1. Toelichting Dieperskant 11 en Morschehoef 7 (aangepast 2 dec. 2022)
Tekst van het document
Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is op basis van de historische ontwikkeling een middelhoge verwachting aan het plangebied toegekend. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat het plangebied onderdeel uitmaakte van een verspoelde dekzandvlakte. De oorspronkelijke podzolbodem is verploegd dan wel is verdwenen, maar het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont is nog intact aanwezig. Het plangebied was van oorsprong vrij nat en is in één of enkele keren opgehoogd om deze geschikt te maken voor landbouw. De verwachting is dat binnen het plangebied geen intacte resten aanwezig zijn van de weg en de voormalige boerderij die ten oosten van het plangebied heeft gestaan. Op basis hiervan blijft de lage verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd. Op grond van de resultaten van het booronderzoek wordt de middelhoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd naar laag bijgesteld.
Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing..
Crijns Rentmeesters bv
59
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Selectieadvies De verwachting is dat binnen het plangebied geen intacte resten aanwezig zijn van de weg en de voormalige boerderij die ten oosten van het plangebied heeft gestaan. Op grond van de ligging binnen een deels verspoelde dekzandvlakte, de aangetroffen bodemverstoringen en de ophogingslagen om het laag gelegen en vrij natte gebied geschikt te maken voor landbouw wordt de kans klein geacht dat er door de geplande graafwerkzaamheden archeologische resten verloren gaan. KSP Archeologie adviseert daarom geen archeologisch vervolgonderzoek..’ In navolging van dit onderzoek wordt de locatie voor de Ruimte voor Ruimte woning aan Dieperskant 11 vrijgegeven voor archeologie. Er worden op basis van het uitgevoerd onderzoek geen archeologische waarden verwacht. 4.4.2.2
Morschehoef 7
Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 wordt een omvang van maximaal 600 m² aan bebouwing gerealiseerd voor het interieurbouwbedrijf. Deze wordt gerealiseerd ter hoogte van de varkenstallen. Daarnaast worden twee Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Daarvan wordt één kavel gerealiseerd ter hoogte van een stal, één kavel waar thans nog geen bebouwing staat. Voor deze woning geldt, dat wanneer de verstoringsgrens van 250 m² wordt verstoord, een archeologische onderzoek noodzakelijk is. Daarvoor is een dubbelbestemming opgenomen in dit bestemmingsplan.
4.5 Natuur en ecologie 4.5.1 4.5.1.1
Beleidskader Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
alle Natura 2000-gebieden.
Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart met het Natuurnetwerk Nederland voor de omgeving van het plangebied, waarop de ligging van beide planlocaties is aangeduid.
Crijns Rentmeesters bv
60
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Planlocatie Dieperskant 11
Figuur 23: Uitsnede kaart Natuurnetwerk Nederland voor de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11
Planlocatie Morschehoef 7
Figuur 35: Uitsnede kaart Natuurnetwerk Nederland voor de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7
4.5.1.2
Stikstofdepositie
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000 gebied. Dit wordt met Aerius Calculator berekend. 4.5.1.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw plan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.
Crijns Rentmeesters bv
61
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
4.5.2 4.5.2.1
Toets Gebiedsbescherming
Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland. In de omgeving van het plangebied zijn geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden gelegen. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- en Habitatrichtlijngebied betreft de gebieden ‘Strabrechtse Heide & Beuven’, ‘Deurnesche Peel & Mariapeel’. Dit gebied is gelegen op een afstand van meer dan 18 kilometer tot het plangebied. Het plangebied is gelegen op een dermate grote afstand van het meest dichtbijgelegen Vogel- en Habitatrichtlijngebied, dat deze herbestemming geen effect kan hebben op natuurwaarden binnen dit gebied. 4.5.2.2
Stikstofdepositie
Met deze herbestemming worden twee agrarische bedrijfslocaties herbestemd. Deze sanering draagt bij aan een extensivering van het (maximale) grondgebruik binnen het plangebied. De planlocatie aan Morschehoef 7 wordt in gebruik genomen voor woondoeleinden en een interieurbouwbedrijf. Het intensieve agrarische gebruik waaronder de vervoersbewegingen van zware landbouwvoertuigen wordt beëindigd. Voor de planlocatie Morschehoef 7 is een Aerius-berekening uitgevoerd. Deze behoort als bijlage bij deze toelichting. Deze herontwikkeling heeft een positief effect in het kader van de stikstofdepositie. 4.5.2.3
Soortenbescherming
Dieperskant 11 Ten behoeve van de herontwikkeling van de planlocatie aan Dieperskant 11 is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. “Samenvatting en conclusie Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In de te slopen bedrijfswoning zijn enkele huismussennesten aanwezig onder de dakpannen aan de oostelijke kopgevel. Met de sloop van de bedrijfswoning gaan de jaarrond beschermde nesten verloren en vindt mogelijk overtreding plaats van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Hiervoor dient een mitigatieplan te worden opgesteld conform Kennisdocument Huismus Passer domesticus Versie 1.0, juli 2017 om de functies van de nestlocaties in stand te houden. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb De planlocatie vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Met de herontwikkeling worden meer groenstructuren aangeplant waardoor foerageermogelijkheden worden verbeterd. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen zijn aanwezig in de laanbomenstructuur aan de Dieperskant. Deze blijven ongewijzigd aanwezig. Alle bomen in de planlocatie blijven behouden. Het is niet uit te sluiten dat vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn in de te slopen bedrijfswoning. Een nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen conform Vleermuisprotocol 2017 is noodzakelijk.
Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb
Crijns Rentmeesters bv
62
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van de planlocatie zoals bruine kikker, gewone pad, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht. Eindconclusie:
Voor het verwijderen van de nesten van huismussen dient een mitigatieplan te worden opgesteld.
Een nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen wordt aanbevolen.
De aanbevelingen voor ‘Vogels algemeen’ dienen te worden opgevolgd.”
Op basis van de QuickScan naar natuurwaarden is er geadviseerd om aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar het potentieel voorkomen van vleermuisverblijfplaatsen en de functie van de planlocatie voor deze diersoort. Ten behoeve van de procedure wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Daarnaast behoort het ‘Mitigatieplan Huismussen’ als bijlage bij deze toelichting. Aanvullend onderzoek vleermuizen Het doel van het aanvullend vleermuisonderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van vleermuizen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie. Hierna is de conclusie van dit onderzoek weergegeven. Het volledige onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. “Op basis van uitgevoerd veldonderzoek zullen de voorgenomen ontwikkelingen door gebrek aan verblijfslocatie en het ontbreken van een gebruiksfunctie geen invloed hebben op de aldaar voorkomende vleermuizen. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de duurzame staat van instandhouding van de waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig.” Morschehoef 7 Ten behoeve van de herontwikkeling van de planlocatie aan Morschehoef 7 is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierna wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. “Samenvatting en conclusie Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen
Crijns Rentmeesters bv
63
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied.” Het volledige onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
4.6 Geluid 4.6.1
Beleidskader
4.6.1.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.6.1.2
Industrielawaai
Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
4.6.2
Toets
4.6.2.1
Wegverkeerslawaai
Dieperskant 11 De Dieperskant is een weg met doorgaans alleen bestemmingsverkeer voor de inrichtingen en woningen aan deze weg. Vanwege het beperkte aantal woningen en inrichtingen aan deze weg, mag worden gesteld dat de verkeersintensiteit op deze weg zeer laag is. Dit valt ook op te maken uit het Regionale verkeersmodel prognosejaar 2030. De Dieperskant is vanwege de lage verkeersintensiteit niet opgenomen in het verkeersmodel. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart met indicatieve geluidbelasting van wegverkeer voor de planlocatie aan Dieperskant 11.
Crijns Rentmeesters bv
64
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 36: Indicatieve geluidbelasting wegverkeer voor de planlocatie aan Dieperskant 11
Navolgende tabel geeft de geluidbelasting op de bouwvlakken aan Dieperskant 11 weer.
Tabel 1: Geluidbelasting wegverkeer voor de planlocatie aan Dieperskant 11
De voorkeursgrenswaarde van 48 dB word niet overschreden als gevolg van het wegverkeerslawaai op de omliggende zoneplichtige wegen Dieperskant en Teuwseler. Met een standaard geluidwering van 20 dB in de woning wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat behaald van 33 dB. Morschehoef 7 Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een bedrijfswoning bij het interieurbouwbedrijf. Ten behoeve van het toestaan van twee Ruimte voor Ruimte woningen is een geluidsonderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. “Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Morschehoef, Looieind en Schuurhoek. Voor de wegen Morschehoef en Schuurhoek geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van het plangebied nergens overschrijdt. Voor de weg Looieind geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van het plangebied bij een toetshoogte van 1,5
Crijns Rentmeesters bv
65
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
meter niet meer overschrijdt vanaf een afstand van circa 29 meter tot de wegas van deze weg. Voor de toetshoogten 4,5 en 7,5 meter is deze afstand respectievelijk circa 35 en 36,5 meter. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt tevens overschreden tot een afstand van maximaal 15,5 meter tot de wegas van de weg Looieind. Een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde wordt in principe niet toegestaan door de Wgh. In het kader van een goed akoestisch woon- en leefklimaat wordt geadviseerd om de nieuwe bedrijfswoning te situeren vanaf een afstand van circa 36,5 meter tot de wegas van de weg Looieind. Indien woningbouw binnen deze afstand tot de weg uit bijvoorbeeld stedenbouwkundig oogpunt alsnog de voorkeur heeft, is het mogelijk om voor de woning een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Ter voorkoming van het (onnodig) toepassen van dove gevels dient in ieder geval een afstand van 15,5 meter uit de wegas in acht te worden genomen.
Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Indien de bedrijfswoning binnen een afstand van 36,5 meter tot de wegas van de weg Looieind wordt gerealiseerd is een procedure hogere waarde aan de orde. In dat geval is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Indien de bedrijfswoning vanaf een afstand van 36,5 meter tot de wegas van de weg Looieind wordt gerealiseerd, wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat dan reeds gewaarborgd.” De nieuw te realiseren woning wordt op ten minste 16,5 meter uit de wegas van Looieind gebouwd.
Hiermee wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Wel wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Navolgende figuur geeft een beeld van de geluidbelasting op de gevels vanaf de weg Looieind. Voor de voorgevels van de woningen wordt een afwijking hogere grenswaarden aangevraagd. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
Crijns Rentmeesters bv
66
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 37:Geluidbelasting op de bouwvlakken van de weg Looieind
Voor de nieuw te bouwen woningen op de locatie Morschehoef 7 (oriëntatie op Looieind) is een hogere waarde procedure doorlopen in verband met de overschrijding van de voorkeurswaarden voor het wegverkeerslawaai. Het ontwerpbesluit heeft gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage gelegen. Tijdens de zienswijzentermijn zijn geen zienswijzen op dit ontwerpbesluit ingediend. Op 13 december 2022 is besloten om de hogere waarden voor deze locatie vast te stellen. Er is sprake van geluidluwe buitenruimte aan de achterzijde van de woning voor wat betreft wegverkeerslawaai. 4.6.2.2
Industrielawaai
Planlocatie Dieperskant 11 De planlocatie aan Dieperskant 11 wordt herbestemd naar een woonbestemming. Er is geen sprake van vestiging van een activiteit waar sprake is van industrielawaai. Deze bestemming heeft geen gevolgen voor geluid in het kader van industrielawaai. Een akoestisch onderzoek industrielawaai is niet noodzakelijk. Planlocatie Morschehoef 7 De planlocatie wordt ten dele in gebruik worden genomen ten behoeve van een interieurbouwbedrijf. Er zullen productiewerkzaamheden plaatsvinden. Deze werkzaamheden bestaan uit hoofdzakelijk houtbewerking, maar ook lichte laswerkzaamheden voor fabricage van deuren en kozijnen. De eindproducten zullen worden gelijmd en geverfd. De nieuwe bedrijfsruimte met een oppervlakte van 600 m² biedt plaats aan een kantoor, kantine, werkplaats met opslagruimte en een spuitcabine. De spuitcabine wordt voorzien van afzuiging. In beginsel zal de bedrijfsvoering geschieden door initiatiefnemer en zoon maar voorstelbaar wordt geacht dat het bedrijf doorgroeit naar in totaal maximaal 5 medewerkers. In de huidige situatie is sprake van een bedrijf in de milieucategorie 4.1. Er is sprake van een varkenshouderij. Hiervoor geldt binnen een gemengd gebied een richtlijnafstand van 30 meter in verband met geluid. Voor het interieurbouwbedrijf binnen het plangebied geldt eenzelfde afstand. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.9.2.
van deze toelichting. In de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn diverse woningen gelegen. In de regels en op de verbeelding is middels de aanduiding ‘bedrijf’ binnen de bedrijfsbestemming verankerd dat de bedrijfsactiviteiten op een afstand van tenminste 43 meter tot de dichtstbijzijnd gelegen woning, de woning aan Morschehoef 9
Crijns Rentmeesters bv
67
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
plaatsvinden. De afstand tot de woning aan Morschehoef 8 bedraagt tenminste 70 meter. De afstand tot de woning aan Morschehoef 11 bedraagt tenminste 68 meter. De woning aan Morschehoef 5/5a ligt op een afstand van circa 40 meter. Met de in dit bestemmingsplan opgenomen zonering is de afstand van bedrijfsactiviteiten tot woningen in de omgeving kleiner dan in de huidige situatie het geval is. Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader akoestiek ten opzichte van de woningen in de omgeving. Tevens dienst zeker gesteld te zijn dat ten opzichte van de nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid. Derhalve is in de regels van dit bestemmingsplan verankerd dat slechts een vergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen voor een interieurbouwbedrijf kan worden verleend indien verzekerd is dat er ter plaatse van de woningen binnen de planlocatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van industrielawaai. Dit is tevens als voorwaardelijke verplichting zeker gesteld.
4.7 Geurhinder 4.7.1
Beleidskader
4.7.1.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
4.7.1.2
Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 4.7.1.3
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie. 4.7.1.4
Gemeentelijk beleidskader
De Wet geurhinder en veehouderij biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen door het vaststellen een gemeentelijke verordening. De gemeente Meierijstad hanteert een norm voor de voorgrondbelasting van 8 OUe/m³ en een norm voor de achtergrondbelasting van 14 OUe/m³.
Crijns Rentmeesters bv
68
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
4.7.1.5
Achtergrondbelasting
Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. 4.7.1.6
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De achtergrondbelasting is maatgevend voor het woon- en leefklimaat, tenzij de voorgrondbelasting tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting bedraagt. Alsdan is de voorgrondbelasting bepalend. 4.7.1.7
Belangen veehouderij en derden
Als gevolg van deze ontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen.
4.7.2
Toets
4.7.2.1
Dieperskant 11
Veehouderijbedrijven in de omgeving Navolgende figuur geeft een beeld van de veehouderijbedrijven in de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11.
Dieperskant 3
Planlocatie Dieperskant 11
Dieperskant 24
Dieperskant 20 Figuur 38: Veehouderijbedrijven in de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11
Op deze bedrijven is een vergunning voor het houden van navolgende dieren aanwezig.
Crijns Rentmeesters bv
69
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 39: Vergunde dieraantallen Dieperskant 3
Figuur 40: Vergunde dieraantallen Dieperskant 20
Figuur 41: Vergunde dieraantallen Dieperskant 24
Voorgrondbelasting In de Wet geurhinder en veehouderij is opgenomen dat voor een geurgevoelig object, dat na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij én is gebouwd in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij (artikel 3, tweede lid) de artikelen 3 tot en met 6 van de wet niet van toepassing zijn op deze woningen. Op grond van deze regels geldt (voor de huidige bedrijfswoning) een minimumafstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel. Op de bedrijven Dieperskant 3 en Dieperskant 20 worden enkel dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissie voor is vastgesteld. Voor deze bedrijven geldt een vaste afstand van 50 meter. Aan de vaste afstand van Dieperskant 3 wordt ruimschoots voldaan. Voor Dieperskant 20 geldt dat het meest dichtbij gelegen bedrijfsgebouw op een afstand van 60 meter tot het plangebied ligt. Dit bedrijf wordt reeds in uitbreidingsmogelijkheden belemmerd door aangelegen burgerwoningen.
Crijns Rentmeesters bv
70
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Op het bedrijf Dieperskant 24 is een vergunning aanwezig voor het houden van dieren waarvoor bij ministeriele regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Van dit veehouderijbedrijf is de voorgrondbelasting met V-Stacks Vergunning 2020 inzichtelijk gemaakt. Deze berekening is hierna opgenomen.
Figuur 42: Voorgrondbelasting Dieperskant 11 van de veehouderij aan Dieperskant 24
De hoogst gemeten voorgrondbelasting bedraagt 4,7 oue/m³. Derhalve kan worden geconcludeerd dat ter plaatse in het kader van de voorgrondbelasting sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Achtergrondbelasting Voor berekening van de achtergrondbelasting zijn alle veehouderijen in de gemeente Meierijstad en Boekel opgenomen in het bronnenbestand. De achtergrondbelasting is berekend met V-Stacks Gebied 2020. Navolgende tabel geeft de gehanteerde invoergegevens en de berekening van het woonen leefklimaat weer. Percentage: 25% Gebied lengte (x): 4000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 4000 m , Aantal gridpunten: 50 Rekenpunt linksonder: X: 169570, Y:369529 Berekende ruwheid 0,19
Figuur 43: Achtergrondbelastingberekening voor het plangebied
Navolgende figuur geeft een beeld van de kaart met gehanteerde toetspunten in de voor- en achtergrondbelastingberekening voor Dieperskant 11.
Crijns Rentmeesters bv
71
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 44: Gehanteerde toetspunten voor- en achtergrondbelastingberekeningen Dieperskant 11
De achtergrondbelasting bedraagt binnen het plangebied 5,4 tot 7,6 oue/m³. Het woon- en leefklimaat binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 is acceptabel. Belangen veehouderij en derden De beoogde nieuwe woning wordt opgericht binnen het huidige agrarische bouwvlak. Voor de beoogde Ruimte voor Ruimte woning geldt derhalve een vaste afstand van 50 meter tot een veehouderij. De nieuwe woning wordt opgericht op een afstand van meer dan 50 meter tot omliggende veehouderijbedrijven. De omliggende veehouderijbedrijven worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling niet meer in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie het geval is. De bedrijfswoning maakt nog deel uit van de intensieve veehouderij binnen de planlocatie. Op deze woning is dan ook zowel in de huidige als in de beoogde situatie, artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing en derhalve geldt hiervoor tevens een afstand van 50 meter. 4.7.2.2
Toets Morschehoef 7
Veehouderijbedrijven in de omgeving Navolgende figuur geeft een beeld van de veehouderijbedrijven in de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7.
Crijns Rentmeesters bv
72
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Schuurhoek 5
Planlocatie Morschehoef 7
Morschehoef 8
Morschehoef 13
Figuur 45: Veehouderijbedrijven in de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7
Op deze bedrijven is een vergunning voor het houden van navolgende dieren aanwezig.
Figuur 46: Vergunde dieraantallen Morschehoef 8
Figuur 47: Vergunde dieraantallen Morschehoef 13
Crijns Rentmeesters bv
73
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 48: Vergunde dieraantallen Schuurhoek 5
Voorgrondbelasting In de Wet geurhinder en veehouderij is opgenomen dat voor een geurgevoelig object, dat na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij én is gebouwd in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij (artikel 3, tweede lid) de artikelen 3 tot en met 6 van de wet niet van toepassing zijn op deze woningen. Op grond van deze regels geldt (voor de huidige bedrijfswoning) een minimumafstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel. Op het bedrijf Morschehoef 13 worden hoofdzakelijk dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissie voor is vastgesteld. De geuremissie van dit bedrijf is zeer beperkt. Voor dit bedrijf geldt een vaste afstand van 50 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Op de bedrijven Schuurhoek 5 en Morschehoef 8 is een vergunning aanwezig voor het houden van dieren waarvoor bij ministeriele regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Van deze veehouderijbedrijf is de voorgrondbelasting met V-Stacks Vergunning 2020 inzichtelijk gemaakt. De berekening voor de veehouderij aan Schuurhoek 5 is hierna opgenomen.
Crijns Rentmeesters bv
74
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Figuur 49: Voorgrondbelasting Schuurhoek 5 ten opzichte van de planlocatie aan Morschehoef 7
De berekening voor de veehouderij aan Morschehoef 8 is hierna opgenomen.
Figuur 50: Voorgrondbelasting Morschehoef 8 ten opzichte van de planlocatie aan Morschehoef 7
Crijns Rentmeesters bv
75
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Achtergrondbelasting Voor berekening van de achtergrondbelasting zijn alle veehouderijen in de gemeente Meierijstad en Boekel opgenomen in het bronnenbestand. De achtergrondbelasting is berekend met V-Stacks Gebied 2020. Navolgende tabel geeft de gehanteerde invoergegevens en de berekening van het woonen leefklimaat weer. Rekenpercentage: 25 Gebied lengte (x): 4000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 4000 m , Aantal gridpunten: 50 Rasterpunt linksonder: x: 168520, y: 400524 Berekende ruwheid 0,21 m
Figuur 51: Achtergrondbelastingberekening voor de planlocatie aan Morschehoef 7
Navolgende figuur geeft een beeld van de kaart met gehanteerde toetspunten in de voor- en achtergrondbelastingberekening voor Morschehoef 7.
Figuur 52: Gehanteerde toetspunten voor- en achtergrondbelastingberekeningen Morschehoef 7
Crijns Rentmeesters bv
76
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
De achtergrondbelasting bedraagt binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 een omvang van 8,0 tot 9,1 oue/m³. Het woon- en leefklimaat binnen de planlocatie is acceptabel. Belangen veehouderij en derden De beoogde nieuwe woningen worden opgericht binnen het huidige agrarische bouwvlak. Voor de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen geldt derhalve een vaste afstand van 50 meter tot een veehouderij. De nieuwe woningen worden beiden opgericht op een afstand van meer dan 50 meter tot omliggende veehouderijbedrijven. De omliggende veehouderijbedrijven worden dan ook als gevolg van de beoogde herontwikkeling niet meer in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie. De bedrijfswoning maakt nog deel uit van de intensieve veehouderij binnen de planlocatie. Op deze woning is dan ook zowel in de huidige als in de beoogde situatie, artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing en derhalve geldt hiervoor tevens een afstand van 50 meter.
4.8 Gezondheid 4.8.1
Beleidskader
4.8.1.1
Endotoxinen
De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. 4.8.1.2
Geitenhouderijen
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico.
Crijns Rentmeesters bv
77
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
4.8.1.3
Gewasbeschermingsmiddelen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.
4.8.2
Toets
4.8.2.1
Toets van de ontwikkeling aan Handreiking aan endotoxinen en geitenbedrijven Dieperskant 11
Stap 1 In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Navolgende tabel geeft een beeld met ligging van agrarische bedrijven de omgeving waar varkens of pluimvee wordt gehouden en de aan te houden richtlijnafstand tot deze bedrijven. Veehouderij
Fijn stof emissie
Aan te houden afstand
Feitelijke afstand
Dieperskant 24
1.150 kg/jaar pluimvee
130 meter
134 meter tot het gewogen middelpunt
Tabel 2: Toets aan te houden afstanden in het kader van endotoxinen ten opzichte van de planlocatie aan Dieperskant 11
De planlocatie is gelegen binnen een afstand van 130 meter tot de dichtstbijzijnde gevel van het bedrijf aan Dieperskant 24. De locatie ligt echter op een afstand van 134 meter tot het gewogen middelpunt. De gemeente Meierijstad overweegt dat op basis van het feit dat binnen de planlocatie een intensieve veehouderij wordt gesaneerd er kan worden afweken van de aan te houden richtstand binnen de planlocatie. Met een afstand van 134 meter tot het gewogen gemiddelde is er geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft endotoxinen. Stap 2 Toets aan toename van emissies. Dit is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft, maar juist een sanering daarvan. Stap 3 In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Voor het buitengebied zijn deze waarden:
5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting.
10 ouE/m3 voor de achtergrondbelasting.
100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand.
Crijns Rentmeesters bv
78
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Er is geen sprake van overschijding van de richtlijnen voor de voorgrond-, achtergrondbelasting of vaste afstanden. Uit het geuronderzoek blijkt dat er wel sprake is van acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van geur. Aan stap 3 wordt voldaan. Stap 4 Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden:
Varkens en pluimvee;
Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);
Kleine herkauwers onderling.
Aan stap 4 wordt voldaan. Stap 5 In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij, een pluimveebedrijf of een overig bedrijf. Binnen de planlocatie is sprake van sanering van een veehouderij. Binnen een afstand van twee kilometer tot de planlocatie is geen sprake van de aanwezigheid van een geitenhouderij. Binnen een afstand van één kilometer tot de planlocatie zijn twee pluimveehouderijen gelegen. Dit betreft de bedrijven aan Dieperskant 24 en aan Teuwseler 10. Binnen een afstand van 250 meter tot de planlocatie zijn de melkveehouderijen aan Dieperskant 20 en Dieperskant 3 gelegen. Deze herbestemming ziet toe op herbestemming van een intensieve veehouderij naar een woonbestemming waarbij naast herbestemming van de bedrijfswoning naar een woonbestemming, één woning wordt toegevoegd. De gemeente Meierijstad acht het niet noodzakelijk voor voorgenomen ontwikkeling advies in te winnen bij de GGD. De bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning blijft in gebruik als woning en er wordt één woning voor één huishouden toegevoegd binnen de planlocatie, waardoor het blootstellingsrisico slechts zeer marginaal toeneemt ten opzichte van het huidig planologisch legale gebruik.
Aangezien wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van de omgevingsaspecten luchtkwaliteit, geur, veiligheid en geluid acht de gemeente Meierijstad het planvoornemen voorstelbaar en is geen advies vanuit de GGD noodzakelijk. Het belang van sanering en herbestemming van de veehouderij en de ligging van deze woningen tot de veehouderijen in de omgeving is afgewogen en beoordeeld. Deze ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabel gezondheidsrisico. Stap 6 Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Aan stap 6 wordt voldaan Stap 7 Er is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan 7 wordt daarmee voldaan. Gewasbeschermingsmiddelen Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Rond de planlocatie aan Dieperskant 11 is geen sprake van boomteelt. De bestaande bedrijfswoning betreft reeds een gevoelig object waarmee rekening gehouden dient te worden. Op korte afstand ten western van de geprojecteerde Ruimte voor Ruimte kavel ligt eveneens een burgerwoning waarmee rekening dient
Crijns Rentmeesters bv
79
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
te worden gehouden. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Tevens worden de kavels landschappelijk ingepast met (struweel)hagen, houtsingels en bomen. Deze groenstructuur heeft tevens een drift reducerende werking. Niet aannemelijk is dat er geen sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat in relatie tot driftzonering. 4.8.2.2
Toets van de ontwikkeling aan Handreiking aan endotoxinen en geitenbedrijven Morschehoef 7
Stap 1 In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Navolgende tabel geeft een beeld met ligging van agrarische bedrijven de omgeving waar varkens of pluimvee wordt gehouden en de aan te houden richtlijnafstand tot deze bedrijven. Aan stap 1 wordt voldaan. Veehouderij
Fijn stof emissie
Aan te houden afstand
Feitelijke afstand
Schuurhoek 5
338 kg/jaar varkens
118 meter
>140 meter
Morschehoef 8
52
kg/jaar varkens
120 Meter
> 120 meter
Looieind 20
679 kg/jaar pluimvee
160 meter
> 400 meter
Tabel 3: Toets aan de aan te houden afstanden in het kader van endotoxinen ten opzichte van de planlocatie aan Morschehoef 7
Stap 2 Toets aan toename van emissies. Dit is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft, maar juist een sanering daarvan. Stap 3 In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Voor het buitengebied zijn deze waarden:
5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting.
10 ouE/m3 voor de achtergrondbelasting.
100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand.
Er is geen sprake van overschijding van de richtlijnen voor de voorgrond-, achtergrondbelasting of vaste afstanden. Uit het geuronderzoek blijkt dat er wel sprake is van acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van geur. Aan stap 3 wordt voldaan. Stap 4 Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden:
Varkens en pluimvee;
Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);
Kleine herkauwers onderling.
Aan stap 4 wordt voldaan.
Crijns Rentmeesters bv
80
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Stap 5 In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij, een pluimveebedrijf of een overig bedrijf. Binnen de planlocatie is sprake van sanering van een veehouderij. Binnen een afstand van twee kilometer tot de planlocatie is geen sprake van de aanwezigheid van een geitenhouderij. Binnen een afstand van één kilometer tot de planlocatie is één pluimveehouderij gelegen. Dit betreft de pluimveehouderij aan Looieind 20. Binnen een afstand van 250 meter tot de planlocatie is de schapenhouderij aan Morschehoef 13 gelegen. Deze herbestemming ziet toe op herbestemming van een intensieve veehouderij naar een bedrijfsbestemming en twee woonbestemmingen waarbij naast herbestemming van de bedrijfswoning naar een bedrijfswoning met loods voor een niet-agrarisch bedrijf twee woningen worden toegevoegd. De gemeente Meierijstad acht het niet noodzakelijk voor voorgenomen ontwikkeling advies in te winnen bij de GGD. De bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning blijft in gebruik als woning en er twee woningen voor elk één huishouden toegevoegd binnen de planlocatie, waardoor het blootstellingsrisico slechts zeer marginaal toeneemt ten opzichte van het huidig planologisch legale gebruik.
Aangezien wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van de omgevingsaspecten luchtkwaliteit, geur, veiligheid en geluid acht de gemeente Meierijstad het planvoornemen voorstelbaar en is geen advies vanuit de GGD noodzakelijk. Het belang van sanering en herbestemming van de veehouderij en de ligging van deze woningen tot de veehouderijen in de omgeving is afgewogen en beoordeeld. Deze ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabel gezondheidsrisico. Stap 6 Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Aan stap 6 wordt voldaan Stap 7 Er is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan 7 wordt daarmee voldaan. Gewasbeschermingsmiddelen Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Er zijn in de omgeving van het plangebied zijn geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Enkel ten oosten en ten noordoosten van de woningbouwkavels zijn landbouwgronden gelegen. De landbouwgrond ten oosten van de planlocatie zijn eigendom van initiatiefnemer en worden niet gebruikt voor intensieve teelt. Aan de oostzijde van het plangebied wordt eveneens een houtsingel aangeplant. Deze groenstructuur heeft een drift reducerende werking. Ten noordoosten van de nieuwe woningen ligt ook landbouwgrond waar in principe gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast.
Ten westen hiervan ligt echter eveneens al een gevoelige functie waarmee rekening dient te worden gehouden. Tevens worden de Ruimte voor Ruimte woningen geprojecteerd op ten minste 30 meter van deze grond. Niet aannemelijk is dat er geen sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat in relatie tot driftzonering.
4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.9.1
Beleidskader
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te
Crijns Rentmeesters bv
81
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. De (indicatieve) lijst Bedrijven en Milieuzonering geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.
4.9.2 4.9.2.1
Toets Dieperskant 11
In de omgeving van de planlocatie Dieperskant 11 zijn geen niet-agrarische bedrijven gesitueerd. De meest dichtbij gesitueerde agrarische bedrijven betreffen de rundveehouderij (aan Dieperskant 20) en het pluimveebedrijf (aan Dieperskant 24). In het kader van het aspect ‘geluid’ geldt een richtlijnafstand van 50 meter voor de veehouderij aan Dieperskant 24 en een afstand van 30 meter voor de veehouderij aan Dieperskant 20. Voor stof’ geldt een richtlijnafstand van 30 meter. Deze bedrijven zijn gelegen op meer dan 50 meter van de planontwikkeling. De afstanden van beide bedrijven voldoen aan de richtafstanden (voor ‘stof’ en ‘geluid’) uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor omliggende veehouderijbedrijven is het aspect geur nader toegelicht in paragraaf 4.7. In de omgeving van het plangebied zijn de veehouderijbedrijven aan Dieperskant 24 (pluimveehouderij), Dieperskant 20 (melkveehouderij) en Dieperskant 6 (varkenshouderij) gelegen. Voor deze bedrijven gelden voor geur richtlijnafstanden van 200 meter tot een pluimveehouderij, 200 meter tot een varkenshouderij en 100 meter tot een melkveehouderij. Aan deze richtlijnafstanden wordt niet voldaan met betrekking tot de veehouderijen aan Dieperskant 6 en Dieperskant 24. Deze ontwikkeling is in het kader van de geurwetgeving getoetst.
Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van geur en er wordt voldaan aan de aan te houden wettelijke afstanden. Hiermee kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijn bedrijven en milieuzonering voor deze ontwikkeling. 4.9.2.2
Morschehoef 7
Bedrijven in de omgeving In de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn twee niet-agrarische bedrijven gesitueerd. Het betreft een detailhandel in elektronica gelegen aan Morschehoef 12 en een agrarisch technisch hulpbedrijf gelegen aan Morschehoef 13. Bij het bedrijf aan Morschehoef 13 worden tevens schapen gehouden. Voor het bedrijf aan Morschehoef 12 (een bedrijf in milieucategorie 1) geldt een richtlijnafstand van 10 meter. Voor het bedrijf aan Morschehoef 13 geldt een richtafstand van 50 meter. Voor het houden van schapen geldt eveneens een maximale richtlijnafstand van 50 meter. Beide richtstanden worden wegens de ligging in een gemengde omgeving met één stap teruggebracht naar respectievelijk 0 en 30 meter. Aan beide richtafstanden worden ruimschoots voldaan.
Crijns Rentmeesters bv
82
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
In de omgeving zijn daarnaast twee agrarische bedrijven gesitueerd, aan Morschehoef 8 en aan Schuurhoek 5. Beide bedrijven betreffen varkenshouderijen. Voor deze bedrijven gelden richtafstanden van respectievelijk 100, 30 en 50 meter voor de factoren geur, stof en geluid. Aan de richtafstanden wordt voldaan. Bedrijvigheid binnen de planlocatie Beoogd wordt binnen het plangebied een interieurbouwbedrijf (milieucategorie 3.1) te vestigen. Hiervoor geldt een richtstand van 30 meter binnen een gemengd gebied. De maatgevende norm betreft hierbij de factor geluid. Een interieurbouwbedrijf wordt niet specifiek beschreven in de handreiking bedrijven en milieuzonering. Het meest vergelijkbaar aan de te bestemmen bedrijfsactiviteit wordt geacht ‘Timmerwerkfabrieken, vervaardiging van overige artikelen van hout p.o. <200m²’ (SBI 162). De totale bedrijfsruimte betreft maximaal 600 m². Deze bebouwing dient plaats te bieden aan een kantoor, kantine, werkplaats met opslagruimte en een spuitcabine. De spuitcabine moet worden voorzien van afzuiging. In beginsel zal de bedrijfsvoering geschieden door initiatiefnemer en zoon maar voorstelbaar wordt geacht dat het bedrijf doorgroeit naar in totaal maximaal vijf medewerkers.
Verondersteld wordt dat gelet op de totale bedrijfsruimte en de verhouding tussen bedrijfsruimten, opslag en manoeuvreerruimte de productieoppervlakte niet meer beslaat dan 200 m². De Ruimte voor Ruimte woningen dienen te worden opgericht binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak. De toe te voegen Ruimte voor Ruimte woningen liggen hiermee binnen een afstand van 30 meter tot het bestemmingsvlak van het interieurbouwbedrijf. Verzekerd dient te zijn dat er ter plaatse van de woningen binnen de planlocatie sprake is van een aanvaardbare situatie in verband met fijnstof, geur, gevaar en geluid. De maatgevende factor betreft het aspect geluid. In de regels bij dit bestemmingsplan is verankerd dat slechts gebouwen voor een interieurbouwbedrijf gebouwd kunnen worden indien er ter plaatse van de Ruimte voor Ruimte woningen binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbare woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid. Dit is ook in de gebruiksregels middels een voorwaardelijke verplichting verankerd. Met deze zekerstelling kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijnafstand van 30 meter voor geluid. Wanneer het bedrijf wordt opgericht worden concreet maatregelen genomen die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat garanderen. Bij de bouw en exploitatie van het bedrijf dient hiermee dwingend rekening gehouden worden.
Voor de overige aspecten is sprake van een aan te houden afstand van 10 meter. Aan deze afstanden wordt voldaan. In de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn diverse woningen gelegen. In de regels en op de verbeelding is middels de aanduiding ‘bedrijf’ binnen de bedrijfsbestemming verankerd dat de bedrijfsactiviteiten op een afstand van tenminste 43 meter tot de dichtstbijzijnd gelegen woning, de woning aan Morschehoef 9 plaatsvinden. De afstand tot de woning aan Morschehoef 8 bedraagt tenminste 70 meter. De afstand tot de woning aan Morschehoef 11 bedraagt tenminste 68 meter. De woning aan Morschehoef 5/5a ligt op een afstand van circa 40 meter. Aan de richtafstand tot bestaande omliggende woningen wordt voldaan. De Ruimte voor Ruimte woningen binnen het plangebied zijn te allen tijde dichter bij het bedrijf gelegen dan de woningen in de omgeving. In de regels van dit bestemmingsplan is verankerd dat ter plaatse van deze woningen een acceptabel woon- en leefklimaat dient te worden geborgd.
Crijns Rentmeesters bv
83
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Voor zonneparken is in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen standaard afstandsnorm opgenomen voor geluid. De zonnepanelen produceren geen relevant geluid. Alleen de omvormers en transformators kunnen zorgen voor een zoemend geluid. Voor deze voorzieningen moet een minimale afstand van 30 meter worden gehanteerd. De transformatie wordt aan de zuidzijde van het zonnepark opgericht. De realisatie van de transformator aan de zuidzijde van het zonnepark is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Aan deze afstand wordt voldaan. De beoogde herontwikkeling is in het kader van het aspect Bedrijven en Milieuzonering dan ook geen bezwaar.
4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1
Beleidskader
4.10.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1.
beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en;
2.
voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. 4.10.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw aan één ontsluitingsweg geldt een ondergrens van 1.500 woningen. 4.10.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
Crijns Rentmeesters bv
84
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
4.10.1.4 Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Deze zone betreft een breedte van 300 meter breed bij Rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen, aan weerszijde van deze wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden.
4.10.2
Toets
4.10.2.1 Dieperskant 11 Uitstoot schadelijke stoffen Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 vindt geen toename van bebouwing of intensivering van gebruik plaats. In samenhang met de sanering van een intensieve veehouderij wordt één woning toegevoegd. De realisatie van één woning valt onder de drempelwaarde van realisatie van 1.500 woningen. Dit plan draagt In Niet Betekenende Mate bij aan de luchtkwaliteit. Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor de planlocatie aan Dieperskant 11 en directe omgeving weer.
Planlocatie Dieperskant 11
Figuur 53: Kaart met fijnstof-uitstoot PM10 voor de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11 (Bron RIVM)
Crijns Rentmeesters bv
85
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Planlocatie Dieperskant 11
Figuur 54 Kaart met fijnstof-uitstoot 2020 PM2,5 voor de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11 (Bron RIVM)
Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 16 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9 µg/m³. Er is er in het kader van fijnstof uitstoot echter sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 en directe omgeving weer.
Planlocatie Dieperskant 11
Figuur 55 Kaart met uitstoot stikstofdioxide 2020 voor de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11 (Bron RIVM)
Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12 µg/m³. Er is er in het kader van stikstofuitstoot sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Crijns Rentmeesters bv
86
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is niet van toepassing. De planlocatie is niet gelegen binnen een afstand van 300 meter tot een Rijksweg of binnen 50 meter van een provinciale weg. 4.10.2.2 Morschehoef 7 Uitstoot schadelijke stoffen In samenhang met de sanering van een intensieve veehouderij worden twee woningen, een bedrijf met een bedrijfsoppervlak van maximaal 600 m² en een zonnepark toegevoegd. De bedrijfsomvang van het beoogde bedrijf binnen de planlocatie is substantieel kleiner dan het huidige bedrijf, waarbij sprake is van een veehouderijbedrijf met een omvang van 3.211 m². Er geen toename van (vracht)verkeer plaats. Bij exploitatie van een veehouderijbedrijf vinden dagelijks transportbewegingen plaats voor halen en brengen van varkens en/of voer en de afvoer van mest. De realisatie van twee woningen valt onder de drempelwaarde van realisatie van 1.500 woningen. Dit plan draagt In Niet Betekenende Mate bij aan de luchtkwaliteit. Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor de planlocatie aan Morschehoef 7 en directe omgeving weer.
Planlocatie Morschehoef 7
Figuur 56: Kaart met fijnstof-uitstoot PM10 van de planlocatie aan Morschehoef 7 (Bron RIVM)
Crijns Rentmeesters bv
87
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Planlocatie Morschehoef 7
Figuur 57 Kaart met fijnstof-uitstoot PM2,5 van de planlocatie aan Morschehoef 7 (Bron RIVM)
Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 16 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9 µg/mEr is er in het kader van fijnstof uitstoot sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.10.2.3 Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 en directe omgeving weer.
Planlocatie Morschehoef 7
Figuur 58 Kaart met uitstoot stikstofdioxide van de planlocatie aan Morschehoef 7 (Bron RIVM)
Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12 µg/m³. Er is er in het kader van stikstofuitstoot sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.