1c. B22 Aanmeldingsnotitie me.r.-beoordeling
Tekst van het document
4.1.5
Verkeer en parkeren Verkeer De woonbuurten in Veghels Buiten Noordoost worden ontsloten via ‘Het Lint’ dat aan de noordzijde aantakt op de Udenseweg (ter hoogte van de Bundersweg) en aan de zuidzijde op de Erpseweg (in het zuidoosten van het plangebied, nabij Blankens Kerkhof). Zowel de Udenseweg als de Erpseweg zijn ter plaatse gecategoriseerd als gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom waar een snelheid van 50 km/u is toegestaan. Op Het Lint mag maximaal 30 km/u worden gereden. Voor het wegennetwerk in het plangebied wordt aangesloten bij het beleid ‘Duurzaam Veilig’. Dit betekent dat de woonbuurten onderdeel uitmaken van een verblijfsgebied, waar gebiedsvreemd verkeer wordt tegengegaan. Voor het plan is een mobiliteitsstudie uitgevoerd [28]. Hierin is aangegeven dat de totale verkeersgeneratie van Veghels Buiten Noordoost 6.000 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal bedraagt. Vervolgens zijn er twee varianten doorgerekend met behulp van het regionale verkeersmodel BBMA. In planvariant A wordt 75% van het verkeer via de Udenseweg afgewikkeld en 25% via de Erpseweg. In de B variant wordt 35% via de Udenseweg afgewikkeld en 65% via de Erpseweg. In tabel 2 zijn de berekende intensiteiten per variant en per wegvak weergegeven.
Vervolgens is een aantal kruispuntberekeningen uitgevoerd om te bepalen welke maatregelen nodig of wenselijk zijn op het omliggende wegennet om het verkeer ook in de toekomstige situatie adequaat te kunnen afwikkelen. Dit wordt bij de verdere planuitwerking nader opgepakt. Tabel 2
Verwachte verkeersintensiteiten per werkdagetmaal [28]
27
Langzaam verkeer In Veghels Buiten wordt volop ruimte gegeven aan langzaam verkeer. Fietsroutes gaan als directe lijnen naar het centrum van Veghel en haaks daarop ligt een vrijliggend fietspad dat de Erpseweg en de Udenseweg met elkaar verbindt. Dit fietspad zorgt voor een directe verbinding met de wijk De Bunders en daardoor ook met de voorzieningen en de HOV-halte daar (zie onder). Voor voetgangers komt een zeer fijnmazig netwerk van paden en ommetjes tussen alle nabije buurten. Ook langs Het Lint ligt een voetpad omdat het hier wat drukker is. Soms zijn het langere doorgaande wandelpaden, soms zijn het informele paden om vanuit een woonbuurt ‘via een plank over de sloot’ door de Groene Mal te wandelen. Vaak zijn dit eenvoudige halverharde paden, soms slechts een uitgemaaide strook, gecombineerd met watergangen. Openbaar vervoer Voor het openbaar vervoer is de bushalte ‘De Muntelaar bij de kruising Udenseweg-Bundersweg de belangrijkste verbinding voor Veghels Buiten Noordoost. Langs de Erpseweg halteert een spitslijn en een buurtbus. Via de bestaande fietsroute tussen de Erpseweg en de Udenseweg, dwars door het plangebied, zijn deze haltes vanuit de verschillende woonbuurten efficiënt te bereiken. Een lokale buslijn via Het lint is niet nodig geacht [28].
Wel is in de mobiliteitsstudie aanbevolen om de haltevoorzieningen op de Udenseweg te verbeteren (uitbreiding aantal fietsparkeerplaatsen met 75-100 stallingsplaatsen). Parkeren De gemeente kiest ervoor om het parkeren zoveel als mogelijk uit het straatbeeld te houden. Parkeren vindt plaats in geconcentreerde hofjes of parkeerkoffers of op eigen terrein. Straatparkeren is niet aan de orde. Ook parkeren in de voortuin is niet gewenst omdat dit het straatbeeld bepaalt. Gebouwd parkeren op eigen terrein is op de erven alleen mogelijk als dit onderdeel is van de massa van de woningen. Bij de bepaling van het aantal benodigde parkeerplaatsen in een bepaald bouwinitiatief wordt getoetst aan de dan geldende gemeentelijke parkeernormen. Op dit moment vigeren de normen uit de Nota Parkeernormen 2018 [27] (zie tabel 3). De parkeerkoffers worden altijd zorgvuldig, groen ingepast, een en ander conform de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). In de regels bij het nieuwe bestemmingsplan wordt vastgelegd dat een omgevingsvergunning pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht. Tabel 3
Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 [27] Centrum Rest bebouwde kom en buitengebied Koop/huur, vrijstaand 2,1 2,4 Koop/huur 2-onder-1-kap 2,0 2,3 Koop/huur, tussen/hoek 1,9 2,1 Koop/huur, etage duur 1,9 2,2 Koop/huur, etage middel 1,8 2,0 Koop/huur, etage goedkoop 1,6 1,8 Serviceflat, aanleunwoning 1,2 1,3 Kamerverhuur, niet zelfstandig 0,4 0,4
Eenheid per Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning
Aandeel bezoekers 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,2
Conclusie Op grond van het voorgaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat de realisering van de voorgenomen activiteiten ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
28
4.1.6
Geluid In paragraaf 4.1.8 wordt aangegeven in hoeverre geluid van omliggende bedrijven uitstraalt naar het plangebied. Als gevolg van de voorgenomen realisering van Veghels Buiten Noordoost worden geen nieuwe geluidproducerende functies gerealiseerd, waardoor geen sprake is van geluidsemissie naar de omgeving toe. Enkel de verkeersaantrekkende werking van de voorgenomen activiteiten veroorzaakt akoestische effecten, maar de extra verstoring ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten op de omliggende wegen is zeer beperkt. In aanvulling hierop is ook gekeken naar het akoestisch woon en leefklimaat binnen het plangebied vanwege het geluid van omliggende wegen. In het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai [32] zijn de geluidseffecten van de veranderingen in de verkeersintensiteiten doorgerekend. Het plangebied is (deels) gelegen binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van meerdere gemeentelijke wegen, waaronder de Udenseweg, en de provinciale weg N616, ter plaatse de Erpseweg geheten. De locatie is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoor- wegen. Wel worden binnen het plangebied nieuwe (30 km/uur-)wegen aangelegd. Vanuit planologisch oogpunt (beoordeling van het woon- en leefklimaat op basis van de gecumuleerde geluidbelasting) zijn dezewegen beschouwd in het uitgevoerde akoestisch onderzoek.
Uit deze berekening is gebleken dat de geluidbelastingen vanwege wegverkeer op de Udenseweg ter plaatse van het gehele plangebied niet meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, behalve ter plaatse van de clusters die het meest nabij de Udenseweg zijn gelegen. Ter plaatse van de relevante clusters bedraagt de geluidbelasting maximaal 54 dB. De maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt dus niet overschreden, maar de voorkeursgrenswaarde plaatselijk wel. De geluidbelasting vanwege wegverkeer op de Erpseweg (wegvakken binnen de bebouwde kom) bedraagt ter plaatse van het gehele plangebied, behalve ter plaatse van de clusters nabij de Erpseweg, niet meer dan de voorkeursgrenswaarde. Voor het wegvak buiten de bebouwde kom bedraagt de geluidbelasting ter plaatse van het cluster nabij de weg maximaal 51 dB. Ook hier geldt dus dat de voorkeurgrenswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder wel wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde (63 dB) niet. Om het woningbouw ter plaatse van de gebieden waar de geluidbelasting meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt mogelijk te maken, dienen hogere waarden vastgesteld te worden. Voor de woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld, gelden op basis van het Bouwbesluit 2012 aanvullende eisen aan de geluidwering. Conclusie Vanuit het aspect geluid zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten.
Er worden immers geen nieuwe geluidproducerende functies gerealiseerd. Enkel de verkeersaantrekkende werking leidt tot extra wegverkeerslawaai, maar deze leidt nergens tot overschrijding van de maximale ontheffingswaarde.
4.1.7
Luchtkwaliteit en stikstof Luchtkwaliteit Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen, zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. In tabel 4 zijn de grenswaarden voor fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide NO2) overgenomen. Voor de overige genoemde stoffen zijn de concentraties in Nederland in het algemeen dusdanig laag dat geen overschrijding te verwachten is. Voor het plan is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd [33] waarin op basis van de te verwachten verkeersintensiteiten (zie paragraaf 4.1.5 is getoetst in hoeverre deze bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse en of deze leiden tot overschrijding van de grenswaarden zoals genoemd in de Wet milieubeheer. Deze berekende waarden zijn opgenomen in tabel 5. Uit deze tabel blijkt dat de jaargemiddelde concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van de woningen in het plan gebied en naast de toegangswegen tot het plan ver onder de wettelijke normen ligt.
29
Tabel 4
Grenswaarden fijnstof en stikstofdioxide
Component
Grenswaarden
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde
40 µg/m³
24-Uursgemiddelde (jaarlijks maximaal 35 overschrijdingen)
50 µg/m³
Fijn stof (PM2,5)
Jaargemiddelde
25 µg/m³
Stikstofdioxide (NO 2)
Jaargemiddelde
40 µg/m³
Uurgemiddelde (jaarlijks maximaal 18 overschrijdingen)
200 µg/m³
Tabel 5
Norm
Rekenresultaten luchtkwaliteit [33] NO2
Situatie
PM10
PM2,5
Jaargemiddelde
Aantal
Jaargemiddelde
Aantal
Jaargemiddelde
concentratie
overschrijdingen
concentratie
overschrijdingen
concentratie
Norm
40
18
40
35
25
Totale emissie
16,3
0
16,6
6
9,5
Planbijdrage
2,6
--
0,4
--
0,1
Stikstof Om te bepalen in hoeverre de geplande aanleg en het gebruik van het woongebied Veghels Buiten Noordoost leidt tot extra depositie van stikstof die van invloed is op de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000-gebieden is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd [13], en zijn de uitkomsten hiervan verwerkt in een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming [12]. Uit de uitgevoerde berekeningen van zowel de gebruiksfase als de aanlegfase is gebleken dat de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar en het initiatief derhalve geen relevante significante cumulatieve effecten zal veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost. Conclusie Op basis van het voorgaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat ten aanzien van de aspecten luchtkwaliteit en stikstofdepositie de voorgenomen activiteit niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leidt.
4.1.8
Bedrijven en milieuzonering Als onderdeel van Veghels Buiten Noordoost worden geen nieuwe bedrijven direct planologisch mogelijk gemaakt. Er is derhalve voor wat betreft dit aspect geen sprake van hinder of uitstraling naar de omgeving. Daarnaast kunnen bestaande bedrijven uit de omgeving op hun beurt hinder of uitstraling door bijvoorbeeld geluid, geur, gevaar of stof naar het plangebied toe opleveren en daardoor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen beïnvloeden. Dit is geïnventariseerd in een Quick scan bedrijven en milieuzonering (bmz) [25]. Binnen en in de omgeving van het plangebied is een aantal bedrijven gelegen. Uitgangspunt bij het opstellen van het geactualiseerde masterplan was dat bestaande bedrijven in de omgeving hun activiteiten kunnen blijven voortzetten. Uitzondering hierop is het tuinbouwbedrijf/bloemenwinkel aan de Udenseweg. In de quick scan bedrijven en milieuzonering [25] is onderzocht of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en of omliggende bedrijven onevenredig in hun belangen worden geschaad. Hierbij is gebruik gemaakt van de VNG-handleiding Bedrijven en Milieuzonering [26]. Hierbij zijn de woonclusters nabij de Erpseweg en de Udenseweg en de woonclusters rondom een aantal bestaande bedrijven
30
in het westelijk deel van het plangebied aangemerkt als ‘gemengd gebied’ en de woonclusters centraal in het plangebied als ‘rustige woonwijk’. Uitwaartse zonering Uit de quick scan is gebleken dat er geen sprake is van uitwaartse milieuzonering omdat de woningen zelf geen milieubelastende functie vormen. Kleine voorzieningen zoals een beroep aan huis, kiosk, koffietentje of winkeltje zijn wel mogelijk (mits passend binnen de schaal van de woonomgeving), maar bijvoorbeeld een supermarkt of winkelcentrum is niet voorzien. Zoals in paragraaf 1.2 is aangegeven zou op termijn mogelijk ter plaatse van ‘WG-Klooster B’ in de regiekaart (zie afbeelding 4) een basisschool kunnen worden gerealiseerd. Deze behoren volgens de VNG-brochure tot milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk geldt. Ook kan mogelijk een gezondheidscentrum worden gerealiseerd op een van de vier locaties met de aanduiding ‘M-Maatschappelijk/gezondheidscentrum’ (zie afbeelding 4). In het bestemmingsplan wordt hiervoor een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Deze voorzieningen zijn aangemerkt als milieucategorie 1-bedrijven, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt in een rustige woonwijk.
In deze afwijkingsbevoegdheid wordt de voorwaarde opgenomen dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woon karakter van de wijk of buurt en het bedoeld gebruik een onevenredige belemmering voor omliggende bedrijven mag vormen. Deze functies worden dus niet rechtstreeks toegestaan maar met een afwijkingsbevoegdheid. Bij vergunningverlening wordt nader rekening gehouden met milieuzonering. Inwaartse zonering Vervolgens zijn op basis van de vigerende bestemmingsplannen de milieubelastende functies in de omgeving bepaald met bijbehorende richtafstanden. Uit de quickscan bmz bleek dat de geluid-, stof-, gevaar- en geurcontouren van de omliggende bedrijven soms deels over de geplande woonvlakken in Veghels Buiten Noordoost zijn gelegen. Per cluster is daarom beoordeeld welke richtafstanden van toepassing zijn en of de milieubelasting mogelijk een belemmering vormt. Indien dit het geval was is bekeken of geschoven kon worden met de woonbuurten. Indien dat niet mogelijk bleek, is aangegeven dat nader onderzoek nodig is om aan te tonen dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en of deze hindercour een belemmering kan vormen voor de realisatie van woningen binnen dit cluster.
Naar aanleiding van bovenstaande quick scan [25] is een aanvullend akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd waarin de geluiduitstraling van de bedrijven uit de omgeving is berekend. Hieruit bleek dat: Vanuit de gronden Udenseweg 11 (bestemming dierenpension/houtbewerkingsbedrijf) er beperkingen zijn aan de ontwikkeling van woningen binnen het cluster ‘WG-Klooster A’. Voorgesteld is om de woningen (of andere geluidgevoelige functies) buiten de 50 dB0contour te positioneren, een akoestische afscherming tussen het perceel en de woningen te plaatsen of om dove gevels aan de zijde van de bebouwing te positioneren. Vanuit de gronden aan de Udenseweg 5a (autodemontagebedrijf / autosloperij) er geen beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen binnen de clusters zijn. Vanuit de gronden aan de Erpseweg 8/9/11 (loon- en grondverzetbedrijf) er zowel in de representatieve als de incidentele bedrijfssituatie geen beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen binnen de clusters zijn. Vanuit de gronden aan De Stad 11 (loonwerkbedrijf) er zowel in de representatieve als de incidentele bedrijfssituatie geen beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen binnen de clusters zijn. Vanuit de gronden Blankenberg 2 (waterwinbedrijf, Brabant Water) er beperkingen zijn ten aanzien van de ontwikkeling van woningen binnen de lusters WEG-HOF-A en WG-Klooster B.
