2. Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Tekst van het document
Bouwhoogte Aan de landschapszijde kappen de Erfwoongebouwen altijd laag aan met een maximale goothoogte van 3 meter. De bouwhoogte van de Erfwoongebouwen is maximaal 10 meter. Afbeelding 102. Principes bouwhoogte.
Kapvorm en -richting Ten gunste van de continuïteit van het dakvlak worden dakkapellen altijd slepend uitgevoerd, als onderdeel van het dakvlak. Om het dakvlak zo rustig mogelijk te houden is het wenselijk om het aantal dakkapellen te beperken. Dit betekent ook dat dakkapellen met verhoogde gevels niet worden gecombineerd met gevels met een insnijding. Er wordt per hoofdvolume steeds voor maximaal één ingreep gekozen om de eenvoud te behouden. Een dakkapel heeft een hoogte van maximaal 1,25m. Dakkapellen aan de landschapszijde zijn mogelijk zolang deze worden mee-ontworpen met het dakvlak, dus in kleur en vormgeving bijdragen aan het beeld van een kloeke kap. Zolang de goot laag blijft zal ook vanaf de landschapszijde gezien het beeld van kappen overeind blijven.
Het Erf
Indien parkeren op eigen terrein plaatsvindt, dan dient dit onder de kap gerealiseerd te worden, als onderdeel van het hoofdvolume, ingepast in de architectuur.
Afbeelding 103. Principes voor de bouwhoogte en kappen van de Erfwoongebouwen.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
79
5.3.2
Beeldkwaliteit
Algemeen Het boerenerf bestaat uit een verzameling van schuren met een hoofdwoning - het Entreegebouw. De variatie van een wat rijker gedetailleerd Entreegebouw en een verzameling van gevariëerde Erfgebouwen aan een openbare Erfruimte is essentieel voor het creëren van de informele sfeer die bij het Erf hoort. Naast voldoende variatie is er bovenal ook eenheid. De gebouwen op een Erf vertonen samenhang, het gaat om een familie van gebouwen. Voor alle bebouwing op het Erf, dus woningen, maar ook bergingen of een eventuele collectieve (parkeer) schuur, is samenhang met de architectonische sfeer van het cluster gewenst. Elk Erf vertelt een eigen verhaal, heeft een onderscheidend en overkoepelend thema dat voor de gewenste samenhang zorgt. Het thema dient een relatie te hebben met het boererf, het boerenleven of de buitenwoning, aansluitend op het concept van Veghels Buiten. Dit thema wordt doorvertaald in de vormgeving, of materiaalkeuze en detaillering. Zolang de woningen aansluiten bij het verhaal, is er ruimte voor differentiatie op een Erf. Er zijn vele thema’s mogelijk voor een Erf, maar we sommen hierbij enkele voorbeelden op: het gebint, de solid, de schuurdeur, de gepotdekselde gevel, de rode daken, het rieten dak, de moestuin, de boomgaard, de kas, de zichtbare constructie, enzovoorts.
Deze niet limitatieve opsomming laat zien dat typische kenmerken en details zoals luiken en (schuur)deuren een goede uitdaging bieden voor toepassing op een eigentijdse manier. Als laatste voorbeeld kunnen ook kopgevels worden ingezet om de eenvoudige vorm van de schuren te benadrukken en leesbaar te maken; zij bepalen het voorkomen van de gehele schuur en vertellen een verhaal. Bij realisatie door één ontwikkelaar zal de ontwikkelaar moeten aangeven met welk middel hij samenhang realiseert en wat zijn verhaal is. Indien er sprake is van meerdere partijen, dan zal vooraf door de gemeente worden aangegeven met welk element (of elementen) in de samenhang wordt voorzien. Het dakvlak is beeldbepalend bij de Erven en daarom worden dakramen, zonnecollectoren, PV-panelen en dergelijke altijd vlak verzonken in het dakvlak mee-ontworpen en gerealiseerd.
Het Erf
Afbeelding 104. Elk Erf vertelt een eigen verhaal.
