1. Toelichting Dieperskant 11 en Morschehoef 7 (aangepast 2 dec. 2022)
Tekst van het document
Crijns Rentmeesters bv
88
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is niet van toepassing. De planlocatie is niet gelegen binnen een afstand van 300 meter tot een Rijksweg of binnen 50 meter van een provinciale weg.
4.11 Externe veiligheid 4.11.1
Beleidskader
4.11.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst:
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);
Structuurvisie buisleidingen;
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).
De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.11.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.
Plaatsgebonden Risico (PR): dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;
2.
Groepsrisico (GR): dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.
4.11.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.
Crijns Rentmeesters bv
89
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.11.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘(art. 3.1 Wro) onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
4.11.2
Toets
4.11.2.1 Dieperskant 11 Inrichtingen De planlocatie aan Dieperskant 11 betreft geen inrichting in het kader van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Tevens is de planlocatie niet gelegen binnen een zonering van een inrichting die relevant is in het kader van gevaarlijke stoffen. Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 is voor de varkenshouderij een propaantank aanwezig. Bij sanering van het bedrijf wordt ook deze tank gesaneerd. Navolgende kaart betreft een uitsnede van de risicokaart voor inrichtingen, waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid.
Planlocatie Dieperskant 11 Figuur 59: Uitsnede risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van de planlocatie aan Dieperskant 11 is aangeduid
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Ten zuiden van de planlocatie aan Dieperskant 11 ligt de weg Dieperskant. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Aangezien de planlocatie ligt binnen de risicocontouren van deze weg, is een nadere beschouwing van de externe veiligheidsrisico’s conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) noodzakelijk. In de rapportage ‘Inventarisatie ver-
Crijns Rentmeesters bv
90
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
voer gevaarlijke stoffen, gemeente Meierijstad is vastgesteld dat over de weg Dieperskant de volgende hoeveelheden aan transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden: stofcategorie GF3: 16 transportbewegingen. De betreffende stofcategorieën vormen een potentieel externe veiligheidsrisico voor de aanwezigen in de omgeving van de weg. Andere stofcategorieën gevaarlijke stoffen worden niet of zeer incidenteel over deze weg vervoerd. In de Nota van toelichting op het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is aangegeven dat in sommige gevallen de berekening van het PR en het GR achterwege kan blijven. Hiervoor zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld die de gebruiker een indicatie geven van de hoogte van het PR of GR. Deze vuistregels zijn opgenomen in de bijlagenrapporten van de Handreiking risicoanalyse transport (HART). Met de vuistregels kan ingeschat worden of de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of personendichtheden te klein zijn om tot een overschrijding van grenswaarde of richtwaarde voor het PR dan wel tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde of 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het GR te kunnen leiden.
Voor de toepassing van de vuistregels zijn gegevens nodig omtrent de bebouwing (dichtheid bevolking en afstand tot aan de weg), het type weg en de stofcategorieën en aantallen transportbewegingen van gevaarlijke stoffen. De transportweg Dieperskant heeft in het plangebied tweezijdige bebouwing, bestaande uit voornamelijk vrijstaande woningen. Conform het HART kan deze vorm van bebouwing getypeerd worden als ‘rustige woonwijk’. Een ‘rustige woonwijk’ heeft een personendichtheid van 25 personen per hectare. De minimale afstand van de bebouwing tot aan de weg bedraagt minder dan 10 meter. De lokale transportweg Dieperskant betreft ter hoogte van het plangebied een weg buiten de bebouwde kom. Het aantal GF3 transporten is 16 op jaarbasis. Volgens de vuistregelmethodiek van de HART geldt voor een weg buiten de bebouwde kom: 1. Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5 contour. 2. Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour. 3. Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar groter is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour als 0.0003*(GF3+0.2*LF2+LT1+LT2+3*LT3+GT4+GT5)<1. De Dieperskant heeft maximaal 16 GF3 transporten per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de herontwikkeling van de planlocatie aan Dieperskant 11.
Volgens de vuistregelmethodiek van de HART moet een RBM-II berekening van het groepsrisico uitgevoerd worden wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (vuistregel 1). Hiervan is geen sprake. Wanneer het aantal GF3 transporten minder is dan de drempelwaarde uit tabel 1-7 uit de HART, wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het GR niet overschreden (vuistregel 2). In dat geval is een nadere risicoberekening niet nodig. Uit tabel 1-7 kan worden afgelezen dat bij een aantal van 16 transporten, op een afstand van minder dan 10 meter van de weg een dichtheid van meer dan 9.580 personen per hectare nodig is om boven 10% van de oriëntatiewaarde van het GR uit te komen. In het gebied rondom de weg is hoofdzakelijk sprake van een vrijstaande woonbebouwing met maximaal 25 personen per hectare. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico minder dan 0,1 × de oriëntatiewaarde zal bedragen. Conform het Bevt, artikel 8, lid 2 is een nadere berekening niet nodig en kan volstaan worden met
Crijns Rentmeesters bv
91
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeft alleen aandacht besteed te worden aan de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de Dieperskant (artikel 7, Bevt). Transport van gevaarlijke stoffen over het water De planlocatie aan Dieperskant 11 is niet gelegen binnen zonering van een waterweg waarover gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd. Dit aspect is niet van toepassing. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor De planlocatie aan Dieperskant 11 is niet gelegen binnen een invloedsgebied tot een spoorlijn. Dit aspect is niet van toepassing. 4.11.2.2 Morschehoef 7 Inrichtingen De planlocatie aan Morschehoef 7 betreft geen inrichting in het kader van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Tevens is het plangebied niet gelegen binnen een zonering van een inrichting die relevant is in het kader van gevaarlijke stoffen. Navolgende kaart betreft een uitsnede van de risicokaart voor inrichtingen, waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid.
Planlocatie Morschehoef 7
. Figuur 60: Uitsnede risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van de planlocatie aan Morschehoef 7 is aangeduid
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Er vindt in de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In de risicoatlas van Noord-Brabant zijn transportleidingen voor gevaarlijke stoffen en risicobronnen opgenomen. De rijksweg A50 waarover wel vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt bevindt zich op een afstand van meer dan circa 6 kilometer tot de planlocatie. Bij dergelijke afstanden kan worden gesteld dat beïnvloeding niet zal plaatsvinden. Transport van gevaarlijke stoffen over het water De planlocatie aan Morschehoef 7 is niet gelegen binnen zonering van een waterweg waarover gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd. Dit aspect is niet van toepassing.
Crijns Rentmeesters bv
92
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor De planlocatie aan Morschehoef 7 is niet gelegen binnen een invloedsgebied tot een spoorlijn. Dit aspect is niet van toepassing.
4.12 Kabels en leidingen 4.12.1
Beleidskader
Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeld een veiligheidszone geldt. Of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in het bestemmingsplan. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen.
4.12.2
Toets
4.12.2.1 Dieperskant 11 Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen In de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11 zijn geen buisleidingen gelegen. De planlocatie is buiten aan te houden risicocontouren gelegen. Transport via hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. In de omgeving van de planlocatie aan Dieperskant 11 zijn geen hoogspanningslijnen gelegen. Dit aspect is niet van toepassing. 4.12.2.2 Morschehoef 7 Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen In de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn geen buisleidingen gelegen. De planlocatie is buiten aan te houden risicocontouren gelegen. Transport via hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. In de omgeving van de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn geen hoogspanningslijnen gelegen. Dit aspect is niet van toepassing.
4.13 M.e.r.-Beoordeling 4.13.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming
Crijns Rentmeesters bv
93
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing.
Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling. 4.13.1.2 Toets Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij een functiewijziging met een omvang van 125 hectare of meer. Als zodanig valt de voorgenomen ontwikkeling niet onder een van de categorieën zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Het Besluit m.e.r. is daardoor niet van toepassing en de voorgenomen ontwikkeling is niet mer-beoordelingsplichtig. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er worden per saldo twee woningen, een zonneveld en een bedrijf met een omvang van maximaal 600 m² toegevoegd. Twee intensieve veehouderijen worden gesloopt in samenhang hiermee. Er is een grote afname van verstening en een grote afname van fijnstof, geur en endotoxinen met deze ontwikkeling. Dit is in deze toelichting nader uiteengezet.
Crijns Rentmeesters bv
94
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
5.
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
5.1
Inleiding
Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
5.2
Toelichting op de verbeelding
5.2.1
Inleiding
De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding met een plangrens, getekend op een digitale kadastrale ondergrond.
5.2.2
Planlocatie Dieperskant 11
De planlocatie aan Dieperskant 11 wordt herbestemd naar een woonbestemming. De voormalige bedrijfswoning wordt als woning bestemd. Tevens wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. Voor zowel de huidige bedrijfswoning als de Ruimte voor Ruimte woning is een bouwvlak opgenomen. Naast de bestemming ‘Wonen’ zijn de bestemmingen ‘Groen’ voor de landschappelijke inpassing en ‘Agrarisch met Waarden’ voor de overige gronden opgenomen. De vigerende dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, evenals de huidige gebiedsaanduidingen. Op de verbeelding is de gezamenlijke ontsluiting voor de woningen vastgelegd.
5.2.3
Planlocatie Morschehoef 7
De planlocatie aan Morschehoef 7 wordt herbestemd naar een bedrijfsbestemming aan de westzijde van het perceel, een woonbestemming aan de noordoostzijde van het perceel en een zonnepark aan de zuidoostzijde van het perceel. Hiervoor zijn de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ (met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonneveld’ opgenomen. De landschappelijke inpassing is bestemd binnen de bestemming ‘Groen’. De bebouwing dient binnen de bestemmingen te worden opgericht binnen een bouwvlak. De vigerende dubbelbestemmingen ‘Leiding’- Water’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, evenals de huidige gebiedsaanduidingen.
5.3
Algemene toelichting op de regels
De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -
Begripsbepalingen en wijzen van meten (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);
-
De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);
-
Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);
Crijns Rentmeesters bv
95
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
-
Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).
Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden (in deze volgorde) worden opgebouwd: -
Bestemmingsomschrijving;
-
Bouwregels;
-
Nadere eisen;
-
Specifieke gebruiksregels;
-
Afwijking van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het aanleggen.
Met betrekking tot dit bestemmingsplan is voor de regels van dit plan aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied.
5.4
Toelichting op de bestemmingen
5.4.1
Agrarisch en Agrarisch met Waarden
Binnen het plangebied worden twee agrarische bedrijven herbestemd naar woonbestemmingen en een bedrijfsbestemming met bijbehorende landschappelijke inpassing binnen groenbestemmingen. De resterende gronden rondom het agrarische bouwvlak worden herbestemd naar agrarisch gebruik zonder bouwmogelijkheden, conform omliggende gronden. Binnen de planlocatie aan Dieperskant 11 zijn gronden herbestemd naar ‘Agrarisch met Waarden’. Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 zijn de gronden herbestemd naar ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemmingen zijn aanduidingen opgenomen voor ontsluiting van de woningen aan Dieperskant 11 en de bedrijfswoning en het bedrijf aan Morschehoef 7. Daarnaast is een zonnepark mogelijk binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonneveld’ binnen de planlocatie aan Morschehoef 7.
5.4.2
Bedrijf
Binnen de planlocatie aan Morschehoef 7 wordt de agrarische bedrijfslocatie herbestemd naar een bedrijfsbestemming voor vestiging van een interieurbouwbedrijf. De bedrijfswoning aan Morschehoef 7 wordt bestemd als bedrijfswoning bij dit bedrijf. Voor het bedrijf is bedrijfsbebouwing met een omvang maximaal 600 m² toegestaan.
5.4.3
Groen
Voor een goede landschappelijke inkadering van de planlocaties is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Middels voorwaardelijke verplichtingen is verankerd dat de planlocaties slechts worden gebruikt voor de toegekende bestemmingen indien de landschappelijke inpassing conform de landschappelijke inpassingsplannen in de regels is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden.
5.4.4
Tuin
De gronden voor de bedrijfswoning aan Morschehoef 7 worden niet gebruikt voor de bedrijvigheid op dit adres. Deze gronden zijn bestemd als ‘Tuin’ waarop geen bouwmogelijkheden voor gebouwen zijn toegestaan.
Crijns Rentmeesters bv
96
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
5.4.5
Wonen
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in de vorm van een vrijstaande woning, een tuin, erf en verhardingen, met daarbij behorende voorzieningen zoals water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen. De drie Ruimte voor Ruimte woningen binnen twee planlocaties en de huidige bedrijfswoning aan Dieperskant 11 zijn middels een woonbestemming bestemd. Binnen deze woonbestemming zijn bouwvlakken opgenomen.
5.4.6
Waarde – Archeologie 1 en Waarde – Archeologie 2
De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Deze artikelen zijn onverkort overgenomen. De reeds vrijgegeven gronden voor archeologie aan Dieperskant bij 11 hebben deze dubbelbestemming niet. Dit gebied is archeologisch onderzoek en vrijgegeven.
Crijns Rentmeesters bv
97
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
6.
UITVOERBAARHEID
6.1 Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in ruimtelijk plan. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Voor deze herbestemming sluit de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. Hiermee is kostenverhaal zeker gesteld.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze herbestemming is middels een omgevingsdialoog toegelicht aan de omgeving. Dit bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden over vaststelling van dit bestemmingsplan.
Crijns Rentmeesters bv
98
Bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7 Erp - Toelichting
7.
PROCEDURE
7.1 Wettelijke procedure De bestemmingsplanprocedure wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -
het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;
-
gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;
-
binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;
-
de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; -
Gedeputeerde Staten hebben een zienswijzen ingediend en deze zienswijzen is niet of niet volledig door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan;
-
De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten - wijzigingen aangebracht.
Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken.
7.2 Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een wijzigingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan is aangeboden in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de Provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas. In navolging van dit vooroverleg is de verkaveling van de Ruimte voor Ruimte kavels aangepast en is deze toelichting aangevuld en is beter verankerd dat de a-watergang nabij de planlocatie aan Dieperskant 11 wordt beschermd middels borging van een beschermingszone van 5 meter tot deze watergang.
7.3 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Dit bestemmingsplan heeft in de periode van 7 oktober tot en met 17 november 20222 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen tegen dit bestemmingsplan ingediend. Het bestemmingsplan is ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Dit bestemmingsplan is ambtshalve aangepast en verbeterd. Hoe dit bestemmingsplan is aangepast is weergegeven in de notitie ambtshalve wijzigingen, dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd.
Crijns Rentmeesters bv
99