Vastgesteld bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Tekst van het document
Spoorzone, passerelle vastgesteld
nr. NL.IMRO.0193.BP18010-0004
Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever Opdrachtnemer ECR Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP18010-0004 Datum:
november 2021
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 6
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.5 Waterbeleid 2.6 Milieubeleid
7 7 7 7 8 11 17 18 18 20
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Ontwikkelingen 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Archeologie 3.3 Cultuurhistorie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Natuur 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.6 Water 3.6.1 Waterstructuur 3.6.2 Overstromingsrisico 3.7 Milieu 3.7.1 Geluid 3.7.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.7.3 Luchtkwaliteit 3.7.4 Externe veiligheid
23 23 23 26 27 27 27 28 28 28 28 29 29 29 29 29 30 32 32 32 32 34
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handboek
35 35 37 37 38 39 39
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid
40 40 2/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
5.2 5.2.1 5.2.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met de buurt Uitkomsten overleg
40 40 40
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
45
Bijlage 1
46
AERIUS berekening
REGELS
53
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
54 54 58
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Verkeer Verkeer - Openbaar vervoer Verkeer - Railverkeer
59 59 61 63
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
65 65 66 67 69 70
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
71 71 73
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
75
Bijlage 1
76
Lijst met horecacategorieën
3/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
4/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
TOELICHTING
5/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Zwolle werkt samen met verschillende partijen, waaronder ProRail en NS, aan de verdere verbetering van het station tot een goed werkend openbaar vervoersknooppunt, waar reizigers en bewoners zich plezierig voelen. Eén van de verbeterpunten is de realisatie van een nieuwe verbinding tussen de noorden zuidzijde van het station: de passerelle. Het vormt hiermee een aanvulling op de reizigerstunnel. De passerelle is een volwaardig en onmisbaar element om de noord- en zuidzijde van het stationsgebied via een openbaar toegankelijke (poortjesvrije) route met elkaar te verbinden en het gebied aan de zuidkant te openen voor de stad. De passerelle vormt daarmee een verbinding tussen de historische binnenstad en Hanzeland en verbindt dus twee verschillende stedelijke gebieden met elkaar. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische regeling voor een passerelle of voetgangersverbinding over het spoor. Daarnaast is op 4 december 2016 een Tracébesluit genomen voor een groot aantal maatregelen op het spoor tussen het station Zwolle en Herfte (spoorlijn richting Emmen / Meppel). Een verbreding van de perrons (spoor 15/16) aan de kant van de Oosterlaan is noodzakelijk om de reiziger meer comfort te bieden. Daarnaast worden extra sporen aangelegd en behelst het Tracébesluit verbetering van de kruising Zwolle-Meppel en Zwolle-Emmen nabij Herfte.
Een Tracébesluit dient binnen een jaar na vaststelling opgenomen te worden in een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voorziet in het inpassen van het eerste gedeelte (van station tot aan rangeerterrein Prorail) van het Tracébesluit.
1.2
Plangebied
Het plangebied omvat het tracé van de passerelle dat loopt van het Stationsplein aan de noordkant van het station, naar de zuidkant ter hoogte van het nieuwe busstation. Tevens is het plangebied van het Tracébesluit Zwolle-Herfte onderdeel van het plangebied voor wat betreft de verbreding van de perrons aan de Oosterlaan.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Spoorzone (NL.IMRO.0193.BP12005), vastgesteld door de raad op 13 mei 2013, onherroepelijk geworden op 4 juli 2013. Wijzigingsplan Spoorzone-noord, Stationsplein, 1e wijziging (NL.IMRO.0193.BP18012), vastgesteld door burgemeester en wethouders op 11 december 2018 Bestemmingsplan Spoorzone, busbrug (NL.IMRO.0193.BP14006), vastgesteld door de raad op 15 februari 2016 Tevens is voor het gebied van de bestemmingsplannen 'Spoorzone' en 'Spoorzone, busbrug' het paraplubestemmingsplan 'Zwolle, parapluplan parkeren' van kracht. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Zwolle op 3 juli 2017.
6/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk komen enkele, voor het bestemmingsplan relevante, onderdelen omtrent het beleidskader aan de orde zoals rijksbeleid inclusief de Ladder voor duurzame verstedelijking, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
2.2
Ruimtelijk beleid
2.2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Inleiding Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.
