CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

20220815_Toelichting_incl._bijlagen_bestemmingsplan_Jekschotstraat_1-1a - Toelichting

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Jekschotstraat 1-1a26.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit zal in een omgevingsvergunningprocedure nogmaals worden getoetst door de monumentencommissie. d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Op basis van artikel 3.69 sub d is het toegestaan om bestaande bedrijfswoningen te herbestemmen naar burgerwoningen. Middels het toekennen van een woonbestemming met bijbehorend bouwvlak, het toepassen van voorwaardelijke verplichtingen en het sluiten van een anterieure overeenkomst wordt geborgd dat verdere splitsing niet is toegestaan en dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. Conclusie Deze uitgebreide toetsing aan de provinciale interim omgevingsverordening vormt een belangrijk toetsingskader voor dit bestemmingsplan. Op de eerste plaats is gekeken naar het kaartmateriaal dat onderdeel uitmaakt van de verordening. Hieruit is gebleken dat de locatie niet is gelegen in een gebied waarvoor rechtstreeks werkende regels gelden die in de weg staan van dit plan. Uit de toetsing aan de planregels blijkt dat het plan voldoet aan de basisprincipes van de verordening omtrent zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en meerwaardecreatie.

Daarnaast is specifiek getoetst aan de regels omtrent ruimte voor ruimte, herbestemming van bedrijfswoningen naar woningen en omtrent het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Uit de toetsing is gebleken dat het plan in lijn is met de regels van de verordening en bijdraagt aan de provinciale ambities omtrent de transitie in het landelijk gebied.

29-9-2022

 25

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

GEMEENTELIJK BELEID 4.3.1

Structuurvisie Veghel 2030

Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Veghel de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven. De structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Veghel en heeft betrekking op de periode tot 2030. In deze structuurvisie is veel aandacht voor het versterken van de dorpse woonkwaliteiten in de zeven kernen binnen de gemeente en het op peil houden van de bijbehorende voorzieningen. Binnen de structuurvisie op de Visiekaart bedrijvigheid en landbouw is het plangebied gelegen binnen bestaand woongebied (dorpslint) in een agrarisch kerngebied, zie volgende figuur.

Figuur 4-3 Locatie gelegen in Visiekaart 2030 Structuurvisie (O=plangebied)

In het meest zuidelijke deel van de gemeente ligt een agrarisch kerngebied. Landbouw en veeteelt zijn hier de leidende functies. Het inpassen van andere functies is mogelijk, mits deze niet beperkend zijn voor de landbouw. Binnen het agrarisch kerngebied liggen drie landbouwontwikkelingsgebieden. Het plangebied ligt buiten de landbouwontwikkelingszones, maar binnen het landbouw kerngebied. Dit onderdeel van de visie is gebaseerd op het Reconstructiebeleid dat is inmiddels verouderd (de Reconstructiewet is ingetrokken). De oorspronkelijke doelstellingen vanuit dit beleid worden niet meer nagestreefd. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er naast puur agrarische bedrijvigheid ook andersoortige bedrijvigheid en functies (zoals wonen) mogelijk wordt gemaakt. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

29-9-2022

26 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

4.3.2

Beleidsnotitie inritten en paden

De beleidsnotitie inritten en paden is bepalend voor de vergunbaarheid van eventuele nieuwe inritten. In het plangebied worden twee nieuwe woonbestemmingen toegevoegd, een ruimte voor ruimte woning en ter plaatse van de langgevelboerderij. Deze woningen dienen goed en veilig te worden ontsloten op de Jekschotstraat. In het stedenbouwkundig en landschapsplan in bijlage 2 bij de toelichting is een schets opgenomen van de beoogde indeling van deze inritten, zie onderstaande figuur. In de foto’s van de bestaande inritten in figuren 4-5, 4-6 en 4-7 zijn de bestaande inritten opgenomen. Deze inritten worden niet gewijzigd. De bestaande inrit aan de Jekschotstraat 1a is reeds zeer breed en is hiermee voldoende geschikt om na het fietspad te splitsen in twee opritten voor het privé gebruik van de Jekschotstraat 1a en de nieuwe ruimte voor ruimte woning.

Bestaande inrit (geen wijzigingen) Bestaande inrit (geen wijzigingen)

Nieuwe inrit

Bestaande inrit (geen wijzigingen)

Figuur 4-4 Uitsnede pagina 21 landschappelijk inpassingsplan bijlage 2 toelichting

Op advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige wordt een nieuwe inrit toegevoegd ten zuiden van de langgevelboerderij. De reden hiervoor is om dat hier het voorhuis is gelegen van de langgevelboerderij. De nieuwe inrit is afgestemd op het gebruik en zal vergelijkbaar worden gerealiseerd aan de bestaande inritten in de noordzijde van het plangebied en zoals opgenomen in figuren 4-6 en 4-7 op de volgende pagina.

29-9-2022

 27

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Voor de nieuwe inrit zal een inritvergunning worden aangevraagd. Voor parkeren is meer dan voldoende parkeerplek per woning om te voorzien in twee parkeerplaatsen per woning.

Figuur 4-5 Bestaande inrit Jekschotstraat 1a

Figuur 4-6 Bestaande inrit noordzijde langgevelboerderij

Figuur 5-7 Bestaande inrit Jekschotstraat 1 29-9-2022

28 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

MILIEU EN OMGEVINGASPECTEN MILIEUEFFECTRAPPORTAGE (M.E.R.) Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het plan planmerplichtig, projectmerplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Gemeenten en provincies moeten bij bouwprojecten beoordelen of een milieueffectrapport (MER) dan wel een m.e.r.-beoordeling nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, moet bepaald worden of de ontwikkeling een activiteit is die terug te vinden is in kolom 1 van lijst D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r.

Indien dit het geval is moet worden beoordeeld of het plan de drempelwaarden uit de 2e kolom van de lijst D overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Als een plan een activiteit betreft die wordt gerealiseerd onder de gestelde drempelwaarden, dan is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze (vormvrije) m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van de selectiecriteria als bedoeld in de bijlage III van de EEG richtlijn 2011/92/EU. Deze criteria zijn: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Ten tweede kan ook de noodzaak voor het opstellen van een passende beoordeling zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming leiden tot een rechtstreekse (formele) plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (MER). De gewenste ontwikkeling in het plangebied Jekschotstraat 1 en 1a is geen stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Het Besluit m.e.r. is hierdoor niet van toepassing. BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen met daarin de aan te houden richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.

29-9-2022

 29

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Indien van deze richtafstand afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het zo scheiden van milieubelastende en -gevoelige functies dient twee doelen: 1. het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen); 2. het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen. In de VNG handreiking zijn richtafstanden opgenomen op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar. Indien niet aan de in de handreiking opgenomen afstanden wordt voldaan is mogelijk sprake van milieuhinder aan de betreffende gevoelige functies. De genoemde afstanden betreffen echter geen harde normen maar richtafstanden waarvan, mits goed gemotiveerd, kan worden afgeweken. Dit houdt in dat wanneer niet aan de afstanden wordt voldaan een nadere motivatie noodzakelijk is waaruit blijkt dat geen onevenredige hinder wordt veroorzaakt. In figuur 5.1 zijn de meest dichtbij gelegen agrarische en niet-agrarische bedrijven gelegen. Het meest dichtbij gelegen bedrijf is gelegen aan de Jekschotstraat 2-2a, het betreft een (melk)rundveehouderij. Ten westen en ten zuiden van het bedrijf liggen ook melkrundveehouderijen op 90 en 190 meter afstand van het plangebied.

Ten zuidoosten ligt op 300 meter een niet-agrarisch bedrijf.

190m 15m m

90m m

300m

Figuur 5.1 inventarisatie omliggende bedrijven en afstand tot plangebied

29-9-2022

30 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

5.2.1

Niet- agrarische bedrijven

In de directe omgeving is op 300 meter afstand een niet-agrarische bedrijf gelegen, zie figuur 5.1. Conform de bestemming in het bestemmingsplan Buitengebied is een bouw-, kraanverhuur- en aannemersbedrijf met werkplaats toegestaan ter plaatse van deze locatie. Dit is bedrijvigheid in milieucategorie 2 of 3.1. afhankelijk van de omvang van de werkplaats (groter of kleiner dan 1.000 m2). Uitgaande van het worst case scenario wordt rekening gehouden met een milieucategorie 3.1, hiervoor geldt een afstandseis van 50 meter. Hieraan wordt ruim voldaan gezien de afstand van 300 meter (bouwvlak-bouwvlak). De beoogde herontwikkeling wordt derhalve niet belemmerd door nietagrarische bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied. Wel zijn in de omgeving een aantal agrarische bedrijven gelegen. Dit komt in de volgende twee subparagrafen aan de orde. 1.1.1

Agrarische bedrijven

De herontwikkeling van deze twee agrarische bestemmingen naar woonbestemmingen aan de Jekschotstraat 1 en 1a in het buitengebied van de gemeente Meierijstad kan mogelijk invloed hebben op omliggende agrarische bedrijven. Er is daarom beoordeeld welke agrarische bedrijven in de onmiddellijke nabijheid liggen, zie figuur 5.1. Het gaat om de bedrijven aan de Jekschotstraat 2-2a, Zondveldstraat 11 en Jekschotraat 5a. Hierbij blijkt uit bureau onderzoek dat de veehouderij aan de Zondveldstraat 11 lang beëindigd is getuige de intrekking van de milieuvergunning in 2003. Deze inrichting wordt dan ook verder buiten beschouwing gelaten. De locatie Jekschotstraat 2-2a betreft conform de actuele Melding Activiteitenbesluit uit 2015 (Webbvb) een (melk)rundveehouderij met dieren in rav-categorie A1 - A6. De locatie Jekschotstraat 5a is een opfoklocatie voor jongvee in rav-categorie A3, conform de actuele Melding Activiteitenbesluit uit 2011 (Web-bvb). Deze bedrijvigheid op beide locaties is ingedeeld in SBI codes 0141 en 0142 van de SBI-2008. Conform de richtafstandenlijst behorende bij de VNG publicatie milieuzonering uit 2009 horen hierbij de volgende afstanden: • • • •

Geur: Stof: Geluid: Gevaar:

100 meter 30 meter 30 meter 0 meter

Het plangebied is gelegen op 15 meter vanaf de Jekschotstraat 2 (bouwvlak-bouwvlak). Daarom zijn bij voorbaat gevolgen van geur, fijn stof en geluid niet uit te sluiten met behulp van de afstandsnormen uit de milieuzonering. Er zal daarom nader onderzocht dienen te worden wat de afstanden vanaf de beoogde bouwvlakken zijn tot de inrichting aan de Jekschotstraat 2. In figuur 5.2 zijn de afstanden in beeld gebracht ten opzichte van de beoogde situei, dit betreft een uitsnede van de situatieschets in bijlage 1 bij deze toelichting.

