B8b Hoofdnota Omgevingsvisie Meierijstad.pdf
Tekst van het document
VG en ook wel voor de gebiedstypologieën iv. CDG en v. CSG, al is in centrumgebieden ook ruimte voor horeca en evenementen. Geluidhinder is echter maar één aspect van de leefbaarheid van buurten waar de gemeente samen met vele partners aan werkt.
Figuur 7.12. Verbeelding verstedelijkt (woon)gebied
25
Ruimte voor ondernemerschap Meierijstad stimuleert bedrijven en helpt ze zo mogelijk om mee te veranderen met de wereld, niet alleen economisch, technisch en sociaal maar ook voor wat nodig en gewenst is voor de fysieke leefomgeving. De verbinding met technologie en ontwikkeling van recreatie, toerisme en persoonlijke dienstverlening zijn enkele aandachtspunten. In ons omgevingsbeleid letten we op ruimte voor startende en kleine ondernemers. Voor die ondernemers is te denken aan functiemenging in woongebied, binnenstedelijke transformatielocaties en vrijkomende agrarische bebouwing. Met het oog op de goede condities voor alle bedrijven onderkent Meierijstad het belang van voorzieningen voor dataverkeer en maatregelen tegen inbraak en diefstal. Van bedrijven vragen we dat ze maatschappelijk verantwoord functioneren. Dat kent sociale aspecten, en aspecten van duurzaamheid, circulariteit, hinder en risicio’s. De huidige beleidsnota’s over buitenreclame worden geactualiseerd ten behoeve van omgevingskwaliteit onder de Omgevingswet. De inhoudelijke strekking blijft dat voor de gebiedstypologie v. CSG, bedrijventerreinen, buitensportaccommodaties, rotondes en grote toegangswegen buitenreclame mogelijk is. Ten opzichte van het huidige beleid kan uitstraling van licht verder beperkt worden. In de gebiedstypologie iv.
CDG en voor bedrijven buiten bedrijventerreinen blijft terughoudende buitenreclame mogelijk. Perifere detailhandel Onze gemeente hecht eraan dat detailhandel wordt geconcentreerd in de centra van Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. Voor volumineuze handelswaar zoals auto’s en caravans, is een vestiging net buiten het centrum goed aanvaardbaar. Van de perifere locaties achten wij de volgende geschikt voor volumineuze handelswaar: de rand van De Dubbelen aan de Corridor te Veghel; de Poort van Veghel aan de Corridor te Veghel; de hoek Udenseweg – Erpseweg te Veghel; de rand van Duin aan de Nieuwe Eerdsebaan te Schijndel; de Jan Tinbergenstraat – Alfred Nobelstraat te Sint-Oedenrode. In aanloopstraten die tot enkele jaren geleden tot het centrum gerekend werden, kan een vestiging met volumineuze handelswaar een passende opvolger zijn van reguliere detailhandel. Dan is wel vereist dat maatvoering en uitstraling van die vestiging het (dorpse) karakter van de betreffende aanloopstraat niet onder druk zetten. Detailhandel met volumineuze handelswaar is op andere locaties in beginsel ongewenst. Niet alle perifere detailhandel betreft volumineuze handelswaar. Om vitale centra te behouden gelden er voor perifere detailhandel regels over maximale winkelvloeroppervlakte en branchering.
Bestaande bouwmarkten en tuincentra willen we met het omgevingsplan respecteren, maar hun grootte en nevenassortiment worden (opnieuw) genormeerd. Wonen op bedrijventerreinen heeft niet onze voorkeur. In de gebiedstypologie vii. LB zijn bedrijfswoningen en grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten wel denkbaar.
26
Figuur 7.16. Verbeelding lichte bedrijvigheid
Zware bedrijvigheid We zien een toekomst en ruimte voor maakindustrie en logistiek in onze gemeente. Dat brengt zwaardere milieubelastende activiteiten met zich mee. Daarvoor hebben Veghelse en Schijndelse bedrijventerreinen ook een regionale functie. Naast randvoorwaarden over milieu, veiligheid en hinder is het voor zware bedrijvigheid in Meierijstad van belang om kansen te benutten die een circulaire economie en de transities van energie en warmte ons bieden. Die transities zijn ermee geholpen dat een bedrijventerrein functioneert als een samenhangend systeem. Ons omgevingsbeleid voor bedrijventerreinen onderstreept niet alleen die meerwaarde voor bedrijvigheid en transities, maar het bevat ook een ruimtelijke inkadering. Dat geeft redenen voor meervoudig ruimtegebruik op bedrijventerreinen. Op bestaande bedrijventerreinen is ruimte beschikbaar voor nieuwvestiging of hervestiging van bedrijven. Het Foodpark in Veghel is nog niet uitontwikkeld. Op andere terreinen ontstaat ruimte dankzij vertrek van een bedrijf of transformatie van een locatie. Op de overgang van Duin in Schijndel naar de Vlagheide wordt het bedrijventerrein in een zone uitgebreid. Dat gebeurt wel met respect voor aanwezige waarden van natuur en cultuurhistorie. Anders inrichten van bedrijventerreinen Aanblik en functioneren van bedrijventerreinen veranderen.
Doelen van klimaatadaptatie en biodiversiteit hebben consequenties voor de mate waarin bedrijfskavels en openbaar gebied versteend kunnen zijn. Er is behoefte aan meer wateropvang en meer groen. Doelen van duurzame mobiliteit en gezondheid betekenen dat fietsers en wandelaars zich voldoende goed moeten voelen op een bedrijventerrein. Dat betreft niet alleen werknemers en bezoekers op weg naar een bedrijf, en weer terug, maar ook werknemers die wandelen tijdens hun lunchpauze.
27
We begrijpen dat het ‘nieuwe bedrijventerrein’ niet van vandaag op morgen ingericht is. Bedrijfskavels zijn schaars en duur. Dus als we enerzijds ruimte maken voor waterberging, groenstroken, faunapassages, fiets- en wandelpaden en fietsenstallingen, dan zijn anderzijds investeringen nodig in intensiever of meervoudig ruimtegebruik. Dan kunnen bedrijfsgebouwen hoger worden en zijn daken beter te benutten. Het kan vaker gebeuren dat een bedrijf ‘inwoont’ bij een ander bedrijf dat over ruimte beschikt. Inpandig parkeren mag geen uitzondering blijven. Het herverdelen van ruimte op uitgegeven percelen en in openbaar gebied kan in fasen. De door een bedrijf gewenste uitbreiding op een perceel, herstructurering van een aantal percelen, vernieuwing van een weg en riool, ingebruikname van een net voor energie of warmte kunnen gelegenheid bieden voor herverdeling van ruimte. We hopen voor het herverdelen gebruik te maken van provinciale, nationale of Europese ondersteuning. Hoe dan ook zal de herverdeling studie en ontwerp vergen. Over beheer van bedrijventerreinen willen we afspraken maken met parkmanagement en afzonderlijke bedrijven. Externe veiligheid Dat bedrijvigheid een bron kan zijn van brand, explosie en gevaarlijke stoffen die door lucht en water verspreid worden is een reden om bedrijven te concentreren op een bedrijventerrein.
En om in nabijheid van zo’n bron geen kwetsbare objecten (zoals woningen) toe te laten. Dezelfde overweging geldt bij hoofdgasleidingen, hoogspanningslijnen en routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Inwaarts zoneren is een uitgangspunt van ontwerp en beheer van bedrijventerreinen zowel voor externe veiligheid als tegen geluidhinder. Nieuwe milieubelastende activiteiten met veiligheidsrisico’s kunnen hun plek vinden op de bedrijventerreinen Amert, De Dubbelen, Doornhoek, Foodpark en Duin. Het kan zo zijn dat bijkomende, fysieke maatregelen nodig zijn voordat een nieuwe activiteit toegelaten wordt. Voor geluidhinder op of van bedrijventerreinen willen we een reële benadering volgen. Dat kan betekenen dat we op sommige plekken een geluidsbelasting aanvaarden die theoretisch relatief hoog is, als de daadwerkelijke hinder daar beperkt is. Die nuancering geldt niet voor geluidsbelasting door wegverkeer. Bij milieubelastende activiteiten zijn risico’s en hinder van gif, stank, roet en stof tegen te gaan. Deels voorzien nationale regels daarin. Naleving van die regels is regionaal te handhaven. Lokaal willen we het milieu- en gezondheidsbeleid verfijnen. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit in Meierijstad voldoet meestal aan nu geldende normen, maar er is wel gezondheidswinst te boeken. De luchtkwaliteit in termen van roet en fijnstof is in onze regio niet optimaal.
Dat leidt tot gezondheidsschade voor inwoners en vaste bezoekers. Zeker mensen met luchtwegklachten en kinderen hebben last van luchtvervuiling. Meierijstad onderschrijft het Schone Lucht Akkoord (SLA). Met het SLA streven deelnemende partijen naar minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen in 2030 ten opzichte van 2016. Daarbij wordt toegewerkt naar waarden voor fijnstof en stikstofdioxide: als jaargemiddelden maximaal 10 μg/m3 voor PM2.5, 20 μg/m3 voor PM10 en 40 μg/m3 voor NO2. Tegen die achtergrond gaat de gemeente onder andere voorlichting geven over verantwoorde houtstook, komt er een einde aan particulier afsteken van vuurwerk, en wordt luchtkwaliteit gemonitord. Naast bedrijvigheid en houtstook zijn voertuigen een grote bron van luchtvervuiling. Overstappen naar nulemissievoertuigen kost tijd. We onderzoeken daarom de meerwaarde van het instellen 28
van lokale milieuzones. Daarbij maken we vergelijkingen met andere maatregelen tegen fossiele verkeersemissies. Afval, grondstoffen en energie Het afvalbeleid kende al scheiding en recycling vanwege milieubeheer en doelmatigheid. Intussen benadrukt beleid van duurzaamheid en grondstoffen dat de hoeveelheid afval dient te verminderen, en dat voor hergebruik en recycling de scheiding van stoffen is te verbeteren. Er ligt de ambitie dat de hoeveelheid restafval per inwoner in 2025 maximaal 30 kg is. Via onze regionale samenwerking in Noordoost-Brabant en in onze directe contacten met het lokale bedrijfsleven willen we bevorderen dat bedrijven meer aandacht besteden aan: tegengaan van onnodig gebruik van grond- en hulpstoffen, zowel in het fabricageproces als in het eigenlijke product en de verpakking; betrekken van grondstoffen uit afval; levensduur van hun producten; mogelijkheden van reparatie; combinatie of montage van verschillende materialen met oog op hun scheiding eenmaal het product zijn levensduur heeft volbracht. Laten we bedrijventerreinen in Meierijstad beschouwen als voorname knooppunten voor lokale en regionale stoffenstromen. Voor elektriciteit en warmte geldt dat trouwens ook. Bedrijven hoeven niet te wachten tot er een collectief stoffenbeheer ontstaat, maar kunnen zelf aan de slag met circulariteit.
Meierijstad waardeert het dat hier mooie voorbeelden van zijn. Als we vooruitblikken naar 2050, komt bijna alle energie van zonnepanelen, omgevingswarmte, biogas en windturbines. Het is noodzakelijk dat onze gemeenschap en niet in de laatste plaats onze bedrijven zich daarop instellen. Onze gemeente vraagt dat bedrijfsdaken worden gebruikt voor energieopwekking. Dat geldt op korte termijn zeker voor nieuwbouw, vervolgens voor alle bebouwing op bedrijventerreinen (met mogelijke uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen) en uiteindelijk voor alle bedrijfsgebouwen in Meierijstad. Bedrijventerreinen bieden ook kansen voor aquathermie en windenergie. Verkeer en vervoer Meierijstad heeft een goede ontsluiting, maar is gevoelig voor congestie. Aan capaciteit en doorstroming op hoofdwegen hebben rijk, provincie en gemeente al aandacht besteed. Meierijstad neemt bijvoorbeeld deel aan SmartwayZ.NL dat in Noord-Brabant en Nederlands Limburg slimme oplossingen zoekt voor mobiliteit. Met logistieke planning en verkeersmanagement, en daarbij nieuwe technologie, zijn nog stappen te zetten. Meierijstad werkt aan een verbindingsweg N279 – bedrijventerreinen Veghel-Zuidwest als extra infrastructuur. Om congestie tegen te gaan zijn de werkwijze van bedrijven en het reisgedrag van pendelaars belangrijk.
Zo lang de meeste werknemers hun eigen auto nemen én rond hetzelfde tijdstip beginnen op hun bedrijventerrein, en er nadien weer vertrekken, zal er congestie zijn. Werknemers kunnen kiezen voor de fiets of voor de bus. En ze kunnen vaker thuiswerken. Met hun personeelsbeleid kunnen bedrijven fiets, openbaar vervoer en thuiswerken stimuleren. Momenteel bieden carpool-locaties bij de A50 – Rooise Zoom in Sint-Oedenrode, de A50 – ’t Ven in Veghel en de Rembrandtlaan – N265 in Veghel gelegenheid om samen te reizen. In het gebied van de Poort van Veghel, De Dubbelen en Foodpark is ook potentie om vervoersmodaliteiten, reizigersstromen en arbeidsplaatsen beter met elkaar te verbinden. Meierijstad wil haar hubs op een regionaal en lokaal schaalniveau verder ontwikkelen.
29
De kansen voor vervoer over de Zuid-Willemsvaart zijn beter te benutten.
Figuur 7.20. Verbeelding zware bedrijvigheid
Beleidsuitvoering Samenvatting van het tekstdeel 8 van de hoofdnota Informatievoorziening en dienstverlening We willen klanten duidelijkheid bieden en ze hun eigen verantwoordelijkheid laten opnemen. Bij veel activiteiten in de fysieke leefomgeving verwachten we dat klanten zelf aan de slag kunnen. Dan helpt het Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) een klant om na te gaan of er voor haar of zijn activiteit op een bepaalde plaats een vergunningplicht, een meldplicht of een informatieplicht geldt en welke algemene regels er gelden voor die activiteit. Misschien is 70% van de activiteiten relatief eenvoudig, zodat het DSO volstaat. Dan resteert er 30% van complexere zaken waarbij meer overleg wenselijk is. Daarvoor richten we een omgevingstafel in. Hierbij gebruiken we ervaringen die we opdoen met een pilot omgevingsvergunning gericht op het werkproces. Vanuit de pilot geven we ook aandacht aan de publieksvoorlichting en de indieningsvereisten. De omgevingstafel helpt de initiatiefnemer aan duidelijkheid van de overheid, geeft andere belanghebbenden een rol en helpt de gemeente om tijdig te beslissen op de formele aanvraag. De gemeente faciliteert initiatieven met enkele varianten van procesontwerp voor de omgevingstafel, door specialisten van andere overheden te betrekken en door een handreiking voor burgerparticipatie of omgevingsdialoog.
30
We willen dat klanten inzicht krijgen in de omgevingskwaliteit van hun locatie of gebied in relatie tot hun voorgenomen activiteiten. Zeker als regels vaker een open norm bevatten, is begrip nodig van achterliggende ambities. Hiervoor is om te beginnen deze omgevingsvisie te gebruiken. Onze klanten bieden we geen werkproces van een directe wijziging van het omgevingsplan (vergelijk de huidige ‘postzegel’-bestemmingsplannen). We verwijzen naar de mogelijkheid een omgevingsvergunning aan te vragen, graag nadat gebruik is gemaakt van de omgevingstafel. De verleende (en onherroepelijke) omgevingsvergunningen waarmee van het omgevingsplan is afgeweken, worden door de gemeente verwerkt in het omgevingsplan. Meierijstad organiseert een periodieke actualisering van het omgevingsplan. Verschillende beleidsinstrumenten We onderscheiden communicatieve, juridische, economische en feitelijke instrumenten om beleidsdoelen te realiseren. Voor effectief beleid is het raadzaam om beleidsinstrumenten te combineren. Vanuit elk beleidsdoel vindt wel enige vorm van communicatie plaats. Dat kan oplopen van een ingetogen informatievoorziening naar een campagne gericht op gedragsverandering. Bijna altijd gelden er regels in relatie tot een beleidsdoel, zo niet van de gemeente dan toch Europees, nationaal of provinciaal.
Het stellen van regels op zich is niet duur, maar regels leiden wel tot administratieve lasten en ze moeten maar nageleefd worden. Voor de gemeente zijn ook feitelijke acties vaak een aangewezen beleidsinstrument. Meierijstad is immers eigenaar of beheerder van gronden en gebouwen, de gemeente koopt in en besteedt uit. Het effect dat eigen acties kunnen hebben, varieert sterk voor verschillende beleidsdoelen. Hoewel elk beleidsinstrument wel zijn tekortkomingen kent, gelden er voor economische instrumenten in het omgevingsbeleid belangrijke praktische nadelen. Bij de vraag of we rechtsnormen opleggen speelt niet alleen mee wat een effectieve en uitvoerbare mix van beleidsinstrumenten is, maar ook welke rol we passend vinden voor de gemeente. We zullen onszelf bewuster de vraag stellen of een particulier de verantwooordelijkheid kan dragen om rekening te houden met een publiek belang. Zelfs als er een maatschappelijk probleem onderkend wordt, en er daarin een publiek belang meespeelt waar particulieren onvoldoende rekening mee houden, en als voorlichting, financiële prikkels en fysieke maatregelen onvoldoende zijn om dat probleem aan te pakken, is niet vanzelfsprekend dat de gemeente regels stelt. We stellen ons dan de vraag hoe zwaarwegend dat publieke belang is. Als één van de instrumenten van de Omgevingswet dient de raad een omgevingsplan vast te stellen.
De inhoud van het omgevingsplan hangt af van de instructieregels van rijk en provincie, de bestaande lokale regels (bestemmingsplannen en verordeningen), het actueel ruimtegebruik, het actueel functioneren van inrichtingen, de actuele beleidsinzichten en van suggesties of zienswijzen vanuit de samenleving. De beleidsinzichten staan in deze omgevingsvisie. Onder de Omgevingswet zullen andere soorten regels meer naar voren treden. Dan gaat het om het vervangen van een verbod tenzij vergunning door algemene regels, om meer open normen, om doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften, om scoremethodieken, om bredere toepassing van zorgplichten. Deze andere regels hebben consequenties voor onze inwoners en bedrijven. Op het eerste gezicht lijkt het alleen makkelijker als een vergunningplicht vervalt. Maar dan vergissen we ons. Wie meer vrijheid ziet ontstaan, dient ook grotere verantwoordelijkheid te voelen. Een verandering is ook dat activiteiten uit het ruimtelijke domein zoals bouwen en aanleggen, meer moeten beantwoorden aan eisen uit domeinen van water, natuur en gezondheid.
31
Dat alles maakt dat het omgevingsplan er anders uit zal zien dan nu de regels van een bestemmingsplan. Inspraak, interactieve beleidsvorming of burgerparticipatie kennen we al in de huidige praktijk van ruimtelijke ordening, milieubeheer, stadsvernieuwing, wijkbeheer, enz. We worden uitgedaagd om daarmee verder te gaan. Toezicht en handhaving Als het gaat om bijvoorbeeld geluid, honden, zwerfvuil, parkeren, erfafscheidingen of geur dan is er kans op overlast in de buurt en conflicten tussen bewoners. Soms kan een gemeentelijk toezichthouder dan van dienst zijn, of ligt er een taak voor handhaving door het college van burgemeester en wethouders. Maar vaak ook niet. Een vraagstuk dat opspeelt kan te maken hebben met leefbaarheid van de buurt, welzijn en gezondheid van bewoners. Dan is er misschien veeleer een rol voor buurtbemiddeling, maatschappelijk werk of geestelijke gezondheidszorg. Een vraagstuk kan ook een civielrechtelijk karakter hebben. Er zijn enkele gedragingen van inwoners of bezoekers waarvan Meierijstad al constateert dat die vragen om meer toezicht en handhaving. Daarnaast maakt de gemeente dan altijd intensiever gebruik van communicatieve instrumenten en soms fysieke maatregelen.
De intensivering van toezicht en handhaving is nodig: tegen vervuiling van de woon- en leefomgeving door hondenpoep; tegen verloedering en milieuschade door onjuist aangeboden huisvuil en zwerfafval; tegen natuurschade en geluidhinder, en voor verkeersveiligheid, in verband met wildcrossen. Meierijstad blijft deelnemen aan het programma Samen Sterk in Brabant (SSiB). Met SSiB zetten overheden en terreinbeherende organisaties zich in tegen met name stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen. Financiën en grondexploitatie Vanuit een inhoudelijke doelstelling mogen we verwachten dat meer lasten ontstaan voor bepaalde werkzaamheden die geïntensiveerd worden. Denk aan het versterken van voorlichting omdat we wel gedragsverandering wensen maar niet alleen geboden en verboden willen en kunnen opleggen en ook financiële instrumenten hun beperkingen hebben. Onze aandacht voor zwerfafval en waterkwaliteit, en de aanleg van rijker groen, hebben consequenties voor de lasten van beheer. We denken ook aan intensiever toezicht en handhaving, niet omdat we graag kiezen voor de rol van ‘controlerende overheid’ maar omdat sturing die nu plaatsvindt via vergunningverlening deels verschuift naar sturing via algemene regels gevolgd door toezicht.
Vanuit een inhoudelijke doelstelling zullen nieuwe investeringen in met name klimaatadaptief en natuurvriendelijker openbaar gebied, fietsparkeervoorzieningen en laadpalen hun weg vinden naar programma’s en de gemeentelijke begroting. Voor het ontwikkelen van locaties maakt de gemeente kosten: voor aanleg van openbare voorzieningen (wegen, riolering, groen, verlichting) en voorbereiding van het juridische plan. Om ervoor te zorgen dat deze kosten niet voor rekening van de gemeente komen maar voor degene die initiatiefnemer is van de ontwikkeling, verhaalt de gemeente deze kosten op die partij. Naast gebiedseigen kosten wil Meierijstad gebiedsoverstijgende kosten verhalen. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor infrastructurele maatregelen, zoals een rotonde waarvan twee plangebieden profijt hebben. Of voor het realiseren van een ommetje voor bewoners. In lijn met de voorkeur van de nationale wetgever streeft ons college van burgemeester en wethouders naar goede afspraken met ontwikkelaars en dus kostenverhaal bij overeenkomst. 32
De gemeente legt nu opnieuw een verband tussen ruimtelijke ontwikkelingen en maatregelen buiten het betreffende exploitatiegebied. Ook die gebiedsoverstijgende kosten wil Meierijstad verhalen. Dan gaat het om investeringen in klimaatadaptatie en voor biodiversiteit. We willen een adaptatiefonds gebruiken om een deel van de hogere lasten te dekken bij realiseren van infiltratiezones, wateropvang en verrijkt openbaar groen in stedelijk gebied. Dat zijn maatregelen waar ook (uiteindelijke klanten van) ontwikkelaars baat bij hebben. Het grondbeleid is een middel om gemeentelijke doelen te realiseren. Meierijstad voert een situationeel grondbeleid. Dit betekent dat de gemeente per gebiedsontwikkeling bepaalt welke vorm van grondbeleid wordt toegepast, actief of faciliterend of een mengvorm. Het uitgangspunt voor door ons gehanteerde grondprijzen is dat die marktconform zijn. Daarbij faciliteren we ook woningcorporaties om hun publieke taak te vervullen. Bij onze uitgifte van woningbouwkavels speelt mee welk type woningen voor een doelgroep wordt gerealiseerd. Dan baseert de gemeente zich op het actuele woningbouwprogramma. Daarnaast is het van belang dat een woningbouwproject een bijdrage levert aan de omgevingskwaliteit. Bij onze uitgifte van bedrijfskavels speelt mee dat op de schaarse bedrijventerreinen de meest passende activiteiten worden ondernomen.
Voor Meierijstad is het van belang dat er ruimte is voor bedrijven met meerwaarde voor onze samenleving. Dan gaat het om werkgelegenheid, verduurzaming en ‘spillover’ voor andere bedrijven in onze gemeente of regio. Ook hinder en externe veiligheid zijn belangrijke onderwerpen. Programma’s Als één van de instrumenten van de Omgevingswet kan het college van burgemeester en wethouders één of meerdere programma’s vaststellen. Die programma’s zijn uitvoeringsgericht. Het gebruik van andere beleidsinstrumenten naast regels kan een plek krijgen in een programma. Met een programma kan ook nadere detaillering worden gegeven aan de omgevingsvisie. Box 8.6 brengt samen wat we nu verwachten aan programma’s de komende jaren.
Box 8.6. Verwachte programma’s
Programma en thema’s
Vergelijk tekstdeel indicatief
Duurzaamheid, milieu en energie over afvalbeheer, circulair bouwen en ondernemen, energieopwekking en emissies Water en klimaatadaptatie over klimaatadaptatie, kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, afvalwaterstelsel en aquathermie Landgebruik en natuurontwikkeling over natuurinclusief boeren, waterlopen en oevers, beekdalen, bossen, faunapassages, verrijkt openbaar groen, gewasbescherming, invasieve exoten, natuur- en milieu-educatie
33
VG: 7.4.2 ZB: 7.6.2 LGHN: 6.2.2 LGA: 6.3.2 LGHN: 6.2.2 LGA: 6.3.2 VG: 7.4.2 8.2
Openbaar gebied over voorzieningen voor fietsers, voetgangers en automobilisten, wegen, kunstwerken, gladheid, verlichting, speelplekken, beheer openbaar groen, meldingen, bewegwijzering, zitmeubilair en buitenreclame Wonen en leefbaarheid over woningbouw, renovatie, mantelzorg, doorstroming, integratie, buurtbemiddeling, inbraak, zwerfafval, hondenpoep, bewonersinitiatieven, groenadoptie en ommetjes Bedrijvigheid en bedrijventerreinen over ondernemen, centrumfuncties, evenementen, recreatie en toerisme, stadsdistributie, parkmanagement, kaveluitgifte en pendel
CDG: 7.2.2 VG: 7.4.2
CSG: 7.3.2 VG: 7.4.2 8.1 CDG: 7.2.2 LB: 7.5.2 ZB: 7.6.2
Wonen onder de Omgevingswet Het deel van de Woningwet dat gaat over woningcorporaties blijft in stand. Prestatieafspraken tussen gemeente, woningcorporaties en hun huurdersorganisaties kunnen dan ook in die vorm opnieuw gemaakt worden. Maar hoofdlijnen van het volkshuisvestingsbeleid gaan op in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie heeft een meerjarige scope. Daarentegen dient het gemeentelijke woningbouwprogramma actueel te blijven. Daarom kan tussen enerzijds omgevingsvisie en anderzijds afspraken met corporaties een programma worden opgesteld waarin de woningbouwprogrammering, waarover ook regionaal overleg plaatsvond, wordt opgenomen. In het kader van nationaal beleid en regionale afspraken stelt Meierijstad in 2021 een transitievisie warmte op. De idee is dat die transitievisie wordt uitgewerkt in warmteplannen per wijk of dorp. We geven we de uitwerking van de transitievisie warmte een plek in enerzijds een programma duurzaamheid, milieu en energie met het oog op bronnen en netwerken, en anderzijds een programma wonen en leefbaarheid met het oog op vastgoedeigenaren en bewoners. Meierijstad heeft een commissie nodig die het college van burgemeester en wethouders ten minste adviseert over de aanvragen van een omgevingsvergunning rijksmonumentenactiviteit. Dezelfde adviescommissie kan tot taak krijgen te adviseren over andere aspecten van de fysieke leefomgeving.
Monitoring en evaluatie De nationale wetgever verwacht dat we het omgevingsbeleid nadrukkelijker vormgeven als cyclus waarin de fase van beleidsuitvoering goed wordt verbonden met het zonodig opnieuw doorlopen van fasen van probleemanalyse en beleidsaanpassing. De gemeente wil een stelsel opbouwen dat monitoring en rapportage waarborgt voor de breedte van onze fysieke leefomgeving. Daarbij voorkomen we dat het stelsel teveel administratieve lasten met zich meebrengt. Bestaande monitors en participatie van vrijwilligers (bijvoorbeeld natuurliefhebbers) kunnen een plek krijgen in dit stelsel. Voor monitoring en evaluatie kunnen we samenwerken in de regio. Bijvoorbeeld met het Regionaal meetnet lucht en geluid Zuidoost-Brabant. Voor monitoring en evaluatie zijn indicatoren nodig, bij evaluatie ook criteria om aan te toetsen. Het beoordelingskader van het milieueffectrapport bij de omgevingsvisie kan nog vaker toegepast worden. Dan gaat het om voorbereiden van programma’s, monitoring bij
34
beleidsuitvoering volgens die programma’s, periodieke evaluaties én milieueffectrapportage bij het omgevingsplan. Uiteindelijk maken de beleidsdoelen van het omgevingsbeleid het mogelijk om situaties te beoordelen.
Beleidsverantwoording Samenvatting van het tekstdeel 9 uit bijlagen A Hoewel de wetgever inhoud en vorm van de omgevingsvisie niet verder voorschrijft, is wel aangegeven dat dit beleidsdocument beschrijvende componenten bevat én richtingwijzende componenten. Beschrijvende componenten zijn tekstdeel 2 vanuit voorgaand beleid, tekstdeel 3 over basale lagen, tekstdelen 6.1 en 7.1 over structuren en waarden van eerst landelijk en dan stedelijk gebied. Richtingwijzende componenten zijn tekstdelen 5, 6 en 7. Wie zich vooral de vraag stelt ‘Wat wil Meierijstad met haar fysieke leefomgeving?’, kan zich dus concentreren op de tekstdelen 5, 6 en 7. Wie zich de vraag stelt ‘Wat gaat Meierijstad doen voor haar fysieke leefomgeving?’ kan zich richten op de tekstdelen 6, 7 en 8. Tekstdeel 8 is te beschouwen als de uitvoeringsparagraaf die het oude stelsel verlangde in een structuurvisie. Omdat het stelsel van de Omgevingswet nog niet in werking is, is de omgevingsvisie formeel de structuurvisie, het gemeentelijk milieubeleidsplan, het voorgenomen volkshuisvestingsbeleid en het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid. De omgevingsvisie krijgt een vervolg in andere beleidsdocumenten die een instrument zijn van de Omgevingswet.
Vooruitlopend op samensmelting van toen geldende bestemmingsplannen tot het omgevingsplanvan-rechtswege zijn in 2020-2021 bestemmingsplannen ‘laaghangend fruit’ voorbereid. Daarnaast zijn regels uit bestaande verordeningen samengebracht in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad. Dat waren eerste herbeoordelingen van gemeentelijke regels. Zo lang het eigenlijke omgevingsplan er nog niet is, gelden in onze gemeente het omgevingsplan-van-rechtswege en de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad naast elkaar. In relatie tot het instrument omgevingsvergunning is te benadrukken dat een vergunning waarmee wordt afgeweken van planregels, gemotiveerd kan worden vanuit deze omgevingsvisie. Dan mag van de onderbouwing van de vergunning verwacht worden, dat duidelijk wordt dat de vergunde activiteit ondanks strijd met planregels past in het beleidsinhoudelijke kader. Beleidsontwikkeling De raad heeft een koersdocument vastgesteld met richtingwijzers voor het omgevingsbeleid en richtingwijzers voor het proces van beleidsontwikkeling voor dat omgevingsbeleid.
Voor beleidsontwikkeling golden de processuele richtingwijzers ‘We zetten de kennis en ervaringen van ketenpartners in’ en ‘We voeren de Omgevingswet in met burgerparticipatie op maat’, alsook de inhoudelijke richtingwijzers ‘We gebruiken vastgestelde geharmoniseerde beleidsstukken als bouwsteen’, ‘We gebruiken de nationale en provinciale omgevingsvisie én regionale omgevingskoers ter inspiratie’, ‘We grijpen de kans om naast thema’s als veiligheid, innovatie en leefbaarheid ook gezondheid en duurzaamheid een plek te geven’ en ‘We gaan denken in kwaliteitswaarden als basis voor ontwikkelingen’. Over het latere omgevingsbeleid werd al het volgende opgenomen: ‘We gaan uit van vertrouwen en handhaven als het nodig is’, ‘We passen als invoeringsstrategie vooral “vernieuwend” en “onderscheidend” toe’, ‘We zetten de kennis en ervaringen van de
35
samenleving in’, ‘We faciliteren de samenleving als het proces vastloopt’, ‘We gaan verder met omgevingsdialogen’ en ‘We blijven gericht op leren’. In het project omgevingsvisie-omgevingsplan is eerst gemeentelijk beleid geïnventariseerd. Dat bood enerzijds beleidsonderwerpen en anderzijds beleidsnota’s, verordeningen en verwante documenten. Vervolgens vond een oriëntatie plaats op lagen en waarden. De analyse ging verder in een uitwerking per gebiedstypologie, gespiegeld door de milieueffectrapportage voor de omgevingsvisie. Bij de beleidsvorming is een lagenbenadering gevolgd. Die benadering is zowel een theoretisch perspectief, een denkwijze, een ontwerpkeuze voor de volgorde van onderwerpen, als een afwegingskader. Ons gebruik van de lagenbenadering was nadrukkelijk spatio-temporeel. Geschiedenis is immers uitgedrukt in onze landschappen en speelt mee in hedendaagse beleving van ruimte. Als theoretisch perspectief onderscheidt de planologische lagenbenadering de ondergrond, de netwerken en de ruimtelijke occupatie. Als ontwerpkeuze betekent de lagenbenadering dat waarden van ondergrond, watersysteem, landschap en erfgoed zijn beschreven, voordat vervoersnetwerken en nadien bebouwing en menselijk gedrag aan bod kwamen. Bij het ontwikkelen van het omgevingsbeleid gebruikten we gebiedstypologieën.
Dat zijn perspectieven op de fysieke leefomgeving waarmee we waarden, opgaven en doelen scherper in beeld brachten. Participatie Bij de beleidsontwikkeling voor het omgevingsbeleid participeerden verschillende belanghebbenden en belangstellenden. We kunnen een eerste laag onderscheiden waar medewerkers van publieke ketenpartners welkom waren bij interne besprekingen van de beleidsontwikkeling. Bij het BinnenLab Omgevingswet verwelkomde ons project medewerkers van waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en buurgemeenten. De beleidsontwikkeling kende een volgende laag van openbare dialoog tijdens bijeenkomsten van het BuitenLab Omgevingswet, gericht op publieksparticipatie, en het OpenLab Omgevingswet, met een focus op een meer abstract of juist technisch onderwerp. Door beperkingen vanwege de publieke gezondheid zijn in 2020 virtuele sessies van het ThuisLab Omgevingswet ingericht. In aanvulling op de ambtelijke contacten over en weer gedurende de beleidsontwikkeling, vindt nog bestuurlijk overleg plaats.
Schema 9.14. Participatie in gradaties
Bijeenkomst of kennisgeving
Trede op ladder van burgerparticipatie
Kennisgeving, 13 mei 2019: voorbereiding van
1e Informeren
omgevingsvisie met plan-MER 3e Adviseren
BuitenLab Omgevingswet, 15 mei 2019: over bedrijventerreinen Beeldvormende avond gemeenteraad, 26 september 2019: over m.e.r. bij omgevingsvisie
36
1e Informeren
2e Raadplegen
OpenLab Omgevingswet, 24 oktober 2019: met concept van ontwerpNRD voor plan-MER bij omgevingsvisie
1e Informeren
ThuisLab Omgevingswet, 12 mei 2020: over overgangsverordening fysieke leefomgeving ThuisLab Omgevingswet, 14 mei 2020: over centrum-
1e Informeren
en detailhandelsbeleid 2e Raadplegen
ThuisLab Omgevingswet, 19 mei 2020: over geurhinder veehouderij
1e Informeren
ThuisLab Omgevingswet, 26 mei 2020: over bouwregels en welstand
2e Raadplegen
ThuisLab Omgevingswet, 28 mei 2020: over beleid landelijk gebied
1e Informeren
Beeldvormende avond gemeenteraad, 4 juni 2020: over omgevingsvisie
1e Informeren
Beeldvormende avond gemeenteraad, 8 september 2020: over juridische producten omgevingsbeleid
3e Adviseren
OpenLab Omgevingswet, 14 september 2020: over regionale aansluiting
2e Raadplegen
ThuisLab Omgevingswet, 2 oktober 2020: met concept van plan-MER bij omgevingsvisie
Treden: 1e informeren, 2e raadplegen, 3e adviseren, 4e coproduceren, 5e meebeslissen.
Milieueffectrapportage Voor deze omgevingsvisie is een milieueffectrapport (plan-MER) opgesteld. Daarmee wilde het gemeentebestuur niet alleen voldoen aan een wettelijke plicht, maar ook de inhoudelijke kwaliteit van het omgevingsbeleid verbeteren. In een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) is opgenomen welk beoordelingskader gebruikt zou worden om de omgevingsvisie te evalueren in het plan-MER. Voor de breedte van de fysieke leefomgeving is gezocht naar criteria en dan specifieke indicatoren. Na het opstellen van de NRD is de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies gevraagd. Haar advies heeft meegewogen bij het opstellen van zowel het plan-MER als de omgevingsvisie. Een conceptversie van het plan-MER gaf al gelegenheid voor enkele aanscherpingen in deze omgevingsvisie. Bijvoorbeeld over bodembeheer, natuurontwikkeling, de relatie tussen cultuurhistorie en energieopwekking, en elektrisch rijden.
37
1. Omgevingswet en omgevingsvisie De omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet en bevat het beleid voor de fysieke leefomgeving. In dit tekstdeel 1 wordt beschreven wat de Omgevingswet van ons verlangt en wat de rijksoverheid daarbij als verwachtingen heeft. Vervolgens geven we aan hoe we met onze omgevingsvisie willen tegemoetkomen aan die eisen en verwachtingen. Meer informatie over hoe de omgevingsvisie is voorbereid, staat in tekstdeel 9.
1.1. Over de Omgevingswet Doelstelling Omgevingswet De nationale wetgever laat per 2022 de Omgevingswet in werking treden. Die ‘wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’1 De formulering van het doel drukt uit dat sectoraal of thematisch beleid wordt verbreed tot integraal beleid. Geïntegreerd wettelijk stelsel In de Omgevingswet worden tientallen wetten samengebracht en gemoderniseerd. Een dergelijke concentratie vindt ook plaats in de vier algemene maatregelen van bestuur en in de ene ministeriële regeling bij de Omgevingswet. We kunnen zeggen dat het stelsel van ruimtelijke ordening wordt verbreed met enkele andere sectoren van beleid. De voornaamste daarvan is het milieubeheer. In het nieuwe omgevingsbeleid is dus veel herkenbaar vanuit enerzijds de ruimtelijke ordening en anderzijds het milieubeheer.
Waar in het stelsel van ruimtelijke ordening het centrale criterium was dat een besluit getuigt van ‘goede ruimtelijke ordening’, 2 moet voortaan sprake zijn van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. 3 In het nieuwe stelsel zijn een zorgplicht en enkele beginselen opgenomen die we al kenden uit het milieurecht: ‘Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving.’4 En het beschermen van gezondheid is nadrukkelijk genoemd als een belang om rekening mee te houden bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.5 Verbeterdoelen Voor de Omgevingswet gelden verbeterdoelen. Met de nieuwe wetgeving wilde de rijksoverheid de afwegingsruimte vergroten, meer inzicht bieden in wat wel en niet kan, snellere besluitvorming en een samenhangende benadering van de leefomgeving. 6 Daarmee zijn flexibiliteit en maatwerk, transparantie en informatievoorziening, snelheid en integraal werken essentieel om de verbetering waar te maken die de nationale wetgever voor ogen had met de Omgevingswet. Naast de wetteksten leeft er een ‘geest van de Omgevingswet’. Daarmee worden we uitgedaagd om anders te gaan werken. Onze gemeente geeft in de omgevingsvisie meteen aan hoe zij denkt over dienstverlening in het beleid voor de fysieke leefomgeving (zie tekstdeel 8.1). 1 Artikel 1.3 Omgevingswet. 2 Artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening. 3 Artikel 4.2 lid 1 Omgevingswet.
4 Artikel 1.6 Omgevingswet. De beginselen worden genoemd in artikel 3.3 Omgevingswet. 5 Artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet.
6 Vergelijk Welke koers kiest Meierijstad? (2019) Veghel: gemeente Meierijstad, pagina 5.
38
Wettelijke instrumenten Het nieuwe stelsel kent een aantal instrumenten voor de gemeente (zie box 1.1). Onder de Omgevingswet stelt de raad een omgevingsvisie en een omgevingsplan vast. En het college van burgemeester en wethouders stelt programma’s vast. Het college van burgemeester en wethouders blijft het bestuursorgaan dat aanvragen van een omgevingsvergunning behandelt. Het instrument van de omgevingsvergunning kennen we uit het voorgaande stelsel. In sommige gevallen kan een meldplicht of een informatieplicht gehanteerd worden in plaats van een vergunningplicht.
Box 1.1. Wettelijke instrumenten van de gemeente
Instrument
Bevoegd orgaan
Juridische status
Raad Raad College van B&W College van B&W
Zelfbindend Algemeen verbindende voorschriften Zelfbindend Beschikkingen
Omgevingsvisie Omgevingsplan Programma’s Omgevingsvergunningen
De algemeen verbindende voorschriften die de gemeente maakt over de fysieke leefomgeving krijgen hun plek in het omgevingsplan. Daarmee wordt een uitwerking gegeven aan het beleid zoals beschreven in de omgevingsvisie. De relatie tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan wordt toegelicht in tekstdeel 8.3. Een uitvoeringsgerichte uitwerking van het beleid krijgt een plek in een programma. Dat komt verder aan bod in tekstdeel 8.4.
1.2. Over het instrument de omgevingsvisie De wetgever en de omgevingsvisie Wat verwacht de nationale wetgever van een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie bevat: 7 een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Daarbij is een omgevingsvisie te richten op:8 duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land, de bescherming en verbetering van het leefmilieu, het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van: o een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, o doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In de omgevingsvisie is rekening te houden ‘met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.’ 9
7 Artikel 3.2 Omgevingswet. 8 Artikel 3.2 juncto 2.1 lid 1 juncto 1.3 Omgevingswet. 9 Artikel 3.3 Omgevingswet.
39
In het wettelijke stelsel vervangt de omgevingsvisie de structuurvisie, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan, en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie. We maken met deze omgevingsvisie een inhaalslag omdat Meierijstad, als jonge gemeente, nog geen van de plannen van het oude stelsel had opgesteld. Ons veelzijdige beleid Deze omgevingsvisie is veelzijdig: de visie toont inhoudelijke breedte en is soms gedetailleerd. Vanuit de ambitie van integraal werken en omdat het omgevingsbeleid zoveel sectoren van de fysieke leefomgeving samenbrengt, wordt in deze omgevingsvisie een groot aantal onderwerpen behandeld. Die onderwerpen worden grondig behandeld, ten eerste omdat Meierijstad als fusiegemeente meteen haar ruimtelijke en milieubeleid harmoniseert en actualiseert; ten tweede omdat we met de omgevingsvisie goede aangrijpingspunten willen geven voor de uitwerkingen in het omgevingsplan en de programma’s.
Afbeelding F1. Sluis 4 in Veghel
40
2. Omgevingsbeleid van eerder en elders 2.1. Inleiding: de achtergrond voor deze omgevingsvisie In dit tekstdeel 2 worden brede beleidsvisies behandeld die een achtergrond vormen voor de omgevingsvisie van Meierijstad. Hierbij kijken we zowel naar ons lokale bestuur, als naar regionaal, provinciaal en nationaal bestuur. De brede beleidsvisies die hier worden behandeld zijn eerst de ruimtelijke structuurvisies van de oude gemeenten en de toekomstvisie die werd opgesteld voor de fusie van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. In de aanloop naar de provinciale omgevingsvisie hebben de samenwerkende gemeenten en waterschappen van Noordoost-Brabant een regionale omgevingskoers opgesteld. Nadat die regionale omgevingskoers is behandeld, wordt de provinciale omgevingsvisie belicht. Nadien komt de nationale omgevingsvisie aan bod. Evolutie van lokaal beleid De hier genoemde visies zijn niet bepalend voor de omgevingsvisie van Meierijstad. Maar we voelen ons wel geroepen om inzichtelijk te maken in hoeverre we met de omgevingsvisie, via de toekomstvisie, andere accenten leggen en keuzes maken dan was gedaan met de structuurvisies. Dat inzichtelijk maken van een evolutie blijft hier beperkt tot hoofdlijnen, niet alleen uit praktisch oogpunt maar ook omdat er naast de structuurvisies over ruimte ook beleidsdocumenten zijn van andere sectoren die meewegen in de nieuwe omgevingsvisie.
Bijvoorbeeld een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan. Bovenlokaal beleid als inspiratie Ook de visies van hogere schaalniveaus zijn niet bepalend. De regionale omgevingskoers was nadrukkelijk bedoeld om gemeenten te inspireren bij het maken van hun eigen omgevingsvisies. En hoewel de provinciale en nationale omgevingsvisies alleen die bestuurslagen zelf binden, hebben die visies de ambitie om als gezaghebbend te worden gezien. Het is goed om te bedenken dat het provinciebestuur en de rijksoverheid hun inzet van wel bindende instrumenten zullen motiveren onder verwijzing naar hun eigen omgevingsvisie. Zo wordt de provinciale omgevingsverordening van belang voor het omgevingsplan van Meierijstad.
2.2. Lokaal beleid In dit tekstdeel 2.2 worden behandeld de structuurvisies en toekomstvisies van Meierijstad en drie voorgaande gemeenten. In tekstdeel 9.7 wordt aangegeven in hoeverre deze omgevingsvisie eerdere beleidsdocumenten vervangt.
2.2.1. Schijndel: Structuurvisie Ruimte De gemeente Schijndel beschikte sinds 2012 over de Structuurvisie Ruimte.10 Daarmee werd voortgebouwd op de strategische visie Op weg naar ’t skonste plekske in 2020, een strategische visie die dateerde van 2005-2006. In de structuurvisie is uiting gegeven aan de volgende ambities: een evenwichtige (volks)huisvesting, een stabiele en sterke sociaal-economische positie, behoud van cultuurhistorie,
10 Verpoort, R. (red.) (4 april 2012) Structuurvisie Ruimte, Schijndel: gemeente Schijndel.
41
een gezonde en robuuste natuur, adequate waterhuishouding, een acceptabele en aantrekkelijke woon- en leefomgeving met voldoende ruimte voor recreatie. De toekomstkeuzes zijn samengebracht in box 2.1.
