3.3 Onderbouwing P.V.Vroonhovenstr.11 Schijndel
Tekst van het document
7.13.
Archeologie en cultuurhistorie
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Archeologie Om de bescherming van (potentiële) archeologische waarden op gemeentelijk niveau te borgen heeft de gemeente in het verleden een archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld. De waardering zoals die is toegekend aan het gemeentelijk grondgebied is doorvertaald in bestemmingsplannen. waarin het plangebied Archeologie Op basis van deze bestemming zijn de gronden mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Om dit te bereiken is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m2 met een diepte van meer dan 30 cm. Ten behoeve van de herontwikkeling is dan ook een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn verwoord in de als bijlage 5 Schijndel, gemeente Meierijstad - Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en
Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied onderdeel is van een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. In deze vlakte zijn oorspronkelijk beekeerdgronden gevormd, in zwak siltig en matig fijn zand. Het plangebied is echter voor een groot deel beïnvloed door antropogene ingrepen, de bodem is opgehoogd en verstoord ten gevolge van ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied betreft blijkend uit het booronderzoek - een van nature relatief nat en matig tot slecht ontwaterd gebied te zijn. Dit wordt beaamt door de brokken grijze leem in de ophogingspakketten en de geconstateerde beekeerdgronden. In het plangebied is er geen sprake van een gradiëntzone, daarom geldt er een lage verwachting voor vindplaatsen van jagerverzamelaars. Daarnaast wijst de landschappelijke ligging en de bodemopbouw erop dat het plangebied niet bijzonder geschikt was om landbouw te plegen in het verleden. Pas met de verbeterde ontwatering en de aanleg van sloten, vermoedelijk op zijn vroegst pas op het einde van
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
62
de late middeleeuwen, werd het gebied iets aantrekkelijker om te ontginnen en in cultuurland om te zetten. Het advies op basis van het bureau- en verkennend booronderzoek is tweeledig: 1. In en direct rondom de bebouwde delen is archeologisch vervolgonderzoek niet meer zinvol. Hier is de bodem reeds verstoord door de bouw van o.a. diepe mestkelders. 2. De bodemopbouw buiten de bebouwde delen is echter zodanig dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is. Geadviseerd wordt om deze delen onder voorbehoud niet vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. De te verwachten archeologische resten kunnen het beste worden opgespoord door middel van gravend onderzoek, zoals een proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding. Dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Uit navraag bij de archeologisch specialist is gebleken dat concreet archeologisch vervolgonderzoek wordt geadviseerd voor de gronden ten zuiden van de sloot bij bodemverstoring dieper dan 35 cmmv.
Overweging Voor de gronden ten noorden van de sloot blijkt uit het onderzoek dat geen vervolgonderzoek nodig is of beperkingen gelden. Voor de gronden ten zuiden van de sloot is vervolgonderzoek nodig als de werkzaamheden zorgen voor bodemverstoring dieper dan 35 cm-mv.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
63
Cultuurhistorie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Het gaat daarbij om cultuurhistorische waarden met betrekking tot sporen, objecten, patronen en structuren die onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van de historische situatie of ontwikkeling. Uit de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart, herziening 2024 blijkt dat de locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 valt binnen 3 gebiedsaanduidingen: 1. Regio de Meierij; 2. Cultuurhistorisch landschap Het Groene Woud; 3. Cultuurhistorisch waardvol gebied Wijboschbroek. Daarnaast is de Pastoor van Vroonhovenstraat, de weg, aangeduid als Historische lijn van redelijk hoge waarde (categorie: Historische geografie).
Afbeelding 31. Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant (bron: brabant.nl)
Bij de beoogde herontwikkeling wijzigt de ligging of inrichting van de openbare weg niet. Ook is er geen sprake van cultuurhistorische waardevolle elementen binnen het plangebied, die beïnvloed worden. De ontwikkeling heeft geen invloed op de kenmerken van de regio of het regionaal cultuurhistorisch landschap. Voor het cultuurhistorisch waardevol gebied Wijboschbroek geldt dat Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
64
met de herontwikkeling zichtlijnen worden verbeterd en aanplant plaatsvindt die past binnen het gebied. Wel verdwijnt een agrarisch bedrijf, van oudsher kenmerkend voor het buitengebied in dit t de uitstraling zoveel mogelijk behouden. Daarbij is het agrarisch bedrijf Pastoor van Vroonhovenstraat 11 pas opgericht en gebouwd in 1987. Het maakt van oorsprong dan ook geen onderdeel uit van het gebied. Overweging Voor cultuurhistorie wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de gewenste ontwikkeling, nu met de inpassing en indeling rekening wordt gehouden met de historie van het gebied. De gebiedskarakteristiek en wegenstructuur wijzigen als gevolg van de ontwikkeling niet.
7.14.
Natuur
De Wet natuurbescherming is zonder inhoudelijke beleidswijzigingen opgegaan in de Omgevingswet. Het onderwerp natuur dient hierdoor afgewogen te worden bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij is het onderscheid in gebieds- en soortenbescherming ongewijzigd gehandhaafd. Gebiedsbescherming Afdeling 11.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden. Degene die een activiteit verricht die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kan hebben en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang van de natuurbescherming is gelet op artikel 11.6 Bal verplicht: a.
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten onderzoek wordt uitgevoerd op grond van artikel 11.6 lid 2 Bal. Natura 2000-gebieden en ook andere natuurgebieden kunnen schade ondervinden door diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 11 kilometer van beschermde Natura 2000gebieden (meest nabijgelegen gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek). Gezien deze ruime afstand kunnen overige verstorende effecten, niet zijnde stikstof, op voorhand worden uitgesloten.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
65
Afbeelding 32. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: Aerius.nl)
Voor het aspect stikstofdepositie geldt dat onder meer de afstand en aard van de ontwikkeling bepalend zijn of er sprake is van een bijdrage aan de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden. Het plangebied ligt op zeer ruime afstand van Natura 2000 gebied. Door de ontwikkeling neemt de stikstof en ammoniak enerzijds af (beëindiging agrarisch bedrijf) en anderzijds toe (toevoegen woning). Zoals blijkt uit paragraaf 7.15 is de extra verkeersaantrekkende werking door de ontwikkeling verwaarloosbaar. Op basis van deze kwalitatieve analyse lijkt voldoende vast te staan dat er vanuit de ontwikkeling geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Voor de volledigheid is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de beoogde situatie te toetsen. De resultaten zijn vastgelegd Toelichtende memo behorende bij Aerius-berekening Pastoor van Vroonhovenstraat te Uit het onderzoek, gebaseerd op een worst-case scenario blijkt dat de emissie die als gevolg van dit project vrijkomt leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar in de gecombineerde sloop-, bouw- en gebruiksfase. Er wordt daarbij eveneens geen toename berekend op hexagonen met een hersteldoel. Binnen 25 kilometer liggen geen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Om die reden zijn er geen relevante stikstofeffecten aan de orde op buitenlandse Natura 2000-gebieden.
Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De bescherming van enkele honderden in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren is wettelijk geregeld. Hierbij is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
66
worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Het plan ziet op sloop van bedrijfsgebouwen en toevoegen van een woning. Ten behoeve van de herontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in bijlage 7 11 juni 2025). Uit de quickscan blijkt dat het plan en de daarbij behorende werkzaamheden naar verwachting geen negatief effect zal hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/ of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden hoeft derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig.
De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden. Geadviseerd wordt alle sloop- en kapwerkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit te voeren. Er bestaat geen wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen. De aanwezigheid van een broedgeval is hierin leidend. Indicatieve datumgrenzen is de periode van 15 maart tot 15 juli. Bij de uitwerking van het bouwkundig plan voor de verbreding van de huidige woning zal rekening gehouden moeten worden met de populatie huismussen die gebruik maken van het dak van de woning. Wanneer eventuele bouwplaats verlichting die gebruikt wordt tijdens de bouwfase, niet gericht wordt op de kruinen van de bomen, wordt geen potentiële vliegroute verstoord. Houtopstanden Er is geen beplanting/ groen binnen het plangebied beschermd door het Omgevingsplan.
Bij de herontwikkeling wordt bestaand groen zoveel mogelijk behouden en wordt dit aangevuld en versterkt met gebiedseigen beplanting volgens het landschapsplan. De ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve gevolgen voor aanwezige beplanting. Overweging Op grond van voorgaande analyse en de uitgevoerde onderzoeken zijn er vanuit geen belemmeringen voor de herbestemming en herontwikkeling.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
67
7.15.
Verkeer en parkeren
Het verwijderen, toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en/ of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen optreden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren. Verkeer De locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 wordt aan de westzijde ontsloten door de Pastoor van Vroonhovenstraat. Het betreft een doorgaande weg in het buitengebied, die met name dient ter ontsluiting van de aangrenzende bebouwing en agrarische productiegronden. In zuidelijke richting komt de openbare weg 500 meter uit op de doorgaande Wijbosscheweg die vervolgens aantakt op de doorgaande Structuurweg. Het plangebied is dan ook redelijk goed ontsloten. De Pastoor van Vroonhovenstraat bestaat ter hoogte van het plangebied uit één rijbaan zonder voorzieningen voor langzaam verkeer. In de nieuwe situatie is er van en naar Pastoor van Vroonhovenstraat geen sprake meer van verkeer ten dienste van het agrarisch bedrijf, maar wel ten dienste van de tweede woning. De inrichting wordt uitgevoerd als erf, waarbij de twee woningen worden ontsloten via dezelfde inrit. Er worden dan ook geen in-/ uitritten toegevoegd. In de huidige situatie is sprake van een inrit naar het agrarisch perceel ter hoogte van de nieuw geprojecteerde woning. Deze komt te vervallen.
Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied zal in de toekomstige situatie nagenoeg gelijk blijven, waarbij wel sprake is van wijziging van het type vervoermiddelen. In de huidige situatie is ten behoeve van het agrarisch bedrijf sprake van zwaar verkeer (tractoren, vrachtwagens). In de toekomstige situatie zal uitsluitend sprake zijn van personenvervoer, waardoor het zwaar verkeer verdwijnt. De verkeersbewegingen van één extra woning kunnen zonder problemen verwerkt worden op de Pastoor van Vroonhovenstraat en aangrenzende wegen. Parkeren Voor de parkeerbehoefte wordt gebruik gemaakt van de Nota parkeernormen Meierijstad 2018. Hierin geldt voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied is ruim voldoende ruimte aanwezig om de parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het parkeren zal op het erf plaatsvinden. Er zal geen sprake zijn van hinder of verkeersonveilige situaties als gevolg van parkeren in het openbaar gebied.
7.16.
Hoogspanningslijnen
Het plan biedt de basis voor het realiseren van een nieuw gevoelig object. De meest nabijgelegen bovengrondse hoogspanningslijn ligt op circa 410 meter afstand van het plangebied. Dit betreft de
Overweging Gezien de afstand van het plangebied tot hoogspanningslijnen zijn er vanuit dit aspect geen belemmeringen voor de herbestemming en herontwikkeling.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
68
8.
Financiële haalbaarheid
8.1.
Kostenverhaal
De uitvoerbaarheid van de projectontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. De herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemers, die eigenaar van de betreffende gronden zijn, fungeren als financiële drager van het onderhavige plan. Met de gemeente wordt in het vervolgtraject een anterieure overeenkomst gesloten, waarin het aspect plankosten/ kostenverhaal wordt vastgelegd.
8.2.
Nadeelcompensatie
In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als hadevergoeding voor gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Voor de herontwikkeling van Pastoor van Vroonhovenstraat 11 worden de afspraken inzake nadeelcompensatie vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Meierijstad en initiatiefnemer.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
69
9.
Belangenafweging en conclusie
Op grond van de Omgevingswet wordt gestreefd naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het buitengebied ten oosten van Schijndel en ten noorden van Wijbosch ligt de agrarische bedrijfslocatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 binnen een bebouwingsconcentratie. Het voornemen van initiatiefnemers is om de agrarische bedrijfsvoering te beëindigen, de bedrijfsgebouwen en -verharding te slopen, de bedrijfswoning om te vormen naar burgerwoning en één burgerwoning toe te voegen. Daarbij worden zichtlijnen naar het Wijbosch Broek open gemaakt en wordt de inpassing versterkt met nieuwe landschapselementen. De ligging in de bebouwingsconcentratie en huidige indeling en omvang maken de locatie goed geschikt voor herontwikkeling tot twee woningen. De ontwikkeling heeft positieve impact op de fysieke leefomgeving en draagt beperkt bij aan de afwaartse beweging van de veehouderij en de behoefte aan woningen in de gemeente en regio. Het initiatief is dusdanig kleinschalig, dat het Rijksbeleid geen concrete regels of kaders bevat voor deze ontwikkeling. In het kader van het provinciaal beleid is van belang dat er sprake is van een bebouwingsconcentratie en kwaliteitsverbetering door onder andere sloop en aanleg van landschapselementen. Het gemeentelijk beleid biedt op voorwaarde van kwaliteitswinst eveneens ontwikkelruimte.
Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn in deze onderbouwing alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) afgewogen (zie de hoofdstukken 4 t/m 7). Uit de analyses en onderzoeken blijkt dat er geen sprake van belemmeringen, op basis waarvan de gewenste herontwikkeling niet mogelijk zou zijn. Deze motivering vormt, tezamen met de bijbehorende bijlagen, de locatiespecifieke onderbouwing voor het verwerken van de planologische wijziging in het omgevingsplan/ veegplan.
Motivering | Herontwikkeling Pastoor van Vroonhovenstraat 11, Wijbosch | 21 september 2025
70