CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

A25b Achtergronddocument Platform31 - Trends en Strategische Opgaven Meierijstad.pdf

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestuurlijke stukken53.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

89

De kwaliteit van en de variatie in het onderwijs kan bevorderd worden door meer onderwijsvormen, de ontwikkeling van allerlei modulaire vormen van deeltijdonderwijs, meer leerwerkbanen, betere voor- en vroegschools onderwijs, laaggeletterdheid aanpakken met meer, specifieke en informele scholingsinspanningen, langere lestijden in de vorm van avond-, weekend- en zomerscholen en het aantrekken (of beter belonen) van de beste leerkrachten en schoolhoofden. Ruud Dorenbos, Koos van Dijken en Jeroen Korthals, Naar een verbetering van de onderwijskwaliteit in de stad, Nicis Institute, Den Haag, 11 juni 2012, blz. 9, 18 – 21; Maarten Camps, “Sturen op economisch groei”, in: Economisch Statistische Berichten, jrg. 104, nr. 4769, 17 januari 2019, blz. 6-8; Rijksoverheid, Fundament op orde: kwalitatief goed onderwijs met kansen voor iedereen, Brede maatschappelijke heroverweging, Den Haag, april 2020, blz. 40, 41; zie ook het nog steeds indrukwekkende rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013.

90

De slechte prestaties van het onderwijs tasten bovendien het toekomstig verdienvermogen en de economisch groei van Nederland aan. Investeringen in het onderwijs vergroten de arbeidsproductiviteit, dragen bij aan het innovatievermogen, kennis over nieuwe technologieën en aan de manier waarop die kennis wordt toegepast en geïmplementeerd.

33

op om zich veel nadrukkelijker te bemoeien met het onderwijs. Door onderwijs, jeugdhulp en arbeidsmarktbeleid veel beter te integreren, neemt de effectiviteit van het beleid in het sociale domein toe.91 Meer oog voor de menselijke maat De kwetsbare burger wordt geconfronteerd met een duizelingwekkende ingewikkeldheid van voorzieningen, regelingen, toeslagen, arrangementen, protocollen, formulieren, controles en eigen bijdragen. Zo maakt het ingewikkelde en niet-inzichtelijke systeem van inkomensafhankelijke regelingen burgers met lage inkomens erg kwetsbaar. Vaak wordt in het beleid, de beleidsveronderstellingen en in de uitvoering onvoldoende rekening gehouden met de complexiteit van de samenleving voor velen en het feit dat Nederland 2½ miljoen mensen van 16 jaar en ouder kent die moeite hebben met lezen, schrijven of rekenen. De Tijdelijke commissie uitvoeringsorganisaties, de tragedie achter de kinderopvangtoeslagenaffaire en de Participatiewet hebben duidelijk gemaakt dat in de achterdocht waarmee burgers bejegend worden, de protocolen, procedures en algoritmen de menselijke maat verloren is gegaan. De eerste gemeenten trekken hieruit conclusies.

In Tilburg heeft de gemeente besloten de bijstandsgerechtigde voortaan als een vriend te beschouwen en op last van de gemeenteraad is in Enschede een Commissie Menselijke Maat geïnstalleerd die begin juli met eerste voorstellen moet komen voor een meer humane aanpak.92

Sociale trends, ontwikkelingen en opgaven in Meierijstad Beperkte sociale problematiek in Meierijstad De sociale problematiek is niet omvangrijk in Meierijstad. Dit blijkt uit allerlei variabelen en indicatoren. De bruto arbeidsparticipatie in Meierijstad van zowel mannen als vrouwen is relatief hoog (figuur 12), de werkloosheid is laag (figuur 14), er zijn relatief weinig kinderen in een uitkeringsgezin (figuur 15), weinig personen met een bijstandsuitkering (figuur 16), weinig cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo (figuur 17), een relatief gering verzuim van leerlingen (figuur 18), weinig voortijdig schoolverlaters (figuur 19), weinig jongeren met jeugdhulp (figuur 20) en weinig jongeren die niet werken en geen onderwijs volgen (en daarmee relatief onbereikbaar zijn voor het beleid) (figuur 21). Verder zijn er relatief weinig huishoudens met een laag inkomen, de maatschappelijke participatie is hoog en Meierijstad scoort hoog op sociaal-cultureel kapitaal. Ook in de meting van de sociale veerkracht in de provincie Noord-Brabant blijkt dat de regio Noordoost-Noord-Brabant zich positief onderscheidt van de andere Brabantse regio’s. De participatie in Noordoost-Noord-Brabant is hoger, voornamelijk als gevolg van een duidelijk hogere sociale én maatschappelijke participatie.

Ook op de index die iets zegt over materiële en sociale achterstanden in de provincie (Multiple Deprivation Index) scoort Veghel van de Brabantse middelgrote gemeenten relatief goed.93 De enige uitzondering op de beperkte sociale problematiek in vergelijking met de benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, de provincie en Nederland zijn de vele lopende reintegratievoorzieningen (figuur 13). Maar er kan natuurlijk een relatie zijn tussen de diverse sociale variabelen. De vele lopende reintegratievoorzieningen kunnen een relatie hebben met de hoge arbeidsparticipatie, het relatief gering aantal inwoners in de bijstand, et cetera.

91

Onderwijsraad, Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd. Agenda voor een landelijk beraad over de rol van gemeenten bij onderwijs, Advies, Den Haag, 2017.

92

Jesse Frederik, Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire, s.l., 2021; Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties, Klem tussen balie en beleid, Tweede Kamer der Staten-Generaal, 35387 Parlementair onderzoek uitvoeringsorganisaties, nr. 2, 25 februari 2021; Han Polman, Werk aan de winkel voor vertrouwen van burgers in de overheid, weblogbericht Raad voor Openbaar Bestuur, 12 maart 2021; Rob de Lange, “Poging 161 om mensen sneller uit de bijstand te krijgen: barmhartig of incidentgedreven?”, in: Het Financieele Dagblad, 8 juni 2021.

93

Koos van Dijken, Trends en opgaven voor Meierijstad, Platform31, Den Haag, augustus 2018, blz. 21-24; Mariëlle Blanken e.a., Sociale veerkracht in Brabant, PON/TELOS, Tilburg, mei 2016, blz. 18, 19, 26 en 28.

34

Figuur 12: Bruto arbeidsparticipatie van mannen & vrouwen in 2020 in Meierijstad, in benchmarkgemeenten, regio NoordoostNoord-Brabant, de provincie en in Nederland (in procenten)

MEIERIJSTAD NOORDOOST-NOORD-BRABANT OSS NOORD-BRABANT HARDENBERG WAALWIJK OOSTERHOUT NEDERLAND WEERT ROOSENDAAL 68

69

70

71

72

73

74

Bron: CBS-Statline

Gezien de reeds relatief hoge arbeidsparticipatie zal Meierijstad de krimpende beroepsbevolking vooral het hoofd moeten bieden met méér vernieuwing, innovatie en méer ondernemerschap en door het onbenutte potentieel beter te mobiliseren. Figuur 13: Lopende reintegratie voorzieningen per 10.000 inwoners van 15 tot 65 jaar in 2020 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, provincie en Nederland (in procenten)

Bron: waarstaatjegemeente.nl

35

Figuur 14: Werkloosheidspercentage in 2020 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, Noordoost-Noord-Brabant, provincie en Nederland (in procenten)

Bron: CBS - Statline

Figuur 15: Percentage kinderen in een uitkeringsgezin van alle kinderen tot 18 jaar in 2019 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, provincie en Nederland (in procenten)

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Kinderen die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Een bijstandhuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.

36

Figuur 16: Personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners in 2020 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, provincie en Nederland (in procenten)

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Figuur 17: Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo in 2020 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, provincie en Nederland (in procenten)

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

Op allerlei indicatoren is de problematiek van jongeren en jeugdigen in Meierijstad in vergelijkend perspectief kwantitatief niet zorgwekkend (figuur 18 t/m figuur 21). Dit laat onverlet dat individuele gevallen wel erg zorgwekkend kunnen zijn en veel aandacht kunnen vragen.

37

Figuur 18: Relatief verzuim per 1.000 leerlingen (aantal) in schooljaar 2018/2019 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, de provincie en in Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Relatief verzuim is als een jongere wel op een school staat ingeschreven maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt; veelvuldig te laat komen, kan ook hiertoe worden gerekend.

Figuur 19: Voortijdig schoolverlaters in 2019 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, de provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 tot 23 jaar) dat voortijdig, d.w.z. zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat.

38

Figuur 20: Jongeren met jeugdhulp in procenten van alle jongeren tot 18 jaar in 2019 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte, de provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp t.o.v. alle jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.

Er is een groep jongeren die geen opleiding volgt en niet werkt. De internationale term voor deze groep jongeren is NEETs: Not in Employment, Education or Training. Internationaal vergeleken is het aandeel NEETs in Nederland relatief laag en binnen Nederland in Meierijstad nog eens extra laag (figuur 21).94 Figuur 21: NEET’s (jongeren zonder werk en onderwijs per 10.000 inwoners van 15 tot 27 jaar in 2017 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten naar grootte en de provincie

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Het sociale beleid in Meierijstad op moderne leest geschooid. Meierijstad is druk bezig om de (complexe) problemen in het sociaal domein op een andere wijze te gaan oplossen. Door anders te denken, anders te organiseren en anders te doen (transformatie). Door innovatief te gaan werken, wil Meierijstad zaken sneller, beter en efficiënter organiseren en daarmee de dienstverlening aan de inwoners sneller, beter en efficiënter maken. De transformatie, vernieuwingen en innovaties in het sociale domein zijn een proces van vele jaren; óók in Meirijstad. Sinds 2015 zijn voor de inwoners en voor de cliënten de beloften

94

Koos van Dijken, Ruud Dorenbos en Pieter Ros, Jongeren (weer) activeren. Van ‘uit beeld’ naar ‘aan de slag’, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Centraal Bureau voor de Statistiek, NEETs jongeren die geen opleiding volgen en niet werken, Nieuwsbericht, 16 april 2018.

39

van de decentralisatie zijn nog niet ingelost.95 In de transformatie en innovatie in het sociale domein zet Meierijstad een stap, evalueert, leert en zet een volgende stap. Daarbij kan ook geleerd worden van landelijke evaluaties. Het Sociaal Cultureel Planbureau laat zien dat een integrale aanpak wenselijk is voor een zeer kleine groep inwoners (1 tot 4 procent).96 Uit de evaluatie van Andersson Elffers Felix van de jeugdzorg en de financiering van de jeugdzorg blijkt dat gemeenten de jeugdzorg veel beter moeten afbakenen, dat er kwaliteitseisen aan aanbieders gesteld moeten worden en dat alleen nog bewezen effectieve interventies bekostigd zouden moeten worden.97 In het eigen proces van learning-by-doing kan Meierijstad deze conclusies naast de eigen ervaringen houden. Met de Gebiedsteams, PIM (Participeren in Meierijstad), de diverse aanpakken (Pim Werkt, PIM Vitaal, PIM Actief, PIM Support, PIM Welkom, Pim Academy, PIM Consulenten, PIM Coaches) en de inrichting van het Mobiliteitscentrum in Meierijstad (Boekel en Bernheze) zijn vele ingrediënten aanwezig om tot resultaten te komen.

Diverse van de uitgangspunten (het vertrekken vanuit de leefwereld van de klant, intensieve coaching van inwoners die tijdelijk de regie kwijt zijn, een integrale aanpak, doorzettingsmacht bij acute problemen en de verbinding met het voorveld) sluiten aan bij de jongste inzichten over de vernieuwing, transformatie en innovatie in het sociale domein. Veel mensen langs de kant en belangrijke mismatches op de arbeidsmarkt In 2019 ontvangen in Meierijstad 940 inwoners een WW-uitkering, 890 inwoners een bijstandsuitkering (tot AOWleeftijd) en 3.370 inwoners een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In totaal 5.200 inwoners van Meierijstad die niet werken, langs de kant staat, niet meedoen en een uitkering hebben. Gerelateerd aan de beroepsbevolking van 45.000 personen is dat een “onbenut potentieel van 11,6 procent (figuur 22). Voor de regio betreft het 48.630 uitkeringsgerechtigden; 13,4 procent van de beroepsbevolking in Noordoost-Noord-Brabant (364.000 inwoners). Het “onbenutte potentieel” in Meierijstad is in vergelijking met de benchmarkgemeenten, Nederland, de provincie en de regio laag. Gezien de dreigende krimpende beroepsbevolking in Meierijstad en de vele openstaande, en soms onvervulbare, vacatures is dit “onbenutte potentieel” een luxe die de gemeente zich niet langer kan veroorloven.

Als de gemeente het “onbenutte potentieel” niet veel beter wet te mobiliseren, dan verdwijnt werk naar het buitenland, neemt de automatisering toe (en het verlies van banen) of nemen buitenlandse arbeidsmigranten de arbeidsplaatsen (nog) vaker in.

95

Jasper Loots en Piet-Hein Peeters, Vijf jaar lokaal sociaal domein. Veel gedaan, te weinig bereikt, s.l, 2019; Mariska Kromhout, Patricia van Echtelt en Peteke Feijten, Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, november 2020

96

Dit is een andere invalshoek dan het identificeren van zes doelgroepen (A t/m E). Gemeente Meierijstad, Mobiliteitscentrum PIM Werkt! Samenwerken aan

97

Aukje Hilderink e.a., Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, Andersson Elffers Felix, 15 december 2020; Stuurgroep

werk, Business Case PIM Werkt!, 2021, blz. 12. Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, Den Haag, 8 april 2021; Theo Doreleijers, “Jeugdzorg dreigt opnieuw te verzanden”, in: NRC, 21 april 2021; Harrie Verbon, “Er wordt flink geld verdiend aan foute jeugdzorg”, in: De Volkskrant, 11 maart 2021; Esther Lammers en Judith Harmsen, “Nu gaan we samen de oplossing zoeken” (interview met Leonard Geluk), in: Trouw, 3 juni 2021.

40

Figuur 22: Aantal uitkeringsgerechtigden (“onbenut potentieel”) in procenten van de beroepsbevolking in 2019 in Meierijstad, in benchmarkgemeenten, NO-Noord-Brabant, de provincie en in Nederland

Bron: Platform31 op basis van CBS, Statline (regionale kerncijfers, arbeidsdeelname en uitkeringsontvangers per soort uitkering).

De opgave wordt nog indringender als rekening wordt gehouden met de vele mensen die wel willen werken of meer uren willen werken en niet in een uitkering zitten.98 Dan loopt het “onbenutte arbeidspotentieel” in Meierijstad tegen de 20 procent aan; ongeveer negenduizend inwoners. Naast de schadelast voor de gemeenten van de bijstand is van nog groter belang dat door het onbenutte potentieel economische groei wordt misgelopen. Een groot arbeidsaanbod en goed opgeleide werknemers zijn hét medicijn voor een goede economische ontwikkeling en een toename van het aantal banen. Het aantal banen ligt niet vast maar is mede afhankelijk van de omvang en de kwaliteit van het arbeidsaanbod.99 De omvang en kwaliteit van het arbeidsaanbod is van belang omdat naast massa, dichtheid en complementaire regionale samenwerking (functies van elkaar lenen) agglomeratievoordelen en méér welvaart voor ongeveer de helft tot stand komt door de persoonskenmerken van de beroepsbevolking (opleidingsniveau, leeftijd, etc.). Als de arbeidsparticipatie van vrouwen niet veel verder omhoog kan (of Meierijstad hiervoor geen goede instrumenten heeft) en grote groepen statushouders slecht inzetbaar zijn (net zoals in het verleden) dan moet de gemeente de grote groep van ongeveer 9.000 mensen zien te mobiliseren die nu langs de kant staat, die niet meedoet of die meer uren wil werken.

Voor, tijdens en na de coronacrisis blijken er aanzienlijke mismatches te zijn op de arbeidsmarkt in de regio van Meierijstad. Dit blijkt uit de vele openstaande vacatures die niet goed vervuld kunnen worden, onvoldoende goed opgeleide mensen om te voorzien in de vervangingsvraag, het onbenutte potentieel en de grote instroom van arbeidsmigranten. Deze kenmerken van de regionale arbeidsmarkt belemmeren de economische ontwikkeling van bedrijven en organisaties en vormen een rem op de economische groei. Het is te vroeg om te beoordelen of het consistente en samenhangende pallet aan instrumenten van PIM, het ontschotte arbeidsmarktbeleid, het Mobiliteitscentrum en het Huis van de arbeidsmarkt van de arbeidsmarktregio voldoende is om, ondanks de krimpende potentiële beroepsbevolking, te zorgen voor voldoende, goed opgeleide arbeidskrachten. Een moderne ontwikkeling is dat PIM Werkt een garantie kent op werk voor iedereen met een loonwaarde tot 80 procent in 2020. Indien haalbaar wordt deze garantie doorontwikkeld naar een garantie op werk voor iedereen met een loonwaarde tot en met 100 procent. Om de garantie op werk waar te kunnen maken, bouwt Meierijstad een parallelle arbeidsmarkt uit. In de parallelle arbeidsmarkt wordt additioneel werk aangeboden in onder andere

98

In 2019 zijn er in Nederland 1,1 miljoen mensen die willen werken of meer uren willen werken en die geen uitkering ontvangen. Dit is het statistische onbe-

99

Rijksoverheid, Miljoenennota 2015, blz. 35-40; Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische

nutte potentieel van het Centraal Bureau voor de Statistiek (zie blz. 22 van het Achtergronddocument). groei. Wat kan beleid doen, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017. Eén van de achter “raderen” is: human capital.

41

de (mantel)zorg, het onderwijs, overheid en verenigingen. Meierijstad gaat een concept ontwikkelen van basisbanen van 18 tot 24 uur. Mensen die recht hebben op een uitkering krijgen een aanvulling op hun uitkering. De lasten ‘sociaal domein’ per inwoner zijn in Meierijstad (€ 1.033) in vergelijking met de benchmarkgemeenten, het gemiddelde van de gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners (€ 1.394), het gemiddelde in de regio Noordoost-Noord-Brabant (€ 1.444), het gemiddelde in de provincie (€ 1.382) en gemiddeld in Nederland (€ 1.487) laag (figuur 23). Dit kan in lijn liggen met de relatief bescheiden sociale problematiek in Meierijstad. Figuur 23: Lasten per inwoner (€) voor hoofdfunctie ‘sociaal domein’ begroting 2021 in Meierijstad, in benchmarkgemeenten, gemiddelde gemeenten met 50.000 – 100.000 inwoners, NO-Noord-Brabant, de provincie en in Nederland

Bron: Findo – Data Financiën Decentrale Overheden

Toenemende zorgvraag van ouderen in eigen woning en buurt vergt samenwerking met vele partijen De trend in het overheidsbeleid om oudere inwoners langer zelfstandig thuis te laten wonen, zelfs als zij een lichte zorg- en ondersteuningsbehoefte hebben, zet door.100 De ‘inclusie’ van kwetsbare oudere of burgers met een beperking leidt tot verdere lokalisering van het zorgbeleid. Kenmerken hiervan zijn een grotere zorgvraag door een toename van zorgbehoevende 80-plussers (waaronder complexe zorg aan dementerende ouderen101), mogelijke tekorten aan mantelzorgers, een veranderende rol van corporaties met meer verantwoordelijkheid voor het opvangen van kwetsbare groepen, een toename van informele zorg en de behoefte aan andere typen woningen. Dit vergt samenwerking van gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en woningbouwcorporaties. De uitdaging is ook om de technologische mogelijkheden en vernieuwingen (domotica, consult op afstand, gespecialiseerde woonvoorzieningen) in voldoende mate te gaan benutten in het uitgestrekte gebied van de gemeente Meierijstad. Meer dan gemiddelde Brede Welvaart in Noordoost-Noord-Brabant. Van 2013 naar 2019 neemt in alle veertig Nederlandse Corop-regio’s de brede welvaart lichtelijk toe. Vooral vanwege de verbeterde baanzekerheid, veiligheid en gezondheid en het verbeterende inkomen, subjectieve welzijn en milieu.

De verbetering op deze dimensies compenseren net in voldoende mate de verslechteringen in sociale contacten, maatschappelijke betrokkenheid, werk-privébalans en vooral in huisvesting. Van 2013 tot 2019 daalt de woontevredenheid sterk. Rond het nationale patroon zijn er belangrijke regionale verschillen. Wat betreft de ontwikkeling in Brede Welvaart kunnen er acht soorten regio’s onderscheiden worden. Met reeds een hoge Brede Welvaart in 2013 en een toename van de brede welvaart van 2013 tot 2019 de koplopers ‘Utrecht’, ‘Het Gooi en Vechtstreek’ en ‘Zuidwest100

Gemeente Meierijstad, Woonvisie, Vastgesteld 5 juli 2018, blz. 15 en 16.

101

“Door de vergrijzing zal het leger demente ouderen in 2040 zijn gegroeid tot een half miljoen personen; het in dé epidemie van de 21-ste eeuw”. Henk Blanken, “Aan mijn achterblijvers”, in: De Volkskrant, 4 november 2017. Gerelateerd aan de verwachte bevolking in Meierijstad in 2040 aan de totale Nederlandse bevolking in 2040 betreft het in 2040 naar verwachting ruim 2.300 demente inwoners in Meierijstad.

42

Friesland’. Er zijn ook duidelijk achterblijvende regio’s met een lage Brede Welvaart in 2013 en een lagere dan gemiddelde toename van de Brede Welvaart van 2013 tot 2019. Het betreft de regio’s ‘Agglomeratie ‘s-Gravenhage, ‘Delfzijl e.o.’ en ‘Zaanstreek’. Alle andere regio’s nemen in zes groepen  met verschillende kenmerken van brede welvaart  een middenpositie in. Noordoost-Brabant doet het ten opzichte van de andere Brabantse regio’s goed op Brede Welvaart. De Brede Welvaart lag in 2013 iets boven het nationale gemiddelde en is van 2013 tot 2019 meegestegen met de gemiddelde toename van de Brede Welvaart van 2013 naar 2019 in Nederland (figuur 24). Daarmee is de agenda ook vastgelegd om wel tot de koplopers in Nederland te gaan behoren. Over alle veertig regio’s maken ‘veiligheid’, ‘inkomen’, ‘baanzekerheid’ en vooral ‘huisvesting’ het verschil in Brede Welvaart. Verschillen in Brede Welvaart lijken dus vooral op te treden langs de lijnen van materiële welvaart (inkomen, banen en huisvesting) en veiligheid. De echte koplopers ontlenen hun hoge brede welvaart vooral aan de extra goede scores op tevredenheid en geluk (subjectief welzijn) en persoonlijke ontwikkeling. De inwoners in deze regio’s geven aan dat zij van belang vinden dat de menselijke maat behouden blijft met een betere balans tussen economische groei, natuurwaarden en een inclusieve samenleving.

Alle regio’s hebben hun eigen brede welvaartsopgaven. Ook regio’s met een hoge en groeiende brede welvaart hebben zo hun eigen opgaven. Het is niet zo dat die regio’s op álle welvaartsdimensies bovengemiddeld scoren. Dat betekent dat maatwerk nodig is om de regionale brede welvaart te versterken. De grote agendapunten zijn kansen(gelijkheid) voor jongeren, huisvesting en woningmarkt (aanbod, duurzaamheid, aantrekkelijk klimaat), duurzaamheid, leefbaarheid (ook in de kleine kernen) en het ondersteunen van bedrijven in transitie. De trendstudie reikt de elementen aan die elke regio en gemeente kan gebruiken om tot maatwerk te komen om de brede welvaart te versterken.102 Figuur 24: Ontwikkeling Brede Welvaart van 2013-2019 in de COROP-regio’s

Bron: Otto Raspe, Brede Welvaart. Webinar Anders kijken naar economie en maatschappij, Rabobank , 3 juni 2021.

102

Het denken en het maken van keuzes met het oog op het verbeteren van Brede Welvaart maakt expliciet dat er sprake is van normatieve keuzes. Er is een visie nodig met betrekking tot rechtvaardigheid, de mate van verschillen die acceptabel gevonden worden, de mate waarin het acceptabel is dat de huidige generatie ‘pot verteerd’, in welke mate men rekening wil houden met nabuurgemeenten of emissies die elders neerslaan, et cetera. Het is ook een normatieve en politieke keuze om samen (overheden en maatschappelijke partners) na te denken over de mogelijkheden om met beleid hier iets aan te willen veranderen. Otto Raspe, Jeroen Content & Mark Thissen, Brede welvaart en regionale ontwikkelingen, Planbureau voor de Leefomgeving, position paper, Den Haag, 20 augustus, 2019; Emil Evenhuis, Anet Weterings & Mark Thissen, Bevorderen van brede welvaart in de regio: keuzes voor beleid, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, december 2020; Anet Weterings, Edwin Buitelaar, Emil Evenhuis en Mark Thissen, “Het verbeteren van de brede welvaart in regio’s vergt normatieve keuzes”, in: Economisch Statistische Berichten, jrg. 105, nr. 4790, 8 oktober 2020, blz. 472-474.

43

2.4 Trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein Landelijke trends en ontwikkelingen Dalende trends criminaliteit en onveiligheidsbeleving houden aan Uit de meest recente cijfers blijkt dat de reeds in de beginjaren van de 21e eeuw ingezette daling van criminaliteit in Nederland voortduurt.103 De Veiligheidsmonitor, waarin verslag wordt gedaan van zelf gerapporteerde slachtofferschap, laat eenzelfde daling zien van veelvoorkomende ‘traditionele’ criminaliteit waarvan burgers het slachtoffer worden.104 Ook uit de Monitor Jeugdcriminaliteit blijkt dat jeugdcriminaliteit de afgelopen jaren is gedaald voor het aantal geregistreerde minderjarige verdachten. Ook ligt het aandeel zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit in 2020 lager dan in 2015.105 Er zijn verschillende mogelijke verklaringen te noemen voor de daling.

Enkele van de meest aannemelijke verklaringen zijn: de preventieve maatregelen die worden genomen door burgers, bedrijven en overheden, de toenemende welvaart, de afname van heroïnegebruikers (die vooral in de jaren ‘80 verantwoordelijk waren voor een groot deel van vermogensdelicten) en de veranderende vrijetijdsbesteding (opkomst van internet en smartphones) die mogelijk de daling van jeugdcriminaliteit verklaart.106 In hoeverre de daling van criminaliteit ook in de toekomst zal voortzetten, blijft onzeker, sommige ontwikkelingen kennen namelijk ook een keerzijde die weer nieuwe risico’s met zich meebrengt, zoals bijvoorbeeld de verdere digitalisering van de samenleving.107 Er zijn echter ook een aantal zorgelijke signalen te identificeren. Na een aantal jaren van dalende winkelovervallen is er een toename van de gewapende winkelovervallen.108 Er is een toename van het aantal ram- en plofkraken waarbij gebruik gemaakt wordt van explosieven.

Nu vooral op juweliers en opticiens waar het voorheen vooral pinautomaten betrof.109 Ondanks een algehele afname van de jeugdcriminaliteit is er een toename van het aantal minderjarigen en jongvolwassenen die verdacht worden van een ernstig geweldsdelict (zware mishandeling, diefstal met geweld, poging tot doodslag).110 Deze signalen passen in de door het ministerie van Justitie en Veiligheid geconstateerde trend van een mogelijke verharding van de criminaliteit.111 De impact van technologie en digitalisering neemt toe Naast de relatief positieve ontwikkelingen voor wat betreft de traditionele vormen van criminaliteit, is er een toename te zien van een aantal vormen van criminaliteit die voorheen minder zichtbaar was en/of minder goed geregistreerd werden. Dit is vooral het geval voor cybercriminaliteit. De explosieve toename van digitale communicatie en verdere digitalisering van de samenleving gaat gepaard met een toename van cybergerelateerde criminaliteit. In 2020 heeft de politie 127 procent meer gevallen van cybercriminaliteit geregistreerd dan in het jaar daarvoor en de Veiligheidsmonitor rapporteert in 2019 een toename van 18 procent ten opzichte van 2017 (van 11 procent naar 13 procent).

De geregistreerde gevallen van cybercriminaliteit (en veel wordt niet geregistreerd) overtreffen die van woninginbraken.112 Niet alleen burgers worden slachtoffer van cybercrime; cybercriminelen en hackers

103

Nationale politie, Geregistreerde misdrijven; soort misdrijf, wijk, buurt, jaarcijfers (Data.politie.nl; geraadpleegd 30 maart 2021).

104

De Veiligheidsmonitor maakt onderscheid tussen ‘traditionele’ vormen van criminaliteit en cybercriminaliteit. Deze laatste komt later in dit hoofdstuk aan

105

A.M. van der Laan, M.G.C.J. Beerthuizen en N.C. Boot, Monitor Jeugdcriminaliteit 2020. Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de eerste twee decennia

bod. van deze eeuw, WODC, Den Haag, mei 2021. In 2019 was sprake van een lichte toename van jeugdcriminaliteit, uit de meest recente cijfers blijkt dat de stijging niet doorzet. Het is echter nog te vroeg om te concluderen of de algemene daling van jeugdcriminaliteit doorzet, stagneert of toch omslaat in een stijging. 106

Jaap de Waard, Criminology’s Dirty Little Secret: How Dutch criminologists almost completely failed to pick up on the decline in crime, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Den Haag, juni 2017 (working paper); J. de Jong, Het mysterie van de verdwenen criminaliteit (statistische trends), CBS, Den Haag, 2018.

107

J. de Jong, Het mysterie van de verdwenen criminaliteit (statistische trends), CBS, Den Haag, 2018.

108

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Aantal gewapende winkelovervallen toegenomen, 19 oktober 2019.

109

NOS, Opnieuw ramkraak bij opticien, ditmaal in Sittard, 23 maart 2021.

110

Openbaar Ministerie, Jonge geweldplegers zorgelijke trend in jaarbeeld OM over 2020, 10 maart 2021.

111

Wilrieke Korsten, Romy Hendrix en Davien van der Sloot, Strategisch Omgevingsbeeld 2020, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Centrale Eenheid Stra-

112

Nationale Politie, Criminaliteit 2020: minder inbraak, meer cybercrime, 15 januari 2021.; CBS, Veiligheidsmonitor 2019, Den Haag, maart 2020.

tegie, Den Haag, januari 2020, blz.14.

44

richten zich ook op bedrijven, (lokale) overheden en instellingen. Ondanks dat het niveau van cybersecurity toeneemt, en daarmee het aantal bedrijven dat slachtoffer wordt afneemt, wordt de (financiële) schade steeds groter. Cyberaanvallen kunnen grote maatschappelijke en financiële gevolgen hebben en leiden tot aanzienlijke reputatieschade. De digitale dreiging heeft een permanent karakter gekregen met het risico van (grootschalige) uitval van digitale diensten, processen of systemen (meldkamers, water- en energiesystemen, liften, verkeersinformatie, tram, metro en trein) en maatschappelijke ontwrichting. Overige, relatief nieuwere, risico’s die digitalisering en nieuwe technologieën met zich meebrengen, hebben te maken met de steeds makkelijkere toegang tot informatie en het verspreiden van informatie en desinformatie. Dit kan leiden tot verregaande polarisatie en maatschappelijke ontwrichting, het digitaal oproepen voor niet-aangekondigde demonstraties die vervolgens uit de hand lopen, of de verspreiding van desinformatie over de effecten van 5G-netwerken, dat leidde tot verschillende brandstichtingen van zendmasten. Zo kunnen technologie en sociale media de maatschappelijke onrust aanjagen, kunnen de zichtbaarheid van maatschappelijke onrust vergroten en kunnen het verlangen naar verbondenheid in allerlei bubbels ondersteunen.

Dit leidt voor het bestuur weer tot nieuwe uitdagingen.113 Toenemend belang voor aanpak ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit, waarbij sprake is van een vermenging van de onderwereld en de bovenwereld, kan zich diep wortelen in de samenleving en uit zich in allerlei verschillende vormen. Gevaarlijke drugslabs in woonwijken, drugsdumpingen in de natuur, exorbitante criminele winsten die worden witgewassen (o.a. door middel van louche ondernemingen), excessief geweld, zoals liquidaties en (vergis)moorden in de openbare ruimte, bedreigde burgemeesters, intimidatie en corruptie, het ronselen van kinderen op schoolpleinen voor druggerelateerde criminaliteit, ondernemers en agrariërs die onder druk worden gezet, et cetera. Het is nog te vroeg om aan te geven in hoeverre de intensivering van de aanpak door het kabinet Rutte 3 tot een daadwerkelijke afname van ondermijnende criminaliteit leidt. Ondanks dat meer (synthetische) drugslabs en opslaglocaties worden ontdekt en opgerold en grote hoeveelheden drugs in beslag worden genomen stijgt de prijs van drugs in de straat niet.114 Ondanks de intensivering en geleverde inspanningen van de afgelopen jaren, blijft de aanpak van ondermijnende criminaliteit ook de komende jaren urgent. Gemeenten in landelijke gebieden zijn kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit in bijvoorbeeld leegstaande agrarische opstallen.

Maar ook stedelijke gemeenten moeten rekening houden met een toename van het aantal incidenten met gevaarlijke stoffen vanwege de productie van synthetische drugs in woonwijken, kelderboxen en garages.115 Met gegevens uit de City Deal Zicht op Ondermijning komt kwantitatieve informatie beschikbaar over de personen, branches en transacties per gemeente die kwetsbaar zijn voor ondermijnende activiteiten.116 Toch zijn effectieve aanpakken verre van eenvoudig. Nederland is vanwege de ligging en de uitstekende infrastructuur al jarenlang een mondiaal drugsknooppunt. Nederlandse drugscriminelen zijn grote spelers op de internationale drugsmarkten. Tegelijkertijd zien we een sociale verankering van criminele netwerken door het hele land en krijgen zij macht en invloed én veroorzaken zij grote problemen op lokaal niveau. Onder andere vanwege de aantrekkingskracht van de criminele drugswereld op jongeren in een achterstandspositie.117 113

Wilrieke Korsten, Romy Hendrix en Davien van der Sloot, Strategisch Omgevingsbeeld 2020, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Centrale Eenheid Strategie, Den Haag, januari 2020, blz.14; Raad voor Openbaar Bestuur, Zoeken naar waarheid. Over waarheidsbevinding in de democratie in het digitale tijdperk, 9 mei 2019.

114

Trimbos Instituut en WODC, Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2020, Utrecht en Den Haag, 2021, blz. 535; WODC, Nationale Drug Monitor geeft eerste indruk van invloed coronacrisis op drugscriminaliteit, 9 maart 2021. Meer recent heeft de ontmanteling van Sky ECC geleid tot de onderschepping van 80 miljoen berichten tussen criminelen die voor Nederland relevant zijn.

115

Vooral in gemeenten in de provincies Noord-Brabant (159 locaties), Limburg (91 locaties), Gelderland (70 locaties) en Zuid-Holland (58 locaties) worden veel locaties van gedumpt drugsafval, productielabs van synthetische drugs en opslaglocaties van chemicaliën aangetroffen. Remco Andringa, “Weer meer drugsafval gedumpt, gemeenten vrezen kosten”, NOS-nieuws, 23 maart 2019.

116

Dashboard Zicht op Ondermijning: https://www.zichtopondermijning.nl. Na de invoering van een vergunningplicht voor autoverhuurbedrijven in Tilburg (één van de kwetsbare branches) stopte negentien van de dertig bedrijven. Hans Boutellier, Casper Hermans en Femke van de Plas, Ontspoorde vrijheid. Over de maatschappelijke betekenis van ondermijning en het belang van een onorthodoxe aanpak daarvan, Den Haag, 2019, blz. 42.

117

Het probleem van de ondermijning is dat de sociale zekerheid wordt ondergraven, “normaal werken” niet meer loont en jongeren in aanraking komen met verkeerde rolmodellen. Dat “normaal werken” niet meer loont en dat er voor jongeren verkeerde rolmodellen zijn, blijkt uit de volgende twee voorbeelden.

45

Hernieuwde aandacht kwetsbare wijken In kwetsbare wijken (maar dat geldt ook voor kwetsbare dorpen en kernen) maakt een opeenstapeling van problemen als armoede, achterstand, achterstelling, het ontbreken van perspectief en een concentratie van kwetsbare personen dat bewoners vatbaarder zijn om betrokken te raken bij (ondermijnende drugs-) criminaliteit, als (ongewilde) dader of slachtoffer. De laatste jaren nemen de verschillen op het gebied van leefbaarheid in bepaalde steden, wijken en buurten toe. Vanwege een context van achterstanden en uitsluiting, is criminaliteit in de kwetsbare wijken, buurten, kernen en dorpen steeds meer opgekomen. De coronacrisis heeft de problematiek in kwetsbare wijken alleen maar doen toenemen, zo blijkt ook uit het manifest van vijftien burgemeesters die vorig jaar zomer aan de bel trokken, waarbij gepleit werd voor extra aandacht voor kwetsbare wijken.118 Naast sociale problemen heeft criminaliteit in deze wijken een georganiseerd en structureel karakter gekregen.119

Landelijke opgaven, kansen, denk- en oplossingsrichtingen Een aantal van de hierboven geschetste trends hangt samen met elkaar en heeft direct betrekking op het lokaal niveau en daarmee het handelen van de gemeente. Er zijn meerdere opgaven en oplossingsrichtingen te benoemen, hieronder laten we er een aantal de revue passeren die de komende periode van belang zullen zijn: 

blijvende prioritering aanpak ondermijning met een breed pallet van instrumenten (bestuurlijk, fiscaal,

de noodzaak van een integrale lokale wijkaanpak, mét aandacht voor zorg en veiligheid;

het vergroten van de weerbaarheid tegen cybercriminaliteit;

de ‘kansen benutten’, het ‘mogelijk maken’ en ‘duiden en reflecteren’ van de Digitale Agenda Gemeenten

strafrechtelijk, jeugdzorg, welzijn) en een belangrijke rol voor de gemeente;

2024.120

Trends, ontwikkelingen en opgaven in Meierijstad De dalende trend van de geregistreerde criminaliteit en de high-impact crimes in Nederland doet zich ook voor in Meierijstad. De afname is zelfs wat sterker dan gemiddeld in Nederland. In vergelijking met de benchmarkgemeenten is in het eerste kwartaal het aantal misdrijven per 10.000 inwoners relatief laag (figuur 25) en Meierijstad wijkt sterk positief af van het Nederlandse gemiddelde met veiligheid (figuur 26). Alleen de benchmarkgemeente Hardenberg scoort op beide indicatoren nog iets beter dan Meierijstad.

De ex-burgemeester van Tilburg Peter Noordanus verwoordde kraakhelder wat het probleem is en waarom hij vond dat hij dit moest aanpakken. “Op de middelbare scholen in Tilburg gaat een tarievenlijst rond. Voor het knippen van toppen van wietplanten krijgen ze vijfhonderd euro per dag, als drugskoerier krijgen ze duizend euro en op de uitkijk staan, levert ook een fors bedrag op” (…) De burgemeester sprak een joch “dat met wietzolders meer verdiende dan een Kamerlid”. En hij vond dat onacceptabel en desastreuse rolmodellen die aangepakt moesten worden. Ook de directeur van het multiculturele schoonmaakbedrijf MAS Dienstverleners kent dergelijke voorbeelden. “Ik heb Marokkaanse jongens van achttien gesproken die twee ton hadden verdiend. Twee ton! En hun ouders hebben vaak géén idee. Die vragen maar de hele dag: ‘heb je een baan voor mijn zoon?’ Drie keer raden wat zo’n jongen op een gegeven moment antwoordt”. Bram Endedijk, “De burgemeester als misdaadbestrijder. Interview Peter Noordanus burgemeester van Tilburg”, in: NRC Handelsblad, 29 september 2017, blz. 11. Pieter Tops en Jan Tromp, De achterkant van Nederland. Hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken, Amsterdam, 2017, blz.

54; Boudewijn Geels, “Zolang jongeren uitkeringen ontvangen krijg je ze niet aan het werk” (interview met Rahma el Mouden), in: Het Financieele Dagblad, 4 november 2016; Peter Noordanus, Een pact voor de rechtstaat. Een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in tien jaar, Aanjaagteam Ondermijning, Den Haag, december 2020, blz. 17, 31, 67-77. 118

Manifest, Kom op voor de meest kwetsbare gebieden, Zaanstad, 2021. Urgente oproep van vijftien burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling

119

Pieter Tops en Jan Tromp, De achterkant van Nederland. Hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken, Amsterdam, 2017; Hans Boutellier, Mauro Boe-

120

VNG, Naar een Waardenvolle Informatiesamenleving. Digitale Agenda Gemeenten 2024, Den Haag, s.a.

tegen te gaan. lens en Niels Hermans, Weerbare wijken tegen ondermijning. Contouren van een nieuwe strategie, Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, juli 2019, blz. 5.

46

Figuur 25: Totaal misdrijven per 10.000 inwoners 1e kwartaal 2021 in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners, de provincie en Nederland

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

Figuur 26: Score op dimensie veiligheid Leefbaarometer (in afwijking van het Nederlandse gemiddelde) in Meierijstad, benchmarkgemeenten, vergelijkbare gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners, de provincie en Nederland

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

De grootste veiligheidsopgave voor Meierijstad is waarschijnlijk om zich te beschermen tegen cybercriminaliteit en om de inwoners op dit terrein weerbaarder te maken, en om de ondermijning te beheersen en terug te dringen. De provincie Noord-Brabant is in Nederland koploper productielocaties, opslaglocaties en dumplocaties van synthetische drugs (figuur 27).

47

Figuur 27: Aantal productie-, opslag- en dumplocaties van synthetische drugs per provincie in 2019

Bron: ERISSP Landelijk Overzicht Synthetische Drugs

2.5

Ruimtelijke en woontrends

Landelijke trends en ontwikkelingen Schaarse ruimte vraagt om duidelijke lange termijn keuzes en sturing Nederland staat voor grote ruimtelijke opgaven. Aanpassingen van de leefomgeving aan klimaatverandering en de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie vragen ruimte, evenals de voortgaande verstedelijking en de beoogde natuurontwikkeling. Daarnaast staat de landbouw, vanouds de belangrijkste drager van het Nederlandse cultuurlandschap, voor fundamentele veranderingen. Bij al deze ruimtelijke opgaven is de regio steeds meer de plek waar de nieuwe duurzaamheidsopgaven en de klassieke ruimtelijke opgaven samenkomen en met elkaar concurreren. De afstemming tussen woningbouw, nieuwe werklocaties, natuurontwikkeling, energietransitie en klimaatadaptatie vergt integrale afwegingen in de regio. Hierbij reikt de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) drie afwegingsprincipes aan: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) stel de kenmerken en identiteit van het gebied centraal, 3) voorkom afwenteling naar andere gebieden en toekomstige generaties.

Het Planbureau voor de Leefomgeving reikt met de Atlas van de Regio veel (kaart)gegevens aan die het mogelijk maken om met elkaar in gesprek te gaan en de ruimtelijke opgaven af te wegen.121 Waar worden bijvoorbeeld nieuwe woonwijken ontwikkeld? Op welke locaties komen veel windturbines? En waar liggen gebieden met een verhoogde kans op overstroming? De samenhang tussen deze opgaven staat centraal in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de uitwerking ervan in lokale en regionale omgevingsvisies en verstedelijkingsstrategieën. Voor het landelijk gebied bestaan er vele sectorale programma’s naast elkaar en moet het proces van integrale afweging nog op gang komen. Er is een sterke sturing nodig op de ruimtelijke keuzes vanuit het perspectief van de energietransitie, circulaire economie, natuurversterking, voedseltransitie, klimaatadaptatie, wonen, werken en mobiliteit. De afgelopen decennia is geen keuze gemaakt tussen prioriteiten met betrekking tot de leefomgeving. De conflicterende belangen zijn naast elkaar in stand gehouden en soms zelfs naast elkaar gestimuleerd. Zo wil Nederland op een beperkt stukje grond én de agrosector stimuleren én wereldspeler zijn én ook natuurdoelen halen. En nog ‘gewoon’ kunnen leven. Door verkokerd rijksbeleid ontbreekt het aan duidelijke lange termijn keuzes en sturing. Het én-én beleid loopt spaak.

Zoals treffend verwoord in de titel van het rapport van de Commissie Remkes: “Niet alles kan overal”.122 Er is behoefte aan een nieuwe aanpak op basis van initiatieven van onderop met voldoende

121 PBL, Atlas van de Regio, Den Haag, november 2020, https://www.pbl.nl/publicaties/atlas-van-de-regio 122 Commissie Remkes, Niet alles kan overal, Amersfoort, juni 2020

48

financiële steun en beleidsmatige rijkssturing. Er is behoefte aan de vormgeving van meer regie en wij staan voor een kantelpunt in de ruimtelijke ordening.123 Tekorten op de woningmarkt: insiders profiteren en outsiders zijn de dupe Het woningtekort beheerst het nieuws. Koopprijzen zijn tot historische hoogtes gestegen, wachttijden lopen op en vrijemarkthuren kosten een modale verdiener al gauw meer dan de helft van zijn inkomen. Eind 2020 berekende ABF dat het woningtekort 330.000 woningen bedraagt.124 Ook het tekort aan sociale huurwoningen loopt op. Omdat de corporaties dertig miljard euro tekort komen worden 125.000 woningen te weinig bijgebouwd tot 2035 en 50.000 woningen niet verduurzaamd.125 De tekorten zitten vooral in de Randstad en in de steden. Wachttijden voor een sociale huurwoning lopen op tot boven de tien jaar. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten, maar plekken waar je meteen een huis krijgt, bestaan niet meer. De oorzaak van het woningtekort is eenvoudig: elk jaar neemt het aantal huishoudens sneller toe dan het woningaanbod. Dit komt in belangrijke mate door toestroom vanuit het buitenland: statushouders (en nareis door hun gezinsleden), arbeidsmigranten, expats, buitenlandse studenten; allemaal groepen die jaar op jaar groter uitpakten dan voorspeld. Bovendien worden huishoudens gemiddeld nog steeds kleiner, en de vergrijzing versterkt dit.

De nieuwbouw houdt de vraag niet bij. Het huidige woningaanbod sluit ook kwalitatief gezien onvoldoende aan op de huidige en toekomstige vraag. Woningen staan niet op de goede locatie in het land: het is dringen in de Randstad, terwijl in delen van het ‘Randland’ sprake is van relatieve ontspanning. Verschillen spelen ook binnen provincies. De steden blijken bovengemiddeld aantrekkelijk voor kleine huishoudens en nieuwkomers vanuit het buitenland. Prognoses duiden vooral nabij centra en stations op forse groei van het inwoneraantal. De mismatches worden ook verklaard omdat er steeds meer kleine huishoudens komen. Tegenwoordig zoeken vooral één- en tweepersoonshuishoudens, terwijl zeventig procent van de woningen een gezinswoning is. Die matmatch zien we vooral in de buitenwijken en in de randgemeenten. Juist die hebben te maken met een bevolkingsafname en daar zien we veel empty nesters in ruime eengezinswoningen. De wijken waar nu veel ouderen wonen, zijn indertijd nogal ruim zijn opgezet. Dat biedt stedenbouwkundige mogelijkheden. Door de krappe woningmarkt zitten tal van groepen in de knel. Stadsbestuurders worden dagelijks met hen geconfronteerd. Jongeren blijven steeds langer thuis wonen. Ex-studenten keren noodgedwongen terug naar hun ouders. De middengroepen verdienen te veel voor een sociale huurwoning en hebben te weinig spaargeld voor een koopwoning.

Woonstarters worden weggeconcurreerd door beleggers, en moeten vervolgens hetzelfde huis huren voor dubbel zo hoge woonlasten. Enig vermogen opbouwen is zo nauwelijks mogelijk. Het aantal dak- en thuislozen is in tien jaar tijd verdubbeld. De ‘vitale beroepen’ met een modaal inkomen trekken noodgedwongen uit de stad, moeten dagelijks ver reizen (en zeggen vervolgens hun baan in de stad op). Ouderen zien geen aantrekkelijk aanbod en blijven steeds langer wonen in hun grote eengezinshuis. De doorstroming stagneert aan alle kanten. Steeds duurdere woningen Het woningtekort, de lage rente, verruimde leenmogelijkheden, een wereldwijd overschot aan kapitaal, (het beeld van) vastgoed als waardevaste belegging, een gunstig consumentenvertrouwen doen de woningprijzen stijgen.126 In heel Nederland verdubbelden de huizenprijzen bijna gedurende de laatste twintig jaar (+ 94 procent). De prijsontwikkeling verschilt aanzienlijk per gemeente. Gemiddeld gezien stegen huizenprijzen in de G40 nog iets harder (+ 98 procent) en bleef de stijging in de M50 iets achter (+ 81 procent). Het afgelopen jaar, tijdens de coronapandemie, gingen de prijzen extra hard. De gemiddelde verkoopprijs van een woning steeg van april 2020 naar april 2021 met bijna 15 procent. De grootste stijging in twintig jaar.

123

Han Lörzing, Een land waarover is nagedacht. Hoe de planners Nederland vormgaven, Amsterdam, 2021, blz. 290; Ministerie BZK, Van woorden naar

124

Ministerie BZK, Staat van de Woningmarkt, jaarrapportage 2020, Den Haag, juni 2020.

125

Ministerie BZK, Hoofdrapport Opgaven en middelen corporatiesector, bijlage bij Kamerbrief over bestedingsruimte.

126

Gegevens in deze alinea komen uit digitale gegevens van CBS, NVM en Kadaster, geraadpleegd mei 2021.

daden: over de governance van de ruimtelijke ordening, IBO ruimtelijke ordening, Den Haag, 6 april 2021, blz. 24 e.v.

49

Kopers betalen (dus) een hoge prijs, hebben weinig keuze (nog geen twee woningen per kandidaat-koper), bieden vaak tegen elkaar op, moeten snel beslissen en betalen vaak boven de vraagprijs (meer dan 60 procent). Voor alle aspirant-kopers zijn momenteel in heel het land maar zo’n 17.500 woningen te koop. Dat heet een verkopersmarkt in makelaarsjargon. Een stijging van de huizenprijzen met 15 procent betekent dat een gemiddelde huizenbezitter in één jaar tijd ongeveer 48.000 euro rijker is geworden. Met elk coronanachtje werd hij of zij 130 euro slapend rijker! Tegenstellingen nemen toe Er is op veel terreinen een toenemende kloof. Tussen goede en slechte buurten, tussen kopers en huurders, tussen stad en platteland en tussen Randstad en Randland. Zwakke wijken worden steeds meer een verzamelplaats van mensen die achterblijven in de samenleving, met een lager inkomen, lagere opleiding, zonder vaste contracten, met een slechtere gezondheid, lagere levensverwachting, psychische en sociale problemen en onvolledige gezinnen. In wijken met meer overlast, meer criminaliteit en ondermijning, en minder leefbaarheid. Nederland verandert in een lappendeken van winnaars en verliezers.127 Is de coronacrisis een trendbreuk? De vraag is wat de effecten zullen zijn van de coronacrisis op middellange termijn.

Veel studenten, kenniswerkers en arbeidsmigranten keerden in 2020 terug naar hun thuisland: is hier sprake van tijdelijk of blijvend minder druk op de woningmarkt? Cijfers van makelaars laten zien dat de vraag naar woningen het laatste jaar is veranderd.128 De vraag is toegenomen naar ruimere woningen, met voldoende buitenruimte, en die mag verder weg gelegen zijn van de werkplek (in de Randstad). Over een blijvende invloed van de coronapandemie op de ruimte en de woningmarkt is het vooralsnog gissen.

Landelijke opgaven, kansen, denk- en oplossingsrichtingen De toekomstige ruimtelijke opgave Centraal in de NOVI staat de leefomgevingskwaliteit. Dit omvat luchtkwaliteit, geluid, bodem, omgevingsveiligheid, betaalbaarheid van woningen, toegang tot onderwijs en voorzieningen, cultureel erfgoed, natuur en biodiversiteit, klimaatbestendigheid (onder meer tegen hittestress), water(opvang) en de landschappelijke kwaliteit van het ommeland. Op veel onderdelen van de transities, voor de koppeling tussen de transities en voor duurzaam ruimtegebruik ontbreekt (nog) een governance-structuur die zorgt voor gezamenlijke regie op de gestelde doelen.129 De Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) verwacht dat de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie) op regionaal niveau steeds meer met elkaar verbonden zullen worden. De Raad constateert dat de meeste duurzaamheidsinitiatieven op dit moment kleinschalig en geïsoleerd zijn, het kenmerk hebben van ‘aanmodderen’, zich beperken tot één van de genoemde duurzaamheidsopgaven en onvoldoende samenhang vertonen. De initiatieven hebben wel resultaat, maar tellen niet op tot een fundamentele omslag en staan (nog) niet in verhouding tot de doelen die in 2050 moeten zijn behaald.

Er zijn impulsen nodig om tot méér cross-sectorale initiatieven te komen tussen bijvoorbeeld de landbouw en de bouw, of tussen de landbouw en de industrie. Volgens de Raad zal de regio die het snelst de cross-overs weet te realiseren, de kansen die gepaard gaan met de vier duurzaamheidstransities het beste weten te benutten. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur heeft met ‘Zicht op de Delta in 2050’ geschetst hoe in de Zuidwestelijke Delta als voorbeeld het eindbeeld kan zijn als de vier duurzaamheidsopgaven in samenhang

127

Floor Milikowski, Een klein land met verre uithoeken; ongelijke kansen in veranderend Nederland, Amsterdam, 2020.

128

Marktinformatie Koopwoningen, kwartaalberichten van de NVM

129

PBL, Atlas van de Regio, Stedelijke ontwikkeling, Den Haag, 2020; Raad voor het Openbaar Bestuur, Van Parijs naar praktijk. Bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het klimaatakkoord, Den Haag, januari 2021, blz. 8; Programmateam NAS, Nationaal perspectief klimaatadaptatie. Groeiende opgave in een snel veranderende omgeving, Den Haag, februari 2020, blz. 4.

50

opgepakt worden.130 Met Panorama Nederland en de Zuidwestelijke Delta zijn toekomstbeelden en -verhalen beschikbaar die lokaal en regionaal gekopieerd kunnen worden. De NOVI is in het huidige stadium nog erg gericht op het ‘moeten’ en nog weinig op een ‘verlangen’. We moeten de CO2-uitstoot terugbrengen, we moeten nog een miljoen woningen bouwen, enzovoort.131 Met Panorama Nederland zijn de NOVI-opgaven in samenhang en als wenkend perspectief bij elkaar gebracht. Aanjagen nieuwbouw: opgave voor rijk én gemeenten Het kabinet stelde al eerder als doel om het woningtekort in vijftien jaar terug te brengen door minimaal 75.000 woningen per jaar te bouwen.132 Dat lukte de afgelopen jaren met veel inspanning, maar staat door de dalende afgifte van bouwvergunningen weer onder druk. In juni 2020 pleitte de ‘Woningbouwalliantie’, een samenwerking van gemeenten, bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties, voor verregaande afspraken om fors te investeren. Een miljoen woningen erbij.133 De ‘Actieagenda Wonen’ pleitte er voor om de extra woningen sneller te bouwen en te streven naar de bouw van 120.000 woningen per jaar.134 Dat is anderhalf keer de huidige woningproductie. Dat kan door industrialisering van het bouwproces, verkorting van procedures en uniformering van regelgeving. Vooralsnog zijn de plannen verre van concreet.

Vooralsnog hangen de verhuurderheffing, de stikstofproblematiek, het trage vergunningenstelsel, bezwaarprocedures en het gebrek aan locaties, personeel en bouwmaterialen als donkere wolken boven alle voornemens. Hoe kunnen we méér woonruimte creëren zonder bij te bouwen Ondertussen gaat de huishoudensverdunning gewoon door; nu al woont in veertig procent van de huizen één persoon. Eén mogelijke oplossing voor het woningtekort die maar weinig aandacht krijgt, is het intensiever benutten van de bestaande woningvoorraad. Kansrijke mogelijkheden op lokaal niveau om méér woonruimte te creëren zijn: samenwonen en inwonen stimuleren, splitsing van grote (gezins-)huizen, woningbouw op platte daken, wonen toestaan in bijgebouwen (schuur, garage) en prioriteit in het bouwbeleid voor aantrekkelijke woningen voor senioren, om doorstroming op gang te helpen. Natuurlijk zijn er ook volop belemmeringen.135 Bijvoorbeeld de kostendelersnorm, een huurprijsstijging bij verhuizing (vaak bij sociale woningbouw), de werking van de huurtoeslag (éénpersoonshuishoudens krijgen meer huurtoeslag bij dezelfde huurprijs), en de stapeling aan eisen (geluidsisolatie, brandveiligheid, bouwtechnische en welstandseisen, duurzaamheid, groene buitenruimte). Bij alles geldt: minder ontmoedigen en verbieden, en meer stimuleren, faciliteren en activeren.

En belangrijk: maak het lonend dat mensen gaan samen wonen! Vergroten van de flexibiliteit De coronacrisis laat zien dat de toekomst snel kan veranderen. En hoe onzeker die toekomst is. In het beleid is het belangrijk om in te spelen op die onzekerheid. De coronacrisis liet ons zien dat veranderingen snel kunnen gaan en dat alle partijen in tijden van crisis van de overheid een sterke regie vragen. Kunnen we in het beleid voor onze steden en dorpen hierop op anticiperen en kunnen we lessen trekken uit de vorige economische crisis? Door bijvoorbeeld anticyclisch te investeren en dat bij voorkeur in woningverbetering, leefbaarheid en veiligheid in wijken met goedkope woningen (want juist daar vallen economische klappen). Werken aan zowel lange termijnoplossingen als korte termijnoplossingen. Bijvoorbeeld regels om inwonen te vergemakkelijken of meer functiemenging op het platteland toe te staan. Naast woningen voor vijftig of honderdvijftig jaar, ook tijdelijke woningen, verplaatsbaar als nodig. Het toevoegen van gedeelde en gezamenlijke woonvormen in de vorm van bijvoorbeeld een wooncoöperatie, collectief wonen, erfdelen of gerealiseerd in collectief particulier

130

De Zuidwestelijke Delta omvat Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en het westelijk deel van Noord-Brabant; het hoefijzergebied binnen de verstedelijkte en infrastructurele zwaartepunten Rotterdam en Antwerpen. Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), De som der delen. Verkenning samenvallende opgaven in de regio, Den Haag, maart 2019, blz. 7, 9 – 14, 40 en 41.

131

Frank van Dam en Leo Pols, “Teloorgang tegengaan” (interview met Berno Strootman), in: Ruimte en Wonen, 20 maart 2018.

132

Brief van de regering aan de Tweede Kamer, Nationale woonagenda 2018-2021, 23 mei 2018, nr. 32847-435.

133

Woningbouwalliantie, De crisis uit investeren met Toekomstbestendige woningbouw, 11 juni 2020 (brief aan Kabinet en Kamers).

134

Aedes en 33 andere partijen, Samen werken aan goed wonen Actieagenda Wonen, 17 februari 2021. Platform31, Beter benutten van de bestaande woningvoorraad, Den Haag, juni 2021; Frank Wassenberg, “Eén miljoen woningen en extra bouwen? Gebruik beter wat er al staat?”, in: De Volkskrant, 8 juni 2021. 135

51

opdrachtgeverschap. Het betekent open staan voor nieuwe partijen en nieuwe spelers op de markt.136 Met meer flexibiliteit kun je gemakkelijker inspelen op veranderende woonwensen en huishoudenssamenstellingen, en op maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Corona heeft laten zien hoe belangrijk aanpasbaarheid en flexibiliteit zijn. Wijkenaanpak nieuwe stijl In veel steden groeide het afgelopen decennium de kloof tussen goede en slechte wijken. Kansarmen wonen in toenemende mate bij elkaar: mensen zonder werk, met schulden, mensen die begeleiding of zorg nodig hebben en mensen waar corona harder toeslaat. Problemen concentreren zich in wijken met een eenzijdige woningvoorraad en sociale huurwoningen. Sinds kort bezinnen zowel gemeenten en corporaties als het Rijk zich weer op een actievere inzet in kwetsbare wijken.

Een actievere inzet om de leefbaarheidsverschillen te verminderen, vanwege de verduurzamingsopgave (aardgasvrije wijken), het wegnemen van de voedingsbodem en voorkomen nieuwe aanwas voor ondermijning, de vergrijzing (langer thuis wonen, eenzaamheid), de extramuralisering (uitstroom Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de wijk) en om collectieve gezondheidsaanpakken mogelijk te maken.137 Op wijk- en buurtniveau kan veel geleerd worden van eerdere inspanningen (grotestedenbeleid, stadsvernieuwing, stedelijke vernieuwing, sociale vernieuwing en het pracht- (of kracht-, of aandachts-)wijkenbeleid). Ook toen hadden de inspanningen het kenmerk van integraal, sectoroverstijgend, partijen verbindend en een combinatie van lange termijn oplossingen met quick wins. Zijn de lessen van toen weer te benutten? Ontwikkelkansen in vergeten stadsrandwijken Een groot deel van de Nederlanders woont, leeft en werkt in de buitenwijken van steden en (grotere) dorpen. Het zijn wijken waarover je maar weinig hoort, wijken zonder grote problemen, wijken waaraan sinds de bouw weinig beleidsaandacht is besteed, maar waar wel langzaamaan huizen, bewoners en de leefomgeving verouderen. Een ruwe schatting laat zien dat het al gauw om wijken met één miljoen woningen gaat; dat is 1/8 van heel Nederland. In deze wijken liggen grote kansen, die maar weinig zichtbaar zijn.

In vergelijking met opleveringsjaren (jaren ’60, ’70, ’80 van de vorige eeuw) woont er momenteel nog circa twee derde van het oorspronkelijke aantal mensen. Het is dus rustiger op straat, en er is minder draagvlak voor voorzieningen en er ligt de nodige overgedimensioneerde infrastructuur (vierbaanswegen, ruime parkeerterreinen, winkelcentra in laagbouw). De woningen zijn niet slecht, maar er is een verduurzamings-inhaalslag nodig plus groot onderhoud. Een halve eeuw na de bouw zullen er veel woningen vrijkomen, veelal rijtjeswoningen, en steeds vaker in koop. Voor zeven wijken in Nederland is getoond hoe dergelijke wijken verbeterd kunnen worden in het licht van de grote maatschappelijke opgaven.138

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=fb014dcf-9887-4320-82e0-f8bf17a08006