CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 Onderbouwing P.V.Vroonhovenstr.11 Schijndel

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: 3. Onderbouwingen19.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

34

een versterking van de omgevingskwaliteit. Het plangebied is gelegen binnen een aangewezen bebouwingsconcentratie, waardoor duidelijk is dat sprake is van een passende locatie voor herontwikkeling onmogelijk maken. Uit de als bijlage 9 toegevoegd Rekenmodule Maatwerk omgevingskwaliteit blijkt dat binnen het plangebied voldoende fysieke tegenprestatie tot versterken van omgevingskwaliteit wordt geleverd.

6.3.

Gemeentelijk beleid

6.3.1.

Kansen voor Kwaliteit

Om het buitengebied vitaal te houden is de gemeente Meierijstad aan de slag gegaan met het agrarische bedrijvigheid; natuur en landschap; recreatie en toerisme; de inwoners.

herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing. Uitgangspunt is dat de (directe) omgeving leidend is, een kwaliteitsverbetering vereist is en de directe omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. Op basis van het kader wordt ruimte geboden aan nieuwe initiatieven, waarbij eisen worden gesteld aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit. De gemeente wil hergebruik faciliteren, daar waar dit passend is, en sloop stimuleren. Het bieden van maatwerk, aangezien geen één vrijkomende locatie hetzelfde is, vormt één van de uitgangspunten. Daarbij geldt dat initiatieven geen negatieve invloed mogen hebben op de kwaliteit van de (directe) omgeving. Ook vindt de gemeente het van groot belang dat er wordt voorzien in een kwaliteitsimpuls. Als basis dient te worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing van het totale erf waar de ontwikkeling deel van uitmaakt. Als aanvullende kwaliteitsprestaties kan gedacht worden aan het slopen van overtollige bebouwing, het wegnemen van verharding of het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land. Ook de toepassing van hoogwaardige stedenbouw/vernieuwende architectuur en extra inspanningen ten aanzien van klimaatadaptatie en/of duurzaamheid zijn voorbeelden van aanvullende kwaliteitsprestaties.

Voor de aanvaardbaarheid zijn functietype, gebiedstype en impact van het initiatief van belang. Voor de functies wordt onderscheid gemaakt in 3 functietypen: 1. Gebiedsgebonden functies; 2. Gebiedspassende functies; 3. Gebiedsstrijdige functies.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

35

omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning. Daarbij wordt in het beleidskader aangegeven dat het toevoegen van een nieuwe woonfunctie in het buitengebied vaak een belangrijke economische component van een nieuwe ontwikkeling vormt. Dit kan zijn de splitsing van een cultuurhistorisch waardevol pand of het toevoegen van een (voorheen) Ruimte-voor-Ruimte woning. Voor het buitengebied wordt een beperkt aantal woningen gereserveerd. Er wordt, aldus het gemeentelijk beleid, zo veel als mogelijk gestuurd op andere oplossingen dan woningbouw.

Afbeelding 19. Uitsnede kaart gebiedstypen Meierijstad)

Beleidskader Kansen voor kwaliteit (bron: gemeente

Het plangebied Pastoor van Vroonhovenstraat 11 vormt een breed agrarisch perceel, grenzend aan het openbaar gebied. De gronden zijn aangewezen als bebouwingsconcentratie en liggen tussen de bebouwde kommen van Schijndel en Wijbosch, omgeven door burgerwoningen. Door het toevoegen van één extra woning wordt niet alleen financieel ruimte gecreëerd, maar ook in sociaal verband een meerwaarde geleverd, doordat de mogelijkheid dat ouders en hun zoon met hun gezin in elkaars nabijheid wonen. Op termijn heeft dit ook maatschappelijke voordelen (mantelzorg). Met de ontwikkeling kan beperkt invulling worden gegeven aan de huidige woningbehoefte. In dat verband kan nog worden opgemerkt dat de landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrichtingen voor woningbouw afgelopen jaren als gevolg van de sterke wijzigingen in de bevolkings- en huishoudensontwikkeling aanzienlijk gewijzigd zijn. De woningbehoefte is groot en er wordt meer en divers ruimte geboden voor het ontwikkelen van nieuwe woningen, ook in het buitengebied wanneer het een passende plek betreft en er voldoende kwaliteitswinst tegenover staat. De locatie ligt in gebiedstypologie III: Landelijk gebied, verweving van functies. Binnen dit gebiedstype speelt de landbouw een belangrijke rol, maar zijn de agrarische bedrijven niet de enige gebruikers. Door de tijd hebben agrarische bedrijven plaatsgemaakt voor nieuwe functies.

In het Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

36

op een specifieke locatie haalbaar is, hangt af van de impact op de (directe) omgeving. Voor het derde aspect, de impact op de (directe) omgeving, wordt in ieder geval gekeken naar: Wat is de omvang van de beoogde functie; Wat is de aard van de beoogde functie; Wat is de aard van de (directe) omgeving; Wat is de uitstraling van de beoogde functie? Deze aspecten zijn in voorliggend plan opgenomen. De meest nabijgelegen woningen zijn op enige afstand van de locatie gelegen, vogelvlucht minimaal ruim 80 meter. De ruimtelijke impact van de beoogde herontwikkeling zal beperkt, dan wel positief zijn (o.a. door sloop bebouwing en herstel van zichtlijnen). Door het verdwijnen van de agrarische bedrijvigheid (grondgebonden veehouderij) is sprake van een positieve ontwikkeling voor de omgeving, nu hiermee ook aspecten als geurbelasting, geluidhinder en negatieve beïnvloeding van de luchtkwaliteit verdwijnen. De woonfunctie zorgt niet voor hinder voor de omgeving. Overweging Uitgaande van voornoemde toetsingscriteria en een maatwerkaanpak, past het voornemen binnen het beleidskader Kansen voor Kwaliteit. 6.3.2.

Criteria haalbaarheid ontwikkeling landelijk gebied

De gemeente Meierijstad heeft een aantal criteria geformuleerd die van toepassing zijn op bouwen en gebruik in het buitengebied. Bij nieuwe ontwikkelingen is de voorwaarde is dat het initiatief een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Op basis van onderstaande onderwerpen wordt een initiatief getoetst: Ruimtelijke kwaliteitswinst (verwijderen vrijgekomen bebouwing): 1 pluspunt; Op de locatie wordt ingezet op beëindiging van het agrarisch bedrijf en sloop van overtollige bebouwing. De sloopoppervlakte bedraagt 1.520 m2. Ook wordt de verharding aan de achterzijde, erf en kuilvoerplaat, verwijderd (1.280 m2). De locatie wordt bij herontwikkeling landschappelijk ingepast. Milieuwinst (afname geur, fijnstof, geluid): 1 pluspunt; Door het verdwijnen van een veehouderijbedrijf, ontstaat milieuwinst. Aanvullende winst (bijdrage aan ecologische verbindingszone, aanvullende landschapsversterking, verwijderen substantieel oppervlak bebouwing/verharding en/of een aangekochte bouwtitel bij de ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte): 1 pluspunt; Er is sprake van kwaliteitsbijdrage door sloop, verwijderen verharding en landschapsversterking. Oplossen van ruimtelijk knelpunt (bijv. geitenproblematiek): 1 pluspunt.

De herontwikkeling zorgt voor het verdwijnen van een veehouderij en het herstel van zichtlijnen richting een waardevol cultuurhistorisch landschapselement. Meervoudig of innovatief ruimtegebruik en / of vernieuwde woonvormen / doelgroepen zoals genoemd in de Woonvisie;

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

37

Uitgegaan wordt van het toevoegen van een grondgebonden, levensloopbestendige woning voor initiatiefnemers. De eigen (bedrijfs-)woning wordt overgenomen door hun zoon, die de wens heeft terug te keren naar de Pastoor van Vroonhovenstraat. Aangezien sprake is van toevoegen van slechts één woning, zijn vernieuwde woonvormen of specifieke doelgroepen niet aan de orde. Wel is er sprake van sociale meerwaarde, doordat de verschillende generaties zich in elkaars nabijheid kunnen vestigen Overeenstemming met de strategie vanuit de herijking van het woningbouwprogramma; Binnen het woningbouwprogramma is ruimte voor het toevoegen van één (levensloopbestendige) woning. Parkeerplaats(en) die volledig op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden; Het parkeren vindt nu en in de toekomst geheel op eigen terrein plaats (zie ook paragraaf 7.15). Bereikbaarheid, inrichting openbaar gebied en parkeren; De ontsluiting van de locatie is goed en op eigen terrein is voldoende ruimte voor manoeuvreren en parkeren (zie ook paragraaf 7.15). De inrichting van het openbaar gebied wijzigt niet door de ontwikkeling. Overeenstemming van het bouwvolume met de omgeving (maat en schaal der dingen); Verwezen wordt naar het stedebouwkundig ontwerp, waarin dit is uitgewerkt.

Door de sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding ontstaan volumes die meer in lijn zijn met de overige woonfuncties in de omgeving. Ook worden zichtlijnen hersteld. Geen beperking door de ligging van kabels en leidingen/riolering; In het gebied zijn geen beperkingen aanwezig vanuit (ondergrondse) nutsvoorzieningen; Duurzaamheid (bouwmaterialen, energie, etc). Voor de realisatie van de nieuwe woning en verbouwing van de bestaande woning wordt ten minste voldaan aan de duurzaamheidsvereisten van dat moment. In de uitvoering wordt afgewogen welke materialen uit de sloop opnieuw ingezet kunnen worden. 6.3.3.

Ontwerp Toekomstvisie Meierijstad

De gemeente Meierijstad heeft op 13 maart 2025 de ontwerp Toekomstvisie Meierijstad ter inzage gelegd. Het algemene doel van de Toekomstvisie Meierijstad is om de gemeente voorbereid, wendbaar en veerkrachtig te maken richting een duurzame en leefbare toekomst. De visie moet gaan dienen als een integraal strategisch kompas voor beleid, keuzes en ontwikkelingen op sociaal, economisch, ruimtelijk en bestuurlijk vlak. Het perspectief van de visie is 2040 en uitgangspunt is om de identiteit van Meierijstad te behouden en versterken. In de visie zijn 4 concrete hoofddoelen geformuleerd: Betaalbaar wonen voor iedereen: 10.000 extra woningen bouwen met oog voor de menselijke maat. Toekomstbestendige economie & agrarisch perspectief: investeren in circulaire economie, innovatie en duurzaam buitengebied. Verbinding van inwoners: stimuleren van gemeenschapskracht en inclusieve samenleving. Gezonde leefomgeving & klimaatadaptatie: vergroening, biodiversiteit en robuuste energie- en mobiliteitssystemen.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

38

Specifiek over Wijbosch wordt in de ontwerp visie genoemd dat dit één van de dorpen is, waar inwoners zich sterk verbonden voelen met hun omgeving. De visie erkent dat mensen niet alleen in Voor het buitengebied ligt de nadruk op agrarische vitaliteit, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Nieuwe woningen in het buitengebied zijn mogelijk als ze bijdragen aan een toekomstbestendig buitengebied, bijvoorbeeld via functieverandering (bijv. omvorming van agrarisch erf naar wonen met landschappelijke kwaliteit). De herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 levert op beperkte schaal een bijdrage aan de woningvoorraad, gezonde leefomgeving en toekomstbestendige economie binnen de gemeente. Voor het agrarisch bedrijf was er onvoldoende (economisch) toekomstperspectief en ook het politiek draagvlak leidt tot zorgen. Initiatiefnemers willen niet weg van hun locatie en hun zoon, die hier geboren en getogen is, wil graag terugkomen (vanuit Eerde). Zij voelen zich inderdaad verbonden met hun dorp en hun omgeving. De herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 past exact in het voorbeeld van omvorming van een agrarisch erf naar wonen met landschappelijke kwaliteit. De gewenste ontwikkeling is dan ook in lijn met de ontwerp Toekomstvisie van de gemeente.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

39

7.

Fysieke leefomgeving en milieu

7.1.

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Ook is een paragraaf 'vormvrije m.e.r.beoordeling' opgenomen. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur en verkeer en parkeren. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht. Gezien de aard van de ontwikkeling zijn enkele aspecten waarvoor een vergelijkbare afweging geldt samen gevoegd.

7.2.

Mer-beoordeling

In afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit is de wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (mer) opgenomen. Of een besluit project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan hier worden afgeleid. De mer-(beoordelings)plichtige projecten staan in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In een project-mer-beoordeling wordt getoetst of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn 2 uitkomsten mogelijk: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen mer nodig er hoeft geen MER te worden gemaakt. Overweging De ontwikkeling is gericht op beëindiging van het agrarisch bedrijf, sloop van bebouwing, omvorming naar en toevoeging van een burgerwoning en realisatie van natuur- en landschapselementen. De bebouwingsomvang neemt per saldo af. Bij de herontwikkeling verdwijnt een milieubelastende activiteit en is geen sprake is van een landinrichtingsproject. Woningbouw valt ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van Uit jurisprudentie wordt echter duidelijk dat de realisatie van slechts één nieuwe Omgevingsbesluit. Daarmee is er geen m.e.r.-procedure in het kader van het Omgevingsbesluit van toepassing.

Tenslotte is voor de ontwikkeling ook geen passende beoordeling voor natuur nodig (zie ook paragraaf 7.14). Opgemerkt dient te worden dat voor alle ruimtelijke ontwikkelingen, nagegaan dient te worden of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Uit de toets van de diverse

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

40

gevolgen. Ook over-all bezien is bij de herontwikkeling geen sprake van belangrijke gevolgen voor het milieu.

7.3.

Duurzaamheid en klimaat

In de begrippenlijst bij de Omgevingswet (Ow, bijlage 1) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften." Met de verschillende bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving geborgd. Overweging De beëindiging van het agrarisch bedrijf binnen het plangebied levert een positieve ontwikkeling op voor de fysieke leefomgeving. Voor de omvorming naar twee burgerwoningen wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel en deels van bestaande bebouwing. Het bebouwd en verhard oppervlak op de locatie neemt door de ontwikkeling af. Bij de beoogde ver- en nieuwbouw van de woningen wordt direct gezorgd voor verduurzaming.

Verdere uitwerking hiervan vindt plaats in het vergunningtraject. Geconcludeerd kan worden dat het plan qua aard en schaal past op deze plek en een positieve bijdrage levert aan het aspect duurzaamheid.

7.4.

Bedrijven en milieuzonering

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). De systematiek is (vooralsnog) overgenomen uit de Wro-aanpak. Binnen het plangebied wordt een agrarisch bedrijf beëindigd en woonfunctie toegevoegd. De bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd naar burgerwoning. Milieuzonering vanuit plangebied naar omgeving Woningen en hun bijgebouwen worden niet beschouwd als functies die een negatieve milieuinvloed op hun omgeving hebben. Een toets van de invloed van de (bestaande en nieuwe) functie binnen het plangebied Pastoor van Vroonhovenstraat 11 op de omgeving hoeft dan ook niet plaats te vinden. Dit in tegenstelling tot de huidige functie; een agrarisch bedrijf (grondgebonden veehouderij) heeft immers wel op diverse onderwerpen een milieu-uitstraling naar de omgeving. Deze vervalt met de beoogde herontwikkeling. Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

41

Milieuzonering vanuit omgeving naar plangebied Woningen zijn gevoelige functies voor de milieu-invloed van inrichtingen uit de omgeving. Bij het toekennen van nieuwe gevoelige functies dient inzichtelijk gemaakt te worden dat in de omgeving van de locatie geen bedrijven of inrichtingen voorkomen die het woon- en leefklimaat dusdanig slecht beïnvloeden, dat de nieuwe functies niet toegestaan kunnen worden. Binnen het plangebied is reeds een (bedrijfs-)woning aanwezig, die ten opzichte van omliggende inrichtingen wordt beschouwd als gevoelige functie. In de directe omgeving van de locatie komen burgerwoningen en agrarische gronden voor, zijnde functies zonder milieu-invloed. Op enige afstand zijn enkele (agrarische) bedrijven gelegen. De ontwikkeling maakt mogelijk dat het aantal huishoudens binnen het plangebied toeneemt van één naar twee. Het plan is dan ook getoetst aan de (indicatieve) lijst ´Bedrijven en Milieuzonering´, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009). In deze lijst zijn richtafstanden opgenomen, die zorgen voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Indien deze worden gerespecteerd, worden hinder en gevaar voorkomen. Bij het bepalen van de richtafstanden in de VNG-lijst zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: voorzieningen.

De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.

De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

42

Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

De locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 is gelegen in afwisselend bebouwd en onbebouwd buitengebied. Voor het merendeel van de direct omliggende bebouwde locaties geldt de

4.

6. 5. 3.

Afbeelding 20. Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl)

2.

bestemmingsplan

1.

met

omliggende

(agrarische)

bedrijven

(bron:

Voor de inrichtingen in de buurt van het plangebied, geldt het volgende:

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

43

Minimale aanbevolen afstand VNG-lijst in rustige woonomgeving (meter)

Feitelijke afstand plangebied (gevoelige functie) bestemmingsvlak (meter)

Voldoet ja/ nee

Omschrijving bestemming

Milieucategorie VNG-lijst (max)

1.

Maatschappelijk (uit bp. Kom Schijndel 2013)

2

30

270

J

2.

Bedrijf Opslag

2

30

330

J

3.

Agrarisch bedrijf grondgebonden veehouderij (melkrundvee) Agrarisch bedrijf boomkwekerij Agrarisch bedrijf grondgebonden veehouderij (melkrundvee) Agrarisch bedrijf grondgebonden veehouderij (onbekend KRD)

3.2

100

300

J

2

30

250

J

3.2

100

290

J

3.2

100

440

J

4. 5.

6.

Voor het bepalen van de afstand is uitgegaan van de grens van de bestemming (agrarisch) bedrijf voor de verschillende omliggende inrichtingen. Voor alle inrichtingen wordt voldaan aan de aanbevolen afstand. Overweging In de omgeving van het plangebied zijn enkele (agrarische) bedrijven/ inrichtingen aanwezig. Voor alle omliggende bedrijven wordt voldaan aan de in de VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering opgenomen indicatieve afstand. Vanuit gelden geen beperkingen voor de voorgenomen herontwikkeling.

7.5.

Bodem

Bij een functiewijziging dient gemotiveerd te worden dat de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende is met het oog op de in het plan toegelaten bestemming/ functie. In voorliggende situatie w en wordt een woning toegevoegd. Er is dan ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn Verkennend bodemonderzoek - Pastoor van Vroonhovenstraat 11 te Wijbosch (BodemInzicht, 15 juli 2025), opgenomen als bijlage 3 bij deze motivering. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

44

Overweging herontwikkeling.

7.6.

Geluid

leefomgeving (Bkl). In paragraaf 22.3.4 BS zijn de regels opgenomen over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn toegestane geluidwaarden bepaald. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). Daarnaast zijn de instructieregels uit afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). Er wordt onderscheid gemaakt tussen geluidsbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (conform artikel 3.20 Bkl). Daarnaast zijn in dit artikel instructieregels voor geluid op aangewezen n beschouwd als geluidgevoelig.

Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied wordt de bedrijfswoning omgevormd tot burgerwoning en wordt een woning toegevoegd. De maximumsnelheid op de Pastoor van Vroonhovenstraat bedraagt ter hoogte van het plangebied 60 km/u, waardoor er sprake is van een onderzoekszone. Er is dan ook een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn beschreven in de rapportage Akoestisch onderzoek geluidgevoelig gebouw in geluidaandachtsgebied Pastoor van Vroonhovenstraat 11 te Wijbosch 2025), opgenomen als bijlage 4 bij deze motivering. Uit het onderzoek blijkt dat op alle toetspunten aan de standaardwaarde wordt voldaan en het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is bij toepassing van standaard materialen. Industrielawaai De eventuele geluidsinvloed van omliggende bedrijven en inrichtingen op het plangebied is reeds getoetst in paragraaf 7.4. Aan de, op grond van de VNG-brochure, aanbevolen afstanden wordt voldaan. Een nader akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

45

Overweging legt geen beperkingen op aan de planologische procedure en/ of herontwikkeling.

7.7.

Luchtkwaliteit

De instructieregels voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De regels hebben tot doel de gezondheid te beschermen. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn zogenaamde omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit/ ontwikkeling is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m 3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl.

Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen, dan is het mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Soms kan de zogeheten NIBM-tool gebruikt worden, eventueel aangevuld met detailberekeningen. Bij voorliggend initiatief is sprake van herontwikkeling van een agrarisch bouwvlak tot twee burgerwoningen, waarvan één nieuwe en één de bestaande bedrijfswoning. Deze omvang is dusdanig beperkt, dat de ontwikkeling ruimschoots binnen de NIBM-grens valt. Het plan geldt dan ook als een NIBM-project. In artikel 5.51 lid 2 Bkl zijn aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit aangewezen. Dit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De gemeente Meierijstad is niet aangewezen als aandachtsgebied voor luchtkwaliteit. Er gelden dan ook geen extra voorwaarden voor ontwikkelingen, die zorgen voor een toename van stoffen die de luchtkwaliteit negatief beïnvloeden. Woonfuncties zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit.

Voor de volledigheid is de situatie dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. Ter hoogte van het plangebied is sprake van de volgende waarden:

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

46

3

Waarde plangebied 2023)

) - 2025 (gegevens

3

)

PM10

15

40

PM2,5

9

25

NO2

11

40

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen het plangebied voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Overweging gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt voldaan aan de grenswaarden voor de verschillende componenten. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 tot twee woningen.

7.8.

Trillingen, windhinder, lichthinder en bezonning

Op basis van de Ow en het Bkl dienen trillingen, windhinder, lichthinder en bezonning beschouwd te worden bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Voorkomen dient te worden dat er nadelige invloeden zijn op het plangebied of dat de ontwikkeling negatieve gevolgen op deze aspecten met zich meebrengt voor de omgeving. Gezien de solitaire ligging van het plangebied is er vanuit de herontwikkeling geen negatieve invloed Tevens is er geen sprake van functies of kenmerken in de omgeving, die nadelige invloed hebben op deze aspecten binnen het plangebied. Voor trillingen geldt voorts specifiek dat de locatie op ca. 1,5 kilometer van de meest nabijgelegen spoorlijn (Boxtel Uden) is gelegen, waardoor trillinghinder kan worden uitgesloten. Ook voor het overige zijn er geen trillings-veroorzakende functies in de omgeving gelegen. Het plangebied bevindt zich in open agrarisch gebied op enige afstand van andere gebouwen. orde. Overweging De aspecten trillingen, windhinder, lichthinder en bezonning zorgen niet voor belemmeringen voor de beoogde herontwikkeling.

7.9.

Geur

Artikel 5.92 lid 1 Bkl regelt dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur is tweeledig: Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

47

bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten die geur veroorzaken in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor staan instructieregels in het Bkl. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten. Voor andere geurveroorzakende activiteiten kan de gemeente kiezen welke geurregels ze in het omgevingsplan geurregels stelt. De locatiekeuze bepaalt welke regels moeten gelden. Zolang het tijdelijke omgevingsplan geldt, zijn voor 'geur' de regels uit de bruidsschat van toepassing. De bruidsschat bevat regels over: Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a.

het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur (par. 8.5.1). Vanuit de locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 wordt in de huidige situatie een grondgebonden veehouderij geëxploiteerd. Dat betekent dat de locatie zelf invloed heeft op de omgeving voor het aspect geur. Met de voorgenomen beëindiging van de agrarische activiteiten, verdwijnt deze invloed. Zoals blijkt uit de toetsing in paragraaf 7.4 liggen op enige afstand van het plangebied enkele agrarische bedrijven waar vee wordt gehouden/ mag worden gehouden. Aan de door de VNG aanbevolen afstanden wordt voor alle bedrijven voldaan. Ook aan de vaste afstanden die gelden op grond van de BS wordt voor alle omliggende veehouderijen voldaan. De meest nabijgelegen veehouderij is immers op ca. 290 meter van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 gelegen.

Daarbij geldt voor alle veehouderijen in de omgeving dat er reeds meerdere gevoelige objecten tussen het bedrijf en het plangebied gelegen zijn, waardoor de woningen binnen het plangebied nooit de meest belemmerende objecten vormen voor de betreffende bedrijven. Tevens maart 2025) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat ter plaatse sprake is van een zeer goede kwaliteit van de leefomgeving woon- en leefklimaat.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

48

Afbeelding 21. Weergave voormalige en bestaande veehouderijbedrijven in de (ruime) omgeving van het plangebied (bron: odzob.nl)

Afbeelding 22. Uitsnede kaart Achtergrondbelasting geur, omgeving Pastoor van Vroonhovenstraat 11 de invloed van het eigen bedrijf is zichtbaar, deze valt bij voorliggende herontwikkeling weg (bron: odzob.nl)

In de omgeving zijn verder geen zuiveringstechnische werken of mest- en/ of groenopslagen gelegen. Overweging belemmering vormt voor het planvoornemen.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

49

7.10.

Gezondheid

Eén van de doelen van de Ow is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Veel van de in dit hoofdstuk opgenomen milieuaspecten hebben een directe of indirecte relatie met gezondheid. Het Rijk heeft voor een aantal daarvan ondergrenzen vastgesteld, ter bescherming van de gezondheid. hebben met het aspect gezondheid. 7.10.1.

Geitenhouderij

Uit VGO-onderzoeken is gebleken dat tot 2 km rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Als gevolg daarvan wordt bij ontwikkeling van nieuwe gevoelige functies beoordeeld of sprake is van een geitenhouderij binnen 2 km van het plangebied. Geadviseerd wordt hiermee terughoudend om te gaan. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer blijft het risico vergroot. De gemeente Meierijstad mag een eigen afweging maken over de mogelijkheid tot het planologisch toestaan van nieuwe gevoelige objecten binnen de invloedsfeer van geitenhouderijen. Voorliggend plan voorziet in nieuw ruimtebeslag voor gevoelige functies, door het toevoegen van een woning. Uit de informatie van de provincie Noord-Brabant en IGO-KRD is echter gebleken dat binnen een straal van 2 km geen geitenhouderijen aanwezig zijn, waardoor dit aspect geen

7.10.2.

Endotoxinen

Intensieve veehouderijbedrijven dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Endotoxinen kunnen onderdeel uitmaken van dit uitgestoten fijnstof. De uitstoot van fijnstof en endotoxinen kunnen negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden van veehouderijen hebben. Op basis van de momenteel uitgevoerde onderzoeken kunnen nog geen eenduidige conclusies worden getrokken of er sprake is van een causaal verband tussen veehouderijen en volksgezondheid. Er is er nog geen concreet toetsingskader of rekenmodel voor endotoxinen, maar er dient wel een afweging te worden gemaakt aan de hand van de specifieke situatie en reeds bekende informatie. Vooruitlopend op wetenschappelijk aangetoonde causale verbanden tussen de veehouderijsector handreiking opgesteld ten aanzien van endotoxinen. Dit betreft geen harde normstelling, maar een advieswaarde voor zolang de conclusies van benodigd vervolgonderzoek nog niet beschikbaar zijn. De Gezondheidsraad hanteert als advieswaarde een maximale blootstellingsnorm van 30 EU/m 3. Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

50

Endotoxines kunnen nog niet concreet gemeten, dan wel berekend worden. Wel heeft het aanvullend wetenschappelijk onderzoek als resultaat dat op basis van een fijnstofemissie (bronsterkte) een aanbevolen aan te houden afstand kan worden bepaald om een te hoge blootstelling aan endotoxinen te voorkomen. Zoals aangegeven is er een verband tussen fijnstof en endotoxinen. Uit de beschikbare kaart Achtergrondbelasting fijnstof door veehouderijen (ODZOB) blijkt dat de achtergrondbelasting zich in de laagste categorie, <20 ug/m3, bevindt en daarmee ruimschoots valt onder de advieswaarde en Europese norm.

Afbeelding 23. Uitsnede achtergrondconcentratie fijnstofdoor veehouderijen (bron: odzob.nl)

Op basis van de indicatieve rekentabel van ErbrinkStacks volgt dat bij afstanden van meer dan 200 meter, overschrijdingen van de advieswaardes voor endotoxinen bij varkenshouderijen (tot circa 1.400 kg PM10/jaar, dus bedrijven met een zeer hoge fijnstof-uitstoot), niet meer voorkomen. Binnen 200 meter rondom het plangebied is geen varkenshouderij aanwezig. Negatieve effecten vanuit deze bedrijfstak kunnen dan ook worden uitgesloten. Bij grootschalige pluimveehouderijen is deze afstand afhankelijk van de bedrijfsomvang, het type pluimvee en de uitstoot. De meest nabijgelegen pluimveehouderij op grond van de opgave van de provincie Noord-Brabant/ IGO-KRD betreft het leghennenbedrijf Laverdonk 7 in Bernheze op ruim 2,2 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Gezien de vergunde fijnstofuitstoot van 5.604 kg/ jaar bedraagt de berekende aanbevolen afstand 214 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan deze adviesafstand. kunnen worden uitgesloten. 7.10.3.

Spuitzones

Achtergrond Ook het (mogelijk) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de omgeving van een ontwikkellocatie voor gevoelige functies dient getoetst te worden met het oog op het aspect Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

51

volksgezondheid. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een zone van 50 meter als aandachtsgebied hanteert tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Relevante wet- en regelgeving De zone van 50 meter als aandachtsgebied die wordt gehanteerd door de ABRvS (nr. 200504921/1, 15 februari 2006) is gebaseerd op voormalig beleid van de provincie Gelderland. Destijds waren andere gewasbeschermingsmiddelen toegelaten en bedroeg de voorgeschreven driftreductie 50% in plaats van de huidige 75% (zie volgende alinea). Verder is met betrekking tot het aandachtsgebied relevant dat de 50 meter ooit bedoeld was voor boomgaarden en boomteelt, niet voor laagblijvende gewassen die neerwaarts worden gespoten. Bij een lagere spuithoogte en neerwaarts spuiten is er minder kans op verwaaiing en dus minder driftrisico. Daarbij geldt dat voor alle in Nederland toe te passen gewasbeschermingsmiddelen voor de goedkeuring en toelating getoetst wordt of er geen schadelijke effecten voor mens en dier en geen onaanvaardbare effecten voor het milieu zijn. Hierbij is sprake van geldend Europees en landelijk beleid en regelgeving. Nederland heeft zich gecommitteerd aan de Europese Richtlijn 2009/128/EG voorzorgsbeginsel opgenomen. Deze Europese richtlijn verplicht Nederland elke vijf jaar een nationaal actieplan voor het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op te stellen. Het gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en het gebruik van geïntegreerde gewasbescherming en alternatieve benaderingswijzen te bevorderen.

Eén van de meest recente implementaties bestaat uit het opnemen van de verplichting tot extra driftreductie in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal (artikel 4.723c) is vastgelegd dat bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen techniek dient te worden toegepast die een driftreductie bereikt van ten minste 75% ten opzichte van een referentietechniek. Ook bepaalt het Bal (artikel 4.723e) dat geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden als de windsnelheid meer is dan 5 m/s, gemeten op 2 meter boven de grond bij neerwaarts bespuiten. Relevante gebiedskenmerken en kenmerken functioneel gebruik In de omgeving van het plangebied zijn agrarische gronden gelegen en ook het plangebied is in de , deels bouwvlak. De agrarische gronden binnen het plangebied worden herbestemd, waardoor richting de omgeving geen sprake meer is van potentiële negatieve effecten op het woongewasbeschermingsmiddelen op de locatie. Voor de omliggende agrarische gronden geldt dat deze op basis van de agrarische bestemming voor een grote verscheidenheid aan teelten ingezet mogen worden. De gronden binnen 50 meter ten oosten van de Pastoor van Vroonhovenstraat zijn allen in eigendom van initiatiefnemers, waardoor zij zelf zeggenschap hebben over het al dan niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

52

Afbeelding 24. Weergave 50 meter aandachtsgebied rond gevoelige functies t.o.v. beoogde herontwikkeling (bron: ruimtlijkeplannen.nl in combinatie met ontwerp Van Dooren Landschap | LA architecten, bewerkt BuRO Ester)

Voor de delen van deze gronden opgenomen. Het betreft delen van de kadastrale percelen gemeente Schijndel, sectie O, nummers 186, 187 en 188. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt hier juridisch beperkt, waardoor potentiële gezondheidsrisico s binnen het plangebied worden uitgesloten. Ook ten westen van de Pastoor van Vroonhovenstraat bevinden zich agrarische productiegronden. Deze zijn niet in eigendom van initiatiefnemers. Uit de Basisregistratie gewaspercelen registratiekaart 2024, blijkt dat sprake was van blijvend grasland en snijmais. Ook de daaraan voorafgaande jaren bestond het gebruik uit grasland en maïs. Bij het gebruik als gras-/ hooiland worden in de reguliere landbouw soms gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Hierbij is altijd sprake van neerwaartse spuittechnieken met driftbeperkende maatregelen. Maïsland wordt in de periode relatief kort na inzaaien enkele keren gespoten. Zodra de maïs verder is gegroeid vormt deze een dusdanig dicht gewas, dat ondergroei nauwelijks zonlicht meer krijgt, en als gevolg daarvan ook nauwelijks tot groei komt. Ondanks dat maïs uiteindelijk een hoog gewas wordt, is ook hier uitsluitend sprake van lage, neerwaartse spuittechnieken, waarbij driftreducerende maatregelen verplicht zijn. Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

53

Afbeelding 25. Uitsnede BRP Gewaspercelen

Afbeelding 26. Uitsnede BRP-kaart met teelten uit afgelopen jaren (bron: BRP-gewaspercelen, ESRI)

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

54

Maïs, snij-

Maïs, snij-

Afbeelding 27. Uitsnede BRP-kaart met teelten uit afgelopen jaren (bron: BRP-gewaspercelen, ESRI)

Afbeelding 28. Uitsnede BRP-kaart met teelten uit afgelopen jaren (bron: BRP-gewaspercelen, ESRI)

Afwegingsaspecten Voor de toetsing zijn twee aspecten van belang:

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

55

1. 2.

Primair: een nieuwe ontwikkeling mag niet tot gevolg hebben dat de gebruiksmogelijkheden van omliggende (agrarische) gronden worden ingeperkt ten opzichte van de geldende situatie; Secundair: voor de nieuwe ontwikkeling dient aangetoond te worden dat sprake is van een het bevoegd gezag afgewogen dient te worden.

Onderstaand wordt op beide aspecten ingegaan in relatie tot het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 1. Gebruiksmogelijkheden omliggende gronden Alle agrarische gronden die vallen binnen de 50 meter zone van het plangebied (de gevoelige functies), liggen binnen 50 meter van reeds bestaande woningen (Pastoor van Vroonhovenstraat 10, 10a en 11). Er is dan ook reeds sprake van gevoelige functies binnen het aandachtsgebied. Uit een veldinventarisatie is gebleken dat zowel aan de zijkant van het perceel Pastoor van Vroonhovenstraat 10, 10a, als aan de voorkant van het perceel Pastoor van Vroonhovenstraat 11 enig opgaand groen aanwezig is. Er is echter geen sprake van voorzieningen of (inrichtings)maatregelen die beïnvloeding van de percelen door eventuele drift volledig voorkomen. Nu de ontwikkeling niet zorgt voor toevoeging van gevoelige functies binnen 50 meter waar die tot op heden nog niet aanwezig waren, legt de ontwikkeling geen extra potentiële beperkingen op aan het gebruik van de omliggende agrarische gronden. De belangen van omliggende grondeigenaren (en/ of gebruikers) worden dan ook niet aangetast. 2. ETFAL Het functioneel gebruik dat met voorliggend plan wordt toegestaan, wonen, is in de huidige situatie deels toegestaan; namelijk ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning.

Het gebruik van de gronden van de bestaande woning zal in de toekomst nagenoeg even intensief zijn dan in de huidige situatie, voor de gronden waar de nieuwe woning geprojecteerd is, zal het gebruik intensiveren. De bestaande en nieuwe woning worden voorzien van een ruime voortuin, die wordt ingericht als hoogstamfruitweide, omgeven door een gemengde haag. Vanwege de ligging aan de openbare weg, is het gewenst de hoogte van de haag beperkte te houden tot maximaal 1 meter. De voortuin zal, gezien het type woningen en de inrichting, niet in gebruik genomen worden als verblijfsruimte. Datzelfde geldt voor het erf tussen de twee woningen. De verblijfsruimtes bevinden zich in de woningen en in de achtertuin. De binnenruimtes worden beschermd tegen eventuele drift door de gevels van de woningen. De achtertuinen worden deels afgeschermd door de aanwezige en beoogde bebouwing. Ook de te realiseren landschappelijke inpassing zorgt voor afscherming (afhankelijk van de aard en dichtheid van het groenelement meer of minder). Vanuit het voorzorgsbeginsel dient bezien te worden in hoeverre maatregelen noodzakelijk zijn en/ of getroffen kunnen worden om de eventuele impact voor het plangebied van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op aangrenzende gronden te beperken.

Duidelijk is dat de agrarische gronden die gelegen zijn binnen 50 meter van het plangebied, gronden in een bebouwingsconcentratie betreffen, waar een zekere menging van functies aanvaardbaar is. De agrarische gronden liggen ten westen, noordwesten van het plangebied. De overheersende windrichting in Nederland is zuidwest. De meest kwetsbare plekken worden gevormd door de achtertuinen, die deels door bebouwing en beplanting worden afgeschermd.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

56

Geconstateerd wordt dan ook dat: het gebruik van neerwaartse spuittechnieken representatief is voor de agrarische gronden in de omgeving; indien gewasbeschermingsmiddelen worden toepast, hiervoor regels en normen gelden, onder andere op het gebied van driftreducerende techniek en maximale windsnelheden in de open lucht; indien gewasbeschermingsmiddelen worden toepast en onverhoopt drift ontstaat, dit met name langs het plangebied zal bewegen; de verblijfsruimtes zich in en achter de woning bevinden en deze al deels worden afgeschermd. De nieuw te realiseren woning zal, conform de op dat moment geldende vereisten, voorzien worden van een ventilatiesysteem. Om mogelijke invoer van gewasbeschermingsmiddelen in de woning zoveel mogelijk te beperken, worden hierbij bouwkundige maatregelen verplicht gesteld. Voor de nieuwe woning is het verplicht een ventilatiesysteem toe te passen met filters (bijvoorbeeld fijnstoffilters of actief kool) die spuitnevel effectief tegenhouden. Overige aanvullende maatregelen worden niet doelmatig geacht ten opzichte van het beperkte risico.

Een totaalafweging maakt duidelijk dat met het plan gezondheidsvoordelen ontstaan door de beëindiging van het agrarisch bedrijf/ de veehouderij en dat initiatiefnemers aanvullend bereid zijn een spuitvrije zone op te laten nemen voor hun eigen gronden, hetgeen ook de gevoelige functies in de omgeving ten goede komt. Daarnaast wordt een extra voorziening in het ventilatiesysteem verplicht gesteld, om het binnendringen van eventuele drift zoveel mogelijk te beperken. voor het plangebied vanuit omliggende gronden zijn beperkt nu de verblijfsgebieden voor een groot deel worden afgeschermd en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan regels is gebonden. Gekeken naar de wettelijke doelstelling om te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, kan geconcludeerd worden dat de herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 hieraan een bijdrage levert voor het aspect gezondheid, en er vanuit dit aspect geen herontwikkeling belemmeren.

7.11.

Omgevingsveiligheid

De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

57

Voor risicobronnen, activiteiten met gevaarlijke stoffen, wordt een plaatsgebonden risico (PR) bepaald. Dit is de kans per jaar dat een persoon, die altijd aanwezig is op die plaats, overlijdt door een ongeval met een gevaarlijke stof. De plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 staat voor een plaatsgebonden risico van één op de miljoen per jaar. Deze contour ( PR 10-6) wordt gebruikt als basis voor de veilige afstand tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en andere activiteiten. Binnen deze contour mogen (in principe) geen nieuwe woningen gebouwd worden. Ook zijn binnen deze contour geen nieuwe gebouwen ouwen voor minder zelfredzame mensen toegestaan (zoals basisscholen, ziekenhuizen, of verpleeghuizen). Naast de plaatsgebonden risicocontour wordt gewerkt met aandachtsgebieden voor externe veiligheids . Dit is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze zijn vastgelegd in het Register Externe Veiligheid. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen met behulp van voorschriftengebieden.

In een voorschriftengebied gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Plangebied Uit de Signaleringskaart externe veiligheid / de kaarten behorende bij het Portaal Atlas Veiligheid blijkt dat het plangebied binnen een brandaandachtsgebied van een aardgastransportleiding is gelegen. Het betreft de buisleiding A-521.De leiding zelf ligt op een afstand van ca. 300 meter van de beoogde woonfuncties. Het plangebied met daarin de toevoeging van een kwetsbaar gebouw (burgerwoning) en de omzetting van beperkt kwetsbaar gebouw (bedrijfswoning) naar een kwetsbaar gebouw (burgerwoning) ligt buiten de 10-6-risicocontour van de leiding (zowel bestaande als nieuwe woning).

Op basis van de Richtlijn advisering externe veiligheid voor ruimtelijke plannen maatwerk- of standaardadvies voor gemeenten, het standaardadvies van toepassing. Het standaardadvies kent de volgende onderdelen: Actieve risicocommunicatie; Toepassing beleidsregel bereikbaarheid en bluswatervoorziening; Vormgeving mechanische ventilatie in situaties waar sprake is van een toxisch scenario. de aardgasleiding.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

58

Het plangebied is goed bereikbaar en de Veiligheidsregio Brabant Noord heeft aangegeven af te zien van advies, waardoor extra bluswatervoorzieningen niet nodig zijn. De basisbrandweerzorg is in dit geval afdoende qua bluswater. Er zijn geen extra randvoorwaarden vanuit de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarnaast is een toxisch scenario niet aan de orde.

Afbeelding 29. Uitsnede kaart Portaal atlas veiligheid (bron: Atlas leefomgeving)

Gezien de ligging binnen het brandaandachtsgebied maar ruim buiten de PR10 -6 contour, zelfs buiten PR10-8 contour, is op de locatie sprake van een beperkt risico. De ontwikkeling bestaat uit het beëindigen van één bedrijf en toevoegen van één woning. Als gevolg van het plan is er geen sprake van een toename van de populatie van 10 of meer personen. Voor de gemeentelijke afweging is van belang dat de (toekomstige) bewoners op de hoogte zijn van de (beperkte) en dat er voor beide woningen een vluchtmogelijkheid is van de risicobron af. Het risico als gevolg van de aardgastransportleiding is beperkt. Overige bronnen liggen op grotere afstand en reiken qua risicocontour minder ver richting de gronden aan de Pastoor van Vroonhovenstraat. Vanuit overige bronnen zijn er dus geen negatieve gevolgen voor de omgevingsveiligheid binnen het plangebied.

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

59

Overweging Het plangebied is gelegen binnen het brandaandachtsgebied van een aardgastransportleiding. Het standaardadvies is van toepassing en wordt opgevolgd. Het gemeentebestuur heeft aan de hand van de aard van de ontwikkeling en afstand tot de risicobron afgewogen dat de ontwikkeling aanvaardbaar is.

7.12.

Water

Wet- en regelgeving Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Ditzelfde geldt bij een buitenplanse omgevingsplan activiteit. Hierbij is ook bepaald dat voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken wordt. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl regels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Aa en Maas. Voor alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt gestreefd naar: 1. afkoppelen van het verhard oppervlak; 2. de trits infiltratie-bergen-afvoeren toepassen; 3.

verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden. Plangebied en ontwikkeling Bij de beoogde herontwikkeling van het plangebied neemt het bebouwd en verhard oppervlak af. De te realiseren bebouwing en verharding van de bestaande en nieuwe woning inclusief het gezamenlijk erf zal geheel worden afgekoppeld.

Deze vormt geen onderdeel van het afwateringssysteem van het Waterschap en wordt nagenoeg geheel behouden. Ter plaatse van het erf tussen de twee woningen vindt een overkluizing plaats. Vanaf het erf naar de noordzijde en aan de oostzijde van het agrarisch perceel ligt een A-watergang met een veegverplichting conform de Waterlegger van Waterschap Aa en Maas. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ter hoogte van de bestaande en nieuw te realiseren woning bedraagt 49 58 cm-mv (bron: WDM).

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

60

Afbeelding 30. Uitsnede leggerkaart (bron:Waterschap Aa en Maas)

Bij de herontwikkeling wordt voorzien in opvang- en infiltratievoorzieningen op eigen terrein. Gezien het grote oppervlak onbebouwde gronden dat bij het plangebied behoort, is er voldoende ruimte voor berging en infiltratie op eigen terrein. Gezien de GHG kan een voorziening worden gerealiseerd, met een maximale diepte van 40 cm beneden het huidig maaiveld. De opvang- en infiltratievoorzieningen zijn geïntegreerd in het inpassingsplan en maken dan ook onderdeel uit van de landschappelijke inbedding. Dit is het best zichtbaar bij de nieuwe woonkavel, waar de infiltratie als hoek van het woonperceel is voorzien. Met de waterinfiltratie ontstaat een laagblijvend element, dat direct de zichtlijn accentueert en garandeert. De infiltratie ten behoeve van de bestaande woning wordt aan de achterzijde van het perceel gesitueerd, waarmee een natuurlijke begrenzing ontstaat naar het aangrenzend agrarisch gebied. Aan de noordzijde wordt een nieuwe natuurlijke poel met zeer flauw talud aangebracht. Rondom de poel ligt kruidenrijk grasland en staat één markante boom. Aan de noordzijde wordt dit deel van het plangebied afgeschermd door een houtsingel, die tevens voor beschutting van de gronden in/ aan de poel zorgt.

Er is ruim voldoende onbebouwde grond aanwezig om de infiltratievoorzieningen te kunnen dimensioneren, uitgaande van een bergingscapaciteit van minimaal 60 mm/ m2, afgestemd op de te bouwen en verbouwen woningen met bijgebouwen en verhardingen. De exacte uitwerking vindt plaats bij de bouwaanvra(a)g(en).

Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025

61

Overweging Geconcludeerd kan worden dat het plan geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie eveneens geen belemmeringen oplevert voor de herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11. Er is ruim voldoende ruimte beschikbaar voor infiltratie van hemelwater dat terecht komt op bebouwing en verharding. Deze oppervlakte neemt bovendien in de nieuwe situatie af ten opzichte van de bestaande situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6bfc561c-fb6e-4438-abd6-daa3715046da