A7 Provincie Noord-Brabant - Gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten 2026 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Provincie Noord-Brabant Brabantlaan
1
Postbus 90151 5200 MC Telefoon
Aan de raden
van
28 12
76 80
www.brabant.nl
provincie Noord-Brabant
in de
(073) 681
(073) 680
Fax
gemeenten
's-Hertogenbosch
(geanonimiseerd) Bereikbaarheid
òpenbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp Gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten
Datum
16 juni 2026
2026
Ons kenmerk
C2373700/6331277 Uw
kenmerk
Contactpersoon
Geachte raadsleden,
wij
het nieuwe Gemeenschappelijk financieel juni 2026 hebben toezichtkader gemeenten 2026 (GTK 2026) vastgesteld.
Telefoon
(nieuw) GTK? is Het GTK aan vernieuwing toe, enerzijds omdat de
ibt@brabant.nl
Op
16
Waarom
(073) 681
een
actualisatie behoeft
omdat
_… Bilage(n) ontwikkelingen zijn geweest, _ } daterende
versie
anderzijds ontwikkeling van een risicomodel, regelgeving over het ramen van onderuitpulting en het onder voorwaarden kunnen inzetten van de algemene reserve als structureel dekkingsmiddel waardoor het GTK niet meer volledig was. en
er
diverse
vit 2020
waaronder de
Doelgroep ambtenaren
van
doelgroep die vooral bestaat vit bestuurders en de gemeenten als toezichtontvangers en de bestuurders en
ambtenaren
van
de provincies, als toezichthouders.
Dit GTK
kent een brede
Financieel toezichthouders zijn de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), als stelselverantwoordelijke en toezichthouder op de provincies, en Gedeputeerde Staten (GS) van de provincies als toezichthouder op de op
gemeenten. gemeenten.
Dit GTK
heeft
betrekking
28
op het financieel toezicht door GS
Status
de twaalf provincies formuleren gezamenlijk in het GTK de taak van de financieel toezichthouder, vanuit de wettelijke opdracht. De afstemming hierover vindt plaats in het landelijk Vakberaad Gemeentefinanciën. Het GTK is hiermee GS
van
een
uitwerking van het wettelijk kader voor het financieel toezicht op decentrale
12
Provincie
Noord-Brabant
overheden. Het GTK is vastgesteld door de
colleges
van
GS
de twaalf
van
provincies.
Datum
16 juni 2026 Ons kenmerk
Dit toezichtkader vervangt voor gemeenten het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK gemeenten uit 2020 en is van toepassing op de begroting 2027
en
C2373700/6331277
verder.
Tot slot Voor
informatie
meer
over
Brabant verwijzen wij
v
het financieel toezicht door de Provincie Noord
naar
de artikelen 189
en
203
Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Gemeenten website
Wij
u
erop
v
nog vragen
contactpersoon Een
en
naar
onze
brabant.nl/financieeltoezicht.
vertrouwen
Wanneer
de Gemeentewet, het
van
voor
uw
met
deze brief voldoende
heeft, kunt v contact gemeente
te
hebben
opnemen
geïnformeerd.
met onze
ambtelijke
via ib@brabant.nl.
kopie van deze brief versturen wij aan uw college van burgemeester
en
wethouders.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
(geanonimiseerd) 2/2
GEMEENSCHAPPELIJK
FINANCIEEL
TOEZICHTKADER
GTK
2026
Gemeenten
INHOUD
1
INLEIDING
2
DOEL
3
ACTOREN
4
UITGANGSPUNTEN
5
VORMEN
6
HET
7
VAN
HET
FINANCIEEL
BIJ
VAN
HET
A
TOEZICHT
TOEZICHT
PROCES
6.1
_Vaststellingsbesluit begroting
12
6.2
Inzending van stukken
12
6.3
Bepalen
toezichtregime
14
6.4
Uitvoeren
van
repressief toezicht
14
6.5
Uitvoeren
van
preventief toezicht
14
van
het
KADERS 7.1
19
_ Structureel evenwicht
72
7.3
19
711
Structureel evenwicht
71.2
Structurele
71.3
Reservemutaties Opschuivend sluitend meerjarenperspectief
714
en
incidentele baten
19 en
lasten
20 20
22p
Reéëelevenwicht
23
721
23
72.2
Algemene uitkering Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen
Financiële
positie
7.3.1 7.3.3
OVERIGE
VORMEN
en
onderuitputting
en
risico's
VAN
TOEZICHT
25 28 29
32
8.1
Verordeningen
32
8.2
Kasgeldlimiet
8.3
_Herindelingen
35
8.4
Artikel 12
38
en
renterisiconorm
32
Financiële-verhoudingswet
BIJLAGEN
41
1.
Toelichting op het risicomodel
41
2.
Rekenvoorbeeld
43
3.
Termijnen voor het al dan begroting
4.
2
23
25
Ì
Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit Financiële kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen
7.3.2
8
FINANCIEEL
FINANCIEEL
NA
TOEZICHT
Begrippenlijst
GTK gemeenten 2026
onderuitputting kapitaallasten niet verlenen
van
goedkeuring aan de 45 46
1
Waarom
Het
INLEIDING
(nieuw) GTK?
een
gemeenschappelijk
,
financieel toezichtkader
2020 daterende versie actualisatie behoeft
geweest, waaronder de ontwikkeling
van
vernieuwing toe, enerzijds omdat de uit en anderzijds omdat er diverse ontwikkelingen zijn
een
(GTK)
is aan
risicomodel, regelgeving
over
onderuitputting en het onder voorwaarden kunnen inzetten van de algemene dekkingsmiddel waardoor het GTK niet meer volledig was.
het
ramen
reserve
van
als structureel
.
Doelgroep doelgroep gemeenten als toezichtontvangers Dit GTK
kent een brede
die vooral bestaat uit bestuurders en
de bestuurders
en
ambtenaren
en
ambtenaren
van
de
van
de
provincies,
als
toezichthouders. Financieel toezichthouders
zijn de
minister
Koninkrijksrelaties (BZK), als Gedeputeerde Staten (GS) van de
Binnenlandse Zaken
van
toezichthouder stelselverantwoordelijke toezichthouder als op de gemeenten. provincies door GS op gemeenten
provincies,
op de
en
Dit GTK
en
en
heeft betrekking op het financieel toezicht
Voor het financieel toezicht op gemeenschappelijke
regelingen is een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader vastgesteld. De kaders voor het toezicht op waterschappen worden nog door de gezamenlijke provincies vastgesteld en zijn in dit GTK buiten beschouwing gelaten. Status
provincies formuleren gezamenlijk in het GTK de taak van de financieel toezichthouder, vanuit de wettelijke opdracht. De afstemming hierover vindt plaats in het landelijk Vakberaad Gemeentefinanciën. Het GTK is hiermee een uitwerking van het wettelijk kader voor het financieel toezicht op decentrale overheden. Het GTK is vastgesteld door de colleges van GS van de twaalf provincies. Dit toezichtkader vervangt voor gemeenten het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK gemeenten uit 2020 en is van toepassing op de begroting 2027 en verder. GS
van
de twaalf
Leeswijzer Het doel en
van
financieel toezicht
en
hoofdstuk 5 de
vormen
van
financieel toezicht
toezichtvorm
en
gaat hoofdstuk 6 in op de wijze waarop het
In hoofdstuk
7 zijn de specifieke kaders uitgewerkt. De uitgevoerd. bij gemeentelijke herindelingen, financieel toezicht op financiering decentrale overheden
financieel toezicht wordt
en
de betrokken actoren wordt toegelicht in respectievelijk hoofdstuk 2 ingegaan op de algemene uitgangspunten. Vervolgens beschrijft
hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt
overige relevante zaken
die een
relatie hebben
met het financiële toezicht komen
aan
de orde in
hoofdstuk 8.
bijlagen is het risicomodel opgenomen, een rekenvoorbeeld onderuitputting kapitaallasten, de termijnen voor goedkeuring begroting en de begrippenlijst. In de
2
DOEL
VAN
HET
FINANCIEEL
TOEZICHT
Maatschappelijk belang Financieel toezicht helpt gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding en biedt daarmee meerwaarde aan de kwaliteit van het openbaar bestuur. Financieel toezicht is een
wezenlijk onderdeel
van
de ‘checks and balances!’ binnen het
het voorkomen
dat
een
aan
gemeente niet meer
openbaar
bestuur
en
draagt hiermee bij
in staat is financiële tekorten zelf op te lossen.
Een
gemeente die toch nog in financiële moeilijkheden komt, kan op grond van artikel 12 Financiëleverhoudingswet een beroep doen op de collectieve middelen in het gemeentefonds: ledere gemeente betaalt dan toezicht van
een
mee
de financiële
aan
problemen
deze gemeente. Het belang van het financieel gemeenten. Het toezicht draagt hiermee bij aan het borgen van
ligt dus bij de gezamenlijkheid van gezonde financiële huishouding van gemeenten.
Ondersteunen
Afgeleid
van
horizontale
van
de horizontale controle
bovenstaande
verantwoording
en
verantwoording
doelstelling hebben de toezichthouders zich ook tot doel gesteld de aan en de controle door de gemeenteraad en daarmee de kwaliteit van
het openbaar bestuur te versterken. Elke gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen financieel beleid en beheer. De meerwaarde van het financieel toezicht is dat het een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de democratische horizontale
verantwoording en de sturing en controle door de gemeenteraad. Onderdeel van de is de onafhankelijke positie van de toezichthouder en het breder inzicht in problematiek en ontwikkelingen bij meerdere gemeenten. meerwaarde
De
toezichthouder versterkt het inzicht in de stand van zaken van
geheel
en
geeft signalen
‘bemoeien met’,
maar
af ten behoeve
betrokken partijen met behoud
bevragen.
4
GTK
gemeenten
2026
gemeentelijke
financiën als
publiek debat. Toezicht houden is niet zo zeer zijn bij’. Het gaat om een constructieve dialoog waarin van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch
veeleer ‘betrokken
van
het
de
3
De
ACTOREN
HET
FINANCIEEL
TOEZICHT
raad
De raad
volksvertegenwoordiging legt ze de met de daarbij behorende budgetten in de begroting vast. Zij moeten daarbij zorgen
heeft
begroting
kaderstellende
een
beleidsdoelen de
BIJ
structureel
een
en
controlerende taak. Als
dat
reëel evenwicht vertoont (artikel 189 Gemeentewet).
en
De raad kan bij zijn controlerende taak gebruik maken van de informatie van de accountant en de lokale rekenkamer. Het financieel toezicht is complementair aan de horizontale kaderstellende en controlerende taak van
van
de raad. Alle drie de externe
de controlerende taak
partijen
hebben dus
andere rol ten aanzien
een
de raad.
van
De financieel toezichthouder
kijkt vooruit en anticipeert op actuele gebeurtenissen, die mogelijk invloed hebben op de gemeentelijke financiën. Deze vormt zich een oordeel over het structureel en reëel evenwicht van de begroting en meerjarenraming. Daarbij heeft de toezichthouder ook een
meedenkende
rol, maar grijpt ook in als dat nodig is. Financieel toezicht
moet
niet worden
taak (financiële) administratie. Dat is de bevindingen van de accountant maken wel onderdeel uit van het begrotingsonderzoek door de financieel toezichthouder (artikel 203 Gemeentewet). De accountant blikt vooral terug. Deze controleert het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid en vormt zich een oordeel over de administratieve organisatie en de interne controle en kan daarover ook aanbevelingen doen. De accountant heeft ook een adviserende rol. Dit doet de accountant in opdracht van de raad, die daarbij ook aanvullende eisen kan stellen verward met controle
van
de
hieronder). De jaarrekening
een
van
de accountant (zie
en
(artikel 213 Gemeentewet). De
lokale rekenkamer doet vooral doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken. De is onafhankelijk en bepaalt zelf haar agenda. Het doel van de onderzoeken is
rekenkamer
ondersteuning
van
de raad
bij zijn controlerende taak (artikel 182 Gemeentewet).
In aanvulling hierop is relevant dat het college ook verplicht is periodiek doelmatigheid- en doeltreffendheidonderzoeken te (laten) doen naar het door hem gevoerde bestuur (artikel 213a
Gemeentewet). De toezichthouder GS zijn financieel toezichthouder op gemeenten. Het betreft de uitvoering van de wettelijk opgedragen taak, zoals omschreven in artikelen 186 tot en met 215 Gemeentewet en artikel 12 Financiële-
verhoudingswet.
plaats in het Vakberaad Gemeentefinanciën. Dit is een overlegorgaan van de gezamenlijke toezichthouders (provincies en BZK) en vertegenwoordigers van de VNG en de ROB. De kaders voor het toezicht worden aangereikt vanuit het Vakberaad Gemeentefinanciën en zijn vastgelegd in dit toezichtkader. Provincies kunnen daar, in de werkwijze, eigen accenten en prioriteiten aan toevoegen. De
landelijke afstemming
De minister
van
van
het financieel toezicht vindt
BZK
De minister
van
BZK is stelselverantwoordelijke
de minister
van
BZK informatie
in het
over
jaarlijkse toezichtsverslag aan
het
van
het toezicht. De
provincies leveren jaarlijks aan
uitgevoerde toezicht op gemeenten.
de Tweede
Kamer.
De minister neemt dit op
De minister
BZK is, samen met de minister van Financiën, verantwoordelijk voor het beheer van het Gemeentefonds. Voor een extra beslag op de middelen uit dit fonds kunnen gemeenten onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet. van
Het ministerie
van
BZK voert het zogenoemde
Financiële-verhoudingswet.
6
GTK gemeenten
2026
artikel 12-toezicht uit volgens de
Handleiding
artikel 12
4
UITGANGSPUNTEN
op vertrouwen. De wetgever heeft het al dan niet structureel en reëel in evenwicht zijn
Financieel toezicht vindt
zijn basis in de wet en is gebaseerd
van bepaald dat GS zich een oordeel vormen over de begroting en meerjarenraming van de gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor een gezond financieel beleid en beheer. GS laten de gemeente daarom haar eigen verantwoordelijkheid, maar zijn alert op beslissingen met financiële consequenties die het begrotingsevenwicht (kunnen) aantasten.
(waar nodig) uitspraken over het financieel beleid, de verordeningen (volgens artikel 212 Gemeentewet) en het financieel beheer, waaronder het weerstandsvermogen en de risicobeheersing. Daarnaast kan GS, vanuit hun toezichthoudende taak, suggesties geven die de overige beleidsvelden GS
doen
raken.
'
Structureel De
en
reëel resultaat in brede context
beoordeling
van
gehanteerde van
het structureel resultaat en de realiteit daarvan
door GS gaat verder dan enkel de
lasten te elimineren uit het resultaat. Het gaat om een beoordeling van de uitgangspunten en aannames waarop de ramingen zijn gebaseerd alsook de kwaliteit
incidentele baten
en
organisatie en de realisaties van de afgelopen jaren. De Gemeentewet,
de financiële
de
dit Gemeenschappelijk toezichtkader bieden daar handvatten
boekhoudvoorschriften (BBV) Zo kan ook bijvoorbeeld verdiepend en
voor.
(thema-)onderzoek gedaan worden. Daarnaast is het goede ervaringen in eerdere jaren zeer belangrijk om de realiteit van de
gesprek gemeente uitgangspunten en aannames te toetsen. De Gemeentewet laat hier expliciet ruimte voor het oordeel van Gedeputeerde Staten. Zo is de beoordeling van de incidentele baten en lasten of de nog te realiseren bezuinigingen geen exacte wetenschap en wordt dit beoordeeld in de bredere context van de financiën van een gemeente. We toetsen dus niet alleen of het structureel en reëel evenwicht “op papier” structureel en reëel is, maar beoordelen het totale financiële beeld en de mate waarin de raming en het beleid uitvoerbaar en beheersbaar zijn. met de
De brede
en
toetsing
toezichtregime,
de
houdt in dat structureel dat het oordeel
maar
financiële context van de
over
reëel evenwicht het vertrekpunt is voor het ‘structureel en reëel’ steeds wordt geplaatst in de bredere
en
gemeente. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de plausibiliteit van de
(waaronder de gehanteerde uitgangspunten en aannames, zoals loon- en realiteitsgehalte en de uitvoerbaarheid van bezuinigingen en prijsontwikkelingen, taakstellingen, mede in het licht van ervaringen uit eerdere jaren). Voorts worden de financiële kengetallen zoals opgenomen in het BBV in samenhang betrokken (waaronder in ieder geval netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit), evenals de ontwikkeling en inzetbaarheid van reserves en voorzieningen en de omvang en beheersing van (geïnventariseerde) risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Tot slot kunnen soft controls worden meegenomen, zoals de kwaliteit van de planning-en-controlcyclus, de werking van interne beheersing en het verantwoordingsproces, de tijdigheid en betrouwbaarheid van managementinformatie en de kwaliteit en continuïteit van de (financiële) organisatie en governance, voor zover deze relevant zijn voor de duiding van risico's en de betrouwbaarheid van de ramingen. ramingen
en
de dekking en
het
Daarnaast
zijn door de afspraken
de kaders
voor
het inzetten
van
uit het Bestuurlijk de
reserves
overleg financiële verhoudingen (BOFv) eind 2023 dekkingsmiddel verduidelijkt en verruimd.
als structureel
Hierdoor heeft de
vermogenspositie een directere invloed op het toetsingscriterium structureel en geldt voor de nieuwe mogelijkheid voor gemeenten om een specifieke stelpost onderuitputting op te nemen. Dit geeft gemeenten de ruimte om op voorhand in de begroting rekening te houden dat niet alle plannen worden gerealiseerd. Op die manier wordt de (investerings-) planning direct betrokken bij de beoordeling van het structureel en reëel evenwicht. reëel evenwicht.
Hetzelfde
Het oordeel
GS
van.
de realiteit van de
over
verruimde mogelijkheden voor
het
bepalen van
ramingen,
de specifieke stelpost
Uitgangspunten financieel toezicht De uitvoering van het financieel toezicht door GS is gebaseerd op (zie ook de Agenda Toekomst van het (interbestuurlijk) Toezicht!) 1.
Uniformiteit
2.
Risicogericht
3.
Toezicht
4.
Transparantie
1. GS
en
en
de
het
gedachtengoed
van
ten aanzien
de
norm
het ATT
maatwerk toezicht
is proportioneel
Uniformiteit
maatwerk
en
streven naar uniformiteit en
gehanteerde
criteria.
Na toepassing
van
maatwerk
onderuitputting
het vermogen in te zetten als dekkingsmiddel zorgen ervoor dat de het toezichtregime afdoende is en aanpassing op dit moment niet nodig is. om
uniforme
daarmee ook
kaders
voor
naar
meer
het bepalen
van
eenduidigheid
het
toezichtregime,
van
is het toezicht vooral
vindt het plaats op basis van contact en dialoog. Het toezicht is veranderd naar lerend toezicht, waarbij het niet alleen draait om het beoordelen, maar ook om het signaleren en vooral een en
constructieve
dialoog tussen GS en gemeenten. Hierbij wordt expertise ingebracht en aan beide zijden wordt geleerd om het toezicht te optimaliseren. Er is ruimte voor maatwerk in de uitvoering toezicht, maar ook voor gerichte interventies waar die nodig blijken. Aan
van
het maatwerk wordt in dit GTK
proportioneel te hanteren. (extra) aandacht onderzoek
en
een
uitvoering gegeven door de uitgangspunten risicogericht en Risicogericht en proportioneel toezicht houdt in dat GS bepalen hoeveel
gemeente
naar
hun oordeel nodig heeft. GS stemmen de intensiteit
van
het
het contact met de gemeente daarop af.
Voor het bepalen van het structureel en reëel evenwicht is in dit GTK een stap gezet om meer uniformiteit in de criteria te realiseren. Bij het begrotingsonderzoek maken GS gebruik van een risicomodel (zie bijlage 1).
1
In 2018 is door Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen afgesproken om te "werken aan vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht, zodat het toezicht zo effectief mogelijk is en passend is bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven.” Dit is uitgewerkt in de Agenda Toekomst Toezicht (ATT), die in 2018 aan de Tweede Kamer is aangeboden. In 2020 is het Actieplan Agenda Toekomst van het Toezicht aangeboden. In november 2023 is de agenda ambtelijk afgerond. In december 2025 heeft de Minister van BZK de Kamer geïnformeerd over een drietal onderwerpen in het financieel toezicht op gemeenten en provincies wat nader onderzocht wordt.
8
GTK
gemeenten 2026
gebruik te maken van de kennis over de desbetreffende gemeente die bij de provincie aanwezig is. Naast kennis vanuit de toezichthoudende rol is er ook kennis aanwezig doordat de provincies samenwerken met de gemeenten. Door interne afstemming en regelmatig contact en dialoog met gemeenten, kunnen GS op de hoogte blijven van wat er in een gemeente speelt. Ook het volgen van landelijke en provinciale trends en ontwikkelingen, waaronder wetswijzigingen, kan bijdragen aan het leveren van meerwaarde. Dankzij deze integrale benadering kunnen provincies, binnen de in dit GTK opgenomen kaders, eigen accenten en prioriteiten toevoegen aan de wijze waarop zij het toezicht vorm willen geven. GS kunnen
meerwaarde bieden door
Risicogericht toezicht benadering van het toezichtregime (waarbij de keuze is beperkt tot repressief of preventief toezicht) geeft nog onvoldoende duiding over de financiële positie van een gemeente en de financiële risico's die zij loopt. Bevindingen zullen altijd binnen een bepaalde context geplaatst moeten worden. Om een inschatting te maken van de kans dat een gemeente op termijn in financiële problemen kan komen, wordt een risicoprofiel opgesteld. Dit profiel helpt GS bij het inschatten van de mogelijke extra aandacht die een gemeente nodig heeft. Uiteraard zijn GS zich bewust van het feit dat zich onverwachte (lokale) ontwikkelingen kunnen voordoen, die niet te vangen zijn in een uniform 2.
Een tweeledige
risicoprofiel. Dit
risicoprofiel komt niet in de plaats van de risico-inventarisatie die de gemeente zelf opstelt voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. Het profiel is in eerste instantie bedoeld als hulpmiddel voor de oordeelsvorming van GS en het daaraan gekoppelde proportionele toezicht en geeft aanvullende informatie voor de dialoog met de gemeente. Het (primaire) uitgangspunt blijft het structureel en reëel in evenwicht zijn van de begroting. Het streven is om het risicomodel de komende
gegoten’.
De
en
is daarmee
in het voorgaand GTK nog was opgenomen, toetspunten krijgen aandacht in het risicomodel.
toetspuntenlijst, zoals deze
te vervallen. Veruit de meeste
3.
tijd verder te ontwikkelen
Toezicht ís
proportioneel optreden
GS willen zo effectief mogelijk
niet in ‘beton komt daarmee
tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk werken. Daarbij willen GS de administratieve last voor gemeenten beperken, ofwel: licht waar het kan, zwaarder waar het nodig is. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van beschikbare informatie. Als voor de oordeelsvorming over de financiële positie nadere informatie nodig is, zal hierom verzocht worden. en
begroting van een gemeente voldoet aan de wettelijke criteria om in aanmerking te komen voor repressief toezicht (zie hoofdstuk 5), dan zullen GS zich meestal beperken tot regulier contact met de gemeente. Op basis van het risicoprofiel maken GS een inschatting van de financiële positie. Als de Als de
financiële
vertalen
positie naar
zwakker
diepgaander
is, zullen GS onderzoek
meer van
aandacht
voor
die gemeente hebben.
de financiële stukken
en
intensiever
bestuurlijk contact. Bij intensiever financieel toezicht wordt ingespeeld de gemeente. Immers, niet iedere gemeente is hetzelfde uiteenlopende oorzaken ontstaan.
en
Dit kan zich
ambtelijk en/of
individuele situatie van
op de financiële knelpunten
kunnen
door
4.
Transparantie
Het toezichtoordeel
Transparant
betekent dat van tevoren helder is wat GS
de gemeente verwachten en wat de gemeente van GS kan verwachten. Naast de beleidslijnen in dit GTK houdenGS gemeenten op de hoogte van het beleid over actuele ontwikkelingen in de jaarlijkse begrotingscirculaire. Bovendien moeten
GS in staat zijn het toezichtoordeel uit te
Financiële Het belang
(toezicht)informatie van de openbaarheid
van
democratische rechtstaat, de burger
van
leggen.
publieke informatie (transparante overheid) voor de het bestuur, is groot. Binnen de provincies gebeurt er al veel
en
op het gebied van inventariseren en openbaar maken van financiële (toezicht)informatie. Het streven is te komen tot meer uniformiteit tussen provincies. Deze ambitie van de gezamenlijke toezichthouders zal de komende
10
GTK
gemeenten
2026
jaren
naar
verwachting
verder worden opgepakt
en
ingevuld.
5
VORMEN
In dit hoofdstuk worden
de twee
EN
Repressief toezicht
2.
Preventief toezicht
GS
bepalen de
vorm
VAN
van
FINANCIEEL
wettelijke vormen
toezicht op basis
van
TOEZICHT
financieel toezicht kort toegelicht:
van:
Gemeentewet
(GW). Algemene wet bestuursrecht (Awb). Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de notities van de Commissie BBV en de algemene vragen en antwoorden van de Commissie BBV Het GTK 2026 en aanvullende begrotings- of themacirculaires.
Repressief toezicht
1.
Repressief toezicht is standaard. Deze vorm van toezicht houdt in dat de begroting en begrotingswijzigingen direct uitgevoerd kunnen worden (rechtskracht krijgen), zonder afhankelijk te zijn van een voorafgaande goedkeuring van GS. Er is altijd sprake De
begroting
van
is
repressief toezicht als aan
naar
het oordeel
van
GS
de
volgende voorwaarden
structureel
en
is voldaan:
reëel in evenwicht.
De structurele baten
ramingen zijn realistisch. Als het begrotingsjaar niet structureel aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. De jaarrekening en begroting zijn op tijd ingezonden. De jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar en de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. dekken en
de structurele lasten
de
en
reëel in evenwicht is, dan moet
Preventief toezicht
2.
en wordt ingesteld als niet voldaan is aan het criterium structureel Preventief toezicht kan ook worden ingesteld als niet is voldaan aan de wettelijke
Preventief toezicht is uitzondering en
reëel evenwicht.
inzendtermijnen. Overschrijding van de uiterste inzenddata leidt in: beginsel tot preventief toezicht, ook voor een financieel gezonde gemeente. De reden hiervoor is dat GS tijdig over informatie moeten beschikken om zich een oordeel te kunnen vormen over de financiële positie: Bovendien kan het niet voldoen
aan
de
termijnen
een
signaal zijn dat een gemeente
de financiële
huishouding
niet op orde
heeft. Preventief toezicht betekent dat de
goedgekeurd
door
GS,
begroting
voordat deze
en
de
kunnen worden
daaropvolgende wijzigingen eerst uitgevoerd.
moeten worden
1
6
6.1 Het
HET PROCES
Vaststellingsbesluit begroting vaststellingsbesluit van de begroting
moet een
compleet
beeld geven
van
de besluitvorming door
de raad. Hierin staat: welke
begroting vastgesteld is;
wat er is veranderd ten
middel
van
wanneer
een
opzichte
.
van
de ter
behandeling aangeboden begroting,
al dan niet door
aparte begrotingswijziging (indien van. toepassing);
als structureel
dekkingsmiddel
de inzet van
het
surplus
van
de
algemene
reserve
is
toegepast; welke
(her)investeringskredieten toelichting); wanneer
heeft, aan
het saldo
van
de
de
baten
en
door de raad beschikbaar zijn gesteld (zie onderstaande ,
lasten inclusief reservemutaties in het begrotingsjaar een tekort
het
wijze waarop begrotingsjaar sluitend is gemaakt (bijvoorbeeld door een onttrekking algemene reserve) en hoe het structureel en reëel evenwicht tot stand is gebracht.
(Her)investeringskredieten Bij de vaststelling van de begroting door de
raad worden
niet alleen de baten
en
lasten
vast.
geautoriseerd, nodig
om
stelt de raad ook de (her)investeringen Er is geen aanvullende besluitvorming meer de (her)investeringen uit te voeren. Overigens kan de raad bij de begrotingsbehandeling
en
-vaststelling
maar
autorisatie
6.2 Om
van
aangeven het
Inzending
van
welke
(her)investering(en)
op
een
later
tijdstip een apart voorstel voor
(her)investeringskrediet gewenst is.
van
stukken
de begroting te kunnen beoordelen,
moeten
GS
over
voldoende informatie beschikken.
Gemeenten
zijn daarom verplicht een aantal documenten aan te leveren. GS moeten deze stukken archiveren. Het gaat daarom om volledige documenten, die door de raad zijn vastgesteld. GS kunnen zelf bepalen hoe de inzending geregeld wordt, bijvoorbeeld in een digitale vorm (zoals pdf) of een bepaald een
e-mailadres, de Berichtenbox of het digitale loket van de provincie. Digitale aanlevering in
webversie
(HTML of link) van het document is niet toegestaan.
Voor de aanlevering van de stukken gelden zenden stukken gespecificeerd, inclusief de
12
GTK gemeenten
2026
termijnen. In onderstaand overzicht zijn de verplicht in te inzendtermijnen. :
Tabel 1 Verplicht in te zenden stukken financieel toezicht
Aan te leveren
De stukken
bevatten minimaal
Termijn
stukken
(Financiële)
>
verordeningen
Uitgangspunten
en
regels voor het
Maximaal twee weken
financiële beleid
en
beheer
besluitvorming
Getekend
Begroting
en
-
meerjarenraming
-
Jaarstukken
-
raadsbesluit (inclusief
raadsvoorstel) Beleidsbegroting Financiële begroting Meerjarenraming Gelijktijdig met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen Aangenomen moties en amendementen (inclusief financiële consequenties voor de begroting) Getekend
na
Maximaal twee weken
besluitvorming
en
na
vóór 15
november in het jaar
voorafgaand betreffende
aan
het
begrotingsjaar
raadsbesluit (inclusief
raadsvoorstel) Jaarverslag Jaarrekening Getekende Controleverklaring Accountantsverslag Aangenomen moties en
Maximaal twee weken
na
besluitvorming en vóór 15 juli in het jaar volgend op het jaar waarop de
jaarrekening
betrekking heeft
amendementen Getekend
raadsbesluit (inclusief
raadsvoorstel) Alle
begrotings-
-
wijzigingen
-
Raadsvoorstel
met
Aangenomen
moties
Maximaal twee weken
bijlagen
na
besluitvorming
en
amendementen Getekend
raadsbesluit
(inclusief
raadsvoorstel) Vaststellen jaarstukken De
kunnen pas worden vastgesteld als ze compleet zijn (zie Titel IV. Gemeentewet). Jaarstukken kunnen bijvoorbeeld niet, in afwachting
jaarstukken
paragraaf
2
hoofdstuk XIII van
de
controleverklaring, onder voorbehoud door de raad worden vastgesteld. Als hierdoor de wettelijke inzendtermijn wordt overschreden, is het van belang dat de gemeente hierover in overleg treedt met GS.
Overige
relevante
documenten
De documenten worden
en
informatie
niet losstaand
historisch besef. Voor het beoordelen
beoordeeld, van
maar
deze stukken
samenhang met elkaar en vanuit raadplegen GS, naast de hierboven in
genoemde verplichte documenten, vaak ook andere documenten Kadernota en/of andere tussentijdse (bestuurs)rapportages. Conceptbegroting, na behandeling door het college. -__Meerjarenprogramma grondexploitaties.
en
informatie, zoals:
-__
-_
-_
-
Financiële beleidsnota's.
_ Beheerplannen kapitaalgoederen.
-__Meerjarige berekeningen (vier jaar) van de algemene uitkering
uit het
gemeentefonds. 13
6.3
Bepalen
van
het
toezichtregime
Naleven
inzendtermijnen van termijnen kan een indicatie zijn voor minder goed functioneren van de financiële gemeentelijke huishouding. Daarom hebben GS wettelijke bevoegdheid om een gemeente onder preventief financieel toezicht te plaatsen, als inzendtermijnen worden overschreden. De gronden voor het instellen van dit preventief toezicht zijn facultatief en bieden GS de mogelijkheid deze bevoegdheid zo nodig met enige soepelheid uit te oefenen. Het niet naleven
Gemeenten moeten dus
inzendtermijnen, bijvoorbeeld bij het plannen van tijd zijn om de stukken, na de vaststelling door de raad, in te zenden. Wanneer een gemeente voorziet dat de wettelijke inzendtermijn niet gehaald kan worden, moet GS hiervan direct in kennis worden gesteld. GS kunnen met de gemeente maatwerkafspraken maken over de consequenties van de termijnoverschrijving. GS toetsen of er bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding veroorzaken en of die omstandigheden verschoonbaar en/of beïnvloedbaar zijn. Er moet dan sprake zijn van calamiteiten waar de gemeente geen invloed op heeft en die de beraadslaging over de begroting ernstig verstoren. Agendatechnische redenen zijn hierbij geen argument om af te zien van preventief toezicht. raadsvergaderingen.
rekening
houden
met de
Er moet voldoende
Beoordelen
begrotingsevenwicht benodigde documenten zijn aangeleverd, vormen GS zich een oordeel over het structurele en reële begrotingsevenwicht. Bij het begrotingsonderzoek maken GS onder andere gebruik van het risicomodel. Voor de indicatoren die zijn opgenomen in het risicomodel wordt verwezen naar bijlage 1. Nadat de
Als de
begroting,
evenwicht is
op basis van verder
onderzoek,
naar
het oordeel
van
GS niet structureel
en
het niet aannemelijk is dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming wordt hersteld, zullen GS besluiten tot het instellen van preventief toezicht 203 Gemeentewet). Zodra deze situatie zich Hiermee
voordoet,
bieden GS de raad
gelegenheid
(artikel
tot overleg.
stellen GS de raad in staat aanvullende maatregelen te treffen.
GS stellen de raad uiterlijk 31 jaar met een afschrift aan het
6.4
reëel in
en
Uitvoeren
van
december schriftelijk in kennis van het toezichtregime college.
voor
het komende
repressief toezicht
Zoals eerder vermeld, vindt het repressieve begrotingstoezicht risicogericht en proportioneel plaats. Provincies kunnen eigen accenten en prioriteiten toevoegen aan de wijze waarop zij het toezicht vormgeven. Op basis van onder andere het risicoprofiel van een gemeente (zie hoofdstuk 4) kunnen GS beoordelen welke (extra) werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan
verdiepend
onderzoek op basis
gemeenten,
extra
6.5
(aanvullende) stukken, het volgen van de ontwikkelingen ambtelijke overleggen en extra bestuurlijke overleggen.
Uitvoeren
Goedkeuring
van
van
binnen
preventief toezicht
begrotingswijzigingen begrotingsjaar onder preventief financieel toezicht is geplaatst, behoeven de begroting en de wijzigingen daarop de goedkeuring van GS. Hiervoor gelden de volgende termijnen (artikel 10:31 Awb en bijlage 3): van
begroting
Als
een
gemeente door GS
14
_ GTK gemeenten 2026
en
voor
het
goedkeuring van de begroting of een begrotingswijziging, binnen 13 weken na het besluit dat de begroting goedkeuring behoeft, bekend. Om goedkeuring op de begroting te verkrijgen, moet de gemeente actie ondernemen op basis van de met GS gemaakte afspraken, zoals bijvoorbeeld het indienen van een door de raad vastgesteld herstelplan. -__GS kunnen de termijn van 13 weken éénmaal met ten hoogste 13 weken verlengen (verdaging). Dat moet gebeuren vóór het verstrijken van de eerste termijn van 13 weken. -__Onthouding van goedkeuring of gedeeltelijke goedkeuring, vindt niet eerder plaats dan nadat GS de raad gelegenheid tot overleg hebben geboden. De motivering van het goedkeuringsbesluit verwijst naar hetgeen in dit overleg aan de orde is gekomen (Artikel 10:30 Awb). Zolang aan de begroting geen goedkeuring is verleend, kunnen wijzigingen daarop niet afzonderlijk worden goedgekeurd. Als een besluit tot wijziging van de begroting ter goedkeuring wordt aangeboden, terwijl de begroting nog niet is goedgekeurd, dan begint de termijn van 13 weken derhalve te lopen op de dag dat de begroting is goedgekeurd. Als GS niet op tijd beslissen, wordt de begroting of begrotingswijziging geacht te zijn goedgekeurd en kan de gemeente overgaan tot uitvoering ervan. Het preventieve toezicht vervalt hiermee niet.
Voor nieuwe begrotingswijzigingen gelden daarna ook bovenstaande termijnen, tenzij GS hebben besloten het preventieve toezicht te beëindigen. -
__GS maken
een
besluit
over
al dan
niet
-
-__
-_
termijn waarbinnen een besluit genomen dient te worden, kan eenmaal voor zes maanden worden verdaagd als voor het nemen van een besluit raadgeving van een adviseur is vereist. De adviseur moet Dit kan bij hoge wel aan bepaalde voorwaarden voldoen (artikel 10:31 lid 3 Awb en artikel 3:5 Awb) aan de orde is geweest. uitzondering voorkomen; er zijn geen praktijkvoorbeelden bekend waarbij dit De
Beoordelingsnormen Het preventief toezicht heeft als doel te voorkomen collectiviteit
van
de middelen.
dat een gemeente een beroep moet doen op de In de Handleiding artikel 12 financiële verhoudinaswet 2017 staat de ingesteld preventief toezicht, dezelfde beoordelingsnormen te hanteren,
aanbeveling om, in geval van zoals die gelden onder het artikel 12-regime.
Aangaan van verplichtingen vóór goedkeuring van de begroting Zolang de begroting of een besluit tot wijziging van de begroting (nog) niet is goedgekeurd door GS, behoeft het gemeentebestuur voor het aangaan van verplichtingen de toestemming van GS. GS kunnen bepalen voor welke posten en tot welk bedrag het gemeentebestuur geen goedkeuring behoeft voor het aangaan van verplichtingen, voordat de begroting is goedgekeurd, of nadat goedkeuring aan de begroting is onthouden. Met de gemeente worden hierover afspraken gemaakt. Hierdoor worden de reguliere bedrijfsvoering, de uitvoering van wettelijke taken en uitvoering van het beleid niet onnodig verstoord.
toestemming tot het doen van uitgaven moeten GS binnen twee maanden beslissen. Als binnen deze termijn geen besluit is genomen, dan wordt de toestemming geacht te zijn verleend (artikel 208 lid 3 Gemeentewet). Op
een
verzoek
om
afwegingskader ten aanzien van nieuwe verplichtingen gelden de criteria conform de Handleiding artikel 12 Financiële-verhoudingswet. De verplichtingen moeten onontkoombaar en onuitstelbaar zijn. Hieraan wordt bijvoorbeeld voldaan wanneer: -__er sprake is van een wettelijke verplichting, of -_uitstel leidt tot aansprakelijkstelling of kapitaalvernietiging, of Als
-_
toekomstige onvermijdbare uitgaven worden voorkomen.
15
Uitzondering: dringende spoed Het gemeentebestuur mag alleen in gevallen van dringende spoed verplichtingen aangaan zonder verkregen goedkeuring van GS (artikel 209 Gemeentewet). Het gaat hier om uitgaven waarbij
voorafgaande toestemming van GS niet tijdig mogelijk is. Of deze noodzaak aanwezig is, is ter beoordeling van de raad. Raadsleden die vóór stemmen lopen daarbij een zeker risico. Als GS later goedkeuring onthouden aan de begrotingswijziging, kunnen de betreffende raadsleden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld (artikel 210 Gemeentewet). Samen
met de
In
van
gemeente op zoek
naar
de
oplossing
geval preventief toezicht gaan GS samen met de gemeente aan de slag waar exact de pijnpunten liggen. Dit is meestal een periode van een intensieve
om
gemeente,
moeilijke keuzes door
zowel
ambtelijk als (indien noodzakelijk) bestuurlijk. Vaak
de gemeente worden gemaakt. De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren
begrotingsanalyse of
met een
-__
Begrotingsanalyse:
(laten) onderzoeken. Bijvoorbeeld
begrotingsscan. specifieke onderwerpen.
De gemeente kan
een
vergelijking maken
andere of meerdere gemeenten. Hiervoor is een kunnen deze zelf invullen.
-__Begrotingsscan:
er
krijgen dialoog tussen GS en
Daarnaast kan de provincie aanvullende
een
onderzoeken laten uitvoeren op
moeten
helder te
GS kunnen indien
digitaal
van
rekenblad
haar
uitgaven en die van een
beschikbaar. Gemeenten
in samenwerking met de sprake is van preventief toezicht een begrotingsscan maken, gebaseerd op data van de gemeente en het ministerie gemeente van BZK. Een begrotingsscan geeft dus inzicht waar gemeenten uitgaven kunnen verlagen, inkomsten kunnen verhogen, vermogen moeten opbouwen en/of schulden moeten afbouwen. De begrotingsscan wordt op verzoek toegelicht in de raad, of een commissie uit die raad,-zodat de raadsleden een helder beeld krijgen van de (on)mogelijkheden. Hiermee wordt de raad in zijn positie versterkt verantwoordelijkheid te nemen voor een structureel en reëel sluitende begroting. De uitkomsten van een begrotingsscan zijn niet vrijblijvend. Als follow-up wordt van de raad of het college een schriftelijke reactie richting GS gevraagd, in het bijzonder ten aanzien van de geschetste oplossingsrichtingen en in hoeverre deze worden meegenomen bij de opstelling van de begroting. De conclusies en aanbevelingen zijn ook input voor overleg tussen de gemeente en de provincie. er
—
-
-
_GS kunnen daarnaast ook zelf aanvullend onderzoek doen.
Het is de
verantwoordelijkheid van de raad om (een pakket van) maatregelen en reëel begrotingsevenwicht te herstellen.
te treffen om
het
structureel Al dan
niet beëindigen
het
van
preventieve
toezicht
Het preventieve toezicht is in beginsel het hele begrotingsjaar van kracht, maar er bestaat een mogelijkheid voor GS om het preventieve toezicht gedurende het jaar te beëindigen. Er zijn enkele
opties nadat de begroting is goedgekeurd, waarvan de twee onderstaande opties de meest voorkomende zijn: 1. Intrekken van preventief toezicht (artikel 203 lid 5 Gemeentewet). .
Een situatie van
preventief toezicht zal in de praktijk vaak leiden tot het op onderdelen bijstellen de bestaande begroting; meestal wordt dit een herstelplan genoemd. Als GS vinden dat het
structurele
16
van
en
een
concreet
en
beslissen
reêle evenwicht is hersteld,
bijvoorbeeld doordat de gemeente heeft besloten tot GS op dat moment de begroting alsnog goedkeuren bezuinigingsplan, het preventieve toezicht daarna te beëindigen.
GTK gemeenten 2026
dan kunnen
2.
In stand
houden
preventief toezicht gedurende de rest van het begrotingsjaar. preventief termijnoverschrijding, bestaat de mogelijkheid om in trekken als de dit weer te begroting/jaarrekening alsnog is ingezonden. Dit omdat op het moment dat de begroting en jaarrekening zijn aangeleverd, GS er een financieel oordeel over van
toezicht is ingesteld wegens
Indien
kunnen
vormen.
Onthouding goedkeuring begroting een eventueel herstelplan,
aannemelijk is dat er sprake is van herstel van goedkeuring aan de begroting moeten onthouden. van Het preventieve toezicht blijft dan onverminderd kracht, tot de begroting van het daaropvolgende jaar is ingediend en GS hebben beoordeeld of er sprake is van herstel van het structureel en reëel evenwicht. Het blijft gedurende deze periode de verantwoordelijkheid van de raad om zo spoedig mogelijk te zorgen voor het herstel van het structurele en reële evenwicht op de begroting. Als, ondanks
het structureel
en
Voorafgaand
aan
niet voldoende
reëel evenwicht, zullen GS de
het onthouden
goedkeuring, wordt de raad gelegenheid gegeven tot overleg (artikel 10:30 Awb). De raad kan aan het college opdracht geven dit overleg te voeren (artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet). Het is ook mogelijk dat de raad een delegatie uit zijn midden afvaardigt, waarbij de aanwezigheid van de verantwoordelijk portefeuillehouder gewenst kan zijn. van
de
De winkel moet open blijven Als aan de begroting de goedkeuring wordt onthouden,
dan worden
de kaders en
gemaakte afspraken betrekking tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven, zoals eerder in dit hoofdstuk toegelicht, heroverwogen. Er is immers nog steeds geen sprake van een begroting als basisstuk waarop wijzigingen kunnen worden doorgevoerd of verplichtingen kunnen worden aangegaan. GS kunnen bepalen welke verplichtingen of uitgaven geen toestemming vooraf behoeven, maar zullen hier, in de situatie waarbij goedkeuring aan de begroting is onthouden, terughoudend mee omgaan. Dit benadrukt de noodzaak voor de raad om zo spoedig mogelijk maatregelen te benoemen die een daadwerkelijk evenwichtsherstel aantonen. Tot die tijd zullen GS het niveau waarop uitgaven mogen worden gedaan vaststellen tot het niveau van de laatst vastgestelde en goedgekeurde begroting waarbij afhankelijk van de specifieke situatie maatwerk met
wordt toegepast.
Op zoek naar
een
oplossing
De gemeente moet dus blijven werken aan een oplossing om het evenwicht te herstellen (herstelplan). De raad is hiervoor verantwoordelijk. Het contact tussen provincie en gemeente wordt in deze periode verder
geïntensiveerd.
GS
doen via het toezicht al het
van
de betrokken gemeente.
De
gemeente verwerkt de maatregelen in de begroting
beoordelen
GS of die
uiteraard de in dit GTK
begroting in aanmerking toegelichte kaders.
nodige ter verbetering van de financiële positie
voor
kan komen
het eerstvolgende
voor
jaar. Op
repressief toezicht.
Ook
basis daarvan
hierbij gelden
goedgekeurde begroting heeft geen juridische status. Het is, in het kader van rechtmatigheid van de uitgaven, van belang dat de gemeente de budgetten laat aansluiten op de laatst vastgestelde begroting die onder repressief toezicht viel (of laatst goedgekeurde begroting die onder preventief toezicht viel) aangevuld met de verplichtingen waar GS toestemming voor hebben gegeven. De jaarrekening, die op deze cijfers is gebaseerd, is het sluitstuk van het preventieve begrotingsjaar. Het desbetreffende preventieve begrotingsjaar kan dan met een door de raad vastgestelde jaarrekening en een goedkeurende accountantsverklaring worden afgesloten. De niet
17
Nazorg preventief toezicht Nadat
een
gemeente onder preventief toezicht heeft gestaan, kunnen GS
aan
deze gemeente nog
periode van bijvoorbeeld een jaar extra aandacht besteden. GS en de gemeente maken zo nodig afspraken over periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg tijdens deze periode. Deze overleggen kunnen worden gekoppeld aan de planning-en-control-cyclus van de gemeente. In deze overleggen kan worden vastgesteld of de afspraken, die tijdens het preventieve toezicht zijn gemaakt, zijn nagekomen. een
18
GTK gemeenten
2026
KADERS
7
7.1
Structureel evenwicht
71.1
Structureel
evenwicht
Structureel evenwicht betekent dat in een
jaarschijf structurele lasten gedekt worden door structurele baten. De raad heeft de wettelijke taak een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. GS hebben de wettelijke taak om te beoordelen of er sprake is van structureel en reëel! evenwicht. Om
vast te kunnen
stellen dat
welk deel van de baten en overzicht worden
sprake is van
een
lasten structureel is en
opgenomen
is het belangrijk dat inzicht bestaat in welk deel incidenteel. In de begroting moet daarom een
structureel evenwicht
alle incidentele baten en lasten
waar
overzichtelijk gepresenteerd
en
toegelicht worden. Met het opnemen van alleen een (verplicht) cijfermatig overzicht van incidentele baten en lasten ontstaat nog niet automatisch het inzicht of er sprake is van een structureel begrotings- of
°
lasten bij het saldo van baten en lasten inclusief reservemutaties wordt inzicht gegeven in het structureel begrotingssaldo. Dit kan op de volgende wijze eenvoudig in de begroting en jaarstukken worden gepresenteerd:
jaarrekeningsaldo. Door het betrekken
Tabel 2 Presenteren structureel
(bedragen
x
van
incidentele baten
en
€ 1000) reserves
Baten exclusief mutaties
reserves
saldo
baten
van
Toevoegingen
reserves
Onttrekkingen
reserves
Geraamd
het overzicht
begrotingssaldo
Lasten exclusief mutaties
Geraamd
van
en
lasten
resultaat
Incidentele lasten
(excl. reservestortingen) (excl. reserveonttrekkingen) Incidentele toevoegingen reserves incidentele baten
Incidentele onttrekkingen reserves Saldo
incidentele baten
van
Structureel
en
lasten
begrotingssaldo
De in de tabel op te nemen bedragen incidentele
zijn gelijk aan
lasten
en
toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
de totalen uit het overzicht incidentele baten en lasten.
Het is belangrijk dat de en
lasten en baten en incidentele
de incidentele reservemutaties op het overzicht van incidentele baten de structurele reservemutaties op het overzicht van structurele reservemutaties som
van
overeenkomt met de totale reservemutaties op het overzicht van baten en lasten. Wanneer dit niet het geval is kan het zijn dat reservemutaties onterecht als structureel meegenomen worden en het structureel evenwicht
een
onjuist beeld geeft. 19
7.1.2
Structurele
incidentele
en
baten
en
lasten
In het algemeen
geldt dat een gemeente structurele taken uitvoert en daarvoor structurele baten en raamt lasten in de begroting. Structurele baten en lasten zijn dus de regel, incidentele baten en lasten zijn de uitzondering. Deze uitzonderingen overzicht
van
incidentele baten
incidentele baten
en
lasten
lasten onder
moeten
inzichtelijk worden gemaakt in het verplichte
lasten. De Commissie BBV heeft in de Notitie structurele
en
meer
zodat de
het onderscheid tussen incidentele ‘incidenteel’
en
en
structurele baten
en
verduidelijkt, begrippen eenduidig verduidelijking vindt plaats door middel van een algemeen kader en diverse uitgewerkte (niet limitatieve) voorbeelden. De aard van de baten en lasten betekent in het kader van de notitie dat de soort of de eigenschap van een begrotingspost binnen een taakveld in eerste instantie bepalend is of een post als incidenteel of structureel aangemerkt wordt. Voor structurele baten en lasten geldt in het algemeen, dat zij tot nadere besluitvorming voor onbepaalde tijd opgenomen zijn. Voor de in het overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen posten is een toelichting vereist op grond van een stellige uitspraak van de Commissie BBV. Onder een goede toelichting wordt verstaan dat is onderbouwd waarom een post voldoet aan de criteria voor incidenteel (aard, einddatum en en
‘structureel’
meer
toegepast worden.
Deze
materialiteit). Enkel
Op
basis
beschrijving
een
van
de
post is niet voldoende.
b, van het BBV gelden dezelfde bepalingen voor de toelichting op Dit houdt dat alle incidentele baten en lasten, al dan niet gespecificeerd, in in, meerjarenraming. het meerjarig overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen worden. Dit geldt ook voor incidentele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. van
artikel 23, onderdeel
de
71.3
Reservemutaties
In het BBV staat dat in principe
toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard zijn. geldt egalisatiereserves voor bijvoorbeeld algemene uitkering, verkiezingen, jeugdzorg/sociaal domein, tarief heffingen, onderhoud of andere reserves waarmee wordt gestreefd een gesloten systeem te creëren. De volgende drie uitzonderingen zijn als structurele onttrekkingen aan de reserves toegestaan. De drie uitzonderingen kunnen afzonderlijk worden toegepast zolang aan de voorwaarden per regeling is voldaan. Dit
ook
7.1.3.1
Inzet surplus
voor
algemene
reserve
Onder voorwaarden (sinds 1 januari 2024) is het voor gemeenten toegestaan om uit het surplus in de algemene reserve onttrekkingen te doen, direct ten gunste van de exploitatie, ter dekking van structurele lasten. Het surplus in de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken risico’s (benodigde weerstandscapaciteit). Voor toepassing van deze surplus regeling dient de
van
volledige benodigde weerstandscapaciteit
algemene reserve te worden gedekt zonder andere de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld stille reserves) in te zetten. Van dit surplus kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Hierbij geldt dat de solvabiliteit, berekend op 1 januari van het begrotingsjaar, groter of gelijk aan 20% is en ook na inzet groter of gelijk aan 20% blijft. De inzet van het surplus van de algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Deze inzet van het surplus is een uitwerking van de notitie onderdelen
van
incidentele
en
structurele lasten
van
uit de
de commissie BBV.
De voorwaarden die hierbij gelden zijn: 1. Tot de inzet wordt bij vaststelling van de 2.
20
begroting besloten door de raad. begroting en jaarlijks in de meerjarenraming plaatsvinden. Daarbij geldt dat de inzet van het surplus in het laatste jaar van de meerjarenraming alleen mogelijk is als het niet lukt om met inzet van het surplus het begrotingsjaar sluitend te maken. De inzet kan in de
GTK gemeenten
2026
3.
1,0 (voldoende) gedurende alle jaren dat de- inzet plaatsvindt. GS oordeel over het vermogen van de gemeente om financiële risico's op te vangen
De weerstandsratio
zich
vormen
een
is minimaal
gebaseerd is op een adequate risico-inventarisatie en een gedegen risicomanagement (zie paragraaf 7.3.1). GS kunnen een afwijkend oordeel vormen over het en
toetsen of deze
beschikbare vermogen 4.
de gemeente om financiële risico's op te vangen. 10% van het surplus in de algemene reserve, gebaseerd
De inzet is maximaal
van
op de stand per 1
januari betreffende geprognosticeerde balans). Bij inzet in de jaar (gebaseerd in eerdere jaren verwerkt zijn in de stand moeten en saldi positieve negatieve meerjarenraming van
6.
op de
de
algemene reserve per 1 januari van het betreffende jaar. geprognosticeerde solvabiliteit is gedurende ieder jaar van de inzet van de algemene reserve per 1 januari groter of gelijk aan 20%. Bij toepassing van het surplus op grond van bovenstaande artikel moet deze worden opgenomen in het overzicht structurele reservemutaties met de onderbouwing in de bijbehorende toelichting.
van
5.
het
De
Bij toepassing van deze regeling dient de gemeente afstemming of aan de voorwaarden wordt voldaan. Als aan
een
van
bovenstaande voorwaarden
incidentele baten aanmerken.
GS toetsen
vooraf in contact te treden met GS
voor een
niet is voldaan zullen GS de reserveonttrekkingen als
bij elke begroting opnieuw of aan de voorwaarden
is
voldaan. 71.3.2
Inzet
bestemmingsreserve dekking kapitaallasten dekking van kapitaallasten, die uit de activering van investeringen voortvloeien, kan de raad een bestemmingsreserve kapitaallasten instellen. Onttrekkingen aan een bestemmingsreserve kapitaallasten mogen als structureel worden aangemerkt, mits aan de voorwaarden voor deze bestemmingsreserve is voldaan. Deze zijn als volgt beschreven in de Notitie materiële vaste activa Voor de
2020 1.
2.
van
Een
de Commissie BBV.
bestemmingsreserve kapitaallasten
omvang
zijn om
reserve
te kunnen
de kapitaallasten
moet
gedurende
op het moment van besluitvorming van voldoende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de
onttrekken.
de volledige kapitaallasten aan de bestemmingreserve moet het saldo van de bestemmingsreserve kapitaallasten Om
kapitaallasten te kunnen onttrekken, gelijk zijn aan de boekwaarde van de
desbetreffende activa. 3.
Wanneer
het saldo
van
de
bestemmingsreserve kapitaallasten minder
de desbetreffende activa, dan kunnen de kapitaallasten slechts
4.
is dan de boekwaarde
naar rato
aan
bestemmingsreserve kapitaallasten worden onttrokken, waarbij de afschrijvingstermijn gelijk moet blijven. Als de afschrijvingstermijn wordt gewijzigd, moet de inzet van de dekking opnieuw worden
berekend. 5.
De
bestemmingsreserves kapitaallasten zijn gekoppeld
houdt in dat wanneer
vice 6.
van
de
aan
de investering vertraging oploopt, de
de betreffende
investeringen. Dit
onttrekking evenredig lager zal zijn en
versa.
Onttrekking van de rente uit de bestemmingsreserve kapitaallasten is alleen mogelijk indien er bespaarde rente over het saldo van deze reserve wordt toegevoegd. Wanneer er geen bespaarde rente wordt toegevoegd, dan kan alleen de jaarlijkse afschrijving onttrokken worden aan deze reserve.
21
7.
De mutaties in deze bestemmingsreserve worden inzichtelijk gemaakt in het (verplichte) overzicht de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. In de toelichting van
van
het overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves wordt verklaard/aangegeven dat de bestemmingsreserve voldoende van omvang is om de
kapitaallasten of een gedeelte daarvan gedurende de gehele looptijd
de boekwaarde af te
van
dekken. 7.1.3.3
Inzet surplus
algemene reserve voor een specifiek beleidsdoel groot surplus in de algemene reserve bestaat, onder strikte aanvullende voorwaarden, de mogelijkheid om een gedeelte van het surplus te onttrekken en dit te storten in een Bij gemeenten nieuwe te
met een
dekkingsreserve. Een belangrijke voorwaarde is dat het gaat om een eenmalige onttrekking algemene reserve ten gunste van (een vooraf aangegeven) programma of specifiek beleidsdoel anders dan voor de dekking van kapitaallasten. vormen
de
aan
De voorwaarden die hierbij 1.
Voor het totaal
gelden zijn:
van de algemene reserve wordt bij raadsbesluit een afzonderlijke dekkingsreserve gevormd. Deze dekkingsreserve wordt gekoppeld aan het vooraf benoemd programma of specifiek beleidsdoel. Er kunnen meerdere dekkingsreserves worden gevormd, van
de inzet
gekoppeld aan meerdere programma's of beleidsdoelen. Dit kan als onderdeel van de begroting en meerjarenraming, maar bij voorkeur in de vorm van een apart raadsbesluit inclusief een passende toelichting/uitwerking. De raad neemt het besluit uiterlijk in dezelfde raadsvergadering als waarin zij de begroting vaststelt. Voor de inzet van de dekkingsreserve geldt een looptijd van maximaal
2.
10
jaar.
De inzet van de algemene
reserve
benodigde weerstandscapaciteit, risico’s GS
(= surplus).
vormen
vangen (zie
zich
geldt alleen voor het deel dat geen onderdeel vormt van de die noodzakelijk is voor het afdekken van de geïnventariseerde
De weerstandsratio is na de oordeel
een
over
paragraaf 7.3.1). GS
het vermogen kunnen
een
vorming van van
de
dekkingsreserve
de gemeente
afwijkend
minimaal
3.
vermogen van de gemeente om financiële risico’s op te vangen. De solvabiliteit is op het moment van het instellen van een dekkingsreserve groter dan blijft ook, na inzet, groter dan of gelijk aan 20%.
4.
Het
__
5.
1,0.
financiële risico's op te oordeel vormen over het beschikbare om
20%
en
totaalbedrag van de te vormen dekkingsreserve moet op het moment van het besluit beschikbaar zijn in het surplus van de algemene reserve. Het moment van ingaan van de inzet van de in de dekkingsreserve gestorte middelen hoeft niet het begrotingsjaar te zijn, maar kan ook een van de daaropvolgende jaren binnen de meerjarenraming zijn.
6.
Na het besluit tot het
instellen van
Wel kan de onttrekking einde 7.
per
dekkingsreserve blijft het totaal
jaar variëren. Er kan ook worden
van
besloten de
de inzet onveranderd.
dekkingsreserve
voor het
de looptijd vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve. Bijtoepassing van het surplus op grond van bovenstaande artikel moet deze worden opgenomen in het overzicht structurele reservemutaties met de onderbouwing in de bijbehorende toelichting.
Als aan
van
een
van
bovenstaande voorwaarden niet is voldaan zullen GS de reserveonttrekkingen als
incidentele baten aanmerken.
7.1.4
Opschuivend
Het is
mogelijk
begrotingsjaar,
om
GTK
van
meerjarenperspectief begroting aan te leveren waarin geen
een
dekkingsreserve.
sluitend
een
maar
GS toetsen dit bij instelling
structureel
waarin het evenwicht zich in het laatste jaar
—
22
een
gemeenten
2026
van
en
reëel evenwicht is in het
de meerjarenraming
herstelt.
Het is echter niet
wenselijk dat het herstel van het evenwicht zich steeds verder in de tijd uitstelt. Er sprake zijn van een perspectief waarbij het sluitend zijn van de begroting telkens een jaar dichterbij komt, totdat uiteindelijk een sluitende begroting voor het komende jaar en een sluitende meerjarenraming voor de opvolgende periode van drie jaar wordt bereikt. Het jaarlijks aanleveren van een begroting die alleen in het laatste jaar sluit wordt niet toegestaan en kan de basis zijn voor het opleggen van preventief toezicht. Dit zogenoemd opschuivend sluitend meerjarenperspectief is voor GS aanleiding om de realiteit van de ramingen nader te onderzoeken. Uiteraard zullen GS hierbij rekening houden met nieuwe feiten die van invloed kunnen zijn op de meerjarenraming. moet
7.2
Reëel evenwicht
meerjarenraming overeenstemming zijn. De keuze volledig zijn. constante om ramingen (inclusief nieuw beleid) te baseren op prijzen of lopende prijzen moet consistent zijn toegepast op zowel de baten als de lasten met voldoende indexering op basis van de CPI met toelichting van afwijkingen. Dit kan door verwerking in de ramingen of door het ramen van een stelpost. Als van dit uitgangspunt is afgeweken, dan moet deze afwijking in de begroting beargumenteerd zijn. Daarnaast moet de gemeente de baten en lasten onderbouwen en de ontwikkeling daarin baseren op vastgesteld beleid en historische ontwikkelingen. Reëel evenwicht betekent dat de
geraamde
realistisch
en
en
In de
De baten
baten
en
lasten moeten
lasten
in de begroting
en
met elkaar in
volgende paragrafen is een toelichting opgenomen
over
onze
beoordeling
van
het reëel
evenwicht. 7.21
Algemene uitkering
algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt geraamd op basis van reële uitgangspunten en op basis van tenminste de meicirculaire met de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Gemeenten De
hebben de
septembercirculaire in de ramingen te verwerken. in de begroting, is op basis van consistent beleid.
vrijheid
wordt verwerkt
om
de
De keuze welke circulaire
Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen en onderuitputting Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten, beoordelen GS op hardheid en haalbaarheid. Ook wordt beoordeeld of ze binnen de termijn van de raming naar verwachting gerealiseerd kunnen worden. Het is noodzakelijk dat de ramingen hiervan reëel zijn onderbouwd. Deze onderbouwing dient onder andere in te gaan op de manier waarop het te besparen bedrag bepaald is, de concrete stappen die genomen gaan worden om de besparing te realiseren en de causaliteit tussen de maatregel en de besparing. Het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en ten minste op programmaniveau zijn ingevuld. 7.2.2
GS de
taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen
Als naar
het oordeel
daarmee
gemoeide stelposten onvoldoende reëel zijn ingevuld, worden
van
de
of onderuitputting
en
begrotingssaldi hierop
negatief bijgesteld. Ook ervaringen met eerdere maatregelen worden in de beoordeling betrokken. Deze bijstelling kan tot gevolg hebben dat de begroting en meerjarenraming naar het oordeel van GS niet structureel en reëel in evenwicht zijn. Voor een nadere toelichting op de begrippen taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en stelposten wordt verwezen naar de begrippenlijst in bijlage 4.
23
7.2.2.1
Paragraaf taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen
Geadviseerd wordt, indien
van
toepassing,
een
integraal beeld
van
en
onderuitputting
de opgenomen taakstellingen,
bezuinigingen, ombuigingen of onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten te presenteren in een aparte paragraaf. In deze paragraaf worden alle taakstellingen, bezuinigingen en eventuele ombuigingen, die verspreid over de begroting op programmaniveau zijn opgenomen, weergegeven. Daarnaast kan in deze paragraaf aandacht worden besteed aan de voortgang (realisatie, monitoren en zo nodig bijsturen) van eerder vastgestelde bezuinigingsmaatregelen. 7.2.2.2
Taakstelling
De ramingen
verbonden
de gemeente
partijen gelijk zijn aan
vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Er kunnen taakstellingen of bezuinigingen zijn opgelegd aan een verbonden partij, zoals een gemeenschappelijke regeling. Deze worden door GS alleen als reëel beschouwd, als het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft besloten of en hoe deze opgelegde taakstelling daadwerkelijk wordt ingevuld. Er moet aannemelijk worden gemaakt dat de gemeenschappelijke regeling de taakstelling concreet heeft ingevuld en verwerkt in de begroting. Zo niet, dan wordt de gemeentelijke begroting daarop bijgesteld. van