CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Raadsplein info/debat Raadzaal 11 oktober 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Informatieronde: Passerelle Zwolle26.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Afbeelding: passerelle bezien vanaf Stationsplein

Afbeelding:op de passerelle (noordelijke kijkrichting)

25/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Afbeelding: beeld op lange termijn 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Passerelle In het bestemmingsplan worden de maximale maten opgenomen waarbinnen een ontwerp voor de passerelle moet worden uitgewerkt. Omdat op dit moment nog onduidelijk is voor welk ontwerp precies wordt gekozen zal een hoogtemaatvoering van 20 meter worden aangehouden. Dit is gelijk aan de hoogte die voor de stationskappen is aangehouden. Met een dergelijke hoogte kan een iconisch object gerealiseerd worden zonder dat deze daarbij onevenredige hinder voor naastgelegen panden oplevert. De hoogte is in overeenstemming met wat in het Ontwikkelperspectief is opgenomen. In de directe nabijheid zijn geen woningen die nadelige gevolgen kunnen vinden als gevolg van deze hoogte (denk aan schaduwwerking en vermindering zonlichttoetreding). Tevens wordt in de breedte van het vlak waarbinnen de passerelle gebouwd kan worden enige marge aangehouden. De breedte wordt uiteindelijk bepaald door de ruimte die er is ter plaatse van de aanlandingen (noord en zuid). Aan de noordkant krijgt de passerelle een aanlanding op het stationsplein. Het Combigebouw (eigendom NS Vastgoed) zal daarvoor moeten wijken. De aanlanding aan de zuidzijde vindt plaats op grond van NS Vastgoed. NS Vastgoed is voornemens dit perceel te (her)ontwikkelen als onderdeel van een grotere gebiedsontwikkeling van de Spoorzone.

Om de, nu nog onbekende, voorgenomen (her)ontwikkeling niet te frusteren is het deel tussen de aanlanding en de Hanzelaan en de reizigerstunnel buiten het plangebied van dit bestemmingsplan gelaten. Er is tussen partijen een afsprakenkader gesloten om de goede afwikkeling van fietsers, voetgangers en reizigers van en naar de passerelle te garanderen. Inpassing Tracébesluit De perronverbreding van spoor 15/16 krijgt een bestemming Verkeer-Railverkeer. De overige delen van de Oosterlaan welke buiten het tracebesluit vallen maar nu een openbaar vervoersbestemming hebben, krijgen met dit nieuwe bestemmingsplan een bestemming Verkeer. Binnen deze ruimere bestemming is, naast een functie ten behoeve van openbaar vervoer ook regulier verkeer mogelijk inclusief diverse voorzieningen.

26/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Afbeelding: plangebied Tracébesluit verbreding spoor 15/16

3.2

Archeologie

In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Aan de verschillende waarden worden consequenties verbonden. Er zijn 5 waarden: 0%, 10%, 50%, 90% en 100%. Voor gronden met een verwachtingswaarde van 50% en hoger wordt een dubbelbestemming opgenomen met consequenties bij grondverstorende werkzaamheden in het gebied. Het plan is gelegen in een gebied dat op de Archeologische Waarderingskaart Zwolle gekwalificeerd wordt met een verwachtingswaarde van 0%.

3.3

Cultuurhistorie

3.3.1

Huidige situatie

De cultuurhistorische waarden van de ruimtelijke structuur en de bebouwing in het plangebied zijn geïnventariseerd bij het maken van het bestemmingsplan Spoorzone (vastgesteld d.d. 13 mei 2013). In de cultuurhistorische analyse wordt het volgende gesteld over de directe omgeving van het plangebied: Historische ruimtelijke structuren Het spooremplacement met spoortracés in verschillende windrichtingen, het historische stationsgebouw, de relicten van de spoorwerkplaatsen en andere aan het spoor gerelateerde structuren, zoals de hoge spoorbrug en de bebouwingsstrook aan de Westerlaan. Een belangwekkend ensemble: in vele aspecten wordt hier het indrukwekkende verhaal van de Zwolse spoorweggeschiedenis levend gehouden. Wellicht zijn ook thans niet zichtbare relicten van de spoorwerkplaats en het emplacement in de bodem behouden gebleven.

27/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Door de grote omvang is het emplacement een zeer bepalend element in het stadslandschap. Karakteristiek is de wijze waarop het gebied met al zijn artefacten zich op verschillende manieren manifesteert in het gebied: soms schuilgaand achter dichte bebouwings- en groenstructuren, vaak duidelijk beleefbaar via vele doorzichten tussen de bebouwing. Op enkele locaties, zoals vanaf het NS-station, bij de werkplaatsen en vanaf de Hoge Spoorbrug is het emplacementsgebied in volle omvang beleefbaar. Bebouwing Hanzelaan: voormalige werkplaatsen Staatsspoorwegen. Het grote complex bestaat uit een aaneengesloten cluster van gebouwen uit allerlei bouwperioden. In het tegenwoordige complex resteren interessante onderdelen van de oorspronkelijke bebouwing uit de tweede helft van de 19de eeuw, zoals enkele bakstenen loodsen met zadeldaken en lichtstraten, bakstenen lisenen en getoogde en rondboogvensters; tevens zijn er onderdelen uit het begin van de 20ste eeuw. Ook in de jaren ’30-’50 zijn onderdelen vernieuwd of toegevoegd, zoals aan de zuidoostzijde, deels door de nieuwe gebruikers na sluiting van de werkplaatsen in 1938. Een aanzienlijk deel van het complex is in de afgelopen decennia ingrijpend vernieuwd, onder andere in 1997, toen door Stork-Wärtsilä een grote productiehal met golvend dak werd toegevoegd, naar ontwerp van Gert Grosveld van Bureau Haskoning. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Historisch ruimtelijke structuren De diversiteit in de cultuurhistorische en ruimtelijke aspecten is een kwaliteit van het plangebied als onderdeel van de spoorzone die behouden blijft. De historische hoofdstructuur blijft intact. Bebouwing In het plangebied zijn geen objecten aanwezig die van 'cultuurhistorische waarde' zijn.

3.4

Verkeer

3.4.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is het spoor een barrière in de bereikbaarheid tussen de binnenstad en Hanzeland. Ten oosten van het station bevindt zich de Van Karnebeektunnel en de oude boogbrug. Deze liggen op enkele honderden meters van het station en het Lübeckplein. De stationstunnel is de meest directe verbinding tussen Stationsplein en de zuidkant van het station, maar is sinds 2017 beperkt toegankelijk als gevolg van de aanwezigheid van poortjes. De eerstvolgende verbinding aan de westkant voor langzaam verkeer is gelegen aan de Veerallee op grote afstand van het station. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De passerelle voorziet in een behoefte om de gebieden aan noord- en zuidkant van het station beter met elkaar te verbinden. In het Ontwikkelingsperspectief is de stationscarré beschreven. Een carrévorm waarbij de passerelle in combinatie met de Van Karnebeektunnel zorgt voor een betere verbinding over de sporen. Het is niet gewenst om meer gemotoriseerd verkeer aan te trekken, maar voor langzaam verkeer is dit juist wel gewenst. De passerelle biedt een 'poortvrije' openbare verbinding voor voetgangers van noord naar zuid en omgekeerd. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om deze verbinding te realiseren.

28/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

Het huidige plangebied is grotendeels verhard. Dat geldt voor het deel aan de zuidkant van het station (deels bedrijventerrein en openbaar vervoerstation), de noordkant (stationsplein) en het gedeelte bij de Oosterlaan (perron i.c.m. voormalig busstation). Op het Stationsplein, binnen het plangebied, staat één bijzondere boom. Daarnaast bevindt zich geen bebouwing waar eventueel beschermde verblijfsplaatsen zijn gelegen. 3.5.2

Uitgangspunten bestemmingsplan

In het kader van het project Zwolle spoort is een quickscan flora en fauna gedaan. Het onderzoeksgebied betrof de hele spoorzone van Herfte tot aan het station. Het plangebied ligt in het onderzoeksgebied. Hier zijn geen beschermde soorten in het kader van de flora en faunawet gevonden. Het gebied is niet geschikt voor deze soorten. Extra maatregelen zijn daarom niet nodig. Voor het plangebied zijn de bomen gewaardeerd met name de drie bomen tussen de noordelijke aanlanding van de passerelle en de weg. Eén van deze bomen, degene het dichts bij het station, is als 'bijzonder' geklassificeerd in het kader van de Bomenverordening. Deze mag niet zondermeer gekapt worden. Het is de bedoeling dat de bijzondere boom en ook de andere twee bomen blijfven staan en dat het ontwerp van de brug hierop wordt aangepast.

3.6

Water

3.6.1

Waterstructuur

Waterstructuur Er is geen oppervlaktewater in de buurt van het plangebied. Riolering Het plangebied grenst aan de noordzijde aan gemeentelijk gemengd rioolstelsel en aan de zuidzijde aan een gescheiden rioolstelsel. Grenzend aan het plangebied liggen een gemengd rioolstelsel en een gescheiden stelsel van de gemeente Zwolle. In het plangebied is geen sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Hemelwater moet zo veel mogelijk binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Hierbij kan ook naar het grotere projectgebied van de Spoorzone gekeken worden. Binnen dit grotere gebied wordt daartoe minimaal éen statische berging gecreëerd voor de passerelle van 60 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld.

De grondwaterstand in het gebied wordt beïnvloed door de waterstand in de IJssel en kan dan

29/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

ook langdurig hoog zijn. Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat belangen van het waterschap worden geraakt en de normale procedure doorlopen moet worden. 3.6.2

Overstromingsrisico

Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten westen van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. De regionale waterkering rondom de Zwolse stadsgrachten kent een overschrijdingskans van 1 op 200 per jaar. Met behulp van de provinciale digitale Wateratlas wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,8 tot 2, meter (figuur 1). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt.

In figuur 2 is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de IJsselcentrale weergegeven. Dit is snel, namelijk 0 tot 6 uur.

30/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

figuur maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: Wateratlas Provincie Overijssel)

figuur tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. IJsselcentrale (bron: Provincie Overijssel) Maatregelen

31/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl.

3.7

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. 3.7.1

Geluid

Middels voorliggend plan wordt een passerelle (voetgangersloopbrug) gerealiseerd. Dit betreft geen (beperkt) gevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Daarnaast betreft de ontwikkeling geen inrichting met een geluidemissie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar het railverkeerslawaai afkomstig van treinen die de passerelle onderlangs passeren ten opzichte van de gebruikers van de loopbrug. Gezien de afstand van het spoor tot de passerelle en de lage geluidemissie van stilstaande, afremmende en optrekkende treinen wordt dit aspect als niet hinderlijk geacht. Daarnaast is de afstand van de passerelle naar het spoor groter aan de afstand van de wachtende passagiers op het perron tot het spoor. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering is voor de realisatie van het plan. 3.7.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

De ruimtelijke ordening en het milieubeleid hebben als doel om een goede kwaliteit van het leefmilieu te behouden en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door een beschouwing van de milieubelastende bedrijven ten opzichte van milieugevoelige functies zoals wonen. Tussen deze functies dient voldoende ruimte te zijn (richtafstand). Middels het voorliggend plan worden er geen milieubelastende bedrijven als milieugevoelige functies ontwikkeld. Het aspect bedrijvigheid vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan. 3.7.3

Luchtkwaliteit

NSL De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. De ontwikkeling valt niet onder de definitie 'gevoelige bestemming' op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen. Daarbij betreft het plan geen project dat bijdraagt aan de luchtverontreiniging omdat het geen verkeersaantrekkende werking heeft. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een beschouwing gedaan van de luchtkwaliteit ten behoeve van de gebruikers van de passerelle. De luchtkwaliteit ter plaatse is door middel van de monitoringstool die bij het NSL programma getoetst voor de jaren 2016, 2020 en 2030. De toetsing is gedaan op de meest nabij de ontwikkeling gelegen rekenpunten. Daaruit blijkt dat voor alle jaren de normen niet overschreden worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan. Stikstof De sloop van het combigebouw en de bouw van de passerelle zou kunnen leiden tot een verhoging van de

32/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

stikstofdepositie op omringende en voor stikstof gevoelige natuurgebieden. Middels een AERIUS-berekening dient de stikstofemissie en depositie op nabij gelegen gebieden te worden bepaald. Door Ecogroen is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd. De bevindingen zijn hieronder weergegeven. Er zit een onlosmakelijkheid tussen de sloop van het combigebouw en de bouw van de passerelle, waardoor we dit als 1 project zien. De sloop van het combigebouw is bepalend voor de stikstofemissies. De passerelle wordt namelijk grotendeels prefab gemaakt en in een weekend geplaatst. Voor de berekening zijn dan ook gegevens uit een referentieproject gebruikt die betrekking heeft op sloopwerkzaamheden. Het betreft de sloop van een zorgcomplex (inhoud 500m3), waarbij we het aantal draaiuren gecorrigeerd hebben, omdat het te slopen volume groter is (globaal 2.000m3).

Algemeen Het gehanteerde rekenjaar is 2021. Mobiele werktuigen Het berekenen van de stikstofemissies van de werkzaamheden is conform is de draaiuren-methode uitgevoerd (zie https://www.aerius.nl/nl/factsheets/emissieberekening-mobiele-werktuigen/). Het aantal vrachtwagens voor de afvoer van puin is een schatting en niet gebaseerd op een referentieproject. In AERIUS-Calculator zijn alle mobiele werktuigen in een vlakbron ter grootte van het projectgebied ingetekend. De mobiele werktuigen hebben een uitstoothoogte van 3 meter met een spreiding van 1,5 meter. Het type machine en de overige uitgangspunten staan weergegeven in onderstaande tabel. Conform intern beleid van de gemeente Zwolle is gerekend met Stage IV machines en Euro6 vrachtwagens.

De totale emissie van de sloopwerkzaamheden bedraagt 41,3 kg NOx en 0,21 kg NH3. Verkeersbewegingen Zijn niet meegenomen in de omdat het verkeer direct opgaat in het heersende verkeersbeeld op de Westerlaan. Conclusie Uit de berekening (dat als Bijlage 1 bij de toeliching is gevoegd) blijkt dat sprake geen is van een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op daarvoor gevoelige habitattypen of leefgebieden in Natura 2000-gebieden bij de realisatie van het project (de sloop van het gebouw). Zodoende is geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De grens dat er wil sprake van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden ligt bij ongeveer twee keer de emissievracht van dit project.

33/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

3.7.4

Externe veiligheid

Het plangebied betreft de ontwikkeling van een voetgangersloopbrug (passerelle). Ten aanzien van het groepsrisico vindt er geen toename plaats van het groepsrisico ten gevolge van het plan. Dit komt omdat deze ontwikkeling niet meegenomen wordt in een groepsrisico berekening. Gebruikers van openbare weg, aanwezige personen op een perron en gebruikers van openbare ruimten (zoals park, plein en parkeerplaatsen) worden namelijk niet meegenomen bij de bevolkingsinventarisatie, om het groepsrisico te berekenen (zie handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, paragraaf 16.1, november 2007). Het groepsrisico neemt hierdoor niet toe en is geen nadere berekening en verantwoording van het groepsrisico vereist. Het plan is op 26 april 2018 besproken met de Veiligheidsregio en zij gaven aan dat er geen aandachtspunten vanuit veiligheid zijn. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

34/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Spoorzone, passerelle zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Spoorzone, passerelle.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Begrippen; Wijze van meten.

Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. Deze dubbelbestemmingen komen niet voor in dit bestemmingsplan.. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de 35/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn.

Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Algemene regels. Daar is bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken.

Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 4. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 5. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 36/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

6. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 7. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen.

Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Anti-dubbeltelregel; Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie; Algemene afwijkingsregels; Algemene procedureregels; Overige regels. In het laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde: Overgangs- en slotregels

4.2

Inleidende regels

Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven. In het algemeen kan gesteld worden dat het doel van het bestemmingsplan, de realisatie van een passerelle, geregeld wordt binnen een drietal bestemmingen. Binnen die bestemmingen is een flexibele regeling opgenomen om de passerelle te regelen. Die flexibiliteit is terug te voeren op de hoogte en ligging (ruim bebouwingspercentage).

37/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Artikel 3 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de omgeving van de Westerlaan/Stationsplein en Oosterlaan. Het deel aan de Westerlaan brengt met zich mee dat (een deel) van het Combigebouw wordt "wegbestemd". Hier mag een brug met bijbehorende voorzieningen (denk aan liftpartijen) tot een hoogte van 15 meter worden gebouwd. Voor het deel aan de Oosterlaan is het Tracébesluit is van toepassing. Dit besluit regelt een uitbreiding van de sporen en een zogenaamde bouwlocatie. De bouwzone is uitsluitend bedoeld voor bouwwerkzaamheden ten behoeve van de aanpassing van de sporen. Het is nog onduidelijk hoe de zone exact wordt ingericht. Het naastgelegen busperron met haltes en parkeerhavens zijn niet meer in functie. Om die reden is de bestemming ruim gehouden om optimaal ruimte te bieden aan de herinrichting van het gebied. Artikel 4 Verkeer - Openbaar vervoer Deze bestemming is gegeven aan de gronden ten zuiden van het station. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor: rijbanen voor het openbaar vervoer; rijbanen voor hulpdiensten; voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden met een inrichting gericht op de afwikkeling van het doorgaande langzaam verkeer; een brug met aanbruggen ten behoeve van langzaam verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'brug'.

Artikel 5 Verkeer - Railverkeer Deze bestemming is gegeven aan de gronden waar de brug het spoor overspant en waar een deel van het Tracébesluit van toepassing is. De gronden zijn bestemd voor: spoorwegvoorzieningen; een brug met aanbruggen ten behoeve van het openbaar vervoer, hulpdiensten en het langzaam verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'brug'; In de bouwregels is zijn met name regels over de hoogte van de brug opgenomen.

4.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie Deze gebiedsaanduiding betreft de vastlegging van de bestaande geluidszone rond het industrieterrein 'Stork Wärtsilä Diesel / Nederlandse Spoorwegen N.V.' voor zover gelegen binnen het plangebied. Er worden geen wijzigingen in de zonegrens aangebracht. Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van

38/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van het algemene parkeerbeleid.

4.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6

Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

39/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna: een aangewezen bouwplan), in combinatie met een bestemmingsplan, is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst de kosten in de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn en, indien noodzakelijk, er afspraken zijn gemaakt over een tijdvak, fasering en locatie-eisen. Voor zover er in het onderhavige bestemmingsplan is voorzien in een aangewezen bouwplan is deze gesitueerd op percelen die in eigendom zijn bij de gemeente, NS Vastgoed en Railinfratrust. De kosten van realisatie van de passerelle (inclusief verwerving Combi-gebouw) kunnen worden gedekt uit de beschikbare budgetten voor de Spoorzone (Investeringsbesluit Spoorzone 22 januari 2018 en het nog te nemen besluit over de geactualiseerde budgetten op basis van het definitief ontwerp na de zomer 2021). Bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt, op grond van het vorenstaande, geen exploitatieplan vastgesteld. Er wordt voor de passerelle geen grondexploitatie geopend. Tenslotte kan de passerelle worden bezien als een bovenplanse cq. bovenwijkse voorziening.

In de toekomst zal een financiële bijdrage van ruimtelijke ontwikkelingen worden verlangd die profijt hebben van deze voorziening.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe het initiatief is gecommuniceerd met de buurt en wat de resultaten zijn van het vooroverleg met de vooroverlegpartners. Hiermee wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht. 5.2.1

Overleg met de buurt

Gedurende de afgelopen tijd zijn er regelmatig informatiebijeenkomsten geweest en worden nog gehouden over ontwikkelingen in de Spoorzone. Daarnaast is er een speciale website in het leven geroepen, worden er regelmatig zogenaamde spoorcafés georganiseerd en wordt er een nieuwsbrief verstuurd. Via verschillende kanalen worden betrokkenen op verschillende momenten geïnformeerd. 5.2.2

Uitkomsten overleg

Op 13 maart 2020 is het bestemmingsplan in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar 10 instanties verzonden met het verzoek om binnen vier weken schriftelijk te reageren. Na het einde van deze termijn hadden slechts enkele instanties gereageerd, wellicht door de uitbraak van het coronavirus. Om die reden is op 14 april 2020 de termijn verlengd tot en met 1 mei 2020. Het plan is toegezonden naar de volgende instanties: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Provincie Overijssel; Waterschap Drents Overijsselse Delta; Veiligheidsregio IJsselland; ProRail; NS Vastgoed; Vrienden van Assendorp; Ondernemersvereniging Hanzeland; Nieuwe Buitensociëteit Zwolle; Stichting Zwolle Groenstad; 40/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

10. Bewonersbelangen Deventerstraatweg. Onderstaand zijn de ontvangen reacties weergegeven en daar waar nodig voorzien van een reactie. Van de instanties genoemd onder 6 tot en met 10 is geen reactie ontvangen. 1. Provincie Overijssel Opmerking: Dit bestemmingsplan past in ons ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen ruimtelijke belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Wij adviseren de gemeente om een plan niet eerder in procedure te brengen, als er zicht is op vergunbaarheid vanuit de Wet natuurbescherming. Momenteel worden de gevolgen van de uitspraak voor de vergunningverlening in beeld gebracht. Communicatie daarover verloopt via de website van bij12 en de website www.overijssel.nl/pas. Hiermee is het ambtelijk vooroverleg met de provincie (uit het Bro) afgerond. Reactie gemeente: De provincie geeft hiermee een positieve reactie. Voor wat betreft de vergunbaarheid in het kader van de Wnb wordt vermeld dat er in dit geval, gezien de aard en omvang van het project, ten aanzien van gebiedsbescherming geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Zie hiervoor ook paragraaf 3.7.3. Ten aanzien van soortenbescherming blijkt uit paragraaf 3.5.2 dat er geen sprake is van een aantasting van beschermde soorten. Er is geen ontheffing op basis van de Wnb vereist. Het vooroverleg met de provincie is hiermee positief afgerond. 2.

Waterschap Drents Overijsselse Delta Opmerking: De uitkomsten van de toets worden heel kaal overgenomen in het bestemmingsplan. In de toelichting zou graag meer informatie terug willen worden gezien op welke wijze aan de adviezen richting wordt gegeven. Er wordt graag antwoord gezien op vragen als hoe wordt de waterberging van 60 mm per m2 gerealiseerd en of daar in het plan zelf ruimte voor is en worden daarvoor wadi's, kratten of andere technische oplossingen gerealiseerd. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat de Passerelle de groenste en meest duurzame loopbrug wordt. Vasthouden van en/of veilig afvoeren van hemelwater tijdens piekbuien van 60mm wordt meegenomen in het ontwerp, echter zijn er nu nog geen concrete oplossingen te noemen die worden toepast. Wadi's en kratten kunnen zeer waarschijnlijk, wegens ontwerpvoorschriften en raakvlakken met andere systemen (rail), niet op het brugdek worden geïnstalleerd. Wel zijn er in de omgeving van de loopbrug mogelijkheden om water te bergen (bij de trappen bijvoorbeeld). Hier wordt naar gekeken bij de verdere uitwerking van het ontwerp. 3. Veiligheidsregio IJsselland Opmerkingen: Geadviseerd wordt om de liften zodanig uit te voeren dat deze geschikt zijn voor het vervoer van een brancard. Ook is het aan te raden om de toegangen tot de passerelle bereikbaar te maken voor de hulpdiensten.

Verdere maatregelen zijn hier vanuit externe veiligheid niet mogelijk of noodzakelijk. Reactie gemeente:

41/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Deze aspecten wordt meegenomen in het ontwerp van de passerelle. 4. ProRail Het bestemmingsplan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. 5. NS Vastgoed Opmerkingen: a. NS heeft bezwaren tegen het wegbestemmen van het Combi-gebouw (eigendom NS). De gemeente zal aannemelijk moeten maken dat de passerelle daadwerkelijk binnen de duur van het bestemmingsplan gerealiseerd zal worden. Er zal in dat verband eerst overeenstemming met NS moeten worden bereikt over de voorwaarden waaronder de gemeente tot verwerving van het Combi-gebouw (NS blijft eigenaar van de ondergrond) kan worden overgegaan. Zolang die overeenstemming er niet is kan het Combi-gebouw niet worden wegbestemd en moet de huidige functie in het bestemmingsplan worden opgenomen. b. Onderdeel van het bereiken van overeenstemming over verwerving is een volledige schadeloosstelling van NS. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan (niet limitatief) de waarde van het gebouw, huurderving etc., reconstructie van het overblijvende deel van de toegang tot de fietsenstalling (uit te voeren naar de eisen van NS), qua vermogens- en inkomenspositie geen nadeel ondervinden en het herplaatsen/verhuizen/compenseren van huurders. Daarnaast dienen er opstalrechten conform NS voorwaarden te worden gevestigd voor het aanlanden van de passerelle aan noord en zuidzijde op NS grond.

Voor het vestigen van de opstalrechten zijn evenmin geen afspraken gemaakt. Denk hierbij onder meer aan kosten en vergoedingen. c. Verder staat op dit moment niet vast dat de passerelle kan worden aangemerkt als een bovenplanse c.q. bovenwijkse voorziening. Dit zal nog moeten worden bepaald aan de hand van hetgeen de Wro en de Bro hieromtrent bepalen. d. In paragraaf 3.1.2 staat dat een bijgebouw van het Combigebouw (eigendom bij ProRail) moet wijken. Dit is incorrect want NS Vastgoed is eigenaar van het pand en daarnaast zal het gehele Combigebouw moeten worden gesloopt om de passerelle mogelijk te maken. e. Aan de zuidzijde is een fors gebied bestemd als "Verkeer-Openbaar vervoer". Deze bestemming is beperkend voor de invulling van de gebiedsontwikkeling. De NS maakt samen met de gemeente een Nota van Uitgangspunten met betrekking tot de gebiedsontwikkeling waar het gebied met bestemming "Verkeer-Openbaar vervoer" onderdeel van uitmaakt. Er moet nog overeenstemming worden bereikt tussen NS en de gemeente over de inrichting en het gebruik van het gebied. Het bestemmingsplan moet zich daarom beperken tot de passerelle en de aanlandingen aan de zuidzijde en niet ook op de verdere inrichting van de zuidzijde. f. Er dient een nieuwe stations entree gerealiseerd te worden (naar perron 1 en de zogenaamde Kamperlijn). Dit gebied is bestemd als "Verkeer".

Over de inrichting en het gebruik van de stations entree met bijbehorende voorzieningen moeten NS en de gemeente nog overeenstemming bereiken. Het bestemmingsplan moet zich daarom – indien en voorzover overeenstemming wordt bereikt over de voorwaarden waaronder de gemeente tot verwerving van het Combi-gebouw kan overgaan - beperken tot de passerelle en de aanlandingen aan de noordzijde en niet ook op de verdere inrichting van de noordzijde. g. De Oosterlaan is bestemd als "Verkeer-Openbaar vervoer". Dit komt niet overeen met de inrichtingsplannen. Op de desbetreffende plek (naast de AH to Go) zijn voorzieningen voor de stationsexploitatie voorzien (denk aan laden-lossen, ondergrondse vuilcontainers, hellingbaan voor de logistieke karren, stationsentree met bijbehorende voorzieningen). In paragraaf 3.1.2 wordt gesproken over een fietsenstalling. Er is geen fietsenstalling voorzien op de desbetreffende strook. h. Een deel van de AH to Go (eigendom van NS) wordt "wegbestemd". NS heeft bezwaren tegen het wegbestemmen. Er zal eerst overeenstemming met NS moeten worden bereikt over het ontwerp en de

42/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

invulling van de stations entree. Zolang die overeenstemming er niet is kan de AH to Go niet worden wegbestemd en moet de huidige functie in het bestemmingsplan worden opgenomen. i. Op het verbrede perron 15/16 moeten commerciële voorzieningen mogelijk worden gemaakt. Hierbij moet ten minste worden gedacht aan kiosken en reclame uitingen. j. Op verschillende plekken staat dat de stationstunnel is afgesloten door middel van poortjes. Dit suggereert dat er geen toegankelijkheid meer is. Verzoek om "afgesloten" te vervangen door "beperkt toegankelijk als gevolg van de aanwezigheid van poortjes". k. De titel van het bestemmingsplan is "Bestemmingsplan Spoorzone, passerelle" en zou zich tot de passerelle moeten beperken hetgeen nu niet het geval is. Reactie gemeente: a. Het bestemmingsplan is hierop aangepast zodanig dat alleen het deel waar de passerelle komt onderdeel van het plangebied is. Hierdoor behoudt een deel van het Combi-gebouw zijn bestemming. Daarnaast is er inmiddels overeenstemming bereikt met NS. Om die reden kan de procedure van dit bestemmingsplan voort worden gezet. b. De opmerkingen die hier gemaakt worden gaan een bestemmingsplan te boven, ze zijn privaatrechtelijk van aard, daar waar een bestemmingsplan een publiekrechtelijk instrument is. c. Ook deze opmerking gaat dit bestemmingsplan te boven, ook dat wordt op een andere plek nader vorm gegeven. d.

Het bestemmingsplan is hierop aangepast. e. Het bestemmingsplan is hierop aangepast zodanig dat aan de zuidzijde het plangebied verkleint is tot de passerelle en de aanlandingen, zie hiervoor ook paragraaf 3.1.2. f. Voor een reactie wordt verwezen naar hetgeen onder punt a is gesteld. g. De grens van het Tracébesluit is exact overgenomen zonder de consequenties te realiseren. De grens zal met enkele meters worden verlegd zodat de AH to go buiten het plangebied komt te liggen. Een fietsenstalling is gewoon een voorbeeld, een mogelijkheid dat bestaat binnen de bestemming "Verkeer", maar is omdat er niet direct in is voorzien verwijderd uit paragraaf 3.1.2. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de Oosterlaan niet de bestemming 'Verkeer-Openbaar vervoer' heeft maar de bestemming 'Verkeer'. h. Zie punt g. i. In het bestemmingsplan "Spoorzone" heeft het station de aanduiding "openbaar vervoerstation". Binnen die aanduiding zijn onder andere commerciële voorzieningen mogelijk. Ten onrechte komt dat hier niet op de verbeelding en in de regels terug. Ter hoogte van de passerelle is dit wel op de verbeelding weergegeven maar niet in de regels. Er is hier sprake van een omissie. Het bestemmingsplan is hier op aangepast. j. Wij delen deze opvatting en het bestemmingsplan is hierop aangepast. k. De hoofdreden voor het opstellen van het bestemmingsplan is de aanleg van de passerelle.

Daarnaast is een deel van een Tracébesluit onderdeel van het bestemmingsplan. Het betreft hier niet meer dan een technische inpassing. We zien dan ook geen reden om het bestemmingsplan l. alleen tot de passerelle te beperken.

43/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

44/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

45/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Bijlage 1 AERIUS berekening

46/76

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZDq8RUjCNVe (19 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Zwolle

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Passerelle Zwolle

RZDq8RUjCNVe

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

19 april 2021, 13:39

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

41,30 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Aanlegfase

Resultaten

Situatie 1

RZDq8RUjCNVe (19 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

41,30 kg/j

RZDq8RUjCNVe (19 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Totaal

Situatie 1

Mobiele werktuigen 202695, 502274 41,30 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

3,0

1,5

0,0 NOx NH3

41,30 kg/j < 1 kg/j

RZDq8RUjCNVe (19 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RZDq8RUjCNVe (19 april 2021) pagina 5/5

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

52/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

REGELS

53/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Spoorzone, passerelle met identificatienummer NL.IMRO.0193.BP18010-0004 van de gemeente Zwolle; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft; 1.5

bebouwing:

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken; 1.6

bebouwingspercentage:

indien het percentage een bestemmingsvlak betreft: de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; indien het percentage een perceel betreft: een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een perceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak of het perceel, waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd; 1.7

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.8

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

54/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

1.10

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.11

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.12

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.14

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.16

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder zijn begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, een tuincentrum en een supermarkt; 1.17

gebiedsontsluitingsweg:

een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer primair is en welke dient voor de ontsluiting van een gebied; 1.18

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.19

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

55/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

1.20

geluidsbelasting:

de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, een spoorweg of een weg als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.21

geluidsgevoelige functies:

ruimten binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer worden gebruikt of voor een zodanig gebruik zijn bestemd, alsmede een keuken van een woning met een vloeroppervlakte van niet minder dan 11 m² en andere geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.22

geluidsgevoelige gebouwen:

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.23

hoofdgebouw:

een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.24

horeca:

de bedrijfssector gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het verstrekken van nachtverblijf, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, waaronder zijn begrepen een 'bed & breakfast', discotheek, feestzaal en partyboerderij, evenwel met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.25

openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen voor langzaam verkeer; 1.26

openbare nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval; 1.27

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde; 1.28 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

56/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

1.29

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

57/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de horizontale bouwdiepte van een gebouw:

de lengte van een gebouw, gemeten buitenwerks en loodrecht vanaf de naar de weg toegekeerde gevel; 2.7

de verticale bouwdiepte van een gebouw:

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.8

de afstand tot de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw:

van enig punt van een bouwwerk tot de naar de weg toegekeerde gevel van dat gebouw. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen blijven plinten, pilasters, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, overstekende dakgoten en daken tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing; 2.9

ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden:

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits: a. de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,30 meter bedraagt; b. een erker aan een naar de weg toegekeerde gevel van een woning niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel.

58/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

Hoofdstuk 2 Artikel 3

3.1

Bestemmingsregels

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

gebiedsontsluitingswegen; een bovengronds plein; een brug ten behoeve van het langzaam verkeer ter plaatse van de aanduiding 'brug'; voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. j. k.

parkeervoorzieningen en fietsparkeervoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; geluidwerende voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; groenvoorzieningen; water;

met de daarbij behorende: l.

bebouwing.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Andere gebouwen dan tunnels

Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 3.2.2

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.27 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' geldt dat de bouwhoogte in meters ten behoeve van een brug met bijbehorende voorzieningen niet meer dan de aangegeven bouwhoogte mag bedragen en dat het bebouwingspercentage per gebied niet meer dan het aangegeven percentage mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a en b, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld; b. een goede woonsituatie;

59/76

november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle

c. d. e. f. g. h. 3.4

de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 3.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=4b958203-d52c-46c9-958a-ce9d109ddc68