80
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Het Erf
Afbeelding 105. Diverse (eigentijdse) interpretaties van typische kenmerken die refereren aan de boeren schuur of boerderijwoning
Afbeelding 106. Zonnepanelen, dakramen en andere dakelementen worden mee-ontworpen met het dakvlak.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
81
Entreegebouw Het Entreegebouw is rijker gedetailleerd dan de Erfwoongebouwen. Het is duidelijk de entree van het Erf en is daarom voornamer en representatiever van aard, zoals de vroegere boerderijwoning. Hoewel in het Entreegebouw meerdere woningen ondergebracht mogen worden is dat wel onder de voorwaarde dat het gebouw als 1 woning oogt. Hierbij kan de link gelegd worden naar een woonboerderij met een woongedeelte en stalgedeelte. Zo kan in plaats van losse voordeuren – dat is niet toegestaan –een grote staldeur dienst doen als toegang tot meerdere woningen.
Afbeelding 107. Voorbeelden van een Entreegebouw.
Erfwoongebouwen De Erfwoongebouwen stralen eenvoud uit. Daarom worden dakoverstekken in beginsel vermeden, omdat dit bijdraagt aan de eenvoud in vormentaal. Ze kunnen echter wel worden ingezet wanneer ze onderdeel zijn van het verhaal. Bijvoorbeeld om op praktische en eenvoudige wijze een droge plek te maken of schaduw te bieden.
Het Erf
Verholen goten of simpele aangehangen mastgoten passen bij het gewenste beeld. Ook gootloos afwateren op een infiltratiestrook behoort tot de mogelijkheden.
Afbeelding 108. Voorbeelden van Erfwoongebouwen.
82
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.3.3
Materialisering en kleurgebruik
Entreegebouw De materialen van het Entreegebouw refereren aan de boerenwoning, de woning bij de boerderij. Het basismateriaal voor de gevel van het Entreegebouw is bij voorkeur baksteen, eventueel met gecementeerde plintvlakken. Hout of andere duurzame materialen behoren tot de mogelijkheden mits de materiaalkeuze overtuigend onderscheidend is afgestemd op het materiaalgebruik van de Erfwoongebouwen. Er worden maximaal drie materialen in de gevel en twee materialen in het dak toegepast, waarbij er steeds één dominant materiaal de basis vormt. Materialisering en detaillering zijn een belangrijk middel om de hoofdwoning te onderscheiden van de overige bebouwing op het Erf.
Afbeelding 109. Baksteen bepaalt de toon bij het Entreegebouw.
Erfwoongebouwen De architectuur refereert aan de agrarische architectuur en de schuur in het bijzonder. De Erfwoongebouwen worden ontworpen als ensemble, waarbij de materiaalkeuzes op elkaar worden afgestemd. Het verhaal van het Erf geeft hiervoor aanleiding. Eenvoudige, ingetogen materialisering per hoofdvolume, zodat juist de eenvoudige vorm van de schuur tot zijn recht komt. Het aantal materialen wordt daarom beperkt en er is steeds één materiaal dominant. Het basismateriaal voor de gevel is baksteen, hout of een ander duurzaam materiaal. Dak en gevel kunnen wat betreft kleur en materiaalgebruik op elkaar afgestemd worden, maar dit hoeft niet.
Het Erf
Afbeelding 110. Baksteen, hout of een ander duurzaam materiaal bepaalt de toon bij de Erfwoongebouwen.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
83
5.4 Van concept naar uitwerking: Buitenruimte Hieronder in de tabel is de essentie van de buitenruimte uitgedrukt in regels. Met het oog op vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekst. Zie voor verdere tekstuele toelichting de volgende paragrafen. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Buitenruimte 5.4.1 Overgangen privé-openbaar Overgangen aan de naar de Erfruimte gekeerde gevels
• Alle Erfwoongebouwen staan direct aan het Erf. • Geleidelijke overgangen van privé naar openbaar zijn mogelijk in de vorm van: • Een smal geveltuintje (maximaal 60 cm diep) • Een stoepje, ofwel pottenstrook (variabel, tot maximaal 200 cm) • Het plaatselijk terugleggen van de gevel kan worden ingezet voor een overgangszone.
Overgangen aan de landschapszijde
• Er liggen veelal achtertuinen aan het landschap. • Plank over de sloot vanuit de private ruimte is niet toegestaan.
5.4.2 Erfafscheidingen • Erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn groen of natuurlijk en transparant van aard. • Zoveel mogelijk groene, doorgaande erfafscheidingen. Erfafscheidingen aan de landschapszijde
• Transparanter én groene erfafscheidingen aan de landschapszijde. • Gebouwde erfafscheidingen zijn laag en transparant. Groene erfafscheidingen hebben geen eisen t.a.v. maximale hoogte. • 1 meter vanaf de Groene Rand vrij te houden van bebouwing.
5.4.3 Groen Algemeen
• Het Erf is een aangename verblijfsruimte met ruimte voor robuuste groene elementen. • Stoer en landelijk van aard.
Entreegebouw
• De tuin rondom wordt zo open mogelijk gehouden, formeel van aard.
5.4.4 Verharding • Het Erf is geïnspireerd op een boerenerf. • Functioneel, eenvoudig en stoer. • Basismateriaal in klinkerverharding, maar mogelijkheid tot combineren met open bestratingen. Verharding op eigen terrein
• De bestrating in de private ruimte sluit wat betreft sfeer en materialisatie aan op het Erf.
5.4.5 Parkeren • Er wordt niet op het erf maar in parkeerkoffers geparkeerd of parkeren als onderdeel van de hoofdmassa op eigen terren. Niet naast de woning. • Parkeerkoffers bevinden zich zoveel mogelijk tussen de bouwblokken • Beperken van parkeerkoffers aan de randen óf aandacht voor groene en zachte begrenzing richting landschap. • Bij grotere parkeerkoffers op hoeken dient de hoek versterkt te worden door een groene of bouwkundige oplossing. Parkeren op eigen terrein
• Parkeren op eigen terrein wordt onder de kap gerealiseerd, als onderdeel van het hoofdvolume. • De breedte van parkeren onder de kap is minimaal 4 meter breed.
5.4.6 Afwatering • Er zijn geen buurtspecifieke regels van toepassing. 5.4.7 Afvalinzameling • Het heeft de voorkeur dat vuilniswagens niet op het Erf hoeven te komen. Dit is afhankelijk van loopafstanden, draaicirkels en routing van de vuilniswagen. 5.4.8 Verlichting
Het Erf
• Er zijn geen buurtspecifieke regels van toepassing.
Tabel 6. Regels voor het Erf: Buitenruimte.
84
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.4.1
Overgangen privé-openbaar
Overgangen aan de naar de Erfruimte gekeerde gevels Alle Erfwoongebouwen staan direct aan het Erf. De voordeur mag direct aan het Erf grenzen, maar er kan ook een meer geleidelijke overgang van privé naar openbaar gemaakt worden. Dit kan door middel van een smal geveltuintje of een stoepje met ruimte voor potten, planten en een bankje. Deze informele voorruimtes dragen bij aan het verzachten van het Erf en differentiatie. Deze overgangszones kunnen zowel in de private ruimte liggen als in de openbare ruimte. Wel is altijd in de bestrating duidelijk zichtbaar waar de bouwperceelgrens ligt. Bijvoorbeeld door verschillende bestratingsverbanden toe te passen. • Geveltuintjes worden bij voorkeur vooraf mee-ontworpen en hebben een maximale diepte van 60 cm. • Het stoepje, ofwel pottenstrook, heeft een maximale maat van 200 cm en kan afhankelijk van de situatie en de beschikbare ruimte per plek in maat verschillen. Een geveltuintje kan onderdeel uitmaken van deze pottenstrook.
Het Erf
Tenslotte kan het plaatselijk terugleggen van de gevel op gebouwniveau worden ingezet om een overgangszone tussen woning en Erf te creëren.
Afbeelding 111. Voorbeelden van informele voorruimtes.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
85
Overgangen aan de landschapszijde Er liggen veelal achtertuinen aan het landschap. Het is echter niet toegestaan om een plank over de sloot te leggen vanuit de private ruimte. De planken over de sloot maken nadrukkelijk onderdeel uit van het openbaar toegankelijke route- en padennetwerk en worden in de openbare ruimte geplaatst. Zo zijn ze bruikbaar voor iedereen en voorkomen we verrommeling van de Groene Rand. 5.4.2 Erfafscheidingen Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte zijn groen of natuurlijk en transparant van aard. We streven naar zoveel mogelijk groene, doorgaande erfafscheidingen. De toepassing van hagen sluit goed aan bij het gewenste beeld. Dit kan met diverse soorten gerealiseerd worden, zoals een beuk, liguster, gemengde boerenhaag, veldesdoorn, olijfwilg, enzovoorts.
Groene Beukenhaag
Rode Beukenhaag
Gemengde Boerenhaag
Haagbeuk
Ligusterhaag
Esdoornhaag
Olijfwilg als haag
Meidoornhaag
Afbeelding 112. Voorbeelden van mogelijke gewenste groene erfafscheidingen.
Erfafscheidingen aan de landschapszijde Het vrije uitzicht is een unieke woonkwaliteit van het Erf. Juist daarom wordt gevraagd om een transparantere én groene achtererfafscheiding aan de landschapszijde. Dit wordt bereikt door de erfafscheiding hier ofwel laag en transparant te houden – bijvoorbeeld in de vorm van een laag kastanjehouten hekje - ofwel groen. Naast hagen kan de toepassing en combinatie van wat wildere heesters bijdragen aan een meer natuurlijke overgang richting het landschap.
Het Erf
De Groene Mal rondom de Erven zal afwisselend openbaar toegankelijk worden. Daarom wordt ook aan de landschapszijde 1 meter vrij gehouden van bebouwing. Groen is hier wel altijd mogelijk.
Afbeelding 113. Voorbeelden en principe van erfafscheidingen aan de landschapszijde.
86
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.4.3
Groen
Algemeen Het Erf is een aangename verblijfsruimte waar met het oog op sfeer, hittestress en klimaatadaptatie ruimte moet zijn voor robuuste groene elementen. Versnippering van groen is niet wenselijk. Het groen op de Erven is stoer en landelijk van aard. Geen parkachtige inrichting, maar juist een moestuin, kippenren, kruidentuin, bloementuin, bleekveldje, een flinke solitaire boom of boomgaard zijn zeer wenselijke groenelementen op een Erf. Dit kan bijvoorbeeld naast de Erfontsluitingsweg of als uitsparing in de Erfverharding. Centraal op het Erf – bijvoorbeeld in een groot boomvak – en op markante plekken en overhoekjes, kunnen grotere bomen geplaatst worden ter verzachting en verkoeling en om een plek te duiden. Op deze manier dragen de groenelementen ook bij aan verbinding op het Erf. Tenslotte kunnen Groenelementen ook worden ingezet om parkeren te ontmoedigingen en aan het zicht te onttrekken. De parkeerkoffers worden groen ingepast. Dit kan door middel van een haag of (bloeiende) heesters. In speciale gevallen kan een bebouwde constructie in de vorm van een pergola die begroeid raakt ook worden ingezet voor het groen inpassen van de parkeerkoffers.
Moestuin Afbeelding 114. Voorbeelden van gewenst groen op de Erven.
Het Erf
Entreegebouw De tuin rondom het Entreegebouw wordt zo open en collectief mogelijk gehouden, het liefst formeel van aard, zoals de formele voortuin op vroegere Erven, met mooie leibomen aan de voorzijde.
Afbeelding 115. Voorbeelden van een open en collectieve tuin.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
87
5.4.4 Verharding Het verhardingsvlak van het Erf is een collectieve ruimte die is geïnspireerd op een boerenerf. Het is een functioneel, eenvoudig en stoer ingerichte ruimte. Er is geen rijwegmarkering of onderscheid in voetgangersgebied in de vorm van losse stoepen. De Erfruimte is een spel tussen praktische, maar sfeervolle verharding en groene plekken. Functioneel maar met een zekere vorm van overmaat. In de basis wordt het Erf uitgevoerd in een klinkerverharding. Om het Erf wat te verzachten kan ook gedacht worden aan half-open verhardingen, in de vorm van grasbetonstenen. Bijvoorbeeld ter plaatse van de parkeerkoffers, rondom de groenvakken of in de vorm van een groen karrenspoor op het Erf. Ook de Buurtontsluitingsweg bestaat in de basis uit een klinkerverharding. Maatwerk is mogelijk voor Buurtontsluitingswegen die aansluiten op bestaande wegen die zijn uitgevoerd in een andere verharding, zoals asfalt. De kleur van de klinkerverharding dient binnen het aangegeven kleurschema te liggen en is redelijk uniform voor alle Erven. Architectuur en kleur van de Erfwoongebouwen kan aanleiding geven om binnen het kleurschema af te wijken. Verharding op eigen terrein Als de verharde Erfruimte doorloopt in de private ruimte wordt dit door de ontwikkelende partij aangelegd, dus ook de pottenstrook of geveltuin.
Als de verharde Erfruimte doorloopt onder de kap van de Erfwoongebouwen – in de private ruimte - dan wordt de bestrating door de ontwikkelende partij aangelegd. De bestrating moet wat betreft sfeer en materialisatie aansluiten op datgeen dat op het Erf wordt gerealiseerd.
Het Erf
Afbeelding 116. klinkerbestrating met half-open verhardingen.
Afbeelding 117. Voorbeelden van de (open) verharding op het Erf en beperken van verharding op privaat terrein.
88
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.4.5 Parkeren Er wordt niet op het Erf geparkeerd maar zoveel mogelijk in parkeerkoffers of bij de woning onder de kap. Parkeerkoffers worden zorgvuldig ingepast op strategische plaatsen. De parkeerkoffers liggen enerzijds nabij de entree om verkeersbewegingen op het Erf te beperken, echter is goede spreiding van de parkeervraag nodig om wildparkeren op het Erf tegen te gaan. Parkeerkoffers bevinden zich zoveel mogelijk tussen de bouwblokken en niet aan de randen van het Erf, zodat woningen zoveel mogelijk met hun tuin aan het landschap grenzen. Als er aan de buitenranden van het Erf geparkeerd wordt dan dient een groene en zachte overgang naar het landschap geborgd te worden. Grotere koffers worden daarom bij voorkeur niet op de hoek van het Erf geplaatst. Als dit wel het geval is dan dient deze hoek versterkt te worden door een groene of een bouwkundige oplossing. Hierbij kan gedacht worden aan stevige beplanting, bijvoorbeeld in de vorm van een boomgaard of aan het toevoegen van een extra bouwwerk zoals een (parkeer)schuur op de hoek.
Afbeelding 118. Principe voor parkeren op het Erf.
Het Erf
Afbeelding 119. Voorbeelden van parkeren op het Erf.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
89
Parkeren op eigen terrein Indien parkeren op eigen terrein plaatsvindt, dan dient dit bij de Erfwoongebouwen onder de kap van de woning gerealiseerd te worden, als onderdeel van het hoofdvolume, ingepast in de architectuur. De breedte van parkeren onder de kap is minimaal 4 meter breed. Lengte is afhankelijk van een eventuele deur op de ‘kopse’ kant.
vrijstaand vrijstaand
vrijstaand
vrijstaand
vrijstaand
Afbeelding 120. Voorbeelden van parkeren op eigen terrein.
vrijstaandvrijstaand
kap
2-onder-1-kap
2-onder-1-kap
2-onder-1-kap
2-onder-1-kap 2-onder-1-kap
n
rijwoningen
rijwoningen
vrijstaand2-onder-1-kap 2-onder-1-kap
2-onder-1-kap rijwoningen rijwoningen
rijwoningen
Afbeelding 121. Principes parkeren onder de kap. rijwoningen
Het Erf
rijwoningen rijwoningen
90
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
5.4.6 Afwatering Er zijn geen buurtspecifieke regels van toepassing. 5.4.7 Afvalinzameling Om het verhard oppervlak van het Erf te beperken (omwille meer groen te maken) heeft het de voorkeur dat vuilniswagens niet op het Erf hoeven te komen en de kliko’s aan de weg komen te staan. Zo wordt voorkomen dat vuilniswagens hoeven te keren op het Erf wat op haar beurt veel ongewenst verhard oppervlak scheelt en meer ruimte geeft aan robuust groen vanwege de draaicirkels van de vuilniswagen. Of en hoe dit haalbaar is, is maatwerk. Dit hangt onder andere af van de grootte van het Erf (zijn de loopafstanden tussen woning en kliko-opstelplaats acceptabel) en de routing van de vuilniswagen. Dit is dus maatwerk per Erf. 5.4.8 Verlichting Er zijn geen buurtspecifieke regels van toepassing.
Het Erf
Afbeelding 122. Voorbeelden van verlichting op het Erf.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
91
6
Het Buitenhof
6.1 Het concept 6.1.1 Geïnspireerd op de Zuid-Limburgse hoeve Het Buitenhof (Hof-A, Hof-B en Hof-C) is losjes geïnspireerd op een Zuid-Limburgse hoeve. Net als de Brabantse boerenerven ook een boerderijvorm, maar de hoeve heeft een carrévormige opzet van woon- en bedrijfsruimten rondom een efficiënte ingedeelde open binnenplaats. Naar buiten toe heeft de hoeve een gesloten en soms haast defensief aandoende architectuur Een andere tegenstelling ten opzichte van de Erven is dat de (Zuid-Limburgse) hoeves van origine gesticht en gebouwd werden door de grootgrondbezitter, en niet zoals de Brabanste boerderijen door de boer zelf. De boer was slechts een gebruiker, de grootgrondbezitter bepaalde waar de hoeve kwam te staan en hoe deze er uit kwam te zien. Zowel deze gesloten carrévormige opzet, de collectieve en efficiënte ingedeelde open binnenplaats als het gestichte karakter van de hoeves zijn een inspiratiebron voor de Buitenhoven in Veghels Buiten: 1. De Buitenhoven in Veghels Buiten liggen ‘vrij’ in het landschap van de Groene Mal, dus niet aan bestaande landwegen of op de kruising van bestaande landschapsstructuren. Naar analogie van de hoeve die gesticht is door de grootgrondbezitter, waardoor ook de locatiekeuze vrijer was.
Hoewel de Buitenhoven ‘vrij’ liggen in het landschap, zijn ze in Veghels Buiten wel stevig verankerd in het landschap doordat ze tegen of naast bestaande en nieuwe bosranden en houtsingels zijn gepositioneerd. Bovendien zijn de Buitenhoven -net als alle andere buurten in Veghels Buiten Noordoost- omzoomd door een groene rand. 2. Net als de hoeves krijgen de Buitenhoven een gesloten beeld (haast defensief), naar het omliggende landschap toe. Omdat het Buitenhof naar buiten toe laag aankapt en is opgebouwd uit samengestelde volumes vormt het Buitenhof geen massief bouwblok (zoals een kasteel), maar sluit het aan op de maat en schaal van het landschap van de Groene Mal; het Buitenhof gaat er een wisselwerking mee aan. Doordat het Buitenhof net als alle andere buurten van Veghels Buiten omlijst wordt door een groene rand is de overgang tegelijkertijd ook zacht en groen. 3. Een derde bepalend kenmerk van de Buitenhoven is dat deze, net als de hoeves, zijn opgebouwd rondom een open Binnenplaats. Net als bij de hoeve is de ruimte efficiënt ingedeeld, wat bijvoorbeeld betekent dat de auto-ontsluiting van de woningen in het Buitenhof via deze Binnenplaats gaat. Net als de hoeve heeft de Binnenplaats een collectieve, besloten uitstraling, wat bijvoorbeeld betekent dat er naast het parkeren ook ruimte is voor ontmoeting en spel.
De Binnenplaats is een ruimte die collectief gebruik stimuleert. Twee van de drie Buitenhoven worden begeleid door een Buitenhofbaken. Dit Buitenhofbaken vormt geen directe verwijzing naar de ruimtelijke opzet van de hoeve, maar is ingegeven vanwege de wens om het Buitenhof in het landschap van de Groene Mal te verankeren. De Groene Rand, de bosrand/houtwal èn het Buitenhofbaken verankerend de hoeve in het landschap en geven het landschap context. Hoewel er voor de verschijningsvorm van het Buitenhofbaken niet verwezen wordt naar de hoeve, wordt er voor het concept wel losjes verwezen naar de ontstaansgeschiedenis van de hoeve; waar de boeren van oudsher in de hoeve woonden en werkten, woonden de grootgrondbezitters en burgers elders. Het Buitenhofbaken biedt woonruimte met uitzicht op het landschap, een luxe die boeren zich destijds niet konden veroorloven.
Het Buitenhof
Het Buitenhofbaken is expliciet geen verwijzing naar een kasteel of landhuis, zo’n rijk gedetailleerd gebouw zal het (kwetsbare) landschap van de Groene Mal te veel overheersen, net als de het Buitenhof zelf is de uitstraling van het Buitenhofbaken robuust en eenvoudig, zij het dat het gebouw rijker gedetailleerd is en voornamer en representatiever van aard is.
92
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Toelichting
In dit hoofdstuk worden aanvullend op hoofdstuk ‘4 Algemene regels‘ de buurtspecifieke regels toegelicht. Ten eerste zetten we per buurt kort en bondig het concept neer. Vervolgens lichten we voor de buurtopzet, bebouwing en buitenruimte in aparte paragrafen de essentie toe. Elke paragraaf start met een tabel, als een soort checklist met regels. Vervolgens lichten we deze tabel tekstueel toe, met enkele voorbeelden, als integraal verhaal met samenhang. We raden aan om de gehele tekst ook een keer van voor tot achter door te lezen.
Het Buitenhof
Het Buitenhof
Buitenhoven Buitenhofbaken Afbeelding 123. Locatie Buitenhoven
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
93
6.1.2
Opzet van het Buitenhof
Samenhangend en samengesteld Vanuit het landschap wordt het Buitenhof als eenheid ervaren dankzij een (min of meer) aaneengesloten bebouwingswand bestaande uit een reeks van samengestelde bouwvolumes al dan niet aangevuld met een muur. De samenhang van het Buitenhof manifesteert zich ook in de onderlinge architectonische samenhang tussen de gebouwen. Dit geldt zowel voor de hoevebebouwing maar ook voor het Buitenhofbaken in relatie tot de hoeve.
Afbeelding 124. Het Buitenhof wordt als eenheid ervaren.
Het Buitenhof is groter dan de meeste hoeves. Om aan te sluiten op de nagestreefde fijnere maat en schaal van het landschap van de Groene Mal dient het Buitenhof te bestaan uit een reeks van samengestelde bouwvolumes. Deze bouwvolumes kunnen bestaan uit meerdere woningen, maar in de architectonische verschijningsvorm wordt altijd het bouwvolume als geheel benadrukt, nooit de individuele woning. Het Buitenhof dient expliciet niet als één bouwwerk te ogen.
Het Buitenhof
Afbeelding 125. Het Buitenhof bestaat uit een reeks van samengestelde bouwvolumes.
Afbeelding 126. Schematische weergave van het Buitenhof met de diverse onderdelen benoemd.
94
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Poortgebouw Ter plaatse van de entree van het Buitenhof is ruimte voor een accent in de bebouwingswand. Dit is het Poortgebouw. Dit gebouw markeert en begeleidt de Buurtontsluitingsweg en onderscheidt zich door een licht afwijkende hoogte.
Afbeelding 127. Het Poortgebouw is een licht accent in de bebouwingswand.
Besloten Binnenplaats Door een compacte plaatsing van bouwvolumes aan de landschapszijde, ontstaat er een besloten en intiem woonmilieu rondom de Binnenplaats. De Binnenplaats is een plek voor spel en ontmoeting, afgesloten van de wereld daarbuiten, met slecht op enkele plekken een doorzicht naar buiten. Hoewel de woningen een gezicht hebben naar de landschapszijde hebben ze ook een relatie met de Binnenplaats.
Het Buitenhof
Het Buitenhofbaken Het Buitenhofbaken heeft - doordat het los van het Buitenhof staat - een bescheiden ‘bakenfunctie’ die zowel oriënterend werkt vanuit de omgeving, maar ook een prelude is van het Buitenhof. Om dit beeld te versterken is het Buitenhofbaken altijd dusdanig gepositioneerd dat het samen met de Buurtontsluitingsweg en het Buitenhof één verhaal verteld.
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
95
Het Buitenhof
Afbeelding 128. Sfeerbeelden van het Buitenhof.
96
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Het Buitenhof Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
97
6.2 Van concept naar uitwerking: Buurtopzet Hieronder in de tabel is de essentie van de buurtopzet uitgedrukt in regels. Met het oog op vindbaarheid correspondeert de nummering in de tabel met de nummering in de tekst. Zie voor verdere tekstuele toelichting de volgende paragrafen. Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Van concept naar uitwerking: Buurtopzet 6.2.1 Verbinding met het landschap • Buitenhoven hebben een gezicht naar het landschap • Buitenhoven worden omrand door een robuuste Groene Rand. Overgang van Groene Rand naar bebouwing
• Rondom een Buitenhof (aan de landschapszijde) ligt een postbodepad.
Verbinding met het landschap
• Er wordt op 1 of meerdere plekken aangetakt op de Groene Mal. • Deze aantakkingen worden gemarkeerd. • Vanuit de Binnenplaats zijn minimaal 2 doorzichten op het omliggende landschap.
Buitenhofbaken
• Het Buitenhofbaken staat los en met zijn voeten in het landschap.
6.2.2 Stedenbouwkundige opzet • Het Buitenhof is overwegend orthogonaal van opzet en volgt de contouren van het bestemmingsvlak. • De woningen staan op compacte wijze geordend; een min of meer aaneengesloten bebouwingswand naar het landschap. • Het ensemble wordt gevormd door aaneengesloten bebouwing en muren / muurtjes met op gezette plekken een opening. • ca. 75% van de randlengte van het Buitenhof bestaat uit hoofdvolumes. • Tot ca. 25% van de landschapszijde bestaat uit achterkanten Poortgebouw
• Elk Buitenhof heeft een Poortgebouw; als accent bij de entree
Binnenplaats
• Min of meer centraal in het Buitenhof ligt de Binnenplaats; een collectieve, besloten binnenruimte. • De Binnenplaats is een groene plek die zich hoofdzakelijk richt op spel en ontmoeting.
