII. Zware bedrijvigheid Dit betreft gebieden die zijn speciaal aangewezen voor zwaardere (milieu)bedrijvigheid; vaak op grotere afstand van woonwijken, zoals De Dubbelen bij Veghel. Hierin spelen ondermeer de circulaire economie en de energietransitie een belangrijke rol.
Verder zijn de inrichting en het beheer van bedrijventerreinen, duurzamer vervoer, externe veiligheid en industriële emissies hier van belang.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
10
Vertrouwelijk
3
Beoordelingskader
3.1
De reikwijdte: beoordelingskader en methodiek
Het beoordelingskader - het ‘Rad van Meierijstad’ – dat in deze milieueffectrapportage is gehanteerd volgt de brede en integrale benadering van de omgevingsvisie voor Meierijstad en volgt de methodiek die eerder ook op nationaal en provinciaal niveau is gehanteerd. De spaken van het Rad van Meierijstad bevatten per thema de relevante criteria, gegroepeerd tot een overzichtelijk aantal onderwerpen. Deze dekken de leefomgevingsaspecten die zijn beschreven in de Omgevingswet en de specifieke uitdagingen binnen de gemeente. De aspecten zijn globaal, en in een beschrijving van effecten is flexibel ingezoomd op relevante specifieke criteria. Hierbij is pragmatisch omgegaan met overlappen: sommige criteria kennen onderlinge relaties en zouden onder meerdere hoofdthema’s kunnen worden beschouwd.
Figuur 1 - Het “Rad van Meierijstad”
Bijlage 1 omvat de Foto van de Leefomgeving en brengt de staat van en trends in de leefomgeving van Meierijstad in beeld, nu en bij ongewijzigd beleid in 2030, en som een doorkijk naar 2040. Deze analyse laat de kwaliteiten van de leefomgeving op gebiedsniveau zien, waar het ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid tekorten of problemen verwacht worden. De gemeente Meierijstad zal dit plan-MER ook gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid van de omgevingsvisie tijdens de uitvoering. Het raamwerk hiervoor is aan de hand van de gehanteerde criteria uit het beoordelingskader eveneens toegevoegd aan dit plan-MER.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
11
Vertrouwelijk
3.2
Het detailniveau: criteria en indicatoren
Voor elk criterium is een aantal indicatoren opgesteld, waarmee het detailniveau voor elk van de criteria is aangegeven. Aan de hand daarvan zijn de effecten van de omgevingsvisie vergeleken met de “Foto van de leefomgeving” (de referentiesituatie zonder vaststelling van de omgevingsvisie, zoals opgenomen in bijlage 1). De indicatoren zijn op drie wijzen aangewend: 1. Indicatoren die onderscheidend zijn voor de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie en die kwantitatief zijn gescoord; 2. Indicatoren die onderscheidend zijn voor de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie en die kwalitatief zijn omschreven; 3. Indicatoren die weinig tot niet onderscheidend blijken te zijn voor de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie. Deze onderscheidende indicatoren hebben vooral betrekking op de grote opgaven van Meierijstad de omgevingsvisie, zoals omschreven in paragraaf 2.2.1. Een overzicht van deze onderscheidende indicatoren is opgenomen in hoofdstuk 9. In hoofdstuk 4 is de effectbeoordeling aan de hand van alle indicatoren verder uitgewerkt voor elk van de omgevingsthema’s. De set van criteria en indicatoren zijn in onderstaande tabel weergegeven.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
12
Vertrouwelijk Tabel 1 – Beoordelingskader Thema Criterium
Mens
Erfgoed en cultuurhistorie
Eenheid / omschrijving
Archeologische waarden
Mate van bescherming van archeologische locaties en waarden, inclusief bij bouwDeze waarden beter beschermd worden en infrastructurele werken(erfgoedwet 2016)
Cultuurhistorische waarden
Mate van bescherming van cultuurhistorische waarden, zoals dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes, landschapselementen en structuren, inclusief belevingswaarden
Deze waarden beter beschermd worden
Erfgoed
Status beschermde Stad- en Dorpsgezichten, Monumenten, Cultuurhistorisch waardevolle- en beeldbepalende objecten, oude molens; en de 1944 liberation corridor
Deze waarden beter beschermd worden
Woonaanbod
Woonaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten (starters, 1 en 2 persoons, gezinnen, ouderen) en relatie tot de kwantitatieve woonbehoefte
Dit woonaanbod toeneemt
Woonkwaliteit