Box 2.1. Structuurvisie Ruimte gemeente Schijndel: toekomstkeuzes
Thema
Toekomstkeuze
Natuur, water en cultuurhistorie
Recreatie en toerisme
Landbouw / buitengebied Voorzieningen Verkeer en vervoer Werken
Wonen
Duits Lijntje als ecologische verbindingszone Combineren van wateropvang / wandelroutes in het kernrandgebied Behoud cultuurhistorische woonbebouwing Ontwikkeling gebied de Leemputten / buitengebied Ontwikkeling Duits Lijntje Ontwikkeling Vlagheide Niet ontwikkelen landbouwontwikkelingsgebied ’t Woud Kwaliteitsverbetering van het landschap Herontwikkeling vrijkomende schoollocatie Vossenberg Verbreding horeca-aanbod Geen reactivering spoorlijn Duits lijntje Externe veiligheid (transport) Ontwikkelruimte bedrijven Onderzoek watergebonden bedrijvigheid Nieuwe Molenheide Externe veiligheid (bedrijvigheid) Afzien van Loosbraak (tussen Schijndel en Wijbosch) als uitbreidingslocatie Afzien van Hooghekke (over het Duits lijntje tot aan de Structuurweg) als woningbouwlocatie
Schijndel: aanvulling op de structuurvisie De gemeente Meierijstad heeft een aanvulling laten opstellen op de structuurvisie van de eerdere gemeente Schijndel.11 De herijking van het woningbouwprogramma en de versnelling van de bouw van bepaalde typen woningen, of voor sommige doelgroepen, gaven aanleiding tot deze aanvulling (zie box 2.2). In de aanvulling zijn elf kernwaarden van Schijndel benoemd: compacte bebouwingsopzet op de smalle dekzandrug; groene wiggen; robuuste bomenstructuur; compacte dorpskern: huiskamer van Schijndel; ’t Noord en ’t Zuid herkenbaar als voormalige kernen; compleet aanbod van onderwijsvoorzieningen; bloeiend verenigingsleven; kunst en cultuur: uitvoerende kunst in ’t Spectrum, kunst in het openbaar gebied, Museum Jan Heestershuis en het voormalige gemeentehuis; kleinschalige bedrijventerreinen ingebed in de dorpsstructuur: Rooiseheide en Molendijk; 11 De ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel, Voor de omgevingsvisie (24 maart 2020) zonder plaats:
gemeente Meierijstad, Spacevalue & tlu landschapsarchitecten.
42
dorpse bebouwing; zorgvuldige inrichting van de openbare buitenruimte met een heldere groen- en padenstructuur.
Box 2.2. Stedenbouwkundig kader Schijndel
Stedenbouwkundig kader voor bouwen in Schijndel
Het college van burgemeester en wethouders stemde voorjaar 2020 in met een aanvulling op de Schijndelse structuurvisie uit 2012. Die aanvulling kreeg niet de juridische status van een van de planfiguren van de Wet ruimtelijke ordening. In de structuurvisie was ruimte gegeven om naast in te breiden ook uit te breiden teneinde te voldoen aan de plaatselijke woningbehoefte. Daarbij zijn kaders wenselijk om de Schijndelse identiteit te borgen. De uitbreiding in Schijndel kan worden aangewend voor de beoogde versnelling van de woningbouwopgave van Meierijstad. Feitelijk moeten alle initiatieven voldoen aan ruimtelijke kwaliteitscriteria. In dit aanvullende kader worden dit de elf kernkwaliteiten voor ontwikkelingen genoemd. Het aanvullende kader heeft 2028 als planhorizon. De elf kernkwaliteiten zijn vooral gebaseerd op de geomorfologie van Schijndel die in het kort als volgt is te omschrijven. Schijndel is ontstaan op een hoger gelegen dekzandrug tussen de beekdalen van de Aa en de Dommel. Inmiddels bestaat de kern Schijndel uit een lang gerekt lint met aan weerszijden woonwijken. Zowel aan de oostzijde als aan de westzijde dringt het landschap in de vorm van groene wiggen diep de bebouwde kom in. Door de rafelige dorpsrand liggen veel woningen aan het landschap. De sterke samenhang en de ontstaansgeschiedenis van Schijndel met het landschap is nog steeds herkenbaar.
Het behoud van de groene wiggen is dan ook een voorwaarde voor het behoud van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Schijndel. Ook bij nieuwe ontwikkelingen dient de lobbenstructuur, maar bijvoorbeeld ook de informele (vaak historische) padenstructuur, de dorpse maat en schaal en de Schijndelse ornamentiek, als integraal ontwerpprincipe te worden gerespecteerd. Deze aanvullende criteria borgen de ruimtelijke kwaliteit voor de komende jaren.
2.2.2. Sint-Oedenrode: De Rooi(s)e draad versterkt De gemeente Sint-Oedenrode beschikte sinds 2005 over een strategische visie De Rooi(s)e draad en die visie werd in 2012 herijkt.12 De herijkte beleidsvisie had 2025-2030 als planhorizon. In de visie uit 2005 zijn kernkwaliteiten van de toenmalige gemeente benoemd: welgelegen, karakteristiek en aantrekkelijk (zie ook box 2.3). Het groene karakter van Sint-Oedenrode, met een nauwe verweving van natuur, landschap en landbouw, werd opgevat als een contramal tussen stedelijke regio’s.13 In de zeven jaar die sindsdien verstreken, werd een aantal trends en ontwikkelingen gesignaleerd. Dat waren bijvoorbeeld de digitalisering en minder fysieke winkels, de participatiesamenleving en decentralisatie, de vergrijzing en uitzicht op krimp van de bevolkingsomvang, en aandacht voor duurzaamheid. Met de herijking is daarop ingespeeld. In de strategische visie zijn drie thema’s onderscheiden waarvoor de herijking het meest van belang was: woningbouw en leefbaarheid,
12 De Rooi(s)e draad versterkt (september 2012) Sint-Oedenrode: gemeente Sint-Oedenrode. 13 Landschapsontwikkelingsplan Sint-Oedenrode (31 maart 2009) Rosmalen: Croonen adviseurs, pagina’s
18-19.
43
vitaal platteland, economie en ruimtelijke ontwikkeling. De bijstellingen hielden ondermeer in dat na afronding van lopende projecten in de kleine kernen, nieuwe woningbouw werd geconcentreerd in de hoofdkern Sint-Oedenrode. En dat de ambitie werd geformuleerd om jongeren aan te trekken of vast te houden als inwoners van de gemeente. Voor het buitengebied wees de herijking op de transitie in de landbouw. Voor bedrijvigheid concentreerde de gemeente zich op bestaande bedrijfslocaties en vrijkomende agrarische bebouwing, liever dan een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen. Het historische centrum en het toeristisch-recreatieve potentieel werden opnieuw belicht.
Box 2.3. De Rooi(s)e draad versterkt: kernkwaliteiten
Gemeenschap
Gebied
Bestuur
Saamhorig Betrokken Actief
Welgelegen Karakteristiek Aantrekkelijk
Aanspreekbaar Georganiseerd Eigenzinnig
Het groene karakter komt voor de kern SintOedenrode tot uitdrukking in het concept van de groene long. Dit betekent dat bestaande, onbebouwde gebieden in de kern niet bebouwd zouden worden. Dit betrof het gebied tussen de Corridor en de Markt, de Neul en een deel van het gebied ten noorden daarvan, het gebied tussen de Lindendijk en de Valstraat en de groene entree komende vanuit Schijndel. Om te voorzien in de woningbouwbehoefte en om het centrum te ontlasten, werd naast een aantal verdichtingslocaties gekozen voor de realisatie van de nieuwe wijk Heikant (woningbouw en bedrijventerrein) en de aanleg van de Noordelijke Randweg. Afbeelding F2 toont de sterke verwevenheid tussen rood en groen / blauw.
Afbeelding F2. Verweving van rood en groen / blauw in Sint-Oedenrode
2.2.3. Veghel: Menu voor de toekomst De gemeente Veghel beschikte sinds 2013 over de Structuurvisie Veghel 2030, Menu voor de toekomst.14 Met de ambities van de structuurvisie is voortgebouwd op de Visie Smaakmakend 14 Boersma, J.H., W. Keijers, J.W. Tap & M. Witberg (2013) Structuurvisie Veghel 2030, Menu voor de
toekomst, Veghel: gemeente Veghel.
44
Veghel 2030, met name de programma’s van die toekomstvisie waarin de basiskwaliteiten van de gemeente waren vervat (zie box 2.4).
Box 2.4. Visie Smaakmakend Veghel 2030: programma’s
Stedelijk centrum
Bedrijvig
Goed leven
‘Het programma Stedelijk centrum Veghel richt zich met name op het verbeteren van de verblijfskwaliteit in het Veghelse centrumgebied en het versterken van het aanbod van stedelijke voorzieningen. Het gaat daarbij zowel om detailhandel, als om culturele voorzieningen.’
‘Met het programma Bedrijvig Veghel wordt ingezet op differentiatie van de aanwezige bedrijventerreinen, een gevarieerde en goed opgeleide beroepsbevolking en een goede bereikbaarheid.’
‘Het derde programma richt zich op het behouden en realiseren van een prettig leefklimaat in de dorpen, de wijken en het landelijk gebied. Het heet dan ook Goed leven in Veghel.’
Overgenomen van Poster hoofdlijnen Structuurvisie 2030 (2013) Veghel: gemeente Veghel, pagina 1.
De ruimtelijke uitgangspunten en keuzes van de Veghelse structuurvisie laten zich samenvatten tot de volgende acht punten (zie box 2.5): stedelijke voorzieningen concentreren, dagelijkse voorzieningen in de buurt, bouwen met dorpse kwaliteiten, investeren in infrastructuur, leefbaarheid, groenblauwe ruggengraat versterken, gedifferentieerd buitengebied, gevarieerd aanbod aan bedrijventerreinen. In aanvulling op de uitgangspunten belichtte de structuurvisie duurzaamheid, energiewinning en energiebesparing (met name in gebieden met veel oudere woningen) en biodiversiteit (als aandachtspunt voor de inrichting van het buitengebied).
Box 2.5. Structuurvisie Veghel 2030: ruimtelijke uitgangspunten
Stedelijke voorzieningen concentreren
Dagelijkse voorzieningen in de buurt
‘Veghel zet er […] op in de aanwezige voorzieningen zo veel mogelijk te concentreren op een beperkt aantal locaties Een onderscheidend profiel is daarbij van groot belang, zodat onderlinge concurrentie wordt uitgesloten. Met name in het centrum van de kern Veghel wordt daarbij ook ingezet op verbetering van de verblijfskwaliteit. Ook is het ontwikkelen van het kunst-, cultuur- en foodcluster op de Noordkade in volle gang.’ ‘Investeren in voorzieningen “in de buurt” is erg belangrijk voor het realiseren van aantrekkelijke woongebieden. In alle kerkdorpen is een multifunctioneel centrum aanwezig, in de vorm van een gemeenschapshuis of een multifunctionele accommodatie […]. Deze leveren een belangrijke bijdrage aan de sociale samenhang en de maatschappelijke betrokkenheid van inwoners.’
45
Bouwen met dorpse kwaliteiten Investeren in infrastructuur
Leefbaarheid
Groenblauwe ruggengraat versterken
Gedifferenteerd buitengebied
Gevarieerd aanbod aan bedrijventerreinen
‘Er is veel meerwaarde te behalen door nieuwe locaties in lagere dichtheden te ontwikkelen, of (deels) groen in te vullen.’ Bereikbaarheid is cruciaal voor een werkgemeente als Veghel. Als gevolg van de dagelijkse files op de N279, vastlopende afritten van de A50 en knelpunten bij bruggen en sluizen in de Zuid-Willemsvaart staat die bereikbaarheid […] onder druk. Veghel kiest, samen met de regio, er […] voor om te werken aan de infrastructuur. Ingezet wordt op een goede bereikbaarheid van werklocaties per openbaar vervoer, fiets en water.’ ‘Daarnaast is op een aantal plaatsen de invloed van infrastructuur op de leefbaarheid in de kernen een punt van aandacht. Op dat vlak zet deze structuurvisie in op verbeteringen, bijvoorbeeld voor Zijtaart, Erp en Keldonk en de omgeving van de Rembrandtlaan in de kern Veghel.’ Aa, Leijgraaf en bijbehorende beekdalen. ‘Uitgangspunt van deze structuurvisie is om deze groenblauwe ruggengraat waar mogelijk te versterken en nog meer […] als kwaliteit naar buiten toe uit te dragen.
Dat kan bijvoorbeeld door mee te liften op de wateropgaven waarvoor we ons in toenemende mate gesteld zien en de mogelijkheid om via Veghels grondgebied verschillende verbindingen te realiseren tussen de Maashorst en Het Groene Woud.’ ‘De bestaande landschappelijke identiteit en de aanwezige functies vormen de leidraad voor een hoofdindeling in vijf gebiedstypen.’ Aa en Leijgraaf als groenblauwe ruggengraat. Veghels mozaïek: functiecombinaties en clusters in het landschap in een ring rond Veghel, met daarin Eerde, Zijtaart, Mariaheide, Veghels Buiten en Foodpark. Buitenlandschap Erp: landbouw, wonen, werken en recreatie ten noorden en zuiden van Erp. Agrarisch kerngebied: landbouw en veeteelt in het meest zuidelijke deel van de gemeente. Agrarisch landschap noordflank Veghel. ‘Uitgangspunt van de structuurvisie […] is […] een duidelijke differentiatie van bestaande én nieuwe bedrijventerreinen. De locatie Amert II zal niet als bedrijventerrein worden ontwikkeld.’
Overgenomen van Poster hoofdlijnen Structuurvisie 2030 (2013) Veghel: gemeente Veghel, pagina’s 1-2.
2.2.4. Meierijstad: toekomstvisie In het wettelijke proces van de fusie van de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel is een toekomstvisie opgesteld voor de nieuwe gemeente.15 Die toekomstvisie had 2025 als planhorizon. In de toekomstvisie zijn vier thema’s onderscheiden: sociaal / maatschappelijk, economie, ruimtelijk, besturingskenmerken. Een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente werkt in het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen. Iedere inwoner kan meedoen binnen sterke sociale netwerken en
15 Herindelingsadvies Meierijstad (26 maart 2015) Schijndel: gemeente Schijndel, Sint-Oedenrode: gemeente
Sint-Oedenrode & Veghel: gemeente Veghel, pagina’s 25-38.
46
een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Het thema sociaal / maatschappelijk van de toekomstvisie belichtte onder andere het volgende: vitaliteit, gezondheid en bewegen, bewegingsvrijheid en zelforganiserend vermogen, bereikbare zorg- en sociaal-culturele voorzieningen met deels een regionaal verzorgingsgebied, uitdagende ontspanningsmogelijkheden en een gunstig vestigingsklimaat voor creatieve mensen. Van het thema economie zijn uit de toekomstvisie de onderstaande citaten overgenomen (zie box 2.6). Die geven blijk van een ambitie om te vernieuwen met een verwijzing naar het verleden. Na de fusie heeft het gemeentebestuur de ambitie van een regionaal winkelaanbod naar beneden bijgesteld in vergelijking met de toekomstvisie.
Box 2.6. Toekomstvisie Meierijstad: economie
Economie
Een 24-uurs economie; veranderd ondernemerschap Meierijstad is een typische werkgelegenheidsgemeente. Ondernemingszin en een hoge arbeidsmoraal zijn kenmerkend. We hebben een stevige economische positie met een breed scala aan bedrijven. Meierijstad is een toonaangevende gemeente in AgriFood Capital. […] Voor (nieuwe) bedrijven bieden we een aantrekkelijk vestigings- en werkklimaat. Het buitengebied vormt een proefgebied. Kennis is niet langer plaats- of tijdgebonden. Voor veel diensten en producten kunnen onze inwoners altijd en overal ter wereld terecht. […] De kernen Schijndel, Sint-Oedenrode, Veghel en Erp hebben een regionaal winkelaanbod en in de overige kernen is voldoende winkelaanbod voor de plaatselijke inwoners. De detailhandel kenmerkt zich door digitale dienstverlening. Onze winkelgebieden vormen ware belevingsconcepten met onderscheidende dienstverlening. […] Veranderende bevolking De groep senioren beschikt over veel vrije tijd en vaak ook geld. […] Door de vergrijzing staan zorg, voeding en beweging centraal. Er zijn minder jongeren waardoor er ook minder aanbod van arbeidskrachten is. Daarnaast zijn zij hoger opgeleid. Hierdoor is er spanning op de arbeidsmarkt. Om jongeren aan de gemeente te binden is er een intensieve samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs.