CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-10-07 toelichting ontwerp-bestemmingsplan

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Bresser 26, Zijtaart23.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

9.2

M.e.r.-beoordeling

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd, één van de aanleidingen voor de aanpassing van het Besluit m.e.r. De essentie van die uitspraak is dat altijd een m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is bedoeld als waarborg dat in dergelijke gevallen de m.e.r.(-beoordelingsplicht) niet over het hoofd wordt gezien. Het ten onrechte niet doorlopen van een m.e.r. doet immers geen recht aan de bedoeling van m.e.r. en is een risico in de procedure. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud dient deze aan bijlage III van de Europese richtlijn (2011/ 92EU) ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ te voldoen. Hierin staan drie hoofdcriteria centraal: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten.

De realisatie van de woningen met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als ‘de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Aangezien het gaat om het realiseren van slechts drie woningen, wordt dit op basis van jurisprudentie niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een nadere beschouwing hiertoe niet nodig.

9.3

Bodem

Wettelijke basis In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet onder andere worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. 28 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Huidige situatie en toekomstige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied een agrarisch bedrijf gevestigd wat niet meer actief in gebruik is. In de beoogde situatie wordt de bestemming gewijzigd in een woonbestemming. In januari 2022 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 1. Uit het onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verontreinigingen zijn aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De locatie is onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging en bouw van woningen.

De rapportage van het bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage aan onderhavige rapportage. Geconcludeerd kan worden dat er geen risico van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is en er geen verontreinigingen te verwachten zijn. Aanvullend op de rapportage van het bodemonderzoek van januari 2022 is door Bodeminzicht aangegeven dat er geen kit gebruikt is in de kas. Hier zijn ook foto’s van aangeleverd. De kassen worden hiermee als niet verdacht beoordeeld. Tijdens het onderzoek is ter plaatse van boring 17 is een puinlaag aangetroffen. Deze laag is niet onderzocht op asbest. De laag onder de puinlaag bij boring 17 is niet onderzocht om te bepalen of het puin heeft uitgeloogd. In de NEN5725 is onder de kop A.4 aangegeven wanneer puin verdacht is op aanwezigheid van asbest. Wanneer kan worden aangegeven dat het puin niet asbestverdacht is dan hoeft het puin niet onderzocht te worden. Het puin hoeft voor de beoogde bestemmingswijziging alleen onderzocht te worden als vermoed wordt de afvoerkosten zodanig hoog zijn dat de herontwikkeling niet door kan gaan. In het kader van een bouwaanvraag zou het puin formeel niet onderzocht hoeven te worden omdat het verboden is om op verontreinigde grond te bouwen en niet verboden is om op verontreinigd puin te bouwen. Op basis van deze gegevens wordt het onderzoek als voldoende beschouwd voor de beoogde bestemmingswijziging.

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

9.4

Geluid (wegverkeerslawaai)

In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de

1 Verkennend bodemonderzoek De Bresser 26 Zijtaart, rapportnummer B2911, Bodem inzicht, 28 januari 2022

29 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidszone van een weg. Voor alle direct omliggende wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom. Het verkeer welke gebruik maakt van het Grootveld en de Bresser betreft hoodzakelijk bestemmingsverkeer. Vanwege de beperkte verkeersintensiteit op de omliggende wegen in combinatie met de afstand van de weg en de snelheid van 30 km/uur mag worden gesteld dat de geluidbelastingen afkomstig van wegverkeerslawaai ter hoogte van de nieuwe woningen aanvaardbaar is.

Het is niet waarschijnlijk dat een standaard geluidwering van 20 dB (Artikel 3.2 Bouwbesluit 2012) niet voldoende is om in de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te behalen van 33 dB vanwege wegverkeerslawaai. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

9.5

Geluid (industrielawaai)

Ten aanzien van geluid worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden (zie paragraaf 10.1). Voor de volledigheid wordt verwezen naar deze paragraaf. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

9.6

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde.

30 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Toetsing initiatief Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2022) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een aantal dagelijkse voertuigbewegingen van maximaal 40. Onderstaande figuur toont het resultaat.

Figuur 18: NIBM-tool

Achtergrondconcentratie De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt 16,65 µg/m³, de huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM2,5) bedraagt 9,41 µg/m³ en de huidige achtergrondconcentratie stikstofdioxiden (NO2) bedraagt 12,74 µg/m³. 2 Er wordt voldaan aan de wettelijke normen.

Figuur 19: uitsnede kaart atlasleefomgeving

De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de hier benoemde achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

2 www.atlasleefomgeving.nl

31 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

9.7

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (wgv) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij).

Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting) In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Corsica 15 Zijtaart (rundvee- en vleesvarkenshouderij): afstand circa 200 meter van plangebied tot rand bouwvlak veehouderij; • Hoge Biezen 1 Zijtaart (paardenhouderij): afstand circa 270 meter van plangebied tot rand bouwvlak veehouderij; • Corsica 8 Zijtaart (paardenhouderij): afstand circa 370 meter van plangebied tot rand bouwvlak veehouderij. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.

32 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Corsica 8

Corsica 15

Hoge Biezen 1

Figuur 20: Ligging dichtstbijzijnde veehouderijbedrijven

Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. Voor paarden zoals gehuisvest worden aan Corsica 8 en Hoge Biezen 1 en melkvee en jongvee zoals gehuisvest aan Corsica 15 zijn in de Rgv geen geuremissiefactoren vastgesteld. Voor deze dieren moet een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object in acht worden genomen. De afstand tussen het plangebied en de veehouderij bedraagt meer dan 200 meter. Binnen de veehouderij aan de Corisica 15 worden tevens vleesvarkens en vleesvee gehuisvest. Voor vleesvarkens en vleesvee zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Voor deze dieren moet worden voldaan aan de geurnorm van 3 ouE/m³. Middels V Stacks Vergunning 2020 is een geurberekening gemaakt om de voorgrondbelasting te bepalen van de veehouderij. Deze berekening is gemaakt op alle receptorpunten op de rand van het plangebied. De berekening is uitgevoerd aan de hand van de gegevens zoals opgenomen in web-BVB. De volgende tabel geeft een weergave van de rekenresultaten.

Tabel 2: Voorgrondbelasting vigerende situatie Corsica 15 Receptorpunt Geurbelasting [ouE/m3] Hoekpunt 1 plangebied 0,9 Hoekpunt 2 plangebied 0,7 Hoekpunt 3 plangebied 0,8 Hoekpunt 4 plangebied 1,1

Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is van belang op te merken dat de veehouderij reeds belemmerd wordt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden door woningen welke dichterbij zijn gelegen.

33 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur in beeld te brengen, is de cumulatieve geurbelasting in de omgeving in kaart gebracht waarbij de aanwezige andere veehouderijbedrijven in de omgeving van het initiatief meegenomen zijn. De bedrijven binnen een straal van 2 kilometer afstand rondom het plangebied zijn meegenomen. Uit deze geurgevoelige objecten is een representatieve selectie gemaakt in de berekening. De berekening is uitgevoerd middels het programma V-Stacks gebied. Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt van het Bestand Veehouderij Bedrijven (d.d. 12-10-2021). De invoergegevens zijn opgenomen in de bijlage. In de bebouwde kom geldt een achtergrondbelasting van 13 ouE als toetswaarde 3 met als absolute bovengrens 16 ouE. Tabel 3: Resultaten berekening achtergrondbelasting Receptorpunt Geurbelasting [ouE/m3] Hoekpunt 1 plangebied 5,9 Hoekpunt 2 plangebied 5,8 Hoekpunt 3 plangebied 6,0 Hoekpunt 4 plangebied 6,0

In onderhavige situatie bedraagt de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied 5,8-6,0 ouE/m³. In onderhavige situatie wordt deze geurbelasting aanvaardbaar geacht. Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om ook de geurbeleving inzichtelijk te maken. Hierbij is bijlage 6 en 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij als leidraad gebruikt. In bijlage 7 van de Handreiking is een tabel opgenomen waarin de kans op geurgehinderden vertaald is naar het woon- en leefklimaat, zie de volgende tabel 4. Tabel 4: Beoordeling milieukwaliteit Achtergrondbelasting (ouE/m³) Percentage geurgehinderden (%) 1-3 <5 4-8 5-10 9-13 10-15 14-20 15-20 21-28 20-25 29-38 25-30 39-50 30-35 51-65 35-40

Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht

De volgende tabel geeft per receptorpunt het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit. Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder indien de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. De bepalende geurbelasting is duidelijkheidshalve vetgedrukt. Tabel 5: Milieukwaliteit Geurgevoelig object

Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4

Voorgrond Achtergrond Percentage Milieukwaliteit Geurbelasting geurbelasting geurgehinderden [%] [ouE/m3] [ouE/m³] 0,9 5,9 8% Goed 0,7 5,8 8% Goed 0,8 6,0 8% Goed 1,1 6,0 8% Goed

3 Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Gemeente Veghel 4 SenterNovem, 2007

34 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Het aspect geurhinder in relatie tot veehouderijbedrijven vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

9.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een propaantank op de locatie Hoge Biezen 1 en is gelegen op een afstand van circa 215 meter (zie volgende figuur). Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bron.

Plangebied

Corsica Opslag LPG

Figuur 21: Uitsnede Risicokaart

Op circa 165 meter van het plangebied ligt de transportweg Corsica waar de gevaarlijke stof GF3 over vervoerd wordt. GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter en daarom ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van deze stof.

35 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Omdat deze weg niet is meegenomen in het huidige bestemmingsplan en het plangebied binnen 165 meter van de transportweg ligt dient er, conform art. 8 Besluit externe veiligheid transport (Bevt), een volledige verantwoording van het groepsrisico afgegeven te worden. De volledige verantwoording kan achterwege gelaten worden indien aangetoond kan worden dat de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt en het groepsrisico niet met 10% toeneemt. De vuistregels van de handleiding risicoanalyse transport kunnen worden gebruikt om te bepalen of een risicoberekening noodzakelijk is. Omgevingsdienst Brabant Noord heeft de vuistregels toegepast en vastgesteld dat er geen sprake is van een overschrijding. Het plan kan volstaan met een beperkte verantwoording. De Veiligheidsregio Brabant Noord is ingevolge artikel 7 en 9 van het Bevt om advies gevraagd over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderstaand wordt het advies van de Veiligheidsregio beschreven, het volledige advies is toegevoegd als bijlage aan onderhavige rapportage. Relevant scenario in relatie tot het plangebied is een BLEVE. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de propaantank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking.

Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. De effecten in relatie tot de afstand vanaf de incidentlocatie worden zichtbaar gemaakt in tabel 1. Uit de tabel blijkt dat het risico op letaal / ernstig letsel klein is Beoordeling zelfredzaamheid Het beste handelingsperspectief bij dit scenario is vluchten. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied voldoende is. Via het Grootveld en aanliggende wegennet kan voldoende snel afstand worden genomen bij de dreigende BLEVE Beoordeling bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid van dit type incident wordt als slecht beoordeeld. Tankwagens voor het vervoer van propaan zijn niet geïsoleerd en kunnen na ca 12 minuten blootstelling aan hitte veroorzaakt door een externe brand exploderen. Het is voor de brandweer niet mogelijk binnen dit tijdsbestek een brand te blussen of de tank effectief te koelen. Advies Uit de beoordeling blijkt dat het beste ingezet kan worden op het optimaliseren van de mate van zelfredzaamheid. Dit kan door de nieuwe bewoners actief te informeren over het kleine risico en handelingsperspectief. Dit heeft een positief effect op het risicobewustzijn en men weet beter hoe te reageren op een dreigende situatie. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

9.9

Duurzaam en slim bouwen

Onderhavige ontwikkeling ziet op de bouw van een drietal woningen. Bij de bouw van de woningen en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen en energiebesparende maatregelen. Op de daken van de bijbehorende bouwwerken worden zonnepanelen gelegd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp.

36 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

9.10 Gezondheid De ontwikkeling heeft geen schadelijk gevolgen voor de volksgezondheid. De aspecten geur en fijn stof zijn eerder aanbod gekomen in deze rapportage en vormen geen belemmering voor de omgeving. Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. De afstand tussen het plangebied en de varkenshouderij aan de Corsica 15 dient minimaal 45 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 200 meter. Geitenhouderijen Uit het VGO-onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 kilometer van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden.

Toetsing aan het stappenplan heeft plaatsgevonden. Stap 1: endotoxine De afstand tussen het plangebied en de varkenshouderij aan de Corsica 15 dient minimaal 25 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 200 meter. Stap 2: emissies De ontwikkeling ziet op de wijziging van de bestemming van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. Deze ontwikkeling heeft geen betrekking op emissies vanuit veehouderijbedrijven. Stap 3a: geur, toetsen aan aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader De voorgrondbelasting vanuit de veehouderij Corsica 15 bedraagt 1,1 ouE/m³, de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 5,8-6,0 ouE/m³. Volgens het wettelijk kader mag deze respectievelijk maximaal 5,0 ouE/m³ en 10,0 ouE/m³ bedragen. Stap 3b: geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde De voorgrondbelasting vanuit de veehouderij Corsica 15 bedraagt 1,1 ouE/m³, de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 5,8-6,0 ouE/m³. De gezondheidskundige advieswaarde bedraagt respectievelijk maximaal 2,0 ouE/m³ en 5,0 ouE/m³ bedragen. Stap 4a: houden meerdere diersoorten binnen één veehouderij Niet van toepassing.

Stap 5: Afstand tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen en overige veehouderijen Binnen een afstand van 2 kilometer zijn geen geitenhouderijen gelegen. Binnen een afstand van 1 kilometer zijn geen pluimveehouderij gelegen. Binnen een afstand van 250 meter van het plangebied is een veehouderij gelegen. 37 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014- 2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel werd een dergelijk verband niet meer gevonden. Dit in tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geitenhouderij (2 km). In de handreiking veehouderij en volksgezondheid, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van 1 km) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium ‘wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij’. Stap 6: mestbe- en -verwerking Niet van toepassing. Stap 7: ongerustheid Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid.

38 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

10. Bedrijven en voorzieningen Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. Uitgave Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

Scheiding van functies versus functiemenging Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk. Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor voorzieningen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding binnen een gemengd gebied niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Richtafstandenlijsten De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-brochure. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid.

De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. 39 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Tabel 6: Milieucategorieën en richtafstanden tot woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Omgeving van het plangebied rustige woonwijk of gemengd gebied? Het plangebied is gelegen binnen een rustige woonwijk. De volgende figuur toont de ligging van de omliggende bedrijven.

begraafplaats

sportpark

sportpark

Figuur 22: Ligging bedrijven (plangebied rood omkaderd)

De volgende tabel toont de richtafstanden die horen bij de verschillende functies.

40 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Tabel 7: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Sportpark (voetbalvelden) Geur Stof Geluid Gevaar Veldsportcomplex (met verlichting) 0 0 50 0

Werkelijke afstand (m)

Bestaande woning 25 meter Nieuw op te richten woningen 60 meter

Sportpark (voetbalvelden) Tennisbanen (met verlichting)

0

0

50

0

Bestaande woning 25 meter Nieuw op te richten woningen 60 meter

Begraafplaats Begraafplaatsen

0

0

10

0

50

Voor de bestaande woning wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter voor de richtafstanden van het sportpark. Dit betreft echter een reeds bestaande situatie waardoor het sportpark niet wordt belemmerd. De nieuw op te richten woningen worden op een afstand van circa 60 meter opgericht, hierbij wordt voldaan aan de richtafstanden met betrekking tot het sportpark. Voor de richtafstanden met betrekking tot de begraafplaats wordt ruimschoots voldaan. Het initiatief vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende functies en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

41 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

11. Verkeer 11.1 Huidige en verkeersstructuur In de huidige situatie wordt het plangebied ontsloten via een tweetal inritten aan De Bresser en het Grootveld (zie volgende figuur). Dit betreffen 30 km/uur-wegen waar zich hoofdzakelijk bestemmingsverkeer bevindt.

Inrit Inrit

Figuur 23: Ontsluitingssituatie huidige situatie

11.2 Nieuwe verkeersstructuur In de beoogde situatie wijzigt de ontsluitingssituatie van het plangebied. De bestaande inrit aan De Bresser van de voormalige agrarische bedrijfswoning blijft behouden. De drie nieuw op te richten woningen krijgen ieder een eigen inrit waarmee deze worden ontsloten op Grootveld (zie volgende figuur).

42 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Bestaande inrit De Bresser 26

Nieuwe inrit Nieuwe inrit

Nieuwe inrit

Figuur 24: Ontsluitingssituatie beoogd

11.3 Verkeersaantrekkende werking De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Voor het plangebied geldt dat het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van het agrarische bedrijf hoger ligt dan de verkeersbewegingen die een woonbestemming met zich meebrengt. In totaal betreft het aantal dagelijkse verkeersbewegingen in de beoogde situatie 40 (10 per woning).

11.4 Parkeren Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren in beginsel moet plaatsvinden op eigen terrein. Uitgegaan wordt van de parkeernormen zoals opgenomen in het Paraplubestemmingsplan parkeren. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de parkeerbehoefte in de beoogde situatie. Tabel 8: Parkeerbehoefte Functie Eengezinswoning (dure sector)

Parkeernorm (per eenheid) 2,4 per woning

Aantal parkeerplaatsen 12

Conform de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 dient het aantal parkeerplaatsen als volgt te worden bepaald. In de praktijk wordt niet alle beschikbare parkeergelegenheid op eigen terrein als zodanig benut. Daarom worden de volgende berekeningsaantallen aangehouden voor de mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegeteld aan de aanbodzijde. Een enkele oprit wordt als 1 parkeerplaats gerekend, een lange oprit als 1,5 parkeerplaatsen en een dubbele oprit als 2 parkeerplaatsen. Bij de nieuwe woningen wordt een lange oprit gerealiseerd met de breedte van een dubbele oprit. Dit betekent dat per woning voldoende erfverharding is gelegen om deze als 3 parkeerplaatsen te rekenen. 43 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Bij de bestaande woning De Bresser 26 is voldoende erfverharding aanwezig in de beoogde situatie waar 3 voertuigen kunnen worden geparkeerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.

44 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

12. Juridische planopzet 12.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De bestemmingsregels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt; • De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.

12.2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). Deze vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.

12.3 Bestemmingen op de verbeelding De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn opgenomen in de verbeelding: • • • • • • • • •

Wonen (enkelbestemming); Groen (enkelbestemming); Bouwvlak; Erf (functieaanduiding); Tuin (functieaanduiding); Vrijstaand (bouwaanduiding); Maximum bouwhoogte, maximum goothoogte (10 m; 6,5 m) (maatvoering); Maximum aantal wooneenheden (maatvoering); Maximum oppervlakte (m²) (175 m²) (maatvoering).

12.4 Toelichting op de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • •

•

Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de betreffende enkel- en dubbelbestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwvoorschriften beschreven; Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod. 45 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

13. Economische uitvoerbaarheid Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemers is een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.

46 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

14. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening: 1)

Voorbereiding en vooroverleg met diensten van Rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft het voornemen kenbaar gemaakt aan de omwonenden en hen op de hoogte gesteld van de plannen. De formulieren van de zorgvuldige dialoog zijn als bijlage bijgevoegd.

2)

Ontwerp: het ontwerp-bestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken, van donderdag 11 augustus tot donderdag 22 september 2022, ter inzage gelegen voor zienswijzen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.

3) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State.

47 Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

Bijlage 1

Situatieschets beoogde situatie

Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

KAVEL 2

KAVEL 1

KAVEL 3

De Bre sser

KAVEL DE BRESSER 26

bestaande woning

nieuwe woning nieuwe woning

nieuwe woning

inrit

bestaande bijbehorende bouwwerken

inrit

inrit

veld Groot

vrijstaand bijbehorend bouwwerk

beukenhaag

groen (fruitbomen en onderbegroeing i.c.m. wadi) Inrichtingsplan De Bresser 26 Zijtaart Agron Advies BV Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469PS Boerdonk www.agronadvies.nl

Formaat tekening A4 Schaal 1 : 500 d.d. 09-05-2022 versie 03

Bijlage 2

Rapportage quick scan flora en fauna

Toelichting bestemmingsplan ‘Zijtaart, herziening De Bresser 26’

19-1-2022

QuickScan flora en fauna De Bresser 26, Zijtaart

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna op en rondom de locatie: De Bresser 26, Zijtaart

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Projectlocatie:

De Bresser 26 5465 PW Zijtaart

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 22009.QFF 19-1-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1

2.1.1

Bescherming van gebieden .............................................................5

2.1.2

Bescherming van soorten ...............................................................5

2.1.3

Bescherming van houtopstanden ......................................................5

2.2

Interim omgevingsverordening ..............................................................5

Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8

3.2.1

De bedrijfswoning en bijgebouwen. ..................................................8

3.2.2

Kweektunnel en kweekkas .............................................................9

3.2.3

Beplantingen in directe omgeving ....................................................9

3.2.4

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1

Algemeen..................................................................................... 11

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11

4.2.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11

4.2.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 12

4.2.3

Algemene broedvogels ................................................................ 12

4.2.4

Werken binnen het broedseizoen ................................................... 12

4.3

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 12

4.3.1

Vleermuizen ............................................................................ 12

4.3.2

Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 13

4.4

Nationaal beschermde soorten............................................................ 13

4.4.1

Amfibieën en reptielen ............................................................... 14

4.4.2

Libellen ................................................................................. 14

4.4.3

Dagvlinders ............................................................................. 14

4.4.4

Vaatplanten ............................................................................ 14

4.4.5

Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 14

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2

4.

Vooronderzoek ............................................................................ 10

Pagina

3.

Wet natuurbescherming......................................................................5

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 5.1

5.1.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 15

5.1.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15

5.1.3

Algemene broedvogels ................................................................ 15

5.2

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 16

5.2.1

Vleermuizen ............................................................................ 16

5.2.2

Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16

5.3

Nationaal beschermde soorten............................................................ 16

5.4

Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ............................................... 16

Conclusie .......................................................................................... 18

3

6.

Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 15

Pagina

5.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer, is op dinsdag 19 januari 2022, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: De Bresser 26, Zijtaart. De werkzaamheden betreffen het slopen van een bijgebouw, kweektunnel, kweekkas, het verwijderen van beplantingen en het bouwen van drie woningen met bijgebouw. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen blijft behouden en wordt in gebruik genomen als burgerwoning. In- en nabij de te slopen bebouwingen op de kavels, in de aangrenzende- en te verwijderen beplantingen en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Interim omgevingsverordening

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is westelijk gelegen van de kern van het dorp Zijtaart (zie afbeelding 1). De bestaande kavels zijn momenteel in gebruik bedrijfskavel met bestaande woning en bijgebouwen, een tunnel- en kweekkas en teeltgronden. Het overige deel van de kavel fungeert als tuin met daarin diverse beplantingen en een waterpartij.

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, De Bresser 26, ten westen van de kern van Zijtaart, waar de quickscan uitgevoerd is, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 19-01-2022

Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten bomen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.

Pagina

7

Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Afbeelding 2: De kavels met kavelnummers: 5811 en 5812, welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen afbeelding 2. Bron: Kadviewer, datum: 19-01-2022

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het slopen van een bijgebouw, kweektunnel, kweekkas, het verwijderen van beplantingen en het bouwen van drie woningen met bijgebouw. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen blijft behouden en wordt in gebruik genomen als burgerwoning. In- en nabij de te slopen bebouwingen op de kavels, in de aangrenzende- en te verwijderen beplantingen en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

3.2.1 De bedrijfswoning en bijgebouwen.

Afbeelding 3 en 4: Bestaande te behouden woning en bijgebouwen. Bron: BNL advies. Datum: 18-01-2022 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

8

De te behouden bedrijfswoning met bijgebouwen is afgebeeld in afbeelding 3 en 4. De bestemming zal gewijzigd worden van bedrijfswoning naar burgerwoning. In de bestaande woning kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals steenmarters, uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en diersoorten kunnen de woning en bijgebouw gebruiken om zich voort te planten of als schuilplaats.

3.2.2 Kweektunnel, kweekkas en bijgebouw De te slopen kweektunnel, kweekkas en bijgebouw zijn afgebeeld in afbeelding 5 en 6. Inen nabij de bestaande kweektunnel, kweekkas en bijgebouw kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen zoals bijvoorbeeld kleine marters. Maar ook andere vogel- en diersoorten kunnen de kweektunnel en kweekkas gebruiken om zich voort te planten of als schuilplaats.

Afbeelding 5 en 6: Bestaande te slopen kweektunnel, kweekkas en bijgebouw. Bron: BNL advies. Datum: 18-01-2022

3.2.3 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavel zijn landschapsbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 7 en 8). Een gedeelte van de beplanting (vooral hagen), worden verwijderd om inritten naar de nieuwe woningen te kunnen maken. Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende- en te verwijderen beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Afbeelding 7 en 8: Bestaande (deels te verwijderen) beplantingen op de kavels. Bron: BNL advies. Datum: 18-01-2022

9

Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.

3.2.4 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 165-400. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.

Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

10

Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavels en omliggende gronden zijn op dinsdag 19 januari 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -

Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding Beschermde plantsoorten rondom de te slopen bebouwing en op de kavels Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de bedrijfswoning met bijgebouw en de te slopen bebouwing) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen vaste rust-, en/of verblijfplaatsen gevonden in de te slopen tunnelkas, kweekkas en bijgebouw. Er is gezocht naar aanwezige sporen in de vorm van nesten of uitwerpselen. Deze zijn allen niet aangetroffen. Ook zijn er geen mogelijk geschikte voortplantings- en verblijfplaatsen aangetroffen. Nader onderzoek naar de huismus in de te slopen bebouwingen wordt niet nodig geacht. Het dak van de woning en bijgebouw is mogelijk geschikt voor de aanwezigheid van de huismus. Ook is de tuin rondom de woning met bijgebouw geschikt als leefgebied door de aanwezigheid van hagen, beplantingen, bomen en een waterpartij. Aangezien hier geen werkzaamheden gepland staan, wordt nader onderzoek op dit moment naar de aanwezigheid van de huismus niet nodig geacht. Dit veranderdt wanneer er werkzaamheden aan de woning of bijgebouwen plaats gaat vinden, dan dient een nader onderzoek huismus uitgevoerd te worden. Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet direct geschikt. Gierzwaluwen hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden.

Mogelijke nestlocaties van de gierzwaluw zijn in het te slopen bebouwing niet aangetroffen, nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=2a4dd61c-1552-49e3-9026-9b94cf4fdf3e