2. Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Tekst van het document
Afbeelding 42. Voorbeelden van het Baken met de voeten in het groen
4.3.2 Stedenbouwkundige opzet Elke buurt kent een specifieke stedenbouwkundige opzet. Hiervoor zijn geen algemene regels van toepassing, behalve dat het principe ‘groen tenzij’ in alle buurtopzetten van belang is voor levendige en leefbare buurten. Daarnaast hebben de buurten Erf, Klooster en Buitenhof een orthogonale opzet. 4.3.3
Positionering bebouwing
Algemene Regels
Bebouwing in de Zijtuin Aanbouwen en bijgebouwen liggen altijd achter de voorgevelrooilijn. Daarmee zijn ze ondergeschikt aan het hoofdvolume. Standaard is deze afstand minimaal 1 meter. Op hoeken, waar de woning tweezijdig georiênteerd is, liggen aanbouwen en bijgebouwen verder terug, namelijk op minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn.
Afbeelding 43. Principetekening met specificatie tuin en minimale afstand achter de Voorgevelrooilijn
42
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Bijgebouwen grenzend aan openbare ruimte Bijgebouwen grenzend aan de openbare ruimte staan altijd op minimaal 1 m uit de bouwperceelgrens. Hierdoor blijft er ruimte voor robuuste (groene) erfafscheidingen en wordt een verrommeld beeld tegengegaan. Bijgebouwen grenzend aan tussen- en achterpaden Ter plaatse van tussenpaden en achterpaden – waar de bergingen dus niet direct zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied – staan de bijgebouwen op minimaal 30 cm uit de bouwperceelgrens. Hiermee wordt ruimte gecreeërd voor doorlopende erfafscheidingen wat zorgt voor eenheid en rust. Daarnaast is er zo groeiruimte voor eventuele groene erfafscheidingen.
Afbeelding 44. Bovenaanzicht positionering bijgebouwen grenzend aan tussen- en achterpaden.
Afbeelding 45. Bovenaanzicht positionering bijgebouwen grenzend aan openbare ruimte.
Afbeelding 46. Profiel bebouwing aan landschapszijde.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Algemene Regels
Bebouwing aan de landschapszijde De Groene Mal rondom de buurten zal afwisselend openbaar toegankelijk worden. Daarom wordt op bouwpercelen aan de landschapszijde altijd 1 meter vanaf de Groene Rand vrij gehouden van bebouwing en hoge (bebouwde) erfafscheidingen. Hiermee ontstaat een zachtere overgang naar het landschap.
43
4.3.4
Entrees en oriëntatie
Toegankelijkheid voor auto’s Het Lint voorziet in de hoofdontsluiting van Veghels Buiten Noordoost. Binnen de buurten zal het Lint veelal worden voorzien van een vrij liggend trottoir. Binnen de buurten worden de verkeersbewegingen van de auto beperkt, zodat er ruimte blijft voor spel en ontmoeting. Niet alle voordeuren zijn daarom te bereiken met de auto. Informele toegangen tot het landschap voor langzaam verkeer Elke woonbuurt takt op informele wijze, vanuit het openbaar gebied, aan op het omliggende landschap. Veelal door middel van een plank over de sloot, soms door middel van een duiker of eenvoudig bruggetje. Aantakkingen op het landschap gebeuren collectief. Het is niet toegestaan om vanuit je eigen tuin en een plank over de sloot te leggen. Hiermee wordt voorkomen dat de robuuste Groene Randen kwetsbaar en rommelig worden. Er wordt altijd op minimaal 1 plek aangehaakt op het routenetwerk in de Groen Mal. Hierdoor ontstaan ommetjes. Een goede wandelstructuur die de buurten met elkaar verbindt en ommetjes mogelijk maakt, zorgt ervoor dat je altijd prettig en veilig in het groen kunt lopen.
Afbeelding 47. Voorbeelden van informele toegangen tot het landschap.
Toegankelijkheid voor calamiteiten Er dient in het ontwerp rekening gehouden te worden met de toegankelijkheid voor calamiteiten. Dit geldt voor alle buurten, maar meer specifiek voor het Buitenhof en het Erf aangezien die beiden slechts één formele Buurtontsluitingsweg hebben. Dit wordt afgestemd met de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Indien er extra toegangen noodzakelijk zijn, dan wordt dit passend bij het buurttype vormgegeven. 4.3.5
Woningtypologie
Algemene Regels
Toekomstbestendig bouwen Hoewel het kwaliteitshandboek vooral gaat over de ruimtelijke kwaliteit en inbedding van de bebouwing, is Veghels Buiten Noordoost ook vooral een woningbouwproject waarbij toekomstbestendige woningen moeten worden toegevoegd.Toekomstbestendig is daarom ook het vertrekpunt en kan terugkomen in diverse woningtypologieën. Dit betekent dat woningen niet slechts geschikt zijn voor één soort gebruiker, maar in de toekomst eenvoudig aangepast kunnen worden op basis van wisselend gebruik en de actuele behoefte.
44
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
In Veghels Buiten Noordoost wordt overwegend grondgebonden gebouwd. Huizen met een voordeur die uitkomt op de straat of een stoep en veelal met een eigen tuin. Dit is de basis van Veghels Buiten en typerend voor het kenmerkende ‘buitenwonen’. Deze basis houdt niet per definitie in dat alle woningen ook traditioneel van opzet zijn met een voor- en achtertuin en dat die tuinen altijd groot moeten zijn. Het landschap ligt immers om de hoek. Overwegend grondgebonden woningen van 1 of 2 lagen met kap kunnen worden afgewisseld met bijzondere woningtypen en woonvormen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rug-aan-rug woningen, soms een benedenbovenwoning of een kleinschalig appartementengebouw. Op enkele in het oog springende plekken komt juist meer hoogte en een forser volume om binnen het woonlandschap enkele oriëntatiepunten toe te voegen. Dit gebeurt onder andere bij de bakens. Deze lenen zich goed voor gestapelde woningen.
(Overwegend) 1 bouwlaag met kap Overwegend 2 bouwlagen met kap Hoogteaccent (baken in het landschap)
Algemene Regels
Accent (beperkte hoogte mogelijk)
Afbeelding 48. Bouwhoogtes buurten.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
45
4.4 Generieke regels aangaande de bebouwing In deze paragraaf worden de generieke regels beschreven die betrekking hebben op de bebouwing. In de tabel hieronder is de essentie van de bebouwing uitgedrukt in regels. Aanvullend op de tabel worden deze regels nader toegelicht in tekst en beeld. Met het oog op de vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekstuele toelichting. Onderscheid is gemaakt tussen regels die betrekking hebben op de massaopbouw en kapvorm, de beeldkwaliteit en de materialisering en kleurgebruik. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Bebouwing 4.4.1 Massa opbouw en kapvorm Hoofdvolume en bouwhoogte
• De bebouwing die grenst aan het landschap heeft overwegend een lage goothoogte. • Binnenin de buurten veelal 2 lagen met kap.
Kapvorm en -richting
• Alle bebouwing wordt voorzien van een kap. • Grotere aanbouwen in de zijtuin zijn altijd voorzien van een kap. • Ook bij appartementen is er aandacht voor afronding van het hoofdvolume.
Bergingen
• Bergingen worden zoveel mogelijk in het hoofdvolume opgenomen • Losstaande bergingen hebben een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. • Bijgebouwen in voortuinen zijn altijd laag, max. 1 m hoog en voorzien van een plat vegetatiedak.
4.4.2 Beeldkwaliteit Beperken van blinde gevels bij meerzijdige oriëntatie
• Nagenoeg alle gevels die zich richten op de openbare ruimte zijn voorzien van een of meerder gevelopeningen.
Dakkapellen
• Dakkapellen worden zorgvuldig mee-ontworpen. • Bij latere toevoegingen moeten dakkapellen aansluiten bij het oorspronkelijke ontwerp. • Dakkapellen die naar de openbare ruimte gekeerd zijn voldoen aan specifieke richtlijnen.
Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dakvlak
• Zonnepanelen en overige toevoegingen aan het dak worden altijd geïntegreerd en mee-ontworpen, als onderdeel van de kap. • Deze regel is altijd van toepassing aan de landschapszijde. • Binnenin de buurten wordt dit beeld gestimuleerd.
Technische installaties
• Uit het zicht van de openbare ruimte. • Ofwel onderdeel uitmakend van de architectuur. • De installatie mag niet in de voortuin geplaatst worden.
4.4.3 Materialisering en kleurgebruik Algemeen
• Toepassing van duurzame en natuurlijke materialen. • De materialen passen bij een natuurlijk kleurenpallet. • Geglazuurde pannen zijn niet toegestaan.
Kozijnen
• Kozijnen zijn in de basis van hout, kunststof kozijnen zijn niet toegestaan. Mits goed onderbouwd zijn aluminium kozijnen bij uitzondering toegestaan.
Biobased bouwen
• We stimuleren biobased bouwen. • Zolang de beeldkwaliteit aansluit bij het gewenste beeld zijn de genoemde materialen niet limitatief bij duurzamere alternatieven.
Algemene Regels
Tabel 2. Algemene regels: Bebouwing.
46
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
4.4.1
Massa opbouw en kapvorm
Hoofdvolume en Bouwhoogte De bebouwing die grenst aan het landschap heeft overwegend een lage goothoogte. De maximale goothoogte wordt per buurt gedefiniëerd. Een lage goot kan door het hele dakvlak door te trekken, maar het is ook een optie om het dak optisch door te trekken, door een open constructie, bijvoorbeeld in de vorm van lamellen of een pergola. Hierdoor kan het eenvoudiger zijn om op de verdieping voldoende programma te realiseren. Binnenin de buurten is ruimte voor meer differentiatie,, veelal in de vorm van bebouwing met 2 lagen met kap. Afbeelding 49. Principe hoofdvolume en bouwhoogte.
Afbeelding 50. Voorbeelden van laag aankappen dankzij het optisch doortrekken van het dak.
Kapvorm en – richting Alle bebouwing in Veghels Buiten wordt voorzien van een kap. Het dakenspel is een van de belangrijkste kenmerken van Veghels Buiten. Er zijn diverse kapvormen mogelijk. De bebouwing in de zijtuin - dus op de hoeken - maakt onderdeel uit van het ontwerp van het hoofdvolume. Grotere aanbouwen in de zijtuin hebben daarom nooit een plat dak. Ze zijn voorzien van een kap, waardoor de hoeken worden versterkt.
Algemene Regels
Ook in het geval van appartementengebouwen is er aandacht voor afronding van het hoofdvolume. De kap hoeft in dit geval niet altijd bewoonbaar te zijn.
Afbeelding 51. Matrix met een indicatie van de gewenste en voorstelbare dakvormen en verhoudingen.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
47
Bergingen Bergingen worden zoveel mogelijk in het hoofdvolume opgenomen om verrommeling te voorkomen. Losstaande beringen of bijgebouwen die zichtbaar zijn vanaf of grenzen aan openbaar toegankelijk gebied, worden voorzien van een kap. Meer specifiek wordt voor de Erven en het Buitenhof een kap met nok gevraagd. De bergingen in de Kloosterbuurt(en), het Gehucht en de Bosbuurt mogen ook voorzien worden van een hellend dakvlak (lessenaarskap). De maximale goothoogte is 3 meter en de maximale bouwhoogte is 6 meter. Per buurt wordt aangegeven of bijgebouwen in de zijtuin gebouwd mogen worden. Alle bebouwing in de voortuin blijft laag, met een maximale hoogte van 1 meter. In speciale situaties waar woningen enkel een voortuin hebben, zijn ook eventuele losstaande bergingen laag een voorzien van een vegetatiedak. Om meer hoogte voor het stallen van fietsen te verkrijgen, is het mogelijk om bijvoorbeeld de grond plaatselijk te verlagen / uit te graven.
Afbeelding 52. Principes voor de bergingen.
4.4.2
Beeldkwaliteit
Beperken van blinde gevels bij meerzijdige oriëntatie Met het oog op levendigheid zijn nagenoeg alle gevels die zich richten op de straat - de openbare ruimte voorzien van een of meerdere gevelopeningen. Dit is met name van belang bij hoeksituaties met een meervoudige oriëntatie.
Algemene Regels
Dakkapellen Dakkapellen worden zorgvuldig mee-ontworpen, dus niet als standaard ‘witte doosjes’ op het dak. Bij latere toevoeging moet de dakkapel aansluiten bij het oorspronkelijke ontwerp óf mag deze enkel aan de achterzijde geplaatst worden. Dakkapellen die naar de openbare ruimte gekeerd zijn voldoen dus aan specifieke richtlijnen (dit is een vast toetsingskader). De regels voor dakkapellen aan de achterzijde (grenzend aan achtertuinen die niet grenzen aan de Groene Mal of aan een openbare ruimte, maar als het ware ingesloten zijn tussen andere achtertuinen,) zijn als sfeerindicatie.
48
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dakvlak Het spel van daken is een belangrijk onderdeel van Veghels Buiten en met name de beleving van deze daken vanuit het landschap. Daarom zonnepanelen én overige toevoegingen aan het dak altijd geïntegreerd en meeontworpen als onderdeel van de kap. Door ze verzonken in het dakvlak te leggen ontstaat een rustiger beeld én wordt bespaard op materiaal. Hier kan enkel vanaf geweken worden mits er een overtuigende conceptuele motivering voor is. Deze regel is altijd van toepassing aan de landschapszijde, maar ook binnenin de buurten wordt dit beeld gestimuleerd.
Afbeelding 53. Voorbeelden van zonnepanelen in het dakvlak.
Technische installaties De technische installaties die op, aan of bij de woningen worden geplaatst dienen ofwel uit het zicht van de openbare ruimte gehouden te worden, ofwel onderdeel uit te maken van de architectuur. In het laatste geval zijn ze niet direct herkenbaar als technische installatie. Wanneer installaties aan of bij een woning worden geplaatst, kan dit bereikt worden door: • Ze op te nemen in het gevelontwerp, door de materialsatie en detaillering hierop af te stemmen. De installatie is onderdeel van de architectuur. • Ze te verstoppen achter ‘groen’ of een ander element op eigen terrein. Daarbij kan gedacht worden aan een haag, berging, mee-ontworpen erfafscheiding, enzovoorts.
Algemene Regels
Wanneer installaties op de woning worden geplaatst, zijn ze altijd onderdeel van de architectuur. Dit kan bijvoorbeeld door ze weg te werken als ‘schoorstenen’ op het dak. De installatie mag niet in de voortuin geplaatst worden, tenzij daar een overtuigende conceptuele motivering voor is.
Afbeelding 54. Voorbeelden van technische installaties.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
49
4.4.3
Materialisering en kleurgebruik
Algemeen We streven naar zoveel mogelijk duurzame en natuurlijke materialen. Zowel voor de gevels, de daken als voor details zoals kozijnen. De materialen passen bij een natuurlijk kleurenpalet. Bakstenen sluiten aan bij een aardetinten kleurenpalet. In enkele situaties is keimen van de gevel ook een mogelijkheid, maar witte en gele bakstenen zijn uitgesloten. Houten gevels zijn natuurlijk (vergrijsd) van kleur of zwart behandeld. Gelgazuurde pannen zijn niet passend bij het beeld voor Veghels Buiten, en daarom niet toegestaan. Er is veel vrijheid in materiaalkeuze, waarbij te denken valt aan de toepassing van materialen als zink, leien, riet, groendak, dakpannen, cortenstaal, enzovoorts. Deze opsomming is niet limitatief en elke buurt of elk gekozen thema kan aanleiding geven voor een van deze materialen of een passend alternatief. Kozijnen Kozijnen zijn in de basis van hout. Kunststof kozijnen zijn niet toegestaan. Mits goed onderbouwd zijn aluminium kozijnen bij uitzondering toegestaan. Bijvoorbeeld als onderdeel van het verhaal of bouwkundig in detail weggewerkt.
Afbeelding 55. Kleurschema baksteen.
Algemene Regels
Afbeelding 56. Voorbeelden van mogelijke materialen.
Afbeelding 57. Voorbeelden van dakbedekking.
50
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Duurzaam en Biobased bouwen De genoemde materialen in dit kwaliteitshandboek lijken soms beperkend te werken in het kader van duurzaam en Biobased bouwen. De genoemde materialen zijn echter niet limitatief, wanneer er goede, duurzame alternatieven voor gevonden worden. Uitendelijk is het van belang dat de gekozen materialen aansluiten bij de gewenste beeldkwaliteit, de gewenste sfeer die bij elke buurt wordt geschetst.
Algemene Regels
Biobased based bouwmaterialen zijn bouwmaterialen gemaakt van dierlijk materiaal of van schimmels, planten, bacteriên die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt kunnen worden.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
51
4.5 Generieke regels aangaande de buitenruimte In deze paragraaf worden de generieke regels beschreven die betrekking hebben op de buitenruimte. In de tabel hieronder is de essentie van de buitenruimte uitgedrukt in regels. Aanvullend op de tabel worden deze regels nader toegelicht in tekst en beeld. Met het oog op de vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekstuele toelichting. Onderscheid is gemaakt tussen regels die hebben op de overgang privé-openbaar, erfafscheidingen, groen, verharding, parkeren, afwatering, afvalinzameling en verlichting. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Buitenruimte 4.5.1 Overgangen privé-openbaar Toegangen naar de voordeur
• Stoepjes naar de voordeuren worden uniform ontworpen. Ze worden zoveel mogelijk geclusterd om het aantal paadjes en doorbrekingen te beperken. • Alle woningen hebben slechts één aansluiting op de straat of stoep. Ofwel via een paadje, ofwel via een oprit.
Opritten
• De inrit mag maximaal 3,5 meter breed zijn bij een enkele inrit. • Bij een dubbele inrit, van twee percelen met twee opritten naast elkaar, is de breedte van de inrit op openbaar gebied maximaal 6 meter breed. • Opritten op de hoeken zijn uitgesloten.
Geveltuintjes
• Geveltuintjes kunnen het straatbeeld vergroenen en verzachten. • In te zetten op plekken waar verharding grenst aan de woning. • Maximale diepte van 60 cm. • In de bestrating is duidelijk zichtbaar waar de bouwperceelgrens ligt.
4.5.2 Erfafscheidingen • Alle Erfafscheidingen staan in principe altijd volledig in de private ruimte. • Erfafscheidingen worden door de ontwikkelende partij aangelegd. • Groene erfafscheidingen zijn altijd mogelijk. • Erfafscheidingen worden altijd mee-ontworpen en waar mogelijk collectief vormgegeven. • Erfafscheidingen in de voortuin zijn altijd laag met een maximale hoogte van 1 meter. • In de zijtuin en achtertuin kan de erfafscheiding hoog zijn, tot maximaal 2 meter. • Bij alzijdig representatieve gebouwen - zoals enkele bakens - zijn alle erfafscheidingen rondom laag. 4.5.3 Groen Groen tenzij
• Buurten zo groen mogelijk maken en verharding zoveel mogelijk beperken. • Het straatbeeld vrijwaren van ‘blik’ – parkeren uit het zicht. • Stimuleren dat tuinen zo groen mogelijk worden ingericht.
Robuust groen
• Het groen in de buurten is stoer en landelijk van aard. • Het groen is robuust en zo min mogelijk versnipperd.
Groen ingepaste parkeerkoffers
• Parkeerkoffers worden in principe groen ingepast. • We reserveren hier standaard 1 meter voor. • Dit groen blijft gemeentelijk eigendom.
4.5.4 Verharding
Algemene Regels
• We passen enkel verharding toe waar dat echt noodzakelijk is. • Enige overmaat kan wenselijk zijn voor meervoudig ruimtegebruik. • Eenheid in materialisering van de verharding zorgt voor samenhang. • De bestrating is hoogwaardig en wordt eenvoudig gehouden. • Verschillende verbanden sluiten zoveel mogelijk koud op elkaar aan. • De toegepaste materialen zijn duurzaam en hoogwaardig. • De kleur van klinkerbestrating ligt binnen het aangegeven kleurschema.
52
Half-open verharding
• Grasbetonstenen kunnen worden ingezet om te vergroenen. • Ter plaatse van parkeervakken. • Ter plaatse van minder intensief gebruikte delen in de openbare ruimte.
Paadjes en opritten op eigen terrein
• Deze worden zoveel mogelijk uniform ontworpen en sluiten aan bij het beeld in de openbare ruimte. • Ze worden in de private ruimte door de ontwikkelende partij aangegeld.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
4.5.5 Parkeren • De parkeernorm uit het vigerend parkeerbeleid wordt gehanteerd. • Het ‘blik’ wordt uit het zicht gehouden. Er is aandacht voor een goede inpassing van geparkeerde auto’s. • Parkeren gebeurt veelal in goed ingepaste parkeerkoffers of in de private ruimte. • Het aantal verkeersbewegingen binnen een buurt wordt beperkt. Aandacht voor een goede spreiding van het parkeeraanbod. Aanduiding van de parkeervakken
• Parkeervakken in de openbare ruimte worden aangeduid met een parkeertegel.
Groen ingepast
• Parkeerkoffers worden zoveel mogelijk groen ingepast.
Laadpalen voor elektrische auto’s
• De gemeente zal op gezette plekken voorzien in openbare laadpalen.
Parkeren op eigen terrein
• Zoveel mogelijk uit het zicht. • Parkeren voor de woning, in de voortuin, is niet toegestaan. • De auto kan naast de woning worden opgesteld. • Vrijstaande woningen en tweekapper voorzien in een lange oprit. • Hoekwoningen van rijtjes voorzien in één parkeerplaats op eigen terrein. • Bij hoeksituaties heeft parkeren in de achtertuin de voorkeur. • Bij parkeren in de achtertuin is er aandacht voor een doorlopend element in de erfafscheiding.
Bakens
• Beperkt parkeren op maaiveld. • Parkeren is (grotendeels) onderdeel van het baken. Geheel of halfverdiept onder het gebouw. • Parkeren binnen het complex of ensemble van gebouwen, achter een muur, pergola of anders. • Beperkt maaiveldparkeren, landschappelijk ingepast.
4.5.6 Afwatering • Afwatering gebeurt zo natuurlijk mogelijk, bij voorkeur zichtbaar. • Zowel in de openbare ruimte als op gebouwniveau. • Afkoppelen van gebouwen aanmoedigen. • Wegen en straten wateren soms direct en soms via een molgoot af op bermen. • Postbodepaden wateren direct af op naastgelegen berm. 4.5.7 Afvalinzameling • Maatwerk per buurt. Collectieve inzameling kan een mogelijkheid zijn. • Beperken van draaien en keren van de vuilniswagen. • De vuilniswagen rijdt zoveel mogelijk doorgaande routes. Bakens
• Er vindt centrale afvalinzameling plaats voor de appartementen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een ondergrondse container.
4.5.8 Verlichting • De verlichting langs het Lint in de vorm van lichtmasten met enkele uithouder. • Langs Buurtontsluitingswegen en woonstraten en parkeerkoffers in de vorm van paaltoppen. Landschapszijde
• Aan de landschapszijde wordt het verlichtingsniveau beperkt.
Algemene Regels
Tabel 3. Algemene regels: Buitenruimte.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
53
4.5.1
Overgangen privé-openbaar
Toegangen naar de voordeur Stoepjes naar de voordeuren worden uniform ontworpen en worden in de private ruimte gerealiseerd door de ontwikkelende partij. Deze stoepjes worden zoveel mogelijk geclusterd om het aantal paadjes in de openbare ruimte te beperken. Dit bespaard verharding maar voorkomt ook de versnippering van groene erfafscheidingen, zoals hagen. Om dit te bereiken worden de voordeuren bij rijwoningen ook zoveel mogelijk geclusterd. Alle woningen hebben altijd slechts één aansluiting op de straat of stoep. Ofwel via een individueel of gezamenlijk paadje, ofwel via een oprit. Een uitzondering hierop zijn de hoeksituaties, waar zowel een paadje en oprit mogelijk zijn. Opritten Wanneer er op eigen terrein geparkeerd wordt, dan mag de inrit op openbaar gebied maximaal 3,5 meter breed zijn bij een enkele inrit. Als er sprake is van een dubbele oprit, ofwel twee opritten naast elkaar, dan worden deze opritten altijd gecombineerd uitgevoerd met een maximale breedte van 6 meter in openbaar gebied. Door ook hier de opritten zoveel mogelijk te bundelen wordt versnippering van groene erfafscheidingen beperkt. Opritten zijn uitgesloten op de hoeken, waardoor hier niet naast de woning geparkeerd kan worden. Dit komt het beeld en de veiligheid ten goede. Afhankelijk van de situatie is het mogelijk om in de achtertuin te parkeren.
Algemene Regels
Afbeelding 58. Principes voor de paadjes en opritten.
54
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Geveltuintjes Geveltuintjes kunnen worden ingezet om het straatbeeld te vergroenen en te verzachten. Op plekken waar verharding grenst aan de woning en waar dus geen voortuin aanwezig is. Een geveltuintje is een strook langs de gevel met een maximale diepte van 60 cm die wordt ingericht met beplanting. Ze worden bij voorkeur vooraf mee-ontworpen en kunnen zowel in de openbare ruimte liggen als in de private ruimte. Wel is altijd in de bestrating duidelijk zichtbaar waar de bouwperceelgrens ligt, bijvoorbeeld door verschillende bestratingsverbanden en/of bestratingskleuren toe te passen.
2m
Denk voor de inrichting van de geveltuintjes aan bijvoorbeeld stokrozen, (een mix van) vaste (bloeiende) planten, of bes- en vruchtdragende planten. Ook zijn ze een ideaal vertrekpunt voor klimplanten tegen gevels.
Afbeelding 59. Principes voor de geveltuintjes.
Algemene Regels
Afbeelding 60. Voorbeelden van geveltuintjes.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
55
4.5.2
Erfafscheidingen
Alle eisen die hieronder worden gesteld gelden voor de erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Alle erfafscheidingen staan in principe altijd volledig in de private ruimte en worden door de ontwikkelende partij gerealiseerd. Op kwetsbare plekken die grenzen aan, of zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied, kan een instandhoudingsplecht gelden.
Groene Beukenhaag
Rode Beukenhaag
Gemengde Boerenhaag
Haagbeuk
Ligusterhaag
Esdoornhaag
Olijfwilg als haag
Meidoornhaag
Afbeelding 62. Voorbeelden van mogelijke hagen als erfafscheiding
Algemene Regels
Groene erfafscheidingen zijn altijd mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een haag. Voorbeelden hiervan zijn een beuk, liguster, gemengde boerenhaag, veldesdoorn, olijfwilg en haagbeuk, deze opsomming is niet limitatief. Ook hagen staan volledig in de private ruimte en het onderhoud ervan ligt logischerwijs bij de eigenaar.
Afbeelding 61. Diverse groene erfafscheidingen die collectief zijn uitgevoerd
56
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Erfafscheidingen worden altijd mee-ontworpen en waar gevraagd zoveel mogelijk collectief vormgegeven. Doorlopende erfafscheidingen zorgen voor een rustig beeld. Veelal zal een ontwikkelaar dit realiseren, maar in het geval van particuliere ontwikkelingen dienen zij op het collectieve beeld aan te sluiten. Een tuinpoort of parkeerplaats in de achtertuin kan zorgen voor een onderbreking in de erfafscheiding. Bij grotere ‘gaten ‘ is er altijd aandacht voor een doorlopend element. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een (begroeide) pergola.
Afbeelding 64. Voorbeelden van doorlopende elementen ter plaatse van achtertuinparkeren
Erfafscheidingen aan de voorzijde, in de voortuin, zijn altijd laag met een maximale hoogte van 1 meter. Vanaf 1 meter - of op hoeken vanaf 3 meter - achter de voorgevelrooilijn mogen erfafscheidingen hoog zijn, tot maximaal 2 meter. Bij een alzijdig representatief woongebouw (bijvoorbeeld bij appartementen) worden alle zijden gezien als representatief en worden erfafscheidingen rondom laag gehouden.
Algemene Regels
Afbeelding 63. Principe erfafscheiding voortuin.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
57
4.5.3
Groen
Groen tenzij Ook binnenin de buurten wordt gestreefd naar een zo groen mogelijk beeld. Er wordt daarom gewerkt volgens het principe ‘groen tenzij’. Dat wil zeggen dat er enkel verharding wordt toepepast waar dat echt noodzakelijk is. Duurzame verharding is bijvoorbeeld gewenst op plekken waar veel auto’s rijden, maar daarnaast wordt ook vooral gekeken waar niet of minder intensief gebruikte stukken zo robuust groen mogelijk ingericht kunnen worden. Robuust Groen Het Groen in de buurten is stoer en landelijk van aard of past bij het specifieke concept van de woonbuurt. Groen is zoveel mogelijk robuust en zo min mogelijk versnipperd. Het toevoegen van zoveel mogelijk groen draagt bij aan klimaatadaptatie – beperken van opwarming en hitte en bevorderen van infiltratie van hemelwater – maar komt ook zeker de sfeer ten goede. Groen zorgt voor samenhang, het verzacht en verkoelt en heeft een positief effect op ons welzijn. Groen ingepaste parkeerkoffers Parkeerkoffers worden in principe groen ingepast, tenzij hier buurtspecifiek iets over wordt gezegd. Dit kan door middel van een haag, (bloeiende) heesters of een constructie voor klimplanten, zoals een pergola. Hier wordt standaard 1 meter voor gereserveerd. Dit groen blijft gemeentelijk eigendom.
Bron: Peter van der Wielen (Wikimedia Commons)
Bron: Sergé Technau (Wikimedia Commons)
Algemene Regels
Afbeelding 65. Voorbeelden van robuust groen.
58
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
4.5.4 Verharding Volgens het principe van ‘groen tenzij’ wordt verharding zoveel mogelijk beperkt. Verharding wordt ingezet waar dat functioneel noodzakelijk is. Dit is bijvoorbeeld op plekken waar veel auto’s rijden, maar het is ook belangrijk dat iemand op comfortabele wijze zijn woning kan bereiken. Soms kan wat overmaat in de verharding ook bijdragen aan meervoudig ruimtegebruik, en spel en ontmoeting stimuleren zoals bijvoorbeeld op de Erven. De ruimte die overblijft kan met een half-open verharding worden ingevuld of met robuust groen. Omwille van de samenhang wordt gestreefd naar eenheid in materialisering van de verharding in de openbare ruimte. Maatwerk is mogelijk (en vaak zelfs gewenst), maar wel altijd aansluitend op en passend in het totale concept van Veghels Buiten. De bestrating is hoogwaardig en wordt eenvoudig gehouden, waarbij verschillende verbanden zoveel mogelijk koud op elkaar aansluiten. Deze nuancering in formaten en verbanden kan bijdragen aan het vormen van een plek. De toegepaste materialen zijn bij voorkeur duurzaam en hoogwaardig. Een gebakken klinker is een mooi voorbeeld van een materiaal dat met de tijd meer karakter krijgt en lang mee gaat. De kleur van de klinkerbestrating dient binnen het aangegeven kleurschema te liggen en kan worden afgestemd op de architectuur.
In de bijlage van dit kwaliteitshandboek is de ‘Leidraad Openbare ruimte (LIOR) Veghels Buiten Noordoost’ opgenomen. Hierin staat relevante maten, eisen ten aanzien van materialisering en uitvoeringsaspecten voor de buitenruimte in de buurten. Half-open verharding Half-open verharding, in de vorm van grasbetonstenen, kan worden ingezet om delen die functioneel wel verhard moeten worden toch wat te vergroenen en een zachter beeld mee te geven. Denk hierbij aan de toepassing bij parkeervakken of aan delen in de openbare ruimte die minder intensief gebruikt worden. Bij de Erven zijn de karrensporen een mooi voorbeeld.
Afbeelding 66. Kleurschema klinkerbestrating.
Afbeelding 67. Verbanden sluiten koud op elkaar aan.
Algemene Regels
Afbeelding 68. Diverse mogelijkheden voor half-open verhardingen
Bron: Nanda Sluijsman Afbeelding 69. Voorbeeld van half-open verharding op een Erf of in het landschap.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
59
Paadjes en opritten op eigen terrein Paadjes naar de voordeur en opritten worden ook zoveel mogelijk uniform ontworpen en sluiten bij voorkeur aan op het beeld in de openbare ruimte. Ze worden in de private ruimte door de ontwikkelende partij aangelegd. 4.5.5 Parkeren De parkeernorm uit het vigerend parkeerbeleid wordt gehanteerd. Bij wijzigingen van de normen worden de nieuwe parkeernormen overgenomen. Algemeen geldt voor heel Veghels Buiten Noordoost dat het ‘blik uit het zicht’ wordt gehouden. Zeker vanaf de landschapszijde is aandacht voor een goede inpassing van geparkeerde auto’s. Parkeren wordt opgelost in goed ingepaste parkeerkoffers op strategische plekken óf in de private ruimte naast of achter de woning. Ook kan gedacht worden aan het inzetten van parkeerschuren, dit sluit goed aan bij het gewenste beeld. De Parkeerbehoefte wordt zodanig opgelost dat het aantal verkeersbewegingen binnen een buurt wordt beperkt. Er is tegelijkertijd aandacht voor een goede spreiding van het parkeeraanbod om wildparkeren te voorkomen. Aanduiding van de parkeerplaatsen Met het oog op handhaving van wildparkeren worden de parkeervakken in de openbare ruimte aangeduid door middel van een parkeertegel. Zodoende kan een parkeerverbodszone worden ingesteld wanneer duidelijk is dat er daadwerkelijk enkel op de aangegeven plekken geparkeerd kan worden.
Aanvullend kunnen elementen in de openbare ruimte voor extra sturing zorgen. Denk hierbij aan paaltjes, boomstammen of stenen op gezette plekken in bermen of op verharding.
Afbeelding 70. Voorbeelden aanduiding parkeerplaatsen en laadpalen voor elektrische auto’s.
Algemene Regels
Afbeelding 71. Voorbeelden van groen ingepaste parkeerkoffers.
60
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Groen ingepast Parkeerkoffers worden zoveel mogelijk groen ingepast, waarbij het groen op gemeentelijk eigendom staat. Bijvoorbeeld door hagen of (bloeiende) heesters rondom te plaatsen. Hier wordt een (minimale) ruimte van 1 meter voor gereserveerd. Laadpalen voor elektrische auto’s Niet alle woningtypes in Veghels Buiten Noordoost lenen zich voor private elektrische laadvoorzieningen op eigen terrein. Soms kan de auto niet bij de woning komen en soms is het vanuit ruimtelijk-functioneel oogpunt ongewenst om de auto bij het huis te stallen om op te laden. De gemeente zal daarom op gezette plekken voorzien in openbare laadpunten in de openbare ruimte. Parkeren op eigen terrein Indien er op eigen terrein wordt geparkeerd, dan gebeurt dit ook zoveel mogelijk uit het zicht. Parkeren voor de woning, in de voortuin, is niet toegestaan ten behoeve van een groen straatbeeld. Wel kan de auto naast de woning worden opgesteld. In principe wordt er in dat geval bij vrijstaande woningen en tweekappers een lange oprit gerealiseerd waarbij 2 auto’s achter elkaar worden geplaatst en hoekwoningen realiseren in dat geval 1 parkeerplaats op eigen terrein. Zijtuinen zijn altijd voldoende breed om naast de woning te parkeren. Wanneer er geparkeerd wordt in de achtertuin is er aandacht voor een doorlopende element in de erfafscheiding om gaten te voorkomen.
Afbeelding 72. Voorbeelden van parkeren op eigen terrein.
Algemene Regels
Afbeelding 73. Voorbeeld van een groen ingepaste parkeerkoffers.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
61
Bakens Bij de Bakens wordt beperkt geparkeerd op maaiveld, er wordt juist altijd gezocht naar een oplossing om het parkeren aan het zicht te onttrekken. Met als doel dat het landschap rondom het Baken doorloopt. De parkeerbehoefte zal (grotendeels) onderdeel zijn van het Baken, waarbij gedacht kan worden aan een oplossing onder het gebouw – in geheel of halfverdiepte vorm. Hoogteverschillen in het maaiveld kunnen bijdragen aan het verzachten van dit beeld en om te zorgen dat het Baken stevig in het landschap staat. Het is ook een optie om het parkeren binnen een complex of ensemble van gebouwen op te lossen of bijvoorbeeld achter een muur, pergola of andere passende bebouwde constructie als onderdeel van het ensemble. In beperkte mate is maaiveldparkeren in het groen een mogelijkheid, mits dit landschappelijk wordt ingepast. Bv. Door glooiende en subtiele hoogteverschillen, of met beplanting.
4.5.6 Afwatering De afwatering van hemelwater gebeurt op een zo natuurlijk mogelijke manier, die bij voorkeur zichtbaar is. Dit geldt zowel voor de openbare ruimte als op gebouwniveau. Het afkoppelen van gebouwen wordt aanmoedigen zodat de regen die valt zoveel mogelijk in het plangebied blijft om verdroging verder te beperken. Wegen en straten wateren soms direct af op het omliggende groen en soms via een (mol)goot op de greppels en wadi’s rondom. Postbodepaden wateren altijd direct af op de naastgelegen berm of greppel. Dit zijn interessante plekken om de afwatering van gebouwen ook zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door het dakvlak aan de voorzijde af te koppelen en op gecontroleerde wijze over de verharding te laten lopen. Bijvoorbeeld in de vorm van kleine gootjes, spuwers, enzovoorts.
Bron: Nanda Sluijsmans Afbeelding 74. Voorbeelden van zichtbare afwatering in de openbare ruimte.
Algemene Regels
Afkoppelen: Regenwater dat van de bebouwing afstroomt zal een plek moeten vinden. Om zoveel mogelijk hemelwater dat op de daken valt in het gebied vast te kunnen houden, stimuleren we ontwikkelende partijen om zoveel mogelijk af te koppelen op eigen terrein. Hierdoor wordt het regenwater opgevangen, waarna het hergebruikt kan worden (bijv. door middel van regentonnen, ondergrondse buffers) of plaatselijk kan infiltreren in de tuin.
62
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
4.5.7 Afvalinzameling De plaatsing van kliko’s is maatwerk per buurt. Bij de uitwerking ervan is altijd aandacht voor het beperken van draaien en keren van de vuilniswagen. Dit beperkt enerzijds onnodige verharding en anderzijds beperkt het onveilige situaties. Idealiter kan de vuilniswagen zoveel mogelijk een doorgaande route rijden. Indien mogelijk – met het oog op loopafstanden – dan worden de kliko’s bij de kleinere buurten zoveel mogelijk daarbuiten opgesteld. Wanneer de kliko’s collectief worden opgesteld, dan kan dat op diverse manieren worden uitgevoerd. In beginsel wordt gezocht naar een groene uitwerking, bijvoorbeeld door ze in de berm op te stellen. De berm kan ter plaatse worden versterkt met grasbetonstenen. Wanneer kliko’s op de verharding worden opgesteld dan wordt gezocht naar een subtiele, maar duidelijke gemarkeerde plek. Bijvoorbeeld in een afwijkende tint, verband, enzovoorts. Dit is maatwerk per situatie. Bakens Er vindt centrale afvalinzameling plaats voor de appartementen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een ondergrondse container.
4.5.8 Verlichting De verlichting langs het Lint gebeurt in de vorm van lichtmasten met enkele uithouder. Deze verlichting kan zich onderscheiden ten opzichte van de overige verlichting in Veghels Buiten Noordoost. Hiermee wordt benadrukt dat het Lint als autonome verkeersader door het plangebied loopt. Langs Buurtontsluitingswegen en binnen de buurten – bijvoorbeeld langs woonstraten en ter plaatse van parkeerkoffers - wordt de verlichting voorzien in de vorm van paaltoppen. Landschapszijde Aan de landschapszijde wordt het verlichtingsniveau bij voorkeur beperkt, voor een zachte overgang. Dit versterkt het principe van ‘te gast zijn in het landschap’. Ter inspiratie kan dit bijvoorbeeld worden bereikt door de toepassing van bolders of verlichting aan de gevels.
Algemene Regels
Afbeelding 75. Voorbeelden van verlichting.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
63
5
Het Erf
5.1 Het concept van het Erf Het Erf is een buurttype dat we kennen uit eerdere fases in Veghels Buiten. De essentie van deze Erven wordt doorgezet in Veghels Buiten Noordoost, met als toevoeging dat de binnenzijde van de Erven nu veel groener wordt gemaakt dan dat in de Erpseweg Zuid het geval is. Het Erf is geïnspireerd op het boerenerf bestaande uit een woonboerderij (het Entreegebouw) en een groep schuren (de Erfwoongebouwen) op het achtererf. Het Entreegebouw is de woning die zich aan de bezoeker presenteert wanneer die het Erf op komt, en is dan ook rijker gedetailleerd. Het achtererf is daarentegen vooral praktisch en eenvoudig van aard. Ook de opzet van het Erf is eenvoudig, overwegend orthogonaal van opzet. De schuren staan compact maar op gedifferentieerde wijze rondom het centrale Erf. De maat en verhouding van het Erf is zodanig dat een centrale plek ontstaat: echt een Erf en geen straatje. Vanuit het landschap worden de Erven ervaren als kleine clusteringen van laag aankappende gebouwen met dakvlakken in wisselende hoogten en/of kaprichtingen. Met vooraan aan de weg een onderscheidende boerderijwoning aan de entree. De overgang naar het landschap is zacht. De kwaliteit van wonen op het Erf is de ligging aan enerzijds de centrale Erfruimte maar anderzijds het zicht op het landschap. Tuinen grenzen overwegend aan het landschap.
Het Erf heeft een robuuste Groene Rand waardoor het zacht in het landschap ligt. In tegenstelling tot de reeds gerealiseerde Erven wordt in Noordoost de inrichting van de Erven zachter en groener gemaakt door het toevoegen van robuust groen op de Erven zelf. Dat geeft sfeer en is noodzakelijk met het oog op klimaatadaptatie. Centrale erfruimte Entreegebouw
Erfwoongebouwen
Het Erf
Toelichting
Afbeelding 76. Voorbeelduitwerking van een Erf.
64
Afbeelding 77. Ervaring van Erven als kleine clusteringen van diverse gebouwen met een onderscheidende boerderijwoning langs de entree.
In dit hoofdstuk worden aanvullend op hoofdstuk ‘4 Algemene regels‘ de buurtspecifieke regels toegelicht. Ten eerste zetten we per buurt kort en bondig het concept neer. Vervolgens lichten we voor de buurtopzet, bebouwing en buitenruimte in aparte paragrafen de essentie toe. Elke paragraaf start met een tabel, als een soort checklist met regels. Vervolgens lichten we deze tabel tekstueel toe, met enkele voorbeelden, als integraal verhaal met samenhang. We raden aan om de gehele tekst ook een keer van voor tot achter door te lezen.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Het Erf Erven
Het Erf
Entreegebouw
Afbeelding 78. Locatie Erven
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
65
5.2 Van concept naar uitwerking: Buurtopzet Hieronder in de tabel is de essentie van de buurtopzet uitgedrukt in regels. Met het oog op vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekst. Zie voor verdere tekstuele toelichting de volgende paragrafen. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Buurtopzet 5.2.1 Verbinding met het landschap • Elk Erf wordt omzoomd door een robuuste Groene Rand. • Lage hoofdvolumes en een afnemende bebouwingsdichtheid richting de randen. • Er liggen overwegend (achter)tuinen aan de landschapszijde. • Het Erf heeft doorzichten richting het landschap. 5.2.2 Stedenbouwkundige opzet • De stedenbouwkundige opzet is eenvoudig en overwegend orthogonaal. • Het Entreegebouw wijkt hiervan af door middel van een hoekverdraaiing. Entreegebouw
• Elk erf heeft een Entreegebouw. • Het Entreegebouw staat los van het achterliggende Erf.
De Centrale erfruimte
• De Erfbebouwing richt zich naar binnen en wordt op compacte wijze geplaatst. • Elk Erf heeft een min of meer centraal gelegen overruimte – de Erfruimte. • Het erf is een samenstelling van verschillende ruimtes. • Een erf is geen straatje maar heeft voldoende breedte.
5.2.3 Positionering bebouwing • Alle woningen staan direct aan het Erf, uitgezonderd het Entreegebouw. Entreegebouw
• Het Entreegebouw is duidelijk het eerste gebouw. • Er ligt tuin rondom, met een formele voortuin richting de Hoofdautoontsluiting. • De tuin is aan de voorzijde minimaal 5 meter en minimaal 3 meter aan de drie andere zijdes. • Een hoekverdraaiing ten opzichte van de achterliggende bebouwing onderscheidt het Entreegebouw van de overige Erfbebouwing. • Het Entreegebouw staat los van de Erfwoongebouwen.
Erfwoongebouwen
• De schuren op het achtererf staan compact, maar op gedifferentieerde wijze. • Er liggen maximaal 2 hoofdvolumes in dezelfde rooilijn. • Aanbouwen, bijgebouwen en/of carports zijn niet toegestaan in de zijtuinen. • De onderlinge afstand tussen de Erfbebouwing is minimaal 3.
Parkeerkoffers tussen de woningen
• Waar parkeerkoffers tussen de woningen worden gesitueerd kan afgeweken worden van de onderlinge afstanden. • Het ‘gat’ dient zorgvuldig opgelost te worden.
Landschapszijde
• Bij bouwpercelen aan de landschapszijde wordt 1 meter vanaf de Groene Rand vrijgehouden van bebouwing en hoge (bebouwde) erfafscheidingen.
5.2.4 Entrees en oriëntatie
Het Erf
• De hoofdontsluiting voor de auto loopt vanuit de Buurtontsluitingsweg. • Elk erf heeft één auto-entree • En minimaal 1 informele toegang tot het landschap. • Alle Erfwoongebouwen worden ontsloten vanaf de centrale Erfruimte. • De lange gevels aan het Erf zijn nooit geheel gesloten, maar hebben naast een voordeur ook minimaal een tweede gevelopening. • Het Entreegebouw presenteert en oriënteert zich zowel op de hoofdontsluiting als op de Buurtontsluitingsweg. • Ontsluiting gebeurt via een van beide wegen.
66
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
5.2.5 Woningtypologie • De woningen op het Erf lenen zich het meest voor grondgebonden woningen. • Inzetten op levensloopbestendige woningen. Entreegebouw
• Het is mogelijk om meerdere woningen in het Entreegebouw onder te brengen. • Dit kan als tweekapper, rug-aan-rug-woning of rijtje. • Het Entreegebouw oogt altijd als één woning.
Erfwoongebouwen
• De Erfwoongebouwen lenen zich voor grotere vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen. • Andere en vernieuwende woningtypes worden niet uitgesloten.
5.2.6 Inspiratie: Collectieve voorzieningen op het erf • Collectieve voorzieningen en bouwwerken op het erf zijn voorstelbaar mits: • Passend binnen het Erf-concept en het gekozen thema voor het erf • Dit onderdeel uitmaakt van het bebouwingsensemble.
Het Erf
Tabel 4. Regels voor het Erf: Buurtopzet.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
67
5.2.1 Verbinding met het landschap Elk Erf wordt omzoomd door een robuuste Groene Rand waardoor de Erven zacht in het landschap liggen. De Groene Rand is onderdeel van het landschap, bestaande uit een greppel ten behoeve van waterberging met bomen als omlijsting van het Erf aan de buitenzijde. Hij dient als buffer tussen rood en groen en werkt als lijst om het Erf, niet als ‘de boom bij de woning’. Binnen het bestemmingsvlak dragen lage hoofdvolumes en een afnemende bebouwingsdichtheid richting de randen ook bij aan een zachte overgang richting het landschap. Een van de kwaliteiten en kenmerken van de Erven is het zicht op het landschap vanuit je tuin. Er liggen overwegend (achter)tuinen aan de landschapszijde van waaruit je zicht hebt op de Groene Mal. Het erf biedt doorzichten op het landschap. Naast deze zichtrelatie met het landschap ontstaan hier ook de fysieke verbindingen met de Groene Mal. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een plank over de sloot.
Afbeelding 79. Elk erf wordt groen omzoomd.
Het Erf
Afbeelding 80. Zicht op het landschap is er vanuit de tuin en vanaf het Erf.
Afbeelding 81. Voorbeeld Groene Rand en zachte overgang naar het landschap.
68
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.2.2 Stedenbouwkundige opzet De stedenbouwkundige opzet van het Erf is eenvoudig en overwegend orthogonaal. Het Entreegebouw wijkt hiervan duidelijk af door middel van een hoekverdraaiing ten opzichte van de Erfwoongebouwen. Uitzonderingen zijn toegestaan; mits goed onderbouwd kan er aanleiding zijn om van het orthogonale af te wijken. Bijvoorbeeld als de buitencontour van een Erf hier aanleiding toe geeft, als verbijzondering om een mooie plek te vormen. Juist die toevalligheid, onregelmatigheid kan tot interessante plekken leiden.
Afbeelding 82. Eenvoudige, overwegend orthogonale opzet.
Entreegebouw Elk Erf heeft een Entreegebouw. Dit Entreegebouw staat los van het achterliggende Erf, markeert de entree en is voornamer, representatiever van aard. De voordeur zit daarom ook aan de voorzijde van het Erf of aan de zijkant (entreezijde).
Afbeelding 83. Elk Erf heeft een Entreegebouw.
De centrale Erfruimte De achterliggende Erfbebouwing richt zich juist naar binnen en wordt op compacte wijze geplaatst, waardoor elk Erf een min of meer centraal gelegen overruimte - Erfruimte - voor groen, spel en ontmoeting kent. Het totale Erf is een samenstelling van verschillende ruimtes dat enerzijds dienst doet als manoeuvreerruimte voor de auto, maar bovenal als verblijfsruimte met veel groen. De maat en verhouding van centrale Erfruimte is zodanig dat er een open ruimte ontstaat. Een Erf is geen straatje maar heeft voldoende breedte.
Het Erf
De centrale Erfruimte is geïnspireerd op een boerenerf; een functioneel ingerichte ruimte waar de tractoren of auto’s konden draaien, de kinderen kunnen spelen en skelteren en waar de hond in de schaduw van de bebouwing ligt. Het is een multifunctionele ruimte waar mensen samen komen, en waar geen rijwegmarkering of ander onderscheid in rijweg en voetgangersgebied zoals een stoep wordt gemaakt.
Afbeelding 84. De Erfbebouwing staat op compacte wijze rondom de centrale Erfruimte
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
69
5.2.3
Positionering bebouwing
Een van de kwaliteiten van het Erf is de positionering van woningen aan een gezamenlijk Erf. Alle woningen staan min of meer direct aan het Erf, uitgezonderd het Entreegebouw. Entreegebouw Het Entreegebouw is duidelijk het eerste gebouw en presenteert zich met een formele voortuin richting de Hoofdautoontsluiting. Doordat er rondom tuin ligt, onderscheidt het Entreegebouw zich ten opzichte van de Erfwoongebouwen die juist op het Erf staan. De tuin rondom is minimaal 5 meter aan de voorzijde van het Erf en minimaal 3 meter aan de drie andere zijdes. Door een hoekverdraaiing ten opzichte van de achterliggende bebouwing wordt dit nog extra versterkt. De draaiing is het gevolg van een aanleiding, bijvoorbeeld door de richting van de Buurtontsluitingsweg, de begrenzing van het Erf of een ander landschappelijk element. Het is het enige gebouw op het Erf dat parallel aan de Buurtontsluitingsweg kan liggen.
Afbeelding 87. Voorbeelden van formele voortuinen.
Afbeelding 85. Positionering van het Entreegebouw.
Het Erf
Erfbebouwing staat min. 3m uit elkaar
Afbeelding 86. De Erfbebouwing vormt een compact bebouwingsensemble. Het Entreegebouw staat hier los van.
70
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Erfwoongebouwen De schuren op het achtererf staan compact, maar op gedifferentieerde wijze rondom het centrale Erf. Verspringende rooilijnen zijn gewenst voor voldoende differentiatie, daarom liggen maximaal twee hoofdvolumes in dezelfde rooilijn. De schuurvolumes domineren het beeld, daarom zijn aanbouwen en bijgebouwen of carports in zijtuinen niettoegestaan. De onderlinge afstand tussen de Erfwoongebouwen is minimaal 3 meter. Tegelijkertijd is de onderlinge afstand niet te groot, zodat een intiem binnenmilieu ontstaat. De gebouwen vormen smalle en bredere ruimtes die uitnodigen tot meervoudig ruimtegebruik.
Afbeelding 88. Voldoende differentiatie op het achtererf.
Het Erf
Parkeerkoffers tussen de woningen Her en der worden parkeerkoffers tussen de woningen gesitueerd. ‘Gaten’ die hier ontstaan dienen zorgvuldig opgelost te worden zodat het nagestreefde, compacte ensemble van schuren intact blijft. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van een parkeerschuur, een pergola, of ander passend (bebouwd) object.
Afbeelding 89. Voorbeelden van parkeren in parkeerschuren en parkeerkoffers tussen de woningen.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
71
Landschapszijde De Groene Mal rondom de Erven kan openbaar toegankelijk gebied worden. Daarom wordt op bouwpercelen aan de landschapszijde 1 meter vanaf de Groene Rand vrijgehouden van bebouwing en hoge (bebouwde) erfafscheidingen. Groen is hier wel altijd mogelijk en juist heel wenselijk om de groen mal te versterken en verrommeling van de groen rand te beperken.
Afbeelding 90. Principe Groene Rand
Afbeelding 91. Voorbeeld van de landschapszijde.
5.2.4 Entrees en oriëntatie De hoofdontsluiting voor de auto loopt vanuit de Buurtontsluitingsweg. Dit is de formele toegang tot het Erf. Elk Erf heeft één auto-entree. Elk Erf heeft ook minimaal één informele toegang tot het landschap, door middel van een plank over de sloot vanuit openbaar gebied naar het omliggende landschap. Deze toegangen worden gemaakt ter plaatse van de doorzichten vanaf het Erf naar buiten. Alle Erfwoongebouwen worden ontsloten vanaf de centrale Erfruimte, zij liggen met hun voordeur aan het Erf. Dit stimuleert ontmoeting op en levendigheid van het Erf. De lange gevels aan de naar de Erfruimte gekeerde gevels zijn nooit geheel gesloten, maar ze hebben naast een bijvoorbeeld een voordeur ook minimaal een tweede gevelopening.
Het Erf
Het Entreegebouw is de hoofdwoning van het Erf en staat daarom voorop en is als eerste zichtbaar. De woning presenteert en oriënteert zich zowel op de hoofdontsluiting als op de Buurtontsluitingsweg en wordt via een van beiden ontsloten. De tuin rondom wordt zoveel mogelijk open gehouden en als één geheel ingericht om de entree tot het Erf te versterken.
Afbeelding 92. Hoofdontsluiting via Buurtontsluitingsweg.
72
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Afbeelding 93. Voorbeeld van een doorzicht op het landschap.
Afbeelding 94. Informele toegang(en) tot het landschap.
Afbeelding 95. Ontsluiting en oriëntatie van de woningen.
5.2.5 Woningtypologie Vanwege de lage bouw- en goothoogte leent de bebouwing op het Erf zich het meest voor grondgebonden woningen. Deze typologie leent zich ook goed om in te zetten op levensloopbestendige woningen met slapen en badkamer op de begane grond. Het Entreegebouw Om het hoofdvolume van het Entreegebouw onderscheidend en steviger te kunnen maken is het mogelijk om hier meerdere woningen in onder te brengen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een tweekapper, rug-aanrug-woningen of als rijtje. Wel onder de voorwaarde dat het gebouw als 1 Entreegebouw oogt. Er blijft een duidelijke link naar een woonboerderij met één duidelijke entree.
Het Erf
Erfwoongebouwen De Erfwoongebouwen lenen zich voor grotere vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen. Maar ook andere en vernieuwende woningtypes worden niet uitgesloten mits ze aansluiten bij het gewenste beeld.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
73
5.2.6 Inspiratie: Collectieve voorzieningen op het erf Vanuit het idee dat elk Erf een hecht buurtje kan vormen, juichen we het toe dat de groene plekken op het Erf actief gebruikt worden en dat voorzieningen worden gedeeld. Een zitje, een picknickbank, een natuurlijke speelplek of bijvoorbeeld een gezamenlijke (moes)tuin sluit uitstekend aan op dit concept. Hoewel er in beginsel geen losse bebouwing in de openbare ruimte staat, is het omwille van het buurtgevoel wel voorstelbaar dat er collectieve voorzieningen op of aan het Erf staan. Hierbij kan gedacht worden aan: • Een parkeerschuur, mits deze qua architectuur en hoofdvolume bijdraagt aan het samenhangende en compacte ensemble van Erfwoongebouwen • Een collectief laadpunt voor elektrische auto’s in de parkeerschuur. • Een schuur met daarin de gezamenlijke bergingen of juist een opslag voor het gezamenlijke gereedschap • Een gezamenlijke kas • Een kippenhok • Een hooimijt die dienst doet als overdekte picknickplek • Een moestuin of pluktuin • Een boomgaard Randvoorwaardelijk is dat het bouwwerk past binnen het Erf-concept en het gekozen thema voor het Erf. Ook dient het bouwwerk onderdeel uit te maken van het bebouwingsensemble en qua volume en architectuur aan te sluiten op de uitstraling van de overige bebouwing op het Erf.
Indien dit zorgvuldig uitgewerkt is kan zo’n collectieve voorziening zowel ruimtelijk als in sociaal opzicht een versterking zijn van het Erf.
Het Erf
Afbeelding 96. Voorbeelden Collectieve voorzieningen op het Erf
74
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Het Erf Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
75
5.3 Van concept naar uitwerking: Bebouwing Hieronder in de tabel is de essentie van de bebouwing uitgedrukt in regels. Met het oog op vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekst. Zie voor verdere tekstuele toelichting de volgende paragrafen. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Bebouwing 5.3.1 Massa opbouw en kapvorm Algemeen
Entreegebouw
Erfwoongebouw
• Alle bebouwing op het Erf wordt voorzien van een kap. Woningen én overige Erfbebouwing. • Het Entreegebouw en Erfwoongebouwen hebben een kloeke, stevige kap, waarbij het dakvlak dominant is. • Het oppervlakte van de gevels is kleiner of gelijk aan het oppervlakte van de verticale projectie van het dakvlak. • De dakhelling is bij een symmetrische kap minimaal 20 graden en maximaal 50 graden. Hoofdvolume
• Het volume van het Entreegebouw is wat steviger en onderscheidend ten opzichte van de Erfwoongebouwen.
Bouwhoogte
• De maximale bouwhoogte is 12 meter. • De goothoogte is maximaal 3,5 meter.
Kapvorm en -richting
• De hellingshoek is minimaal 37,5 graden en maximaal 50 graden.
Hoofdvolume
• Erfwoongebouwen hebben een langgerekt volume met een minimale lengte van 15 meter. • Insnijdingen en verhogingen van de goot zijn plaatselijk mogelijk aan de naar de Erfruimte gekeerde gevels. • Tot maximaal 30% van de gevellengte van het hoofdvolume, waarbij de kopgevels intact blijven. De goothoogte is hier maximaal 5,5 meter.
Bouwhoogte
• De Erfwoongebouwen kappen laag aan met een maximale goothoogte van 3 meter. • De bouwhoogte is maximaal 10 meter.
Kapvorm en -richting
• Dakkapellen worden altijd slepend uitgevoerd, als onderdeel van het dakvlak. • Dakkapellen worden niet gecombineerd met insnijdingen. Er is steeds één ingreep. • Een dakkapel heeft een hoogte van maximaal 1,25 meter. • Parkeren op eigen terrein wordt onder de kap gerealiseerd, als onderdeel van het hoofdvolume.
5.3.2 Beeldkwaliteit Algemeen
• Een boerenerf met een verzameling van schuren met een hoofdwoning. • De gebouwen op een Erf vertonen samenhang, het gaat om een familie van gebouwen • Elk Erf vertelt een eigen verhaal met een onderscheidend en overkoepelend thema.
Entreegebouw
• Het Entreegebouw is rijker gedetailleerd dan de Erfwoongebouwen. Voornamer en representatiever van aard. • Het Entreegebouw oogt als 1 woning.
Erfwoongebouwen
• Erfwoongebouwen stralen eenvoud uit. • Dakoverstekken worden in beginsel vermeden ten behoeve van de eenvoud in vormentaal.
Het Erf
5.3.3 Materialisering en kleurgebruik Entreegebouw
• De materialen refereren aan de boerenwoning, de woning bij het erf. • Het basismateriaal voor de gevel is bijvoorkeur baksteen. • Andere materialen behoren tot de mogelijkheden mits overtuigen onderscheidend ten opzichte van de Erfwoongebouwen. • Maximaal 3 materialen in de gevel en 2 materialen in het dak. • Er is steeds één dominant materiaal de basis.
Erfwoongebouwen
• Architectuur refereert aan de agrarische architectuur, de schuur in het bijzonder. • Erfwoongebouwen zijn ontworpen als ensemble. Materiaalkeuzes worden op elkaar afgestemd. • Eenvoudige, ingetogen materialisering. • Het aantal materialen wordt beperkt, er is steeds één materiaal dominant.
Tabel 5. Regels voor het Erf: Bebouwing.
76
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.3.1
Massa opbouw en kapvorm
Algemeen Alle bebouwing op het Erf wordt voorzien van een kap. Niet alleen de woningen, maar ook overige Erfbebouwing, zoals bergingen, parkeerschuur, kippenren en kas. Dit geldt ook voor bergingen in de private ruimte als deze zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte of vanuit het landschap. Het Entreegebouw en Erfwoongebouwen hebben een kloeke, stevige kap, waarbij het dakvlak dominant is. Het oppervlakte van de gevels is kleiner of gelijk aan het oppervlakte van de verticale projectie van het dakvlak. De dakhelling van alle Erfbebouwing is bij een symmetrische kap minimaal 20 graden en maximaal 50 graden. De dakhelling wordt beperkt met het idee van een schuur en boerderij in het achterhoofd. Bij steilere hellingen overheerst een meer statig gevoel, terwijl we bij schuren juist op zoek zijn naar eenvoud, meer praktisch en sober.
Afbeelding 97. Algemene principes voor de daken op het Erf.
Het Erf
Afbeelding 98. Voorbeelden van diverse kapvormen en stoere kopgevel.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
77
Entreegebouw Hoofdvolume Het volume van het Entreegebouw is wat steviger en hiermee onderscheidend ten opzichte van de Erfwoongebouwen. Bouwhoogte Met een maximale bouwhoogte van 12 meter kan het Entreegebouw wat hoger zijn dan de achterliggende Erfbebouwing. Verder onderscheidt de woning zich met een net iets hogere goothoogte van maximaal 3,5 meter. Zonder de goot te hoeven verhogen kan er een groter volume gemaakt worden door bijvoorbeeld te werken met een schijnkap, waarbij het materiaal van het dakvlak doorloopt in de gevel. De knik komt in dat geval te liggen op maximaal 5,5 meter hoog. Kapvorm en -richting Het Entreegebouw is wat voornamer dan de achterliggende Erfbebouwing. Dit komt terug in een steilere kap, waarbij de hellingshoek minimaal 37,5 graden is en maximaal 50 graden.
Afbeelding 99. Principes voor het hoofdvolume en bouwhoogte van het Entreegebouw.
Erfwoongebouw Hoofdvolume Erfwoongebouwen hebben een langgerekt volume met een minimale lengte van 15 meter. Deze langgerekte volumes kunnen verkregen worden door ondiepe hoofdvolumes te maken of door meerdere woningen in een rij te schakelen. Geschakelde woningen worden niet individueel benadrukt, maar het hoofdvolume leest als één schuur, één gebouw.
Het Erf
Afbeelding 100. Principes voor het hoofdvolume van de Erfwoongebouwen.
78
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Insnijdingen en verhogingen van de goot zijn plaatselijk mogelijk aan de naar de Erfruimte gekeerde gevels. Hiermee kan verwezen worden naar diverse toegangen tot een schuur. Bijvoorbeeld in de vorm van hoge gevelopeningen, luiken of hoge schuurdeuren voor landbouwmaterieel. Door het plaatselijk terugleggen van de gevel is het ook mogelijk om overgangszones tussen woning en Erf te creëren. Om te zorgen dat het hoofdvolume overeind blijft, zijn insnijdingen en verhogingen beperkt toepasbaar, tot maximaal 30% van de gevellengte van het hoofdvolume. Het hoofdvolume aan de landschapszijde én de kopgevels blijven intact. De maximale goothoogte is hier 5,5 meter. Afbeelding 101. Principes insnijdingen.