CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B8b Hoofdnota Omgevingsvisie Meierijstad.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college35.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingsvisie Meierijstad Hoofdnota

Voorontwerp van de omgevingsvisie December 2020 Veghel: gemeente Meierijstad

Inhoudsopgave Hoofdnota Inhoudsopgave Planologische samenvatting van de omgevingsvisie De basis voor het omgevingsbeleid Gelaagd Meierijstad Trends en ontwikkelingen Voornemens en hoofdzaken Uitwerking in gebiedstypologieën Uitwerking landelijk gebied Uitwerking stedelijk gebied Beleidsuitvoering Beleidsverantwoording 1. Omgevingswet en omgevingsvisie 1.1. Over de Omgevingswet 1.2. Over het instrument de omgevingsvisie 2. Omgevingsbeleid van eerder en elders 2.1. Inleiding: de achtergrond voor deze omgevingsvisie 2.2. Lokaal beleid 2.2.1. Schijndel: Structuurvisie Ruimte 2.2.2. Sint-Oedenrode: De Rooi(s)e draad versterkt 2.2.3. Veghel: Menu voor de toekomst 2.2.4. Meierijstad: toekomstvisie 2.3. Regionaal en provinciaal beleid 2.3.1. Noordoost-Brabant: regionale omgevingskoers 2.3.2. Provincie: De kwaliteit van Brabant 2.4. Rijksbeleid 3. Gelaagd Meierijstad 3.1. Over ondergrond, geschiedenis en landschappen 3.2. Over geschiedenis en cultuurhistorie 3.3. Stedelijke netwerken en hoofdinfrastructuur 3.4. Leven en werken 4. Trends en ontwikkelingen 4.1. Algemene trends en ontwikkelingen 4.2. Trends en ontwikkelingen in het landelijk gebied 4.3. Trends en ontwikkelingen in het stedelijk gebied 5. Voornemens en hoofdzaken van ons beleid 5.1. Van wettelijk doel naar voornemens en hoofdzaken 5.2. Over uitwerking van voornemens en hoofdzaken 5.3. Beeld aan de horizon 6.

Onze visie voor het landelijk gebied 6.1. Structuren en waarden van het landelijk gebied 6.2. Gebiedstypologie i. landelijk gebied, hoofdfunctie natuur 6.2.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 6.2.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 6.2.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 6.3. Gebiedstypologie ii. landelijk gebied, agrarisch 6.3.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 6.3.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie

1

1 4 4 4 7 8 9 9 17 30 35 38 38 39 41 41 41 41 43 44 46 49 49 51 52 57 57 61 66 70 72 72 78 86 90 90 95 100 103 103 110 111 113 120 121 122 123

6.3.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 6.4. Gebiedstypologie iii. landelijk gebied, verweving van functies 6.4.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 6.4.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 6.4.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 7. Onze visie voor het stedelijk gebied 7.1. Structuren en waarden van het stedelijk gebied 7.2. Gebiedstypologie iv. centrumdorps gebied 7.2.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 7.2.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 7.2.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 7.3. Gebiedstypologie v. centrumstedelijk gebied 7.3.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 7.3.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 7.3.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 7.4. Gebiedstypologie vi. verstedelijkt (woon)gebied 7.4.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 7.4.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 7.4.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 7.5. Gebiedstypologie vii. lichte bedrijvigheid 7.5.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 7.5.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 7.5.3. Veranderacties uit deze gebiedstypologie 7.6. Gebiedstypologie viii. zware bedrijvigheid 7.6.1. Voornemens en hoofdzaken voor deze gebiedstypologie 7.6.2. Uitwerking van beleid voor deze gebiedstypologie 7.6.3.

Veranderacties uit deze gebiedstypologie 8. Meierijstad in actie 8.1. Over sturing en dienstverlening 8.1.1. Onze klanten en het omgevingsbeleid 8.1.2. Onze sturing in het omgevingsbeleid 8.1.3. Omgevingsprincipes voor initiatieven 8.1.4. Veranderacties van sturing en dienstverlening 8.2. Over financiën 8.3. Over het omgevingsplan 8.4. Over programma’s 8.5. Over monitoring 8.6. Over de adviescommissie

134 136 137 138 150 152 152 161 162 163 176 177 178 179 187 189 189 190 202 203 204 205 213 214 214 215 225 228 228 228 231 234 235 236 241 242 245 248

Bijlagen A Gedetailleerde inhoudsopgave Publiekssamenvatting van de hoofdnota 9. Toelichting en verantwoording 9.1. Leeswijzer bij de omgevingsvisie 9.2. Richtingwijzers Meierijstad 9.3. Analyse: lagen en gebiedstypologieën 9.4. Participatie en bestuurlijk overleg 9.5. Over de milieueffectrapportage 9.5.1. Doel en benadering van de milieueffectrapportage 9.5.2. Notitie reikwijdte en detailniveau 9.5.3. Milieueffectrapport 9.6. Voorzienbaarheid in het omgevingsbeleid

1 10 14 14 15 16 26 33 33 34 36 39

2

9.7. Status van bouwstenen, deze visie en nader beleid 9.7.1. Bestaand beleid als bouwstenen 9.7.2. Omgevingsvisie als combinatie van plannen 9.7.3. Verder omgevingsbeleid 10. Totaaloverzicht genoemde verbeteracties

41 41 44 45 49

Bijlagen B 11. Fotobijlage 11.1. Impressies van landelijk gebied, hoofdfunctie natuur 11.2. Impressies van landelijk gebied, agrarisch 11.3. Impressies van landelijk gebied, verweving van functies 11.4. Impressies van centrumdorps gebied 11.5. Impressies van centrumstedelijk gebied 11.6. Impressies van verstedelijkt (woon)gebied 11.7. Impressies van lichte bedrijvigheid 11.8. Impressies van zware bedrijvigheid Colofon

1 1 7 11 17 22 25 32 36 39

3

Planologische samenvatting van de omgevingsvisie Behalve deze samenvatting van de omgevingsvisie, is er een publiekssamenvatting van met name de hoofdnota. Die publiekssamenvatting is opgenomen als een bijlage bij de hoofdnota.

De basis voor het omgevingsbeleid Samenvatting van de tekstdelen 1 en 2 van de hoofdnota Omgevingsvisie Met het oog op de Omgevingswet presenteert de gemeente Meierijstad haar omgevingsvisie. Een omgevingsvisie bevat volgens de wet:  een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving,  de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied,  de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Vanuit de ambitie van integraal werken en omdat het omgevingsbeleid zoveel sectoren van de fysieke leefomgeving samenbrengt, wordt in deze omgevingsvisie een groot aantal onderwerpen behandeld. Die onderwerpen worden grondig behandeld:  omdat Meierijstad als fusiegemeente meteen haar ruimtelijke en milieubeleid harmoniseert en actualiseert,  omdat we met de omgevingsvisie goede aangrijpingspunten willen geven voor de uitwerkingen in het omgevingsplan en de programma’s. Evolutie en inspiratie van beleid Het omgevingsbeleid van de omgevingsvisie evolueert uit de structuurvisies van de oude gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, en uit de toekomstvisie die zij opstelden voor hun fusie. Daarbij wordt ons omgevingsbeleid geïnspireerd door de regionale omgevingskoers van Noordoost-Brabant, de provinciale omgevingsvisie en de nationale omgevingsvisie.

Gelaagd Meierijstad Samenvatting van de tekstdelen 3, 6.1 en 7.1 van de hoofdnota Ondergrond Voor de beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving is een spatio-temporele lagenbenadering gevolgd. Wat de ondergrond betreft, bevindt Meierijstad zich in de Centrale Slenk en opzij van de Peelrandbreuk. In de laatste ijstijd is een groot deel van de Centrale Slenk opgevuld met dekzand. Vervolgens zijn de beekdalen van de Aa en de Dommel, de ontginning en de industrialisatie bepalend geweest voor ons landschap. De overheersende grondsoort is zand, oorspronkelijk arme grond. Maar er is in Meierijstad ook leem aanwezig, waardoor daar nattere gronden.