29-9-2022

 31

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Figuur 5.2 Uitsnede situatieschets bijlage 1 met in donkerblauwe lijn enkele belangrijke afstanden tot Jekschotstraat 2-2a

In bovenstaande figuur zijn met de lichtblauwe stippellijnen de bestaande bouwvlakken Jekschotstraat 1, 1a en 2-2a opgenomen. In groen zijn vier bouwvlakken weergegeven ter plaatse van de huidige woningen 1 en 1a en ter plaatse van de ruimte voor ruimte woning 1b en de her te bestemmen langgevelboerderij nr 1c. Hiermee komen de bouwvlakken ter plaatse van de agrarische bedrijven 1 en 1a te vervallen en worden de afstanden (bouwvlak-bouwvlak) ten opzichte van het bedrijf op nr 2-2a fors groter. Uit bovenstaande figuur blijkt dat de ruimte voor ruimte woning 1b het meest dichtbij is gelegen ten opzichte van het agrarische bedrijf op nr 2-2a. Het bouwvlak van de ruimte voor ruimte woning is hierbij voorzien op 50 meter afstand vanaf het bouwvlak van het bedrijf nr 2-2a. Ten opzichte van de gebouwen waarin daadwerkelijk dieren worden gehouden (gevel-gevel) is de afstand nog een stuk groter. Bij het toepassen van zonering moet rekening gehouden worden met de planologische rechten. Dit betekent dat gemeten wordt vanaf de grens van de bestemming van het bedrijf en de bestemmingsgrens van de nieuwe gevoelige functie. Zo wordt rekening gehouden met de eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf of de gevoelige functie.

Uit figuur 5.2 blijkt dat op de vier beoogde bouwvlakken van de woonbestemmingen in de beoogde situatie wordt voldaan aan de afstandsnormen in het kader van geluid (30 m), stof (30 m) en gevaar (0m). Ten aanzien van geurhinder kan niet worden voldaan aan de afstandsnorm van 100 meter. Wel wordt voldaan aan de wettelijke norm van 50 meter tussen een woning en een stal in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij. Tevens wordt voldaan aan de norm van 25 meter in het kader

29-9-2022

32 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

van de gemeentelijke geurverordening, de afstand van 25 meter wordt in dit geval toegepast in de bebouwingsconcentratie waarin het plangebied is gelegen. Hiermee is geborgd dat het bedrijf niet wordt belemmerd in haar bedrijfsontwikkeling. In de paragraaf geurhinder wordt onderzocht wat de gevolgen zijn ten aanzien van het woon- en leefklimaat op de beoogde vier woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorgrondbelasting van het bedrijf Jekschotstraat 2-2a, alsmede van de achtergrondbelasting (cumulatie) veroorzaakt door de omliggende bedrijven.

DRIFTZONERING Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en boomgaarden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden. Binnen een straal van 50 meter rondom de nieuwe woningen vindt geen boomteelt plaats. Ook zijn er geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. GEURHINDER Het waarnemen en waarderen van geur verschilt per persoon. Naast het feit dat mensen het kunnen ervaren als hinderlijk, kan het waarnemen van een onaangename geur samenhangen met klachten zoals depressie, verminderde kwaliteit van leven en moeheid (Op den Kamp, 2006).

De hinder gaat dan vergezeld met stressgerelateerde lichamelijke gezondheidseffecten. Er is geen eenduidige relatie bekend tussen de hoogte van de geurbelasting en de mate van klachten die ontstaan. Ook kan een onaangename geur veroorzaken dat mensen niet graag thuis zijn of naar buiten willen gaan (Op den Kamp, 2006). Voor de mate van geurhinder geeft de Wet geurhinder en veehouderij geen waarden of bandbreedten. Wel zijn er wettelijke geurnormen waaraan men zich moet houden. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Bij besluitvorming omtrent de ontwikkeling van een nieuwe woning dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:  Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).  Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

29-9-2022

 33

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij (de dominante veehouderij) welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. In de Wgv is bepaald dat in een concentratiegebied een maximale voorgrondbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m³) geldt binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (rundvee en paarden) dienen vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien de woning buiten de bebouwde kom gelegen is, 50 meter te bedragen. Voor gemeenten is het, door middel van het vaststellen van een geurverordening, mogelijk om af te wijken van wettelijke normen uit de Wgv. Op 30 april 2015 is door de gemeente Veghel de “Geurverordening” vastgesteld. Deze geurverordening heeft invloed op de toetsing van het plangebied, de achtergrondnorm is voor bebouwingsconcentraties verlaagd van 14 naar 8 OU/sec. De afstandsnorm voor dieren met vaste afstanden binnen bebouwingsconcentraties is verkleind van 50 naar 25 meter.

Aan de Jekschotstraat 2a is een rundveehouderij gelegen met dieren met- en zonder emissiefactoren. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen, is een onderzoek naar de geurbelasting vanwege deze veehouderij uitgevoerd om een antwoord te kunnen geven op beide onderzoeksvragen zoals op de vorige pagina aangegeven. Met behulp van het programma V-Stacks is eerst de voorgrondbelasting berekend op 18 punten aan alle zijden van de vier beoogde woningen. Hierbij is de vigerende omgevingsvergunning (d.d. 29-052015) gebruikt om de geuremissie te bepalen. Hieruit blijkt dat er 80 vleesstieren (RAV A 6.100) en 16 jongere vleesstieren (RAV A 4.100). Uit de berekening zoals opgenomen in bijlage 3 en waarvan een in figuur 5-3 de resultaten zijn weergegeven blijkt dat er op de meest dichtbij gelegen gevels sprake is van maximaal 2,1 Ou/sec geurbelasting veroorzaakt door de nabijgelegen rundveehouderij.