Het effect van de mogelijke activiteiten op het zuidelijk deel van het terrein leidt tot een groter invloedsgebied dan op grond van de richtafstanden verwacht mag worden (30 meter/50 meter). Mogelijke maatregelen zijn het realiseren van dove gevels, bebouwing opschuiven zodat het buiten de richtafstanden komt te liggen of geen geluidsgevoelige functies aan de zijde van Brabant Water te positioneren. Voor de
31
aangrenzende bouwvelden is voorgesteld om te kiezen voor het voorwaardelijk verplichtend opleggen van te treffen maatregelen binnen de 30-meter-contour vanuit de inrichting Brabant Water. Conclusie Omdat in het plan geen bedrijven rechtstreeks zijn voorzien, zal de voorgenomen activiteit voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering naar de omgeving toe geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Mocht gebruik worden gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid voor de eventuele realisering van een school of gezondheidscentrum, dan wordt als voorwaarde gesteld dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woon karakter van de wijk of buurt en het bedoeld gebruik een onevenredige belemmering voor omliggende bedrijven mag vormen. Bedrijven uit de omgeving kunnen veroorzaken wel uitstraling naar het plangebied toe veroorzaken. In het akoestisch onderzoek milieuzonering zijn maatregelen voorgesteld om deze effecten te beperken. Op basis hiervan kan samenvattend worden geconcludeerd dat de voorgenomen activiteiten vanuit het aspect bmz niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.1.9
Geur Realisering van de voorgenomen activiteiten veroorzaakt geen geuremissies naar de omgeving toe, maar er is mogelijk wel sprake van geur vanaf (agrarische) bedrijven in de omgeving naar het plangebied toe. In de omgeving van het plangebied zijn namelijk enkele veehouderijen gelegen. Daarom is een agrarisch geuronderzoek [20] uitgevoerd naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar overige geuraspecten in relatie tot de ruimtelijke ordening. In 2023 heeft de gemeente Meierijstad een nieuwe gebiedsgerichte geurverordening vastgesteld [36]. Hierin voor het gebied Veghels Buiten een geurnorm van 5 OUE/m3 vastgelegd als maximale warde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen het gebied Veghels Buiten. Uit het geuronderzoek is gebleken dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: wordt voldaan aan de afstandseisen. Omdat veehouderijen op voldoende afstand (>100m) van het plangebied zijn gelegen, is ten aanzien van afstanden sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. de hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied 7,3 OUE/m3 bedraagt op een punt in het uiterste hoek van het plangebied. Op alle overige plaatsen is sprake van een ‘redelijk goed’ tot ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat.
Vanwege de gemeentelijke geurnorm worden er in het bestemmingsplan geen woningen mogelijk gemaakt binnen de geurcontour van 5 OUE/m3. de achtergrondbelasting maximaal 7,5 OUE/m3 bedraagt. Dit komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Omdat de achtergrondbelasting niet meer dan het dubbele is van de voorgrondbelasting, is in dit geval de voorgrondbelasting maatgevend. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied [20]. Bij het realiseren van woningen met een geurnorm van 5 OUE/m3 is sprake van een belemmering in de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderij aan de Erpseweg 5. Het bouwvlak van deze veehouderij is echter nagenoeg volgebouwd en de parameters van de worst case geurbelasting vormen geen reëel toekomstscenario voor deze veehouderij. Daarom is er geen consequentie voor de huidige bedrijfsvoering van deze veehouderij, maar is er wel een consequentie indien deze veranderingen wil doorvoeren aan emissiepunten en/of dieraantallen. Op voorhand is niet te beoordelen of hier sprake is van een onaanvaardbare belemmering, zo concludeert het geuronderzoek [20]. Er worden zoals gezegd geen nieuwe geurproducerende bronnen gerealiseerd als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Conclusie Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect geur geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan.
32
4.1.10
Gezondheid
4.1.10.1
Spuitzones gewasbescherming Blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen via drift kan leiden tot gezondheidsschade. Er bestaat geen wettelijk kader waarin de afstand wordt gereguleerd tussen gevoelige functies (zoals woningen) en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, maar op grond van jurisprudentie wordt in de praktijk een zone van 50 meter aangehouden, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Enkele bebouwingsclusters (zie afbeelding 11) zijn gelegen op minder dan 50 meter afstand van agrarische percelen waarop toepassing van chemische gewasbescherming niet is uitgesloten. Daarom is locatiespecifiek onderzoek uitgevoerd [16] om te bepalen of de ontwikkeling op de beoogde locatie mogelijk is in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid. Voor de beoordeling van de locatiespecifieke situatie is gebruik gemaakt van een EFSA rekenmodel. Op basis van dit onderzoek is ten aanzien van de nieuwe driftgevoelige bestemming een spuitzone van minimaal 10 meter geadviseerd. Voor de in afbeelding 11 aangegeven percelen met een rode ‘1’ en ‘3’ geldt dat aan de geadviseerde spuitzone wordt voldaan omdat de bebouwingsclusters op 16 respectievelijk 22 meter afstand liggen. Ten opzichte van het perceel ‘2’ kan niet aan de afstandsnorm van 10 meter worden voldaan voor het ‘Gehucht’ en ‘Hof-C’. Om wel aan de norm te voldoen dient een zone aangehouden c.q.
ingericht te worden waar langdurig menselijk verblijf planologisch en in de praktijk is uitgesloten. Dit kan bijvoorbeeld worden vastgelegd door in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemen of door de aanliggende gronden te verwerven. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 19 oktober 2022 kan ook zorgvuldigheidshalve, ten en opzichte van agrarische percelen waarop het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten, een spuitzone van 50 meter worden aangehouden. Binnen deze zone is dan in beginsel geen langdurig verblijf toegestaan. In het bestemmingsplan worden functies waarbij langdurig verblijf niet is uitgesloten via een afwijkingsbevoegdheid toegelaten. Aan de afwijkings-/wijzigingsbevoegdheid dienen voorwaarden gekoppeld te worden zoals: Driftreducerende maatregelen die nu en in de toekomst kunnen worden toegepast (zoals opgaand groen, afspraken met agrariër over spuiten, verwerving van gronden, uitsluiten van chemische gewasbeschermingsmiddelen etc.); Wijzigingen in de wet- en regelgeving (incl. mogelijke acceptatie van een rekenmethode). De bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende agrarische ondernemers wordt niet belemmerd als gevolg van de beoogde ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost [16].
