CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Bedrijvenpark Laarakker Noordwest_Toelichting.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter bespreking) Voorstel inzake Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest31.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven benoemd. De basisopgave is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven zijn: - werken aan de Brabantse energietransitie; - werken aan een klimaatproof Brabant; - werken aan Brabant als slimme netwerkstad; - werken aan een concurrerende, duurzame economie. De provincie zet in op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar worden verbonden. De opgaven manifesteren zich op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau. De provincie richt zich op duurzame verstedelijking en slimme en duurzame mobiliteit. De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Zo’n gebied verschilt per groep, levensfase, opleiding et cetera. In Brabant zijn er daily urban systems op meerdere schaalniveaus, namelijk die van het interstedelijk netwerk Brabantstad en de daily urban systems op streekniveau. Dit zijn de verschillende streken of subregio’s binnen Brabant, zoals het Land van Cuijk of de Kempen.

Daarnaast zijn er vanuit economisch perspectief een aantal samenhangende gebieden te onderscheiden, zoals de Brainport in Zuidoost-Brabant, de AgriFood-capital in Noordoost-Brabant en de circulaire maakindustrie in West- en Midden-Brabant. De verstedelijkingsopgave wordt vanuit het betreffende daily urban system opgepakt, waarbij wordt gefocust op kwaliteit, identiteit (DNA) en complementaire regio’s. Een gebiedsgerichte aanpak geeft het Brabantse mozaïek meer kleur en (agglomeratie-)kracht. De provincie zet in op het toekomstbestendig maken van de werklocaties in Brabant. Het (kwalitatief) up to date houden van de bestaande werklocaties is van vitaal belang voor een concurrerende economie, innovatie, werkgelegenheid, zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van vergroeningsen duurzaamheidsambities. Op bedrijventerreinen liggen grote opgaven en kansen in het kader van klimaatadaptatie, energietransitie (zoals het gebruik van restwarmte, energieopwekking) en slimme mobiliteit. Uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen wordt vraaggericht opgepakt, vanuit een kwalitatieve insteek. De ruimtevraag is vooral gekoppeld aan de groei van (zeer) grootschalige logistiek.

Gezien de schaal en de impact van deze ontwikkelingen op het landschap, en mogelijke tijdelijkheid van de ruimtebehoefte van deze doelgroep, hecht de provincie aan een integrale aanpak waarbij de opgaven voor klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, circulaire verstedelijking en de kwaliteit van het landschap vanaf het begin van het planproces worden meegenomen.

Blad 21 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De provincie is bezig met het afstemmen van het sectorale beleid op de omgevingsvisie. Dit betekent dat aan de hand van de drie manieren van kijken wordt beoordeeld welke waarden moeten worden beschermd en hoe beleid kan worden vormgegeven. Het (sectorale) beleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en de op te stellen omgevingsverordening. Hier wordt de komende periode aan gewerkt.

3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ordening In 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) vastgesteld. De Svro is in 2014 partieel herzien, waarbij onder andere het gewijzigde beleid op het gebied van natuur (realisering van het natuurnetwerk) en veehouderij (transitie naar zorgvuldige veehouderij) zijn verwerkt. Daarnaast is het koersdocument 'Transitie van stad en platteland, een nieuwe koers' (vastgesteld door Provinciale Staten in 2011) verwerkt in de Svro 2014. De wijzigingen in de Svro hebben met name gevolgen voor de primaire agrarische sector. Het provinciale beleid om stedelijke functies zoveel mogelijk te concentreren in de stedelijke regio's en in het bestaand stedelijk gebied is op hoofdlijnen ongewijzigd ten opzichte van de Svro 2010. De Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is in werking getreden op 19 maart 2014. De Svro bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de Interim omgevingsverordening, waarin de kaderstellende elementen uit de Svro zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

De Svro gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. De provincie kiest in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Binnen de stedelijke structuur worden twee ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: - Stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio’s): in het stedelijk concentratiegebied wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. - Overig stedelijk gebied (landelijke regio’s): het overig stedelijk gebied voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. De gemeente Cuijk ligt volgens de Svro niet in het stedelijk concentratiegebied, maar in een landelijke regio. Vanwege de ligging buiten het stedelijk concentratiegebied kan in principe alleen worden voorzien in de opvang van lokale verstedelijkingsbehoefte. Gelet op de grote afstand tot het stedelijk concentratiegebied wordt aan de ruimtebehoefte van bedrijven uit de regio Land van Cuijk tegemoetgekomen op een regionaal bedrijventerrein waar ruimte wordt geboden aan grootschalige en milieuhinderlijke bedrijvigheid.

Bedrijvenpark Laarakker wordt ontwikkeld als het regionale bedrijventerrein in het Land van Cuijk en heeft daarnaast een lokale component om te voorzien in de ruimtebehoefte van kleinere, minder milieuhinderlijke bedrijven. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen vervult de provincie een regierol. In de regionale agenda’s voor werken worden afspraken gemaakt over onder meer de regionale planning van bedrijventerreinen, herstructurering, beheer en onderhoud van bestaande terreinen en zorgvuldig ruimtegebruik.

Blad 22 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. De Iov is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Iov heeft de Verordening ruimte Noord-Brabant, de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening water, de Verordening ontgrondingen en de Verordening wegen vervangen. De Iov is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Iov staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven. Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten.

Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Iov zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Werkingsgebieden Alle regels van de Iov zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt vrijwel volledig binnen het bestaand stedelijk gebied.

Alleen de groene randen die rond Laarakker Noordwest worden aangelegd, vallen niet binnen het stedelijk gebied, maar binnen het landelijk gebied met het werkingsgebied verstedelijking afweegbaar. In het plangebied ligt geen NNB. Een bebost perceel ten westen van de Cuijkseweg en gronden aan de noordzijde van de Laarakkerse Waterleiding zijn wel onderdeel van het NNB. De Laarakkerse Waterleiding is aangeduid als ecologische verbindingszone en als behoud en herstel watersystemen. De ecologische verbindingszone is al gerealiseerd en is in het geldende bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ bestemd als ‘Natuur’.

Blad 23 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

stedelijk gebied

Natuur Netwerk Brabant

verstedelijking afweegbaar

ecologische verbindingszone/ behoud en herstel watersystemen

Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de voorheen geldende Verordening ruimte Noord-Brabant waren Laarakker Noord en Laarakker Zuid aangeduid als regionaal bedrijventerrein. Met deze aanduiding was bepaald dat op Regionaal Bedrijvenpark Laarakker – in tegenstelling tot op andere bedrijventerreinen in de landelijke regio – mocht worden voorzien in bedrijfspercelen groter dan 5.000 m2. Deze aanduiding is niet langer opgenomen in de Interim omgevingsverordening, omdat daarin de bovengrens van 5.000 m2 niet langer dwingend is voorgeschreven. De provincie verwacht wel van gemeenten dat zij regels opnemen die passen bij (de ontwikkelingsrichting van) een bedrijventerrein, maar in de praktijk is gebleken dat de bovengrens van 5.000 m2 in sommige gevallen te ruim was, en in andere gevallen te krap. Stedelijke ontwikkelingen in stedelijk gebied (artikel 3.42) Hoofdregel van het provinciaal beleid is dat stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk plaatsvinden binnen het stedelijk gebied om zodoende zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. In artikel 3.42 van de Iov zijn regels opgenomen voor (duurzame) stedelijke ontwikkelingen. Artikel 3.42 luidt al volgt. Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; b.

het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Blad 24 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Stedelijk gebied en regionale afspraken (3.42 lid 1) Laarakker Noordwest ligt volgens de Interim omgevingsverordening in het stedelijk gebied.

De regionale afspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen zijn voor de regio Noordoost-Brabant vastgelegd in het Regionaal Afsprakenkader bedrijventerreinen 2016-2025 (zie paragraaf 3.2.5). In het regionale afsprakenkader is vastgelegd dat met de ontwikkeling van Laarakker Noordwest kan worden gestart als er sprake is van concrete vraag, als kan worden voorzien in een ontbrekende kwaliteit in de (sub)regio en/of als Laarakker Noord en Zuid voor ten minste 70% zijn uitgegeven. Inmiddels is de 70%-drempel voor Laarakker Noord en Zuid behaald. Bovendien is uit onderzoek (zie paragraaf 2.1.2) gebleken dat sprake is van een concrete behoefte aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest als bedrijventerrein. De realisering van Laarakker Noordwest past dus binnen de regionale afspraken. Duurzame stedelijke ontwikkeling (3.42 lid 1 en lid 2) De ambitie is om Regionaal Bedrijvenpark Laarakker te ontwikkelen als duurzaam bedrijventerrein. Bij de realisering van het bedrijvenpark zijn en worden brede landschappelijke/natuurlijke zones aangelegd om het bedrijventerrein in te passen in zijn omgeving. Daarnaast worden ondernemers op basis van een duurzaamheidsplan (zie paragraaf 4.15) gestimuleerd om ook bij de inrichting van het bedrijfskavel en de bouw van de bedrijfsbebouwing duurzaamheidsmaatregelen te treffen.

Onderdeel daarvan kan de plaatsing van zonnepanelen op de bedrijfshallen zijn. Laarakker Noordwest leent zich, gelet op de ligging nabij de dorpskern van Haps en de (woon)bebouwing aan de Cuijkseweg, niet voor de realsering van grootschalige windturbines.

Blad 25 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Door het toepassen van milieuzonering, waarbij de zwaardere bedrijven op het oostelijke deel van Laarakker worden gevestigd en de lichtere bedrijven op het noordwestelijk deel van het terrein, in combinatie met een geluidzone die rond het hele terrein is gelegd, wordt het woon- en leefklimaat in de omgeving beschermd. Er wordt in de openbare ruimte en op de individuele bedrijfskavels voorzien in voldoende ruimte voor waterberging, waarmee rekening wordt gehouden met klimaatverandering. Tenslotte draagt de realisering van dit bedrijventerrein bij aan de versterking van de economische structuur in het Land van Cuijk. Zorgvuldig ruimtegebruik (3.42 lid 2 en lid 3) In dit bestemmingsplan zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.42, derde lid van de Iov, diverse regels opgenomen die zorgvuldig ruimtegebruik op Laarakker Noordwest bevorderen: -

-

-

-

Op het lokale bedrijventerrein is een maximale kavelomvang van 5.000 m 2 geregeld. Via een afwijkingsbevoegdheid is maatwerk mogelijk, maar alleen als er geen mogelijkheden zijn om het bedrijf op een andere geschikte locatie te vestigen. Op het lokale bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan in de milieucategorieën 2 en 3.1. Lichte bedrijfsactiviteiten die in milieucategorie 1 vallen zijn daarmee uitgesloten. Op het regionale bedrijventerrein (de gronden in de noordoosthoek van het plangebied) is een minimale kavelomvang van 2.000 m2 (bedrijven in milieucategorie 4.1 en 4.2) respectievelijk 5.0000 m2 (bedrijven in milieucategorie 3.1 en 3.2) geregeld, om te voorkomen dat hier kleinschalige bedrijven worden gevestigd die beter op Laarakker Noordwest of een ander bedrijventerrein in de regio kunnen worden gevestigd. Op het regionale bedrijventerrein is naast een maximale milieucategorie (deels 4.1 en deels 4.2) ook een minimale milieucategorie (3.1 respectievelijk 3.2) voorgeschreven. Hiermee wordt voorkomen dat op dit deel van Laarakker lichte bedrijven worden gevestigd die ruimte innemen die ook door zwaardere bedrijfsactiviteiten kan worden benut. Zowel op het lokale bedrijventerrein als op het regionale bedrijventerrein zijn regels gesteld over het minimum bebouwingspercentage (40% respectievelijk 30% van het bouwperceel) om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen.

Het maximum bebouwingspercentage bedraagt 80%, met een afwijkingsmogelijkheid voor 90%, zodat op de bedrijfspercelen intensieve bebouwing mogelijk is. Zowel op het lokale bedrijventerreinen als op het regionale bedrijventerrein zijn regels gesteld die ongewenste functies uitsluiten. Niet toegestaan zijn bedrijfswoningen, zelfstandige kantoren en zelfstandige detailhandel. In de planregels zijn regels opgenomen die de omvang van ondergeschikte kantoren en ondergeschikte productiegebonden detailhandel inperken.

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) In paragraaf 3.1.2 van de Iov zijn basisprincipes opgenomen voor een evenwichtige toedeling van functies. In artikel 3.5 tot en met 3.9 zijn algemene regels opgenomen over zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en kwaliteitsverbetering van het landschap. Artikel 3.5 luidt als volgt: Lid 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Blad 26 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Lid 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik (uitgewerkt in artikel 3.6); b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (uitgewerkt in artikel 3.7); c. meerwaardecreatie (uitgewerkt in artikel 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (3.5 en 3.6) De hoofdregel voor zorgvuldig ruimtegebruik in de Iov is dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, waaronder wordt verstaan het werkingsgebied stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Laarakker Noordwest ligt volledig binnen het werkingsgebied stedelijk gebied, zodat aan deze regel wordt voldaan. De Iov bepaalt daarnaast dat een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gedaan. Die toetsing is uitgewerkt in een afzonderlijk onderzoek, waarin aandacht is besteed in paragraaf 2.1.2 van deze toelichting. In de vorige paragraaf is al uitgebreid ingegaan op het criterium van zorgvuldig ruimtegebruik en de wijze waarop in dit bestemmingsplan is geregeld dat de gronden met een bedrijfsbestemming in overeenstemming met dit principe worden gebruikt.

