CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Ruimtelijke onderbouwing 30 juni 2021

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark aan de Groespeelweg te Mill18.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Groespeelweg

Projectafwijkingsbesluit: Mill, Groespeelweg ongenummerd, zonnepark. Digitaal: NLIMRO.0815.PBBuGroespeelwzon-ON01

Opdrachtgevers: gemeente Boxmeer gemeente Cuijk gemeente Grave gemeente Mill en Sint Hubert gemeente Sint Anthonis Willy Vloet beheer BV

Opdrachtnemer:

085 130 46 34 info@binddd.nl www.binddd.nl

Vestiging Enschede: Wethouder Beverstraat 185 7543 BK Enschede 085 130 46 34 info@binddd.nl www.binddd.nl

Projectgegevens: Projectnummer: AID-200140 Datum: 30-06-2021 Status: Definitief Versie: 7

© 2021 bind

Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

1 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding ................................................................................................................. 4

1.2

Ligging en begrenzing plangebied............................................................................ 4

1.3

Huidig planologisch regime ...................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer................................................................................................................. 5

Planbeschrijving ................................................................................................................ 6 2.1

Beschrijving huidige situatie plangebied................................................................... 6

2.2

Toekomstige situatie zonneveld ............................................................................... 9

2.2.1 Initiatief voor een zonneveld .................................................................................... 9 2.2.2 Inrichting zonneveld ............................................................................................... 10 2.2.3 Communicatie en participatie ................................................................................. 11 3

Beleidskaders ................................................................................................................. 13 3.1 3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .............................................................. 13

3.1.3

Klimaatakkoord ................................................................................................... 16

3.1.4

Rijk investeert in duurzame energie ................................................................... 16

3.1.5

Conclusie Rijksbeleid ......................................................................................... 16

3.2

Provinciaal beleid, Omgevingsvisie en -verordening .............................................. 16

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) en Interim Omgevingsverordening (2019) 16

3.2.2

Conclusie ............................................................................................................ 18

3.3

4.

Rijksbeleid .............................................................................................................. 13

Gemeentelijk beleid, structuurvisie Mill en Sint Hubert ......................................... 19

3.3.1

Energieverkenning en Energievisie 2018 ........................................................... 19

3.3.2

Bestemmingsplan ............................................................................................... 20

3.3.3

Conclusie gemeentelijk beleid ............................................................................ 21

Omgevingsaspecten ....................................................................................................... 22 4.1

Natuurwaarden ....................................................................................................... 22

4.1.1

Ecologie .............................................................................................................. 22

4.1.2

Stikstof ................................................................................................................ 25

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie ............................................................................... 26

4.3

Bodem .................................................................................................................... 27

4.4

Water ...................................................................................................................... 28

4.5

Geluid ..................................................................................................................... 30

4.6

Lichtreflectie ........................................................................................................... 31

4.7

Luchtkwaliteit .......................................................................................................... 31

4.8

Bedrijven en milieuzonering ................................................................................... 32

4.9

Externe veiligheid ................................................................................................... 34 2 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

4.10

Elektromagnetische straling .................................................................................. 36

4.11

Verkeer en parkeren ............................................................................................... 36

4.13

Conclusie ................................................................................................................ 36

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid .......................................................................................... 37

5.1

Inleiding .................................................................................................................. 37

5.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 37

5.3

Maatschappelijke participatie ................................................................................. 37

5.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................... 37

5.5

Economische uitvoerbaarheid ................................................................................ 38

5.6

Conclusie ................................................................................................................ 38

BIJLAGEN .............................................................................................................................. 39 Bijlage 1

Inrichtingsplan zonneveld ............................................................................... 39

Bijlage 2

QuickScan Ecologie ....................................................................................... 39

Bijlage 3

Noord-Brabant Omgevingsrapport ................................................................. 39

Bijlage 4a

Stikstof berekening (Aerius) aanlegfase ......................................................... 39

Bijlage 4b

Stikstof berekening (Aerius) beheerfase ........................................................ 39

Bijlage 5

Communicatieplan .......................................................................................... 39

3 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven te streven om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het mogelijk maken van zon- en windprojecten om duurzame energie op te wekken. Om deze doelstelling inhoud te geven is het wenselijk dat ook grootschalige opwek van duurzame energie zoals windturbines, zonnedaken en zonnevelden ontwikkeld worden, zodat de Provincie en gemeenten daadwerkelijk energieneutraal kan zijn in 2050. In de RES Noord-Brabant wordt met de Provincie, gemeenten en andere stakeholders samengewerkt om deze doelstellingen te realiseren. De gemeenten in de regio Land van Cuijk, de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis hebben het initiatief een zonneveld van ca 2 hectare te realiseren aan de Groespeelweg nabij Mill voor het energieneutraal maken van hun rioolgemalen. Willy Vloet Beheer BV heeft een initiatief ingediend van een zonnepark ter grootte van 2 hectare. Deze gronden liggen aansluitend aan de gronden van de gemeente. Deze twee aanleidingen leiden tot de ontwikkeling van zonnepark Groespeel, gelegen aan de Groespeelweg te Mill, van ca 4 hectare, met een totaal vermogen van ruim 5 MWp. Het zonnepark Groespeel wordt als één geheel ingericht, vandaar dat er ook één ruimtelijke onderbouwing is opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van Mill in de provincie Noord-Brabant, ten noorden van de N264 en ten westen van de Groespeelweg. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied zien, waarvan het noordelijke deel circa 2 ha behoort tot de ontwikkeling van de particuliere initiatiefnemer en het zuidelijke deel, ook circa 2 ha tot de ontwikkeling van de gemeenten. De noordelijke gronden zijn recent gebruikt voor het verbouwen van aardappelen. Momenteel ligt de grond braak en langs de randen groeit gras met her en der grote brandnetel. Het plangebied is gelegen op zandgronden.

Figuur 1: Luchtfoto plangebied zonnepark CGM. Rechter afbeelding met noordelijk deel (licht blauw) van particulier initiatiefnemer en zuidelijk deel (donker blauw) van de CGM Gemeente.

4 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

1.3

Huidig planologisch regime

Het plangebied maakt onderdeel uit van 2 bestemmingsplannen: 1 Buitengebied Mill en Sint Hubert, vastgesteld op 20 juni 2013; 2. Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018, vastgesteld op 26 september 2019. Op grond van deze bestemmingsplannen heeft het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch'. Daarnaast gelden er diverse gebiedsaanduidingen. In paragraaf 3.3 en in hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de consequenties van deze gebiedsaanduidingen die de beoogde invulling van het plangebied met zich meebrengt.

Figuur 2: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Mill en Sint Hubert (2013) en herziening 2018 inclusief globale projectlocatie.

De realisatie van het zonneveld past niet binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan. Daarom wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid sub a, onder 3° Wabo).

1.4

Leeswijzer

De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt daarbij getoetst aan dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt op de diverse omgevingsaspecten ingegaan. Tenslotte gaat hoofdstuk 5 in op de uitvoerbaarheid van het plan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

5 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

2

Planbeschrijving

2.1

Beschrijving huidige situatie plangebied

Een onderzoeksbureau heeft locaties binnen het land van Cuijk onderzocht waar een gezamenlijk zonnepark aangelegd kan worden. Hierbij is gekeken naar percelen welke in eigendom van de diverse gemeenten zijn en welke ook ruimtelijk geschikt zijn voor de aanleg van een zonnepark. Daarnaast is gekeken naar de afstand tot een mogelijk aansluitpunt op het stroomnetwerk van Enexis. Deze afstand heeft grote invloed op de uiteindelijke kosten en dus op het rendement van het zonnepark. Voor de aanleg is uitgegaan van de realisatie van 1,5 MWp om te zorgen voor een energieneutraal rioolbeheer van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. Locatiekeuze Bij de beoordeling van de diverse locaties is naast het rendement van de locatie en de planologische aspecten ook gekeken naar de ruimtelijke invloed (vormfactor). De locatie aan de Groespeelweg scoorde daar goed op. Voor het gemeentelijk gedeelte gold in eerste instantie dat de grond vrij nat is en daardoor alleen geschikt als grasland en niet voor gewassenteelt. Dat had deze locatie onder andere voor op de andere locaties die in aanmerking kwamen voor het gemeentelijke zonnepark. Andere belangrijke aspecten die deze locatie voor had op de andere opties, waren de aansluitmogelijkheden bij Enexis en in hoeverre gemeenten beleid hadden om een initiatief in behandeling te nemen.

Door een beperking in de aansluiting van Enexis, moest het park kleiner worden, waardoor het iets naar het noorden is opgeschoven. Hierdoor is de locatie dus gewijzigd en gaat het om wel vruchtbare grond. Deze gezamenlijke ontwikkeling van zonnepark Groespeel is het derde zonnepark in de gemeente Mill en Sint Hubert dat in behandeling wordt genomen. In paragraaf 6.1 van de Energievisie staat “Grondgebonden zonne-energie wordt gefaciliteerd, onder strikte randvoorwaarden (zie paragraaf 6.2). Er wordt in eerste instantie gekozen voor twee nader te bepalen pilots project van maximaal 20 hectare in het grootschalige landbouwgebied.” Dit zonnepark valt niet binnen één van die pilots, maar is het derde project. De locatie wijkt af van de zoekgebieden, met de motivatie dat de gemeenten geen goed geschikte grond hebben binnen de zoekgebieden, om haar doelstelling te behalen, maar dat wel op eigen grond wil realiseren. Dit zonnepark ligt tegen een zoekgebied van grootschalige zonne-energie aan en voldoet wel aan het karakter grootschalige landbouwgebied dat de waarde openheid heeft. Bovendien gaat het om een klein en lokaal initiatief.

Het past daarmee beter bij de volgende omschrijving in paragraaf 6.1 van de Energievisie “Kleinschalige, lokale initiatieven voor grondgebonden zon rond de dorpskernen kunnen worden gefaciliteerd, mits zorgvuldig ingepast en in lijn met de randvoorwaarden voor grotere projecten.” Het initiatief van Willy Vloet beheer BV is een lokaal initiatief, waarbij wij als gemeenten hebben gekozen om aan te sluiten, ook een lokaal initiatief. Bovendien stellen de gemeenten een deel van de eigen grond ter plaatse beschikbaar voor een nader op te richten lokale energiecoöperatie. Hiermee is deze ontwikkeling in lijn met de lokale kans zoals omschreven in paragraaf 6.1 van de Energievisie: “De energietransitie is een lokale opgave en een lokale kans: projecten worden zoveel mogelijk van onderop en samen met de inwoners en bedrijven binnen de gemeente Mill en Sint Hubert opgepakt. Voor lokale en kleinschalige initiatieven (coöperaties) wordt verkend of gemeentegronden kunnen worden ingezet”. Hiermee voldoet deze ontwikkeling qua locatiekeuze aan het gemeentelijk beleid van Mill en Sint Hubert.

6 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Ontwikkeling past binnen de kansen van de gemeente Als onderdeel van de totstandkoming van de Energieverkenning en Energievisie heeft er een werksessie plaatsgevonden waarin gebieden zijn bepaald die kansrijk zijn voor het opwekken van zonne-energie, zie afbeelding 6. Het plangebied (zie blauwe cirkel) voor het zonneveld ligt in een grootschalig agrarisch landschap dat kansen biedt voor grootschalige zonnevelden.