7/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI. De passerelle draagt bij aan de versterking en leefbaarder maken van de stad. Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Infrastructurele oplossingen vallen op grond van jurisprudentie niet onder het begrip stedelijke ontwikkeling. De ladder is derhalve niet van toepassing. 2.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van
8/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.
De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
9/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Uit voeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van visie en verordening Indien het initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening ontstaat globaal het volgende beeld. Generiek e beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt het volgende opgemerkt. Er is sprake van een infrastructurele ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. De provinciale keuzes hierin zijn vertaald naar de omgevingsverordening. In dat verband is het volgende onderdeel uit de verordening van belang: Titel 2.1 Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. Hier zijn algemene artikelen opgenomen die van toepassing zijn op elke ontwikkeling zoals het principe van concentratie, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. In de toelichting van dit bestemmingsplan komen deze aspecten uitvoerig aan bod. Ontwikkelingsperspectieven Op de kaart Ontwikkelingsperspectief wordt het plangebied aangeduid als 'stationsgebied' in een 'Stedelijke omgeving'. Goed ingerichte stationsgebieden zijn goed georganiseerde overstappunten en aanjagers van stedelijke dynamiek en aantrekkelijke binnensteden. Stationsomgevingen hebben vanuit sociaaleconomisch perspectief en qua ruimtelijke kwaliteit grote potentie.
Ze zijn niet alleen van lokale en regionale betekenis maar, zo stelt de Omgevingsvisie over Zwolle, ook van (inter-) nationale betekenis.
10/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Een vervoersknooppunt dient een snelle en veilige overstap te bieden met een hoog voorzieningenniveau. De ontwikkeling van de verbindingen tussen station en hoofdinfrastructuur (zogenaamde stadsassen) maakt integraal onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van stationsomgevingen. Uitvoering is lokaal, maar de betekenis is regionaal, en als overstap voor verdere reizen ook (inter-)nationaal. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'natuurlijke laag' en 'de laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven. Stedelijke laag De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart "de stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype “Woonwijken 1955 - nu: Deze woonwijken zijn grotendeels planmatig ontworpen en gerealiseerd waarbinnen oude cultuurlandschappen (waaronder boerderijen) zijn opgenomen in de wijken.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestuurd op het inpassen daarvan binnen de ruimtelijke structuur, karakter en ruimtelijke kwaliteiten. In paragraaf 3.1 Stedenbouw wordt uitvoerig omschreven hoe het plan aansluit op de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat dat de in dit plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag'. Laag van de beleving De locatie heeft op deze gebiedskenmerkenkaart geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve voor dit bestemmingsplan buiten beschouwing worden gelaten. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.2.3
Gemeentelijk beleid
2.2.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 De gemeenteraad van Zwolle heeft op 16 juni 2008 ingestemd met het Structuurplan Zwolle 2020. In het Structuurplan is vastgelegd dat de regionale centrumfunctie voor wonen, werken en voorzieningen op het gebied van onder andere onderwijs, cultuur, zorg en detailhandel de komende jaren versterkt dient te worden door deze functie onder te brengen in de zogeheten centrumstedelijke gebieden. De Spoorzone (inclusief Hanzeland) is zo'n gebied dat versterkt en uitgebouwd zal moeten worden. Tevens is in het Structuurplan opgenomen dat bestaande ruimtelijke structuren versterkt moeten worden. De Spoorzone is in het Structuurplan benoemd als belangrijk ontwikkelingsgebied met een multifunctioneel karakter. Het Structuurplan stelt ook dat bij de ontwikkeling van de Spoorzone een optimalisatie van de OV-knoop en een verbetering van de routes, pleinen en dragerstructuur noodzakelijk is. De ambitie is verwoord om in de Spoorzone te komen tot een aantrekkelijk en levendig stadsgebied. Het uitvoeringsprogramma Structuurplan 2020 is vastgesteld in 2009. Op de structuurplankaart staat het plangebied dan ook aangegeven als 'centrumstedelijk gebied' in de omgeving van het 'station' met 'structuurgroen' rond de 'spoorlijn'.
