CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Harculo (planregels met motivering)_

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo' en ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’38.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.5

Openbare ruimte

In Nieuw Harculo leef je aan én met de IJssel. Aan de ene kant kijk je uit over de natuur in de IJsseldelta en binnendijks ervaar je de geborgenheid van de nieuwe woonbuurten. De zichtbaar wisselende waterstanden en het continue veranderende IJssellandschap zorgen ervoor dat je bewust met de natuur en het water leeft. De inrichting van de openbare ruimte van Nieuw Harculo draagt daar aan bij: De openbare ruimte is verbindend en uitdagend. De inrichting combineert natuur, historie en cultuur en geeft invulling aan de klimaatambities. De nadruk in het gebruik van de openbare ruimte ligt op verblijven, wonen en ontmoeten. De auto is te gast, voor de fietser zijn er directe verbindingen met de stad. Voor wandelaars een fijn vertakt netwerk van wandelpaden. Een rijk begroeide en zeer groene openbare ruimte. 34/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

De dijk is een belangrijke ruimtelijke drager voor de stedenbouwkundige opzet en de openbare ruimte. De openbare ruimte onder aan de dijk wordt zo ingericht dat de IJssel beleefbaar en de dijk toegankelijk is vanuit de wijk. Goed ingerichte, aantrekkelijke en sociaal veilige (recreatieve) routes zetten aan tot beweging en maken het Oldenelerpark, de Energietuin en de omliggende wijken bereikbaar en beleefbaar. Er is alle ruimte voor sporten, spelen, verblijven en ontmoeten. Relaxend op het terras bij de Uitspanning, mijmerend over de dijk of struinend langs de Kolk. Een openbare ruimte, die toegankelijk en uitnodigend is voor bewoners, buurtbewoners, Zwollenaren en (toevallige) bezoekers. In Nieuw Harculo wordt rekening gehouden met speelvoorzieningen voor kinderen in alle leeftijden. Mobiliteit De stedenbouwkundige uitwerking is gebaseerd op de ambities en ontwerpprincipes vanuit duurzame mobiliteit (STOMP). Een fijnmazig netwerk van langzaam verkeer verbindt Nieuw Harculo met de omliggende wijken en het centrum. De vele informele wandelroutes tussen de woonvelden stimuleren het beperken van autogebruik binnen de buurt. De directe fietsverbindingen naar de stad en de IJsseldijk bieden een snelle en veilige route naar de scholen, het Winkelcentrum Zwolle Zuid en het station.

De regionale recreatieve fietsverbinding langs de IJssel wordt verbeterd door de koppeling van de fietsstraat tot aan de Uitspanning. Dit nodigt niet alleen bewoners uit tot het gebruik van de fiets maar ook bezoekers en gebruikers van de voorzieningen rondom de Uitspanning. Rondom de Uitspanning worden voldoende opstelplekken voor fietsen gerealiseerd. Harculo is beperkt bereikbaar met het openbaar vervoer. Station Zwolle is circa 20 minuten fietsen en de stadsbus halteert op de Commissarislaan (loopafstand van circa 10-15 min). In de planopzet is rekening gehouden met een mogelijke busroute door Nieuw Harculo met een halte en draailus bij de Uitspanning of met rondrijden via de IJsselcentraleweg en Professor Feldmannweg met een extra halte. Het autoverkeer wordt via de IJsselcentraleweg ontsloten en tot aan de entree van de wijk gescheiden van de doorgaande fietsroutes. Het is wel mogelijk om op dit deel van de IJsselcentraleweg te fietsen. Vanaf de kruising IJsselcentraleweg/Commissarislaan gezien, maakt het autoverkeer maakt gebruik van de oostelijke aftakking van de IJsselcentraleweg parallel aan de spoorweg. Het fietsverkeer krijgt van de westelijke aftakking alle ruimte met de realisatie van een fietsstraat.

voetgangers

fietsverkeer

autoverkeer

Vanaf de zuidelijke entree verdeelt het autoverkeer zich in drie delen. Bezoekers en gebruikers van de Uitspanning parkeren de auto direct rondom het entreegebied. Bewoners van 'In de Centrale' parkeren in

35/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

de oostelijke ontvangstzone tussen de bomen of rijden via de kleinschalige woonstraten naar de parkeerplaatsen op eigen terrein en de gemeenschappelijke parkeerhofjes. Bewoners van Tussen de Dijken rijden aan de zuidzijde langs de Uitspanning naar de parkeerplaatsen op eigen terrein, onder de drie parkeerdekken of in de gemeenschappelijke parkeerhofjes. De verschillende parkeeroplossingen maken het mogelijk in te spelen op het stimuleren van deelauto's en het voorzien in passende laadmogelijkheden, zowel privé als collectief, voor elektrische auto's. Uitgangspunt binnen de twee woongebieden is zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein of als collectieve oplossing, waarbij de inrichting flexibel is aan te passen bij een veranderde mobiliteitsvraag; van parkeerhof naar collectieve tuin. Recreatief netwerk De stad Zwolle biedt een aantrekkelijke landschappelijke woon- en leefomgeving. De rivieren, uiterwaarden, polders, bossen en waterplassen bieden veel belevingsmogelijkheden voor verschillende typen recreanten. Aangevuld met de cultuurrijke en stedelijke bezienswaardigheden: de landgoederen, Engelse Werk, en nu ook Nieuw Harculo. Het bekende 'Rondje Zwolle' laat deze afwisseling van landschappen rondom de stad mooi zien. Nieuw Harculo ligt op de grens met het buitengebied. Deze locatie biedt dan ook uitstekende mogelijkheden om extensieve recreatie toe te voegen.

De plek en het grote terrein van de ontwikkeling kan met de juiste ingrepen haar bijdrage leveren aan zowel de recreatie binnen de stad en de wijk als de connectie met de recreatienetwerken buiten de stad en met de natuur. Het weghalen van de hekken rondom het voormalige terrein van de energiecentrale en het koppelen van de groenstructuur aan de IJsseldelta zijn unieke elementen. Hierdoor kunnen in het buitengebied de fietsroutes versterkt en verbeterd worden zodat je makkelijk langs de IJssel naar het centrum fietst. Op de dijken, rond de kolk en in combinatie met de wandelroutes via het Oldenelerpark is het mogelijk om zowel de hoofdgroenstructuur als het landschap langs de IJssel beter te ervaren. Ook worden er plekken toegevoegd voor specifieke vormen van recreëren, parkgebruik, horeca in de Uitspanning en sportplekken in de open lucht.

3.6

Uitgangspunten omgevingsplan

Er is vanuit de planopzet op hoofdlijnen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan. Het betreft het volgende: Nieuw Harculo is één ruimtelijke ontwikkeling, waar onder andere natuur, landschap, wonen en recreatie integraal onderdeel van uitmaken. Het moet dan ook als zodanig gerealiseerd worden. Dit dient met het toekennen van passende functies, waar nodig verbijzonderd met specifieke thema's, in de planregels geborgd te worden. De binnen het wijzigingsgebied en in de omgeving aanwezige ruimtelijke structureren en systemen vertegenwoordigen een zekere waarde en bepalen in hoge mate de ruimtelijke structuur van Nieuw Harculo. Dit dient met het toekennen van passende functies en waar nodig met beschermende en/of op ontwikkeling gerichte thematische planregels in de planregels geborgd te worden.Ontwikkelingen en opgaven vanuit een aantal thema's zijn dusdanig bepalend voor de beoogde ruimtelijke structuur en kwaliteit van het wijzigingsgebied dat daarvoor planregels nodig zijn welke borgen dat deze conform de beoogde ontwikkeling en opgaven gerealiseerd worden. Planregels die het beoogde programma toestaan.

36/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

Hoofdstuk 4

Participatie

Participatie bij het planvormingstraject geeft in een vroegtijdig stadium meer inzicht in de belangen en wensen van betrokken partijen en biedt meer gelegenheid om deze in dat traject mee te wegen. Dit hoofdstuk gaat met name in op hetgeen naar voren is gekomen uit de participatie en hoe daar in de planopzet rekening mee is gehouden. In het kader van de gebiedsvisie is door de toenmalige eigenaar gestart met het participatieproces. Dit staat beschreven in het Participatiejournaal Gebiedsvisie IJsselcentrale van mei 2021 (zie bijlage). De huidige ontwikkelende partij Reales heeft de participatie voortgezet. Het Participatieplan voor Nieuw Harculo van 5 februari 2024 beschrijft de inrichting van het verdere participatie- en communicatieproces rondom de ontwikkeling van de nieuwe wijk: Nieuw Harculo (zie bijlage). Het Participatiejournaal Nieuw Harculo van juni 2024 (zie bijlage) beschrijft het contact dat Reales heeft gehad met bewoners, direct omwonenden en belangen organisaties in verband met Nieuw Harculo en de vertaling van de gebiedsvisie in een Natuurontwikkelingplan (NOP) en Ruimtelijk Ontwikkelplan (ROP). Het participatiejournaal Nieuw Harculo van augustus 2025 (zie bijlage) geeft een actueel overzicht van de gevoerde en nog te voeren participatie. Het plan Nieuw Harculo is gestart voordat het gemeentelijke participatiebeleid Hanza! is vastgesteld.

De gevoerde en nog te voeren participatie is echter in lijn met dat beleid. Met wie is geparticipeerd en hoe? De planvorming is gestart door een andere partij. Deze heeft op verzoek van de gemeente Zwolle een gebiedsvisie opgesteld. De visie is tot stand gekomen in samenspraak/participatie met de omgeving en is in juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In vervolg daarop heeft de huidige eigenaar Reales de participatie verder opgepakt. De bewoners rondom het gebied (Zwolle-Zuid en buitengebied) en andere stakeholders zoals natuurorganisaties, tonen zich betrokken sinds de sloop van de oude centrale. De vorige partij vertaalde die betrokkenheid naar een gedegen participatie; die lijn heeft Reales sinds oktober 2023 voortgezet. Reales zette daarbij enerzijds in op één-op-één participatie met directe omwonenden en enkele andere belanghebbenden en anderzijds op brede participatie met de omgeving. De participatie wordt gedurende het verdere traject gecontinueerd. Participatie heeft het gehele traject, vanaf de gebiedsvisie, tijdens de planvorming en bij het komen tot een Ruimtelijk en Natuur Ontwikkelplan plaatsgevonden. Er is geparticipeerd met omwonenden, belanghebbenden en partijen als de Belangengroep Oldenelerpark, Hengelsport vereniging Zwolle, Natuurplatform Zwolle, Natuur en milieu Overijssel en Staatsbosbeheer.

De wijze waarop is geparticipeerd varieert van één-op-één participatiesessies, brede bijeenkomsten en presentaties en een inloopmarkt. Zo is er in maart 2024 is een informatiebijeenkomst gehouden voor omwonenden en andere belangstellenden, waarbij in twee sessies meer dan 500 belangstellenden aanwezig waren. En op 25 juni 2025 is er een inloopbijeenkomst geweest. Ook is gebruik gemaakt van de projectsite https://nieuwharculozwolle.nl/ Uitkomst Veel vragen die tijdens de bijeenkomsten en via de projectsite gesteld zijn, gaan over de woningen zelf. Vragen over de prijsklassen van huur- en koop- woningen, of er aan levensloopbestendige woningen wordt gedacht en of er gelijkvloerse appartementen komen. Verder zijn er vooral zorgen geuit over de verkeerssituatie rondom en op de IJsselcentraleweg en wordt aandacht gevraagd over de beschikbaarheid van het openbaar vervoer. Ook is er veel vanuit het belang van de natuur gevraagd en/of voorgesteld: is het mogelijk om geen intensieve recreatie toe te staan? is het mogelijk de havens met rust te laten voor de natuur? is het mogelijk om de natuur te versterken?

37/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

is het mogelijk om het Oldenelerpark door te trekken en zodoende de recreatie in en rondom de wijk te versterken?. Wat is met de uitkomst gedaan? Diverse onderdelen zijn waar mogelijk verwerkt in de plannen. Zo zal het zuidelijke deel van de dijk worden omgezet naar een wandelpad (in plaats van een fietspad), is er één verdieping van het hoogte accent aan de noordelijke insteekhaven afgehaald, zijn de uiterwaarden niet meer toegankelijk gemaakt en wordt bij de IJsselcentraleweg en het kruispunt met de Commissarislaan maatregelen en herinrichting voorgesteld, mede ten behoeve van de verkeersveiligheid. Vooroverleg De gemeente wordt geacht bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet rekening te houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Ook zijn overige bestuursorganen, in het kader van participatie, benoemd als partij om betrokken te worden bij de voorbereiding van een omgevingsplan. Uitgangspunt is in ieder geval voordat een ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld het betreffende ruimtelijke initiatief voor een reactie voor te leggen aan een ander bestuursorgaan, voor zover dat initiatief een belang van dat bestuursorgaan kan raken.

Aansluiting is gezocht bij de werkwijze van de provincie Overijssel, zoals vastgelegd in de notitie Sturen en samenwerken bij de uitvoering van ruimtelijke initiatieven onder de Omgevingswet. Op basis hiervan is het voorontwerp van deze wijziging omgevingsplan op 16 juli 2025 voorgelegd aan de Veiligheidsregio IJsselland, Provincie Overijssel, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Rijkswaterstaat, Gasunie, ProRail, gemeente Hattem, Wireless infrastructure en TenneT met het verzoek uiterlijk 1 september advies uit te brengen. Van Rijkswaterstaat is geen reactie ontvangen. De overige partijen hebben een advies uitgebracht. Waterschap Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft op 31 oktober 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: In de brief aan B&W, dd. 1 juli 2025 met als onderwerp Waterhuishoudkundig plan Nieuw Harculo, heeft het waterschap in de bijlage de reactie opgenomen op de rapportage Waterveiligheid en Waterhuishoudkundig plan Nieuw Harculo. Het merendeel van de inhoudelijke (technische) opmerkingen zijn niet uitgewerkt in het Omgevingsplan. Wel vindt er op dit moment overleg plaats tussen de ontwikkelaar en WDODelta over de nadere technische uitwerking. Toch ziet het waterschap graag dat voor de nadere technische uitwerking een planvoorschrift (procesregel) wordt opgenomen, zodat dit geborgd wordt.

Voor wat betreft het IT-riool, is aangegeven dat het waterschap hierover een afweging wil hebben van de gemeente. Deze mist in de toelichting (onderbouwing). Hoe zit het met de instandhouding van dergelijke technische systemen. Vaak gaan dit soort systemen door de tijd heen minder goed functioneren. En kom je in de toekomst voor kosten te staan om het systeem werkend te houden. Risico van dergelijk systeem is voor gemeente etc. Aan de hand van aanvullende vragen van jullie juridisch planoloog heeft HWBP IJsselwerken hierop de volgende reactie gegeven: Ervan uitgaande dat projectbesluit wordt vastgesteld voordat het omgevingsplan Nieuw Harculo wordt vastgesteld. Het omgevingsplan Nieuw Harculo belemmert deze werkzaamheden niet? Graag toetsen aan de hand van het voorontwerp omgevingsplan. Het Projectbesluit is op 17 juni 2025 vastgesteld en lag van 2 oktober tot en met 12 november 2025 ter

38/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

inzage. Beide binnendijkse steigers van de Noordelijke insteekhaven vallen binnen het definitieve ruimtebeslag van de dijkversterking, dus hier zit een mogelijke belemmering. De dijkopgang in zuidoostelijke hoek van de noordelijke insteekhaven is onderdeel van het definitieve ruimtebeslag, dus hier zit een mogelijke belemmering. De benodigde werkruimte om de dijk te kunnen versterken en de tijdelijke depots, vormen ook een mogelijke belemmering. Volstaat alleen de planregel/voorrangsbepaling die het projectbesluit toevoegt aan het omgevingsplan Zwolle? Lijkt niet het geval (gaat alleen over aanlegvergunningen, niet over o.a. toegestaan gebruik), met name bij depots. Dat klopt, er dienen specifieke gebruiksregels te worden opgenomen. Hieronder een voorbeeld uit een Projectbesluit van de provincie Overijssel. Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking De tijdelijke functies ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' Wordt tzt een bopa hiervoor aangevraagd? Het Projectbesluit geldt als bopa.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten nog geen Omgevingsplan volgens de regels van de Omgevingswet. Daarom is in het overgangsrecht (artikel 22.16 Omgevingswet) voorzien dat het Projectbesluit de regels van het Omgevingsplan nog niet hoeft te wijzigen, maar dat het voor zover dit Projectbesluit in strijd is met het Omgevingsplan, geldt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. Hoe concreet om te gaan met het vereiste in artikel 22.16 Ow? Kan bijvoorbeeld in het omgevingsplan wel de beoogde bestemming zoals wonen worden opgenomen, met ter plekke van de depots een verbod/binnenplanse vergunningplicht dat uitvoering van de bestemming pas mag nadat een omgevingsvergunning is afgegeven door het college? Waarbij we opnemen dat het college eerst bindend advies moet vragen bij het waterschap? Wij stellen voor om specifieke gebruiksregels op te nemen. Een aanvullende binnenplanse vergunningsplicht is ook een prima voorstel. HWBP IJsselwerken wil graag overleg met jullie om bovenstaande te bespreken. Zouden jullie hiervoor enkele datavoorstellen willen doen? Door de vertraagde aanlevering van tekeningen in een bestandsformaat dat in QIS geopend kan worden, hebben wij nog geen check kunnen uitvoeren op o.a. zoneringen (functie waterstaatswerk, A- & B-zone, profiel van vrijeruimte etc).

In de toelichting wordt in paragraaf 8.2.1 eerste de kaders van Rijk, Provincie, Waterschap & Gemeente weergegeven. In paragraaf 8.2.2. wordt deze eveneens beschouwd per bg. Deze paragraaf is lastig leesbaar. Enkele tekstdelen opgenomen onder Gemeente zouden ook bij Waterschap opgenomen kunnen worden. Is het niet beter om hier per aspect/thematisch op te reageren (bijv. waterveiligheid, waterketen oid). Op de toelichting hebben wij verschillende aanvullingen/opmerkingen, zie hiervoor de bijlage. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: Genoemde technische uitwerking wordt niet in het omgevingsplan meegenomen. In het omgevingsplan wordt verwezen naar de eisen van Waterschap en gemeente, door middel van weging van het waterbelang en door de hemelwaterverordening. Voor het omgevingsplan is dit is afdoende. De concrete technische uitwerking mee nemen in het omgevingsplan is niet gewenst. Mochten er namelijk aanpassingen in de toekomst gedaan worden dan is het niet wenselijk om vast te zitten aan de maatregelen die nu uitgewerkt zijn. Hierdoor gaat de kans op innovatie en verbeteringen verloren. Tevens komt de haalbaarheid in het geding als de normen omhooggaan in de toekomst, dan moet er een wijziging omgevingsplan of een BOPA verleend worden.

Voor wat betreft het IT-riool geldt dat de afwegingen allemaal zijn gemaakt in het Waterhuishoudkundige plan wat is opgesteld en gezamenlijk verder uitgewerkt en afgestemd. De instandhouding etc. is een beheersvraagstuk en loopt los van het omgevingsplan-spoor. Voorzieningen

39/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

in de openbare ruimte zullen worden overgedragen aan de gemeente en is daarmee ook verantwoordelijk voor het onderhoud. De aanlegsteigers en dijkopgang zijn een bestaande situatie, er wordt door het wijzigen van het omgevingsplan geen nieuwe belemmering veroorzaakt. Er wordt een specifieke gebruiksregel opgenomen in het omgevingsplan waarmee tijdelijk gebruik ten behoeve van de dijkversterking wordt toegestaan. Voor wat betreft de opzet van de waterparagraaf in de vorm van Rijk, Provincie, Waterschap & Gemeente in plaats van per thema geldt dat dit een vast format is wat landelijk wordt gehanteerd. Veiligheidsregio IJsseland De Veiligheidsregio IJsselland heeft, met in achtneming van art. 5.2 Bkl, op 13 augustus 2025 een advies uitgebracht, waarin geadviseerd wordt de volgende maatregelen te (laten) nemen: De hogedruk aardgasbuisleiding (A-510-09) te (laten) verwijderen. Het verwijderen heeft de voorkeur omdat deze niet meer wordt gebruikt en dicht bij de nieuwe bebouwing ligt. In de aanmeldnotitie wordt naast het verwijderen ook aangegeven dat de leiding drukloos wordt gemaakt. De nieuw te bouwen woningen/gebouwen te voorzien van mechanisch afsluitbare ventilatie. Dit is al verplicht onder de Omgevingswet/ Bbl. Het plan alleen te toetsen aan het brandaandachtsgebied omdat de explosie- en gifwolkaandachtsgebieden niet van toepassing zijn op de huidige vervoersrealiteit.

Opnieuw contact op te nemen met de veiligheidsregio voor advies als de huidige vervoersrealiteit verandert en er ook explosieve- en giftige stoffen over het spoor worden vervoerd. De aanwezigen door middel van risicocommunicatie op de hoogte te brengen van de handelingsperspectieven bij een incident bij het spoor, wateroverlast en overstroming. De wijk richting het noorden en richting het zuiden van infrastructuur te voorzien zodat deze met (hulpverlenings-) voertuigen kan worden bereikt of verlaten. Om te bewerkstelligen dat aanwezige personen (bewoners of eventuele bezoekers van een evenement) in deze wijk onafhankelijk van de windrichting dit gebied veilig kunnen verlaten, wordt geadviseerd om de wijk richting het noorden en richting het zuiden van infrastructuur te voorzien om deze met (hulpverlenings-) voertuigen te kunnen verlaten. Dit maakt het voor hulpverleningsdiensten tegelijk eenvoudiger om calamiteiten ‘bovenwinds’ te benaderen. De aanwezige boothelling ten behoeve van de boot van de brandweer te behouden zoals deze nu aanwezig is (zowel wat betreft bereikbaarheid als bruikbaarheid). Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: Genoemde hogedruk aardgastransportleiding wordt in het eerste kwartaal van 2026 verwijderd door de Gasunie. Het Besluit bouwwerken leefomgeving is van toepassing op de woningbouw.

Wat inhoudt dat aan de daarin opgenomen eisen over afsluitbare ventilatie voldaan moet worden. Dit wordt getoetst bij de aanvraag omgevingsvergunning (technische) bouwactiviteit. In het uitgevoerde onderzoek naar omgevingsveiligheid wordt ingegaan op zowel brandaandachtsgebied als explosie- en gifwolkaandachtsgebieden. Het is in beginsel aan de eigenaar/ontwikkelaar de risicocommunicatie vorm te geven. Wij hebben dit onderwerp onder de aandacht gebracht bij de ontwikkelaar met het verzoek hier verder uitvoering aan te geven. Het wijzigingsgebied is te bereiken en te verlaten via de IJsselcentraleweg, de Professor Feldmannweg en het Harculosepad. In deze richtingen is infrastructuur aanwezig, waar langs de (hulpverlenings-) voertuigen het gebied kunnen bereiken en verlaten. De boothelling is ingepast binnen de functie Groen. Gemeente Hattem Gemeente Hattem heeft op 28 juli 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden

40/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

gemaakt: Geconstateerd is dat de beoogde ontwikkeling geen directe ruimtelijke, infrastructurele of ecologische effecten heeft op Hattems grondgebied. Vanuit onze kant zijn er daarom geen opmerkingen bij het voorontwerp. Mocht er in een later stadium aanleiding zijn om opnieuw af te stemmen, dan denken wij uiteraard graag mee. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Wireless infrastructure Wireless infrastructure heeft op 4 augustus 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: De bestaande zendmast binnen het wijzigingsgebied is 90 meter hoog. Verzocht wordt in het nieuwe omgevingsplan deze zendmast met de bestaande hoogte bij recht toe te staan. Blijft de plek van de zendmast bereikbaar voor o.a. een hijskraan als dat nodig is voor onderhoud of plaatsing van een nieuwe mast. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: In het voorliggende omgevingsplan is een planregel opgenomen welke de zendmast bij recht toestaat, met daarbij een maximaal toegestane bouwhoogte van de zendmast van 90 meter. De plek van de zendmast blijft bereikbaar via in ieder geval de IJsselcentraleweg, ook voor o.a. een hijskraan.

TenneT TenneT heeft op 26 augustus 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: In algemene zin adviseren wij bevoegd gezagen om zoveel mogelijk aan te sluiten op de voorbeeldregels zoals deze zijn opgenomen in de Staalkaart. Op deze wijze wordt op uniforme wijze vormgegeven aan de optimale borging van onze assets onder de nieuwe Omgevingswet. In dat kader verwijzen wij specifiek naar de voorbeeldregels voor een hoogspanningsstation. Wij zien ook graag een beperkingengebied opgenomen waarbinnen omgevingsvergunningplichtige risicovolle activiteiten worden aangewezen in de nabijheid van het station. In de regels van artikel 11 wordt onder b. het gebruiken van gronden en bebouwing voor een zonnepark, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - zonnepark' genoemd. Dit zonnepark maakt geen onderdeel uit van het hoogspanningsstation en dient dus uit dit artikel te worden geplaatst. In onze beleving met een separate regeling. Doorgaans hanteren wij de volgende bouwbepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter, behoudens bliksempieken, portalen en erf- en terreinafscheidingen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3 meter; c. de bouwhoogte van camerabeveiligingsmasten bedraagt maximaal 7 meter; d. de bouwhoogte van bliksempieken en portalen bedraagt maximaal 25 meter.

Op de kaart is een gebiedsaanduiding opgenomen voor een gedeelte van een hoogspanningsverbinding (artikel 8). Wij verzoeken om de deze aanduiding bij de grens van het hoogspanningsstation te laten vervallen. Een aanduiding (dubbelbestemming) is namelijk opgenomen om ongewenste ontwikkelingen van derden te voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming op ons eigen hoogspanningsstation is overbodig en daarom niet wenselijk. Motivering Geluid verkeer en industrieterrein. In deze paragraaf wordt niet specifiek het aspect 'geluid' in relatie tot 110kV hoogspanningsstation Harculo benoemd. Zodra er duidelijkheid komt over een eventuele oplossingsrichting ten aanzien van het mitigeren van de overschrijding die zal ontstaan door

41/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

de ontwikkeling van een woonwijk ter plaatse, wordt aangenomen dat het geluidsaspect alsnog aan bod zal komen.

Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: Met het voorliggende omgevingsplan wordt een transformatie mogelijk gemaakt van de locatie van de voormalige electriciteitscentrale naar een plek voor wonen, natuur, cultuur en recreatie. Het overgrote deel van de locatie kent nu nog een bestemming Bedrijf-Nutsvoorzieningen. Vanuit het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (opvolger van de goede ruimtelijke ordening) worden aan de locatie nieuwe bestemmingen (functies) toegekend, met daarbij passende planregels. De planregels zijn het resultaat van een integrale afweging, gebaseerd op de ter plaatse aan de orde zijnde eigen, specifieke omstandigheden. Maatwerk dus, waarbij de planregels tevens geintegreerd moeten worden binnen de opzet en structuur van het (nog nieuwe) omgevingsplan voor de gemeente. Dat maakt het toepassen van een staalkaart over één bepaald onderwerp niet opportuun. Uiteraard zijn bij het vormgeven van het plan en de planregels wel de belangen van het hoogspanningsstation in acht genomen en geborgd. Dit in lijn met de staalkaart. Met de transformatie van de locatie verandert de omgeving van het hoogspanningsstation. Van belang is dat het hoogspanningsstation met deze verandering niet onevenedig in haar functioneren wordt belemmerd.

Dit belang is als onderdeel van de integrale afweging en binnen de context van de opzet en structuur van het Zwolse omgevingsplan in acht genomen. De geldende planologische rechten (bestemming bedrijf-nutsvoorzieningen) ter plekke van de gronden die niet getransformeerd worden, wat met name de percelen van TenneT betreft, worden omgezet naar een daarop gebaseerde functie nutsvoorzieningen - hoogspanningsstation. Met de planologische gebruiks- en bouwrechten die, binnen deze functie, in de planregels worden toegekend kunnen de bestaande activiteiten van het hoogspanningsstation gecontinueerd worden. De bouwregels bieden enige ruimte tot uitbreiding ten opzichte van de nu aanwezige bebouwing. Overige bouwwerken zijn toegestaan tot een hoogte van 25 meter, erf- en terreinafscheidingen, conform verzoek, tot een hoogte van 3 meter. De maximale bouwhoogte voor gebouwen bedraagt 5 meter. De bestaande bebouwing past hierbinnen. Met de functie nutsvoorzieningen - hoogspanningsstation blijven de gronden beschikbaar voor deze aciviteit. Conform de Zwolse systematiek is het op deze gronden aanwezige zonnepark met een aanduiding binnen deze functie opgenomen. Na het verwijderen van het zonnepark behouden de gronden daarmee de (hoofd)functie. Bij de planvorming is onderkend dat het hoogspanningsstation belemmert kan worden door nieuwe milieugevoelige functies in de omgeving.

Zoals al aangegeven, met de transformatie van de locatie als geheel wijzigen de omstandigheden voor het hoogspanningsstation. In plaats van elektriciteitscentrale worden er onder andere woningen gerealiseerd. Door de woningen alleen op ruime afstand toe te staan (o.a. 50 meter tot de woonbuurt In de Centrale) wordt belemmering van het hoogspanningsstation door de woningbouw voorkomen. Niet alleen wordt belemmering voorkomen door de afstand van de woningbouw. De direct aan het hoogspanningsstation liggende gronden krijgen functies. Deze functies laten geen activiteiten toe die belemmerend/beperkend zijn voor het functioneren van het hoogspanningsstation. Het betreft functies als Verkeer-Erftoegangsweg en Groen. Hiermee wordt onder andere geborgd dat het station onderhouden kan worden en bereikbaar blijft voor materiaal. Dit maakt dat er geen aanleiding is een apart beperkingengebied aan te wijzen. Binnen de opzet en structuur van het omgevingsplan wordt niet meer, zoals bij bestemmingsplannen, gewerkt met dubbelbestemmingen. Het deel van de gronden van het hoogspanningsstation waar de hoogspanningsverbindingen lopen worden gebruikt door beide functies. Wat inhoudt dat dit gebruik voor beide functies ook geregeld cq toegestaan moet worden. Dit gebeurt met de functies Hoogspanningsverbinding en Nutsvoorzieningen-Hoogspanningsstation.

Gasunie De Gasunie heeft op 28 augustus 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: Binnen het wijzigingsgebied ligt nog een hogedruk aardgastransportleiding. Deze zal in het eerste

42/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

kwartaal van 2026 verwijderd worden. Op basis van de door de gemeente aangegeven planning op hoofdlijnen wordt inwerkingtreding van het omgevingsplan verwacht in september 2026. Gelet hierop is er vanuit Gasunie verder geen noodzaak om te reageren op het voorontwerp. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: De opmerking is voor kennisgeving aangenomen. Er is geen aanleiding tot het opnemen van een planregel in het omgevingsplan voor de hogedruk aardgastransportleiding. ProRail ProRail heeft op 28 augustus 2025 een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: De nieuwe woonwijk zal met name bereikt kunnen worden via twee overwegen, te weten: de IJsselcentraleweg en de Jan van Arkelweg. Het streven van het Ministerie en ProRail is om de veiligheid op overwegen te verhogen, het aantal risico's op overwegen verder naar beneden te brengen en voorkomen dat door nieuwe ontwikkelingen de onveiligheid op overwegen kan toenemen. De Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020- 2025, bevat daarom verplichtingen voor initiatiefnemers van wijzigingen van (het gebruik van) een overweg. Hierin wordt onder andere gesteld dat er bij een wijziging van het gebruik van het spoor danwel van de weg een risicoanalyse opgesteld moet worden met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd.

Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht. Mochten er werkzaamheden gaan plaatsvinden binnen het beperkingsgebied hoofdspoorweg dan wijst ProRail op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 sub f onder 4 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: Er is een risico analyse uitgevoerd, welke als bijlage is toegevoegd (Verkeersonderzoek Nieuw Harculo, DTV, 7 oktober 2025). De conclusie uit de analyse is dat er geen noemenswaardige opstopping en geen terugslag op het spoor ontstaat in de ochtend- en avondspits. Binnen genoemd beperkingengebied vinden geen vergunning- of meldingsplichtige activiteiten plaats. Provincie Overijssel De provincie heeft op 25 augustus en 12 september een advies uitgebracht, waarin de volgende opmerkingen worden gemaakt: De ontwikkeling van 526 woningen waarvan 26 in de Uitspanning en de andere 500 als uitbreiding zijn passend binnen de woningbouwambitie van Zwolle. Er wordt daarnaast gemotiveerd hoe de betaalbaarheid meegenomen is in de ontwikkeling (op basis van de 30-40-30).

Wat betreft het toevoegen van kantoorruimte (maximaal 1.200 m2) is in de motivering aangegeven dat hiervoor ruimte is ter compensatie van transformaties op andere plekken in Zwolle. Hieruit maken wij op dat het niet om extra meters gaat. De provincie vraagt, gelet op stikstof-jurisprudentie over dit onderwerp, uitleg of bij deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling of twee ruimtelijke ontwikkelingen in één plan. Voor Nieuw Harculo lijkt het zo te zijn dat de percelen in de nabijheid van waar de woningbouw gaat plaatsvinden worden gebruikt voor interne saldering. Uit het voorontwerp van de wijziging van het omgevingsplan blijkt dat de gronden waar de bemeste percelen zijn gelegen worden omgevormd ten behoeve van de natuur/KRW (NOP). Woningbouw valt niet onder deze ontwikkeling. Zoals waarschijnlijk bij de gemeente bekend zijn er recentelijk door de Raad van State uitspraken gedaan in het kader van mitigerende maatregelen en additionaliteitsvereiste. De bekendste is van 18 december 2024. Hoewel dit uitspraken zijn over projecten, is de strekking dat mitigerende maatregelen moeten worden getoetst aan het additionaliteitsvereiste. Volgt u/de gemeente de lijn dat bij plannen de inzet van

43/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

mitigerende maatregelen niet aan het additionaliteitsvereiste getoetst hoeft te worden? En zo ja, is het goed om te weten dat, gelet op het additionaliteitsvereiste, de vergunningverlening voor Natura 2000-activiteiten waarin gebruik wordt gemaakt van mitigerende maatregelen is opschort door GS. Bij het plan is en wordt als volgt rekening gehouden met deze zaken: De opmerking is voor kennisgeving aangenomen. Het klopt dat de kantoorruimte in het omgevingsplan geen extra m2 betreft. In het gemeentelijk (concept) omgevingsprogramma kantoren is in de programmering ruimte gereserveerd voor ontwikkelingen op speciale plekken buiten de formele kantoorlocaties (waaronder ook Harculo). De programmatische ruimte is puur vervangingsvraag en dus geen uitbreidingsvraag. De 18-december uitspraken gaan over de Natura 2000-projecttoets (natuurvergunningenspoor), waarvoor de provincie inderdaad bevoegd gezag is. Er is echter een verschil tussen de Natura 2000-plantoets (die de raad doorloopt voor het omgevingsplan) en de Natura 2000-projecttoets voor natuurvergunningen. De Natura 2000-plantoets ziet op plannen waarmee een planologisch toekomstig kader wordt geschept. De Natura 2000-projecttoets ziet op het verlenen van een natuurvergunning waarmee een concreet project als zodanig wordt toegestaan.

Voor de plantoets moet om die reden de referentiesituatie gelet op vaste rechtspraak ook anders worden vastgesteld. Of de 18 december-uitspraken ook betrekking hebben op de plantoets, is thans nog niet duidelijk. Er is nog geen uitspraak verschenen na 18 december 2024 tot op heden, waarin die vraag wordt beantwoord. Die zaken worden door de Afdeling vooralsnog aangehouden, omdat ze er nog niet uit zijn of interne salderingsmaatregelen ook in de plantoets gelet op de (afwijkende) referentiesituatie als een mitigerende maatregel moeten worden beschouwd. Gelet op die onzekerheid is evenwel, in het stikstofonderzoek (Langelaar milieuadvies) zekerheidshalve er van uit gegaan dat deze uitspraken ook gevolgen hebben voor de Natura 2000-plantoets. Reden waarom zekerheidshalve de beëindiging van bemesting van de agrarische percelen als mitigerende maatregel is beschouwd. Het stikstofonderzoek betreft dan ook (tezamen met de uitvoerige rapportage van Kleijberg Ecologie) de passende beoordeling die ten grondslag kan worden gelegd aan het (ontwerp-)omgevingsplan. Nu zekerheidshalve de beëindiging van de bemesting als mitigerende maatregel is beschouwd, wordt de facto overigens invulling gegeven aan de opmerking dat volgens de provincie mogelijk sprake is van twee ruimtelijke ontwikkelingen en daarom de beëindiging van de bemesting mogelijk ook een mitigerende maatregel is.

De beëindiging wordt immers nu zekerheidshalve ook aangemerkt als mitigerende maatregel. Zie meer uitgebreid paragraaf 1.3 van het gewijzigde stikstofrapport. Ter zijde, in paragraaf 1.3 is volledigheidshalve ook nader gemotiveerd waarom sprake is van een interne salderingsmaatregel. De natuurontwikkeling vindt immers plaats niet alleen op de agrarische gronden, maar loopt door en voorziet in de landschappelijke en natuurlijke inpassing van de woningbouwontwikkeling nieuw Harculo. Zij is ook onlosmakelijk verbonden en hangt nauw samen met de realisatie van de woningbouw. De onlosmakelijke verbondenheid vloeit ook voort uit het feit dat er één gebiedsvisie is vastgesteld voor de natuur- en woningbouwontwikkeling en de gemeenteraad bij de vaststelling van de gebiedsvisie ook als voorwaarde (randvoorwaardelijk) heeft gesteld dat er een onlosmakelijk met de woningbouw verbonden natuurontwikkelingsplan wordt opgesteld dat geïntegreerd moet worden in het ruimtelijke ontwikkelingsplan (omgevingsplan). Zonder deze woningbouw zal deze landschappelijke en natuurlijke inpassing niet worden aangelegd en zal het agrarisch gebruik ook continueren. In zoverre wijkt het ook af van de casusposities waarin de Afdeling oordeelt dat een bestemmingsplan voorziet in twee afzonderlijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Maar, als gezegd, nu zekerheidshalve de beëindiging van de bemesting als mitigerende maatregel is beschouwd, is deze opmerking niet meer relevant. In de reactie van de provincie wordt nog gewezen op het additionaliteitsvereiste. Een salderingsmaatregel mag alleen worden betrokken als mitigerende maatregel in een passende beoordeling, als aannemelijk wordt gemaakt dat de salderingsmaatregel niet geschikt óf niet nodig is om als passende- of instandhoudingsmaatregel voor natuur te dienen. Het moet dus gaan om aanvullende maatregelen; de maatregel moet additioneel zijn. Die toets moet per Natura 2000-gebied worden doorlopen. Omdat de beëindiging van de bemesting zekerheidshalve als mitigerende maatregel is beschouwd, is in paragraaf 6 t/m 6.3 van het aangepaste stikstofonderzoek per Natura 2000-gebied een uitgebreide toetsing opgenomen aan het additionaliteitsvereiste. Die onderbouwing is mede

44/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

opgesteld door de ecoloog Reinoud Kleijberg van Kleijberg Ecologie en waarin (ook) de rechtspraak is betrokken. Geconcludeerd wordt dat het additionaliteitsvereiste niet in de weg staat aan de inzet van de salderingsmaatregel als mitigerende maatregel. De provincie hecht er tot slot aan om in algemene zin op te merken dat het additionaliteitsvereiste voor de provincie thans wel reden is om natuurvergunningverlening in Overijssel (voorlopig) op te schorten. Daargelaten dat in deze casus het additionaliteitsvereiste niet in de weg staat aan de inzet van de salderingsmaatregel als mitigerende maatregel, is relevant dat voor de vaststelling van het omgevingsplan (voor wat betreft natuurvergunningverlening) er geen uitvoerbaarheidstoets geldt. Dat volgt uit vaste rechtspraak en heeft te maken met de separate Natura 2000-plantoets die de raad al doorloopt voor de wijziging van het omgevingsplan. Zie bijv. r.o.

5.2 uit AbRS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318 (LP Moerdijk), waarin wordt overwogen: "(…) Omdat voor Natura 2000-gebieden wel is voorzien in een afzonderlijk toetsingskader voor plannen hoeft bij plannen niet te worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een mogelijk vereiste natuurvergunning (vergelijk ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1185 en ABRvS 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2371)." De vraag of een natuurvergunning op dit moment kan worden verleend is in zoverre niet relevant voor de vaststelling van het plan (laat staan de ter inzage legging van het ontwerp van dat plan).

45/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

Hoofdstuk 5

Beleidsdoelen

Het wijzigingsbesluit zoals nu voorligt is vormgegeven aan de hand van de gestelde beleidsdoelen in en vanuit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het relevante generieke omgevingsbeleid van rijk, provincie en gemeente en een toetsing van het wijzigingsbesluit aan die kaders. Een verdieping van relevant sectoraal beleid en regelgeving komt aan de orde in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering op het wijzigingsbesluit.

5.1

Rijksbeleid

Omgevingswet (regel) De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Besluit kwaliteit leefomgeving (regel) Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan, voortkomend uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo'n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. De op specifieke onderwerpen gerichte instructieregels komen in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering aan bod. Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld.

De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk tot 2050 op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Verschillende ministeries werken aan de uitwerking van diverse beleidsthema's in de vorm van Nationale Programma's.

Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

46/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen, zodat plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit, en in samenhang gerealiseerd kunnen worden. Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied. Belangrijk vraagstuk voor de regio is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio. Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Zwolle worden gerealiseerd. De grootste uitdaging voor de regio zit in het “klimaatadaptief verstedelijken”. Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid.

Er is een actualisatie van de NOVI in voorbereiding. Met de programma's Mooi Nederland en NOVEX wordt ingezet op aanscherping en versnelling van de NOVI. Rijk en Regio hebben in 2019 afgesproken om gezamenlijk een verstedelijkingsstrategie op te stellen voor Regio Zwolle. In het kader van het programma NOVEX zijn in juli 2022 de verstedelijkingsstrategie en het NOVI-gebied samen gevoegd tot het NOVEX-gebied Regio Zwolle. Centrale opgave van dit NOVEX-gebied is het klimaat-adaptief accommoderen van de stedelijke en economische groei van de regio, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid Het streven is de aangescherpte NOVI als nieuwe Nota Ruimte vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid. Toetsing en conclusie Met dit wijzigingsbesluit wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in rijksbeleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. De voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de NOVI. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan. In het wijzigingsgebied was voorheen de energiecentrale IJsselcentrale aanwezig. Besloten is de centrale te slopen en het terrein te herontwikkelen.

De daarvoor opgestelde gebiedsvisie, het Ruimtelijk Ontwikkelplan en Natuurontwikkelplan scheppen de kaders voor herontwikkeling van het gebied van de voormalige IJsselcentrale naar een groene suburbane woonwijk, met ruimte voor circa 500 woningen. Met de beoogde herontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de prioriteiten 'ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie' en 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Daarbij wordt ook invulling gegeven aan de afwegingsprincipes uit de NOVI: de diverse doelen (vergroten van de woningvoorraad, maar tegelijkertijd verduurzamen en vergroenen) worden immers gecombineerd en het gebied krijgt een eigen identiteit.

47/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

5.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel. Onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur komen aan bod. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en sindsdien een aantal keer geactualiseerd. De visie bestaat uit drie delen. Deel 1 geeft de opgaven en kansen waar de provincie voor staat. Deze zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's, waaronder woonomgeving, mobiliteit, natuur en veiligheid en gezondheid. Deel 3 bevat een nadere uitwerking van de centrale beleidsambities. De centrale beleidsambities voor de negen beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende 'rode draden' duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit, waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Dit zijn de leidende principes bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten Daarmee wordt een weloverwogen locatiekeuze en vormgeving en inrichting van initiatieven bevorderd, passend bij

48/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

de identiteit van de plek. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal, en het verbinden van lokale kennis met de uitvoering van ruimtelijke opgaven. Deel 2 van de omgevingsvisie geeft het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de omgevingsvisie geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Deze beleidskeuzes geven invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Andere generieke beleidskeuzes betreffen onder andere de reserveringen voor waterveiligheid en begrenzing van Nationale Landschappen en Natura 2000-gebieden. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Er is een ontwerp van de Omgevingsvisie Overijssel 'Overijssel voor en met elkaar', welke de geldende visie te zijner tijd gaat vervangen. Samengevat geeft de visie aan dat we onze inwoners en ondernemers een aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving willen bieden. Zodat dit bijdraagt aan hun brede welvaart. In deze leefomgeving willen we ruimte bieden voor de belangrijke opgaven op het gebied van klimaat en energie, verstedelijking, mobiliteit, landbouw en natuur. We zetten hierbij in op zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. Tegelijkertijd willen we oog houden voor het bestaande, dat wat er al is, dat wat ons bindt.

49/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

Toetsing aan de Omgevingsvisie Overijssel Generieke beleidskeuze In de stadsrand van Zwolle vindt in de omgeving van de voormalige IJsselcentrale een integrale gebiedsontwikkeling plaats. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de groeiambitie van Zwolle met woon-, werk- en cultuurfuncties in een groenstedelijke, biodiverse, klimaatadaptieve en gezonde omgeving. Dit in samenhang met een aanzienlijke kwaliteitsimpuls voor natuur en ecologie. Onder andere ter plaatse van het binnen het wijzigingsgebied gelegen Natura 2000 gebied. Het plan draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit van de omgeving. En geeft geen strijdigheden ten opzichte van reserveringsgebieden en dergelijke. Ontwikkelingsperspectieven Het wijzigingsgebied ligt in zowel het Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap als het Ontwikkelingsperspectief voor de stads- en dorpsranden. Laatstgenoemde is het meest relevant. Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel.

Recreatieve functies en culturele voorzieningen kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen. Nieuwe woon- en werkmilieus kunnen worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als 'uitloop'-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Met het voorliggende plan wordt op een locatie in de stadsrand, met een grotendeels stedelijke bestemming (voor een elektriciteitscentrale), een nieuwe omgeving gecreëerd met plek voor wonen, cultuur en ontspanning, natuur en recreatie. Met de gebiedsvisie en de ruimtelijke en natuur ontwikkelplannen is een plan vormgegeven dat de locatie een forse kwaliteitsimpuls geeft, afgestemd op de plek, waar de stedelijke omgeving overgaat in de groene omgeving. Waarbij natuur, water, en energie integraal zijn meegenomen. En de recreatieve waarde van de stadsrandzone aanzienlijk wordt versterkt. Met het voorliggende plan wordt kwalitatief hoogwaardige verbinding gelegd tussen de stedelijke en groene omgeving.

Gebiedskenmerken Natuurlijke laag Het wijzigingsgebied maakt deel uit van Rivierengebied, Oeverwallen en Komgronden. Het terrein van de voormalige IJsselcentrale, de schakeltuin en het naastgelegen groen is aangewezen als komgronden. De buitendijkse gronden en de zuidelijke insteekhaven als rivierengebied-rivier en uiterwaarden. En de noordelijke insteekhaven als oeverwallen. Voor de kommen is het de ambitie om het karakter van laag, nat gebied met zware klei te behouden en verder te ontwikkelen en de kansen voor natuurontwikkeling te benutten. De ambitie is de oeverwallen weer als ruimtelijk herkenbare structuren langs de rivieren te ontwikkelen. Natuurlijke kwaliteiten kunnen hier met name in de keuze van de beplanting sterker ontwikkeld worden. De rivieren, uiterwaarden, rivierdalen en directe omgeving van insnijdende rivieren krijgen een

50/192

12 mei 2026 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo

beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van een robuust watersysteem, de waterkwaliteit, ruimte voor water en de natuurkwaliteit. Als ontwikkelingen plaats vinden in het winterbed, dan dragen deze bij aan vergroting van de ruimte voor de rivier, de rivier-dynamiek, hermeandering en/of vasthouden van water en aan het versterken van een open en afwisselend dynamisch landschap van geulen of meanders, open vlaktes en zachthoutooibos. Voorliggend wijzigingsbesluit voldoet hieraan. Kansen voor natuurontwikkeling worden benut, zowel binnenals buitendijks. Het gebied buitendijks krijgt een natuurfunctie en waar nodig worden, afgestemd op de waterschapsverordening van het waterschap, passende regels opgenomen. Stedelijke laag Het wijzigingsgebied maakt deel uit van: het informele trage netwerk, ter plaatse van de uiterwaard, van verspreide bebouwing ter plaatse van de IJssel, van kanalen en vaarten. Ambitie bij eerstgenoemde is een verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets. Informele routes en routenetwerken worden in beeld gebracht en krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op de continuïteit van route. Discontinuïteiten in het netwerk van paden en vaarroutes worden voorkomen. Voorliggend wijzigingsbesluit voldoet hieraan. Het recreatieve netwerk wordt met de nieuwe inrichting versterkt.

De provinciaal aangewezen fiets- en wandelstructuren (Beekmanpad en IJsselcentraleweg) binnen het wijzigingsgebied worden met een passende functie opgenomen. Verspreide bebouwing ziet vooral op agrarische erven en is dan ook niet relevant bij voorliggend plan. Het plan draagt overigens wel bij aan het allesomvattende doel tot behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De IJssel grenst direct aan het wijzigingsgebied. Kanalen en vaarten ziet vooral op de transportfunctie en het bijdragen aan watererfgoed als identiteitsdrager en herstel van continuïteit, ook van de begeleidende landschappelijke structuren. Voorliggend plan wijzigt de functie van de IJssel niet. Met de transformatie van de uiterwaard van agrarisch naar natuur wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Laag van de beleving Het wijzigingsbesluit maakt deel uit van stads- en dorpsrandgebieden, recreatieve routes en vaarwegen en bakens in de tijd (waaronder verdedigingslinies). Ambitie bij eerstgenoemde is om ontwikkeling van woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden aan hun omgeving met landschappelijke structuren en routes. Stimuleer integrale projecten waarin stedelijke programma's en landschappelijk raamwerk gelijktijdig worden ontwikkeld en gerealiseerd. Draag bij aan een aantrekkelijke mix woon-, werk en recreatiemilieus.

Zoals onder 'Ontwikkelingsperspectieven' al beschreven geeft het voorliggende plan invulling aan deze ambitie. Recreatieve routes en vaarwegen zet in op behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes tussen dorp en land, gekoppeld aan ontwikkelingen. Bakens in de tijd zet onder andere in op behoud van monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Maak de bakens meer zichtbaar en ontwikkel recreatieve routes langs deze bakens met uitleg over de ontstaansgeschiedenis. Voorliggend plan geeft hier één op één uitvoering aan. Met de hotspot De Uitspanning krijgen de cultuurhistorische waardevolle gebouwen nieuwe functies, die mede gerelateerd zijn aan de langslopende recreatieve routes. Een smalle strook dwars door het wijzigingsgebied is aangewezen als stads- en dorpsfronten. Streven is stads- en dorpsfronten te benutten om de stad-land overgangen kracht bij te zetten. Inventariseer de cultuurhistorische en architectonische waarden en geef de gewenste ontwikkelingsrichting aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f34d9d2c-b95d-4c2c-994c-1ff066d9db45