Toepassing van de lagenbenadering (3.5 en 3.7) De provincie verzoekt gemeenten om de lagenbenadering toe te passen, waarbij de effecten van een ontwikkeling voor drie lagen in hun samenhang worden bezien: - de ondergrond, zoals bodem, water en archeologie; - de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk en waterwegen; - de bovenste laag, zoals cultuurhistorie en landschap, omvang van functies en bebouwing, effecten op andere functies, volksgezondheid, veiligheid en milieu. Zoals beschreven in paragraaf 2.1, is al in het Streekplan Noord-Brabant 2002 en het daarop gebaseerde Uitwerkingsplan de keuze gemaakt om Regionaal Bedrijvenpark Laarakker te ontwikkelen als regionaal bedrijventerrein voor het Land van Cuijk. Op basis van stedenbouwkundige studies, waarbij de lagenbenadering is toegepast, is gekozen voor een schetsmodel waarbij Laarakker Noord en Zuid worden ontwikkeld als regionaal bedrijventerrein en Laarakker Noordwest en de gronden aan de Oeffeltseweg als lokaal bedrijventerrein.

Rekening houdend met de waarden in de ondergrond, in de netwerklaag (bijvoorbeeld de ecologische verbindingszones langs de Laarakkerse Waterleiding en het Duits Lijntje en de aansluiting op de Randweg Haps) en in de bovenste laag (bijvoorbeeld de woningen in Haps en aan de Cuijkseweg) is een stedenbouwkundige opzet gekozen die de opgave van 66 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein optimaal inpast op de gronden tussen Haps en de A73. Op basis van verdere onderzoeken, waaronder het milieueffectrapport uit 2015 en diverse (milieu)onderzoeken, is de planvorming verder gedetailleerd en uitgewerkt, waarbij telkens een afweging is gemaakt tussen de ontwikkeling van het bedrijventerrein en het behoud of de bescherming van waarden in de drie lagen. Op die manier is in iedere stap van het ontwerpproces de lagenbenadering toegepast. Meerwaardecreatie (3.5 en 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied bij een ontwikkeling zijn betrokken.

Blad 27 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Hieronder vallen de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit als bedoeld in artikel 3.9 kan hier deel van uitmaken. De ontwikkeling van Laarakker Noordwest kan niet los worden gezien van de integrale ontwikkeling van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker als het regionale bedrijventerrein voor het Land van Cuijk. Het bedrijventerrein wordt mede ontwikkeld om bedrijven die op andere locaties in de regio niet meer kunnen uitbreiden (door een tekort aan ruimte of te weinig milieuruimte) een plek te bieden en zo de economische structuur van de regio te versterken. Door op Laarakker ruimte te bieden voor milieuhinderlijke bedrijven ontstaan op de locatie waar de betreffende bedrijven nu zijn gevestigd mogelijkheden voor (nieuwe) ontwikkelingen, hetzij door nieuwe bedrijven in te passen, hetzij door herontwikkeling naar andere functies. Bovendien gaat de ontwikkeling van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker gepaard met inpassing in het landschap en de versterking van ecologische verbindingszones, met name rond de Laarakkerse Waterleiding en het Duits Lijntje.

Kwaliteitsverbetering landschap (3.9) In artikel 3.9 van de Iov is bepaald dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat me een verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze verbetering kan mede de landschappelijke inpassing betreffen. Omdat Laarakker Noordwest wordt gerealiseerd in het stedelijk gebied, is artikel 3.9 niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap zijn echter wel integraal onderdeel van het stedenbouwkundig plan voor Laarakker. Op basis van het stedenbouwkundig plan worden zowel de gronden ten noorden van Laarakker Noordwest (ecologische verbindingszone Laarakkerse Waterleiding) als de gronden ten westen en zuiden van het terrein (landschappelijke zones) groen ingepast. De ecologische verbindingszone is inmiddels gerealiseerd. De landschappelijke zones aan de west- en zuidzijde van het terrein zijn in dit bestemmingsplan opgenomen en bestemd als ‘Groen’.

3.2.4

AgriFood Capital Op 19 februari 2014 hebben de 20 gemeenten en de 2 waterschappen in de regio Noordoost-Brabant een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over samenwerking. De samenwerkende overheden in de regio leveren een belangrijk aandeel in de realisatie van de ambities op het gebied van een 'goed woon-, werk- en leefklimaat'. In de portefeuillehoudersoverleggen vindt inhoudelijke afstemming van de beleidsagenda's plaats en worden besluiten genomen over de inzet van regionale middelen. Eén van de regionale ambities is het ontwikkelen van Noordoost-Brabant tot AgriFood Capital: een excellente agrifood-regio met internationale allure, nationale aantrekkingskracht en lokale samenwerkingsvormen. Regionale afspraken over werkgelegenheid en bedrijventerreinen (zie paragraaf 3.2.5) worden onder de vlag van AgriFood Capital gemaakt. Noordoost-Brabant heeft een uniek systeem van bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen die verbonden zijn met de productie en verwerking van gezonde voeding voor mens en dier. Die verbondenheid met agrifood maakt de regio de ideale locatie voor nieuwe producten, technieken en concepten. De doelstelling is dat Noordoost-Brabant excelleert in agrifood. Om dat te realiseren, moeten de volgende ambities worden gerealiseerd: - excellente arbeidsmarkt (aantrekkelijke werkomgeving met goed opgeleide werknemers);

Blad 28 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

-

sterke bedrijvigheid (uitstekend ondernemings- en vestigingsklimaat); betekenisvolle innovaties (proeftuin voor nieuwe producten, technieken en concepten, met innovatiecentra); goed woon-, werk- en leefklimaat.

Bedrijvenpark Laarakker richt zich, mede op grond van deze regionale ambities, onder andere specifiek op de sector food/health/farma.

3.2.5

Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen 2016-2025 In het regionaal ruimtelijk overleg (RRO) van 13 oktober 2016 is het Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen 2016-2025 vastgesteld voor de regio Noordoost-Brabant. De regio wil aan de hand van het regionale afsprakenkader een verdere stap zetten om de economische ambities waar te maken. Met het afsprakenkader wordt gestreefd naar een betere vraag/aanbod-verhouding voor bedrijventerrein, op basis van kwantiteit én kwaliteit. Daarnaast zijn afspraken gemaakt die ervoor zorgen dat het vestigingsklimaat in de regio verbetert. In het regionale afsprakenkader is geconcludeerd dat Noordoost-Brabant uit twee economische clusters bestaat en dat de regio niet op zichzelf staat maar ook te maken heeft met omliggende regio’s als Zuidoost-Brabant, Midden- en West-Brabant, Noord-Limburg, Rivierenland en ArnhemNijmegen. De economische clusters zijn: - het ‘hart van de economie’ in de driehoek ’s-Hertogenbosch – Oss – Veghel, als uiterste punten op de infrastructuurdriehoek A59-A50-N279; - het Land van Cuijk, dat voornamelijk economische relaties heeft met de regio’s aan de A73 en A77. Subregio Land van Cuijk Het Land van Cuijk is een bijzondere subregio binnen Noordoost-Brabant met eigen, unieke kwaliteiten.

De oriëntatie van de regio is voornamelijk gebonden aan de A73 en A77, richting de regio’s Arnhem-Nijmegen, Noord-Limburg en Duitsland. Ook de Maas heeft hier een belangrijke vervoersfunctie. Het Land van Cuijk kenmerkt zich door een stevig samenwerkingsverband. Door haar strategische ligging ligt naast het bedienen van de ruimtebehoefte van het eigen MKB, de focus op de sectoren health, (grootschalige) logistiek en maakindustrie. Dat sluit goed aan bij de bestaande productiestructuur. Recent hebben zich enkele grote bedrijven gevestigd op bedrijventerrein Laarakker, wat als resultaat gezien mag worden van een goede regionale samenwerking op economisch gebied. Om die samenwerking naar de toekomst toe verder te versterken, is een regionaal business developer voor de regio aangetrokken. Het Land van Cuijk staat wat betreft economische interactie veel dichter op de regio’s Arnhem – Nijmegen, Noord-Limburg en Duitsland en heeft een beperktere binding met het westelijk gelegen deel van de regio Noordoost-Brabant. Eén van de voornaamste oorzaken hiervoor is het ontbreken van een oost-westverbinding, gelijkwaardig aan de A-wegen in de regio. In het afsprakenkader is het Land van Cuijk dan ook beschouwd als een binnen de regio op zichzelf staande subregio. Bedrijven uit ’s-Hertogenbosch-Oss en Uden-Veghel verhuizen zeer beperkt naar het Land van Cuijk en vice versa.

Blad 29 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Vraag en aanbod en veranderopgave In het afsprakenkader is voor Noordoost-Brabant uitgegaan van een uitbreidingsvraag van circa 148 hectare in de periode tot 2026, waarna de uitbreidingsvraag zal afvlakken. Van de totale vraag zal circa 50-55% landen in ’s-Hertogenbosch-Oss, circa 30% in Uden-Veghel en circa 15-20% in het Land van Cuijk. Er worden drie doelgroepen onderscheiden: - Zeer grootschalige logistiek: zoekgebied overstijgt de regio, circa 65 hectare vraag tot en met 2025, oplopend tot circa 85 hectare tot en met 2035. - Grootschalige logistiek: zoekgebied concentreert zich rond de economische clusters en corridors. Circa 40 hectare vraag tot en met 2025, oplopend tot circa 60 hectare tot en met 2035. - Lokaal aanbod: het overige aanbod met bijbehorende ruimtevraag: circa 40 hectare vraag tot en met 2025. Dit aanbod kan gemeentegrens-overstijgend zijn maar ook gemeente- of zelfs kerngebonden. De regio wil zoeken naar het juiste niveau om dit lokale aanbod in een passende maat te krijgen. Bijvoorbeeld ruimtelijk-economisch samenhangende clusters van gemeenten. Op die manier kan de regio een betere regie houden op het aanbod van het lokale segment, en kan men ontwikkelen waar de vraag zich ook echt aandient, los van gemeentegrenzen en bij een passend schaalniveau.

Het aanbod aan bedrijventerreinen in de regio Noordoost-Brabant bedraagt circa 300 hectare, waarmee de vraag (circa 148 hectare) wordt overschreden. Vraag en aanbod sluiten echter niet helemaal op elkaar aan. Zo is de uitbreidingsvraag vooral afkomstig vanuit de grote tot zeer grootschalige logistiek, terwijl veel aanbod verspreid ligt door de regio op reguliere, relatief kleinschalige en voor logistiek niet-geschikte locaties gericht op MKB-bedrijvigheid. In het afsprakenkader worden afspraken gemaakt met als doel dat ieder segment goed kan worden gefaciliteerd op het passende schaalniveau. Te ontwikkelen terreinen Land van Cuijk In het afsprakenkader is per segment en per subregio uitgewerkt welke terreinen kunnen worden ontwikkeld en voor welke terreinen er voorlopig geen noodzaak is. Voor de (zeer) grootschalige logistiek is in de regio Land van Cuijk uitsluitend Bedrijvenpark Laarakker (Noord en Zuid) beschikbaar. Beide terreinen staan op groen, en zijn inmiddels ook grotendeels (>70%) uitgegeven. De verwachte vraag naar lokaal aanbod is beperkt. Er is veel plancapaciteit verspreid over de regio Noordoost-Brabant, deels in de vorm relatief kleine afrondingskavels. In dit aanbod wordt niet gesneden, wel wordt het gemonitord. De regio blijft de verhouding vraag-aanbod monitoren om te bepalen op welk schaalniveau en in welke mate bedrijven ruimte zoeken.

Uit de inventarisatie blijkt dat vooral veel sprake is van aanbod in de regio’s ’s-Hertogenbosch-Oss en Uden-Veghel. In het Land van Cuijk is verspreid in de regio sprake van aanbod variërend van één tot enkele (maximaal 6) hectaren. Laarakker Noordwest is het enige bedrijventerrein voor lokaal aanbod waar meer ruimte (11 hectare bruto oppervlakte) beschikbaar is. Laarakker Noordwest is in het regionale afsprakenkader op oranje gezet. Daarbij is aangegeven dat ontwikkeling akkoord is bij concrete vraag, als kan worden voorzien in een ontbrekende kwaliteit of als Laarakker Noord en Zuid voor ten minste 70% zijn uitgegeven. Inmiddels is ruim 70% van de gronden op Laarakker Noord en Zuid uitgegeven. Overeenkomstig het regionale afsprakenkader kan daarom nu worden gestart met de ontwikkeling van Laarakker Noordwest. Uit een actueel behoefteonderzoek, waarin tevens de ruimtebehoefte vanuit de relevante gemeenten in Limburgsen Gelderland is betrokken, blijkt bovendien dat er concrete ruimtebehoefte is voor Laarakker Noordwest (zie paragraaf 2.1.2).

Blad 30 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Regionaal uitgifteprotocol In het afsprakenkader zijn ook afspraken vastgelegd over regionale samenwerking en afstemming. Uitgangspunt is en blijft het regionaal uitgifteprotocol (zie paragraaf 3.2.6) en een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast is afgesproken om in regionaal verband het aanbod te monitoren en in te zetten op continuering van de herstructurering. Voor potentiële vestigers met een ruimtevraag van meer dan 1 hectare geldt de 1-loket-gedachte, waarbij vanuit de regio één bod wordt gedaan, met daarin een voorstel van locaties in de regio die passen bij de vraag van de ondernemer.

3.2.6

Regionaal gronduitgifteprotocol Land van Cuijk Voor de uitgifte van de gronden op Bedrijvenpark Laarakker wordt gebruik gemaakt van het regionaal gronduitgifteprotocol Land van Cuijk. Dit protocol bevat een werkwijze om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en sluit aan bij de principes van de SER-ladder. Essentie van de SER-ladder is dat eerst wordt gekeken op welke wijze bestaand bedrijventerrein beter kan worden benut, alvorens nieuw bedrijventerrein ontwikkeld wordt. Volgens het principe van de SER-ladder wordt in het regionaal gronduitgifteprotocol eerst gekeken of de uitbreidingsvraag van een bedrijf op de huidige locatie kan worden opgelost en of anders in het bestaande aanbod mogelijkheden liggen alvorens nieuwe grond uit te geven. Het gronduitgifteprotocol bestaat uit drie te doorlopen fasen: - Fase 1: De initiatiefnemer moet de uitbreidingsvraag onderbouwen en aantoonbaar moet zijn dat het bedrijf op haar huidige locatie een voor de gemeente verifieerbaar ruimtelijk of functioneel knelpunt heeft, of veroorzaakt, dat niet op de huidige locatie op te lossen is. - Fase 2: Het bedrijf wordt vervolgens gevraagd haar activiteiten en huisvestingseisen nader te preciseren. Nadat deze items door de gemeente zijn gecontroleerd, wordt bezien of er geschikte locaties op de bestaande bedrijventerreinenmarkt voorhanden zijn.

- Fase 3: De gemeente checkt of vestiging op nieuw terrein mogelijk is. Bepaling vam prioritering/urgentie en oplossen van ruimtelijke en/of functionele knelpunten Het regionaal gronduitgifteprotocol is een instrument om te zorgen dat een zorgvuldige afweging plaatsvindt alvorens nieuwe ruimte beschikbaar wordt gesteld.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische Visie Cuijk 2030 De gemeenteraad heeft op 16 juni 2012 de Strategische Visie Cuijk 2030 opgesteld. De visie geeft aan hoe de gemeente Cuijk met toekomstige ontwikkelingen om kan gaan en hoe de gemeente sturing kan geven aan haar toekomst. De visie onderstreept het belang van regionale samenwerking, al dan niet met accenten die recht doen aan de eigenheid van de gemeente. De gemeente Cuijk wil zich daarbij ontwikkelen als toeristische poort naar de regio. Daarnaast is in de visie een toekomstbeeld geschetst voor onder meer bedrijvigheid, wonen en zorg en welzijn. In de strategische visie is aangegeven hoe de gemeente Cuijk zich wil profileren op het gebied van economie en bedrijvigheid. De gemeente wil, samen met de regio, inzetten op verbreding van economische sectoren en van diversiteit in de werkgelegenheid. Er wordt geïnvesteerd in een kwaliteitsimpuls op de bestaande bedrijventerreinen, zodat deze weer voldoen aan de behoeften van bedrijven in deze tijd.

Blad 31 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Met de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker wil de gemeente haar positie als strategische vestigingsplaats tussen de diverse 'ports' (Food en Health Valley, Greenport en Brainport) een herkenbaar gezicht geven. Door ontwikkeling van het bedrijventerrein kan Cuijk werkgelegenheid (blijven) bieden aan personeel tot buiten de gemeentegrenzen. Duurzame oplossingen voor bedrijven met een zwaardere milieucategorie zijn van belang om overlast voor de omgeving te voorkomen. Daarnaast moet er aandacht zijn voor combinaties van bedrijfsleven en onderwijs.

3.3.2

Structuurvisie Cuijk 2030 De gemeenteraad heeft op 25 september 2017 de Structuurvisie Cuijk 2030 vastgesteld. In de visie is, als ruimtelijke doorvertaling van de Strategische Visie Cuijk 2030, een omslag gemaakt naar (duurzaam) kwaliteitsdenken. Belangrijke doelen in de verdere ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente zijn het marktbestendig maken van plannen en het beheren en kwalitatief optimaliseren van de bestaande voorraad. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen aan van de ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van de gemeente tot 2030. Door de strategische ligging, de goede ontsluiting en het prettige ondernemersklimaat kent de gemeente Cuijk een veelzijdige industriële sector, verspreid over meer dan 300 hectare bedrijventerreinen. Bedrijven in met name de logistiek, de voedingsindustrie, de papierindustrie, de nonwoven-industrie en de metaalindustrie bevinden zich op de grote bedrijventerreinen. Daarnaast zorgt de handel en reparatiesector voor veel werkgelegenheid. Twee voor de toekomst belangrijke bedrijventerreinen zijn Regionaal Bedrijvenpark Laarakker en Haven Cuijk. Deze terreinen bieden ruimte voor zwaardere bedrijvigheid en zijn, ook door hun strategische ligging, daarmee aantrekkelijk voor bedrijven.

Uitsnede Structuurvisie Cuijk 2030

Blad 32 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

In de structuurvisie is onderscheid gemaakt in twee deelgebieden: het op de hogere gronden gelegen Dynamisch Cuijk en Vitaal landelijk Cuijk in het lager gelegen gebied. Regionaal Bedrijvenpark Laarakker valt, net als de kern Cuijk en de omgeving van de Kraaijenbergse Plassen (met de dorpen Beers, Linden en Katwijk), binnen Dynamisch Cuijk. De aanwezige dynamiek in Dynamisch Cuijk dient behouden te blijven en versterkt te worden. Belangrijk is dat dit gebied zich blijft ontwikkelen, zowel in landschappelijk als in economisch opzicht, om haar nieuwe identiteit en kwaliteit inhoud en vorm te kunnen geven. Ten opzichte van Vitaal landelijk Cuijk biedt Dynamisch Cuijk meer mogelijkheden voor ‘stedelijke’ ontwikkelingen en/of grootschaligere of bezoekersintensievere ontwikkelingen die bijdragen aan de ambitie om een aangename en veelzijdige leef- en werkomgeving te creëren met goede basisvoorzieningen en oog voor kwaliteit en duurzaamheid. Op de structuurvisiekaart is het volledige bedrijventerrein Laarakker (Noord, Zuid én Noordwest) aangeduid als bedrijventerrein. Met de komst van Laarakker beschikt de gemeente over een terrein voor de zwaardere bedrijven binnen de sectoren industrie, handel, afval en logistiek, gelegen aan de A73 (zichtlocatie), op de grens van Noord-Brabant, Limburg en Gelderland en op 20 minuten van het internationaal vliegveld Weeze.