Kwaliteit van woonaanbod (starters, 1 en 2 persoons, gezinnen, ouderen) in relatie Deze kwaliteit toeneemt tot kwalitatieve woonbehoefte
Betaalbare koopwoningen
Mate waarin betaalbare koopwoningen beschikbaar zijn voor verschillende inkomensgroepen, vooral instromers
Deze beschikbaarheid toeneemt
Betaalbare huurwoningen
Mate waarin betaalbare huurwoningen beschikbaar zijn, speciaal sociale huurwoningen voor lage inkomens en senioren
Deze beschikbaarheid toeneemt
Geluidbelasting
kwalitatieve aanduiding van geluidshinder rond hoofdwegen, industrie of activiteiten Deze geluidshinder afneemt / evenementen
Luchtkwaliteit en geurhinder
Aanduiding luchtkwaliteit in relatie tot EU normen, en kwalitatieve aanduiding geurhinder met name rond zware industrie en varkens / kippen / geitenhouderijen
Deze luchtkwaliteit toeneemt
Inrichting Openbare Ruimte
Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte, inclusief 'groen in bebouwd gebied' bijdraagt aan de gezondheid
Deze bijdrage toeneemt
Risico's ziektekiemen
Risico's voor uitbraken zoals Q-koorts rond geitenhouders
Deze risico's afnemen
Woonaanbod en kwaliteit
Gezonde Leefomgeving
12/1/2020
Indicator
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
Deze indicator scoort positief indien:
13
Vertrouwelijk Thema Criterium
Mens
Veilige leefomgeving
Eenheid / omschrijving
Deze indicator scoort positief indien:
Gevaarlijke stoffen
Risico's bij het gebruik en transport van gevaarlijke industriële stoffen
Deze risico's afnemen
Sociale veiligheid
Mate van criminaliteit, overlast, verloedering (zie ook veiligheidsmonitor; drugsafval, Deze voorvallen minder frequent en op minder plekken plaatsvinden vermenging boven- en onder wereld)
Verkeersveiligheid
verkeersrisico's en -ongevallen rond specifieke hotspots
Deze risico's afnemen
Dorpsvoorzieningen
Mate waarin publieke voorzieningen, winkels en openbaar vervoer beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar zijn in de dorpen
Deze voorzieningen verbeteren
Sport en vrijetijd
Mate waarin sport en vrijetijds voorzieningen beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar zijn
Deze voorzieningen verbeteren
Ouderen en welzijn
Mate waarin ouderen toegang hebben tot gepaste woningen, zorg, winkels en vrijetijdsvoorzieningen
Deze voorzieningen verbeteren
Jongeren, sport en onderwijs
Mate waarin jongeren toegang hebben tot gepast onderwijs, sport en vrijetijdsvoorzieningen
Deze voorzieningen verbeteren
Modal split / shift
De mate waarin alternatief transport beschikbaar is voor de auto
Deze alternatieven meer beschikbaar zijn
Bereikbaarheid per auto
Op basis van de Bereikbaarheid Index BBI
de BBI toeneemt
Voorzieningen
Mobiliteit en bereikbaarheid
12/1/2020
Indicator
Bereikbaarheid per openbaar vervoer Op basis van Bereikbaarheid Index BBI-ov
de BBI-ov toeneemt
Aandeel electrisch rijden
Dit aantal toeneemt
PLANMER OV
Op basis van aantal laadstations in gemeente
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
14
Vertrouwelijk Thema Criterium
Welvaart en welbevinden
Indicator
Eenheid / omschrijving
Deze indicator scoort positief indien:
Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
Voor verschillende inkomensgroepen, b.v. op basis van werkeloosheidscijfers binnen de gemeente
De werkeloosheidscijfers afnemen
Materiële welvaart Opleidingsmogelijkheden en stageplekken Participatie Investeringen en vestigingen
Economie
Vestigingsklimaat
Logistieke infrastructuur Innovatie en topsectoren NB Ciculaire economie
Bedrijvigheid
Bedrijfsresultaten Bedrijfsinvesteringen Aantal werknemers Smart farming
Landbouw
Social farming Vitaal landschapsbeheer Vermindering gezondheidrisico's Verblijfstoerisme
Toerisme en recreatie
Dagrecreatie Routestructuren Attracties en evenementen
12/1/2020
PLANMER OV
Inkomensniveaus binnen regionale en nationale context Mate van lager - midden - en hoger onderwijs binnen en buiten de gemeentegrens (Universiteiten in Tilburg en Eindhoven) De mate waarin burgers zich betrokken voelen bij het beleid en de keuzes van de gemeente Mate waarin (startende) ondernemers en investeerders kiezen voor Meierijstad (bv op basis van inkomende investeringen per jaar en aantal nieuwe vestigingen per jaar Mate van beschikbaarheid van bedrijfsruimten, infrastructuur en IT voorzieningen Mate waarin Meierijstad aansluit bij de zes innovatieve topsectoren van de Provincie Trend (afname) afvalstoffen en gebruik grondstoffen en (toename) hergebuik afvalstoffen Omzet- en winstcijfers diverse bedrijfstakken indicatief als M€ per jaar indicatief als totaal binnen de gemeente Mate waarin nieuwe vormen van landbouw ingang vinden (agrifood, precisielandbouw, biobased, smart food, high tech) mate waarin sociaal geintegreerde vormen van landbouw ingang vinden (streekproducten, stadsboeren, recreatieboerderijen, zorgboerderijen, etc) Mate waarin de landbouw bijdraagt aan een vitaal beheer van het buitengebied (goren blauwe landschapsstructuur, diversiviteit, lage uitstoot nitraten, etc) vermindering risico's omwonenden rond geiten, kippen en varkenshouders Verblijfsduur en aantal overnachtingen (hotels, campings, logies) per jaar op basis van Visie R&T Meierijstad Op basis
van aantal jaarlijkse bezoeken en horeca omzetten, op basis van Visie R&T Meierijstad Aantal en kwaliteit van de recreatieve routes Het aantal attracties en jaarlijks terugkerende evenementen
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
15
Deze niveaus toenemen Deze mogelijkheden toenemen deze betrokkenheid toeneemt deze investeringen en nieuwe vestigingen toenemen Deze beschikbaarheid toeneemt Deze aansluiting toeneemt De trend (afname afvalstoffen en grondstoffen en toename hergebruik) groeit Deze omzet / winstcijfers groeien Deze investeringen toenemen Dit aantal toeneemt Deze nieuwe vormen vaker plaatsvinden deze geintegreerde vormen vaker plaatsvinden deze bijdrage toeneemt Deze risico's afnemen Deze verblijfsduur toeneemt Dit aantal toeneemt Mate waarin dit toeneemt Dit aantal toeneemt
Vertrouwelijk Thema Criterium
Indicator
Eenheid / omschrijving
Deze indicator scoort positief indien:
Energieverbruik binnen gemeentelijke grenzen
Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding in MWh / yr, gemiddeld per inwoner
de mate waarin dit gemiddelde verbruik afneemt
Emissie broeikas gassen
Indien mogelijk als MHh / yr en als percentage van totaal energieverbruik (i.e. Veghel Win(t)d Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding als ton CO2 equivalent per jaar
Deze emissie afneemt
Emissie stikstof oxides
Indien mogelijk als kwantitatieve aanduiding in ton NOX per jaar
Deze emissie afneemt
Bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid
Als gevolg van landbouwactiviteiten (bestrijdingsmiddelen, bemesting, kunstmest, Deze kwaliteit toeneemt ploegen/omwerken van grond, etc)
Emissies en energie Aandeel duurzame energie
Milieu
Bodem- en water
Natuur en biodiversiteit
Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit Mate waarin de normen van de Kader Richtlijn Water worden gehaald
Deze normen gehaald worden
Hemelwaterafvoer
Mate waarin hemelwaterafvoer is ontkoppeld van het rioolstelsel
Deze ontkoppeling is gegroeid
Omvang en samenhang natuurgebieden
Conform richtlijnen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natuurnetwerk Brabant Deze omvang en samenhang toeneemt (NNB) Kwaliteit flora, fauna en biodiversiteit (terrestriaal en aquatisch), inclusief Deze kwaliteit toeneemt belevingswaarde Mate van afstemming en integratie van landbouw- en natuurfuncties Deze integratie toeneemt mate van bescherming van de leefomgeving tegen overstromingen (Dommel en Aa) Deze veiligheid toeneemt en overige waterlopen mate van wateroverlast bij extreme neerslag en afvoercapaciteit van regenwater Deze overlast afneemt mate van overlast / schade aan de landbouw, tuinen en plantsoenen als gevolg van Deze overlast / schade afneemt extreme droogte perioden Negatieve gevolgen bij extreme hitte op kwetsbare groepen (ouderen, babies, Deze stress afneemt zwakkeren)
Natuurkwaliteit (land en water) Relatie landbouw en natuur Waterveiligheid Wateroverlast
Klimaatadaptatie
Droogte Hitte stress Kwaliteit centrumgebieden
Omgevings kwaliteit
Kwaliteit woonwijken Landschapskwaliteit Kwaliteit bedrijfsterreinen
12/1/2020
Dit aandeel toeneemt
PLANMER OV
Mate van vitaliteit en kwaliteit van de centra voor de inwoners en ondernemers van Deze kwaliteit toeneemt de gemeente (vitale kernen), inclusief de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Mate van vitaliteit en kwaliteit van de verstedelijkte gebieden voor de inwoners (fitale wijken), waaronder tegengaan van 'verrommeling'. mate waarin het landschap, natuur, parken en speelplaatsen bijdragen aan kwaliteit van leven (beleving, bewegen en recreeren) Mate waarin voorzieningen en kwaliteit van de bedrijfsterreinen voor de ondernemers.
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
16
Deze vitaliteit en kwaliteit toenemen Deze kwaliteit toeneemt Deze kwaliteit toeneemt
Vertrouwelijk
4
Toetsing omgevingsvisie aan doelbereik
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk laat de mate zien waarin het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de omgevingsvisie (‘doelbereik’) waarin de kwaliteiten van de leefomgeving zal worden beïnvloed. Hierbij is tevens aangegeven of de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken bevat die nieuw zijn en waar een duidelijke relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden. De ambities van de omgevingsvisie voor Meierijstad heeft betrekking op het duurzaam gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn uitgewerkt in drie onderdelen: behoud van basale waarden; werken met vliegwielen; en een goede omgevingskwaliteit. In onderstaande paragrafen wordt aangegeven in welke mate de beleidsmaatregelen uit de concept omgevingsvisie bijdragen aan het behalen van deze ambities.
4.2
Behoud en herstel van basale waarden
Een goede bodemkwaliteit: De gemeente streeft naar een bodem die schoon is voor de natuur, voor drinkwaterwinning en ander menselijk gebruik, die hemelwater laat infiltreren en koolstof kan opslaan, en die vruchtbaar is voor de landbouw. Zoals omschreven in bijlage 1, blijkt dat de gemeente momenteel relatief slecht scoort op de kwaliteit van de bodem, die bedreigd wordt door vermesting, verzuring en de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Ook het aantal spoedlocaties (een ernstige bodemverontreiniging die bij huidige gebruik onaanvaardbare risico’s voor de mens of het milieu kan veroorzaken) in de gemeente is volgens dit rapport toegenomen en ook de verspreiding van deze spoedlocaties scoort negatief. De omgevingsvisie wil zich richten op een goede bodemzorg: het vervangen van kunstmest door bewerkte dierlijke mest en gewasresten leidt dan tot organische verrijking van de bodem en beter infiltreren en vasthouden van water. Dat rijkere bodemleven is ook bevorderlijk voor gezonde gewassen. Zware landbouwmachines zijn overigens een bedreiging voor de bodemstructuur. Concrete uitwerking van deze beleidsuitspraken in de omgevingsvisie heeft echter nog niet plaatsgevonden in de conceptomgevingsvisie en is daarmee voor aanscherping vatbaar.
Een goede waterkwaliteit: De gemeente streeft naar schoon water door vervuiling aan de bron aan te pakken, door zwerfafval op te ruimen en te voorkomen, door de afvoer van hemelwater en afvalwater van elkaar te scheiden, en met het stelsel van riolering. De omgevingsvisie bevestigt dat de waterkwaliteit momenteel overal op orde is om geschikt te zijn voor de verschillende functies die water nodig hebben. Tegelijkertijd zijn maatregelen voorzien om het hemelwater in voortgaande mate af te koppelen van de riolering en zijn maatregelen voorzien om het zwerfafval op te
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
17
Vertrouwelijk
ruimen en de negatieve effecten hiervan te voorkomen. Daarmee wordt geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan deze ambitie tegemoet te komen. Goed beheer van de waterkwantiteit: De gemeente streeft enerzijds naar voldoende water voor de drinkwatervoorziening, de natuur, en om hittestress tegen te gaan, en anderzijds om wateroverlast tegen te gaan door de manier waarop de ruimte wordt ingericht en bebouwd. De omgevingsvisie verschaft vooralsnog geen verdere uitwerking van de mate waarin voldoende water beschikbaar is, en of aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nodig zijn. Ten aanzien van wateroverlast wordt een Strategische Agenda 2021-2028 voor de regio ontwikkeld, met aandacht voor voldoende ruimte voor de beken in geval van hevige regenval, voor vergroening en verblauwing in de stad in verband met wateropvang en hittebestrijding. Binnen de landbouw wordt in dit kader gewerkt aan innovatieve aanpassing van de productie en bodemverbetering om verdroging tegen te gaan. Voor bedrijventerreinen wordt een klimaatbestendig plan van aanpak gemaakt voor mogelijk toenemend wateroverlast. Ook werken de Noordoost- Brabantse gemeenten en waterschappen intensief aan de bewustwording van hun inwoners van de gevolgen van klimaatverandering en richtlijnen hoe hiermee om te gaan, zoals bij extreme hitte.
