CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bijlage 03 - Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter bespreking) Voorstel inzake Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest31.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ecologische hoofdstructuur Het Duits Lijntje, dat ten zuiden van Laarakker Zuid ligt, is in de Verordening ruimte 2014 opgenomen in de 'ecologische hoofdstructuur' en aangeduid als 'zoekgebied voor ecologische verbindingszone' (zie figuur 2.1). In het stedenbouwkundig plan voor Laarakker Zuid is rekening gehouden met de ecologische verbindingszone. Aan de zuidzijde van het bedrijventerrein is een 25 meter brede zone ingericht als groene/ecologische zone. In de Agenda Bedrijventerrein Noordoost Brabant (4 april 2012) zijn de afspraken tussen de gemeenten en de provincie over de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio vastgelegd. Kansen voor Noordoost Brabant worden met name onderkend binnen het 'food-health-farma' cluster en de sectoren metaal/machinegebouw en logistiek. Het regionale Bedrijvenpark Laarakker wordt ontwikkeld om ruimte te bieden aan de grotere bedrijven in de hogere milieucategorieën in industrie, handel en logistiek en aan de nimby-bedrijven ('not in my back yard' bedrijven oftewel grote milieuhinderlijke bedrijven) in het Land van Cuijk. Het bedrijvenpark biedt uitstekende kansen voor de food- en farmaindustrie. Het terrein wordt gefaseerd ontwikkeld, waarbij het gedeelte ten noorden van de Oeffeltseweg inmiddels een onherroepelijk bestemmingsplan heeft. Een aantal bedrijven heeft concrete interesse getoond om zich te vestigen op Laarakker Zuid.

Vanwege de concrete belangstelling voor Laarakker Zuid is het wenselijk om ontwikkeling van dit deel van het bedrijventerrein naar voren te halen. De provincie heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling van Laarakker Zuid, mits de totale oppervlakje aan bedrijfsbestemming voor Laarakker niet wordt vergroot. Aan het aspect zorgvuldig ruimtegebruik kan invulling worden gegeven door een 70%-koppeling aan te brengen tussen de verschillende fasen. Pas als 70% van een fase is uitgegeven, kan worden gestart met de uitgifte van de volgende fase. Deze 70%-koppeling is opgenomen als voorwaarde bij de wijzigingsbevoegdheid (van bestemming 'Agrarisch' naar 'Bedrijf') voor Laarakker Noordwest. PlanMER gaat uit van een worst-case benadering In het MER is als ontwikkeling uitgegaan van de realisatie van zowel Laarakker Zuid als Laarakker Noordwest. Hoewel in voorliggend bestemmingsplan aan de gronden die deel uitmaken van Laarakker Noordwest een agrarische bestemming is gegeven, is ontwikkeling van Laarakker Noordwest op termijn nog altijd voorzien. Vanuit de m.e.r.-optiek bestaan de voorgenomen activiteiten daarom (worst case) uit de realisatie van bedrijvenpark Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest, met een bruto oppervlakte aan bedrijventerreinbestemming van 17,2 + 12,5 = 29,7 hectare. Voor het totale bedrijventerrein

blad 21 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

(Laarakker Noord, Laarakker Noordwest én Laarakker Zuid) bedraagt de bruto oppervlakte van de bedrijventerreinbestemming 86,2 hectare. Binnen deze bruto vloeroppervlakte wordt maximaal 66 hectare uitgegeven als bedrijfsperceel (netto uitgeefbare oppervlakte). Op 19 februari 2014 hebben de 20 gemeenten en de 2 waterschappen in de regio Noordoost-Brabant een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over samenwerking. Eén van de regionale ambities is het ontwikkelen van Noordoost-Brabant tot AgriFood Capital: een excellente agrifood-regio met internationale allure, nationale aantrekkingskracht en lokale samenwerkingsvormen. NoordoostBrabant heeft een uniek systeem van bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen die verbonden zijn met de productie en verwerking van gezonde voeding voor mens en dier. Die verbondenheid met agrifood maakt de regio de ideale locatie voor nieuwe producten, technieken en concepten. De doelstelling is dat Noordoost-Brabant in 2020 excelleert in agrifood. Om dat te realiseren, wordt gestreefd naar het aantrekkelijk maken van de werkomgeving, het versterken van het vestigingsklimaat en betekenisvolle innovaties. Bedrijvenpark Laarakker richt zich, mede op grond van deze regionale ambities, onder andere specifiek op de sector food health farma. Ontwikkeling van Laarakker past binnen de regionale visie met betrekking tot AgriFood Capital.

2.1.3

Gemeentelijk beleid De StructuurvisiePlus Land van Cuijk dateert uit 2000 en is de gezamenlijke visie van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en St. Hubert en Sint Anthonis en de provincie Noord-Brabant op de ruimtelijke ordening in het Land van Cuijk. Momenteel wordt op gemeentelijk niveau gewerkt aan een nieuwe structuurvisie. Op de plankaarten van de StructuurvisiePlus is Bedrijvenpark Laarakker opgenomen als nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein. In de Strategische visie gemeente Cuijk 2030 (2012) is aangegeven hoe de gemeente Cuijk zich onder andere wil profileren op het gebied van economie en bedrijvigheid. Met de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker wil de gemeente haar positie als strategische vestigingsplaats tussen de diverse 'ports' (Food- en Health Valley, Green- en Brainport) een herkenbaar gezicht geven. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Cuijk geeft een integrale visie op de ontwikkeling van het landschap in de gemeente. Het plangebied ligt in het oude rivierenlandschap, dat is gevormd op de Maasterrasvlakte met oude riviergeulen. Door veranderingen in het grondgebruik is de herkenbaarheid van het landschap deels verminderd. De visie voor het half-open rivierenlandschap is gericht op het behoud en de ontwikkeling van een afwisselend landschap met bosjes, graslanden en kleine landschapselementen.

Bedrijvenpark Laarakker wordt landschappelijk ingepast, waarbij bestaande groene en landschapsstructuren als basis kunnen dienen. De herkenbare landschapselementen de Laarakkers Waterleiding (een herkenbare geul) en het Duits Lijntje (bijzondere landschapsstructuur) worden gerespecteerd. Ter compensatie voor het verdwijnen van leefgebied van de das als gevolg van de realisatie van Bedrijvenpark Laarakker is 15 kilometer houtsingels aangelegd. Daarnaast wordt het landschap rond de watergang Laarakkers Waterleiding versterkt door onder meer de aanleg van houtwallen, struweel en poelen. In het Milieubeleidsplan Cuijk 2011-2015 wordt de door de gemeente gewenste en noodzakelijke verbreding van het Cuijkse milieubeleid verwoord. De gemeente streeft naar duurzaamheid bij het (her)inrichtingen van de ruimte, in de te maken beleidskeuzes op het gebied van economie. Het plan richt zich op de speerpunten klimaat & energie, duurzame leefomgeving, duurzame gebiedsontwikkeling en groen & water. In de Parkeernota Cuijk 2007-2015 is het gemeentelijk parkeerbeleid opgenomen. Voor Bedrijvenpark Laarakker is het uitgangspunt dat bedrijven op eigen terrein volledig in de parkeerbehoefte voorzien en daarnaast voldoende ruimte vrijhouden voor laden en lossen.

blad 22 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

In de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Land van Cuijk 2012-2015 is beschreven hoe wordt omgegaan met toekomstige externe veiligheidsvraagstukken binnen het Land van Cuijk en hoe een betere rolverdeling tussen interne en externe partners tot stand kan worden gebracht. Toekomstige ontwikkelingen op het terrein van externe veiligheid worden vooral veroorzaakt door wijzigingen in de bedrijvigheid. Het is belangrijk deze te herkennen en goed mee te nemen in de planontwikkeling. Zo is binnen het Regionaal Bedrijventerrein Laarakker de komst van nieuwe risicovolle bedrijven onder voorwaarden mogelijk. Bij de vestiging van dergelijke bedrijven binnen het bedrijventerrein zal worden aangesloten bij de beleidsvisie. In de Geurgebiedsvisie en geurverordening gemeente Cuijk is het gemeentelijk agrarisch geurbeleid. In de gemeentelijke Verordening geurhinder en veehouderij 2013 zijn geurnormen opgenomen waaraan getoetst wordt in het kader van vergunningverlening.

2.2

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van bedrijvenpark Laarakker Zuid past binnen het ruimtelijk beleidskader op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijke niveau. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden uit de SER-ladder. De bedrijventerreinbehoefte is afgestemd in regionaal verband. De provincie heeft aangegeven medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van Laarakker Zuid, mits de totale oppervlakte aan bedrijfsbestemming voor Laarakker niet wordt vergroot. In het bestemmingsplan is dit verwerkt doordat aan Laarakker Noordwest (het deel van het bedrijventerrein dat het dichtste tegen Haps aan ligt) een agrarische bestemming is gegeven. Pas als 70% van een fase is uitgegeven, kan worden gestart met de uitgifte van de volgende fase. Deze 70%koppeling is opgenomen als voorwaarde bij de wijzigingsbevoegdheid voor Laarakker Noordwest. De wijzigingsbevoegdheid maakt het op termijn mogelijk om - als tenminste 70% van het overige deel van Bedrijvenpark Laarakker is uitgegeven - aan Laarakker Noordwest opnieuw een bedrijfsbestemming te geven, overeenkomstig het onherroepelijke bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarakker.

blad 23 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

3

Voorgenomen activiteit en varianten

3.1

Beschrijving van de voorgenomen activiteit

3.1.1

Nut en noodzaak bedrijvenpark Laarakker In de regio Land van Cuijk is behoefte aan ruimte voor grootschalige bedrijfskavels (meer dan 5.000 m2) en ruimte voor bedrijven met hogere milieucategorieën. Deze type bedrijven zijn niet goed inpasbaar op de lokale bedrijventerrein in de regio. Vanwege de grote afstand tot het stedelijk concentratiegebied wordt met de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein aan deze ruimtebehoefte van bedrijven in de regio tegemoet gekomen. De huidige plannen gaan uit van in totaal circa 53 ha netto regionaal bedrijventerrein en aanvullend daarop circa 13 ha netto lokaal bedrijventerrein op bedrijvenpark Laarakker. De totale bruto oppervlakte aan bedrijfsbestemmingen binnen Bedrijvenpark Laarakker bedraagt 86,2 ha (zie figuur 1.1 voor de verdeling). Hiermee draagt Bedrijvenpark Laarakker bij aan het Uitwerkingsplan Land van Cuijk met een planningsopgave van 126 ha bruto in de periode 2000-2020. Onderzocht is wat de huidige ruimtevraag is voor het bedrijvenpark. Het onderzoek (Actuele ruimtevraag Laarakker, Inbo, 30 augustus 2014) heeft zich met name gericht op de belangrijkste doelgroepen voor Laarakker: de sectoren transport, food, farma en health. Hieruit blijkt dat bedrijventerreinen op goede locaties, waar nieuw logistiek vastgoed kan worden gerealiseerd, in trek zijn.

Aan de hand van gegevens vanuit het accountmanagement van Bedrijvenpark Laarakker is de concrete interesse naar kavels in beeld gebracht. Hieruit zijn de volgende conclusies getrokken:  De meeste vraag is afkomstig uit de logistiek en transportsector en voor een deel in de sector food;  De meerderheid wenst een kavel van meer dan 5.000 m2;  Bijna de helft van de ruimtevraag is afkomstig vanuit bedrijven in hoge milieucategorieën (4 en 5);  Er is weinig vraag naar ruimte voor bedrijven kleiner dan 5.000 m2 en in lage milieucategorieën;  Ongeveer de helft van de geïnteresseerde bedrijven komt uit het Land van Cuijk;  Op korte termijn is er een verwachte vraag van 33 tot 45 ha. De nog als zacht ingeschatte vraag laat een behoefte zien van 25 tot 37 ha. Dit betekent dat het huidige aanbod bedrijventerrein voldoende lijkt voor de korte termijn. Er ontstaat een tekort als (een deel van) de geïnventariseerde zachte vraag concreet wordt.

3.1.2

Locatieafweging bedrijvenpark Laarakker De provincie Noord-Brabant voert het beleid waarin zorgvuldig ruimtegebruik en bundeling van de verstedelijking centraal staat. Grootschalige stedelijke ontwikkelingen dienen te worden gebundeld in de stedelijke regio's. Grootschalige bedrijven (bedrijven met een bedrijfskavel groter dan 5.000 m2) en bedrijven in de hogere milieucategorieën vinden bij voorkeur een plaats op een bedrijventerrein in een stedelijke regio. Er is een uitzondering gemaakt voor drie landelijke regio's die op relatief grote afstand van verstedelijkte gebieden liggen. De regio Cuijk is één van deze regio's. Dit gebied is aangewezen om een regionaal bedrijventerrein te realiseren, waar ruimte wordt geboden aan grootschaligere bedrijven en bedrijven uit de hogere milieucategorieën, die niet goed inpasbaar zijn op de lokale bedrijventerreinen in de regio. . In het Streekplan Noord-Brabant 2002 'Brabant in balans' en het daarop gebaseerde Uitwerkingsplan Land van Cuijk is reeds de keuze gemaakt om het regionale bedrijventerrein voor de regio Land van Cuijk te ontwikkelen op de gronden tussen het dorp Haps en de A73. In de afgelopen jaren zijn verschillende stedenbouwkundige studies verricht naar een locatie tussen de Cuijkseweg, de Oeffeltseweg, de A73 en de Laarakkerse waterleiding. Hierbij zijn verschillende varianten beoordeeld op hun haalbaarheid.

De begrenzing van het bedrijvenpark is een aantal maal herzien, waarbij gezocht is naar alternatieven om meer afstand tot de kern Haps aan te houden. Daartoe zijn gronden ten zuiden van de Oeffeltseweg in het planvormingsproces betrokken.

blad 24 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Bij vaststelling van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' (vastgesteld door de raad op 15 juli 2009) voor de delen Noord en Noordwest is het definitieve schetsmodel Bedrijvenpark Laarakker ontwikkeld, waarbij onderscheid is gemaakt in percelen voor regionaal bedrijventerrein met hogere milieucategorieën en percelen voor lokaal bedrijventerrein met lagere milieucategorieën (zie figuur 3.1). Voor bedrijvenpark Laarakker Zuid zijn in het schetsmodel percelen voor regionaal bedrijventerrein met hogere milieucategorieën voorzien. Deze percelen waren nog niet meegenomen in het bestemmingsplan.

regionaal bedrijventerrein lokaal bedrijventerrein

figuur 3.1 Definitief schetsmodel bedrijvenpark Laarakker

3.1.3

Uitwisseling Laarakker Zuid - Laarakker Noordwest Op basis van het onherroepelijke bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' kan het gedeelte van het bedrijvenpark ten noorden van de Oeffeltseweg volledig worden ontwikkeld als bedrijventerrein. Laarakker Noord is in dat bestemmingsplan bestemd voor grootschalige, regionale bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën en Laarakker Noordwest voor kleinschaligere, lokale bedrijvigheid in de lagere milieucategorieën. Inmiddels is sprake van concrete belangstelling van bedrijven voor vestiging op het zuidelijk deel van Laarakker, waar ingevolge het definitieve schetsmodel ook ruimte is voor de vestiging van regionale bedrijvigheid. Dit deel van het bedrijventerrein is echter niet opgenomen in het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' en kan daarom nog niet worden ontwikkeld. Laarakker Noordwest, dat is bestemd voor bedrijvigheid op kleinere kavels en in de lichtere milieucategorieën, biedt voor deze bedrijven geen geschikte vestigingsruimte. Om deze reden is het wenselijk om de fasering van het terrein aan te passen: Laarakker Zuid zou naar voren moeten worden gehaald, door gelijktijdig Laarakker Noordwest naar achteren te schuiven. Concreet betekent dit een aanpassing van de fasering en profilering van het bedrijventerrein.

Dit geeft meer flexibiliteit bij de uitgifte en komt daarnaast de inwoners van Haps ten goede, aangezien de afstand tussen bedrijventerrein en dorp voor een langere periode groter blijft dan eerder voorzien.

blad 25 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

3.1.4

Ontwikkelingsmogelijkheden in bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Zuid Het bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Zuid maakt het juridisch-planologisch mogelijk dat de geldende bedrijfsbestemming op Laarakker Noordwest wordt uitgeruild met Laarakker Zuid. Deze paragraaf gaat in op de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Laarakker Zuid biedt voor de twee deelgebieden. Deelgebied Laarakker Zuid In het voorontwerp bestemmingsplan is aan Laarakker Zuid grotendeels een bedrijfsbestemming toegekend. De bedrijfsbestemming heeft een omvang van circa 17,2 hectare bruto. Rondom de bedrijfsbestemming zijn groenzones aan de noord-, oost- en westzijde voorzien en apart bestemd (groenbestemming). De groenzones maken het mogelijk het bedrijventerrein landschappelijk in te passen. De bedrijfsbestemming binnen Laarakker Zuid biedt ruimte aan:  industriële activiteiten van milieucategorie 3.1 tot en met milieucategorie 5.1 (zie figuur 3.2) met een inwaartse zonering voor risicovolle inrichtingen en met inbegrip van geluidszoneringsplichtige inrichtingen;  ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en overige verkeersvoorzieningen;  groenvoorzieningen tussen bedrijfskavels;  water en waterhuishoudkundige voorzieningen;  nutsvoorzieningen;  andere bijbehorende voorzieningen, waaronder reclamemasten, energievoorzieningen en installaties voor telecommunicatie.

nieuwe bestemming Bedrijf

figuur 3.2 Uitsnede verbeelding voorontwerp bestemmingsplan: deel Laarakker Zuid met daarop de weergave van de maximale milieucategorisering

milieucategorie 3 t/m 4.1 milieucategorie 3 t/m 4.2 milieucategorie 3 t/m 5.1 Het bestemmingsplan bevat een afwijkingsbevoegdheid voor bedrijven met een milieucategorie van maximaal 5.2, voor zover de milieueffecten vergelijkbaar zijn met die van bedrijven in een lagere milieucategorie.

blad 26 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Deelgebied Laarakker Noordwest De geldende bedrijfsbestemming van Laarakker Noordwest wordt omgezet in een agrarische bestemming (maar is met een wijzigingsbevoegdheid weer om te zetten naar bedrijventerrein), zie figuur 3.3. Dit betekent het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden. Ondanks de aanwezige agrarische bebouwing in Laarakker Noordwest, is conform het bestemmingsplan Laarakker Zuid het gebruik van deze agrarische bebouwing niet toegestaan.

Agrarisch

figuur 3.3 Uitsnede verbeelding voorontwerp bestemmingsplan Laarakker Zuid: deel Laarakker Noordwest

Wijzigingsbevoegdheid naar bedrijfsbestemming In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om de gronden binnen bestemming te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein onder de volgende voorwaarden:  De wijziging is uitsluitend toegestaan indien 70% van de gronden van de bedrijventerreinen 'Laarakker Noord' en 'Laarakker Zuid' zijn uitgegeven;  De oppervlakte van de bedrijfsbestemming mag na wijziging niet meer bedragen dan 12,5 ha hectare;  Er dient te worden voorzien in een milieuzonering waarbij rekening dient te worden gehouden met de gevoelige functies in de omgeving, met dien verstande dat: 1. bedrijven in de milieucategorie 2 tot en met 3.1 zijn toegestaan, onder de voorwaarden dat:  een bouwperceel niet groter mag zijn dan 5.000 m2;  de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen niet meer mag bedragen dan 10 m;  geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan. 2. in aanvulling op het bepaalde onder 1, maximaal 1,6 ha van de gronden mag worden ingericht ten behoeve van bedrijven in de milieucategorie 3.1 tot en met 4.2, onder de voorwaarden dat:  een bouwperceel voor deze bedrijven groter mag zijn dan 5.000 m2;  de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen voor deze bedrijven niet meer mag bedragen dan 12 m;  geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen kunnen worden toegestaan.

 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.  Ontsluiting van de gronden dient plaats te vinden via Bedrijventerrein Laarakker.

blad 27 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Er dient een groene buffer van minimaal 25 m breedte te worden gerealiseerd tussen het bedrijventerrein en de Cuijkseweg.

Hoewel de bedrijfsbestemming voor Laarakker Noordwest in dit bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Zuid is vervallen, is ontwikkeling van dit deel van het bedrijventerrein op termijn nog altijd voorzien. In de bestemming 'Agrarisch' van het bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Zuid is een wijzigingsbevoegdheid voor dit gebied opgenomen, die het mogelijk maakt om de agrarische bestemming te wijzigen in een bedrijfsbestemming. De voorwaarden in de wijzigingsbevoegdheid leggen onder meer vast welke milieucategorieën zijn toegestaan en welke oppervlakte maximaal per milieucategorie mag worden bestemd. Daarnaast is vastgelegd dat de ontsluiting van Laarakker dient plaats te vinden vanaf het bedrijventerrein Laarakker (en dus niet vanaf de Cuijkseweg) en dat tussen de bedrijfsbestemming en de Cuijkseweg een groene buffer met een breedte van minimaal 25 meter dient te worden gerealiseerd. De wijzigingsvoorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat de bestemming van de gronden na wijziging overeenkomt met de bestemming zoals opgenomen in het onherroepelijke bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker'. In figuur 3.4 is de maximale milieucategorisering weergegeven, zoals deze is opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan Laarakker. In onderhavig MER wordt voor de voorgenomen activiteit en de varianten uitgegaan van deze maximale milieucategorisering.

figuur 3.4 Laarakker Noordwest met maximale milieucategorisering conform het bestemmingsplan Laarakker (Croonen, 2009)

Geluidzone Bedrijvenpark Laarakker De geluidzone rond het gehele bedrijventerrein moet worden aangepast. Gelijktijdig met voorliggend bestemmingsplan wordt daarom een bestemmingsplan voorbereid dat de verruiming van de geluidzone juridisch-planologisch regelt.

3.1.5

Ruimtelijke opzet Bedrijvenpark Laarakker Zuid Stedenbouwkundige opzet Laarakker Zuid Omdat op Laarakker Zuid ruimte wordt geboden aan bedrijven van verschillende omvang, is in de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein niet uitgegaan van een gedetailleerde verkaveling of indeling van het bedrijventerrein. Hierdoor is het mogelijk om (een groot deel van) de gronden op Laarakker Zuid uit te geven aan één grootschalig bedrijf, maar blijft het ook mogelijk om het bedrijventerrein op te delen in verschillende kleinere bedrijfskavels, gescheiden door ontsluitingswegen.

blad 28 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

De maximale bouwhoogte van gebouwen op Laarakker Zuid bedraagt 20 meter. Voor silo's en bedrijfsinstallaties geldt een maximale bouwhoogte van 25 meter. Met afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan kunnen voor gebouwen en silo's hoogtes worden toegestaan tot respectievelijk 25 en 50 meter. Groen en water Laarakker Zuid wordt aan de zuid-, oost- en westzijde voorzien van een groene rand. Aan de zuidzijde heeft deze rand een breedte van 25 meter, met daarin het Duits Lijntje en de aangrenzende ecologische verbindingszone. Aan de zijde van de A73 maakt de rand deel uit van de bebouwingsvrije zone van 50 meter die Rijkswaterstaat hanteert. Aan de zuidwestzijde is een groene rand voorzien langs de bestaande waterloop. In deze groenzone ligt de bestaande hoogspanningsleiding. Langs de nieuwe randweg, die de noordelijke grens van Laarakker Zuid vormt, zijn smallere groene randen voorzien. De gronden waar Laarakker Zuid is voorzien, wateren in de huidige situatie af op de watergang langs het Duits Lijntje, aan de zuidelijke rand van het gebied. Bij de verdere uitwerking van de plannen voor Laarakker Zuid kan de waterbergende functie van deze groenzone eventueel worden vergroot, mede in relatie tot de realisering van een ecologische verbindingszone. Daarnaast zijn gronden ten westen van het bedrijventerrein in beeld om te dienen voor aanvullende waterberging.

Uitgangspunt bij het ontwerp van de waterstructuur is dat gebiedseigen water in het gebied zelf moet worden opgevangen. De bedrijven die zich in het gebied vestigen krijgen, de verplichting om hemelwater afkomstig van daken en verhardingen op eigen terrein op te vangen door middel van een eigen retentie- of infiltratievoorziening. Voor de infiltratie van regenwater zijn verschillende methoden denkbaar. Zo kan gebruik worden gemaakt van een (begroeid) onverhard terreindeel, van doorlatende verharding, van een oppervlakkige infiltratievoorziening of van een ondergrondse infiltratievoorziening. Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van Laarakker Zuid vindt plaats via één westelijke aansluiting op de nieuwe randweg rond Haps. De aansluiting ligt in het verlengde van de aansluiting van Laarakker Noord. Er is hiermee gekozen voor een verkeersstructuur die zo weinig mogelijk overlast voor de omgeving oplevert, met één hoofdaansluiting van het totale bedrijventerrein op de nieuwe randweg. Door de aansluitingen van het bedrijventerrein te bundelen, wordt voorkomen dat op het traject van de N264 tussen Haps en de aansluiting op de A73 meerdere (nieuwe) aansluitingen moeten worden gerealiseerd.

In het kader van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010 - Randweg Haps' zijn afspraken gemaakt over de bereikbaarheid van het perceel Stokvoortsestraat 3 na het vervallen van de aansluiting van De Bengels op de Oeffeltseweg. In het bestemmingsplan voor de nieuwe randweg is voorzien in de realisatie van een nieuwe aansluiting tussen de randweg en De Bengels, ter hoogte van de aansluiting van Laarakker Zuid. Langs de Oeffeltseweg ligt een vrijliggend fietspad. Dit fietspad blijft, ook na realisering van de nieuwe randweg, behouden. Ook de bestaande fietstunnel onder de A73 blijft ongewijzigd. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Er is geen parkeergelegenheid in de openbare ruimte. De parkeerbehoefte zal per bedrijf worden bepaald aan de hand van de normen uit de gemeentelijke parkeernota.

blad 29 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

3.2

Geen alternatieven, wel varianten voor Bedrijvenpark Laarakker Zuid In een milieueffectrapportage moet onderzoek worden gedaan naar de milieugevolgen van de mogelijke manieren voor het realiseren van de voorgenomen activiteit. Deze mogelijkheden worden in een MER aangeduid als alternatieven. In principe moeten in een MER alle 'redelijkerwijs te beschouwen' alternatieven aan de orde komen.

3.2.1

Alternatieven in historisch perspectief Alternatieve locaties voor het bedrijventerrein Voor de locatiebepaling van Laarakker heeft in het verleden reeds grondig onderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan is in diverse beleidsdocumenten van verschillende overheidsinstanties de locatie ten westen van de A73 aangeduid als te ontwikkelen regionaal bedrijvenpark. Om invulling te geven aan dit beleidsvoornemen heeft de gemeenteraad van Cuijk op 15 juli 2009 het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' vastgesteld. Daarmee is de basis gelegd voor de ontwikkeling van Laarakker ten noorden van de Oeffeltseweg. Naar aanleiding van de gewenste uitwisseling tussen Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest, is de bestemmingbegrenzing aangepast en wordt voor de gronden ten zuiden van de Oeffeltseweg een bedrijfsbestemming opgenomen. Deze gronden zijn in de planvorming, die rondom Laarakker heeft plaatsgevonden, reeds meegenomen. De exacte locatie voor Laarakker ligt daarmee reeds lange tijd vast. Ook de ontsluiting is met de herinrichting van de randweg Haps geregeld en vastgelegd. Hiervoor is een separate m.e.r.-procedure doorlopen.

Vanwege het feit dat de locatie voor Bedrijvenpark Laarakker reeds lange tijd vastligt (onder meer in provinciaal beleid), hieraan een grondige locatiestudie vooraf is gegaan én er inmiddels een onherroepelijk bestemmingsplan ligt voor Laarakker Noord is het niet zinvol locatiealternatieven voor Bedrijvenpark Laarakker Zuid te onderzoeken in deze m.e.r.-procedure.

3.2.2

Alternatieve inrichtingsstructuur van het bedrijventerrein De keuze voor de inrichting van het terrein volgens de voorgenomen activiteit is tot stand gekomen door het zo goed mogelijk indelen van het bedrijvenpark op het gebied van milieuzonering, zodat een minimale milieubelasting naar de omgeving ontstaat. Daarbij is het principe van inwaartse zonering gehanteerd.

3.2.3

Eén alternatief Voor deze m.e.r.-procedure wordt uitgegaan van één alternatief dat aan de hand van uitgebreid onderzoek is bepaald. Dit betreft:  De ontwikkeling van Laarakker Noordwest als lokaal bedrijventerrein (door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid);  De ontwikkeling van Laarakker Zuid als regionaal bedrijventerrein. De ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker Noord inmiddels is ingezet. Deze m.e.r.-procedure en bijbehorend ruimtelijk plan vormt het sluitstuk van deze langlopende planontwikkeling. Dit betekent niet dat alles al vastligt op Bedrijvenpark Laarakker Zuid. De mogelijke variaties worden besproken in de volgende alinea.

3.2.4

Twee te beschouwen varianten Binnen Bedrijvenpark Laarakker Zuid zijn variaties mogelijk op het gebied van milieuzonering. Uit de milieuzonering is gebleken dat milieucategorie 5.1 goed inpasbaar is op dit bedrijventerrein. Daarbij is gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering'. Of milieucategorie 5.2 inpasbaar is, is als onderwerp van onderzoek opgenomen in het MER. De varianten voldoen aan diverse uitgangspunten, die kort worden benoemd. Allereerst volgt een korte inleiding op milieuzonering.

blad 30 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Milieuzonering In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' dient zekerheid te bestaan dat (toekomstige) bewoners en gebruikers van een gebied een acceptabel woon- en leefklimaat genieten. Dit betekent doorgaans dat milieubelastende activiteiten op voldoende afstand van gevoelige functies moeten zijn gelokaliseerd. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Milieuzonering is wederkerig. Dat wil zeggen dat bedrijven en andere milieubelastende activiteiten rekening moeten houden met gevoelige bestemmingen, maar ook dat bij de planning van gevoelige bestemmingen rekening gehouden moet worden met belastende activiteiten. Voor het bepalen van de milieuzonering tussen specifieke activiteiten en gevoelige objecten is sectorale wetgeving van toepassing. Uit deze sectorale wetten kan worden afgeleid wat de maximale milieuimpact van de activiteiten bij gevoelige activiteiten is. Zo geeft het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Barim, ofwel het Activiteitenbesluit) maximale geluidniveaus op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelig object. Bij onbekende, toekomstige situaties is deze aanpak niet toepasbaar, omdat de specifieke activiteiten niet bekend zijn. In die situaties kan gebruik gemaakt worden van de uitgave Bedrijven en milieuzonering (VNG 2009).

Uit deze uitgave kan worden afgeleid welke afstanden moeten worden aangehouden tussen bedrijven met bepaalde milieucategorieën en gevoelige bestemmingen (zie tabel 3.1). Volgens vaste jurisprudentie mag er bij het voldoen aan deze afstanden van uit worden gegaan dat een voldoende woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In de VNG-Brochure wordt benadrukt dat de genoemde afstanden indicatief zijn, waar op basis van locatiespecifieke omstandigheden van kan worden afgeweken. De inwaartse zonering is hierbij zodanig gekozen, dat voldaan wordt aan de richtafstanden. Het plangebied met omgeving is daarbij beschouwd als 'gemengd gebied'. Er is namelijk sprake van solitaire gelegen woningen, de aanwezigheid van de A73 en Oeffeltseweg en de bestaande bedrijvigheid in de omgeving. tabel 3.1 Algemene richtafstanden volgende de VNG-Brochure Bedrijven en milieuzonering (2009)

Overigens dient de inrichting ook bij het hanteren aan deze afstanden altijd te voldoen aan de eisen welke gesteld worden vanuit het Activiteitenbesluit of andere milieuregelgeving. De varianten voor Bedrijvenpark Laarakker Zuid zijn tot stand gekomen als gevolg van inwaartse zonering. Eén variant past hier volledig binnen. Voor de tweede variant geldt dat op basis van de VNGbrochure niet direct. De volgende twee varianten worden beschouwd in dit MER: Variant 1 - Invulling bedrijventerrein Laarakker Zuid met maximaal milieucategorie 5.1 Binnen deze variant worden op Laarakker Zuid de categorieën 4.2 tot en met 5.1 voorzien. Uit figuur 3.5 blijkt dat de hoogste milieucategorie wordt toegestaan in het centrale gedeelte van Laarakker Zuid. Daaromheen is milieucategorie 4.2 toegestaan.

blad 31 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Aan de uiterste randen van Laarakker Zuid is milieucategorie 4.1 de maximale milieucategorie. Deze milieucategorisering is tot stand gekomen op basis van de omliggende woningen aan de Oeffeltseweg, Stokvoortsestraat en Kwekersweg (ten oosten van de A73).

figuur 3.5 Variant 1 - invulling bedrijventerrein met maximaal milieucategorie 5.1

Binnen deze variant wordt op Laarakker Noordwest (door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid) worst case uitgegaan van realisatie van bedrijvigheid zoals is weergegeven in figuur 3.4. Variant 2 - Invulling bedrijventerrein Laarakker Zuid met maximaal milieucategorie 5.2 Binnen het bestemmingsplan is een algemene afwijkingsmogelijkheid opgenomen, die het mogelijk maakt om voor bedrijven een milieucategorie van maximaal 5.2 toe te staan, voor zover de milieueffecten vergelijkbaar zijn met die van bedrijven in een lagere milieucategorie. Op grond van de VNG-brochure geldt voor categorie 5.2 bedrijvigheid een indicatieve afstand van 500 meter binnen het gebiedstype gemengd gebied. Op het moment dat rekening wordt gehouden met een afstand van 500 meter ten opzichte van de omliggende woningen, zijn geen bedrijven in de milieucategorie 5.2 mogelijk. Binnen deze variant is daarom voor milieucategorie 5.2 een afstand van 400 meter aangehouden, waarvan de haalbaarheid in het kader van dit MER wordt bepaald. De zonering voor deze variant is opgenomen in figuur 3.6.

figuur 3.6 Variant 2 - invulling bedrijventerrein met maximaal milieucategorie 5.2

blad 32 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Binnen deze variant wordt op Laarakker Noordwest (door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid) worst case uitgegaan van realisatie van bedrijvigheid zoals is weergegeven in figuur 3.4.

3.2.5

Tussenvariant voor tijdelijke agrarische situatie Laarakker Noordwest Deelgebied Laarakker Noordwest wordt (tijdelijk) omgezet naar een agrarische bestemming. Door toepassing van wijzigingsbevoegdheid kan het College van B&W - nadat 70% van Laarakker Noord en Zuid is ontwikkeld - besluiten de bestemming van deze gronden om te zetten naar een bedrijfsbestemming, zodat Laarakker Noordwest ook ontwikkeld kan worden tot lokaal bedrijventerrein. In de varianten 1 en 2 wordt conform de m.e.r.-systematiek uitgegaan van de invulling van bedrijventerrein Laarakker Noordwest conform de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In deze tussenvariant worden de effecten van de situatie in beeld gebracht, waarbij in deelgebied Laarakker Noordwest de gronden voor agrarische doeleinden worden gebruikt en het deelgebied Laarakker Zuid wordt ingevuld met bedrijfsfuncties met een maximale milieucategorie 5.1, conform variant 1. De tussenvariant laat de verschileffecten zien met de referentiesituatie. Deze (verschil)effecten komen in hoofdstuk 15 aan bod.

Agrarisch

figuur 3.7 Tussenvariant: uitgangspunten Laarakker Noordwest (links) en Laarakker Zuid (rechts)

blad 33 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

4

Onderzoeksmethodiek De onderzoeksmethodiek heeft betrekking op welke (milieu)thema's onderzocht worden in dit MER en op welke wijze dit plaatsvindt. Daarnaast vindt u in dit hoofdstuk ook informatie over welke situaties/jaren zijn onderzocht.

4.1

Beoordelingskader In het planMER worden de milieueffecten van de varianten van de voorgenomen activiteiten per thema beschreven ten opzichte van de referentiesituatie (zie paragraaf 4.2). In tabel 4.1 zijn de relevante aspecten voor de besluitvorming weergegeven. Er is een onderscheid gemaakt in kwantitatief te onderzoeken aspecten en kwalitatief te onderzoeken aspecten. tabel 4.1 Beoordelingskader relevante milieuaspecten

Milieuaspect Verkeer en vervoer Geluid

Luchtkwaliteit

Externe veiligheid Geur Gezondheid Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Bodem en water

Criterium

Methodiek

Effecten op verkeersafwikkeling / bereikbaarheid

Kwantitatief/ kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief

Effecten op verkeersveiligheid Effecten op langzaam verkeer Veranderingen in geluidbelasting industrielawaai Verandering van het aantal (geluid)gehinderden industrielawaai Veranderingen in geluidbelasting wegverkeerslawaai Verandering van het aantal (geluid)gehinderden wegverkeerslawaai Effecten op concentratie fijn stof (PM10) Effecten op concentratie stikstofoxide (NO2) Impact van plaatsgebonden risicocontouren op voorgenomen activiteit Impact van plaatsgebonden risicocontouren van voorgenomen activiteit op omgeving Toename van groepsrisico door bestaande risicobronnen Toename van groepsrisico door voorgenomen activiteit Effecten op geurbelasting vanuit plangebied op omgeving Effecten op geurbelasting vanuit omgeving op plangebied Veranderingen in milieugezondheidskwaliteit geluid Veranderingen in milieugezondheidskwaliteit luchtkwaliteit - NO2 Effecten op bekende en verwachte archeologische waarden Effecten op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Effecten op (historische) verkaveling en landschappelijke elementen Effecten op beleving en zichtbaarheid vanuit de omgeving Effecten op bodemopbouw en -kwaliteit Effecten op grondwater Effecten op oppervlaktewater Effecten op vuilwater Effecten op Natura 2000-gebieden

Natuur

Duurzaamheid

Effecten op Ecologische Hoofdstructuur Effecten op beschermde soorten Mogelijkheden voor zorgvuldig ruimtegebruik Mogelijkheden voor duurzame enrrgie-opwekking en gebruik Mogelijkheden voor duurzaam materiaal- en grondstoffengebruik Mogelijkheden voor duurzame inrichting van openbare ruimte en nutsvoorzieningen

Kwantitatief

Kwantitatief/ Kwalitatief

Kwantitatief/ Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief

Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief/ kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief/ kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief

blad 34 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

blad 35 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Voor de thema's verkeer, geluid, luchtkwaliteit, natuur (stikstofdepositie) en gezondheid zal gebruik worden gemaakt van modelberekeningen en worden de effecten dus grotendeels kwantitatief beschouwd. Voor de overige thema's wordt gebruik gemaakt van een kwalitatieve beschouwing. Per beoordeling wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bepaalde score tot stand is gekomen. In dit MER wordt gebruik gemaakt van een zevenpuntsschaal, zie onderstaande figuur. Uiteindelijk leidt de beoordeling per aspect tot een samenvattende effectbeoordelingstabel waar per thema en per aspect plussen en minnen weergegeven staan. Deze plussen en minnen kunnen niet zondermeer bij elkaar opgesteld worden. Effectbeoordeling +++ ++ + 0 ----

4.2

Beschouwde situaties in het MER

4.2.1

Planhorizon 2025

Omschrijving zeer positief positief licht positief neutraal licht negatief negatief zeer negatief

In dit MER wordt een aantal situaties beschouwd. Het is gebruikelijk om in ieder geval circa 10 jaar vooruit te kijken (de geldigheidsduur van het bestemmingsplan). Daarom wordt in dit MER in ieder geval het jaar 2025 beschouwd. Voor 2025 wordt in gekeken naar de situatie met (varianten, zie paragraaf 3.2) en zonder de ontwikkeling van bedrijvenpark Laarakker Zuid (referentiesituatie).

4.2.2

Referentiesituatie In de referentiesituatie 2025 wordt er vanuit gegaan dat alle ruimtelijke plannen in de omgeving van Laarakker Zuid, waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden, gerealiseerd zijn en andere autonome ontwikkelingen, zoals de autonome verkeersgroei. Onderstaand wordt weergegeven welke relevante autonome ontwikkelingen deel uitmaken van de referentiesituatie. Bedrijvenpark Laarakker Zoals eerder weergegeven, wordt ten noorden van Laarakker Zuid het Bedrijvenpark Laarakker Noord ontwikkeld (zie figuur 4.1). De ontwikkeling van deze gronden naar een bedrijfsbestemming met maximale milieucategorieën (zie figuur 4.2) zijn juridisch-planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker, vastgesteld in 2009. Het bestemmingsplan Laarakker is onherroepelijk. De verwachting is dat in 2015 - 2017 de gronden van het deelgebied Laarakker Noord grotendeels zijn uitgegeven. De gronden zullen in 2025 ook (grotendeels) tot ontwikkeling en in gebruik zijn genomen. Deze ontwikkeling is derhalve opgenomen in de referentiesituatie 2025. De ontwikkeling van deelgebied Laarakker Noordwest is ook conform het bestemmingsplan onherroepelijk.

Hoewel de gronden nu (tijdelijk) worden omgezet naar de agrarische bestemming, wordt in de referentiesituatie ervan uitgegaan dat de gronden in 2025 van Laarakker Noordwest ook (grotendeels) tot ontwikkeling zijn gekomen. Deze ontwikkeling is derhalve ook opgenomen in de referentiesituatie 2025. Om de verschileffecten van Laarakker Noordwest voor agrarische doeleinden en bedrijventerreindoeleinden in beeld te brengen zijn in een apart hoofdstuk de verschileffecten van Laarakker Noordwest voor agrarische doeleinden en bedrijventerreindoeleinden in beeld gebracht (zie paragraaf 4.2.4).

blad 36 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Haps

figuur 4.1 Plangebied Bedrijvenpark Laarakker conform het bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker (Croonen, 2009)

figuur 4.2 Maximaal toelaatbare milieucategorieën conform het bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker

blad 37 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Randweg Haps De provinciale weg N264 door Haps veroorzaakt momenteel problemen in de dorpskern. De aanwezigheid van een diversiteit aan functies direct gelegen aan de weg in combinatie met veel auto- en vrachtverkeer zorgt voor verkeers- en leefbaarheidsknelpunten. Gezien de op stapel staande ontwikkeling van het Regionaal Bedrijvenpark Laarakker (RBL) zal de problematiek verergeren. Naar aanleiding van verkeersknelpunten hebben de provincie Noord-Brabant en de gemeente Cuijk een intentieovereenkomst gesloten, met als doel gezamenlijk een toekomstbestendige oplossing voor het mobiliteits- en leefbaarheidsvraagstuk ten aanzien van de N264 in de kern Haps te realiseren. Besloten is een randweg aan te leggen vanaf de bestaande N264 ten zuidoosten van de kern Haps die ten zuiden van de kern Haps loopt tot aan de aansluiting op de bestaande N264 nabij het Bedrijvenpark Laarakker (zie figuur 4.3).

A73

N264 Haps

N264

figuur 4.3 Plangebied Randweg Haps conform het bestemmingsplan Buitengebied 2010, randweg Haps (Kragten, 2014)

De raad heeft op 16 juni 2014 het bestemmingsplan Buitengebied 2010, randweg Haps gewijzigd vastgesteld. De verwachte oplevering van de randweg is eind 2017 voorzien. Deze ontwikkeling is derhalve opgenomen in de referentiesituatie 2025.

4.2.3

Huidige situatie 2014 Naast de situatie in 2024 is het ook van belang te weten hoe de (milieu)situatie nu is. Daarom wordt in dit MER ook de huidige situatie in 2014 beschouwd.

4.2.4

Tijdelijke agrarische situatie Laarakker Noordwest Deelgebied Laarakker Noordwest wordt (tijdelijk) omgezet naar een agrarische bestemming. Door toepassing van wijzigingsbevoegdheid kan het College van B&W - nadat 70% van Laarakker Noord en Zuid is ontwikkeld - besluiten de bestemming van deze gronden om te zetten naar een bedrijfsbestemming, zodat Laarakker Noordwest ook ontwikkeld kan worden tot lokaal bedrijventerrein.

blad 38 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

In hoofdstuk 15 worden de effecten van de situatie apart in beeld gebracht. In deze variant wordt ervan uitgegaan dat: o Laarakker Noordwest gebruikt wordt voor agrarische doeleinden; o Laarakker Noord ontwikkeld is tot regionaal bedrijventerrein; o Laarakker Zuid ontwikkeld is tot regionaal bedrijventerrein. De effecten van deze tussenvariant worden beoordeeld ten opzichte van variant waarbij Laarakker Noordwest, Noord en Zuid volledig zijn ontwikkeld (100%) tot bedrijventerrein. Als vergelijkingsjaar wordt eveneens 2025 gehanteerd.

blad 39 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

5

Verkeer Dit hoofdstuk gaat in op de verkeerseffecten als gevolg van de ontwikkeling van Laarakker Zuid. Hiertoe is een beknopte verkeersstudie uitgevoerd. Vanwege de beperkte omvang en complexiteit van dit onderzoek is alle informatie in dit hoofdstuk opgenomen en is geen aparte bijlage gemaakt. Het aspect openbaar vervoer is niet beschouwd, omdat het project hier geen invloed op uitoefent of relatie mee heeft.

5.1

Beoordelingskader Uitgangspunten In het verkeersonderzoek is op basis van het verkeersmodel van de gemeente Cuijk geanalyseerd wat de impact is van de realisatie van het bedrijventerrein Laarakker Zuid op de aanwezige wegen. Hierbij wordt naar drie aspecten gekeken: verkeersafwikkeling/bereikbaarheid, verkeersveiligheid en effect op langzaam verkeer. Er is geen verschil tussen beide varianten (de verkeersaantrekkende werking is gelijk), daarom wordt hierin geen onderscheid gemaakt bij de effectbeschrijving. Beoordelingskader Het aspect verkeersafwikkeling/bereikbaarheid is kwantitatief beschouwd. Hierbij is onder andere gekeken naar de routekeuze, etmaalintensiteiten (werkdaggemiddelden) en I/C-verhoudingen. Dit laatste criterium geeft de verhouding weer tussen de intensiteit (I) van een weg en de maximale capaciteit (C) van een weg. Hoe hoger de I/C-verhouding, hoe drukker het is en hoe minder goed de doorstroming en bereikbaarheid is. Onderstaande klassen geven aan of er sprake is van een vlotte doorstroming, een verslechterde doorstroming of dat het verkeersaanbod, in de piekuren of de spits, zo groot is dat er congestie optreedt.  I/C-verhouding < 80%: goede doorstroming;  I/C-verhouding tussen de 80 en 100%: matige doorstroming;  I/C-verhouding > 100%: overbelasting. De effecten op de verkeersveiligheid en langzaam verkeer zijn kwalitatief beschouwd.

Ten slotte zijn de effecten van het voornemen op het langzaam verkeer, te weten fietsverkeer, in beeld gebracht. Samengevat is het beoordelingskader in tabel 5.1 weergegeven. tabel 5.1 Beoordelingscriteria verkeer

Thema

Verkeer

Aspect

Criterium

Verkeersafwikkeling / Bereikbaarheid

Effecten in routekeuze / intensiteiten Effecten op I/C-verhoudingen en doorstroming Effecten op de verkeersveiligheid Effecten op langzaam verkeer (fietsers, voetgangers)

Verkeersveiligheid autoverkeer Langzaam verkeer

5.2

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

5.2.1

Huidige situatie Verkeerstructuur Het bestaande regionale bedrijventerrein Laarakker is gelegen ten oosten van de kern Haps en wordt ontsloten door de N264 en A73. Deze twee hoofdwegen liggen direct aan de grenzen van het bedrijventerrein. Hierdoor is een goede ontsluiting geborgd, die op enige afstand van grotere woongebieden zijn gelegen. Naast de ligging aan de A73, ligt Bedrijvenpark Laarakker ook in de nabijheid van haven, spoor en trein. De containerterminal van Cuijk aan de Maas en de treinverbinding tussen Nijmegen en Venlo liggen op korte afstand van het bedrijvenpark. Vliegveld Weeze (D) is 25 minuten rijden van de gemeente Cuijk.

blad 40 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

De N264 is een 1x2 weg, 80 km/uur met vrijliggende fietspaden en directe aansluitingen op diverse woonpercelen, zie figuur 5.1. De weg vormt een belangrijke schakel in het wegennet in Noordoost Brabant. Met name sinds de openstelling van de A50 tussen Eindhoven en Oss is het belang van de N264 als regionale schakel toegenomen. Hierbij is de Randweg Haps nog niet gerealiseerd. In het plangebied zijn nog diverse andere wegen gelegen. Deze hebben het karakter van erftoegangswegen en een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, zie bijvoorbeeld De Bengels in figuur 5.1. Met name lokaal en agrarisch verkeer maken van deze 60 km/uur wegen gebruik.

figuur 5.1 N264 (links) en De Bengels (rechts)

De gehele verkeerstructuur rondom het bestaande bedrijventerrein en toekomstig bedrijventerrein Laarakker Zuid is in figuur 5.2 weergegeven.

figuur 5.2 Verkeerstructuur rondom Laarakker Zuid

blad 41 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Verkeersafwikkeling / bereikbaarheid Het bedrijventerrein Laarakker Noord en Noordwest wordt ontsloten door de N264 en de A73. Via deze wegen zal het overgrote deel van het verkeer afgewikkeld worden. Een klein deel van het verkeer zal via de diverse lokale wegen naar nabij gelegen kernen rijden. In figuur 5.3 zijn de verkeersintensiteiten voor het netwerk weergegeven in de huidige situatie1. Hier is de Randweg Haps dus nog niet gerealiseerd, maar ook een groot deel van het bedrijventerrein Laarakker Noord nog niet gevuld. In bijlage 4 zijn grote versies van de verkeersplots en I/C-verhoudingen weergegeven.

A73

Cuykseweg

N264

figuur 5.3 Verkeersintensiteiten (werkdag) in de huidige situatie

Uit de figuur blijkt dat op de N264 circa 10.000 auto’s per etmaal rijden. Over de overige lokale wegen rijden minder dan 2.000 auto’s per etmaal. De capaciteit van de diverse wegen in het plangebied is afdoende om deze verkeerstromen te kunnen verwerken. Dit blijkt ook uit figuur 5.4 waarin de I/Cverhoudingen van de diverse wegen weergegeven zijn. Hieruit blijkt dat de hoogste I/C-verhoudingen op de N264 bij de op- en afritten van de A73 liggen. Dergelijke plaatsen waar het verkeer van hoofdwegen op en van het lokale/regionale wegennet samenkomt, zijn bekende locaties waar congestie kan optreden. Dit is echter in de huidige situatie nog niet het geval. De I/C-verhouding, zoals weergegeven in figuur 5.4 geeft inzicht in de belasting van een weg. Echter, de locaties waar congestie meestal ontstaan, zeker op lokale en regionale wegen, zijn bij kruisingen. Op deze locaties moet het verkeer wachten, afremmen, optrekken en invoegen. Deze handelingen leiden tot vertragingen. In figuur 5.5 is daarom ook de belasting van de belangrijkste kruisingen in het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat ook bij de kruisingen in de huidige situatie geen aandachtspunten aanwezig zijn.

1 Voor de huidige situatie is uitgegaan van 2010. De cijfers zijn afkomstig uit het MER voor de Randweg Haps

blad 42 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 5.4 I/C-verhoudingen op de diverse wegen in de huidige situatie (in %)

figuur 5.5 Belasting kruisingen in de huidige situatie

Sluipverkeer In de huidige situatie, zonder Randweg, is in en rondom Haps sprake van sluipverkeer door de kern heen en op andere wegen om zo verkeerslichten en dergelijke te vermijden.

blad 43 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Verkeersveiligheid In de periode 2004 – 2010 hebben zich circa 30 ongevallen voorgedaan op de N264 vanaf Steenakker tot de aansluiting op de A73. De meeste ongevallen vinden plaats op de wegvakken buiten de bebouwde kom aan de westzijde van Haps. Verkeersveiligheid is dan ook een van de overwegingen geweest om de Randweg Haps te realiseren. Vanaf de Cuykseweg tot de A73 zijn er in de periode 2004 – 2010 twaalf ongevallen plaatsgevonden. In figuur 5.6 is dit grafisch weergegeven. Hierbij zijn geen dodelijke slachtoffers gevallen.

figuur 5.6 Verkeersongevallen in de periode 2004 - 2010

Langzaam verkeerroutes Het plangebied ligt niet direct naast het landelijke fietsknooppuntennetwerk, zie ook figuur 5.7. Wel zijn er diverse ‘secundaire’ fietsnetwerken in de nabijheid van het plangebied gelegen. Zo heeft Cuijk een fietsroutenetwerk gedefinieerd voor de gehele gemeente. Onder andere de Zoetsmeerweg en Cuykseweg zijn onderdeel van dit netwerk. Daarnaast maken wegen, zoals De Bengels / Rijkevoortseweg en de Beerseweg onderdeel uit van het lokale recreatieve fietsroutenetwerk. Over de N264 zijn enkele, niet geregelde (dus geen verkeerslichten) oversteekplaatsen voor fietsers aanwezig.

figuur 5.7 Landelijk fietsnetwerk rondom het plangebied

blad 44 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

5.2.2

Referentiesituatie Er zijn twee belangrijke verschillen tussen de referentiesituatie en de huidige situatie. Ten eerste is de Randweg Haps dan is gerealiseerd. De weg om de kern Haps heen, sluit op de N264 aan vlak voor de open afritten met de A73, zie ook figuur 5.2. De aanleg van de Randweg Haps ontlast de N264 tussen Haps en de A73, omdat het verkeer om de kern heen geleid wordt. Voor deze randweg is de planologische procedure, inclusief MER, afgerond en kan begonnen worden met de aanleg. Daarom wordt deze randweg als onderdeel van de referentiesituatie beschouwd. Voor de rest zijn geen aanpassingen aan de verkeerstructuur rondom het plangebied voorzien. Het tweede belangrijke verschil met de huidige situatie is dat het bedrijventerrein Laarakker Noord volledig benut zal zijn. Dit heeft tot gevolg dat het verkeer vanaf dit bedrijventerrein (fors) gegroeid is. Tot slot wordt er vanuit gegaan dat het verkeer in de regio, conform landelijke trends gestaag groeit, waardoor de intensiteiten in de referentiesituatie sowieso hoger liggen dan in de huidige situatie. Verkeersafwikkeling / bereikbaarheid Door de realisatie van de Randweg Haps en de groei van het verkeer door de realisatie van Laarakker Noord is het verkeersbeeld in de referentiesituatie significant gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. In figuur 5.8 is de etmaalbelasting weergegeven.

figuur 5.8 Verkeersintensiteiten (werkdag) in de referentiesituatie 2025

Uit de figuur blijkt dat de N264 tussen Haps en de nieuwe Randweg veel minder verkeer te verwerken krijgt. Van circa 10.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) in de huidige situatie naar circa 4.500 in de referentiesituatie 2025. Het wegvak tussen de A73 en de kruising Randweg/N264 wordt wel significant drukker: van circa 11.500 mvt/etmaal naar circa 11.000 mvt/etmaal. Deze toename is ook terug te zien in de I/C-verhoudingen.

blad 45 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Op de plaats waar de Randweg Haps en de N264 samenkomen, ontstaat in de avondspits enige mate van congestie. Dit heeft vooral te maken met de drukte op de A73. Als hier enige mate van congestie op ontstaat, dan is ook sprake van zogenaamde terugslag op het onderliggend wegennet. De op- en afritten kunnen minder snel doorstromen en dit leidt tot congestie. Op de overige wegen is geen sprake van hoge I/C-verhoudingen en wordt geen congestie verwacht. Overigens treedt deze situatie alleen op in bepaalde delen van de spitsperioden. Buiten de spits is geen sprake van enige mate van congestie en kan het verkeer goed doorstromen. Ten slotte geldt dat bij de kruispuntstromen een nuance valt te maken. Uit nadere kruispuntanalyses (Cocon en dynamische simulaties) blijkt dat met enkele aanpassingen de kruisingen het verkeer goed kunnen verwerken, zie verder in paragraaf 5.3.

figuur 5.9 I/C verhoudingen avondspits referentiesituatie 2025 (in %)

De enige mate van congestie die optreedt op de nabij de A73 heeft ook consequenties voor de belasting van de diverse kruisingen rondom het plangebied. Met name voor de kruising Randweg / N264 en op-/ afrit A73. Dit betekent dat hier periodiek wachtrijen in de avondspits kunnen ontstaan. Buiten de spits zijn er geen wachtrijen. De overige kruisingen kennen een lagere belasting en hier zijn dan ook geen wachtrijen te verwachten. Sluipverkeer Door de realisatie van de Randweg wordt veel verkeer dat nu door Haps rijdt om de kern heen geleid. Dit scheelt een hoop sluipverkeer. In de diverse analyse in het kader van deze Randweg wordt deze stelling bevestigd en wordt het aandeel sluipverkeer tot een minimum beperkt.

blad 46 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 5.10 Kruispuntbelasting avondspits in de referentiesituatie 2025

Verkeersveiligheid Door de realisatie van de Randweg Haps zal het aantal verkeersongevallen op de N264 afnemen, omdat het verkeersaanbod op deze weg afneemt. De Randweg Haps wordt conform Duurzaam Veilig gerealiseerd, waarmee het aantal verkeersongevallen op deze nieuwe weg ook zo veel mogelijk beperkt wordt. Langzaam verkeer De situatie voor langzaam verkeer verandert nauwelijks ten opzichte van de huidige situatie. De oversteekbaarheid van een deel van de N264 zal wel verbeteren doordat het verkeersaanbod tussen de kern Haps en de nieuwe Randweg zal afnemen.

5.3

Effecten Als gevolg van de realisatie van bedrijventerrein Laarakker Zuid (en Noordwest) nemen de verkeersintensiteiten toe. De verschillen in toegestane milieucategorieën veroorzaken niet een verschil in verkeersgeneratie. Derhalve is geen sprake van een verschileffect tussen de varianten op het aspect verkeer. De verkeerstoename is vooral gesitueerd op de ontsluitingsweg vanaf het nieuwe bedrijventerrein op de N264 en in mindere mate op de Randweg Haps. De totale toename is circa 2.100 motorvoertuigen per etmaal. In figuur 5.11 is deze toename ten opzichte van de referentiesituatie weergegeven.

blad 47 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 5.11 Toename verkeer (mvt/etmaal: werkdag) plansituatie (variant 1 en 2) versus de referentiesituatie

Uit figuur 5.11 blijkt dat het verkeer vanaf en naar het bedrijventerrein grotendeels van en naar de A73 rijdt: circa 65%. Circa 10% va het verkeer rijdt via de N624 richting Gennep. De overige 25% maakt of gebruik van de Randweg Haps (circa 12%), via de N264 richting Haps en Cuijk (8%) of gebruikt kleinere wegen naar Laarakker Noord of andere bestemmingen (circa 5%). De toename van het verkeer op deze wegen is relatief beperkt. In tabel 5.2 is weergegeven wat de procentuele bijdrage is van het extra verkeer door Laarakker Zuid op deze wegen. Hieruit blijkt dat deze toename op de meeste wegen zeer beperkt is <2% van het totale aanbod. Op de N264 tussen de Randweg en de A73 is dit aandeel iets hoger met ruim 6%. tabel 5.2 Aandeel van het extra verkeer op het totale aanbod van wegen nabij het plangebied Weg Aandeel (in %) van het extra verkeer op het totale aanbod (variant 1 en 2) Randweg Haps 1,7% A73 1,5% N264 tussen Haps en de Randweg 3,7% N264 tussen de Randweg en A73 6,2% N264 ten oosten van A73 1,5%

Als gevolg van de toename van het verkeer door de ontwikkeling van Laarakker Zuid veranderen de I/Cverhoudingen niet of nauwelijks op de meeste wegen. In figuur 5.12 is te zien dat alleen op de N264 tussen de I/C-verhouding verslechtert. Dit is in bijlage IV gedetailleerder weergegeven. Door deze verslechtering zal in de avondspits de congestie op de kruising met de N264, Randweg Haps en de ontsluiting van het bedrijventerrein toenemen, hetgeen langere wachtrijen als gevolg heeft. Ten opzichte van de referentiesituatie (zie tabel 5.3) wordt dit echter als een lichte verslechtering geduid, omdat toen reeds sprake was van congestie en deze alleen in de spitsperioden iets verslechtert. Op de overige wegen en de A73 is geen sprake van een significante wijziging in de I/C-verhoudingen, die leiden tot meer of minder congestie.

blad 48 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 5.12 I/C verhoudingen avondspits plansituatie (variant 1 en 2) 2025 (in %) tabel 5.3 I/C-verhoudingen per wegvak in de avondspits referentiesituatie en plansituatie (in %) Weg I/C-verhouding referentie I/C-verhouding plansituatie (variant 1 en 2) Heen Terug Heen Terug Randweg Haps 59 51 61 51 A73 96 103 97 103 N264 tussen Haps en de Randweg 36 13 38 13 N264 tussen de Randweg en A73 93 88 95 98 N264 ten oosten van A73 27 36 28 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=bd96a1a1-68ad-43bd-bbf2-e7465f6a4896