Op het terrein is er ook ruimte voor bedrijven die een toegevoegde waarde leveren voor de regionale economie, zoals food-, pharma- en health-bedrijven. Op Laarakker wordt een duurzame en innovatieve ontwikkeling voorgestaan. Duurzaamheid vertaalt zich onder meer door het gebruik van innovatieve en milieuvriendelijke concepten op het gebied van water, milieu en energie. Ook parkmanagement en een open glasvezelnetwerk spelen hierbij een rol.

3.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Cuijk 2011-2021 In 2011 heeft de gemeenteraad het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Cuijk vastgesteld. In het LOP is de gewenste ontwikkeling van het landschap verbeeld en beschreven. Het LOP dient enerzijds als toetsingskader voor ontwikkelingen in het landschap en geeft anderzijds richting aan de wijze waarop de kwaliteit van de omgeving kan worden versterkt of verbeterd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ontwikkelingen als herstel van het kleinschalige landschap of de ontwikkeling van aantrekkelijke dorpsentrees. Het LOP geeft een integrale visie op de ontwikkeling van het landschap in de gemeente. Het Land van Cuijk is één van de best bewaarde fossiele rivierenlandschappen in Nederland, met een kenmerkende zuidoost-noordwestgerichte richting. In het buitengebied zijn structuren en elementen van dit landschap herkenbaar, hoewel de herkenbaarheid in de loop der jaren is aangetast door grootschalige en kleinschalige ontwikkelingen in het gebied. In de huidige ruimtelijke opbouw zijn vier landschapstypen te onderscheiden. Van noordoost naar zuidwest zijn dat het Maasdallandschap, het oeverwallenlandschap, het oude rivierenlandschap en het broeklandschap. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in het oude rivierenlandschap, dat is gevormd op de Maasterrasvlakte met oude riviergeulen.

Door veranderingen in het grondgebruik is de herkenbaarheid van het landschap deels verminderd. De Laarakkerse Waterleiding is nog een goed voorbeeld van een herkenbare geul en het Duits Lijntje is een bijzondere landschapsstructuur, die het landschap van west naar oost doorsnijdt en op veel plaatsen een groene inrichting heeft. Bij de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker worden deze landschapselementen gerespecteerd. De visie voor het halfopen rivierenlandschap is gericht op het behoud en de ontwikkeling van een afwisselend landschap met bosjes, graslanden en kleine landschapselementen. Bedrijvenpark Laarakker wordt landschappelijk ingepast, waarbij bestaande groen- en landschapsstructuren als basis kunnen dienen. De Laarakkerse Waterleiding en het Duits Lijntje spelen hierbij een rol.

Blad 33 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Onderdeel van het LOP is een uitvoeringsplan, waarin een uitvoeringsstrategie is geformuleerd. Onderdeel hiervan is een 'rood-met-groen-koppeling': bij 'rode' ontwikkelingen kan geld worden gestort in een landschapsfonds, waarmee uitvoering kan worden gegeven aan de visie en de concrete projecten die in het LOP zijn benoemd. Hiermee kan tevens invulling worden gegeven aan de regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap die in de provinciale Interim omgevingsverordening zijn opgenomen. Eén van de 'topprojecten' in het uitvoeringsplan is het behoud en de versterking van het half-open rivierenlandschap. Onderdeel hiervan is de aanleg van 15 kilometer houtsingels, die worden gerealiseerd als compensatie voor het verdwijnen van leefgebied van de das ten gevolge van de realisering van Bedrijvenpark Laarakker. Daarnaast wordt, in het kader van het Integraal Gebiedsplan Laarakkerse Waterleiding, het landschap rond deze watergang versterkt door onder meer de aanleg van houtwallen, struweel en poelen.

3.3.4

Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Cuijk 2016-2023 De Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Cuijk 2016-2023 bevat het gemeentelijke beleidskader voor parkeren. In de parkeernota is de gemeentelijke parkeervisie verwoord. De ambitie is om alle functies en locaties in de gemeente goed bereikbaar te maken en te houden, door zorg te dragen voor voldoende en kwalitatief hoogwaardige parkeerplekken voor auto’s en fietsen. In de parkeernota is specifiek beleid voor het parkeren in en rond het Cuijkse centrum geformuleerd, omdat dat gebied als maatgevend wordt beschouwd. Voor de overige delen van de gemeente gelden algemene uitgangspunten. Een essentiële pijler voor het parkeerbeleid is de Nota Parkeernormen, die als bijlage bij de Parkeernota is opgenomen. De Nota Parkeernormen schrijft voor nieuwe ontwikkelingen een zodanig aantal parkeerplaatsen voor, dat wordt voorzien in de in te schatten parkeervraag. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwbouw, verbouw, in-/uitbreiden en functiewijziging) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormen inhoud gegeven aan de parkeervraag. Het type kern of buitengebied, de ligging binnen de gemeente, het type bebouwing en de functie bepalen welke parkeernorm moet worden toegepast. De gemeente Cuijk hanteert altijd de actuele parkeernormen. Primair geldt dat de parkeervraag binnen de planontwikkeling wordt ingepast.

Als dat niet mogelijk is, is het geen vanzelfsprekendheid dat openbare parkeerplaatsen de extra parkeervraag opvangen. Als meerdere functies in één gebied aanwezig zijn, hoeft niet zonder meer het berekende aantal parkeerplaatsen per functie te worden gerealiseerd. Omdat in die gevallen vaak gecombineerd gebruik van dezelfde parkeerplaatsen (dubbelgebruik) mogelijk is, mag op basis van aanwezigheidscijfers per functie het totale aantal parkeerplaatsen worden gecorrigeerd. Daarbij is wel de ligging van de parkeerplaatsen van belang: parkeerplaatsen die te ver weg liggen, mogen niet in de parkeerbalans worden betrokken. Als bijlage bij de Parkeernota is een overzicht met parkeernormen en aanwezigheidspercentages opgenomen. Voor Bedrijvenpark Laarakker is het uitgangspunt dat bedrijven op eigen terrein volledig in de parkeerbehoefte voorzien en daarnaast voldoende ruimte vrijhouden voor laden en lossen. In de openbare ruimte worden geen parkeerplaatsen en laad- en losvoorzieningen aangelegd. In dit bestemmingsplan is de regeling voor parkeren en de huidige daarbij horende normstelling rechtstreeks vertaald in een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’ en ‘Bedrijventerrein – 2’. Hiermee wordt normering van parkeren vastgelegd voor de toetsing van bouwplannen en bij gebruikswijzigingen.

Blad 34 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4

Uitvoeringsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Algemeen De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) 3 is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. De Wet milieubeheer onderscheidt twee vormen van milieueffectrapportages, te weten de milieueffectrapportage voor plannen (planm.e.r.) en de milieueffectrapportage voor projecten (project-m.e.r.). Ten behoeve van de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker Zuid en Noordwest is in 2015 een milieueffectrapportage verricht, die is gekoppeld aan het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’. De plan-m.e.rverplichting voor dat bestemmingsplan kwam zowel voort uit het Besluit milieueffectrapportage als uit de Natuurbeschermingswet 1998: - Het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' was kaderstellend voor m.e.r.-plichtige activiteiten, aangezien het bestemmingsplan ontwikkelingsmogelijkheden bood voor industriele activiteiten die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient in dat geval voor het bestemmingsplan een plan-m.e.r.-procedure te worden doorlopen. - Als gevolg van de ontwikkeling van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving niet op voorhand uit te sluiten.

Ingevolge de natuurwetgeving is daarom in het kader van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ een passende beoordeling opgesteld. Hieruit volgde de verplichting tot het doorlopen van een plan-m.e.r.-procedure. In 2015 is daarom een milieueffectrapport (MER) opgesteld, dat als bijlage bij het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ is opgenomen4. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de procedure voor besluitvorming over dat bestemmingsplan. Laarakker Noordwest als onderdeel van het MER In het MER zijn de effecten van de ontwikkeling van Laarakker Zuid én Laarakker Noordwest onderzocht. Hoewel aan Laarakker Noordwest in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ (tijdelijk) een agrarische bestemming is gegeven, was in het voorontwerpbestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de agrarische bestemming voor Laarakker Noordwest weer om te zetten in een bedrijfsbestemming. Deze wijzigingsbevoegdheid is uiteindelijk vervallen, maar in het MER is de volledige ontwikkeling – dus inclusief de ontwikkeling van Laarakker Noordwest op basis van de wijzigingsbevoegdheid – beoordeeld. De wijzigingsbevoegdheid die in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ was opgenomen, was gebaseerd op de bouw- en gebruiksmogelijkheden die in het destijds geldende bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ voor Laarakker Noordwest waren opgenomen.

In voorliggend bestemmingsplan zijn de bestemmingen - en de daarbij behorende bouw- en gebruiksmogelijkheden - op hoofdlijnen overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’. 3 4

De milieueffectrapportage (afgekort als m.e.r) is de procedure waarbinnen het milieueffectrapport (afgekort als MER) wordt opgesteld Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps, Antea Group, 18 maart 2015

Blad 35 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, past daarmee binnen de ‘voorgenomen activiteit’ die in het MER is beoordeeld. Het Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps is daarom als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. In de volgende paragraaf worden de conclusies uit het MER toegelicht. Geen kaderstellend plan Er kan een (hernieuwde) plan-m.e.r.-plicht ontstaan als een bestemmingsplan kaderstellend is voor de vestiging van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige bedrijfsmatige activiteiten. Omdat Laarakker Noordwest hoofdzakelijk wordt ontwikkeld voor lokale bedrijven in de lichtere milieucategorieën (milieucategorie 2 en 3), is in de planregels bepaald dat m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige bedrijven niet zijn toegestaan. Het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noordwest’ is dus geen kaderstellend plan voor de vestiging van m.e.r.-(beoordelings)plichtige bedrijven. Daarom is er geen sprake van een (hernieuwde) plan-m.e.r.-plicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Laarakker Noordwest is onderdeel is van het MER uit 2015. Er geldt daarom voor dit bestemmingsplan geen verplichting meer voor het uitvoeren van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk sprake van de realisering van een opvolgende fase van een industrieterrein waarvoor reeds een m.e.r.

is uitgevoerd en waarvan de milieueffecten in het MER inzichtelijk zijn gemaakt. Omdat dit bestemmingsplan niet kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige bedrijven, geldt ook vanuit deze route geen verplichting tot het uitvoeren van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling. In dit geval is er echter voor gekozen om toch een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is geverifieerd in hoeverre het MER uit 2015 nog aansluit bij de actuele onderzoeken en uitgangspunten voor Laarakker Noordwest en is in beeld gebracht of er sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding zijn voor het doorlopen van een nieuwe m.e.r.procedure. In de volgende paragrafen wordt eerst het MER uit 2015 toegelicht. Daarna wordt ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.1.2

Milieueffectrapport Een milieueffectrapport (MER) geeft inzicht in de (mogelijke) milieueffecten van een voorgenomen activiteit. Door de milieueffecten in een vroeg stadium in beeld te brengen is het mogelijk om verschillende alternatieven en/of varianten af te wegen en keuzes te maken. Hierdoor krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. Het MER voor Laarakker: - geeft inzicht in de (mogelijke) milieueffecten van Bedrijvenpark Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest in het plangebied zelf en op de omgeving; - geeft tevens inzicht in de (mogelijke) milieueffecten van de tijdelijke uitruil van de ontwikkeling van de gronden van Laarakker Zuid met de gronden van Laarakker Noordwest; - levert de milieu-informatie die nodig is om keuzes in het bestemmingsplan te onderbouwen; - en kan aanbevelingen bevatten om milieugevolgen tegen te gaan. In het MER is uitgegaan van de realisatie van zowel Laarakker Zuid als Laarakker Noordwest. Vanuit de m.e.r.-optiek bestaan de voorgenomen activiteiten daarom uit de realisatie van bedrijvenpark Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest, met een bruto oppervlakte aan bedrijventerreinbestemming van 17,2 + 12,5 = 29,7 hectare. Voor het totale bedrijventerrein (Laarakker Noord, Laarakker Noordwest én Laarakker Zuid) bedraagt de bruto oppervlakte van de bedrijventerreinbestemming 86,2 hectare.

Binnen deze bruto vloeroppervlakte wordt maximaal 66 hectare uitgegeven als bedrijfsperceel (netto uitgeefbare oppervlakte).

Blad 36 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Alternatieven en varianten In het MER is uitgegaan van één alternatief dat aan de hand van uitgebreid onderzoek is bepaald. Alternatieve locaties voor de realisering van een regionaal bedrijventerrein in de regio Land van Cuijk zijn niet voorhanden. Het alternatief (de voorgenomen activiteit) betreft: - de ontwikkeling van Laarakker Noordwest als lokaal bedrijventerrein; - de ontwikkeling van Laarakker Zuid als regionaal bedrijventerrein. Binnen Laarakker Zuid zijn in het MER twee varianten beschouwd: - variant 1 is een invulling van Laarakker Zuid met maximaal milieucategorie 5.1; - variant 2 is een invulling van Laarakker Zuid waarbij op het centrale deel van het terrein (vanaf een afstand van 400 meter van woningen) bedrijven in milieucategorie 5.2 zijn toegestaan. Daarnaast is een tussenvariant beschouwd, waarbij in deelgebied Laarakker Noordwest de gronden voor agrarische doeleinden worden gebruikt en Laarakker Zuid is ingevuld met een maximale milieucategorie 5.1 (conform variant 1). De varianten zijn beschouwd voor het jaar 2025, waarbij de situatie mét het voornemen (ontwikkeling Laarakker Zuid en Noordwest) is vergeleken met de situatie zónder deze ontwikkeling. In deze referentiesituatie is ervan uitgegaan dat alle ruimtelijke plannen in de omgeving van Laarakker Zuid waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden zijn uitgevoerd.

Het betreft met name de ontwikkeling van Laarakker Noord en Noordwest (conform het onherroepelijke bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker') en de aanleg van de nieuwe randweg rond Haps. Conclusie In het MER heeft een beoordeling van de effecten van de realisering van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest plaatsgevonden. De gehanteerde beoordelingsschaal gaat uit van gradaties die uiteenlopen van zeer positief (++) tot zeer negatief (--). In het MER is een beoordelingstabel opgenomen, die op de volgende pagina is weergegeven. Per thema/milieuaspect zijn in het MER conclusies getrokken over de invloed van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest. Geconcludeerd is dat de effecten als gevolg van de ontwikkeling over het algemeen neutraal tot licht negatief scoren. Deze score is relatief licht als wordt gekeken naar de aard van de ontwikkeling. Er wordt voldaan aan alle wettelijke normen, bijvoorbeeld op het gebied van luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. De relatief lichte effecten die samenhangen met de realisering van het bedrijventerrein hebben vooral te maken met de ligging van het terrein ten opzichte van grotere woongebieden en met het toepassen van een goede inwaartse en uitwaartse milieu- en geluidzonering.

De (licht) negatieve effecten hebben betrekking op: - de verkeersafwikkeling/bereikbaarheid: op de N264 verslechtert de I/C-verhouding als gevolg van de planontwikkeling; - de geluiduitstraling van de nieuwe bedrijven en wegen op de omliggende woningen; - de uitstoot van stikstofdioxide als gevolg van de nieuwe bedrijvigheid en aanverwante toename van verkeersstromen; - de toename van het groepsrisico als gevolg van eventuele risicovolle activiteiten binnen het plangebied; - de geurbelasting vanuit het plangebied op de omliggende geurgevoelige bestemmingen; - de invloed op eventueel aanwezige archeologische waarden, historische kenmerken en openheid van het plangebied;

Blad 37 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

-

het verdwijnen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen en de huismus (ondanks mitigerende maatregelen).

In het MER zijn voor een aantal thema's mitigerende en optimaliserende maatregelen benoemd, die de impact van de ontwikkeling op zijn omgeving verminderen. Op basis van het MER kan worden geconcludeerd dat de milieueffecten van de ontwikkeling van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest relatief beperkt zijn. Er is, mits een aantal mitigerende maatregelen wordt getroffen, geen sprake van belemmeringen voor de ontwikkeling.

Beoordelingstabel variant 1 en 2 (Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps

4.1.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een aanmeldingsnotitie, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen.5 In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is het voornemen getoetst aan criteria die zijn ontleend aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. 5

Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Laarakker Noordwest, Antea Group, 18 november 2021

Blad 38 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Dit zijn criteria die betrekking hebben op de kenmerken van de activiteit, op de plaats van de activiteit en op de kenmerken van het potentiële effect. De kenmerken van het potentiële effect zijn onderzocht aan de hand van onderzoeken die zijn verricht ten behoeve van het bestemmingsplan en MER in 2015 en aan de hand van onderzoeken die in het kader van dit bestemmingsplan zijn geactualiseerd, bijvoorbeeld omdat wet- en regelgeving in de tussentijd is gewijzigd of omdat een specifiek onderzoek naar het plangebied van Laarakker Noordwest nodig is. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt – net als uit het MER van 2015 - dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan en ten aanzien van de potentiële effecten die zouden kunnen leiden tot belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse, mits de noodzakelijke mitigerende maatregelen worden getroffen vanwege de aanwezigheid van een dassenburcht en met het oog op de gasloze aanleg van het bedrijventerrein. Er is daarom geen aanleiding om een (nieuwe) m.e.r.-procedure te doorlopen voor dit bestemmingsplan.

4.1.4

Verrichte onderzoeken In het MER zijn de relevante milieueffecten van de voorgenomen activiteit per thema (en per variant) beschreven. Hiertoe zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn voor een deel nog actueel, in ieder geval waar ze gaan over de ontwikkeling van het totale bedrijventerrein Regionaal Bedrijvenpark Laarakker. De prognoses voor de toename van het verkeer vanwege de realisering van het bedrijventerrein zijn bijvoorbeeld ongewijzigd, aangezien de uitgangspunten voor de omvang van het bedrijventerrein en de toegelaten milieucategorieën nog gelijk zijn aan de uitgangspunten die in het MER zijn gehanteerd. Hetzelfde geldt voor de ligging van de geluidzone rond het bedrijventerrein. De geluidzone is gebaseerd op de maximale milieucategorieën die in de verschillende bestemmingsplannen voor Regionaal Bedrijvenpark Laarakker zijn of worden toegestaan en de milieuzonering zoals opgenomen in die bestemmingsplannen is ongewijzigd ten opzichte van de milieuzonering die in het MER – en het daaraan ten grondslag liggende akoestisch onderzoek – is onderzocht. Voor sommige milieuaspecten geldt dat een actualisatie dan wel een specifiek onderzoek voor Laarakker Noordwest nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=d45da80f-5d46-4eac-b426-3ea980305e7f