3.6 Onderbouwing Weievenseweg 30 e.a. Sint-Oedenrode
Tekst van het document
29 Sint-
3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1.
Kansen voor kwaliteit
(agrarische) bebouwing in het buitengebied van Meierijstad. Het doel is om deze herontwikkeling te laten bijdragen aan de verbetering van de omgevingskwaliteit, met oog voor de kenmerken van het landschap en betrokkenheid van omwonenden en belanghebbenden. Het buitengebied van Meierijstad is groot en divers. Dit buitengebied kent verschillende typen gebieden. Gebieden waar het primaat ligt bij de landbouw, gebieden die belangrijk zijn voor natuur en recreatie en gebieden waar landbouw en andere functies, zoals wonen en recreatie, naast elkaar voorkomen. Belangrijk voor het toelaten van een bepaalde functie is dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de vrijkomende locatie ligt. In Meierijstad worden op hoofdlijnen de volgende drie gebiedstypen onderscheiden: 1. agrarisch; 2. verweving van functies; 3. natuur en recreatie. Bij deze indeling is gekeken naar de meest aanwezige functie en de begrenzing van de landschapstypen (beekdalen, jonge heideontginningen, boscomplexen, enz.) zoals opgenomen in de Landschapsanalyse Meierijstad boscomplexen en
Figuur 3.3.1.1: Kaart gebiedstypologieën Meierijstad met aanduiding locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong. (bron: Kansen voor Kwaliteit).
30 Sint-
De locaties Jekschotseweg 39 en 41 en Lieshoutseweg ong. liggen Binnen dit gebiedstype speelt de landbouw een belangrijke rol. Maar in deze gebieden zijn de agrarische bedrijven niet de enige gebruikers. Door de tijd hebben agrarische bedrijven plaatsgemaakt voor zijn in principe alle functies mogelijk. Of een functie daadwerkelijk op een specifieke locatie haalbaar is, hangt af van de impact op de (directe) omgeving. De gemeente heeft een onderscheid gemaakt tussen gebiedsgebonden functies (functies die een zekere relatie met het buitengebied hebben of die vanouds aan het buitengebied gerelateerd worden; agrarisch verwante bedrijven en agrarisch-technische hulpbedrijven en recreatieve functies), gebiedspassende functies (functies die op zich horen op een bedrijventerrein of binnen de bebouwde kom, maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in (delen van) het buitengebied, zoals wonen of niet-agrarische bedrijven) en gebiedsstrijdige functies (zoals detailhandel, showrooms, kantoren met baliefunctie of bepaalde niet-agrarische bedrijven). Op de locatie Jekschotseweg 41 verandert niet veel. De mogelijkheid om vee op de locatie te houden wordt opgeheven. De locatie blijft in gebruik voor het akkerbouwbedrijf. Op de locatie Jekschotseweg 39 is nu nog de (voormalige) agrarische bedrijfswoning met (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig.
Wonen wordt omschreven als een gebiedspassende functie binnen het dit gebiedstype, maar er wordt wel kritischer getoetst op kwaliteit. Aangezien er sprake is van een onacceptabel woon- en leefklimaat op de locatie Jekschotseweg 39 is verplaatsing van de woning naar de locatie Lieshoutseweg ong., waar sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat, passend. concentratie van (intensieve) veehouderijen. Belangrijkste doel voor dit gebiedstype is het bieden van een blijvend duurzaam perspectief voor de (intensieve) veehouderij. De bedrijfsontwikkeling van deze (intensieve) veehouderijen staat - met inachtneming van de regelgeving - voorop. In deze gebieden is de gemeente terughoudend met de toevoeging van een geurgevoelig object, zoals een woning of een recreatieve functie, omdat die een mogelijke belemmering kunnen vormen voor het ontwikkelpotentieel van de omliggende (intensieve) veehouderijen. Daarbij is door de concentratie van (intensieve) veehouderijen het gebied ook minder geschikt voor de toevoeging van een geurgevoelig object. Dat betekent ook dat als er een (intensieve) veehouderij stopt binnen dit gebiedstype, het gebruik bij voorkeur agrarisch blijft. Zoals hiervoor al aangegeven is een agrarisch-technisch hulpbedrijf een gebiedsgebonden functie, die past in de doelstelling ofwel het ontwikkelingsperspectief van het buitengebied.
Een dergelijk bedrijf past goed binnen het gebiedstype , aangezien deze vorm van bedrijvigheid volledig gericht is op het verlenen van diensten aan omliggende agrarische bedrijven en geen belemmering vormt voor het ontwikkelpotentieel van omliggende (intensieve) veehouderijen. De gemeente Meierijstad wil bij de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bedrijfslocaties kwantitatieve normen loslaten en maatwerk toepassen. Van kwantitatieve beoordeling gaat men over naar kwalitatieve beoordeling (van vinken naar vonken) en is het mogelijk elk initiatief afzonderlijk in overweging te nemen. Voor deze kwalitatieve beoordeling gaat de gemeente meer kijken naar de specifieke kenmerken van de locatie/omgeving en de ruimtelijke kwaliteit die met een initiatief wordt behaald. De gemeente hanteert voor de kwalitatieve beoordeling de volgende drie hoofdprincipes: 1. omgeving is leidend; 2. kwaliteitsimpuls is vereist; 3. afstemming is nodig. In dit geval is er sprake van een totaalplan waarbij de mogelijkheid tot het exploiteren van een veehouderij aan de Jekschotseweg 39, Jekschotseweg 41 en Weievenseweg 30 wordt doorgehaald. Deze laatste twee locaties transformeren in respectievelijk een akkerbouwbedrijf en een agrarisch-technisch hulpbedrijf.
Het opheffen van een agrarisch bouwvlak voor een veehouderij leidt altijd tot significante milieuwinst en daarmee tot verbetering van de omgevingskwaliteit.
31 Sint-
Ook de verplaatsing van de woning van de Jekschotseweg 39 naar de Lieshoutseweg ong. levert een kwaliteitswinst op, aangezien de woning van een omgeving met een extreem slecht woon- en leefklimaat verplaatst wordt naar een omgeving met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De conclusie is dan ook dat het totaalplan voor de locaties past binnen het afwegingskader, zoals geformuleerd 3.3.2.
Handreiking kwaliteitsverbetering
ept)
-Brabant, zie paragraaf 3.3.2, dient een omgevingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied tevens te zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het landschap. Sloop van bebouwing en landschappelijke inpassing zijn mogelijkheden om te komen tot kwaliteitsverbetering. Afhankelijk van de situatie kan tevens worden gewerkt met een passende financiële bijdrage, die in een landschapsfonds wordt gestort. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan. De gemeente Meierijstad is enkele jaren geleden gestart met de voorbereiding van een handreiking hiervoor. De handreiking is nog (steeds) in concept, maar de getallen kunnen gebruikt worden voor het berekenen van de kwaliteitsverbetering. In de handreiking zijn ruimtelijke ontwikkelingen in drie categorieën ingedeeld, beoordeeld op impact op de omgeving en het landschap. Het totaalplan voor de locaties Jekschotseweg 39, Lieshoutseweg ong. en Weievenseweg 30 betreft een categorie-3 ontwikkeling. Dit betekent dat naast een basisinspanning, bestaande uit een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en een borging van uitvoering en beheer, ook een kwaliteitsverbetering is vereist. Voor de locaties Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong.
is een inrichtingsplan opgesteld met een voorstel voor de landschappelijke inpassing, zie bijlagen 1 en 2. De landschappelijke inpassing van deze locaties wordt middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het omgevingsplan en in een anterieure overeenkomst vastgelegd, waarmee is gegarandeerd dat de beplanting wordt gerealiseerd en ook in de toekomst blijft gehandhaafd. Daarnaast is een kwaliteitsberekening gemaakt, zie als bijlage 3 aan deze motivering is toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat -. De tegenprestatie die wordt geleverd bestaat uit sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en verharding op de locatie Jekschotseweg 39, een afname van verstening op de locatie Weievenseweg 30 en realisatie, onderhoud en beheer van de landschappelijke inpassing van de locaties Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong.. De tegenprestatie wordt gewaardeerd tegen een bedrag van 44.770,00. De kwaliteitsverbetering als gevolg van de ontwikkeling bedraagt 2.042,85. stimuleert sloop van overtollige (agrarische) bebouwing in het buitengebied van Meierijstad om ruimtelijke kwaliteit te verbeteren en ongewenst gebruik van leegstaande panden tegen te gaan. Op grond van deze regeling kan subsidie verstrekt worden voor het slopen van gebouwen en glasopstanden. Het fonds waaruit de subsidies worden voldaan, kan gevuld worden door afdracht van derden in het kader van kwaliteitsverbetering.
Hiermee wordt een financiële afdracht gedaan door initiatiefnemers, wanneer investering ter plaatse niet of niet geheel mogelijk is gebleken. Deze gelden dienen dan door de gemeente voor kwaliteitsverbetering te worden ingezet. Aangezien het principebesluit voor voorliggende wijziging van het omgevingsplan op 29 oktober 2024 is genomen, ruim voor de inwerkingtreding van de nieuwe subsidieregeling, en er dus sprake was van een lopend initiatief, wordt gebruik gemaakt van de handreiking kwaliteitsverbetering. 3.3.3.
Toekomstvisie Meierijstad (ontwerp)
De ontwerp-toekomstvisie Meierijstad (2025) schetst hoe de gemeente zich richting 2040 wil ontwikkelen. De visie vormt het strategisch kader voor ruimtelijke, economische en maatschappelijke keuzes en wordt vastgesteld als omgevingsvisie. Voor het buitengebied worden de volgende kernpunten in de visie benoemd: Vitaal landelijk gebied: Meierijstad streeft naar een vitaal buitengebied met behoud van de landschappelijke kwaliteit. Dit betekent ruimte voor agrarische bedrijvigheid, natuur, recreatie en landschapsontwikkeling.
32 Sint-
Kwaliteitsverbetering: Er is veel aandacht voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit gebeurt onder andere door het stimuleren van sloop van overtollige (agrarische) bebouwing, hergebruik van gebouwen, en het voorkomen van leegstand. Balans tussen functies: Het beleid zoekt een balans tussen landbouw, natuur, wonen en werken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kwaliteit van het landschap en het leefklimaat in het buitengebied. Duurzaamheid en innovatie: Er wordt ingezet op duurzame landbouw, klimaatadaptatie en innovatieve vormen van landgebruik. Samenwerking en participatie: De visie is opgesteld samen met inwoners, ondernemers en organisaties. Initiatieven uit het buitengebied worden gestimuleerd, mits ze passen binnen de kwaliteitsdoelstellingen. Meierijstad zet dus in op een toekomstbestendig, aantrekkelijk en vitaal buitengebied door kwaliteitsverbetering, functiemenging en samenwerking centraal te stellen in het beleid. De wijziging van het omgevingsplan voor de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong. past binnen de visie voor het buitengebied, met name omdat het totaalplan leidt tot een betere balans tussen functies en een kwaliteitsverbetering.
33 Sint-
4.
Omgevingsaspecten
Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient voor diverse milieu- en omgevingsaspecten te worden aangetoond dat de ontwikkeling uitvoerbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch of planologisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en/of de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de ontwikkelingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong. nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlagen deel uit van deze motivering.
4.1.
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (hierna: mer) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming hierover. De wetgeving omtrent de mer is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Bijlage V van het Ob betreft een tabel met de aanwijzing van projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. Onderdeel J. betreft infrastructurele en ruimtelijke projecten. Voor wat betreft bedrijvigheid zijn alleen industrieterreinen als project in kolom 1 van deze tabel vermeld. De bedrijvigheid op de locatie Weievenseweg 30 valt niet onder deze categorie. Voor wat betreft woningbouw zijn alleen stedelijke ontwikkelingsprojecten (met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen) als project in kolom 1 van deze tabel vermeld. De verplaatsing van de woning van de Jekschotseweg 39 naar de Lieshoutseweg ong. betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. Op de locatie Jekschotseweg 41 verandert weinig; alleen de mogelijkheid om hier vee te houden vervalt. Er geldt geen merbeoordelingsplicht in het kader van het omgevingsplan. Conclusie milieueffectrapportage functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..
4.2.
Bodem
Het aspect bodem (-kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden aangetoond dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het beoogde gebruik. bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Ow). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied is en of dit aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functie. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan de daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage llA Bal). De gemeente kan echter in haar omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid van het Bkl niet worden overschreden. De gemeente Meierijstad heeft geen (aanvullende) regels in het omgevingsplan opgenomen.
34 Sint-
4.2.1.
Jekschotseweg 39
Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden. Vanwege de functiewijziging is op de locatie een zogenaamd onderzoek uitgevoerd door Bodeminzicht. De rapportage d.d. 20 maart 2025 is toegevoegd als bijlage 4 bij deze motivering. Hierna volgt de samenvatting, conclusie en het advies. Het bodemonderzoek op de locatie Jekschotseweg 39 te Sint-Oedenrode is uitgevoerd vanwege de sanering van de agrarische bebouwing en de aanwezigheid van voormalige brandstof- en dieseltanks. Uit het vooronderzoek (NEN5725) blijkt dat deze tanks als verdachte locaties zijn aangemerkt, evenals de druppelzones onder asbesthoudende daken zonder goot. Uit het eindonderzoek deellocaties (NEN5740) en het bodemonderzoek naar de druppelzones (NEN5740/5707) volgt dat tijdens het veldwerk geen bodemvreemde materialen zijn aangetroffen en dat de meeste onderzochte grond- en grondwatermonsters voldoen aan de eisen voor het beoogde gebruik volgens de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In de druppelzones zijn echter op meerdere plekken verhoogde -hechtgebonden asbest aangetroffen, waarvan enkele boven de interventiewaarde voor bodemkwaliteit liggen. De toplaag bij de overkapping van stal 2 (noordzijde) en alle druppelzones van stal 3 zijn ernstig verontreinigd met asbest.
Dit betekent dat sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging waarvoor bodemsanering noodzakelijk is. Geadviseerd wordt om vóór sloop van de bebouwing sanerende maatregelen te treffen bij de ernstig verontreinigde zones met asbest en deels PCB. De ODBN heeft sinds enkele maanden haar beleid met betrekking tot druppelzone onderzoek aangescherpt. Er dient voortaan altijd een SEM-analyse uitgevoerd te worden, hoe laag het aangetoonde asbestgehalte ook is. Omdat duidelijk is dat er plaatse van stal 2 en 3 de druppelzones verontreinigd zijn met asbest, worden deze gesaneerd. Volstaan kan worden met uitkeuring van putwand en putbodem (van de sanering) met analyse op SEM. Ook de druppelzone van stal 4 wordt gesaneerd. Onderzoek voorafgaand aan de sanering is in dat geval niet nodig. De uitkeuring van putwand en putbodem van de sanering worden verricht met analyse op asbest inclusief SEM. 4.2.2.
Jekschotseweg 41
Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking in de gebruiksmogelijkheden is geen verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. 4.2.3.
Weievenseweg 30
Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. Vanwege de functiewijziging is op de locatie een onderzoek uitgevoerd door Bodeminzicht. De rapportage d.d. 27 februari 2025 is toegevoegd als bijlage 5 bij deze motivering. Het bodemonderzoek op de locatie Weievenseweg 30 te Sint-Oedenrode is uitgevoerd vanwege de sanering van de agrarische bebouwing, de functiewijziging en de oprichting van nieuwe bebouwing. Uit het vooronderzoek (NEN 5725) blijkt dat er een spoelplaats en een voormalige ondergrondse huisbrandolietank aanwezig zijn. Deze locaties zijn in het kader van beëindiging van de intensieve veehouderij onderzocht als verdachte locaties.
35 Sint-
Daarnaast is de bodem in de druppelzone van het asbesthoudende dak van stal 2 verdacht op aanwezigheid van asbest en PCB. De overige bodem binnen het terrein wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Tijdens het eindsituatieonderzoek (NEN 5740) zijn geen bodemvreemde bijmengingen of oliewaterreacties waargenomen. De geanalyseerde grondmonsters ter plaatse van de spoelplaats en de voormalige tanklocatie voldoen aan de kwaliteitscriteria voor het beoogde gebruik, waarbij gehalten aan minerale olie, zink en vluchtige aromaten onder de interventiewaarden liggen. Ook in het grondwater zijn geen overschrijdingen van voorkeurswaarden vastgesteld. Het asbestonderzoek in de druppelzone (NEN 5740/5707) heeft geen visueel asbestverdacht materiaal aan het maaiveld of in de gezeefde grond aangetoond. De PCB-gehaltes in de toplaag vallen binnen de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. De aangetroffen asbestconcentratie is zeer laag en vormt geen risico op respirabele vezels. De bodemkwaliteit op de locatie Weievenseweg 30 voldoet aan de gestelde normen uit de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Er is geen sprake van bodemverontreiniging met PCB of asbest boven interventiewaarden. De bodem vormt geen belemmering voor de geplande functiewijziging, sloop en nieuwbouw. 4.2.4.
Lieshoutseweg ong.
Op de locatie Lieshoutseweg ong. vindt een functiewijziging plaats: de agrarische functie (landbouwgrond) wordt omgezet in een woonfunctie. Vanwege de functiewijziging is op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd door Bodeminzicht. De rapportage d.d. 1 februari 2025 is toegevoegd als bijlage 6 bij deze motivering. Hierna volgt de samenvatting en conclusie. Met het vooronderzoek (NEN 5725) is de milieuhygiënische voorgeschiedenis van de locatie onderzocht. Op basis hiervan wordt de locatie als onverdacht beschouwd: er zijn geen aanwijzingen voor bodemverontreiniging en de bodem wordt niet als asbestverdacht aangemerkt. Ook vanuit de directe omgeving worden geen negatieve invloeden op de bodemkwaliteit verwacht. Wel is bekend dat in de regio verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater kunnen voorkomen, maar deze worden als regionaal verhoogd beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden geen verontreinigingen verwacht. Op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 niet noodzakelijk. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging en woningbouw. 4.2.5.
Conclusie bodem
Het advies voor de locatie Jekschotseweg 39 wordt opgevolgd. Voorafgaand aan de sloop van de bebouwing worden sanerende maatregelen getroffen bij de ernstig verontreinigde zones met asbest en deels PCB. De bodemkwaliteit op de locaties Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong. vormt geen belemmering voor de functiewijzigingen op die locaties. Het aspect bodem vormt eveneens geen belemmering voor de functiewijziging op de locatie Jekschotseweg 41.
4.3.
Milieuzonering
Het begrip 'inrichting' uit de voormalige Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; dit is vervangen door milieubelastende activiteiten . Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing.
36 Sint-
In hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan gemeente Meierijstad zijn regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen of andere gevoelige functies krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; Het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. In oktober 2024 is een nieuwe VNGgericht op de regulering van milieuhinderlijke activiteiten en de inpassing van bedrijventerreinen in het omgevingsplan. De handreiking is minder geschikt als ondersteuning bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van functies in het buitengebied. Daarom is in dit geval gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009).
In deze publicatie wordt een handreiking gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhindergevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhindergevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter, etc.). De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn indicatief. Van die richtafstanden kan, mits voldoende onderbouwd, worden afgeweken.
Dit is alleen toegestaan indien, ondanks de afwijking, alsnog een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Voor het plangebied van dit omgevingsplan wordt uitgegaan van het omgevingstype buitengebied . In onderstaande tabel staan de richtafstanden per milieucategorie uit de VNG-brochure weergegeven. Milieucategorie Rustige woonwijk/buitengebied Gemengd gebied 1 10 0 2 30 10 3.1 50 30 3.2 100 50 4.1 200 100 Tabel 4.3.1: Richtafstanden milieuzonering (bron: VNG-Brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009)
37 Sint-
4.3.1.
Jekschotseweg 39
Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden. De nieuwe functie vormt onderdeel van het akkerbouwbedrijf aan de Jekschotseweg 41. Het betreft geen milieuhindergevoelige functie, aangezien er geen sprake is van bedrijfsbebouwing op deze locatie. Zie de toelichting hierna bij de locatie Jekschotseweg 41. 4.3.2.
Jekschotseweg 41
Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. De locatie blijft in gebruik voor het akkerbouwbedrijf. Alle akkerbouwactiviteiten worden op deze locatie geconcentreerd. In de VNG(SBI-code 011, 012, 013) ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter op basis van geluid. De dichtstbijzijnde woning betreft de agrarische bedrijfswoning van het tegenoverliggende agrarische bedrijf op de locatie Jekschotseweg 38, op circa 70 meter afstand van het agrarisch bouwvlak van de Jekschotseweg 41. De dichtstbijzijnde burgerwoning bevindt zich op circa 175 meter afstand (Jekschotseweg 36a). Aan de richtafstanden wordt dus voldaan. Het akkerbouwbedrijf vormt dan ook geen belemmering voor functies in de omgeving. 4.3.3.
Weievenseweg 30
Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. De nieuwe functie betreft een milieuhinderlijke activiteit. In de VNGrijven): b.o. > 500 m2 -code 016) ingedeeld in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van is hierbij bepalend. Binnen 50 meter van de locatie bevinden zich geen milieuhindergevoelige functies, zoals woningen. De dichtstbijzijnde woning betreft de agrarische bedrijfswoning van het naastgelegen bedrijf op de Jekschotseweg 25, op circa 65 meter afstand. De dichtstbijzijnde burgerwoning bevindt zich op circa 200 meter afstand (Jekschotseweg 29). De richtafstanden voor geur, stof en gevaar bedragen respectievelijk 30 m, 10 m en 10 m. Aan de richtafstanden wordt dus voldaan. Het landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf vormt dan ook geen belemmering voor functies in de omgeving. 4.3.4.
Lieshoutseweg ong.
Op de locatie Lieshoutseweg ong. vindt een functiewijziging plaats: de agrarische functie (landbouwgrond) wordt omgezet in een woonfunctie. Dit betreft een milieuhindergevoelige functie. Beoordeeld moet dan ook worden of deze nieuwe woning geen belemmering vormt voor bedrijven in de omgeving. Binnen 300 meter van de nieuwe woonlocatie bevinden zich de volgende bedrijfslocaties: Lieshoutseweg 59 (ten noordoosten, circa 140 meter afstand): Dit betreft een maatschappelijk bedrijf in de vorm van een dagbestedingscentrum met 24-uurszorg. De nieuwe woning vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze maatschappelijke functie. Weievenseweg 8 (ten noorden, circa 155 meter afstand): Dit betreft een veehouderijlocatie waar voorheen een melkveehouderij aanwezig was. Het melkveebedrijf is inmiddels beëindigd en de vergunning is ingetrokken. De nieuwe woning vormt geen belemmering voor deze bedrijfslocatie, ook niet indien er in de toekomst nieuwe agrarische activiteiten worden uitgevoerd. Er bevinden zich immers andere woningen op kortere afstand van deze veehouderijlocatie. Die zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden op die locatie. Weievenseweg 3 (ten noordwesten, circa 185 meter afstand): Dit betreft een intensieve veehouderijlocatie waar zich een voormalig nertsenbedrijf bevindt. Dit is beëindigd.
De vergunning is nog niet ingetrokken, maar de dieren kunnen niet meer gehouden worden vanwege het landelijke verbod. Planologisch gezien zijn er mogelijkheden om een ander soort dieren op deze locatie te gaan houden. 38 Sint-
Er bevinden zich andere woningen op kortere afstand van de locatie Weievenseweg 3. Die zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden op die locatie. De nieuwe woning vormt geen belemmering voor deze bedrijfslocatie. De nieuwe woning vormt geen belemmering voor de bedrijven in de omgeving. De bedrijfslocaties zelf vormen geen belemmering voor de woning, aangezien er geen sprake is van actieve bedrijven in de omgeving. Direct naast de nieuwe woonlocatie bevindt zich een transportverdeelstation (10 Kv-station). In de VNGis het verdeelstation in te delen in de categorie (SBI-code C1). in milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. Aan de richtafstand van 30 meter wordt voldaan. Het transportverdeelstation is namelijk geen geluidsbron, omdat er geen transformatoren aanwezig zijn, zie ook paragraaf 4.4.4. De afstand tussen de nieuwe woning en het transportverdeelstation bedraagt meer dan 10 meter. Aan de richtafstand voor gevaar wordt voldaan. 4.3.5.
Conclusie milieuzonering
rmt voor de functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..
4.4.
Geluid
Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De regels over geluid zijn terug te vinden in het Bkl alsook in de bruidsschat. Geluid door activiteiten Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Deze regels zijn verhuisd naar het tijdelijke deel van het gemeentelijk omgevingsplan (de bruidsschat). Het betreft regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn de instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl), waarbij een omgevingsplan er onder andere in voorziet dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Op het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen is artikel 3.18 Bkl van toepassing. De instructieregels hierover in het Bkl heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu.
Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (artikel 3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (artikel 3.20 Bkl). 4.4.1.
Jekschotseweg 39
Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden. De nieuwe functie betreft geen activiteit die geluidhinder veroorzaakt en er is geen sprake van een geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige ruimte. 4.4.2.
Jekschotseweg 41
Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking is een motivatie met betrekking tot geluid niet noodzakelijk. 39 Sint-
4.4.3.
Weievenseweg 30
Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. Dit betreft een milieubelastende activiteit. een geluidgevoelig gebouw (subparagraaf 22.3.4.2). De geluidsvoorschriften zijn algemene voorschriften waar een bedrijf aan moet voldoen. Dit geldt dus ook voor het nieuwe agrarisch-technisch hulpbedrijf aan de Weievenseweg 30. In artikel 22.60 zijn gevallen opgesomd waarbij een geluidonderzoek moet worden verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d.
bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1. in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i. 70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht. De afstand van het bedrijfsperceel Weievenseweg 30 tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw (agrarische bedrijfswoning Jekschotseweg 25) bedraagt ca. 65 meter en aan de eis van het aantal transportbewegingen onder a. wordt voldaan. De rest is niet van toepassing. Voor het omgevingsplan is geen akoestisch onderzoek industrielawaai nodig is. De geluidsvoorschriften zijn immers al in het omgevingsplan opgenomen.
4.4.4.
Lieshoutseweg ong.
Op de locatie Lieshoutseweg ong. vindt een functiewijziging plaats: de agrarische functie (landbouwgrond) wordt omgezet in een woonfunctie. Er is sprake van een nieuw geluidgevoelig gebouw. Het naastgelegen transportverdeelstation is geen geluidsbron, omdat er geen transformatoren aanwezig zijn. Een akoestische beoordeling van het verdeelstation is niet nodig. Het verdeelstation heeft geen invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. Door K+ Adviesgroep is een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai volgens het Bkl. De rapportage d.d. 17 maart 2025 is toegevoegd als bijlage 7 bij deze motivering. Hierna volgt de samenvatting en conclusie.
40 Sint-
Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting veroorzaakt door de gemeenteweg maximaal 64 dB bedraagt. Dit betekent dat de standaardwaarde wordt overschreden, maar de grenswaarde niet wordt bereikt. Op basis van deze bevindingen dient de gemeente Meierijstad een afweging te maken of het geluid boven de standaardwaarde toegestaan kan worden. Daarbij kan worden meegenomen dat de woning een open plek in het buitengebied opvult, tegenover een bestaande woning. Verschillende maatregelen om de geluidbelasting te verminderen zijn onderzocht. Het toepassen van een andere wegverharding zou een geluidreductie van maximaal 5 dB kunnen opleveren, maar deze maatregel is financieel -) en technisch onwenselijk vanwege beheer en onderhoud. Ook het verder naar achteren plaatsen van de woning, bijvoorbeeld het verdubbelen van de afstand tot de weg van circa 20 naar 40 meter, zou de geluidbelasting slechts met ongeveer 3 dB verminderen, wat nauwelijks hoorbaar is en dan wordt nog steeds niet voldaan aan de standaardwaarde. Het plaatsen van een geluidsscherm is niet nader onderzocht, omdat een volledig gesloten scherm nodig zou zijn om effectief te zijn. Dit is in de praktijk niet uitvoerbaar vanwege de bereikbaarheid van de woning en de verkeersveiligheid, aangezien een scherm langs de oprit het zicht op de weg belemmert.
Belangrijk is dat, indien de geluidbelasting boven de standaardwaarde ligt, het Besluit kwaliteit leefomgeving voorschrijft dat het belang van een geluidluwe gevel moet worden betrokken. In dit geval geldt de achtergevel van de woning als geluidluwe gevel, met een maximale geluidbelasting van 47 dB. Hier bevindt zich ook de geluidluwe buitenruimte. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt eveneens 64 dB, gelijk aan de geluidbelasting van de gemeenteweg. Het bevoegd gezag kan op basis van deze gecumuleerde geluidbelasting beoordelen in hoeverre het verantwoord is om de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. Tot slot stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving eisen aan de minimale gevelgeluidwering bij een geluidbelasting boven de standaardwaarde. Voor de nieuwe woning moet worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel nodig zijn om te voldoen aan de norm, waarbij de minimaal vereiste geluidwering gelijk is aan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en 33 dB. 4.4.5.
Conclusie geluid
ring vormt voor de functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41 en Weievenseweg 30. Voor de locatie Lieshoutseweg ong. dient de gemeente Meierijstad een hogere geluidbelasting toe te staan, boven de standaardwaarde. Deze maximale geluidbelasting wordt opgenomen in het omgevingsplan.
4.5.
Luchtkwaliteit
Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook rekening gehouden te worden met het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens, is het belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdlijnen voor regelgeving rondom de luchtkwaliteitseisen beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Volgens paragraaf 5.1.4.1 gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarde. De activiteit leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De activiteit draagt alleen niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging. Achtergrondwaarden De grenswaarden gelden voor de buitenlucht en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland, de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen. In de onderstaande tabel worden de te hanteren grenswaarden weergegeven.
41 Sint-
Daarbij worden in de laatste kolommen de waarden van deze stoffen ter plaatse van de verschillende locaties van het plangebied weergegeven. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de grenswaarden zoals opgenomen in het Bkl binnen de verschillende locaties van het plangebied niet worden overschreden. Volgens de kaarten van Atlas Leefomgeving (peiljaar 2023) is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Waarde Jekschotseweg 39
Waarde Jekschotseweg 41
Waarde Weievenseweg 30
10,47 µg/m3 15,55 µg/m3 8,70 µg/m3
10,52 µg/m3 15,58 µg/m3 8,70 µg/m3
10,38 µg/m3 15,85 µg/m3 8,76 µg/m3
Waarde Lieshoutseweg ong. 10,41 µg/m3 15,29 µg/m3 8,61µg/m3
Tabel 4.5.1: Grenswaarden luchtkwaliteit Bkl en waarden ter plaatse van de locaties in het plangebied.
Niet in betekenende mate Tenslotte is de mate van verhoogde concentraties van bepaalde stoffen in de lucht van belang. Artikel 5.53 en 5.54 Bkl leggen vast wanneer een activiteit 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een activiteit is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Daarnaast is er een aantal categorieën bepaald voor standaardgevallen waarbij NIBM kan worden aangenomen. Deze standaardgevallen betreffen onder andere Infomil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 3.432 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als je uitgaat van 0% vrachtverkeer. Indien uitgegaan wordt van 100% vrachtverkeer wordt aangetoond dat 117 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Van een dergelijke toename van de hoeveelheid verkeersbewegingen is als gevolg van het plan geen sprake. Integendeel, de hoeveelheid verkeer ten gevolge van het plan neemt af, zie de onderbouwing in paragraaf 4.14. Het initiatief betreft een locatieoverstijgend plan voor een viertal locaties. Het plan betreft het opheffen van de veehouderijfunctie op een drietal locaties (Jekschotseweg 39, Jekschotseweg 41 en Weievenseweg 30 te SintOedenrode), het omzetten van de agrarische bedrijfsfunctie op de locatie Weievenseweg 30 naar een agrarisch verwante bedrijfsfunctie (landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf) en het verplaatsen van de woning aan de Jekschotseweg 39 naar de locatie Lieshoutseweg ong., in combinatie met het opheffen van het agrarisch bouwvlak aan de Jekschotseweg 39. Conclusie luchtkwaliteit op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..
4.6.
en
Geur
In de Omgevingswet is bepaald dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Omgevingswet). Een verdere invulling van deze plicht vloeit voort uit artikel 5.92 Bkl. In dit artikel is bepaald in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan moet erin voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
42 Sint-
In artikel 5.91 is bepaald wat een geurgevoelig gebouw is. Een geurgevoelig gebouw is in ieder geval een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Een gedeelte van een gebouw dat niet één van bovenstaande functies toelaat geldt niet als geurgevoelig. Het gemeentelijk omgevingsplan kan andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. De gemeente Meierijstad heeft in het omgevingsplan de volgende definitie opgenomen voor geurgevoelig object: a. gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b.
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd; Bij besluitvorming omtrent de functiewijzigingen van de locaties in het plangebied dient in het kader van het Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad (belangen veehouderij en derden)? Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd (belang geurgevoelig object)? 4.6.1.
Jekschotseweg 39
Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in in principe niet relevant. Geur vormt echter wel een aanleiding voor de functiewijziging op deze locatie. Eén van de aspecten die het woon- en le Omgevingsdienst Zuidoost Brabant is te zien dat de achtergrondbelasting geur ter plaatse van de locatie Jekschotseweg 39 hoger is dan 50 OUe/m3. Het woon- en leefklimaat is Huisvesting van arbeidsmigranten, omzetting naar plattelandswoning of omzetten naar een woonfunctie is vanwege deze extreme geursituatie niet mogelijk. Een aanvraag voor de omzetting van de agrarische bedrijfswoning aan de Jekschotseweg 39 naar plattelandswoning is in 2019 geweigerd. Onderdeel van die aanvraag vormden destijds geurberekeningen waaruit bleek dat de voorgrondbelasting geur vanwege de veehouderij aan de Jekschotseweg 38 op de beoogde plattelandswoning 53 tot 57 OUe/m3 bedroeg en de achtergrondbelasting 80 tot 100 OUe/m3(!). Dit alles - en leefklimaat op deze locatie vormt de aanleiding voor de verplaatsing van de woning naar een locatie met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zie paragraaf 4.6.4.
43 Sint-
Figuur 4.6.1.1: Kaart achtergrondbelasting geur ter plaatse van de locatie Jekschotseweg 39 (Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2025).
4.6.2.
Jekschotseweg 41
Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft onveranderd; het akkerbouwbedrijf blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden op de locatie beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk, waardoor er geen sprake meer kan zijn van een geurveroorzakend bedrijf. 4.6.3.
Weievenseweg 30
Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. De gebouwen van agrarisch technische hulpbedrijven zijn bedoeld voor werkzaamheden zoals onderhoud, opslag en reparatie van machines en materialen, en niet voor langdurig verblijf van mensen zoals wonen, slapen of langdurig werken in een kantooromgeving. Er is dus geen sprake van een geurgevoelig gebouw. De functie vormt geen belemmering voor het naastgelegen varkensbedrijf. Dit geldt ook voor de bedrijfswoning, aangezien die in een evenwichtige toedeling van functies bekeken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. De achtergrondbelasting geur ter plaatse van de locatie Weievenseweg 30 is volgens deze kaart niet hoger dan 20 OUe/m3. Het woon-
44 Sint-
Figuur 4.6.3.1: Kaart achtergrondbelasting geur ter plaatse van de locatie Weievenseweg 30 (Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2025).
4.6.4.
Lieshoutseweg ong.
Op de locatie Lieshoutseweg ong. vindt een functiewijziging plaats: de agrarische functie (landbouwgrond) wordt omgezet in een woonfunctie. Er is sprake van een geurgevoelig gebouw. Binnen 200 meter van de locatie bevinden zich geen actieve veehouderijen, zie paragraaf 4.3.4. De nieuwe woning vormt geen belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande veehouderijen die verder weg liggen. Omdat de locatie Lieshoutseweg ong. een woonfunctie krijgt is het van belang dat er inzicht is in het woon- en De achtergrondbelsting geur ter plaatse van de locatie Lieshoutseweg ong. is volgens deze kaart niet hoger dan 13 OUe/m 3. Het woon- en leefklimaat is gekwalificeerd - en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonfunctie.
45 Sint-
Figuur 4.6.4.1: Kaart achtergrondbelasting geur ter plaatse van de locatie Lieshoutseweg ong. (Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2025).
Conclusie geur functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong.. De geursituatie op de locatie Jekschotseweg 39 vormt zelfs de belangrijkste aanleiding voor de verplaatsing van de woning op die locatie naar de locatie Lieshoutseweg ong..
4.7.
Gezondheid
Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Ow). Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en beidt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook rekening gehouden te worden met het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Omgevingswet). Hierbij gaat het om zowel het beschermen alsook het bevorderen van de gezondheid. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan.
46 Sint-
4.7.1.
Toetsing initiatief
Met dit omgevingsplan komen op drie locaties de (intensieve) veehouderijfuncties te vervallen. Dit betekent dat geen diersoorten meer gehouden kunnen worden, behorend tot de categorie (intensieve) veehouderij. Er is sprake van een verbetering van de leefomgeving, met name vanwege de afname van emissies (geur, fijnstof en ammoniak). Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid door bijvoorbeeld instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit en geur. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds beoordeeld. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan alle omgevingswaarden en er ter plekke sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierna wordt aandacht besteed aan een Hierbij wordt specifiek ingegaan op de locatie Lieshoutseweg ong., aangezien daar nieuw een nieuw woonperceel wordt gerealiseerd. De locaties Jekschotseweg 41 en Weievenseweg 30 blijven buiten beschouwing: de woonsituatie op deze locaties verandert niet. Ook de locatie Jekschotseweg 39 blijft buiten beschouwing; zoals in de voorgaande paragraaf reeds is toegelicht is de extreem slechte geursituatie op de locatie Jekschotseweg 39 de reden om de woning naar de Lieshoutseweg te verplaatsen. Een dergelijke geursituatie kan leiden tot gezondheidsklachten. Echter, 4.7.2.
Endotoxinen
Endotoxine is een celwandfragment van Gram-negatieve bacteriën dat potentiële gezondheidseffecten kan hebben op omwonenden van veehouderijen. Het onderzoeksprogramma 'Veehouderij en Gezondheid Omwonenden' (VGO), gestart in 2010, heeft aangetoond dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof invloed kan hebben op de gezondheid van omwonenden. Op 7 juli 2016 werd het rapport 'Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodelering' gepubliceerd door Wageningen UR Livestock Research. Dit rapport toonde aan dat rond varkens- en pluimveehouderijen mogelijk een overschrijding plaatsvindt van de door de Gezondheidsraad vastgestelde advieswaarde van 30 EU/m3. Deze conclusie was gebaseerd op metingen van stofdeeltjes en endotoxine-emissies in zes veelvoorkomende stalsystemen voor vleesvarkens, leghennen en vleeskuikens. Voor de berekening van de endotoxineblootstelling werd een speciaal doorontwikkelde versie van het landelijke Stacks verspreidingsmodel gebruikt. Dit model werd aangepast om de endotoxineblootstelling te berekenen in lijn met de door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde. ErbrinkStacks Consult heeft op 5 september 2016 een aanvullend onderzoek uitgevoerd, getiteld 'Endotoxine concentraties rond stallen; indicatieve modelberekeningen'.
Dit onderzoek bouwde voort op de bevindingen van het eerdere rapport en leverde verdere inzichten in de verspreiding van endotoxinen rond stallen. Hoewel er momenteel geen wettelijk vastgelegde norm voor endotoxine bestaat, heeft de rijksoverheid een landelijk kader ontwikkeld als leidraad. Op basis hiervan hebben de provincie Noord-Brabant en het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid de 'Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0' opgesteld. Sommige gemeenten, zoals Meierijstad, hanteren dit handelingsperspectief in afwachting van wettelijke toetsingskaders. In april 2018 publiceerde het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Noord-Brabant de 'Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0'. Deze handreiking ondersteunt het bevoegd gezag bij besluitvorming over veehouderijen in relatie tot de gezondheid van omwonenden. De handreiking bevestigt de advieswaarde van 30 EU/m3 als maximale blootstelling aan endotoxine. Onderzoek wijst uit dat overschrijding van deze grenswaarde mogelijk is binnen een afstand van 200 meter van een varkensbedrijf en 500 meter van een pluimveebedrijf. Zoals reeds in paragraaf 4.3.4 is geconcludeerd bevinden zich binnen 200 meter van de locatie Lieshoutseweg ong. geen actieve veehouderijen meer. Binnen 500 meter bevindt zich geen pluimveebedrijf. 47 Sint-
Er is geen sprake van endotoxinecirkels die over het toekomstige woonperceel liggen. Ter plaatse van de nieuwe woning is geen sprake van een te hoge blootstelling aan endotoxine. 4.7.3.
Geitenhouderijen
In de VGO-onderzoeken die tot nu toe zijn verricht is bevestigd dat er een verhoogd risico op longontsteking bestaat voor mensen die binnen een straal van 2 kilometer rond geitenbedrijven wonen. Dit verhoogde risico is het hele jaar door aanwezig en neemt toe naarmate mensen dichter bij een geitenbedrijf wonen. Het verhoogde risico op longontsteking is consistent aangetoond in verschillende studies en regio's, waaronder Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Tot op heden is er geen causaal verband aangetoond tussen de geitenhouderijen en de verhoogde incidentie van longontstekingen. Hoewel er 23 bacteriën zijn geïdentificeerd die mogelijk een rol spelen, is er geen definitieve oorzaak vastgesteld. Het risico op longontsteking neemt af naarmate de afstand tot geitenbedrijven toeneemt, met de grootste effecten binnen 2 kilometer. Gezondheidsautoriteiten, waaronder de GGD, adviseren om waar mogelijk afstand te houden tussen geitenbedrijven en woningen, zorginstellingen en scholen. Gezien deze bevindingen is het van belang om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de aanwezigheid van geitenbedrijven binnen een straal van 2 kilometer. Binnen 2 kilometer van de locatie Lieshoutseweg ong. bevinden zich geen geitenhouderijen.
Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is er dan ook geen verhoogd risico op longontsteking gerelateerd aan geitenhouderijen voor de toekomstige bewoners van het woonperceel te verwachten. 4.7.4.
Spuitzones
Doordat het plangebied in het buitengebied ligt, is het in het kader van het aspect gezondheid wenselijk om te epassing van gewasbeschermingsmiddelen. Indien gewasbeschermingsmiddelen op teeltgronden worden toegepast kan er sprake zijn van drift. Hierdoor kunnen deze gewasbeschermingsmiddelen bijvoorbeeld bij woningen en in tuinen terecht komen (verwaaien). Om een zonering te kunnen hanteren tussen bespuitingen en gevoelige functies wordt de term Hoewel in geen enkele wettelijke regeling aan te houden afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen c.q. functies en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gezag een ruimtelijke afweging te worden gemaakt. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen de gronden waar gewassen op worden geteeld en een te realiseren nieuwe gevoelige functie, zoals een woning, kan worden gehanteerd. Dit betreft meer een aandachtszone, daar er tot op heden geen wetenschappelijke grondslag bestaat voor het vastleggen van de 50 meter. De directe noodzaak tot het opnemen van een vaste spuitzone ontbreekt nog in de wetenschap. Afwijken van deze afstand is mogelijk, mits daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet op de locatie toegesneden zijn.
Voor het telen van gewassen in de openlucht gelden de algemene rijksregels uit het Bal. De milieubelastende activiteit telen van gewassen in de openlucht staat in paragraaf 3.6.3 van het Bal. Alle activiteiten die in de openlucht plaats vinden en die het telen functioneel ondersteunen, vallen ook onder het telen van gewassen in de openlucht. Dit geldt dus ook voor het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 3.209 van het Bal verwijst voor wat betreft het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen naar paragraaf 4.64 van het Bal. Deze paragraaf bevat de inhoudelijke regels voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op open teelten. Hierbij wordt zoveel mogelijk driftarme apparatuur voorgeschreven. Sinds 1 januari 2018 geldt hierbij een minimale vereiste driftreductie van 75% (artikel 4.723c Bal) ten opzichte van de referentietechniek. Bovendien bevat het Bal regels voor teeltvrije zones in directe nabijheid van oppervlaktewateren (zoals sloten).
48 Sint-
Deze teeltvrije zones hebben een functie aangaande de vermindering van drift van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater (en daarmee ook richting naastgelegen functies). Ook bevatten de regels een verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen bij hogere windsnelheden. Op de locatie Lieshoutseweg ong. wordt een nieuwe woonfunctie gerealiseerd. De gronden grenzend aan het woonperceel hebben een agrarische functie. De direct aan het woonperceel grenzende agrarisch grond aan de zuid- en westkant van het nieuwe woonperceel is in eigendom van initiatiefnemers. Deze grond is de afgelopen 5 jaar in gebruik geweest voor de teelt van mais. Voor maïs geldt dat deze slechts éénmaal tijdens de groeiperiode wordt gespoten, als de planten nog zeer klein zijn, met neerwaarts gerichte toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor de drift minimaal is. Het agrarisch perceel aan de westkant van het plangebied, dat niet in eigendom is van initiatiefnemers, ligt op circa 20 meter van het nieuwe woonperceel. Dit perceel is de afgelopen 5 jaar eveneens in gebruik geweest als maïsland. Dit geldt ook voor het perceel aan de oostkant, aan de overkant van de Stokvenweg. Ook dit perceel ligt op circa 20 meter afstand van het woonperceel. Het landbouwperceel aan de overkant van de Lieshoutseweg ligt op circa 35 meter afstand van het woonperceel.
Dit perceel is de afgelopen 20 jaar in gebruik geweest als grasland. Grasland wordt niet of hooguit één keer per jaar gespoten.
Figuur 4.7.4.1: Gebruik omliggende landbouwpercelen in de afgelopen 5 jaren; de gronden op de afbeelding linksboven zijn in eigendom van initiatiefnemers (bron: boerenbunder.nl).
49 Sint-
Het landbouwperceel aan de overkant van de Lieshoutseweg en de oostkant van de Jagersweg is vanaf 2016 in gebruik voor sierconiferen. Dit is een intensieve teelt. De afstand tot dit perceel bedraagt circa 47 meter, maar de sierconiferen staan op een afstand van meer dan 50 meter van het woonperceel, gezien de verplicht aan te houden bufferstroken tot de omliggende sloten.