1
2
3
Afbeelding 11 Bebouwingsclusters nabij mogelijke spuitzone
33
4.1.10.2
Gezondheid veehouderijen Er bestaat geen landelijk geldend toetsingskader voor het beoordelen van het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. Gewoonlijk wordt gebruik gemaakt van het stappenplan uit de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0 van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht [24]. Dit stappenplan is doorlopen in de notitie Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen [21]. Hieruit is gebleken dat mogelijk op basis van stap 3b uit het stappenplan (dit is de toets of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leef klimaat aan de hand van de gezondheidskundige advieswaarden) een advies van de GGD gewenst is. Dat is het geval als woningen worden gerealiseerd binnen de geurcontour van 2 OUE/m3 voor de voorgrondbelasting en 5 OUE/m3 voor de achtergrondbelasting. In augustus 2022 heeft de GGD gereageerd op dit onderzoek en een advies uitgebracht [22]. De conclusies uit bovengenoemd onderzoek worden door de GGD onderschreven en geadviseerd is voldoende afstand te houden tot de woonbebouwing. Conclusie Op grond van het voorgaande blijkt samenvattend dat de voorgenomen activiteiten in het plangebied Veghels Buiten Noordoost ten aanzien van het aspect gezondheid niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.1.11
Externe veiligheid Voor de locatie is een Quick scan externe veiligheid [19] uitgevoerd om de relevante risicobronnen binnen en in de omgeving van het plangebied in beeld te brengen. Hieruit bleek dat: het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een waterweg of spoorweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. de A50 en de N279 op circa 1.600 respectievelijk 1.700 m afstand van het plangebied zijn gelegen. Het invloedsgebied rondom elk van deze wegen reikt niet tot aan het plangebied. het plangebied aan de zuidzijde aan de N616 (Erpseweg) grenst en aan de noordzijde aan de Udenseweg. Deze wegen zijn niet opgenomen in het Basisnet weg, maar hierover worden wel gevaarlijke stoffen vervoerd. Uit vuistregels van de HART (Handleiding risicoanalyse transport) volgt dat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief hoeft te worden bepaald aangezien het groepsrisico (GR) lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Wel liggen enkele woningbouwvlekken binnen het invloedsgebied van GF3-stoffen. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de N616 (BLEVE-scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording. in het zuidelijk deel van het plangebied en langs de Erpseweg enkele buisleidingen liggen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Enkele woonbuurten liggen binnen de 1% lethaliteitsafstand van deze hogedruk aardgasleidingen. Daarom is een extra (Carola)-berekening noodzakelijk naar de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico. Ook dienen de risico’s van een fakkelbrandscenario te worden meegenomen in een verantwoording van het groepsrisico. aan de Udenseweg een LPG Tankstation gelegen. De PR 10-6 risicocontouren reiken niet tot over het plangebied, maar het invloedsgebied van het GR bedraagt 150 meter rondom het LPG vulpunt en het lpg-reservoir en reikt deels over de plangrens reikt. Om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk te maken, dient een aanvullende berekening met behulp van het rekenprogramma Safeti-NL te worden gemaakt en dient een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld. er geen andere risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Voor de hoogte van het groepsrisico van het LPG-station is een aanvullende berekening naar het groepsrisico uitgevoerd [35]. Uit deze berekening blijkt dat in de toekomstige situatie het groepsrisico niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie De normwaarde bedraagt in beide situaties 0,76. Dit betekent dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden of toeneemt.
34
In de ‘Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations’ wordt het bevoegd gezag verzocht rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten en 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Binnen het plangebied worden geen zeer kwetsbare objecten gerealiseerd, maar wel kwetsbare objecten (woningen). Gebleken is dat de nieuw te realiseren woningen binnen het plangebied op circa 120 meter van het reservoir liggen, waardoor voldoende afstand tussen kwetsbare objecten en inrichting behaald wordt. In aanvulling op de quickscan is tevens een Carola-berekening [29] uitgevoerd naar het groepsrisico (GR) vanwege de ligging van enkele ontwikkelvlekken nabij de hogedrukgasleidingen. Het plangebied is niet gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van deze leidingen. Voor wat betreft het groepsrisico is aangegeven dat een deel van de geprojecteerde functies binnen het plangebied binnen het invloedsgebied van buisleiding Z-542-01-deel-1 liggen . De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald. Aangezien de opdrachtgever nog geen verkaveling heeft, is - in overleg - ervoor gekozen om variantberekeningen te maken waarbij alle functies, met uitzondering van de woningen, ofwel binnen de 100% letaliteitsafstand liggen of binnen de 1% letaliteitsafstand.
De woningen worden wel homogeen verdeeld over de betreffende clusters. Voor de buisleiding is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie berekend. De rekenresultaten zijn opgenomen in tabel 6. Uit deze berekeningen blijkt dat in de huidige situatie geen groepsrisico wordt berekend. In de toekomstige situatie is bij beide varianten sprake van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planvorming leidt in beide gevallen tot een toename van het groepsrisico van buisleiding Z-542-01-deel-1. Hiervoor moet een beperkte verantwoording worden uitgewerkt. Tabel 6
Carola berekening groepsrisico buisleidingen
Op basis van bovenstaande uitkomsten is een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt [38]. Hierin zijn onder andere verschillende maatregelen om de zelfredzaamheid te vergroten en mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen benoemd. Deze punten worden voor advies voorgelegd aan de veiligheidsrisico. Dit advies neemt het bevoegd gezag vervolgens mee in haar verantwoording van de hoogte van het GR. Er worden geen nieuwe risicobronnen voorzien als onderdeel van de voorgenomen activiteiten, er is enkel sprake van effecten ‘van buiten naar binnen toe’, maar vanwege het groter aantal personen dat in het gebied zal verblijven, wijzigt de omvang van een eventueel effect bij een calamiteit dus wel. Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid kan samenvattend worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die aanleiding geven tot een m.e.r.-procedure.
4.1.12
Klimaat en duurzaamheid In paragraaf 2.1.5 is gesteld dat de ambities voor Veghels Buiten Noordoost op het gebied van klimaat en duurzaamheid hoog zijn. Een duurzame leefomgeving draagt bij aan de gezondheid en het geluksgevoel van de gebruikers/bewoners van het gebied. In het geactualiseerde masterplan voor Noordoost [3] wordt in dat kader onder meer stilgestaan bij de kansen op het gebied van klimaatadaptatie, groen (ecologie, natuurontwikkeling en biodiversiteit), energie en circulariteit. Om hier nader invulling aan te geven, is in opdracht van de gemeente Meierijstad een Quick scan duurzaamheid [18] uitgevoerd. Hierin zijn kansen en ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid inzichtelijk gemaakt aan de hand van een aantal thema’s.
35
Klimaatadaptatie De ambitie in Veghels Buiten Noordoost is om de buitenruimte zo groen mogelijk te maken en verharding te minimaliseren (‘groen tenzij’). Het toepassen van groene gevels en daken wordt gestimuleerd. Tevens is het gebruik van groen goed met het oog op biodiversiteit en het voorkomen van hitte eilanden in de woonomgeving. De bestaande waterstructuur en het watersysteem worden maximaal in stand gehouden en water wordt zoveel mogelijk op een natuurlijke landschapseigen wijze in het gebied vastgehouden, bij voorkeur bovengronds zichtbaar. De volgorde is vasthouden, infiltreren en dan eventueel pas afvoeren. Water dat op daken en verhardingen valt, wordt in de directe omgeving opgevangen en zo lokaal mogelijk geïnfiltreerd. Daarbij wordt uitgegaan van een minimale hemelwaterafvoer (HWA). Het systeem dat daarvoor wordt ontworpen is globaal doorgerekend op een toekomstige piekbui van 60 mm (conform beleidsregels waterschap Aa en Maas) en, vanwege de toename van hevigheid van de buien, ook op een piekbui van 70 mm. In de Groene Mal is er voldoende ruimte om dit water op een natuurlijke manier te bergen. Aanvullend hierop wordt rondom iedere woonbuurt een groene rand met zaksloot aangelegd. In de Groene Mal komen daarnaast een aantal grotere waterbergingslocaties (onder andere vloeivelden, rabattenbos).
