Visie sportaccommodaties Gemeente Zwolle - Hospitality Group
Tekst van het document
Voor de overige sporthallen verschilt de rol per accommodatie (verantwoordelijk voor verhuur van avonden en weekenden, medeverantwoordelijk of slechts inzage in de leegstand). Instellingen voor Primair, Speciaal en Voortgezet Onderwijs (Ambelt, Greijdanus, Groene Welle, Kentalis en OOZ) die verantwoordelijk zijn voor beheer en exploitatie van de eigen gym- en sportzalen. Wijkcentra met een gymzaal zoals De Molenkamp in Windesheim, De Weijenbelt in Berkum, etc.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
19 | 83
Deze situatie kent zijn historie en is het gevolg van de herkomst van de initiële investeringen in de sporthallen, het primaat van het gebruik, et cetera. Geredeneerd vanuit de gebruiker en geredeneerd vanuit de behoefte om de aanwezige capaciteit goed inzichtelijk te hebben en te komen tot een goede verdeling van capaciteit (vooral in de populaire avonduren en de weekenden) is de versnippering onwenselijk. Daarmee bedoelen wij niet dat de situatie in Zwolle moet worden veranderd naar een situatie waarin eigendom, beheer en exploitatie worden geüniformeerd en bij één partij komen te liggen. Wel is het zeer wenselijk dat de verhuur, en dan vooral van de avonden en weekenden, meer in één hand komt te liggen/beter wordt afgestemd en dat de taakafbakening tussen de verschillende partijen meer eenduidig wordt.
EXPLOITATIERESULTATEN Het exploitatieresultaat zonder de eigenaarslasten van de sporthallen in Zwolle kan de toets der kritiek meer dan doorstaan. De verschillende beherende instellingen blijken alle in staat om de exploitatiekosten (exclusief de eigenaarslasten) grotendeels of meer dan geheel te dekken met eigen inkomsten (verhuur, horeca). Dat is niet gebruikelijk. De meeste sporthallen in Nederland hebben te maken met exploitatietekorten, die doorgaans door de gemeente worden afgedekt. In de volgende figuur is het exploitatieresultaat van de hallen uitgedrukt in het dekkingspercentage. Dat getal ontstaat door de inkomsten (verhuur, horeca) te delen door de totale exploitatiekosten, exclusief de eigenaarslasten. In de figuur is ook een rode balk weergegeven. Die rode balk staat voor het gemiddelde dekkingspercentage van andere sporthallen in Nederland.
Figuur 12: Dekkingsgraad exclusief eigenaarslasten sporthallen Zwolle.
Uit de tabel blijkt dat alle sporthallen in Zwolle een dekkingsgraad hebben die hoger is dan te doen gebruikelijk. De dekkingsgraad van Landstede is uitzonderlijk goed, die van de WRZV-hallen zeer goed en die van Sporthal Zuid en het Anker goed. Zonder de eigenaarslasten laten drie van de vier hallen een exploitatieoverschot zien, wat niet gebruikelijk is. Deze goede exploitatieresultaten worden verklaard door: ▪ ▪
▪
De voldoende tot goede bezetting van de sporthallen (zie paragraaf 2.4). Het hoge tarief dat in Zwolle wordt gerekend voor het gebruik van de sporthallen door verenigingen. In Zwolle bedraagt het tarief inmiddels circa € 75,-- per uur voor een hele hal. Gemiddeld ligt dat bedrag in Nederland rond € 45,-- per uur. Een normale kostenstructuur. In geen van de sporthallen worden grote afwijkingen van de kosten gezien ten opzichte van andere hallen in Nederland.
BEPERKTE STURINGSMOGELIJKHEDEN GEMEENTE De combinatie van de versnipperde wijze van beheer en de exploitatie van de hallen (geen tot relatief beperkte subsidiering door de gemeente Zwolle) heeft ook een schaduwkant. De mogelijkheden voor de gemeente Zwolle
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
20 | 83
om effectief invloed uit te oefenen op de maatschappelijke functie van de sporthallen, sportzalen en gymzalen is beperkter dan in andere gemeenten. De gemeente heeft nauwelijks zeggenschap over een substantieel deel van het aanbod van sporthallen, sportzalen en gymzalen in Zwolle. 2.5.2 DE BUITENSPORT De wijze waarop de buitensportparken worden beheerd en geëxploiteerd is ook met dit project in kaart gebracht. Daarbij geldt dat beheer en exploitatie van buitensportparken minder diepgaand is beoordeeld dan de sporthallen. Neemt niet weg dat enkele opmerkingen kunnen worden geplaatst bij de buitensport. In zijn algemeenheid geldt dat er sprake is van een eenduidige opzet van beheer en exploitatie. De gemeente Zwolle is eigenaar van de parken en verantwoordelijk voor het eigenaarbeheer. De gemeente verhuurt de parken aan de hoofdgebruikers. De hoofdgebruikers zijn verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer en voor in ieder geval de kantines. De gemeente brengt aan de hoofdgebruikers een tarief/huur in rekening voor de velden. Net als bij de binnensport is dit een stevig tarief. Echter, de mate waarin het tarief afwijkt van datgene wat in Nederland te doen gebruikelijk is, is minder dan bij de binnensport. Op een aantal sportparken of clusters van parken is sprake van sportparkmanagement (De Siggels, Marslanden, De Verbinding en Sportzone Oost [Be Quick, Berkum en Pelikaan]).
Voor het sportparkmanagement geldt dat de opzet per park verschilt. De verschillen hebben betrekking op: ▪
▪
▪
De reikwijdte: Bij de Siggels en Marslanden bijvoorbeeld heeft het sportparkmanagement betrekking op één park. Bij De Verbinding en vooral de Sportzone Oost heeft het sportparkmangement betrekking op een cluster van parken. Het animo onder de verenigingen: De mate waarin de verenigingen bereid of in staat zijn een bijdrage te leveren aan het sportparkmanagement (de inhoudelijke samenwerking met andere verenigingen en maatschappelijke instellingen) verschilt per park. Op Marslanden en De Siggels is dit animo relatief hoog, terwijl op De Verbinding en vooral in Oost het animo niet overhoudt. Takenpakket: Op de meest sportparken beperkt het sportparkmanagement zich tot het stimuleren van inhoudelijke samenwerking tussen verenigingen en maatschappelijke instellingen en het gestalte geven aan een brede maatschappelijke functie. Vooral op De Marslanden gaat het sportparkmanagement nog wat verder. De stichting die op dat park verantwoordelijk is voor het sportparkmanagement voert ook taken in het kader van het gebruikerbeheer uit.
Sterk samengevat geldt dat het sportparkmanagement op De Siggels en vooral Marslanden een succes is, terwijl de resultaten op De Verbinding en vooral op Oost kunnen verbeteren. Opmerkelijk is ook dat op Het Hoge Laar (een multifunctioneel park waar sportparkmanagement een grote meerwaarde zou kunnen hebben), op dit moment nauwelijks sprake is van sportparkmanagement. De conclusie over de versnippering in het beheer van binnensportaccommodaties geldt ook voor de buitensport. Sportservice Zwolle biedt een totaaloverzicht van alle buitensportaccommodaties en de tarieven. De daadwerkelijke verhuur van velden en voorzieningen vindt echter per park plaats.
2.6
SAMENVATTEND
Samenvattend is een positief beeld ontstaan over het aanbod, gebruik en beheer van de accommodaties in Zwolle. Dit positieve beeld wordt veroorzaakt door:
STERKE PUNTEN SPORTDEELNAME ▪ De sportdeelname in Zwolle is aanmerkelijk hoger dan in gemeenten met een vergelijkbare omvang.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
21 | 83
BINNENSPORT ▪ Het aanbod van sporthallen en sportzalen is functioneel en kwalitatief op orde en goed gespreid en de bezetting van deze accommodaties kan de toets der kritiek doorstaan. ▪ Het aanbod van sporthallen zal de komende tijd nog verbeteren door de vervangende nieuwbouw van de WRZV-hallen en de beoogde ontwikkeling van Sport XL. ▪ ’Last-but-not-least’ is het aanbod van sport- en beweegactiviteiten voor ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking ruim en gevarieerd, waarbij ook een stevige rol is weggelegd voor de Zwolse sportverenigingen en de binnensportaccommodaties. BUITENSPORT EN OPENBARE RUIMTE ▪ Ook het aanbod van de buitensport is functioneel, kwalitatief over het algemeen op orde en goed gespreid. Gemeentebreed zijn vraag en aanbod in evenwicht. ▪ De sportieve mogelijkheden van de openbare ruimte zijn in Zwolle ruimer dan in andere gemeenten in Nederland.
MINPUNTEN Bovenstaande neemt niet weg dat er ook minpunten zijn. Dat zijn: BINNENSPORT ▪ Het aanbod van gymzalen is te groot. Dat aanbod is fors groter dan in vergelijkbare gemeenten en de bezetting is te laag. Dit is mede problematisch omdat de bestaande gymzalen onvoldoende functioneel zijn voor modern bewegingsonderwijs en voor medegebruik. ▪ Het beheer van de binnensportaccommodaties in Zwolle is te versnipperd. Die versnippering heeft negatieve gevolgen voor de wijze waarop de verdeling van de capaciteit van haluren plaatsvindt en de wijze waarop een zaal gereserveerd kan worden. De toegang tot de capaciteit is versnipperd georganiseerd en ook per accommodatie verschillend. BUITENSPORT ▪ Voor de buitensportparken geldt dat de kwaliteit en/of toegankelijkheid van enkele parken te wensen overlaat. Het betreft Marslanden en Het Hoge Laar. Marslanden is een onaantrekkelijk park met tekortkomingen op het gebied van technische kwaliteit, uitstraling, samenhang en capaciteit (er is overcapaciteit). Voor Het Hoge Laar geldt dat er weinig verbinding/samenhang is tussen de verschi llende onderdelen van dat park/gebied. ▪ Specifiek voor voetbal geldt dat op het niveau van stadsdelen en individuele parken op sommige locaties sprake is van over- en ondercapaciteit. ▪ Het sportparkmanagement is nog niet op alle parken een succes en anders vormgegeven.
Dat laatste is begrijpelijk, maar een meer eenduidige opzet is in de toekomst wenselijk. BINNEN- EN BUITENSPORT ▪ Alhoewel gemeentebreed geldt dat er (meer dan voldoende) aanbod is van sportaccommodaties, lijkt dat niet het geval voor stadsdeel West. In dat stadsdeel is het bestaande aanbod ‘normaal’, terwijl het aantal inwoners van West de komende jaren hard gaat groeien. Dit geldt zowel voor de binnen- als voor de buitensport.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
22 | 83
3
DE VRAAG/BEHOEFTE
3.1
INLEIDING
In het vorige hoofdstuk is een beeld geschetst van het bestaande en het zich ontwikkelende aanbod van accommodaties en openbare ruimte. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag/behoefte aan sportaccommodaties en hoe deze vraag/behoefte zich waarschijnlijk gaat ontwikkelen. Daarbij wordt ingegaan op de omvang van de vraag/behoefte, maar vooral ook op de kwalitatieve aspecten.
3.2
DE OMVANG VAN DE VRAAG/BEHOEFTE
De toekomstige omvang van de vraag/behoefte aan sportaccommodaties wordt bepaald door: ▪ ▪ ▪
De ontwikkeling van het aantal inwoners en de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroepen. De leerlingenprognoses in het onderwijs. De aantrekkingskracht van de grote zaal- en veldsporten en hun verenigingen.
Elk van deze onderwerpen wordt in deze paragraaf kort toegelicht.
DE BEVOLKINGSPROGNOSE Het aantal inwoners van Zwolle zal de komende jaren stijgen. Op dit moment telt Zwolle ruim 126.000 inwoners. Dat aantal zal stijgen tot ongeveer 140.000 inwoners in het jaar 2030. In de volgende figuren is deze stijging weergegeven. De figuur aan de linkerzijde geeft een beeld van de absolute stijging van het aantal inwoners, uitgesplitst naar stadsdelen. Daaruit blijkt dat vooral in stadsdeel West het aantal inwoner s zal toenemen. In de overige stadsdelen stijgt het aantal inwoners niet of nauwelijks. De figuur aan de rechterzijde geeft de relatieve stijging weer naar leeftijdsklassen (index 2018 = 100). Daaruit blijkt dat de groep ouderen procentueel het sterkst gaat stijgen. In absolute zin stijgt vooral het aantal gezinnen met kinderen.
Figuur 13: Bevolkingsprognose Zwolle 2018 – 2030 (Bron: Gemeente Zwolle).
Een stijging van het aantal inwoners vertaalt zich overigens niet 1 op 1 naar de behoefte aan sportaccommodaties. De groeiende groep senioren heeft andere behoeftes dan bijvoorbeeld kinderen en volwassenen en de sportdeelname onder deze groep is ook lager. Die sportdeelname onder senioren stijgt overigens wel (waarover later meer).
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
23 | 83
In de volgende figuur is schematisch weergegeven wat de toekomstige samenstelling van de bevolking van Zwolle is. Daarbij is weergegeven in welke wijken de kinderen in de basisschoolleeftijd, de tieners, de jong volwassenen en de ouderen vooral woonachtig zijn (door middel van een top 5). De donkerblauwe toelichtingen geven aan waar deze bevolkingsgroepen in absolute aantallen het grootst zijn, de lichtblauwe toelichtingen geven aan waar deze bevolkingsgroepen procentueel het grootst zijn.
Figuur 14: Bevolkingssamenstelling naar leeftijdsklassen naar wijken in 2025.
DE LEERLINGENPROGNOSES Voor het primair onderwijs wordt voor de komende jaren een lichte daling van het aantal leerlingen voorzien, waarna het aantal leerlingen vanaf 2025 weer gaat stijgen. In 2030 herstelt het leerlingenaantal zich, maar zit dan nog niet helemaal op het niveau van 2018. De verwachting is dat de scholen voor Primair Onderwijs in Zwolle in 2030 ruim 11.600 leerlingen tellen, circa 200 leerlingen minder dan nu het geval is. In de volgende figuur is de ontwikkeling van het aantal leerlingen in Zwolle schematisch weergegeven, waarbij de aantallen zijn uitgesplitst naar de ligging van de scholen per stadsdeel. De scholen die een centrumfunctie vervullen zijn afzonderlijk weergegeven.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
24 | 83
14.000
12.000
10.000
8.000
6.000
4.000
2.000
0 2018 Midden
2020 Oost
West
2025 Noord
Zuid
2030 Centrumfunctie
Figuur 15: Leerlingenprognoses Primair Onderwijs Zwolle (Bron: Gemeente Zwolle).
Voor de overige typen onderwijs beschikken wij niet over leerlingenprognoses. Uit de gesprekken met vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsinstellingen en verantwoordelijken binnen de gemeente Zwolle is echter gebleken dat: ▪ ▪ ▪
Het aantal leerlingen in het Voortgezet Onderwijs naar verwachting niet zal toenemen. De verwachting is dat dit aantal leerlingen gelijk blijft tot iets krimpt. Voor het Middelbaar Beroepsonderwijs een beperkte groei voorzien wordt van ho oguit enkele procenten, waarna het aantal zal stabiliseren of zelfs iets zal krimpen. Voor het Hoger Beroepsonderwijs een gelijkblijvend tot een licht stijgend aantal studenten verwacht wordt.
VERENIGINGEN DE ZAALSPORTEN Ondanks een toename van de Nederlandse bevolking daalt landelijk het aantal leden van binnensportverenigingen van de bij NOC*NSF aangesloten bonden. Het aantal leden van deze bonden gezamenlijk daalt al enkele jaren met 0,5% per jaar. Als de sporten worden verbijzonderd die afhankelijk zijn van binnensportaccommodaties (badminton, basketbal, gymnastiek, handbal, korfbal, volleybal en zaalvoetbal), dan zien we een iets grotere daling. Het aantal leden van deze verenigingen daalt landelijk gemiddeld met bijna 1% per jaar. Deze krimp is niet terug te zien in het aantal leden van de binnensportverenigingen in Zwolle. De onlangs uitgevoerde Verenigingsmonitor toont immers aan dat voor de meeste verenigingen in Zwolle geldt dat het aantal leden op peil is gebleven of zelfs is gestegen. Dat is niet verwonderlijk (het aantal inwoners van Zwolle stijgt), maar de stijging van het aantal inwoners alleen is onvoldoende verklaring. Kennelijk is de aantrekkingskracht van de sportverenigingen in Zwolle iets groter dan landelijk gemiddeld. Dat blijkt ook u it de cijfers van de gemeenten met een inwonersaantal van 100.000 tot 200.000. Binnen die groep gemeenten staat Zwolle op de vierde plaats als het gaat om het percentage inwoners dat lid is van een binnen- of buitensportvereniging (in Zwolle 25,9%).
Alleen Haarlemmermeer (28,3%), Breda (26,5%) en Amersfoort (26,3%) scoren iets hoger dan Zwolle. In de twintig andere gemeenten is het percentage lager tot veel lager, variërend van 25,8 % (Den Bosch) tot 15,2% (Maastricht).
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
25 | 83
DE VELDSPORTEN Voor de veldsporten geldt dat de landelijke daling iets groter is dan bij de zaalsporten. Daarbij geldt dat dit niet het geval is voor voetbal (min of meer stabiel) en voor hockey (lichte stijging). De daling van het aantal leden geldt vooral voor tennis. Landelijk is er al jaren sprake van een forste achteruitgang van het aantal leden, een beeld dat ook zichtbaar is bij de tennisverenigingen in Zwolle. CONCLUSIE Op basis van deze ontwikkelingen wordt verwacht dat de landelijke terugval in leden van sportverenigingen naar verwachting niet of minder plaatsvindt in Zwolle. De combinatie van een toenemend aantal inwoners en de aantrekkingskracht van de verenigingen leidt tot de verwachting dat de ledenaantallen in zijn algemeenheid zullen stijgen (gecorrigeerd aan de toekomstige bevolkingssamenstelling). Uitsluitend voor de tennis wordt een daling van het aantal leden verwacht. Ook mag worden verwacht dat de nieuwe WRZV-hallen extra aantrekkingskracht zullen hebben.
SAMENVATTEND Op basis van deze trends, de bevolkingsgroei, de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroepen en de leerlingenprognoses is een becijfering gemaakt van de te verwachten groei of krimp van de vraag/behoefte aan sportaccommodaties naar stadsdelen tot en met het jaar 2030. Daarbij is onderscheid gemaakt naar: ▪ ▪
Binnensport, met daarbinnen een onderscheid naar de behoefte vanuit het onderwijs en de behoefte vanuit verenigingen en overige gebruikers. Buitensport, met een onderscheid naar voetbal, tennis en de overige buitensporten.
Tabel 6: De ontwikkeling van de behoefte aan sportaccommodatie 2018 – 2030 naar stadsdelen.
Bi nnensport
Bui tensport
Mi dden Onderwijs
-1,0%
Voetbal
2,7%
Verenigingen en overig
2,4%
Tennis
-3,6%
Overig
2,2%
Oos t Onderwijs
4,2%
Voetbal
2,7%
Verenigingen en overig
2,4%
Tennis
-3,6%
Overig
2,2%
W est Onderwijs
-1,4%
Voetbal
17,6%
Verenigingen en overig
17,3%
Tennis
11,3%
Overig
17,1%
N oord Onderwijs
0,4%
Voetbal
1,6%
Verenigingen en overig
1,3%
Tennis
-4,7%
Overig
1,1%
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
26 | 83
Bi nnensport
Bui tensport
Z uid Onderwijs
1,4%
Voetbal
3,2%
Verenigingen en overig
2,9%
Tennis
-3,1%
Overig
2,7%
Totaal Onderwijs
0,9%
Voetbal
6,4%
Verenigingen en overig
6,2%
Tennis
0,2%
Overig
5,9%
Uit de tabel blijkt dat: ▪
▪
3.3
Binnensport: ▪ De behoefte vanuit het onderwijs zal gemeentebreed nauwelijks stijgen. Daarbij bestaan verschillen per stadsdeel en de stijging is naar verwachting het grootst in stadsdeel Oost. ▪ De behoefte aan accommodaties vanuit verenigingen en overige gebruikers gemeentebreed met 6,2% zal stijgen. Binnen alle stadsdelen zal sprake zijn van een toename, maar de stijging wordt vooral veroorzaakt binnen het stadsdeel West. In dat stadsdeel zal de bevolking het meest toenemen. Dit terwijl het aanbod van binnensportaccommodaties in West relatief het laagst is. Buitensport: ▪ Gemeentebreed zal de behoefte aan accommodaties voor voetbal en overige buitesporten toenemen. De behoefte neemt in alle stadsdelen toe, maar vooral in het stadsdeel West. ▪ De behoefte aan tennisaccommodatie zal afnemen, behalve in het stadsdeel West. In dat stadsdeel wordt nog een stijging voorzien van ruim 11%.
DE AARD VAN DE VRAAG/BEHOEFTE
Het is al eerder vermeld, maar dit project richt zich niet alleen op de omvang van de behoefte. Het project heeft ook, of juist tot doel om kwalitatieve aspecten van de toekomstige behoefte in kaart te brengen. Dat zijn bijvoorbeeld: ▪ ▪ ▪ ▪
De veranderende visie binnen het (primaire) onderwijs op bewegen en bewegingslessen. De functie van bewegen en sporten binnen het sociale domein. De veranderingen in het verenigingsleven. De veranderende voorkeuren van sporters.
ONDERWIJS Bewegen en sporten binnen het onderwijs is volop in verandering, ook in Zwolle. Binnen het Primaire Onderwijs bijvoorbeeld zijn de bewegingslessen anders ingericht dan in het verleden. De veranderingen kunnen als volgt worden samengevat: ▪ ▪ ▪
Van klassikaal onderwijs, naar kleinere groepen die tegelijkertijd verschillende beweegvormen en beweeglijnen beoefenen. Van uitsluitend de verplichte klokuren in de gymzaal, naar ook bewegen op andere momenten en andere locaties. Van de traditionele sporten naar ook meer moderne sporten zoals free runnen, survival, et cetera.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
27 | 83
Ook binnen het Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Beroepsonderwijs zijn deze veranderingen zichtbaar. De veranderende kijk op bewegen en sporten heeft ook gevolgen voor de behoefte aan binnensportaccommodatie. Gymzalen, met de traditionele belijning en de traditionele toestellen zijn onvoldoende functioneel. De gymzalen zijn nog te zeer gericht op het klassikale onderwijs en de traditionele sporten. Voor de komende jaren is de wens veel meer: ▪ ▪ ▪ ▪
Binnensportaccommodaties die kunnen worden verdeeld in meerdere (vier) vlakken, waar kleinere groepen gelijktijdig verschillende vormen van bewegen of sporten kunnen beoefenen. Grotere flexibiliteit in het gebruik van toestellen en materialen (bijvoorbeeld touwen kunnen verplaatsen naar elk van de vier vlakken). Ruimer assortiment van toestellen, materialen en attributen voor modernere sporten. Gebruik van audiovisuele hulpmiddelen.
Enkele vooruitstrevende voorbeelden van deze veranderende behoeften zijn bijvoorbeeld de gymzaal van de toekomst en de beweegbox. Daarmee wordt niet bedoeld dat alle gymzalen in Zwolle op die wijze omgevormd moeten worden, maar een ontwikkeling naar meer multifunctionele accommodaties en minder traditionele gymzalen is wenselijk om aan de veranderende behoefte te voldoen. Beweegbox
Gymzaal van de toekomst
Figuur 16: Enkele voorbeelden van vernieuwende accommodaties voor bewegingsonderwijs.
De gemeente Zwolle staat aan de vooravond van de invoering van een nieuw huisvestingsbeleid voor de scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Vele scholen (waar veel van de gymzalen deel van uitmaken) zijn in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw gerealiseerd en bereiken inmiddels het einde van hun technische levensduur. Zonder vooruit te willen lopen op dit huisvestingsbeleid mag een herschikking van het aanbod van scholen worden verwacht. Tijdens dat proces zal ongetwijfeld ook het aanbod van gymzalen ter discussie ko men te staan. Deze operatie biedt een aangrijpingspunt om de functionaliteit van de binnensportaccommodaties in Zwolle te verbeteren. Het huisvestingsbeleid voor het onderwijs kan worden aangegrepen om het aanbod van beperkt functionele gymzalen de komende jaren te verminderen en (gedeeltelijk) te vervangen door meer multifunctionele sportaccommodaties. Overigens kan ook de buitensport worden ingezet om deze vernieuwingen vorm te geven.
HET SOCIALE DOMEIN Met het Actieplan Sport en Bewegen zet de gemeente Zwolle in op een functie voor sport en bewegen in het sociale domein. In het vorige hoofdstuk is al vermeld dat inmiddels een ruim en gevarieerd aanbod van activiteiten wordt aangeboden voor ouderen, chronisch zieken, mensen met een beperking en groepen inwoners die niet vanzelf hun weg weten te vinden naar het reguliere sport- en beweegaanbod. Het huidige aanbod binnen het sociale domein is door ons nader geanalyseerd, waarbij een model is gehanteerd dat is opgebouwd uit twee dimensies, te weten: ▪ ▪
De vitaliteit, een combinatie van mobiliteit, gezondheidssituatie en ervaren gezondheid. De kansrijkheid, een mix van inkomen, opleiding en zelfredzaamheid.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
28 | 83
De combinatie van deze twee dimensies leidt tot een model met vier kwadranten, dat van toepassing is op alle leeftijdsgroepen. ▪ ▪
▪
▪
Het kwadrant rechtsboven (kansrijk en vitaal) zijn inwoners die zelf hun weg weten te vinden naar het sporten beweegaanbod in de stad. Het kwadrant rechtsonder (minder kansrijk/zelfredzaam en vitaal) betreft inwoners die om verschillende redenen hun weg niet of minder weten te vinden naar het sport- en beweegaanbod. Dat kan door tijdsgebrek, het inkomen, het missen van intrinsieke motivatie om te bewegen, et cetera. Het kwadrant linksboven (minder vitaal en kansrijk) betreft inwoners die door een beperking (chronische ziekte of andere beperking) minder makkelijk aansluiting kunnen vinden bij het traditionele sport- en beweegaanbod, maar doorgaans wel een intrinsieke motivatie hebben om te bewegen. Het kwadrant linksonder (minder vitaal, minder kansrijk) is de groep die de weg naar het sport- en beweegaanbod lastig weet te vinden en, vanwege beperkingen, ook moeilijk aansluiting kan vinden bij het reguliere aanbod.
Figuur 17: Sport en bewegen en het sociale domein.
HUIDIGE AANBOD Het totale aanbod van bewegen en sport in het sociale domein in Zwolle is door ons ingedeeld naar elk van de kwadranten (zie bijlage 4). Daaruit zijn – in combinatie met gesprekken die wij hebben gevoerd met de aanbieders - de volgende conclusies getrokken: ▪
▪
▪
Het is al eerder vermeld, maar het aanbod in Zwolle is ruim en gevarieerd. Voor elke groep en voor alle leeftijdsklassen worden voldoende specifieke sport- en beweegactiviteiten aangeboden, behalve voor de inwoners in het kwadrant rechtsboven. Voor die groep is dat ook niet nodig, want deze inwoners weten hun weg te vinden naar het reguliere aanbod. Ons hebben geen signalen bereikt dat belangrijke activiteiten ontbreken of voor belangrijke doelgroepen activiteiten ontbreken. Het aanbod wordt aangeboden door enkele professionele instellingen, maar ook door sportverenigingen in Zwolle. Grote aanbieders zijn Revas, Sportservice Zwolle, Stichting Kids, VG Sport Zwolle en Wijz. Voorbeelden van verenigingen die activiteiten aanbieden zijn HTC, Hercules, St Sebastiaan, Turnlust, HC Zwolle, ZLTB, CGV Sparta, AV PEC 1910, VV Berkum, VV Wijthem en de Zwolsche Roeivereniging. De afstemming en samenhang tussen activiteiten en aanbieders kan beter. Daarmee wordt niet bedoeld dat afstemming en samenhang ontbreekt, maar wel dat: ▪ Afstemming tussen de professionele aanbieders onderling versterkt kan worden. ▪ Afstemming en taakafbakening tussen professionele aanbieders en verenigingen kan verbeteren. ▪ De doorstroming binnen verenigingen (van aangepast sporten naar regulier sporten) kan verbeteren.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
29 | 83
▪
Dit alles om vooral de kennisuitwisseling onderling te verbeteren.
Vooral de samenwerking tussen professionele instellingen en verenigingen kan beter. Het ‘schuurt’ op het grensvlak tussen de inzet van professionele instellingen en de inzet van verenigingen. Dat terwijl er landelijk goede voorbeelden van samenwerking zijn bij de uitvoering van activiteiten voor mensen met een beperking. In die voorbeelden worden mensen met een beperking begeleid door vrijwilligers van verenigingen, ondersteund door specialisten vanuit de zorginstellingen. DE TOEKOMSTIGE BEHOEFTE De behoefte aan sport en bewegen in het sociale domein zal de komende jaren toenemen. Die stijging wordt vooral veroorzaakt door de vergrijzing. Het aantal ouderen zal toenemen en de gemiddelde leeftijd van de ouderen zal ook toenemen. Zo zal het aantal 65- tot 75-jarigen in het jaar 2025 groter zijn dan het aantal kinderen op de basisschool. Het aantal 75-plussers neemt fors toe van circa 8.300 tot bijna 10.000 in 2025. Deze stijging heeft gevolgen voor de behoefte aan sport- en beweegactiviteiten in alle kwadranten van figuur 11 op de vorige pagina. Ook geldt dat – door de stijgende leeftijd – er steeds meer behoefte komt aan extensieve vormen van bewegen voor de groep ouderen die het minst mobiel/vitaal is (bijvoorbeeld bewegen op de stoel, milde yoga, et cetera). ‘Last-but-not-least’ geldt dat beweegactiviteiten voor deze doelgroepen idealiter niet op zichzelf staan.
De activiteiten zijn bij voorkeur ingebed in combinaties/arrangementen die ook ontmoeting bevatten of zelfs arbeidsmatige dagbesteding (dit laatste vooral voor mensen met een beperking). SPORTACCOMMODATIE De veranderende behoefte binnen het sociale domein heeft ook effecten voor de behoefte aan sportaccommodatie, te weten: ▪
▪
De behoefte aan laagdrempelige accommodatie in de directe nabijheid van de woonomgeving neemt toe. Laagdrempeligheid is een verzamelterm voor nabijheid ten opzichte van de woonomgeving, barrièrevr ij, toegankelijke tarieven en ontmoetingsruimte. De laagdrempeligheid kan worden vormgegeven in wijkcentra en buurthuizen, maar ook in binnen - of buitensportaccommodaties. De wenselijke accommodatievorm lijkt sterk op de accommodatie die gewenst wordt voor de huisvesting van het moderne bewegingsonderwijs.
VERENIGINGEN De vraag/behoefte vanuit verenigingen is ook aan verandering onderhevig. Steeds meer verenigingen – ook in Zwolle - oriënteren zich op: ▪ ▪ ▪ ▪
Andere vormen van lidmaatschap die uitgaan van meer variatie (meerdere vormen van sporten en bewegen aanbieden) en minder verplichtingen. Een bijdrage aan het sociale domein, waarbij inmiddels een grote groep verenigingen specifieke activiteiten aanbiedt voor ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking. Andere trainingsvormen, die inmiddels sterke gelijkenis vertonen met het moderne bewegingsonderwijs. Onderlinge samenwerking en samenwerking met andere maatschappelijke instellingen.
DE VERANDERENDE VOORKEUREN VAN SPORTERS De afgelopen jaren zijn vormen van ongeorganiseerd sporten sterk gegroeid. In de volgende figuur is de deelname van Nederlanders aan hoofdgroepen van sporten weergegeven. Uit de figuur blijkt dat fitness/aerobics en duursport in de openbare ruimte de afgelopen jaren spectaculair zijn gegroeid. Deze groei is ten koste gegaan van het zwemmen en vooral van de zaalsporten.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
30 | 83
Figuur 18: Ontwikkeling deelname aan hoofdgroepen van sporten 2001-2016 (Bron: Mulier Instituut).
25% 20% 15% 2001-2004
10%
2005-2008
5%
2009-2012
0%
2013-2016
Specifiek voor de duursporten in de openbare ruimte geldt dat wandelen, fietsen, rennen en wielrennen met afstand de meest populaire sporten zijn (zie volgende figuur). Figuur 19: Sporten en bewegen in de openbare ruimte naar populariteit (Bron: Mulier Instituut).
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Recreatief wandelen Recreatief fietsen Hardlopen Wielrennen/mountainbiken Zwemmen in open water Spel (b.v. Pokemon Go) Bootcamp Activiteit op… Overig Ook in Zwolle zijn deze sporten populair. In Zwolle geeft 38,1 % van de bevolking aan regelmatig te wandelen, tegen 37% landelijk. Hardlopen bijvoorbeeld wordt door 10,5% van de Zwolsche inwoners beoefend (landelijk 8%, bron: Sport op de Kaart). Door deze veranderingen, in combinatie met het groeiende aantal inwoners van Zwolle, mag een toenemende behoefte aan het gebruik van de openbare ruimte in Zwolle worden verwacht. Daarbij geldt ook dat de wielersport in Zwolle tijdens dit project de aandacht heeft gevestigd op een wieler /skeelerbaan (zie bijlage 8). De huidige baan in Stadshagen is een tijdelijke en zij pleiten voor een meer duurzame oplossing.
3.4
ACCENTEN NAAR WIJKEN EN STADSDELEN
In de vorige paragraaf is gemeentebreed aangegeven wat de ontwikkelingen zijn in de vraag/behoefte. Daarbij is nog geen verschil gemaakt tussen de wijken en stadsdelen, terwijl die onderling sterk verschillen. Die verschillen hebben betrekking op de sociaal-economische positie van de inwoners, op hun levensfase en op de leefstijlen.
DE LEVENSFASES IN ZWOLLE De gemeente Zwolle hanteert een model waarin de verschillende huishoudens in Zwolle zijn ingedeeld naar 13 typen van huishoudens. Die huishoudens verschillen van elkaar voor wat betreft de inkomenssituatie, de leeftijd
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
31 | 83
en gezinssamenstelling. In de volgende figuur zijn de belangrijkste kenmerken van de 13 typen huishoudens samengevat weergegeven.
Figuur 20: 13 typen huishoudens en hun kenmerken.
Bij de figuur moet worden opgemerkt dat deze een sterk vereenvoudigde weergave biedt van de kenmerken van de typen huishoudens. De belangrijkste nuanceringen hebben betrekking op de ‘jonge digitalen’ en ‘samen starten’. De sociaaleconomische positie van die typen huishoudens is er de oorzaak van dat bijvoorbeeld de gezondheidssituatie en de hoeveelheid vrije tijd voor een deel van de huishoudens minder rooskleurig is dan de figuur suggereert. Uit de kenmerken van de huishoudens zijn verschillen te destilleren naar de behoefte aan sporten en bewegen. Sommige typen huishoudens zullen hun weg weten te vinden naar het sport- en beweegaanbod, waarbij anderen een stimulans nodig hebben. Ook zijn er typen huishoudens waarbij de hoeveelheid vrije tijd een beperking geeft. In de volgende figuur zijn de verschillen samengevat weergegeven.
Figuur 21: Typen huishoudens en accenten naar behoefte aan sport en bewegen.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
32 | 83
De samenstelling van de wijken en stadsdelen in Zwolle naar type huishouden verschilt sterk. Voor heel Zwolle geldt dat de huishoudens ‘jonge digitalen’, ‘kind & carrière’, ‘modale koopgezinnen’, ‘vergrijsde eenvoud’ en ‘samen starten’ het vaakst voorkomen en tezamen ongeveer 2/3 van de huishoudens in Zwolle uitmaken. Echter, per wijk of stadsdeel zijn er grote verschillen waarneembaar. In de onderstaande figuur is dit samengevat weergegeven. De figuur aan de linkerkant geeft samenstelling van de huishoudens weer voor Zwolle totaal. De figuur aan de rechterkant geeft dit per stadsdeel weer. Zwolle totaal
Naar stadsdeel
Figuur 22: Type huishouden Zwolle totaal en naar stadsdeel.
LEEFSTIJLEN De gemeente Zwolle heeft de leefstijlen van haar inwoners in kaart gebracht door middel van het Mentalitymodel van het bureau Motivaction. In dit model zijn inwoners met vergelijkbare (immateriële) behoeften gegroepeerd naar acht leefstijlen. In bijlage 5 is een korte toelichting gegeven van de leefstijlen van Motivaction. Er zijn grote verschillen in de behoeftes van inwoners met verschillende leefstijlen op het gebied van consumeren, wonen, vrije tijd en ook sport en bewegen. In de volgende figuren zijn die verschillen samengevat weergegeven. Allereerst treft u de acht leefstijlen schematisch aan. Vervolgens is weergegeven wat de verschillen in sportdeelname en in de motivatie voor sporten en bewegen zijn. Als laatste is weergegeven welke voorkeuren de verschillende leefstijlen hebben op het gebied van sporten en bewegen. De acht leefstijlen
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
Beweeg- en sportdeelname per leefstijl
33 | 83
Motivatie voor bewegen en sporten
Voorkeur naar type bewegen of sporten
Figuur 23: De leefstijlen van Motivaction in relatie tot sport en bewegen.
Ook voor de leefstijlen geldt dat er grote verschillen zijn tussen de wijken en stadsdelen. In de volgende figuur is de verdeling gemeentebreed en per stadsdeel weergegeven. Zwolle totaal
Naar stadsdelen
Figuur 24: Leefstijlen Zwolle totaal en naar stadsdeel
3.5
SAMENVATTEND
Samenvattend geldt dat de vraag/behoefte aan sportaccommodaties in Zwolle de komende jaren zal veranderen. Die veranderingen hebben betrekking op de omvang van de vraag (wordt de behoefte kleiner of groter?) en de aard van de vraag. Beide onderwerpen worden hierna samengevat toegelicht.
DE OMVANG VAN DE VRAAG BINNENSPORT De vraag/behoefte aan binnensport in Zwolle zal toenemen. Die toename wordt niet veroorzaakt door een grotere vraag vanuit het onderwijs, maar wel vanuit verenigingen, groepen particulieren en overig gebruik. Deze toename geldt voor alle stadsdelen, maar vooral het stadsdeel West. BUITENSPORT Voor de buitensport wordt ook een toename van de vraag verwacht. Ook voor de buitensport geldt dat de toename vooral wordt veroorzaakt door de groei van het stadsdeel West. De verschillende typen buitensport zullen zich naar verwachting anders ontwikkelen. De tennissport zal waar schijnlijk zeer beperkt groeien, de overige buitensporten wat meer.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
34 | 83
OPENBARE RUIMTE Er is geen reden om te veronderstellen dat sporten en bewegen in de openbare ruimte aan populariteit zullen inboeten. In tegendeel, sporten in de openbare ruimte groeit al jaren en die groei zal naar verwachting verder doorzetten. Dat geldt voor meerdere typen sporten en bewegen en leeftijdsgroepen. Sterk samengevat: ▪
▪
De behoefte aan fietsen, wielrennen, wandelen en hardlopen in de buitenruimte zal stadsbreed toenemen. Dit vanwege de ‘natuurlijke’ groei van deze sporten, in combinatie met de groei van de bevolking van Zwolle. Daarbij geldt dat wandelen en fietsen tot op hoge leeftijd kunnen worden beoefend. Naar stadsdelen zijn er enkele accenten als het gaat om de behoefte aan sport en bewegen in de openbare ruimte. De behoefte voor de jeugd zal zich vooral manifesteren in West en het verblijfsgebied in en rondom het centrum. In Midden en een deel van Oost ligt het accent op de meer uitdagende sport (bootcamp, survival), In Noord de meer traditionele vormen van bewegen.
DE AARD VAN DE VRAAG EN ACCENTEN De veranderende aard van de behoefte en de inzichten in levensfases en leefstijlen zijn door ons samengebracht in een vijftal pijlers voor het toekomstige aanbod aan sportaccommodaties. Die pijlers geven enerzijds de gewenste veranderingen in het accommodatieaanbod weer om ‘lacunes’ in het huidige aanbod op te vullen. Anderzijds geven zij accenten naar wijken en stadsdelen weer. Zo zal het aanbod in de ene wijk zich meer moeten richten op sportstimulering (mensen aan het bewegen krijgen), in de andere wijk zich juist moeten richten op de grote groepen tieners die de sportvereniging hebben verlaten en in de volgende wijk op het aanbieden van mogelijkheden voor sporten en bewegen voor de druk bezette tweeverdieners. In de volgende figuur zijn vijf pijlers op hoofdlijnen aangegeven. Daarbij moet direct worden opgemerkt dat de profielen uitsluitend de bedoeling hebben om accenten te leggen naar opgave of naar gebied.
Figuur 25: Vijf pijlers voor de ontwikkelrichting van het accommodatieaanbod.
IN BEWEGING KOMEN Deze ontwikkelrichting is van toepassing op de wijken en buurten met relatief grote groepen inwoners die niet van nature hun weg weten te vinden naar het beweeg- en sportaanbod. Dit omdat zij de intrinsieke motivatie daartoe missen of omdat zij daarin beperkt worden door inkomen, gezondheid, mobiliteit, et cetera. Deze richt zich ook op de kinderen in gezinnen waar de intrinsieke motivatie voor bewegen en sporten laag is.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
35 | 83
Binnen dit profiel wordt vooral ingezet op het in beweging krijgen van deze inwoners. Dit door stimuleringsprogramma’s, begeleiding en door vormen van aangepast sporten (voor ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking). Het sport- en beweegaanbod wordt idealiter aangeboden in de buurt/wijk waar men woont of op of rond de school. Een lage drempel en begeleiding zijn sleutelbegrippen. BETER BEWEGEN Dit profiel richt zich vooral op het beter faciliteren van de vernieuwingen in het bewegingsonderwijs, met de nadruk op het Primair Onderwijs. Die vernieuwingen worden op dit moment al op grote schaal toegepast, maar het bestaande accommodatieaanbod (veel van dezelfde, traditionele gymzalen) belemmert deze vernieuwing. De ontwikkelrichting is om het aanbod van gymzalen gefaseerd om te vormen. Die omvorming kan worden gekenmerkt door ‘van veel van hetzelfde naar minder, maar multifunctioneler en eigentijds’. De ontwikkelrichting geldt gemeentebreed, met vanzelfsprekend een zwaartepunt in de wijken met grote groepen kinderen in de basisschoolleeftijd. De ontwikkelrichting kan ook worden toegepast op en rondom sportparken. Daarbij geldt dat deze ontwikkelrichting ook de randvoorwaarden biedt voor ‘in beweging komen’ en voor ‘spannender bewegen’. Het type accommodatie dat nodig is voor ‘beter bewegen’ is gelijk aan die voor ‘in beweging komen’ en ‘spannender bewegen’.
Als laatste geldt dat ‘beter bewegen’ ook zijn vertaling kan krijgen naar de verenigingen. De andere kijk op bewegen, ontwikkeling van de motoriek, et cetera kan ook zijn weerslag hebben in de wijze waarop trainingen worden vormgegeven. SPANNENDER BEWEGEN Spannender bewegen is eerst en vooral gericht op de tieners die – ook in Zwolle – in groten getale het verenigingsleven verlaten. Ingezet wordt op enerzijds het aantrekkelijker maken van de verenigingssport, maar ook op daarbuiten, in of op binnen- en buitensportaccommodaties of de buitenruimte, te komen tot aantrekkelijke mogelijkheden om actieve en moderne vormen van bewegen mogelijk te maken. Het profiel is gericht op wijken waar grote groepen tieners wonen (bijvoorbeeld Stadshagen) en wijken waar zij veel van hun vrije tijd besteden (bijvoorbeeld in en rondom het centrum). Vooral op en rondom multifunctionele sportpark en kan het ‘spannender bewegen’ goed worden vormgegeven. EENVOUDIGER BEWEGEN Dit profiel is vooral van toepassing op de wijken of buurten waar de meeste inwoners het belang van bewegen en sporten wel degelijk inzien, maar waar een gebrek aan vrije tijd (vooral door het moeten combineren van werk, opvoeden en zorg) de barrière vormt. Het betreft vooral (startende) gezinnen waarbinnen beide ouders werken en de kinderen nog veel zorg en aandacht nodig hebben.
Binnen dit profiel wordt vooral ingezet op het goed faciliteren en ontzorgen. Daarmee wordt bedoeld dat voldoende en voldoende uitdagende accommodaties beschikbaar zijn, die het ook mogelijk maken om taken te combineren. Een eenvoudig voorbeeld daarvan: de kinderen van deze ouders zijn doorgaans lid van een sportvereniging. Het halen en brengen van deze kinderen kan gecombineerd worden met een toegesneden beweegaanbod voor die ouders bij de betreffende vereniging. SAMEN BEWEGEN Dit profiel is vooral van toepassing op de inwoners die het belang inzien van sporten en bewegen (en hun weg ook weten te vinden), maar het sociale aspect daarvan net zo belangrijk vinden als de gezondheid en fitheid. Het profiel richt zich dus vooral op het combineren van sporten en bewegen met het behoud/totstandkoming van sociale verbanden (verenigingen) en mogelijkheden voor ontmoeting.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
36 | 83
4
DE VERHOUDING TUSSEN VRAAG EN AANBOD
4.1
INLEIDING
In het vorige hoofdstuk zijn de huidige en toekomstige vraag/behoefte aan binnensportaccommodaties weergegeven. In het hoofdstuk daarvoor is het bestaande en zich ontwikkelende aanbod beschreven. In dit hoofdstuk worden vraag en aanbod met elkaar vergeleken. Het hoofdstuk start met de gewenste capaciteit. Daarbij wordt ingegaan op de vraag of de gemeente Zwolle – met de huidige hoeveelheid accommodaties – de toekomstige vraag goed kan huisvesten. Daarna wordt ingegaan op de vraag of het aanbod voldoende functioneel is.
4.2
DE GEWENSTE CAPACITEIT
De capaciteitsvergelijking is door ons via drie aanvliegroutes uitgevoerd, te weten: ▪ ▪
▪
Gemeentebreed: In de eerste plaats is gemeentebreed vastgesteld of de bestaande en zich ontwikkelende capaciteit voldoende is om de stijgende vraag/behoefte te kunnen huisvesten. Per stadsdeel: De tweede analyse die heeft plaatsgevonden is de vergelijking vraag/aanbod per stadsdeel. Voor de buitensport is in dat geval uitsluitend de vergelijking gemaakt voor voetbal. Dat is de enige buitensport die vanuit de gemeente op wijk- en stadsdeelniveau wordt aangeboden. Primair Onderwijs: Specifiek voor het Primair Onderwijs is een analyse gemaakt van de verhouding vraag/aanbod voor de binnensport. Per school is het aantal klokuren bewegingsonderwijs bepaald en vertaald naar de noodzakelijke capaciteit van binnensportaccommodatie. Die noodzakelijke capaciteit is vergeleken met het aanbod, waarbij alleen het aanbod is meegenomen dat toegankelijk is voor het Primaire Onderwijs. Alle accommodaties in VO, MBO en HBO zijn daarbij buiten beschouwing gelaten.
Bij al deze becijfering is de vervangende nieuwbouw van de WRZV-hallen meegenomen, alsmede de beoogde ontwikkeling van Sport XL en is de Stilohal buiten beschouwing gelaten.
GEMEENTEBREED In de volgende figuur is schematisch weergegeven of de capaciteit van sportaccommodaties voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen. De verhouding tussen vraag en aanbod is weergegeven per type binnensportaccommodatie (sporthallen, sportzalen en gymzalen) en per type buitensportaccommodatie (voetbal, hockey, korfbal, honk- en softbal). Voor elke type accommodatie is de vraag/behoefte weergegeven door middel van het indexcijfer 100. Het aanbod geeft vervolgens weer hoe groot de beschikbare capaciteit is in verhouding tot de vraag/behoefte. Daarbij is als ijkpunt de behoefte in het jaar 2030 genomen. Uit de tabel blijkt dat gemeentebreed ruim voldoende binnensportaccommodatie aanwezig is om de toekomstige vraag/behoefte te kunnen huisvesten. Sterker nog, het aanbod biedt nog ruimte o m een grotere toename van de vraag/behoefte te huisvesten dan nu wordt verwacht. Deze conclusie geldt onder de voorwaarde dat de gemeente Zwolle, samen met alle partners die accommodaties beheren en exploiteren, gaat werken aan een beter systeem om de capaciteit te ontsluiten. Het is wenselijk dat één portaal wordt ingericht dat inwoners zicht geeft op de mogelijkheden om ruimte te huren, dat de toegankelijkheid wordt verbeterd en dat de capaciteit door middel van transparante criteria wordt verdeeld.
Voor de buitensport geldt vraag en aanbod gemeentebreed nagenoeg in evenwicht zijn voor de grote buitensporten voetbal en hockey. Dat geldt ook voor honk- en softbal. Voor de korfbal geldt dat er op dit moment meer velden beschikbaar zijn dan waar behoefte aan is. Voor rugby bestaan geen algemeen aanvaarde planningsnormen.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
37 | 83
0
20
40
60
80
100
120
Binnensport Sporthallen Sportzalen Gymzalen
Behoefte Aanbod
Buitensport Voetbal Hockey Overige veldsporten
Figuur 26: Vergelijking toekomstige vraag/behoefte(2030) met de gemeentebrede capaciteit.
PER STADSDEEL In de volgende figuur is weergegeven of de capaciteit van sportaccommodaties voldoende is om aan de toekomstige vraag (2030) per stadsdeel te voldoen. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de binnensport en voetbal. Figuur 27: Vergelijking toekomstige vraag/behoefte (2030) met de capaciteit naar stadsdeel.
0
50
Midden Binnensport Voetbal Oost Binnensport Voetbal West Binnensport Voetbal Noord Binnensport Voetbal Zuid Binnensport Voetbal
100
150
200
250
300
Behoefte
Aanbod
Uit de figuur blijkt dat vraag en aanbod voor de binnensport over het algemeen in evenwicht zijn, behalve voor het stadsdeel Noord. Daarbij moet nogmaals benadrukt worden dat bij deze becijfering de capaciteit van de
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
38 | 83
sporthallen strikt is toebedeeld aan de stadsdelen waarin deze zijn gevestigd. Daardoor lijkt Noord onderbedeeld, terwijl direct grenzend aan dat stadsdeel een aantal sporthallen is gevestigd. Voor de buitensport geldt in Zuid en vooral in West een tekort aan voetbalaccommodatie gaat ontstaan. De vraag-/aanbodvergelijking voor de overige stadsdelen geeft een wat grillig beeld. Ook hiervoor geldt dat bij deze becijfering de capaciteit van de sportparken strikt is toebedeeld aan de stadsdelen waarin deze zijn gevestigd. Daardoor lijkt Midden en Noord sterk overbedeeld, terwijl zij ook een functie vervullen voor inwoners uit andere stadsdelen.
PRIMAIR ONDERWIJS In de volgende tabel is – per stadsdeel – weergegeven of er voldoende capaciteit aanwezig is om te voldoen aan de behoefte vanuit het Primair Onderwijs. Daarbij is het benodigde aantal klokuren per stadsdeel afgezet tegen de capaciteit in de binnensportaccommodaties, althans de accommodaties die toegankelijk zijn voor het Primaire Onderwijs. Ook in deze tabel is de systematiek toegepast van indexgetallen, percentages en kleurstelling. Bij de tabel is een belangrijke nuancering op zijn plaats. De tabel houdt nog geen rekening met het afstandscriterium. De tabel geeft per stadsdeel aan of er voldoende capaciteit is, maar niet of deze capaciteit binnen een passende afstand is tot de school (tot 1 kilometer of meer afhankelijk van het aantal klokuren). Tabel 7: Vergelijking huidige en toekomstige vraag Primair Onderwijs met de capaciteit naar stadsdeel.
2018
2030
Behoefte
100,0
99,0
Capaciteit als % van de behoefte
277%
280%
Behoefte
100,0
113,2
Capaciteit als % van de behoefte
153%
135%
Behoefte
100,0
98,6
Capaciteit als % van de behoefte
88%
89%
Behoefte
100,0
93,9
Capaciteit als % van de behoefte
122%
130%
Behoefte
100,0
98,1
Capaciteit als % van de behoefte
101%
103%
Mi dden
Oos t
W est
N oord
Z uid
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
39 | 83
Uit de tabel blijkt dat er op dit moment (ruim) voldoende capaciteit is voor het Primair Onderwijs. Die conclusie is ook niet verwonderlijk, vanwege het ruime aanbod van gymzalen in Zwolle. In West daarentegen is het aanbod te beperkt. Die conclusie wordt versterkt door signalen die wij hebben ontvangen van buurtsportcoaches die in dat stadsdeel het bewegingsonderwijs verzorgen/begeleiden.
4.3
DE GEWENSTE FUNCTIONALITEIT
In de vorige paragraaf is aangegeven dat vraag en aanbod – althans in capaciteit – min of meer in evenwicht zijn. Gemeentebreed bestaat er eigenlijk een overschot aan binnensportaccommodaties, waarbij dat vooral geldt voor de gymzalen. Gemeentebreed zijn vraag en aanbod van de buitensportparken ook in evenwicht. Voor de stadsdelen geldt dat de meeste stadsdelen ‘ruim in hun jasje’ zitten qua aanbod binnensport. Voor de voetbalsport geldt dat tekorten ontstaan in de stadsdelen Zuid en West en overschot op andere plaatsen. Als wordt gekeken naar de functionaliteit, dan moeten andere conclusies worden getrokken. Het huidige aanbod van sportaccommodaties is niet in alle gevallen en niet binnen alle stadsdelen voldoende om aan de veranderende behoeftes te kunnen voldoen. Er zijn veranderingen gewenst in zowel het aanbod van accommodaties, als het beheer als de programmering. In de volgende figuur zijn de gewenste veranderingen schematisch weergegeven, alsmede de zes ontwikkelrichtingen waaraan deze veranderingen een bijdrage leveren.
Figuur 28: Overzicht gewenste veranderingen.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
40 | 83
MODERNE GYMACCOMMODATIE Het is al eerder vermeld, maar het huidige aanbod van gymzalen biedt teveel van hetzelfde en is een belemmering voor het moderne bewegingsonderwijs. Het is wenselijk als de komende jaren een ontwikkeling in gang wordt gezet die enerzijds het aantal gymzalen/accommodaties vermindert en anderzijds deze vermindering (gedeeltelijk compenseert) met meer eigentijdse en multifunctionele accommodaties. De plannen om te komen tot een Strategisch HuisvestingsPlan voor het onderwijs biedt handvatten om deze ontwikkeling in gang te zetten. De ontwikkeling om te komen tot moderne gymaccommodatie draagt ook bij aan de pijlers ‘in beweging komen’ en ‘spannender bewegen’. Voor de pijler ‘in beweging’ komen is ook een toegankelijk en goed gespreid aanbod van accommodaties nodig in de buurten en wijken. De gedachte van beweeglijnen, die onderdeel uitmaakt van nieuwe gymaccommodaties, is ook zonder meer toepasbaar voor bewegingsactiviteiten voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten en voor de tieners. Moderne gymaccommodatie hoeft zich overigens niet uitsluitend te beperken tot de binnensport. Ook het vergroenen en beweegvriendelijker maken van schoolpleinen (bestaand beleid binnen de gemeente Zwolle) en buitensportparken kunnen een functie vervullen.
ANDERS PROGRAMMEREN/MULTISPORT Het is wenselijk dat de gebruikers van de sportaccommodaties hun aanbod op onderdelen aanpassen. De aanpassingen zijn concreet: ▪
▪
▪
Het moderne bewegingsonderwijs is gebaseerd op een basisgedachte van grondvormen van bewegen en daarbij passende beweeglijnen. Idealiter wordt die visie doorgetrokken naar de jeugdtrainingen binnen de verenigingen. Eén van de aanpassingen die wordt geadviseerd is om nieuwe sporten te introduceren om de tieners – die de verenigingen hebben verlaten – een alternatief te bieden. Nog beter is het echter, om deze uitval te voorkomen. Dat zal in de praktijk slechts gedeeltelijk lukken, maar verenigingen kunnen hun aanbod aanpassen om de uitval te verminderen door een ander aanbod (minder verplichtend, meer afwisselend) voor deze groep te bieden. Verenigingen kunnen, voor de drukbezette ouders van hun jeugdleden, een aanbod ontwikkelen. Dit om deze ouders de gelegenheid te bieden om te bewegen en dat te combineren met bijvoorbeeld halen en brengen van de kinderen. Dit kan overigens niet voor alle verenigingen en accommodaties (de accommodaties moeten het in zich hebben om een afwisselend aanbod te kunnen bieden voor deze ouders, zie ‘clusteren, sportieve omgevingen’).
ÉÉN PORTAAL EN ROOSTEREN Het is al vaker vermeld in deze rapportage, maar het beheer van de sportaccommodaties is te versnipperd. Het is eenvoudigweg lastig – als inwoner van Zwolle – om een beeld te krijgen van de beschikbaarheid van accommodatie en een hal, zaal of veld te reserveren. Bovendien geldt dat teveel van hetzelfde wordt geboden (in alle hallen moet op dit moment in principe alles kunnen plaatsvinden) en dat sommige verenigingen te versnipperd over meerdere binnensportaccommodaties zijn gehuisvest. Het is wenselijk dat deze situatie wordt veranderd. De nodige veranderingen zijn: ▪
▪
In Zwolle dient één portaal te komen voor de toegang tot accommodaties. De verschillende beherende instellingen van de binnensportaccommodaties moeten tot betere en klantvriendelijker afspraken komen om de capaciteit inzichtelijk te maken en te reserveren. Dit is wenselijk voor activiteiten in het kader van ‘in beweging komen’ (inzicht in de beschikbaarheid van accommodaties in de onmiddellijke nabijheid) en ‘eenvoudiger bewegen’. Tegelijkertijd is het wenselijk dat de roosters van vooral de sporthallen en sportzalen tegen het licht worden gehouden om te komen tot een eerlijke, transparante en voor verenigingen betere verdeling van de capaciteit. Tegengaan van versnippering van verenigingsactiviteiten (van belang voor ‘samen bewegen’) en accenten in de bezetting zijn wenselijk. Dit houdt in dat gezamenlijk richtlijnen worden opgesteld voor het verdelen van de capaciteit. Richtlijnen die elders gebruikt worden zijn bijvoor beeld, voorrang voor het
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
41 | 83
▪
onderwijs, gevolgd door de georganiseerde sport, daarbinnen voorrang voor de jeugd, clusteren van sporten en verenigingen, et cetera. Bij de totstandkoming van één portaal ligt het volkomen voor de hand dat de verhuur van buitensportaccommodaties daar ook bij aansluit.
SPORTPARKWIJKMANAGEMENT Volgend jaar eindigt de subsidie voor het sportparkmangement. Met de huidige opzet van het sportparkmanagement is al het nodige bereikt, maar meer en betere resultaten liggen binnen handbereik . Bij voorkeur ontwikkelt het sportparkmanagement zich als volgt: ▪
▪
▪
▪
Het sportparkmanagement wordt ingezet op locaties waar binnen- en buitensport, onderwijs, welzijn en zorg aanwezig zijn. Vooral op die locaties zijn de randvoorwaarden aanwezig om: ▪ Toegesneden arrangementen aan te bieden voor ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking. ▪ Afwisselend sport- en beweegprogramma’s aan te bieden voor tieners (spannender bewegen) en ouders (eenvoudiger bewegen). Het Sportparkmanagement richt zich niet alleen op het park, maar ook – of juist vooral - op het omliggende gebied en de samenwerkingspartners die daar zijn gevestigd. De wijk/buurt waar het park is gevestigd vormt veel meer het werkgebied, met als uitvalsbasis het sportpark. Het Sportparkmanagement richt zich niet alleen op de samenwerking tussen alle partners, maar ook op delen van het gebruikerbeheer van het park (het roosteren, de verhuur van velden en voorzieningen). Op die wijze wordt ook de versnippering in de verhuur van de parken tegengegaan. Idealiter huurt ‘het sportparkmanagement’ het hele park van de gemeente en verhuurt zelfstandig onder aan verenigingen en derden. Het Sportparkmangement wordt niet alleen gefinancierd vanuit sport en bewegen. Vanwege de bredere functie in het sociale domein is medefinanciering vanuit het sociale domein meer dan verdedigbaar.
AANBOD IN WEST Het aantal inwoners van het Stadsdeel West gaat verder toenemen. In de huidige situatie is het aanbod van sportaccommodaties nog voldoende, maar dat evenwicht slaat binnenkort om in een tekort aan accommodatie. Dat tekort geldt voor de binnensport, voor de buitensport en ook voor de openbare ruimte. De opgave is West is dus om de capaciteit uit te breiden, gegeven de overige ontwikkelrichtingen voor de sportaccommodaties in Zwolle (combineren van meerdere functies, clusteren, etc.). Wellicht dat een eventuele ontwikkeling van de Van Der Capellen Scholengemeenschap in Stadshagen een aangrijpingspunt kan bieden. Stadshagen is één van de locaties die in onderzoek zijn voor de toekomstige huisvesting van deze school. NIEUWE SPORTEN Vooral voor de tieners is het – als zij de verenigingen eenmaal hebben verlaten – wenselijk om een ander en aantrekkelijker aanbod te realiseren. Dit vereist ruimte voor nieuwe sporten in de binnen - en buitenruimte. Voor de binnensport geldt dat aantrekkelijke accommodaties voor het bewegingsonderwijs ook voor deze doelgroep kunnen worden ingezet (andere materialen, interactief, audiovisueel). Voor de buitenruimte geldt dat mogelijkheden worden aangeboden voor bijvoorbeeld free-running, obstacles, calisthenics et cetera.
CLUSTEREN, SPORTIEVE OMGEVINGEN Het is al vaker genoemd in deze rapportage, maar idealiter ontwikkelt de gemeente enkele sportieve ‘hotspots’ waar bewegen, cultuur, onderwijs, sport, welzijn en zorg in combinatie worden aangeboden. Op en ro nd die omgevingen kan het sportparkmanagement zich doorontwikkelen en kunnen arrangementen worden aangeboden. Ook het ongeorganiseerd sporten in de buitenruimte kan op en rond deze parken goed handen en voeten worden gegeven. Denk daarbij aan vertrek- een aankomstpunt voor wandelen, fietsen en rennen, aan het aanbieden van recreatieve buitensporten op deze parken (bootcamp, survival, fitness, skate, free running), etc.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
42 | 83
Binnen de gemeente Zwolle is een aantal parken aanwezig dat het in zich heeft om deze combinatie te bieden (of grotendeels al biedt). Dat zijn Marslanden, Het Hoge Laar en De Verbinding. In mindere mate geldt dit ook voor de Pelikaan. De genoemde parken hebben weliswaar de potentie om uit te groeien naar sportieve omgevingen, maar kennen beperkingen. Zo kampt Marslanden met overcapaciteit, versnipperde en verouderde opstallen (einde technische levensduur bereikt), weinig ruimtelijke samenhang op het park en een beperkte ruimtelijke relatie met de omgeving. De verschillende onderdelen van Het Hoge Laar vormen ook geen ruimtelijke samenhang. In Zwolle Zuid is er nog geen park dat deze combinatie biedt. Mogelijkheden kunnen worden gevonden in combinatie met het SHP voor het onderwijs. Kortom, het is wenselijk dat een aantal parken de komende jaren wordt omgevormd tot open, eigentijdse en multifunctionele sportieve omgevingen in combinatie met doorontwikkeld sportparkmanagement. Die omvorming biedt ook direct de mogelijkheid om over- en ondercapaciteit van voetbal voor een deel op te lossen.
VISIE SPORTACCOMMODATIES ZWOLLE
43 | 83
5
DE AANPAK OP HOOFDLIJNEN
5.1
INLEIDING
In het vorige hoofdstuk zijn zeven verandervoorstellen beschreven voor de sportaccommodaties in Zwolle. Voor elk van deze voorstellen zijn het waarom en het beoogde effect weergegeven. In dit hoofdstuk worden deze richtingen vertaald naar een meer concreet plan van aanpak.
5.2
MODERNE GYMACCOMMODATIES
De omvorming van het aanbod van binnensportaccommodaties naar meer moderne gymaccommodaties is uitsluitend mogelijk als deze ontwikkeling wordt gekoppeld aan het Strategische HuisvestingsPlan (SHP) voor het onderwijs. Met dat SHP zullen gemeente en schoolbesturen afspraken maken over de toekomstige opzet van de huisvesting van scholen voor Primair en Voortgezet Onderwijs. Alleen als de gymzalen, die veelal onderdeel zijn van een school, onderdeel gaan uitmaken van de afwegingen binnen het SHP, kan de omvorming succesvol worden. Dat veronderstelt dat: ▪ ▪ ▪
De huisvesting van het bewegingsonderwijs integraal onderdeel gaat uitmaken van het project Strategische HuisvestingsPlan voor het onderwijs in Zwolle. Sport en Bewegen onderdeel worden van de Projectorganisatie die het SHP ontwikkelt en gaat uitvoeren. Bij plannen voor de huisvesting van scholen ook telkens wordt nagegaan of en in welke mate dit kan leiden tot omvorming van het aanbod van gymzalen.
Het is op dit moment lastig om aan te geven wat de financiële gevolgen van deze omvorming zullen zijn. Immers, het aantal accommodaties dat kan worden afgestoten, het aantal accommodaties dat nieuw moet worden gebouwd, mogelijke exploitatievoordelen, et cetera zijn op dit moment niet bekend. Wel kan worden gestart met enkele voorbereidende werkzaamheden. In ieder geval kan worden gestart met de afstandsanalyse. Met die analyse wordt de afstand van de scholen voor het Primair Onderwijs tot de verschillende gymzalen en andersom in kaart gebracht. Mede op basis van die gegevens kunnen in het project SHP gerichte keuzes worden gemaakt over de toekomstige spreiding van de accommodaties.