08 Bedrijvenpark Laarakker Noordwest_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk
projectnummer 0465477.100 18 november 2021
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk
projectnummer 0465477.100 documentnummer TOE02-0465477-01B definitief revisie 02 18 november 2021
identificatienummer NL.IMRO.1684.15bplaarakkernw-ON01
Auteurs M. Beenakkers G. Leeuw
datum vrijgave 18-11-2021
beschrijving revisie 02 definitief
gecontroleerd G. Leeuw
vrijgave P. Kennes
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Algemeen Het plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
1 3 3 4
2
Planbeschrijving
5
2.1 2.2 2.3
Nut en noodzaak Stedenbouwkundige opzet Laarakker Noordwest Vertaling in het bestemmingsplan
5 11 18
3
Ruimtelijk beleidskader
19
3.1 3.2 3.3
Nationaal beleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
19 20 31
4
Uitvoeringsaspecten
35
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Bodem Verkeer Luchtkwaliteit Geluid Water Externe veiligheid Geurhinder Archeologie Flora en fauna Kabels en leidingen Mariamolen Radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel Duurzaamheid
35 39 42 43 45 46 48 50 52 53 57 60 61 63 63
5
Juridische verantwoording
65
5.1 5.2 5.3
Algemeen Verbeelding Regels
65 65 65
6
Economische uitvoerbaarheid
73
7
Procedures
75
7.1 7.2 7.3
Inspraak Vooroverleg Verdere procedure
75 75 75
Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:
Laddertoets Laarakker Noordwest, Stec groep, 16 december 2020 Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Bedrijvenpark Laarakker, CB5, 18 november 2021 Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps, Antea Group, 18 maart 2015 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Laarakker Noordwest, Antea Group, 18 november 2021 Historisch onderzoek Laarakker Noordwest te Haps, Antea Group, 16 februari 2021 Luchtkwaliteitonderzoek Bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest, Antea Group, 12 maart 2021 Toelichting op de watertoets Laarakker Noordwest, Antea Group, 13 november 2020 Externe veiligheid Laarakker Noordwest, Antea Group, 3 februari 2021 Geuronderzoek Schuttersweg 4, 6 en 8a te Haps, Omgevingsdienst Brabant Noord, 30 augustus 2016 Evaluatieverslag proefsleuvenonderzoek Haps Cuijkseweg-Mondsestraat, Econsultancy, 16 december 2016 Archeologisch karterend booronderzoek Depots Mondsestraat te Haps, Econsultancy, 25 april 2018 Natuurtoets ontwikkeling bedrijventerrein Laarakker Noordwest, Antea Group, 11 maart 2021 Nader onderzoek Laarakker, Onderzoek naar het gebruik van een Dassenburcht, Antea Group, 5 oktober 2021 Toets Wet natuurbescherming – Stikstofdepositie Bestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest, Antea Group, 10 juni 2021 Invloed bouwplan bedrijventerrein Laarakker op de windvang van de Mariamolen te Haps, Peutz, 1 maart 2013 Nota van inspraak en wettelijk
vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
1
Inleiding
1.1
Algemeen Aanleiding Op de gronden tussen Haps en de A73 wordt Regionaal Bedrijvenpark Laarakker ontwikkeld. Het bedrijvenpark bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deel, van elkaar gescheiden door de Oeffeltseweg en de randweg rond Haps (N264). Het noordelijk deel van Laarakker valt in twee delen uiteen. Aan de oostzijde wordt circa 42 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein gerealiseerd voor grootschalige bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën (Laarakker Noord). Aan de noordwestzijde wordt circa 9,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein gerealiseerd voor kleinschaligere bedrijven in de lagere milieucategorieën (Laarakker Noordwest). Op dit moment zijn Laarakker Noord en Laarakker Zuid volop in ontwikkeling. Inmiddels is ruim 70% van de totale oppervlakte netto uitgeefbaar bedrijventerrein op Laarakker Noord en Zuid verkocht en zijn aanvullend diverse kavels in optie. Om Bedrijvenpark Laarakker af te ronden, is het wenselijk om nu ook Laarakker Noordwest te bestemmen als bedrijventerrein.
Laarakker Noordwest
Groene buffer
Laarakker Noord
Laarakker Zuid
Ligging plangebied (Laarakker Noordwest) in relatie tot Laarakker Noord en Laarakker Zuid
Voorgeschiedenis De gemeenteraad van Cuijk heeft op 15 juli 2009 het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' vastgesteld. In het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ was zowel voor Laarakker Noord als voor Laarakker Noordwest een bedrijfsbestemming opgenomen.
Blad 1 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Op grond van dit bestemmingsplan was de ontwikkeling van het volledige noordelijke deel van Bedrijvenpark Laarakker (Laarakker Noord én Laarakker Noordwest) dus mogelijk. Na vaststelling van het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ bleek dat verschillende bedrijven interesse hadden om zich te vestigen op Laarakker Zuid. De gemeenteraad heeft daarom op 20 april 2015 het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ vastgesteld, waarin aan Laarakker Zuid een bedrijfsbestemming is gegeven. De provincie Noord-Brabant wilde destijds meewerken aan het bestemmingsplan onder de voorwaarde dat de totale netto oppervlakte aan bedrijfsbestemming voor Bedrijvenpark Laarakker niet werd vergroot. Daarom is in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ voor Laarakker Noordwest tijdelijk weer een agrarische bestemming opgenomen. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg is vastgelegd dat de realisatie van Laarakker Noordwest kan starten als 70% van de gronden op Laarakker Noord en Zuid is uitgegeven. Nu dat punt is bereikt, is er aanleiding om Laarakker Noordwest opnieuw een bedrijfsbestemming te geven.
Links: bedrijfsbestemming Laarakker Noordwest in bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ (2009) Rechts: agrarische bestemming Laarakker Noordwest in bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ (2015)
Doel Het doel van dit bestemmingsplan is het (opnieuw) bestemmen van Laarakker Noordwest als bedrijventerrein. Voor de ligging van de bedrijfsbestemmingen en de verdeling tussen bedrijventerrein voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal terrein’, het overgrote deel van het plangebied) en bedrijven in de zwaardere milieucategorieën (‘regionaal terrein’, de noordoostelijke hoek van het plangebied, grenzend aan Laarakker Noord) zijn de bestemmingsgrenzen uit het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ overgenomen. Dit bestemmingsplan maakt daarmee dezelfde ontwikkeling mogelijk als het bestemmingsplan uit 2009. Wel is de regeling op onderdelen aangepast, zodat die beter aansluit bij de actuele planregeling die in de bestemmingsplannen ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ en ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ is opgenomen voor het overige deel van Bedrijvenpark Laarakker. Door deze aanpassingen is voor alle bestemmingsplannen voor Laarakker sprake van een uniforme en consequente planregeling. Voor de inhoud van de planregeling, bijvoorbeeld voor wat betreft de toegelaten milieucategorieën en de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, is aangesloten bij het plan uit 2009.
Blad 2 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
1.2
Het plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan omvat Laarakker Noordwest. De natuurzone rond de Laarakkerse Waterleiding en de groene buffer in de oksel van de Oeffeltseweg en de Cuijkseweg zijn niet opgenomen in het plangebied. Deze gronden hebben in het geldende bestemmingsplan (‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ respectievelijk ‘Buitengebied 2010, Herziening 2016’) al een passende bestemming, zodat het opnieuw bestemmen van de gronden niet nodig is. Het plangebied beperkt zich daarmee tot de uitgeefbare gronden op Laarakker Noordwest (inclusief de openbare ruimte die op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd) en de groene inpassing die daar direct omheen ligt. Het plangebied heeft dezelfde begrenzing als de (tijdelijke) bestemming ‘Agrarisch’ uit het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ en heeft een oppervlakte van circa 14 hectare.
Begrenzing plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’, dat is vastgesteld op 20 april 2015. In het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ is de voorheen geldende bedrijfsbestemming voor Laarakker Noordwest tijdelijk omgezet in een agrarische bestemming. De bestemming ‘Agrarisch’ maakt ontwikkeling van een bedrijventerrein niet mogelijk.
Blad 3 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In dat hoofdstuk wordt aandacht besteed aan nut en noodzaak, aan het stedenbouwkundig plan voor Laarakker Noordwest en aan de vertaling daarvan in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan het beleidskader. Hoofdstuk 4 betreft de milieuhygiënische en planologische aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische verantwoording en in hoofdstuk 6 op de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de procedure.
Blad 4 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
2
Planbeschrijving
2.1
Nut en noodzaak
2.1.1
Ontwikkeling Bedrijvenpark Laarakker De provincie Noord-Brabant voert al een aantal decennia een beleid waarin zorgvuldig ruimtegebruik en bundeling van de verstedelijkingsopgave centraal staan. Grootschalige stedelijke ontwikkelingen worden gebundeld in de stedelijke regio's, zodat verstedelijking van het landelijk gebied zoveel mogelijk wordt voorkomen. Grootschalige bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën vinden bij voorkeur een plaats op een bedrijventerrein in een stedelijke regio. In aanvulling hierop wordt in drie landelijke regio's die op relatief grote afstand van verstedelijkte gebieden liggen een regionaal bedrijventerrein gerealiseerd om ruimte te bieden aan bedrijven die niet goed inpasbaar zijn op de lokale bedrijventerreinen in de regio. De regio Land van Cuijk is één van deze regio's. In het Streekplan Noord-Brabant 2002 'Brabant in balans' en het daarop gebaseerde Uitwerkingsplan Land van Cuijk is de keuze gemaakt om het regionale bedrijventerrein voor de regio Land van Cuijk te ontwikkelen op de gronden tussen Haps en de A73. Op dit bedrijventerrein Bedrijvenpark Laarakker - dient hoofdzakelijk ruimte te worden geboden aan de vestiging van grootschaligere bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën.
In de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening, die is vastgesteld op 1 oktober 2010 en partieel is herzien in 2014, is dit beleid voorgezet. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant, vastgesteld op 14 december 2018, is dit beleid opnieuw bekrachtigd. Het onderscheid tussen de stedelijke regio's (het stedelijk concentratiegebied) en de landelijke regio's blijft het uitgangspunt voor het provinciaal beleid. In de kernen in het landelijk gebied hanteert de provincie als uitgangspunt dat daar alleen bedrijven worden gevestigd die qua aard, schaal en functie in de omgeving passen. Gemeenten in de landelijke regio’s hebben ruimte voor vestiging van kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid. Als doorgroei van bedrijven ertoe leidt dat deze qua aard, schaal of functie niet meer passen in de omgeving, wil de provincie dat deze worden opgevangen op een daarvoor geschikt terrein in het stedelijk concentratiegebied. Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor de regio's Land van Heusden en Altena, De Kempen en Land van Cuijk. Vanwege de grote afstand tot het stedelijk concentratiegebied wordt aan de ruimtebehoefte van bedrijven uit deze regio´s tegemoetgekomen op een nieuw te ontwikkelen regionaal bedrijventerrein. In het Land van Cuijk is hiervoor de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker aangewezen.
Voor Bedrijvenpark Laarakker wordt uitgegaan van de realisering van een bedrijventerrein van 66 hectare netto uitgeefbare oppervlakte: circa 53 hectare netto uitgeefbare oppervlakte geschikt voor grootschaligere bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën (‘regionaal bedrijventerrein’) en aanvullend daarop circa 13 hectare netto uitgeefbare oppervlakte geschikt voor kleinschaligere bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal bedrijventerrein’). Stedenbouwkundige studies Ten behoeve van de ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker zijn de afgelopen jaren verschillende stedenbouwkundige studies verricht. In de eerste studies was de realisering van het Regionale Bedrijvenpark voorzien op vrijwel alle gronden tussen de Cuijkseweg, de Oeffeltseweg, de A73 en de Laarakkerse waterleiding. De contouren van het bedrijvenpark reikten tot vlak bij de kruising Oeffeltseweg/Kalkhofseweg en de dorpskern van Haps.
Blad 5 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Het gebied ten zuiden van de Oeffeltseweg kwam in deze plannen niet in aanmerking voor ontwikkeling als bedrijventerrein. Mede naar aanleiding van bezwaren van omwonenden en bewoners van Haps is de begrenzing van het bedrijventerrein in 2008 nogmaals bezien. Eind 2008 is een studie verricht naar de mogelijkheden voor een andere begrenzing van het bedrijvenpark, waarbij gezocht is naar alternatieven om meer afstand tot de kern Haps aan te houden dan in de oorspronkelijke plannen. De resultaten van deze studie zijn vastgelegd in de notitie ‘Gebiedsbegrenzingen binnen uitgangspunten raad’ d.d. 29 oktober 2008. In de studie zijn diverse mogelijkheden onderzocht om een bedrijventerrein met een netto uitgeefbare oppervlakte van 66 hectare te realiseren, waarvan circa 53 hectare is bestemd voor zwaardere en grootschaligere bedrijven (‘regionaal bedrijventerrein’) en circa 13 hectare voor lichtere bedrijven (‘lokaal bedrijventerrein’). In de studie zijn de zone ten zuiden van de Oeffeltseweg en de zone ten noorden van de Laarakkerse Waterleiding betrokken. Er zijn 4 uitwerkingsvarianten (variant 1, variant 2, variant 3a en variant 3b) opgesteld, waarbij ontwikkeling van bedrijvigheid ten noorden van de Laarakkerse Waterleiding en/of ten zuiden van de Oeffeltseweg is afgewogen.
Variant 1
Variant 2
Variant 3a
Variant 3b
Uitwerkingsvarianten (bron: ‘Gebiedsbegrenzingen binnen uitgangspunten raad’)
Op basis van de verrichte studie bleek uitwerkingsvariant 3a het meest kansrijk te zijn. In deze variant worden ook de gronden ten zuiden van de Oeffeltseweg ontwikkeld ten behoeve van het regionale bedrijvenpark.
Blad 6 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Het lokale bedrijventerrein bevindt zich ten westen van het regionale bedrijventerrein en vormt hierdoor een overgang tussen de zwaardere bedrijvigheid en de dorpskern van Haps. De oksel tussen de Cuijkseweg en de Mondsestraat blijft voor een groot deel onbebouwd, waardoor een groene buffer ontstaat tussen het bedrijventerrein en de kern Haps. Doordat het gebied ten noorden van de Laarakkerse Waterleiding niet wordt bebouwd, kan de ecologische verbindingszone die is gekoppeld aan de watergang in deze variant zonder meer behouden blijven. De afstand tussen het nieuwe bedrijventerrein en de kern Haps is in de gekozen uitwerkingsvariant (3a) weliswaar groter dan in de oorspronkelijke plannen, maar minder groot dan in uitwerkingsvariant 2, waarin een groter deel van het gebied tussen de Cuijkseweg en de Mondsestraat onbebouwd bleef. Deze variant voorzag echter in ontwikkelingen ten noorden van de Laarakkerse Waterleiding, wat onder meer gezien de ligging van de ecologische verbindingszone, het provinciale standpunt en de financiële consequenties minder wenselijk is. Definitief schetsmodel In de raadsvergadering van 17 november 2008 is besloten dat uitwerkingsvariant 3a op basis van een afweging van ruimtelijke, economische en financiële aspecten de voorkeur geniet.
De gemeenteraad heeft tijdens deze raadsvergadering een motie aangenomen die het college opdroeg een nader onderzoek te doen naar de invulling van de zuidrand (het gebied tussen de Oeffeltseweg en het Duits Lijntje). Door dit gebied optimaal in te vullen als onderdeel van het regionaal bedrijventerrein zou mogelijk ruimtewinst ontstaan, die ten goede kan komen aan de afstand tussen Haps en het bedrijventerrein. Op basis van de nieuwe uitgangspunten, zoals verwoord in de motie, is een nieuw schetsmodel opgesteld. In het schetsmodel zijn het regionale en het lokale bedrijventerrein ingepast in het gebied tussen de Cuijkseweg, de Oeffeltseweg, de A73 en de Laarakkerse Waterleiding én in het gebied tussen de Oeffeltseweg en het Duits Lijntje (de zogenaamde Zuidflank). Tevens is ruimte gereserveerd voor de randweg rond Haps. Doordat de Zuidflank in het schetsmodel groter is dan in uitwerkingsvariant 3a was aangenomen, kon de afstand tussen de kern Haps en het bedrijventerrein verder worden vergroot. Het gebied tussen de Mondsestraat en de Cuijkseweg is in het definitieve schetsmodel voor een groot deel ingevuld als groene buffer tussen het woongebied van Haps en het bedrijventerrein.
Het schetsmodel heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’, dat voorzag in de ontwikkeling van het gehele noordelijke deel van Bedrijvenpark Laarakker (Laarakker Noord en Laarakker Noordwest). Bij de vaststelling van dat bestemmingsplan op 15 juli 2009 heeft de gemeenteraad besloten om het gedeelte van het regionale bedrijvenpark dat in het schetsmodel ten westen van de Mondsestraat was gepland, te vervangen door lokaal bedrijventerrein. Het gedeelte van het lokale bedrijventerrein dat in de Zuidflank was voorzien, is op zijn beurt vervangen door regionaal bedrijventerrein. Dit heeft geleid tot een nieuw, definitief schetsmodel, dat na vaststelling van het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ in 2009 ook ten grondslag heeft gelegen aan de bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ (2015) en ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ (2017). Het definitieve schetsmodel vormt nu ook weer de basis voor voorliggend bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noordwest’. Dat betekent dat in dit bestemmingsplan het bedrijventerrein weer wordt bestemd zoals dat al het geval was in het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009. Het grootste deel van Laarakker Noordwest (circa 9,8 hectare bruto oppervlakte) wordt bestemd voor kleinschaligere bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal bedrijventerrein’).
Blad 7 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
De gronden in de noordoosthoek van het plangebied (circa 1,4 hectare bruto oppervlakte) worden bestemd voor bedrijven in de zwaardere milieucategorieën (‘regionaal bedrijventerrein’). De overige gronden binnen het plangebied worden bestemd als ‘Groen’ (circa 2,4 hectare) en ‘Water’ (circa 0,3 hectare). regionaal bedrijventerrein lokaal bedrijventerrein
Definitief schetsmodel Bedrijvenpark Laarakker
2.1.2
Actuele ruimtebehoefte en laddertoets Omdat meer dan 70% van de totale oppervlakte netto uitgeefbaar bedrijventerrein op Laarakker Noord en Zuid is uitgegeven, kan conform de afspraken uit het Regionaal Ruimtelijk Overleg worden gestart met de ontwikkeling van Laarakker Noordwest. In een actueel onderzoek in het kader van de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook paragraaf 3.1.2) is de actuele ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen in de regio in beeld gebracht en is de ontwikkeling van Laarakker Noordwest getoetst aan de ladder.1 De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Uitgangspunten laddertoets De bestemmingen zoals die waren opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan zijn het uitgangspunt voor de laddertoets. In het onderzoek is daarom voor Laarakker Noordwest uitgegaan van een totale bruto oppervlakte van 14 hectare:
1
Laddertoets Laarakker Noordwest, Stec groep, 16 december 2020
Blad 8 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
circa 10,9 hectare bestemd als ‘Bedrijventerrein – 1’ (kleinschaligere bedrijven in de milieucategorieën 2 en 3.1), circa 1,6 hectare bestemd als ‘Bedrijventerrein – 2’ (grootschaligere bedrijven in de milieucategorieën 3.1 tot en met 5.1) en circa 1,5 hectare bestemd als ‘Groen’ (de groene inpassing aan de west- en zuidzijde van het terrein). De gronden met de bestemming ‘Groen’ kunnen niet worden uitgegeven als bedrijventerrein. In de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’ en ‘Bedrijventerrein – 2’ kunnen ook niet alle gronden worden uitgegeven als bedrijfskavels vanwege de ruimte die nodig is voor de aanleg van wegen, groen en water. De totale oppervlakte netto uitgeefbaar bedrijventerrein bedraagt circa 9,8 hectare. Naar aanleiding van inspraakreacties van omwonenden en de vooroverlegreactie van het waterschap zijn in het ontwerpbestemmingsplan aanpassingen gedaan ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. De groenzone aan de westzijde van het plangebied is verbreed en is aanzienlijk groter geworden. Daarnaast is de A-watergang langs de Mondsestraat in het ontwerpbestemmingsplan bestemd als ‘Water’. De oppervlaktes van de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’ en ‘Bedrijventerrein – 2’ zijn daarom verkleind: de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ is verkleind tot circa 9,8 hectare en de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ tot circa 1,4 hectare.
Door de verbreding van de groenzone neemt ook de totale oppervlakte netto uitgeefbaar bedrijventerrein iets af, van circa 9,8 tot circa 9,5 hectare. Voor de conclusies van de laddertoets zijn deze (beperkte) aanpassingen van de oppervlaktes niet relevant. Ladder als motiveringsvereiste De ladder voor duurzame verstedelijking is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een motivering voor de ladder te zijn opgenomen. De ladder is verankerd in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In de laddertoets is geconcludeerd dat de ontwikkeling van Laarakker Noordwest moet worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een toets aan de ladder noodzakelijk is. De gronden waarop Laarakker Noordwest wordt gerealiseerd maken volgens de provinciale Interim omgevingsverordening deel uit van het stedelijk gebied en zijn eerder al bestemd voor ‘Bedrijventerrein’.
De gronden grenzen direct aan de bebouwing van Laarakker Noord. Omdat de gronden in het huidige bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben en deze bestemming geen stedelijke functies mogelijk maakt, is in de laddertoets ingegaan op een afweging van alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied. Ruimtelijk verzorgingsgebied In de laddertoets is het ruimtelijk verzorgingsgebied van Laarakker Noordwest bepaald op basis van de aard en omvang van het bedrijventerrein, een onderzoek naar bedrijfsverplaatsingen op bedrijventerreinen in Nederland en de verhuisdynamiek van bedrijven in de gemeente Cuijk en de omgeving van Haps. Op basis van deze analyse is geconcludeerd dat de dynamiek onder bedrijfsruimtegebruikers in de gemeente Cuijk overwegend lokaal tot regionaal is.
Blad 9 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Laarakker Noordwest biedt naast reguliere, kleinere kavels, ook grotere kavels aan op het noordoostelijk deel van het terrein. Voor Laarakker Noordwest is op basis van deze analyse een verzorgingsgebied met een reikwijdte van circa 10 kilometer gehanteerd. Hierdoor vallen - naast de gemeente Cuijk – ook de gemeenten Mill en Sint Hubert, Sint Anthonis, Grave, Heumen, Boxmeer, Mook en Middelaar en Gennep binnen het verzorgingsgebied. Vanwege de goede bereikbaarheid vanuit Nijmegen is ook deze gemeente onderdeel van het verzorgingsgebied, wat wordt bevestigd door de relatief hoge mate van verhuisbewegingen vanuit de gemeente Nijmegen. Behoefteraming In de laddertoets is de ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. De optelsom van de indicatieve vraag naar bedrijventerreinen in het Gelderse, Brabantse en Limburgse deel van het ruimtelijk verzorgingsgebied resulteert in een vraag van 68 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein (laag scenario) tot 117 hectare netto hectare uitgeefbaar bedrijventerrein (hoog scenario). Gelet op de uitgifte in de afgelopen 10 jaar lijkt voor het Brabantse en Limburgse deel van het verzorgingsgebied de bovenkant van de bandbreedte het meest realistisch.
De prognose voor het Gelderse deel van het verzorgingsgebied zit dichter bij de onderkant van de bandbreedte, maar hier is tegelijkertijd sprake van schaarse ruimte en een grote verhuizingsgraad richting Cuijk. De verwachting is dan ook dat een bovengemiddeld groot deel van de ruimtevraag dat zich niet binnen de Gelderse gemeenten kan huisvesten in Cuijk zal landen. Verwacht wordt dan ook dat de bovenkant van de bandbreedte – circa 117 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein – het meest realistisch is voor het verzorgingsgebied van Laarakker Noordwest. Uit een inventarisatie van de harde plannen in de gemeenten binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied blijkt dat in totaal nog 69 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein aan hard planaanbod beschikbaar is. Er is dus sprake van een aanvullende ruimtebehoefte van circa 48 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Laarakker Noordwest voorziet met een omvang van circa 9,8 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein (in het ontwerpbestemmingsplan circa 9,5 hectare) in een deel van deze behoefte. Ook als niet wordt uitgegaan van een maximale prognose, maar van een gemiddelde prognose van circa 93 hectare voorziet Laarakker Noordwest in een resterende behoefte. Dit wordt bevestigd door de recente en huidige praktijk, waarin blijkt dat er een (forse) behoefte is aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest.
Laarakker ligt op dit moment ver voor op het verwachte uitgifteproces en als de (betaalde) reserveringen voor Laarakker Noord en Laarakker Zuid daadwerkelijk worden uitgegeven, rest op deze terreinen nog slechts 4,5 hectare uitgeefbaar terrein. Bovendien hebben zich al verschillende bedrijven gemeld met interesse voor vestiging op Laarakker Noordwest. Geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten In de rapportage is geconcludeerd dat de ontwikkeling van Laarakker Noordwest naar verwachting niet leidt tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Laarakker Noordwest voorziet in een concrete behoefte en zal dus niet leiden tot (extra) leegstand binnen de bedrijventerreinenmarkt van het verzorgingsgebied. Bovendien functioneert de bedrijventerreinenmarkt binnen het verzorgingsgebied momenteel goed. De ontwikkeling van Laarakker Noordwest zal dus niet leiden tot negatieve ruimtelijke effecten. Sterker nog: de realisering van Laarakker Noordwest zal naar verwachting juist een ruimtelijk positief effect hebben door de druk op de ruimte in bepaalde gebieden iets te verlichten.
Blad 10 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied Binnen het verzorgingsgebied is momenteel binnen het bestaand stedelijk gebied geen alternatieve locatie voor de realisering van 10 hectare bedrijventerrein beschikbaar. Los van het ontbreken van beschikbare alternatieven past de ontwikkeling van een bedrijventerrein bijzonder goed op de beoogde locatie. Het plan betreft een uitbreiding van het huidige bedrijventerrein Laarakker en de ruimtelijke structuur en de ontsluiting zijn volledig ingericht voor een uitbreiding van het terrein op deze locatie. Daarnaast maakt de locatie volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant al deel uit van het stedelijk gebied en is de locatie voorheen al bestemd geweest als bedrijventerrein. Conclusie Uit de laddertoets blijkt dat er behoefte is aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest en dat niet in die behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeenten die in het ruimtelijk verzorgingsgebied liggen. Daarmee doorstaat de ontwikkeling de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
2.2
Stedenbouwkundige opzet Laarakker Noordwest
2.2.1
Huidige situatie Het plangebied van dit bestemmingsplan wordt in het noorden begrensd door de ecologische verbindingszone rond de Laarakkerse Waterleiding en in het westen door de Cuijkseweg. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de groene buffer tussen het bedrijventerrein en Haps. Aan de oostzijde en zuidoostzijde van het plangebied ligt de Mondsestraat, met aan de overzijde de bedrijfspercelen op Laarakker Noord. Het zuidelijk deel van de Mondsestraat is al verplaatst en heringericht zodat de weg geschikt is als ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein, het noordelijk deel van de Mondsestraat volgt nog het bestaande tracé. De gronden in het plangebied zijn nu nog grotendeels in agrarisch gebruik, deels als weiland en deels (tijdelijk) als boomkwekerij. In het oostelijk deel van het plangebied, grenzend aan de Mondsestraat, bevinden zich twee (tijdelijke) gronddepots die worden gebruikt voor de aanleg van Laarakker Noord. Het gebied kent een grootschalige verkaveling zonder bijzondere landschapselementen als houtwallen of waardevolle solitaire bomen. Langs de randen van de (woon)percelen aan de Cuijkseweg bevindt zich wat opgaande beplanting en afscheidingen in de vorm van hagen. Aan de westzijde van de Mondsestraat ligt een A-watergang, die gelijktijdig met de aanpassing van de ligging van de Mondsestraat is verlegd zodat deze parallel aan het nieuwe wegtracé ligt.
Langs het noordelijk deel van de Mondsestraat wordt de watergang nog verplaatst naar de westzijde van de weg. In het oostelijk deel van het plangebied loopt een hoogspanningsverbinding. De gronden ten noorden van het plangebied zijn in het kader van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering rond Laarakker ingericht als ecologische verbindingszone langs de Laarakkerse Waterleiding, met een afwisseling van ruig grasland, enkele bomen en poelen.
2.2.2
Stedenbouwkundige visie en beeldkwaliteitplan Regionaal Bedrijvenpark Laarakker wordt ontwikkeld op basis van de ‘Stedenbouwkundige visie en beeldkwaliteitplan Bedrijvenpark Laarakker’, die – gelijktijdig met het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ – is vastgesteld op 20 april 2015.
Blad 11 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
De stedenbouwkundige visie en de beeldkwaliteitseisen hebben betrekking op het hele bedrijventerrein: Laarakker Noord, Laarakker Zuid en Laarakker Noordwest. Voor het plangebied van Laarakker Noordwest is een beeldkwaliteitplan opgesteld dat een aanvulling is op het eerder opgestelde en vastgestelde beeldkwaliteitplan uit 2014 (vastgesteld in 2015). Dit beeldkwaliteitplan is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen.2 De stedenbouwkundige visie en het beeldkwaliteitplan zijn gericht op de volgende pijlers: - flexibiliteit in uitgifte kavels; - vrijheid voor ondernemers; - efficiënte bedrijfsprocessen; - kwalitatief bedrijvenpark; - inpassing en duurzaamheid. Flexibiliteit in uitgifte van de kavels, vrijheid voor ondernemers en het faciliteren van efficiënte bedrijfsprocessen mag niet leiden tot ‘slechte kwaliteit’. Een bepaalde uitstraling en kwaliteit van het Bedrijvenpark Laarakker als geheel is wenselijk. Op de volgende manieren wordt gestuurd op kwaliteit: - De stedenbouwkundige visie geeft sturing aan een evenwichtige ruimtelijke verschijningsvorm van het gehele terrein. In de visie zijn de ambities voor de verschillende deelgebieden en de groenzones inzichtelijk gemaakt. Het doel is om Bedrijvenpark Laarakker als een herkenbare en samenhangende eenheid weg te zetten. De visie resulteert in een zonering met delen om ‘vrij te ondernemen’ en ‘zichtlocaties’.
- Het beeldkwaliteitplan geeft op basis van een set met algemene richtlijnen voor de kavels en de bebouwing sturing aan een basiskwaliteit. Binnen deze basisregels is sprake van veel vrijheden voor de ondernemers. Stedenbouwkundige visie Op basis van de lagenbenadering (met een analyse van het landschap, de occupatie en de infrastructuur) is het definitieve schetsmodel voor Laarakker uitgewerkt in een concrete visie. Op Bedrijvenpark Laarakker worden het landschap (natuur, rust, ecologie) en het begrip economie (dynamiek, ondernemen, vrijheid) samengebracht in een ruimtelijk concept. De twee componenten landschap en economie vormen een contrast. Dit contrast wordt versterkt in de beeldkwaliteit van het bedrijventerrein. Het landschap vormt het groene kader: het zogenaamde landschappelijke casco. Het landschappelijke casco krijgt een landschappelijke inrichting met ruimte voor natuur en ecologie en draagt bij aan de afscherming naar de omgeving en aan de omgevingskwaliteit van het bedrijvenpark zelf. Door de kwetsbare zones te waarborgen, ontstaat binnen het landschappelijk casco de vrijheid en flexibiliteit om te ondernemen. De component economie komt naar voren in het bedrijfsdeel van het Bedrijvenpark. De verkaveling, de openbare ruimte en de kavelinrichting krijgen een rationele inrichting, gericht op doelmatigheid.
De drie verschillende zichtlocaties aan de randen etaleren het Bedrijvenpark naar de omgeving. Het concept bestaat uit zes ingrediënten: - zichtlocatie; - bebouwing zichtlocaties; - landschappelijke overgang; 2
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Bedrijvenpark Laarakker, CB5, 12 november 2021
Blad 12 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
-
landschappelijke inpassing; ondernemen; interne structuur.
De zichtlocaties bevinden zich langs de A73, de Oeffeltseweg en de Randweg Haps. Laarakker Noordwest bevindt zich, gezien vanaf de centrale ontsluiting op de Oeffeltseweg/Randweg Haps, achteraan op het bedrijventerrein. De ingrediënten zichtlocatie, bebouwing zichtlocaties en landschappelijke overgang zijn hier daarom niet van toepassing. De overige ingrediënten spelen wel een rol. Ingrediënt landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassingen zijn landschappelijk elementen met een gesloten karakter. De elementen schermen het zicht op het bedrijvenpark af. Voor de inpassing van Laarakker Noordwest zijn de volgende elementen van belang: - Noordrand: rond de Laarakkerse Waterleiding wordt een brede groenzone met landschapselementen aangelegd. Door de opgaande landschapselementen werkt de zone afschermend. - Westrand: de afsluitende groensingel schermt het zicht op het bedrijvenpark af. De zone wordt doorgetrokken tot aan de Mondsestraat. Ingrediënt ondernemen Bedrijvenpark Laarakker is een werkgebied met ruimte om te ondernemen. Bij de vormgeving van gebouwen gaat het naast de esthetiek vooral om de functionaliteit van de gebouwen en de bedrijfskavel. Interne bedrijfsprocessen en de logistiek rondom het gebouw bepalen sterk de situering van de functies op het terrein (inclusief gebouwen) en de vormgeving van de gebouwen.
Voor de zichtlocaties gelden hogere beeldkwaliteitsambities dan voor het binnengebied. In het binnengebied is het ‘vrij ondernemen’: er gelden alleen enkele basisregels. De richting van de verkaveling wordt bepaald door de randen (onder andere zichtlocatie A73, Oeffeltseweg, Duits Lijntje en de Laarakkerse Waterleiding aan de noordzijde), de Mondsestraat, de hoogspanningsleiding en de interne infrastructuur. Ingrediënt interne structuur Binnen de verkavelingsstructuur en de overige richtingen op het bedrijventerrein wordt naar een hoofdontsluiting gezocht die aansluit op de twee entrees. Door de planologische beperkingen van de hoogspanningsleiding zijn de gebruiksmogelijkheden van de kavels in het tracé van de hoogspanningsleiding beperkt. Op Laarakker Noord is ervoor gekozen om de ontsluitingsstructuur aan het tracé van de hoogspanningsverbinding te koppelen zodat er betere gebruiksmogelijkheden ontstaan voor de verkaveling. Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Het beeldkwaliteitplan voor deelgebied 5 geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke verschijningsvorm van gebieden, percelen en gebouwen en biedt een inspiratiekader voor de uitwerking van bouwplannen op Laarakker Noordwest. De doelstelling is om zoveel mogelijk vrijheden voor de uitwerking van de bedrijfskavels en bebouwing over te laten aan de ondernemers.
De wens is om zo min mogelijk beeldkwaliteitseisen op te leggen. Een helemaal welstandvrij plan is niet wenselijk. De hiervóór beschreven uitgangspunten, geformuleerd in de visie van 2014, blijven nog steeds gelden. De visie van 2014 was gericht op het gehele bedrijvenpark en had hierdoor een bepaald schaalniveau van de beschrijving.
Blad 13 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Voor deelgebied 5 wordt er ingezoomd, daarmee verschuift ook het schaalniveau waar naar gekeken wordt. Daarnaast is er nu veel meer bekend over de hoofdstructuur. De hoofdstructuur (wegen, kavels, water, groen) voor het deel oostelijk van de Mondsestraat is reeds aangelegd. De keuzes voor deelgebied 5 zijn hierdoor al sterk ingekaderd. Het ruimtelijk concept voor deelgebied 5 bestaat uit zes ingrediënten, die verder zijn uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan. Deze ingrediënten zijn: Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing aan de west- en noordzijde van het deelgebied komt voort uit de eerdere visie. Ten opzichte van de eerdere visie is de noordzijde in zijn geheel ingericht met een wadi en aan de westzijde is de breedte van de groenstrook fors toegenomen, van circa 25 meter in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009 tot 65 à 70 meter in dit nieuwe bestemmingsplan. Verkeersstructuur De verkeersstructuur is deels bepaald in een eerdere fase. De nieuwe verkeersstructuur sluit hier logisch op aan. Op dit moment is beoogd om een lusstructuur aan te leggen. Dit ligt echter niet vast in het plan. Bouwvelden De vorige twee ingrediënten definiëren het uitgeefbare deel, het bouwveld. Voor de bouwvelden wordt de richting van de oriëntatie van de kavel vastgelegd. Alle kavels in deelgebied 5 zijn naar de binnenzijde van het bedrijvenpark gericht.
Groenafscherming op bedrijfskavel De aan te brengen landschappelijke inpassing is voldoende en schermt het gebied goed af van zijn directe omgeving. Als extra waarborg worden er nadere eisen gesteld aan de erfafscheidingen direct tegen de landschappelijke inpassing. Representatieve voorzijde De bedrijfsgebouwen hebben hun representatieve zijde (entree, reclames, parkeren, laden & logistiek) gericht op de wegen op het bedrijvenpark. Gebouwen worden niet naar de buitenranden van het bedrijvenpark gericht. Oprit en parkeren De openbare wegen worden bepaald door de rijweg met aan weerszijden een waterafvoerende sloot. Op delen is het een bredere groenzone met een wadi. De kavels krijgen spelregels voor het aantal en de positie van de opritten en het parkeren op eigen terrein. Beeldkwaliteit Voor beeldkwaliteit is een aantal punten in het specifieke beeldkwaliteitplan verder uitgewerkt in handreikingen, spelregels en referentiebeelden. De basisrichtlijnen van het onderliggende plan blijven overeind en zijn niet aangepast. Op specifieke thema’s, zoals duurzaamheid, verlichting, kavelinrichting en bebouwing, zijn aanvullende of aangepaste regels gesteld. Het beeldkwaliteitplan gaat uit van algemene richtlijnen die van toepassing zijn op alle ontwikkelingen.
Blad 14 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Daarbij wordt gestuurd op ruimtegebruik (efficiënt en zuinig), veiligheid/hinder (de ontwikkeling mag geen problemen opleveren naar anderen) en op een bepaalde basiskwaliteit. Gezien het karakter van Bedrijvenpark Laarakker wordt op het terrein, veel ruimte gegeven om de inrichting van bedrijfspercelen en het uiterlijk van gebouwen af te stemmen op het bedrijfsproces. Het beeldkwaliteitplan voor deelgebied 5 wordt, gelijktijdig met dit bestemmingsplan, vastgesteld door de gemeenteraad. Het beeldkwaliteitplan is het toetsingskader voor de welstandscommissie bij de beoordeling van omgevingsvergunningaanvragen.
2.2.3
Laarakker Noordwest Opzet van het terrein Laarakker Noordwest wordt grotendeels (circa 9,8 hectare bruto oppervlak) ontwikkeld als bedrijventerrein voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal bedrijventerrein’, bestemd als ‘Bedrijventerrein – 1’). Een klein deel van het terrein, dat grenst aan Laarakker Noord en ten oosten van de hoogspanningsverbinding ligt (circa 1,4 hectare bruto oppervlak), is geschikt voor bedrijven in de hogere milieucategorieën (‘regionaal bedrijventerrein’, bestemd als ‘Bedrijventerrein – 2’).
lokaal bedrijventerrein (circa 9,8 hectare bruto oppervlak)
regionaal bedrijventerrein (circa 1,4 hectare bruto oppervlak)
Plangebied bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noordwest’ met onderverdeling in lokaal bedrijventerrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’) en regionaal bedrijventerrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’)
Voor de grens tussen het lokale en het regionale bedrijventerrein is in dit bestemmingsplan uitgegaan van de grens zoals die eerder al was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’. Omdat op Laarakker Noordwest ruimte wordt geboden aan bedrijven van verschillende omvang, is in de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein niet uitgegaan van een gedetailleerde verkaveling of indeling.
Blad 15 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Afhankelijk van de vraag vanuit bedrijven wordt een bedrijventerrein aangelegd dat daarbij past. Door de brede groene randen aan de noord-, west- en zuidzijde van het terrein wordt het terrein afgeschermd richting de omgeving. De bedrijven oriënteren zich niet op deze groene randen, maar juist naar de wegen die op het bedrijventerrein worden gerealiseerd. Hierdoor ontstaat vrijheid voor een flexibele verkaveling. De groene rand heeft aan de zuidzijde van Laarakker Noordwest een breedte van 25 meter. De groene rand aan de westzijde van het terrein is verbreed ten opzichte van de groene rand zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’, zodat die nu minimaal 65 meter (en op veel plekken minimaal 70 meter) breed is. Ontsluiting en parkeren Laarakker Noordwest wordt ontsloten via de wegenstructuur van Laarakker Noord. De Kokerbijl, die parallel aan de hoogspanningsverbinding ligt, vormt een directe verbinding tussen Laarakker Noordwest en de aansluiting van Laarakker Noord (en Noordwest) op de Oeffeltseweg en de Randweg Haps. De ligging van de wegen op Laarakker Noordwest is nog niet definitief bepaald, maar het ligt in de lijn der verwachting dat op het terrein een lusstructuur wordt aangelegd om de bedrijfskavels te ontsluiten.
Dit bestemmingsplan legt de ligging van de toekomstige wegen niet vast, zodat nog flexibiliteit bestaat om tot een optimale verkaveling van Laarakker Noordwest te komen. Parkeren wordt zoveel mogelijk decentraal opgelost. Dat wil zeggen dat ieder bedrijf op eigen terrein voor voldoende parkeergelegenheid (en laad- en losmogelijkheden) moet zorgen. Er wordt geen parkeergelegenheid in de openbare ruimte gerealiseerd. Om te borgen dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is en blijft, is in de regels van de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’ en ‘Bedrijventerrein – 2’ een parkeerregeling opgenomen. Bouw- en gebruiksmogelijkheden Voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, is aangesloten bij het stedenbouwkundig plan en bij de bouw- en gebruiksmogelijkheden die in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009 al voor Laarakker Noordwest waren opgenomen. De bouw- en gebruiksmogelijkheden op het regionale bedrijventerrein – dat op ruime afstand (meer dan 350 meter) van de bebouwing aan de Cuijkseweg ligt – zijn ruimer dan die op het lokale bedrijventerrein. Hierna wordt voor het lokale bedrijventerrein en het regionale bedrijventerrein aangegeven wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn.
Lokaal terrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’) Op het lokale bedrijventerrein mogen bedrijven worden gevestigd in de lichtere milieucategorieën 2 en 3.1. Gelet op de brede groenzones en de afstand tussen het bedrijventerrein en de woningen in de omgeving, zijn bedrijven in deze milieucategorieën uit oogpunt van milieuzonering toelaatbaar (zie ook paragraaf 4.2). De bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 10 meter en gebouwen en overkappingen moeten op minimaal 6 meter van de voorste perceelsgrens en minimaal 5 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrens worden gerealiseerd. De maximale bouwhoogte wordt op het grootste deel van het lokale bedrijventerrein overigens ingeperkt door de molenbiotoop van de Mariamolen. Op de rand van de bedrijfsbestemming, die op circa 105 meter van de molen ligt, bedraagt de maximale bouwhoogte volgens de biotoopberekening 5,3 meter. Deze hoogte loopt lineair op, totdat op 342 meter afstand van de molen een bouwhoogte van 10 meter wordt bereikt. In paragraaf 4.13 wordt dit nader toegelicht.
Blad 16 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Om het kleinschalige karakter van het lokale bedrijventerrein te waarborgen, is in de planregels bepaald dat een bouwperceel maximaal 5.000 m2 groot mag zijn. Via een omgevingsvergunning kunnen grotere bouwpercelen worden toegelaten als dat noodzakelijk is voor de ruimtelijk-economische belangen van het bedrijf, als het grotere kavel stedenbouwkundig inpasbaar is en als verplaatsing naar of vestiging op een ander (regionaal) bedrijventerrein niet mogelijk is. Deze afwijkingsmogelijkheid was niet opgenomen in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009 omdat het provinciaal beleid destijds een bovengrens van 5.000 m2 oplegde voor bedrijfskavels in de landelijke regio’s (uitgezonderd op de als zodanig aangewezen regionale bedrijventerreinen). In de nu geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (zie ook paragraaf 3.2.3) heeft de provincie deze harde bovengrens losgelaten en is slechts voorgeschreven dat op bedrijventerreinen een kavelomvang moet worden geregeld die past bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies. Dit geeft gemeenten de flexibiliteit om regelingen op te nemen die zijn afgestemd op de specifieke bedrijventerreinen binnen de gemeentegrenzen.
Vanwege de gewenste flexibiliteit bij de kaveluitgifte van Laarakker Noordwest is daarom – net als in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ – een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd. Regionaal terrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’) Op het regionale terrein is via aanduidingen aangegeven wat de maximale milieucategorie van bedrijven is. Op het grootste deel van het terrein is milieucategorie 4.2 de maximale milieucategorie, voor een klein deel van het terrein geldt milieucategorie 4.1 als maximum. De bouwmogelijkheden zijn op hoofdlijnen hetzelfde als de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009 en zijn ruimer dan op het lokale terrein. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en overkappingen mag hier maximaal 12 meter bedragen, met een afwijkingsmogelijkheid tot 20 meter. Voor bouwwerken zoals silo’s en bedrijfsinstallaties geldt ook een maximale bouwhoogte van 12 meter, met een afwijkingsmogelijkheid tot 20 meter. Van deze afwijkingsmogelijkheid kan uitsluitend gebruik worden gemaakt als de grotere hoogte noodzakelijk is vanwege de bedrijfsuitoefening. Daarbij wordt getoetst of de grotere bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld: de hogere bedrijfsinstallaties dienen dus ruimtelijk inpasbaar te zijn.
Gebouwen en overkappingen moeten op minimaal 12 meter van de voorste perceelsgrens worden gerealiseerd (met een afwijkingsmogelijkheid tot 6 meter) en op minimaal 5 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrens (met een afwijkingsmogelijkheid tot 3 meter). Omdat het regionale bedrijventerrein juist is bedoeld voor de vestiging van grootschalige bedrijven geldt er geen maximum oppervlakte voor het bouwperceel. In plaats daarvan is een minimale oppervlakte voorgeschreven (5.000 m2 voor bedrijven in milieucategorie 3.1 en 3.2 en 2.000 m2 voor bedrijven in milieucategorie 4.1 en 4.2) om te voorkomen dat een versnippering van het terrein plaatsvindt. Groen en water Overeenkomstig het stedenbouwkundig plan wordt op Laarakker Noordwest maximale ruimte geboden voor ondernemen. Het groen is geconcentreerd aan de buitenranden van het terrein: de natuurzone rond de Laarakkerse Waterleiding in het noorden en de brede landschappelijke randen aan de west- en zuidzijde. In deze zones is ruimte voor de aanplant van afschermend groen en in de zone rond de Laarakkerse waterleiding wordt een deel van de wateropgave opgevangen. Het groen op het bedrijventerrein bestaat uit groene bermen en watergangen/wadi’s die worden aangelegd langs de wegen op het terrein. Een deel van deze groen- en waterstructuur is al zichtbaar langs de verlegde Mondsestraat.
De A-watergang langs de Mondsestraat is verlegd zodat die parallel langs het nieuwe wegtracé ligt.
Blad 17 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Het watersysteem van Laarakker Noordwest maakt deel uit van het totale watersysteem van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker. Uitgangspunt bij het ontwerp van de waterstructuur is dat gebiedseigen water in het gebied zelf wordt opgevangen. De bedrijven die zich op Laarakker Noordwest vestigen krijgen de verplichting om een deel van het hemelwater afkomstig van daken en verhardingen op eigen terrein op te vangen door middel van een eigen retentie- of infiltratievoorziening. Voor de infiltratie van regenwater zijn verschillende methoden denkbaar. Zo kan gebruik worden gemaakt van een (begroeid) onverhard terreindeel, van doorlatende verharding, van een oppervlakkige infiltratievoorziening of van een ondergrondse infiltratievoorziening. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging op eigen terrein is geborgd. Het overige water afkomstig van de bedrijfspercelen en het water afkomstig uit de openbare ruimte wordt verwerkt in waterbergingsvoorzieningen en watergangen in het openbaar gebied. De bergingslaagtes in de groene randen rond het bedrijventerrein zijn inmiddels grotendeels aangelegd en hebben enige overcapaciteit zodat ruimschoots wordt voorzien in voldoende waterberging. In paragraaf 4.7 is dit verder uitgewerkt.
2.3
Vertaling in het bestemmingsplan De (stedenbouwkundige) uitgangspunten voor Laarakker Noordwest zijn vertaald in dit bestemmingsplan. Voor het terrein zijn twee bedrijfsbestemmingen opgenomen: de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ ligt op de gronden die worden ontwikkeld als lokaal bedrijventerrein en de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ geldt voor de gronden die worden ontwikkeld als onderdeel van het regionale terrein. De gebruiks- en bouwmogelijkheden die in de vorige paragraaf zijn beschreven, zijn als regels in die bestemmingen opgenomen. De groene randen aan de west- en zuidzijde van het terrein liggen binnen het plangebied en zijn bestemd als ‘Groen’. De ecologische verbindingszone ten noorden van het terrein ligt buiten de plangrens, omdat die in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ al is bestemd voor ‘Natuur’. De A-watergang langs de Mondsestraat is bestemd als ‘Water’.
Blad 18 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De NOVI geeft richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland tot 2050. De ruimte in Nederland is schaars en het maken van keuzes is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat Nederland over 30 jaar nog steeds een prettig, veilig en gezond land is om in te wonen, te werken en te recreëren. Het Rijk benadrukt dat gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk samen verantwoordelijk zijn voor de fysieke leefomgeving en streeft ernaar om opgaven als één overheid samen met de samenleving op te pakken. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland in de komende jaren flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze opgaven op te pakken met oog voor de omgevingskwaliteit: het samenspel van ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Daarbij wordt telkens uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Sommige belangen overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en worden als nationaal belang gezien.
In de NOVI zijn 21 nationale belangen benoemd. De NOVI richt zich op de ontwikkelingen waar meerdere nationale belangen en opgaven bij elkaar komen en waar keuzes moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Waar de opgaven vragen om een integrale benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om richting te geven aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering worden in het nationale omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes gehanteerd: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn in de NOVI beleidskeuzes gemaakt. Daarbij is ook aangegeven welke beleidskeuzes verder zullen worden uitgewerkt in programma’s. Binnen de prioriteit ‘duurzaam economisch groeipotentieel’ gaat het onder meer om een transitie naar een circulaire economie. Het streven is dat Nederland in 2050 een sterke positie heeft in de top vijf van meest concurrerende economieën.
Een gezonde en veilige leefomgeving en een goed vestigingsklimaat in het hele land dragen bij aan een duurzaam groeivermogen van 2 procent van het bruto binnenlands product. Met de beschikbare milieu- en fysieke ruimte voor industrie, transport en distributie en andere economische clusters moet zorgvuldig worden omgegaan. De ruimte die nu in gebruik is voor industrie- en havenfuncties moet beschikbaar blijven voor de genoemde transitie, tenzij alternatieven beschikbaar komen.
Blad 19 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
Zo veel mogelijk moet worden gezocht naar het optimaliseren van het huidige (milieu-)ruimtegebruik door compacter ruimtegebruik, het verkorten van ketens, het reduceren van emissies aan de bron en het combineren van functies, onder voorwaarde dat de veiligheid gewaarborgd blijft. Het toekomstig benodigde ruimtegebruik is onzeker. Waar nodig stellen de decentrale overheden extra ruimte beschikbaar voor de verdere ontwikkeling en omschakeling naar een duurzame, circulaire economie.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet bij iedere nieuwe stedelijke ontwikkeling worden aangegeven dat de ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte en wat de mogelijkheden zijn om deze behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied op te vangen. Indien is gebleken dat de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, kan deze op een geschikte locatie buiten het stedelijk gebied worden gerealiseerd. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 2.1.2 van deze toelichting is ingegaan op de toets van Laarakker Noordwest aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Uit deze laddertoets blijkt dat er behoefte is aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest en dat er niet in die behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeenten die deel uitmaken van het ruimtelijk verzorgingsgebied. Daarmee doorstaat de ontwikkeling de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
3.1.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de juridische vertaling van het rijksbeleid en bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Het plangebied valt volgens de kaarten van de Rarro in het radarverstoringsgebied van de radarinstallatie op vliegbasis Volkel. In het plangebied kan op grond van het Rarro bebouwing worden toegestaan tot een hoogte van ruim 80 meter (zie paragraaf 4.14). Dit bestemmingsplan maakt dergelijke hoge bebouwing niet mogelijk. Het bestemmingsplan voldoet dus aan de regels van het Barro en de Rarro. Voor het overige zijn in het Barro en de Rarro geen bepalingen opgenomen die van belang zijn voor (het plangebied van) dit bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, en beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie streeft in de omgevingsvisie naar het creëren van meerwaarde. Het handelen van de provincie is daarom gericht op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie. Daarbij vindt de provincie het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken:
Blad 20 van 75
Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest Gemeente Cuijk projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 02
-
-
-
Een ‘diepe’ manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een ‘ronde’ manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. Een ‘brede’ manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen.