03. Kerkenvisie Gemeente Grave 15 september 2021
Tekst van het document
28
Kerkenvisie Gemeente Grave over de perspectieven voor kerkgebouwen en de rol/kansen voor dorpsen wijkraden. Gemeente Er liggen goede kansen om het erfgoed te bewaren en te blijven gebruiken; koester dit. • Op p.12 is een overzicht van kerkgebouwen en kloosters opgenomen, die binnen de toekomstige gemeentegrenzen te vinden zijn. • Geef in het beleid en de ruimtelijke planvorming meer aandacht aan de betekenis van het rijke religieuze erfgoed. • Ga een regelmatig overleg aan met de kerkeigenaren, het ‘kerkenvisie-overleg’ en stel zowel een bestuur-lijk als ambtelijk aanspreekpunt in. • Zet in op een ‘herbestemmings-loket’, een aanspreekpunt voor eigenaren van kerkgebouwen en ander kansrijk erfgoed. • Stel een ‘multidisciplinair team’ samen dat per her te bestemmen (kerk)gebouw aan de voorkant van het traject het gesprek aangaat, meedenkt en samen kansen verkent. Denk aan de vakdisciplines erfgoed, ruimtelijke ontwikkeling, sociaal domein, toerisme en recreatie, bedrijvencontact e.d.
• Ga bij het verkennen van alternatieve functies voor een kerkgebouw of het financieren van een herbestemming op zoek naar koppelkansen; bijvoorbeeld met de doelstellingen in de structuurvisie, met het (nieuwe) erfgoedbeleid, de kernendemocratie, het woonbeleid, toerisme en recreatiebeleid, provinciale thema’s, de invoering van de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan, landelijke projecten (RCE/duurzame thema's), euregioprojecten etc. • Verspreid in de nieuwe gemeente zijn er naast de monumentale kerkgebouwen nog veel religieuze objecten en gebouwen te vinden, zoals kloosters, kapellen, kruisbeelden, kruisen, Mariakapellen e.d. Zet als verbindend thema in op religieus erfgoed als onderdeel van het erfgoedbeleid.
•
•
•
Organiseer in 2022 een startbijeenkomst over het onderwerp religieus erfgoed en de kerkenvisie. Nodig kerkeigenaren, bewoners, dorpsen wijkraden, erfgoedorganisaties en heemkundeverenigingen uit. Verwerk (de werkwijze van) de kerkenvisie als bouwsteen voor de ontwikkeling van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Religieus erfgoed is beeldbepalend, van architectonische en esthetische waarde en identiteitsbepalend voor dorpsgemeenschappen. Ga met de parochie en de PKN Grave over verduurzaming in gesprek. Niet alleen omdat verduurzaming voor eigenaren van monumentale kerkgebouwen lastig is. Gezien de grote gemeentelijke opgave voor energietransitie bieden de maatschappelijk relevante en centraal gelegen kerkgebouwen mogelijk interessante aanknopingspunten.
Provincie Noord-Brabant: • Ga met de gemeente in gesprek over het thema religieus erfgoed, dat met de aanwezige kwaliteiten in de gemeente voor veel verhalen en toeristische trekpleisters kan zorgen.
29
Kerkenvisie Gemeente Grave 4.4 Hoe nu verder? •
•
•
Een kerkenvisie-overleg tussen de gemeente en de kerkeigenaren in te stellen, binnen de ambtelijke organisatie een herbestemmingsloket op te zetten. Wanneer het kerkgebouw niet als religieuze voorziening kan worden voortgezet, een multidisciplinair team samen te stellen om een nieuwe maatschappelijke of commerciële bestemming te vinden om het monumentale erfgoed te kunnen behouden. Kerkenvisie is de basis voor de overlegstructuur.
Scenario’s voor de toekomst van kerkgebouwen. Als toekomstige bestemming van een kerkgebouw kan men een zestal scenario’s onderscheiden:
1. Behoud van de volledige religieuze functie Wanneer men in het kerkgebouw verschillende religieuze functies of denominaties combineert of het kerkgebouw overdraagt aan een andere denominatie, dan blijft de bestemming van het kerkgebouw behouden.
2. Religieuze functie behouden in een gedeelte van de kerk Voor een gedeelte van de kerk blijft de religieuze functie behouden, het overige gedeelte van de kerk wordt niet meer gebruikt voor een religieuze functie.
3. Religieuze functie combineren met nevenbestemming(en) Het kerkgebouw behoudt de religieuze functie maar wordt buiten de vieringen om gebruikt voor andere, niet religieuze, activiteiten.
4. Herbestemming In dit scenario zijn er geen religieuze vieringen meer in het kerkgebouw. De variëteit in mogelijke bestemmingen is groot. Zo zijn er voorbeelden van kerkgebouwen die nu gebruikt worden als woonhuis, kantoor, museum, theater, café of bibliotheek. Uit de talrijke voorbeelden is echter op te maken dat elke kerk, dorp en stad uniek is en er daarom gezocht moet worden naar een passende nieuwe functie,
die liefst ook zo goed mogelijk rekening houdt met de historische, religieuze, architectonische en emotionele waarde van de kerk.
5. ‘Laten rusten’ Zolang er nog geen andere bestemming voor het kerkgebouw is gevonden en het religieus gebruik van het kerkgebouw is beëindigd, kan men het gebouw enige tijd leeg laten staan. In de tussentijd is het wel verstandig om het gebouw te onderhouden zodat het niet in verval raakt.
6. Sloop Nadat het kerkgebouw aan de eredienst is onttrokken, kan besloten worden om het kerkgebouw te slopen. Gemeentelijk- of rijksmonumenten worden in principe niet gesloopt. Het kerkenvisie-overleg Het kerkenvisie-overleg zorgt voor de borging van de kerkenvisie. Eén a tweemaal per jaar initiëren de kerkeigenaren het kerkenvisie-overleg om samen met de gemeente het toekomstperspectief van de kerkgebouwen te monitoren. Als zij problemen bij de financiering of leegstand van een kerkgebouw zien aankomen, informeren de kerkeigenaren tijdig de gemeente hierover. Daarnaast worden de voortgang en ontwikkelingen rond het gemeentelijk erfgoedbeleid door de gemeente belicht. Tevens worden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van religieus erfgoed in de dorpen, die mogelijk van invloed zijn op de daar aanwezige kerkgebouwen, geagendeerd. De gemeente is op bestuurlijk niveau vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Erfgoedbeleid; ambtelijk is er in ieder geval een vakspecialist Erfgoed en vakspecialist Kernen aanwezig. Het “herbestemmingsloket” Het is voor de kerkeigenaren wenselijk om binnen de gemeentelijke organisatie een vast aanspreekpunt te hebben. Deze contactpersoon fungeert als coördinator naar de rest van de organisatie en ondersteunt de herbestemming door de juiste personen binnen de organisatie bij het initiatief te betrekken. Ook zorgt deze
30
Kerkenvisie Gemeente Grave ervoor dat de verschillende programma’s en regelingen van het rijk, provincie en gemeente, die van toepassing zijn, goed op elkaar worden afgestemd. Ook fungeert de contactpersoon als wegwijzer naar mogelijke financieringsbronnen en adviseert of biedt ondersteuning bij procedures, vergunningen en afstemming hierover.
Het multidisciplinair team Wanneer een kerkgebouw aan de eredienst zal worden onttrokken, zal door de kerkeigenaar en de gemeente een multidisciplinair team worden samengesteld om de maatschappelijke en commerciële toekomstperspectieven van het kerkgebouw te onderzoeken en eventuele belangstellenden op te sporen. Tevens worden afspraken gemaakt over de organisatie en budgettering van het team. Het team beziet allereerst, welke andere partijen in dit geval in het team het best uitgenodigd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld de dorpsraad en de VVK-NB. Het grote probleem van de opstart van een dergelijke transformatie van een kerkgebouw is, dat de huidige kerkeigenaar
met grote waarschijnlijkheid niet de nieuwe eigenaar van het kerkgebouw is. Daarbij komt dat in andere delen van het land er commercieel meer belangstelling is voor de leegkomende kerkgebouwen dan in deze contreien. Mede gegeven de vele belanghebbenden bij het handhaven van de monumentale kerkgebouwen is het van belang vanaf het begin met grote transparantie te werk te gaan. Op weg naar betrokkenheid en draagvlak wordt begonnen met een brede verkenning naar ideeën, suggesties en wensen van kerkbezoekers, dorpsgenoten en alle andere, mogelijke belangstellenden in het kerkgebouw (interviews, enquête, krantenartikelen, sociale media, presentaties en hoorzittingen, brainstormbijeenkomsten e.d.). Op grond van deze verkenning wordt een selectie gemaakt van de meest kansrijke varianten, welke worden voorgelegd aan de stad- of dorpsgenoten en alle andere belangstellenden. Vervolgens wordt de meest gedragen variant als eerste onderzocht; mocht deze variant niet levensvatbaar zijn, dan wordt de volgende variant onderzocht, net zolang tot er een oplossing gevonden is voor de herbestemming van het kerkgebouw. Het kerkenvisie-overleg in een notendop: Elk kerkgebouw vraagt om een maatwerkaanpak en -oplossing.
Het vinden van een nieuwe functie voor een kerkgebouw en een nieuwe eigenaar, die mogelijkheden ziet om hieraan een alternatieve bestemming aan te geven, is geen wetenschap, maar vaak gebaseerd op de juiste stappen, toevalligheden en een beetje geluk. Met de Kerkenvisie en het schema op de volgende 2 pagina’s, hoopt de kerngroep een bruikbare kapstok te hebben opgezet, voor een toekomst voor kerkgebouwen.
31
Kerkenvisie Gemeente Grave
Gewenste uitgangspunten Kerkenvisie-overleg:
Kerkeigenaar initieert 1 a 2 x per jaar. Gemeente faciliteert het overleg.
Kerkenvisie-overleg. Op de agenda:
Hoe staan de kerkgebouwen ervoor? Tendenzen / ideeën / duurzaamheid?
Thema Religieus Erfgoed Een agenda wordt van te voren goed voorbereid tussen gemeente en kerkeigenaren. Ontwikkeling dorpen Beleidsadviseuren -Erfgoed -Leefbaarheid -Duurzaamheid (evt. op afroep) zijn aanwezig
Als er sprake is van een aanstaande kerksluiting, gaat kerkeigenaar tijdig in gesprek met de contactpersoon voor herbestemming (Herbestemmingsloket)
32
Kerkenvisie Gemeente Grave
Herbestemmingsloket In gesprek met de contactpersoon voor herbestemming bij de gemeente
Is men op zoek naar een geheel nieuwe bestemming of een nevenbestemming? Wat zijn de (on)mogelijkheden?
Waardering en omschrijving van het gebouw en (monumentale) onderdelen in de basis meenemen. Denk aan orgel, kerkbanken, preekstoel, beelden, schilderijen, begraafplaats etc.
Uitgangspunt bij een herof nevenbestemming is een maatschappelijk relevante invulling.
Multidisciplinair team wordt samengesteld.
Multidisciplinair team De opgave bepaalt de samenstelling
Samen uitgangspunten, agenda en randvoorwaarden (o.a. voor monument) bepalen.
Inwoners en dorpsraad worden betrokken. Gezamenlijke verkenning naar de mogelijkheden.
Let op inzet van goede communicatiekanalen.
Nieuwe maatschappelijk relevante invulling niet mogelijk? Privaat gebruik, tijdelijk gebruik of leegstand worden besproken en onderzocht.
De opgave bepaalt de samenstelling. Bijvoorbeeld:
-vertegenwoordigers kerkeigenaar -vakspecialisten Gemeente -adviseur Rijksdienst voor Cultureel erfgoed -vertegenwoordiging dorps-/wijkraad
33
Kerkenvisie Gemeente Grave
Bronnen en verantwoording De kerkenvisie is de verzameling van informatie die we uit gesprekken, onderzoeken, beleidsstukken en websites hebben opgehaald. We hebben deze informatie zo goed mogelijk geprobeerd te interpreteren, met de intentie om tot een realistische kerkenvisie te komen. Ook heeft er afstemming plaatsgevonden met de belangrijkste stakeholders in het traject.
Belangrijkste bronnen: Foto’s en informatie over het religieus erfgoed zijn afkomstig van kerkeigenaren, Daniel Kamps, de heemkundekring en het BHIC www.protestantsekerk.nl www.bisdomdenbosch.nl www.cultureelerfgoed.nl www.toekomstreligieuserfgoed.nl www.grave.nl www.brabant.nl
Beleidsplan Samenbouwen in vertrouwen, Mgr. De Korte, 2016 Heilige huisjes? Verkenning naar de herbestemming van kerkgebouwen in Brabant’ Telos, 2013 Bouwstenen voor een kerkenvisie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2019 Enquête over toekomst kerkgebouwen in de gemeente Grave, AdVinci, nov-2020 – 1 augustus 2021 ‘Handboek Behoud en Beheer 2. Nieuw gebruik van kerkgebouwen.’ Een uitgave van de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen, 2019. ‘Kerkgebouwen. 88 inspirerende voorbeelden van nieuw gebruik – van appartement tot zorgcomplex.’, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2020. ‘Protestantse kerken. Hun pracht en kracht.’ Regnerus Steensma, 2013
34
Kerkenvisie Gemeente Grave Bijlage 1. Juridisch kader en beleid Op zoek naar een nieuwe toekomst van een kerkgebouw, krijgt men te maken met wetgeving van het Europees, Nederlands en kerkelijk recht.
Hier een overzicht van de belangrijkste regels. Europees recht
Het verdrag van Granada (1985) stelt dat de bescherming van het architectonisch erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening. In artikel 11 is opgenomen: ‘Rekening houdend met de archeologische en historische aard van het erfgoed, verplicht iedere lidstaat zich tot het bevorderen van het gebruik van de beschermde goederen, rekening houdend met de behoefte van het hedendaagse leven; en het zodanig aanpassen van oude gebouwen dat die voor nieuwe doeleinden kunnen worden gebruikt’. Nederlands recht
Omgevingsrecht recht: Met behulp van Omgevingsrecht kunnen we in Nederland de ruimtelijke ontwikkelingen plannen en controleren.
Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 is ingegaan. In de nieuwe Omgevingswet, die naar alle waarschijnlijkheid per 1 juli 2022 in gaat, is deze instandhoudingsplicht ook weer opgenomen. De gemeente is verplicht advies in te winnen bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) bij de volgende ingrepen: • Sloop van het monument of een deel daarvan, voor zover van ingrijpende aard. • Ingrijpende wijziging van het monument of een belangrijk deel daarvan, voor zover de gevolgen voor de monumentale waarde vergelijkbaar zijn met die van gedeeltelijke sloop van ingrijpende aard. • Reconstructie van het rijksmonument of een belangrijk deel daarvan waarbij het monument wordt teruggebracht in een (veronderstelde) eerdere staat. • Wijziging van het monument of een belangrijk deel daarvan als gevolg van een functiewijziging. Bij kerkelijke monumenten neemt de gemeente geen beslissing op de vergunningaanvraag voordat er overleg is gevoerd met de eigenaar (art. 3.2a Wabo). Kerkelijke monumenten vormen een afzonderlijke categorie ten gevolge van de in art. 6 van de Nederlandse Grondwet vastgelegde vrijheid van godsdienst. Landelijk is ook het Energieakkoord ondertekend in 2013. Landelijk, provinciaal en gemeentelijkbeleid volgde in de jaren erna. Op dit moment staat de Energietransitie bij alle overheden op de agenda: de weg naar een energielandschap die zo goed als vrij is van fossiele randstoffen.
Een eigenaar van een monument moet er voor zorgen dat zijn of haar rijksmonument zodanig onderhouden wordt dat behoud gewaarborgd is. Deze instandhoudingsplicht voor rijksmonumenten is vanuit de oude monumentenwet overgenomen in de
35
Kerkenvisie Gemeente Grave Kerkrecht
Het kerkrecht is in Nederland ondergeschikt aan het Nederlands recht. Als het gaat om vastgoed dat eigendom is van een roomskatholieke kerkelijke instelling, zijn uit het kerkelijk wetboek de volgende regels van toepassing:
Canon 1291 Voor alle daden die het gewone beheer te buiten gaan is de schriftelijke machtiging van de bisschop is vereist.
Canon 1296, § 1 Bij vervreemding van bedragen tussen de € 200.000 en € 2.500.000 is toestemming nodig van de bisschoppelijke Raad voor Economische Aangelegenheden; voor bedragen die de € 2,5 miljoen te boven gaan is de toestemming van een speciale commissie in het Vaticaan vereist.
Canon 1294, § 1 ‘Een zaak mag gewoonlijk niet vervreemd worden tegen een prijs die lager is dan in de schatting aangegeven wordt.’ Dit is de basis voor de stelregel vanuit het Bisdom ‘s Hertogenbosch dat alle te verkopen zaken niet onder de getaxeerde waarde mogen worden vervreemd. Hiermee is de taxatiewaarde een ondergrens voor een eventuele transactie. Het bisdom vraagt in principe steeds om een onafhankelijke taxatie van een makelaar die werkt in opdracht van het bisdom.
Canon 1210: In een gewijde plaats mag alleen worden toegelaten wat dienstig is voor de uitoefening of de bevordering van de eredienst, de vroomheid en de godsdienst en is verboden wat niet in overeenstemming is met de heiligheid van de plaats. Wel kan de Ordinaris in afzonderlijke gevallen een ander gebruik toestaan dat niet strijdig is met de heiligheid van de plaats. Deze canon is dus van belang bij het toekennen van een nevenbestemming.
Verordening Ruimte en de adviesbevoegdheid voor rijksmonumenten in het buitengebied. Met de provinciale omgevingsvisie ‘De Kwaliteit van Brabant. Visie op de Brabantse Leefomgeving’, uit 2018, kijkt men vooruit naar 2050. Noord-Brabant heeft dan de energietransitie ondergaan en hecht nog steeds veel waarde aan erfgoed: ‘Anno 2050 is Brabant nog
steeds een contrastrijke en in zijn verscheidenheid ook verbonden provincie. De eigen identiteit van de gebieden is versterkt. Zichtbaar aanwezig gebleven historische waarden; erfgoed en landschappelijke verscheidenheid hechten ons aan ons verleden.
De Omgevingswet gaat gemeenten en inwoners vernieuwende instrumenten aanreiken om samen Nederland steeds mooier te maken. In hun actuele erfgoedprogramma kunnen gemeenten aansluiting zoeken bij één van de 4 provinciale beleidslijnen: Bestuurlijk Brabant, Bevochten Brabant, Innovatief Brabant en Religieus Brabant. Via dit beleid wordt met name gewerkt aan het uitbreiden van de verhalen over Brabant via erfgoed, toeristische routes etc.
Vanwege de toekomstige potentie van erfgoed in de ruimtelijke ordening met de nieuwe instrumenten zoals de Omgevingswet, ligt hier een mooie kans: Het is ten zeerste aan te bevelen om door Gemeente Land van Cuijk een nieuw en eigen erfgoedbeleid te laten opstellen. Religieus Erfgoed verdient daarin een eigen thema, waarmee kerkgebouwen en ander religieus erfgoed op duurzame wijze hun waarde in de toekomst behouden
Provinciaal beleid
Met als doel een verdere verankering van erfgoed in de ruimtelijke ontwikkeling zet de provincie verschillende vormen van beleid in: cultuurhistorische waardenkaart, de Structuurvisie ruimtelijke ordening,
36
Kerkenvisie Gemeente Grave Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Grave 2025 Deze structuurvisie legt in hoofdlijnen het ruimtelijk beleid vast voor het grondgebied van de gemeente Grave. De visie laat zien welke ontwikkelingen worden voorzien op welke locaties. Het woord “kerkdorp(en)” wordt wel 32 keer genoemd in het document! Vaak in relatie tot zaken zoals sociale cohesie en voordelen/ kansen die kerkdorpen bieden. Wanneer men een bepaalde ontwikkeling wil starten, kan uit het structuurplan opgemaakt worden in hoeverre het initiatief daarbinnen past. Monumentenvergunning De monumentenvergunning, die noodzakelijk is bij wijzigingen aan een kerkgebouw, is per 2012 opgegaan in de omgevingsvergunning. De aanvrager kan hiervoor online terecht bij één loket, het omgevingsloket; groot onderhoud, sloopwerkzaamheden en een wijziging van de functie vallen onder deze wetgeving. Erfgoedverordening Plaatselijk hanteert de gemeente een erfgoedverordening voor de bescherming van gemeentelijke monumenten. Hierin staan voorschriften en regels met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. De regels uit de erfgoed- of monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2029 in het Omgevingsplan opgenomen zijn. Erfgoedbeleid Grave heeft een Erfgoedbeleid: ‘Erfgoedplan. Erfgoed voor het voetlicht’, 2014. De Kerkenvisie staat hier in genoemd.
Thema’s uit erfgoedbeleid kunnen aanknopingspunten zijn om doelen voor religieus erfgoed te bereiken. Bestemmingsplannen In de bestemmingsplannen van de gemeente zijn regels opgenomen
betreffende het gebruik van de grond en van de gebouwen die op het perceel staan. Voor de kerken in de gemeente gelden de regels welke zijn vastgesteld voor de bestemming “maatschappelijk”. Dit houdt in dat er beperkingen zijn, men kan een kerkgebouw niet zomaar verkopen en er andere activiteiten in onderbrengen. Om andere activiteiten toe te staan kan het bestemmingsplan worden herzien of kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. Bij gebouwen met een monumentenstatus zijn hieraan uitgebreide procedures verbonden, zoals een voortraject met onderzoeken, heldere communicatie, afstemming en het verzorgen van draagvlak bij goedkeuring van de plannen. Op weg naar de Omgevingswet Het rijk heeft het voorbereidings- en besluitvormingstraject voor de nieuwe Omgevingswet in de Tweede en Eerste Kamer afgerond. De officiële implementatie start medio 2022, maar veel gemeenten bereiden zich al voor. Het is de bedoeling dat in 2029 de invoering geheel is afgerond. Het doel is dat iedereen makkelijker, sneller en goedkoper nieuwe plannen kan maken en realiseren. Alle huidige wetgeving en regels op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water zijn gebundeld in een wet en alle uitvoering wordt bij de gemeenten neergelegd. Het is daarmee de grootste verandering op het gebied van de wetgeving ooit.
Het gemeentelijke structuurplan en de bestemmingsplannen komen te vervallen; daarvoor in de plaats komen de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Alle regelgeving wordt in een geautomatiseerd systeem opgeslagen, zodat men in één overzicht kan zien welke beperkingen en mogelijkheden er op een bepaalde plek liggen. Voorwaarde wordt dat de indiener van een plan de inspraak zelf ter hand neemt. Hieronder vallen dus ook ingrepen op het gebied van het cultureel erfgoed.
37
Kerkenvisie Gemeente Grave De ervaringen met deze kerkenvisie kunnen input leveren bij het ontwikkelen van het Omgevingsplan voor de nieuwe gemeente Land van Cuijk. Tevens zullen bij het uitvoeren van de kerkenvisie inhoudelijke ‘bouwstenen’ worden aangedragen voor het nieuwe omgevingsplan. “Kernendemocratie” Op dit moment wordt van alle kernen die straks onderdeel vormen van de gemeente Land van Cuijk, een “kernen-cv” gemaakt. Een curriculum vitae dat gaat helpen als kapstok voor toekomstige ontwikkelingen. Iedere kern krijgt de gelegenheid om het beste uit ontwikkelingen te halen door er zoveel mogelijk bij betrokken te zijn. Het kernen-cv hoort bij het participatieprincipe Kernendemocratie en sluit goed aan bij de voorstellen van de kerkenvisie.
38
Kerkenvisie Gemeente Grave Bijlage 2 Het religieuze erfgoed van Gemeente Grave Grave Begijnenkerk (1526 ingewijd): RM (Rijksmonument) 17209, Bagijnenstraat 5 Eigenaar: Protestantse Kerk Grave
Ned. Herv. Kerk. Oorspronkelijk kerk van het Begijnhof Maria Graf, vanaf 1581 kerk van het Franciscanessenklooster, later Waalse kerk, thans Protestantse Kerk Grave. Gebouwd omstreeks 1500 in baksteen en bestaande uit een schip met driezijdige koorsluiting, een veelhoekige uitgemetselde traptoren op de noordwesthoek. Inwendig oorspronkelijk overwelfd, thans gedekt door een vlak stucplafond. Eiken preekstoel uit plm. 1650, tweearmige koperen kandelaars (XVIII A) op de orgeltribune. Eenklaviers orgel met aangehangen pedaal, in 1806 gemaakt door J. Tits met gebruikmaking van ouder materiaal. Klokkenstoel met klok van anonieme gieter, 1550, diam. 49 cm.
Grave Sint-Elisabeth Kerk (13e eeuw): RM 17255, Hoofdwagt 1 Eigenaar: Parochie H. Elisabeth
Rooms Katholieke kerk van St. Elisabeth, gesticht door de heren van Cuyk op het eind van de XIIIe eeuw; in 1308 kapittelkerk geworden; na de stadsbrand van 1415 vernieuwd; 1506-1516 nieuw koor gebouwd, 1564 het transept. In 1602 Hervormd. In 1674 door het oorlogsgeweld zwaar beschadigd, 17071719 gerepareerd; door het beleg van 1794 opnieuw zwaar beschadigd. In 1804 door de katholieken in gebruik genomen, na watersnood en storm in 1842 hersteld; 1866 instorting van schip en transept; 1874 na blikseminslag de overblijfselen van de toren gesloopt. Aan het transept in XIX een schiptravee met zijkapellen hersteld.
39
Kerkenvisie Gemeente Grave Naast de kerk bevindt zich een kerkhof en een urnentuin. Vroeg XVIIIe-eeuws barok meubilair: rijk gesneden hoofdaltaar en twee zij-altaren; twee eenvoudigere altaren in Lodewijk XVI stijl; weelderige preekstoel uit plm 1700; twee biechtstoelen uit 1713; communiebank uit 1758. Marmeren grafmonumenten voor hertog Arnout van Gelre, opgericht in 1802 nadat een ouder praalgraf in 1794 verwoest was, en gemerkt S.C. Hoffman, 's-Hage. XVIe eeuws St. Jacobsbeeld; reeks fraai gesneden beelden en groepen uit XVIII A, waaronder St. Anna, St. Elisabeth, Joseph met kind Jezus en Janneke. Schilderijen: Kruisiging tussen kanunniken, begijnen, burgerij en ridderschap, bedoeld als gedenkteken voor mr Jacob de Haan (overleden 1528), portret van een kanunnik; een schilderij van David Seghers. Neogotische wandschilderingen door Heymans uit Den Bosch, 1900, van weinig waarde. Orgel met Hoofdwerk en nevenwerk van F.C. Smits uit 1846. Bij de restauratie van 1981 werd een schijnrugwerk toegevoegd. Klokkenstoel met klok van C. en R. Voigt, 1772, diam. 54 cm.
Gassel Sint Jan de DoperJanskerk (1815-1875): RM 526041, Gentstraat2. Eigenaar: Parochie H. Elisabeth De Rooms Katholieke kerk Sint Johannes de Doper betreft een driebeukige neogotische kruiskerk, gebouwd tussen 1875 en 1880 naar ontwerp van architect J. Werten en is opgetrokken in rode baksteen (kruisverband). De toren met de hoofdentree telt vier geledingen, heeft overhoekse steunberen en een laag tentdak met balustrade en hoekpinakels. Naast de hoofdentree bevat de toren o.m. een bovenlicht in de vorm van een spitsboog, gevuld met glas-in-lood in een casement dat beëindigd wordt door een klimmende rand van spitsbogen.
Ommuurde kerkhof met smeedijzeren poort en verschillende graftekens bij SintJanskerk: 527326 Ten westen van de kerk Sint Johannes de Doper ligt een ommuurd kerkhof, uitgevoerd met een smeedijzeren poort en bezet met enkele opvallende graftekens. Kerkhof kent één of meerdere crypten.
Voormalige pastorie (ca. 1850): 527325 Parochie is geen eigenaar. De pastorie uit circa 1850 is een wit, in blokverband gepleisterd L-vormig gebouw van twee lagen met kapverdieping onder een met leien gedekt schilddak. Het pleisterwerk is later aangebracht. De gevels zijn ingedeeld met zesruits schuiframen en stolpramen, gestucte raamprofielen met basementjes, aan de voorzijde een driezijdige erker. Op de nok staan twee gemetselde schoorstenen. Aangebouwd koetshuis in rode baksteen (kruisverband) met hoge gepleisterde plint en gedekt met een zadeldak dat is voorzien van verbeterde Oudhollandse dakpannen. Een lage bakstenen muur met ezelsrug begrenst het erf. De huidige achterzijde zou aanvankelijk voorzijde zijn geweest vanwege de oude kapel/kerk op het huidige Julianaplein.
40
Kerkenvisie Gemeente Grave Escharen Sint-Lambertuskerk (1863): RM 514129, Burgemeester de Bourbonplein 2 Eigenaar: Parochie H. Elisabeth . De R.K. KERK, gewijd aan de H. Lambertus, is in haar oorspronkelijke opzet een georiënteerde eenbeukige, neo-gotische kerk met geveltoren uit 1863, van de architect H.C. Dobbe. In 1930 is de kerk aan de noordelijke zijde met een zijbeuk en een transeptarm uitgebreid. Ten noorden van de kerk een kerkhof.
Heilig Hartbeeld (ca. 1930): 514130 Het cementstenen Heilig Hartbeeld staat op een vierkante bakstenen sokkel ten noorden van de kerk. In de periode 2004-2010 is het waarschijnlijk vervangen door een replica. Het beeld is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociale en geestelijke ontwikkeling, in het bijzonder de ontwikkeling van de katholieke H. Hartdevotie, het is tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van het H. Hartbeeld. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch en architectuurhistorisch van belang is.
41
Kerkenvisie Gemeente Grave Velp
H.H. Vincentius en Antonius van Paduakerk (1927): RM 514141, Tolschestraat 21A Eigenaar: Parochie H. Elisabeth
De R.K. PASTORIE van de H. Vincentius en H. Antonius van Padua parochie is een blokvormig gebouw met hoge dakpartij, gelegen aan de zuidelijke zijde van de R.K.kerk. Het werd omstreeks 1937 gebouwd in traditionele Delftse School-stijl door de architecten M. van Beek en C. van Moorsel.
3-eenheid in Velp:
Geen eigendom van de Parochie H. Elisabeth Wel van belang voor het volledige beeld van religieus erfgoed in de gemeente Grave.. (6) Oude Vincentiuskerk (7) Kapucijnerklooster Emmaus (8) Kasteelklooster Bronckhorst (redemptoristinnenklooster)
De R.K. KERK van de H.H. Vincentius en. Antonio van Padua (ook wel de nieuwe Vincentiuskerk genoemd) dateert uit 1937'38 en is een ontwerp in Delftse School-stijl van de architecten M. van Beek en C. van Moorsel. Het betreft een basilicale kerk met koorapsis. In deze typische 'volkskerk' uit de jaren dertig heeft een zeer breed schip met, aan de zuidelijke zijde, een smalle zijbeuk. Deze zijbeuk had een communicatieve functie: het kerkvolk was in het schip gezeten, zodat een onbelemmerd zicht op het altaar mogelijk was. De kerk is nooit voltooid; het was de bedoeling aan de westelijke zijde een hoge klokkentoren met naaldspits te realiseren. Na het verwijderen van het orgel is het oksaal dichtgemetseld. Ten oosten van de kerk een kerkhof.
Pastorie van de nieuwe St. Vincentiuskerk (1937-1938): RM 514142
Oude St. Vincentiuskerk (bouwjaar onbekend): RM 17330, Pastoor Loefsweg 1
Rooms Katholieke Kerk van St. Vincentius. In haar huidige vorm bestaande uit een schip met een noordelijke zijbeuk, een driezijdig gesloten koor en een vlak opgaande toren. In het schip, herbouwd na een brand in
42
Kerkenvisie Gemeente Grave 1674, nog belangrijke overblijfselen van de tufstenen XIIe eeuwse kerk. Noordbeuk en koor uit de XVIe eeuw; bakstenen toren uit de 15e eeuw. Klokkenstoel met klok van J. Fremy, 1699, diam. 98 cm en een klok van P. van Trier en S. Rutgers, 1675, diam. 79,5 cm.
Kapucijnenklooster Emmaus (ca. 1645): RM 17331, Basilius van Bruggenlaan 4
Kapucijnenklooster Emmaus. Gaaf bewaard klooster, gesticht in 1645, bestaande uit drie om een vlak gedekte kloostergang gelegen vleugels, blijkens jaarankers uit 1718.
Kasteelklooster Bronckhorst (Klooster St. Alfonsius Zusters): RM 515525, Basilius van Bruggelaan 2 o o o o o o o
Het kloostergebouw is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties in de negentiende eeuw en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het contemplatieve klooster. Het is architectuurhistorisch van belang vanwege de stijl, het bijzondere materiaalgebruik en de sobere ornamentiek en is tevens van belang in het oeuvre van de architect Asseler. Het heeft ensemblewaarden vanwege de samenhang van klooster, kapel, tuin en economiegebouwen. Het is tevens van belang in samenhang met de gaafheid van de omgeving, waar ook het reeds eerder beschermde kapucijnenklooster is gelegen.
Kloostervleugel haaks op de straat (1850): RM 514132 Westelijke kloostervleugel (1878-1880): RM 514133 Kloostervleugel tussen klooster en kapel (1867): RM 515525 Zuidelijke kloostervleugel (1861): RM 515526 Voormalige kloosterkapel (1878-1880): RM 515527 Oostelijke kloostervleugel (1901-1903): RM 515528 Tuin en toebehoren (1990): RM 515529
43
Kerkenvisie Gemeente Grave Achtergrondinformatie over Brabantse kerken Van de ruim 600 kerkgebouwen (kloosters en kapellen niet meegerekend) binnen het project ‘Kerken Tellen!’ is weliswaar een aanzienlijk deel gebouwd in de tweede helft van de negentiende en de vroeg twintigste eeuw, de periode waarin Rooms-katholieke kerken overwegend in de neogotische architectuurstijl werden ontworpen, maar er zijn ook de nodige gebouwen uit andere tijden.
Zoals in Hilvarenbeek, Helvoirt of Oirschot waar de kerken en hun torens duidelijk ouder zijn en verwijzen naar een bouwpiek in de vijftiende eeuw. In plaatsen die gedurende deze Brabantse Gouden Eeuw tot bloei kwamen door de lakennijverheid zie je relatief grote kerken. Net als in de meer landelijke gebieden, zoals in Kempen, waar tijdens de Middeleeuwen uitgestrekte parochies met een lage parochiedichtheid zich verzamelden in grotere kerken. Rond 1900 ontwikkelden diverse oude buurtschappen en nieuw gestichte dorpen in de Peel zich veelal als 'heiparochie', zoals rond Deurne, Gemert, Hilvarenbeek, Veghel, Oirschot. De schaalvergroting van de dorpskerken in deze periode toonde zich meestal in de neogotische bouwstijl. Bij de aanleg van nieuwe wijken in steden en fabrieksdorpen in de wederopbouwperiode ontstaan ook grote kerken. Vanuit de kerk en politiek werd aangedrongen op deconcentratie van de verstedelijking via het parochiemodel. Het middelpunt daarin is het parochiecentrum met kerk, begraafplaats, pastorie, klooster en school. Deze naoorlogse wederopbouwkerken kenmerken zich door de traditionalistische en moderne stijl.
voornamelijk van vóór 1900 en liggen langs de rivieren. Dit komt overeen met de gebieden met veel parochies in de Middeleeuwen zoals in het Maasland, ook wel Maaskant genoemd. Een apart fenomeen zijn de zogenaamde Napoleon of Lodewijkskerken in NoordBrabant. Deze groep van een kleine twintig zaalkerkjes dankt hun naam aan koning Lodewijk Napoleon (1806- 1810). Ze werden nieuw gebouwd in of kort na zijn bestuursperiode en zijn protestants omdat de protestanten de in 1648 genaaste oude gebouwen gedurende deze periode teruggaven aan de katholieken. De kerkjes van de kleine protestantse gemeenten hebben vaak een neoclassicistisch karakter. De grootte van een kerk, de bouwstijl en de locatie blijken in het algemeen geen belemmering te zijn voor herbestemming. Voor zo’n 100 kerken in Brabant is er al een nieuwe functie gevonden. Ze liggen verspreid door de provincie, in stad en dorp en betreffen zowel kleine, middelgrote als grote kerken. De helft heeft een commerciële functie gekregen, een derde cultureel maatschappelijk. Voorbeelden zijn Oostelbeers, Heerle (dorpshuis en huisartsenpraktijk), Hooge Zwaluwe (restaurant) en Eindhoven (kantoor jeugdzorg). Ook Helmond telt veel kerken met een nieuwe bestemming, zo zijn er onder andere een theater, gezondheidscentrum, kantoor en een supermarkt te vinden. Van de 600 Brabantse kerken is ruim twee derde nog als kerk in gebruik.
Opmerkelijk daarnaast is het grote aandeel leegstaande of buiten gebruik zijnde kerken. www.toekomstreligieuserfgoed.nl
Al met al is driekwart van het rijksmonumentale kerkenbestand (middel)groot van omvang en gedurende alle tijdvakken gebouwd, zowel in steden als het landelijke gebied. Meestal gaat het om varianten van het driebeukige type. Deze eenbeukige zaalkerken dateren
44
Kerkenvisie Gemeente Grave Bijlage 3 Visie en reflectie vanuit de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Parochie H. Elisabeth, protestantse gemeente Grave en gemeente Grave T.a.v. D. Huntjens Op 3 juni 2021 hebben vertegenwoordigers van het parochiebestuur, de protestantse gemeente, de gemeente en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed(RCE) een rondrit gemaakt langs de kerkgebouwen van Grave, Escharen, Gassel en Velp. De rondrit was in het kader van de toekomstige kerkenvisie. 1. Religieus erfgoed en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Door de ontkerkelijking verliezen steeds meer kerken hun oorspronkelijke functie.Als een kerk haar deuren moet sluiten, is dat een emotioneel proces. Telkens blijkt weer hoe belangrijk het gebouw voor de lokale gemeenschap is. De kerk met de toren is voor velen een herkenningsteken en een plek van herinnering. Veel van deze gebouwen kunnen met een nieuwe functie de toekomst tegemoet zien. Nieuwe functies stellen nieuwe eisen aan een gebouw, zoals extra daglicht ofmeer comfort. In de praktijk blijkt dat met kennis van zaken dit soort ingrijpende veranderingen op een goede manier kan worden vormgegeven, mét respect voor de historische en architectonische waarden van het monument. Als Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben wij van oudsher de taak ommonumenten te beschermen.
Tegenwoordig adviseren wij ook steeds vaker over nieuwe mogelijkheden voor oude gebouwen. De RCE beschouwt de herbestemming van monumenten als een van de grote opgaven van de komende jaren. Restauratie én transformatie staan nu centraal in ons werk. Daarom is de RCE gestart met de uitgave van een serie brochures over de verbouwing en herbestemming van monumenten. Deze brochure over de herbestemming van kerken geeft antwoord op veelgestelde vragen. Wat maakt een kerkgebouw monumentaal? Wat kunnen gemeenten doen om de herbestemming van monumentale kerken te ondersteunen? Welke stappen moet een eigenaar zetten om tot een passend verbouwingsplan te komen? En hoe kunnen praktische opgaven als extra daglicht en brandveiligheid met respect voor de historie op eenhedendaagse manier worden vormgegeven? Om de monumentale waarden van gebouwen helder en eenduidig vast te stellen, heeft de RCE een standaard ontwikkeld met waarderingscriteria. De waardering speelt een leidende rol bij de aanwijzing van een gebouw als monument én bij het wijzigen van het beschermde gebouw. De waardering is gebaseerd op vijf hoofdcriteria die zijn onderverdeeld in subcriteria. De grondslagen van de waardering van het gebouwde erfgoed liggen in de domeinen van kunst en geschiedenis. Maar daarnaast spelen ook geestelijke,
45
geografische, sociaal- economische, bestuurlijke en technische ontwikkelingen een rol in de waardering,naast gaafheid en zeldzaamheid. Ieder monument heeft een eigen palet van waarden. Die criteria zijn geclusterd in vijf hoofdcriteria: 1. cultuurhistorische waarde; 2. architectuur- en kunsthistorische waarde; 3. situationele- en ensemblewaarde; 4. gaafheid en herkenbaarheid; 5. zeldzaamheid. 2. Reflectie op basis van de rondrit De RCE is gevraagd te reflecteren op de verschillende kerkgebouwen. De reflectieis gebaseerd op de individuele gebouwen, de onderlinge samenhang of gebrek daaraan en de mate van uniciteit of bijzonderheid binnen de regio Grave, Peellanden Raamgebied. De reflectie is als volgt samen te vatten.
1. Relatief eenvoudige kerkgebouwen (zaal) Kenmerkend aan het huidige pastoraal gebied is de typologische samenhang, ofschoon er ook grote verschillen zijn. Algemene karakteristiek is de relatief éénvoudige opzet van de kerken (basilicaal, maar geen transept), met uitzondering van de Sint Elisabeth. De bouwperiode strekt zich uit van de middeleeuwen tot de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Dit levert het volgende beeld op: a. Bagijnenkerk: éénbeukige zaalkerk van middeleeuwse oorsprong (Grave) b. St. Elisabethkerk: kruiskerk van middeleeuwse oorsprong (Grave) c. St. Lambertus: 19de eeuwse basilicakerk (Escharen) d. Johannes de Doper:19de eeuwse basilicakerk (Gassel) e. H. Vicentius en H. Antonius: 20ste eeuwse basilicakerk (Velp)
2. Variatie aan omliggende ruimte Alle gebouwen liggen op een centrale plek in de bebouwde kom. Het merendeel van de gebouwen liggen te midden van de bebouwing (Bagijnenkerk en deels de St. Elisabeth) of aan een min of meer centraleopen ruimte (Gassel, Escharen en Velp). Per gebouw de volgende constateringen:
f.
Kerk in middeleeuwse sluipdoor en kruipdoor De Bagijnenkerk is volledig ingebouwd met aanpalende gang- en hofstructuren. De rijzige en relatief gesloten gevels verheffen zichhoog boven de omliggende bebouwing en ruimten. Bijzonder is de relatie met het voorgelegen bagijnenhuisje. De stedenbouwkundige verdichting versterkt het stedelijk karakter en is onderscheidend in de regio.
g. Unieke bouwkundige en stedenbouwkundige situatie De Sint Elisabethkerk is aan de west- en oostzijde zo goed als ingebouwd. Door de meanderende rooilijnen van de omliggendebebouwing aan de zuidzijde en het brede straatprofiel zijn pleinachtige 46
ruimten ontstaan (Markt). Opmerkelijk is de robuuste keermuur aan de noordzijde van de kerk. Uniek binnende Brabantse context is de voorruimte tussen de ruïneuze murenvan het voormalige schip en de toren. En uiteraard de renaissancegevel van het zuidelijk transept. Tot slot is de kerk van verre zichtbaar in het stroomgebied van de Maas.
h. Kerk in of aan het plein gelegen De kerken van Escharen en Gassel zijn centraal gelegen aan meervoudige en meervormige ruimten. De omgeving wordt gekenmerkt door verspringende rooilijnen en een variatie aan kaprichtingen. ▪ De kerk van Escharen is van vrijwel alle zijden benaderbaar, maar verheft zich boven het (glooiende) maaiveld. Dit wordt benadrukt door een plint en bordes met trappen (verhoging monumentaliteit). Aan de centrale (parkeer)pleinzijde is de kerk in de eerste helft van de 20ste eeuw uitgebouwd. ▪
i.
De situatie van Gassel is anders. De kerk is aan de hoek van het plein gelegen en aan één zijde geflankeerd door een kerkhof inclusief de (lage) bakstenen keermuur en de naastgelegen monumentale (voormalige) pastorie. De benaderbare zijde is de torenkant, teruggelegen van het plein. Kerk, pastorie en kerkhof zijn rijksmonumenten (ensemble).
Pleinruimte aan het lint De kerk van Velp ligt aan het hoofdlint (lintdorp). Karakteristiekis de teruggeschoven positie waardoor een pleinruimte ontstaat (met onder andere ruimte voor parkeren en een houten klokkenstoel). De naastgelegen ruimte wordt op dit moment ontwikkeld tot wonen.
3. Architectonische uniciteit en gaafheid Algemeen: alle kerken, Velp is de uitzondering, zijn van binnen gepleisterd en geschilderd (in de traditie van de middeleeuwse kerk). Debouwkundige delen, zoals pijlers, pilasters, ribben, kapitelen en profielen hebben kleuraccenten gekregen. Het is goed mogelijk dat de wanden voorheen ook gedecoreerd waren (gepolychromeerd), zoals bij de St. Elisabethkerk nog het geval is. j.
Bagijnenkerk Grave: De leeftijd, relatieve gaafheid van het exterieur en interieur en de typologie zijn onderscheidend. Wat dat laatste betreft: het gebouw is familiair met de Garnizoenskerk in Ravenstein, de O.L.V. kapel bij Mill en bovenalde Mariënburgkapel in Nijmegen. Tot slot heeft het gebouw een opmerkelijk steil dak. 47
k. St. Elisabethkerk Grave: Met de hoog oprijzende bakstenen gevels en de stedenbouwkundige setting voelt het gebouw familiair met de Hanzekerken, in het bijzonder de Noord Duitsebaksteengotiek. Daar staat het neogotische en deels barokke interieur tegenover. De kerk onderscheidt zich op meerderevlakken: i. Omvang kerk, keermuur en integratie stedelijk weefsel; ii. Renaissancegevel; iii. Ruimtelijke en bouwkundige overblijfselen schip en toren; iv. Integratie verschillende tijdslagen (middeleeuws, nieuwetijd, 19de eeuw en 20ste eeuw); v. Houtconstructie dak en gewelvenlandschap; l.
Escharen en Gassel: De kerken van Escharen en Gassel zijntypologisch verwant met meerdere kerken in en om het Maasland. i. De kerk van Escharen is ontworpen door H.C. Dobbe en in 1930 uitgebreid naar een ontwerp van J. Werten. Over de eerste ontwerper van de kerk van Escharen is discussie: mogelijk is de kerk van de hand van P.J.H. Cuijpers. Hugo Cornelis Dobbe was Bouwmeester en beeldhouwer. Hij ontwierp onder meer de kerk van Haarsteeg en Megen. Deze laatste vertoont gelijkenissen met Escharen. Het meeste gave deel van de kerk is de absis (polychroom en gebrandschilderd glas). Het schip en de noordelijke zijbeuk heeft door verschillende externe en interne verbouwingen aan monumentaliteit, gaafheid en ruimtelijkheid ingeboet. ii. De kerk van Gassel is naar ontwerp van J. Werten. Zijn naam is vooral verbonden aan de St. Servatiuskerk van Dinther. De kerk is bouwkundig en ruimtelijk ongewijzigd gebleven en is een schoolvoorbeeld van een dorpskerk uitde tweede helft van de 19de eeuw. De ruimte is aangenaam van verhouding, zichtlijn, licht en kleursetting (bouwkundige delen zijn door kleuren geaccentueerd). Bijzonder karakteristiek en monumentaal is de forse en onverzettelijke toren met overhoekse steunberen. iii. Zowel de kerk van Gassel als Escharen vertonen overeenkomsten met de gebouwen van Cornelis van Dijk, een belangrijk ontwerper in het Maasgebied en delen van de Peel.
Kenmerkend is een relatief eenvoudig basilicaal grondplan zonder transept met een hoge, niet zelden robuuste toren, zoals de kerken van Maasbommel, Batenburg, Deursen en in zekere zin ook Mill en Zeeland.Van Dijk lijkt hierin 48
geïnspireerd door de school van het Sint Bemulphusgilde en Carel Weber/H. van Tulder. iv. Onderzoeksvragen zijn: 1. Wie was de bouwmeester van de kerk vanEscharen: Dobbe of Cuijpers? 2. Welke betekenis heeft de kerk van Escharen inhet oeuvre van Dobbe/Cuijpers? 3. Welke betekenis heeft de kerk van Gassel in hetoeuvre van J. Werten? m. De kerk van Velp is van de hand van C.M. van Moorsel en M. van Beek. Anders dan de gevel- en gewelfbouwkunst van voorgaandegebouwen is de hoofdzaak van dit gebouw het dak. Een groot, fors en zwaar dak. De brede overspanning van de binnenruimte roept associaties op met de Beurs van Berlage. De kerk is, geheel naar de inzichten van toen, gebouwd in een traditionalistische, ambachtelijke stijl inclusief het bouwmateriaal: baksteen, rode pannen, hout. De decoratie bestaat uit bouwkundige, in de architectuur geïntegreerde en subtiele detailleringen en verbijzonderingen, zoals strekken en vlechten in het metselwerk, geglazuurde bakstenen, kunststenen pilaren en hoekstenen in de portalen van de kerk.
4. Interieurwaarde Bij geen van de kerken is sprake van een gaaf en/of origineel gesamtkunst. Wel is de vermenging van tijdlagen in de interieurstukken en onderdelen opmerkelijk en in een aantal gevallen van grote waarden. De tijdlagen gaan van middeleeuwen, renaissance/barok, 19de eeuw naar20ste eeuw. Met name de interieurdelen/kunstwerken uit de 17de en 18de eeuw zijn opmerkelijk en naar ik verwacht kenmerkend voor dit gebied van Noord-Brabant (relatieve vrijheid binnen de grenzen van het Land van Ravenstein). Bijzondere of in het oog springende zaken zijn: • Handschriften en teksten op het orgel en dakspantenBagijnenkerk; • Middeleeuwse en klassieke interieurdelen in een gaaf 19de eeuws interieur in de St. Elisabethkerk; • Compleet en gaaf 19de eeuws kerkinterieur met gebrandschilderdglas in de kerk van Gassel. Dit geldt ook voor de absis van Escharen; • Bouwkundig gedecoreerd ensemble in de kerk van Velp (glazuurwerk en baksteendecoraties) en daarop ‘botsende’interieurdelen uit een vroegere periode (classicisme).
5. Bouwkundige aandachtspunten a.
Bagijnenkerk: de gevels zijn gevoegd met cementvoeg. Dit geeftop termijn vochtproblemen en veroorzaakt schade aan de oude (en zacht gebakken) 49
bakstenen.
6. Herbestemming De herbestemmingskansen hangen uiteraard van veel factoren af. Bouwkundig geredeneerd en op basis van voorgaande reflectie is het volgende te zeggen: a. De relatief eenvoudige opzet van enkele kerken biedt ruimte aannieuwe en andere eisen en programma’s. Dit geldt in het bijzonder voor de kerk van Velp. In den lande zijn hier al verschillende voorbeelden van. In zekere zin geldt dit ook voor de Bagijnenkerk en de kerk van Escharen. b. Met het dichtzetten van de zijbeuk van Escharen is het gebouw al deels herbestemd. Advies is bij een mogelijke herbestemming degehele ruimte (dus inclusief zijbeuk) te onderzoeken op ruimtelijke en programmatische mogelijkheden. c. Programmatisch is de St. Elisabethkerk van Grave als stadskerkwaarschijnlijk eenvoudiger te voorzien van een nieuwe bestemming dan de dorpskerken. De mate van monumentaliteiten betekenis van het gebouw voor de stad en de omgeving vraagt echter om een publiekgerichte herbestemming. d. De kerk van Gassel is door de relatieve gaafheid van het interieur en de schaal en maat van een typische dorpskerk met het naastgelegen kerkhof minder eenvoudig om te vormen. e. Wanneer het nieuwe programma buiten de contouren van het gebouw wordt getekend, is aandacht voor de buitenruimte en de aard van het gebouw bepalend.
Hoe maakt men nieuwe voorzieningen zonder de collectiviteit en de typologie van het gebouw en het kerkerf te schaden? Dit geldt in het bijzonder voorde stedenbouwkundige situering van de Bagijnenkerk, de reliëfrijkdom van het maaiveld in Escharen en de informele setting en het kerkhof in Gassel. 3 Wanneer komt de RCE in beeld bij monumentenzorg? Bij het wijzigen van een van rijkswege beschermd kerkgebouw is een eigenaar of gebruiker gebonden aan de Monumentenwet. Voor het wijzigen van een gebouwd rijksmonument (bijvoorbeeld door herstel of herbestemming) is een omgevingsvergunning vereist (art. 2.1, lid 1, aanhef en onder f, Wabo). In het algemeen is het raadzaam om voorafgaand aan de vergunningaanvraag contact te zoeken met de vergunningverlener: het bevoegd gezag. Dit is in vrijwel alle gevallen de gemeente. Dit gebeurt het beste nog voordat het definitieve plan is opgesteld. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan op verzoek van het bevoegd gezag bij het vooroverleg aanschuiven. Een goed platform hiervoor is het planoverleg (provinciaal steunpunt monumentenzorg). Het secretariaat is ondergebracht bij het Monumentenhuis Noord-Brabant. Concreet: hoe vroeger men de gemeente en RCE betrekt bij de planvorming, hoe succesvoller de feitelijke procedure. In zekere zin is de vergunning een formeel 50
moment om de gemaakte afspraken, noden en wensen bouwkundig te bekrachtigen. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van dit advies, dan kunt u contactopnemen met de contactpersoon die in het briefhoofd vermeld staat. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,namens deze, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
Emil Uriot Adviseur architectuurhistorie Noord-Brabant
51
Bijlage 4 Waardestelling Catharijneconvent kerkinterieurs
Datum: 1-6-2021 Betreft: Kerkenvisie Grave
Waardestelling kerkinterieurs en roerend religieus erfgoed – Grave Inleiding De gemeente Grave stelt een kerkenvisie samen, gefinancierd met de decentralisatieuitkering vanuit het nationale Programma Toekomst Religieus Erfgoed (2019-2021). Denise Huntjens van AdVinci B.V. begeleidt de gemeente bij de totstandkoming van de kerkenvisie. Op 2 april 2021 vroeg zij om deze waardestelling bij Museum Catharijneconvent, het rijksmuseum en nationale kenniscentrum voor religieus erfgoed en christelijke kunst. Vanuit onze nationale, onafhankelijke expertise geven wij graag een waardestelling van de kerkinterieurs en het roerend religieus erfgoed in de kerken binnen de gemeente Grave. Topensembles De gemeente Grave heeft een gevarieerd kerkenlandschap met gebouwen uit verschillende bouwstijlen en perioden, uiteraard overwegend toebehorend aan de rooms-katholieke kerk. Zes van de zeven locaties waarvoor een interieurwaardestelling is opgevraagd hebben de rijksmonumentale status, procentueel gaat het hier om een veel groter aandeel rijksmonumenten dan in andere gemeenten. De volgende kerken behoren tot de topensembles van Grave: Elisabeth Deze kerk in Grave staat opgenomen in Kerkinterieurs in Nederland, een publicatie met
Kloosterkerk geweldig monument.
de honderd meest beeldbepalende kerkinterieurs van Nederland. Deze eer valt de locatie ten deel vanwege de aanwezigheid van een ruime collectie 18e- en 19e-eeuwse heiligenbeelden, eeuwenoude, goed bewaard gebleven liturgische kleding, een aantal 16e- en 17e-eeuwse schilderijen, zeer rijk vormgegeven altaren, biechtstoelen en communiebanken. De Bagijnekerk in Grave is vanwege de historie van de plaats een Natuurlijk is het interieur door de eeuwen heen aan veranderingen onderhevig geweest, maar de invulling van de grootschalige verbouwing in 1842 is bewaard gebleven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de herenbanken, kerkbanken, voorzangersgestoelte en lezenaar. Het zijn echter de uitzonderlijke losse stukken die deze locatie zo waardevol maken: preekstoel met zeldzaam kwabornament, voor- reformatorisch fragment van een kruiswegstatiereeks en verschillende schijnbaar onooglijke voorwerpen die samenhangen met het gegeven dat Grave een garnizoensplaats was. 52
De middenmoot De volgende interieurs verdienen vanwege hun oorspronkelijkheid of uitzonderlijke stukken aandacht in de kerkenvisie: Lambertus De rooms-katholieke kerk van Escharen is de beeldbepalende interieuronderdelen als hoogaltaar, communiebanken en preekstoel verloren als gevolg van de bepalingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Een groot deel van de neogotische liturgische voorwerpen bleef bewaard en enkele 18e-eeuwse heiligenbeelden en luchters zijn zeker noemenswaardig. Johannes de Doper Deze kerk in Gassel stamt eveneens uit de periode van de neogotiek. Een aantal interieuronderdelen (preekstoel, biechtstoelen, zij-altaren) is vervaardigd in de begintijd. Een aantal andere stukken is later in de neogotiek toegevoegd. Geen van deze stukken heeft echter een echt uitzonderlijke waarde. Vincentius en AvP Deze interbellumkerk in Velp vertoont de typische baksteenbouw met baksteendecoraties uit de jaren ’30 van de 20e eeuw. Dat ‘botst’ bijna met het meubilair en de inventaris, die voor een deel nog stammen uit de 18e en vroege 19e eeuw. Preekstoel, communiebanken en altaren zijn de belangwekkende stukken in dit gebouw. Uitzonderlijk is verder nog de áángebouwde in plaats van ingebouwde biechtstoel.
Bedenk wel dat een middelhoge waarde overigens niets zegt over de sentimentele of religieuze waarde die gemeenteleden/parochianen toekennen aan de voorwerpen en die daardoor alsnog een zeer hoog belang kunnen hebben. Aandachtspunten Voor eventuele registratie en waardestelling van de voormalige synagoge in Grave kan de gemeente contact opnemen met onze collega’s van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Zij zijn het kenniscentrum op het gebied van Joods erfgoed in situ, zoals Museum Catharijneconvent dat voor christelijk erfgoed in situ is. De voormalige Vincentiuskerk in Grave is al sinds 1970 niet meer in kerkelijk eigendom. Aangezien het registratiewerk in de Nederlandse kerken en kloosters in 1969 begon en de opdracht tot registratie altijd van de kerkelijk eigenaar kwam, is het logisch dat wij helaas geen gegevens over deze locatie bewaren. Bestaat de wens om meer te weten te komen over interieuronderdelen en de collectie van religieuze voorwerpen? Dan kan Museum Catharijneconvent daarin natuurlijk van betekenis zijn.
53
Bijlage 5 Visie op de toekomst Namens het kerkbestuur van de parochie H. Elisabeth
Betreffende de kerken in Escharen, Gassel, Grave en Velp in relatie tot de kerkenvisie van de gemeente Grave Het kerkbestuur van de parochie H. Elisabeth, patrones van de caritas, is van mening dat ‘de kerk van de mensen is’. Zij heeft daarom, sinds het thema ‘kerksluiting’ door de bisschop van ’s-Hertogenbosch nadrukkelijk is geagendeerd, nadrukkelijk deze gedeelde verantwoordelijkheid voor het voetlicht gebracht. Er is tijdens ‘parochievergaderingen’ in Escharen, Gassel, Grave en Velp in het openbaar over gesproken. Parochianen en overige inwoners van de gemeente Grave zijn uitgenodigd om voor de drie dorpskerken stichtingen in het leven te roepen ten behoeve van restauratie en groot onderhoud van de SintLambertuskerk, de Sint-Jan de Doperkerk en de kerk van de HH. Vincentius en Antonius van Padua. Ook was er, tot de uitbraak van de coronacrisis, halfjaarlijks overleg met de betrokken heemstichtingen. Van meet af aan is de gemeenschap in breedste zin bij de toekomst van de kerken en hun monumentale orgels betrokken.
Hoewel het kerkbestuur, in het vigerende beleidsplan1, dat voorafgaand aan de vaststelling besproken is met de klankbordgroepen ‘kerk in werking’ (per ‘toren’) en voor iedereen ter inzage en inspraak beschikbaar was, heeft zij vastgelegd: “In de periode 2018 t/m 2022 worden geen kerken aan de eredienst onttrokken, tenzij daartoe dringend pastorale dan wel financiële aanleiding bestaat. Dit wordt jaarlijks gemonitord. De mogelijkheid om een kerk te sluiten en vervolgens de liturgie te vieren in een dorpshuis heeft niet de voorkeur. Zolang het mogelijk en wenselijk is blijven de godshuizen in gebruik. Terzelfdertijd wordt het beleid dat beweging naar het eucharistisch centrum te Grave bevordert voortgezet, omdat christenen over de grenzen van hun lokale geloofsgemeenschap heen geroepen zijn tot eenheid. Het gezamenlijk beleven en vieren van het geloof in een levende gemeenschap is toekomstbestendiger dan het langzaam laten doven van een kleine groep op locatie.” Het idee dat sluiting aan de kerkdeuren van Escharen, Gassel, Grave (!) en Velp voorbijgaat is niet realistisch. Het kerkbestuur heeft een drieledige functie benoemd, voor een kerk als huis van * geloof, * gemeenschap en * gezamenlijke geschiedenis. Hiermee erkent zij de grote verantwoordelijkheid van de lokale bevolking, in de breedste zin van het woord.
Daarom is er bij voortduring contact gezocht met de vertegenwoordigers van Escharen, Gassel, Grave en Velp. Er komt een moment, en de coronacrisis maakt de urgentie groter, dat de kerkgebouwen niet meer in een realistische en levensvatbare behoefte voorzien waar het de core business van de Kerk c.q. de parochie betreft. Minder mensen in onze stad en dorpen dan waarvoor plaats is, zien de noodzaak van een kerkgebouw als huis van geloof. Waar steeds meer instellingen,
1 https://www.st-elisabethparochie.nl/albums/beleidsplan-2018-2022/
54
stichtingen en verenigingen – eerder – kozen voor schaalvergroting en bijvoorbeeld gemeentehuizen, postkantoren, banken en winkels hun deuren sloten, zijn de kerken open en in gebruik gebleven. Daarvoor was – en is – voldoende draagvlak. De vraag die het kerkbestuur aan de toekomst stelt is: hoe duurzaam is de draagkracht van de vier relatief kleine kernen die de kerken materieel overeind (dienen te) houden? Daarom wordt, aan de gehele gemeenschap, middels de gemeentelijke kerkenvisie, de vraag voorgelegd: wat als de kerk(en) sluit(en)? Immers, het moment waarop dat gebeurt, is een zaak van het bisdom en de parochie – nadrukkelijk niet van de pastoor. In dit document legt het kerkbestuur een visie op de Kerk en Haar kerkgebouwen neer en op het traject dat een door de gemeenschap en gemeente gedragen kerkenvisie dient te realiseren. Het kerkbestuur kijkt daarbij vérder dan de gebouwen: hoe nu verder met al de kerkgebouwen in Escharen, Gassel, Grave en Velp? Hoe nu verder met onze parochie, de Sint Petrus parochie?
Kerk Ieder mens verlangt naar een veilig thuis, naar een plaats van vrede en rust, een thuishaven. Dit is vaak op de eerste plaats het eigen huis/appartement waarin men woont. Maar dit kan ook de kerk zijn. Men denkt bij een veilig thuis op de eerste plaats altijd aan gebouwen gemaakt van stenen, beton, cement, hout, metaal, glas, etc. Wanneer een gebouw af is wordt dat vervolgens feestelijk gevierd. Dat is hetzelfde wanneer een kerk in gebruik wordt genomen en er een kerkwijding plaatsvindt. Het is goed om in iedere kerk weer eens terug te gaan in de geschiedenis en te kijken waarom al die kerken oorspronkelijk zijn neergezet. Niet omkijken om het verleden te idealiseren maar als vertrekpunt om te kijken hoe we er nu voor staan en wat de toekomst gaat brengen.
Onderschrift foto De heilige Augustinus heeft over de liturgie van een kerkwijding het volgende geschreven:
“Het feest dat deze gemeenschap viert is de wijding van het huis van gebed. Dit is dus het huis van onze gebeden, het huis van God zijn wij zelf. Als wij nu het huis van God zijn, worden wij in deze tijd gebouwd om op het eind der tijden te worden gewijd. Een bouwwerk, of liever het bouwen, kost inspanning, de wijding brengt grote vreugde. Wat hier gebeurde, toen het werd opgericht, gebeurt op dezelfde wijze, wanneer de gelovigen in Christus verenigd worden. Door te gaan geloven immers worden zij als het hout en stenen uit bossen en bergen gekapt. Wanneer zij echter godsdienstles ontvangen, gedoopt en gevormd worden, worden zij als in de handen van werklui en bouwlieden bewerkt, recht en passend gemaakt.” Vele generaties hebben bijgedragen aan de opbouw van de kerk. Zowel financieel, door vrijwilligers werk, door actieve deelname en door gebed. In de liturgie van de kerkwijding komen we ook het volgende gebed tegen:
“God, die voor ons ieder jaar de wijdingsdag van deze heilige tempel van U hernieuwt, verhoor de gebeden van uw volk en geef dat hier altijd een zuivere eredienst geschiedt aan u en volheid van verlossing aan ons.” Bij het woord Kerk gaan we nog steeds uit van de visie van het Tweede Vaticaans Concilie, de kerk van Christus bestaat uit de levende stenen van het Volk Gods, dat zijn bron en hoogtepunt vindt in de viering van de eucharistie. We zijn volgens Vaticanum II meer een sacramentele kerk dan louter een functionele. Terwijl we dit met zijn allen proberen veilig te stellen, zien we al generaties lang door geloofsafval een afname van zowel de deelname van de gelovigen aan de eucharistie (en de andere sacramenten), als een afname van het aantal priesters dat vereist is om deze te vieren. De feiten tonen aan dat de kerk in onze streken in een rap tempo kleiner wordt, en dat alle inspanningen ten spijt we met gevoel voor realisme dit tij niet kunnen keren.