11/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
2.2.3.2 (Ontwerp) Omgevingsvisie Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Mijn Zwolle van morgen 2030” opgesteld. In november 2017 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie "Mijn Zwolle van morgen deel 1" vastgesteld. Deel 1 is een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving zijn samengebracht. In deel 2 zijn de opgaven en ambities nader uiteengezet en gebiedsgericht uitgewerkt. De status van het Structuurplan 2020 vervalt pas, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) is vastgesteld. Op 30 juni 2020 heeft het college de Ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld en vrij gegeven voor ter inzage legging. Naar verwachting zal de gemeenteraad in het derde kwartaal van 2021 de Omgevingsvisie vaststellen. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle, met name gericht op de bestaande stad. Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad.
De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand “fundament” om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
12/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Versterken stedelijkheid en economie: Het toevoegen van 10.000 woningen in 10 jaar tijd (tot 2030) en dat grotendeels in de bestaande stad is de opgave waar Zwolle voor staat. Dit vraagt om een schaalsprong (compacter, intensiever) en systeemsprongen op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat. We kiezen voor 40% suburbaan wonen, 30% groenstedelijk wonen en 30% centrumstedelijk wonen. De verdere verstedelijking vindt plaats aan de hand van ontwikkelgebieden: StadsKrans (tegen de oude binnenstad aan); StadsRuit (op afstand van de oude binnenstad, gekoppeld aan de belangrijkste OV- en autoverbindingen van de stad); StadsRand, Groene Gordel (koppeling met het Zwartewater); Stedelijke ontwikkelzones die onderling verbonden zijn via (langzaam verkeer)-routes, OV-knooppunten maar met elk een eigen identiteit, opgave, dynamiek, dichtheid en betekenis. Om de verstedelijking verder gestalte te geven kan hoogbouw een oplossing zijn. De maat en schaal van de hoogbouw is afgestemd op zijn omgeving. Aan de verdere verstedelijking liggen voorwaarden ten grondslag die te herleiden zijn naar een aantal mobiliteitsprincipes en een focus op (centrum)stedelijk wonen. De ambitie is om de (regionale) economie te versterken door: in te zetten op versterking van de stedelijke economie.
Specifieke aandacht is hierbij voor het cluster rond health, maar daarnaast ook ict/e-commerce en de creatieve industrie als drager van een aantrekkelijke stad. We stimuleren innovatie en nieuwe bedrijvigheid en kijken daarbij ook naar de koppeling met maatschappelijke thema's. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit doen we door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle. We noemen dat raamwerken, het geraamte van Zwolle. De ontwikkeling van Zwolle, met onder andere woningbouw, gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle.
13/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Het fysiek kapitaal van Zwolle bestaat uit cultuurhistorie, landschap en natuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. De waarden van het fysiek kapitaal moeten op een zorgvuldige wijze worden meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarom zijn er een aantal spelregels opgesteld. Binnen de raamwerken zijn verder de volgende thema's aangewezen: Klimaatadaptatie; De groen/blauwe structuur in de stad Zwolle; Een gezonde Zwolse leefomgeving (inclusief milieu); Mobiliteit: Zwolle bereikbaar en gastvrij; Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040; Verstedelijking en mobiliteit; Zwolle energieneutraal; Zwolle circulair; De ondergrond: fundament voor de ontwikkeling van Zwolle; Van openbare ruimte naar buitengeluk! Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. Het is een uitnodiging aan ondernemers, bewoners en andere partners om samen te werken aan een toekomstbestendig Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden.
Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden, met aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de openbare ruimte. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra en ontmoetingsplekken); Suburbaan gebied; (Kleine) kernen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen. Realisatiestrategie: In het realiseren van onze opgaven staan we niet alleen. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces om opgaven aan te pakken en bij initiatief. De omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. De gebiedsopgaven en de opgaven in onze raamwerken zijn daarbij leidend.
De initiatieven sluiten daarop aan en leveren een kwaliteitsbijdrage aan private én publieke ruimte. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van visie: De passerelle moet worden gezien als een schakel in de investeringsopgave van de Spoorzone. Dit behoort tot één van de kernopgaven van Zwolle. Dit in samenhang bezien met een andere strategische opgaven van de stad namelijk een vergroot binnenstad: de binnenstad en de spoorzone groeien langzaam naar elkaar toe. De passerelle is een belangrijke verbinding tussen beide werelden. De passerelle levert een bijdrage aan verschillende thema's binnen de raamwerken. Te denken valt aan mobiliteit, Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040 en van openbare ruimte naar buitengeluk.
14/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Het plangebied is onderdeel van het gebiedprofiel het Zwolse centrumgebied. Voor dat gebied wordt onder andere gegaan voor: Garanderen van optimale bereikbaarheid voor alle vervoersmiddelen (auto, openbaarvervoer, fiets en lopend); Aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit, waardoor beleving en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte gestimuleerd worden; Toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, een mix van functies en goede verbindingen (micro en macro niveau) zijn leidend in dit gebied. Het voorliggende initiatief voldoet aan het beschreven gebiedsprofiel. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de (ontwerp) Omgevingsvisie verwoorde beleid. 2.2.3.3 Ontwikkelingsperspectief Stationsgebied Zwolle Station Zwolle is het belangrijkste spoorwegknooppunt van Noordoost-Nederland met lijnen in acht richtingen. Het station is ook een belangrijk overstapstation. Samen met een busknooppunt is het station het centrum van het regionale openbaar vervoernetwerk. Gelegen tussen Hanzeland en binnenstad fungeert het station als een scharnierpunt in de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Zwolle.
Het Ontwikkelperspectief Stationsgebied Zwolle (vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2018) brengt als koersdocument samenhang aan tussen alle deelopgaven in het stationsgebied en maakt onderscheid tussen op korte termijn noodzakelijke ingrepen en langere termijnperspectieven. Het Ontwikkelperspectief is uiteindelijk gericht op het realiseren van de ambitie dat station Zwolle voor alle bezoekers en reizigers een uitstekend toegankelijke en duurzame OV-knoop in een groene omgeving is. Het station laat een samenhangende ruimtelijke kwaliteit zien en is de katalysator voor de gebiedsontwikkeling van een prominent stadsdeel. Via een tunnel kunnen voetgangers van de noordkant naar de zuidkant van het station komen. Dit kan ook, ook voor fietsers, via de Van Karnebeektunnel welke enkele honderden meters oostwaarts is gelegen. Met het aanbrengen van poortjes in de reizigerstunnel (2017) is een vrije doorgaande route verloren gegaan. De reizigerstunnel is nadrukkelijk een toegang tot het station en de sporen geworden. In het ontwikkelingsperspectief wordt beschreven op welke manier een nieuwe verbinding over het spoor kan bijdragen aan het verbinden van de binnenstad met Hanzeland. Een 'poortjesvrije' verbinding draagt bij aan de toegankelijkheid en bereikbaarheid van het stationsgebied. Deze verbinding voor voetgangers wordt passerelle genoemd.
2.2.3.4 Strategische Agenda Spoorzone Zwolle In 2018 is in de Strategische Agenda Spoorzone de ambitie geschetst voor de grotere gebiedsontwikkeling rondom het station. Hierin is de ambitie voor transformatie van de Spoorzone uiteengezet en is op hoofdlijnen aangegeven wat de transformatie betekent voor de toekomstige functies en economie van het gebied. 2.2.3.5 Ontwikkelkader Spoorzone In het Ontwikkelkader Zwolle (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 oktober 2020) zijn de inhoudelijke kaders vastgelegd waarbinnen de Spoorzone kan transformeren tot een stedelijk centrumgebied met nieuwe gemengde woon-werkmilieus. Dit zijn kaders op het gebied van stedelijkheid, mobiliteit, duurzaamheid (energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit) en programma (wonen, economie, onderwijs, cultuur en gezondheid). Er zijn een zestal leidende principes geformuleerd die voor nu en in de toekomst de lat bepalen voor ontwikkelingen die in dit gebied gaan plaatsvinden: 1. We maken volop ruimte voor interactie 2. We zorgen voor blijvende vernieuwing 3. We geven voorrang aan schone mobiliteit
15/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
4. We richten ons vizier op de toekomst 5. We gaan voor kwaliteit van leven 6. We bouwen samen aan de Spoorzone De belangrijkste opgaven, ambities en uitgangspunten die ruimtelijke betekenis hebben voor de Spoorzone zijn samengevat in een ruimtelijk raamwerk. Dit raamwerk vormt geen eindbeeld of plan, maar een kader voor de ontwikkeling van de Spoorzone. Binnen dit raamwerk kunnen plannen en initiatieven ontwikkeld worden. Dit raamwerk bestaat uit verschillende lagen die samen het nieuwe stedelijk gebied maken. Het raamwerk telt negen onderdelen: programma, economie, wonen, voorzieningen, ruimtelijke kwaliteit, mobilitei, energie, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit en circulariteit. Vervolgens bestaat de Spoorzone uit negen deelgebieden die elk een eigen karakter hebben. Dit ontwikkelkader is een startpunt. Het is een uitnodiging voor partijen om samen verder te gaan en de handschoen op te pakken in deelgebieden (gebiedscoalities) en op een aantal gebiedsbrede thema’s die vragen om uitwerking. 2.2.3.6 Kwaliteitsboek Spoorzone Het Kwaliteitsboek (vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 2015) is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de concrete uitwerkingen van projecten die op korte dan wel op wat langere termijn spelen in de Spoorzone. De aanleg van de passerelle is één van die projecten.
Het Kwaliteitsboek beschrijft de samenhang tussen de deelprojecten in relatie tot de omgeving. Met het Kwaliteitsboek ontstaat een ‘stip op de horizon’ voor alle belanghebbenden in het gebied: dit is de richting die we in gaan en dát is het ambitieniveau dat we voorstaan, zonder dat alles op de vierkante centimeter is vastgelegd. 2.2.3.7 Beeldkwaliteitsplan Passerelle In het beeldwaliteisplan Passerelle (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 maart 2021) wordt de basis gelegd voor een kwalitatief hoogstaand ontwerp voor een nieuw Zwols icoon. De vier ambities omschreven in het plan vormen het handvat voor de kwalitatieve beoordeling van het ontwerp. Elke ambitie kent weer een aantal concrete doelen per schaalniveau.
1. Passerelle als onderdeel van het Engelenpad Het Engelenpad is een route die de binnenstad, door de Spoorzone verbindt met de IJssel. De route verbindt bestemmingen en iconische plekken die het gebied bijzonder maken en maakt de weg vrij om nieuwe plekken te ontdekken in de stad. Elke plek heeft een uniek karakter binnen dit denkbeeldige pad. Hiermee vormt het Engelenpad straks de levensader van Spoorzone- Hanzeland. De passerelle is hierin een onmisbaar onderdeel van het Engelenpad en is de spil in de verbinding tussen stad en landschap. 2. Passerelle als een opgetilde straat De passerelle is ingericht als een opgetilde straat waarin verblijfskwaliteit minstens zo belangrijk is als de functionele verbinding van A naar B. Royale en comfortabele trappen nodigen de voetganger uit en zitgelegenheden en karakteristieke beplanting bepalen het beeld. De passerelle verbindt twee zijden van het 16/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
stationsgebied maar is daarmee meer dan een verbinding, de passerelle zal in zichzelf ook een benoembare plek zijn. 3. Passerelle verbindt stad en station Het stationscarré verbindt verschillende delen van het stationsgebied met elkaar en de aangrenzende stad. Elke hoekpunt van het carré vormt daarbij een samenhangende poort die verbinding maakt tussen stad en station. Voor de reiziger draagt de passerelle bij aan een comfortabele overstap, voor de bewoner en bezoeker vormt hij een aantrekkelijke passage en verblijf over het spoor. 4. Een duurzame passerelle welke beleefbaar is op alle niveaus en met alle zintuigen De passerelle is een herkenbaar 'Zwols' icoon aan het spoor en fungeert als nieuw beeldmerk en hotspot van Zwolle. De ontmoetingsplek die prikkelt en de plek is waar men een selfie neemt. Hij is zichtbaar vanaf de stad en andere plekken in het stationsgebied, maar biedt ook zelf nieuwe perspectieven op de spoorzone en de stad met de herkenbare Peperbus. De passerelle is zowel een efficiënte looproute als een verblijfsplek, die optimaal zicht biedt op het station, het emplacement en de wijdere omgeving. Een voldoende brede functionele ruimte om eenvoudig van A naar B te kunnen biedt comfort en efficiëntie. Groen, uitzicht en plekken van variabele grootte dragen bij aan de verblijfskwaliteit.
Tevens legt het beeldkwaliteitsplan de uitgangspunten en randvoorwaarden vast voor zowel tracé en aanlandingen als voor inrichting en constructie. Daar waar mogelijk of noodzakelijk zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden vertaald naar dit bestemmingsplan.
2.3
Archeologisch en cultuurhistorisch beleid
Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). In dit bestemmingsplan zijn de archeologische waarden van het plangebied geïnventariseerd en wordt een afweging gemaakt over bescherming ervan met een dubbelbestemming (paragraaf 3.2 Archeologie). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo).
Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. 17/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. In dit bestemmingsplan zijn de cultuurhistorische waarden van het plangebied geinventariseerd, in paragraaf 3.3 Cultuurhistorie wordt hier nader op ingegaan.
2.4
Verkeersbeleid
Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.
Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. In dit bestemmingsplan zijn de mobiliteitsaspecten onderbouwd in paragraaf 3.4 Verkeer. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.
2.5
Waterbeleid
Europees en nationaal beleid Duurzaam, schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn, heel in het kort, de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die samen zijn gegaan in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde komt. Oppervlaktewater moet voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).
18/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.
Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraag advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij “vasthouden, bergen, afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI.
Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid
19/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Provincie Overijssel heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in een Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 1 mei 2017 vastgesteld. De 'Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur' heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta.
Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassing aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2020. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. In dit bestemmingsplan zijn de wateraspecten onderbouwd in paragraaf 3.6 Water. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.
2.6
Milieubeleid
De gemeenteraad van Zwolle heeft in 2005 de milieuvisie "Milieu op scherp" vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enz.) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieu kwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied. Het beleid voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit, bedrijvigheid en externe veiligheid zijn relevant voor de Passerelle.
Dit beleid wordt in de volgende paragrafen kort beschreven. Geluid In de milieuvisie “Milieu op scherp” wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke
20/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde “Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle (juli 2007) en in de beleidsregel Hogere waarden Wet geluidhinder (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Het plan behoort tot het gebiedstype “gemengd gebied”. Voor dit gebiedstype zijn geluidambities vastgesteld. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat kan worden voldaan aan de grenswaarde dan geldt dus een eenvoudige administratieve toets. Bedrijvigheid en inwaartse zonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Daaronder verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies.
De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De gemeente Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen (voorzieningen en woningen). Luchtkwaliteit Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de situatie van de luchtkwaliteit in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: 1. voldoen aan wet- en regelgeving; 2. anticiperen op de toekomst; 3. knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen: beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad.
De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur 21/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
(spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Het beleidskader voor de stroomzone is, anders dan de overige gebieden, niet normatief (ten aanzien van het groepsrisico) maar is vooral gericht op een goede borging van de externe veiligheid belangen in het gebiedsontwikkelingsproces. Dit betekent dat er bij het ontwerpproces op voorhand geen maximaal groepsrisiconiveau voorgeschreven wordt maar dat er gezamenlijk gezocht wordt naar een verantwoorde ontwikkeling. Dit gebeurt door vanuit het beleidskader randvoorwaarden, uitgangspunten en handreikingen aan het ontwerp mee te geven ten aanzien van functies, inrichting en eventuele maatregelen. Op deze manier zal het groepsrisico zoveel mogelijk beperkt worden en kan het bestuur een verantwoord besluit nemen over het eventueel te accepteren restrisico. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.
22/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Stedenbouw
3.1.1
Ontwikkelingen
Voor het stationsgebied Zwolle zijn de ambities die de gemeente Zwolle, de provincie Overijssel, NS en ProRail hebben met dit gebied beschreven (zie paragraaf 2.2.3). Er is een koers uitgezet voor de komende jaren. Het is een kader waarbinnen de verschillende deelprojecten, waaronder de passerelle, verder worden uitgewerkt. Daarnaast geeft het inspiratie voor de invulling van de pleinen, straten, gebouwen en vrijkomende terreinen. Het reizen is de afgelopen twintig jaar sterk veranderd. Het loket maakte plaats voor de kaartjesautomaat, daarna kwam de OV-chipkaart met bijbehorende poortjes. Treinen rijden steeds sneller, en het aantal reizigers groeit, wat stationsgebieden tot aantrekkelijke vestigingslocaties voor bedrijven en winkels maakt. Ook is er steeds meer behoefte om er te wonen en te recreëren. Van overstapmachines veranderen stations steeds meer in verblijfsplekken. Station en stationsomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De belangrijkste ontwerpopgave is dan ook om station en stationsomgeving tot een samenhangend geheel te maken. Die samenhang wordt bewerkstelligd door de in het Ontwikkelperspectief (zie paragraaf 2.2.3.3) geintroduceerde `stationscarré´. Dit vierkant ordent en verbindt het stationsgebied en de omgeving. Van alle kanten kan het gebied door automobilisten, busreizigers, fietsers, en voetgangers worden betreden of verlaten.
Iedere zijde vormt een verbinding en vertegenwoordigt een functie met toegevoegde waarde voor het geheel. Aan de oostzijde geeft de stationstunnel samen met de entrees de toegang tot het trein- en busstation (OV-functie). Aan de westzijde zorgt de passerelle voor de poortjesvrije passage tussen binnenstad en Hanzeland. Het verbindt twee verschillende stedelijke gebieden van zeer uiteenlopend karakter met elkaar. De zuidzijde van het stationscarré is 'van het vervoer'. Het is de plek waar de stads- en streekbussen aankomen en vertrekken. Hier zijn de standplaatsen voor touringcars en taxi's, en de benodigde voorzieningen voor auto- en fietsparkeren. Maar het is tevens een plek voor een aantrekkelijk en groen verblijfsgebied mede als onderdeel van het Engelenpad. De noordzijde van het stationscarré koppelt het station aan de historische binnenstad. Het nieuwe stationsplein heeft nadrukkelijk ook een verblijfsfunctie. Deze ordening van het carré duidt de verdere inrichting van het stationsgebied en de aanpalende gebieden. Aan de noordzijde ontwikkelt zich stedelijkheid op basis van de sfeer die het nieuwe stationsplein meebrengt: 19e-eeuws met een lommerrijke kwaliteit.
Aan de zuidzijde kan zich - via de passerelle in verbinding met het oude stadscentrum - een heel ander soort stedelijkheid ontwikkelen: onrustig, dynamisch, cool, hoogstedelijk wonen, werken, leren; de creatieve industrie in nauwe relatie met het nieuwe onderwijs. Dit kan zich stapsgewijs ontwikkelen binnen heldere ontwikkelkaders. De zuidzijde is gefundeerd op de aanwezigheid van een moderne OV-knoop met grote diversiteit van vervoerswijzen: collectief bus en trein, individueel fiets en auto en met innovatieve deelsystemen. De Spoorzone groeit volgens het STOMP-principe. Dat wil zeggen dat voor het verkeer binnen het gebied gestuurd wordt op prioriteit voor langzaam verkeer. Op prioriteit van ruimte intensief naar ruimte extensief. Stappen - voetgangers Trappen - fietsers Openbaar Vervoer
23/76
november 2021 bestemmingsplan Spoorzone, passerelle
Mobiliteitsdiensten - zoals deelauto's en Mobility As A Service (MAAS) Private automobiliteit - de traditionele auto, gekoppeld aan het parkeerbeleid ' De passerelle wordt toegankelijk voor iedereen: van voetgangers, reizigers vanaf het busstation en fietsers tot aan liftgebruikers toe. In het ontwerp zal plek zijn voor meerdere liftten. De passerelle sluit heel mooi aan bij dit principe. Sterker nog, het draagt flink bij aan dit principe. De passerelle kan uitgroeien tot een nieuw Zwols icoon. De passerelle doorbreekt, samen met de reizigerstunnel, de barrière van het spoor en vormt een katalysator voor de gebiedsontwikkeling in Hanzeland.
Afbeelding: essentiekaart (verkaveling indicatief) In onderstaande figuren zijn artist impression opgenomen, bedoelt om een beeld te schetsen en is dus nog geen (definitief) ontwerp. Het definitieve ontwerp moet nog uitgewerkt worden.