Buitenhofbaken
• Het Buitenhofbaken wijkt af van het orthogonale patroon door een verdraaiing ten opzichte van het Buitenhof.
6.2.3 Positionering bebouwing • Ten behoeve van differentiatie kan de rooilijn enigszins verspringen, tot max. 2 m. • De hoeken van het Buitenhof worden helder gedefinieerd. Minimaal 3 van de 4 hoeken zijn bebouwd. • Aanbouwen, bijgebouwen en carports zijn niet toegestaan in de zijtuinen, de hoeken. • De afstand tot de voorste bouwperceelgrens is minimaal 1 en maximaal 4 meter. • Indien Buitenhofgebouwen een achtertuin hebben aan de landschapszijde én onderdeel zijn van de aaneengesloten bebouwingswand, is de achtertuin maximaal 5 meter diep. Hier sprake van een Annex. • De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens is minimaal 1,5 m aan de landschapszijde. • Uitzondering: ter plaatse van doorgangen, daar mag direct op de bouwperceelgrens gebouwd worden. De onderlinge afstand tussen twee woningen is hier altijd 2 meter.
Binnenplaats
• Er is geen minimale maat gekoppeld aan de rooilijnen van Binnenplaatsgebouwen. Dit is afhankelijk van het woningtype. • De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens is vrij, maar altijd ten minste 2 meter.
Het Buitenhof
Buitenhof
98
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
Beeldkwaliteitscriteria
Toelichting regel
Buitenhofbaken
• Het Buitenhofbaken staat vrij in het landschap, geen afstandsregels van toepassing.
6.2.4 Entrees en oriëntatie • De hoofdontsluiting voor de auto vindt plaats via de Buurtontsluitingsweg. Buitenhof
• De entree van het Buitenhof wordt extra gemarkeerd waar de Buurtontsluitingsweg en sloot elkaar kruisen. • Er wordt ten minste 1 informele toegang tot het landschap gemaakt vanaf het postbodepad. • Vanuit de Binnenplaats zijn er op minimaal twee plekken verbindingen met het landschap. • Het postbodepad rondom ontsluit de wonignen die met hun voordeur aan het landschap liggen.
Poortgebouw
• Het Poortgebouw is meervoudig geörienteerd en begeleid de entree naar het (binnen)Hof.
Buitenhofbaken
• Het Buitenhofbaken oriënteert zich op de Buurtontsluitingsweg en heeft een alzijdig karakter. • De ontsluiting van het Buitenhofbaken gebeurt centraal.
6.2.5 Woningtypologie Buitenhof
• Maat en schaal zijn onder andere geschikt voor ‘traditionele’ grondgebonden woningen met (bescheiden) voor- en achtertuin. • Het Buitenhof leent zich goed voor vernieuwende woningtypologieën. • De woningen zijn overwegend levensloopbestendig.
Poortgebouw
• In het Poortgebouw zijn diverse woningtypen mogelijk, zoals appartementen, beneden-bovenwoningen of hogere grondgebonden woningen.
Buitenhofbaken
• Het Buitenhofbaken fungeert als baken, met gestapelde woningen, appartementen.
Het Buitenhof
Tabel 7. Regel voor het Buitenhof: Stedenbouw
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost
99
6.2.1 Verbinding met het landschap De Buitenhoven liggen vrij in het landschap. Een Buitenhof is klein van maat en ligt min of meer vrij, met overwegend een gezicht naar het landschap. Je woont direct aan de Groene Mal. Het Buitenhof wordt omzoomd door een robuuste Groene Rand, en de overgang naar het landschap is zacht doordat de woningen in het Buitenhof laag aankappen. Het Buitenhof is daarmee echt te gast in het landschap.
Afbeelding 129. Het Buitenhof wordt omzoomd door een robuuste Groene Rand.
Overgang van Groene Rand naar bebouwing Rondom het Buitenhof ligt aan de landschapszijde een postbodepad. Dit pad is gericht op langzaam verkeer en loopt tussen de bebouwing en de Groene Rand. In het ontwerp is aandacht voor voldoende ruimte tussen de woningen en de Groene Rand voor reservering van het postbodepad, kabels & leidingen, riool en bereikbaarheid voor calamiteiten.
Het Buitenhof
Afbeelding 130. Groene Rand met zone, is tevens een ruimtereservering voor K&L, riool en postbodepad.
Afbeelding 131. De woningen richten zich op het landschap.
100
Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost