CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Bedrijvenpark Laarakker Noordwest_Toelichting.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter bespreking) Voorstel inzake Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest31.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit geldt bijvoorbeeld voor het natuuronderzoek (actueel onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten), voor bodem (specifiek bodemonderzoek voor het plangebied van Laarakker Noordwest) en archeologie (specifiek archeologisch onderzoek voor het plangebied van Laarakker Noordwest). In de volgende paragrafen worden de milieuaspecten beschreven die relevant zijn voor het bestemmingsplan. Daarbij wordt deels teruggevallen op het MER en wordt deels verwezen naar actuele onderzoeken die specifiek voor Laarakker Noordwest zijn verricht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Algemeen Milieuzonering is erop gericht een ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen milieubelastende en milieugevoelige activiteiten. Door het toepassen van milieuzonering kan in het ruimtelijk spoor worden vastgelegd op welke gronden bepaalde categorieën bedrijvigheid worden toegestaan. Hierbij wordt bedrijvigheid in een hogere milieucategorie op grotere afstand van woningen toegestaan dan bedrijven in een lagere milieucategorie. Het doel van milieuzonering is tweeledig:

Blad 39 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

-

door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige bestemmingen al in het ruimtelijk spoor voorkomen; door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de toelaatbare milieucategorieën kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van 1 (indicatieve afstand 10 meter) tot 6 (indicatieve afstand 1.500 meter). Milieuzonering vindt plaats door op de verbeelding en/of in de regels van het bestemmingsplan de maximale milieucategorie van bedrijven te regelen. Via een staat van bedrijfsactiviteiten, die wordt gekoppeld aan de planregels, wordt daarnaast geregeld welke typen bedrijvigheid toelaatbaar zijn. Door het opnemen van een zonering en een staat van bedrijfsactiviteiten kan op bestemmingsplanniveau worden voorzien in voldoende afstand tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies (grofmazige toetsing).

Wanneer daadwerkelijk sprake is van de vestiging van een nieuw bedrijf vindt in het kader van de milieuvergunning (omgevingsvergunning voor milieu) of het Activiteitenbesluit milieubeheer altijd een nadere (fijnmazige) toetsing plaats.

4.2.2

Milieuzonering Laarakker Noordwest In het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ (2009) was voor Laarakker Noordwest al voorzien in een milieuzonering. Voor het bepalen van deze milieuzonering is gebruik gemaakt van de systematiek van inwaartse zonering, waarbij rekening is gehouden met de omliggende woningen en andere gevoelige functies. Conform deze systematiek worden de indicatieve afstanden uit de VNG-brochure uitgezet vanuit de gevoelige objecten in de omgeving van het bedrijventerrein, om op die manier te bepalen welke milieucategorieën maximaal toelaatbaar zijn. In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor woningen in een gemengd gebied mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. In de volgende tabel zijn de milieucategorieën met bijbehorende indicatieve afstand weergegeven. milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Blad 40 van 75

richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Overeenkomstig de VNG-brochure kunnen woningen die op korte afstand van een ontsluitingsweg staan of die zich bevinden in een gebied met matige tot sterke functiemenging (afwisseling van woningen met (agrarische) bedrijven en/of andere niet-woonfuncties) worden beschouwd als woningen in een gemengd gebied. Ook lintbebouwing in het buitengebied, met een afwisseling tussen woningen en (agrarische) bedrijvigheid wordt aangemerkt als gemengd gebied. Lokaal bedrijventerrein De milieuzonering zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ is overgenomen in dit bestemmingsplan. Dit betekent dat op het lokale bedrijventerrein bedrijven zijn toegestaan in de milieucategorieën 2 en 3.1. Op grond van de VNG-brochure geldt voor bedrijven in milieucategorie 3.1 een indicatieve afstand van 30 meter tot woningen in een gemengd gebied en 50 meter tot woningen in een rustig woongebied of een rustig buitengebied. Door de brede landschappelijke zones aan de west- en zuidzijde van het bedrijventerrein bedraagt de afstand tussen de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ en de woonpercelen aan de Cuijkseweg minimaal 65 meter. De afstand van de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ tot de gevels van woningen is nog groter: de dichtstbijzijnde woning (Cuijkseweg 4) staat op ruim 75 meter van de grens van de bedrijfsbestemming.

Hiermee wordt ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter die volgens de VNG-brochure geldt tot woningen in een rustig buitengebied. Overigens wordt de geluidbelasting ter plaatse van de woningen in de omgeving – die veelal bepalend is voor de milieuhinder van bedrijven in de lichtere milieucategorieën – ingeperkt door de geluidzone en de waarden voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting die zijn vastgesteld ter plaatse van deze woningen (zie ook paragraaf 4.6). Voor het (maatgevende) aspect geluid is dus niet de maximale milieucategorie bepalend, maar de ligging van de geluidzone en de hogere waarden die ter plaatse van woningen zijn verleend. Regionaal bedrijventerrein Voor de milieuzonering op het regionale bedrijventerrein is de (bedrijfs)woning aan de Schuttersweg 2 maatgevend. Door middel van aanduidingen op de verbeelding is geregeld dat binnen een afstand van 200 meter van deze woning bedrijven in maximaal milieucategorie 4.1 mogen worden gevestigd. In het overige deel van de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ geldt een maximale milieucategorie 4.2. Hiermee wordt overal voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure.

Naast een maximale milieucategorie geldt binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ ook een minimale milieucategorie: minimaal milieucategorie 3.1 waar maximaal milieucategorie 4.1 is toegestaan en minimaal milieucategorie 3.2 waar maximaal milieucategorie 4.2 is toegestaan. Hierdoor wordt voorkomen dat op het regionale bedrijventerrein bedrijven in de lichtste milieucategorieën worden gevestigd. Afwijkingsmogelijkheid minimale en maximale milieucategorie Bij toepassing van de regels voor de minimale milieucategorieën van bedrijven is in de praktijk gebleken dat het voorschrijven van een minimale milieucategorie niet per definitie leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik, maar zorgvuldig ruimtegebruik juist in de weg kan staan omdat bedrijven niet altijd op de meest geschikte locatie kunnen worden gevestigd. In dit bestemmingsplan is daarom een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd die vestiging van bedrijven in milieucategorie 3.1 onder voorwaarden ook mogelijk maakt op gronden waar de maximale milieucategorie 4.2 bedraagt.

Blad 41 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Als het perceel gedeeltelijk ligt op gronden die zijn aangeduid als ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ kan van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt. De planregels kennen daarnaast een afwijkingsmogelijkheid voor bedrijvigheid die (formeel) in een hogere milieucategorie valt dan is toegelaten. Als de bedrijfsactiviteiten die in een hogere milieucategorie vallen qua milieubelasting, aard en omvang zijn te vergelijken met bedrijfsactiviteiten in een lichtere milieucategorie, dan kunnen deze bedrijven door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de planregels worden toegestaan. Staat van bedrijfsactiviteiten Als bijlage bij de regels is een staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen. Als een bedrijf zich op een bepaalde locatie in het plangebied wil vestigen, wordt getoetst of het bedrijf in de toegestane milieucategorie valt. Daarnaast wordt getoetst of het type bedrijf is opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten. Bedrijvigheid die niet voorkomt in de staat van bedrijfsactiviteiten, maar die daarmee gelijk te stellen is, is slechts toelaatbaar door middel van afwijking. De staat van bedrijfsactiviteiten bestaat uit een selectie uit de bedrijvenlijst van de VNG-brochure, die is afgestemd op de specifieke mogelijkheden en de gewenste invulling en de beoogde beeldkwaliteit van het bedrijventerrein.

Uitgesloten van vestiging zijn (op enkele uitzonderingen na) activiteiten als landbouw, grond- en delfstoffenwinning, detailhandel, kantoren en sociaal-culturele en recreatieve voorzieningen. Daarnaast zijn fysiek op deze locatie ‘onmogelijke’ activiteiten uit de lijsten verwijderd.

4.3

Bodem

4.3.1

Algemeen In verband met de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is inzicht nodig in de bodem- en grondwaterkwaliteit van de gronden waarop (bouw)werkzaamheden zijn voorzien. De bodem moet geschikt zijn, of geschikt te maken zijn, voor het voorgenomen gebruik van de gronden. Een bodemonderzoek is niet alleen gekoppeld aan een bestemmingsplan of inpassingsplan, maar is ook onderdeel van omgevingsvergunningaanvragen voor bouwen.

4.3.2

Historisch bodemonderzoek Om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezigheid van verontreinigingen in het plangebied is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. 6 De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Het onderzoek heeft bestaan uit een inventarisatie van de aan- of afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen, onder op basis van eerder verrichte bodemonderzoeken in het plangebied en de omgeving van het plangebied. In het historisch bodemonderzoek is geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in afdoende bekend is voor de bestemmingsplanherziening. Uit de bekende gegevens blijkt dat op en nabij de locatie geen verdachte activiteiten staan geregistreerd. Op en nabij de locatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Een aangetoonde asbestverontreiniging is reeds gesaneerd. Aan de hand van deze onderzoeken blijkt de locatie onverdacht. Verwacht wordt dat de grond voldoet aan de bodemkwaliteitskaart. Indien ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd, kan niet worden volstaan met de resultaten van het historisch onderzoek en dient een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 te worden uitgevoerd. 6

Historisch onderzoek Laarakker Noordwest te Haps, Antea Group, 16 februari 2021

Blad 42 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Bij de uitvoering van het verkennend onderzoek kan, afhankelijk van de oppervlakte van de locatie, worden uitgegaan van een (grootschalig) onverdachte, niet lijnvormige locatie.

4.4

Verkeer

4.4.1

Algemeen In het MER is ingegaan op de verkeerseffecten als gevolg van de ontwikkeling van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest. Op basis van het verkeersmodel van de gemeente Cuijk is geanalyseerd wat de impact is van de realisering van het bedrijventerrein op de aanwezige wegen. Hierbij is gekeken naar de aspecten verkeersafwikkeling/bereikbaarheid, verkeersveiligheid en effect op langzaam verkeer.

4.4.2

Verkeersafwikkeling/bereikbaarheid Het aspect verkeersafwikkeling/bereikbaarheid is in het MER kwantitatief beschouwd. Hierbij is onder andere gekeken naar routekeuze, etmaalintensiteiten en I/C-verhoudingen. Dit laatste criterium geeft de verhouding weer tussen de intensiteit (I) van een weg en de maximale capaciteit (C) van een weg. Hoe hoger de I/C-verhouding, hoe drukker het is en hoe minder goed de doorstroming en bereikbaarheid is. De volgende klassen geven aan of er sprake is van een vlotte doorstroming, een verslechterde doorstroming of dat het verkeersaanbod, in de piekuren of de spits, zo groot is dat er congestie optreedt. - I/C-verhouding < 80%: goede doorstroming; - I/C-verhouding tussen de 80 en 100%: matige doorstroming; - I/C-verhouding > 100%: overbelasting. Regionaal Bedrijvenpark Laarakker wordt ontsloten via de N264 en de A73. Via deze wegen wordt het overgrote deel van het verkeer afgewikkeld. Een klein deel van het verkeer zal via lokale wegen naar nabijgelegen kernen rijden. Als gevolg van de realisatie van bedrijventerrein Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest nemen de verkeersintensiteiten toe. De verkeerstoename is het grootste op de ontsluitingsweg vanaf het nieuwe bedrijventerrein op de N264 en in mindere mate op de Randweg Haps. De totale toename is circa 2.100 motorvoertuigen per etmaal.

Uit het verkeersmodel blijkt dat het verkeer vanaf en naar het bedrijventerrein grotendeels van en naar de A73 rijdt: circa 65%. Circa 10% van het verkeer rijdt via de N264 richting Gennep. De overige 25% maakt of gebruik van de Randweg Haps (circa 12%), rijdt via de N264 richting Haps en Cuijk (8%) of gebruikt kleinere wegen naar Laarakker Noord of andere bestemmingen (circa 5%). De toename van het verkeer op deze wegen is relatief beperkt. Uit een analyse van de verschillende wegen blijkt dat de verkeerstoename op de meeste wegen zeer beperkt is (minder dan 2% van het totale aanbod). Op de N264 tussen de Randweg Haps en de A73 is het aandeel extra verkeer ten gevolge van Laarakker Zuid met ruim 6% iets hoger. Als gevolg van de toename van het verkeer door de ontwikkeling van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest veranderen de I/C-verhoudingen op de meeste wegen niet of nauwelijks. Alleen op de N264 tussen de aansluiting Randweg en de oprit van de A73 verslechtert de I/C-verhouding van 93 heen/88 terug in 95 heen/98 terug. Door deze verslechtering zal in de avondspits de congestie op de kruising met de N264, Randweg Haps en de ontsluiting van het bedrijventerrein toenemen, hetgeen langere wachtrijen als gevolg heeft.

Blad 43 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Ten opzichte van de referentiesituatie is echter sprake van een lichte verslechtering, omdat ook zonder realisering van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest al sprake zal zijn van congestie en deze alleen in de spitsperioden iets verslechtert. Op de overige wegen en de A73 is geen sprake van een significante wijziging in de I/C-verhoudingen, die leiden tot meer of minder congestie.

4.4.3

Nadere analyse kritieke kruisingen Voor de kruisingen tussen de Randweg Haps en N264 en de op- en afritten van de A73 zijn in het kader van de aanleg van de Randweg Haps extra kruispuntanalyses uitgevoerd. Uit deze analyses is destijds gebleken dat de kruisingen aangepast dienden te worden. Inmiddels is de Randweg Haps gerealiseerd en is de ontsluiting van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker vanaf de N264 en de Oeffeltseweg gereed. Op beide kruisingen is een VRI gerealiseerd. Met de inrichting van de kruisingen (aantal opstelstroken, lengte van de opstelstroken) is rekening gehouden met het verkeer van en naar Regionaal Bedrijvenpark Laarakker. Omdat is gekozen voor kruisingen met VRI’s is sprake van een robuuste oplossing, waarmee het verkeer afkomstig van Laarakker Zuid, Laarakker Noord én Laarakker Noordwest adequaat kan worden afgewikkeld. Ook ter plaatse van de op- en afritten naar de A73 zijn de kruisingsvlakken aangepast en voorzien van VRI’s.

4.4.4

Sluipverkeer De realisatie van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest heeft een toename van het verkeer als gevolg. Het grootste deel van dit extra verkeer zal echter direct de A73 of de Randweg Haps gebruiken. Een klein percentrage van het verkeer kiest een route over lokale wegen. Dit is veelal bestemmingsverkeer en heeft weinig andere keuzes. Dit verkeer kan niet worden aangemerkt als sluipverkeer.

4.4.5

Verkeersveiligheid Het verkeersaanbod op de diverse wegen neemt licht toe. Omdat deze toename procentueel zeer beperkt is, is geen sprake van een verslechtering van de verkeersveiligheid. De verkeersstructuur binnen het bedrijventerrein wordt geschikt gemaakt voor met name vrachtverkeer. Dit betekent dat er voldoende ruimte wordt geboden voor laden en lossen en ruime boogstralen. Hierdoor worden (kleinere) ongelukken voorkomen.

4.4.6

Langzaam verkeer Op het nieuwe bedrijventerrein zijn geen grote langzaam verkeersstromen aanwezig. Werknemers die met de fiets naar Laarakker komen, worden gefaciliteerd door de aanleg van voldoende brede wegen met goed zicht. De situatie voor langzaam verkeer verandert verder niet door de realisatie van Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest. De toename in verkeer vindt plaats op wegen waar geen fietsers aanwezig zijn of waar vrijliggende fietspaden liggen.

4.4.7

Ontsluiting Laarakker Noordwest Ten aanzien van de ontsluiting van bedrijventerrein Laarakker Noord en Laarakker Noordwest is gekozen voor een lus met een enkele aansluiting op de Oeffeltseweg en – in het verlengde daarvan – één aansluiting op de Randweg Haps. Deze ontsluiting levert de minste overlast op voor de omgeving. Door een enkele ontsluiting op de Oeffeltseweg wordt voorkomen dat op deze weg meerdere nieuwe aansluitingen moeten worden gemaakt.

Blad 44 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Het verkeer afkomstig van Laarakker Noordwest heeft via de Kokerbijl op Laarakker Noord een rechtstreekse verbinding met de kruising met de Oeffeltseweg.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bestuursorganen bevoegdheden - zoals het vaststellen van een bestemmingsplan - mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; c. het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate' en de 'Regeling niet in betekenende mate'. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO 2 en PM10 bijdragen (3% van 40 µg/m3 ofwel 1,2 µg/m3) als 'niet in betekenende mate' kunnen worden aangemerkt. Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven.

4.5.2

Luchtkwaliteitsonderzoek In verband met de ontwikkeling van Laarakker Noordwest is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd.7 De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. In het luchtkwaliteitsonderzoek zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen onderzocht, in beeld gebracht en beoordeeld. In het onderzoek zijn zowel de emissies vanuit de bedrijven (bedrijfsactiviteiten en mobiele bronnen op de bedrijfspercelen) als de emissies vanwege de toename van het wegverkeer (goederenvervoer en personenauto’s) meegenomen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen zijn berekend ter plaatse van de dichtst bij het plangebied gelegen locaties waar langdurige blootstelling plaats kan vinden. Het betreft locaties van woningen en bedrijfswoningen op het terrein en de eerstelijns woonbebouwing in de directe omgeving. Daarnaast zijn op maximaal 10 meter van de wegrand aan weerszijden van de relevante wegen toetspunten neergelegd. Waar de gevel van de bebouwing dichter bij de weg ligt, is deze afstand aangehouden. Aannemelijk is dat als op die beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden, ook op grotere afstand van de wegen wordt voldaan aan de grenswaarden. Uit de rekenresultaten blijkt het volgende:

7

Luchtkwaliteitonderzoek Bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest , Antea Group, 12 maart 2021

Blad 45 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

-

-

-

De hoogst berekende jaargemiddelde concentratie NO2 bedraagt 16,7 μg/m3. Deze waarde ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Per jaar mag de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 μg/m3) niet meer dan 18 keer worden overschreden. Er is geen sprake van meer dan 18 overschrijdingen. De hoogst berekende jaargemiddelde concentratie PM10 bedraagt 15,7 μg/m3. Deze waarde ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Per jaar mag de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie PM1o (50 μg/m3) niet meer dan 35 keer worden overschreden. Er is geen sprake van meer dan 35 overschrijdingen. De hoogst berekende jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 8,9 μg/m3. Deze waarde ligt ruim onder de grenswaarde van 25 μg/m3.

Op basis van het luchtkwaliteitsonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle toetspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.6

Geluid

4.6.1

Algemeen Op het grootste gedeelte van Bedrijvenpark Laarakker – namelijk op alle gronden die worden ontwikkeld als onderdeel van het regionale bedrijventerrein – is de vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegelaten. Hiermee is sprake van een 'industrieterrein' in de zin van de Wet geluidhinder8. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor bedrijventerreinen waar geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn gevestigd of zijn toegestaan een geluidzone moet worden vastgesteld. De geluidzone is het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting die wordt geproduceerd door alle bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd, niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Hierbij worden niet alleen de geluidzoneringsplichtige inrichtingen betrokken, maar alle bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd. Binnen de 50 dB(A)-contour zijn geen nieuwe geluidgevoelige functies (objecten en terreinen) toegestaan, tenzij een hogere waarde is verleend. Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen en scholen) beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai.

Anderzijds wordt door het vastleggen van een geluidzone akoestische ruimte gecreeerd waarover de bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein maximaal kunnen beschikken. Gezien de koppeling tussen de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer moet zowel bij ruimtelijke plannen als bij het verlenen van milieuvergunningen (omgevingsvergunningen voor milieu) rekening worden gehouden met de vastgestelde geluidzone rond een industrieterrein. Voor de toetsing van omgevingsvergunningen hanteert de gemeente Cuijk het Zonebeheerplan Regionaal Bedrijventerrein Laarakker, op basis waarvan de verdeling van geluidruimte plaatsvindt.

8

Industrieterrein: terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (begrip conform artikel 1 Wet geluidhinder)

Blad 46 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.6.2

Geluidzone Regionaal Bedrijvenpark Laarakker Omdat Laarakker Noord, Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest worden beschouwd als één industrieterrein is rond het terrein één zone van toepassing. De ligging van de geluidzone is op basis van akoestisch onderzoek berekend ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ in 2009 en is geactualiseerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ in 2015. De zone is door middel van twee parapluherzieningen (het bestemmingsplan ‘Geluidzone Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’, vastgesteld op 15 juli 2009, en het bestemmingsplan ‘Geluidzone Bedrijvenpark Laarakker Zuid’, vastgesteld op 20 april 2015) vastgelegd in de bestemmingsplannen die gelden voor de gronden rond het bedrijventerrein en is telkens overgenomen in nieuwe bestemmingsplannen. Binnen de zone staan verschillende woningen. Voor deze woningen zijn bij de vaststelling van de zone in 2009 en/of bij de wijziging van de zone in 2015 hogere waarden vastgesteld.

Geluidzone rond Regionaal Bedrijvenpark Laarakker

Bij het bepalen van de geluidzone is voor Laarakker Noord, Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest uitgegaan van de milieucategorieën zoals die in de verschillende bestemmingsplannen zijn vastgelegd. Voor Laarakker Noordwest is voor het bepalen van de zone en in het zonebeheerplan uitgegaan van de milieucategorieën zoals toegelaten in het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ (2009).

Blad 47 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Omdat de milieucategorisering uit dat bestemmingsplan is overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan, hoeft de geluidzone niet te worden aangepast. De ligging van de geluidzone blijft daarom ongewijzigd en de hogere waarden die eerder zijn verleend voor de woningen in de omgeving van het bedrijventerrein blijven maatgevend.

4.7

Water

4.7.1

Algemeen In ieder bestemmingsplan moet een waterparagraaf worden opgenomen, waarin is omschreven op welke wijze wordt omgegaan met de waterhuishoudkundige belangen. Voor Regionaal Bedrijvenpark Laarakker zijn in het verleden verschillende waterhuishoudkundige onderzoeken verricht, op basis waarvan de waterhuishoudkundige invulling van het bedrijventerrein is bepaald. In 2012 is een waterhuishoudkundig plan opgesteld voor Laarakker Noord en Noordwest, waarin het watersysteem op het bedrijventerrein is beschreven. In 2017 is het waterhuishoudkundig systeem op bergingscapaciteit en hydraulische capaciteit nader uitgewerkt naar een definitief ontwerp, rekening houdend met de huidige inzichten voor de invulling en verkaveling van het bedrijventerrein. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een actuele watertoets opgesteld, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen 9. In de watertoets is de huidige waterhuishoudkundige situatie in het plangebied in beeld gebracht en is het actuele waterbeleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas en de gemeente Cuijk beschreven. De concrete uitwerking van het waterhuishoudkundig plan is opgenomen in een uitwerking van het waterhuishoudkundig systeem, dat als bijlage bij de watertoets is opgenomen 10.

4.7.2

Uitwerking waterhuishoudkundig systeem Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten die zijn afgestemd met het waterschap is het waterhuishoudkundig systeem op Regionaal Bedrijvenpark Laarakker nader uitgewerkt naar een definitief ontwerp. Het waterhuishoudkundig systeem zoals hierna beschreven ziet op Laarakker Noord en Laarakker Noordwest gezamenlijk. Uitgaande van een verhard oppervlak van 51,3 hectare en een bergingseis van 63 mm, geldt een totale bergingsopgave van 32.319 m3. In de uitwerking zijn de volgende compensatiemaatregelen voorgesteld: − De norm voor perceelsgebonden berging (op eigen terrein) is 27,5 mm. Het totaal aan kavelgrootte binnen de verkaveling betreft 39,3 ha. Het verhardingspercentage is in de watertoetsprocedure vastgesteld op 90%. Dat betekent dat van de 39,3 ha 35,4 ha wordt verhard. In dat geval bedraagt de perceelsgebonden berging in totaal (35,4 ha x 27,5 mm x 10 =) 9.735 m 3. − De bergingsopgave in het openbare gebied is dan, na aftrek van de perceelsgebonden berging, (32.319 – 9.735 =) 22.584 m3. − In de watertoetsprocedure is een infiltratiereductie berekend op de bergingseis van 7.361 m 3. Deze is gebaseerd op de (lokale) hoge infiltratiecapaciteit van enkele bergingslaagten. Hierdoor wordt de bergingsopgave in het openbare gebied (22.584 m3 –7.361 m3) 15.223 m3.

De bergingslaagten die worden gerealiseerd aan de randen van het bedrijvenpark hebben een bergingsinhoud van: 9 Toelichting op de watertoets Laarakker noordwest, Antea Group, 13 november 2020 10 Herziening waterplan Regionaal Bedrijvenpark Laarakker, Kragten, 27 februari 2017

Blad 48 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

− − − − − − − −

Bergingslaagte 1: Bergingslaagte 2: Bergingslaagte 3: Bergingslaagte 4: Bergingslaagte 5: Bergingslaagte 6: Bergingslaagte 7: Bergingslaagte 8:

2.116 m3 1.090 m3 1.120 m3 bestemd voor inundatiecompensatie bestemd voor inundatiecompensatie 4.700 m3 vervallen in nieuwe verkaveling 7.826 m3

De totale inhoud van de bergingslaagten (exclusief de bergingslaagten die zijn bestemd voor inundatiecompensatie) bedraagt 16.852 m3. De bergingsopgave is dus ruimschoots ingepast, met een overcapaciteit van circa 1.600 m3. In de uitwerking zijn de aan te leggen greppels gedimensioneerd en is de hydraulische capaciteit ervan berekend. De greppels hebben voldoende capaciteit om bij een neerslaggebeurtenis met een herhalingstermijn van 100 jaar te voorkomen dat water komt te staan op de wegen op het bedrijventerrein. Voor extremere neerslaggebeurtenissen is voorzien in een escape-voorziening naar de Mondsestraatlossing, waar overtollig water het plangebied gecontroleerd kan verlaten. Geconcludeerd is dat op deze wijze wordt voorzien in een bergingscapaciteit die gelijkstaat aan 79,1 mm. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de bergingseis van 63 mm. Er is dus sprake van een robuust watersysteem.

4.7.3

A-watergangen De Laarakkerse Waterleiding, die aan de noordzijde van het bedrijventerrein ligt, is op de legger van het waterschap opgenomen als A-watergang. Ook de watergang langs de Mondsestraat, die recent is verlegd in verband met de verlegging en herinrichting van deze weg, is een A-watergang. A-watergangen hebben een beschermingszone van 5 meter, gemeten vanaf de insteek van de watergang. De regels en beperkingen die gelden binnen de beschermingszone zijn opgenomen in de Keur. Bepaalde werkzaamheden zijn uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de Algemene regels Keur 2015 of na het verlenen van een vergunning van het waterschap. Ook voor het oprichten van bouwwerken kan een vergunningplicht gelden.

4.7.4

Water in het bestemmingsplan De A-watergang langs de Mondsestraat is in dit bestemmingsplan bestemd als ‘Water’. Binnen alle overige bestemmingen is de aanleg van water en waterhuishoudkundige voorzieningen ook mogelijk. Het plan biedt daarmee maximale flexibiliteit om waterhuishoudkundige voorzieningen te realiseren, zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte. De aanleg en instandhouding van waterberging op eigen terrein is via een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’ en ‘Bedrijventerrein – 2’.

Blad 49 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven), transportroutes (over weg, spoor en water) en buisleidingen. Het beleid voor transportmodaliteiten is opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor inrichtingen het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden geprojecteerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang.

Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Als een ontwikkeling plaatsvindt binnen het invloedsgebied van een risicobron, is in veel gevallen een verantwoording van het GR nodig.

4.8.2

Onderzoek externe veiligheid Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een actueel onderzoek externe veiligheid verricht11. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: − Rijksweg A73; − Randweg Haps (N264); − lpg-tankstation Kalkhofseweg 41 A/B; − tankstations Schuttersweg en Klopsteen; − hoogspanningsleiding. Risicobeschouwing Ten aanzien van deze risicobronnen zijn in het onderzoek externe veiligheid de volgende conclusies getrokken.

11 Externe veiligheid Laarakker Noordwest, Antea Group, 3 februari 2021

Blad 50 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Rijksweg A73 − De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 10 meter en reikt niet tot het plangebied. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; − Een beschouwing van het groepsrisico is niet nodig vanwege de afstand tussen het plangebied en de weg (meer dan 200 meter); − Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Randweg Haps (N264) − Het invloedsgebied van de weg reikt niet tot het plangebied. Nadere beschouwing ten aanzien van het risiconiveau is daarom niet van toepassing. Lpg-tankstation Kalkhofseweg 41 a/b − Het invloedsgebied van het lpg-tankstation reikt niet tot het plangebied. Nadere beschouwing ten aanzien van het risiconiveau is derhalve niet van toepassing. Tankstations Schuttersweg 16 en Klopsteen 2 en 4 − De veiligheidsafstanden van deze tankstations reiken niet tot het plangebied. Nadere beschouwing van deze risicobronnen is derhalve niet van toepassing. Hoogspanningsleiding − De indicatieve zone bedraagt 60 meter aan weerszijden van de hoogspanningsleiding. Binnen deze zone moeten gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld scholen en kinderdagverblijven) worden vermeden: een bedrijventerrein wordt niet aangemerkt als gevoelige bestemming.

Verantwoording van het groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (A73). Bij deze risicobron kan een plasbrand, een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of een toxisch scenario optreden. Vanwege de afstand tussen het plangebied en de weg (circa 400 meter) is enkel het toxisch scenario relevant om te beschouwen. Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tankwagen lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een deel van de aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Uit de beschouwing van de verschillende risicobronnen blijkt dat een nadere beschouwing van het groepsrisico niet nodig is (afstand tussen de transportroutes en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter). De mogelijke bijdrage van Laarakker Noordwest aan de hoogte van het groepsrisico van de A73 zal nihil zijn.

Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is ten aanzien van de Rijksweg A73 verplicht. In de externe veiligheidsrapportage zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico beschreven, waarbij is ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Blad 51 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Het bevoegd gezag – de gemeenteraad van Cuijk – kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.8.3

Risicovolle inrichtingen in het bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarakker wordt hoofdzakelijk ontwikkeld om grootschalige bedrijven in de hogere milieucategorieën een passende vestigingslocatie te bieden in de regio Land van Cuijk. Om die reden zijn risicovolle inrichtingen onder voorwaarden toegestaan op het regionale deel van het bedrijventerrein (bestemd als ‘Bedrijventerrein – 2’). Vestiging van een risicovolle inrichting (een inrichting die onder het regime van het Bevi valt) is uitsluitend toegestaan als de PR 10-6/jaar contour of de generieke afstand die voor het betreffende bedrijf is opgenomen in de Regeling externe veiligheid inrichtingen binnen de grens van de inrichting of over het openbaar gebied ligt. Hiermee wordt voorkomen dat (beperkt) kwetsbare objecten op en rond het bedrijventerrein binnen een PR 10-6/jaar contour komen te liggen. Op het lokale deel van het bedrijventerrein (bestemd als ‘Bedrijventerrein – 1’) zijn risicovolle inrichtingen niet toegestaan.

4.9

Geurhinder

4.9.1

Algemeen In het landelijk gebied ten noorden van Laarakker Noord en Laarakker Noordwest zijn verschillende (intensieve) veehouderijen aanwezig. De geurhinder vanwege deze veehouderijen kan ontwikkelingen in de omgeving van de bedrijven beperken.

4.9.2

Geurhinder veehouderijen in de omgeving Schuttersweg 4, 6 en 8a Bij de actualisatie van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ in 2017 is onderzoek gedaan naar de geurhinder van de veehouderijen aan de Schuttersweg 4, 6 en 8a 12. Het onderzoek is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek is gebleken dat de vergunde 14 ouE/m3 geurcontouren vanwege alle drie de bedrijven aan de Schuttersweg buiten de bedrijfsbestemming van Laarakker Noord liggen en daarom geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van bedrijvigheid op het bedrijventerrein. De (worst case) defaultcontour van Schuttersweg 6 valt voor een klein deel wel over de bedrijfsbestemming, maar met de eigenaar van dat bedrijf zijn afspraken gemaakt dat uitsluitend de vergunde contour hoeft te worden gerespecteerd. In het onderzoek is daarom geconcludeerd dat de geurcontouren van deze veehouderijen geen belemmering opleveren voor de realisering van Laarakker Noord. Voor Laarakker Noordwest, dat op grotere afstand van deze veehouderijen ligt, geldt dezelfde conclusie. Cuijkseweg 25 Aan de Cuijkseweg 25, op circa 130 meter ten noorden van het plangebied, is een agrarisch bedrijf gevestigd waar voorheen varkens werden gehouden. Het bedrijf is inmiddels gestopt met het houden van varkens.

Omdat de stallen niet zijn voorzien van emissiearme stalsystemen is het conform het Besluit emissiearme huisvesting niet mogelijk om hier opnieuw varkens te houden. Er is daarmee vanwege dit bedrijf geen sprake meer van geurhinder waarmee bij de realisering van Laarakker Noordwest rekening moet worden gehouden.

12 Geuronderzoek Schuttersweg 4, 6 en 8a te Haps, Omgevingsdienst Brabant Noord, 30 augustus 2016

Blad 52 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.10

Archeologie

4.10.1

Algemeen De gemeente Cuijk heeft een bijzonder rijk bodemarchief. Op veel plaatsen zijn archeologische sporen aanwezig of te verwachten vanwege de bewoningsgeschiedenis gedurende de Romeinse tijd, maar ook vanwege nog aanwezige sporen uit de Prehistorie en de vroege en late Middeleeuwen. In het Archeologisch Beleidsplan Gemeente Cuijk is het gemeentelijk beleid met betrekking tot archeologie opgenomen. Een belangrijk onderdeel van het beleidsplan is de archeologische beleidskaart, waarop is aangegeven welke gebieden een archeologische (verwachtings-)waarde hebben en waar gebieden liggen met een lage archeologische verwachting of zonder archeologische verwachting. In het beleidsplan is aangegeven hoe in bestemmingsplannen dient te worden omgegaan met archeologie.

Uitsnede archeologische beleidskaart

De gronden in het plangebied van dit bestemmingsplan vallen volgens de beleidskaart grotendeels in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (‘Waarde – Archeologie 5’). Op deze gronden is archeologisch onderzoek nodig als bodemingrepen groter zijn dan 2.500 m 2 en de gronden dieper worden geroerd dan 0,5 m-mv. Een strook gronden langs de noordelijke grens van het plangebied, grenzend aan de Laarakkerse Waterleiding heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Hier geldt geen onderzoeksverplichting.

Blad 53 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.10.2

Archeologische onderzoeken Proefsleuvenonderzoek zuidwestelijk deel plangebied In het westelijk deel van het plangebied is een archeologisch proefsleuvenonderzoek verricht13. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie vindplaatsen aangetroffen. Het betreft een vindplaats uit de Romeinse tijd, een vindplaats uit de middeleeuwen en een vindplaats uit de IJzertijd: − De vindplaats uit de Romeinse tijd bestaat vermoedelijk uit één erf met huisplattegrond en bijgebouwen. Dit erf zou onderdeel uitgemaakt kunnen hebben van het achterland van Cueclum (Cuijk). Verondersteld wordt dat het achterland van Cueclum dienst deed als landbouwgebied voor graan. Het is goed mogelijk dat het aangetroffen erf hier onderdeel van uitmaakte. − De vindplaats uit de middeleeuwen bestaat uit een weg die vermoedelijk vanaf de Cuijksestraat naar de Mondse Hoeve gelopen heeft. De Mondse hoeve zelf ligt buiten het plangebied. − De vindplaats uit de IJzertijd betreft een aantal verspreid liggende sporen, zoals kuilen, een greppel en een tweetal crematiegraven. De aard van de vindplaats kan hiermee niet vastgesteld worden. De vindplaatsen zijn in het proefsleuvenonderzoek gewaardeerd.

Op basis van de waardering wordt geadviseerd om de vindplaats uit de Romeinse tijd als behoudenswaardig te beschouwen en de vindplaats niet te verstoren totdat deze is opgegraven (behoud ex situ). De vindplaatsen uit de middeleeuwen en de IJzertijd zijn niet behoudenswaardig. Omdat de vindplaats uit de middeleeuwen binnen de Romeinse vindplaats ligt, zullen deze sporen voorlopig ook behouden blijven. Het noordelijke deel van het gebied is niet onderzocht, zodat wordt geadviseerd om ook hier een beschermende dubbelbestemming te behouden.

Selectieadvies proefsleuvenonderzoek

13 Evaluatieverslag proefsleuvenonderzoek Haps Cuijkseweg-Mondsestraat, Econsultancy, 16 december 2016

Blad 54 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Karterend booronderzoek zuidoostelijk deel plangebied Op twee locaties aan de Mondsestraat is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek14. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zowel in het gehele zuidwestelijk gelegen terreindeel als in het zuidelijke, centraal-zuidelijke en uiterst noordelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel, een recent verstoord bodemprofiel aanwezig is. De verstoringen reiken gemiddeld tot 60 à 70 cm-mv en plaatselijk ook dieper.

Resultaten karterend booronderzoek

Een beter bewaard gebleven oorspronkelijke en daarmee intacte bodemopbouw is wel aangetroffen in het centraal-noordwestelijke en noordwestelijke deel (in gebruik als akkerland) van het noordoostelijk gelegen terreindeel. Onder een matig dik plaggendek is tussen 40 en 60 cm -mv een laag donkerbruin tot donkergeelbruin gekleurd, zwak humeus, zwak siltig, zeer fijn zand aanwezig, waarvan vermoed wordt dat het een oude cultuur/akkerlaag betreft. In deze laag is ook vondstmateriaal aangetroffen. 14 Archeologisch karterend booronderzoek Depots Mondsestraat te Haps, Econsultancy, 25 april 2018

Blad 55 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Tussen gemiddeld 60 en 100 cm -mv is vervolgens ook nog een restant van het van nature gevormde bodemprofiel zichtbaar. Het gaat om een restant van een holtpodzolbodem, ook wel aangeduid als een bruine bosgrond. In één boring in het zuidwestelijk gelegen terreindeel is in verstoorde context een fragment Romeins aardewerk aangetroffen. Waarschijnlijk is het fragment te relateren aan de Romeinse vindplaats direct ten noordwesten van het zuidwestelijk gelegen terreindeel. De bodem binnen het gehele zuidwestelijk gelegen terreindeel is onderhevig geweest aan recente verstoringen, vermoedelijk ten gevolge van diepploegen. Eventuele restanten van de Romeinse vindplaats worden dan ook niet meer in situ verwacht binnen het onderzochte zuidwestelijk gelegen terreindeel. In twee boringen gezet in het noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel zijn in de oude cultuur/akkerlaag een klein fragment handgevormd en met potgruis gemagerd aardewerk aangetroffen. De vondsten kunnen niet nader gedateerd worden dan Late-Bronstijd of IJzertijd, maar gezien de aanwezigheid van de IJzertijd vindplaats ten westen van het noordoostelijk gelegen terreindeel zal een datering in de IJzertijd meest waarschijnlijk zijn.

Op grond van de ligging in de oude cultuur/akkerlaag, tussen gemiddeld 40 en 60 cm -mv, betreffen het meest waarschijnlijk afvalresten, zodat gesteld kan worden dat de IJzertijd vindplaats zeer goed mogelijk wel doorloopt tot in het noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel. Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek in het centraal-noordwestelijke tot noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel een archeologische vindplaats kan worden verwacht, mogelijk de meest oostelijke uitloop van een IJzertijdvindplaats die in een eerder stadium tijdens een proefsleuvenonderzoek is aangetroffen. Op grond van de resultaten van het archeologisch karterend booronderzoek is geadviseerd om in het centraal-noordwestelijke tot noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het zuidwestelijk gelegen terreindeel en het zuidelijke, centraal-zuidelijke en uiterst noordelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

4.10.3

Regeling in het bestemmingsplan In dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de archeologische beleidskaart de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ opgenomen op de gronden die volgens de archeologische beleidskaart een hoge verwachtingswaarde hebben. De dubbelbestemming is verwijderd van de gronden waarvoor in de archeologische onderzoeken is geadviseerd om geen nader onderzoek te doen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5' is gericht op bescherming van de archeologische waarden en stelt in het kader van de bouwaanvraag archeologisch onderzoek verplicht voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m 2 en een verstoringsdiepte groter dan 0,5 meter. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Deze voorwaarden kunnen bestaan uit het treffen van technische maatregelen (bijvoorbeeld een andere wijze van funderen), het doen van een archeologische opgraving of de begeleiding van bodemverstorende werkzaamheden door een archeologisch deskundige. Daarnaast geldt voor bepaalde bodemverstorende werkzaamheden een omgevingsvergunningplicht, waarbij - op basis van archeologisch onderzoek - het bevoegd gezag dezelfde voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan verbinden.

Blad 56 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.11

Flora en fauna

4.11.1

Algemeen De wet- en regelgeving op het gebied van natuur kent twee sporen: een gebiedsgericht spoor en een soortgericht spoor. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of op beschermde gebieden. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of beschermde flora en fauna.

4.11.2

Natuurtoets Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een natuurtoets verricht om inzicht te krijgen in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. 15 De natuurtoets is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De natuurtoets heeft bestaan uit een bureaustudie en een terreinbezoek waarbij onderzoek is gedaan naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken. Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland) aanwezig. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing wat betreft NNN-gebieden. Uit de bureaustudie blijkt dat op circa 4,3 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’ ligt.

Als gevolg van de relatief grote afstand kunnen effecten ten gevolge van bijvoorbeeld versnippering, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht en verstoring door trillingen op voorhand worden uitgesloten. Enkel de effecten ten gevolge van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Er wordt daarom geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: − Algemene broedvogels (waarschijnlijk nestplaatsen); − Das (burcht in invloedssfeer plangebied). Algemene broedvogels De eventuele aanwezigheid van algemene broedvogels staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. 15 Natuurtoets ontwikkeling bedrijventerrein Laarakker Noordwest, Antea Group, 11 maart 2021

Blad 57 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

Met broedvogels kan namelijk relatief eenvoudig rekening worden gehouden door kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli). Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht ook dit niet mogelijk zijn, dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Das De das is aanwezig in het plangebied. Als gevolg van eerdere ontwikkelingen op bedrijventerrein Laarakker is er een ontheffing verleend en is er gecompenseerd voor het verlies aan leefgebied van de das. Ook is een dassenmonitor opgesteld, die enkele malen per jaar plaatsvindt. Buiten deze monitoring om is onlangs een extra dassenburcht ontdekt, aan de rand van het plangebied. De functie van deze burcht is op basis van de natuurtoets niet bekend en dient nader onderzocht te worden.

Burchten van de das zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het vernielen of ongeschikt maken van een burcht is in strijd met de verbodsbepalingen van artikel 3.10 van de wet. De dassenburcht ligt aan de rand van het plangebied, aan de rand van de toekomstige groenzone aan de zuidzijde van Laarakker Noordwest. Er is dan ook geen sprake van directe aantasting van de burcht. Dassen zijn zeer gevoelig voor verstoring. Als gevolg van de werkzaamheden en de gebruiksfase van het voornemen kan de burcht ongeschikt raken door verstoring. Om de precieze effecten van het voornemen op de das te onderzoeken, is een nader onderzoek uitgevoerd naar de functie van de burcht.

4.11.3

Nader onderzoek Dassenburcht Naar aanleiding van de aanwezigheid van een nieuwe dassenburcht in de directe omgeving van het plangebied is een nader onderzoek16 uitgevoerd om inzicht te krijgen in wat de functie is van deze dassenburcht en wat de mogelijke invloed van het beoogde plan kan hebben op deze burcht. Het nader onderzoek is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. In het onderzoek is aangetoond dat de dassenburcht als hoofdburcht in gebruik is. Ook blijkt uit het onderzoek dat de functie als kraamburcht niet kan worden uitgesloten. De hoofdburcht zelf gaat niet verloren door het voornemen, noch vormt het gebied dat onder het plangebied valt onderdeel van het essentiële leefgebied van de das. De nieuwe groene inrichting tussen de hoofdburcht en het bedrijventerrein kan ook worden ingericht ten behoeve van de das. Door het treffen van maatregelen kan verstoring van de burcht worden geminimaliseerd. Hierbij kan worden gedacht aan beperkte werktijden tijdens de aanleg en verwijderen van voorzieningen, de werkzaamheden zo kort mogelijk laten duren, werkzaamheden uitvoeren in de periode tussen augustus en november, voorkomen van het blokkeren of beschadigen van de burcht en het aanleggen van een buffer tussen de burcht en de werkzaamheden. Indien deze maatregelen worden opgevolgd, is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming.

Er is dan geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing.

16 Nader onderzoek Laarakker, Onderzoek naar het gebruik van een dassenburcht, Antea Group, 5 oktober 2021

Blad 58 van 75

Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02

4.11.4

Stikstofonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van de natuurtoets is een stikstofdepositie-onderzoek verricht.17 De onderzoeksrapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. In het kader van de Wet natuurbescherming moet worden beoordeeld of het voornemen verslechterende of significant verstorende gevolgen kan hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Daarbij moet onder meer gekeken worden naar de effecten van het voornemen op de stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uitgangspunten en maatgevend jaar Het plan bestaat uit twee fases: de realisatiefase en de gebruiksfase. De emissies tijdens de realisatiefase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen. De emissies in de gebruiksfase ontstaan door het gegenereerde wegverkeer en de uitstoot van de bedrijven. De bedrijven op Laarakker Noordwest worden gasloos verwarmd. Daarom is de ‘standaard’ emissie van iedere milieucategorie met 70% verlaagd. Op de NH3 emissies is geen reductie toegepast, omdat het ontbreken van een gasaansluiting hierop geen effect heeft. Daarnaast is gerekend met wegverkeer ten behoeve van het bedrijventerrein. De realisatiefase van het plan zal naar verwachting circa 9 jaar in beslag nemen.

Vanwege de langdurige realisatiefase, die doorgaat als zich al bedrijven op het bedrijventerrein hebben gevestigd, is in veel jaren sprake van een bijdrage vanwege de gebruiksfase én vanwege de realisatiefase. 2029 blijkt het maatgevende jaar te zijn: in dat jaar is het bedrijventerrein vrijwel volledig in gebruik, maar vinden ook nog de laatste bouw- en aanlegactiviteiten plaats. Intern salderen In de huidige situatie (najaar 2020) is het terrein waar Laarakker Noordwest wordt gerealiseerd bestemd voor een agrarische functie. De agrarische functie vervalt op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan wordt vastgesteld en het bedrijventerrein wordt aangelegd. Daarmee verdwijnt ook de stikstofemissie vanwege het agrarische gebruik van de gronden. De gemiddelde NH3-emissies van landbouwgrond in de gemeente Cuijk bedraagt 23,1 kg/ha/jaar. Met dit kengetal en de oppervlakte van het agrarische bestemde gedeelte van het terrein is de NH3-emissie bepaald voor de referentiesituatie. Uitgaande van een oppervlakte van 14 ha is de jaarlijkse emissie NH3 van het agrarische gebied 323 kg/ha/jaar. Resultaten en conclusie Uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat de realisatie- en gebruiksfase van het bestemmingsplan ‘Laarakker Noordwest’ niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden.

Er is door het wegvallen van het agrarisch gebruik zelfs sprake van een afname van stikstofdepositie. Hierdoor kunnen significante gevolgen voor de Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Doordat er geen overschrijding plaatsvindt, kan het plan worden vastgesteld en vormt het aspect stikstofdepositie geen belemmering voor verdere besluitvorming. Stikstofdepositieruimte Ten behoeve van de realisering van Laarakker Noordwest worden agrarische gronden herbestemd naar een bedrijventerrein. De ammoniakemissie die samenhangt met de bemesting van de agrarische gronden komt daarmee te vervallen. 17 Toets Wet natuurbescherming – Stikstofdepositie Bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest, Antea Group, 10 juni 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=d45da80f-5d46-4eac-b426-3ea980305e7f