Figuur 6: kansen voor zonne-energie in het buitengebied van Mill en Sint Hubert (energieverkenning en energievisie Gemeente Mill en Sint Hubert, 2018)

7 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied (in oranje aangegeven in de kaart) ligt tussen de Provincialeweg N264, de Groespeelweg, en het Defensiekanaal. Het heeft een totale oppervlakte van circa 4 hectare, waarvan circa 2 hectare (noordzijde) in eigendom van Willy Vloet beheer BV en circa 2 hectare (zuidzijde) van de gemeente Mill en Sint Hubert. Dit betreft de percelen 764, 765, 766 en 767. De bijbehorende postcode binnen het gebied is 5451. Aan de wegen in de omgeving liggen diverse agrarische bedrijven. Het landschap waarin het plangebied ligt heeft een grootschalig karakter met enkele bomenrijen, met als belangrijkste functie landbouw. De agrarische grond is de afgelopen jaren gebruikt voor de teelt van aardappelen. Het landschap kenmerkt zich door blokverkaveling, Figuur 3: kadastrale kaart plangebied waarbij percelen hier en daar begrensd worden door houtsingels. De wegen zijn hier recht en deels voorzien van laanbeplanting. De agrarische bedrijven zijn aangekleed met erfbeplanting. Het landschap kent hierdoor een halfopen karakter.

Figuur 4: impressies plangebied

8 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

2.2

Toekomstige situatie zonneveld

Het zonneveld bestaat uit 2 onderdelen; het gezamenlijke deel van Willy Vloet beheer BV aan de noordzijde en het onderdeel van de vijf gemeenten aan de zuidzijde. Het zonneveld zal zich als geheel manifesteren in de ruimte, maar zal technisch gezien gescheiden zijn naar de 2 eigenaren. De uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de inrichting van het zonnepark zijn: • • • • •

De zonnepanelen worden in Oost-West opstelling geplaatst. Hierbij zijn de panelen minder hoog, waardoor ze beter zijn in te passen in het landschap en is de businesscase haalbaar, ondanks de geringe grootte van het park. De tussenpaden tussen de tafels worden 1.2 meter breed. De ruimte tussen de top van de panelen wordt 0.2 meter breed, zodat er ook regenwater en licht onder de panelen kan komen. Tussen alle panelen zal een dilatatie van 2 centimeter worden gehanteerd, zodat regenwater op verschillende plekken de vegetatie onder de panelen kan bereiken. circa 50 % van de totale oppervlakte zal niet belegd zijn met panelen, daarmee voldoet het zonnepark aan de ondergrens van 25% onbedekt oppervlakte van het projectgebied volgens de gedragscode zon op land van Holland Solar1.

Figuur 5: Opzet zonneveld (blauwe stippellijn is de scheidingslijn Vloet Beheer BV - Gemeenten)

2.2.1 Initiatief voor een zonneveld De gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis hebben de ambitie dat de gemeentelijke rioolgemalen volledig energieneutraal zijn. Om deze ambitie in te vullen dient er 1.300 MWh duurzaam opgewekt te worden. Vanuit dit vertrekpunt is samen met de particuliere initiatiefnemer het plan opgevat om gezamenlijk een zonneveld te ontwikkelen. 1

https://hollandsolar.nl/u/files/gedragscode-zon-op-land.pdf

9 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Deels op gemeentegrond (ca 2 hectare) en deels op grond van de initiatiefnemer (ca 2 hectare). Dit heeft als voordeel dat in het gehele traject tot aan realisatie gezamenlijk kan worden opgetrokken. Voor de ontwikkeling zijn de uitgangpunten uit de energievisie onderbouwd, zoals de minimale afstand tot de dichtstbijzijnde woning van 100 meter en de goede inpassing met brede stroken tussen de perceelgrens en de panelen. Hierdoor wordt de impact op natuur en omgeving zo minimaal mogelijk gehouden en is er ruimte voor natuurontwikkeling. De oostrand van het gebied worden aangeplant met struweelhaag. Deze zorgt voor een halfopen natuurlijke omheining.

2.2.2 Inrichting zonneveld Het plangebied voor de ontwikkeling van het zonneveld is circa 4 hectare groot. Ondanks dat het zonneveld zo efficiënt mogelijk wordt ingericht, zal niet het gehele oppervlak worden ingevuld met zonnepanelen. Er worden ruim 4800 grote zonnepanelen geplaatst. Het bebouwd oppervlak bedraagt ca 50 %. Het zonneveld wordt ingericht als een geheel vormgegeven. Voor landschappelijke inpassing is circa 0,5 hectare gereserveerd (zie landschappelijk inrichtingsplan). Naast de inrichting met zonnepanelen, zal er in de rand langs de Groespeelweg ruimte zijn voor groene inpassing, parkeermogelijkheden voor de beheer- en onderhoudsmedewerkers en het herbergen van de technische installaties. De noordelijke en westelijke randen zullen niet extra met groen worden omzoomd. Dit is de zijde langs het defensiekanaal. Deze zijde wordt zoveel mogelijk opengehouden. De compactstations/transformatoren zijn binnen het plangebied ingepast. Voor een maximaal rendement heeft een oost-west opstelling van de zonnepanelen de voorkeur en door de panelen onder een hoek van 10 graden in deze oriëntatie neer te leggen, wordt tevens de hoogte van het zonneveld beperkt tot ongeveer 1.5 meter boven maaiveld. Het zonneveld wordt aangesloten op een laagspanningsaansluiting van 2 keer 1.75 MVA.

Netbeheerder Enexis heeft bevestigd dat deze aansluiting mogelijk is op het MS-T netvlak vanuit verdeelstation “Koestraat” in Mill.

Figuur 6: Dwarsprofiel zijaanzicht zonneveld Groespeelweg Profiel B-B’.

Ten behoeve van de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit is als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Dwarsprofiel perceelsgrens Groespeelweg Om extra meerwaarde te creëren voor natuur en te verwijzen naar de historie van het gebied, is ervoor gekozen om langs de Groespeelweg een strook van 15 meter vrij te houden tussen de perceelsgrens en de zonnepanelen. De verbreding van de watergang en aanleg van een 10 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

natuuroever verwijzen naar de Groote Beek die hier ooit lag. Heesterbeplanting op een laag talud schermen het zicht op de panelen af; door de lage beplanting is er geen schaduwwerking op de panelen. Tevens zorgt deze 15 meter strook ervoor dat er geen panelen worden geplaatst die relatief gezien lang in de schaduw liggen van de bestaande bomen Zoals op de tekening te zien is wordt er rekening gehouden met tussenpaden van 1.2 meter tussen de rijen. Tussen alle aaneengeschakelde panelen bevindt zich 2 centimeter dilatatie zodat regenwater en licht de grond kan bereiken. Hiermee wordt verschraling van de grond onder de panelen zoveel mogelijk voorkomen. Toegankelijkheid en ontsluiting van het zonneveld Het zonnepark wordt op een veilige manier ontsloten, zonder overlast voor omwonenden. Het plangebied wordt door middel van twee in- en uitgangen ontsloten via de Groespeelweg”. Hiervoor worden de bestaande toegangspaden van het landbouwperceel gebruikt. Om het terrein te beveiligen is er gekozen voor een hekwerk van schapengaas met palen van 2 meter hoog aan alle 4 de zijden van het terrein. Rondom het terrein worden enkele parkeerplaatsen ingericht die dienen voor beheer- en onderhoudsmedewerkers. Looptijd De exploitatieperiode voor het zonneveld is 25 jaar. Vastgelegd is dat na 25 jaar het zonneveld volledig wordt ontmanteld en de percelen in agrarische staat worden teruggebracht.

2.2.3 Communicatie en participatie Betrekken van de omgeving De gemeente vindt het belangrijk dat omwonenden en andere betrokken partijen in een vroeg stadium zijn betrokken bij de planvorming. De acceptatie van het project is uiteraard sterk afhankelijk van de betrokkenheid van de omwonenden en belanghebbenden. Hiervoor is een communicatieplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in bijlage 5. De initiatiefnemer en gemeente hebben het participatieproces vormgegeven, door in gesprek te gaan met omwonenden op twee bewonersavonden. Op elke avond is de huidige stand van zaken besproken en is door middel van inrichtingstekeningen, de op dat moment concept inrichting, besproken en zijn wensen en opmerkingen zoveel mogelijk opgenomen in de verder ontwikkeling van de plannen. Ook is er vanaf het begin af aan het gesprek gevoerd over de mogelijkheid voor financiële deelname vanuit de omgeving. Financiële participatie Er wordt een afdracht aan het energietransitiefonds gedaan van 25 Eurocent per MWh per jaar, per zonnepark (r). Dit draagt bij aan het behoud en herstel van de cultuurhistorie van de peel-raam stelling. Tevens staan zowel de gemeenten als Willy Vloet Beheer b.v. open voor financiële deelname van inwoners. De gemeenten stellen een deel van het park beschikbaar om als postcoderoos lokaal te ontwikkelen.

Hierover worden gesprekken met de omgeving gevoerd, en afhankelijk van de animo hiervoor kan dit binnen dit project worden gerealiseerd. Als hier onvoldoende animo voor blijkt kijken wij naar mogelijkheden voor individuele deelname. Willy Vloet Beheer BV stelt minimaal 20% van zijn zonnepark open voor lokale deelname. Daarnaast wordt een bijdrage van 25 Eurocent per opgewekte MWh, per zonnepark, gestort in het kwaliteitsfonds voor ruimte van de gemeente. Dit betreft een financiële bijdrage ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente Mill en Sint Hubert. Investeren in de omgeving De investering in de maatschappelijke doelen is onderwerp van gesprek geweest van de tweede bewonersavond met de directe omgeving. Vanuit de bewoners is er geen voorkeur uitgesproken, maar bleek uit de gesprekken wel dat ze hun omgeving belangrijk vinden. In de directe omgeving is het natuurgebied de Groespeel te vinden. Er is op dit korte termijn 11 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

geen vereniging, stichting of andere organisatie meer actief die het onderhoud verzorgd, wat op langere termijn wel nodig is. We hebben besloten dit te gaan organiseren en voor de organisatie die dit oppakt een structurele bijdrage te leveren van 25 eurocent per opgewekte MWh per zonnepark per jaar, gedurende de looptijd van de exploitatie. Op die manier borgen we dat het natuurgebied de Groespeel voor de lange termijn dat natuurgebied de Groespeel onderhouden wordt en de mensen daar kunnen blijven genieten van de natuur.

12 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

3

Beleidskaders

In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Er worden diverse conclusies getrokken en de relatie met de ontwikkeling van het zonneveld benoemd.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in 3 rijksdoelen tot 2028, waarin is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn: • vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • verbeteren van de bereikbaarheid; • zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet.

De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Relevant voor de ontwikkeling van een zonneveld is dat de vraag naar elektriciteit blijft groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van het zonneveld in Mill levert een bijdrage aan de ambities van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen. Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de ladder van duurzame verstedelijking. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

13 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: Hierna wordt beargumenteerd waarom de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 1. Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat o.a. aangegeven in de omgevingsvisie- en verordening van de Provincie Noord-Brabant. Zowel de provincie als de gemeente Mill en Sint Hubert willen zich inzetten in de duurzaamheidsopgaven. 2. Binnen bestaand bebouwd gebied zijn geen locaties beschikbaar met een omvang van aaneensluitend circa 4 hectare. Binnen de bebouwde kom is wel ruimte voor zonnepanelen op daken. Echter zijn de daken veelal in particulier eigendom waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van particulier initiatief.

De realisatie van zonnepanelen op daken is sterk afhankelijk van de wil van de particulier en draagt in beperkte mate bij aan de ambitieuze duurzaamheidsambitie. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om op het eigen dak zelf in eigen duurzame elektriciteitsopwekking te voorzien. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technische bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijke schaduw en netwerkaansluiting-beperkingen. Om voldoende zonne-energie op te wekken om te voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn daartoe ook zonnevelden noodzakelijk. Voor een economisch rendabel zonneveld dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt wordt. Een zonneveld met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Mill en Sint Hubert. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig of is de betreffende grond gereserveerd voor andere functies, die niet zijn te combineren met een zonneveld.

Het plangebied van deze ontwikkeling ligt in het landelijk gebied waarbij de realisatie financieel uitvoerbaar is en een zonneveld zeer goed inpasbaar is (ruimtelijk en landschappelijk). Het is vanuit financieel oogpunt essentieel dat het zonneveld binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit is in onderhavig zonneveld het geval en met netbeheerder Enexis zijn reeds afspraken gemaakt met betrekking tot de aansluiting. Ook is het bijvoorbeeld van belang dat er weinig tot geen schaduw van omliggende bomen o.i.d. is, zoals in het voorliggende plangebied. Het plangebied betreft een aantal landbouwpercelen, welke momenteel agrarisch in gebruik zijn. Het zonneveld is goed te bereiken via de Groespeelweg en het minimale zicht voor omwonenden op de zonnepanelen wordt door een goede landschappelijke inpassing geminimaliseerd. Het zonneveld wordt aangelegd voor de duur van 25 jaar en wordt planologisch mogelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Aan het einde van de looptijd worden de percelen weer opgeleverd met de functie en bestemming zoals deze is verkregen: agrarisch. 3. Transport voor het zonneveld vindt met name plaats in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase. Daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het zonneveld kan op een veilige manier worden ontsloten.

14 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Toepassing van de constructieve zonneladder De Zonneladder is een handreiking die gemeenten kunnen hanteren om in 5 stappen hun eigen, lokale zonne-energie beleid te vormen. De Natuur en Milieufederaties (NMF’s) hebben de ‘constructieve zonneladder’ ontwikkeld om overheden te helpen bij de afweging van dit soort vragen. De ontwikkeling van zonne-energieprojecten wordt op deze manier in goede banen geleid, door zonnepanelen op voorkeurslocaties te stimuleren en door duidelijke voorwaarden te stellen. Trede 1: De gemeenten in de regio Land van Cuijk hebben een doelstelling om energieneutraal te zijn. Uit onderzoek dat gedaan is in het kader van de energievisies en meer recent in het concept bod van de regionale energiestrategie, blijkt dat de doelstelling niet in z’n geheel haalbaar is met zon op dak. Voor de gemeente Mill en Sint Hubert geldt dat er bij het maken van de Energievisie nog een potentie was van zon op dak van 70 TJ ten opzichte van de nog benodigde 411 TJ. Zoals omschreven in paragraaf 4.2.2. is er altijd een groot deel grondgebonden zon nodig om de doelstelling te behalen, er wordt uitgegaan van minimaal 37 hectare. De gemeente stimuleert overigens zon op dak initiatieven, zowel bij particulieren als bij bedrijven. Particulieren kunnen daarvoor een duurzaamheidslening aanvragen bij de gemeente om de investering mogelijk te maken.

Daarnaast heeft de gemeente in het najaar van 2020 een gezamenlijke inkoopactie georganiseerd om particulier zon op dak verder te stimuleren. In dat najaar is er ook begonnen met een inventarisatie van de SDE+ aanvragen van bedrijven. Er is contact gezocht met de bedrijven die na 2018 en voor 2020 een SDE+ subsidie toegekend hebben gekregen. Er wordt nagegaan waarom die nog niet gerealiseerd zijn en tegen welke obstakels bedrijven aanlopen. Indien mogelijk wordt hier in 2021 verder uitvoering aan gegeven door de bedrijven te ondersteunen, maar dat is afhankelijk van de antwoorden van het onderzoek. Ook is de gemeente Mill en Sint Hubert zelf bezig met een duurzaam meerjarenonderhoudsplan voor het eigen vastgoed. Op die manier draagt de gemeente zelf ook zo veel mogelijk bij aan zon op dak. Uit het eerdergenoemde onderzoek van de gemeenten in kader van het energieneutraal rioolbeheer kwamen geen geschikte locaties naar voren die voldoen als onbenutte bouwlocaties of op industriële werken zoals een geluidswal. Trede 2: Daar waar wel ruimte is, maar deze eigenlijk geen directe gebruiksfunctie heeft, zoals de bermen langs infrastructuur of voormalige zandwinplassen, dienen zich mogelijkheden aan om deze plekken een functie in de energietransitie te geven. Hiervoor hoeven dan geen andere functies van die oppervlakten te vervallen.

Het voorliggend projectgebied heeft echter een agrarische functie, waardoor niet kan worden gesteld dat het plangebied als een trede 2 gebied kan worden aangeduid. Trede 3: Het zonnepark Groespeel bevindt zich in de arm van het peelkanaal en is toegewezen als inundatiegebied van het Waterschap. De locatie kan hiermee worden aangeduid als ‘minder efficiënte landbouwgrond’ en valt daarmee binnen trede 3. In deze ruimtelijke onderbouwing en in het landschappelijk inpassingsplan wordt verder toegelicht hoe het zonnepark Groespeel zorgvuldig wordt ingepast. 15 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

3.1.3 Klimaatakkoord In 2019 heeft het kabinet in het Klimaatakkoord een centraal doel gesteld: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% in Nederland ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een hogere C02 reductie van 55% in 2030. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonneveld wekt circa 1,5 MWP aan vermogen op. Hiermee levert de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2022.

3.1.4 Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonnevelden kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert. De voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan en de initiatiefnemer is voornemens subsidie aan te vragen.

3.1.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.

3.2

Provinciaal beleid, Omgevingsvisie en -verordening

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) en Interim Omgevingsverordening (2019) De provincie Noord-Brabant heeft in haar Omgevingsvisie (vastgesteld op 14 december 2018) en de interim Omgevingsverordening uit 2019 aangegeven te streven om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor de periode tot 2030 zet de provincie Noord- Brabant vol in op het mogelijk maken van zon- en windprojecten om duurzame energie op te wekken. De provincie heeft in de Interim Verordening ruimte Noord-Brabant spelregels opgesteld om richting te geven aan onder andere zonprojecten (zie Kader "Zonneparken in landelijk gebied" verderop in deze paragraaf). Uit de verordening blijkt dat bij de ontwikkeling van zonnevelden gemeentelijk beleid leidend is. Wel gelden de provinciale regels rondom de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Een zonneveld moet: • Bijdragen aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid, en • Voldoen aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik (zie onderstaande blok artikel 3.41 uit Interim Omgevingsverordening). Door middel van een gemeentelijk beleidskader heeft de gemeente Mill en Sint Hubert invulling gegeven aan deze provinciale voorwaarden. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities van de provincie Noord-Brabant.

De randvoorwaarden die de provincie stelt worden in acht genomen door de initiatiefnemer. 16 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 01 januari 2022 in werking. Voortbordurend op het inwerking treden van de omgevingsverordening wordt in deze Ruimtelijke Onderbouwing de omgevingsverordening meegenomen. Hierna volgen de regels uit de verordening die betrekking hebben op zonnevelden in het landelijk met daarbij de relatie met de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied (Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant) 1. Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in bestaand stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is; b.

de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. 2. De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen. 3. Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2e of 3e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b.

wordt financiële zekerheid gesteld.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities van de provincie Noord-Brabant. De randvoorwaarden die de provincie stelt worden in acht genomen door de initiatiefnemer. Ad 1. Nieuwvestiging van zelfstandige opstellingen a. In de energievisie heeft de gemeente Mill en Sint Hubert aangegeven wat de energiebehoefte is en welke bronnen beschikbaar zijn. Daaruit is gebleken dat er eveneens opwek van energie door zonneparken gewenst is. b. De betreffende locatie is wenselijk. In hoofdstuk 2.1 Locatiekeuze is dit verder toegelicht. c. In het inrichtingsplan is aangegeven op welke manier het zonneveld wordt ingepast in het landschap. Hierbij is rekening gehouden met de schaal van het landschap en gebiedseigen karakteristieken. Doel hierbij is het realiseren van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied (artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap). d. Door de twee ontwikkelaars wordt op diverse wijzen bijgedragen aan maatschappelijke doelen (zie paragraaf 2.2.3). e. Er zijn reeds afspraken gemaakt met de netbeheerder. Ad 2. Maatschappelijke meerwaarde a. In het zonneveld wordt in de inrichting rekening gehouden met ecologische meerwaarde. In de omgeving van en op dit perceel is voornamelijk bouwland te vinden.

Om de natuurontwikkeling te stimuleren, biodiversiteit te bevorderen en de historie van de plek in te passen in het landschap, is ervoor gekozen aan de oostzijde van het 17 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

b.

c. d.

Ad 3 a. b. c. d.

terrein struweelhagen te planten. Daarnaast is ervoor gekozen om aan de oostkant extra groen en water te verwerken binnen het plangebied als verwijzing naar de Groote Beek die vroeger liep op deze plaats. Tevens zal het groen onderhoud binnen het park door schapenbegrazing worden ingevuld. Door geruime afstand te houden van de omliggende woningen, minimaal 100 meter, en een gebiedseigen landschappelijke inpassing wordt de impact op de omgeving beperkt. Door de ontwikkelaars wordt op diverse wijzen bijgedragen aan maatschappelijke doelen (zie paragraaf 2.2.3). Om en onder de panelenvelden wordt gebruik gemaakt van een kruidenrijk grasland dat door schapenbegrazing beheerd wordt. Dit geldt voor de ontwikkeling van het kruidenrijk grasland van het plangebied, de omliggende onderhoudspaden, de ruimte onder de zonnepanelen en de tussenliggende beheerpaden. Kruidenrijk grasland is geschikt voor dubbel gebruik. Het beweiden met bijvoorbeeld schapen is een goede combinatie, mits de hoogte van de zonnepanelen dat toestaat, hetgeen hier het geval is Voorwaarden omgevingsvergunning Er wordt een vergunning voor 25 jaar aangevraagd. Contractueel is met de grondeigenaar afgesproken de percelen na afloop van de exploitatieovereenkomst in de oorspronkelijke staat te herstellen. Hiervoor wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemers en gemeente.

Kwaliteitsverbetering van het landschap door een inrichtingsplan op te stellen. Zie hiervoor paragraaf 2.2.2.

3.2.2 Conclusie Provincie Noord-Brabant wil zich tot 2030 vol inzetten op het mogelijk maken van zon en windprojecten. In verband met de aanvliegroute Volkel en de radar* is windenergie niet mogelijk, waardoor het accent op zonne-energie ligt. In de Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant is voor de betrokken gemeenten een ambitie opgenomen voor de opwek van zonne-energie, waaronder zon op veld. Het zonneveld bij Mill past bij deze ambitie. Het zonneveld wordt ruimtelijk en landschappelijk ingepast, wat als één van de spelregels gesteld wordt door de provincie Noord-Brabant. De ontwikkeling van een zonneveld in Mill past binnen de ambities van de provincie Noord-Brabant. *) Binnen de gemeente Mill en Sint Hubert is het oprichten van windmolens in principe geen optie. Dit in verband met beperking van de bouwhoogte van objecten binnen de gemeente. In het Rarro zijn regels opgenomen om verstoring van radarsignalen door windturbines te voorkomen. Eén van de vijf defensie radarposten in Nederland bevindt zich op vliegbasis Volkel, net over de gemeentegrens in de buurgemeente Uden. Er geldt een bouwhoogtebeperking tot een afstand van 15 km rond de luchthaven, die oploopt van 49 m (radarhoogte nabij de luchthaven) naar 114m (aan de rand van de 15 km zone). Deze zone van 15 kilometer overlapt geheel met het grondgebied van de gemeente Mill en Sint Hubert.

Door de hoogtebeperking is het niet rendabel om een moderne windturbine te kunnen exploiteren bij het heersende windklimaat in Mill en Sint Hubert.

18 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

3.3

Gemeentelijk beleid, structuurvisie Mill en Sint Hubert

3.3.1 Energieverkenning en Energievisie 2018 De gemeente Mill en Sint Hubert vindt het belangrijk dat er meer duurzame energie wordt opgewekt binnen haar gemeentegrenzen. Zonne-energie heeft een groot aandeel in de ambities van de gemeente. Om invulling te geven aan de realisatie van grondgebonden zonnevelden zijn er in de "Energieverkenning en Energievisie 2018, Gemeente Mill en Sint Hubert" (definitief op 22 augustus 2018) randvoorwaarden opgesteld voor de ontwikkeling van grondgebonden zonnevelden, op basis waarvan de gemeente medewerking wil verlenen aan de realisatie van twee pilotprojecten. Als onderdeel van de totstandkoming van de Energieverkenning en Energievisie heeft er een werksessie plaatsgevonden waarin gebieden zijn bepaald waar kansen liggen voor het opwekken van zonne-energie. De planlocatie voor het zonneveld ligt in een grootschalig agrarisch landschap dat kansen biedt voor grootschalige zonnevelden, zie figuur 6 in hoofdstuk 2. In de Energieverkenning en Energievisie 2018 noemt de gemeente Mill en Sint Hubert een aantal ruimtelijke voorwaarden waar een plan voor een grondgebonden zonneveld, naast een geschikte locatie, aan moet voldoen. Deze ruimtelijke voorwaarden zijn: 1. Omvang van het project, moet qua maat en schaal passen bij het landschap en omgeving. 2. Maximale bouwhoogte is 2 meter. 3.

Goede landschappelijke inpassing: voldoende afstand tussen panelen en zijkant ontwikkeling. In principe 10 meter afstand tot de rand van een perceel van derden. 4. Om gevoel van insluiting te voorkomen, in het geval van vrij uitzicht, wordt tot woningen een minimale afstand van 100 meter tot de rand aangehouden. Deze afstandseis geldt niet wanneer in de huidige situatie geen sprake is van een vrij uitzicht op de planlocatie. 5. Een woning mag niet worden ingesloten door een zonneveld. Dit betekent dat slechts aan één zijde van de woning een zonneveld zichtbaar mag zijn binnen 100 meter afstand, tenzij de bewoner en eigenaar akkoord gaat met het ontwerp. 6. Ter bevordering van de veiligheid dient het zonneveld te worden omringd door (in volgorde van gemeentelijke voorkeur) aanleg van landschapselementen, watergang van minimaal 3 meter breed of een hekwerk met een landelijk karakter. Overige voorwaarden • Bijdrage aan het Kwaliteitsfonds • Bijdrage aan het Energietransitiefonds • Participatie Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In deze ruimtelijke onderbouwing is in hoofdstuk 2 verwoord op welke wijze er aan deze ruimtelijke voorwaarden wordt voldaan en wordt duidelijk gemaakt dat het zonneveld voldoet aan de door de gemeente Mill en Sint Hubert opgestelde richtlijnen. Samengevat: 1.

De gebiedskwaliteiten van dit landschap vormen geen obstakel voor de ontwikkeling van een grootschalig zonneveld. De gemeente Mill en Sint Hubert heeft de bevoegdheid om het zonneveld uiteindelijk toe te staan. 2. De bouwhoogte is minder dan 2 meter. 3. Overal is een ruime (groene) inpassing toegepast. 4. De bestaande woningen liggen allen op ten minste 100 meter. Koestraat 44 is het dichtstbij gelegen op ruim 300 meter. 5. Het zonneveld ligt ten noorden van Groespeelweg 40 en overige woningen, daarmee wordt geen woning ingesloten. 6. Er wordt een hekwerk toegepast van schapengaas met houten palen zodat het landschappelijk karakter behouden blijft. Het hek wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door deze aan de binnenkant van de nieuw te planten beplanting te plaatsen. 19 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Overige voorwaarden Deze aspecten rondom participatie zijn ingevuld voor deze locatie en nader uitgewerkt in paragrafen 2.2.3 en 5.3.

3.3.2 Bestemmingsplan

Figuur 7: uitsnede Bestemmingsplan Buitengebied Mill en Sint Hubert (20 juni 2013)

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Buitengebied Mill en Sint Hubert (vastgesteld op 20 juni 2013) , dat is herzien in 2018 in het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018" (vastgesteld op 26 september 2019). In het plangebied geldt de enkelbestemming Agrarisch. Daarnaast geldt voor een kleine strook de bestemming natuur en dubbelbestemming archeologie. De dubbelbestemming Waterbergingsgebied is bij bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2019, regionale waterberging Grave (2020-02-06) opgeheven. Bovendien gelden er voor het gebied nog diverse gebiedsaanduidingen, deze zijn: • • • • • • • •

geluidzone-vliegveld luchtvaartverkeerzone - funnel 3 luchtvaartverkeerzone - ihcs-zone luchtvaartverkeerzone - ils - zone 3 luchtvaartverkeerzone - radarverstoringsgebied overige zone - beperkingen veehouderij overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied overige zone - reserveringsgebied - waterberging

Globaal plangebied

Figuur 8: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Mill en Sint Hubert, herziening 2018 (2019)

20 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Door de gebiedsaanduidingen met betrekking tot de luchtvaart gelden samenvattend de volgende voorschriften: • er mogen geen geluidsgevoelige objecten en terreinen worden opgericht; • de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 65 m + NAP; • de functie van het radarverstoringsgebied mag niet onevenredig worden aangetast. Verder geldt dat de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘reserveringsgebied – waterberging’ zijn mede bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van het reserveringsgebied. Hier kan geen omgevingsvergunning verleend worden voor het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,5 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie. Bovendien zij er regels met betrekking tot de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ dat voor het hele plangebied geldt. Hiervoor geldt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² of met meer dan 0,4 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,4 m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verwijderen of rooien van bos; e.

het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; g. het permanent omzetten van grasland; h. het verwijderen van perceel indelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steil randen en het verwijderen van paden en onverharde wegen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m². Aangezien het zonneveld ruim onder de 65m NAP blijft, het geen geluidsgevoelig object is en het radarverstoringsgebied niet aantast, voldoet het aan de voorschriften met betrekking tot de luchtvaartaanduidingen. Bij de inrichting van het zonneveld dient wel rekening te worden gehouden met de voorschriften zoals genoemd bij de aanduidingen voor reserveringsgebied-waterberging en cultuurhistorisch waardevol gebied. De realisatie van het zonneveld past echter niet binnen de agrarische bestemming.

3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid Het voorgenomen plan sluit aan op de doelstelling van de gemeente Mill en Sint Hubert om mee te gaan met het landelijke scenario om energieneutraal te worden in 2050. Het zonneveld wordt landschappelijk ingepast (zie bijlage 1) zodat het aan de ruimtelijke voorwaarden voldoet die de gemeente Mill en Sint Hubert stelt. Een zonneveld past echter niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan, vandaar dat deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om aan te tonen dat een (tijdelijk) functiewijziging mogelijk is en wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid sub a, onder 3° Wabo). 21 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

4.

Omgevingsaspecten

Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voortkomen voor deze ruimtelijke ontwikkeling. Het uitgangspunt is dat er goede afwegingen met betrekking tot de omgevingsaspecten worden gemaakt. In de volgende paragrafen wordt hierop ingegaan.

4.1

Natuurwaarden

4.1.1 Ecologie Het inrichten van een zonnepark is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). In dat kader is een toets nodig aan het soorten- en gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb, omdat effecten op beschermde soorten niet op voorhand uitgesloten zijn. Dit rapport voorziet in een toets aan het soorten- en gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) aan de hand van een bureaustudie en een habitatgeschiktheidsanalyse. Hiervoor is in opdracht van de gemeente een QuickScan uitgevoerd (zie bijlage 3: Quick scan Zonnepark Groespeelweg Mill, Een toets aan de Wet natuurbescherming, 14 april 2020) om te bepalen welke flora en fauna er in het gebied voorkomt en of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dit is gedaan aan de hand van bureaustudie en een habitatsgeschiktheidsanalyse. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Gebiedsbescherming Voor wat betreft de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig Ecologische Hoofdstructuur EHS) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. • Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het toetsingskader van het NNN kent in Noord-Brabant externe werking.

Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden echter op voorhand uitgesloten. Er is geen sprake van compensatieplicht. • Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt hemelsbreed op minimaal 13 kilometer afstand van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring (geluid, licht, optische effecten) kunnen vanwege de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Ook zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie op voorhand uit te sluiten.

project

Figuur 9: ligging van het plangebied ten opzichte van respectievelijk het NNB en de Natura2000-gebieden

Gezien de ligging van het plangebied naast de NNB-aanduiding en de afstand tot N2000 van het plangebied in combinatie met de aard van het plan (realisatie van een zonnepark) worden 22 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

er door de realisatie van het zonneveld geen negatieve effecten verwacht op de betreffende gebieden. Soortenbescherming De soortenbescherming heeft betrekking op de flora en fauna. Op grond van deze wet mogen er geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen) die in de wet zijn aangewezen, verstoord worden. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijstsoorten zijn deze voorwaarden zeer streng. In het plangebied komen mogelijk beschermde vleermuizen voor. In het gehele plangebied kunnen nesten aanwezig zijn van broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten. Door het nemen van de mitigerende maatregelen (zoals genoemd in hoofdstuk 5 van de quickscan, zie bijlage II), wordt overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor broedvogels en voor vleermuizen voorkomen. Voorgenoemde maatregelen dienen altijd door (of ten minste onder begeleiding van) een ecologisch deskundige te worden uitgevoerd. Dit dient vastgelegd te worden in een ecologisch werkplan, dat tijdens de werkzaamheden op locatie aanwezig en bij iedereen bekend dient te zijn.

Figuur 12: Mogelijke effecten op beschermde soorten in het plangebied

Ecologische inpassing In Figuur 9 is te zien dat het plangebied aan de noord- en de westzijde grenst aan Natuurnetwerk Nederland. De bestaande structuren aan de noord- en westzijde vallen buiten het plangebied en blijven intact.

23 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

Figuur 10: landschappelijke inpassing plangebied

Losse haag. In het plangebied wordt gebruikgemaakt van een losse landschappelijke struweelhaag van 6 meter breed aan de oostzijde. Hiermee wordt het zicht op de zonnepanelen aan de oostzijde grotendeels ontnomen. Deze beplanting wordt onderhouden zodat deze circa 2 meter hoog blijft. Wat betreft beplanting is er gekozen uit een selectie van inheemse soorten. Het sortiment bestaat (indien leverbaar) uit autochtoon plantmateriaal, bij voorkeur van een kweker in de regio i.v.m. grondslag. Het gaat om de volgende struiken (gelijke verdeling): de meidoorn, sleedoorn, vuilboom en geoorde wilg. De soorten worden in groepen van 5 tot 7 stuks per soort gemengd en in wildverband aangeplant met een onderlinge plantafstand van 0,75 m. Dit, zodat elke soort een goede kans krijgt te overleven, maar bij uitval van 1 soort geen grote gaten vallen in de haag. Er wordt bosplantsoen met maat 100–125 toegepast. Op enkele plekken kunnen groepen beplanting doorgroeien om zo meer diversiteit en een gevarieerd beeld te krijgen. De losse landschappelijke haag heeft als doel het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant jaarlijks worden gesnoeid. Daarna kan het wisselend om de 4 tot 5 jaar worden onderhouden. Zo wordt zorggedragen voor een los, maar wel gesloten beeld.

Door tijdens het beheer de haag in de lengterichting voor de helft onder kniehoogte te snoeien, is er altijd een deel van de haag die op hoogte is en het zicht op het zonnepark filtert. Tevens wordt deze niet te hoog. Beide helften worden wisselend om de 4 tot 5 jaar onderhouden. Het gesnoeide deel krijgt zo de kans om nieuwe takken te laten groeien die zullen bloeien en zaad dragen, wat ten gunste komt als voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren waaronder de das. Door op voldoende afstand van het hekwerk aan te planten, is bijsnoeien aan de binnenzijde hooguit incidenteel nodig. 24 RO Zonnepark Groespeelweg te Mill R6.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=01803a48-18a7-453e-9fae-91d01e6b21d4