CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg_vastgesteld_1_compressed

Raad Besluitvormingsronde 4 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg19.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planlocatie 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Planopzet en leeswijzer 1.4.1 Planopzet 1.4.2 Leeswijzer

8 8 8 9 9 9 10

Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen 2030 2.3.2 Thematisch beleid

11 11 11 12 12 12 13 14 14 17

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Kabels en leidingen 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Toekomstige situatie 3.2 Archeologie 3.3 Natuur 3.4 Water en klimaatadaptatie 3.5 Milieu 3.5.1 Bodemkwaliteit 3.5.2 Externe veiligheid 3.5.3 Elektromagnetische straling 3.5.4 Ontplofbare Oorlogsresten 3.5.5 Aanmeldnotitie mer

25 25 25 25 29 31 33 35 35 36 37 38 39

Hoofdstuk4 Planopzet 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels

44 44 44 44 44 44

Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Vooroverleg

46 46 46 46 46

Bijlagen bij toelichting

49 2/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek Bijlage 2 Quickscan beschermde soorten Bijlage 3 Watertoets Bijlage 4 Bemalingsadvies 380kV Ens-Zwolle (station) - Kabelaanleg Bijlage 5 Bemalingsadvies 380kV Ens-Zwolle (station) - Bemalen aanleg OSP’s en daknetportalen en sloop masten Bijlage 6 Verkennend (water)bodemonderzoek Bijlage 7 Aanmeldnotitie Bijlage 8 Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

50 117 133 142

Regels

619

232 278 520 522

Hoofdstuk1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

620 620

Hoofdstuk2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Herziening bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24, 26 Herziening bestemmingsplan Buitengebied Haerst, Tolhuislanden Herziening bestemmingsplan Hessenpoort, 2e partiële herziening Herziening bestemmingsplan Hessenpoort 3

621 621 622 623 624

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Bedrijf - Nutsvoorzieningen Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding vervallen

625 625 627 629

Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

630 630 632

3/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

4/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Vaststellingsbesluit

5/632

Vaststellingsbesluit PM

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Toelichting

7/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Om in de toekomst meer elektriciteit te kunnen transporteren is TenneT voornemens bestaande hoogspanningsverbindingen aan te aanpassen zodat er meer transportcapaciteit beschikbaar komt. In dat kader heeft TenneT het voornemen de bestaande landelijke 380 kV ring, de 'ruggengraat' van het landelijk hoogspanningsnet, op te waarderen conform het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV. Binnen dit programma valt het deelproject Opwaardering 380 kV-verbinding Ens- Zwolle (ENS-ZL), waarvoor het noodzakelijk is om een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds te brengen bij het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg. Voor het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie opstijgpunten (hierna te noemen: OSP) zijn de omgevingsvergunningen reeds verleend (op 21 december 2022). Om de hoogspanningsverbindingen en de opstijgpunten planologisch te borgen en te beschermen, vindt er een herziening van de vigerende bestemmingsplannen plaats.

1.2

Planlocatie

Het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg en de aan te passen verbindingen bevinden zich ten noorden van de N340 en ten oosten van het bedrijventerrein Hessenpoort en de naastgelegen spoorverbinding Zwolle - Meppel. Het hoogspanningsstation is gelegen aan de Berkummerbroekweg. De aan te passen verbindingen en de nieuw te plaatsen OSP's liggen ten zuiden en westen van het station. De bovengrondse verbindingen lopen in de huidige situatie deels over het spoor en het bedrijventerrein Hessenpoort.

8/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figuur 1: Planlocatie

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Bij de inwerkingtreding van dit bestemmingplan komen (delen van) onderstaande bestemmingsplannen / het provinciale inpassingsplan te vervallen.