4

Kaart 3.4. Landschapsanalyse Meierijstad

Landschap In de voorbije twee eeuwen zijn bos en heide ontgonnen, is er geploegd, zijn akkers en weiden ontwaterd, zijn er meststoffen en bestrijdingsmiddelen verspreid en door machinale bewerking is grond ingeklonken. De bodem heeft nu te kampen met verdroging, erosie, verminderd bodemleven en verminderde voedzaamheid, verhoogde concentraties van stoffen uit landbouw, veeteelt, industrie en verkeer. Aan de oppervlakte zien we grote, rechthoekige percelen, sloten en gekanaliseerde beken en monoculturen. De open, rationeel vormgegeven heideontginningen hebben intussen hun eigen landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Van het oude landschap resteert soms een half open, grillige kampenverkaveling, een coulissenlandschap met populieren, hakhout of een onverharde weg. De behouden stuifzandruggen van het Vressels Bos en de Eerdse Bergen zijn aantrekkelijk voor natuurbeleving en ontspanning. Maar op veel plekken treedt een eigentijdse ontwikkeling op de voorgrond. Dat zijn met name de (verbrede) ZuidWillemsvaart, het historische spoortracé van het Duits Lijntje, de verstedelijking en de industrie, de N279, voormalige vuilstortplaatsen en de A50. Water De voor Meierijstad kenmerkende waterlopen, die ruwweg naar het noordwesten stromen, zijn de Dommel, de Zuid-Willemsvaart, de Aa en de Leijgraaf. Het beekdallandschap heeft zowel historisch als actueel grote betekenis.

Op een oeverwal kunnen nederzettingen gegroeid zijn. De bewoners weidden hun vee op het lager gelegen land. Op wat hoger gelegen land ontstonden bolle akkers en houtwallen. Tegenwoordig worden beekdalen gewaardeerd om hun natuurwaarden (ecologische verbindingszones) en hun belang bij klimaatadaptatie (waterberging in landelijk gebied en beperken hittestress in stedelijk gebied).

5

In Meierijstad wordt drinkwater gewonnen uit grondwater. In de waterwingebieden zelf is er naast de activiteit van waterwinning natuur aanwezig. In de grondwaterbeschermingsgebieden rondom de waterwingebieden, gelden er beperkingen voor activiteiten. Zo zijn er op ons grondgebied en in de omgeving enkele boringsvrije zones aangewezen:  ten westen van Schijndel – ten noorden van Olland rondom het waterwingebied Achterste Hermalen,  in de ruime vierhoek Veghel – Mariaheide – Erp – Keldonk rondom het waterwingebied Erpseweg,  ten westen van de A50 – ten zuiden van het buurtschap Vernhout – ten noorden van Son rondom het waterwingebied Achterste Heistraat. Geschiedenis Brabant was in de Middeleeuwen een economisch, politiek en cultureel vooraanstaande provincie. Onze streek bloeide in de tweede helft van de negentiende eeuw weer op. De ontsluiting dankzij de Zuid-Willemsvaart en de spoor- en tramlijnen, en de modernisering van de landbouw maakten economische groei mogelijk. Boeren vormden kredietcoöperaties die investeringen en handel verder faciliteerden. In het moderne Nederland kon de Rooms-Katholieke Kerk zich medio negentiende eeuw opnieuw organiseren. Sindsdien sieren de neogotische kerken en de kloostergebouwen onze streek. Elk dorp kreeg zijn eigen kerk. De Tweede Wereldoorlog heeft in onze streek sporen nagelaten.

De herinnering aan operatie Market Garden van 1944 wordt hier levend gehouden. In de tweede helft van de twintigste eeuw ontwikkelde onze regio zich verder in economisch en demografisch opzicht. Zeker de dorpen Veghel en Schijndel zijn vergaand verstedelijkt. Onze ligging tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven, tussen Rotterdam en het Ruhr-gebied, was dan ook gunstig. Tegenwoordig is Noordoost-Brabant een polycentrische regio met een goede positie in de economische en stedelijke netwerken van hogere schaalniveaus. In onze gemeente bieden de bedrijventerreinen ten westen van Veghel, en Duin in Schijndel, veel werkgelegenheid. Dat gaat gepaard met een grote inkomende pendel, waarbij knelpunten in de weginfrastructuur worden ervaren. In Meierijstad vervullen de kernen Veghel en Schijndel met hun voorzieningen een subregionale of lokale centrumfunctie.

Figuur 3.10. Hoofdwegen Meierijstad

6

Bevolking en welvaart Meierijstad heeft een bevolking van iets meer dan 80.000 mensen. We houden een stabiele bevolkingsomvang voor ogen. Door de demografische ontwikkeling zal per saldo het aandeel van onze beroepsbevolking in de gehele bevolking, dalen. Onze streek is te karakteriseren met haar rijke dorps- en verenigingsleven. De sociale samenhang is groot en dat biedt veerkracht en organisatievermogen. De beroepsbevolking kent relatief veel middelbaar opgeleide inwoners. Bedrijven en instellingen in Meierijstad hebben minder arbeidsplaatsen voor wetenschappelijk opgeleiden dan een grootstedelijke economie. Maar onze gemeente kent wel een sterk bedrijfsleven, met relatief veel industrie, logistiek en (groot)handel. Ook leeft er in onze bevolking een geest van ondernemerschap. Dat alles maakt dat Meierijstad een relatief lage werkloosheid en relatief hoog niveau van welvaart kent. Het agro-complex is goed vertegenwoordigd in Noordoost-Brabant en zeker in onze gemeente. Dat varieert van afzonderlijke agrarische bedrijven en bescheiden transportondernemers, tot grote bedrijven die in het hele land of wereldwijd bekend zijn. Plaatsen en gebouwen In onze dorpen zijn de marktpleinen met hun kerk en raadhuis, de (voormalige) kloosters, de molens zoals in Eerde, Keldonk en Schijndel, en de oude linten van bebouwing dragend voor het sociale leven en de identiteitsbeleving.

Dat geldt in Veghel ook voor het gebied rondom de Oude Haven. In Sint-Oedenrode zijn de groene zones in de bebouwingsstructuur belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit. Waardevol zijn ook de oude boerderijen die verspreid aanwezig zijn in ons landelijk gebied en in de kernen.

Trends en ontwikkelingen Samenvatting van het tekstdeel 4 van de hoofdnota Het omgevingsbeleid van Meierijstad heeft in te spelen, of dient ten minste bedacht te zijn, op trends en ontwikkelingen die zich voordoen lokaal, regionaal, nationaal of internationaal. In deze samenvatting plaatsen we de gesignaleerde trends en ontwikkelingen in een schema.

Box 0.1. Trends en ontwikkelingen: algemeen

Algemene trends en ontwikkelingen           

 

Uitputting fossiele brandstoffen en schaarste van andere grondstoffen Opwarming van de Aarde en meer weersextremen Ontwikkeling van een circulaire economie Trend van materiële versobering Voortschrijdende digitalisering Trend van herwaardering van het lokale Gemarginaliseerde arbeidsplaatsen Nieuwe patronen op de kapitaalmarkt: lage rente, hoge schulden van nationale overheden en centrale banken, non-bancaire bedrijfsfinanciering Lastige woningmarkt voor middeninkomens Veroudering van woningen en bewoners, huishoudensverdunning Diversiteit in bevolkingssamenstelling en leefstijlen van inwoners Participatiesamenleving Spanningen tussen industriële economie enerzijds en duurzaamheid en gezondheid anderzijds

7

Box 0.2. Trends en ontwikkelingen: landelijk en stedelijk gebied

Landelijk gebied 

   

Stedelijk gebied  

Ruimteclaims voor natuur, duurzame energieopwekking, woningbouw, bedrijvigheid en infrastructuur Cultuurhistorisch en natuurlijk landschap wordt een asset Aanzetten tot agrarische systeemverandering en duurzame voedselconsumptie Trend van agrarische bedrijfsbeëindiging Opkomst van nieuwe economische dragers

    

Confrontaties met wateroverlast en hittestress Leegstand van winkels en kantoren met baliefunctie, herbestemming Druk op leefbaarheid in woonbuurten Groei van een belevingseconomie Duurzamer en gezonder tuinieren en eten Komst van elektrische tweewielers en auto’s Meer samenhangend collectief vervoer

Voornemens en hoofdzaken Samenvatting van het tekstdeel 5 van de hoofdnota De voornemens en hoofdzaken van het omgevingsbeleid presenteren we in drie sets. De negentien voornemens en hoofdzaken zijn zo benoemd omdat ze aansluiten op een grondrecht, op een afzonderlijke, wettelijke taak, op een prominente, maatschappelijke sector, op een maatschappelijk en politiek thema of op een beleidsmatige prioriteit. Het formuleren van de voornemens en hoofdzaken is een stap in het operationaliseren van de doelstelling van de Omgevingswet, via het tekstdeel 5, dan in de gebiedstypologieën van de tekstdelen 6 en 7, naar uiteindelijk het omgevingsplan en programma’s. De wettelijke doelstelling is het met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Box 5.1. Voornemens en hoofdzaken omgevingsbeleid

Voornemens en hoofdzaken van het omgevingsbeleid Behoud en herstel van basale waarden

    

Werken met vliegwielen

      

Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Waterkwantiteit Biodiversiteit Cultuurhistorische landschappen, ensembles, gebouwen en plaatsen Duurzame ontwikkeling Circulaire economie Agrarisch systeem Ruimtelijke kwaliteit in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Toedeling van functies aan locaties Innovatie Energietransitie

8

Goede omgevingskwaliteit

      

Gezondheid Luchtkwaliteit Bewoonbaarheid, woonkwaliteit en leefbaarheid Veiligheid Leefmilieu Maatschappelijk behoeften Bereikbaarheid

Uitwerking in gebiedstypologieën Samenvatting van het tekstdeel 9.3 van de bijlagen De voornemens en hoofdzaken van het omgevingsbeleid zijn uitgewerkt in acht verschillende gebiedstypologieën: i. landelijk gebied, hoofdfunctie natuur (LGHN); ii. landelijk gebied, agrarisch (LGA); iii. landelijk gebied, verweving van functies (LGVF); iv. centrumdorps gebied (CDG); v. centrumstedelijk gebied (CSG); vi. verstedelijkt (woon)gebied (VG); vii. lichte bedrijvigheid (LB); viii. zware bedrijvigheid (ZB). De inhoud van deze gebiedstypologieën komt aan bod in de volgende onderdelen van deze samenvatting. De gebiedstypologieën zijn gebruikt om het omgevingsbeleid te ontwikkelen. Ze zijn gebruikt als perspectieven op de fysieke leefomgeving waarmee we waarden, opgaven en doelen scherper in beeld brachten. Zo’n typologie is een beschrijving van een soort gebied, zoomt in op een aantal beleidsonderwerpen, schetst een regime, en kan geassocieerd worden met concrete delen van ons grondgebied. Maar de gebiedstypologie blijft een abstractie en een hulpmiddel. Een gebiedstypologie biedt een denkrichting voor ontwerp, inrichting en beheer, voor functies en regels, maar kan niet één op één toegepast worden op locaties. Daar waar wel concrete gebieden of locaties genoemd worden, ontbreekt een detaillering die nodig is voor regelgeving of beleidsuitvoering.

Het is dus zeker geen bestemming als in een bestemmingsplan. Per gebiedstypologie wordt een impressie gegeven van verbeteracties of beleidswijzigingen. Dat gebeurt ook in tekstdeel 8 over beleidsuitvoering. Een totaaloverzicht van de verbeteracties staat in tekstdeel 10.

Uitwerking landelijk gebied Samenvatting van de tekstdelen 6.2, 6.3 en 6.4 van de hoofdnota Geen rood zonder groen en blauw, geldt in het landelijk gebied als motto. Bij activiteiten in het landelijk gebied vragen we dat die de waarden van bodem, water, landschap, natuur, milieu en gezondheid versterken (LGHN) of ten minste respecteren (LGVF, LGA). Water, natuur en landschap In de gebiedstypologie i. LGHN worden bodem, cultuurhistorische landschappen, monumenten, andere cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en cultuurhistorisch waardevolle objecten gerespecteerd. Waterkwaliteit wordt er verbeterd en biodiversiteit wordt er hersteld. 9

Drinkwaterwinning wordt beschermd. Wateropvang en waterberging kunnen hier gerealiseerd worden. Waar dat met respect voor het landschap ingepast kan worden, kunnen houtproductie, extensieve dagrecreatie en energieopwekking plaatsvinden. Het is niet wenselijk om zandwegen te verharden, woningen te bouwen, verblijfsrecreatie te ontwikkelen of om evenementen met geluidproductie te organiseren. De randvoorwaarden van de gebiedstypologie i. LGHN hebben consequenties voor agrarische bedrijven. Er kan nog plaats zijn voor boeren die graag de rol van landschapsbeheerder vervullen, met bedrijven die natuurinclusief, biologisch of biodynamisch functioneren, die geen zwaar materieel laten rijden en bij voorkeur elektrische aandrijving gebruiken, bedrijven die ook beantwoorden aan het ideaal van kringlooplandbouw. In zulke bedrijven kunnen landschapsbeheer en energieopwekking zorgen voor neveninkomsten. Meierijstad wil samen met partners investeren in natuur, landschap en watersysteem.

Hiervoor richten we onze aandacht op:  waterlopen en hun oeverzones, zowel Aa, Dommel en Leijgraaf als kleinere waterlopen;  uitbreiding van bosgebieden zoals Het Hurkske en de Goorse Bossen;  aanplant van bos rondom Boskant;  sterkere natuur in een boog van het Vresselse Bos via de Moerkuilen naar de Dommelbeemden;  betere verbindingen tussen het Vresselse Bos, de Mariahoutse Bossen, de weilanden en het bos van Lijnt en Gerecht, met uiteindelijk Het Hurkske. De natuurwaarde en de cultuurhistorische waarde van het Duits Lijntje worden versterkt. De spoordijk wordt beschermd en dat geldt ook voor de beplanting en sloten opzij van de spoordijk. De resterende infrastructuur wordt behouden. Daar waar die gelegenheid bestaat, wordt een locatie tegen het Duits Lijntje bij de groene structuur betrokken om die robuuster te maken. In een langgerekt gebied van het Wijboschbroek, het Duits Lijntje, de Vlagheide en de Eerdse Bergen geven we nadrukkelijk aandacht aan water, natuur, landschap, cultureel erfgoed en recreatie. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en biociden is onwenselijk. In een uiterste geval kan in de gebiedstypologie ii. LGA tegen invasieve exoten een chemisch bestrijdingsmiddel ingezet worden. Het nachtelijk duister wordt hersteld in de gebiedstypologieën LGHN en LGA. In de gebiedstypologie iii. LGVF blijft meer openbare verlichting behouden.

10

Figuur 6.3. Verbeelding landelijk gebied, hoofdfunctie natuur

Agrarische bedrijvigheid We onderscheiden een agrarische systeemverandering met twee bewegingen. De eerste beweging is die van vergaande optimalisering. Dat betekent dat aspecten van de bedrijfsvoering zoals die nu bestaat, worden aangepast. Denk aan installaties en verlichting die minder energie gebruiken, een overstap van machines aangedreven door motoren op fossiele brandstof naar elektrische machines, nieuwe stalsystemen, dierenwelzijn, een betere zuivering van lucht en water, de toepassing van slimme technologie om gerichter en daarmee minder te bemesten en sproeien (precisielandbouw), medicijnen toe te dienen, enz. Om daarvoor investeringen te kunnen opbrengen kunnen grootschaligheid en productie voor de wereldmarkt nodig zijn. Wat de op export gerichte bedrijven bij ons kunnen doen om niet mee te gaan met een mondiale ‘race to the bottom’, is kiezen voor kwalitatief goede producten met een hogere marge en hun technologie benutten voor kostenbeheersing. Dat een bedrijf zijn afzetgebied niet specifiek lokaal of regionaal ziet, betekent nog niet dat het zijn grond- en hulpstoffen ook van ver moet halen. Ook deze bedrijven kunnen gebruikmaken van een circulaire aanpak. De innovaties van een slimme agrarische sector hebben in Brabant voordelen voor ontwikkelaars, toeleveranciers, arbeidsmarkt en werknemers.

Als gemeente ondersteunt Meierijstad deze beweging via de regio NoordoostBrabant en AgriFood Capital. Op een tweede beweging van agrarische systeemverandering duiden we hier met de term kringlooplandbouw. Een korte keten van grond tot mond kan negatieve effecten van transport beperken, maakt het bewaken van voedselveiligheid minder complex en biedt betere gelegenheid voor voedselbewustzijn en gezond en duurzaam consumentengedrag. Een bedrijf kan bijvoorbeeld een typisch streekproduct voortbrengen en daar via een substantiële marketing een regionale markt mee aanspreken, maar vooral verkopen aan wederverkopers. Een ander bedrijf kan een grote diversiteit aan producten voortbrengen, en vooral directe relaties onderhouden met 11

consumenten dichtbij de boerderij. Of een bedrijf legt zijn focus meer op het productieproces zelf. In deze verscheidenheid leven begrippen als kringloopboeren, streekboeren, herenboeren, stadsboeren, natuurboeren, biologische en biodynamische boeren. Die bedrijven kunnen gebruikmaken van bijvoorbeeld een coöperatie als organisatievorm, van permacultuur of een voedselbos als teeltconcept, van natuursubsidies of recreatie voor neveninkomsten. Mestverwerking is in te zetten voor natuurlijke bemesting van akkers en voor energievoorziening. Lokale kwaliteitsproducten ondersteunen we met communicatie: streekmarketing en consumentenvoorlichting. Boeren en tuinders die overstappen naar biologisch willen we tegemoetkomen in hun overgangsperiode. Dat geldt ook voor de investering in een voedselbos. Verder onderzoeken we hoe gemeente en regio kunnen faciliteren dat kringlopen korter worden, dat bedrijven en instellingen anders omgaan met afval-, hulp- en grondstoffen. Concreet zullen veehouders meer voer gebruiken van hun eigen land, van boeren uit de omgeving of op basis van reststromen uit de voedingsindustrie. Randvoorwaarden voor bedrijvigheid Hoewel watersysteem, natuur en volksgezondheid niet voorop staan in ii. LGA, is het wenselijk dat natuurlijke waarden en gezondheid er niet aangetast worden tenzij om een dwingende reden.

Via sectororganisaties en erfbetreders is aan boeren en tuinders informatie te geven over waarden van bodem, water, landschap, natuur en gezondheid in hun gebied. Dat geldt ook voor randvoorwaarden die daarom gelden voor bedrijvigheid, en voor praktische oplossingen. De bodemstructuur is te verbeteren door minder zware machines en organische verrijking in plaats van kunstmest. Met goede bodemzorg hangt ook samen dat teelten worden afgewisseld. Een betere bodemstructuur is positief voor infiltreren en vasthouden van water en voor vruchtbaarheid. In het landelijk gebied is met gebouwen, inrichting van percelen en bedrijfsvoering rekening te houden met droogte door klimaatverandering en met schaars grondwater. We waarderen het dat boeren en tuinders de rol van landschapsbeheerders op zich nemen. De aanwezige sloten en houtwallen zijn te behouden. Daar waar struweel- en weidevogels voorkomen, zijn die populaties te ontzien. De weidegang van rundvee achten we vooralsnog per saldo positief. In onze gemeente verlangen zowel het gezondheidsbeleid als de duurzaamheidsvisie dat de luchtkwaliteit wordt verbeterd. Daar komt bij dat het landelijk gebied in toenemende mate het toneel vormt voor andere activiteiten dan agrarische. Om schade, hinder en risico’s te beperken, worden normen gesteld voor gewasbeschermingsmiddelen, geur, fijnstof en endotoxinen.

Daarnaast stimuleren we veetelers om minder antibiotica te gebruiken. Ons geurbeleid binnen het kader van de Wet geurhinder en veehouderij en ons beleid over agrarisch fijnstof en endotoxinen kennen de volgende normen:  binnen een afstand tot 2 km van een geitenhouderij wordt liever geen gevoelig object toegevoegd;  bij meer dan vijftien veehouderijen binnen een afstand van 1 km wordt liever geen gevoelig object toegevoegd;  bij een afstand tot 1 km tussen een veehouderij en een gevoelig object, is gezondheid altijd nadrukkelijk mee te wegen bij het beoordelen van een initiatief;  tussen een veehouderij en een gevoelig object is liefst een minimale afstand van 250 meter aan te houden;  als geurnormen voor diercategorieën zonder geuremissiefactor geldt 2,0 OUE/m3 voor de voorgrondbelasting van veehouderijen in de gebiedstypologieën iv. CDG, v. CSG en vi. VG;

12

als geurnormen voor diercategorieën zonder geuremissiefactor geldt 10,0 OUE/m3 voor de voorgrondbelasting van veehouderijen in de gebiedstypologieën i. LGHN, iii. LGVF en vii. LB;  als geurnormen voor diercategorieën zonder geuremissiefactor geldt 12,0 OUE/m3 voor de voorgrondbelasting van veehouderijen in de gebiedstypologie ii. LGA en viii. ZB;  als geurnorm voor de achtergrondbelasting van veehouderijen geldt een ideale grenswaarde van 5,0 OUE/m3 tot 10,0 OUE/m3 in de gebiedstypologieën iv. CDG, v. CSG en vi. VG;  als geurnorm voor de achtergrondbelasting van veehouderijen geldt een ideale grenswaarde van 12,0 OUE/m3 tot 18,0 OUE/m3 in de gebiedstypologieën i. LGHN, ii. LGA, iii. LGVF, vii. LB en viii. ZB;  voor fijnstof streeft Meierijstad naar waarden van maximaal 10 μg/m3 voor PM2.5 en 20 μg/m3 voor PM10 als jaargemiddelden;  voor stikstofdioxide streeft Meierijstad naar een waarde van maximaal 40 μg/m3 voor NO2 als jaargemiddelde;  als maximale waarde voor endotoxinen in de buitenlucht geldt 30 EU/m 3. Als geurgevoelige objecten gelden (burger)woningen en functies van onderwijs en zorg. Bedrijven in Meierijstad en onze regio maken gebruik van tijdelijke werknemers. Op het perceel van een agrarisch bedrijf wenst onze gemeente alleen huisvesting van tijdelijke werknemers indien er een relatie is tussen het werk op dat bedrijf en de gehuisveste personen.

Indien een agrarisch bedrijf gedurende zijn laagseizoen in zijn huisvesting een overcapaciteit heeft, kunnen er werknemers van andere bedrijven gehuisvest worden. Voor huisvesting van tijdelijke werknemers of ‘short stay’ kan ook gelegenheid gezocht worden aan de rand van een kern of in de gebiedstypologie vii. LB. Er speelt een ontwikkeling dat veel agrarische ondernemers hun bedrijf beëindigen. Dan wil Meierijstad waken voor verloedering, ondermijning, helpen bij een verantwoorde herbestemming. We beseffen dat stoppen met boeren sociaal en persoonlijk grote impact heeft. Daarom is de gemeente betrokken bij begeleiding van stoppende boeren, en van mensen die een doorstart overwegen. Wat ons dan past zijn een luisterend oor, informatie, advies, eventueel doorverwijzen.

13

Figuur 6.8. Verbeelding landelijk gebied, agrarisch

Gemengd gebied Een groot deel van ons landelijk gebied is geen beekdal, bos of kleinschalig landschap, en ook geen agrarisch kerngebied. In gemengd gebied zien we voedselproductie, energieopwekking, vasthouden van water, landschapsbehoud met gelegenheid voor enige ontwikkeling, nachtelijk duister maar wel met kruispuntverlichting, recreatie met veilige routes voor fietsers en wandelaars, en wonen onder voorwaarden. Juist omdat er nieuwe functies groeien in het landelijk gebied, willen we waken voor verrommeling. In de grenszones van ons grondgebied behouden we graag een groen karakter zoals met natuur of agrarisch grondgebruik. En we willen tegengaan dat onze kernen tegen elkaar aangroeien. De karakteristieke rijen eiken, populieren en wilgen langs wegen in het landelijk gebied willen we behouden. Wel is actief beheer daarvan nodig, om rekening te houden met bijvoorbeeld klimaatverandering, plagen en fietsverkeer. Waar in de gebiedstypologie i. LGHN wellicht een terreinbeherende organisatie, een waterschap of onze gemeente het landschap beheert, en in de gebiedstypologie ii. LGA vaak boeren en tuinders, kan er in het beheer van de gebiedstypologie iii. LGVF meer variatie optreden. De gemeente onderhoudt bijvoorbeeld het openbaar gebied van veelgebruikte fietsroutes en vlakbij kernen.

Verder ondersteunt Meierijstad paticulieren die zich inzetten voor landschapselementen en tegen zwerfafval. De transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing speelt nadrukkelijk in de gebiedstypologie iii. LGVF. Een mogelijkheid is gebruik voor startende bedrijfjes. Dan zien we liever ambacht of productie, maar in LGVF is een klein kantoor zonder baliefunctie niet bezwaarlijk. Sommige voormalige agrarische bedrijfslocaties bieden potentie voor nieuwe woonvormen. Recreatie biedt ook een mogelijkheid voor transformatie, maar we zien weinig 14

ruimte voor meer horeca. Op basis van de centrum- en horecavisies is er in het landelijk gebied enige ruimte bij de recreatieve ontwikkeling van de Vlagheide en het parkgebied Kienehoef. Detailhandel in het landelijk gebied is toe te staan in de vorm van boerderijwinkels met eigen producten. Evenementen Meierijstad biedt ruimte voor evenementen in het landelijk gebied als die een meerwaarde hebben voor de gemeenschap lokaal of regionaal en niet slechts voor de organisatoren. Maar er gelden wel randvoorwaarden. Duurzaamheid en gezondheid zijn van groot belang. De gevolgen voor milieu en natuur, de verkeersafwikkeling en de veiligheid vergen tal van maatregelen. We wijzen initiatieven voor nieuwe festivals niet bij voorbaat af als het gaat om de gebiedstypologieën ii. LGA, iii. LGVF, op bedrijventerreinen of grote buitensportaccommodaties. Alle muziekevenementen worden begrensd op 75 dB(A) en 90 dB(C). Het voorkomen van gehoorschade bij bezoekers en verminderen van geluidhinder voor omwonenden geven ons reden voor deze gelijktrekking. In het landelijk gebied vinden ook sportevenementen plaats. Bij de afweging tussen enerzijds belangen van een voorgenomen sportevenement en anderzijds belangen van milieu, natuur, verkeer en veiligheid, betrekken wij ook de betekenis voor gezondheid.

Dan geven we meer gewicht aan bijvoorbeeld een ronde voor hardlopers of fietsers dan aan een race voor motorfietsen. Overigens verwachten wij bij evenementen met gemotoriseerde voertuigen dat ook daar wordt overgestapt naar elektrische aandrijving. Het evenemententerrein aan De Knokert in Veghel behoudt die functie niet. Het kan gebruikt worden voor (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten en/of voor duurzame energieopwekking. Op lange termijn kan het terrein betrokken worden bij de natuur van het Aa-dal. Duurzame energieopwekking Voor grote windturbines zijn omstandigheden en afwegingen in Meierijstad niet erg gunstig: vliegverkeer en luchtradars, beekdalen, oude ontginningen en stedelijk gebied. Toch is er potentie langs de A50, Zuid-Willemsvaart en N279, op bedrijventerreinen en enkele jonge ontginningen. In het landelijk gebied kunnen (agrarische) bedrijven in sommige gevallen een kleine windturbine plaatsen voor (vooral) hun eigen energiegebruik. Zonne-energie wordt betrokken van daken, in landelijk en stedelijk gebied, voor eigen gebruik door het huishouden of als onderdeel van een zonnepark. Voor een zonnepark op de grond gelden strikte randvoorwaarden. Zonnevelden moeten landschappelijk verantwoord zijn en meerwaarde bieden (meer dan rendement voor de exploitant).

Molenheide In het noorden van het gebied Molenheide zijn agrarische gronden en een klein bedrijventerrein gelegen. In het centrale en zuidelijke deel van het gebied bieden we ruimte aan verblijfsrecreatie, (sport)evenementen, paardenhouderij, grondgebonden landbouw en natuurontwikkeling. Meierijstad wil op de Molenheide de landschappelijke kwaliteit verbeteren, ruimte bieden aan oppervlaktewater van goede kwaliteit en de biodiversiteit versterken. Bij verdere ontwikkeling van recreatieve of bedrijfsmatige activiteiten vragen we versterking van deze groen-blauwe kwaliteiten. In het gebied bestaan beperkte kansen voor woningbouw. Dat zijn met name ruimtevoor-ruimtewoningen bij beëindiging van agrarische activiteiten. Resort De Molenheide is niet bedoeld voor permanente bewoning, maar voor verblijfsrecreatie.

15

Parkgebied Kienehoef Voor het parkgebied Kienehoef stellen we landschappelijke en recreatieve waarden voorop. Wij voorzien hier geen grootschalige woningbouw of een uitbreiding van buitensportaccommodaties. Camping De Kienehoef kan zijn recreatieve voorzieningen verbeteren op zijn terrein en de vijver. Bij de horeca van De Helden van Kien zien wij geen gelegenheid voor een hotel of verstedelijking van het terrein. Bij de Hoeve Arbeidslust spelen ook de genoemde landschappelijke en recreatieve waarden, maar hier worden die aangescherpt in termen van cultuurhistorie, waterbeheer en biodiversiteit. Dat geldt voor de gebouwen en het erf van Hoeve Arbeidslust en voor enkele lanen en een boomgaard. Binnen dit kader is ontwikkeling van het landgoed Arbeidslust voorstelbaar. Landelijk wonen Onze boodschap over wonen in het landelijk gebied is genuanceerd. In beginsel niet in LGHN, liever niet in LGA en wel in LGVF. Hoewel na agrarische bedrijfsbeëindiging wonen een vervangend ruimtelijk programma kan bieden, zijn er ook binnenstedelijke transformatielocaties die aanspraak maken op het woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma heeft ook een inhoudelijke focus: op sociale woningen, en op woningen voor ouderen dan wel starters. Die focus is anders dan wat initiatiefnemers van woningbouw in het landelijk gebied meestal voorstellen.

Als tegenhanger van de remmende factoren is te noemen dat Meierijstad haar (potentiële) inwoners een schakering van woonmilieus wil bieden. En wonen in een groene omgeving, landelijk wonen, een grote tuin, ruimte voor enkele dieren of een zwembad, dat zijn wel reële woonwensen waarin het landelijk gebied kan voorzien. Dat perspectief ligt aan de basis van de ontwikkeling van Scheifelaar II en Veghels Buiten. De benadering van wonen – in beginsel niet in LGHN, liever niet in LGA en wel in LGVF, en maatwerk vanuit gebiedskwaliteiten – geldt ook voor bedrijfswoningen waarbij het bedrijf is beëindigd. Bouwwerken die werden gebruikt voor huisvesting vanwege mantelzorg maar die geen woonbestemming hadden, blijven in beginsel een bijgebouw of bedrijfsgebouw. Meer dan bij het uitoefenen van een agrarisch bedrijf is bij het gebruik om mantelzorg het tijdelijke karakter duidelijk. Wie ervoor kiest te wonen in het landelijk gebied, past geen stedelijk verwachtingspatroon met betrekking tot de omgeving. In een woonwijk of dorpscentrum worden inwoners meer ontzien en beschikken ze over betere voorzieningen. Met ons omgevingsbeleid willen we de milieukwaliteit in het landelijk gebied wel verbeteren, maar woongenot zal het toch soms afleggen tegen de externe effecten van bedrijfsmatige activiteiten.

Incidentele houtstook zullen we niet tegengaan, maar Meierijstad geeft wel voorlichting over doelmatige en qua geur en fijnstof betere stook van hout. Wanneer gebouwen vooral door houtstook verwarmd worden en/of wanneer mensen stelselmatig hout stoken, kunnen wel algemene regels gesteld worden om emissie van (fijn)stof en geurhinder te beperken.

16

Figuur 6.15. Verbeelding landelijk gebied, verweving van functies

Uitwerking stedelijk gebied Samenvatting van de tekstdelen 7.2 t/m. 7.6 van de hoofdnota De gebiedstypologie iv. centrumdorps gebied associëren we met de centra van Schijndel, SintOedenrode en Erp, en de dorpsharten van Boerdonk, Boskant, Eerde, Keldonk, Mariaheide, Nijnsel, Olland, Wijbosch en Zijtaart. In genoemde centra zien we bijvoorbeeld een supermarkt, restaurant en terras. Terwijl we in dorpsharten een café zien en misschien een winkeltje. De centra kennen evenementen met bezoekers uit omliggende kernen. In de dorpsharten vinden evenementen plaats die lokale betekenis hebben. Omgevingskwaliteit Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit mogen verwachtingen gekoesterd worden over wat ontwerp, realisatie en beheer van gebieden, locaties, gebouwen, bouwwerken en beplantingen betekenen voor aanzicht en uitstraling. Bij deze ruimtelijke kwaliteit gaat het in eerste instantie om belevingswaarde, maar ook om toekomstwaarde (denk aan cultureel erfgoed) en soms zelfs om gebruikswaarde (denk aan toerisme). Het beantwoorden aan deze verwachtingen is om te beginnen aan eigenaren zelf, en aan ontwikkelaars, architecten en aannemers die professioneel betrokken zijn bij ruimtelijke kwaliteit. In specifieke situaties wil de gemeente eigenaren financieel tegemoetkomen. Aanvullend wordt omgevingsrecht ingezet om ruimtelijke kwaliteit te stimuleren of waarborgen.

De juridische zorg voor ruimtelijke kwaliteit varieert met wat we verwachten van een locatie. Bij de hoogste verwachtingen kunnen een vergunningstelsel en middelvoorschriften worden ingezet. Monumenten en cultuurhistorisch waardevolle objecten en locaties blijven beschermd. Bij minder hoge verwachtingen is een afweging te maken tussen een vergunnings- en een meldingsstelsel en kunnen doelvoorschriften volstaan. Een toegangsweg tot een kern, een kernrandzone, omgeving van een monument of molen, een wijk waar een specifiek woonmilieu wordt ontwikkeld, 17

een zichtlocatie op een bedrijventerrein, een plein, kruispunt en oude bebouwingslinten of bosschages verdienen bijzondere aandacht voor hun ruimtelijke kwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat er voor een hoekwoning verdergaande bouwregels gelden dan voor een rijwoning. Of dat een ruimtelijke ontwikkeling slechts wordt toegestaan als de aanvrager aantoont dat die ontwikkeling de voor het gebied beschreven waarden versterkt, of ten minste respecteert. Overigens koesteren we in het algemeen hogere verwachtingen voor een voorzijde dan voor een achterzijde. We willen dat de fysieke leefomgeving gezondheid helpt beschermen. In sommige opzichten willen we ook dat de fysieke leefomgeving gezondheid bevordert. Met een beperkte inspanning kunnen we bevorderen dat mensen een gezonde keuze maken. Zo faciliteren we het oprichten van drinkwatertappunten. En we bevorderen dat een fietsparkeervoorziening minstens zo goed geplaatst en onderhouden is als parkeervakken voor personenauto’s. Om fijn te bewegen let Meierijstad op aantrekkelijke speelplekken en aangename ommetjes voor inwoners. Het is wenselijk dat voorzieningen en openbaar gebied toegankelijk zijn voor ouderen, mindervaliden en gehandicapten. Zelf zorgt de gemeente voor trottoirbanden die bij kruisingen geen onnodige drempel vormen. We dragen uit dat winkels en horeca-vestigingen geen of een lage drempel hebben.

En we bevorderen dat in de horeca een rolstoeltoegankelijk toilet aanwezig is. Voor slechtzienden en blinden worden er geleidestroken aangelegd over trottoirs en pleinen. Een centrum of dorpshart is de gezamenlijke leefruimte van bewoners van de betreffende kern en van belang voor bezoekers. Het openbaar gebied verdient het om schoon, heel en veilig te zijn. De gemeente is bereid om meer te doen aan het beheer van de centra dan aan dat van het overige stedelijk gebied. Winkeliers en horeca-ondernemers hebben een specifiek belang bij de kwaliteit van het openbaar gebied. We hopen dat zij blijven helpen om de stoep voor hun winkel, café of restaurant schoon te houden. Daar staat tegenover dat de gemeente centra aantrekkelijker aankleedt dan overig stedelijk gebied, juist om de vitaliteit van centra te bevorderen. Bij de inrichting van het openbaar gebied is meer aandacht te besteden aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Commerciële voorzieningen Detailhandel dient geconcentreerd te worden in de winkelcentra van Veghel, Schijndel en SintOedenrode. Daarbuiten vrijkomend commercieel vastgoed kan een ander ruimtelijk programma krijgen. De gemeente hecht waarde aan goed functioneren van centrummanagement in de drie concentratiegebieden en actieve winkeliers- of ondernemersverenigingen in de vier centra.

Met concentratie van commerciële voorzieningen ontstaan er aanloopstraten waar nog enkele winkels, dienstverleners of horeca-bedrijven aanwezig zijn, of althans het bestemmingsplan dat nog toelaat. Dat geldt ook voor oude bedrijfslocaties en verspreide voorzieningen in kernen die een transformatie ondergaan. Voor een passende toekomst van aanloopstraten stimuleert de gemeente ondernemers, met bijvoorbeeld een verplaatsingssubsidie, maar ook herbestemmen is hiervoor één van onze instrumenten. Voor plaatselijke handel en duurzaamheid kan het goed zijn dat er stadsdistributie wordt georganiseerd en emissieloze bezorging plaatsvindt. Dat onderzoekt de gemeente graag samen met de relevante stakeholders. De mooie kernen en het groene landschap van Meierijstad zijn een ideale bestemming voor bewuste bezoekers. Meierijstad en de openbare bibliotheek onderhouden een aantal VrijetijdsInformatiePunten. Toeristische informatie wordt daarnaast aangeboden bij ondernemers van recreatie en toerisme, culturele instellingen en via internet. 18

Bij uitwerking van het omgevingsbeleid voor recreatie en toerisme zoekt Meierijstad verbinding met streekmarketing, fietsroutes, natuurontwikkeling en andere landschappelijke verbeteringen. Daarbij werken we samen met regionale organisaties, bedrijfsleven en provincie. Mobiliteit en openbaar gebied We bevorderen dat een eerste keuze van bewoners voor een lokale verplaatsing, de keuze is om te wandelen of te fietsen. Daarvoor willen we fietsvoorzieningen verbeteren (onder andere fietsparkeren in centra en dorpsharten) en eventueel verkeersregelinstallaties anders afstellen. Gebruik van de personenauto heeft niet onze voorkeur. Maar we blijven wel reëel. Bij centra en dorpsharten blijven autoparkeerplaatsen beschikbaar in het openbaar gebied. Van grote bedrijven in of nabij centra verwachten we dat zij het parkeren van klanten en werknemers faciliteren. We verduidelijken dat ruimte schaars is en dat autoparkeerplaatsen concurreren met leefruimte, met groen / blauwe voorzieningen, met ruimte voor langzame verkeersdeelnemers en het parkeren van hun fietsen. Bij gebruik van deze schaarse ruimte hanteren we blauwe zones in centrale gebieden. We zoeken naar gelegenheid om openbaar gebied te vergroenen en daarmee wordt ook parkeergelegenheid anders uitgevoerd. Verder is van belang dat onze parkeerruimte laadgelegenheid biedt aan elektrische auto’s (en fietsen).

De gemeente voegt een aantal laadpalen toe in de centra van Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Erp. En we moedigen bedrijven zoals supermarkten en bouwmarkten aan om in hun directe omgeving voor oplaadpunten te zorgen. Verder faciliteren we zulke initiatieven van commerciële exploitanten van laadstations, werkgevers en inwoners. In een groot deel van onze kernen geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De gemeente let erop dat bij (grootschalig) wegenonderhoud de inrichting zo mogelijk wordt aangepast om automobilisten beter de veilige snelheid te doen respecteren. De gemeente ondersteunt verkeerslessen in basisonderwijs, in middelbaar onderwijs (algemeen vormend en voorbereidend beroepsonderwijs), voor immigranten en voor ouderen.

19

Figuur 7.6. Verbeelding centrumdorps gebied

De gebiedstypologie v. centrumstedelijk gebied associëren we met Veghel-Centrum en het cultuur- en foodcluster aan de Noordkade. In Meierijstad benutten we de potentie voor transformaties van prominente gebouwen met een industrieel of religieus verleden. Dankzij de cultuurhistorische factor ontstijgen we met een herontwikkeling het saneren of herstructureren van verouderde bedrijvigheid. De bedoelde gebouwen en hun directe omgeving kunnen transformeren tot aantrekkelijke plaatsen of gebieden voor ons stedelijke leven. We werken bij transformatieprojecten graag samen met eigenaren en initiatiefnemers en met de provincie. Hierbij zijn ons omgevingsbeleid, specifieke gebiedswaarden en de woningbouwprogrammering kaderstellend. In Veghel is aan de Deken Van Miertstraat een kloostercomplex in verandering. Daar ontstaat ruimte voor wonen, zorg, welzijn, innovatie en verwante dienstverlening. De kloostertuin behoudt zijn waarden voor cultuurhistorie, klimaatadaptatie, natuur en rust. Daarnaast biedt de tuin mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten. In het complex blijft ook de kloosterkapel behouden. Havenkwartier In Veghel is aan de Noordkade een cultuur- en foodcluster ontstaan. Hier is ruimte voor kunst, cultuureducatie, activiteiten rondom voeding, innovatie, evenementen en verwante dienstverlening.

Tezamen met de Centrumvisie Gemeente Meierijstad is het Masterplan CHV terrein Veghel richtinggevend voor dit gebied. We verwachten nog nieuwe functies en activiteiten meer in de richting van het Heilig Hartplein. Meierijstad zet zich in voor betere bereikbaarheid van de Noordkade voor langzaam verkeer en met openbaar vervoer. De transformatie mag doorwerken aan de overzijde van de Oude Haven. Voor een nieuw ruimtelijk programma aan de Zuidkade is een goed woon- en leefklimaat in de Bloemenwijk een randvoorwaarde.

20

De Oude Haven heeft nu ook een functie voor recreatie. De productie en de logistiek aan de zijde van het kanaal en de N279 kunnen deze haven (blijven) gebruiken voor vrachtvervoer. Aan de zijde van het Heilig Hartplein is de draaikom voor binnenvaartschepen een jachthaven geworden. De faciliteiten voor pleziervaart en de horeca maken van de Oude Haven een verblijfsgebied. Stedelijke woonmilieus Met ons omgevingsbeleid gaan we niet de strijd aan met de hoogstedelijke voorzieningen, jonge bevolking en historische aantrekkingskracht van Eindhoven, ’s-Hertogenbosch of Utrecht. Maar we willen weinig verhuisredenen laten bestaan voor jongvolwassenen of jonge gezinnen met een internationale oriëntatie. Delen van Sint-Oedenrode, goed verbonden met Brainport Eindhoven, nabij een rijk aanbod van horeca, kunnen een suburbaan woonmilieu bieden. Delen van Schijndel, goed verbonden met de dienstenstad ’s-Hertogenbosch, hebben ook die potentie. Veghel heeft met haar cultuur- en foodcluster een eigen stedelijke aantrekkingsfactor, en is goed verbonden met zowel ’s-Hertogenbosch als Eindhoven. In Meierijstad lonkt voor jong talent ook een wooncarrière. Voor wie vasthoudt aan de levendigheid en voorzieningen van een centrum is doorgroei naar een ruimer appartement mogelijk in Veghel, Schijndel of Sint-Oedenrode.

Voor wie suburbaan of landelijk wonen aantrekkelijk is, zijn er bijvoorbeeld Veghels Buiten, De Bolst in Erp, Zijtaart-Zuid en afzonderlijke locaties in het landelijk gebied. We willen dat de belevingskwaliteit van ruimte zo min mogelijk wordt aangetast bij de plaatsing van antennes voor 5G. Dankzij informatie- en communicatietechnologie kan de omgeving ‘slim’ gemaakt worden. Daar kunnen we gebruik van maken, bijvoorbeeld in verkeersmanagement en voor veiligheid. Wel vereisen het verzamelen, opslaan en delen van data voorzichtigheid. In centrumgebieden en op bedrijventerreinen is bewaking wel ingeburgerd. Gemeente, centrummanagement, parkmanagement en afzonderlijke bedrijven gebruiken camerabewaking. Hoewel een verwittiging van bezoekers en medewerkers nodig blijft, vinden we niet dat een continue camerabewaking in een centrum, op een bedrijfsperceel, op een parkeerterrein, in een winkel of op een verkeersknooppunt bijzondere inbreuk maakt op de privacy van mensen. Veiligheid in de fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid. Wie een melding doet van of een omgevingsvergunning aanvraagt voor een evenement wijzen we op haar of zijn verantwoordelijkheid voor een veilig verloop. De gemeente en zonodig hulpdiensten kunnen organisatoren adviseren over hoe zij hun particuliere verantwoordelijkheid opnemen.

Om het eenvoudiger te maken voor mensen om zonodig medeburgers vriendelijk en veilig aan te spreken op hun gedrag, bestaan er trainingen. Meierijstad wil zulke trainingen beschikbaar maken voor eigen medewerkers, voor winkeliers, voor vrijwilligers bij een evenement, voor deelnemers aan een buurtinformatienetwerk, voor vrijwilligers van dorps- en wijkraden en voor vrijwilligers van sportverenigingen. Ruimte voor jeugd en jongeren Kinderen, jeugd en jongeren hebben behoefte aan hun eigen plekken. In die behoefte wil Meierijstad voorzien. Zulke plekken worden niet afgezonderd, maar blijven verweven met de leefomgeving van andere mensen.  Voor kinderen zijn er speelplekken, parken, kinderopvang, basisscholen, openbare bibliotheek, cultuureducatie en locaties waar verenigingen actief zijn. Natuur- en milieueducatie, voedselbewustzijn en verkeerslessen dragen bij aan het opgroeien van kinderen. 21

Voor jeugd die haar horizon al verlegt, komen er andere ruimten in beeld. Bijvoorbeeld een basketbalterrein of een skatebaan. De 30 km/u-zones en fietspaden maken het mogelijk dat deze kinderen zelf naar hun school, sportterrein of clubgebouw fietsen. Op verschillende plaatsen zijn jeugd en jongeren welkom in een jongerencentrum. Kennis van risico’s van drank, drugs en seks, en respectvol gedrag onderling en in het openbaar gebied zijn zaken die opvoeders en begeleiders meegeven aan de jeugd. Tegen eventuele overlast gaan we liever het gesprek aan met een jeugdgroep of een gesignaleerd kind, dan dat direct juridische handhaving plaatsvindt. Jongeren in Meierijstad kunnen profiteren van het rijke aanbod aan algemeen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs, verenigingen, evenementen en (vanaf hun achttiende) horeca. Het is gezellig hier op het plein. Steden als Eindhoven en ’s-Hertogenbosch zijn goed bereikbaar. Er zijn volop kansen op de arbeidsmarkt. En Meierijstad kent aantrekkelijke woonmilieus. We willen dat jongeren blijven bewegen ondanks gemotoriseerd vervoer en lange school- of werkdagen.

Evenementen Evenementen hebben positieve betekenis sociaal, cultureel en economisch. Vanwege openbare orde en veiligheid gelden er regels voor evenementen. Daarvoor wordt de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad gebruikt. Ook vanwege hinder, gezondheid en duurzaamheid gelden er normen voor evenementen, die krijgen hun plek in het omgevingsbeleid. Meierijstad kent een duurzaam evenementenbeleid voor evenwicht tussen people, planet en profit, en draagvlak bij omwonenden. Wat de locaties van evenementen betreft, zijn enkele uitgangspunten te noemen: 1. grote evenementen vinden plaats op daartoe aangewezen evenementenlocaties in het centrum van Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode of Erp, of op een evenementenlocatie daarbuiten; 2. alle dertien kernen beschikken over ten minste één evenementenlocatie voor ten minste evenementen met een lokaal bereik; 3. wie ervoor kiest te wonen in centrumstedelijk gebied aanvaardt reuring, en in centrumdorps gebied matige reuring; 4. gemeentegrond wordt ter beschikking gesteld voor evenementen die (ook) een publiek belang dienen; 5. gemeentelijke bijdragen voor evenementen, of het nou gaat om grond, elektriciteit, water, dranghekken of andere materialen, worden aan organisatoren in rekening gebracht (en voor sommige evenementen zal de gemeente die kosten weer (deels) subsidiëren).

Meierijstad wil een einde maken aan zwerfafval, maar de gemeente kan dat niet alleen. Waar bedrijven of instellingen een extra belang hebben bij een schone omgeving, of daarvoor een bijzondere verantwoordelijkheid voelen, waarderen we hun bijdrage aan het bestrijden van zwerfafval. Het is belangrijk dat scholieren vanuit hun school, sporters bij hun vereniging en vrijwilligers bij hun evenementen beseffen dat zwerfafval een probleem is waarvoor we collectief verantwoordelijk zijn. Het gebruik van vuurwerk willen we beëindigen vanwege zwerfafval, vernielingen, milieuvervuiling, hinder en gevaar. Ook zien wij dat het gebruik van vuurwerk op gespannen voet staat met wettelijke beginselen zoals de intrinsieke waarde van de natuur, het voorzorgsbeginsel, en het bij de bron aanpakken van vervuiling. Voor professioneel gebruik bij een evenement kan een uitzondering gemaakt worden. Verder willen we het gebruik van lachgas beëindigen vanwege klimaatmitigatie, zwerfafval en gevaar. 22

Figuur 7.8. Verbeelding centrumstedelijk gebied

Duurzaam bouwen en renoveren Huizen en woonbuurten gaan anders functioneren in termen van water, warmte en elektriciteit. Bij nieuwbouw van meerdere woningen ineens kunnen er collecieve voorzieningen komen voor opvangen en benutten van hemelwater, verwerken van afvalwater, verwarmen en koelen van gebouwen, opwekken van elektriciteit en opslaan van die energie. Voor bestaande bouw is renovatie nodig. Voor grootschalige renovatie en verduurzaming is in te spelen op onderhoud of investeringen door woningcorporaties en door beheerders van nutsvoorzieningen en wegen. Wanneer individuele eigenaren niet meedoen met een programma in hun buurt, kunnen zij hun woningverbetering afstemmen op leeftijd en conditie van hun huis of op de levensfase van hun gezin. De gemeente is één van de actoren die huishoudens helpt om hun woning te verduurzamen. Klimaatadaptieve gebouwen en omgeving Gebouwen, terreinen en openbaar gebied zijn aan te passen aan klimaatverandering: hemelwater opvangen, anticiperen op wateroverlast, minder verstenen, meer bomen en ander groen. Openbaar groen en hopelijk ook particuliere tuinen zijn aan te passen om biodiversiteit te ondersteunen. Dat betekent dat kortgemaaide grasvelden en povere plantsoenen verrijkt worden. Om hittestress te beperken, biodiversiteit te ondersteunen en onze leefomgeving te verfraaien plant Meierijstad extra bomen in het openbaar gebied.

Daarbij letten we erop dat de goede boom op de juiste plek komt. De gemeente ondersteunt groen / blauwe burgerinitiatieven voor de leefomgeving.

23

In het openbaar gebied wensen we geen hondenpoep. Daarom verlangen we van mensen dat ze zakjes meenemen en poep van hun honden opruimen. Op plaatsen waar veel mensen hun hond uitlaten, kunnen we een hondentoilet aanleggen. Wonen De centra en woonwijken van Schijndel, Sint-Oedenrode, Erp en Veghel, en de negen kerkdorpen bieden aantrekkelijke buurten om te wonen. Meierijstad biedt verschillende woonmilieus. Bijvooorbeeld een stedelijke omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid, veel verhuisbewegingen, nabijheid van voorziening en aanwezigheid van omgevingsgeluid. Of een dorpse omgeving met families die daar al generaties wonen, vrijstaande huizen, minder voorzieningen en meer rust. In het stedelijk gebied kan een centrum of een getransformeerd historisch gebouw een bijzondere woonlocatie bieden. Tegen de rand van een kern kan er een bijzonder gebied zijn dat tegelijkertijd een suburbaan en een landelijke karaker heeft. Een evenwichtige situatie houdt dan in dat de verschillende woonmilieus en leefstijlen van bewoners op elkaar aansluiten. In Meierijstad is er, in relatie tot de bestaande woningvoorraad, weinig vraag naar extra woningen die duur of groot zijn. Met de woonvisie uit 2018 is uitgegaan van bijna 1.000 sociale huurwoningen en 700 huurwoningen in de vrije sector extra tot en met 2028. Het ging om een totale bouwopgave van 3.940 woningen, waarvan 900 in Veghel.

De provinciale prognose van woningbehoefte zoals geactualiseerd in het laatste kwartaal van 2020, biedt onze woningbouwprogrammering wat meer ruimte. De precieze uitvoering van het woningbeleid leent zich niet voor deze omgevingsvisie. Dat komt door grote dynamiek van demografische trends, daadwerkelijke bouw, transformatie en sloop, en nieuwe concepten. Beter is het om binnen het kader van de omgevingsvisie een twee- of driejarig programma wonen en leefbaarheid vast te stellen. Daarnaast zijn er jaarlijks prestatieafspraken te maken met woningcorporaties en hun huurdersorganisaties. Bij uitwerking van het omgevingsbeleid voor wonen is aandacht te geven aan huishoudens met een laag inkomen, senioren en woonwagenbewoners, maar ook aan bijzondere woonvormen. Het woonbeleid speelt in op grote opgaven van vergrijzing, langer thuis wonen, immigratie en integratie, klimaatadaptatie, energie- en warmtetransitie, concentratie van detailhandel en transformatie van vastgoed. We houden vast aan het principe van inbreiden vóór uitbreiden, zowel voor woningbouw als voor bedrijfshuisvesting. Zelfs als we ruimte laten voor klimaatadaptatie, spelen en biodiversiteit, en als we onze dorpen niet vergaand willen verdichten, is er nog gelegenheid voor inbreiding. We vinden het belangrijk om het woningbouwprogramma te concentreren op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie.

Wanneer grote woningen in kleine kernen verduurzaamd worden bij hun verbouwing, kunnen ze worden gesplitst. Ontwikkelingsgebieden als Veghels Buiten en Scheifelaar II in Veghel, De Bolst in Erp en ZijtaartZuid worden voltooid. Bunderse Hoek in Veghel kan ontwikkeld worden voor grondgebonden, compacte woningen. Vervolgens biedt Schijndel gelegenheid tot ontwikkeling. Dat betreft het gebied Hooghekke en twee locaties (waaronder Plein 21) aan de westzijde. Voor die ontwikkelingen speelt mee dat groene wiggen in de structuur van de kern te behouden zijn. Bij een ontwikkeling van Hooghekke spelen ook mee het beperken van geluidhinder van de Structuurweg en het afstand houden tot het Duits Lijntje. In Sint-Oedenrode is een ontwikkeling mogelijk tussen de Zwembadweg en Koningsvaren, in aansluiting op de wijk Kinderbos.

24

We streven naar minder energieverbruik en naar gebruik van duurzaam opgewekte energie. Daar zijn anders uitgeruste woningen voor nodig. Daar werken gemeente en partners aan in het verlengde van onze duurzaamheidsvisie. De gemeente maakt werk van informeren, stimuleren en ondersteunen van bewoners die hun woning willen verduurzamen. Dat is gericht zowel op individuele eigenaren, groepen van bewoners als op woningcorporaties en hun huurdersorganisaties, ontwikkelaars en bouwers. Voor de warmtetransitie gaat Meierijstad via een visie in 2021 naar warmteplannen per wijk of dorp. Om zicht te houden op risico’s voor bodem en water hanteren we een vergunningstelsel voor aanleg van warmtenetten en bodemenergiesystemen. Geschikte locaties en veilige technieken worden aandachtspunten van het beoordelingskader. Wanneer bij ordening van deze activiteiten keuzes gemaakt moeten worden tussen nieuwe projecten, hanteren we de volgende prioriteiten: drinkwaterwinning, natuur en grondwater, collectieve systemen, individuele systemen. We richten aandacht op geluidhinder in de woonomgeving, of de bron daarvan nou gedragingen zijn waarbij machines worden gebruikt of installaties aan de woning. Met regels van het omgevingsplan en voorschriften van omgevingsvergunningen zal het gemeentebestuur geluidhinder in de woon- en leefomgeving tegengaan. Dat geldt vooral voor de gebiedstypologie vi.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7f726c13-8407-4a55-8347-1d3e0a80d7de