CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Ruimtelijke onderbouwing 30 juni 2021

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark aan de Groespeelweg te Mill18.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afbeelding 15. Situatietekening 13 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

4. Ontwerp 4.1 Omgevingsproces Uit het omgevingsproces zijn diverse wensen en eisen naar voren gekomen. Deze zijn verwerkt in het ontwerp op de vorige pagina. De omgeving is tijdens een bijeenkomst en meerdere gesprekken een aantal varianten voor de landschappelijke inpassing voorgelegd. Met de uitkomst uit deze gesprekken is het ontwerp op meerdere aspecten aangescherpt.

4.2. Schaal van het landschap Het plangebied wordt momenteel landbouwkundig beheerd. De karakteristieke rechte lijnen blijven straks gehandhaafd. Het plangebied grenst aan de Groespeelweg. Deze weg ligt enkele honderden meters af van de N264. Een woning net ten noorden van de N264 en een woning net ten noorden van het plangebied liggen beide op minimaal 300 meter afstand van het plangebied af. De landschappelijke inpassing enerzijds en de afstand anderzijds maakt dat het zonnepark zo goed als mogelijk ingebed wordt in een natuurlijke omgeving.

4.3 Schaal van de directe omgeving

Losse haag

Op basis van de input vanuit de omgeving en hetgeen passend wordt geacht als landschappelijke inpassing van een zonnepark in het landelijk gebied is een afweging gemaakt en gekozen voor een landschappelijke struweelhaag en struweelrand van 6 meter aan de oostkant. Door deze middels beheer maximaal 2 meter hoog te houden is er na enkele jaren zo goed als geen zicht op de zonnepanelen en kan de noordelijk gelegen bomenrij vanaf de Groespeelweg nog worden beleefd.

Schapen

Op de informatieavond met de omgeving is door de gemeenten aangegeven dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met een goed beheer waardoor er geen onkruid gaat woekeren wat zich uit kan spreiden. Omwonenden gaven hierop als reactie aan de voorkeur te geven aan natuurlijke begrazing door middel van schapen die onder de panelen grazen. In de plannen hebben we rekening gehouden met die mogelijkheid die we samen met de omwonenden gaan invullen.

Diverse beplanting

Verder werd er aangegeven dat men de voorkeur geeft aan het planten van verschillende type beplantingen door elkaar, wat zorgt voor een afwisselend beeld. Ook zorgt dit ervoor dat beplanting minder gevoelig is voor ziektes. Invasieve exoten worden tijdig verwijderd. Hiertoe worden alleen bij hoge uitzondering zoals bij Japanse duizendknoop, herbiciden gebruikt.

Begrenzing

Aan de Oostzijde van de projectlocatie wordt een struweel aangelegd van 6 meter breed gevolgd door een hekwerk met een hoogte van 2 meter. Aan de andere zijden is geen struweel toegepast, omdat hier in de huidige situatie al een dubbele bomenrij langs weerszijden van het defensiekanaal aanwezig is en hier aan de planzijde een onderhoudspad langs ligt. Omwille van de Cultuurhistorie (Rijksmonument: de kazematten, het Defensiekanaal) wordt ervoor gekozen juist geen struweelranden toe te passen. Verder is er een opdeling te maken in de percelen van de gemeente en die van dhr. Vloet door hier tussen een deel open te laten (evt. nog opdeelbaar met een hekwerk). Zoals op de tekening te zien is komt er een onderhoudspad rondom de panelen te liggen. Op het gemeentelijke deel ligt aan de zuidkant een bloemrijk grasland. De onderhoudspaden rondom samen met de struweelrand dan wel strook met kruidenrijk grasland maken dat er 10 meter afstand is tussen de kavelgrens en de panelen. Uitzondering hierop is de zuidzijde, waar we 6 meter afstand hanteren tot het aangrenzende perceel dat in eigendom is van de gemeente Mill en Sint Hubert.

14 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

4.4 Schaal van het zonnepark

Panelen, hoogte en oriëntatie

De ontwikkelaars kiezen er voor de panelen tweezijdig te oriënteren, uitgelijnd met de Noordelijke perceelsgrens. Hiermee is het zicht op het zonnepark vanaf het oosten en westen gezien de aaneengesloten rij van zonnepanelen het rustigst. Met een hellingshoek van de panelen van circa 10 graden blijft de hoogte van de installatie beperkt tot 1,5 meter boven maaiveld. In het gemeentelijk beleid is bepaald dat ze niet hoger dan 2 meter komen. Hierdoor blijft de openheid van het landschap zo veel mogelijk behouden en kan de noordelijke bomenrij ten noorden van het defensiekanaal nog gezien worden. Het hekwerk wordt echter wel maximaal 2 meter hoog. Doordat het hekwerk bestaat uit transparant gaas, springt dit minder in het oog dan de zonnepanelen. De beplanting in de vorm van een struweelhaag langs de oostkant hoeft vanwege het transparante hekwerk dan ook maar circa 2 meter hoog te zijn om het zicht op de panelen grotendeels te voorkomen. De zonnepanelen worden met behulp van aluminium klemmen aan de onderconstructie bevestigd. De zonnepanelen liggen niet strak tegen elkaar aan, maar liggen iets los van elkaar. Rondom de zonnepanelen is een vrije ruimte van ca. 2 cm aanwezig om eventuele uitzetting op te kunnen vangen.

Tevens zorgen deze open ruimtes ervoor dat regenwater ook tussen de panelen op de grond terecht komt, waardoor verdroging en erosie van de bodem wordt voorkomen, doordat de bodem dus gelijkmatiger met water wordt belast.

Hekwerk

Het zonnepark moet vanwege de beveiliging (o.a. eis van de verzekering) en de veiligheid afgesloten zijn voor onbevoegden. Er wordt een hekwerk toegepast van schapengaas met palen zodat het landschappelijk karakter behouden blijft. De zichtbaarheid van het hekwerk wordt beperkt doordat deze aan de binnenzijde van het plangebied wordt geplaats. Dit ligt vanaf de Groespeelweg achter de nieuw toe te voegen beplanting. Kleine zoogdieren kunnen het hekwerk passeren doordat het hekwerk grove mazen heeft en 15 centimeter van de grond wordt geplaatst. Het landschappelijk hekwerk wordt evenals de panelen en overige installaties met het aflopen van de vergunning verwijderd.

Trafostations

De trafostations worden aan de noordkant en zuidkant binnen het zonnepark geplaatst. Door de trafostations aan de kopse kanten van een rij panelen te plaatsen, worden ze opgenomen in de structuur van het veld.

Parkeerplaatsen

Aan de oostzijde, bij de toegangspunten, van het zonnepark is ruimte voor parkeren van voertuigen, voor bijvoorbeeld onderhoud, binnen het plangebied.

15 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

5. Ontwerp Met een landschappelijke inrichting aan de noord- en westzijde is een balans gezocht tussen ecologie en cultuur. De reeds aanwezige stevige structuur blijft bestaan. Aan de noord- en zuidzijde wordt de landschappelijke inpassing ook gebruikt om landschapsstructuren te versterken (beplantingsingels waren van oudsher oost-west gericht). Aan de noordzijde dient de beplanting visueel duidelijk los te liggen van het kanaal met boombeplanting aan weerszijden. Aan de oostzijde wordt meer afstand gehouden tussen de perceelsgrens en de panelen (ca. 15 meter). Als verwijzing naar de historische ligging van de Grootebeek wordt de watergang langs het terrein verbreed en voorzien van een flauwe oever. De vrijkomende grond hiervan wordt toegepast binnen het plangebied. Aangezien de watergang niet jaarrond voldoende watervoerend is zal er wel een hekwerk moeten worden geplaatst. Deze staat echter op grote afstand van de weg en wordt afgeschermd door een struweel en een beheerpad. In de noordoosthoek van het terrein richten we een rustpunt met informatievoorziening en oplaadpunt voor elektrische fietsen in voor recreanten. Het informatiepaneel geeft uitleg over het zonnepark, maar ook over de geschiedenis van de plek, het vroegere landschap en de Peel-Raamstelling met de kazematten waarop ook zicht is vanaf dit infopunt.

Afbeelding 16. Principeprofiel Noordzijde Defensiekanaal

Afbeelding 17 - Principeprofiel oostzijde Groespeelweg

16 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Afbeelding 18 - Principeprofiel zuidzijde

Afbeelding 19 - Principeprofiel westzijde Defensiekanaal

17 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

6. Beplanting en beheerplan 6.1 Losse haag In het plangebied wordt gebruikgemaakt van een losse landschappelijke struweelhaag van 6 meter breed aan de oostzijde. Hiermee wordt het zicht op de zonnepanelen grotendeels ontnomen en eventuele schaduw op zonnepanelen te voorkomen. Deze beplanting wordt onderhouden zodat deze circa 2 meter hoog blijft. Wat betreft beplanting is er gekozen voor een selectie van inheemse soorten. Het sortiment bestaat (indien leverbaar) uit autochtoon plantmateriaal, bij voorkeur van een kweker in de regio i.v.m. grondslag. Het gaat om de volgende struiken (gelijke verdeling): de meidoorn, sleedoorn, vuilboom en geoorde wilg. De soorten worden in groepen van 5 tot 7 stuks per soort gemengd en in wildverband aangeplant met een onderlinge plantafstand van 0,75 m. Dit, zodat elke soort een goede kans krijgt te overleven, maar bij uitval van 1 soort geen grote gaten vallen in de haag. Er wordt bosplantsoen met maat 100–125 toegepast. Op enkele plekken kunnen groepen beplanting doorgroeien om zo meer diversiteit en een gevarieerd beeld te krijgen. De losse landschappelijke haag heeft als doel het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant jaarlijks worden gesnoeid. Daarna kan het wisselend om de 4 tot 5 jaar worden onderhouden. Zo wordt zorggedragen voor een los, maar wel gesloten beeld.

Door tijdens het beheer de haag in de lengterichting voor de helft onder kniehoogte te snoeien (met uitzondering van enkele boomvormers in de noordrand), is er altijd een deel van de haag die op hoogte is en het zicht op het zonnepark filtert. Tevens wordt deze niet te hoog. Beide helften worden wisselend om de 4 tot 5 jaar onderhouden. Het gesnoeide deel krijgt zo de kans om nieuwe takken te laten groeien die zullen bloeien en zaad dragen, wat ten gunste komt als voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren waaronder de das. Door op voldoende afstand van het hekwerk aan te planten, is bijsnoeien aan de binnenzijde hooguit incidenteel nodig.

6.2 Kruidenrijk grasland Om en onder de panelenvelden wordt gebruik gemaakt van een kruidenrijk grasland dat door schapenbegrazing beheerd wordt. Dit geldt voor de ontwikkeling van het kruidenrijk grasland van het plangebied, de omliggende onderhoudspaden, de ruimte onder de zonnepanelen en de tussenliggende beheerpaden. De keuze voor het type kruidenrijk grasland is gebaseerd op het onderzoek ‘Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit’, dat is uitgevoerd door CLM in opdracht van Omgevingsdienst Veluwe IJssel ten behoeve van ontwikkelen van zonneparken. In deze rapportage zijn opties uitgewerkt waarmee de bodemkwaliteit zoveel mogelijk kan worden behouden en de biodiversiteitswaarde van de vegetatie zoveel mogelijk wordt vergroot. Op basis van dit onderzoek zijn een aantal geschikte kruidenrijke mengsels geselecteerd voor het toepassen bij deze ontwikkeling. Hierbij is rekening gehouden met: - Oost- West oriëntatie waarbij weinig licht en neerslag doordringt tot onder de panelen, hoewel hier al rekening mee gehouden is door ruimte te laten tussen de panelen; - Geschikt voor bij beweiding, dus niet giftig voor de schapen. Tussen de panelen en onderhoudspaden is t.o.v. onder de panelen meer zonlicht. Hiervoor zijn de in tabel 1 genoemde gras-/kruidenmengsels geschikt om toe te passen.

Onder de panelen is minder zon en kiezen we voor de geselecteerde plantensoorten in Tabel 2. Deze zijn het meest geschikt voor gebruik onder OW-georiënteerde zonnepanelen.

18 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

Tabel 1 – Agrifirm ‘Wildweidemengsel’ (bron: ‘Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit’ J.A. Keuskamp, sept 2018)

Tabel 2 - Selectie van soorten die mogelijkerwijs gedijen onder een OW-opstelling. (bron: ‘Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit’ J.A. Keuskamp, sept 2018)

19 Landschappelijk inrichtingsplan zonnepark Groespeel R4.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=01803a48-18a7-453e-9fae-91d01e6b21d4