1c. B22 Aanmeldingsnotitie me.r.-beoordeling
Tekst van het document
Type riolering. Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd (regenwater en afvalwater worden gescheiden afgewikkeld). Het hemelwater wordt uiteindelijk in de grond geïnfiltreerd. Het regenwaterriool wordt gebruikt om regenwater naar de berging te transporteren.
In de waterparagraaf (zie bijlage 18) is toegelicht dat regenwater en afvalwater gescheiden van elkaar worden afgewikkeld. Hemelwater dat afstroomt van de verhardingen binnen de buurtschappen wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd naar de randen van de woonbuurten waar het wordt geborgen en geïnfiltreerd in bestaande en nieuwe watergangen en nieuwe bergingslocaties in de Groene Mal.
Blad 5
Boringen. Binnen de boringsvrije zone mag niet dieper dan 10 m worden geboord zonder voorafgaande toestemming/ontheffing.
In het bestemmingsplan wordt gewezen op de aanwezigheid van de boringsvrije zone rondom het waterwingebied van Brabant Water (Blankens Kerkhof). De regels aangaande deze zone zijn met name van belang bij de toetsing van de toekomstige aanvragen voor een vergunning. In een groot aantal situaties is daarover vooraf overleg met en toestemming van de waterbeheerder (Brabant Water) vereist.
Thema 4: Natuur en groenvoorzieningen Groenstructuur. Bestaande groenstructuren dienen te worden gehandhaafd en als uitgangspunt voor het ontwerp van de verschillende enclaves te fungeren (minimumnorm). Waar mogelijk dienen deze structuren verder te worden versterkt (streefnorm). Bestaande groenstructuren (historische paden en bomenrijen) in Noordoost blijven gehandhaafd en maken deel uit van het groene casco (de Groene Mal) van het plangebied. Daaraan wordt een aantal nieuwe landschappelijke lijnen (bomenlanen, houtwallen, hagen) en structuren (bos) toegevoegd die geaccentueerd worden met nieuwe beplanting zodat een kamerstructuur ontstaat waarbinnen de buurtschappen kunnen worden ontwikkeld. De paden langs deze groenstructuren worden deels benut als langzaam verkeerroutes (fiets- en wandelpaden). Daarnaast is rondom alle buurtschappen voorzien in de aanleg van nieuwe groenvoorzieningen, gecombineerd met waterberging. Voor de Groene Mal in deelgebied Noordoost wordt net als in het deelgebied Erpseweg Zuid te zijner tijd door de gemeente een apart inrichtings- en beheerplan opgesteld. Tevens vindt uitbreiding van het bestaande bosgebied Blankens Kerkhof in westelijke richting plaats. Het is de bedoeling om op zeer korte termijn met de aanplant hiervan te beginnen. Binnen dit nieuwe bosgebied komt te zijner tijd ruimte voor boskamers waarbinnen gebouwd kan worden.
Ecologische waarde groenvoorzieningen. Als minimumnorm is gesteld dat alle verliezen aan ecologische waarden tenminste moeten worden gecompenseerd. Als streefnorm is gesteld dat de ecologische waarde van de groenvoorzieningen verder wordt versterkt.
Fysieke aantasting van bestaande groenvoorzieningen is niet voorzien, met uitzondering van een smal gedeelte bos in het meest zuidoostelijk deel van het plangebied waar de nieuwe aansluiting van het lint op de Erpseweg is voorzien. In de effectenanalyse NNB is de compensatie hiervan uitgewerkt. Voor zover bestaande groenvoorzieningen een ecologische functie vervullen (voor bijvoorbeeld vogels of vleermuizen), zal -voordat een daadwerkelijke ingreep plaatsvindt- nader onderzoek en eventuele compensatie plaatsvinden. Omdat vanwege de geplande woningbouw het intensieve agrarisch grondgebruik grotendeels wordt beëindigd en binnen de toekomstige Groene Mal voorzien is in de realisering van diverse nieuwe groene landschappelijke functies, zal per saldo sprake zijn van een toename van de ecologische waarde van het gebied.
Beschermde natuurwaarden. Met behulp van nader onderzoek moet worden aangetoond dat geen beschermde natuurwaarden verloren gaan c.q. dat de hiervoor benodigde ontheffing is verkregen en de vereiste natuurcompensatie is gewaarborgd. Hierbij geldt de Beleidsregel Natuurcompensatie van de provincie Noord-Brabant als toetsingskader.
Uit eerder natuuronderzoek blijkt dat binnen het plangebied sprake is van aanwezigheid van een aantal beschermde plant- en diersoorten. Ten behoeve van het bestemmingsplan voor Noordoost is in januari 2022 een nieuwe Quick scan flora en fauna uitgevoerd. Op grond hiervan is voor een aantal soorten geconstateerd dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is en zijn maatregelen voorgesteld om negatieve
Blad 6
effecten te voorkomen. Dit aanvullend onderzoek is in december 2022 afgerond. De resultaten zijn samengevat in paragraaf 4.1.3 van de aanmeldnotitie en op basis hiervan wordt bepaald of een compensatie of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde is. Voor de das wordt een compensatieplan uitgewerkt om de functionaliteit van het leefgebied ook in de toekomst te borgen.
Inpassing bestaande groenelementen. In het stedenbouwkundig ontwerp moet er naar worden gestreefd bestaande groenstructuren zoveel mogelijk in te passen.
Bestaande groenstructuren en -elementen worden geïntegreerd in het ontwerp van de Groene Mal dat de toekomstige woonbuurten omringt.
Thema 5: Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschappelijke structuren. In het stedenbouwkundig ontwerp van de diverse enclaves dient als uitgangspunt zoveel mogelijk te worden aangesloten bij de in het plangebied aanwezige landschappelijke structuren. Bestaande en als waardevol aangemerkte structuren moeten in ieder geval worden behouden en versterkt. In dit verband zijn met name de scheiding tussen de kern Veghel en Veghels Buiten en de scheiding tussen de Oude en de Nieuwe Ontginning van belang. In het stedenbouwkundig concept van Veghels Buiten als geheel (Masterplan 2008), maar ook bij de nadere uitwerking van het deelgebied Noordoost in het geactualiseerde Masterplan (2022), zijn de bestaande landschappelijke kenmerken en structuren de belangrijkste basis geweest voor de planvorming, het stedenbouwkundig ontwerp en de situering van de verschillende buurtschappen in Veghels Buiten Noordoost.
•
Ruimtelijke relaties en zichtlijnen. Belangrijke zichtlijnen naar het buitengebied moeten worden open gehouden bij de invulling van Veghels Buiten. Ook de zichtlijn naar de kerktoren van Veghel dient te worden gehandhaafd.
Het behouden en versterken van de historische lange lijnen en zichtlijnen en de openheid, zowel tussen de diverse woonbuurten onderling als tussen Noordoost en het centrum van Veghel, hebben een essentiële rol gespeeld bij de situering en oriëntatie van de diverse buurtschappen binnen het geactualiseerde Masterplan.
Inpassing cultuurhistorische waarden. Aanwezige cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen (onder andere wegen met karakteristieke laanbeplanting) dienen gehandhaafd te blijven en te worden ingepast in het ruimtelijke ontwerp voor de enclaves.
De cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen die in Noordoost aanwezig zijn, blijven gehandhaafd en zijn ingepast in het ruimtelijke ontwerp voor het deelplan Noordoost. Zij hebben een belangrijke rol gespeeld in de totale ruimtelijke opzet, de ontsluitingsstructuur, het groene casco en de situering van de woonbuurten binnen dit deelgebied.
Inpassing archeologische waarden. Ten aanzien van de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied is gesteld dat deze tenminste moeten worden veiliggesteld, maar bij voorkeur behouden dienen te blijven. Daarvoor is lokaal aanvullend onderzoek nodig, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag.
Blad 7
In het ter plaatse thans nog vigerende bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost uit 2013 is op de verbeelding enkel aan een klein gedeelte in het westelijk deel van het plangebied met hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde de dubbelbestemming "Waarde – archeologie" toegekend. Deze dubbelbestemming is overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Hier moet, voordat met de aanlegwerkzaamheden wordt gestart, eerst aanvullend archeologisch onderzoek plaatsvinden.
Thema 6: Infrastructuur Ontsluitingsstructuur (auto, OV en fiets). Realisatie van het Lint is een minimumnorm. Alle nieuwe wegen in het plangebied worden ingericht als 30 km-zone, volgens de principes van duurzaam veilig. In het bestemmingsplan is de ruimte voor realisering van het Lint, de nieuwe ontsluitingsweg tussen de Udenseweg en de Erpseweg, vastgelegd. Het moment waarop het Lint daadwerkelijk wordt aangelegd, is afhankelijk van het ontwikkeltempo en de -volgorde van de diverse buurtschappen. Alle nieuwe wegen in het plangebied worden ingericht als 30 km-zone, volgens de principes van duurzaam veilig. Dit betekent dat de woonbuurten onderdeel uitmaken van een verblijfsgebied, waar gebiedsvreemd verkeer wordt tegengegaan.
Wegprofielen / inrichting openbare ruimte. De inrichting van de openbare ruimte moet voldoen aan hetgeen in het kwaliteitshandboek voor het betreffende deelgebied is vermeld.
Behorend bij het bestemmingsplan voor het deelgebied Noordoost is tevens een apart Kwaliteitshandboek opgesteld. Daarnaast is voor deelgebied Noordoost een aparte Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgesteld, waarin alle vereisten ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte zijn opgenomen.
Parkeervoorzieningen. Voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen geldt als algemene randvoorwaarde dat zowel moet worden voldaan aan de gemeentelijke Nota Parkeernormen (inclusief de appendix voor Veghels Buiten), als aan het kwaliteitshandboek voor het betreffende deelgebied.
De parkeernormen die thans gelden in Veghels Buiten zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen Meierijstad 2018. Deze zijn tevens opgenomen in de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Veghels Buiten Noordoost. Als er in de toekomst nieuwe gemeentelijke normen worden vastgesteld, zullen deze ook van toepassing zijn bij de toetsing van nieuwe bouwinitiatieven in Noordoost. In de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de omgevingsvergunning pas verleend kan worden als sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de dan geldende parkeernormen.
Ondergrondse infrastructuur. Met betrekking tot de ondergrondse infrastructuur geldt als minimumeis dat moet worden voldaan aan de wettelijke beschermingszones rondom de leidingen en dat rekening moet worden gehouden met zakelijk rechtstroken.
De wettelijke beschermingszones rondom ondergrondse leidingen zijn in het bestemmingsplan voor Noordoost vastgelegd met een dubbelbestemming. Deze zijn ook op de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven.
Thema 7: Geluid, luchtkwaliteit en veiligheid Resultaten geluidonderzoek. Ontwikkelaars van de enclaves in deelgebied de Nieuwe Ontginning zijn verplicht een nieuw akoestisch onderzoek uit te voeren waarin het gedetailleerde stedenbouwkundig
Blad 8
ontwerp voor de betreffende enclave wordt doorgerekend; een en ander conform de Wet geluidhinder. Ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost is een actualisering van het akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai Udenseweg en Erpseweg en geluid omliggende bedrijven) uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan en de aanmeldingsnotitie. Voor een aantal clusters langs de Udenseweg en de Erpseweg dient een hogere waarde Wgh te worden vastgesteld. In het kader van het borgen van een goed woon- en leefklimaat is te zijner tijd voor deze woningen extra onderzoek nodig naar de binnenwaarde. Dit wordt verankerd in de planregels van het bestemmingsplan. Bij de toekomstige bouwaanvragen zullen ontwikkelaars voor zover relevant een aanvullend akoestisch onderzoek moeten uitvoeren.
Wijze van geluidafscherming. Op basis van de uitkomsten van het geluidonderzoek moet worden aangegeven welke eventuele geluidafschermende maatregelen nodig zijn en op welke wijze deze voorzieningen zullen worden vormgegeven, zodat aan de normen uit de Wet geluidhinder wordt voldaan.
Geluidafschermende maatregelen zijn voor dit deelgebied vooralsnog niet aan de orde. Wel wordt voor enkele woningen aan de Udenseweg en Erpseweg een hogere grenswaarde vastgesteld.
Overige geluidwerende voorzieningen. Aangegeven dient te worden welke overige geluidwerende voorzieningen genomen worden om een eventuele te hoge geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige objecten te reduceren, zodat aan de normen uit de Wet geluidhinder wordt voldaan.
Overige geluidwerende voorzieningen zijn op dit moment niet aan de orde. Afhankelijk van het uiteindelijke verkavelingsplan dienen ontwikkelaars van een woonbuurt mogelijk te zijner tijd specifieke voorzieningen aan te brengen, bijvoorbeeld nabij het de kennelbouw aan de Udenseweg.
Vliegverkeer. Vanwege de aanpassing van het luchthavenbesluit van vliegbasis Volkel dienen maatregelen (bijv. dakisolatie) te worden getroffen die leiden tot een goed woon- en leefklimaat.
In 2015 is een nieuw Luchthavenbesluit voor Vliegbasis Volkel vastgesteld. Uit bijlage 3 van dit besluit blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen de geluidszones van de vliegbasis. Nader onderzoek is derhalve niet nodig.
Sociale veiligheid. Als minimale eis wordt voorgesteld dat alle woningen ten minste dienen te voldoen aan de normen zoals opgenomen in het Politiekeurmerk Veilig Wonen en dat er voldoende openbare verlichting moet worden gerealiseerd, met name op wegen die door langzaam verkeer worden gebruikt.
Dit toetsingscriterium zal bij de nadere beoordeling van concrete bouwplannen voor de diverse buurtschappen nadrukkelijk aandacht krijgen. De algemene kaders hiervoor zijn opgenomen in het kwaliteitshandboek/LIOR.
Toegankelijkheid voor politie, brandweer en hulpdiensten. Ten aanzien van dit aspect is aangegeven dat de toegankelijkheid voldoende en naar wens van de betrokkenen geborgd is. Er dient aantoonbaar overleg met alle hulpdiensten te worden gevoerd.
Blad 9
In het kwaliteitshandboek/LIOR zijn eisen opgenomen voor de toegankelijkheid van de verschillende buurtschappen voor hulpdiensten. De definitieve ontwerpen zullen te zijner tijd ter toetsing worden voorgelegd aan de betrokken instanties. Van de ontwikkelaar wordt verwacht dat deze aantoonbaar overleg met alle hulpdiensten voert.
Externe veiligheidscontouren. Binnen het plangebied worden geen risicofuncties gesitueerd. Daarnaast is als eis geformuleerd dat een toename van het groepsrisico dient te worden verantwoord.
Ten behoeve van het bestemmingsplan is een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. De toename van het groepsrisico vanwege het LPG station en de hogedrukgasleiding is aanvullend berekend. En er is een verantwoording van de toename het groepsrisico uitgewerkt waarin onder andere maatregelen zijn benoemd de zelfredzaamheid te vergroten en mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen zijn benoemd. Deze punten worden voor advies voorgelegd aan de veiligheidsrisico. Dit advies neemt het bevoegd gezag vervolgens mee in haar verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
Thema 8: Energie, materiaalgebruik en afval Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). De EPC dient 10% onder de geldende norm uit het bouwbesluit te liggen. Met ingang van 1 januari 2021 is de EPC-norm vervallen en vervangen door BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Alle woningen in Veghels Buiten Noordoost dienen aan BENG te voldoen. Dit oorspronkelijke toetsingscriterium is derhalve thans niet meer aan de orde en vervangen door een zwaardere eis.
Energie Prestatie op Locatie (EPL). De EPL moet minimaal 7,2% zijn.
De gemeente Meierijstad hanteert momenteel voor woningbouwplannen geen standaard EPL norm meer. In het geactualiseerde Masterplan en het Kwaliteitshandboek Noordoost is toegelicht dat innovatieve duurzaamheidsconcepten en technieken gericht op duurzame energiebronnen en energiebesparing gestimuleerd zullen worden. Voor ontwerpen in Noordoost geldt dat te zijner tijd een motivering wordt vereist waarin wordt aangegeven op welke wijze door de betreffende ontwikkelaar maximaal energie bespaard wordt in relatie tot de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van het ontwerp.
•
Materiaalgebruik. Materialisering en bouwen worden uitgevoerd volgens de richtlijnen Duurzaam bouwen (DuBo-vereisten). Zink, koper en lood, worden niet toegepast wanneer deze materialen in aanraking met hemelwater kunnen komen.
Dit aspect zal te zijner tijd bij de toetsing van de bouwaanvraag / omgevingsvergunning nadrukkelijk aan de orde komen. In het geactualiseerde Masterplan en het Kwaliteitshandboek Noordoost wordt ingegaan op het onderdeel duurzaam bouwen en het streven naar het gebruik van duurzame materialen. De gemeente Meierijstad daagt ontwikkelende partijen uit om de milieu-impact van de toe te passen materialen bij de bouw en gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw tot een minimum te beperken. Daarbij gaat het niet alleen om de initiële bouw, maar ook de impact van onderhoud, vervangingen en bij einde levensduur van elementen/materialen de sloop en verdere verwerking van het materiaal. Deze milieu-impact kan worden uitgedrukt in de vorm van milieukosten na het uitvoeren van een milieukostenberekening (MPG-berekening). De wettelijk verplichte Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) is een landelijk instrument dat Meierijstad wil inzetten om het gebruik van primaire grondstoffen op korte termijn te verminderen. Een MPG score ≤ 0,8 is het uitgangspunt. Het gebruik van duurzame materialen met een
Blad 10
lage milieu-impact, zoals biobased materialen, wordt gestimuleerd. De gemeente vraagt ontwikkelaars om gebruik te maken van een grondstoffenpaspoort waarin wordt aangegeven welke materialen in een gebouw zijn verwerkt zodat deze in de toekomst gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. In paragraaf 4.16 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt hier nader op ingegaan.
Conclusie Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost voldoet aan het merendeel van de criteria van het toetsingskader zoals dat is opgenomen in het Besluit-MER Veghels Buiten uit 2010. Enkele criteria zijn vanwege veranderingen in beleid en wetgeving of voortschrijdend inzicht niet langer volledig aan de orde. Daarnaast is het voor een aantal criteria gezien het stadium van de planontwikkeling, op dit moment nog niet mogelijk om deze beoordeling volledig uit te voeren. Dit zal plaatsvinden bij de toetsing van de vergunningaanvraag.