CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Meierijstad (4e wijzigingsronde)19.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTITIE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Vierde wijzigingsronde omgevingsplan

Inhoud 1.

Inleiding .....................................................................................................................................................2

2.

De procedure ............................................................................................................................................. 4

3.

Zienswijzen ................................................................................................................................................ 4

4.

De ontvankelijkheid .................................................................................................................................. 5

5.

Leeswijzer .................................................................................................................................................. 5

6.

Reactie op de zienswijzen ....................................................................................................................... 5

7.

Ambtshalve wijzigingen .........................................................................................................................32

8.

Conclusie en advies ...............................................................................................................................37

1 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad heeft de vierde wijzigingsronde van het omgevingsplan in procedure gebracht. In deze ronde zijn meegenomen: 1. locatieontwikkeling Groothees 13 te Erp: van agrarisch bedrijf met champignonkweek naar opslag en kleinschalige, niet-agrarische bedrijfsactiviteiten; 2. locatieontwikkeling Kraanmeer 29 te Erp: van tuinbouwbedrijf naar statische opslag en zzp-activiteiten (agrarisch loonwerk en reparaties); 3. locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel: twee woningen in plaats van veehouderij en een bedrijfswoning; 4. locatieontwikkeling Putsteeg 8 te Schijndel: faciliteren van een combinatie van wonen, pleegzorg en begeleid wonen in en bij een cultuurhistorisch waardevolle woonboerderij; 5. locatieontwikkeling Espendonk 15 te Sint-Oedenrode: toevoegen van een ruimte-voor-ruimtewoning naast een al eerder van agrarisch tot wonen herbestemd perceel; 6. locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te SintOedenrode: beëindiging veehouderij op drie locaties maar behoud van overige landbouw, en toevoeging van een woonfunctie; 7. locatieontwikkeling Zwembadweg 43 te Sint-Oedenrode: omvorming van veehouderij tot lichtere bedrijfsactiviteiten en behoud bedrijfswoning; 8.

locatieontwikkeling Dorshout 22 te Veghel: twee woningen in plaats van veehouderij en een bedrijfswoning; 9. locatieontwikkeling Dorshout 32-33 te Veghel: twee woningen in plaats van veehouderij en bedrijfswoningen; 10. locatieontwikkeling Grootdonkweg 4 te Veghel: boerderijsplitsing en vermindering agrarische activiteiten; 11. locatieontwikkeling Grootdonkweg 6 te Veghel: beëindiging veehouderij en splitsing boerderij tot twee woningen; 12. locatieontwikkeling Nieuwe Veldenweg 8 te Veghel: boerderijsplitsing en vermindering agrarische activiteiten; 13. gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode: een woningbouwontwikkeling van maximaal 21 woningen met bijbehorende voorzieningen; 14. gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te Sint-Oedenrode: een woningbouwontwikkeling van maximaal 29 woningen met bijbehorende voorzieningen; 15. gebiedsontwikkeling Putsteeg te Schijndel: een woningbouwontwikkeling van maximaal 62 woningen met bijbehorende voorzieningen aan de rand van de bestaande kern; 16. gebiedsontwikkeling Schootsestraat te Schijndel: een woningbouwontwikkeling van maximaal 73 woningen aan de rand van de bestaande kern; 17. gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel: een woningbouwontwikkeling van maximaal 330 woningen met bijbehorende voorzieningen aan de rand van de bestaande kern; 18.

actualisering van regels over welstand, waarmee de besluiten van college en raad van 20 mei respectievelijk 18 september 2025 over de “Welstandsnota 2025” doorwerking krijgen in het tijdelijke omgevingsplan (vooruitlopend op nieuwe welstandsregels in het definitieve omgevingsplan); 19. verduidelijking van bestemmingsplanregels voor het buitengebied van Sint-Oedenrode, in samenhang met gerechtelijke procedures over vergunde agrarische aanlegactiviteiten. 2 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

Er zijn zienswijzen ingediend op deze wijzigingsronde. In de publicatie van het voornemen tot de vierde wijzigingsronde was ook de gebiedsontwikkeling Noordkade in Veghel genoemd. Dat onderdeel is evenwel niet opgenomen in dit ontwerp van de vierde wijzigingsronde, maar heeft de vorm gekregen van een afzonderlijk voorontwerp. Het behandelen van de inspraakreacties op de voorgenomen wijziging voor de Noordkade, vindt separaat plaats.

3 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

2. De procedure Meierijstad wil haar (tijdelijke) omgevingsplan beheren met halfjaarlijks een wijzigingsronde. De procedure voor een wijziging is vervat in de paragrafen 16.3.1 en 16.3.5 Omgevingswet en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. Het voornemen van deze vierde wijzigingsronde is op 21 oktober 2025 gepubliceerd in het elektronisch Gemeenteblad (nr. 458175). Daarbij zijn genoemd de onderdelen van de voorgenomen wijziging en de op 3 december 2025 te houden inloopbijeenkomst. De tekst van de ontwerpregeling is op 19 november 2025 gepubliceerd in het elektronisch Gemeenteblad (nr. 505056). Op 20 november 2025 is in het elektronisch Gemeenteblad (nr. 507197) gepubliceerd dat het ontwerp van deze wijzigingsronde met ingang van 21 november 2025 gedurende zes weken ter inzage zou liggen. Eenieder had tot en met 2 januari 2026 gelegenheid een zienswijze in te dienen, schriftelijk of mondeling. Het ontwerp is, met zijn werkingsgebieden op de digitale kaart, gepubliceerd in het Omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/). De op het besluit betrekking hebbende stukken (wat onder de Wet ruimtelijke ordening bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan waren) zijn gepubliceerd op het online platform voor openbaarmaking. Deze “Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen” vormt een bijlage bij het participatieverslag.

Dat participatieverslag is vervat in de paragraaf ‘Participatie’ van het op 3 februari 2026 door het college uitgebrachte voorstel aan de raad. Ook de verslagen van omgevingsdialogen bij verschillende van de deelzaken in deze wijzigingsronde, vormen bijlagen bij het wettelijk verlangde participatieverslag.

3. Zienswijzen In reactie op het ontwerp van de wijziging omgevingsplan zijn de volgende zienswijzen ontvangen: 1. op 23 november 2025 van [reclamanten 1] met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te SintOedenrode (zaaknummer ZW-2025-269201); 2. op 6 december 2025 van [reclamant 2], ingediend en ontvangen als bezwaar dat prematuur was en dan behandeld als zienswijze, met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel (zaaknummer BZ-2025286601); 3. op 17 december 2025 van Van Dun Advies b.v. namens v.o.f. Van de Laar met betrekking tot de locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te Sint-Oedenrode (zaaknummer ZW-2025302001), aangevuld op 7 januari 2026; 4. op 18 december 2025 van [reclamant 4] met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode (zaaknummer ZW-2025-303901); 5. op 18 december 2025 van een medewerker van het waterschap De Dommel over het werkproces voor het wijzigen van het omgevingsplan in het algemeen, over het ontwerp van de vierde wijziging als geheel en over verschillende van de deelzaken in deze wijzigingsronde (zaaknummer ZW-2025-309901); 6. op 19 december 2025 van de n.v.

Nederlandse Gasunie met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Schootsestraat te Schijndel (zaaknummer ZW-2025-308901); 4 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

7. op 22 december 2025 van [reclamanten 7] met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Locht - Olland te SintOedenrode (zaaknummer ZW-2025-209801); 8. op 22 december 2025 door Bu-RO Ester namens [reclamant 8] met betrekking tot de locatieontwikkeling Pastoor Van Vroonhovenstraat 11 te Schijndel (zaaknummer ZW-2025-311501); 9. op 30 december 2025 door Hoobouw b.v. met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Locht - Olland te SintOedenrode (zaaknummer ZW-2025-317101), aangevuld op 13 januari 2026; 10. op 15 januari 2026, binnen de geboden verlenging van de termijn, van gedeputeerde staten van Noord-Brabant over verschillende van de deelzaken in deze wijzigingsronde (zaaknummer ZW-2026-019901). Van de provincie Noord-Brabant (voorafgaand aan haar formele zienswijze) en van het waterschap Aa en Maas zijn ambtelijke reacties ontvangen. Die reacties kwamen aan de orde in nader overleg met ketenpartners en zijn waar nodig meegenomen bij de ambtshalve wijzigingen.

4. De ontvankelijkheid Een zienswijze is ontvankelijk als deze uiterlijk de laatste dag van de periode van terinzagelegging is verzonden en binnen één week na deze dag is ontvangen (artikel 6:9 lid 2 Algemene wet bestuursrecht). Een reclamant kan binnen de termijn een pro forma zienswijze indienen en verzoeken om een redelijke termijn voor de inhoudelijke aanvulling daarvan. De zienswijzen 1 tot en met 10 zijn binnen deze periode ontvangen en zijn daarom ontvankelijk.

5. Leeswijzer In onderdeel 6 van deze notitie wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijze. Indien deze leidt tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan wordt die aanpassing aangegeven. In dat geval wordt voorgesteld het ontwerp van de wijziging omgevingsplan overeenkomstig gewijzigd vast te stellen. In onderdeel 7 van deze notitie staan eventuele ambtshalve wijzigingen. Ten slotte wordt in onderdeel 8 een overzicht geboden van de eventueel voorgestelde aanpassingen ten opzichte van het ontwerp van de wijziging omgevingsplan.

6. Reactie op de zienswijzen In dit onderdeel 6 wordt per zienswijze een samenvatting gegeven van de inhoud van de zienswijze en dan het antwoord daarop van onze gemeente. Zienswijze 1 (gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te Sint-Oedenrode) De reclamanten verzoeken om hun pleidooi voor privacy en leefkwaliteit rondom de ontwikkellocatie mee te nemen in de verdere planuitwerking. Zij verwijzen naar de vergadering van de commissie Ruimte, economie en bedrijfsvoering van 12 juni 2025 waar hun schriftelijke inbreng van 9 juni 2025 is besproken. De reclamanten herhalen hiermee hun eerdere aandachtspunten. 5 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

a) Verder vragen zij geïnformeerd te worden wanneer de nadere uitwerking plaatsvindt en om te worden verwittigd wanneer relevante stukken ter inzage worden gelegd. b) Met de schriftelijke inbreng van juni 2025 geven de reclamanten aan te wonen aan de dorpsrand en te hebben gekozen voor vrij uitzicht op het omringende landschap en voor een groene omgeving. Hun perceel grenst aan de ontwikkellocatie. De intensiteit van het gebruik door de 29 woningen tast hun rust aan. De reclamanten stellen dat de situering van het merendeel van de 13 koopwoningen en de centrale parkeervoorziening hun privacy en woongenot aantasten. c) Omwille van het voornoemde vragen de reclamanten geen zichtvensters op de verdiepingen te richten op bestaande percelen, of om een groenblijvende afscheiding langs de erfgrens, om een geluiddempende, visueel afschermende, groenblijvende voorziening bij de parkeerplaatsen, om voorkomen van lichthinder door openbare verlichting en om een inrichting van de parkeerplaats die misbruik als hangplek voorkomt. d) De reclamanten wijzen erop dat de weg Kremselen is ingericht voor bestemmingsverkeer. Maar dat de weg wordt gebruikt als sluiproute, dat er een te hoge verkeersintensiteit is en dat er te snel wordt gereden. Zij pleiten ervoor dat de ontwikkeling voorziet in verkeersremmende aanpassingen aan het wegprofiel, anders dan drempels.

Beantwoording zienswijze 1 a) Tussen de voorbereiding en de omgevingsdialoog enerzijds en de terinzagelegging van het ontwerp anderzijds heeft de nadere uitwerking van de gebiedsontwikkeling al plaatsgevonden. De uitwerking van het concrete bouwplan vindt plaats tot aan de betreffende vergunningaanvragen gebaseerd op de mogelijkheden zoals nu in de wijziging van het omgevingsplan geboden. De uitwerking van de vergunningaanvragen valt buiten de scope van deze procedure voor de omgevingsplanwijziging. Bij de terinzagelegging van het definitieve besluit tot omgevingsplanwijziging, na de ontvangst van een vergunningaanvraag en na een besluit tot verlenen van een omgevingsvergunning vindt een publicatie plaats in het elektronisch Gemeenteblad. b) Zoals door reclamant zelf wordt onderschreven is er een maatschappelijke opgave tot realisatie van woningbouw gezien de hoge woningnood. Dat leidt er onvermijdelijk toe dat er ook onbebouwde gronden alsnog bebouwd kunnen worden. Een onbegrensd recht op rust en vrij uitzicht is er niet in Nederland. Echter alvorens een stedelijke ontwikkeling kan plaatsvinden, geldt de beleidsmatige eis dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en dat er beoordeeld wordt of realisatie van woningen mogelijk is binnen het bestaand stedelijk gebied voor er gekeken wordt naar het landelijk gebied.

Aangetoond dient te worden dat er behoefte is aan de voorziene stedelijke ontwikkeling en waarom deze niet in het stedelijk gebied kan plaatsvinden (ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling alsmede een gebiedsvisie). In paragraaf 5.2 van de onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties is gemotiveerd dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling waar behoefte aan is. In Boskant zijn er geen binnenstedelijke locaties waar de mogelijkheid bestaat een woningbouwontwikkeling te realiseren van deze omvang. Daarmee is voldoende gemotiveerd dat realisatie van deze ontwikkeling op deze locatie ruimtelijke aanvaardbaar is. c) Met betrekking tot het verzoek om maatregelen te nemen om de mogelijke (negatieve) effecten van de ontwikkeling op het woongenot van reclamant te beperken, merken we het volgende op. De nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd met één bouwlaag met een (schuine) kap. Onderzocht is of het mogelijk is om woningen met voldoende programma te maken zonder ramen op de eerste verdieping. Dat bleek echter niet het geval. Ook op de eerste verdieping zal een deel van het woonprogramma in de woning gerealiseerd moeten worden en zijn er dus ramen noodzakelijk. We menen dat dat in dit geval geen onoverkomelijk probleem is gezien de grote afstand tussen de nieuwbouwwoningen en de woning van reclamant. De kortste afstand is circa 50 meter.

Tevens het feit dat er tussen de woning van reclamant en de nieuwbouw een NNB-perceel (natuur) ligt, voorzien van bomen, met een breedte van circa 40 meter, maakt dat het effect van de woningen op de woning van reclamant beperkt blijft. 6 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

Op onderstaande kaart is te zien welke groene zone in het ontwerp is opgenomen, ook ter plaatse van de koopwoningen. Deze groenstrook heeft de functie Groen gekregen, met als vereiste om dit groen te houden. Hieronder is ook te zien welke (overwegend inheemse) soorten in het concept-beplantingsplan zijn opgenomen. Met dit inrichtingsplan wordt het plangebied, alsmede de parkeervoorzieningen, met groen afgeschermd van de woonlocatie van reclamant. Verlichtingsarmaturen zullen aandacht krijgen in de nadere uitwerking van het plan. Dit wordt niet geregeld in het omgevingsplan anders dan de maximale bouwhoogte van 8 meter. Als gemeente moeten we blijven zorgdragen voor voldoende (veilige) verlichting. Gezien de afstand van het plangebied tot aan het perceel van reclamant, de groenvoorzieningen tussen het plangebied en perceel van reclamant alsmede een maximale hoogte van 8 meter, zal het mogelijke lichteffect van verlichtingsarmaturen tot een minimum beperkt blijven. Aansluitend aan de parkeerkoffer bevinden zich meerdere woningen, waarvan enkele direct zicht hebben op de parkeerkoffer. Hiermee ontstaan er geen plekken waar het zicht (te) beperkt is en wordt de (sociale) veiligheid voldoende geborgd. Wij vinden dat met deze maatregelen voldoende rekening is gehouden met het perceel en het woongenot van reclamant en dat men niet onevenredig wordt belemmerd in het woongenot.

d) De woningbouwontwikkeling wordt ontsloten op de Populierenlaan en het verkeer kan op deze weg goed afgewikkeld worden. Slechts een deel van het verkeer zal mogelijk gebruikmaken van de Kremselen. Dat betekent dat de toename van verkeer op de Kremselen zeer beperkt blijft en dat dat niet de verkeersveiligheid in het geding zal brengen. De totale 7 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

toename van verkeersbewegingen door de ontwikkeling is maximaal 215. De verkeersintensiteit aan de Kremselen zal daarmee zeer beperkt toenemen hetgeen geen belemmering is op deze weg. Vanuit deze ontwikkeling is er dan ook geen directe noodzaak tot het heroverwegen van de inrichting van de weg Kremselen. Desondanks is sinds oktober 2025 de dialoog met de aan- en omwonenden van de Kremselen voortgezet in breder verband (eerder was omwille van verkeer alleen gesproken met de twee aanwonenden van een verkeersdrempel in de Kremselen op de grens van de bebouwde kom). Op 21 oktober 2025 is een plan gepresenteerd aan de circa 70 omwonenden van de Kremselen, die belanghebbend zijn. Dat plan bevatte maatregelen om de snelheid, met name op het 30 km/u-deel, terug te brengen. Uit de reacties van de aanwezigen bleek dat niet iedereen voorstander was van deze maatregelen. Naar aanleiding van dat voorstel is een klankbordgroep samengesteld met 14 omwonenden, om samen te kijken naar een doeltreffende oplossing:  vergroten verkeersveiligheid;  niet verergeren (liefst verminderen) van geluidoverlast voor aanwonenden die kan ontstaan nabij drempels / plateaus; en  waar ook het landbouwverkeer overheen kan rijden. Met die klankbordgroep heeft een bijeenkomst plaatsgevonden op 18 november. Ook daar bleek dat de aanwezige aanwonenden het niet eens konden worden over de gewenste maatregelen.

En dat de meest geliefde maatregelen (verwijderen van de bestaande drempel) en verder geen nieuwe drempels, haaks staat op een van de doelstellingen, namelijk om de verkeersveiligheid te vergroten. Op 15 januari 2026 vindt hierover een vervolgoverleg plaats. Met deze inspanningen om te beoordelen of er mogelijkheden zijn tot het vergroten van de verkeersveiligheid op de Kremselen, ondanks dat dat niet noodzakelijk is vanwege voorgenomen woningbouwontwikkeling op het Sportveld, achten wij dat deze omgevingsplanwijziging vanuit verkeersoogpunt aanvaardbaar is. Zienswijze 2 (gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel) Reclamant heeft bezwaar tegen de bouw van een hoge flat achter haar woning aan de Zwaardvis. De ontwikkeling zou leiden tot waardevermindering van het huis en beperking van de privacy door inkijk in de woning. Beantwoording zienswijze 2 Bij het plan wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de behoefte aan woningen en voldoende openbare ruimte. Daarbij is het belangrijk dat het ontwerp toekomstbestendig is. Elementen zoals wateropvang en groen spelen hierin een cruciale rol. Dit wordt mogelijk gemaakt door de bebouwing compact en geconcentreerd te houden. Daarom is gekozen voor compacte woonvelden, omringd door groen dat ook dient als wateropvang. Betaalbaarheid is ook een belangrijk uitgangspunt.

Om te voldoen aan gemeentelijke normen en betaalbare woningen te kunnen realiseren, komt er een deel meergezinswoningen (appartementen). Deze worden op herkenbare plekken in de omgeving geplaatst, zodanig dat ze goed passen in het geheel en zo min mogelijk invloed hebben op de bestaande bebouwing. Het aantal woningen is afgestemd op de stedenbouwkundige opzet van compacte woonvelden, zodat het aansluit bij zowel de marktbehoefte als het gemeentelijke beleid. De woning van reclamant is gelegen aan de noordoostzijde van het plangebied van de woningbouwontwikkeling aan Het Hooghekke. Ter hoogte van de woning van reclamant is gestapelde woningbouw toegestaan tot maximaal 17 meter hoog en maximaal 5 bouwlagen. Dit appartementencomplex komt op een afstand van circa 73 meter van de woning en circa 63 meter van de tuin behorende bij de woning. Tussen de woning en het nieuwe appartementencomplex is hoogopgaande beplanting/bomen aanwezig. Mogelijke beperking in het woongenot, eventueel in de vorm van een beperking van de privacy, is een belang dat meegewogen dient te worden bij de uitwerking van een (woningbouw)ontwikkeling. Dat wil echter niet zeggen dat er 8 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

zonder meer geen beperking mag optreden. Zo dienen alle belangen meegewogen te worden en mogen deze niet onevenredig geschaad worden. Ook zijn bij de participatie diverse ideeën en wensen opgehaald om zo de belangen in beeld te brengen. Uit het verslag van de participatie blijkt: “Wat betreft woningtypologie is er een duidelijke voorkeur voor laagbouw met een traditionele uitstraling. Hoogbouw wordt overwegend negatief beoordeeld: veel respondenten vinden dat dit niet past bij het dorpse karakter van Schijndel. Als het toch wordt toegepast, dan bij voorkeur in speelse, niet te hoge vormen met veel groen.” Bij de verder uitwerking van het plan is ook het maatschappelijk belang van realisatie van voldoende woningbouw in de gemeente meegewogen en is gekeken naar de omgevingsrechtelijke aspecten. Wat betreft hoogbouw is rekening gehouden met de wensen die uit de participatie met belanghebbenden zijn gebleken. Waar hogere volumes worden toegepast, blijven deze beperkt tot maximaal 5 á 6 bouwlagen, maximaal 2 appartementencomplexen en worden ze op een speelse en groene manier ingepast in het geheel. Zo blijft de schaal van de wijk overzichtelijk en sluit het ontwerp aan bij de dorpse sfeer die bewoners belangrijk vinden. Aan de noordzijde van het plangebied, tussen de woning van reclamant en het appartementencomplex is een brede strook voor een natuurfunctie voorzien.

Met die functie en met de bestaande groenzone op deze locatie, achten wij het nieuwe appartementencomplex voldoende groen ingepast met hoge bomen en is de afstand van het appartementencomplex tot aan de woning van reclamant relatief groot. Hiermee wordt het zicht op het appartementencomplex en daarmee ook de inkijk bij andere woningen zoveel mogelijk beperkt. De oriëntatie van het appartementsgebouw is ook dusdanig dat het uitzicht voornamelijk richting west en oost is gericht, dus niet richting de achtertuinen. Enkel de appartementen aan de noordkant hebben (afhankelijk van de plattegrond) gevelopeningen direct richting de tuinen. De hoeveelheid appartementen met zicht richting de tuinen is dus beperkt. Hieruit blijkt dat het aspect van privacy is meegewogen bij de uitwerking van deze planontwikkeling. Wij achten het aspect privacy voor reclamant niet onevenredig geschaad en deze ontwikkeling aanvaardbaar. Met betrekking tot een mogelijke waardevermindering merken wij het volgende op. De gemeenteraad maakt de afweging tussen publiek belang en privaat belang. Wanneer een privaat belang door deze afweging onevenredig wordt geschaad, kan er sprake zijn van schade (door bijvoorbeeld inkijk en/of verminderd woongenot).

Waardevermindering van mogelijke percelen in de nabijheid van de planontwikkeling is geen onderdeel van de motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Indien er mogelijk waardevermindering van de woning (van reclamant) optreedt, staat dat los van de rechtmatigheid van het besluit tot deze omgevingsplanwijziging. Wanneer een onafhankelijke beoordeling uitwijst dat er sprake is van schade die niet in redelijkheid voor rekening van de eigenaar van het eigendom kan blijven, wordt deze vergoed door de gemeente. Daarbij wordt in de beoordeling en berekening van de schade rekening gehouden met onder andere de afstand tot de bebouwing, type en soort begroeiing die aanwezig is dan wel het zicht beperkt. Reclamant behoudt de mogelijkheid om na de vaststelling van de omgevingsplanwijziging een verzoek om nadeelcompensatie te doen bij het college van burgemeester en wethouders. Zienswijze 3 (locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te SintOedenrode) De reclamant geeft aan dat zij eigenaar is van een perceel naast de planlocatie aan de Lieshoutseweg waar een woonfunctie is voorzien. In haar oorspronkelijke zienswijze worden de onderwerpen tot en met f) genoemd.

a) De reclamant stelt dat zij ten onrechte niet door de initiatiefnemer is betrokken bij de omgevingsdialoog, dat dit een tekortkoming van het besluitvormingsproces is en zij verzoekt om alsnog participatie mogelijk te maken. b) Volgens de reclamant bevindt de verplaatste woning aan de Lieshoutseweg ongenummerd zich op te grote afstand van bebouwingsconcentraties en dient die woning als solitair te worden beschouwd.

9 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

c) Reclamant meent dat de planregels met ongeveer 2.500 m2 substantiële bouwmogelijkheden biedt aan de Jekschotseweg 39 waardoor op die locatie niet van opheffing gesproken kan worden en de redenering van verplaatsing van Jekschotseweg 39 naar Lieshoutseweg ongenummerd niet opgaat. d) De reclamant stelt dat de beoogde woning aan de Lieshoutseweg ongenummerd op ongeveer 20 m ligt van haar perceel en daarmee binnen de 50 m-spuitzone. Dat belemmert de agrarische bedrijfsvoering aanzienlijk, vooral wanneer de reclamant op haar perceel bijvoorbeeld fruit of siergewas wil telen waarvan zij stelt dat die gewassen meer gewasbeschermingsmiddelen vereisen. De reclamant maakt zich ook zorgen om het goede woon- en leefklimaat en de gezondheid van de toekomstige bewoners en verlangt dat GGD-richtlijnen terzake worden gevolgd. e) De reclamant wijst erop dat bij de ter inzage gelegde documenten sommige documenten ontbreken, waaronder de in de onderbouwing genoemde Quick scan soortenbescherming van 7 februari 2025. Daardoor is het haar niet mogelijk om te controleren of voldoende rekening wordt gehouden met de impact van de ontwikkeling, zoals op het leefgebied van dassen. De reclamant verzoekt om ontbrekende documenten alsnog beschikbaar te stellen.

f) De reclamant geeft aan dat de waardevermindering of beperking van gebruiksmogelijkheden van haar agrarisch perceel reden kunnen zijn om een aanvraag nadeelcompensatie in te dienen. g) In de aanvulling op de zienswijze uit de reclamant haar zorg om de ligging van de projectlocatie binnen leefgebied van dassen, tegen het Natuurnetwerk Brabant, en om voldoende naleving van provinciale instructieregels van natuurbescherming. De reclamant vraagt naar toetsingen van externe werking van de ontwikkeling op het Natuurnetwerk Brabant, van de impact op groenblauwe waarden van het gebied, en van de effecten van de ontwikkeling op waterhuishouding van omliggende gronden. Beantwoording zienswijze 3 a) Het gemeentelijke participatiebeleid is erop gericht dat initiatiefnemers van ontwikkelingen vroegtijdig een omgevingsdialoog voeren. De gemeente heeft een handreiking ter beschikking gesteld die initiatiefnemers helpt om hun omgevingsdialoog in te richten, onder andere bij de invulling op wie het initiatief effect kan hebben en met wie daarom een uitwisseling wenselijk is. De verantwoordelijkheid voor het voeren van de omgevingsdialoog berust evenwel bij initiatiefnemers. De gemeente vraagt initiatiefnemers om een verslag van de omgevingsdialoog, wat voor het bevoegd gezag een hulpmiddel is bij zijn eigen afweging van de relevante belangen.

Als de reclamant niet is benaderd voor de omgevingsdialoog voor dit initiatief, staat dat er niet aan in de weg dat het bevoegd gezag haar belangen meeweegt. Juist de onderhavige procedurestap van wettelijke inspraak voorafgegaan door eerst een kennisgeving voornemen en dan een kennisgeving terinzagelegging draagt ertoe bij dat de reclamant haar belangen onder de aandacht van het gemeentebestuur kan brengen voordat het besluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt genomen. b) In de motivering van de beoogde ontwikkeling van de vier locaties is stilgestaan (pagina 16 t/m 19) bij de vraag of er op deze plek sprake is van een ‘passende locatie’ als bedoeld in artikel 5.13 lid 2 onder a van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente is van mening dat dit goed gemotiveerd is door initiatiefnemer. Het is weliswaar geen door de gemeente aangewezen bebouwingsconcentratie, maar dit wil niet zeggen dat het niet als ‘passende locatie’ te typeren en te onderbouwen is. Er is in de motivering een beschrijving gegeven van het ten westen gelegen bebouwingslint en de spreiding van bebouwing langs dit lint. Op de desbetreffende plek kan een bebouwingscluster ontstaan bij een kruising van wegen. Er is naar mening van de gemeente sprake van dat er een ritmiek zit in de bebouwing in oostelijke richting en dat de ritmiek daarbij afneemt, maar dat deze plek wel passend daarin kan zijn.

c) In de wijziging is in artikel 26.39, lid 5 abusievelijk aangegeven dat op de ‘locatie Jekschotseweg 39 Sint-Oedenrode’ bouwmogelijkheden gegeven worden voor 2.500 m2. Dat had ‘locatie Weievenseweg 30 Sint-Oedenrode’ moeten zijn (omschakeling agrarisch bedrijf naar agrarisch verwant bedrijf). Dat wordt bij vaststelling gecorrigeerd. Op Jekschotseweg

10 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

39 Sint-Oedenrode wordt wel degelijk alle bedrijfsvoering gestaakt en bebouwing verwijderd, dat is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 26.38. d) De nieuwe woning aan de Lieshoutseweg ongenummerd ligt inderdaad binnen 50 meter van agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen zijn toegestaan. Naar aanloeiding van de zienswijze is de motivering in paragraaf 4.7.4 van de motivering van de ontwikkeling op de 4 locaties aangevuld. Er wordt in een zone van 50m vanaf de nieuwe woonactiviteiten een werkingsgebied ‘verbod gewasbeschermingsmiddelen’ opgenomen, waar de regels van artikel 26.4 (verbod gewasbeschermingsmiddelen) van toepassing wordt. e) In het online dossier van op het besluit betrekking hebbende stukken ontbreekt inderdaad de genoemde quick scan soortenbescherming van 7 februari 2025. Dat document is op 18 december 2025 direct aan de reclamant toegezonden, met de vraag welke andere documenten zij miste. In subparagraaf 4.13.4 van de onderbouwing is de conclusie van het rapport van 7 februari 2025 correct weergegeven.

Ten overvloede merken wij op dat reclamanten welkom zijn om initiatiefnemers en bevoegde gezagen kritisch te volgen voor wat betreft de natuur- en milieugevolgen van ontwikkelingen, maar dat de belangenafweging wettelijk is opgedragen aan het bevoegd gezag, dat het bevoegd gezag hiervoor ketenpartners raadpleegt, en dat de bestuursrechter de besluitvorming desgevraagd toetst. f) Een aanvraag nadeelcompensatie is mogelijk nadat een omgevingsplanwijziging is vastgesteld of een omgevingsvergunning is verleend. De initiatiefnemer en de gemeente hebben een schadevergoedingsovereenkomst afgesloten, waardoor het risico van nadeelcompensatie geen belemmering is voor het besluit tot wijzigen van het omgevingsplan. g) Paragraaf 3.2.2 van de motivering van de ontwikkeling op de 4 locaties is aangevuld, zodat expliciet gemotiveerd is welke effecten het realiseren van de woning aan de Lieshoutseweg ongenummerd heeft op de waarden die in de Omgevingsverordening opgenomen zijn. De realisatie van de woning doet geen afbreuk aan waarden die beschermd moeten worden. Zienswijze 4 (gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode) De reclamant geeft aan eigenaar en exploitant te zijn van een geitenhouderij aan de Schootsedijk te Sint-Oedenrode, op minder dan 300 meter van de voorziene woningbouwontwikkeling aan de Locht in Olland.

De reclamant wijst erop dat volgens onderzoek geitenhouderijen een gezondheidsrisico met zich meebrengen voor omwonenden tot op 2 kilometer afstand van het bedrijf. Dat risico is mee te wegen bij het faciliteren van woningbouw. Volgens reclamant is dat risico op de volgende gronden, niet voldoende meegewogen bij de woningbouwontwikkeling. a) Er is zonder nader GGD-advies een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt binnen een afstand van 136 tot 264 meter van een geitenhouderij. b) In het gemeentelijk beleid is opgenomen dat de gemeente terughoudend is bij woningbouwlocaties van 12 woningen of meer. Het gaat hier om 21 woningen en dus zou terughoudendheid zijn gevraagd. In de motivering van het plan wordt het gezien als een kleine ontwikkeling terwijl het volgens het gemeentelijk beleid als een grote ontwikkeling moet worden gezien. c) Reclamant kan zich niet vinden in de kwalificatie van het eigen bedrijf zoals gelezen in de onderbouwing, als zou het gaan om slechts een ‘kleine melkgeitenhouderij’. De reclamant heeft de indruk dat hiermee het gezondheidsrisico ten onrechte als beperkt wordt voorgesteld hetgeen niet bepaald wordt aan de hand van de grootte van de geitenhouderij.

d) Reclamant reageert op de toetsing van de ontwikkeling aan de vier beoordelingsfactoren van het gemeentelijke beleid:  het gaat hier niet om een kleine ontwikkeling (meer dan 12 woningen);  dat er, zoals met de onderbouwing is aangevoerd, al op 30 meter een woning nabij de geitenhouderij is, maakt volgens de reclamant niet dat het gezondheidsbelang van de bewoners van de 21 nieuwe woningen minder zwaar hoeft te wegen; 11 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

volgens de reclamant is een redenering ‘anders kan er niets in Olland’ begrijpelijk vanuit de woningbouwopgave, maar niet valide vanuit het oogpunt van gezondheid;  reclamant verzet zich tegen de redenering dat de woningbouwontwikkeling niet is gericht op kwetsbare groepen, als overweging waarom deze ontwikkeling nabij een geitenhouderij aanvaardbaar kan zijn. Woningen als zodanig vormen een kwetsbare functie en de gemeente kan niet uitsluiten dat er bijzonder kwetsbare mensen zoals kinderen of met een chronische aandoening komen wonen. e) De reclamant beklaagt zich dat de gemeente met het faciliteren van de woningbouwontwikkeling het agrarisch bedrijf confronteert met de kans op klachten en handhavingsverzoeken en met druk op de geldende milieuruimte, in plaats van dat de gemeente een zorgvuldige locatiekeuze zou maken. f) De reclamant meent dat niet alle relevante documenten ter inzage zijn gelegd tezamen met het ontwerpbesluit. g) De reclamant stelt niet te zijn benaderd voor de omgevingsdialoog, hetgeen gezien de afstand en het belang van het agrarische bedrijf in verhouding tot de woningbouwontwikkeling wel verwacht mocht worden.

h) De reclamant verzoekt om de gebiedsontwikkeling Locht - Olland buiten de vaststelling van de vierde wijzigingsronde te houden, of om de besluitvorming daarover aan te houden totdat een deugdelijke gezondheidskundige onderbouwing is opgesteld, alle relevante stukken volledig ter inzage zijn gelegd en de belangen van de geitenhouderij volwaardig zijn meegewogen. Als het bevoegd gezag niet aan voornoemd verzoek voldoet, verzoekt de reclamant waarborg dat niet op minder dan 500 meter afstand woningen worden gebouwd of dat andere beschermings- en afstandsregels worden opgenomen, en verzoekt de reclamant dat in de motivering wordt ingegaan op de in deze zienswijze naar voren gebrachte punten. Beantwoording zienswijze 4 Puntsgewijs zullen wij op de zienswijze reageren. a) Alvorens tot deze locatie voor woningbouw te komen, is er een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek verricht. Er is een gebiedsvisie opgesteld waaruit blijkt dat vanuit de lagenbenadering en omgevingsfactoren deze locatie geschikt is voor woningbouw. De raad heeft in juni 2025 de gebiedsvisie vastgesteld voor de woningbouw van de Locht in Olland. Daarna is verder op omgevingsfactoren onderzocht of de locatie voldoet aan het criteria van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderdeel hiervan is een advies op het gebied van gezondheid van de GGD. Dit advies is op 17 juli 2025 door de GGD uitgegeven.

Dit was echter geen onderdeel van de bij het besluit behorende stukken. Dit advies zal alsnog toegevoegd worden. Uit het advies blijkt dat vanuit de GGD en Gezondheidsraad terughoudend moet worden omgegaan met het bouwen van woningen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Het is aan het gemeentebestuur om bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen een afweging te maken. Terughoudendheid dient te worden gelezen als ‘het is beter hier niet bouwen, maar het is wel mogelijk’. Er worden signaleringen gedaan vanuit GGD en Gezondheidsraad, maar er zijn geen afwijzende wettelijke kaders / beleidsregels / etc. opgelegd die de bouw van de Locht onmogelijk maken. Dus zowel Rijk, provincie als gemeente verbieden het bouwen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij niet. Voor de Locht geldt een brede belangenafweging zoals die overal geldt, met extra aandacht (niet zijnde leidend) voor de milieuparagrafen. Op basis van diverse ruimtelijke, milieukundige en landschappelijke onderzoeken is geconcludeerd dat de locatie geschikt en aanvaardbaar is voor woningbouw. Deze afweging is verankerd in een door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie, waarin op basis van de lagenbenadering en de omgevingskwaliteiten is onderbouwd waarom woningbouw op deze plek wenselijk en passend is.

Gezien de grote maatschappelijke druk op de woningmarkt, en de wens om woningen te kunnen toevoegen juist ook aan kleine kernen zoals Olland (met het oog op kunnen blijven voortbestaan van voorzieningen zoals winkels, voetbalvereniging), wenst de gemeente de woningbouwontwikkeling op deze locatie mogelijk te maken. In de opvolgende reactie op de zienswijze motiveren we verder waarom de woningbouwontwikkeling op deze locatie aanvaardbaar wordt geacht. 12 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

b) Het gemeentelijk beleid “Nadere invulling maatwerkaanpak woningbouwinitiatieven in de omgeving van geitenhouderijen” (memo omgekeerde werking van 12 september 2018) geeft inderdaad 4 factoren die meegewogen dienen te worden bij de keuze voor een ontwikkeling nabij een geitenhouderij. Daarin is benoemd dat woningbouwontwikkelingen tot 12 woningen mogelijk worden gemaakt en dat bij grotere ontwikkelingen meer terughoudendheid moet worden geboden. Dat betekent echter niet dat grotere ontwikkelingen dan geheel niet meer mogelijk zijn. Het bestuur zal dan met meer terughoudendheid bezien of men de ontwikkeling aanvaardbaar acht. Gezien de omstandigheden is gemotiveerd dat de ontwikkeling vanuit dit oogpunt alsnog aanvaardbaar wordt geacht. Bovendien gaat het hier om een beperkt aantal meer woningen dan de richtlijn van 12 woningen. c) Bij de beoordeling van de risico’s nabij geitenhouderijen wordt rekening gehouden met gemiddelden. Zoals uit bijlage 13 bij de ruimtelijke motivering (notitie volksgezondheid en veehouderijen) blijkt, is een gemiddelde geitenhouderij in 2023 ongeveer 1.130 geiten groot. De geitenhouderij van reclamant telt 480 geiten. Het is dan ook niet vreemd om de geitenhouderij als klein aan te merken aangezien deze aanzienlijk kleiner is dan een gemiddelde geitenhouderij.

En van uitbreiding (in oppervlakte dierenverblijf) kan geen sprake meer zijn (zie artikel 5.61 Omgevingsverordening NoordBrabant). De omvang van een geitenhouderij kan wel degelijk bepalend zijn voor de mogelijke gezondheidsrisico’s. Immers, hoe meer dieren er gehouden worden, hoe meer fijnstof (en dus endotoxinen) er zal worden uitgestoten. Wij achten het dan ook reëel om bij de motivering van het gezondheidsaspect uit te gaan van een kleine geitenhouderij aan de Schootsedijk. d) De toetsing aan het gemeentelijke beleid is uitgewerkt in bijlage 13 bij de ruimtelijke motivering (notitie volksgezondheid en veehouderijen). Dat er sprake is van een ontwikkeling groter dan 12 woningen maakt niet dat de ontwikkeling op grond van de gemeentelijke notitie geheel niet meer mogelijk is. Terughoudendheid is geboden. Met de omstandigheden van de situatie maakt het dat deze locatie wel aanvaardbaar wordt geacht. Hierbij wordt de luchtkwaliteit (zie paragraaf 5.7. van de ruimtelijke motivering), grootte van de geitenhouderij, afstand en bestaande situatie, doelgroep en windrichting betrokken. Dat reclamant het niet eens is met de afwegingsfactor dat er geen nieuwe woningen dichter bij een geitenhouderij mogen worden gebouwd, doet hier niets aan af. Met dit beleid wenst de gemeente de situatie niet te verslechteren.

Dat gebeurt hier niet aangezien er reeds gevoelige functies op kortere afstand aanwezig zijn. De gemeente achtte deze factor van belang om mee te wegen, zo is gedaan. Ook de doelgroep is wel relevant. Functies waarbij zonder meer sprake zal zijn van een doelgroep die mogelijke gezondheidsbeperkingen heeft, zijn niet wenselijk nabij een geitenhouderij. Een reguliere woningbouwontwikkeling valt hier niet onder. Het feit dat er mogelijk iemand met gezondsheidsbeperkingen kan gaan wonen of iemand op leeftijd, maakt niet dat de woningen in het algemeen bedoeld zijn voor een doelgroep waarbij zondermeer een groter gezondheidsrisico aanwezig is. Verwijzend naar de reactie onder punt a) acht de gemeente het belang van woningbouw en het op peil houden van de leefbaarheid van het dorp Olland van groot belang. De (beperkte) mogelijke gezondheidsrisico’s wegen niet op tegen dat belang. Het beleid en huidige wet- en regelgeving geven het bestuur de bevoegdheid deze belangenafweging te maken. e) Het mogelijk ontvangen van klachten en eventueel handhavingsverzoeken is een omstandigheid die reeds bestaat. Gezien de bestaande situering van de geitenhouderij van reclamant, bestaat al de kans op klachten en handhavingsverzoeken. Het risico op toename hiervan, wordt als aanvaardbaar geacht op grond van bovenstaande reactie en de motivering zoals onderdeel van het besluit.

Bovendien zal dit niet zondermeer leiden tot vereiste aanpassingen of investeringen vanuit de veehouderij zolang aan wet- en regelgeving wordt voldaan. Daar komt bij dat reclamant een verzoek heeft ingediend om de locatie te herbestemmen, waarbij de agrarische functie wordt gewijzigd naar wonen. Ondanks dat dit nog geen planologische onherroepelijke situatie is, geeft dit wel aan dat mogelijk de toekomstplannen van reclamant anders zijn dan het voortzetten van de geitenhouderij. Dan is het de vraag in hoeverre het nog reëel is om van beperking of belemmering van de bedrijfsvoering uit te gaan in de toekomst.

13 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

f) Tijdens de inzageperiode van het ontwerpbesluit is geconstateerd dat er enkele bij het besluit behorende stukken niet op het online platform waren gepubliceerd. Dit gebrek is tijdig, nog gedurende de inzageperiode hersteld. Reclamant heeft nog 3 weken tijd gehad om deze stukken te bestuderen. Indien iemand door een verwijzing naar een rapportage in de onderbouwing van een deelzaak vroeg naar die betreffende rapportage als achtergrond bij de onderbouwing, is dat specifieke document direct toegezonden aan de verzoeker. Wij achten de mogelijkheid van de reclamant tot het beoordelen van alle relevante stukken en het indienen van de zienswijze niet onevenredig beperkt. g) Er heeft een uitgebreide omgevingsdialoog plaatsgevonden, meerdere keren zelfs. Reclamant is daar ook bij uitgenodigd. We zijn ook op de hoogte dat de postbezorging soms te wensen overlaat, hetgeen tot het niet ontvangen van uitnodigingen kan leiden. Of reclamant daadwerkelijk de uitnodiging heeft ontvangen is ons niet bekend. Overigens heeft ook meer dan eens een uitnodiging voor informatieavonden in de plaatselijke krant gestaan, waarmee reclamant wel te bereiken is geweest. We zijn inderdaad niet apart met reclamant in gesprek gegaan omdat daar op dat moment geen aanleiding toe bestond.

Zoals uit het participatieverslag blijkt, is het aspect bouwen nabij een geitenhouderij wel behandeld tijdens de participatieavonden. Het mogelijk niet bereikt hebben van de uitnodiging of het niet aanwezig zijn bij de participatieavond(en), maakt niet dat de omgevingsdialoog niet zorgvuldig heeft plaatsvonden. Zienswijze 5 (waterschap De Dommel, diverse locaties) Waterschap De Dommel onderschrijft het belang van het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen in Meierijstad zoals woningbouw, herontwikkeling en (agrarische) functiewijzigingen, mits die plaatsvinden binnen zijn beleidskaders. De reclamant maakt graag nadere afspraken met de gemeente voordat een nieuwbouwontwikkeling in een wijzigingsronde wordt toegevoegd om tijdig en in gezamenlijkheid te bekijken of het waterbelang op de juiste manier is of wordt gewogen. De reclamant geeft aan wel bij deze ontwikkelingen te zijn betrokken, maar de aanpak verschilt per project. Dit zijn volgens de reclamant inconsistenties en hij hoopt samen met de gemeente de betreffende werkprocessen te kunnen verbeteren. Gedurende de verwerking van de zienswijze heeft de reclamant een tweede brief gezonden waarin zijn beleving van het nadere overleg met de ketenpartner is verwoord.

Concreet merkt reclamant in zijn eerste brief het volgende op: a) De reclamant meent dat de gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel nog niet gereed is voor opname in het omgevingsplan omdat nog procesmatige en waterhuishoudkundige aandachtspunten uitgewerkt moeten worden, zie ook onder i. b) De reclamant meent dat een wijziging van het omgevingsplan door middel van voorrangsregels in de wet primair bedoeld is voor beperkte aanpassingen in het ruimtelijke kader, terwijl deze omgevingsplanwijziging omvangrijke gebiedsontwikkelingen mogelijk maakt. c) De reclamant vraagt om aan de oogmerken van artikel 26.91 ”het realiseren en in stand houden van voorzieningen ten behoeve van een goede waterhuishoudkundige situatie” toe te voegen. d) Omdat het reclamant onvoldoende duidelijk is in hoeverre de relevante bepalingen van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad hier nog gelden, vraagt hij om in artikel 26.97 een voorwaardelijke verplichting omwille van hydrologisch neutraal ontwikkelen toe te voegen. e) Omdat het reclamant onvoldoende duidelijk is in hoeverre de relevante bepalingen van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad hier nog gelden, vraagt hij om in artikel 26.99 informatie over hydrologie of waterberging toe te voegen aan de aanvraagvereisten.

f) Over de locatieontwikkeling Espendonk 15 te Sint-Oedenrode adviseert de reclamant om met een voorwaardelijke verplichting voldoende waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak te borgen op grond van het gemeentelijke PWR (Programma Water en Riolering). Verder merkt hij op dat hij werkingsgebieden op Regels op de kaart niet goed kan aflezen. 14 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

g) Over de locatieontwikkeling Weievenseweg 30, Jekschotstraat 39-41 en Lieshoutseweg ongenummerd te SintOedenrode meent de reclamant dat de waterparagraaf in de onderbouwing uitgebreid hoort te worden. Hij wenst niet dat de ontwikkeling van de locatie verdrogend werkt voor zuidelijk gelegen beschermd gebied. Ook ziet de reclamant graag met een voorwaardelijke verplichting voldoende waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak geborgd. Verder merkt hij op dat hij werkingsgebieden op Regels op de kaart niet goed kan aflezen. h) Over de locatieontwikkeling Zwembadweg 43 te Sint-Oedenrode merkt de reclamant op dat hij daarmee instemt omdat verhard oppervlak afneemt. i) Over de gebiedsontwikkeling Het Hooghekke te Schijndel stelt de reclamant dat hij daarmee niet instemt en dat zijn akkoord met nieuwe stukken nodig zou zijn om de planregels vast te stellen. Hij verwijst naar overleg tussen waterschap, gemeente en adviseur van de initiatiefnemer dat al enkele malen heeft plaatsgevonden, maar waarin niet alle vragen van het waterschap naar zijn tevredenheid zijn beantwoord. Concreet verzoekt reclamant het volgende:  Met name een duidelijker beeld van de hoeveelheid te bergen water in het kader van de norm T=100 moet nog worden uitgewerkt.

 De reclamant vraagt om een A-watergang plus 5 m-zone voor beheer en onderhoud op te nemen als werkingsgebied en in regels en om daar geen woonactiviteiten toe te laten.  Reclamant verzoekt voor activiteiten verkeer en parkeren het waterbelang te borgen en het advies van het waterschap bij vergunningaanvraag te borgen.  Bovenstaande geldt ook voor activiteiten binnen de functie Groen. De waterhuishoudkundige situatie dient te worden geborgd.  De reclamant stelt dat artikel 26.102 lid 1 via ‘Regels op de kaart’ per bouwvlak maximaal 327 woningen toelaat en vraagt om dat te controleren.  Tot slot wijst de reclamant erop dat (in tegenstelling tot gronden grenzend aan de gebiedsontwikkelingen in Olland en Boskant), bij de gebiedsontwikkeling Het Hooghekke aangrenzende agrarische grond geen spuitverbod krijgt volgens het ontwerp. j) Over de gebiedsontwikkeling Locht - Olland te Sint-Oedenrode geeft de reclamant aan dat hij daar in grote lijnen mee instemt, maar dat een waterhuishoudkundig plan als bijlage is toe te voegen. Ook adviseert hij om met een voorwaardelijke verplichting voldoende waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak te borgen. k) Over de gebiedsontwikkeling Sportveld - Boskant te Sint-Oedenrode geeft de reclamant aan dat hij daar in grote lijnen mee instemt, maar dat een waterhuishoudkundig plan als bijlage is toe te voegen.

Ook adviseert hij om met een voorwaardelijke verplichting voldoende waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak te borgen. l) Over de verduidelijking van bestemmingsplanregels over agrarische aanlegactiviteiten in Sint-Oedenrode merkt de reclamant op dat er enkele interne verwijzingen naar artikelen te corrigeren zijn. Ook vraagt hij toelichting over nut en noodzaak van deze aanvulling op de regels. Beantwoording zienswijze 5 Het belang van water is groot, maar slechts één van de vele belangen die onze gemeente weegt in de ruimtelijke ordening. Het omgevingsplan van Meierijstad wordt gewijzigd door de gemeenteraad en de beide waterschappen zijn daarvoor gewaardeerde adviseurs. Voor de wijziging van ons omgevingsplan is de instemming van een waterschap geen noodzakelijke voorwaarde. De advisering is ingepast in een werkproces en over de organisatie van dat werkproces zal ambtelijk overleg plaatsvinden. In deze notitie zullen wij voornamelijk ingaan op de inhoudelijke opmerkingen. a) Een inhoudelijke reactie op de zienswijze over de planontwikkeling aan Het Hooghekke in Schijndel wordt onder punt i) uitgewerkt.

15 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

b) De Omgevingswet of het Omgevingsbesluit gaan niet in op de techniek van een omgevingsplanwijziging waarbij met voorrangsregels wordt ingegrepen in het tijdelijke omgevingsplan. De nationale wetgever lijkt zich te hebben beperkt tot de idee dat gemeenten in korte tijd al hun bestemmingsplannen, exploitatieplannen, hogeregeluidwaardebesluiten, geurverordeningen en andere verordeningen over de fysieke leefomgeving tezamen met flinke delen van het voormalige Bouwbesluit 2012 en Activiteitenbesluit milieubeheer en dit binnen de kaders van instructieregels van rijk en provincie zouden vervangen voor een nieuwe vorm van lokale regelgeving. Het wijzigen van het tijdelijke omgevingsplan met voorrangsregels is een techniek die in de praktijk is gevormd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State laat het toepassen van deze techniek toe. Wij kennen, buiten deze zienswijze, geen aanwijzing dat de techniek niet toegepast kan worden voor een gebiedsontwikkeling. c) Dit voorstel van reclamant onderschrijven wij. In artikel 26.91 zal dit oogmerk toegevoegd worden.

d) Artikel 22.1 van de Omgevingswet bepaalt dat het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit:  besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet;  kaarten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2, en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 3, Aanvullingswet bodem Omgevingswet;  omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Op grond van artikel 4.6 sub f van de Invoeringswet Omgevingswet is hoofdstuk 6 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In artikel 6.4. van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad zijn de regels omtrent de afvoer van hemelwater opgenomen, evenals het vereiste van een hemelwaterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak. Deze regels blijven onverminderd gelden doordat in de voorrangsregel van artikel 26.1. lid 20 in combinatie met de daaropvolgende regels (waarin specifiek wordt aangegeven welke regels van het tijdelijk deel worden vervangen voor de nieuwe regels) het tijdelijk deel blijft gelden voor zover niet anders is bepaald. In de regels in hoofdstuk 26 is nergens bepaald dat hoofdstuk 6 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad komt te vervallen door deze omgevingsplanwijziging. Derhalve blijven deze regels onverminderd van toepassing.

Met deze toelichting veronderstellen wij dat reclamant een nadere voorwaardelijke verplichting niet noodzakelijk acht. Dat zou immers een dubbele regeling in het(zelfde) omgevingsplan impliceren met hetzelfde doel. e) Met bovenstaande toelichting over de status van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad na de omgevingsplanwijziging, veronderstellen wij dat reclamant het niet noodzakelijk acht de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning aan te vullen. In artikel 6.5. lid 2 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad wordt reeds een ontwerptekening gevraagd. f) Met bovenstaande toelichting over de status en werking van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad is ook voor deze locatieontwikkeling de berging van hemelwater (60 mm per m2) gewaarborgd. Wij veronderstellen dat hiermee de belangen van reclamant voldoende geborgd zijn en een aanvullende voorwaardelijke verplichting niet noodzakelijk is. Voor wat betreft de gebruiksvriendelijkheid van ‘Regels op de kaart’ merken we op dat hier is gewerkt met alleen een werkingsgebied. Deze is zichtbaar in de vorm van een blauwomlijnd, gestippeld gebied. Er is niet gewerkt met een gebiedsaanwijzing (wonen). Voor de leesbaarheid van het omgevingsplan op deze locatie zal er aan deze locatie ook een gebiedsaanwijzing (wonen) worden toegekend.

Hiermee wordt op het plangebied ook een gekleurde (gele) aanduiding weergegeven. g) In paragraaf 4.11 van de motivering is een waterparagraaf opgenomen. Hierin is gemotiveerd dat de (her)ontwikkeling van de 4 locaties weinig tot geen gevolgen heeft voor de waterhuishouding. Er geldt reeds een verplichting om 60 mm per m2 verhard oppervlak aan hemelwater op eigen terrein te bergen op grond van artikel 6.4 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad. Hoofdstuk 6 van deze verordening maakt op grond van artikel 4.6. lid 1 dub f van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege onderdeel uit van het omgevingsplan. Voor wat betreft de gebruiksvriendelijkheid van ‘Regels op de kaart’ verwijzen wij naar de verantwoordelijke minister. 16 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

h) De instemming op het onderdeel voor Zwembadweg 43 in Sint-Oedenrode wordt voor kennisgeving aangenomen. i) Met reclamant is over dit onderdeel nog contact geweest en is op 18 december 2025 een memo gedeeld met aanvullende informatie over deze gebiedsontwikkeling. Op 19 januari 2026 heeft reclamant hierover reeds medegedeeld: “De informatie in de memo en e-mail richten zich goed op de besproken en beschreven aandachtspunten. Samen met het overleg van 1 december 2025 is nu duidelijk dat een belangrijk deel van de aandachstpunten – gerelateerd aan het Bwatersysteem, is komen te vervallen. Dit geeft, ten opzichte van voorgaande periode, aanzienlijk meer vertrouwen in de haalbaarheid van dit plan. Een waterschapszorg die nog niet helemaal is weggenomen is het kunnen voldoen aan de provinciale beschermingsnorm voor overlast vanuit oppervlaktewater. De nu aangeleverde getallen geven een beter inzicht in de mogelijkheden, maar worden ons inziens nog iets te positief geschetst. Dit behoeft zeker nog aandacht en afstemming, met zowel waterschap als de gemeentelijke waterafdeling.” En: “Gebaseerd op de inhoud van de memo van 18 december 2025, de e-mail van 15 januari 2026, en stemmen wij in de huidige planfase op hoofdlijnen in met de ontwikkeling Hooghekke.

Wij willen hier wel expliciet aan toe voegen dat:  wij verwachten dat de inhoud + motivatie van bovengenoemde memo en e-mail worden meegenomen in de 4e wijziging omgevingsplan en planstukken Hooghekke;  er nog verschillende zorgen zijn weg te nemen, zoals het inundatierisico. Wij zien hierin op dit moment nog voldoende reële mogelijkheden, gelet op de nog benodigde uitwerking in een volledig waterhuishoudkundig plan (als onderdeel van de watervergunning);  realisatie niet mogelijk is voordat de vergunning / volledige instemming op het waterhuishoudkundig plan is verkregen.” Per onderdeel van de zienswijze op planontwikkeling Het Hooghekke geven we nog de volgende reactie:  In bijlage 15 behorende bij de onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor het plan Het Hooghekke komt het waterbelang aan de orde. Deze bijlage zal aangevuld worden zodat er ook voldoende inzicht is in het te bergen water bij de situatie T=100 en de memo zoals is besproken met reclamant.  Wat betreft de onderhoudsstrook bij de A-watergang het volgende. De bescherming van deze strook is primair geregeld in de waterschapsverordening. Deze geldt naast het omgevingsplan. Dat is bewust zo, omdat de ligging van watergangen kan verschuiven in de loop der tijd of bij realisatie van nieuwe ontwikkelingen.

Deze laatste situatie doet zich hier voor, waarbij de exacte ligging nog niet bekend is. Met de onderhoudsstrook zal nog wel rekening moeten worden gehouden, maar de ruimte is hier wel aanwezig om de vereiste afstand te halen. En de vergunning voor het aanpassen van de watergang volgt nog. Het onderstaande plaatje uit het stedenbouwkundig plan laat zien dat er voldoende ruimte rondom de geprojecteerde watergang aanwezig is; enkel aan de noordzijde is de onderhoudsstrook mogelijk een aandachtspunt in relatie tot de voortuinen en beperkte bebouwing die we op deze erven willen toestaan (zoals poorten, lage erfafscheidingen). Het vastleggen van een geometrische zone is dan ook wat ons betreft prematuur.

17 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

Wel is het goed om een toets te doen aan het voorlopige stedenbouwkundige uitwerkingsplan. Dit om te bekijken of het programma (parkeerplaatsen, groen en dergelijke) in te passen is met inachtneming van een onderhoudsstrook van 5 meter rondom de thans geprojecteerde ligging van die watergang. De uitkomsten van deze toets en de mededeling dat er een watervergunning nodig is voor het dempen en aanleggen van watergangen (inclusief het in acht nemen van een beschermingszone/onderhoudsstrook) kunnen in de motivering worden opgenomen. Dit volgt in de definitieve inrichting en afstemming hierover zal met reclamant plaatsvinden waarbij de onderhoudsstrook in acht zal worden genomen. Op basis van de precieze locatie van de watergang wordt dit beschouwd. Voor het verleggen van de A-watergang is een vergunning benodigd waarbij beoordeling door het waterschap plaatsvindt. De borging 18 Notitie beantwoording zienswijzen vierde wijzigingsronde omgevingsplan

van de onderhoudsstrook volgt vanuit de legger van het waterschap. We vinden het niet nodig en onevenredig beperkend om de onderhoudsstrook in het omgevingsplan op te nemen, omdat deze hierdoor dubbel geregeld wordt en met het toevoegen van een dergelijke regeling het doel van de verordening van het waterschap niet wordt gediend.  Bij de onderbouwing van het waterbelang zoals opgenomen in bijlage 15 bij de goede onderbouwing fysieke leefomgeving wordt het gehele plangebied betrokken, zo ook gebieden bestemd voor de functies groen, verkeer en parkeren. Middels de generieke borging van de waterberging van hemelwater middels de regels in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad, is de waterberging voor het gehele plangebied geborgd. De functie woongebied/wonen maakt het realiseren van water en waterhuishoudkundige voorzieningen rechtstreeks mogelijk, waardoor de aanleg planologisch gezien toegestaan is. De gemeente kan er daarnaast voor kiezen om later, wanneer de ligging van de watergang definitief is c.q. deze is aangelegd, alsnog in het omgevingsplan op te nemen.  Met betrekking tot de borging van de waterhuishoudkundige voorzieningen binnen de functies groen verwijzen we naar de reactie hierboven.  In artikel 26.102 is bepaald dat het maximaal aantal woningen is toegelaten zoals is weergegeven met de op die locatie opgenomen omgevingsnorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=794486cb-a16b-4a74-9389-8d4ca725ae05