Bestemmingsplan/ provinciaal inpassingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied – Haerst, Tolhuislanden

27 november 2012

Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden, Herziening 1

2 maart 2015

Buitengebied, Berkummerbroekweg 24, 26

4 oktober 2021

Hessenpoort

12 juli 2012

Hessenpoort, 2e partiële herziening

23 mei 2016

Hessenpoort 3

23 januari 2023

Zwolle, parapluplan parkeren

3 juli 2017

Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie

4 oktober 2021

Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling

13 juni 2022

Provinciaal inpassingsplan N340 / N48

12 juli 2012

Provinciaal inpassingsplan N340 / N48

11 april 2018

1.4

Planopzet en leeswijzer

1.4.1

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: een verbeelding (NL.IMRO.0193.BP22010-0004), waarop de bestemmingen en aanduidingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen en aanduidingen zijn gerelateerd aan de planregels. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. Deze regels zijn conform de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) en het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting.

9/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

1.4.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied voor het aanpassen van de verbinding en geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. Deze beleidsdocumenten vormen het planologisch kader voor zowel rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau van onderhavig bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt op diverse milieu- en omgevingsaspecten ingegaan. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

10/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is omgevingskwaliteit het kernbegrip. Dit begrip omvat ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit waarbij ook maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen in acht worden genomen. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt in de NOVI gewerkt aan vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Vanuit de eerste twee prioriteiten wordt bij de aanleg en aanpassing van de energie-infrastructuur aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ook wordt gekeken hoe het duurzaam en circulair maken van onze economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving gecombineerd kan worden. Dit betekent dat bij de realisatie van het elektriciteitsnetwerk ook gekeken moet worden naar de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land.

Startnotitie Programma Energiehoofdstructuur Vanuit de NOVI zal ook een Programma Energiehoofdstructuur worden gerealiseerd, de startnotitie hiervoor is reeds opgesteld. Hierin is te lezen dat de ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is dat er tijdig moet worden gezorgd voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur. Dit op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context, en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het programma richt zich inhoudelijk op drie samenhangende deelsystemen van de energietransitie: elektriciteit, (brand)stoffen en warmte. Voor het onderdeel elektriciteit is vooral de wisselwerking met de ruimte van belang.

Relatie met het voorliggend plan De NOVI en het toekomstige Programma Energiehoofdstructuur sturen aan op een schonere en betere energie-infrastructuur die past binnen de leefomgeving. De aanpassingen aan de verbindingen om daarmee de 380kV-verbinding te kunnen opwaarderen sluiten bij deze doelstelling aan.

11/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Een aantal kaderstellende ruimtelijke ordeningsaspecten op nationaal niveau wordt geborgd in het Barro. Die aspecten onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende randvoorwaarden. Voor de energievoorziening is er onder andere ruimte gereserveerd voor bestaande en nieuwe vestigingsplaatsen met een vermogen van 500 MW, globale trajecten van bestaande en nieuwe hoogspanningsverbindingen met een spanning vanaf 220 kV en locaties voor kernenergie. Het Barro bevat op het moment echter geen relevante gebieden of regelingen voor de voorgenomen ontwikkeling, waardoor deze dan ook niet in strijd is met de doelstellingen van het Barro.

Relatie met het voorliggend plan In hoofdstuk 2, titel 2.8 van het Barro zijn de nationale belangen voor de elektriciteitsvoorziening opgenomen. Deze titel belemmert de verkabeling van de hoogspanningsverbindingen niet. Het planvoornemen is dus in overeenstemming met het Barro.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest recente versie is de Omgevingsvisie Overijssel 2022, vastgesteld door PS op 4 oktober 2022. In de Omgevingsvisie Overijssel staan maatschappelijke opgaven in Overijssel, die zijn ontstaan in gesprekken tussen overheden, organisaties en particulieren. De leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel zijn: 1. Duurzaamheid 2. Ruimtelijke kwaliteit 3. Sociale kwaliteit De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden maar een schets van hoe de provincie de ambities wil realiseren. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 2.2.2). In de Omgevingsvisie zijn bijvoorbeeld gebieden waar windenergie is uitgesloten vanwege wettelijke beperkingen of gebieden waarbij er aandacht moet worden geschonken aan bestaande buisleidingen opgenomen.

Verder zijn er bijvoorbeeld gebieden opgenomen waar glastuinbouwontwikkeling kan plaatsvinden, of waar juist extensivering van glastuinbouw zou moeten plaatsvinden. Ook natuurgebieden als Ganzenfourageergebieden, Weidevogelgebieden en het Overijssels Natuurnetwerk zijn opgenomen in de Omgevingsvisie.

12/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening Overijssel is sinds 1 mei 2017 van kracht en wordt net als de omgevingsvisie ieder jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie betreft die van 4 oktober 2022. De Omgevingsverordening Overijssel richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Overijssel. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Ook bij voorliggend planvoornemen is rekening gehouden met de diverse beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening en die van toepassing zijn op onderhave locatie, zoals overstroombare gebieden.

Op plaatsen waar de ligging van de ondergrondse hoogspanningsverbinding conflicteert met een provinciale waarden uit de omgevingsverordening worden door TenneT passende maatregelen genomen zodat aantasting van de waarden wordt vermeden.

Artikel 2.14.4 Overstroombaar gebied Onderhavige locatie is binnen de omgevingsverordening aangewezen als 'overstroombaar gebied' (zie onderstaand figuur). Artikel 2.14.4 stelt dat bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied dat als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen is aangegeven, alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden voorzien als in de desbetreffende bestemmingsplannen zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op deze gebieden, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: de risico’s bij overstroming; de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. In paragraaf 3.4 wordt in voorliggend plan hier op ingegaan.

13/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figu ur 2: Uitsnede kaart Omgevingsverordening Overijssel met de planlocatie (rode omlijning) en aanduidingen Overstroombaar gebied (blauwe arcering) en intrekgebied (bruine arcering, buiten de planlocatie).

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen 2030

Op 13 september 2021 heeft het college van Zwolle de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle, met name gericht op de bestaande stad. Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand “fundament” om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven (zie ook de figuur hieronder): Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo

14/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.

Figuur 3: het Huis van Zwolle

Klimaatbestendig en energieneutraal De veelzijdige stad, de unieke dorpen, de buurtschappen en het karakteristieke buitengebied vormen samen de Zwolse fysieke leefomgeving. Het is het fundament voor nu en in de toekomst. Er dient rekening te worden gehouden met de veranderende omstandigheden, zoals een veranderend klimaat en de eindigheid van niet hernieuwbare energie. Dat heeft invloed op de fysieke leefomgeving. De aandacht blijft onverkort vast op twee belangrijke kernopgaven, namelijk klimaatadaptatie en energietransitie. Klimaatadaptatie is de mate waarin de leefomgeving aan kan worden gepast aan de verandering van het klimaat. Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig groene energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. Samen vormen ze de basis voor de topambitie om in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal te zijn. Om daar te komen gaat de gemeente uit van het principe van de klimaatbestendige groeiregio.

Raamwerken Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werkt de gemeente aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit doet de gemeente door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle. De gemeente noemt dat raamwerken, het geraamte van Zwolle. De ontwikkeling van Zwolle, met onder andere woningbouw, gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle. Het fysiek kapitaal van Zwolle bestaat uit cultuurhistorie, landschap en natuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke

15/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

fysieke waarden. De waarden van het fysiek kapitaal moeten op een zorgvuldige wijze worden meegewogen bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarom is er een aantal spelregels opgesteld. Binnen de raamwerken zijn verder de volgende thema's aangewezen: Klimaatadaptatie; De groen/blauwe structuur in de stad Zwolle; Een gezonde Zwolse leefomgeving (inclusief milieu); Mobiliteit: Zwolle bereikbaar en gastvrij; Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040; Verstedelijking en mobiliteit; Zwolle energieneutraal; Zwolle circulair; De ondergrond: fundament voor de ontwikkeling van Zwolle; Van openbare ruimte naar buitengeluk! Gebiedsprofielen De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. Het is een uitnodiging aan ondernemers, bewoners en andere partners om samen te werken aan een toekomstbestendig Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied.

De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden, met aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de openbare ruimte. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra en ontmoetingsplekken); Suburbaan gebied; (Kleine) kernen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen. Relatie met voorliggend plan Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebiedsprofiel Agrarisch landschap. In het agrarische landschap ligt het accent op ontwikkeling van de landbouw. Andere functies zijn toegestaan voor zover niet hinderlijk voor de functie landbouw. Het agrarisch landschap is overwegend open en het is van belang om deze openheid te handhaven. Het gebied Tolhuislanden, als onderdeel van het huidige agrarisch landschap staat in het teken van een gebiedsontwikkeling.

Er liggen hier kansen voor de grootschalige opwek van duurzame energie uit zowel wind en zon, de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Hessenpoort voor grootschalige logistiek, een railcontainerterminal en overloopgebieden waar water tijdelijk heen kan in extreme situaties. Andere thema's die in dit gebied een rol van betekenis hebben zijn het zorgdragen voor een toekomstbestendige landbouwstructuur en de aanwezigheid van weidevogels. Het planvoornemen voorziet in de verkabeling van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Deze verkabeling komt ten goede aan de openheid van het landschap. Voor de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen gelden er op dit moment belemmerende stroken, deze komen bij realisatie van

16/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

de ondergrondse hoogspanningsverbinding te vervallen. Voor de te ontwikkelen ondergrondse hoogspanningsverbinding worden, middels voorliggend bestemmingsplan, nieuwe belemmerende stroken planologisch geregeld. Deze belemmerende stroken komen voor een groot deel te liggen in lijn met de bovengrondse hoogspanningsverbindingen, hierdoor vindt er weinig verandering plaats in de planologische veranderingen. De voorgenomen ontwikkeling zal niet leiden tot meer belemmeringen in het gebied. Het planvoornemen is daarmee niet strijdig met ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisie van Zwolle. 2.3.2

Thematisch beleid

2.3.2.1 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).

Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen.

Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid, zie ook paragraaf 3.2 Archeologie.

17/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

2.3.2.2 Natuur- en Groenbeleid Wet natuurbescherming (2017) Gebiedsbescherming: Natura 2000 gebieden Sinds 1 oktober 2005 heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd (eerst in de Natuurbeschermingswet, daarna per 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming). Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden (in het algemeen) verleend door de provincie. Soortbescherming: Flora en fauna De Wet natuurbescherming is eveneens op de soortbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van deze soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing worden gevraagd of geldt een provinciale vrijstelling.

Provinciaal en gemeentelijk natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. De bescherming is zodoende planologisch geregeld. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad.

Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2021 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden.

Conclusie

18/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. Er wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming, dit wordt onderbouwd in paragraaf 3.3 Natuur. Zoals ook in paragraaf 3.3 ligt het plangebied niet binnen het Natuur Netwerk Nederland en wordt daarmee voldaan het provinciale beleid. Ten slotte worden er geen bomen gekapt voor voorgenomen ontwikkeling, waardoor wordt voldaan aan de bomenverordening. 2.3.2.3 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water (NWB). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen.

Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. De derde tranche maatregelen loopt tot 2027. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia.

Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden).

19/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.

Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. Jaarlijks wordt een update van de het Deltaprogramma in de Tweede Kamer besproken.

Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer.

Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2022-2027, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl.

Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Ten slotte worden in de Hemelwaterverordening 2022 (vastgesteld op 5 oktober 2022) regels gesteld over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak. 20/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid, zie ook paragraaf 3.4 Water en klimaatadaptatie. In voorgenomen ontwikkeling komt er beperkt verhard oppervlakte bij door het plaatsen van drie portalen. Rondom de portalen staat een 2,5 meter hoog hekwerk. Het terrein binnen de hekwerken is grotendeels onverhard en wordt ingericht met gras. Daarnaast wordt er ook verhard oppervlak verwijderd door onder ander vijf bestaande hoogspanningsmasten te verwijderen. Hierdoor zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk vanuit de hemelwaterverordening. 2.3.2.4 Milieubeleid Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. 2.3.2.4.1

Stikstof

De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen.

Conclusie Voor onderhavig bestemmingsplan is een AERIUS-berekening nodig om de stikstofemissie en -depositie van de aanlegfase te bepalen. Aangezien het voornemen geen emissies heeft in de gebruiksfase, want het is een ondergrondse hoogspanningsverbinding, is er geen berekening nodig voor deze fase van het voornemen. Uit de AERIUS-berekening van de aanlegfase zal blijken of er mogelijk sprake is van negatieve effecten op enkele Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. De uitkomsten van de AERIUS-berekening staan beschreven in paragraaf 3.3 Natuur. 2.3.2.4.2

Externe veiligheid

In de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle worden de ambities en de doelstellingen van de gemeente beschreven. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 5 november 2013 heeft het college van B & W de Beleidsvisie Externe veiligheid 2013-2017 vastgesteld.

21/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

In de veiligheidsvisie 2019-2022 geeft de gemeente Zwolle aan tot op heden de externe veiligheid op basis van de kaders in de Beleidsvisie Externe Veiligheid 2013-2017 te waarborgen. Het de Beleidsvisie Externe Veiligheid 2013-2017 gepresenteerde beleid sluit aan bij de gebiedstypen zoals deze in het structuurplan Zwolle 2020 en het gebiedsgericht milieubeleid zijn te onderscheiden. Voor alle gebiedstypen is een gebiedsgericht uitwerking van het beleidskader (Zwolle 2009) gemaakt. In het beleidskader wordt op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. De voorgenomen ontwikkeling ligt in de gebiedstypes 'Agrarisch landschap' en 'Bedrijventerrein zwaar'. Ook ligt de ontwikkeling in stroomzones. Stroomzones vormen een afwijkend gebiedstype. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Het beleidskader voor de stroomzone is, anders dan de overige gebieden, niet normatief (t.a.v.

het groepsrisico) maar is vooral gericht op een goede borging van de externe veiligheid belangen in het gebiedsontwikkelingsproces. In paragraaf 3.5.2 Externe veiligheid wordt ingegaan op hoe de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het beleid met betrekking tot externe veiligheid. 2.3.2.4.3

Bodem

Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond.

Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied landbouw/natuur. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse 'landbouw/natuur'. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is.

Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd.

Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies

22/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer Bodemsanering gebiedsgericht benaderen Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning. Conclusie Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in paragraaf 3.5.1 Bodemkwaliteit. 2.3.2.4.4

Elektromagnetische straling

In 2005 heeft het voormalige ministerie van VROM, thans Ministerie van I&M, een advies over hoogspanningslijnen en hun magneetveld uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op hoogspanningsstations, ondergrondse kabelverbindingen en kabelovergangsgebieden (overgangen tussen gestuurde boring en open ontgraving) en opstijgpunten. Het zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden van nieuwe gevoelige bestemmingen of bebouwing is dan ook geen traceringsuitgangspunt voor ondergrondse verbindingen, echter gelet op andere traceringsuitgangspunten verdient het aanbeveling zo veel als redelijkerwijs mogelijk afstand te bewaren tot de gebouwde omgeving. Hierdoor komen ook niet onnodig woningen en andere gevoelige bestemmingen binnen de 0,4 microTesla zone te liggen.

Herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden Op 21 april 2023 is het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden in de elektriciteitsinfrastructuur in werking getreden. De ministeries van EZK (Economische Zaken en Klimaat) en BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ) hebben hierover een beleidsadvies aan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening (gemeenten, provincies en Rijk) en netbeheerders gestuurd. Het beleid is een nieuwe versie van het beleid uit 2005 van het ministerie van VROM. Het voorzorgbeleid magneetvelden is er op gericht om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat burgers (volwassen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden, die afkomstig zijn van de elektriciteits-infrastructuur. In het nieuwe beleid staat dat de netbeheerder maatregelen treft bij alle onderdelen van het elektriciteitsnet. Denk aan bovengrondse hoogspanningslijnen, ondergrondse hoogspanningskabels, hoogspanningsstations en transformatorhuisjes. Deze maatregelen zorgen voor een verlaging van de magneetveldsterkte. In het nieuwe beleid staat nog steeds het advies om (alleen) bij bovengrondse hoogspanningslijnen afstand te houden. De magneetveldzone, met een grenswaarde van 0,4 microtesla, bepaalt die afstand. In het nieuwe beleid staat nog steeds het advies om (alleen) bij bovengrondse hoogspanningslijnen afstand te houden.

De magneetveldzone, met een grenswaarde van 0,4 microtesla, bepaalt die afstand.

Conclusie Het plan is in de basis in overeenstemming met het advies van het ministerie van VROM en het herijkte voorzorgsbeleid voor magneetvelden van de ministeries BZK en EZK, de nadere toetsing vindt plaats in

23/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

paragraaf 3.5.3 Elektromagnetische straling.

24/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Kabels en leidingen

3.1.1

Huidige situatie

In de huidige situatie lopen de drie aan te passen verbindingen vanaf hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg bovengronds middels hoogspanningsmasten. In figuur 4 is het aanblik op het hoogspanningsstation en de bovengrondse verbindingen vanaf de N340 weergegeven.

Figuur 4: Huidige situatie hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg

3.1.2

Toekomstige situatie

Binnen het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV wordt de 380 kV-verbinding Ens-Zwolle (ENS-ZL) opgewaardeerd. Om de werkzaamheden voor de opwaardering te kunnen uitvoeren moet er eerst een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds worden gebracht en dienen er drie nieuwe opstijgpunten (OSP's) te worden geplaatst (zie figuur 5). In de toekomstige situatie zijn de volgende verbindingen (gedeeltelijk) ondergronds gebracht: HCL-ZLH110 (Harculo – Zwolle Hessenweg 110kV) (zie roze lijn in figuur 6). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1191 (nieuw te realiseren). ZLW-ZLH110 (Zwolle Weteringkade – Zwolle Hessenweg 110kV) (zie groene lijn in figuur 7). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1192 (nieuw te realiseren). ZLH-ZS110 (Zwolle Hessenweg – Zwolle Zwartsluis 110kV) (zie rode en blauwe lijn in figuur 8). Het betreft het verkabelen van de verbinding tussen station Hessenweg en OSP1193 (nieuw te realiseren onder de bestaande mast 88).

25/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figuur 5: De voorgenomen ontwikkeling. De drie ondergrondse hoogspanningsverbindingen met de drie portalen (in paarse kaders weergegeven).

26/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figu ur 6: De voorgenomen ondergrondse hoogspanningsverbinding (roze) tussen de Hessenweg en OSP1191. OSP1191 is het nieuwe opstijgpunt.

27/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figuur 7: De voorgenomen ondergrondse hoogspanningsverbinding (groen) tussen de Hessenweg en OSP1192. OSP1192 is het nieuwe opstijgpunt.

28/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figuur 8: De voorgenomen ondergrondse hoogspanningsverbinding (blauw en rood (gestuurde boring)) tussen de Hessenweg en OSP1193. OSP1193 is het nieuwe opstijgpunt.

3.2

Archeologie

In opdracht van Arcadis heeft RAAP van 19-10-2021 tot 19-11-2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het gehele onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens-Zwolle in de gemeente Zwolle (Bijlage 1). De voorgenomen ontwikkelingen rondom het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg maken onderdeel uit van dit grotere onderzoeksgebied. De geologische ondergrond van het in de polder Mastenbroek gelegen deel van de gemeente Zwolle is onderdeel van een in noordoostelijke richting hellend dekzandplateau dat door riviergeulen is versneden. In Haerst en Hessenpoort is voornamelijk sprake van reliëfarme dekzandvlakten met kleine dekzandkoppen met aan de randen daarvan een enkele grotere dekzandwelving en -rug. Vanuit het bestemmingsplan Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden en overige vigerende bestemmingsplannen geldt er geen dubbelbestemming archeologie, dus geen beperkingen. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het plangebied in een zone met archeologische waarden onbekend, met een geringe kans op archeologische resten (zie onderstaand figuur). In de nabijheid van het plangebied is slechts één archeologische vindplaats bekend: een losse vondst van een neolithische vuurstenen bijl.

Wanneer de vindplaats en zijn landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het onderzoeksgebied, dan blijkt dat er geen directe relatie is tussen de vindplaats en de landschappelijke ligging van de vondstlocatie. Het gaat om een losse vondst, mogelijk een rituele depositie, in een laaggelegen nat gebied. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen bouwkundige of andere cultuurhistorische waarden geregistreerd.

29/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

Figuur 9: archeologische verwachtingszones volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, vondstlocaties en eerder uitgevoerd bureauonderzoek in de omgeving van het plangebied.

Conclusie Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat er in het kader van de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek nodig is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Er zijn vanuit archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen.

30/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

3.3

Natuur

De geplande werkzaamheden voor het verkabelen van een deel van de 110kV-verbindingen en het verwijderen van enkele masten kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, natuurwaarden van Natura 2000-gebieden en natuurwaarden binnen het Natuurnetwerk Nederland. Om de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen, is door Arcadis een Quickscan uitgevoerd (Bijlage 2).

Natura 2000 Onder de Wet natuurbescherming vallen de bescherming van Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2 Wnb) en beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). De onderzochte locatie ligt niet in of direct grenzend aan een Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is het gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (Figuur 10) op circa twee kilometer. Op basis van de ligging, het tussengelegen landschap en de ingreep zijn negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van dit Natura 2000-gebied op voorhand uit te sluiten. Er kunnen wel mogelijk effecten optreden als gevolg van stikstof. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd ten behoeve van de verkregen omgevingsvergunning.

Figuur 10: Ligging onderzochte locaties (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (bron: www.natura2000.nl/gebieden).

Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De (tijdelijke) stikstofdepositie voor het aanleggen van de kabels en de realisatie van de OSP's is derhalve al vergund. Bij de ondergrondse hoogspanningsverbinding en OSP's is er alleen sprake van tijdelijke emissie. In de

31/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

gebruiksfase is er geen sprake van stikstofuitstoot, omdat de leidingen geen stikstof uitstoten. Het onderhavige bestemmingsplan dient derhalve enkel om de kabels publiekrechtelijk te beschermen en niet om de realisatie mogelijk te maken. Een stikstofonderzoek voor de aanleg van de kabels in het kader van deze bestemmingsplanprocedure is daarmee niet meer nodig.

Natuur Netwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland. Het heeft daardoor geen effecten op de kwaliteit van het Natuur Netwerk Nederland.

Soortenbescherming De quickscan soortenbescherming is uitgevoerd door middel van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie van verspreidingsgegevens en gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (januari 2016 tot en met december 2021). Geconcludeerd wordt dat op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek en veldbezoek het aandeel geschikt leefgebied van beschermde soorten zeer beperkt is. Dit komt met name door het intensieve (agrarische) gebruik van het grootste deel van het plangebied. Wel konden er mogelijke effecten plaatsvinden op soorten tijdens de sloop- en realisatiefase. Zoals ook aangegeven in het onderdeel 'Natura 2000' is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De mogelijke effecten op soorten bij de realisatie en de mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen zijn geregeld in deze omgevingsvergunning. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan is de ondergrondse hoogspanningsverbinding en de OSP's gerealiseerd, na realisatie zijn er geen effecten op beschermde soorten te verwachten.

Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkelingen zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden uitgesloten. Verdere vervolgstappen voor gebiedsbescherming zijn daarom niet aan de orde. Het aspect stikstofdepositie is in het kader van de vergunningverlening voor de aanleg reeds getoetst. In de gebruiksfase is er geen sprake van stikstofuitstoot, omdat de leidingen geen stikstof uitstoten. Het verkabelen van de verbindingen, verwijderen van de bestaande hoogspanningsverbinding en het realiseren van de OSP's leidt mogelijk tot effecten op beschermde soorten tijdens de sloop- en realisatiefase. Zoals ook aangegeven in paragraaf 1.1 is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De mogelijke effecten op soorten bij de realisatie en de mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen zijn geregeld in deze omgevingsvergunning. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan is de ondergrondse hoogspanningsverbinding en de OSP's gerealiseerd, na realisatie zijn er geen effecten op beschermde soorten te verwachten. Er zijn geen verdere vervolgstappen in het kader van de Wnb aan de orde

32/632

3 maart 2024 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg

3.4

Water en klimaatadaptatie

In het kader van voorliggend bestemmingsplan, dat de hoogspanningsverbindingen en de opstijgpunten rondom hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg planologisch borgt en beschermt, is door Arcadis een watertoets gedaan (zie Bijlage 3). Het doel van de watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en beschreven wordt welke maatregelen er worden getroffen. In onderstaande alinea's wordt ingegaan op de thema's die vanuit de watertoets op de locaties spelen.

Grondwateronttrekking Ten behoeve van de tijdelijke grondwateronttrekking tijdens de aanlegfase is op 3 januari 2023 een watervergunning verleend. In deze watervergunning is de grondwateronttrekking voor het verkabelen van een drietal 110kV verbindingen en het realiseren van drie OSP's mogelijk maakt, hiervoor is door CRUX (2022) een bemalingsadvies opgesteld. Er is een bemalingsadvies opgesteld voor de kabelaanleg (zie Bijlage 4) en voor de overige werkzaamheden (voor het bemalen bij de aanleg OSP’s en bij de sloop van de bestaande masten) (zie Bijlage 5). Aangezien voorliggend bestemmingsplan enkel de kabelverbinding en de opstijgpunten planologisch borgt en beschermt, waarbij de kabelverbinding en de OSP's al reeds gerealiseerd zijn, worden er geen negatieve effecten meer verwacht op de waterhuishouding. De bemaling was van tijdelijke aard, tijdens de aanleg werkzaamheden. De waterstand is na de werkzaamheden weer teruggebracht naar de oude waterstand.

Watergangen In het plangebied bevinden zich B-watergangen. B-watergangen (of schouwsloten) hebben een belangrijke functie voor de waterafvoer- en berging. Deze watergangen staan op de legger van het waterschap Overijsselse Delta en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs watergangen van het waterschap vergunningsplichtig. Aangezien voorliggend bestemmingsplan enkel de kabelverbinding en de opstijgpunten planologisch borgt en beschermt, waarbij de kabelverbinding en de OSP's al reeds gerealiseerd zijn, worden er geen negatieve effecten meer verwacht op de watergangen. In de uitvoering zijn de kabelverbindingen onder de watergangen door geperst of geboord, hierdoor vonden er geen werkzaamheden plaats in, op of langs de watergangen. Ook heeft voorgenomen ontwikkeling geen permanente invloed op de watergangen.

Overstroombaar gebied Onderhavige locatie is binnen de omgevingsverordening aangewezen als 'overstroombaar gebied' (zie ok paragraaf 2.2.2). Onderhavig bestemmingsplan moet daarom in gegaan worden op: de risico’s bij overstroming; de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. Het risico op overstromingen in het gebied is klein, namelijk 1 op 300 tot 1 op 3.000 (norm 2050), voor een overstromingshoogte tot 200 cm, zie figuur 11 (bron: klimaateffectatlas). Er is geen overstromingskans in het gebied voor overstromingen hoger dan 200 cm. Volgens de overstromingsdiepte kaart (extreem kleine kans), ligt de overstromingsdiepte op maximaal 1,5 meter in het gebied (zie figuur 12).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=843ca56c-1e23-4f15-8fee-c636cc57b3f8