CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting Dieperskant 11 en Morschehoef 7 (aangepast 2 dec. 2022)

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7, Erp28.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar deze nieuwvestiging behoort conform artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant tot de mogelijkheden. Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 worden de stallen die in gebruik zijn voor de varkenshouderij gesloopt en wordt de bedrijfswoning bestemd als burgerwoning. Er wordt één Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. De Ruimte voor Ruimte kavel heeft een omvang van 1.100 m². De burgerwoning kent een woonbestemming met een omvang van 2.614 m². Het overige deel gedeelte van de planlocatie krijgt een groenbestemming, dan wel een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant stelt dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen het Landelijk gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing, de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones en het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Binnen het plangebied wordt op beide deellocaties het agrarisch bouwvlak wegbestemd en wordt de bedrijfswoning herbestemd naar een burgerwoning binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 en een interieurbouwbedrijf met bedrijfswoning binnen de planlocatie aan Morschehoef 7. Dieperskant 11 De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan Dieperskant 11 heeft een oppervlakte van 2.572 m². De omzetting van voormalige agrarische bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning wordt gezien als categorie 1-ontwikkeling, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot 1.500 m² en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Over de vergroting van het bestemmingsvlak boven de 1.500 m² wordt wel een compensatie vereist à € 50,-/m² tot een omvang van 2.000 m² en een omvang van

Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

€ 25,-/m² voor gronden groter dan 2.000 m². Sprake zal hier zijn van een waardevermeerdering van (500 * € 50 + 949 * € 25) € 48.725,-. Een omvang van 20% dient te worden gecompenseerd voor kwaliteitverbetering van het landschap. Dit betreft een omvang van € 9.745,-. In samenhang met deze herbestemming wordt tevens nieuwe natuur ontwikkeld met een omvang van 2.505 m². De waardedaling van deze gronden bedraagt (2.169 m² * € 5,-) € 10.845,-. Op deze gronden wordt een houtsingel, struweelhaag, bomenrij, knotbomen en landschappelijke bomen aangelegd en duurzaam in stand gehouden. De aanplant van deze landschapselementen overschrijdt ook het te realiseren bedrag van € 9.745,-. Morschehoef 7 Dit betreft een categorie 3 ontwikkeling. Hierna is de berekening voor kwaliteitverbetering van het landschap opgenomen. Uit deze berekening blijkt dat het plan voldoet aan de regels voor kwaliteitverbetering van het landschap. Berekening tegenprestatie kwaliteitsverbetering waarde/m²

waarde

Agrarisch - Agrarisch bedrijf

11.897

m² €

25,00

€ 231.000,00

Agrarisch bedrijfswoning

1.000

€

150,00

€ 150.000,00

Ruimte voor Ruimte

2.657

Totaal oud

12.897

Bedrijf

1.242

€

70,00

€ 86.940,00

Bedrijfswoning

1.000

€

150,00

€ 150.000,00

Bedrijf bebouwd deel

600

€

140,00

€ 84.000,00

Extra bijgebouwen groter dan 150 m²

53

€

60,00

€

Tuin

2.033

€

25,00

€ 50.825,00

Agrarisch - differentiatievlak zonneveld

1.717

€

15,00

€ 25.755,00

Ruimte voor Ruimte

2.657

€

-

€

-

Groen

3.648

€

1,00

€

3.648,00

Totaal nieuw

12.897

€ 381.000,00

€ 404.348,00

€ 23.348,00

Bestemmingswinst Inspanning voor kwaliteitsverbetering

3.180,00

20%

€

4.669,60

Figuur 26: Tabel met kwaliteitsverbetering van het landschap

Binnen het plangebied wordt een melkveestal gesloopt. Voor deze stal is geen subsidie ontvangen bij deelname aan de Saneringsregeling varkenshouderijen. Sloop van deze stal vertegenwoordigd een kwaliteitverbetering van 381 m² x €25,- = € 9.525,-. De tegenprestatie overschrijdt de te leveren tegenprestatie. Daarnaast vindt in samenhang met deze herbestemming derhalve kwaliteitsverbetering van het landschap plaats door aanleg van landschapselementen. De omvang van deze landschapselementen betreffen veel groter dan 10% van de bestemmingsvlakken. Deze elementen worden duurzaam in stand gehouden. Afdeling 3.6 Vitaal platteland Het plangebied is gelegen binnen het Landelijk gebied. De herbestemming van de voormalige agrarische bedrijfslocatie naar een woonbestemming is mogelijk binnen deze structuur.

Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Artikel 3.41 zonne-parken in landelijk gebied Gezien de beperkte omvang van dit zonnepark, het feit dat gebruik wordt gemaakt van een bestaand bouwperceel en de goede mogelijkheden voor inpassing, wordt het zonnepark gezien als een voorstelbare invulling. Artikel 3.52 Staldering Deze herbestemming ziet toe op herbestemming van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. Deze herbestemming is niet in strijd met de regels die gelden binnen het ‘Stalderingsgebied’. Artikel 3.68 Regels voor wonen in landelijk gebied Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 vindt herbestemming van een bestaande agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woonbestemming plaats. Er wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. Voor realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen zijn in artikel 3.80 regels opgenomen. Deze herbestemming past binnen de regels voor wonen in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Binnen het plangebied wordt aan Morschehoef 7 een interieurbouwbedrijf gerealiseerd. In artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden regels gesteld voor niet-agrarische ontwikkelingen in de structuur ‘Gemengd landelijk gebied’. De herbestemming vindt plaats in het kader van een passende herbestemming.

Binnen het plangebied vindt herbestemming naar een interieurbouw bedrijf in maximaal milieucategorie 3.1 plaats. Een verdere detaillering van de bedrijfscategorie is opgenomen in paragraaf 4.9 van deze toelichting. Er is geen sprake van een vestiging van een kantoor met baliefunctie, lawaaisport en mestbewerking. Er is geen sprake van de splitsing van een bouwperceel ten behoeve van de vestiging van twee bedrijven. Per saldo resteert na herontwikkeling de voormalige agrarische bedrijfswoning, welke wordt herbestemd naar een reguliere bedrijfswoning bij het interieurbouwbedrijf. Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 worden aan Looijeind twee Ruimte voor Ruimte kavels gerealiseerd. De realisatie van de woningen aan Looijeind wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar behoort conform artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant tot de mogelijkheden, in afwijking van artikel 3.6, dat gebruik gemaakt moet worden van een bestaand bouwperceel. In de regels van dit bestemmingsplan is het toegestane gebruik verankerd. De toegestane bedrijfsactiviteit is hierbij begrensd. Uitbreiding van het bedrijf wordt niet voorzien en is ook niet toegestaan. De beoogde herbestemming past binnen de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

De ontwikkeling binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 is door de ligging in een bebouwingslint, geschikt voor het positief bestemmen van deze bedrijvigheid. Het positief bestemmen van de functie past binnen de karakteristiek van het gebied. Voorheen voerde agrarische bedrijvigheid de boventoon in dit gebied. Door de transitie in de landbouw is in het gebied functiemenging ontstaan. Het lint is niet geschikt voor grootschalige doorontwikkelingen in de veehouderij. Deze herbestemming draagt bij een gemengde landelijke plattelandseconomie. Verkeerskundig zijn er geen bezwaren. De verkeersafwikkeling past binnen de lokale infrastructuur en de ontwikkeling doet geen afbreuk aan landschappelijke kwaliteiten.

Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

De beoogde herbestemming past binnen de randvoorwaarden zoals genoemd in artikel 3.73. Er is geen sprake van een dienst ten behoeve van vrije-tijd of zorg. Er is geen sprake van detailhandel binnen het plangebied. Artikel 3.79 Ruimte voor Ruimte Binnen het plangebied vindt herbestemming van de veehouderijlocaties plaats in navolging van deelname aan de Saneringsregeling varkenshouderijen. De te slopen stallen kunnen niet meer worden ingezet voor realisatie van een woning. Daarom worden de woningen gerealiseerd door toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte door aankoop van bouwtitels bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Met toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte vindt een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit plaats doordat in samenhang met realisatie van woningen op een planologische locatie sloop en milieuwinst plaatsvindt. Het plangebied betreft een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. De planlocatie Dieperskant 11 is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘Dieperskant’. De planlocatie aan Morschehoef 7 is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Morschehoef’. De situering van de kavels is afgestemd met de gemeente Meijerijstad en provincie Noord-Brabant. Er is sprake van een aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. De Ruimte voor Ruimte woningen worden landschappelijk ingepast.

De landschappelijke inpassing is beschreven in paragraaf 2.3 van deze toelichting en is als voorwaardelijke verplichting verankerd in de planregels. Door de provincie Noord-Brabant goedgekeurde bouwtitels Ruimte voor Ruimte zijn aangekocht en als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Structuurvisie Veghel 2030

3.3.1.1

Beleidskader

De gemeenteraad van de (voormalige) gemeente Veghel heeft op 19 december 2013 de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze visie is het beleid voor de voormalige gemeente Veghel in de periode tot 2030 omschreven. De gemeente Veghel was een gemeente met twee gezichten. Rond de A50, de Zuid-Willemsvaart en de N279 vooral een grootschalige werkstad, die onderdak biedt aan toonaangevende bedrijven en die (inter)nationaal meetelt. Het andere gezicht is juist kleinschalig en dorps en wordt vooral gedragen door het landschap en de woongebieden binnen de gemeente. In deze combinatie van werkstad en woondorpen, schuilt de grote kracht van de voormalige gemeente Veghel. De structuurvisie kiest er heel nadrukkelijk voor om voort te bouwen op typisch Veghelse kwaliteiten. Inspanningen zijn erop gericht om Veghel als ‘werkstad’ op de kaart te houden en als ‘woondorp(en)’ juist meer op de kaart te zetten, waarbij de overgang tussen werkstad en woondorpen soms is. In

Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

andere gevallen kiest deze structuurvisie er heel nadrukkelijk voor om het verschil juist te accentueren. Om deze visie te kunnen realiseren, gelden de volgende uitgangspunten: 

Investeren in hoofdinfrastructuur; een goede bereikbaarheid is cruciaal voor een werkgemeente als Veghel.

Differentiatie van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen om te kunnen onderscheiden in het grote aanbod aan bedrijfsgronden.

Stedelijke voorzieningen concentreren; de aanwezigheid van stedelijke voorzieningen op korte afstand vormt een belangrijk deel van de aantrekkelijkheid van Veghel als woongemeente.

Dagelijkse voorzieningen in de buurt houden, deze leveren een belangrijke bijdrage aan de sociale cohesie en de maatschappelijke betrokkenheid van inwoners.

Bouwen met dorpse kwaliteiten; er is veel meerwaarde te behalen door nieuwe locaties in lagere dichtheden te ontwikkelen, of (deels) groen in te vullen.

Investeren in openbaar vervoer en fiets, ter bevordering van de bedrijvigheid en leefbaarheid.

Groenblauwe ruggengraat versterken; De basis van de groene en ecologische kwaliteiten van de gemeente wordt gevormd door de Aa, de Leijgraaf en de bijbehorende beekdalen. Daarnaast kunnen nog verschillende andere watergangen worden onderscheiden, zoals de Biezenloop, de Hurkse Loop, de Boerdonkse Aa en de Kleine Aa. Uitgangspunt van deze structuurvisie is om deze groenblauwe ruggengraat waar mogelijk te versterken en nog meer dan voorheen als kwaliteit naar buiten toe uit te dragen.

Een gedifferentieerd buitengebied; de bestaande landschappelijke identiteit en de aanwezige functies vormen de leidraad voor een hoofdindeling in de volgende vijf gebiedstypen. vijf gebiedstypen. Bij elk van die gebiedstypen hoort beleid op maat. In een deel van de gebieden is sprake van een dominante functie, andere zijn juist gemengd.

Natuur, uitbouwen netwerk van ecologische verbindingszones.

In de Structuurvisie zijn voor het buitengebied vijf gebiedstypes gespecificeerd. 3.3.1.2

Toets

De planlocatie aan Morschehoef 7 is gelegen binnen het gebied ‘buitenlandschap Erp’. Dit gebied is ten noorden en zuiden van Erp gelegen. Voor dit gebied is opgenomen dat hier sprake is van een afwisselend landschap, waarin de functies landbouw, wonen, werken en recreatie in samenhang worden ontwikkeld, met oog voor de mogelijkheden die er liggen op het gebied van duurzame energie. In dit ‘buitenlandschap’ is geen van deze functies dominant. De planlocatie is aangeduid als gelegen in een lint. Gebouwde functies worden langs de linten geconcentreerd, voortbouwend op de traditionele wijze waarop het buitengebied is ontwikkeld. Navolgende figuur geeft een beeld van de Visiekaart uit de structuurvisie waarop de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid als gelegen binnen het ‘buitenlandschap’.

Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Planlocatie Morschehoef 7

Figuur 27: Uitsnede Visiekaart uit Structuurvisie Veghel 2030 waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid

De planlocatie aan Dieperskant 11 is gelegen binnen het gebied ‘Ontwikkelen agrarisch kerngebied’. Dit gebied is ten zuiden van Keldonk gelegen. Binnen dit gebied is ruimte voor andere functies, mits deze niet beperkend zijn voor de landbouw. De planlocatie is aangeduid als gelegen in een lint. Gebouwde functies worden langs de linten geconcentreerd, voortbouwend op de traditionele wijze waarop het buitengebied is ontwikkeld. Navolgende figuur geeft een beeld van de Visiekaart uit de structuurvisie waarop de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid als gelegen binnen een lint in ‘Ontwikkelen agrarisch kerngebied’.

Planlocatie Dieperskant 11

Figuur 28: Uitsnede Visiekaart uit Structuurvisie Veghel 2030 waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid

Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

De invulling van het plangebied past binnen de Structuurvisie Veghel 2030.

3.3.2

Kansen voor kwaliteit

3.3.2.1

Beleidskader

Om het buitengebied van de gemeente Meierijstad vitaal te houden is de gemeente aan de slag met het project ‘Vitaal Buitengebied’. De kunst is de juiste balans te vinden en te houden tussen: 

agrarische bedrijvigheid

natuur en landschap

recreatie en toerisme

de inwoners.

Als gevolg op dit project is de Meierijstad voornemens een nieuw afwegingskader voor herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing vast te stellen, ‘Kansen voor Kwaliteit’. Het concept van dit afwegingskader dateert van januari 2020. Het doel van dit rapport is om te komen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een kwaliteitsverbetering vereist is en de directe omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. De gemeente staat open voor nieuwe initiatieven, maar stelt eisen aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit. De gemeente wil hergebruik faciliteren, daar waar dit passend is, en sloop stimuleren. Vooruitlopend op de Omgevingswet, wil de gemeente insteken op een fundamenteel andere wijze van kijken en werken vanuit sterk wijzigende posities en rollen van het openbaar bestuur, de ambtelijke organisatie en de participerende samenleving: a.

van sectoraal naar integraal;

b.

van beleid naar initiatief;

c.

van inspraak naar dialoog en co-creatie;

d.

van controle naar vertrouwen;

e.

van ‘nee, tenzij’, naar ‘ja, mits’ een bijdrage wordt geleverd aan de kernkwaliteiten van het (buiten)gebied

Deze aanpak vraagt om een omkering van de traditionele planningspraktijk en het lef om los durven te laten. De gemeente Meierijstad kiest er daarom voor om de kwantitatieve normen (afgezien van wettelijke verplichtingen), zoals opgenomen in de nu vigerende bestemmingsplannen los te laten en maatwerk toe te passen. Geen enkele vrijkomende locatie is namelijk vergelijkbaar. Met het loslaten van de kwantitatieve normen wordt aangesloten op het provinciaal beleid. De omgeving van het plangebied is leidend voor de beoordeling van het initiatief. Een initiatief mag geen negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de (directe) omgeving. Daarnaast vindt de gemeente het van groot belang dat er wordt voorzien in een kwaliteitsimpuls. Dit betreft een handeling met als effect de verbetering van de kwaliteit. Als basis dient te worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing van het totale erf waar de ontwikkeling deel van uitmaakt. Als aanvullende kwaliteitsprestaties kan gedacht worden aan het slopen van overtollige bebouwing, het wegnemen van verharding of het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land. Ook de toepassing

Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

van hoogwaardige stedenbouw/vernieuwende architectuur en extra inspanningen ten aanzien van klimaatadaptatie en/of duurzaamheid zijn voorbeelden van aanvullende kwaliteitsprestaties. 3.3.2.2

Toets

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden twee agrarische bedrijfslocaties herbestemd naar enerzijds woonbestemmingen en anderzijds een bedrijfsfunctie met Ruimte voor Ruimte woningen en een zonnepark. Deze herbestemming vindt plaats in samenhang met realisatie van een forse landschappelijke inpassing van het plangebied. Deze ontwikkeling past binnen het plangebied. Dat is in deze toelichting toegelicht.

3.3.3 Gebiedsvisie Buitengebied in ontwikkeling 3.3.3.1

Beleidskader

De (voormalige) gemeente Veghel heeft in 2010 de Gebiedsvisie Buitengebied in ontwikkeling vastgesteld. In de notitie zijn de bebouwingsconcentraties in het buitengebied van de (voormalige) gemeente Veghel opgenomen. De planlocatie is hierbinnen aangeduid als gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘Morschehoef’. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de structuurkaart uit deze gebiedsvisie waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid.

Planlocatie Dieperskant 11

Figuur 11: Structuurkaart uit de gebiedsvisie bebouwingsconcentratie ‘Dieperskant’ waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid

In de gebiedsvisie is over de bebouwingsconcentratie ‘Dieperskant’ opgenomen: ‘Kansen, knelpunten en visie Voor de ruimtelijke kwaliteit liggen er kansen in het verbeteren van de landschappelijke inpassing van de verschillende percelen. Met de aanwezigheid van het LOG ten zuiden van de concentratie zijn er kansen voor de bestaande agrarische bedrijven, met name die aan de zuidkant

Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

van de concentratie liggen. De bedrijven aan de noordkant vormen een (mogelijke) belemmering voor de toekomstige uitbreiding van de kern en de GHS-natuur. Kwaliteitswinst is hier ook te behalen met ontstening en functieverandering, bijvoorbeeld naar nieuwe woonvormen. Een knelpunt is de lage beeldkwaliteit van de diverse agrarische opstallen. De geurcontouren van de veehouderijen stellen beperkingen aan de ruimtelijke ontwikkelingen binnen en buiten de bebouwingscluster. Met het eventueel wegnemen van de agrarische functies is er meer vrijheid voor het ontwikkelen van geurgevoelige functies. Gezien de toekomstige uitbreiding van de kern en GHS-natuur aan de noordzijde van de concentratie is het wenselijk aan deze zijde in te zetten op ontstening en functieverandering. Met beide veranderingen is een grote kwaliteitswinst te boeken. Bij eventueel herschikking van de gebouwen dient het ritme van open velden en bebouwde erven gerespecteerd te worden. Hiermee blijft een goede relatie en samenhang met het landschap behouden. Binnen de contour zijn daarom de waardevolle open ruimtes en belangrijke zichten op kaart vastgelegd; hier is bebouwing uitgesloten. Ruimtelijke kwaliteitswinst is ook te behalen door bestaande bouwblokken beter landschappelijk in te passen met erfbeplanting en houtsingels.

Eventuele hergebruik van bestaande opstallen is in combinatie met landschapsontwikkeling ook denkbaar. De wenselijke functies daarbij zijn wonen en agrarisch (vooral grondgebonden) en overige functies worden als mogelijk aangemerkt. Op basis van de visie zijn er niet per definitie ongewenste functies. Extra agrarische of agrarisch verwante ontwikkelingskansen zijn met name in het zuidelijke deel van de bebouwingsconcentratie, in samenhang met het nabijgelegen LOG. Aan de noordzijde mag geen verslechtering optreden voor de natuurwaarden.. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van verschillende bouwblokken liggen er nog veel kansen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ook behoort hergebruik van de bestaande bebouwing tot een kansrijke optie. De vele monumentale gebouwen geven het lint een rijk cultuurhistorisch karakter. De geurcontouren van de verschillende veehouderijbedrijven kunnen een belemmering zijn voor de ontwikkeling van geurgevoelige functies. In de visie wordt ingezet op hergebruik van de verschillende gebouwen. Dit is in combinatie met het verbeteren van de landschappelijke inpassing van de functieverandering goed denkbaar. De enkele beperkte doorzichten naar het landschap dienen behouden te blijven. Wel zijn er mogelijkheden voor bebouwing aan en op enige afstand van de weg.

Daarbij dient de achterzijde van percelen van opgaande beplanting te worden voorzien’. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de structuurkaart uit deze gebiedsvisie waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid.

Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Planlocatie Morschehoef 7

Figuur 11: Structuurkaart uit de gebiedsvisie bebouwingsconcentratie ‘Morschehoef’ waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid

In de gebiedsvisie is over de bebouwingsconcentratie ‘Morschehoef’ opgenomen: ‘Kansen, knelpunten en visie Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van verschillende bouwblokken liggen er nog veel kansen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ook behoort hergebruik van de bestaande bebouwing tot een kansrijke optie. De vele monumentale gebouwen geven het lint een rijk cultuurhistorisch karakter. De geurcontouren van de verschillende veehouderijbedrijven kunnen een belemmering zijn voor de ontwikkeling van geurgevoelige functies. In de visie wordt ingezet op hergebruik van de verschillende gebouwen. Dit is in combinatie met het verbeteren van de landschappelijke inpassing van de functieverandering goed denkbaar. De enkele beperkte doorzichten naar het landschap dienen behouden te blijven. Wel zijn er mogelijkheden voor bebouwing aan en op enige afstand van de weg. Daarbij dient de achterzijde van percelen van opgaande beplanting te worden voorzien’. 3.3.3.2

Toets

De planlocatie aan Dieperskant 11 is gelegen aan de zuidoostzijde van de bebouwingsconcentratie ‘Dieperskant’. Met deze herbestemming wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd en herbestemd naar een woonbestemming. Met sanering van dit bedrijf verdwijnt een geurcontour binnen deze bebouwingsconcentratie. Naast herbestemming van de bedrijfswoning naar een woonbestemming, wordt één Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. Deze woning past binnen de ruimtelijke structuur.

Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

De planlocatie aan Morschehoef 7 is gelegen aan de noordoostzijde van de bebouwingsconcentratie ‘Morschehoef’. De meest oostelijk gelegen stal was ten tijde van de vaststelling van de beleidsnotitie nog niet gerealiseerd. Deze stal ligt gedeeltelijk buiten de concentratie maar maakt feitelijk wel onderdeel uit van de locatie Morschehoef 7. Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 wordt een intensief veehouderijbedrijf gesaneerd en herbestemd in enerzijds een interieurbouwbedrijf en worden in samenhang hiermee twee Ruimte voor Ruimte bouwkavels gerealiseerd. De ontwikkeling van de kavels is afgestemd met de provincie. Aangegeven is dat de kavels zich op een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie zijn gelegen. De sanering van het varkensbedrijf zorgt voor een grote kwaliteitswinst door de sloop van stallen en door een verbetering van het woon- en leefklimaat. Het te vestigen interieurbouwbedrijf betreft een relatief klein bedrijf dat wordt gevoerd door initiatiefnemer en zijn zoon. De bedrijfsruimte kent een oppervlakte van maximaal 600 m² en is gelegen op enige afstand van omliggende gevoelige functies. De milieucategorie betreft categorie 3.1 en dit betekent een verbetering ten opzichte van de bestaande inrichting, waarvoor milieucategorie 4.1 geldt.

Per saldo wordt het bouwvlak en aantal bedrijfsgebouwen aanzienlijk verkleind en komen tevens vervoerbewegingen ten behoeve van de intensieve veehouderij te vervallen. Tevens wordt de planlocatie landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting.

3.3.1

Structuurvisie Keldonk

3.3.1.1

Beleidskader

De gemeenteraad van Veghel heeft op 8 februari 2007 de Structuurvisie Keldonk vastgesteld. De planlocatie aan Dieperskant 11 is ten zuidoosten van Keldonk gelegen. In deze structuurvisie is specifiek aandacht besteed aan de bebouwing buiten de dorpskern. In de visie is aangegeven dat ter plaatse waar agrarische bedrijven hun functie verliezen, nieuwe kleine bebouwingsclusters toegestaan kunnen worden. Opgenomen is: ‘Specifiek geldt dit voor het gehucht Dieperskant. Het gehucht zou hiermee een nieuwe impuls kunnen krijgen. Er zou een nieuw type ‘ontginningsbuurtje’ kunnen worden ontworpen, waarbij een cluster van circa vier woningen steeds op een vergelijkbare manier wordt gebouwd op de plaats van de agrarische bebouwing. Daarmee ontstaat een nieuwe bebouwingstypologie, die sterk gekoppeld is aan deze tijd. Over enkele decennia zullen deze buurtjes herkenbaar zijn als een duidelijke exponent van de periode waarin op grote schaal beëindiging plaatsvond van agrarische bedrijven, en van een vergelijkbare orde zijn als de ontginningsboerderijen uit het begin van de vorige eeuw, zoals bijvoorbeeld de boerderij St. Otto in ‘t Lijnt. Onderstaande figuur is ontleend aan de Structuurvisie voor Keldonk.’

Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Planlocatie Dieperskant 11

Figuur 29: Uitsnede structuurvisie waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid

3.3.1.2

Toets

In overleg met de gemeente en provincie Noord-Brabant is besloten om bij herbestemming van de planlocatie aan Dieperskant 11 niet te kiezen voor een erfmodel maar het toevoegen van een nieuwe woning ten westen van de bestaande oprijlaan. Een boerenerfmodel werd niet als wenselijk geacht op deze locatie. De twee te bestemmen woningen binnen deze planlocatie worden echter wel gezamenlijk ontsloten aan één inrit.

3.3.2

De toekomst van zon en wind in Meierijstad

3.3.2.1

Beleidskader

De gemeenteraad van Meierijstad heeft aangegeven dat de gemeente in 2050 CO2 neutraal moet zijn. Dit wordt bewerkstelligt door een combinatie van energiebesparing, duurzame opwekking en compensatie van de CO2-uitstoot. Enkel energiebesparing is niet voldoende dit te bewerkstelligen. Opwekking van duurzame energie is ook nodig. Als het bruikbare dakoppervlakte benut wordt door zonnepanelen, dan nog is er duurzame energie nodig. Dit zorgt ervoor dat er nog 914 hectare zonnepanelen op land en 35 windmolens moeten worden gerealiseerd. Voorwaarde is dat de panelen in het landschap passen en een meerwaarde hebben. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling het landschap niet onevenredig mag aantasten. Een goede locatiekeuze, een passende omvang en een goede inpassing beperken de schade voor het landschap. De locatiekeuze, omvang en inpassing van een zonnepark is sterk afhankelijk van het type landschap. Voor de beoordeling maakt de gemeente gebruik van de indeling in landschapstypen, zoals opgenomen in de ‘Landschapsanalyse Meierijstad’. De planlocatie is gelegen in een oude ontginning. Kenmerkend voor dit landschapstype is het halfopen/besloten karakter met een onregelmatig, organisch gevormd wegen- en verkavelingspatroon en een grote diversiteit aan landschapselementen. Gezien deze karakteristiek is er in de oude ontginningen in principe alleen ruimte voor

Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

kleine en middelgrote zonneparken (≤ 5 hectare). Er is geen standaard omvang voor een zonnepark of zonneveld maar het moet wel worden afgestemd op de maat en schaal van het landschap. Naast locatie en omvang is ook de wijze van inpassing belangrijk. De panelen dienen de vorm van de kavel te volgen en vertanding dient te worden voorkomen. Daarnaast dienen karakteristieke zichtlijnen naar het achtergelegen landschap te worden gerespecteerd. Bovendien mag het zonneveld vanaf de infrastructuur niet op een storende manier aanwezig zijn. Binnen de planlocatie geldt (in principe) geen vaste hoogte beperking, maatwerk is van toepassing. Naast maatregelen (inpassing) om te voorkomen dat deze omgeving onevenredig wordt aangetast, vindt de gemeente Meierijstad het van groot belang dat een zonnepark (maatschappelijke) meerwaarde genereert. Het is noodzaak om te zoeken naar extra maatschappelijke meerwaarde voor mens, dier, plant en klimaat. Er zijn meerdere mogelijkheden om de (maatschappelijke) meerwaarde vorm te geven. Dit kan onder andere door: meervoudig ruimtegebruik (combinatie van panelen groen voorzieningen of bijvoorbeeld voorzieningen voor flora en fauna en vernatting. Verder is participatie van belang. De gemeente Meierijstad vindt het belangrijk dat omwonenden en andere belanghebbenden kunnen participeren.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt in proces- en financiële participatie. Procesparticipatie is erop gericht om in een zo vroeg mogelijk stadium omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over en te betrekken bij de planvorming. Hierdoor kunnen wensen en ideeën vanuit de omgeving zoveel mogelijk worden meegenomen. Naast procesparticipatie bestaat er ook financiële participatie. Bij financiële participatie profiteert de omgeving financieel mee en vloeit de toegevoegde waarde niet weg. Hoe de proces- en financiële participatie vorm krijgt, wordt beschreven in een participatieplan. In dit plan moet in ieder geval aan bod komen: 1.

In welke mate (en hoe) omwonenden en andere belanghebbenden (omgeving) betrokken worden bij de ontwikkeling van het zonnepark;

2.

Welke middelen worden ingezet voor het informeren en betrekken van de omgeving;

3.

Hoe uitkomsten van het proces worden vastgelegd;

4.

Welke mogelijkheden worden geboden voor financiële participatie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de opstelling van het participatieplan.

3.3.2.2

Toets

Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 wordt voorzien in een zonneveld met grondopstelling. Bij een grondopstelling worden zonnepanelen op een constructie op de grond geplaatst. Een grondopstelling voor eigen gebruik wordt toegestaan bij wonen en bedrijvigheid in het buitengebied, mits sprake blijft van goede ruimtelijke ordening. Elk zonnepark moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet. De initiatiefnemer draagt zelf de kosten voor de aansluiting. Het zonnepanelenveld binnen de planlocatie is relatief kleinschalig (maximaal 700 m² aan panelen) en de energie kan grotendeels op eigen locatie worden benut. Met de situering van het zonnepanelen veld is rekening gehouden met de mogelijke aansluiting van het zonneveld op het net(werk). De omvormer voor de panelen is reeds aanwezig. Het veld wordt gerealiseerd binnen het huidige bouwvlak en wordt landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Mogelijk kan het veld worden gecombineerd met hemelwaterinfiltratie van omliggende verhardingen. Daarmee is sprake van zuinig ruimtegebruik, is het inpasbaar in de omgeving en biedt het een maatschappelijke meerwaarde. Er worden geen zichtlijnen verstoord. Aangesloten wordt op de landschapskenmerken en gebruik

Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

wordt gemaakt van (struweel)hagen en bomenrijen. De gronden onder het veld worden extensief beheerd. De landschappelijke inpassing zorgt tevens voor een groene buffer tussen de kavelgrens en de panelen. De panelen kennen een maximale hoogte van 1,5 meter, lager dan de belendende groenvoorzieningen. Realisatie van de zonnepanelen heeft geen impact op het landschapsbeeld.

Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

4.

MILIEU- EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN

4.1 Bodemkwaliteit 4.1.1

Beleidskader

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie.

4.1.2

Toets

4.1.2.1 Inleiding Binnen het plangebied worden twee agrarische bedrijfslocaties herbestemd. Aangetoond dient te worden dat na sanering geen verontreinigingen aanwezig zijn. Voor beide locaties is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Beide onderzoeken behoren als bijlage bij deze toelichting. De conclusies en aanbevelingen zijn hierna samengevat opgenomen. 4.1.2.2

Dieperskant 11

Uit het uitgevoerde onderzoek voor de planlocatie aan Dieperskant 11 blijken samengevat de navolgende conclusies en aanbevelingen. Resultaten NEN5740 In de visueel schone bovengrond ter plaatse van de werkplaats met olieopslag (BG1) zijn gehaltes aan zink, lood, cadmium, PAK en minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan het gebruik van de locatie als werkplaats. De verhoogde gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend of nader onderzoek. In mengmonster BG2 van zintuiglijk schone bovengrond is een gehalte aan kwik gemeten boven de achtergrondwaarde. In mengmonster BG3 van zintuiglijk schone bovengrond zijn gehaltes aan koper en minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden. Een verklaring hiervoor is niet voorhanden. Mogelijk zijn gehaltes gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. In mengmonster BG4 van baksteenhoudende bovengrond is een gehalte aan koper gemeten boven de achtergrondwaarde. De verhoogde gehaltes vormen geen aanleiding voor nader of aanvullend onderzoek. In het sterk baksteenhoudende monster van de ondergrond ter plaatse van meetpunt 5 (OG1) zijn gehaltes aan cadmium en lood gemeten boven de achtergrondwaarden. Het gehalte aan lood is verhoogd boven de tussenwaarde en vormt aanleiding voor nader onderzoek.

In de mengmonsters OG2 en OG3 van visueel schone ondergrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van de werkplaats (peilbuis 1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gedetecteerd boven de streefwaarden. In het grondwater van peilbuis 4 en peilbuis 9 (spuiwateropslag) zijn gehaltes aan barium gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhogingen aan barium zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes.

Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld en gaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 van de druppelzone ten zuiden van de werktuigenloods bevindt de concentratie zich beneden de detectielimiet. In het geanalyseerde grondmengmonster mm2 van de druppelzone ten noorden en westen van het schuilhok is een geringe hoeveelheid niet-hechtgebonden asbest aangetoond. De gewogen concentratie bedraagt 2,9 mg/kgds. Het gehalte vormt geen humane gezondheidsrisico’s. Sanering of nader onderzoek zijn niet zinvol. Conclusie en advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een gehalte aan lood aangetoond boven tussenwaarde in de ondergrond van meetpunt 5 dat aanleiding vormt voor nader onderzoek. Het doel van dit nader onderzoek is het bepalen of sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. In navolging van het verkennend bodemonderzoek is nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen Op basis van de verrichte boringen en analyses is het zeer aannemelijk dat er geen sprake is van sterk verhoogde gehaltes aan lood ter plaatse van meetpunt 5 of omliggende meetpunten. Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met lood.

De resultaten vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. 4.1.2.3

Morschehoef 7

Uit het uitgevoerde onderzoek voor de planlocatie aan Morschehoef 7 blijken de navolgende conclusies en aanbevelingen. Resultaten NEN5740 In het mengmonster BG1 van de visueel schone bovengrond van de werkplaats met olieopslag zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen uit het standaardpakket gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster BG2 van de visueel schone bovengrond van de wasplaats zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen uit het standaardpakket gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster BG3 van de zwak puin-, glas en baksteenhoudende bovengrond van het erf zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen uit het standaardpakket gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster BG4 van de visueel schone bovengrond van het erf is een gehalte aan koper gemeten boven de achtergrondwaarde. Het gehalte is mogelijk gerelateerd aan het agrarisch gebruik door de jaren heen. Door het gebruik van dierlijke mest kunnen licht verhoogde gehaltes aan koper en zink in bodem ontstaan. Het gehalte aan koper vormt geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.

Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

In het mengmonster BG5 van de visueel schone bovengrond van het erf zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen uit het standaardpakket gemeten boven de achtergrondwaarden. In de bovengrond ter plaatse van de vermeende werkplaats met brandstoftank (BG6) is een gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde. Het zeer licht verhoogde gehalte kan gerelateerd worden aan het gebruik van de locatie. De eigenaar van de locatie kan zich niet herinneren dat er ooit een werkplaats met olieopslag is geweest. Het verhoogde gehalte aan minerale olie vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. Het aangetroffen fragment asbestverdachte golfplaat is analytisch onderzocht op asbest. Er is geen asbest aangetoond. Er is sprake van asbestvrije golfplaat. In het mengmonster OG1 van de ondergrond van de ondergrondse opslag van spuiwater is de zuurgraad bepaald en vergeleken met de zuurgraad van ondergrond op andere locaties binnen het perceel. De zuurgraad van de ondergrond bij de opslag van spuiwater is vergelijkbaar tot hoger dan elders op het perceel (pH 6,7 vs. 6,0) In de mengmonsters OG2 en OG3 van de visueel schone ondergrond van de onderzoekslocatie zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater van de werkplaats met olieopslag zijn geen gehaltes aan stoffen uit het standaardpakket gedetecteerd boven de streefwaarden.

In het grondwater ter plaatse van de opslag van spuiwater en de wasplaats is een gehalte aan barium gemeten boven de streefwaarde. De verhoging is niet gerelateerd aan het gebruik van de locatie, maar aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In proefgat 13 zijn asbestverdachte fragmenten aan golfplaat aangetroffen in de toplaag. Uit analyse blijkt geen sprake van een asbesthoudend materiaal. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is asbest aangetroffen. Uit analyse van de zeeffracties tussen 20mm en 0,5mm is hechtgebonden en niet-hechtgebonden chrysotiel en amosiet aanwezig in een gewogen gehalte van 13 mg/kgds. In de onderzochte fractie >0,5 mm zijn geen asbestvezels aangetoond. Een SEM-analyse is niet noodzakelijk. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de hypothese. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde aanvraag van een bestemmingswijziging en sanering van stallen.

De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.” De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging.

Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Voordat de gronden in gebruik mogen worden genomen voor het beoogde gebruik dient na sloop en verwijdering van de ter plaatse aanwezige bebouwing en/of ter plaatse van eventueel asbestverdachte locaties middels bodemonderzoek aangetoond te worden dat deze gronden milieuhygiënisch geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

4.2 Water 4.2.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater dat afkomstig is van huizen en bedrijven. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool. Vanaf dit aansluitpunt neemt de gemeente de verantwoordelijkheid over. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de zorg voor het overtollige regenwater en grondwater.

4.2.2 4.2.2.1

Beleidskader Principes waterschap Aa en Maas

Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes:

-

gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen.

4.2.2.2

Waterbeheerplan 2022-2027

In het Waterbeheerplan is beschreven welke doelen door het waterschap worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen willen gaan halen. Het waterbeheerplan is geldig van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Afvalwaterketen. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait

Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma ‘Afvalwaterketen’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: 

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;

de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 

het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersyteem;

het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken;

inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken;

meedenken met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, afkoppelen, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen;

handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen;

de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied;

Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

4.2.2.3

Keur waterschap Aa en Maas

De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Dieperskant 11 De planlocatie aan Dieperskant 11 is niet gelegen binnen een beschermd gebied waterhuishouding of in een attentiegebied. De beoogde ontwikkeling ziet niet toe op negatieve aspecten op het vlak van grondwateronttrekking of waterhuishouding en is derhalve geen bezwaar. Ten westen van de planlocatie ligt een A-watergang. Deze watergang kent een beschermingszone voor het onderhoud van deze watergang. Deze zone dient vrij te blijven. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de Legger oppervlaktewater.

Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Planlocatie Dieperskant 11 Figuur 30: Legger oppervlaktewater Waterschap Aa en Maas

Morschehoef 7 De planlocatie aan Morschehoef 7 is niet gelegen binnen een beschermd gebied waterhuishouding of in een attentiegebied. De beoogde ontwikkeling ziet niet toe op negatieve aspecten op het vlak van grondwateronttrekking of waterhuishouding en is derhalve geen bezwaar. In de directe nabijheid zijn eveneens geen a-watergangen met beschermingszones gelegen. 4.2.2.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd.

Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. 4.2.2.5

vGRP+ 2017-2022

Inleiding De gemeente Meierijstad heeft op 21 september 2017 het verbreed gemeentelijk rioleringsplan, het vGRP+ 2017-2022 vastgesteld.

Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Uitgangspunten In het plan is de gewenste toekomstige situatie is beschreven en verbeeld in acht streefbeelden op strategisch/tactisch niveau:  Het watersysteem zo natuurlijk mogelijk laten functioneren zonder technische maatregelen. Water voor natuurdoelstellingen, waterconservering, berging van water.  Overtollig water bovenstrooms vasthouden, water tijdelijk bergen in retentiegebieden langs waterlopen, als het echt niet anders kan pas afvoeren.  Zelfreinigend vermogen toegenomen, weinig verontreinigingsbronnen (geen maaswater, geen chemische onkruidbestrijding, gescheiden rioleringssysteem.  Zo min mogelijk vermenging van schoon en afvalwater.  Waterlopen als ecologische verbindingszone, natuurvriendelijke oevers, struweel, ruigtekruiden, poelen en bergingsvijvers in het stedelijk gebied ingericht als ecologische verbindingszone. Wel toegankelijk met een recreatieve functie.  Het aanleggen van retentiegebieden om piekafvoeren op te kunnen vangen. Grondwateroverlast komt niet meer voor.  De natuurlijke aanwezigheid van water wordt gerespecteerd en is waar mogelijk benadrukt.  De huidige en toekomstige inwoners zijn actief bij het water in hun wijk en de omgeving betrokken.

Hydrologisch neutraal bouwen In het vGRP+ is opgenomen dat er bij een toename van het afstromend verhard oppervlak met een omvang van 0 tot 10.000 m² sprake dient te zijn van een berging van 60 mm waarbij de voorkeursvolgorde infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering is. Indien een retentieopgave binnen een gebied van toepassing is wordt met de ontwikkelde partij(en) bekeken of er kansen zijn om gelijktijdig de waterkwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te verhogen, bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding, etc. Het uitgangspunt is dat de retentievoorziening binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Daar waar mogelijk wordt beoogd om retentievoorzieningen te combineren.

4.2.3

Toets

4.2.3.1

vGRP+

Binnen het plangebied is geen sprake van uitbreiding van het verhard oppervlak. Deze herbestemming is hydrologisch neutraal. In beginsel dient de opvang van hemelwater op eigen terrein plaats te vinden. 4.2.3.2

Wateraspecten binnen het plangebied

Per saldo neemt het verhard oppervlak substantieel af. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Dieperskant 11 De bodem bestaat uit een eerdgronden; voedselrijk en vochtig tot droog (cHn21). De GHG bedraagt 40 tot 80 cm-mv en. Navolgende figuur geeft een kaart met de GHG binnen de planlocatie aan Dieperskant 11.

Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Planlocatie Dieperskant 11

Figuur 31: Uitsnede kaart met GHG binnen de planlocatie aan Dieperskant 11

Morschehoef 7 De bodem bestaat zandgronden; voedselarm en vochtig tot droog (cHn21). De GHG bedraagt 80 tot 100 cm-mv en. Navolgende figuur geeft een kaart met de GHG binnen het plangebied.

Planlocatie Morschehoef 7

Figuur 32: Uitsnede kaart met GHG binnen de planlocatie aan Morschehoef 7

4.2.3.3

Hemelwaterzorgplicht

Op de locaties Dieperskant 11 en Morschehoef 7 is sprake van het toevoegen van drie woningen (één op de locatie Dieperskant 11 en twee op de locatie Morschehoef 7) en loods met een omvang van 600 m² voor een interieurbouwbedrijf (locatie Morschehoef 7). Voor beide locaties geldt dat hemelwater dient te worden geïnfiltreerd op eigen terrein.

Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden. Ten behoeve van de beoogde nieuwe verharding geldt dan een bergingsopgave van 0,06 mm per m² bebouwing. Er wordt zorg gedragen voor realisatie van deze waterberging binnen het plangebied. De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de toevoeging van verharding. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bouwaanvraag wordt nader ingegaan op de exacte oppervlakte nieuwe verharding en daarmee de benodigde waterbergingsvoorziening. Voorzien kan worden in berging op eigen terrein. Gewerkt kan worden met onder andere groendaken en een wadi of infiltratielaagte. Indien de GHG 100 cm of minder onder het maaiveld bedraagt is het niet altijd mogelijk te werken met grindkoffers en/of infiltratiekratten. De hemelwaterafvoer mag niet worden afgekoppeld op het riool. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergegeven in navolgende figuur.

Figuur 33: Voorbeelden infiltratievoorzieningen

4.3 Cultuurhistorie 4.3.1

Beleidskader

4.3.1.1

Inleiding

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een aanvraag aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. 4.3.1.2

Erfgoedvisie gemeente Meierijstad 2020-2030

De gemeente Meierijstad heeft op 27 januari 2021 de Erfgoedvisie ‘Verbindend erfgoed’ vastgesteld. De gemeente Meierijstad is rijk aan cultureel erfgoed. Er is breed maatschappelijk draagvlak in Meierijstad om met dit erfgoed zorgvuldig om te gaan. Het erfgoed van Meierijstad vormt de basis van de identiteit van Meierijstad. Het doel is dit erfgoed in goede staat door te geven aan volgende generaties door de bestaande identiteit te versterken en voorwaarden te creëren om die identiteit uit

Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

te bouwen. De Erfgoedvisie bestaat uit een visie een uitvoeringsprogramma. De visie en bijbehorende ambities zijn vertaald naar de volgende zes thematische beleidsspeerpunten: 

De basis op orde brengen en houden.

Ontwikkelen: erfgoed en ruimte.

Toegankelijk en beleefbaar maken van erfgoed.

Inspiratie en richting bieden aan maatschappelijke opgaven.

Kennisontwikkeling en kennisoverdracht.

Samenwerken: erfgoed verankeren in de samenleving.

4.3.2

Toets

Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 of in de nabije omgeving hiervan zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Aan de planlocatie aan Dieperskant 11 zijn op de provinciale kaartbank eveneens geen cultuurhistorische waarden toegekend. Het vigerende bestemmingsplan kent wel een aantal aanduidingen op deze locatie, te weten: 'kleinschalig cultuurlandschap' en 'oude akkers'. Het saneren van een intensief veehouderijbedrijf draagt bij aan het herstel van het kleinschalig landschap. De ligging van de boerderijwoning aan de oprijlaan, refererend aan de historische wegenstructuur blijft eveneens behouden. Met de realisatie van de landschappelijke inpassing wordt bijgedragen aan behoud en realisatie van het kleinschalig cultuurlandschap. De functiewijziging leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied of cultuurhistorische waarden in de omgeving.

4.4 Archeologie 4.4.1

Beleidskader

4.4.1.1

Erfgoedwet

Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed: roerend (cultuurgoederen en verzamelingen) en onroerend (monumenten en archeologie). De Erfgoedwet kent nieuwe bepalingen voor gemeenten. Zo kunnen gemeenten een gemeentelijke erfgoedverordening vaststellen en dienen gemeenten een erfgoedregister bij te houden. Ook dient het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekendmaken. 4.4.1.2

Gemeentelijke archeologiebeleid

Erfgoedvisie De gemeente Meierijstad heeft op 27 januari 2021 de Erfgoedvisie ‘Verbindend erfgoed’ vastgesteld ter bescherming van cultuurhistorische en archeologische waarden. In deze visie is omschreven hoe de gemeente Meierijstad streeft naar behoud van deze waarden.

Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart De (voormalige) gemeente Veghel heeft de archeologische verwachtingswaarden binnen dit grondgebied geïnventariseerd en weergegeven op de archeologische verwachtingskaart. Navolgende figuur geeft een kaart van deze inventarisatie, waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid.

Planlocatie Morschehoef 7

Figuur 24: Uitsnede van de archeologische verwachtingskaart waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid

De planlocatie kent een middelhoge archeologische verwachting en er geldt een verstoringsgrens van 250 m². Navolgende figuur geeft een kaart van deze inventarisatie, waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid.

Planlocatie Dieperskant 11

Figuur 34: Uitsnede van de archeologische verwachtingskaart binnen de planlocatie aan Dieperskant 11

Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting

De planlocatie kent deels een middelhoge en deels een hoge archeologische verwachting en er geldt een verstoringsgrens van respectievelijk 100 m² en 250 m². De archeologische verwachtingswaarden zijn door de (voormalige) gemeente Veghel in het bestemmingsplan Buitengebied vertaald in archeologische dubbelbestemmingen.

4.4.2

Toets

4.4.2.1

Dieperskant 11

De noordelijke woning binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 wordt gerealiseerd op grond waar deze al is geroerd en verstoord zal zijn. Voor de zuidwestelijke woning geldt, dat deze wordt gerealiseerd op braakliggende gronden. Voor deze ontwikkeling is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek, opgesteld door KSP Archeologie met datum 5 september 2022 en rapportnummer 22065 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies en het selectieadvies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. ‘Conclusie Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting toegekend. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een dekzandvlakte en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=aad7a6ca-726b-46d0-aadc-cb6c00d495b3