In de Quick scan duurzaamheid [18] is hierover het volgende gesteld: Met deze uitgangspunten ligt er een goede basis voor een klimaatrobuuste en regenwaterbestendige leefomgeving. Op het gebied van hittebestendigheid worden kansen gezien voor het uitdiepen van richtlijnen voor een hitte- en droogtebestendige leefomgeving (zoals percentages schaduw op verblijfsplekken en langzaam verkeer routes, hitte- en droogtebestendige beplanting, hittebestendige woningbouw). Er wordt gewezen op de noodzaak om actief in te zetten op bewustwording bij bouwers, bewoners en gebruikers omtrent hemelwaterberging en watergebruik in relatie tot waterbesparende en -hergebruik technieken en educatieve maatregelen. Groen (ecologie, natuurontwikkeling en biodiversiteit) De ambitie in Veghels Buiten Noordoost is om de buitenruimte zo groen mogelijk te maken (‘groen tenzij’). Dit biedt een prettige leefomgeving, voorkomt hittestress en is goed met het oog op natuurontwikkeling en biodiversiteit. De Groene Mal speelt daarin een belangrijke rol. Bestaande natuurwaarden in blijven zoveel mogelijk behouden en worden waar mogelijk versterkt. Oudere bomen, houtwallen, bosjes, greppels en sloten worden optimaal in de plannen ingepast en het bos van het Blankens Kerkhof wordt uitgebreid (groene casco).
Ecologie en natuurontwikkeling zijn op deze wijze integraal verweven in het landschapsplan, waarbij wordt ingezet op het realiseren van een aaneengesloten fijnmazige boomstructuur waar onder andere vleermuizen en kamsalamanders van profiteren. De Groene Mal is niet alleen maar groene ruimte of decor, maar biedt ook ruimte voor duurzaam medegebruik voor en door de bewoners. Naast een functie in de wateropgave biedt de Groene Mal ruimte om te recreëren en te ontspannen. Daarnaast wordt gedacht aan mogelijkheden voor (semi-) agrarisch gebruik, voedselbos, voedseltuin, boomgaarde of dierenweide. Een natuurlijk beeld, met ruimte voor natuurontwikkeling, staat daarbij voorop. Door een goede inrichting van de groene ruimte krijgen de gronden nadrukkelijk een hogere natuurwaarde ten opzichte van het huidige agrarische gebruik. Met name de vele nieuwe randen bieden ruimte voor het creëren van waardevolle biotopen. In dat kader zijn voor de verdere planuitwerking de volgende aanbevelingen van belang: Een goede verdere uitwerking van de Groene Mal is noodzakelijk, waarbij zowel ruimte wordt geboden aan bijzondere vegetatie als voor het dierenleven (plekken, verbindingen). De focus dient te liggen op het toepassen van gebiedseigen soorten, maar er dient tevens rekening te worden gehouden met een veranderend klimaat.
De keuze voor groen mag gericht zijn op een interessant ruimtelijk beeld maar moet vooral ook zijn gericht op de bijdrage in het ecosysteem. In de Groene Mal komt een aanzienlijk areaal nieuw bos. Het verdient aanbeveling om zo snel mogelijk te starten met de aanplant van dit bos, vooruitlopend op de bouw van de woningen.
36
-
Alle woonbuurten krijgen een groene rand met zaksloot. De beplantingswijze van de randen is steeds verschillend, waarbij zowel het ruimtelijk beeld als biodiversiteit een rol dienen te spelen. Bomen die geplant worden moeten ook de kans hebben volwassen te worden. Een goede standplaats is daarvoor cruciaal. Dit is vastgelegd in het gemeentelijk bomenbeleid.
Mobiliteit In de nieuwe ontsluitingsstructuur voor Veghels Buiten Noordoost staat de bereikbaarheid voor langzaam verkeer centraal, zowel van en naar het centrum van Veghel als tussen de woonbuurten onderling (zie paragraaf 4.1.5). Daarnaast komt er een hoofdontsluitingsweg voor de auto die de Udenseweg en de Erpseweg met elkaar verbindt (Het Lint). Deze weg wordt ingericht als 30-km weg volgens de principes van duurzaam veilig. Parkeren vindt plaats op eigen terrein of in centraal gelegen parkeerkoffers. Daar komen ook laadvoorzieningen voor elektrische auto’s. Het gebruik van deelauto’s wordt waar mogelijk gestimuleerd. Om het mobiliteitsconcept voor Noordoost toekomstbestendig in te richten dient volgens de Quick scan duurzaamheid [18] te worden geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen zoals de opkomst van de deeleconomie en elektrische voertuigen. Daartoe zijn de volgende aanbevelingen gedaan: Situeren van laadvoorzieningen voor elektrische auto’s in alle woonbuurten (in de parkeerkoffers); Uitgaan van één laadpaal per tien parkeervakken. Deze moeten in staat zijn om slim en bi-directioneel te laden; Het mobiliteitsconcept vormgeven middels het STOMP-principe, te weten: 1. Prioriteit geven aan langzaam verkeer (Stappen en Trappen). Hierin is voorzien. 2. Stimuleren van gebruik van het Openbaar vervoer.
Er wordt geadviseerd om de mogelijkheid voor een bushalte met frequente dienstregeling binnen de wijk te onderzoeken. 3. Aanbieden van deelmobiliteit (Mobility as a Service). Er wordt geadviseerd om bij de ruimtelijke inrichting van het gebied inpassing van deelmobiliteit vroegtijdig mee te nemen. 4. De privéauto als sluitstuk in het STOMP-ontwerpprincipe. Gegeven de locatie en het karakter van deelgebied Noordoost zal de privéauto voor veel toekomstige bewoners, net als in de andere deelgebieden van Veghels Buiten, echter toch het belangrijkste vervoermiddel zijn. Energie Meierijstad heeft als doel om in 2050 CO2-neutraal te zijn, door middel van een combinatie van energie besparen en duurzame opwekking van energie. De gemeente daagt ontwikkelaars uit om woningen te bouwen die beter presteren dan de landelijke BENG-norm. De komende tijd gaat de gemeente in beeld brengen waar kansen liggen op het gebied van duurzame opwekking en wellicht opslag van energie voor Noordoost. Hierbij worden verschillende concepten inzichtelijk gemaakt en afgewogen op het gebied van techniek, financiën, toekomstbestendigheid en de rol van de gemeente en andere stakeholders. In de Transitievisie Warmte (2020) van de gemeente Meierijstad wordt geothermie hoge temperatuur (diepe aardwarmte > 50°C) als potentiële warmtebron voor Veghels Buiten genoemd.
Vanwege de nabijheid van het grondwaterwingebied van Brabant Water (boringsvrije zone) en het relatief beperkte aantal woningen is het echter nog allerminst zeker dat deze optie realistisch is in Noordoost. In aanvulling hierop zijn in de Quick scan duurzaamheid [18] diverse aanbevelingen opgenomen voor de verdere uitwerking van het thema energie, te weten: Voor beperking van de energievraag kan worden gedacht aan een pakket bouwkundige- en installatietechnische maatregelen (zoals CO2-gestuurde balansventilatiesystemen met warmteterugwinning (WTW), douchepijp met WTW, isolatiewaarden volgens Bouwbesluit). Een all-electric infrastructuur voor de warmtevoorziening, waarbij aan ontwikkelaars wordt gevraagd om, op basis van aan te reiken energieprestatie-eisen, een systeem te ontwerpen dat energetisch zo efficiënt mogelijk is. Toepassen van PV-panelen ter realisatie van een NOM(nul op de meter)-leven gebied, zowel op gebouwniveau (daken, lage kappen, carports) als op gebiedsniveau (parkeerkoffers).
37
-
Met het toepassen van een energie managementsysteem kan niet alleen de druk op het elektriciteitsnet worden verminderd (= voorkomen netcongestie), maar kan wellicht ook economische voordeel worden behaald.
Circulariteit Duurzaam ontwikkelen betekent het verantwoord gebruik van grondstoffen, rekening houden met de schaarste ervan en de impact die grondstoffen en producten hebben op het milieu. Kosten van materiaal en ontwerp, maar ook de levensduur en de kosten van onderhoud worden zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. In de basis is het doel om materialen zoveel en zo lang mogelijk in het systeem beschikbaar te houden. Dat kan door hergebruik of door materialen te recyclen. In de Transitievisie Warmte (2020) heeft de gemeente uitgangspunten geïntroduceerd waarmee zij invulling wil geven aan het thema circulair bouwen, namelijk: benut het beschikbare, gebruik hernieuwbaar, minimaliseer milieu-impact, creëer voorwaarden voor een lange levenscyclus en creëer voorwaarden voor toekomstige cycli. Deze uitgangspunten zijn in het geactualiseerde Masterplan Noordoost [3] als volgt vertaald: Delen: de gemeente faciliteert waar mogelijk initiatieven uit de wijk met betrekking tot het delen van spullen (bijvoorbeeld autodelen, materialenhub). Grondstoffen- en materiaalgebruik: de gemeente daagt ontwikkelende partijen uit om de milieu-impact van toe te passen materialen bij de bouw en gedurende de hele levenscyclus van het gebouw tot een minimum te beperken (Milieuprestatie Gebouw (MPG)-score van ten hoogste 0,8) en vraagt ontwikkelaars om gebruik te maken van een grondstoffenpaspoort.
Het gebruik van duurzame materialen met een lage milieu-impact, zoals biobased materialen, wordt gestimuleerd. Het toepassen van schadelijke materialen die tot verontreiniging van het hemelwater kunnen leiden, zoals lood en koper, moet worden voorkomen. Demontabel en flexibel bouwen: de gemeente ondersteunt dit. Hiermee zijn functiewijzigingen zonder ingrijpende verbouwingen mogelijk en wordt een gebouw zo in elkaar gezet dat componenten en materialen herbruikbaar zijn omdat ze gemakkelijk losgemaakt kunnen worden. In de Quick scan duurzaamheid [18] zijn ter aanvulling hierop de volgende aanbevelingen opgenomen: Zoveel mogelijk inzetten op het gebruik van biobased materialen (zoals houtskeletbouw, kruislaaghout); Ontwikkelaars met prikkels uitdagen om biobased materialen toe te passen (hogere aanschafprijs); Partijen selecteren die gespecialiseerd zijn en ervaring hebben (in Nederland, Scandinavische landen en Duitsland) met volledige woninghoutbouwconcepten; Inzetten op een lagere Milieuprestatie Gebouw (MPG)-score dan het huidige bouwbesluit (bijv. maximaal 0,4, waarschijnlijk de nieuwe norm omstreeks 2026-2030); Naast de MPG ook de methodiek van Het Nieuwe Normaal (HNN) hanteren. Bij HNN wordt uitgegaan van een integrale benadering waarbij alle aspecten rondom circulariteit (inclusief MPG-score) worden meegenomen.
Conclusie Op grond van het voorgaande blijkt samenvattend dat de voorgenomen activiteiten in het plangebied Veghels Buiten Noordoost ten aanzien van de aspect klimaat en duurzaamheid niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die aanleiding geven tot een m.e.r.-procedure.
4.2
Bereik van het effect (geografische zone en grootte getroffen zone) Niet van toepassing. Uit de verschillende effectbeschrijvingen zoals weergegeven in de vorige paragraaf blijkt dat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.3
Grensoverschrijdend karakter Niet van toepassing.
38
4.4
Orde van grootte en complexiteit effect Niet van toepassing. Uit de verschillende effectbeschrijvingen zoals weergegeven in de paragraaf 4.1 blijkt dat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.5
Waarschijnlijkheid effect Niet van toepassing. Uit de verschillende effectbeschrijvingen zoals weergegeven in de paragraaf 4.1 blijkt dat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.6
Duur frequentie en omkeerbaarheid effect Niet van toepassing. Uit de verschillende effectbeschrijvingen zoals weergegeven in de paragraaf 4.1 blijkt dat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
39
5
CONCLUSIE Gelet op het voorgaande is de initiatiefnemer van oordeel dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan de realisering van de voorgenomen gebiedsontwikkeling Veghels Buiten Noordoost (maximaal 1.250 woningen) in voldoende mate in beeld zijn gebracht en dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die leiden tot dermate belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat het maken van een milieueffectrapport een toegevoegde waarde zou hebben. Op grond hiervan verzoekt de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag te besluiten dat een verdere m.e.r.procedure niet aan de orde is.
.
40
BIJLAGEN
B1 GERAADPLEEGDE LITERATUUR [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] [27] [28] [29] [30] [31] [32] [33] [34]
Gemeente Veghel, Masterplan Veghel Zuidoost. Veghel, 2008. BRO, Ladder voor duurzame verstedelijking Wonen Veghels Buiten Noordoost. Boxtel, 9 juni 2023 Gemeente Meierijstad, Actualisatie Masterplan Veghels Buiten Noordoost. Meierijstad, september 2022. Gemeente Veghel, Bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost. Veghel, 9 mei 2013. Besluit milieueffectrapportage (via wetten.overheid.nl), ’s-Gravenhage, 18 december 2020. Arcadis, Plan-MER Veghel Zuidoost. ‘s-Hertogenbosch, november 2007. Gemeente Veghel, Bestemmingsplan Veghels Buiten - Oude Ontginning 2015. Veghel, 18 juni 2010. Grontmij, Besluit MER Veghels Buiten. Eindhoven, 15 februari 2010. Gemeente Meierijstad, Bestemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid. Meierijstad, 20 oktober 2016. Gemeente Meierijstad, Woonvisie Meierijstad 2018. Meierijstad, 5 juli 2018. Gemeente Meierijstad, Actieplan Woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad. Meierijstad, 2021. Kragten, Voortoets Natura 2000 – Ontwikkeling Veghels Buiten, deelgebied Noordoost. Herten, 7 september 2023. Kragten, Stikstofdepositieonderzoek Veghels Buiten. Herten, 31 augustus 2023. BRO, Effectenanalyse NNB Veghels Buiten Noordoost. Boxtel, 4 oktober 2023. BRO, Quick scan flora en fauna Veghels Buiten Noordoost te Veghel. Boxtel, 1 september 2022. SPA WNP Ingenieurs, Woningbouw Veghels Buiten Noordoost, Locatiespecifiek onderzoek spuitzone. Ede, 30 juni 2023.
Ingenieursbureau Land. Historisch onderzoek Veghels Buiten Noordoost. Ede, 1 december 2021. Merosch, QuickScan Duurzaamheid Veghels Buiten Noordoost, Bodegraven, 8 september 2022. Kragten, Quick scan externe veiligheid BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 28 september 2023. De Roever Omgevingsadvies, Onderzoek Geurhinder Veehouderijen Veghels Buiten Noordoost, Schijndel, 26 september 2023. De Roever Omgevingsadvies, Notitie volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Veghels Buiten Noordoost. Schijndel, 25 november 2021. GGD Gezondheid Milieu en Veiligheid Brabant, Gezondheidskundige beoordeling geur bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost, Tilburg, 15 augustus 2022. Lievense Milieu B.V., Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost-Brabant, Nieuwegein, 28 februari 2019. Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO), Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Cuijk, 30 april 2018. De Roever Omgevingsadvies, Quick Scan Bedrijven en Milieuzonering Veghels Buiten Noordoost, Schijndel, 30 november 2023. Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Bedrijven en Milieuzonering editie 2009. Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk. Den Haag, 2009. Gemeente Meierijstad, Nota Parkeernormen Meierijstad 2018, Meierijstad, 01 januari 2019. Goudappel BV, Mobiliteitsstudie Veghels Buiten Noordoost, 4 oktober 2023.
Kragten, Externe Veiligheid Buisleidingen BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 28 september 2023. Kragten, Akoestisch onderzoek milieuzonering BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 4 december 2023. RoyalHaskoningDHV Nederland, Waterparagraaf Veghels Buiten Noordoost, Rotterdam, 09 augustus 2023. Kragten, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 28 september 2023. Kragten, Onderzoek luchtkwaliteit Veghels Buiten noordoost, Herten, 27 september 2023. Bodac, Historisch vooronderzoek OO, Veghel Veghels Buiten Noordoost, Schijndel, 11 maart 2022.
B1-1
[35] [36] [37] [38] [39] [40]
BRO, Veghels Buiten Noordoost, Vervolgonderzoek flora en fauna, Boxtel, 2 december 2022. Gemeente Meierijstad, Gebiedsgerichte geurverordening Veghels Buiten, Veghel, 2 november 2023. Kragten, Hoogte groepsrisico LPG-Tankstation BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 30 augustus 2023. Kragten, Verantwoording hoogte groepsrisico BP Veghels Buiten Noordoost, Herten, 11 oktober 2023. Ingenieursbureau Land, Bodemparagraaf Veghel Buiten Noordoost, Ede, 1 december 2023. BRO, Dassenplan Veghels Buiten Noordoost, Boxtel, 22 november 2023.
B1-2
B2 TOETSINGSKADER BESLUIT-MER 2010
Notitie Betreft
Ons kenmerk
Datum
Behandeld door
Toetsing ontwerp bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost aan het toetsingskader uit het Besluit-MER Veghels Buiten d.d. februari 2010 20231204-MEI015-001-NOT-MER-toetsingskader VBNO 2.0 4 december 2023 DG
Inleiding Het Besluit-MER Veghels Buiten uit februari 2010 was gekoppeld aan de besluitvorming over het eerste Bestemmingsplan voor Veghels Buiten, te weten de Oude Ontginning. Het MER beschreef de te verwachten effecten van de totale ontwikkeling van Veghels Buiten. Omdat volgende bestemmingsplannen voor de verschillende deelgebieden in de Nieuwe Ontginning pas later en gefaseerd zouden worden ontwikkeld, en de gemeente in de planvorming zoveel mogelijk flexibiliteit wilde behouden, was in het Besluit-MER uit 2010 voor de milieubeoordeling van deze deelplannen een toetsingskader opgenomen. Aan de hand van de criteria uit dit toetsingskader kan worden beoordeeld of in het betreffende ruimtelijk plan voldoende uitwerking is gegeven aan de verschillende relevante milieuaspecten. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan voor Erpseweg Zuid (september 2011) is dit toetsingskader ook doorlopen. Thans wordt het bestemmingsplan voor Veghels Buiten Noordoost voorbereid. In voorliggende notitie is de toetsing van dit plan aan het toetsingskader uit het Besluit-MER van 2010 (cursief) opgenomen. Deze wordt als bijlage aan de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling toegevoegd. Thema 1: Programma en verkaveling Aantal woningen. Het aantal nieuw te realiseren woningen in de Oude Ontginning bedraagt maximaal 160.
In het bestemmingsplan wordt per locatie aangegeven hoeveel woningen er ten hoogste gerealiseerd mogen worden. In de Nieuwe Ontginning zullen circa 1.700 woningen worden gerealiseerd. In de Oude Ontginning zijn inmiddels circa 130 nieuwe woningen gerealiseerd. In het deelgebied Erpseweg Zuid zullen uiteindelijk circa 750 woningen worden gebouwd. In de actualisatie van het bestemmingsplan Erpseweg Zuid in 2016 is, vanwege wijzigingen in de woningbehoefte en om voldoende flexibiliteit te hebben, afgestapt van het vooraf vastleggen van het exacte aantal woningen per locatie. In het bestemmingsplan is alleen het totale aantal woningen opgenomen. Ook in het thans voorliggende bestemmingsplan voor noordoost is dit op deze manier gebeurd. In het ‘Actieplan Woningbouw, Woningbouwoffensief Meierijstad’ is in overleg met de provincie Noord-Brabant de bouwopgave voor Veghels Buiten Noordoost bestuurlijk vastgelegd op 1200 à 1300 woningen. Ook in de afspraken die als uitwerking van de woondeal tijdens de zogenaamde regionale versnellingstafels met de provincie Noord-Brabant zijn gemaakt, is dit bevestigd. Het totale aantal woningen in de Nieuwe Ontginning zal daarmee uiteindelijk circa 250 woningen hoger uitvallen dan in het MER uit 2010 was voorzien. Dit sluit nauw aan bij de recente ontwikkelingen omtrent de toegenomen woningbouwopgave in Nederland, Brabant en Meierijstad.
In de ladder voor duurzame verstelijking is dit nader onderbouwd.
Blad 2
Woningbouwprogramma (aantallen, typen en verdeling). Het realiseren van een landelijk / dorps woonmilieu is een harde eis. In de Nieuwe Ontginning worden drie typen enclaves gerealiseerd. Een erf-enclave omvat maximaal 70 woningen, een hof-enclave maximaal 200 woningen en een kloostertuinenclave maximaal 315 woningen. Hierbij geldt een gemiddelde (bruto) woningdichtheid van 23 woningen per ha. Voor de verdeling van de typen enclaves geldt de verdeling zoals deze is genoemd in inrichtingsalternatief 2 van het MER. Het realiseren van een landelijk dorps/woonmilieu wordt gewaarborgd middels het bij het bestemmingsplan behorende kwaliteitshandboek Veghels Buiten Noordoost. In het oorspronkelijke masterplan uit 2008 en het Besluit-MER uit 2010 was voorzien in de realisering van drie typen buurtschappen: erf, hof en klooster. Op grond van de ervaringen in het eerste deelgebied van de Nieuwe Ontginning (Erpseweg Zuid) en ontwikkelingen in de woningbehoefte, is hieraan in het geactualiseerde masterplan een aantal nieuwe type buurtschappen en verkavelingsprincipes toegevoegd.
Dit resulteert in het nieuwe masterplan voor Noordoost in de volgende vijf typen buurtschappen: Het Erf (9 stuks), met een grootte variërend tussen circa 0,5 ha en 1,6 ha ; Het Buitenhof (3 stuks), met een grootte variërend tussen circa1,3 ha en 1,7 ha; De Kloosterbuurt (2 stuks), met een grootte van circa 3,1 en 9,4 ha; Het Gehucht (1 stuks) met een grootte van circa 8,2 ha; De Bosbuurt (1 stuks) met een grootte van circa 10,5 ha. De gemiddelde woningdichtheid varieert tussen 22,5 en 30 woningen per hectare. Dit sluit aan bij de toegenomen behoefte aan meer kleinere woningen
•
Omvang enclaves. De erf-enclave heeft conform het masterplan een omvang van maximaal 4 ha, de hof-enclave van maximaal 7 ha en de kloostertuin-enclave van maximaal 13 ha.
De omvang van de buurtschappen past niet meer volledig binnen de uitgangspunten van het oorspronkelijke Masterplan. De wijzigingen hierin komen voort uit de in der loop der jaren ontstane veranderingen in de behoeften in de markt en door ruimtelijke overwegingen (ervaringen uit eerdere buurtschappen). De Erfbuurtschappen hebben een maximale oppervlakte van circa 1,6 ha en voldoen daarmee dus. De Buitenhoven hebben een maximale oppervlakte van 1,7 ha. De Kloosterbuurtschappen hebben een oppervlakte van maximaal 9,4 ha en voldoen dus eveneens. Het Gehucht heeft een oppervlakte van maximaal 8,2 ha, het Bosbuurtschap heeft een oppervlakte van 10,5 ha. Deze typen zijn ‘nieuw’ en kunnen derhalve niet worden getoetst aan het oorspronkelijke criterium.
