2. Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Op de kaart wordt dan op elk bouwvlak het totale maximum weergegeven. Wij vinden het begrijpelijk dat dit tot verwarring kan leiden. Met een aanpassing van het werkingsgebied van de omgevingsnorm zullen wij hier verduidelijking in geven. Voor spuitzones is een maatwerkonderbouwing geleverd waardoor beperking niet nodig is. De onderbouwing van dit onderdeel is te vinden in hoofdstuk 5.7 van de motivering van de planontwikkeling Het Hooghekke. j) Voor dit plan aan de Locht in Olland is reeds een waterhuishoudkundig plan aanwezig. Deze is als bij het besluit behorend stuk gepubliceerd op Dossier 19482967689 - Djuma OpenInfo. Met betrekking tot de zienswijze over het opnemen van een voorwaardelijke verplichting ten behoeve van de boring van een hemelwaterberging van minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak, verwijzen wij naar de toelichting onder c). k) Voor dit plan aan het Sportveld in Boskant is reeds een waterhuishoudkundig plan aanwezig. Deze is als bij het besluit behorend stuk gepubliceerd op Dossier 19482967689 - Djuma OpenInfo. Met betrekking tot de zienswijze over het opnemen van een voorwaardelijke verplichting ten behoeve van de boring van een hemelwaterberging van minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak, verwijzen wij naar de toelichting onder c).
l) De voorgestelde correctie in de voorrangsregel van artikel 26.1 lid 18, waar in het ontwerp afdeling 26.15 is genoemd, is terecht. Daar is te verwijzen naar afdeling 26.16. Ook de voorgestelde correctie in de voorrangsregel van artikel 26.1 lid 19, waar in het ontwerp afdeling 26.16 is genoemd, is terecht. Daar is te verwijzen naar afdeling 26.15. De volgorde van de genoemde deelzaken van deze wijzigingsronde in het algemene deel is namelijk niet precies zo gevolgd in het vervolg van de regeling. Ook de voorgestelde correctie van artikel 26.118 is terecht. Daar is in het ontwerp verwezen naar de bestemmingsplanregels 4.6.1 en 5.6.1 en daarin is de vergunningplicht uitgewerkt. Er is een meer precieze verwijzing nodig naar de beoordelingsregels 4.6.3 en 5.6.3. Deze uitbreiding van de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden is toegelicht in onderdeel 20 van de motivering van het technische wijzigingsbesluit. Die toelichting biedt een inhoudelijke samenvatting van het vraagstuk zoals dat opkwam in meerdere jaren van gerechtelijke procedures en benoemt waarom de gemeente in die discussie reden ziet om de betekenis van de oude bestemmingsplanregels te verduidelijken.
De gemeente wil niet dat ter plaatse van een agrarische bestemming een aanvraag om agrarische activiteiten slechts beoordeeld wordt in het licht van natuur- en landschapswaarden, ongeacht het belang van de agrarische exploitatie bij die voorgenomen werken en werkzaamheden. Wij menen dat de gegeven bestemming betekent dat de agrarische exploitatie daar een mee te wegen belang is, ook als op die gronden natuur- en landschapswaarden extra gewicht hebben. Deze verduidelijking binnen het 19 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
tijdelijke omgevingsplan is bedoeld om te voorkomen dat de reeks (hoger)beroepsprocedures een vervolg krijgt zodra andere omgevingsvergunningen voor agrarische aanlegactiviteiten zijn verleend. Zienswijze 6 (gebiedsontwikkeling Schootsestraat te Schijndel) De Gasunie geeft aan dat getuige het dossier van deze deelzaak wel onderzoek is verricht naar geluidhinder, maar dat eventuele geluidhinder van het nabije gasontvangststation niet bij het onderzoek is betrokken. Gasunie verzoekt daarom om aanvullend te onderzoeken wat de geluidbelasting van het GOS op de geplande woningen is, en of de ontwikkeling kan plaatsvinden zonder beperkingen voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van het station. Beantwoording zienswijze 6 Bij de motivering van de planontwikkeling zijn de aanwezige hogedruk aardgasleidingen en gasdrukregel- en meetstation wel erkend en benoemd met betrekking tot het omgevingsaspect externe veiligheid. Hieruit blijken geen belemmeringen. Overige omgevingsrechtelijke aspecten zijn (onder andere) verwerkt in paragraaf 5.5, de activiteiten- en milieuzonering. In tabel 2 op pagina 34 van de ruimtelijke motivering is ook het gasontvangststation opgenomen met een richtafstand van 50 meter voor geluid en gevaar.
Dit blijkt uit het onderzoek van De Roever zoals in het bijlagenboek dat als op het besluit betrekkend hebbend document is gepubliceerd (Dossier 19482967689 - Djuma OpenInfo). Het gaat om richtafstanden in een rustige woonwijk. In het onderzoek is op kaart eveneens weergegeven dat de woningen buiten de richtafstand blijven van 50 meter van het gasontvangststation. Hiermee mag worden geacht te voldoen aan een goed- en woonleefklimaat bij en binnen de woningen en worden de activiteiten en bedrijfsvoering van het station niet belemmerd. Wanneer nader naar de contour wordt gekeken (zie afbeelding hieronder), kan worden geconstateerd dat de ingetekende woningen uit het stedenbouwkundig plan inderdaad buiten de 50 m-contour zijn geprojecteerd. Echter, bij de doorvertaling van het stedenbouwkundige plan in het omgevingsplan naar werkingsgebieden en locaties is een zekere flexibiliteit aangebracht, waarbij het mogelijk is om de positionering van de woning binnen het bouwvlak te schuiven, waarmee mogelijk (net) tot binnen de 50 m-contour kan worden gebouwd.
Om dit beter te onderbouwen of ondervangen is het voorstel om op de kaart een beperkingengebied op te nemen in combinatie met een beoordelingsregel dat binnen het beperkingengebied een vergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw/ruimte mogelijk is wanneer uit akoestisch onderzoek is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de belangen van het gasontvangststation niet onevenredig worden geschaad.
20 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
Zienswijze 7 (gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode) De reclamanten geven aan eigenaren te zijn van een aangrenzend perceel. a) Woningbouw op perceel nummer 6700 tast volgens reclamant het historische landschap rond het zandpad de Locht aan. De reclamanten menen dat de kernwaarden van het gebied – openheid en zichtlijnen, agrarisch gebruik en historische continuïteit, landschappelijke samenhang met omliggende percelen – de ontwikkeling niet toelaten en tot een onomkeerbare aantasting van deze waarden zal leiden. b) Volgens de reclamanten is het ontwerp onvoldoende zorgvuldig voorbereid omdat informatie over laagfrequente geluidbelasting van een nabije geitenhouderij, gezondheidsrisico's van geitenhouderijen, cumulatieve effecten met andere ontwikkelingen en gevolgen voor aangrenzende percelen niet of onvoldoende is betrokken. Met het oog op de effecten van geitenhouderij zou de gemeente het voorzorgsbeginsel moeten volgen. c) De reclamanten wijzen op ongelijke behandeling omdat zijzelf in het verleden om te bouwen op hun eigen perceel een diepgaand ecologisch onderzoek moesten doen, terwijl nu een quick scan volstaat voor deze woningbouwontwikkeling. d) Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de ontwikkeling het verlies betekent van leefgebied voor beschermde soorten.
e) De reclamanten stellen dat de ontwikkeling leidt tot een beperking van het agrarisch gebruik van perceel nummer 426, een spuitvrije zone, waardevermindering en planschade, waarmee een onevenredige afwenteling zou plaatsvinden op bestaande eigenaren. f) De reclamanten menen dat sprake is van schijnparticipatie omdat hun zorgen wel zijn geïnventariseerd maar niet aantoonbaar verwerkt in het plan. De reclamanten concluderen dat de voornoemde gebreken fundamenteel zijn en dat het cultuurhistorisch waardevolle land geheel ongeschikt is voor woningbouwontwikkeling. Beantwoording zienswijze 7 a) In de gebiedsvisie en de ruimtelijke onderbouwing behorend bij deze planontwikkeling is ingegaan op deze aspecten. Kenmerkend voor dit landschap zijn onder andere houtsingels en laanbeplantingen (hoofdzakelijk populieren). De populierenlaan van de Locht is dus kenmerkend voor dit landschap en dient behouden te blijven. Olland ligt midden in het 21 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
zogenoemde Broeken Donkengebied. Kenmerkend voor dit gebied zijn onder meer een grillig wegen- en kavelpatroon, opgaande populierenbeplantingen langs perceelsranden en wegen (lanen), afgewisseld met kleine populierenbosjes. Het is een karakteristiek kleinschalig cultuurlandschap met een in hoofdzaak agrarisch grondgebruik. Hard uitgangspunt hierbij is voor de inpassing dat de bebouwing op voldoende afstand van de Locht blijft. Dit om het authentieke karakter met de bomen van de Locht te handhaven. Als het gaat om de landschappelijke waarden van het gebied zijn voor de ontwikkeling rond de Locht de volgende eigenschappen betrokken: De woningen hebben een dorpse uitstraling, mede door hun materialisatie. Ook de erfafscheidingen dragen bij aan dit karakter. Een groen karakter is gewenst, waarbij groen gecombineerd mag worden met natuurlijke materialen zoals hout of steen, zolang het groen de overhand heeft. Woningen aan de dorpsrand worden minder dicht op elkaar geplaatst om zichtlijnen naar het omliggende landschap te behouden. Woonerven worden niet toegepast. Bebouwing aan de rand van het dorp sluit goed aan bij de omgeving. Door de groene setting is de bebouwingsdichtheid lager dan in de dorpskernen. Het behoud en versterken van groen is van groot belang voor Olland. Dit draagt bij aan een prettige leefomgeving dicht bij de natuur.
Dit heeft geleid tot een visie voor het gebied (de gebiedsvisie) welke weer heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan welke hier op aansluit en de belangrijke waarden en kenmerken van het gebied in acht neemt. Het open landschap van de omgeving is geïntegreerd in het ontwerp van de Locht, door juist aan de noordoostzijde de ruimte voor het water en groen overwegend in te passen. De keuze voor woningbouwlocaties wordt gemaakt door afweging van alle betrokken belangen. Zo worden naast alle omgevingsrechtelijke belangen de maatschappelijke belangen meegewogen. Het belang van voldoende woningaanbod voor de gemeente weegt derhalve ook mee en weegt ook zwaar mee. Reclamant heeft verder niet gemotiveerd hoe de woningbouwontwikkeling de genoemde waarden en kenmerken aantast waardoor wij geen aanleiding zien om de gebiedsvisie en ruimtelijke motivering in twijfel te trekken. Hiermee is dan ook naar het standpunt van de gemeente voldoende onderbouwd dat het plan aan de Locht in Olland niet de aanwezige waarden en kenmerken van het gebied onevenredig aantast en dat daarmee deze ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. b) Het onderzoek naar de omgevingsrechtelijke aspecten is uitgewerkt in de ruimtelijke onderbouwing met alle onderzoeken die hieraan ten grondslag liggen.
De effecten van de omliggende functies alsmede de effecten van (het gebruik van) de woningen is hierbij onderzocht. Ook de aanwezigheid van een geitenhouderij in de nabijheid is hierbij betrokken. In hoofdstuk 5.8 van de onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een overzicht opgenomen van de bedrijven in de omgeving met mogelijke hinder. Op grond van de 'staalkaart' kan er aan individuele bedrijven een milieucontour worden toegekend in het omgevingsplan en wordt er alsdan niet meer gewerkt met vaste richtafstanden. In de huidige transitiefase is dit nog niet uitwerkt in het omgevingsplan van de gemeente. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft voor milieuzonering onder het regime van de Omgevingswet een brochure opgesteld, te weten het servicedocument “Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet”, welk bruikbaar is in de vertaling van het voorheen geldende bestemmingsplanregime. De locatie aan de Schootsedijk 47 is in de onderbouwing niet genoemd, om de reden dat de grootste afstand van geluid (50 m) niet wordt overschreden. De minimale afstand is ruim 135 meter, daarmee kan aangenomen worden dat met betrekking tot het aspect geluid er geen onevenredige hinder zal ontstaan. 22 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
Voor de volledigheid is het bedrijf in tabel gezet, zie onderstaande. Waarbij geur en geluid de belangrijkste aspecten zijn, geur is uitgebreid onderzocht. Geluid behoeft geen aanvullend onderzoek omdat wordt voldaan aan de gestelde richtafstanden. Adres
Type bedrijf
Milieucategorie Gehanteerde conform richtafstand o.b.v. aanwezige aanwezige functie functie (m)
Werkelijke Milieu afstand (m) bepalend aspect
Schootsedijk 47, Olland
Fokken en houden van graasdieren
2
136
50
Geur en geluid
De zienswijze van reclamant gaat niet dieper in op de genoemde aspecten en motiveert ook verder niet waarom de onderzoeken en motivering niet afdoende zouden zijn voor de onderbouwing van deze woningbouwontwikkeling. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de verrichte onderzoeken en daaruit volgende conclusies en de bijbehorende ruimtelijke motivering. c) Het is niet mogelijk de situaties te vergelijken. Daarbij wordt bij elke ontwikkeling op dat moment beoordeeld, op grond van de geldende wet- en regelgeving, welke onderzoeken (en in welke mate) vereist zijn. Dat bij reclamant mogelijk een nader (uitvoeriger) onderzoek vereist was, maakt niet dat er sprake is van ongelijke behandeling. De vereiste onderzoeken zijn gebaseerd op de wetgeving en het aantonen dat daaraan voldaan wordt. Voor voorliggende planontwikkeling zijn de vereiste onderzoeken uitgevoerd om hiermee aan te tonen dat aan de wet- en regelgeving wordt voldaan. Dat doet verder niets af aan de mogelijke vergunning(aanvraag) met bijbehorende aanvraagvereisten van reclamant.
d) Allereerst is voor wat betreft de soortenbescherming een quick scan gedaan en aanvullend is in het voorjaar, de zomer en het najaar van 2024 het onderzoeksgebied onderzocht op de aanwezigheid van een essentiële vliegroute van vleermuizen, vaste rust- en/of verblijfplaats van marterachtigen en (essentieel) leefgebied voor de steenuil. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen aanwezig zijn van marterachtigen binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast vormen de laanbomen geen essentiële vliegroute voor vleermuizen en vormt het weiland geen essentieel leefgebied voor de steenuil. Het bouwen van 21 woningen op het weiland leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen vergunning (voor ontheffing van de verbodsbepalingen) aangevraagd te worden. De zorgplicht is wel te allen tijde van toepassing. Kortom er is uitvoerig onderzoek uitgevoerd voor wat betreft de soortenbescherming. e) Het is correct dat de woningbouwontwikkeling leidt tot beperkingen op het gebied van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het agrarische perceel. Het klopt echter niet dat er geen adequate planologische borging is. Dat wordt immers met dit omgevingsplan geregeld door een zone op het agrarisch gebied toe te kennen waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt verboden.
Ondanks dat de mogelijke financiële (nadeel)compensatie geen overweging is die betrokken dient te worden bij het onderzoek naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, heeft de gemeente getracht een adequate compensatie hiervoor te bieden. Er is aan de eigenaren van de betreffende percelen een financiële compensatie geboden conform advies van een agrarisch taxateur. Dat bod is afgewezen door de eigenaren. Het staat reclamant vrij om mogelijke nadeelcompensatie aan te vragen middels de wettelijke procedure zoals geboden in de Omgevingswet. Desalniettemin is hiermee niet de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het geding. Juist door de toekenning van de spuitvrije zone wordt het woon- en leefklimaat van de woningen geborgd.
23 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
f) Tijdens de vele participatiemomenten met de omgeving over deze woningbouwontwikkeling heeft de gemeente veel reacties tot zich genomen. Een aantal daarvan heeft geleid tot aanpassingen van het plan, echter inderdaad niet allemaal. Sommige waren namelijk onverenigbaar met het doel van de ontwikkeling: woningbouw, op goede wijze ingepast in de omgeving (alle kanten op). Participatie betekent niet dat alle wensen kunnen worden verwerkt in een ontwikkeling. Met participatie wordt getracht alle belangen in beeld te krijgen zodat al deze belangen afgewogen kunnen worden bij de planontwikkeling. Uit het participatieverslag zoals onderdeel van de op het besluit betrekking hebbende stukken, blijkt welke reacties er zijn gegeven op het plan en hoe hiermee is omgegaan. Wij zijn van mening dat het participatietraject hiermee voldoende en zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Zienswijze 8 (locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel) De reclamant is de aanvrager van deze deelzaak binnen de vierde wijzigingsronde. Hij verzoekt om een aantal wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, daarbij verwijzend naar het gevoerde vooroverleg en de met de gemeente gesloten anterieure overeenkomst.
a) De reclamant verzoekt om de begrenzing van het werkingsgebied ‘locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 Schijndel wonen’ aan te passen naar de begrenzing van het werkingsgebied ‘beperkt agrarisch gebruik’. b) De reclamant verzoekt om met de bepaling van artikel 26.20 onder 2 ook bedrijfsmatig agrarisch gebruik toe te laten. c) De reclamant verzoekt om de termijn voor sloop van artikel 26.21 onder a met een jaar te verlengen, omdat ook in de anterieure overeenkomst twee jaar afgesproken zou zijn. d) De reclamant verzoekt om de termijn voor realisatie van de landschappelijke inpassing van artikel 26.21 onder b te formuleren als één jaar na ingebruikname van de nieuwe woning, omdat dat ook in de anterieure overeenkomst zo afgesproken zou zijn. e) De reclamant verzoekt om een grotere maximale inhoudsmaat van de woning: 1.000 m3 in plaats van 750 m3. f) De reclamant stelt dat de voorwaardelijkheid van sloop voor bouwen van artikel 26.24 sub 3 onder d niet overeenkomt met de relevante bepaling van de anterieure overeenkomst. De initiatiefnemers willen (een deel van) de bestaande bedrijfsgebouwen tijdelijk kunnen blijven gebruiken. Beantwoording zienswijze 8 a) De locatie ‘beperkt agrarisch gebruik’ ligt gedeeltelijk buiten het totale initiatiefgebied ‘locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 Schijndel’.
Voor het toepassingsbereik van de voorrangsregel in artikel 26.1 lid 3 zal de ‘locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 Schijndel’ wat groter gemaakt worden zodat dit ‘beperkt agrarisch gebruik’ er volledig binnen ligt. b) Onder 26.20 lid 1 worden agrarische activiteiten toegestaan, dus er is geen reden om in 26.20 lid 2 het gebruik als grasen hooiland als uitsluitend niet-bedrijfsmatig aan te merken. Lid 2 vormt een beperking op het toegestane gebruik in lid 1 van artikel 26.20 en zal als zodanig vormgegeven worden. c) en d) De betreffende termijnen in artikel 26.21 zullen we conform anterieure overeenkomst aanpassen. Dat wil zeggen: sloop binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van de regeling en realisatie van de landschappelijke inpassing 1 jaar na ingebruikname van de woning. e) De gemeente is uiteraard bereid om te bekijken of er een grotere inhoudsmaat toegestaan kan worden voor de herbouw van de bestaande woning. Daar er bij het opstellen van het verzoek tot wijzigen van het omgevingsplan door initiatiefnemer geen rekening gehouden is met deze uitbreiding van de bestaande woning, acht de gemeente het niet opportuun om dat onderdeel uit te laten maken van de voorliggende wijziging.
24 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
f) Anterieur is overeengekomen dat de te slopen bebouwing gedurende de bouw van de woning aanwezig mag blijven ten behoeve van opslag. Het slopen kan dan geen voorwaarde zijn voor het verlenen van de omgevingsvergunning en zal in artikel 26.24, lid 3, verwijderd worden als beoordelingscriterium. Zienswijze 9 (gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode) De reclamant geeft aan eigenaar te zijn van gronden direct grenzend aan de projectlocatie. De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan kan directe gevolgen hebben voor de gebruiks-en ontwikkelingsmogelijkheden van deze gronden, alsmede voor de ruimtelijke, functionele en planologische context daarvan. a) De reclamant wil de aangrenzende gronden ontwikkelen voor de realisatie van 32 woningen en daarvoor is volgens de reclamant al een bestemmingsplan onherroepelijk geworden. De reclamant stelt dat die ontwikkeling ruimtelijk en functioneel onlosmakelijk verbonden is met haar eigen project. De onherroepelijke planologische rechten van reclamant dienen zwaarwegend meegenomen te worden bij de belangenafweging en inzicht te worden gemaakt hoe conflicterende belangen worden voorkomen. b) Het ontwerp van het plan voorziet in een ontsluiting van het nieuwe plangebied via de gronden en de infrastructuur van reclamant.
Dit is onzorgvuldig omdat: niet is verzekerd dat reclamant instemt met de verkeersontsluiting via haar gronden; er geen publiekrechtelijke of privaatrechtelijke borging is; en het extra verkeer gevolgen heeft voor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid van het woningbouwplan van reclamant. c) De reclamant geeft aan dat het ontwerp van de ontwikkeling een hogere peilhoogte hanteert dan het bestemmingsplan voor haar eigen woningbouw. Reclamant verzet zich tegen afstroming van hemelwater naar haar gronden en een mogelijke overstort en afvoer van het hemelwater via de gronden van reclamant en beroept zich op beginselen van zorgvuldigheid en evenredigheid en het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Dit leidt tot risico’s van versnelde afstroming, wateroverlast en daarmee extra te realiseren maatregelen voor reclamant. Dit is onaanvaardbaar nu: er geen recht bestaat om water via gronden van derden af te voeren; er geen afspraken hierover zijn vastgelegd; en de negatieve gevolgen volledig bij reclamant worden gelegd. d) De gevolgen van agrarische activiteiten met bijbehorende spuitzondering is onvoldoende onderzocht. Wat de gevolgen van mogelijke spuitzoneringen voor zowel deze ontwikkeling als voor haar aangrenzende woningbouwplan zijn, acht reclamant onvoldoende duidelijk.
Reclamant wijst op het risico dat bestaande agrarische bedrijven worden beperkt en dat haar ontwikkelingsmogelijkheden indirect worden aangetast. Beantwoording zienswijze 9 a) Hoewel eenieder een zienswijze kan indienen en belanghebbendheid daarmee geen vereiste is, erkennen wij dat Hoobouw b.v. een belanghebbende is bij deze deelzaak van onze vierde wijzigingsronde. Reclamant benoemt in dit onderdeel van haar zienswijze verder niet welk belangenconflict aan de orde kan zijn tussen de ontwikkeling en haar eigen woningbouwplan. De omgevingsplanwijziging voor deze ontwikkeling maakt het eerdere bestemmingsplan voor het andere woningbouwplan niet ongedaan. Wij gaan er dan ook vanuit dat de conflicterende belangen van reclamant verder zijn toegelicht in de opvolgende gronden in de zienswijzen (ontsluiting en verkeer, waterberging en spuitzonering). b) Er is inderdaad een relatie tussen de twee projecten. Die relatie was ook in beeld tijdens de voorbereiding van zowel deze ontwikkeling als van het woningbouwplan waarvoor de reclamant opkomt. In de onderbouwing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (subparagraaf 2.1.1 van “Motivering wijziging omgevingsplan, Locht, Olland’) is 25 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
vermeld dat ten noordwesten van de ontwikkellocatie de woningbouw van Roest gepland is. Daar geldt als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan “Pastoor Smitsstraat 36 te Olland” dat inderdaad onherroepelijk is. Bij de voorbereiding van dat andere woningbouwplan was de huidige ontwikkeling al voorzien. Getuige pagina 20 van de betreffend toelichting (“Vaststelling toelichting bestemmingsplan ‘Pastoor Smitsstraat 36 te Olland’”, Verbruggen Juridisch Advies & EU Architecture and Urbanism, 10 januari 2024), of bijvoorbeeld de vermelding ‘ZUID OOST rand plangebied (toekomstig/ in planning woningbouw’ van het landschappelijk inpassingsplan (“Landschappelijke inpassing/ duurzame afronding, Planlocatie Roest – Pastoorsmitsstraat ongenummerd te Olland (gemeente Meierijstad)”, EU Architecture and Urbanism, 18 december 2024). Op genoemde pagina 20 is vermeld dat aan de zijde waar het woningbouwplan grenst aan de toekomstige, dat wil zeggen de onderhavige, ontwikkeling (om die reden) in overleg met de gemeente geen duurzame, groene inpassing plaatsvindt door de initiatiefnemer.
In bijlage 8 bij die toelichting, dat is het civiel ontwerp (“Bouwplan Pastoor Smitsstraat te Olland”, Grasveld Civiele Techniek, 10 januari 2025), is op de tekening van de verkeersinfrastructuur te zien dat een weg van het woningbouwplan van die initiatiefnemer doorloopt tot (en daar allicht verder loopt in) de onderhavige ontwikkeling. Er staat daar op de tekening ‘aansluiting toekomstige ontwikkeling gemeente’. Voor de onderhavige ontwikkeling is de verkeersaansluiting met het andere woningbouwplan niet de enige ontsluiting, er is immers een secundaire verkeersontsluiting voorzien aan de zuidzijde: direct op de Pastoor Smitsstraat. De verkeersbelasting van deze ontwikkeling voor het woningplan aan Roest achten wij niet onevenwichtig. Bovendien heeft ons college in zijn reactie op het principeverzoek de reclamant in mei 2021 al laten weten: ‘Het plan moet voorzien in een ontsluiting voor de gemeentelijke gronden aan de Locht.’ Tot slot is een en ander contractueel met reclamant vastgelegd. Het betreft hier dus geen ontwikkeling waarbij geen rekening is gehouden met de ontwikkeling van reclamant. c) Bij de keuze voor het woningbouwplan van reclamant waren reliëf en waterhuishouding ter plaatse natuurlijk af te wegen voor het besluit over dat initiatief.
Gedeputeerde staten van Noord-Brabant schreven destijds niet voor niets: ‘Wij hebben [...] geconstateerd dat het plangebied qua hoogteligging wellicht niet de beste keuze is.’ (zienswijze van 15 januari 2024, provinciaal kenmerk C2328423/5843280, gemeentelijk zaaknummer ZW-2024-011701). Hoewel ons gemeentebestuur weloverwogen zijn keuze voor dat bestemmingsplan heeft gemaakt en dus ook het belang van de waterhuishouding heeft gewogen, past het misschien niet goed om in het verlengde van het initiatief als reclamant in een andere procedure zich te beklagen over mogelijk toevloeiend water. Overigens blijkt uit het waterhuishoudkundig plan als onderdeel van de motivering van deze nieuwe planontwikkeling, dat voor het woningbouwplan van reclamant een verhoging van het peil is voorzien. Dat waarschijnlijk naar aanleiding van de geconstateerde lage ligging van het plangebied van reclamant. Zoals uit het onderzoek dat bij de motivering is toegevoegd blijkt, wordt het hemelwater afkomstig van het toekomstig verhard oppervlak geborgen in een wadi en de bestaande zaksloot achter de woningen aan de Pastoor Smitsstraat wordt uitgebreid. De zaksloot en wadi zijn met elkaar verbonden.
Aan de noordoostkant van de wadi (derhalve niet aan de zijde van het woningbouwplan van reclamant) komt een uitstroomput voor het laten leeglopen van de wadi met maximaal de landelijke afvoer van 2 l/s/ha en een overstortmogelijkheid bij grotere neerslaggebeurtenissen dan waarop het systeem berekend is (meer dan 60 mm/uur). De overstort van de wadi wordt middels een duiker onder zandpad de Locht aangesloten op de secundaire watergang aan de noordzijde van de Locht. Deze watergang komt bij de kruising van de wegen Roest en Locht uit op de primaire watergang. Aan de hand van deze motivering zien wij niet in hoe er mogelijk onevenredige belemmeringen bij reclamant zouden ontstaan voor zijn planontwikkeling door toedoen van het ontwerp van de waterhuishoudkundige voorzieningen binnen deze planontwikkeling. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van de gronden van reclamant voor het afvoeren van hemelwater. Sterker nog: het onderhoud van de grootste wadi van de planontwikkeling van reclamant aan de Roest moet 26 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
plaatsvinden vanaf het terrein Locht omdat daar geen ruimte binnen het plangebied van de Roest aanwezig is. Wij delen de zienswijze van reclamant op dit punt dan ook niet. d) Reclamant merkt op dat de mogelijke gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet voldoende zijn onderzocht. Deze zienswijze van reclamant kunnen wij niet volgen. In paragraaf 5.9 van de motivering van de planontwikkeling is uitvoerig ingegaan op de mogelijke risico’s van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Om deze reden is er aan de noordoostzijde van het plangebied een zone bepaald waaraan een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt toegekend. Het onderzoek naar de mogelijke effecten van het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen bij agrarische activiteiten in de nabijheid van de planontwikkeling van reclamant zou onderzocht moeten zijn ten behoeve van de planologische procedure (die derhalve reeds heeft plaatsgevonden) van het woningbouwplan van reclamant en niet bij deze planologische procedure. Bovendien heeft deze planontwikkeling geen negatief effect op het woningbouwplan van reclamant als het gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Zienswijze 10 (gedeputeerde staten Noord-Brabant, over diverse locaties) Gedeputeerde staten zijn van mening dat het plan zich onvoldoende verhoudt met de in de omgevingsvisie opgenomen en in instructieregels vertaalde provinciale belangen. a) Van de locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel vraagt de reclamant zich af of de omzetting naar permanent grasland, hetgeen als maatregel is opgenomen in de tabel voor maatwerk omgevingskwaliteit, voldoende is geborgd. Is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen? Verder merkt de reclamant op dat er geen duidelijke kaart van deze deelzaak is. b) Over Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 merkt de reclamant verder op dat zij de als maatwerk opgevoerde landschapsmaatregelen discutabel vindt: een beperkte toegevoegde waarde voor het landschap en niet gebaseerd op een landschapsplan. Ook is de inpassing niet gebaseerd op een landschapsanalyse. c) Over de locatieontwikkeling Putsteeg 8 te Schijndel merkt de reclamant op dat het plan de vergelijking maakt met mantelzorgwoningen, maar dat die vergelijking niet opgaat. In de drie woningen in het nieuwe bijgebouw wordt niet tijdelijk gewoond maar kunnen de jongvolwassen bewoners elkaar opvolgen. Voor de drie woningen ontbreekt een investering in omgevingskwaliteit.
d) Over Putsteeg 8 merkt de reclamant verder op dat de grotere dan toegestane 750 m2 boerderij niet blijkens een verantwoording is getoetst aan het provinciale beleid. Een vergrote woonbestemming is een categorie 3-ontwikkeling waarvoor een berekening noodzakelijk is. e) Van de locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te SintOedenrode geeft de reclamant aan dat de uitgangspunten met haar zijn besproken, maar dat de kwaliteitsverbetering van het landschap daarbij niet aan de orde is geweest. De reclamant valt het op dat het in de categorie 3-berekening voor wonen gehanteerde bedrag erg laag is: dat is gebruikelijk rond de € 250,00. Er staan in de offerte ook manuren, en beheer en onderhoud van 10 jaar, hetgeen niet mogelijk is. De vanuit andere wetgeving noodzakelijke waterberging mag niet opgevoerd worden in de berekening kwaliteitsverbetering. Veel maatregelen hebben het karakter van erfinrichting. Ook mist de reclamant een landschapsanalyse. f) Bij de locatieontwikkeling Zwembadweg 43 te Sint-Oedenrode ziet de reclamant op de tekening een bedrijfsgebouw van 360 m2 in aanvulling op de in de berekening kwaliteitsverbetering landschap vermelde 805 m2 bedrijfsbebouwing. In het verlengde daarvan zijn de voorgestelde landschappelijke maatregelen ontoereikend.
g) Bij de locatieontwikkeling Grootdonkweg 4 te Veghel vraagt de reclamant de landschapsanalyse toe te voegen. h) Bij de locatieontwikkeling Grootdonkweg 6 te Veghel gaat het om een splitsing op basis van 5.14 OV, aldus de reclamant, maar de daarvoor noodzakelijke berekening maatwerk omgevingskwaliteit is niet opgenomen.
27 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
i) Ook over de locatieontwikkeling Nieuwe Veldenweg 8 te Veghel merkt de reclamant op dat de rekenmodule maatwerk niet is ingevuld. De reclamant voegt toe dat de berekening zelf wel lijkt te kloppen. j) Over de gebiedsontwikkelingen merkt de reclamant met betrekking tot wonen op dat de bij haar al beschikbare informatie over de projecten weinig gedetailleerd is. De reclamant ontvangt graag aanvullende informatie over het voldoen aan de betaalbaarheidsvereisten. k) Bij de gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode wijst de reclamant erop dat artikel 5.55 OV is vermeld, maar dat 5.56 aan de orde is. De onderbouwing van regionale afstemming en duurzame afronding van Olland ontbreekt. Verder is het de reclamant onduidelijk waar de 1% kwaliteitsverbetering landt die niet in het plangebied haar plek vindt. De landschappelijke inpassing aan de zuidzijde is wat de reclamant betreft nog een aandachtspunt. l) Bij de gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te Sint-Oedenrode wijst de reclamant erop dat artikel 5.55 OV is vermeld, maar dat 5.56 aan de orde is. De onderbouwing van regionale afstemming en duurzame afronding van Boskant ontbreekt. m) De gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel vindt plaats in het kader van artikel 5.56, aldus de reclamant, maar de verantwoording van regionale afstemming en van duurzame afronding van de kern ontbreekt.
n) Bij de gebiedsontwikkeling Putsteeg te Schijndel mist de reclamant een koppeling van de kwaliteitsverbetering van het landschap, die op zich akkoord is, met een landschapsanalyse. o) Ook bij de gebiedsontwikkeling Schootsestraat te Schijndel mist de reclamant een koppeling van de kwaliteitsverbetering van het landschap met een landschapsanalyse. Daarbij mogen het populierenbosje en een deel van de boomgroepen bij de waterberging niet meegerekend worden omdat die niet te beschouwen zijn als kwaliteitsverbetering van het buitengebied. p) De reclamant meent dat de ontwikkeling in Olland risicovol is omdat heel Olland zich bevindt in de 1 km-invloedssfeer van twee geitenhouderijen. De reclamant adviseert dat de gemeente advies vraagt van de GGD. Beantwoording zienswijze 10 a) De omzetting is voldoende geborgd in artikel 26.20, lid 2 van het omgevingsplan, conform de afspraken die daarover gemaakt zijn met de provincie in het voortraject. Het permanente grasland is opgenomen in het bij het omgevingsplan opgenomen landschapsplan. b) Het initiatief is in het kader van vooroverleg uitgezet voor advies bij de provincie.
Terugkoppeling was toen als volgt: “de voorgestelde landschappelijke maatregelen zijn voor de ontwikkeling toereikend, wel is een deel van de maatregelen geen kwaliteitsverbetering van het landschap, maar erfinrichting (bijvoorbeeld de bomen in de voortuin en de knotwilgen tussen de percelen in. Maar gelet op de totale maatregelen is het wel voldoende als kwaliteitsverbetering van het landschap.” Ook de landschapsanalyse is eerder (januari 2025) akkoord bevonden. Een uitgebreid landschapsplan met landschapsanalyse is als bijlage toegevoegd aan artikel 26.22 (groenvoorziening doeleinden) en als voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 26.21 (woonactiviteiten). In het landschappelijke inpassingsplan is onderscheid opgenomen tussen ‘LIP’ (landschappelijke inpassing), ‘LK’ (landschappelijke kwaliteit) en ‘erf’ (geen onderdeel inpassing). Uitsluitend de LK-delen zijn meegenomen in de berekening van de kwaliteitsbijdrage. c) De huisvesting wordt georganiseerd en uitgevoerd door de Stichting Woonboerderij Schijndel en maakt integraal onderdeel uit van een bestaande zorg- en opvangfunctie op het perceel. Er is nadrukkelijk geen sprake van een reguliere gezinssituatie, noch van mantelzorg of mantelzorgwoningen in de klassieke betekenis van het begrip.
Het betreft een structurele, professionele zorgvoorziening binnen een woonboerderij, gericht op begeleiding en ondersteuning van jongvolwassenen. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat de huisvestingsvoorziening grotendeels aansluit bij de “Beleidsregel Mantelwonen Meierijstad”, vastgesteld door het college op 29 oktober 2024. Hierbij wordt opgemerkt dat mantelwonen iets anders is dan mantelzorg. In de onderbouwing wordt dan ook nergens gesproken over mantelzorg. 28 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
De door de provincie gemaakte vergelijking met zelfstandige woningen wordt niet gevolgd. De woonunits functioneren niet als zelfstandige woningen in planologische zin, maar maken onlosmakelijk deel uit van de zorgfunctie van de woonboerderij. Zij zijn uitsluitend bedoeld voor zorggerelateerd verblijf in het kader van begeleiding en tijdelijke opvang, met doorstroming naar regulier wonen elders. Er is daarmee geen sprake van het toevoegen van reguliere, zelfstandige woningen. De woonvorm is inherent aan de bestaande zorgfunctie op het perceel en de omvang van de bebouwing is functioneel noodzakelijk en ruimtelijk aanvaardbaar binnen de ontwikkeling. d) De door de provincie ingebrachte punten ten aanzien van het ontbreken van een toetsing aan het provinciaal beleid en het ontbreken van een landschapsanalyse worden onderschreven. Het provinciale kader zal aangevuld worden en er zal een landschapsanalyse worden toegevoegd. Op het perceel Putsteeg 8 is een woonboerderij met een zorgcomponent gevestigd waarvoor destijds door de gemeente Schijndel een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor een periode van tien jaar. Deze vergunning is in 2025 verlopen. Naar aanleiding hiervan is bestuurlijk opdracht gegeven om de bestaande zorgfunctie planologisch-juridisch permanent vast te leggen door middel van een ambtshalve wijziging.
Het planvoornemen beoogt geen uitbreiding of intensivering van de zorgfunctie, maar uitsluitend het juridisch verankeren van de bestaande situatie. De units ten behoeve van de jongvolwassenen worden binnen het bestaande bouwperceel worden opgericht. Gelet op bovengenoemde context heeft de gemeente ervoor gekozen om voor de vergroting van de woonbestemming geen aanvullende berekening uit te (laten) voeren. e) Het gehanteerde bedrag is conform het kwaliteitskader Meierijstad. Dit is in eerdere plannen ook gehanteerd. Daarbij moet worden opgemerkt dat er geen sprake is van een nieuwe woning, maar een omzetting van een agrarische bedrijfswoning op Jekschotseweg 39 naar burgerwoning op Lieshoutseweg ongenummerd. De genoemde € 250,- is een bedrag dat past bij een nieuwe woning, maar niet bij deze situatie. Er is sprake van een stijging van de waarde van de woning door de omzetting naar burgerwoning en het berekende bedrag representatief daarvoor. Met betrekking tot de berekening: Er zijn inderdaad manuren opgevoerd, omdat dit onderdeel is van de aanlegkosten. De berekening wordt aangepast. De 10 jaar is genoemd in het kwaliteitskader Meierijstad en voorheen hanteerde de provincie ook deze termijn, maar die is ‘verkort’ naar 6 jaar. De berekening wordt op dit punt aangepast, het bedrag onder aan de streep wordt dan € 4.1.46,- minder.
De waterberging heeft zowel functioneel als landschappelijk een betekenis, vandaar dat die ook was meegenomen in de berekening. Dit wordt aangepast. f) Hieronder de tekening van de nieuwe situatie die ook is bijgevoegd bij de motivering. Er blijft in totaal ook maar 805 m2 staan. (en 100 m2 privégebouw). Het klopt dat de machineberging blijft staan (statische opslag 380 m2 is de voormalige machineberging) maar de sloopmeters (360 m2) komen van de varkensstal. Dus blijft er maar 805 m2 staan. Daarmee klopt de berekening kwaliteitsverbetering ons inziens wel.
29 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
g) de landschapsanalyse is toegevoegd aan de motivering van Grootdonkweg 4 te Veghel. h) de berekening maatwerk omgevingskwaliteit is toegevoegd aan de motovering van Grootdonkweg 6 te Veghel. i) Tot de op het besluit betrekking hebbende stukken die bij het ontwerp beschikbaar waren, behoort het document “Ontwikkeling Nieuwe Veldenweg 8 te Mariaheide, Gemeente Meierijstad, Bijlagenboek ruimtelijke motivering”, Movares, 5 september 2025. Bijlage 4 in dat bijlagenboek is het dossier kwaliteitsverbetering en achterin dat dossier (pagina's 84-85) zit de ingevulde rekenmodule. We handhaven die berekening voor de definitieve vaststelling. j) Het woningbouwprogramma van de gebiedsontwikkelingen is benoemd in de motiveringen bij de plannen en eveneens in de planregeling verankerd. Zie hiervoor artikel 26.103. Hieruit is te herleiden dat er bij alle plannen minimaal 30% sociale huurwoningen worden gerealiseerd, bij de plannen aan de Locht in Olland en het Sportveld in Boskant zelfs meer (42% respectievelijk 55%) en ook minstens 30% betaalbare huur of koop. Dit is in lijn met de gemeentelijke woonzorgvisie. k) Deze planontwikkeling is meerdere malen met de provincie besproken. Ook inzake de motivering artikel 5.56 van de verordening en de kwaliteitsverbetering van het landschap. Op 15 juli 2025 heeft hierover de laatste bespreking plaatsgevonden met een toelichting op het huidige plan.
De berekening kwaliteitsverbetering is onderdeel van de op het besluit behorende stukken. Het kleine gedeelte vereiste investering dat niet zal plaatsvinden op de locatie zelf zal middels een storting in het gemeentelijke fonds plaatsvinden. De borging van de realisatie vindt publiek plaats via de regeling in het omgevingsplan (zie artikel 26.97). Privaat is een en ander ook contractueel geborgd voor zover de gronden niet in eigendom zijn van de gemeente. Er is invulling gegeven aan de zienswijze door artikel 5.55 te vervangen voor artikel 5.56. De ontwikkeling voldoet aan de gestelde eisen in artikel 5.56 en voldoet daarmee aan de meest actuele provinciale verordening. De beoogde woningbouw is een duurzame stedelijke ontwikkeling. De woningen zijn beoogd in het landelijk gebied, omdat in het stedelijk gebied van Olland geen ruimte beschikbaar is. De beoogde locatie sluit aan op het stedelijk gebied, en de in voorbereiding zijnde locatie Roest (bestemmingsplan onherroepelijk in 2025), wat de locatie een logische en geschikte uitbreidingslocatie voor de kern Olland maakt. Ook wordt de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden, zoals aangetoond in de gebiedsvisie die is bijgevoegd als bijlage 5.
De beoogde woningbouw speelt in op de gemeentelijke woningbehoefte, in deze behoefte kan niet worden voorzien binnen bestaand leegstaand en/of cultuurhistorisch vastgoed. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied (provinciale Omgevingsverordening) is het van belang dat deze passen in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Om deze ontwikkelingsrichting vorm te geven dient een gebiedsvisie te worden opgesteld welke is bijgevoegd als bijlage 5. Hierin wordt vermeld hoe de omgevingskwaliteit in het 30 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 kwaliteitsverbetering landschap. De gebiedsvisie toont aan dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ontwikkelrichting zoals genoemd in artikel 5.12. Op basis van het beleid bestaat er in het verzorgingsgebied (gemeente Meierijstad) concrete kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de geprojecteerde woningen. In het initiatief is sprake van een gevarieerd woningbouwprogramma, variërend van sociale huur, goedkope koop, middeldure koop, dure koop en vrije sector. In de gemeente Meierijstad moeten meer sociale huurwoningen gebouwd worden. Met de toevoeging van 9 sociale huurwoningen voorziet het plan relatief ruimschoots in een kwantitatieve bijdrage aan de woningbouwopgave die aansluit bij de kwalitatieve behoefte. Ook worden 3 goedkope koopwoningen gerealiseerd. Het geheel van een gevarieerd programma levert een bijdrage aan de (kwaliteit van de) woningbouwopgave. Daarnaast voorziet het plan in een kwantitatieve bijdrage aan het tekort aan betaalbare en middeldure koopwoningen conform de “Woonzorgvisie 2024”, die ook reeds is behandeld in paragraaf 4.3.2. van deze motivering. De woonzorgvisie is in overeenstemming met de instructieregels uit afdeling 7.2. Gesteld wordt dat de ontwikkeling dan ook past binnen de regels van afdeling 7.2.
De inrichting van het plan is uitgewerkt in bijlage 6 en geeft invulling aan de regel van een duurzame afronding van het stedelijk gebied. De verbetering van de landschappelijke kwaliteit omvat in dit geval het toevoegen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land. Aan de noordoostzijde van het plangebied wordt de bestaande groenstructuur robuuster gemaakt. Aan de zuidoostzijde is ter hoogte van het woonperceel een strook opgenomen met de bestemming ‘Groen’; deze maakt deze uit van de tuin, maar is door deze bestemming duurzaam voor groen beschikbaar. Langs het nieuwe toegangsweggetje aan deze zijde van het plangebied (primair bedoeld voor langzaam verkeer en de ontsluiting van deze twee koopwoningen aan deze zijde) wordt door de gemeente een groene haag ter afronding van de locatie gerealiseerd. Verder is er een variatie aan beplanting en begroeiing ingetekend, variërend van bomen, heesters, bosplantsoen, bloemenrijk grasland. Een en ander wordt eveneens overgenomen in de goede onderbouwing fysieke leefomgeving voor deze gebiedsontwikkeling. k) Deze planontwikkeling is meerdere malen met de provincie besproken. Ook inzake de motivering artikel 5.56 van de verordening en de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Op 15 juli 2025 heeft hierover de laatste bespreking plaatsgevonden met een toelichting op het huidige plan. De berekening kwaliteitsverbetering is onderdeel van de op het besluit behorende stukken. Het kleine gedeelte vereiste investering dat niet zal plaatsvinden op de locatie zelf zal middels een storting in het gemeentelijke fonds plaatsvinden. De borging van de realisatie vindt publiek plaats via de regeling in het omgevingsplan (zie artikel 26.97). Privaat is een en ander ook contractueel geborgd voor zover de gronden niet in eigendom zijn van de gemeente. m) De door de provincie gevraagde aanvullingen volgen in de bijlage met betrekking tot kwaliteitsverbetering en in de onderbouwing bij het provinciale beleid. n) De relatie van de kwaliteitsverbetering met een landschapsanalyse wordt gemaakt in de motivering met bijlagen. o) De relatie van de kwaliteitsverbetering met een landschapsanalyse wordt gemaakt in de motivering met bijlagen. p) Met betrekking tot de mogelijke risico’s omtrent bouwen binnen een korte afstand van een geitenhouderij hebben wij onze overwegingen en de belangenafweging hierbij uitvoerig uiteengezet bij de reactie op zienswijze nummer 4. Wij verwijzen hier gemakshalve naar. Bovendien willen we hierbij ook benadrukken dat er plannen bekend zijn van de agrariër om te stoppen met de geitenhouderij.
Ondanks dat deze ontwikkeling nog in een pril stadium is en nog niet planologisch geborgd, nemen we deze omstandigheid ook mee in de belangenafweging. Een GGD-advies is overigens in bezit. Dat was geen onderdeel van de bij het besluit behorende stukken. Dat wordt alsnog toegevoegd.
31 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
7. Ambtshalve wijzigingen Er worden ambtshalve wijzigingen aangebracht. 1. Locatieontwikkeling Groothees 13 te Erp Geen ambtshalve wijzigingen. 2. Locatieontwikkeling Kraanmeer 29 te Erp In artikel 26.15 stond in het ontwerp ‘ZZP activiteiten (agrarisch loonwerk en reparatie)’. Dat was te specifiek geformuleerd en wordt gewijzigd in ‘ZZP activiteiten’. 3. Locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel Geen ambtshalve wijzigingen. 4. Locatieontwikkeling Putsteeg 8 te Schijndel Geen ambtshalve wijzigingen. 5. Locatieontwikkeling Espendonk 15 te Sint-Oedenrode Voor de locatie Espendonk 15 worden de volgende wijzigingen voorgesteld: Regels: Artikel 26.31: : realisatie van landschappelijke inpassing binnen één jaar na ingebruikname van de woning in plaats van binnen één jaar na inwerkingtreding van deze afdeling van dit omgevingsplan; De mogelijkheid om met een omgevingsvergunning het landschappelijk inpassingsplan aan te passen, wordt toegevoegd; Aan artikel 26.32 onder punt 2 dient achter ‘Voor het bouwen van een woning’ toegevoegd te worden: ‘en bijbehorende bouwwerken bij de woning’.
In dat geval is ook duidelijk dat de regels in artikel 7 ‘Harmonisatie laaghangend fruit’ ook van toepassing zijn voor de bijbehorende bouwwerken met dient verstande dat bijgebouwen buiten het bouwvlak kunnen worden opgericht worden Verbeelding: Aan locatie ‘Espendonk 15, Sint-Oedenrode, wordt de gebiedsaanwijzing ‘wonen’ toegekend. 6. Locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te Sint-Oedenrode De nieuwbouwmogelijkheid van 2.500 m2 bebouwing voor het mechanisatiebedrijf was gekoppeld aan de locatie Jekschotseweg 39 in plaats van Weievenseweg 30. Dat wordt gecorrigeerd in artikel 26.39, lid 5. In artikel 26.35 staat een verbod tot het uitoefenen van een agrarisch bedrijf. Dit geldt voor zowel Jekschotseweg 39 (volledige sanering) als Weievenseweg 30 (omschakeling naar agrarisch verwant bedrijf). 7. Locatieontwikkeling Zwembadweg 43 te Sint-Oedenrode Geen ambtshalve wijzigingen. 8. Locatieontwikkeling Dorshout 22 te Veghel Geen ambtshalve wijzigingen. 9. Locatieontwikkeling Dorshout 32-33 te Veghel 32 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
Geen ambtshalve wijzigingen. 10. Locatieontwikkeling Grootdonkweg 4 te Veghel Geen ambtshalve wijzigingen. 11. Locatieontwikkeling Grootdonkweg 6 te Veghel Geen ambtshalve wijzigingen. 12. Locatieontwikkeling Nieuwe Veldenweg 8 te Veghel Geen ambtshalve wijzigingen. 13. Gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode Het proefsleuvenonderzoek voor de gebiedsontwikkeling Locht Olland wordt vervangen voor het geactualiseerde proefsleuvenonderzoek. 14. Gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te Sint-Oedenrode Geen ambtshalve wijzigingen. 15. Gebiedsontwikkeling Putsteeg te Schijndel De regiekaart van de gebiedsontwikkeling aan de Putsteeg in Schijndel wordt vervangen. Hier stond abusievelijk een onjuiste bouwhoogte weergegeven in een van de vlakken. Daarnaast zijn de bijlagen ‘kwaliteitsbijdrage’ (B06) en ‘stikstof’ (B17) gewijzigd. In B06 is ook een tekst opgenomen over de relatie tussen de landschapsanalyse en de gekozen maatregelen. In de regiekaart is een kleine wijziging nog opgenomen in de hoogte van de aaneengebouwde woningen in plandeel noord. Deze was al goed vertaald in de planregeling met plankaart maar per abuis nog niet in de regiekaart. In de regels voor de locaties Schootsestraat en Putsteeg zijn geen regels opgenomen voor erkers, entrees e.d. voor de voorgevel. Niettemin achten wij het opnemen van een mogelijkheid nodig en aanvaardbaar.
In lijn met de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Kom Schijndel 2013” stellen wij de volgende regeling voor als toevoeging aan artikel 26.108 sub d/e voor vrijstaande woningen en twee onder een kapwoningen: het bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen het werkingsgebied Schootsestraat Schijndel wonen, Putsteeg Schijndel wonen tussen de voorste bouwperceelsgrens en 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw op het betreffende bouwperceel uitsluitend in de vorm van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen, mits de hoogte van de bouwwerken niet groter is dan 3,3 m; de breedte niet meer dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; de breedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk in combinatie met een overkapping mag niet meer bedragen dan 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de breedte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk niet meer dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; de diepte niet groter is dan 1 m uit de voorgevel van het hoofdgebouw; de afstand tot de voorste bouwperceelsgrens niet kleiner is dan 1 m; een carport ten minste 1 m achter de voorgevellijn gesitueerd is en is afgedekt met een plat dak met een hoogte van niet meer dan 3,3 m.
De oppervlakte telt mee bij de totale toegestane oppervlakte op basis van artikel 26.101. 33 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
16. Gebiedsontwikkeling Schootsestraat te Schijndel De zone achter de woningen Schootsestraat 34 en 36 kent een specifieke regeling. Het is de bedoeling dat op deze strook de bijgebouwenregeling van het naastliggende plan van toepassing wordt verklaard. In de shapefiles is deze opgenomen (Wonen – W(e) erf behorende bij bestaande woning Schootsestraat / bijgebouwenregeling van toepassing). Het gaat om onderstaand langwerpig vlak. In verband met afspraken uit de omgevingsdialoog is het van belang dat deze zone goed wordt bestemd.
In de regels voor de locaties Schootsestraat en Putsteeg zijn geen regels opgenomen voor erkers, entrees e.d. voor de voorgevel. Niettemin achten wij het opnemen van een mogelijkheid nodig en aanvaardbaar. In lijn met de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Kom Schijndel 2013” stellen wij de volgende regeling voor als toevoeging aan artikel 26.108 sub d/e voor vrijstaande woningen en twee onder een kapwoningen: het bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen het werkingsgebied Schootsestraat Schijndel wonen, Putsteeg Schijndel wonen tussen de voorste bouwperceelsgrens en 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw op het betreffende bouwperceel uitsluitend in de vorm van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen, mits de hoogte van de bouwwerken niet groter is dan 3,3 m; de breedte niet meer dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; de breedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk in combinatie met een overkapping mag niet meer bedragen dan 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de breedte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk niet meer dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; de diepte niet groter is dan 1 m uit de voorgevel van het hoofdgebouw; de afstand tot de voorste bouwperceelsgrens niet kleiner is dan 1 m; een
carport ten minste 1 m achter de voorgevellijn gesitueerd is en is afgedekt met een plat dak met een hoogte van niet meer dan 3,3 m. De oppervlakte telt mee bij de totale toegestane oppervlakte op basis van artikel 26.101. 17. Gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel
34 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
Voor Het Hooghekke is op 10 november alsnog een totaalverslag participatie ingezonden. Het stikstofonderzoek wordt geactualiseerd vanwege de gewijzigde AERIUS-calculator op 7 oktober 2025. Woning/adres Het Hooghekke 4 buiten het plangebied laten Het betreft een bestaande vrijstaande woning, die abusievelijk onderdeel uitmaakt van de planwijziging, en daardoor ook meetelt in het aantal woningen binnen het woongebied (327). Deze bestaande woning blijft gehandhaafd en er zijn geen wijzigingen in het planologisch regime nodig, behalve het aanpassen van de begrenzing van de woonbestemming (zie globale rode lijn). In het vigerende bestemmingsplan (tijdelijk deel omgevingsplan) heeft dit perceel al een woonbestemming. Het adres Het Hooghekke 4 (perceelnr. 662) wordt uit de planwijziging gehaald. Alle geometrie die van toepassing is op dit perceel (o.a. bouwvlak, aantal woningen, typologie, etc.) worden aangepast, zodat dit perceel geen onderdeel meer uitmaakt van de planherziening. Het perceel van nr. M662 zal buiten het plangebied komen te liggen.
Aanpassing afstand tot erfgrens bij vrijstaande woningen Momenteel geldt een minimale afstand van 2 x 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Voorgesteld wordt dit aan te passen naar een minimaal aan te houden afstand van 3 meter aan één zijde en de andere zijde minimaal 1 meter. Dit heeft ermee te maken dat met de breedte van de percelen voor vrijstaande woningbouw niet overal aan twee zijden 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens kan worden aangehouden bij enkele hoeksituaties. In het stedenbouwkundig plan is dit ook duidelijk zichtbaar, zie hieronder. Vandaar de behoefte om deze bepaling aan te passen. Er zal een vergunningplicht en bijbehorende beoordelingsregel worden opgenomen om aan één zijde een kortere afstand (minimaal 1 meter) tot de zijdelingse perceelsgrens aan te mogen houden.
35 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
Typologieën toevoegen bij bestaande boerderij De werkingsgebieden voor de woningbouwtypologie vrijstaand, twee-onder-een-kap en aaneengebouwd wordt ook over de bestaande boerderij gelegd. Dit is nodig om een goede koppeling met de bouwregels te kunnen leggen. Zie artikel 26.102 ‘Maximum aantal woningen’, lid 3, sub e.
Boerderij Het Hooghekke 7 als bestaande woning aanduiden De boerderij dient ook als bestaande woning blijvend gebruikt te kunnen worden. De boerderij is niet meegeteld bij het te realiseren aantal nieuwe woningen (327) en daarom zal deze worden uitgezonderd van het aantal te realiseren nieuwe woningen (327).
18. Actualisering van regels over welstand Bestemmingsplan “Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat - Looierij - Toon Bolsiusstraat Schijndel” en het bijbehorende beeldkwaliteitsplan zijn op 13 november 2025 vastgesteld. Het gebied van beeldkwaliteitsplan “Het Janshof Schijndel” wordt opgenomen in de locatie ‘welstand beeldkwaliteitsplannen’, zodat de regels van afdeling 26.15 van toepassing worden. Hoewel in hoofdstuk 3 van de “Welstandsnota 2025” is aangegeven dat de beeldkwaliteitsplannen vooralsnog aangeduid worden met alleen een gezamenlijk werkingsgebied, in afwachting van wel afzonderlijke werkingsgebieden per beeldkwaliteitsplan (of kwaliteitshandboek inrichting openbare ruimte) zodra de definitieve regels over ruimtelijke kwaliteit in het nieuwe omgevingsplan kunnen worden opgenomen, worden toch nu al in een aanvullend artikel de werkingsgebieden van de verschillende beeldkwaliteitsplannen genoemd. De reden hiervoor is 36 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan
dat we de documentenbijlagen via het Omgevingsloket alleen beschikbaar kunnen stellen indien ze nadrukkelijk genoemd zijn in een planregel. 19. Verduidelijking van regels over agrarische aanlegactiviteiten in Sint-Oedenrode Geen ambtshalve wijzigingen. Overig Tussen het moment waarop het ontwerp is gepubliceerd en de huidige procedurestappen voor de definitieve vaststelling van de omgevingsplanwijziging, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over de eerste (en tweede) wijzigingsronde. Daarbij zijn de bepalingen over de locatie Langesteeg 14 te Sint-Oedenrode vernietigd. Die locatie was dus nog wel zichtbaar in het ontwerp van de vierde wijzigingsronde maar niet meer in de definitief vast te stellen vierde wijzigingsronde.
8. Conclusie en advies De zienswijzen en ambtshalve constateringen geven aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbesluit ‘Omgevingsplan – Vierde wijzigingsronde’. Algemeen: de voorrangsregel onder artikel 26.1. wordt enigszins aangescherpt om hiermee duidelijk te maken dat voor zover het nieuwe hoofdstuk geen wijzigingen aanbrengt in bestaande regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dit tijdelijk deel onverkort van toepassing blijft. 1. Locatieontwikkeling Groothees 13 te Erp Er zijn geen voorgestelde wijzigingen in de regeling. 2. Locatieontwikkeling Kraanmeer 29 te Erp In artikel 26.15 stond voor de locatie Kraanmeer 29 Erp in het ontwerp ‘ZZP activiteiten (agrarisch loonwerk en reparatie)’. Dat was te specifiek en wordt gewijzigd in ‘ZZP activiteiten’. 3. Locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel Voor het juiste toepassingsbereik van de voorrangsregel in artikel 26.1 lid 3 zal de ‘locatie Pastoor van Vroonhovenstraat 11 Schijndel’ wat groter gemaakt worden zodat de locatie ‘beperkt agrarisch gebruik’ er volledig binnen ligt. Binnen van artikel 26.20 vormt lid 2 een beperking op het toegestane gebruik in lid 1 en zal als zodanig vormgegeven worden. De termijnen in artikel 26.21 voor sloop en aanleg van de landschappelijke inpassing worden conform anterieure afspraken aangepast.