CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Ruimtelijke onderbouwing 30 juni 2021

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark aan de Groespeelweg te Mill18.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kruidenrijk grasland Om en onder de panelenvelden wordt gebruik gemaakt van een kruidenrijk grasland dat binnen de hekken door schapenbegrazing beheerd wordt. Dit geldt voor de ontwikkeling van het kruidenrijk grasland van het plangebied, de omliggende onderhoudspaden, de ruimte onder de zonnepanelen en de tussenliggende beheerpaden. Kruidenrijk grasland is geschikt voor dubbel gebruik. Het beweiden met bijvoorbeeld schapen is een goede combinatie, mits de hoogte van de zonnepanelen dat toestaat, hetgeen hier het geval is. De gras-/kruidenmengsels dragen daarbij bij aan de kwaliteit van het dieet. Verschillende van de in de mengsels voorkomende kruiden hebben een gezondheid bevorderende werking. Het Agrifirm-mengsel lijkt daarbij minder geschikt voor dubbel gebruik met schapen, aangezien dit mengsel bastaardklaver bevat, hetgeen mogelijk giftig is voor schapen (zie tabel 1). Het voordeel van dubbel gebruik is dat het onderhoud van de percelen, in de vorm van maaien, niet of in mindere mate nodig is. Dat is goedkoper en bij beweiden wordt vegetatie gelijk afgevoerd. Aandachtspunten hierbij zijn hoe de schapen omgaan met de geplaatste zonnepanelen en op welke hoogte de betreffende panelen worden geplaatst. Gelet op het veelvuldig voorkomen van schapen op zonneparken, lijkt dat geen probleem, mits zij niet op de panelen (kunnen) kruipen.

Het plangebied wordt om verzekeringstechnische redenen afgezet met een hekwerk. Er is gekozen voor een hekwerk van schapengaas met palen. Om ervoor te zorgen dat kleine zoogdieren en akkervogels als de patrijs, eenvoudig in het plangebied kunnen komen wordt dit hekwerk aan de onderkant opengelaten (15 centimeter). Aanvullend wordt er een natuurlijke haag gerealiseerd met een mix van inheemse doornstruiken en bijgemengd met wilde liguster, aan een zijde van het hekwerk. Voor het passeren dan wel toegang verlenen tot het park voor de das zou een hoogte van 40 cm aan de onderkant van het hekwerk open moeten worden gelaten. Vanwege de veiligheid en de eisen van de verzekeringsmaatschappij is dat niet mogelijk. De haag wordt zodanig geplant dat de das om het zonneveld heen wordt geleid en zich dus door de EHS in noord-zuid richting kan verplaatsen.

4.1.2 Stikstof Er dient rekening te worden gehouden met stikstof uitstoot door de realisatie/bouw, waarbij stikstof vrij komt. Als het zonnepark er eenmaal staat zal het geen extra verkeer aantrekken. Stikstof verspreidt zich door de lucht en slaat neer op de bodem. Door dichtbij natuurgebieden te bouwen, komt de stikstof dus ook daar terecht. En die overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur. Het verrijkt namelijk de bodem waardoor zeldzame planten, die het goed doen op een voedselarme grond, het niet overleven en overwoekerd raken door planten die wél goed gedijen op een voedselrijke grond. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend verklaard. Het PAS regelde sinds 2015 de ruimte voor de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Wanneer er bedrijfsactiviteiten zijn die stikstof uitstoten (bijvoorbeeld uitstoot van vrachtwagens) en dit leidt tot stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, dan speelt ook de Wet natuurbescherming een rol. Zolang de toename van de stikstofdepositie binnen een Natura 2000-gebied binnen de grenswaarde bleef, was geen vergunning op grond van deze wet noodzakelijk. Maar doordat het PAS niet meer geldt, vallen alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken nu echter wél onder de vergunningplicht.

Dit betekent dat voor deze activiteiten in elk geval een onderzoek naar de stikstofdepositie moet worden uitgevoerd. Hiertoe is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de beheerfase (zie bijlagen 4a en 4b) Deze berekening betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk 25 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Zowel de berekening van de aanleg als beheerfase heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Stikstofuitstoot vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van een zonneveld aan de Groespeelweg te Mill.

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

Archeologie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Het archeologiebeleid van de gemeente Mill en Sint Hubert is geborgd in het bestemmingsplan aan de hand van een dubbelbestemming Waarde- Archeologie. In het bestemmingsplan is opgenomen dat een onderzoeksverplichting is vereist wanneer de oppervlakte van de bodemverstorende ingreep groter is dan een voor de gebieden vastgestelde ondergrens en de verstoring dieper reikt dan 0,4 meter beneden maaiveld. Voor deze ontwikkeling geldt dat er voor het plangebied geen dubbelbestemming Waarde – Archeologie van kracht is.

(zie figuur 8) Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart is een groot deel van de gemeente Mill en Sint Hubert aangeduid als ‘cultuurhistorisch’ of ‘aardkundig waardevol gebied’. Het plangebied is gelegen in een zogenaamd cultuurhistorische vlak in het cultuurhistorische waardevol gebied. Het plangebied ligt in Cultuurhistorisch Landschap Landgoederen De Peel, Cultuurhistorisch vlak Landgoed Princepeel In de Cultuur Historische Waardenkaart is onder andere opgenomen: De defensielinie van de Peel-Raamstelling gekoppeld aan het Peelkanaal heeft een bijzondere cultuurhistorische betekenis. De Peel-Raamstelling maakte deel uit van de verdedigingslinie tegen Duitsland uit de jaren '30 van de twintigste eeuw. Door de vervening en de ontginningen veranderde de waterhuishouding.

Waarden: In de regio ligt een groot deel van de Peel-Raamstelling.

Essentiele aspecten: De Peel-Raamstelling met Defensiekanaal Ontwikkelstrategie: De cultuurhistorische waarden van de Peelkern in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristischrecreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de Peel-Raamstelling en de cultuurhistorische landschappen:

26 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Betekenis voor het projectgebied Ontwikkelen en beschermen In het kader van de Ontwikkelstrategie is aangegeven dat de Peel-Raamstelling (kazematten in combinatie met het Defensiekanaal) een beschermde status kent (Rijksmonument). Onder andere een open schootsveld is hierin een waarde. Ter plekke van Mill en het projectgebied, was het schootsveld van oorsprong al zeer beperkt (bron: Cultuurhistorische analyse van elf stuwen en hun directe omgeving, uitgevoerd door Lantschap in samenwerking met Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) in Utrecht, februari 2017, p21). Omwille van het niet verder verstoren van het vrije zicht is geen landschappelijke inpassing aan de west- en noordzijde toegepast. Het zonnepark voegt verder waarde toe door onder andere een bijdrage te leveren aan het herstel en behoud van de cultuurhistorie van dit gebied, zoals beschreven op pagina 11. Verder zal het terugbrengen van een deel van de Groote Beek, de oude waterloop voordat het Defensiekanaal er was, langs de oostzijde van het plangebied deze strategie ondersteunen. Dit aspect is ook onderbouwd in het in bijlage 1 opgenomen inrichtingsplan.

Toeristisch-recreatief ontsluiten Bij het op te richten oplaadpunt en informatiepunt nabij het koppelstation biedt deze rustplaats de mogelijk tot het vertellen van het verhaal van het gebied en de Peel-Raamstelling, in het bijzonder de gevechten van 10-11 mei 1940. In samenwerking met de Stichting Sporen van de oorlog zal het verhaal over deze plaats worden opgesteld. Hiermee wordt deze doelstelling ondersteund.

4.3

Bodem

Uitgangspunt bij nieuwe initiatieven is dat voor wat betreft de bodem de kwaliteit daarvan zodanig dient te zijn, dat er geen risico’s voor de volksgezondheid ontstaan. Bouwen op verontreinigde grond moet voorkomen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat met een bodemonderzoek moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De onderzoekplicht is van toepassing in situaties waarbij voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, bijvoorbeeld om te werken, onderwijs te geven of te genieten. Uit de toelichting op de Woningwet blijkt dat met bovenstaande omschrijving wordt bedoeld met ‘enige tijd’ een verblijfsduur van twee of meer uren per (werk) dag. Het gaat om een meer structureel verblijven van dezelfde mensen in een gebouw. 27 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Op het zonnepark "verblijven" geen personen. Gezien het huidig gebruik (landbouwgrond) worden er geen bodemverontreinigingen verwacht. Op www.noordbrabant.omgevingsrapportage.nl is informatie opgevraagd over mogelijke bodemverontreinigingen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen bekend. Gezien het huidige agrarische grondgebruik is ook de verwachting dat de grond geschikt is voor het gebruik als zonneveld.

4.4

Water

De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding.

project

Water speelt een belangrijke rol binnen de ruimtelijke ordening. Aspecten die van belang zijn op de waterhuishouding zijn ingrepen in de watergangen, de toename van verhard oppervlak en de afvoer van hemel- en afvalwater. In onderhavig plan wordt de oppervlakte (daadwerkelijk) verhard oppervlak beperkt tot de transformatoren en de klantstations. Daarmee blijft de toename verhard oppervlak onder de 50 m2. Er is in de planontwikkeling rekening gehouden met de obstakelvrije zone langs de hoofdwatergang. Er wordt geen nieuwe verharding in de vorm van wegen aangelegd. Om de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen binnen het Waterbeleid is de Watertoets ontwikkeld. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Aa en Maas. In het waterbeleid is het volgende opgenomen: Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord- Brabant om een waterbeheerplan op te stellen.

In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: 28 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

• Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Binnen het plangebied is een B-watergang op de kaart aangegeven. Uit de contacten met het waterschap is gebleken dat de benodigde aanpassing voor de watergang als administratieve handeling tijdens de vergunningprocedure voor de 25m-zone (zie hierna) zal worden meegenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de waterbelangen.

Verder is voor dit plan de digitale watertoets van het waterschap ingevuld.

Uit het wateradvies blijkt dat het plangebied aan ‘A-watergang’ ligt. Langs deze watergang moet aan beide zijde een obstakelvrijezone van 5 meter worden aangehouden. Deze ruimte blijft, zoals ook in de huidige situatie, gelijk. Door het waterschap is in vooroverleg als reactie aangegeven dat getoetst moet worden aan een 8-tal uitgangspunten: 1. Wateroverlastvrij bestemmen 2. Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater 3. Doorlopen van afwegingsstappen: “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” 4. Hydrologisch neutraal ontwikkelen 5. Water als kans 6. Meervoudig ruimtegebruik 7. Voorkomen van vervuiling 8. Waterschapsbelangen 29 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Gelet op deze uitgangspunten kan gesteld worden dat de uitgangspunten met de voorziene ontwikkeling niet van toepassing zijn of binnen het plan passend zijn: • ad 1. Een zonnepark geen NBW-norm • ad 2. Er worden geen voorzieningen gerealiseerd ten behoeve van vuil water • ad 3. Er worden geen voorzieningen getroffen ten aanzien van opvang of versnelde afvoer van hemelwater. Onderhoudspaden gaan over graspaden, er wordt voor dit doel geen nieuwe verharding aangebracht. Enig verhard oppervlak dat wordt aangebracht zijn de transformatoren en het klantstation. Het verhard oppervlak neemt daarmee toe met maximaal 50 m2. • ad 4. Er zijn voor de realisatie van het zonnepark geen hydrologische aanpassingen noodzakelijk • ad 5. Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden om water als kans te integreren in de landschappelijke inpassing • ad 6. Meervoudig ruimtegebruik in het plangebied wordt gezocht in een ecologische ontwikkeling gericht op ‘droge’ soorten. • ad 7. De functie als zonnepark kent geen emissie van afvalstoffen. Voor de constructie worden niet uitlogende materialen gebruikt. ad 8. Het waterschap aangegeven welke waterschapsbelangen aanwezig zijn. Dit betreft de nabijgelegen A-watergang. In het plan is rekening gehouden met de 5m beschermingszone.

Verder ligt het plan deels in het profiel van vrije ruimte, dit is een zone van 25m die gereserveerd is voor het behoud en herstel van het watersysteem. In deze zone is het verboden om zonder vergunning werken te plaatsen of te behouden. Het waterschap heeft aangegeven de benodigde vergunning te willen gaan verstrekken. Dit proces loopt parallel aan de ruimtelijke procedure.

4.5

Geluid

Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: • De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. • Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. • Op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen zones. In geval van het realiseren van geluidgevoelige bebouwing binnen deze zones dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Aangezien een zonnepark geen geluidsgevoelig object is wordt een akoestisch onderzoek in dit kader niet noodzakelijk geacht. Ook is er geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonneveld. In het plangebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. De transformatoren worden op ruime afstand van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen (woonhuizen) geplaatst. Daarnaast is er, vanwege de hellende positie van de panelen, geen wezenlijke reflectie van omgevingsgeluid. Door de hellende positie kaatst geluid omhoog. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Bedrijven in de omgeving Binnen het plangebied wordt geen nieuwe geluidgevoelige bestemming gerealiseerd. Bestaande (agrarische) bedrijven worden niet extra belemmerd. 30 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Woon- en leefklimaat De substations en transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 2 MVA, de inverters, die ook nog enig geluid kunnen produceren, hebben een bronvermogen van 100 kW per stuk. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt dit onder de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit is in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter opgenomen. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies. De substations en de transformatorstations worden binnen de projectgrens gesitueerd, zoals ook de omvormers. De projectgrens is minimaal 300 meter vanaf geluidsgevoelige objecten gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig.

4.6

Lichtreflectie

Samen met het inpassen van de ontwikkeling doormiddel van groen rondom zal er van lichtreflectie vanaf maaiveld geen sprake zijn. De toegepaste panelen zijn voorzien van antireflectie coating die ervoor zorgt dat reflectie geen belemmering is voor de huidige activiteiten boven het plangebied. Technisch Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 95%) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectiecoating op het bovenglas dat door middel van een chemisch proces met het glas wordt ‘versmolten’ en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv- of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt. Ook de frames van de panelen schitteren niet. Verder is er ook bij neerslag of condensatie geen schittering.

De panelen worden al snel enigszins warm in de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt, neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er geen schittering). In de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is bovendien in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, zijn op verzoek van Defensie reflectietesten uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstelling van zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd, waarna Defensie goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark. Het enige zichtbare effect op zeer zonnige dagen is dat de van dichtbij donkerblauw of zwart gekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken. Het aspect lichtreflectie speelt dus geen rol bij dit initiatief.

4.7 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft de luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkelingen, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden 31 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; • een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op grond van de nibm-tool (versie 2017) is een project pas in betekende mate bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 450 per dag (met 20% aandeel vrachtverkeer). Initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren waarbij er alleen tijdens de aanleg tijdelijk sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarna zal er alleen incidenteel verkeer plaats vinden die samenhangt met het beheer en onderhoud van het zonnepark. Zowel tijdens de aanleg als in de periode daarna blijft het aantal verkeersbewegingen zeer ruim onder het genoemde aantal van 450 per dag. Het plan leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit met 3% en kan als 'niet in betekenende mate' worden beschouwd.

Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. Het voorgenomen plan zal voor de luchtkwaliteit dan ook geen negatieve gevolgen hebben.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is afstemming nodig tussen gevoelige functies en bedrijven. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ hanteert hiervoor richtafstanden. Dat zijn normen per bedrijfstype en geven aan wat de algemeen acceptabele afstand is ten opzichte van een gevoelige bestemming op het vlak van onder meer geur, stof en geluid. De afstanden betreffen richtafstanden tussen een verstorende activiteit van een bedrijf en een ‘rustige woonwijk’. Voor het plangebied blijft de agrarische functie gehandhaafd. Het plan maakt geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk die een grotere bescherming dan ten opzichte van die functie noodzakelijk maken Zonneparken zijn niet opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Om toch enigszins een richtafstand te hanteren kunnen we die van de functie 'elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorbedrijven' gebruiken die geldt voor bedrijven van 10 tot 100 MVA. Voor deze functie geldt een grootste richtafstand van 50 meter (geluid). De transformator en zonnepanelen worden gerealiseerd op ongeveer 400 meter van de dichtstbijzijnde bebouwing (varkensbedrijf). Aangezien dit veel groter is dan de grootste afstand van 50 meter mag er van uit gegaan worden dat dit aspect geen belemmeringen oplevert voor de realisatie van een zonnepark in het plangebied.

Besluit milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden is opgenomen in de bijlage van het Besluit MER. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MERbeoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een MER nodig is of een verplicht MER (categorie C). Aangezien het om een kleinschalig project gaat 32 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

kleiner met een oppervlakte onder de 25 hectare lijkt een milieueffectbeoordeling niet nodig is. Echter, op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Eén van de meest opmerkelijke wijzigingen is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit melden, deze hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant; • de initiatiefnemer van het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit dit bij de vergunningaanvraag toevoegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling moet altijd worden toegepast wanneer sprake is van een activiteit die is genoemd in onderdeel C of D van bijlage I van het Besluit m.e.r.. De vermelding dat de betreffende ondergrens niet wordt overschreden is onvoldoende als motivatie om geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Dit houdt in dat voor elk besluit, plan of activiteit dat na 16 mei 2017 is ingediend, en betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, aandacht moet worden besteed aan m.e.r. De aspecten die aan de orde komen in een m.e.r.-beoordeling worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. De gronden in het plangebied zijn in gebruik als agrarische gronden.

Bij de realisatie van het zonnepark aan de Groespeelweg nabij Mill gaat het om een functiewijziging om de realisatie van een zonnepark mogelijk te maken. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Daarnaast geldt dat voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie (D22.1) bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, een drempelwaarde geldt van een vermogen van 200 megawatt (thermisch) of meer (voor een elektriciteitscentrale) en, indien het een wijziging of uitbreiding betreft: • 1°. Het vermogen met 20% of meer toeneemt, of • 2°. De inzet van een andere brandstof tot doel heeft. Het voorliggende project betreft een zonneveld met ruim minder opgewekt vermogen en er wordt geen stoom en warm water geproduceerd. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. Het zonneveld valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage. Het zonneveld wordt aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, Natuur Netwerk Nederland-zonering of andere gebieden.

Het realiseren van een zonneveld op de planlocatie is goed onderzocht in het kader van de onderzoeken welke deel uit maken van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Resumerend zullen er zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, als tijdens de ontmantelingsfase, geen significante negatieve effecten bestaan voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project, en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals opgenomen in dit hoofdstuk, blijkt verder dat het plan geen significante effecten op de omgeving heeft.

33 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een degelijke motivering is toegestaan. Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (tankwagen, gasleidingen) bronnen. Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. • Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).

In het kader van de veiligheid worden op het zonneveld maatregelen genomen in overleg met gemeente en brandweer. Zo wordt het zonneveld in ieder geval goed ontsloten, afgesloten voor onbevoegden en worden de constructies geaard. Een zonneveld is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonneveld een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een hek rondom het zonneveld. Dit hekwerk is 2 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor onbevoegde personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Daarnaast wordt het zonneveld niet openbaar toegankelijk. Het park is enkel middels een afgesloten poort te betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het plangebied, of in de nabijheid daarvan, risicobronnen (productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen) aanwezig zijn, is de provinciale risicokaart geraadpleegd.

34 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

plangebied

Figuur 11: Uitsnede Risicokaart Nederland ter hoogte van het plangebied (www.risicokaart.nl)

Transport gevaarlijke stoffen en buisleidingen Bij de realisatie van een nieuw initiatief wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen. Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt m.b.t. de wegen en buisleidingen het volgende: •

Wegen Uit de risicokaart blijkt dat er één risicovolle transportroutes (via weg, water en spoor) in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Dit is de provinciale weg N264 Uden -Gennep (transportroutedeel Lippstadtsingel-Nieuwedijk) op circa 1500 meter van het plangebied. Gezien de aard van het plan (zonnepark, waarbij over het algemeen geen mensen aanwezig zijn), de afstand tot de weg en het feit dat er geen risicocontour voor dit wegdeel is opgenomen, zal deze weg geen belemmering zijn voor de realisatie van een zonnepark

•

Buisleidingen De dichtstbijzijnde buisleidingen zijn de aardgasleidingen NEN 3650-leiding " A-587", "A-520" en de"A-578" van de Gasunie op circa 1.100 meter van het plangebied. Vanwege deze grote afstand van de buisleiding tot het plangebied en de aard van het plan (zonnepanelen) zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Inrichtingen Binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied liggen geen inrichtingen die gevaar op kunnen leveren voor de bedrijfsactiviteit. Op ca 400 m ligt een propaantank (18000l) op een varkenshouderij. De propaantank heeft echter geen risico-afstanden en het plangebied ligt ver buiten de aangegeven risicocontour. Deze risicobron (propaantank) levert geen gevaar op voor de realisatie van het zonnepark (waar tevens geen mensen zullen verblijven). Ook bij de andere in de omgeving zijnde risicobronnen gaat het om een propaantank op een agrarisch bedrijf. Het dichtstbijzijnde kwetsbare object is een cafe op circa 1.250 meter. Uit bovenstaande blijkt dat het plangebied buiten de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen ligt. Door de realisatie van een zonnepark zal het 35 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

aantal personen in het plangebied niet toenemen. Het zonnepark is bovendien ook geen inrichting die gevaar kan opleveren voor omliggende woningen. Er zijn met betrekking tot de externe veiligheid dan ook geen belemmeringen voor de realisatie van een zonnepark op de voorgenomen locatie aan de Groespeelweg nabij Mill.

4.10

Elektromagnetische straling

Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (ìT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELFEM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonneveld door de afstand van een zonneveld tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 ìT komt. Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 ìT.

4.11 Verkeer en parkeren Het plangebied Is gelegen in het buitengebied van Mill en wordt via meerdere in- en uitgangen ontsloten vanaf de Groespeelweg. Binnen het plangebied, buiten het zicht, wordt ruimte gecreëerd voor het parkeren van enkele voertuigen ten behoeve van de beheer- en onderhoudsmedewerkers. Gezien het feit dat de ontwikkeling van het zonneveld niet ligt aan een drukke verbindingsweg en het gebied dunbevolkt is, is de verwachting dat de ontwikkeling op gebied van verkeer en parkeren geen grote gevolgen zal hebben. De enige overlast die denkbaar is, is tijdens de aanlegfase en ontmantelingsfase op en rond de Groespeelweg. Verder zal er tijdens de beheerfase op beperkte schaal verkeersbewegingen zijn. Parkeeroverlast door beheerpartijen is niet te verwachten doordat geparkeerd kan worden op het (afgesloten) terrein.

4.13 Conclusie

Nadat alle omgevingsaspecten in dit hoofdstuk benoemd zijn, kan hieruit worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.

36 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Hoofdstuk 5 5.1 Inleiding

Uitvoerbaarheid

Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

5.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

5.3

Maatschappelijke participatie

In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgevings- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

Initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat het belangrijk is om de omgeving te betrekken bij het plan van de realisatie van een zonnepark. Al vroeg in het proces zijn de omwonenden betrokken bij dit proces. De eerste stap is dat er individuele gesprekken zijn gevoerd door dhr. Vloet om te verkennen hoe omwonenden tegenover dit plan zouden staan. Als tweede stap hebben de gemeenten en dhr. Vloet een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd om verdere toelichting te geven op de plannen, wensen op te halen voor landschappelijke inpassing, vragen te beantwoorden en te verkennen of de omgeving mee wil ontwikkelen in dit zonnepark. Er zijn hen naderhand diverse handvatten aangereikt om zich daarin te verdiepen hoe zij kunnen deelnemen. In een tweede bijeenkomst is hier dieper op ingegaan en is ondersteuning voor deze ontwikkeling in de vorm van een postcoderoos aangeboden. Het omgevingsproces is toegelicht in het separaat bijgevoegde document ‘Proces participatie Zonneveld Mill’ in bijlage 5.

5.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de realisatie van het zonnepark op de betreffende percelen (plangebied) aan de Groespeelweg in Mill is een omgevingsvergunning nodig. De ontwerpvergunning zal op grond van de algemene voorbereidingsprocedure (artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht) ter inzage worden gelegd, zodat belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen. Hieraan voorafgaande is in het kader van het wettelijk vooroverleg overleg gepleegd met het waterschap en met de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De overlegreactie van het waterschap is in paragraaf 4.4. opgenomen. De veiligheidsregio adviseert een opstelplaats te realiseren bij het Defensiekanaal. Aan dit advies wordt gehoor gegeven. Aanvullend geeft de veiligheidsregio een aantal extra adviezen: - Geadviseerd wordt om een zekere vorm van compartimentering aan te houden. Hierdoor kan de schade bij een brand worden beperkt. -Geadviseerd wordt om de middenspanningskabels (1000-25000 volt) herkenbaar te maken (zowel bovengronds als ondergronds). De bovengrondse kabels voor de bestrijdbaarheid door de brandweer en de ondergrondse kabels om de kans op graafschade te beperken. - Geadviseerd wordt om zorg te dragen voor instructies bij noodsituaties. 1 van de onderdelen hier is de bereikbaarheidsgegevens van relevante partijen. Deze adviezen worden bij de uitvoering van het project opgevolgd.

37 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

5.5

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat in casu om een gecombineerd project waarin zowel de gemeente als de particulier ontwikkelaar een deel ontwikkeld. Kostenverhaal gemeente Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin onder andere het verhalen van eventuele planschade wordt geregeld. Voor de gezamenlijke onderdelen in het project is een separate overeenkomst opgesteld om deze kosten te verdelen. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Financiering zonnepark Zowel de gemeente als de particulier ontwikkelaar ontwikkelt voor eigen rekening en risico. Hierbij is het wel noodzakelijk dat het zonneveld in de nabijheid wordt aangesloten op het net. Hiertoe heeft afstemming plaatsgevonden met de netwerkbeheerder, waaruit bleek dat dit hier mogelijk is. Ook is er SDE++ subsidie noodzakelijk, die kan worden aangevraagd nadat een omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonneveld is verleend. Energietransitiefonds In de Business Case is rekening gehouden met de afdracht aan het Energietransitiefonds. Per MWh zal 0,25 EURO/jaar per zonnepark worden afgedragen gedurende de gehele looptijd van het project. Berekening optie lokale Postcoderoos Voor de overgebleven capaciteit die de gemeente niet gebruikt voor de riolering, bestaat de mogelijkheid van een lokale postcoderoos. Hierover is de gemeente in gesprek met omwonenden en inwoners in de postcoderoos.

Aangezien de SDE++ voor de PCR een stuk hoger ligt dan de reguliere SDE++ is er voor lokaal eigendom een beter rendement haalbaar. Afhankelijk van de animo is er de mogelijkheid om enkele PCR projecten binnen het gehele park te faciliteren. Nadere invulling hiervan vind plaats via het participatietraject, zoals beschreven in het communicatieplan (zie bijlage 5).

5.6

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het initiatief zowel uit maatschappelijk en economisch oogpunt uitvoerbaar is. Daarnaast is niet gebleken van milieubelemmeringen en van beletselen uit ruimtelijk- planologisch oogpunt. Er zijn dan ook op basis van het bestemmingsplan geen belemmeringen om tot het verlenen van de vergunning over te kunnen gaan.

38 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4a Bijlage 4b Bijlage 5 Bijlage 6

Inrichtingsplan zonneveld QuickScan Ecologie Noord-Brabant Omgevingsrapport Stikstof berekening (Aerius) aanlegfase Stikstof berekening (Aerius) beheerfase Communicatieplan Vergunning waterschap profiel van vrije ruimte

39 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Bijlage 1: Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel

Opdrachtgevers: Gemeente Mill en Sint Hubert Willy Vloet beheer BV Opdrachtnemer: bind Wethouder Beverstraat 185 7543 BK Enschede info@binddd.nl www.binddd.nl

Vestiging Enschede: Wethouder Beverstraat 185 7543 BK Enschede 085 130 46 34 info@binddd.nl www.binddd.nl

Projectgegevens: Projectnummer: AID-200140 Datum: 24-05-2021 Status: Definitief Versie: 4

© 2021 bind Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

1 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Inhoud 1.Inleiding................................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 4

1.2

Ligging en beschrijving plangebied ......................................................................................... 4

1.3

Doel van het rapport ............................................................................................................... 4

1.4 Programma van eisen initiatiefnemers ......................................................................................... 5 2. Beleidsanalyse ..................................................................................................................................... 6 2.1. Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 6 2.2. Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 6 3. landschapsanalyse............................................................................................................................... 8 3.1 Historie .......................................................................................................................................... 8 3.2 Huidige situatie ............................................................................................................................. 8 3.3. Bodem en waterhuishouding ..................................................................................................... 13 3.4. Hoogtekaart ...............................................................................................................................

13 3.5 Ecologie ....................................................................................................................................... 13 4. Ontwerp ............................................................................................................................................ 14 4.1 Omgevingsproces ........................................................................................................................ 14 4.2. Schaal van het landschap ........................................................................................................... 14 4.3 Schaal van de directe omgeving .................................................................................................. 14 4.4 Schaal van het zonnepark ........................................................................................................... 15 5. Ontwerp ............................................................................................................................................ 16 6. Beplanting en beheerplan ................................................................................................................. 18 6.1 Losse haag ...................................................................................................................................

18 6.2 Kruidenrijk grasland .................................................................................................................... 18

2 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 1. Luchtfoto van het plangebied en omgeving.

3 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

1.Inleiding 1.1

Aanleiding

Het plangebied voor Zonnepark Groespeel is 4 hectare. Volgens de huidige plannen wordt na realisatie 4.500 MWh vermogen aan duurzame energie opgewekt. Hierbij is een verdeling te maken tussen het deel van de gemeente en het deel van de initiatiefnemer de heer Vloet. Met dit Zonnepark realiseren wij de gemeentelijke doelstelling energieneutraal rioolbeheer voor de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. Het uitgangspunt is om naast het opwekken van energie ook de natuurwaarden te versterken en meerwaarde te bieden voor de omwonenden middels financiële participatie.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied ligt tussen de Provincialeweg N264, de Groespeelweg, en het Defensiekanaal. Het heeft een totale oppervlakte van circa 4 hectare, waarvan 2 hectare (noordzijde) in eigendom van Willy Vloet beheer BV en 2 hectare (zuidzijde) van de gemeente Mill en Sint Hubert. Op dit moment betreft dit de perceelnummers 764, 765, 766 en 767. De gedetailleerde splitsing van deze percelen is terug te vinden op afbeelding 15. Netto blijft hier circa 3,5 ha van over voor de zonnepanelen (inclusief tussenpaden) en 0,5 ha als ruimte voor landschappelijke inpassing. Aan de wegen in de omgeving liggen diverse agrarische bedrijven. Het landschap waarin het plangebied ligt heeft een grootschalig karakter met enkele bomenrijen, met als belangrijkste functie landbouw. De agrarische grond is de afgelopen jaren gebruikt voor de teelt van mais. Het landschap kenmerkt zich door een blokverkaveling, waarbij percelen hier en daar begrensd worden door houtsingels. De wegen zijn hier recht en deels beplant met laanbeplanting. De agrarische bedrijven zijn aangekleed met erfbeplanting. Het landschap kent hierdoor een halfopen karakter.

1.3

Doel van het rapport

Het voorliggende rapport betreft het inrichtingsplan. Om tot een goed inrichtingsplan te komen zijn verschillende stappen doorlopen. • • • • •

Beleidsanalyse met wensen en eisen van de gemeente. Inventariseren eisen en wensen vanuit gemeente en de grondeigenaren. Ruimtelijke analyse. Onderzoeken. Omgevingsproces.

Op basis van de uitgangspunten die tijdens dit proces zijn verkregen, is dit inrichtingsplan opgesteld met zorg voor een goede landschappelijke inpassing, ecologische meerwaarde en sociaal- maatschappelijke meerwaarde van het zonnepark. Dit rapport bevat het resultaat van de doorlopen stappen. Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied en omgeving. Lichtblauwe deel is van dhr. Vloet, het donkerblauwe deel van de gemeente

4 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

1.4 Programma van eisen initiatiefnemers Bij het opstellen van het inrichtingsplan hebben de gemeenten Mill en Sint Hubert, waar het planologische proces bij wordt doorlopen, en de grondeigenaar vooraf een aantal eisen opgesteld waaraan moet worden voldaan. Deze worden hieronder kort toegelicht. 1.4.1 Landschappelijke inpassing

• • • • • •

Bij het zonnepark is het van belang dat rekening wordt gehouden met het bestaande landschap en deze ook wordt gerespecteerd. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met bestaande kavelgrenzen, omliggende percelen en dat eventueel bestaande sloten behouden blijven. In de omgeving van het zonnepark bevinden zich enkele woningen van mensen die geen landeigenaar zijn van het beoogde zonnepark. Er is met deze omwonenden gesproken over hun wensen met betrekking tot de inrichting. Er wordt aandacht gegeven aan de landschappelijke invulling van het zonnepark. Ook dient er aandacht te zijn voor eventuele reflectie van zonlicht. Er wordt rekening gehouden met de eis vanuit de gemeente dat een zonnepark op minimaal 100 meter afstand van een woning moet liggen. Vanwege het agrarische karakter van de omgeving moet met de plantkeuze en het beheer rekening worden gehouden en hinder voor landbouwkundig gebruik van de omgeving zoveel mogelijk worden voorkomen. Camera’s t.b.v. de beveiliging dienen zo min mogelijk boven de landschappelijke inpassing of het hekwerk uit te komen.

1.4.2. Technisch

Er wordt één type paneel toegepast zodat kleur en maat gelijk zijn. • De vulfactor van de panelen wordt zo hoog mogelijk gemaakt, rekening houdend met onderhoudspaden en minimum afstanden. Daarnaast wordt er ruimte gehouden tussen de panelen en tussen de opstellingen zodat er voldoende water op de grond kan vallen. • Het zonnepark wordt beveiligd door middel van een transparant gaashekwerk zonder bovenbuis van maximaal twee meter hoog en een camerasysteem (eis vanuit verzekeraar). 1.4.3. Verkeer

• Ontsluiting via twee bestaande toegangspaden aan de oostkant van het zonnepark. • Geen wandelpaden over het terrein met zonnepanelen (geen toegang voor onbevoegden in verband met veiligheid).

5 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

2. Beleidsanalyse 2.1. Provinciaal beleid In de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant zijn spelregels opgesteld om richting te geven aan onder andere zonprojecten. Bij de ontwikkeling van zonneparken is gemeentelijk beleid leidend. Wel gelden de provinciale regels rondom de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Een zonnepark moet bijdragen aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de naaste omgeving. Om hieraan te voldoen wordt in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik nagestreefd. Binnen het Landelijk gebied is ontwikkeling van een Zonnepark mogelijk om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor opwekken van duurzame energie indien er rekening wordt gehouden met een aantal randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn onder andere dat de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde heeft en (landschappelijk) inpasbaar is in de omgeving. Voor het bepalen van de maatschappelijke meerwaarde wordt naar de volgende aspecten gekeken: a. De mate van meervoudig ruimtegebruik. b. De maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken. c. De bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen.

2.2. Gemeentelijk beleid In de Energieverkenning en Energievisie uit 2018 heeft de gemeente Mill en Sint Hubert randvoorwaarden opgesteld voor de ontwikkeling van grondgebonden zonneparken. Naast de kansenkaart, waarop gebieden worden getoond waar kansen liggen voor het realiseren van zonneparken, beschrijft de gemeente Mill en Sint Hubert een aantal ruimtelijke voorwaarden waar een plan voor een zonnepark, naast een geschikte locatie, aan moet voldoen. Samen met adviesbureau Odura is een studie gedaan naar mogelijke gemeentelijke percelen, in de regio Land van Cuijk, welke ingericht kunnen worden als zonnepark. Hierbij zijn de ruimtelijke voorwaarden zoals hieronder vermeld gebruikt als randvoorwaarden tijdens het onderzoek. De volgende criteria zijn gehanteerd: • Omliggende woningen: De planlocatie ligt op minimaal 100 meter van bewoning. De woningen liggen verspreid aan de zuid en noordoostzijde van het plangebied. • Minimaal 10 m afstand tussen de zonnepanelen en de perceelrand,: Deze eis wordt aan voldaan m.u.v. zuidzijde waar minimaal 6 m afstand tussen de zonnepanelen en de perceelrand wordt toegepast. Dit betreft een gemeentelijk perceel, waar het gemeentelijk zonnepark straks aan grenst. We wijken hierbij af van de 10 m eis, omdat hier geen verschil is in grondeigenaar.

• Veilige omsluiting van het zonnepark: Om het zonnepark zal een hekwerk komen te staan, waarbuiten de groene strook landschappelijk ingepast zal worden. Deze groene strook wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Versterken biodiversiteit’ en ‘Omzoming met aandacht voor landschap en natuur’. • Benodigde bouwwerken binnen het zonnepark: De installaties met zonnepanelen zullen enkel op het perceel geplaatst worden. Daarnaast worden er nog twee transformatorhuisjes geplaatst op het perceel. De twee inkoopstations worden binnen het plangebied, maar buiten het hekwerk geplaatst, omdat de netbeheerder dit eist. • Landschappelijke inpassing: Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden door een landschapsarchitect. De uitgangspunten die hieruit zijn voortgekomen zijn toegevoegd aan de uitgangspunten vanuit de beleid- en kaartanalyse en het omgevingsproces. Conclusie gemeentelijk beleid Het voorgenomen plan sluit aan op de doelstelling van de gemeente Mill en Sint Hubert om in 2050 energieneutraal te zijn. Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast zodat het aan de ruimtelijke voorwaarden voldoet die de gemeente Mill en Sint Hubert stelt.

6 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 5. Historische kaart omstreeks 1850. Afbeelding 6. Historische kaart omstreeks 1900

7 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

3. landschapsanalyse 3.1 Historie Het plangebied en omgeving wordt gekenmerkt door de kaarsrechte wegen afgewisseld met enkele bospercelen. Het landgoed Princepeel dat net ten zuiden van het plangebied ligt is in het begin van de 19e eeuw ontgonnen. De gronden binnen het plangebied staan sinds 1895 op de kaart als landbouwgrond. Daarna is in de 20e eeuw in de omgeving nog meer gebied ontgonnen. Voor het plangebied is er echter weinig veranderd. De huidige Groespeelweg is op de kaart van 1900 (afbeelding 6) ook al terug te vinden op ongeveer dezelfde plek als tegenwoordig. Op deze kaart staat de Groote beek, dit is wel de aanleiding dat de Groespeelweg zijn gebogen vorm heeft in dit landschap met verder kaarsrechte wegen. Ook de N264 ten zuiden van het gebied lag toen ook al op dezelfde plek. Na 1930 is terug te vinden dat het plangebied is opgedeeld in een aantal kleinere percelen. Dit geldt ook voor het oostelijke gelegen grasland.

3.2 Huidige situatie Het plangebied ligt in een agrarisch landschap met akkerbouw. Het landschap waarin het plangebied ligt heeft een grootschalig karakter, met als belangrijkste functie landbouw. De meest noordelijke agrarische gronden zijn de afgelopen jaren gebruikt voor de teelt van mais. Het landschap kenmerkt zich door blokverkaveling, waarbij percelen hier en daar begrensd worden door houtsingels. Het plangebied ligt in de noordoostelijke rand van het dekzandplateau van de Peelhorst. Over grote oppervlakken is de Peelhorst bedekt met een dunne dekzanddeken, plaatselijk zijn dekzandruggen en stuifduinen aanwezig. Vanuit de Peelhorst lopen in noordoostelijke richting enkele beek- en droogdalen.

Afbeelding 7. Geomorfologische kaart De planlocatie ligt in agrarisch gebied. Er zijn geen woningen in de directe nabijheid of woningen die zicht hebben op de locatie. De locatie wordt alleen beleefd vanaf de openbare Groespeelweg. Er is hier echter niet veel verkeer omdat de weg geen directe aansluiting heeft met de provinciale weg in het zuiden. De weg wordt voornamelijk gebruik voor agrarisch verkeer, bestemmingsverkeer en fietsers. De Groespeelweg vormt de oostelijke plangrens. Opvallend is het gebogen verloop van de weg in het verder recht verkavelde landschap. De kromming komt omdat hier vroeger de Groote beek liep, voordat deze werd omgeleid (nu defensiekanaal).

8 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 8. Historische kaart omstreeks 1960 Afbeelding 9. Bodemkaart plangebied en omgeving.

9 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 10. Hoogtekaart plangebied en omgeving. Afbeelding 11. Topografische kaart van ca 100 jaar geleden

10 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Aan de noord- en westzijde wordt de locatie begrensd door het defensiekanaal. Langs het kanaal ligt een schouwpad dat mogelijk ook door wandelaars gebruikt wordt (geen gemarkeerde route, maar wel een mogelijkheid). Het kanaal was onderdeel van de Peel-Raamstelling, een verdedigingslinie tegen Duitsland uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Ten noorden van het kanaal is een begroeide grondwal aanwezig en zowel ten noorden als ten westen van de locatie liggen kazematten (rijksmonumenten). Het defensiekanaal en aangrenzende oevers (en wal) zijn tevens onderdeel van het natuurnetwerk en vormen een ecologische verbindingszone.

De Peel-raamstelling Deze werd versterkt met stuwen, honderden kazematten, wegversperringen en een tankgracht: het Defensiekanaal. Negentig kilometer lang doorsneed de Peel-Raamstelling het landschap van Oost-Brabant, van de Maas bij Grave tot aan de Belgische grens. Bij de daadwerkelijke aanval in mei 1940 hield de linie slechts een dag stand. Vier jaar later, ten tijde van de bevrijding, werd in dit gebied wekenlang slag geleverd tussen Duitsers en geallieerden. Veel restanten van het verdedigingswerk, waaronder het Defensiekanaal en verscheidene kazematten zijn in het landschap van de Peel vrij compleet bewaard gebleven. Bron: brabantserfgoed.nl

Afbeelding 12. Defensiekaart Peel-Raamstelling 11 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 13. Ligging kazematten langs de peel-raamstelling Afbeelding 14. Ecologische verbindingszones

12 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

3.3. Bodem en waterhuishouding De bodem in het plangebied bestaat voor het grootste gedeelte uit ten eerste Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Gele gebied in afbeelding 9). Daarnaast bevinden zich zuidelijker Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (paarse gebied in afbeelding 9). De grondwatertrap loopt van V in het zuiden naar III in het noordwesten. Op basis van deze gegevens kan de vegetatie worden bepaald die bij de bodem hoort. Deze zal hier over het algemeen goed groeien en sluit aan op de natuurlijke vegetatie die hier van nature voorkomt. Daarmee hebben deze plantsoorten hier de grootste meerwaarde voor de biodiversiteit, mits ze van autochtoon inheemse afkomst zijn. Het sortiment is iets aangevuld gezien het huidige landgebruik en de daarmee gepaard gaande rijkere voedingstoestand. Passende plantsoorten zijn: es, aalbes, éénstijlige meidoorn, framboos, Gelderse roos, geoorde wilg, grauwe wilg, haagbeuk, hazelaar, hondsroos, kardinaalsmuts, kers, lijsterbes, rode kornoelje, ruwe berk, sleedoorn, vogelkers, vuilboom, wilg, wegedoorn, zachte berk, zomereik, zwarte appelbes en zwarte bes. Binnen deze ontwikkeling is er gekozen om de struweel met een sortiment van de inheemse soorten meidoorn, sleedoorn, vuilboom, vlier en wilg uit te voeren.

3.4. Hoogtekaart De hoogtekaart, afbeelding 10, laat een recent beeld zien van de hoogteligging van het maaiveld. Te zien is dat er in het gebied weinig hoogteverschil is en vrij vlak is. De Groespeelweg ligt ter hoogte van het plangebied op ruim 16m+ NAP. De zuidzijde van het plangebied ligt ongeveer een halve meter lager dan de noordzijde, respectievelijk 16 meter en 15,5 meter boven NAP. Hierdoor loopt het terrein licht af richting het zuiden. Het laagste deel van het plangebied ligt op circa 15,5 m+ NAP. Met de realisatie van het zonnepark handhaven we deze glooiing door de panelen op een gelijke hoogte ten opzichte van het maaiveld te plaatsen.

3.5 Ecologie Het plangebied grenst aan de noord- en de westzijde aan Natuurnetwerk Nederland maar liggen tegelijkertijd langs het defensiekanaal en vormden onderdeel van het vrije schootsveld vanachter de verdedigingslinie met de kazematten. De reeds aanwezige dubbele bomenrij langs het kanaal aan de noord- en westzijde vormt dan ook al de natuurlijke en bestaande begrenzing van het plangebied. Hieraan zullen geen aanpassingen of toevoegingen worden gedaan om de balans in het gebied (Ecologie en Cultuur) in stand te houden. In het plangebied komen mogelijk beschermde vleermuizen voor. Hier dient tijdens de aanleg van het Zonnepark rekening mee te worden gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=01803a48-18a7-453e-9fae-91d01e6b21d4