A7 Provincie Noord-Brabant - Gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten 2026 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
moeten
de
7.22.3
Bezuiniging onderhoud kapitaalgoederen Een bezuiniging op het regulier en groot onderhoud van kapitaalgoederen wordt alleen als reëel aangemerkt, als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de verlaging van het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud, kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daarnaast zal actualisatie van het beheerplan, op basis van de door de raad vastgestelde verlaging van het kwaliteitsniveau, noodzakelijk zijn (zie paragraaf 7.3.3). 7.224
Onderuitputting
De door de Commissie BBV in de notitie Structurele
en
incidentele baten en
lasten
2026 opgenomen
specifieke stelposten voor loonkosten en kapitaallasten zijn in dit GTK nader uitgewerkt. Een algemene stelpost onderuitputting is naar ons oordeel niet reëel. Toestaan van een stelpost is altijd naar
het oordeel
van
GS.
Stelpost onderuitputting Het uitgangspunt is
loonkosten:
loonkostenraming, bij uitzondering kan onderuitputting loonkosten begroot. geval dat de gemeente de stelpost onderuitputting loonkosten wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen (op basis van de vastgestelde formatie) en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de raming externe inhuur en historie worden meegenomen. In de laatste jaarschijf van de meerjarenraming moet de stelpost zijn afgebouwd. Om een stelpost onderuitputting loonkosten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met GS noodzakelijk. een
reële
structureel worden
In het
Stelpost onderuitputting kapitaallasten: Het uitgangspunt blijft realistisch begroten. De stelpost kan alleen betrekking hebben op nieuwe investeringen waarvan de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen. Voor de investeringen waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit een dekkingsreserve kapitaallasten of via een kostendekkende exploitatie riool en afval is geen stelpost mogelijk. Naar het oordeel van GS is een stelpost onderuitputting kapitaallasten uitsluitend reëel op basis van historische realisatiegegevens van de laatste twee vastgestelde jaarrekeningen en bedraagt deze maximaal 20% van de geraamde kapitaallasten van nieuwe investeringen. Als een gemeente de stelpost onderuitputting wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de investeringsplanning en historie worden meegenomen. In bijlage 2 is een rekenvoorbeeld opgenomen.
24
GTK
gemeenten 2026
Bij de beoordeling betrekken GS een eventueel negatief structureel rekeningsaldo. Om een stelpost onderuitputting kapitaallasten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met GS noodzakelijk. 7.3
Financiële
7.3.1 GS
positie
Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit vormen
zich een oordeel
die niet anderszins beschikbare Voor een
zijn afgedekt.
Artikel
het vermogen Het
van
en
risico’s
de gemeente
weerstandsvermogen geeft
financiële risico's op te vangen de verhouding aan tussen de om
de benodigde weerstandscapaciteit. uniforme wijze van werken in het financieel toezicht is het en
worden gedefinieerd 7.31.
over
en
dat
helder is op welke
wijze
belangrijk dat begrippen eenduidig een mening vormen.
GS zich hierover
Weerstandscapaciteit 11 van
het BBV
inventariseren.
verplicht gemeenten
de beschikbare
om
weerstandscapaciteit te
weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele
De
en
een
structurele
component. Incidentele
weerstandscapaciteit
De incidentele
weerstandscapaciteit reserve
1.
Algemene
2.
Onvoorzien
3.
Stille
4,
Incidentele
kan bestaan uit:
incidenteel
reserves
begrotingsruimte
Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad
bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Een bestemmingsreserve is bijvoorbeeld een dekkingsreserve een
kapitaallasten.
specifieke algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. Bij deze situaties gaan GS ervan uit dat de gemeente met het oog op juiste beeldvorming over de beschikbare incidentele capaciteit zelf de afwegingen zal maken of hiertoe moet worden overgegaan. Het is denkbaar dat onder de
bestedingsdoel
bestemmingsreserves zich middelen
bevinden
waarvan
het
van
1.
Algemene reserve In zijn berekeningen voor het bepalen van de incidentele weerstandscapaciteit bij de beoordeling de begroting hanteren GS voor de algemene reserve het bedrag aan algemene reserve zoals geraamd door de gemeente per 1 januari van het begrotingsjaar. De algemene reserve is vrij
van
besteedbaar.
Ondergrens algemene reserve Uitgangspunt is dat de raad zelf voor de minimale
tegenvallers, moeten
omvang
zoals
worden.
een
van
-
in het licht
de algemene
van
zijn kaderstellende rol
reserve.
Ten
behoeve
algemene
reserve
een
ondergrens
kan
het opvangen van altijd een buffer in stand
bepalen
van
negatief jaarrekeningresultaat, zal namelijk
Zodra GS constateren dat de
-
gehouden
lager wordt dan de door de
gemeente vastgestelde minimale omvang, zullen zij daarover met de gemeente
in
gesprek gaan. 25
Negatieve algemene
reserve
De omvang van de algemene reserve kan onvoldoende zijn om een Daardoor kan de algemene reserve een negatieve stand verkrijgen.
rekeningtekort te dekken.
Wanneer dit zich voordoet, moet de gemeente deze negatieve stand binnen de termijn van de meerjarenraming wegwerken. Lukt dit niet en is er een langere periode dan jaar nodig en kan daardoor niet worden voldaan aan het criterium van een ‘structureel en reëel evenwicht’; dan is er
vier
altijd sprake van preventief toezicht. Over de
sanering van een negatieve algemene bestuurlijk afstemmen én vaststellen. 2.
Onvoorzien incidenteel
De
post onvoorzien betreft
reserve
maken de gemeente
en
GS
afspraken,
die
zij
een, op grond van het BBV, verplichte raming die hiervoor in de begroting Gemeenten kunnen werken met een incidentele post onvoorzien. Deze wordt
is opgenomen.
toegerekend aan de incidentele weerstandscapaciteit. Deze post zal veelal jaarlijks in omvang fluctueren. Bij toepassing door een gemeente zal het bedrag van de incidentele post onvoorzien ook moeten worden opgenomen in de lijst van incidentele baten en lasten. 3.
Stille
Stille
reserves
reserves
vormen
een
onderdeel
van
de incidentele weerstandscapaciteit
waardeverschil tussen actuele marktwaarde
vastgestelde jaarrekening. GS
nemen
voor
het
de boekwaarde, zoals weergegeven in de laatst deze reserves alleen mee bij de berekening van de incidentele en
weerstandscapaciteit als de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie. Voorts mag de stille reserve geen gebruiksnut meer hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar kunnen komen. In het kader van
een
zo
goed mogelijke beeldvorming
de raad adviseren GS gemeenten die stille toch zo veel mogelijk te inventariseren. 4.
reserves
over
de incidentele weerstandscapaciteit door maar die niet nader benoemen, deze
kennen,
Incidentele
begrotingsruimte begrotingsruimte verwijst naar de middelen in de lopende begroting die geen structurele bestemming hebben en eenmalig vrijgemaakt kunnen worden om risico’s af te dekken. Voorbeeld: incidenteel onvoorzien, exploitatieoverschot en overige incidentele posten. Incidentele
Structurele
weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit kan bestaan uit:
belastingcapaciteit
1.
_Onbenutte
2.
Onvoorzien structureel
3.
Structurele
1.
Onbenutte belastingcapaciteit
begrotingsruimte
Bij het bepalen welke mogelijkheden tot belastingheffing de gemeente heeft wordt door GS zogenoemde belastingpakket gehanteerd. Dit betreft de ramingen aangaande de OZB, de afvalstoffen- en rioolheffingen.
26
GTK
gemeenten
2026
het
is de nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating van een zogenoemde artikel 12 aanvraag in aanmerking te kunnen komen. Bij de afvalstoffen- en rioolheffingen is de nog onbenutte
Daarbij
belastingcapaciteit alleen de ruimte totdat 100% kostendekking de tarieven die gaan gelden in het begrotingsjaar. 2.
is gerealiseerd.