Daarnaast wordt een klimaatstresstest ontwikkeld en uitgewerkt tot toepasbare richtlijnen voor de deelnemende gemeenten, partners en stakeholders. Daarnaast voorziet de omgevingsvisie in meer beplanting in de openbare ruimte, waardoor een betere waterberging zal optreden. Daarmee wordt geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan de ambitie rond wateroverlast tegemoet te komen. Goede biodiversiteit: De gemeente wil de biodiversiteit in het landelijk gebied beschermen en herstellen en de biodiversiteit in het stedelijk gebied bevorderen. Het probleem van overmatige stikstofdepositie vormt momenteel een bijzondere bedreiging voor de biodiversiteit, het bijzonder voor stikstofgevoelige habitats binnen de natuurgebieden, zoals alluviale bossen. De omgevingsvisie stelt dat op provinciaal niveau het doel gesteld is om voor 2030 een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit te hebben, waarbij voor alle aspecten wordt voldaan aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn dan ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen. Verder streeft de omgevingsvisie van Meierijstad naar een goede biodiversiteit door het beschermen en herstellen van de biodiversiteit in het landelijk gebied en het beschermen en bevorderen de biodiversiteit in het stedelijk gebied.
Daarnaast is de gemeente aan de slag met het project “Vitaal Buitengebied ” om dit gebied vitaal te houden. Daarbij wordt gezocht naar een juiste balans van de biodiversiteit met agrarische bedrijvigheid, recreatie en toerisme en de inwoners van het buitengebied. De omgevingsvisie stelt hiermee een aantal algemene doelen, die nog verder gedetailleerd zouden kunnen worden in diverse beleidsvoornemens. Een concrete en ruimtelijke uitwerking van de wijze waarop de beleidsvoornemens rond biodiversiteit vormgegeven zullen worden, en welke aanvullende beleidsmaatregelen hiervoor nog nodig zijn, kan vervolgens in het omgevingsplan plaatsvinden. 12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
18
Vertrouwelijk
Behoud cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen: De gemeente wenst de cultuurhistorie in de fysieke leefomgeving te beschermen, het onderhoud en zonodig (en mits verantwoord) het hergebruik te bevorderen, en de beleving van deze cultuurhistorie door het publiek te faciliteren. De omgevingsvisie van Meierijstad haakt bij het behoud van cultuurhistorische waarden aan bij de Erfgoedverordening Meierijstad 2018. Meierijstad werkt verder binnen het programma Vitaal Buitengebied aan een natuur- en landschapsvisie waarin uitwerking gegeven wordt aan de doelen, opgaven en kansen voor natuur en landschap voor de toekomst. Daarbij wordt ook gekeken naar de richtlijnen voor landschappelijke inpassing en een regeling voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Daarnaast werkt de gemeente met waterschap De Dommel aan verscheidene projecten om de historische loop van nabij Meierijstad gelegen beken, zoals de Reusel en De Mierden, te herstellen. Verder staat de gemeente de economische exploitatie van een monument of ander cultuurhistorisch waardevol gebouw of ensemble toe om het behoud van de cultuurhistorie financieel mogelijk te maken. In hoeverre deze landschappelijke waarden voldoende geborgtgeborgd zijn binnen overige beleidsterreinen, zoals rond de Energieopwekking Buitengebied, is echter nog de vraag.
De omgevingsvisie is daarmee vatbaar voor verdere aanscherping op dit punt.
4.3
Werken met vliegwielen
Duurzame ontwikkeling: De gemeente streeft naar een duurzame samenleving. Dat omvat het voorzien in de behoeften van de huidige generaties zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien. Zo komt er een evenwicht tot stand tussen mens (people), natuurlijke omgeving (planet) en profijt (profit). In de Duurzaamheidsvisie Meierijstad zijn hiervoor ambities en vijf prioriteiten benoemd, die worden onderschreven in de omgevingsvisie. Dit betreft: energiebesparing in de gebouwde omgeving en meer opwekking van duurzame energie; verduurzamen van de bedrijvigheid; tegengaan van de verspilling en het restafval; vergroten van de leefbaarheid, met name door het voorkomen van zwerfafval en afvaldump, maar ook met grotere biodiversiteit, meer groen en goede voorbereiding op klimaatveranderingen; en vergroten van de bewustwording. Hiertoe worden in de omgevingsvisie concrete doelen benoemd en in streefjaren (2025, 2030 en 2050) uitgewerkt, waarmee geconcludeerd mag worden dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsdoelen stelt, die echter nog operationeel dienen te worden uitgewerkt. Circulaire economie: De gemeente streeft naar minder gebruik van grondstoffen en energie.
Daarvoor wordt bevorderd dat er minder verpakkingsmateriaal wordt gebruikt, dat de levensduur van producten en het hergebruik van materialen toenemen totdat die materialen opnieuw grondstoffen worden. Dit wordt in de omgevingsvisie voor een aantal sectoren nader geduid. Binnen de landbouw wordt ingezet op een agrarische systeemverandering, waarbinnen bedrijven gestimuleerd worden tot een meer circulaire aanpak van grondstoffen en bouwmaterialen en mestverwerking. Binnen de industrie wordt de circulaire aanpak gestimuleerd, bijvoorbeeld bij de bouw van nieuwe bedrijfshallen en voor de huishoudens en bedrijven wordt het gebruik van de milieustraat verder gestimuleerd.
12/1/2020
PLANMER OV
BG5216-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0004
19
Vertrouwelijk
Daarmee kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie voldoende beleidsdoelen stelt om aan deze ambitie tegemoet te komen. Concrete en ruimtelijke uitwerking van deze doelen zou verder in het omgevingsplan kunnen plaatsvinden. Agrarische systeemverandering: De gemeente bevordert de invoering van duurzame productiewijzen in de agrarische sector. Daarbij wordt díe werking van de voedselketen en dát gedrag van consumenten gestimuleerd die de verduurzaming van de agrarische sector versterken. Dit thema wordt in de omgevingsvisie uitgewerkt op het vlak nieuwe productiemethoden, energie-efficiëntie, de kringlooplandbouw en ondersteuning bij bedrijfsbeëindigingen. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken doet om aan deze ambitie tegemoet te komen, die echter nog operationeel dienen te worden uitgewerkt.. Ruimtelijke kwaliteit in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde: De gemeente wil het professionele richtsnoer van kwaliteit vanuit architectuur, stedenbouw, landschapsontwerp en planologie behouden. Hierbij gaat het in de omgevingsvisie om belevingswaarde, om toekomstwaarde, zoals cultureel erfgoed) en om gebruikswaarde, zoals voor toerisme). Daarvoor hanteert de omgevingsvisie zowel het vergunningsstelsel en middelvoorschriften, als specifieke doelvoorschriften. Het doel hiervan is de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.
Als één van de middelen hiervoor wordt het vinden van voldoende draagvlak benoemd, bijvoorbeeld in het kader van het duurzaam evenementenbeleid. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de omgevingsvisie voldoende beleidsuitspraken doet om aan deze ambitie tegemoet te komen. Verdere concrete en ruimtelijke uitwerking hiervan kan vervolgens plaatsvinden binnen het omgevingsplan. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties: Het nieuwe richtsnoer voor ordening door de gemeente en voor de rechterlijke toetsing daarvan betreft een evenwichtige toedeling van functies aan specifieke locaties. De omgevingsvisie wordt de zorgplicht daarbij als instrument genoemd, waarbij iedereen voldoende zorg heeft voor de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan komen regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, en voor activiteiten. Die regels hebben hun achtergrond in de bestemmingen en de bouw- en gebruiksregels van bestemmingsplannen, het huidige legale gebruik, bepalingen uit verordeningen, de welstandsnota, beeldkwaliteitsplannen en aanwijzingen van cultureel erfgoed, en ze hebben hun achtergrond in rijksregels voor de bouw en voor inrichtingen. Die achtergrond voor het omgevingsplan wordt behandeld en verrijkt met behulp van de gebiedstypologieën van de omgevingsvisie.