CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

3.6 Onderbouwing Weievenseweg 30 e.a. Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: 3. Onderbouwingen22.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 4.7.4.2: Gebruik landbouwperceel oostzijde Jagersweg en afstand woonperceel tot dit landbouwperceel (bron: boerenbunder.nl).

Zoals hiervoor al is aangegeven wordt in de jurisprudentie een afstand van 50 meter als richtlijn gehanteerd om -case scena In deze situatie bedraagt de afstand tussen de beoogde woning aan de Lieshoutseweg ong. en de omliggende landbouwpercelen die niet in eigendom zijn minimaal 20 meter. Aan de richtafstand van 50 meter tot het perceel waar sierconiferen worden geteeld wordt volledig voldaan. Het spuitgebruik op de nabijgelegen percelen is beduidend minder intensief dan bij boom- of sierteelt. De geteelde gewassen (maïs en gras) worden niet of hooguit éénmalig per jaar behandeld, dus zeer extensief. Daarbij gaat het om gewasbescherming die neerwaarts en dicht bij de bodem wordt toegepast, waardoor drift in de richting van de woning vrijwel verwaarloosbaar is. Daarnaast borgt het Bal de veiligheid door strenge toepassingseisen en voorschriften voor de volksgezondheid of het woon- en leefklimaat optreden. Belangrijk in dit geval is dat de beoogde verplaatsing van de woning planologisch géén nieuw gevoelig object in een spuitzone creëert. Zowel de huidige bedrijfswoning aan de Jekschotseweg 39 als de nieuwe woning aan de Lieshoutseweg ong. grenst aan landbouwgronden van initiatiefnemers. Er is derhalve geen sprake van een verandering of verzwaring van het gebruik binnen spuitzones.

Sterker nog: de verplaatsing van de woning leidt tot een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat. Het extreem slechte woon- en leefklimaat op de locatie Jekschotseweg 39 vormt immers de aanleiding voor de verplaatsing van de woning naar de locatie Lieshoutseweg ong.. In totaliteit bekeken wordt het woon- en leefklimaat voor de woning stukken beter, omdat de geursituatie enorm verbetert. Naar aanleiding van een ingediende zienswijze is op de landbouwgronden a de gebiedsaanwijzing In de regels van het omgevingsplan is in deze zone een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen opgenomen.

50 Sint-

4.7.5.

Conclusie gezondheid

Geco de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.8.

de functiewijzigingen op

Externe veiligheid

Externe veiligheid (ook wel omgevingsveiligheid genoemd) opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor de omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toestaan van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied zijn er regels en voorschriften wanneer sprake is van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Zo zijn in de regelgeving verschillende afstanden gebieden benoemd. Het gaat hierbij om het plaatsgebonden risico, de aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Het plaatsgebonden risico (PR-contouren c.q. veiligheidsafstanden) is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor individuele burgers. Het plaatsgebonden risico houdt kort gezegd in dat (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties niet binnen een bepaalde afstand mogen komen te liggen van aangewezen activiteiten met externe veiligheidsrisico's. De grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het Bkl.

Deze waarden worden ruimtelijk vertaald in afstanden die tot gebouwen en locaties in acht genomen moeten worden of waarmee rekening gehouden moet worden. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar zich, bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brandaandachtsgebieden), overdruk (explosieaandachtsgebieden) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolkaandachtsgebieden). De aard en omvang van aandachtsgebieden wordt bepaald door de effecten van een scenario en niet door de kans. De begrenzing van de aandachtsgebieden ligt daar waar mensen binnenshuis in een standaard gebouw beschermd zijn tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. Binnen elk aandachtsgebied geldt van rechtswege de verplichting om in het omgevingsplan rekening te houden met het groepsrisico. Het bevoegd gezag dient hierbij af te wegen welke maatregelen worden ingezet om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden. Een brandaandachtsgebied (BAG) of een explosieaandachtsgebied (EAG) (of een deel hiervan) kan worden aangewezen als voorschriftengebied. Binnen dit gebied gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van een bouwwerk.

De aanvullende bouweisen hebben tot doel om mensen in een gebouw te beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of explosie. 4.8.1.

Jekschotseweg 39

Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden. In het kader van externe veiligheid hoeft geen nadere beoordeling plaats te vinden. 4.8.2.

Jekschotseweg 41

Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking is een nadere beoordeling met betrekking tot externe veiligheid niet noodzakelijk.

51 Sint-

4.8.3.

Weievenseweg 30

Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. Op grond van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en om de bedrijfslocatie. Uit de risicokaart blijkt dat de locatie ligt in het brandaandachtsgebied van de buisleiding A-521 en binnen de PR 10-8 contour van een gasleiding, die op circa 120 ten westen van de locatie ligt. Zowel het bestaande als het nieuwe bedrijf betreft een beperkt kwetsbaar object: het aantal personen en de aanwezigheid van de personen is beperkt en personen in het algemeen kunnen zichzelf in veiligheid brengen bij een incident. Het aantal aanwezige personen op de locatie neemt als gevolg van de wijziging van het type bedrijf op de locatie niet toe en de verblijfsduur eveneens niet. Het bedrijf wordt immers uitgeoefend door initiatiefnemers. Er wordt geen nieuw kwetsbaar object op de locatie toegevoegd: de bestaande bedrijfswoning verwachten. Er wordt afgezien het aanwijzen van een voorschriftengebied op grond van artikel 5.14 lid 3 van het Bkl, omdat er op de locatie geen nieuwe (zeer) kwetsbare personen of functies worden toegelaten, waardoor aanvullende bouweisen niet noodzakelijk zijn voor de bescherming van de aanwezigen.

Figuur 4.8.3.1: Uitsnede kaart Externe veiligheid omgeving locatie Weievenseweg 30 (bron: Atlas Leefomgeving)..

4.8.4.

Lieshoutseweg ong.

Op de locatie Lieshoutseweg ong. wordt een nieuwe woonfunctie gerealiseerd. Woningen worden vanuit het perspectief van externe veiligheid aangemerkt als kwetsbare objecten. In dit geval wordt er dus een kwetsbaar object van de locatie Jekschotseweg 39 naar de locatie Lieshoutseweg ong. verplaatst. Op grond van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en om het nieuwe woonperceel. Uit de risicokaart blijkt dat het nieuwe woonperceel niet ligt binnen het invloedsgebied van enige risicobron op grond waarvan een nadere motivering van de externe veiligheids .

52 Sint-

Figuur 4.8.4.1: Uitsnede kaart Externe veiligheid omgeving locatie Lieshoutseweg ong. (bron: Atlas Leefomgeving).

4.8.5.

Conclusie externe veiligheid

functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.9.

de

Trillingen

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. Er zijn in de omgeving van het plangebied (bestaande uit vier locaties) geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Naar verwachting leveren trillingen op de verschillende locaties geen problemen op. Conclusie trillingen Geconcludeerd kan worden dat het aspect trillingen geen belemmering vormt voor de functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.10.

Kabels en leidingen

In een ruimtelijk plan dient beoordeeld te worden of er planologisch relevante kabels en/of leidingen in het plangebied of in de omgeving liggen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn.

53 Sint-

Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. De locaties van deze leidingen en hun bijbehorende beschermingszones worden aangegeven in het omgevingsplan. Uit de risicokaart (zie paragraaf 4.8) blijkt dat alleen de locatie Weievenseweg ligt binnen de invloedszone van een leiding, in dit geval een gasleiding. Het aspect externe veiligheid is in paragraaf 4.8 reeds beschreven. Er liggen geen relevante kabels en/of leidingen in of in de directe omgeving van de locaties in het plangebied die beperkingen opleveren voor het gewenste gebruik of de gewenste bouwmogelijkheden. Conclusie kabels en leidingen Geconcludeer functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.11.

voor de

Water

De motivering van een omgevingsplan beschrijft de waterhuishoudkundige belangen die van toepassing zijn op van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m².

Op basis van de Keur wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. De gemeenteraad heeft de invulling van de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in het geformuleerd in het (Verbreed) Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Het VGRP bevat een beleidsvoornemen over het niet lozen van hemelwater en grondwater op de riolering van zowel openbaar als particulier terrein. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is: 1. hergebruik; 2. infiltreren in de bodem; 3. bergen; en 4. afvoeren. Afvoer naar oppervlaktewater vereist meestal een goedkeuring, melding of vergunning van het waterschap op basis van de Keur. Ook op locaties waar een gescheiden gemeentelijke riolering aanwezig is voor vuilwater en hemelwater, geldt dat het hemelwater in principe op eigen terrein verwerkt moet worden. Uit gemeentelijk onderzoek blijkt dat de ambitie van 60 mm redelijk uitvoerbaar blijft; deze norm sluit ook aan bij die in de Keur.

54 Sint-

Aansluiting van hemelwater op het gemeentelijk hemelwaterstelsel is alleen mogelijk na toestemming van de beheerder. Het op eigen terrein te verwerken water mag niet leiden tot overlast op naburige percelen. Huishoudelijk afvalwater kan en is aangesloten op het gemeentelijke drukrioolsysteem. Drukriolering heeft onvoldoende capaciteit om hemelwater te verwerken. Daarom mag hierop alleen (stedelijk) afvalwater aangesloten worden en geen hemelwater. Indien een perceel is aangesloten op drukriolering, moet dus al het hemelwater op eigen perceel verwerkt worden. Bij de berekening van de benodigde capaciteit vormt de norm van ten minste 20 mm een geschikte en goed uitvoerbare indicatie. 4.11.1.

Jekschotseweg 39

Op de locatie Jekschotseweg 39 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden. Het verhard oppervlak verdwijnt volledig. Een nadere onderbouwing van het aspect water is niet nodig. 4.11.2.

Jekschotseweg 41

Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking is een motivatie met betrekking tot water niet noodzakelijk. 4.11.3.

Weievenseweg 30

Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. In de nieuwe situatie wordt een waterberging gerealiseerd naast het parkeerterrein aan de Jekschotseweg. Bij de dimensionering van de waterberging is rekening gehouden met de hiervoor genoemde bergingseis. Zie voor de uitwerking van de waterberging het inrichtingsplan dat is opgenomen als bijlage 1 bij deze motivering. 4.11.4.

Lieshoutseweg ong.

Op de locatie Lieshoutseweg ong. wordt een nieuwe woonfunctie gerealiseerd. Op de locatie is voldoende ruimte voor hemelwaterberging, rekening houdend met de hiervoor genoemde normen. De exacte oplossing voor de hemelwaterberging wordt nader uitgewerkt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de woning. 4.11.5.

Conclusie water

G locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.12.

functiewijzigingen op de

Archeologie en cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Onder erfgoed vallen cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit rijksmonumenten, gemeentelijke en provinciale monumenten en archeologische monumenten. De bescherming van erfgoed wordt geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Dit volgt uit artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

55 Sint-

Deze instructie geldt nadrukkelijk ook voor bekende en aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Aantoonbaar betekent dat de verwachting gebaseerd is op relevante bodemkundige, archeologische of historische informatie. Om hieraan gevolg te kunnen geven, maakt de gemeente een inventarisatie en analyse van het binnen de gemeente aanwezige en te verwachten cultureel erfgoed. Voor het te behouden cultureel erfgoed moet de gemeente een toereikend beschermingsregime instellen. Bij cultureel erfgoed kan het gaan om: monumenten zoals (bouw)werken; tuinen en parken; bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten; stads- en dorpsgezichten en (delen van) cultuurlandschappen; De gemeente legt de te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten vast in het omgevingsplan. De gemeente Meierijstad heeft de archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden doorvertaald in archeologische functies en cultuurhistorische functies in het Meierijstad. 4.12.1.

Jekschotseweg 39

n dubbelbestemming bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en een diepte van meer dan 50 cm ten opzichte van het maaiveld is een omgevingsvergunning nodig. Dat is hier niet aan de orde. 4.12.2.

Jekschotseweg 41

ing. Alleen bij het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en een diepte van meer dan 50 cm ten opzichte van het maaiveld is een omgevingsvergunning nodig. Dat is hier niet aan de orde. 4.12.3.

Weievenseweg 30

Op de locatie Weievenseweg 3 bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en een diepte van meer dan 50 cm ten opzichte van het maaiveld is een omgevingsvergunning nodig. Dat is hier niet aan de orde. 4.12.4.

Lieshoutseweg ong.

- Archeol bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een diepte van meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld. Met het plan voor de bouw van de nieuwe woning met bijgebouw(en) wordt deze drempelwaarde overschreden. Om die reden is door KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verricht. De rapportage d.d. 14 maart 2025 is toegevoegd als bijlage 8 bij deze motivering. Op grond van de grotendeels verstoorde podzolbodem, de ligging binnen een dekzandvlakte en het ontbreken van archeologische indicatoren bij de oppervlaktekartering en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.

56 Sint-

Het archeologisch onderzoek en het daaruit volgende advies is voorgelegd aan de afdeling SO / Erfgoed van de - en regelgeving en goed en volledig is opgesteld. Bij de beoordeling zijn geen zwaarwegende op- of aanmerkingen gemaakt. Het bevat voldoende informatie om tot een selectieadvies/-besluit te komen en kan daarom worden goedgekeurd. Het selectieadvies van de gemeente Meierijstad is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting en luidt als volgt: Archeologie om geen nader onderzoek uit te laten voeren en het terrein ten aanzien van archeologie vrij te geven voor nad 4.12.5.

Conclusie archeologie en cultuurhistorie

functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong.. In het omgevingsplan wordt geen archeologische dubbelbestemming opgenomen op de locatie Lieshoutseweg ong..

4.13.

Natuur

In de motivering van een omgevingsplan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de wet- en regelgeving op het gebied van natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijnen) in Nederland. Projecten of andere handelingen en plannen die negatieve effecten op deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel zonder vergunning niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een omgevingsplan of inpassingsplan is niet toegestaan, wanneer het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (zoals ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking. Getoetst dient te worden op relevantie en effect vaneen 20-tal storingsfactoren, te weten stikstofdepositie en 19 overige effecten (zoals door geluid, licht, etc.).

Een andere vorm van gebiedsbescherming is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Noord-Brabant uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Binnen het natuurnetwerk streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur, en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Soortenbescherming Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel soorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Met verschillende wetsinstrumenten is het mogelijk om te zorgen voor de bescherming van flora en fauna. Dit voorkomt achteruitgang van de biodiversiteit.

57 Sint-

4.13.1.

Jekschotseweg 39

Gebiedsbescherming De locatie Jekschotseweg 39 ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen op een afstand van ruim 17 kilometer ten westen van het plangebied. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000gebieden ligt, kunnen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies, op voorhand uitgesloten worden. Verstorende effecten door bijvoorbeeld licht of geluid tijdens de sloopwerkzaamheden zijn ook uitgesloten, vanwege de ruime afstand en tussenliggende infrastructuur. Significante negatieve effecten door stikstofdepositie zijn in principe nooit op voorhand uit te sluiten vanwege de overbelaste situatie in Nederland. Tijdens de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning kan er sprake zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De verwachte depositie van ammoniak en stikstofoxiden op Natura 2000-gebieden is berekend middels AERIUS-Calculator. De AERIUS-berekening en bijbehorende toelichting is als bijlage 10 bij deze motivering toegevoegd. In de sloopfase geen sprake van depositie. Er zijn daarom geen significant nadelige gevolgen te verwachten op Natura 2000-gebieden. Voor de sloopfase is geen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit noodzakelijk.

Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 1,4 km ten noordwesten van het plangebied. Gelet op de aard van de ontwikkeling op de locatie Jekschotseweg 39 kan worden geconcludeerd dat die niet leidt tot aantasting van het NNN. De activiteiten op de locatie verdwijnen immers volledig. Soortenbescherming In het kader van de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning op de locatie Jekschotseweg 39 is door Agrifirm Exlan een quickscan soortenbescherming verricht. Het rapport d.d. 18 februari 2025 is toegevoegd als bijlage 11 bij deze motivering. Geconcludeerd is dat de sanering van de agrarische bedrijfslocatie naar verwachting geen negatief effect zal hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren- of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden is derhalve geen aanvullend onderzoek nodig. Een omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. 4.13.2.

Jekschotseweg 41

Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking en er geen veranderingen in activiteiten op de locatie plaatsvinden is een motivatie met betrekking tot natuur niet noodzakelijk. 4.13.3.

Weievenseweg 30

De locatie Weievenseweg 30 ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen op een afstand van circa 15 kilometer ten westen van het plangebied. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000gebieden ligt, kunnen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies, op voorhand uitgesloten worden. Verstorende effecten door bijvoorbeeld licht of geluid tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden zijn ook uitgesloten, vanwege de ruime afstand en tussenliggende infrastructuur. Significante negatieve effecten door stikstofdepositie zijn in principe nooit op voorhand uit te sluiten vanwege de overbelaste situatie in Nederland. Tijdens de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing, de bouw van de nieuwe bedrijfsbebouwing en de gebruiksfase kan er sprake zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. 58 Sint-

De verwachte depositie van ammoniak en stikstofoxiden op Natura 2000-gebieden is berekend middels AERIUSCalculator. De AERIUS-berekening en bijbehorende toelichting is als bijlage 12 bij deze motivering toegevoegd. In zowel de sloopfase als de bouwfase en gebruiksfase is geen sprake van depositie. Er zijn daarom geen significant nadelige gevolgen te verwachten op Natura 2000-gebieden. Voor de verschillende fasen van het project is geen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit noodzakelijk. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 300 meter ten noordoosten van het plangebied. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling op de locatie Weievenseweg 30 kan worden geconcludeerd dat die niet leidt tot aantasting c.q. doorkruising van het NNN. Soortenbescherming In het kader van de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie Weievenseweg 30 is door Agrifirm Exlan een quickscan soortenbescherming verricht. Het rapport d.d. 11 februari 2025 is toegevoegd als bijlage 13 bij deze motivering. Geconcludeerd is dat het plan op de locatie Weievenseweg 30 naar verwachting geen negatief effect zal hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.

Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren- of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden is derhalve geen aanvullend onderzoek nodig. Een omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. 4.13.4.

Lieshoutseweg ong.

De locatie Jekschotseweg 39 ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen op een afstand van circa 15 kilometer ten westen van het plangebied. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000gebieden ligt, kunnen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies, op voorhand uitgesloten worden. Verstorende effecten door bijvoorbeeld licht of geluid tijdens de bouwwerkzaamheden zijn ook uitgesloten, vanwege de ruime afstand en tussenliggende infrastructuur. Significante negatieve effecten door stikstofdepositie zijn in principe nooit op voorhand uit te sluiten vanwege de overbelaste situatie in Nederland. Tijdens de bouw van de nieuwe woning kan er sprake zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De verwachte depositie van ammoniak en stikstofoxiden op Natura 2000-gebieden is berekend middels AERIUSCalculator. De AERIUS-berekeningen en bijbehorende toelichting zijn als bijlage 14 bij deze motivering toegevoegd. In de aanlegfase is geen sprake van depositie. Er zijn daarom geen significant nadelige gevolgen te verwachten op Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase is geen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit noodzakelijk. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 50 meter ten zuiden van het plangebied.

In de quickscan soortenbescherming, zie hierna, is ook gekeken naar het eventuele effect van de ontwikkeling op het NNN-gebied. Soortenbescherming In het kader van de bouw van de woning op de locatie Lieshoutseweg ong. is door Agrifirm Exlan een quickscan soortenbescherming verricht. Het rapport d.d. 7 februari 2025 is toegevoegd als bijlage 15 bij deze motivering. Geconcludeerd is dat het plan op de locatie Lieshoutseweg ong. naar verwachting geen negatief effect zal hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren- of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop.

59 Sint-

Voor aanvang van de werkzaamheden is derhalve geen aanvullend onderzoek nodig. Een omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. 4.13.5.

Conclusie natuur functiewijzigingen op de

locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

4.14.

Verkeer en parkeren

Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties hoort ook goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat een nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. 4.14.1.

Jekschotseweg 39

Op de locatie Jekschotseweg 39 verdwijnt de agrarische bedrijfslocatie volledig. Een nadere onderbouwing van het aspect verkeer en parkeren is niet nodig. 4.14.2.

Jekschotseweg 41

Op de locatie Jekschotseweg 41 vindt geen functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie blijft behouden. Wel worden de mogelijkheden beperkt. Op de locatie is het houden van vee niet langer meer mogelijk. Omdat het in dit geval gaat om een beperking is een motivatie met betrekking tot verkeer en parkeren niet noodzakelijk. 4.14.3.

Weievenseweg 30

Op de locatie Weievenseweg 30 vindt een functiewijziging plaats: de agrarische bedrijfsfunctie wordt omgezet in een buitengebied gebonden bedrijfsfunctie in de vorm van een landbouwmechanisatie- en handelsbedrijf. De inritten van het bedrijf blijven gehandhaafd. De noordelijke inrit aan de Weievenseweg wordt gebruikt voor het grote materieel. Via die inrit worden de machines aan- en afgevoerd. De zuidelijke inrit aan de Jekschotseweg s. De locatie is goed ontsloten. Via de Weievenseweg is de A50 binnen 5 minuten bereikbaar. Zowel de Weievenseweg als Jekschotseweg zijn brede wegen, speciaal aangepast voor landbouwverkeer. De nieuwe functie past dan ook prima qua ontsluiting en bereikbaarheid. Een toename in verkeer wordt niet verwacht; de nieuwe functie trekt naar verwachting minder verkeer aan dat de hiervoor aanwezige varkenshouderij. Parkeren, laden en lossen en andere verkeersmanoeuvres vinden op eigen terrein. De gemeente Meierijstad opgenomen. Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. Volgens de tabel in dit plan dient bij een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf rekening gehouden te worden met 1,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. In dit geval zou dit betekenen dat er 30 parkeerplaatsen nodig zijn. Voor dit bedrijf is dat echter veel te veel. Het bedrijf vraagt van wege de aard van de bedrijvigheid om een relatief fors ruimtebeslag.

Dit heeft te maken met het feit dat er grote machines op de locatie aanwezig zijn, zoals tractoren, landbouwmachines, loaders en hijskranen. De onderbouwing van de benodigde oppervlakte is in paragraaf 2.2.3 reeds gegeven. Het aantal bezoekers en klanten dat met de auto komt is veel lager dan gemiddeld per m 2. Gezien het aantal medewerkers en bezoekers is de helft van het aantal parkeerplaatsen ruim voldoende. In het inrichtingsplan zijn 16 parkeerplaatsen ingetekend. Indien noodzakelijk kan op de parkeerplaats voor het materieel, aan de achterzijde van het bedrijf, ook nog incidenteel geparkeerd worden.

60 Sint-

4.14.4.

Lieshoutseweg ong.

Op de locatie Lieshoutseweg ong. wordt een nieuwe woonfunctie gerealiseerd. De nieuwe woning wordt ontsloten op de Lieshoutseweg. Deze weg beschikt over voldoende capaciteit om verkeersbewegingen met en naar de woonlocatie bewegen. Volgens de tabel geldt in het buitengebied een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per vrijstaande woning + 0,3 parkeerplaats per bezoeker. Bij de woning aan de Lieshoutseweg ong. is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in twee tot drie parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. 4.14.5.

Conclusie verkeer en parkeren

Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de functiewijzigingen op de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong..

61 Sint-

5.

Financieel-economische uitvoerbaarheid

5.1.

Economische uitvoerbaarheid

In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

5.2.

Kostenverhaal

Op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten alsook bij gebruiksactiviteiten die mogelijk worden op grond van een nieuwe toegedeelde functie aan de locatie. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten, zoals genoemd in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Opgemerkt dient te worden dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen specifieke activiteiten vanwege gebruikswijzigingen zijn aangewezen. Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemers van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemers, tevens eigenaren van de gronden waarop de functiewijzigingen plaatsvinden, fungeren als financiële drager van het voornemen en hebben voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan.

Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Ter uitvoering van het plan wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemers. Hierin worden afspraken gemaakt over onder andere de landschappelijke inpassing en nadeelcompensatie. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.

62 Sint-

6.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.

Participatietraject

Ten behoeve van de planvorming is van belang dat inzicht geboden wordt in de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Initiatiefnemers hebben voorafgaand aan het indienen van de stukken voor de omgevingstafel de direct omwonenden c.q. belanghebbenden van de verschillende locaties in het plangebied benaderd. De resultaten van de dialoog zijn aan de stukken voor de omgevingstafel toegevoegd. In de fase van de besluitvorming (openbare voorbereidingsprocedure ex afdeling 3.4 Awb) worden de overige bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken en wordt hen de mogelijkheid geboden hun zienswijzen op het plan kenbaar te maken. Zie ook de volgende paragraaf.

6.2.

Procedure

Het plan voor de locaties Jekschotseweg 39 en 41, Weievenseweg 30 en Lieshoutseweg ong. maakt onderdeel uit van een wijziging van het Omgevingsplan gemeente Meierijstad. De wijziging van het omgevingsplan is in vooroverleg gezonden aan de provincie en het waterschap. Voor de wijziging van het omgevingsplan volgt de gemeente Meierijstad altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet (Ow), het Omgevingsbesluit (Ob) en de Awb. Dit houdt in dat het ontwerpplan, na behandeling in het college van burgemeester en wethouders, gepubliceerd is en zes weken ter inzage is gelegd. Belanghebbenden hebben in die zes weken hun zienswijze kenbaar kunnen maken bij de gemeente. Gedurende deze termijn zijn twee zienswijzen binnen gekomen. Naar aanleiding van deze zienswijzen zijn enkele onderdelen in het plan aangepast. De gemeenteraad stelt vervolgens de wijziging van het omgevingsplan vast. Daarbij worden de ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van het plan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

63 Sint-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c6513faf-dd89-40e3-8ed8-b02e7f6979c5