Uitgangspunt
vormen
Onvoorzien structureel
post onvoorzien betreft een, op grond van het BBV, verplichte raming die hiervoor in de begroting is opgenomen. De post onvoorzien betreft de ramingen die hiervoor in de begroting, als wel in de De
daarbij behorende meerjarenramingen, structureel zijn opgenomen. Wettelijk is hieraan geen minimum of maximum verbonden. Veel gemeenten hebben een eigen norm voor onvoorzien ontwikkeld (bijvoorbeeld via een x bedrag per inwoner). GS gaan ervan uit dat hiervoor een reëel bedrag wordt geraamd. 3.
Structurele
begrotingsruimte begroting en de meerjarenraming structureel sluiten met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. GS accepteren enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit.
Als de
7.3.1.2
Risico's
De gemeente is verantwoordelijk
voor
het inventariseren
en
kwantificeren
van
de risico’s die zij loopt.
daarbij in beginsel om die risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie, ofwel die een substantiële impact op de financiële positie kunnen hebben. Daarmee is sprake van een open norm. Voor toepassing van het financieel toezicht wordt daarom uitgegaan van het door de gemeente gepresenteerde beeld. Bijstelling van dit beeld kan plaatsvinden als naar het oordeel van GS het realiteits- en volledigheidsgehalte daarvan in twijfel wordt getrokken. Eventuele gezichtspunten met betrekking tot (de kwaliteit van) het systeem van risicobeheersing bij de gemeente, kunnen daarbij worden betrokken. Een bijstelling wordt altijd onderbouwd door GS. Het gaat
Verschillende zaken
kunnen zich aandienen
voor een
eventuele
bijstelling. Bijvoorbeeld
risico’s die
samenwerkingsverband, waarbij niet elke deelnemende gemeente het risico op wijze opneemt of implementeert in haar paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hetgeen ook regelmatig voorkomt, is het voor een aantal jaren achtereen benoemen van een risico als p.m. post. Opname van pm-posten doet afbreuk aan het reëel bepalen van het weerstandsvermogen. zich voordoen
in een
dezelfde
7.3.1.3
De
Norm weerstandsvermogen verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit
aanwezige daarbij vaak
risico's wordt in het een
eigen
norm.
algemeen uitgedrukt
+
structureel) en de
in een weerstandsratio.
Gemeenten
hanteren
GS kunnen de dialoog voeren met de gemeente over de hoogte in ieder geval als de gemeente haar eigen vastgestelde norm
gebeurt onderschrijdt. Uitgangspunt daarbij weerstandsratio. Dit
(incidenteel
is of ten'aanzien
van
de risicobeheersing
een
van
de
realistisch beeld is
neergezet. GS kunnen de
norm
van
de gemeente
vergelijken met bijvoorbeeld de risicomatrix van de Universiteit
Twente.
27
Tabel 3 Risicomatrix van de
Universiteit Twente
Weerstandsnorm
Waardering
Ratio
Betekenis
A
>=
2.0
Uitstekend
B
1.4<2.0
Ruim voldoende
C
1.0,1.4
Voldoende
D
08<1.0
Matig
E
0.6
Onvoldoende
F
<0.6
7.3.2 Met
Financiële
ingang
de
<
0.8
Ruim onvoldoende
kengetallen begroting 2016
de
jaarrekening
2015 is het
gemeenten verplicht (Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenteri) een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid van
en
voor
worden
tussen
gemeenten
te vergroten.
Een
afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van een gemeente moet worden kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gezamenlijk gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting en worden geprognosticeerd voor vier jaar, zodat transparant wordt waar het gevoerde en voorgestelde beleid heen leidt. Vanuit de kaderstellende en controlerende rol, is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. beoordeeld. De
Bij de invoering van de kengetallen
is door de wetgever
een
bewuste keuze gemaakt
om
geen
norm
op te leggen. Het is aan gemeenten zelf om ervoor te kiezen de kengetallen te normeren. De raad kan het college opdragen maatregelen te treffen als de gemeente de gestelde normen niet haalt…
kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. GS hanteren dus geen normering, maar maakt zo nodig gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Een
Voor GS
Tabel 4
Signaleringswaarden financiële kengetallen
Kengetal Netto schuldquote
(nsq)
Nsq gecorrigeerd
voor
Minst
Meest
risicovol
risicovol
<90 %
90-130 %
>130 %
<90 %
90-130 %
>130 %
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie
>50 %
20-50 %
<20 %
<20 %
20-35 %
>35 %
Structurele
>0 %
0%
<0 %
<95 %
95-105 %
>105 %
alle verstrekte
leningen
exploitatieruimte (begroting)
Belastingcapaciteit
De intentie is dat gemeente zelf normen vaststelt en hierop gaat sturen. Hoe de tot de financiële positie moeten worden beoordeeld is aan de gemeente.
28
GTK gemeenten 2026
kengetallen in relatie
7.3.3
kapitaalgoederen
Onderhoud
De Notitie materiële vaste activa december 2020
geeft een overzicht van alle relevante aspecten van materiële vaste activa (investeringen/kapitaalgoederen) met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording. In de notitie zijn de onderdelen investeringen, activeren, waarderen, afschrijven, onderhoud en aandachtspunten voor de financiële verordening van
de Commissie BBV
samengebracht. Investeringen/kapitaalgoederen In de financiële begroting wordt op grond van artikel 20 BBV onder andere de uiteenzetting van de financiële positie, en de toelichting daarop in artikel 21 BBV, opgenomen. Daarbij moet afzonderlijke aandacht worden besteed aan de investeringen. De lasten die voortvloeien uit deze investeringen (afschrijvingslasten en rentelasten) worden in het overzicht van baten en lasten opgenomen. Dit zijn de kapitaallasten. Voor het moment van beginnen met afschrijven heeft de gemeente de keuze uit de mogelijkheden die zijn opgenomen in de notitie. De gekozen mogelijkheid wordt toegepast op alle kapitaalgoederen die gereedkomen/verworven worden. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Doel van de paragrafen is dat onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld, waardoor de raad inzicht krijgt. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting. Om vast te stellen of in de begroting en meerjarenraming sprake is van reële ramingen, vormt de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen voor GS een essentieel onderdeel van de begroting en de jaarstukken. De
paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
bevat deze informatie
tenminste: wegen (inclusief civiele kunstwerken),
riolering, water,
over
de kapitaalgoederen
groen
en
voor
gebouwen.
paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is bij uitstek de plaats om inzicht te geven in de vastgestelde beleidskaders, de aanwezigheid en actualiteit van beheerplannen, de financiële vertaling daarvan in de begroting en of er sprake is van achterstallig onderhoud. De
Om
de financiële
kapitaalgoed en
gevolgen volledig inzichtelijk te maken, is het wenselijk dat in de paragraaf per
wordt aangegeven welke
hoe deze lasten zijn verwerkt in de
de mate waarin de gemeente realiseren binnen het beschikbare over
onderhoudsmaatregelen in de komende jaren worden verwacht begroting en meerjarenraming. Dit bevordert de transparantie
in staat is om
het gewenste kwaliteitsniveau daadwerkelijk te
budget.
Beleidskaders
Kapitaalgoederen autonoom
zijn.
om
kunnen op verschillende kwaliteitsniveaus worden onderhouden. Deraad is stellen, maar het kwaliteitsniveau mag niet onvoldoende
het kwaliteitsniveau vast te
Dit houdt in dat
kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties
moeten
worden voorkomen.