Situering, omvang en aard van voorzieningen. De voorzieningen zoals genoemd in het Masterplan, onderdeel Stedenbouwkundig plan, dienen tenminste te worden gerealiseerd.
In het oorspronkelijke Masterplan uit 2008 was uitgegaan van de realisering van een centraal voorzieningencluster direct ten noorden van de Erpseweg. In de loop van de jaren is echter geconstateerd dat de bestaande voorzieningen in de kern Veghel (winkels, scholen, zorg etc.) voldoende aanbod bieden voor de nieuwe bewoners in Veghels Buiten. Dit heeft er toe geleid dat al tijdens de ontwikkeling van het deelgebied Erpseweg-Zuid is besloten om in Veghels Buiten (als geheel) geen apart voorzieningencluster meer te realiseren. Bij de actualisering van het masterplan is dit overgenomen. Behoudens de mogelijkheid voor beroepen aan huis zijn derhalve in Noordoost geen grootschalige voorzieningen voorzien. Kleine voorzieningen zoals een beroep aan huis, kiosk, koffietentje of winkeltje zijn wel mogelijk (mits passend binnen de schaal van de woonomgeving), maar bijvoorbeeld een supermarkt of winkelcentrum is niet voorzien.
Blad 3
Ter plaatse van ‘WG-Klooster B’ in de regiekaart (zie afbeelding 4) zou op termijn mogelijk een basisschool (met gymzaal, kinderopvang en wijkvoorziening met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 6.000 m2 bvo) kunnen worden gerealiseerd. Ook kan mogelijk een gezondheidscentrum (huisartsenpraktijk, apotheek of praktijkruimte voor bijvoorbeeld fysiotherapie) worden gerealiseerd op een van de vier locaties met de aanduiding ‘M - Maatschappelijk/gezondheidscentrum’ (zie afbeelding 4) met een maximale oppervlakte van 1.000 m2 bvo . In het bestemmingsplan wordt hiervoor een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. In deze afwijkingsbevoegdheid wordt de voorwaarde opgenomen dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woon karakter van de wijk of buurt en het bedoeld gebruik een onevenredige belemmering voor omliggende bedrijven mag vormen.
Thema 2: Geologie, geomorfologie en bodem • Grondbalans. In principe wordt voor elk deelproject afzonderlijk of voor een cluster van deelprojecten een volledig gesloten grondbalans gerealiseerd. Indien dit niet mogelijk blijkt, moet tenminste naar genoegdoening van de Gemeente Veghel worden aangetoond dat de aanvoer van grond geminimaliseerd is. Evenals bij de realisatie van het deelgebied Erpseweg-Zuid, wordt ook in Noordoost aan elke ontwikkelende partij de voorwaarde meegegeven dat moet worden uitgegaan van een gesloten grondbalans c.q. dat geen grond uit het gebied wordt afgevoerd. In de praktijk is gebleken dat het inrichten van een centraal gronddepot hiervoor een goede oplossing biedt. Vanzelfsprekend wordt hierbij de actuele wet- en regelgeving ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit (Bbk en handelingskader PFAS) zorgvuldig in acht genomen. Aangezien er op dit moment nog geen concrete bouwplannen voor de diverse buurtschappen bekend zijn, kan nog niet worden beoordeeld of per deelproject sprake is van een gesloten grondbalans.
•
Verontreinigingen. Indien er binnen een deelgebied sprake is van (ernstige) verontreinigingen dienen deze (afhankelijk van hun omvang) conform de Wet Bodembescherming of gemeentelijk beleid te zijn gesaneerd voordat tot realisering van de bouw wordt overgegaan.
In december 2021 is een actualiserend historisch bodemonderzoek uitgevoerd voor Veghels Buiten Noordoost. Hieruit blijkt dat binnen het deelgebied Noordoost sprake is van een aantal (potentieel) verdachte verontreinigingslocaties. Voor deze locaties vervolgonderzoek geadviseerd in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen van de verschillende deelprojecten. Voor zover deze mogelijk risico's opleveren voor toekomstige bebouwing, zullen deze voor aanvang van de bouwwerkzaamheden van het betreffende buurtschap worden gesaneerd.
Thema 3: Grond- en oppervlaktewater • Hydrologisch neutraal/positief. Ieder deelplan afzonderlijk dient tenminste hydrologisch neutraal en bij voorkeur hydrologisch positief te zijn (d.w.z. minder hemelwater uit het plangebied afvoeren dan thans het geval is). De ontwikkelende partijen moeten aantonen dat ze voldoen aan de eisen van het Waterschap. De waterparagraaf is in bijlage 18 van het (ontwerp) bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost opgenomen. In het thans voorliggende plan is rekening gehouden met de eisen die het Waterschap aan het toekomstig watersysteem stelt. Het deelplan Noordoost wordt tenminste hydrologisch neutraal ontwikkeld. Het uitgangspunt is om op een natuurlijke en landschapseigen wijze water vast te houden en te infiltreren en daarbij een minimale HWA te realiseren. Binnen de Groene Mal is er voldoende ruimte om dit
Blad 4
water op een natuurlijke manier te bergen. Rondom iedere woonbuurt wordt een groene rand met zaksloot aangelegd. Aanvullend hierop is voorzien in de aanleg van een aantal waterbergingslocaties (vloeivelden, rabattenbos, wadi’s) in de Groene Mal. Om te borgen dat er voldoende waterberging wordt aangelegd, wordt hiervoor in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Hemelwaterberging. In de Oude Ontginning dient hemelwater binnen de betreffende ontwikkelingslocatie te worden geborgen en geïnfiltreerd. In de Nieuwe Ontginning dient berging en infiltratie van het hemelwater plaats te vinden in de (de)centrale bergingslocaties nabij de afzonderlijke enclaves.
Rondom alle buurtschappen is voorzien in de aanleg van waterbergingen in de vorm van een groene rand met zaksloot (zowel bestaande als nieuwe sloten). Aanvullend hierop is verspreid in het plangebied in de Groene Mal voorzien in de aanleg van een aantal wat grotere waterbergingslocaties (vloeivelden, rabattenbos, wadi’s) . Om te borgen dat er voldoende waterberging wordt aangelegd, wordt hiervoor in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Omvang waterberging en infiltratievoorzieningen. Voor wat betreft de omvang van waterberging en infiltratievoorzieningen dient te worden voldaan aan de waterparagraaf.
De omvang van de waterbergingen en infiltratievoorzieningen voldoet aan de eisen van het Waterschap. Dit is vastgelegd in de waterparagraaf (zie bijlage 18 van de toelichting van het (ontwerp) bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost). Om te borgen dat er voldoende waterberging wordt aangelegd, wordt hiervoor in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Materiaalgebruik. Om grond- en oppervlaktewaterverontreinigingen te voorkomen, mogen geen uitlogende en uitspoelende materialen worden gebruikt.
Dit aspect zal te zijner tijd bij de toetsing van de bouwaanvragen / omgevingsvergunningen nadrukkelijk aan de orde komen. In het Kwaliteitshandboek voor Noordoost wordt ingegaan op het onderdeel duurzaam bouwen en het streven naar het gebruik van duurzame materialen. Ook in het geactualiseerde Masterplan is dit aspect nadrukkelijk aan de orde gekomen. Het toepassen van uitlogende en uitspoelende materialen zal niet aan de orde zijn (zie ook paragraaf 4.16 van de toelichting van het bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost.