Vaststelling Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg_vastgesteld_1_compressed
Tekst van het document
33/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Figuur 11: Plaatsgebonden overstromingskans < 200 cm (norm 2050) (bron: klimaateffectatlas)
Figuur 12: Overstromingsdiepte projectlocatie - extreem kleine kans (bron: klimaateffectatlas)
In voorgenomen ontwikkeling worden ondergrondse kabelverbindingen mogelijk gemaakt. Mogelijk tijdelijke overstromingen hebben geen invloed op de kabelverbindingen omdat deze onder de grond liggen. De opstijgpunten die de kabel boven de grond brengen, zijn zodanig ontworpen dat er geen hinder wordt ondervonden van een tijdelijke overstroming. De opstijgpunten staan op een ondersteunende constructie die meer dan 3 meter hoog is (boven het maaiveld). Hiermee vormt het overstroombaar gebied vormt beperking voor voorgenomen ontwikkeling.
Toevoeging verharding In voorliggend plan wordt er meer dan 500 m2 aan verharding toegevoegd, dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Bij de drie opstijgpunten (verdeeld over het plangebied) wordt er 1000, 600 en 700 m2 aan verharding (grastegels) toegevoegd. Hierbij worden twee opstijgpunten voorzien van drainage met lozing op een naastgelegen sloot. Het derde opstijgpunt (bij mast 88) is niet voorzien van drainage. Hier wordt een grondverbetering toegepast, waardoor het water beter weg
34/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
kan lopen. Gezien de onderlinge afstand hebben de opstijgpunten geen invloed op elkaar. Naast de opstijgpunten wordt er in het plan geen verharding toegevoegd. Aangezien voorliggend bestemmingsplan enkel de kabelverbinding en de opstijgpunten planologisch borgt en beschermt, waarbij de kabelverbinding en de OSP's al reeds gerealiseerd zijn, worden er vanuit het waterschap geen consequentie verwacht uit de Watertoets. Voor beide opstijgpunten aan de westzijde van het spoor is watercompensatie gedekt in de vigerende bestemmingsplannen. Het opstijgpunt ten zuiden van het hoogspanningsstation valt onder het plan voor de uitbreiding van het hoogspanningsstation. Hierin wordt de opgave integraal meegenomen. Het waterschap heeft aangegeven op basis hiervan de watertoets in behandeling te nemen, waaruit zal volgen dat er “geen belang” is.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
3.5
Milieu
3.5.1
Bodemkwaliteit
In opdracht van TenneT heeft Arcadis Nederland B.V. in het voorjaar van 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het hoogspanningsnetwerk van TenneT, op het 380 kV-tracé Ens-Zwolle (zie Bijlage 6). Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720:2017 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend waterbodemonderzoek) en de NEN 5740:2016 (Strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen baggerwerkzaamheden. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen of ter plaatse van de graaflocatie sprake is van bodemverontreiniging en zo ja, of deze een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Uit het uitgevoerde verkennend (water)bodemonderzoek kan het volgende worden gesteld: Tijdens het terreinbezoek en tijdens het uitvoeren van het bodemonderzoek zijn geen (asbest)verdachte materialen waargenomen of andere waarnemingen (puin) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest of bodemverontreiniging. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, nikkel, zink en/of xylenen aangetoond. In de waterbodem in de watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond.
De baggerspecie is niet toepasbaar op de landbodem of in de waterbodem en mag niet op het aangrenzende perceel worden verspreid. 1. In de overige onderzochte trajecten geen zijn verhoogde gehalten aangetoond. Vrijkomend materiaal is verspreidbaar op het aangrenzende perceel. De vooraf vastgestelde verwachting in het vooronderzoek in relatie tot de bodemkwaliteit (onverdachte locatie, verspreidbare baggerspecie) is incorrect gebleken. Daar waar het niet mogelijk is om vrijkomend materiaal op het aangrenzende perceel te verspreiden, zal een andere bestemming moeten worden gezocht. De onderzoeksresultaten van de waterbodem bij de watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. 1. Gezien het doel van het onderzoek, wordt vervolgonderzoek echter niet noodzakelijk geacht. De waterbodemkwaliteit is voldoende in beeld gebracht ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden. 2. Voor de overige watergangen is geen aanleiding om vervolgonderzoek uit te voeren.
35/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Indien werkzaamheden in de waterbodem gaan plaatsen vinden ter plaatse van watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel, dient dit te worden gemeld bij het bevoegd gezag. De grond voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. De werkzaamheden in de grond kunnen worden uitgevoerd met Basishygiëne conform de CROW 400. Conclusie De (water)bodemkwaliteit ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden is voldoende gebleken om de werkzaamheden (conform verleende omgevingsvergunning) uit te voeren. Vrijkomend materiaal is verspreidbaar op aangrenzende percelen, met uitzondering van de locatie ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel. Werkzaamheden die hier plaatsvonden dienden gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Het plan is vanuit het aspect (water)bodemkwaliteit uitvoerbaar. 3.5.2
Externe veiligheid
Bij Externe Veiligheid gaat het om de risico's voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico's moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden twee soorten risico's gehanteerd: Het plaatsgebonden risico (PR) is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; Het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden. Voor het plaatsgebonden risico PR zijn risicocontouren (10-6) vastgesteld waarbinnen kwetsbare of beperkt kwetsbare bebouwing niet is toegestaan. Deze contouren liggen: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Gevaarlijke stoffen die worden vervoerd over de weg, het spoor, het water of per buisleiding leiden tot knelpunten voor het plaatsgebonden risico indien er langs de transportassen een 10-6 contour ligt.
Risico's inrichtingen en transport Op basis van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied zich geen kwetsbare objecten bevinden. De voorgenomen ontwikkeling is bovendien geen categoriale inrichting vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de nabije omgeving van het plangebied vinden geen risicovolle bedrijfsactiviteiten plaats. Wel loopt door het plangebied een spoorlijn, welke onderdeel is van het basisnet en waarover dus transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De voorgenomen ontwikkelingen maken geen kwetsbare functies mogelijk. Omdat de bestaande hoogspanningsverbindingen ondergronds worden gebracht, worden er geen (nieuwe) kruisingen met de spoorlijn gerealiseerd. Het risico neemt daarmee niet toe.
36/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Figuur 11: Uitsnede risicokaart met risicovolle inrichtingen (rode figuren), buisleidingen (rode stippellijnen), kwetsbare objecten (groene figuren) en het basisnet (geel-zwart gestreept) in de omgeving van het plangebied.
Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen brengen geen externe veiligheidsrisico's voor kwetsbare functies met zich mee. Ook maakt het planvoornemen geen kwetsbare functies mogelijk en creëert het geen (nieuwe) risicovolle situaties als gevolg van de ligging naast de basisnet spoortransportlijn. Vanuit externe veiligheid treden er daarmee geen belemmeringen op. 3.5.3
Elektromagnetische straling
Gevoelige objecten Uit vergelijkbare projecten van TenneT is gebleken dat op een afstand van in ieder geval meer dan 15 meter (horizontaal of verticaal) geen sprake meer is van overschrijding van de 0,4 microTesla-zone. De geprojecteerde ondergrondse hoogspanningsverbinding ligt op meer dan 350 meter van bestaande gevoelige functies af. Dit is buiten de verwachte 0,4 microTesla zone. Gelet hierop is er dus geen reden om aan te nemen dat er sprake zou zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat dan wel onverantwoorde gezondheidsrisico's als gevolg van dit bestemmingsplan.
Spoor beïnvloeding
37/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Naast gevoelige objecten kunnen elektromagnetische velden ook effect op elkaar hebben. Er kan sprake zijn van een mogelijk EMC-beïnvloeding als hoogspanningsverbindingen parallel lopen aan spoorverbindingen. In voorgenomen ontwikkeling kruisen twee 110 kV kabelverbindingen de spoorverbinding Zwolle - Meppel. Voor de het kruisen van de 110 kV verbinding heeft TenneT een akkoord van ProRail gekregen (op 23 mei 2022). Daarbij komt dat de verkabeling van de 110 kV lijnvelden een gunstig effect heeft op de beïnvloeding van de assets van ProRail. Met name, in de toekomstige situatie, wordt de homopolaire stroom fors minder gezien de mantels van de 110 kV kabelcircuits éénzijdig worden geaard. Daarnaast worden de kabels strak tegen elkaar aan gelegd in driehoek-configuratie, waardoor ook de magneetvelden van de onderlinge fases elkaar meer uitdempen.
Conclusie Er worden geen effecten verwacht door elektromagnetische velden op de omgeving, zowel op gevoelige objecten als op de spoorverbinding. Hierbij levert het ondergronds brengen van de hoogspanningsverbinding een verbetering op de assets van ProRail. Er is geen reden om aan te nemen dat er sprake zou zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat dan wel onverantwoorde gezondheidsrisico's als gevolg van dit bestemmingsplan. 3.5.4
Ontplofbare Oorlogsresten
In april 2022 heeft euroradar een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (OO) uitgevoerd ten behoeve van de reeds uitgevoerde werkzaamheden aan het tracé Ens-Zwolle (Bijlage 8). Het plangebied van de voorgenomen ontwikkeling valt binnen dit onderzoeksgebied. In de voor het vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van OO aangetroffen, maar niet ter plaatse van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Het plangebied is daarmee onverdacht (zie de figuur hieronder).
38/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Figuur 12: Bodembelastingkaart
Conclusie Het plangebied is onverdacht op het voorkomen van OO. Er treden vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten dus geen belemmeringen op de voorgenomen ontwikkelingen op. 3.5.5
Aanmeldnotitie mer
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet bij initiatieven voor (de aanleg of het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In gevallen dat een besluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de C- of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet bepaald worden welke procedure doorlopen moet worden om mogelijke milieueffecten te beoordelen, de m.e.r -procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure. De voorgenomen ontwikkeling, het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie opstijgpunten (OSP), valt onder categorie D 24.2 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: een spanning van 150 kV of meer en een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied. In dit geval gaat het om een ondergrondse leidingen met een spanning van 110 kV en een lengte korter dan 5 kilometer. De activiteit valt onder de drempelwaarden. Er is daarom sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De ondergrondse hoogspanningsverbindingen worden op een gegeven moment bovengronds gebracht door in totaal drie portalen waarbij de verbinding wordt ingelusd op de bestaande hoogspanningsverbinding.
Doordat er ook een deel bovengronds wordt aangelegd en er een wijziging aan de bestaande hoogspanningsverbinding plaatsvindt, is ook de categorie D 24.1 van onderdeel D van de bijlage in het
39/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Besluit m.e.r. aan de orde. Dit onderdeel omvat activiteiten als: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse hoogspanningsleiding. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: a. een spanning van 150 kilovolt of meer, en b. een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied. De voorgenomen ontwikkeling bestaat onder andere uit de aanleg van een 110 kilovolt hoogspanningsverbinding met een lengte kleiner dan 5 kilometer. Doordat de activiteit onder de drempelwaarde ligt, is er voor het voornemen een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt tijdelijk grondwater onttrokken. Het onttrekken van grondwater valt onder categorie D 15.2 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m3 of meer per jaar. Voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt tijdelijk circa 131.000 m3 onttrokken, met een maximaal debiet van 150 m3/uur. De werkzaamheden duren circa 56 dagen. Daarnaast is er ook grondwateronttrekking nodig voor funderingswerk en sloopwerkzaamheden van de bestaande (fundering van) de hoogspanningsmasten.
Hiervoor wordt tijdelijke een gemiddeld debiet van 215 m3/uur onttrokken. Het totale volume dat wordt onttrokken komt voor deze werkzaamheden neer op 148.676 m3. In totaal duurt de wateronttrekking 138 dagen. Voor beide wateronttrekkingen is in het kader van de vergunningsaanvraag een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd––. Uit de aanmeldnotities bleken de wateronttrekkingen geen significante negatieve effecten te hebben op de omgeving en is door het bevoegd gezag, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, een positief m.e.r. besluit genomen. Er was geen MER procedure noodzakelijk. Voor de integraliteit worden de conclusies uit de aanmeldingsnotities meegenomen in voorliggende aanmeldingsnotitie in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Inhoudelijk geeft de m.e.r.- beoordeling informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er al dan niet sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu' als gevolg van de voorgenomen activiteit. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. voor projecten (2011/92/EU, in 2015 gewijzigd: 2014/52/EU). Deze criteria zijn: 1. De kenmerken van de projecten; 2. Locatie van de projecten (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); 3. Soort en kenmerken van het potentiële effect.
Om te beoordelen of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is er door Arcadis Nederland BV een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld, zie Bijlage 7. De samengevatte effectbeoordeling is weergegeven in onderstaande tabel.
40/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
41/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Conclusie Op basis van de effectbeoordeling zoals beschreven in deze aanmeldnotitie en samengevat in bovenstaande tabel treden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op mits de beschreven mitigerende maatregelen worden getroffen voor: Voor de mogelijk voorkomende algemene soorten broedvogels (met niet jaarrond beschermde nestlocaties) dienen de volgende mitigerende maatregelen in acht te worden genomen: Het uitvoeren van de werkzaamheden, of minimaal het starten van de werkzaamheden buiten het broedseizoen. Wanneer dit niet haalbaar is, zal voorafgaande aan de werkzaamheden bepaald moeten worden of op en nabij de planlocaties geen broedende vogels aanwezig zijn middels een veldcontrole door een ecoloog met kennis van vogels. Een uitzondering van bovenstaande is de mogelijke aanwezigheid van de boomvalk in de masten van de aftakking Zwartsluis. Het nest van deze soort is jaarrond beschermd. Hoewel nu niet aangetroffen is (her)vestiging niet onaannemelijk op basis van waarnemingen uit het recente verleden. Voorafgaande aan de daadwerkelijke sloop, is een controle noodzakelijk. Mogelijk is in enkele watergangen de modderkruiper aanwezig. Het uitgangspunt is dat deze watergangen niet gedempt worden. Er vinden dan geen negatieve effecten plaats op deze soort. Indien watergangen wel gedempt moeten worden is er aanvullend onderzoek nodig naar deze soort.
Daarnaast dient opvolging gegeven te worden aan maatregelen bij de werkzaamheden in het kader van de zorgplicht. Voor de uitvoering van de werkzaamheden gelden als volgt de volgende maatregelen: Werkzaamheden worden alleen overdag uitgevoerd. De werkzaamheden die leiden tot mogelijke aantasting van vogelbroedgebied, worden pas gestart na afloop van het vogelbroedseizoen (na half juli). Wanneer eerder gestart wordt, dient voorafgaande aan het broedseizoen (uiterlijk half maart), het terrein functievrij gemaakt zijn (zodat geen geschikt broedgebied meer beschikbaar is). Het broedseizoen is geen strikt vastgestelde periode en kan eerder aanvangen of langer doorlopen dan de hierboven genoemde periode. Dit verschilt per soort en per seizoen. Relevant is dat geen vogels (meer) broeden. Mochten zich soorten binnen het werkterrein bevinden, ga pas verder met werken wanneer de dieren uit zichzelf en zonder stress de werklocatie verlaten hebben (niet opjagen). Zorg tijdens de werkzaamheden dat soorten niet ingesloten raken: werk zoveel mogelijk in één richting zodat soorten kunnen vluchten. Indien werkzaamheden toch in het groeiseizoen van gewassen plaatsvinden, en er schade is aan
42/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
gewassen door de tijdelijke bemaling, dan kan er een financiële schadevergoeding worden aangevraagd/verleend. Op deze manier worden mogelijke negatieve effecten op de opbrengst gecompenseerd.
43/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Hoofdstuk 4 4.1
Planopzet
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd.
4.3
Bestemmingsregels
In dit hoofdstuk is per bestemmingsplan een verwijzing opgenomen naar het de geldende regel(s) en de regel die wordt vervangen dan wel wordt toegevoegd.
4.4
Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn de aanvullende regels opgenomen voor het realiseren van de 3 voorziene opstijgpunten en de ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Bedrijf - Nutsvoorzieningen Op basis van deze bestemming kunnen onder meer de opstijgpunten worden gerealiseerd alsmede de bijbehorende voorzieningen. Leiding - Hoogspanning Binnen deze dubbelbestemming wordt het mogelijk gemaakt om ondergrondse hoogspanningsverbindingen aan te leggen.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 9 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen. Artikel 10 Slotregel
44/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
45/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 onder 1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in het kader van de bestemmingsplanprocedure de economische uitvoerbaarheid van het plan te worden onderzocht. TenneT heeft voor twee OSP's de benodigde grond aangekocht. Voor één OSP is met de grondeigenaar een zakelijk recht overeenkomst gesloten. Ook voor de hoogspanningsverbinding zijn zakelijk recht overeenkomsten afgesloten. Er is bij dit plan geen sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is dan ook niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen. Er is een offerte van TenneT getekend door de gemeente Zwolle waarmee is ingestemd dat de kosten voor rekening zijn voor de initiatiefnemer. De (plan)kosten voor voorgenomen ontwikkeling zijn onder andere: het opstellen van het bestemmingsplan, de bijbehorende onderzoeken en het toetsen en begeleiden van het bestemmingsplan door de gemeente. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg met de buurt
Voor de voorgenomen ontwikkeling heeft TenneT afstemming gehad met de gemeente en de overige bevoegde gezagen zoals ProRail. Zij zijn betrokken bij de plannen als belangrijke 'buur'. Daarnaast heeft TenneT contact gehad met de grondeigenaren en gebruikers van de gronden waarop de ontwikkeling plaatsvindt. Dit zijn ook belangrijke 'buren' die gedurende het proces op de hoogte worden gehouden door TenneT. Er bevinden zich geen woningen in de directe omgeving, waardoor er geen informatieavond wordt geïnitieerd. Daarbij speelt dat de voorgenomen ontwikkeling, voor het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie OSP's, al reeds is vergund (de vergunningen zijn verleend op 21 december 2022). De ontwikkeling wordt op dit moment al gerealiseerd. Enkel om de hoogspanningsverbindingen en de opstijgpunten planologisch te borgen en te beschermen, vindt er een herziening van de vigerende bestemmingsplannen plaats. Op het terrein van het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg vinden naast voorgenomen ontwikkeling, de komende jaren nog andere werkzaamheden plaats. Op het terrein werkt TenneT in het kader van de Drents Overijsselse Netversterking ook aan nieuwbouw en uitbreiding van het hoogspanningsstation, met de daarbij behorende reconstructies en nieuwe ondergrondse kabelverbindingen.
Door de grote impact op het gebied wordt hier samen met onder andere gemeentes, provincie, grondeigenaren en omwonenden invulling gegeven aan de landschappelijke inpassing. Het uitgangspunt is een integrale invulling van het gebied en aansluiting op de toekomstvisies waar Dalfsen en Zwolle aan werken (zoals het visieproces 'Ten noorden van de Vecht)'. 5.2.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Bro geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan verplicht zijn overleg te plegen met het waterschap en daar waar nodig met de besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.
46/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Conform artikel 3.1.1. Bro is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de hieronder opgenomen overlegpartners: Provincie Overijssel; Waterschap Drents Overijsselse Delta; Gemeente Dalfsen Veiligheidsregio IJsselland; ProRail. De provincie Overijssel, gemeente Dalfsen en Veiligheidsregio IJsselland hebben aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Onderstaand zijn de ontvangen reacties weergegeven en daar waar nodig voorzien van een reactie.
Waterschap Drents Overijsselse Delta In het voorontwerpbestemmingsplan werden de kaders van het waterschap gemist. Door het ontbreken van een watertoets kon het waterschap onvoldoende inschatten welke impact de plannen hebben op het bestaand watersysteem, beschermingszones en de geldende beheer- en onderhoudsregels. Reactie Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van het waterschap is heeft TenneT contact gezocht met het waterschap. Uit het overleg is naar voren gekomen dat er wel een watertoets benodigd was voor het plan, maar dat er nabehandeling van de watertoets de conclusie zal zijn dat er 'geen belang' is. De waterparagraaf (paragraaf 3.4) is aangevuld op basis van de onderdelen uit de Watertoets. De Watertoets is door Arcadis namens TenneT ingediend op 13 september 2023.
ProRail In de vooroverleg reactie heeft ProRail aangegeven dat er een risicoanalyse moet worden uitgevoerd. Hieruit moet naar voorkomen dat voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur, hierbij is het noodzakelijk dat een EMC (Elektromagnetische compatibiliteit) berekening uit wordt gevoerd, conform de bijgevoegde Richtlijn RLN00398. ProRail adviseert om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het werk ProRail te voorzien van de uitkomsten. Ten slotte gaf ProRail aan dat er voor de verkabeling reeds afstemming tussen ProRail en TenneT heeft plaatsgevonden. Reactie Zoals door ProRail is aangegeven heeft er reeds afstemming plaatsgevonden tussen ProRail en TenneT. Ook heeft ProRail op 8 december de vergunning verleend (als bedoeld in artikel19 lid 1 van de Spoorwegwet) voor de aanlegwerkzaamheden van de gestuurde boringen. Daarbij heeft ProRail een beoordeling en een verklaring opgesteld waarin de EMC-beïnvloeding van de kabel is behandeld. De conclusie was dat er geen bezwaar is. Naar aanleiding van de vooroverleg reactie is in paragraaf 3.5.3 de alinea toegevoegd over spoor beïnvloeding.
47/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
48/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Bijlagen bij toelichting
49/632
3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg
Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
50/632
RAAP-RAPPORT 5493
Opwaardering 380 kV Ens-Zwolle Gemeente Zwolle Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Colofon
Titel: Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Versie: 13-12-2021 Auteur: H.B.G. Scholte Lubberink Projectcode: ZWEN Bestandsnaam: RAAPrap_5493_ZWEN_20211213 Autorisatie: E. Boshoven
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Samenvatting In opdracht van Arcadis heeft RAAP van 19-10-2021 tot 19-11-2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens-Zwolle in de gemeente Zwolle. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Verspreid binnen het plangebied worden bouwwegen en werkterreinen aangelegd en weer verwijderd, waarna het terrein cultuurtechnisch wordt hersteld. Bij een deel van de hoogspanningsmasten wordt de fundering versterkt. De exacte omvang en diepte van de ingrepen is vooralsnog onbekend. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan (zie ook bijlage 9): Op afgedekt dekzandreliëf (> 40 cm -mv) in de polder Mastenbroek en op dekzandkoppen in het Haersterbroek (vanaf het maaiveld) komen mogelijk archeologische resten voor uit de steen- en bronstijd. In het betreffende gebied in Mastenbroek en op enkele dekzandkoppen in het Haersterbroek zijn werkzaamheden gepland aan hoogspanningsmasten en zijn bouwwegen voorzien. Archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd worden verwacht ter hoogte van twee oude bewoningslinten in de polder Mastenbroek en ter hoogte van bedrijventerrein Hessenpoort (De Blekhuizen). In Mastenbroek worden twee bewoningslinten doorsneden.
Op of in de directe nabijheid van twee huisterpen (erven Appel en Blankvoort) zijn werkzaamheden gepland. Het gaat hierbij om archeologisch waardevolle gebieden met een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten en lage vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek (100 m 2 , diepte tot 50 cm). Een hoge archeologische verwachting en lage vrijstellingsgrenzen gelden ook voor de locatie van de voormalige Blekhuizen in bedrijventerrein Hessenpoort. Deze locatie valt samen met de plaats van een hoogspanningsmast waar eventueel werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Elders in het plangebied worden is de kans op archeologische resten (zeer) klein. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen (graafwerkzaamheden tot een minimum beperken) en om mitigerende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld gebruik van rijplaten voor werkwegen in bewoningslinten in de polder Mastenbroek) dat verstoring wordt voorkomen/tot een minimum wordt beperkt. Voor de Blekhuizen wordt geadviseerd wordt om eventuele archeologische resten in situ te beschermen.
Om verstoring te voorkomen wordt/worden de volgende maatregelen geadviseerd: een maximale verstoringsdiepte van de bovengrond van 40 cm -mv (onder voorbehoud van de aanwezigheid van een eventueel ophogingspakket). Indien en waar dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. In zones met dekzandreliëf op een geringe diepte in de polder Mastenbroek en op dekzandkoppen in het Haersterbroek wordt archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen om een beter beeld te krijgen van de (kans op de) aan- of afwezigheid van archeologische resten. Hierbij moet in eerste instantie geacht
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[3]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
worden aan een verkennend of inventariserend booronderzoek op locaties waar binnen die zones ingrepen zijn gepland. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[4]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................ 3 Inhoud....................................................................................................................................... 5 1 Inleiding ................................................................................................................................. 7 1.1 Kader ....................................................................................................................................... 7 1.2 Administratieve gegevens .......................................................................................................... 9 1.3 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................... 9
2 Bureauonderzoek ................................................................................................................. 10 2.1 Methode .................................................................................................................................. 10 2.2 Aardkundige situatie ................................................................................................................ 10 2.3 Archeologische gegevens ......................................................................................................... 12 2.4 Historische situatie .................................................................................................................. 16 2.5 Huidige situatie ........................................................................................................................ 17 2.6 Toekomstige situatie ................................................................................................................ 17
3 Gespecificeerde archeologische verwachting ........................................................................ 18 4 Conclusies en advies ............................................................................................................ 22 4.1 Conclusie ................................................................................................................................ 22 4.2 Advies ..................................................................................................................................... 22 4.3 Tot slot .................................................................................................................................... 23
Literatuur ................................................................................................................................ 24 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ........................................................... 25
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[5]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 1. Aanduiding onderzoeksgebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[6]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Arcadis heeft RAAP van 19-10-2021 tot 19-11-2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens-Zwolle in de gemeente Zwolle (figuur 1 en bijlage 5). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Voor de opwaardering van de bestaande 380 kV verbinding Ens-Zwolle moeten diverse werkzaamheden worden uitgevoerd. In de basis betreft dit het ophangen van nieuwe geleiders met een hogere transportcapaciteit dan de huidige geleiders. De nieuwe geleiders zijn qua omvang en aantal gelijk aan de bestaande, maar kunnen meer stroom transporteren doordat ze hogere temperaturen kunnen weerstaan zonder te ver door te gaan hangen. De huidige hoogspanningsverbinding is bovendien inmiddels bijna 35 jaar oud. Om deze reden worden ook andere onderdelen, zoals de isolatorkettingen en bliksemdraden als levensduurverlengende activiteit vervangen. Daarnaast worden de masten opnieuw constructief beschouwd en moet bij een aantal masten de fundering en/of het mastlichaam versterkt worden. In de kaartbijlagen bij deze rapportage zijn de locaties van ingrepen/werkzaamheden weergegeven waarvan eventueel schade aan archeologische resten zijn te verwachten.
Het gebruik van bestaande (verharde) wegen is bij de beoordeling van de effecten en in het kaartbeeld achterwege gelaten. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Zwolle zijn binnen het onderzoeksgebied twee zones met een verschillende archeologische verwachting onderscheiden: 10%- en 50%-gebieden. In een 10% gebied zijn de archeologische waarden onbekend. Op basis van de geomorfologische kaart en de Bodemkaart van Nederland wordt een lage verwachting vermoed. Er kunnen echter wel belangrijke archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Daarom wordt een proefonderzoek aanbevolen. Een 50% gebied is archeologisch waardevol met een hoge archeologische verwachting. De kans op, vaak prehistorische of vroegmiddeleeuwse, archeologische sporen is 1:2. Meestal zijn dit gebieden die op de geomorfologische en Bodemkaart van Nederland gekarteerd zijn als dekzandruggen en rivierduinen. Een Inventariserend Veldonderzoek dient plaats te vinden. Op basis van dit onderzoek wordt beoordeeld of er een volledig archeologisch onderzoek moet worden verricht.
1 Bovenstaande voorschriften zijn verankerd in bestemmingsplan Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden (2012-11-27; NL.IMRO.0193.BP10016-0004), bestemmingsplan Hessenpoort (2012-10-02;
1
Anoniem 2008.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[7]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
NL.IMRO.0193.BP11015-0004) en in het bestemmingsplan Nationaal Landschap IJsseldelta (2014-0528; NL.IMRO.0193.BP11010-0005). Wat betreft de 50%-gebieden is de omvang van de bodemingrepen groter dan de vrijstellingsgrens (oppervlak ingreep 100 m 2 en de diepte van de ingrepen bedraagt 50 cm -mv). Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid (bijlage 6). Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[8]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek
Opdrachtgever
Arcadis
Bevoegde overheid
Gemeente Zwolle
Plaats
Zwolle
Gemeente
Zwolle
Provincie
Overijssel
Centrumcoördinaten (X/Y)
207.817/506.719
Toponiem
380 kV Ens Zwolle
Oppervlakte onderzoeksgebied
506 ha
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 200 m rondom het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
19-09-2021 tot 19-11-2021
Uitvoerder
RAAP Oost
Projectleider
H.B.G. Scholte Lubberink
Projectmedewerkers
E. Witmer
RAAP-projectcode
ZWEN
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
5129133100
Beheer en plaats documentatie
RAAP Oost-Nederland
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond onderzoeksgebied zijn reeds bekend?
Wat was het historisch landgebruik van het onderzoeksgebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[9]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.
2.2 Aardkundige situatie (bijlage 7) De geologische ondergrond van het in de polder Mastenbroek gelegen deel van de gemeente Zwolle is onderdeel van een in noordoostelijke richting hellend dekzandplateau dat door riviergeulen is versneden. Plaatselijk zijn op dit plateau hogere zandkoppen opgestoven die tegenwoordig nog boven het maaiveld uitsteken. Door de stijging van de zee- en grondwaterspiegel gedurende het holoceen is het dekzandplateau vernat, waarna sprake was van veengroei. In de polder Mastenbroek nam de veengroei omstreeks 1600 voor Chr. een aanvang en zette zich voort tot rond het begin van onze jaartelling. Het uitgestrekte veengebied werd toentertijd ontwaterd door geulen die tegenwoordig nog in het landschap zichtbaar zijn. Op de best ontwaterde delen kwam een moerasbos tot ontwikkeling. Rond het begin van de vroege middeleeuwen nam de waterafvoer via de IJssel toe. De regelmatig buiten zijn oevers tredende rivier heeft op het veen in Mastenbroek circa een halve meter klei afgezet. In de lage broek en veengebieden ten oosten van de Vecht ontbreekt een dikke(re) kleilaag en ligt veen of dekzand vrijwel aan de oppervlakte (bijlage 7). 2 In geomorfologisch opzicht bestaat het Zwolse deel van de polder Mastenbroek uit een rivierkomvlakte waarin afzettingen van de Vecht en IJssel zijn afgezet op veen.
Lokaal is in de ondergrond sprake van dekzandreliëf dat overwegend dieper ligt dan 80 cm -mv. De hoogste toppen bevinden zich echter al binnen 40 cm -mv. 3 In Haerst en Hessenpoort is voornamelijk sprake van reliëfarme dekzandvlakten met kleine dekzandkoppen, 4 met aan de randen daarvan een enkele grotere dekzandwelving en -rug (bijlage 7). De geologische en geomorfologische situatie weerspiegeld zich in de bodemgesteldheid. In Mastenbroek is uitsluitend sprake van waardveengronden met een dun kleidek op zand beginnend ondieper van 120 cm. Te Haerst en Hessenpoort komen hoofdzakelijk bodems voor met een venige bovengrond, terwijl lage dekzandwelvingen sprake is van gooreerd-, beekeerd- en vlakvaaggronden.
2
Clevis, Klomp & Kranenborg 2009, 34-36. Bles, Groot Obbink & Rutten 1970: bijlage 4: zanddieptekaart. 4 Van Liere 1950. 3
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[10]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Op dekzandkoppen en hogere dekzandruggen langs de randen van het onderzoeksgebied is sprake van veldpodzolen al dan niet met een dun cultuurdek (laarpodzolen; bijlage 7).
Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)
Mastenbroek: -Formatie van Echtend op Formatie van Boxtel; rivierklei en-zand met inschakelingen van veen op zand. Haerst en Hessenpoort: -Formatie van Nieuwkoop (veen); -Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden: fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek; -Laagpakket van Wierden (dekzand).
Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)
Mastenbroek: -rivierkomvlakte (M46). Haerst en Hessenpoort -vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (M53); -dekzandwelvingen (L51); -dekzandrug (B53).
Ouderdom geomorfologische structuur Bodemkundige situatie
laat-pleistoceen en holoceen Mastenbroek: waardveengronden op zand, beginnend ondieper van 120 cm (kVz). Haerst en Hessenpoort: koopveengronden op zand, beginnend ondieper dan 120 cm (hVz); moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand (vWz); beekeerdgronden; leemarm en/of (zwak) lemig fijn zand (pZg21/23); gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (pZn21); vlakvaagronden; lemig fijn zand (Zn23); veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21); laatpodzolgronden; lemig fijn zand (cHn23).
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
direct onder het maaiveld of onder de moderne bouwvoor op een diepte van circa 40 cm -mv. In gebieden met veen (kVz, hVz en Vwz) of met een cultuurdek (cHn23) mogelijk één tot enkele decimeters dieper.
Tabel 2. Overzicht van geraadpleegde geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het onderzoeksgebied en de directe omgeving.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[11]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid (bijlage 6) Bestemmingsplan Nationaal landschap IJsseldelta (NL.IMRO.0193.BP110100005)
Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie ’
Bestemmingsplan Hessenpoort (NL.IMRO.0193.BP11015-0004)
Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie ’
Aanduiding: in het onderzoeksgebied liggen twee gebieden met een archeologische waarde van 50 %.
Aanduiding: binnen bedrijventerrein de Hessenpoort ligt een gebied met een archeologische waarde van 50 %. In de toelichtingen bij deze bestemmingsplannen is opgenomen dat in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd ten behoeve van deze bestemmingen dan overeenkomstig de volgende regels, indien door de bouw de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m² zal kunnen worden verstoord: De aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de archeologische monumentenzorg een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende regels worden verbonden: -de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; -de verplichting tot het doen van opgravingen; -de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Bestemmingsplan Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden (NL.IMRO.0193.BP110100005)
Geen dubbelbestemming archeologie, geen beperkingen
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
In de polder Mastenbroek zijn twee stroken in de oude bewoningslinten langs de Oude Wetering en de Nieuwe Wetering aangeduid als gebied met een archeologische waarde van 50%. Het gaat om gebieden met de nummers 266 en 270. Binnen bedrijventerrein Hessenpoort ligt een gebied met een archeologische waarde van 50%. Dit gebied is op de verwachtingskaart aangegeven met nummer 260 en verwijst naar de locatie van een oud boerenerf met de naam Het Blik. In 1832 liggen op deze locatie al twee erven met de namen Het Blekken en Blekhuizen (figuur 2). Deze boerderijen gaan dus mogelijk tot in de late middeleeuwen terug (bijlage 8).
Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[12]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 2. De Blekhuizen ter hoogte van bedrijventerrein Hessenpoort aangegeven op de kadastrale minuut van 1811-1832.
Terreinen met een archeologische waarde en vondstmeldingen (bijlage 8) Zaakidentificatienr.
Ligging
Complex
Datering
Materiaal
Diepte
Verzamelwijze
2762679100
onder humuslaag in het schone zand
losse vondst
midden/laatneolithicum
vuurstenen bijl (FlintRechteickbeil)
onbekend
graafwerkzaamheden in een bouwput
Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische vondstlocaties in en rond het onderzoeksgebied.
Binnen het onderzoeksgebied is slechts één archeologische vindplaats bekend: een losse vondst van een neolithische vuurstenen bijl (tabel 4). Wanneer de vindplaats en zijn landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het onderzoeksgebied, dan blijkt dat er geen
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[13]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
directe relatie is tussen de vindplaats en de landschappelijke ligging van de vondstlocatie. Het gaat om een losse vondst, mogelijk een rituele depositie, in een laaggelegen nat gebied.
Figuur 3. Historische erven, De Appel (boven) en De Vegt (onder) ter hoogte van de Oude Wetering, op de kadastrale minuut van 1811-1832.
Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 (bijlage 8) Zaakidentificatienummer
Aard
Opmerking
4927452100
bureauonderzoek
zie bijlage 3 (Bakker 2011)
4871238100
bureauonderzoek
zie bijlage 3 (Bakker 2020)
4772912100
bureauonderzoek
zie bijlage 3
Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het onderzoeksgebied (voor locatie zie bijlage 8).
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[14]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen (bijlage 8) Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Zwolle staan in de polder Mastenbroek twee oude bewoningslinten aangeduid langs de Oude Wetering (nr. 266) en de Nieuwe Wetering (nr. 270). Beide weteringen zijn ontsluitingswegen van de Mastenbroekerpolder ten noorden van de Milligersteeg. Aan weerszijden daarvan liggen huisterpen. De polder Mastenbroek werd verdeeld in de tweede helft van de veertiende eeuw. Tot hoe ver deze oude huisterpen terug gaan is onbekend (figuur 3, figuur 4, figuur 5 en bijlage 8). Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Zwolle staat in bedrijventerrein Hessenpoort een oude woonlocatie aangeduid (nr. 260), waarop een boerderij Het Blik gevestigd was (figuur 2 en bijlage 8).
Figuur 4. Historische erf Blankvoort ter hoogte van de Oude Wetering op de kadastrale minuut van 1811-1832.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[15]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2.4 Cultuurhistorische gegevens (bijlage 8) Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin twintigste eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden.
Figuur 5. Historische erven, Pasterkamp (boven) en Rietman (onder) ter hoogte van de Nieuwe Wetering, op de kadastrale minuut van 1811-1832.
Uit bestudeerde historische kaarten blijkt dat daar waar het onderzoeksgebied de Oude Wetering snijdt drie historische erven op huisterpen liggen/lagen: erve Appel, erve De Vegt en erve Blankvoort. Deze erven staan aangegeven op de kadastrale minuut van 1811-1832. Ter plaatse van Nieuwe Wetering
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[16]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
liggen nog eens twee historische erven op huisterpen: erve Pasterkamp en erve Rietman. Erve De Vegt is verdwenen, de overige erven bestaan nog (figuur 3, figuur 4, figuur 5 en bijlage 8). De erven Appel en Blankvoort worden door geplande bouwwegen doorsneden. Verder lagen ter hoogte van bedrijventerrein Hessenpoort twee historische erven de zogenaamde Blekhuizen (zie 2.3; figuur 2 en bijlage 8). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen bouwkundige waarden geregistreerd.
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden (bijlage 5). Huidig grondgebruik
agrarisch (vooral grasland) en bedrijventerrein
Hoogteligging maaiveld
1 m -NAP tot 2 m +NAP
Grondwatertrap of -stand
IIb; gemiddeld hoogste grondwaterstand 25-40 cm, gemiddeld laagste grondwaterstand 50-80 cm -mv; IV: gemiddeld hoogste grondwaterstand > 40, gemiddeld laagste grondwaterstand > 80-120 cm -mv; VII: gemiddeld hoogste grondwaterstand > 80 40.
Milieutechnische condities
ter plaatse van de mastlocaties en werkterreinen zal milieuhygiënisch onderzoek verricht worden
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
onbekend
Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het onderzoeksgebied.
2.6 Toekomstige situatie Uit aangeleverde informatie van de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard
er worden bouwwegen en werkterreinen aangelegd en weer verwijderd, waarna het terrein cultuurtechnisch wordt hersteld. Bij een deel van de hoogspanningsmasten wordt de fundering versterkt
Omvang en diepte
de exacte omvang en diepte van de ingrepen is vooralsnog onbekend
Invloed op maaiveld en grondwater
er worden bouwwegen en werkterreinen aangelegd en weer verwijderd, waarna het terrein cultuurtechnisch wordt hersteld.
Toekomstig gebruik
agrarisch en hoogspanningsmasten
Tabel 7. De toekomstige situatie.
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[17]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
3 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit de verspreiding van vindplaatsen uit deze periode blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op hoge zandruggen/koppen op de overgang van nat naar droog. Op dergelijke locaties waren namelijk veel voedselbronnen voorhanden en was (drink)water eenvoudig bereikbaar. Vindplaatsen uit deze periode kenmerken zich doorgaans door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval en een beperkt aantal grondsporen (haardkuilen, kuilen en eventueel graven).
In het onderzoeksgebied komen vrijwel geen grotere zandkoppen of -ruggen voor op de bestudeerde kaarten met landschappelijke gegevens en recente hoogtekaarten. Een uitzondering vormen enkele zones met afgedekt dekzandreliëf in de polder Mastenbroek, kleine dekzandkoppen in het Haersterbroek en de flank van een langs de Vecht gelegen dekzandrug die nog net binnen het onderzoeksgebied valt. De overige delen van het onderzoeksgebied bestaan uit reliëfarme veengebieden en dekzandvlakten. Op grond van de landschappelijke gegevens is de kans klein dat zich binnen de grenzen van het onderzoeksgebied (intacte) kampementen van jager-verzamelaars bevinden, met uitzondering van de hoge delen van dekzandreliëf in de polder Mastenbroek, dekzandkoppen in het Haersterbroek en de voornoemde dekzandrug langs de Vecht. Het gebied met afgedekt dekzandreliëf in de polder Mastenbroek wordt doorsneden door bouwwegen. Onbekend is of bij dergelijke oppervlakkige ingrepen de hogere delen van het dekzandreliëf bereikt worden. Op enkele dekzandkoppen in het Haersterbroek zijn werkzaamheden gepland, op de dekzandrug langs de Vecht zijn in het kader van het onderhavige project geen ingrepen voorzien. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste
RAAP-rapport 5493 / versie 13-12-2021
[18]
Onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens Zwolle te Zwolle, gemeente Zwolle; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het onderzoeksgebied kenmerkt zich door overwegend door vrij laaggelegen en reliëfarme veengebieden en dekzandvlakten. Incidenteel is sprake van dekzandreliëf. Of op het afgedekte dekzandlandschap in de polder Mastenbroek resten uit het neolithicum of de vroege bronstijd verwacht mogen worden, is onbekend. Onduidelijk is of dit gebied, dat vanaf omstreeks 1600 voor Chr. geleidelijk bedekt is geraakt met veen, ooit geschikt was voor bewoning en/of agrarische activiteiten. Op dekzandhoogten in Mastenbroek zouden in theorie archeologische resten van voor die tijd aangetroffen kunnen worden. Op door (agrarisch gebruik afgetopte restanten) van dekzandkoppen en welvingen in het Haersterbroek bestaat kans op de aanwezigheid van kampementen uit het neolithicum en eventueel nog de bronstijd. Vanwege hun geringe omvang wordt de kans op nederzettingsterrein en grafvelden op deze dekzandkoppen gering ingeschat. De flank van een grotere en hogere dekzandrug valt in het uiterste zuiden nog net binnen de grens van het onderzoeksgebied. Met uitzondering van deze dekzandrug worden in het onderzoeksgebied geen resten verwacht van (grotere) agrarische nederzettingen en grafvelden uit de tijdspanne van het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.