Beheerplannen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is bij uitstek de plaats om inzicht te geven aanwezigheid en actualiteit van beheerplannen. Daarbij moet aangegeven worden: wat de geldende beheerplannen zijn; _ wat de actualiteit van de beheerplannen is (wanneer vastgesteld, looptijd); -__de financiële vertaling in de begroting; of er wel of geen sprake is van achterstallig onderhoud.
in de
-
-
-
29
Een
beheerplan
recent
is maximaal vijf jaar oud ten
opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar als richttermijn gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in gemotiveerde afwijking houdt de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en jaarstukken. Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, wanneer een belangrijke afwijking is opgetreden in dient te worden gehanteerd
de staat
het onderhoud.
van
Financiële
waar
vertaling in de begroting
De in de begroting opgenomen ramingen moeten in overeenstemming zijn met het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau (zie bovenstaande toelichting bij ‘beleidskaders'). Wanneer deze
overeenstemming ontbreekt, kunnen GS het geraamde budget aanmerken als een niet reële raming. Bij het opstellen van de begroting dient duidelijk te worden aangegeven welk deel van de onderhoudslasten betrekking heeft op klein onderhoud en welk deel op groot onderhoud. De lasten van worden
regulier,
klein onderhoud
moeten
in het jaar van uitvoering ten laste
van
de
exploitatie
gebracht.
De lasten
van
groot onderhoud kunnen op twee manieren verwerkt worden in de
begroting/jaarrekening: uitvoering direct ten laste van de exploitatie gebracht. 2. De lasten komen ten laste van een vooraf gevormde voorziening (artikel 44 lid 1c BBV). Ze worden dan gelijkmatig verdeeld over verschillende begrotingsjaren. De hoogte van de periodieke toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van een recent (meerjarig) beheerplan. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de lasten gelijkmatig worden verdeeld over een langere periode. De toevoeging dient minimaal gebaseerd te zijn op de onderhoudslasten die in het beheerplan zijn opgenomen voor het begrotingsjaar en voor de drie jaren van de meerjarenraming. 1.
De lasten worden in het jaar
Wanneer het geldende
van
beheerplan geen inzicht
geeft in de onderhoudslasten van één of meerjarenraming, vaststelling van de eerstvolgende begroting een meerdere jaren nieuw beheerplan vastgesteld moeten worden. De jaarlijkse (gelijkblijvende) storting voor de begroting en meerjarenraming dient dan berekend te worden op basis van het nieuwe (vastgestelde) beheerplan. van
de
zal
meer
er voor
In de praktijk komt het voor, dat gemeenten onderhoudsvoorzieningen vrij (moeten) laten vallen. In de meeste gevallen omdat niet meer voldaan wordt aan-de voorwaarde van het hebben van een recent
beheerplan. Er zijn gemeenten die als (tijdelijke) oplossing de vrijgevallen middelen, bij resultaatbestemming, in een bestemmingsreserve groot onderhoud storten om op die manier lasten
de
groot onderhoud te kunnen blijven egaliseren over meerdere begrotingsjaren.. Het BBV biedt echter alleen de mogelijkheid om onderhoudslasten structureel te egaliseren via een voorziening (artikel 44 lid 1c BBV }. Het BBV biedt dus niet de mogelijkheid om onderhoudslasten structureel via een
voor
bestemmingsreserve te egaliseren?.
De omvang van de voorziening, rekening houdend met de jaarlijkse toevoegingen, moet toereikend zijn om het toekomstig geplande groot onderhoud op elk moment in de tijd ten laste van de
voorziening te kunnen brengen. 2
Een
onderhoudsvoorziening
kan op basis van een
geactualiseerd
In de notitie structurele en incidentele baten en lasten 2026 is opgenomen: In de toelichting op de wijziging van het BBV in 2013 staat dat in principe alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard zijn. Dit geldt ook voor egalisatiereserves inzake bijvoorbeeld algemene uitkering, verkiezingen, jeugdzorg/sociaal domein, tarief heffingen, onderhoud of andere reserves waarmee wordt gestreefd een gesloten systeem te creëren.
30
GTK gemeenten 2026
í Ü
beheerplan te laag zijn. Het te lage bedrag in de onderhoudsvoorziening moet worden aangevuld door de jaarlijks in de begroting geraamde stortingen zodanig te verhogen, via begrotingswijziging, zodat de voorziening over de gehele looptijd genomen weer toereikend is voor het bekostigen van de uitvoering van het onderhoud. jaarrekening geconstateerd wordt dat er sprake is van een (per ultimo jaar verwachte) negatieve onderhoudsvoorziening dan moet er een eenmalige toevoeging plaats vinden, een negatieve voorziening is niet toegestaan. Dit is overigens de enige situatie waarin een eenmalige toevoeging ten laste van de exploitatie moet plaatsvinden. Indien bij het opmaken
Achterstallig
van
de
onderhoud / Kapitaalvernietiging
sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is Er kan
dan het door de raad
vastgestelde
kwaliteitsniveau. Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende
gesteld budget door de raad, is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om óf budget beschikbaar te stellen óf het gewenste kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen
beschikbaar meer
zonder dat dit leidt tot
kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Op uitgangspunt voor financieel toezicht (conform gehanteerd beleid Artikel 12) dat er sprake is van kapitaalvernietiging als de staat van het onderhoud niet meer voldoet aan minimaal kwaliteitsniveau C (bij onderhoud wegen), of een vergelijkbaar niveau als er een andere systematiek wordt toegepast. basis
In
geval
van
van
CROW
advies is het
achterstallig onderhoud wordt er op basis van
artikel 44 lid
1
a
BBV
een
voorziening
voorziening kan gevoed worden met een onttrekking aan de algemene reserve. Het financieel inlopen van achterstallig onderhoud mag niet in de meerjarenraming worden opgelost door de achterstand financieel over meerdere jaren uit te smeren. De voorziening moet worden gevormd zodra sprake is van kapitaalvernietiging of een onveilige situatie. Het plan voor herstel moet direct worden opgenomen in de begroting, inclusief de financiële dekking. gevormd.
Deze
31
8
8.1
OVERIGE
VORMEN
VAN
TOEZICHT
Verordeningen
In artikel 214 Gemeentewet
is bepaald dat de
volgende verordeningen
binnen
twee weken
na
vaststelling moeten worden toegezonden aan GS: Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet). Controleverordening (artikel 213 Gemeentewet). Verordening inzake periodieke onderzoeken (artikel 213a Gemeentewet). De verordeningen behoeven niet de goedkeuring van GS. GS kunnen toetsen of de verordeningen voldoen aan de wet of aan krachtens de wet gegeven regels. Hoewel de vaststelling van de rekening bij de raad ligt, heeft de wetgever bepaald dat GS te allen tijde een onderzoek kunnen instellen om na te gaan of het beheer en de inrichting van de financiële
organisatie voldoen
aan
de daaraan
onderzoek komt niet in de een
gestelde
plaats van de
eigen onderzoek instellen.
Dat kan
eisen (artikel 215
Gemeentewet).
Een dergelijk
normale. controle. GS zullen slechts in uitzonderlijke gevallen
bijvoorbeeld
aan
de orde
zijn wanneer
er
sprake is van
preventief begrotingstoezicht. 8.2
Kasgeldlimiet en renterisiconorm
Algemeen De Wet
financiering decentrale overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale
overheden
de
Regeling schatkistbankieren decentrale overheden bevatten regels over het financieringsbeleid van openbare lichamen (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen), hierna te noemen ‘gemeente’. De nadruk ligt-hierbij op de kredietwaardigheid van een gemeente en op de flexibiliteit en transparantie van het financieringsbeleid. De regels over het financieringsbeleid betreffen onder andere het aangaan van leningen, de kasgeldlimiet, de liquiditeits- en schuldpositie, de renterisiconorm en de verplichting om middelen aan te houden in rekening-courant bij het Rijk. In het kader
en
van
de
financieringsfunctie heeft. de toezichthouder
een
aantal taken die uit de Wet fido
voortvloeien. De meest expliciete taak heeft de toezichthouder ten aanzien
van
de
kasgeldlimiet en
de
renterisiconorm.
financiering en kasgeldlimiet korte financiering worden tijdelijke liquiditeitstekorten opgevangen.
Korte Met
Voor korte
financiering kan het
renterisico aanzienlijk zijn, omdat fluctuaties in de korte rente relatief grote impact op de rentelasten hebben. Om dit risico in te perken, stelt de kasgeldlimiet een grens aan de korte financiering. De
kasgeldlimiet heeft betrekking op de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal. In de wet staat: “De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam overschrijdt de kasgeldlimiet niet”. Er is sprake van een structurele overschrijding, wanneer een openbaar lichaam voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt.
32
GTK gemeenten 2026
hoogte van de kasgeldlimiet wordt eens per drie jaar bepaald door een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan reserves) van de begroting, inclusief de tegelijkertijd met de begroting door de raad vastgestelde wijzigingen ervan. De
kasgeldlimiet moet worden
opgenomen in de Paragraaf financiering van de begroting en het jaarverslag. Deze informatie betreft ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het De informatie
over
de
jaar.
bedrijfsvoering zijn kwartaalrapportages van belang voor het signaleren van overschrijdingen. Bij een structurele overschrijding, in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages, gelden de volgende uitgangspunten voor het financieel toezicht: De gemeente heeft een meldplicht (uiterlijk bij de derde overschrijding) aan de toezichthouder. De gemeente legt de drie opeenvolgende kwartaalrapportages met een overschrijding en een plan van aanpak, om binnen de kasgeldlimiet te blijven, ter goedkeuring voor aan de toezichthouder. Zolang dit plan niet is goedgekeurd, dan wel blijkt dat het plan niet wordt uitgevoerd, kan de toezichthouder een aanwijzing geven om een aangepast plan in te zenden en maatregelen te
Voor de interne .
-
-
-__
treffen. -__
De toezichthouder kan
bepalen dat voor het aangaan van nieuwe kortlopende geldleningen voorafgaande toestemming van de toezichthouder vereist is. De toezichthouder kan een maximum voor de schuld in rekening-courant van de gemeente .
-__
vaststellen. Het verscherpte toezicht, zoals hierboven beschreven, vervalt zodra het plan oordeel van de toezichthouder, voldoende ten uitvoer wordt gebracht.
van
aanpak,
naar
het
gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de betrokken decentrale overheid de drie kwartaalrapportages en een plan van aanpak om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet ter goedkeuring toezenden aan de toezichthouder.
Als de
Ontheffing kasgeldlimiet Bij incidentele wijzigingen in het inkomsten- en uitgavenpatroon, bijvoorbeeld voorfinanciering van grondexploitatie, kan de toezichthouder ontheffing verlenen voor het overschrijden van de kasgeldlimiet (artikel 4 Wet fido). Dit is toegestaan voor een periode van maximaal twee kwartalen. Indien de ontheffing wordt verleend is dit met ingang van het kwartaal waarin de ontheffing is aangevraagd en dus niet met terugwerkende kracht. ontheffing heeft geen opschortende werking. Dus, als er ontheffing is verleend mag de kasgeldlimiet niet langer dan drie kwartalen worden overschreden. Daarna moet er een plan Een
aanpak Een
worden
lage korte
van
toegezonden. ontheffing te verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen gesteld.
rente is onvoldoende
de toezichthouder aanvullende
reden
om
door
Ontheffingsverzoeken moeten bij de toezichthouder worden ingediend zodra er zicht is op een dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet. In het ontheffingsverzoek moet ten minste worden opgenomen: de onderbouwing -
-_
voor
welk
waarom
er een
bedrag ontheffing
wordt
ontheffing wordt gevraagd; gevraagd;
33
onderbouwing van de tijdelijkheid van de overschrijding en dus voor welke periode de ontheffing wordt aangevraagd (maximaal twee kwartalen). De toezichthouder toetst dat achteraf via de jaarrekening. =__een
Lange financiering en de renterisiconorm Bijna alle gemeenten hebben vaste schulden. Op het moment dat daarvoor de rente wordt aangepast, loopt de gemeente een zeker risico; hogere rente leidt tot hogere lasten. De rente wordt meestal aangepast bij herfinanciering van schuld. Het is daarom van belang dat de leningenportefeuille met een zekere meerjarige spreiding is opgebouwd. Hierdoor wordt het renterisico ingeperkt. De renterisiconorm geeft daar het kader
voor.
De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan een vastgesteld percentage van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan
reserves) van de begroting. Daarbij is sprake van een minimumbedrag om te sterke beperking mogelijkheden voor herfinanciering te voorkomen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Het renterisico wordt bepaald
de komende vier jaren. De
voor
van
informatie over de renterisiconorm
de
moet
worden opgenomen in de paragraaf financiering bij de begroting en het jaarverslag. De toezichthouder toetst aan de hand van de gegevens in het jaarverslag of de gemeente de
vastgestelde norm overschrijdt. Wanneer dit het geval is zal via overleg een oplossingsrichting worden afgesproken. Mocht dit onverhoopt geen resultaat opleveren dan zullen de sanctiemogelijkheden van de Wet fido worden ingezet. De toezichthouder geeft dan een aanwijzing om maatregelen te nemen het renterisico op het begrotingstotaal te verminderen. Wanneer deze aanwijzing niet wordt opgevolgd, moet de gemeente een plan van aanpak ter goedkeuring aan de toezichthouder om
aanbieden.
Zolang
bepalen dat
voor
dit plan niet is goedgekeurd of niet wordt
Ontheffing
renterisiconorm
het aangaan
renterisiconorm
is het mogelijk in bijzondere
te verlenen
(artikel 6 Wet fido).
bekend is dat de
voor
het komende
de
moet
norm
uitgevoerd kan de toezichthouder leningen voorafgaande toestemming is vereist.
‚
Voor de toezichthouder
redelijkerwijs
nieuwe
van
Een
omstandigheden ontheffing ontheffingsverzoek moet
zal worden overschreden,
norm
in dit
van
worden
geval tegelijk
de
ingediend
met de
jaar (dus vóór 15 november voorafgaand aan het begrotingsjaar). in het ontheffingsverzoek duidelijk worden gemotiveerd.
De
zodra
begroting
afwijking van
De beoordeling van een ontheffingsverzoek gebeurt integraal en in meerjarig perspectief. Het is daarom noodzakelijk dat in de paragraaf financiering bij de begroting een meerjarige prognose van het renterisico op de vaste schuld is opgenomen. Om een integrale afweging te kunnen maken verlenen
van
een
ontheffing,
moet
de soliditeit
van
het beleid
en
over
het al dan niet
de toezichthouder via
verslaglegging van de gemeenten voldoende positie. Als de toezichthouder hiervoor zal de toezichthouder deze nodig heeft, uitvragen bij de gemeente. Bij het
inzicht hebben in het financieringsbeleid additionele informatie
over
en
de financiële
onderzoek kunnen alle relevante factoren (in meerjarig perspectief) worden
betrokken, zoals: cash-
flow, kengetallen (bijvoorbeeld schuldquote
etc.
toezichthouder de raad adviseren laten uitwerken
34
om
om
en
solvabiliteit), reservepositie
verschillende scenario's met verschillende rentepercentages te
te zien wat het effect hiervan zou
GTK gemeenten 2026
Hierbij kan de
zijn.
8.3
Herindelingen
Algemeen De Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) definieert in artike! 1 gemeentelijke herindeling als “wijziging van gemeentelijke indeling”. Daaronder wordt verstaan “instelling en opheffing van gemeenten” en wijziging van gemeentegrenzen die naar verwachting het inwonertal van tenminste een van de betrokken gemeenten met 10% of meer zal doen toe- of afnemen”. “
Een wijziging van de gemeentelijke indeling geschiedt bij wet. Een herindelingswet kan worden voorbereid door de betrokken gemeenten, de provincie of door de minister van BZK. Dat het herindelingsproces is gestart blijkt uit een ondertekend raadsbesluit van de betrokken gemeente(n), maar
kan ook
blijken
uit een besluit
van
GS als de provincie het initiatief tot
herindeling neemt of uit
wetsvoorbereiding door de betrokken gemeenten opgenomen. In dat geval stellen de raden van de beoogde partnergemeenten het herindelingsontwerp vast. Aan het opstellen van een herindelingsontwerp gaat over het algemeen een zogenaamd ‘principebesluit’ (of intentiebesluit’) van de betrokken gemeenteraden vooraf. Een principebesluit is een gelijkluidend besluit van de betrokken gemeenteraden en kent doorgaans vier een
besluit
van
de minister
van
BZK.
In dit GTK
is de
elementen:
herindeling wil overgaan; samenstelling (met wie) de gemeente wil herindelen; wanneer de beoogde datum van herindeling is; of de
-
gemeente
tot
in welke
hoe de gemeente de
herindelingsprocedure wil doorlopen
en
inrichten.
Herindelingsscan Een vraag die bij een herindeling altijd aan de orde komt,is of de nieuw te vormen gemeente financieel gezond zal zijn. Omdat er zowel politiek als bestuurlijk vaak vragen leven omtrent de financiële positie van de bij de herindeling betrokken gemeenten en de nieuwe gemeente, kan een herindelingsscan worden uitgevoerd. garandeert niet dat er later alsnog ‘lijken uit de kast’ uitgevoerd door de provincie, maar ook door een extern een combinatie daarvan. De betreffende gemeenten zijn hier nauw bij bureau, eigen medewerkers of betrokken en zullen onder meer zorgdragen voor het aanleveren van de noodzakelijke gegevens. De herindelingsscan wordt aangeboden aan de betrokken colleges die hem van een bestuurlijke reactie voorzien en de betrokken gemeenteraden erover informeren. Een
herindelingsscan geeft een
kunnen komen.
Deze
scan
beeld
maar
kan worden
herindelingsscan geeft onder andere inzicht in de volgende zaken: Aandachtspunten voor het (financieel) beleid van de nieuw te vormen gemeente. Inzicht in financiële verbeterpunten en risico's, De effecten van de herindeling op de algemene uitkering van het gemeentefonds. _ Het doel en de berekening van de ‘maatstaf herindeling’ en de duiding van mogelijke frictiekosten. De mogelijke effecten op de belastingen en de bijbehorende tarieven. _ De financiële positie van de afzonderlijke gemeenten.
Een -__
=__
-
-
-
-
35
Instellen
preventief financieel (arhi-)toezicht bijzondere vorm van financieel toezicht opgenomen. Dit preventief toezicht geldt voor gemeenten die in het kader van een herindeling worden opgeheven. Dit toezicht is daarom niet van toepassing voor de gemeente die bij een lichte samenvoeging? niet wordt opgeheven. Het doel van dit preventief toezicht is het voorkomen dat besluiten van op te heffen gemeente(n) de financiële positie van de nieuw te vormen gemeente op onevenredige wijze beperkt (het zogenoemde potverteren). GS voeren het preventief toezicht uit en treedt hierbij op als belangenbehartiger van de nieuw te vormen gemeente. Deze bijzondere vorm van financieel toezicht is gecreëerd, omdat de wetgever van mening is dat het financieel toezicht op basis van de Gemeentewet onvoldoende bescherming biedt aan de nieuw te vormen gemeente bij herindeling. Dit preventief toezicht is van In de Wet arhi is een
kracht naast het financieel toezicht op basis van de Gemeentewet. Het preventief toezicht gaat rechtswege in op de dag waarop een gemeente volgens een herindelingsontwerp, een
herindelingsadvies
of een voorstel
van
wet in
aanmerking
komt
om
te worden
van
opgeheven.
Besluiten die goedkeuring behoeven Anders dan
bij het reguliere (preventief) begrotingstoezicht is de focus bij dit toezicht gericht op de gemeente. Op weg naar de herindeling gelden toezichtcriteria die ervoor moeten dat een nieuwe gemeente ontstaat die zo goed als mogelijk een financieel gezonde start kan zorgen maken. Dit houdt in dat goedkeuring aan besluiten kan worden onthouden, als een besluit van een op te heffen gemeente, naar het oordeel van GS, in strijd is met het financiële belang van de nieuw te vormen gemeente. Daarbij streven GS ernaar reguliere ontwikkelingen in de bij de herindeling nieuw te
vormen
betrokken gemeenten niet te blokkeren.
Op grond
goedkeuring goedkeuring van GS niet worden uitgevoerd. De gemeente dient (voor-zover nodig) partijen die betrokkenen zijn bij zo'n besluit erop te ‘wijzen dat het besluit goedkeuring van GS behoeft en pas na deze goedkeuring uitgevoerd kan worden. In de regel zijn dit besluiten die kunnen leiden tot: _ Nieuwe uitgaven. _ Verhoging van bestaande uitgaven. =_Verlaging van bestaande inkomsten. Vermindering van vermogen. behoeven.
van
artikel 21 Wet arhi kunnen GS categorieën
De in dit kader aangewezen
van
besluiten aanwijzen die de
besluiten kunnen zonder
-
=
-
GS stellen nadrukkelijk dat de raden van gemeenten die worden opgeheven hun verantwoordelijkheid structureel sluitende begroting behouden ook nu GS in de besluitvorming is betrokken.
voor een
Bij een herindelingstraject worden de besluiten binnen de genoemde categorieën afgestemd met de beoogde fusiepartners. De op te heffen gemeente(n) legt daartoe deze besluiten ter afstemming voor aan
alle betrokken gemeenten. Dit doet zij voordat daarover haar eigen besluitvorming plaatsvindt. van deze afstemming maakt onderdeel uit van de uiteindelijke besluitvorming over het
Het resultaat
besluit door de raad
van
besluiten aangegeven
de op te heffen gemeente. Het ligt daarom in de rede dat bij het inzenden de uitkomsten zijn van het gevoerde overleg met de beoogde
van
wordt wat
partnergemeenten.
®
Bij een "lichte" samenvoeging wordt ten minste één van de betrokken gemeenten niet opgeheven en worden de andere betrokken gemeenten wel opgeheven en samengevoegd met de niet op te heffen gemeente. De rechtsgevolgen die zijn verbonden aan opheffing blijven voor de niet op te heffen gemeente achterwege. Er is bij lichte samenvoeging sprake van twee aanvullende criteria. Er is overeenstemming tussen de betrokken gemeenten over toepassing van de variant ‘lichte samenvoeging’, blijkend uit een eensluidend vastgesteld herindelingsontwerp en er zijn afspraken over de rechtspositie van het personeel, waarbij zoveel mogelijk wordt voorkomen dat de medewerkers van de op te heffen gemeente(n) in een nadeliger positie verkeren dan de medewerkers van de niet op te heffen gemeente. 36
GTK gemeenten 2026
is dat de instemming gebeurt door hetzelfde orgaan dat het besluit heeft genomen. Dit dit kan orgaan delegeren. In gevallen dat niet blijkt dat onderling is afgestemd, kunnen GS ertoe het besluit zelf aan de desbetreffende fusiegemeenten voor te leggen. overgaan
Uitgangspunt
Beoordelen besluiten GS beoordelen
de
ingezonden
besluiten op grond
de nieuw te
belangenbehartiger verarming van de gemeente doorgaans van
vormen
van
eigen verantwoordelijkheid
de
gemeente.
als
Daarom zullen de besluiten die leiden tot
goedkeuring krijgen, omdat deze in strijd zijn met het gemeente. Te allen tijde beoordelen GS of er op een aanvaardbare wijze in dekking is voorzien. Hierbij geldt voor de inzet van het surplus van de algemene reserve dat de gemeente niet alleen aantoont dat aan de voorwaarden is voldaan (zie paragraaf 7.1.3.1) maar ook aantoont dat de inzet in het belang is van de nieuwe gemeente en financieel gezien verantwoord is. De inzet kan betrekking hebben op een jaarschijf waarin de gemeente al is opgeheven. De verantwoording bestaat dan ook uit onderbouwde maatregelen die de financieel belang
van
de
nieuwe gemeente kan
nieuw te
nemen
om
geen
vormen
De inzet verdient
de inzet te voorkomen.
Bij de beoordeling
deze besluiten zullen GS uitgaan
de inzet ieder jaar
voor
van
de
navolgende
en
criteria:
Onvoorzien.
-__
__Onuitstelbaar.
-
Onontkoombaar.
-__
Overeenstemming
-_
-
van
de fusiepartners. GS beoordelen
apart overleg
besluiten opnieuw overeenstemming van van het surplus de algemene ieder jaar opnieuw over goedkeuring van de inzet. Om de inzet reserve op te nemen in de begroting of meerjarenraming is afstemming vooraf met GS noodzakelijk. tussen
tussen
fusiepartners.
_ Dekking verzekerd.
gebruiken GS om te toetsen of de besluiten in het belang van de nieuw te vormen gemeente zijn, waarbij als uitgangspunt geldt dat reguliere ontwikkelingen in de betrokken gemeente en de gemeenten/ organisaties waarmee de gemeente een samenwerkingsverband heeft niet worden geblokkeerd. Naar mate de datum van herindeling nadert, zal aan deze criteria steeds meer gewicht Deze criteria
worden
gehangen.
beoordelingsbeleid kort voor de herindeling verdient een bijzondere vermelding. Dit beleid houdt in, dat in de periode gelegen tussen de besluitvorming over de herindelingswet in de Tweede Kamer en Eerste Kamer en de datum van ingang van herindeling ook de navolgende aspecten bij de beoordeling worden betrokken. GS zullen nagaan of het besluit niet kan worden uitgesteld dan wel vermeden. Besluiten tot uitgaven met een meer ingrijpend karakter en/of van aanzienlijke omvang komen dan in het algemeen niet voor goedkeuring in aanmerking. Ook wordt de behandeling van besluiten die worden ingezonden in de laatste maand voordat de herindeling ingaat opgeschort tot na de herindeling, om aan de nieuwgevormde gemeente te vragen of het verzoek om goedkeuring gehandhaafd blijft of wordt ingetrokken. Het
Begroting Voor een
nieuwe gemeente nieuwe gemeente (die ontstaat uit twee of
meer
opgeheven gemeenten)
en
ook
voor een
gemeente die grote gebiedsdelen verliest of verkrijgt, is het opstellen van de begroting niet eenvoudig. Een tijdige opstelling heeft prioriteit boven een begroting die tot in detail aan alle voorschriften voldoet. begonnen met het harmoniseren van het financieel beleid (bijvoorbeeld afschrijvingsmethodiek, uitgangspunten algemene uitkering, onderhoud Hoe eerder in het herindelingsproces
is
gemakkelijker de eerste begroting kan worden opgesteld. In verband met de vele onzekerheden, die de eerste begroting van een nieuwgevormde gemeente bevat, is de eerste kapitaalgoederen),
hoe
37
begroting doorgaans beperkt tot bestaand beleid. Nieuw beleid kan terughoudend worden geraamd of in een stelpost worden opgenomen, zodat aanwending later in het jaar kan plaatsvinden. Omdat de nieuw gekozen raad pas vanaf de herindelingsdatum bevoegd is om lasten, baten eri investeringen te autoriseren, is het niet mogelijk de begroting vóór ingang van de herindeling vast te stellen. Dit betekent, dat de nieuwe gevormde gemeente voor het eerste begrotingsjaar onder preventief financieel toezicht staat wegens overschrijding van de inzendtermijn van de begroting (artikel 203 lid 2 sub a Gemeentewet). In artikel 4/ lid 2 Wet arhi is geregeld, dat
het tijdvak waarin voor de nieuwe gemeente nog geen begroting vastgesteld is, de nieuwe gemeente bevoegd is tot het doen van uitgaven, voor zover daartegen bij GS geen bezwaar bestaat. In het algemeen hebben GS geen bezwaar tegen het doen voor
uitgaven op basis van
de laatst vastgestelde begrotingen (bestaand beleid) van de opgeheven gemeenten. Wel hebben GS bezwaar tegen het doen van uitgaven op basis van nog niet vastgesteld nieuw beleid. Vaststellen van nieuw beleid is een bevoegdheid van de nieuwe raad en kan pas bij of van
begroting plaatsvinden. In de Wet arhi is formeel niet geregeld wanneer de begroting uiterlijk door de raad vastgesteld dient te worden. Het is echter gewenst dat de periode waarin uitgaven gedaan (moeten) worden zonder dat daar een vastgestelde begroting aan ten grondslag ligt, zo kort mogelijk is. Daarom wordt geadviseerd, dat de eerste begroting voor 15 april na
het vaststellen van de
door de raad vastgesteld wordt. De datum
15 april is ook de uiterlijke datum dat de lv3 van de het CBS. Wanneer inzending van de lv3 van de begroting
begroting ingezonden bij 15 april plaatsvindt, kan het Ministerie van BZK dient te worden
besluiten
om
de
uitbetaling
van
de
na
algemene uitkering,
op te schorten.
Beëindiging
toezicht
Het arhi-toezicht vervalt op de datum van herindeling of de datum waarop de Minister van BZK bepaalt dat het toezicht is vervallen. Als het bijzonder toezicht eindigt gedurende een begrotingsjaar, dan
blijft het toezicht op basis van de Gemeentewet (financieel toezicht) voor het begrotingsjaar van
kracht. Wanneer de
vorm
begrotingsevenwicht,
van
toezicht preventief is, vanwege het ontbreken
behoeven de
begroting
en
van
structureel
begrotingswijzigingen (nog steeds)
de
reëel
en
goedkeuring
GS.
van
8.4
Artikel 12
Regeling
Financiële-verhoudingswet
aanvullende
uitkering gemeentefonds Regeling uitkering gemeentefonds zijn nadere regels neergelegd voor het nemen van een besluit omtrent het verlenen van een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds conform Artikel 12 Financiële-verhoudingswet. In de
aanvullende
De regels betreffen onder andere het verslag dat GS uitbrengen over de financiële positie gemeente die een aanvullende uitkering heeft aangevraagd. Bovendien worden de bij de
besluitvorming
te hanteren
begrippen
van
de
‘aanmerkelijk tekort’ en ‘redelijk peil van de eigen inkomsten’
nader bepaald. De
regeling
bevat ook enkele
het beslissen op
beleidsregels
verzoek omtrent
die de ministers
38
GTK gemeenten
2026
een
aanvullende
van
uitkering.
BZK Deze
en
Financiën zullen hanteren
regels
strekken ertoe dat
bij
bij de besluitvorming géén honorering plaatsvindt van financieel beleid van de gemeente dat heeft geleid of kan leiden tot een verzwakking van de financiële positie van de gemeente. een
De
regels beogen
ontvangen,
en
tevens te
bewerkstelligen dat gemeenten die
gemeenten die zo'n uitkering ontvangen, het niveau
redelijk peil brengen
en
respectievelijk
op dit
peil
aanvullende uitkering willen
een
eigen
van
inkomsten
op
een
houden.
Verslag
van GS In artikel 2 Regeling aanvultende uitkering gemeentefonds is bepaald dat door GS een verslag wordt uitgebracht over de financiële positie van een gemeente. GS zenden dit verslag gelijktijdig aan de
ministers
de raad.
en
logisch gevolg van de toezichthoudende verantwoordelijkheid inzake de financiële positie van gemeenten die aan GS in de Gemeentewet is toegekend. Het verslag geeft inzicht in de oorzaken van de ontstane financiële problematiek en de maatregelen die de provincie heeft genomen. In de regel zal een gemeente die tot het aanvragen van een aanvullende uitkering overgaat, al de bijzondere aandacht van GS hebben, omdat zij al eerder onder preventief toezicht is gesteld. De gegevens van de betreffende gemeente, die in dit verslag moeten worden opgenomen, zijn in dat geval bij GS bekend. Het
verslag
is een
Het verslag van GS bevat in ieder geval: Een beschrijving van de maatregelen die GS
-
maatregelen
te nemen
om
hebben
getroffen om
structureel evenwicht in de begroting
de gemeente te bewegen de gemeente te brengen of te
van
houden. Een
-
analyse analyse
Een
ontwikkelingen van de ontwikkelingen analyse van de ontwikkelingen
van
de gemeente.
Een
-
-
de
van
in de lasten en baten van de in de reserves
in de gegevens
gemeente.
voorzieningen van de gemeente. over de fysieke, sociale en financiële structuur
en
beoordeling van de mate waarin sprake is van een aanmerkelijk en structureel redelijk peil van de eigen inkomsten van de gemeente. (Zie voor ‘redelijk 24 van het besluit financiële verhouding 2001* en Artikel 4 Regeling aanvullende peil’: Artikel uitkering gemeentefonds)
-_
Een
berekening
tekort
en van
en
een
Bij het verslag worden betrokken:
vastgestelde begroting van de gemeente voor het jaar waarover de aanvullende uitkering wordt aangevraagd. De begrotingswijzigingen die gelijktijdig met de begroting zijn vastgesteld. -___De begrotingen voor de vijf jaren voorafgaand aan het onder het eerste punt bedoelde jaar. __ De rekeningen over de vier jaren die voorafgaan aan het jaar waarin een aanvullende uitkering voor een volgend jaar wordt gevraagd. -_De
-__
-
12-inspecteur bij het ministerie van BZK achtergrondinformatie bij het te verrichten onderzoek. Bij een eerste aanvraag van een aanvullende uitkering door een gemeente zal het verslaguitgebreider zijn. Bij eventueel daaropvolgende jaren kunnen GS zich beperken tot het redelijk peil van de eigen heffingen en actuele ontwikkelingen. Over de jaren waarover een gemeente een aanvullende uitkering zal ontvangen wordt ook verslag gedaan van de mate waarin in de gemeente sprake is van een aanmerkelijke verbetering van de financiële positie. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente zich heeft gehouden aan de van toepassing zijnde voorschriften. Het verslag
*
Hét
van
GS vormt
voor
de artikel
percentage van de heffingsmaatstaf,
bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, van het besluit financiële
verhouding 2001,
bedraagt 0,1164. 39
GS
hebben specifieke
begroting.
verantwoordelijkheden in verband met het toezicht op de gemeentelijke
Het
verslag zal daarom behalve op de meer financieel technische aspecten en een analyse ingaan op de maatregelen die in het ambtelijk en eventueel bestuurlijk verkeer zijn overeengekomen, of van de zijde van de provincie zijn ingebracht. Het gaat hierbij om de afspraken die zijn gemaakt en de wijze waarop hier door de gemeente mee is omgegaan. ervan, ook moeten
De analyse
van
de lasten en de
baten
de gemeente richt zich zowel op de toekomst onuitstelbare lasten voor nieuw beleid) als op het verleden. Van belang is wat het van
(onontkoombare lastenpatroon van een gemeente is geweest in de jaren voorafgaand aan de artikel 12-aanvraag. De analyses van de ontwikkelingen in de reserves en voorzieningen en ontwikkelingen in de gegevens over de fysieke, sociale en financiële structuur moeten hierin meer inzicht geven. (Bron: Toelichting bij en
het besluit
40
van
14 november 1996,
GTK gemeenten 2026
Stcrt. 1996,
239)
BIJLAGEN
1.
Toelichting op het risicomodel
Algemeen de ATT is aangegeven dat de toezichthouders (financieel toezicht) een werkwijze ontwikkelen met behulp waarvan proportioneel en risicogericht toezicht kan worden uitgeoefend. Dit In het GTK 2020
en
voornemen
sluit aan
criteria
het financieel toezicht.
voor
bij het antwoord
van
het
kabinet
aan
de 2e
Kamer
over
de
ontwikkeling van de
provincies al enige ervaring mee opgedaan. Het risicomodel wordt primair als een (intern) hulpmiddel voor de toezichthouder
Vanuit dit gezichtspunt is een risicomodel ontwikkeld hebben
gebruikt.
Het
waar
de
model zal verder worden doorontwikkeld.
uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk informatie uit de (openbare) stukken van-de gemeenten wordt benut. In gevallen dat dat niet zo is en aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, wordt alsnog contact gezocht met betreffende gemeente. Het
De
optelsom van de indicatoren geeft inzicht in het risicoprofiel van gemeenten. (huidige) indicatoren uit het risicomodel aangegeven: Structureel
anw
en reëel
Onderstaand zijn de
evenwicht
begrotingsresultaat N begrotingsresultaat N+1 Structureel begrotingsresuitaat N+2 Structureel begrotingsresultaat N+3 Structureel resultaat jaarrekening N-2 Lasten (totaal) sociaal domein hoger of lager dan geraamd in laatste jaarrekening Onderhoud Kapitaalgoederen 7 Aantal actuele beheerplannen (wegen, kunstwerken en gebouwen) 8 Achterstallig onderhoud (ja/ nee, herstelplan?) 9 Lasten beheerplannen correct geraamdin begroting? Taakstellingen, Bezuinigingen en Ombuigingen 10 _ Taakstellingen, Bezuinigingen en Ombuigingen (opgave gemeente)
N
Structureel Structureel
Weerstandsvermogen 11 _ Weerstandsratio (oordeel gemeente)
_Risicobedrag per inwoner (vergeleken met gemiddelde provincie/landelijk) 13 _ Algemene reserve per inwoner (vergeleken met gemiddelde provincie/landelijk) Kengetallen 14 _ Netto schuldquote 12
15 16
_Solvabiliteitsratio
.
_ Onbenutte belastingcapaciteit (wendbaarheid)(OZB, Afval en Riool)
Grondexploitaties 17 _ Kengetal grondexploitaties 18 _ Nog te maken kosten grondexploitaties
41
19
__Nogte realiseren opbrengsten grondexploitaties Verbonden partijen 20 _ Structurele lasten (bijdrage aan) verbonden partijen
42
GTK gemeenten 2026
2. De
onderuitputting kapitaallasten
Rekenvoorbeeld norm
van
analyse
van
de maximale toegestane onderuitputting kapitaallasten van 20% is gebaseerd op een de [V3-rapportages van alle Nederlandse gemeenten voor de kostensoort afschrijvingen
opzichte van de begroting 2024. Deze is aangevuld met de rentecomponent inschatting van de investeringen in rioleringswerken en investeringen gedekt door bestemmingsreserves kapitaallasten. over
de
jaarrekening en
2024 ten
de
Ì
berekening van de onderuitputting kapitaallasten gaan we uit van nieuwe investeringen van begrotingsjaar B-1. Aangenomen mag worden dat eerdere investeringen zijn gerealiseerd of opnieuw zijn gepland. Voor de het
Op de volledige kapitaallasten dienen de bijdrage uit de reserve kapitaallasten en de afwijkingen op kapitaallasten van riool- en afvalinvesteringen welke indirect worden gedekt via egalisatie-
voorzieningen, gecorrigeerd
te worden.
Afhankelijk van het gekozen startmoment van afschrijving (meeste gemeenten gebruiken de methodiek: afschrijving start in het sjaar na de investering) zijn de nieuwe kapitaallasten van begrotingsjaar B gebaseerd op de investeringen van begrotingsjaar B-1. Door vertraging in de uitvoering van investeringen in begrotingsjaar B-1 treedt onderuitputting op in de nieuwe kapitaallasten begrotingsjaar B. Het is niet aannemelijk dat deze onderuitputting van begrotingsjaar B1 ook in latere begrotingsjaren optreedt en daarmee een structureel karakter krijgt. Dat geldt wel voor de investeringen uit begrotingsjaar B welke door vertraging in de uitvoering kunnen leiden tot onderuitputting kapitaallasten in het begrotingsjaar B+1. ldem ook voor latere investeringsjaren.
43
Fictief
investeringsplan
2026-2030
Uitgangspunten: Gemiddelde
. .
Rente
.
Afschrijving
.
Rente in het
van
afschrijvingsduur van 20 jaar
3% start in het
jaar volgend
investeringsjaar
is %
op
*
3%
het
investeringsjaar (aanname: investeringen
worden
gedurende
het
gehele
jaar gestart) Jaar
2026
Investeringen Waarvan
20.000.000
ten laste
van
-2.000.000
2027
2028
2029
30.000.000
25.000.000
Lreserve kapitaallasten Waarvan
ten laste van
[gestoten riool/afvalexploitatie Resterende investeringen
Programmabegroting
42.000.000
|
-2.000.000
|
16.000.000
| 13.000.000 | 23.500.000 | 17.500.000 |
2026
Afschrijving volgend uit vorig
-2.000.000
|
-2.500.000
|
-3.000.000
| -3.500.000 33.500.000
2027
2028
2029
2030
800.000
650.000
1.175.000
875.000
|
1.675.000
480.000
390.000
705.000
525.000
|
1.005.000
195.000
352.500
262.500
502.500
1.475.000
1.392.500
2.142.500
1.902.500
295.000
278.500
428.500
380.500
|investeringsjaar Rente
2030
| |} | | -3.000.000 -4.000.000 -4.500.000 | | | | -5.000.000 18.000.000
2031
==
volgend uit vorig
investeringsjaar Rente uit
lopend
240.000
0
investeringsjaar Totaal kapitaallasten
investeringen Maximale
|
|
2.680.000
B-1
onderuitputting
536.000
à 20%
Toelichting: De investeringen 2026 (netto € 16 miljoen) leiden tot kapitaallasten in 2027 van € 1.475.000; -__De investeringen 2027 (netto € 13 miljoen) leiden tot kapitaallasten in 2028 van € 1.392.500; _ De investeringen 2028 (netto € 23,5 miljoen) leiden tot kapitaallasten in 2029 van € 2.142.500; De investeringen 2029 (netto € 17,5 miljoen) leiden tot kapitaallasten in 2030 van € 1.902.500; De toegestane onderuitputting bedraagt maximaal 20% van de nieuwe investeringen van het vorige boekjaar. De onderuitputting werkt niet cumulatief door en moet worden onderbouwd op basis van de laatste twee jaarrekeningen. =__
-
-__
-
44
_GTK gemeenten 2026
3.
Termijnen begroting
het al dan niet verlenen
voor
goedkeuring
van
aan
de
Artikel 191 Gemeentewet
De vastgestelde begrotingen (meerjaren)begroting zijn structureel en reëel in evenwicht?
JA Bestuurlijk
overleg
met de gemeente.
januari af preventief toezicht, bijvoorbeeld GS zien vóór
1
van
n.a.v.
aanvullende raadsbesluiten.
Besluit GS: repressieftoezicht
Voor 1 januari
begrotingsjaarbesluit
GS: preventieftoezicht.
1
in
Voor januari gemeente kennis van besluit preventief
stellen GS toezicht brief vermelding van inzendingsdatum begroting ivm ingang te termijn van (artikel 10:31 AWB). dmv
een
van
_|
tikel
203 Gemeentewet
Artikel 203 lid 1 Gemeentewet
onder
GS
13 weken
ontvangst van begrotingzo nodig goedkeuringstermijn begroting verdagen Binnen
13 weken
na
de
‘Artikel 10:31
Algemene wet
bestuursrecht
Artike! 10:30
Algemene
vjet
bestuursrecht
met 13
weken.
Gemeente
kan vastgesteld ‘herstelplan'indienen (ruim binnen de termijn van weken AWB)
en
Structureel
(meerjaren
JA
(2x)
13
reëel evenwicht
begroting hersteld? overleg
Bieden van gelegenheid tot met de raad (bestuursorgaan dat het
heeft
besluit genomen) => gedeputeerde (alsnog) akkoord met herstelplan?’
Besluit GS: goedkeuring onthouden.
G5: begroting incusief
Besluit herstelplan goedgekeurd.
begroting
GS: intrekken preventief Besluit toezicht cf, artikel 203 lid 5
gemeentewet?
Brief
GS
van
na
aan de
‘weken indienen begroting: «onthouden
raad
Brief
binnen (2x)13 aan
goedkeuring
GS aan de raad binnen
naïndienen
(2) 13 oorspronkelijke
-begrotinginclusiefherstelplan goedgekeurd
begrotingincusief herstelplan Het
van
weken begroting:
oorspronkelijke
de raad GS Brief binnen (2x) 13 weken naindienen van
aan
oorspronkelijke
begroting:
-begrotingindusiefherstelplan goedgekeurd ingetrokken
en
preventief toezicht
kracht, begroting voorhet de het begrotingsregimevoordat jaar heeft bepaald. worden afspraken aangepast aan
preventievetaezicht blijft van
volgende jaar Zo nodig
tot
op basisvan de
toezichthouder
de situatie.
45
4.
Begrippenlijst
Begrip
Uitleg
Achterstallig
onderhoud
Onderhoud
dat niet op
overschreden
Algemene
8 reserve
waardoor
kwaliteitsniveau.
(meer) Achterstallig onderhoud
situaties,
vaak
hetgeen
wordt voldaan
leidt tot
Eigen vermogensbestanddeel gegeven.
Begrotingsanalyse
tijd is uitgevoerd,
niet
en
hogere waaraan
kan
onderhoudsrichtlijn
een
is
het door de raad vastgestelde
aan
leiden tot schade en / of onveilige
herstelkosten. door de
raad nog geen bestemming is
-
De gemeente
kan
vergelijking maken van haar uitgaven en die van een andere gemeente of gemeenten. Hiervoor is een digitaal rekenblad beschikbaar via: : een
www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/04/28/begr Gemeenten
otingsanalyse-2016 GS maken
Begrotingsscan
in
—
samenwerking
op data van de gemeente en situatie
en
financiële
kunnen deze zelf invullen.
met de gemeente het ministerie
doen
-
een
BZK.
van
begrotingsscan, gebaseerd Zij beoordelen
de financiële
Alleen gemeenten die door hun
aanbevelingen verbetering. positie onder preventief toezicht staan van de provincie kunnen voor
deze
scan
aanvragen.
Berichtenbox
Een
persoonlijk, beveiligde brievenbus voor digitale post van overheidsorganisaties.
Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves
kapitaallasten
of nog te realiseren
het dekken
voor
investeringen.
besluitvorming voldoende zijn om (een gehele afschrijvingstermijn Lasten verlagende maatregelen
kapitaallasten van reeds gerealiseerde
van
De omvang
van
de
reserve
moet
deel van) de kapitaallast
bij
gedurende
de
te dekken.
Bezuinigingsmaatregelen
bezuiniging In de
Budgetrecht
De
bevoegdheid
|geven
Dekkingsmiddelen
een
begrotingstekort weg te werken. Een van de begroting wordt verwerkt.
begroting zijn deze bezuinigingen op programmaniveau
vast te stellen
Checks and balances
om
is iets wat al rechtstreeks op de lasten
aan
de
om
geeft bijvoorbeeld
de raad het college
afgesproken activiteiten.
Systeem waarbij bevoegdheden ieder orgaan
over
verschuldigd
is aan
de
over
uitoefening van een
Middelen die worden
verwerkt.
financiële middelen beschikbaar te stellen. Door de
begroting
toestemming om geld uit te
verschillende organen worden verspreid
en
zijn bevoegdheden verantwoording
ander orgaan.
gegenereerd
c.q.
aangewend
om
de lasten in de
begroting op
te vangen.
Dringende spoed
Verplichtingen zijn aangegaan zonder vooraf verkregen goedkeuring van GS. gaat hier om uitgaven waarbij voorafgaande toestemming van GS niet tijdig
Het
mogelijk was (Art. 209 Gemeentewet). Financiële functie
Alles wat van
belang is voor de wijze waarop gemeenten
financiële middelen, zoals de
meerjarenraming,
de
beleidsbegroting, productenraming, het jaarverslag
de
treasuryfunctie, planning doelmatigheid en de doeltreffendheid. Financiële kengetallen
Getallen waarmee
omgaan met hun
financiële begroting,
control, de
en
kostprijzen,
inzicht verkregen kan worden
en
de
de
jaarrekening, de rechtmatigheid, de
in de financiële positie
van
een
gemeente. Financiële
positie
Het vermogen van een gemeente in relatie tot de exploitatie, de risico's.
Belangrijk daarbij
het beeld van de financiën en
46
GTK gemeenten 2026