29-9-2022

34 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Figuur 5-3 Uitkomsten voorgrondgeurberekening V-stacks (Zie bijlage 3)

5.4.1

Toetsing geurbelasting en woon- en leefklimaat

Naast voorgrondbelasting kan ook cumulatie van geur, veroorzaakt door omliggende bedrijven, van groot belang zijn voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen. Er is daarom berekening van de gecumuleerde geurbelasting gemaakt met het programma V-stacks gebied. Deze berekening is tevens opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat de hoogste gemeten cumulatieve geurbelasting plaatsvindt op toetspunt 16 ter plaatse van de Jekschotstraat 1. Hier is sprake van een cumulatieve geurbelasting van 9,26 Ou/sec, zie figuur 5-4. Om te bepalen of de voorgrond of achtergrondbelasting maatgevend is ten aanzien van geurhinder wordt gebruikt gemaakt van een vuistregel. De vuistregel is: de voorgrondbelasting is maatgevend, als die minstens de helft is van de achtergrondbelasting. De helft van de berekende geurbelasting is in dit geval (9,26/2) 4,6. De berekende voorgrondbelasting (2,1) is dus niet maatgevend voor het bepalen van het woon- en leefklimaat inzake geurhinder. De achtergrondbelasting is bepalend voor het woon- en leefklimaat. In de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Gemeente Veghel’ is bepaald dat de achtergrondbelasting niet hoger dan 20 Ou/sec mag zijn in het kader van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is met behulp van het programma VStacks Gebied de achtergrondbelasting van de agrarische bedrijven in een straal van 2.000 meter rondom het plangebied op de beoogde woningen berekend. De hoekpunten van de 4 woningen zijn als toetspunten genomen, omdat jekschotstraat 1 ook uitbouwen heeft is hier sprake van een extra toetspunt. In figuur 5-4 zijn de uitkomsten van de achtergrondberekening in beeld gebracht.

29-9-2022

 35

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Figuur 5-4 Uitkomst achtergrondgeurberekeningen (V-Stacks gebied) zie bijlage 3

De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt in de bestaande situatie tussen de 11 ouE/m³ en 33,7 ouE/m³. In samenhang met de ‘oprichting’ van twee nieuwe woningen zal de intensieve veehouderij aan de Jekschotstraat 1a gesaneerd worden. De achtergrondbelasting bedraagt in de gewenste situatie tussen de 8,0 ouE/m³ en 9,26 ouE/m³. Het leefklimaat in gebieden met deze achtergrondbelasting wordt beoordeeld als ‘Redelijk goed’ en ligt ruim onder de toegestane norm van 20 OU/sec. De herontwikkeling heeft derhalve een verbetering van het leefklimaat tot gevolg en op de 4 woningen kan een redelijk goed- woon en leefklimaat op het gebied van geur worden verzekerd. Het woon- en leefklimaat in de bestaande situatie aan de Jekschotraat 1a verbeterd van ‘tamelijk slecht’ tot ‘slecht’ naar ‘redelijk goed’. Dit betreft de bestaande bedrijfswoning, tevens een geschakelde langgevelboerderij met de Jekschotstraat 3. Hoewel de Jekschotstraat 3 niet genoemd staat in figuur 5-4 heeft deze boerderij een gedeeld hoekpunt met de woning Jekschotstraat 1a en is ook op deze woning sprake van een ‘slecht’ woon en leefklimaat. Dit bestemmingsplan draagt hierdoor nadrukkelijk niet alleen bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Jekschotraat 1a maar ook op omliggende woningen.

29-9-2022

36 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

5.4.2

Toetsing vaste afstanden en woon- en leefklimaat

Voor bepaalde diercategorieën zijn geen emissiefactoren bekend. Daarom gelden vaste afstanden van een veehouderij naar omliggende geurgevoelige objecten. Deze vaste afstanden tussen de woning en een veehouderijbedrijf bedragen binnen de bebouwde kom 100 meter en buiten de bebouwde kom 50 meter. Omdat geen odour units bekend zijn, is de geurbelasting naar de omgeving niet te bepalen en is in principe geen beoordeling van het woon- en leefklimaat mogelijk. Daarom is het bouwen binnen de contouren van vaste afstanden in beginsel niet mogelijk, tenzij aannemelijk gemaakt kan worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In bijlage 1 is een situatieschets opgenomen waarop de afstandsnorm van 50 meter, gemeten vanaf de bestaande dierverblijven, is weergegeven. Tevens is hierbij het bouwvlak van het bedrijf Jekschotstraat 2a weergegeven. Hieruit blijkt dat er ten opzichte van de 4 nieuwe woonbestemmingen kan worden voldaan aan de afstandsnorm van 50 meter. In de geurverordening voor dit gebied is bepaald dat er bij een toekomstige omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu voor het bedrijf op nr 2-2a niet gerekend hoeft te worden met een vaste afstand van 50 meter maar met 25 meter. Hier wordt ook aan voldaan.

Hiermee is verzekerd dat in de huidige situatie met lokale geurverordening, als in het geval dat deze geurverordening wordt gewijzigd, het nabijgelegen agrarische bedrijf niet wordt belemmerd. Ook is een goed woon- en leefklimaat hierdoor gewaarborgd ter plaatse van de beoogde vier woonbestemmingen.

29-9-2022

 37

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

GELUIDSHINDER Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidsbelasting over 10 jaar, maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het resultaat van dit onderzoek, betrekking hebbende op de verkeersintensiteit en het wegdek van alle wegen met een geluidszone die strekt over het plangebied, wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Secundair wordt op basis van de uitkomst van het akoestisch onderzoek bepaald of kan worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor een nieuw te bouwen woning in buitenstedelijk gebied en welke vereiste bouwkundige voorzieningen moeten worden getroffen. Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 5 bijgevoegd. Navolgend zijn de conclusies uit de betreffende rapportage samengevat opgenomen.

Uit tabel 1 blijkt dat de geluidbelasting alleen ter plaatse van de straatgevel van de nieuwe woning 1b en 1c de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dBwordt niet overschreden.

29-9-2022

38 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Aangezien het gaat om slechts twee woningen waarvoor een hogere waarde benodigd is, is het treffen van geluidreducerende maatregelen in het wegvlak, om financiële redenen niet reëel en om die reden niet meegenomen in het geluidsonderzoek. Daarnaast spelen ook stedenbouwkundige redenen een rol, het is bijvoorbeeld niet wenselijk om voor de voorgevels van de woningen een geluidswal/wand op te richten. Hogere waarde Omdat het treffen van geluid reducerende maatregelen niet reëel is, dient voor de woningen 1b en 1c een hogere waarde te worden vastgesteld van respectievelijk 52 dB en 53 dB vanwege het wegverkeer op de Jekschotstraat. Het ontwerpbesluit tot vaststelling hogere waarden dient gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te worden gelegd. De hogere waarde wordt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad vastgesteld. Afsluitend zijn ten aanzien van de borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de langgevelboerderij (Jekschotstraat 1c) aanvullende planregels opgenomen in de woonbestemming. De planregels zijn opgenomen op advies van de Odbn om verdere geluidwerende voorzieningen op te nemen bij de verbouwing van de woonboerderij tot woning.

Deze aanvullende geluidwerende voorzieningen moeten er toe leiden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de langgevelboerderij kan worden gerealiseerd, overeenkomstig 33dB.

29-9-2022

 39

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

BODEM Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is om te toetsen of de bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde toekomstige gebruik, in dit geval wonen. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Bureauonderzoek Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen in het plangebied ter plaatse van de ruimte voor ruimte woning is een bodemonderzoek uitgevoerd in 1995. Uit de analyseresultaten blijkt dat toen de bodemkwaliteit goed was.

Sinds die tijd zijn er geen wijzigingen geweest in het plangebied die tot een nadelig gevolg kunnen leiden voor de bodem of grondwaterkwaliteit. Desalniettemin had het toenmalige onderzoek alleen betrekking op een klein deel van het plangebied. Verkennend bodemonderzoek Omdat het bureauonderzoek onvoldoende duidelijkheid kon verschaffen over de actuele staat van de bodem, is een uitgebreid verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het gehele plangebied op basis van de NEN 5740 en 5707. Het onderzoek is uitgevoerd door het bureau bodeminzicht (projectnummer B2485, d.d. 7 juli 2020) en opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Er is in het kader van het onderzoek een bureauonderzoek en een veldonderzoek uitgevoerd. In figuur 5-5 is het uitgevoerde boorplan opgenomen.

29-9-2022

Figuur 5-5 Uitsnede boorplan bodemonderzoek

40 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Het rapport zoals opgenomen in bijlage 5 is beoordeeld door de omgevingsdienst die hier op 4 augustus nader advies over heeft uitgebracht. Naar aanleiding van dit advies is een aanvullend bodemonderzoek en een asbestonderzoek uitgevoerd. Nader asbestonderzoek In bijlage 9 is het rapport opgenomen waarin verslag wordt gedaan van het aanvullende bodemonderzoek en asbestonderzoek ter plaatse van de langgevelboerderij. Het onderzoek is uitgevoerd conform NEN 5707+C2 (versie december 2017) door bureau ‘Bodeminzicht’ uit Veghel. Op 26 november 2020 is het aanvullende veldwerk uitgevoerd. Het rapport is gedateerd op 11 december 2020. In onderstaande figuur is het boorplan opgenomen van het onderzoek. Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de druppelzones van de langgevelboerderij en de kapschuur. Daarnaast zijn vijf proefsleuven gegraven in het erf en in de oprit naar het erf. Uit het aanvullende onderzoek is gebleken dat het plangebied ter plaatse van de langgevelboerderij vrijwel gehele vrij gegeven kan worden, met uitzondering van de druppelzone. Omdat hier sprake is van een te saneren locatie, zal deze sanering worden uitgevoerd voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan. De te saneren oppervlakte druppelzone komt overeen met 1 tot 2 m 3 asbestverdachte grond. Dit staat niet in de weg voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

LUCHTKWALITEIT De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van <1.500 woningen).

Aangezien het plan slechts voorziet in twee nieuwe woningen, in samenhang met de sanering van een intensieve veehouderijlocatie, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht. De onderhavige ontwikkeling is dan ook niet in betekende mate van invloed op de omgeving. Dat betekent, dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is en er voor wat betreft luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de voorgestane ontwikkeling. Om aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit is gekeken naar de achtergrondconcentraties nabij het plangebied. Deze worden achterhaald middels de NSL-monitoringstool (uitvoergegevens d.d. 6-8-2020). In onderstaande tabel zijn de concentraties (uit het jaar 2020) in NO2, PM10 en PM2,5 bij de dichtstbijzijnde toetspunten

29-9-2022

 41

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

weergegeven, aan de wegzijde van beide bestaande woningen. Geconcludeerd wordt dat deze ruim onder de wettelijke normen liggen.

receptorid rekenjaar X y conc_no2 conc_pm10 pm10_od conc_pm25 15520226 2020 166773.23 398535.11 15.795 18.519 6.553 11.230 15520419 2020 166749.31 398632.68 15.782 18.520 6.553 11.230 Gezien de nabijheid van de veehouderij aan de Jekschotstraat 2-2a is tevens middels het rekenprogramma Isl3a een modelberekening gemaakt van de fijnstof verspreiding van de veehouderij. Hierin zitten tevens de achtergrondconcentraties begrepen. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de berekeningen blijkt dat op basis van de vergunde situatie van het meest dichtbij gelegen bedrijf er een concentratie PM10/m3 te verwachten is van 19,46 met 7,3 overschrijdingsdagen. Dat is iets hoger dan blijkt uit de NSL-monitoringstool maar nog steeds ver onder de wettelijke norm van 40 microgram PM10/m3 lucht en onder de norm van 20 microgram PM10/m3 van de WHO. Tevens is de zeer fijn stof verspreiding PM2,5 berekend op basis van de vergunning van nabijgelegen bedrijf. Hiervoor gelden geen maximale overschrijdingsdagen, wel concentratienormen. De berekende concentratie bij gebruik van de gehele vergunning op Jekschotstraat 2-2a is berekend op 11,935 microgram PM2,5 per m3 lucht. Ook hier zit een klein verschil ten opzichte van de NSL-monitoringstool. De berekende concentratie blijft echter ruim onder de wettelijke norm van 25 microgram PM2,5 per m3 lucht.

Samenvattend is middels een bureauonderzoek de luchtkwaliteit ter plaatse van de 4 woningen beoordeeld aan de hand van de NSL-monitoringstool en met behulp van modelberekeningen in Isl3a. Op alle relevante aspecten wordt ruim onder de wettelijke grenswaarden gebleven. Hiermee wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit.

29-9-2022

42 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘(art. 3.1 Wro) wordt daarnaast getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: • activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; • transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen.

De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is.

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te

29-9-2022

 43

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn:  Bedrijven;  Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water);  Hoogspanningslijnen;  Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). Op de risicokaart (figuur 5-6) is te zien dat in de omgeving van het plangebied risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. Het betreft in deze een ondergrondse gasleiding aan de oostzijde van het plangebied. Het betreft een buisleiding van de N.V. Nederlandse Gasunie (Z-542-01). De buisleiding heeft een diameter van 10 inch met een druk van 40 bar. De afstand van de twee nieuwe woningen, de ruimte voor ruimte woning (Jekschotstraat 1b) en de langgevelboerderij (Jekschotstraat 1c), tot aan de bestemming van de buisleidingen bedraagt respectievelijk 27,5 meter en 15,7 meter.

Figuur 5-6 Risicokaart externe veiligheid binnen het plangebied Jekschotstraat 1 en 1a (bron: www.risicokaart.nl)

Omdat de bestaande en beoogde woningen zijn gelegen binnen de 100%-letaliteitsgrens (60 meter) van de HD-aardgasleiding worden er door middel van dit plan kwetsbare objecten gerealiseerd. Conform artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen dient in dit geval het groepsrisico verantwoord te worden in relatie tot een scenario van fakkelbrand. In artikel 8 sub b van de Regeling externe veiligheid buisleidingen wordt beschreven dat bij een toename van het groepsrisico van minder dan 10% kan worden volstaan met een beperkte verantwoording. In het plangebied worden niet significant meer mensen gehuisvest na realisatie van het plan. Het gaat om de herbestemming van twee bestaande woningen, de oprichting van een nieuwe ruimte-voor-ruimte woning en de herbestemming van een cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij. In totaal worden hierdoor twee nieuwe huishoudens mogelijk binnen het plangebied. Voor de beoordeling van het groepsrisico is een advies gevraagd (op basis van artikel 12 lid 2 van de Bevd) aan de veiligheidsregio. Het advies is bijgevoegd in bijlage 8.

29-9-2022

44 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Verantwoording groepsrisico Scenario('s) Het relevante scenario voor het plangebied is een fakkelbrand, aldus de veiligheidsregio. Hiermee wordt bedoeld: “Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk gasleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. Dit gaat gepaard met een zeer hoge hittestraling. Gebouwen binnen 140 meter zullen ontbranden. De afstand tussen de fakkelbrand en personen en het feit of personen zich binnen of buiten bevinden zijn bepalend voor de aard van de letsels”. Gezien de beperkte afstand tussen de buisleiding en de geplande woningen oordeelt ook de veiligheidsregio de kans op letale slachtoffers met 100%. Een incident tot 70 meter van de huizen zal voor de meeste mensen in het plangebied letaal letsel tot gevolg hebben. Vanaf 70 tot 140 meter afstand vanaf de buisleiding zal er ook sprake zijn van een grote kans op overleiden maar is ook de kans groter dat een groot aantal mensen zich tijdig in veiligheid zal kunnen brengen. Ten aanzien van zelfredzaamheid is voor het scenario fakkelbrand het beste handelingsperspectief om te vluchten. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn.

Dit is in dit geval niet het geval volgens de veiligheidsregio, omdat de buisleiding tussen de openbare weg en de woningen in ligt. Wel is het natuurlijk zo dat het mogelijk is om via het achterland te vluchten, de akkers/weilanden op. Naast de fysieke mogelijkheden om te vluchten is ook het type bewoners in relatie tot zelfredzaamheid beoordeeld. Er worden geen niet- of verminderd redzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies, bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Bovendien is het aantal mensen in het plangebied beperkt. De veiligheidsregio beoordeeld de zelfredzaamheid als matig. De veiligheidsregio heeft beoordeeld of het scenario fakkelbrand kan worden bestreden. Dat blijkt zeer moeilijk, alleen door het afsluiten van de gasleiding kan de fakkelbrand worden gedoofd. De bestrijdbaarheid wordt als slecht beoordeeld. De veiligheidsregio adviseert om de volgende twee maatregelen te nemen: 1. Informeer de initiatiefnemer en de toekomstige bewoners actief over het aanwezig risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van eigen verantwoordelijkheid door de burger. 2.

Om het mogelijk te maken om van de risicobron af te vluchten is het wenselijk dat het voor toekomstige bewoners mogelijk is om aan de achterzijde van de woningen over de percelen te vluchten. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: geïnformeerd is over de risico’s, goed te alarmeren is en goed te ontvluchten is. Door het opnemen van deze uitgebreide alinea over het externe veiligheidsrisico binnen het plangebied, alsmede het bijvoegen van het advies van de veiligheidsregio worden de bestaande als toekomstige bewoners geïnformeerd. Bij de verkoop van de woning zal hier ook rekening mee gehouden worden.

29-9-2022

 45

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Het is mogelijk binnen het plangebied om in westelijke en noordelijke richting te vluchten, weg van de buisleiding. Via de westelijke richting en vervolgens de zuidelijke richting kan de openbare weg worden bereikt. In het beplantingsplan worden aan de westzijde hagen voorzien, er zullen voldoende openingen worden gemaakt in de hagen om te zorgen voor een efficiënte vluchtweg. In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de adviezen van de veiligheidsregio en is een analyse gemaakt van het groepsrisico in het plangebied. Hiermee staat het aspect niet in de weg voor het realiseren van het planvoornemen. ECOLOGIE 5.9.1

Gebiedsbescherming

Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom werd in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht was op gebiedsbescherming. De bescherming van soorten werd geregeld in de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet vervangen door de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden.

Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten niet leiden tot een afbreuk van de oppervlakte of kwaliteit van de gebieden. In de nabijheid van het plangebied zijn geen Natura 2000-gebieden gelegen. Het dichtstbijzijnde gebied betreft de ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ op een afstand van circa 17,6 kilometer ten westen van het plangebied. De oprichting van de twee nieuwe woningen leidt niet tot effecten die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de biodiversiteit van natuurlijke ecosystemen en natuurwaarden in de omgeving van het plangebied. In aansluiting op de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’, is hiermee beoordeeld dat bij voorbaat significant negatieve effecten van stikstofdepositie zijn uit te sluiten.

29-9-2022

46 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Het betreft in deze een zeer kleinschalige woningbouw plan waarbij er feitelijk slechts een nieuwe woning wordt opgericht en het voor de rest gaat om herbestemmingen. De enkelbestemmingen in het plangebied worden veranderd van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ en ‘groen’. Slechts een klein gedeelte van het plangebied behoud de agrarische bestemming. Dit gedeelte van het plangebied betreft agrarische gronden die ook in de bestaande situatie als zodanig worden gebruikt. Gezien het feit dat er op aanwijsdatum van de gebieden vee werd gehouden binnen het plangebied dat overeenkomt met de uitstoot van 1.500 kg ammoniak (NH3) en de verwachte uitstoot door bouw/sloop werkzaamheden en de uitstoot van de woningen in combinatie met een sterke afname van verkeer hoogstens zal leiden tot enkele kilo’s uitstoot van Nox. Bovendien zal een groot gedeelte van agrarische gronden ter plaatse van Jekschotstraat 1 en de langgevelboerderij worden herbestemd naar ‘wonen’ en groen’. Hiermee verdwijnt ook de stikstofemissie die verband houdt met het agrarische gebruik van deze gronden, denk aan de mestaanwending en verkeersbewegingen. Hiermee is op basis van de maximale planologische mogelijkheden van het plan beoordeeld dat het plan niet zal bijdragen aan een toename van stikstofdepositie maar aan een afname van de stikstofdepositie. 5.9.2

Soortenbescherming

Soortenbescherming werd gewaarborgd door de Flora- en Faunawet. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden en beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Inmiddels, per 1 januari 2017, zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet vervangen door de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan deze wet noodzakelijk. Beschermde soorten kunnen overal voorkomen. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met de soortenbescherming ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming plaats te vinden. In dit geval gaat om bestaande gebouwen die van functie worden gewijzigd. Voor de nieuwbouw van de ruimte voor ruimte woning wordt aangesloten bij een bestaand gebouw (garage), deze is in gebruik dus het voorkomen van beschermde soorten kan hier bij voorbaat worden uitgesloten. De bestaande varkensstal is inmiddels gesloopt. Hierdoor kan bij voorbaat worden uitgesloten dat er in de stal sprake is van verstoring van flora of fauna.

Conclusie Uit deze bureautoets blijkt dat de ontwikkelingen binnen het plangebied niet worden belemmerd door de aanwezigheid van beschermde planten of vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten mits aan de zorgplicht van de Wnb wordt voldaan en de voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen in de planregels.

29-9-2022

 47

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

WATER 5.10.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas. 5.10.2

Relevant beleid

Keur Waterschap Aa en Maas 2015 Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de “Keur Waterschap Aa en Maas 2015” van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Figuur 5-7 geeft een beeld van de ligging van het plangebied op de keurkaart van de “Keur Waterschap Ae en Maas 2015”. Hieruit blijkt dat het plangebied gelegen is in een gebied met een gevoeligheidsfactor van 1/2. Deze factor heeft betrekking op het infiltratievermogen van de bodem. Ten oosten van het plangebied ligt een A-watergang in de vorm van een sloot die afwatert in noordelijke richting.

Figuur 5-7 Uitsnede keurkaart. O is plangebied. (Bron: Waterschap Aa en Maas)

29-9-2022

48 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan 2016-2021 staat beschreven voor welke opgaven het waterschap staat (zoals de klimaatverandering), welke doelen het waterschap wil bereiken, hoe het waterschap dat gaat doen en met welke partners. Dat zijn bijvoorbeeld gemeenten, industriële en agrarische ondernemers, natuurverenigingen, de provincie, het Rijk en inwoners. Waterveiligheid en waterkwaliteit zijn twee belangrijke onderwerpen uit het Waterbeheerplan 2016-2021. Gemeentelijk waterbeleid De gemeente Meierijstad heeft een Verbreed gemeentelijk rioleringsplan plus 2017-2022 opgesteld. Het is een functioneel beleidsdocument waarin naast de reguliere werkzaamheden de gemeente zich in de planperiode richt op de volgende kernkwaliteiten en speerpunten: • Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen • Verduurzamen afvalwaterketen • Behalen waterkwaliteitsdoelen (Euoropese Kaderrichtlijn Water) • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer • Samenwerken De gemeentelijke waterdeskundige heeft onderstaande watertoets beoordeeld op de aspecten hemelwater en vuilwater. 5.10.3

Watertoets

Op 22 november 2019 is een digitale watertoets uitgevoerd bij het Waterschap via de landelijke website de watertoets.nl. De digitale watertoets is opgenomen in bijlage 7. Uit de watertoets blijkt dat het waterbelang in het plan groot is en dat het plan twee waterbelangen raakt. Hydrologisch neutraal bouwen De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de “Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², 2.000 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m².

29-9-2022

 49

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

Binnen het plangebied wordt ten opzichte van bestaande situatie circa 1.260 m 2 aan verharding verwijderd. De te verwijderen verharding betreft de varkensstal en omliggende verharding aan de Jekschotstraat 1 en de kippenstal en berging aan de Jekschotsstraat 1a, zie figuur 5-8. Ten behoeve van de realisatie van 4 woonbestemmingen wordt voor de bestaande woning aan de Jekschotstraat 1a een nieuwe oprit gerealiseerd, circa 300 m 2. De herbestemming van de langgevelboerderij aan de Jekschotstraat 1 resulteert in een toename van circa 400 m 2 verharding (oprit en erfverharding). De geplande ontwikkelingen resulteren in een afname van circa 560 m 2 erfverharding waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan de ambities van het waterschap om versneld afvloeien van hemelwater tegen te gaan. Deze afname aan oppervlakte erfverharding wordt ingericht ten behoeve van de landschappelijke inpassing en als agrarische grond. Hier kan het water infiltreren. Hetgeen bijdraagt aan de algehele doelstellingen van het waterschap inzake het tegengaan van verdroging. Het voorgenomen initiatief voldoet aan het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’.

Figuur 5-8 Te verwijderen verharding, rode vlakken (Bron: Landschappelijk inpassingsplan)

A-watergang Binnen het plangebied ligt de beschermingszone van een A-watergang. De A-watergang ligt in de vorm van een ondergrondsewatergang onder de Jekschotstraat en het naastgelegen fietspad. Aan weerszijden van een A-watergang zijn obstakelvrije zones om het onderhoud aan de watergang te kunnen waarborgen. Het aanbrengen van obstakels in de keurzone is verboden en

29-9-2022

50 

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Jekschotstraat 1 en 1a te Veghel

vergunningsplichtig. Het voorgenomen initiatief voorziet niet in het aanbrengen van obstakels in de obstakelvrije zones. De A-watergang vormt geen belemmering voor het plan. Vuilwaterafvoer Het gaat in deze om de herbestemming van twee bestaande bedrijfswoningen naar woning. Deze woningen zijn aangesloten op het gemeentelijk drukriool langs de Jekschotstraat. Hier wordt niets aan gewijzigd. De te herbestemmen langgevelboerderij naar woning zal worden aangesloten op het drukriool, hetzelfde geldt voor de op te richten ruimte-voor-ruimte woning. Hiervoor zal na vaststelling van het bestemmingsplan contact op worden genomen met de gemeente. In geval er 1 of meerdere extra pompputten in het drukriool nodig zijn om de extra aansluitingen te kunnen verwerken, dan zijn die extra kosten voor de initiatiefnemers. ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 5.11.1

Verdrag van Valletta

In 1992 is in het Verdrag van Valetta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. 5.11.2

Wet op de archeologische monumentenzorg

Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 5.11.3

Gemeentelijk archeologie beleid

De gemeente Veghel (opgegaan in de gemeente Meierijstad heeft een archeologisch verwachtingswaarde kaart opgesteld. Figuur 5-9 betreft een uitsnede van de archeologische verwachtingswaarde kaart. Het plangebied is op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart aangeduid als een gebeid met een lage verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde is in het vigerende bestemmingsplan verankerd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Verankerd is daarmee dat indien bodemverstoring plaatsvindt met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld, middels archeologisch onderzoek aangetoond dient te worden dat met de ontwikkeling geen archeologische waarden verloren gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a55edec8-b4c3-4374-a5e1-376aa0394063