Toelichting BP Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Tekst van het document
Via deze tunnel zijn de twee mobiliteitshubs direct bereikbaar van buiten de Spoorzone. Het laden en lossen van vrachtverkeer in Lurelui en De Werkplaatsen gaat niet via de Koggetunnel maar via de route over langs het stationsplein, via de Hanzelaan en het Hallenplein middels venstertijden. Als derde of vierde mobiliteitshub voor het plangebied en/of voor P&R en spoorgerelateerd parkeren worden mogelijk de parkeergarages Stationsplein aan de Westerlaan (eigendom van NS) of Pas de Deux aan de Hanzelaan ingezet. In het plangebied wordt gewerkt met lage autoparkeernormen. Het beperkte aantal parkeerplaatsen is onderdeel van het groene en gezonde gebiedskarakter en zal duidelijk gecommuniceerd worden naar potentiële kopers/huurders, zodat ook zij zich ervan bewust zijn wat voor mobiliteitsgedrag van hen wordt
44/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
verwacht. Bij de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen in het plangebied is rekening gehouden met dubbelgebruik. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is nader uitgewerkt de parkeernotitie (Bijlage 7). De verkeersafwikkeling en verkeersgeneratie van het plangebied wordt beschreven in paragraaf 4.2.
45/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Plangebied De beoogde ontwikkeling (werken, woningbouw en voorzieningen) valt onder 'D11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' uit de D-lijst van het Besluit MER. De activiteit blijft echter onder de drempelwaarden van kolom 2: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit betekent dat er een (informele) m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als hieruit blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn, kan een verdere m.e.r.-procedure achterwege blijven.
Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een informele m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze informele m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 31. Conclusie Uit de milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd voor dit bestemmingsplan blijkt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.1.1
Spooronderdoorgangen
Voor het project moet beoordeeld worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Aan de hand van vigerende wet- en regelgeving wordt in een notitie (Bijlage 32) beoordeeld of er voor de werkzaamheden sprake is van een (al dan niet vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht, m.e.r.-plicht of geen van beide. Er is geen vormvrije-m.e.r. beoordeling voorzien bij de wijziging van het bestemmingsplan van de onderdoorgangen. Redenen hiervoor zijn dat de activiteiten ontgronden en grondwater onttrekken niet m.e.r. beoordelingsplichtig zijn omdat er geen vergunning benodigd is. Daarnaast is er geen passende beoordeling voorzien. Hierdoor geldt er geen plan-m.e.r.pllicht.
4.2
Verkeer
Beleid Mobiliteitsbeleid Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks - en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december
46/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.
Ontwikkelkader Spoorzone In het Ontwikkelkader voor de Spoorzone (vastgesteld juni 2020) is aangeven dat de verstedelijking en verdichting van de Spoorzone vraagt om een andere balans tussen de verschillende verkeerssoorten en een ander gebruik van de openbare ruimte. Meer ruimte voor verblijf, ontmoeten en groen. De menselijke maat is leidend en dat betekent dat de verkeersoplossing volgend is. Het leidende principe hierin is STOMP: Stappen, Trappen, OV, Mobility as a service en Privé mobiliteit. Dit principe leidt tot een logische volgorde van verkeerssoorten in het stedelijk gebied. Door de mobiliteit in het gebied volgens dit principe in te richten is de keuze voor het OV, de fiets, de voet of de auto (en meestal een combinatie daarvan) een resultante van een specifieke mobiliteitsbehoefte (die van dag tot dag kan verschillen) en minder het gevolg van het denken vanuit één beschikbare modaliteit. Door de menging van functies in het gebied zijn de meeste voorzieningen op fiets- of loopafstand. Parkeren zal plaatsvinden in hubs en er wordt ingezet op deelmobiliteit. Mobiliteitsbeleid Spoorzone Om de ambities uit het ontwikkelkader te verwezenlijken geldt er specifiek mobiliteitsbeleid voor de Spoorzone (Mobiliteitsbeleid Spoorzone, mei 2024). Uitgangspunt voor dit beleid is conform het Ontwikkelkader het STOMP-principe.
Het STOMP-principe is niet alleen een ordeningsprincipe, maar ook een systeem van communicerende vaten. Bijvoorbeeld: als we meer ruimte willen maken voor voetgangers en fietsers, en actieve mobiliteit willen stimuleren, heeft dat gevolgen voor de plek van de auto in het gebied. En andersom: minder autoparkeerplaatsen in de Spoorzone, betekent dat een hoog niveau van loop- en fietsinfrastructuur en deelmobiliteit essentieel is. Maar bijvoorbeeld ook: als we het openbaar vervoer willen bevorderen, is het essentieel dat je te voet en fietsend goed bij het openbaar vervoer kan komen. We zetten daarom in op een totaalpakket aan mobiliteitsmaatregelen: stimulerings- en gedragsmaatregelen (bijv. rond flankerend beleid) en fysieke maatregelen (bijv. rond infrastructuur). Uitgangspunten van het beleid zijn daarom: Excellent voetgangersnetwerk met dagelijkse voorzieningen nabij Excellent fietsnetwerk verbonden met de omgeving en goede en voldoende fietsparkeergelegenheid Uitstekende nabije OV voorzieningen Ruimte voor deelmobiliteit Parkeren in hubs aan de randen van het gebied en een lagere autoparkeernorm Per 100 woningen zijn er 2,5 deelautoparkeerplaatsen aanwezig (dus 0,025 deelautoparkeerplaatsen per woning). Deze deelauto-parkeerplekken worden alleen gebruikt door deelauto's, niet door privé-auto's.
Gezien de ligging van de Spoorzone – direct rond het tweede grootste treinstation van Nederland – en de kwaliteit van lopen, fietsen en deelmobiliteit in het gebied, zijn de parkeernormen voor privé-auto's in de 47/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Spoorzone lager dan in andere delen van Zwolle. De parkeernormen voor bewoners zijn conform de CROW kengetallen (zoals die golden in april 2024) van zeer sterk stedelijke gebieden, onderkant bandbreedte (zie CROW Leidraad Autoparkeren publicatie 381. De parkeernorm is voor woningen op minder dan 800 meter lopen van het station tegelijkertijd een minimum en maximumnorm. Voor de bezoekersnorm van bewoners hanteren we 0,15. Ten tijde van vaststelling van het mobiliteitsbeleid Spoorzone was de CROW-norm hiervoor nog 0,3. Maar dit kengetal van 0,3 sloot niet aan bij onze ambities en de bereikbaarheid van de Spoorzone met andere modaliteiten en houdt geen rekening met de directe nabijheid van de OV-hub. We zien ook elders in het land een afname van de bezoekersnorm, zeker in Centrumgebieden, zoals de Spoorzone. In de Spoorzone gaan we daarom naar 0,15. De parkeernormen voor werk en voorzieningen (kantoren, supermarkten, dienstverlening, etc.) volgen de CROW kengetallen (zoals die golden op 14 november 2023) van zeer sterk stedelijke gebieden, onderkant bandbreedte. Plangebied Om de verkeersgeneratie door de beoogde ontwikkelingen in beeld te brengen is onderzoek uitgevoerd door Goudappel (zie 7). De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van de vervoerswijzekeuze van CBS voor bewoners, werknemers en bezoekers.
Hieruit blijkt dat in de huidige situatie 45/50 procent van de bewoners en werknemers in het gebied de auto kiezen. De totale verkeersgeneratie in de huidige situatie bedraagt 2.964. In de beoogde situatie wijzigt de vervoerwijzekeuze in verband met de verdichting van het gebied, de functiemenging, het stimuleren van lopen en fietsen door investeringen in loop- en fietsroutes, verbetering van alternatieven voor het eigen autobezit (inzet val deelauto's/deelfietsen). Circa 25-30 procent van de bewoners en werknemers zal in de beoogde situatie nog kiezen voor de particuliere auto. De maximale verkeersgeneratie bedraagt circa 5.822 motorvoertuigbewegingen per etmaal (inclusief elektrische deelauto's). Ten opzichte van de huidige situatie is er sprake van een toename van 2.858 voertuigbewegingen per etmaal. Intensiteiten en verkeersafwikkeling Om ervoor te zorgen dat gemotoriseerd verkeer zo min mogelijk het gebied in komt en de langzaamverkeerverbinding doorkruist, worden aan de randen van gebieden mobiliteitshubs gerealiseerd waar het gemotoriseerde verkeer opgevangen wordt. Drie van deze mobiliteitshubs komen tussen het spoor en de Koggelaan te liggen (Koggehub, Werkplaatsenhub en Zonehub).
Om deze hubs te ontsluiten is het, vanwege het voorkomen van doorsnijding van de langzaamverkeerverbinding Koggelaan, noodzakelijk om te voorzien in een verbinding vanaf de Nieuwe Veerallee die het spoor kruist. Deze verbinding wordt gemaakt door de bestaande Koggetunnel (bestemd voor fiets en voetganger) dusdanig aan te passen dat deze ook gemotoriseerd verkeer kan faciliteren. Deze nieuwe verbinding sluit aan op de Nieuwe Veerallee ter hoogte van het huidige kruispunt met de Prinses Julianastraat. Voor het goed functioneren van deze nieuwe verbinding door de Koggetunnel is het van belang dat het verkeer zich kan afwikkelen en aan kan sluiten op de bestaande infrastructuur. Dit is middels een verkeerssimulatie voor 2040 onderzocht met als uitgangspunten dat alle ontwikkelingen in de Spoorzone gerealiseerd zijn en dat aanpassingen in infrastructuur waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden gerealiseerd zijn. Hierbij zijn meerdere kruispuntvormen bekeken voor het aansluiten van de Koggetunnel op de Nieuwe Veerallee. Uit de verkeerssimulatie blijkt dat er meerdere kruispuntvormen zijn waarbij de afwikkeling geborgd wordt. Dat kan bijvoorbeeld een kruispunt zijn met verkeerslichten of een kruispunt met een afbuigende voorrangsweg met voorrang voor verkeer vanaf de IJsselallee naar de Koggetunnel. Andere oplossingen zijn ook denkbaar, maar daar is vervolgonderzoek voor nodig.
Conclusie is dat het verkeer door de Koggetunnel afgewikkeld kan worden en dat een aansluiting op de Nieuwe Veerallee mogelijk is. Dit kan door het toepassen van een kruispunt met verkeerslichten, of een kruispunt vorm met afbuigende voorrang. Er wordt een vervolgstudie uitgevoerd om de situatie op kruispunt-
48/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
en structuurniveau te optimaliseren, met als doel om de doorstroming en het comfort voor fietsers en voetgangers te vergroten conform het STOMP-principe. Verkeersveiligheid Met de toepassing van het STOMP-principe ontstaat er veel meer ruimte voor langzaam verkeer en wordt het autogebruik beperkt. Het plangebied wordt grotendeels autoluw. De wegen in en rond het plangebied zullen worden ingericht volgens de principes van Duurzaam Veilig. Parkeren Bij een autoluw gebied passen lage parkeernormen. Deze ambitie is reëel omdat we een nieuw centrumgebied maken en we ontwikkelen direct naast de grote OV-knoop van station Zwolle. In het Mobiliteitsbeleid Spoorzone zijn de normen vastgelegd. Het bestemmingsplan biedt de nodige flexibiliteit waar het gaat om de woningtypes, werken en voorzieningen. De exacte parkeerbehoefte kan daarom pas worden bepaald op het moment dat sprake is van een concreet uitgewerkt ontwerp. In het bestemmingsplan is geborgd dat bij de aanvraag van de benodigde vergunningen wordt voldaan aan de geldende parkeernormen. Door Goudappel Coffeng is op basis van een referentieprogramma inzicht gegeven in de parkeerbehoefte en de wijze waarop daarin kan worden voorzien. Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte in de hubs opgelost kan worden. Ook ten aanzien van de fietsparkeerbehoefte worden de benodigde faciliteiten voorzien in het plangebied.
In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat voldaan moet worden aan de geldende parkeernormen. Conclusie Het gebied kan op een goede manier worden ontsloten. Wel wordt een vervolgstudie uitgevoerd om de situatie op kruispunt- en structuurniveau te optimaliseren, met als doel om de doorstroming en het comfort voor fietsers en voetgangers te vergroten conform het STOMP-principe. Aan de parkeervraag kan worden voldaan. Wel is er een pakket aan maatregelen noodzakelijk om het mobiliteitsconcept te kunnen laten werken.
4.3
Geluid
Kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. Als een plangebied binnen de onderzoekszone van een weg, spoorweg of gezoneerd industrieterrein valt en er nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt, is geluidsonderzoek noodzakelijk. Voor woonfuncties bedraagt deze voorkeursgrenswaarde 48 dB (per weg). In bepaalde gevallen kan door Burgemeester en Wethouders ontheffing worden verleend tot een hogere geluidbelasting (een "hogere waarde"). Deze hogere geluidbelasting mag echter de in de Wet Geluidhinder gestelde maximale belastingen niet overschrijden. Voor binnenstedelijke situaties bedraagt de maximaal toelaatbare geluidbelasting in eerste aanleg 63 dB (per weg). Bepaalde wegen zijn niet zone-plichtig. Dit zijn wegen waarvoor een maximale snelheid van 30 km/uur geldt en wegen die binnen een woonerf liggen. Hierop is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Gemeentelijk geluidbeleid In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd.
49/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Voor het plangebied is bepaald dat er sprake is van twee verschillende gebiedstypen die als gevolg daarvan van elkaar afwijken qua normstelling. De doelstellingen en grenswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. De gebiedsindeling is in figuur 4.1 weergegeven. De meest relevante afwijkingen ten opzichte van de Wet geluidhinder betreffen: In het centrumgebied een doelstelling van 53 dB of lager voor wegverkeerslawaai. In stedelijk gebied een lagere grenswaarde voor railverkeer, 63 dB.
Figuur 4.1: Milieugebiedstypen binnen plangebied De beleidsregel Hogere waarden Wet geluidhinder geeft het kader voor het verlenen van ontheffingen indien niet voldaan kan worden aan de voorkeurswaarde. Er moet dan gekeken worden of er maatregelen mogelijk zijn om de geluidssituatie te verbeteren. Plangebied Voor de ontwikkelingen in het plangebied is geluidsonderzoek gedaan. Zie bijlagen Bijlage 16 en 17. In de figuur 4.2 zijn de bouwhoogtes aangegeven waarmee rekening gehouden wordt. De blauwe kleur is
50/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
gegeven aan woonbebouwing, oranje aan gebouwen waar een onderwijsfunctie in mogelijk is en groen voor niet geluidsgevoelige functies.
Figuur 4.2: Bouwhoogtes en functies ((blauw=woningen, oranje=onderwijsfunctie mogelijk, groen=niet geluidsgevoelig)
Railverkeerslawaai In onderstaande figuren is weergegeven waar wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde (55dB) en waar overschrijdingen te verwachten zijn. De resultaten zijn weergegeven op de bovenste bouwlaag. Detailresultaten per bouwlaag zijn opgenomen in tabelvorm in bijlage 1 van het geluidrapport. De geluidsbelasting is maximaal 68 dB aan de westzijde van het plangebied. De maximale ontheffingswaarde 68 dB wordt niet overschreden. De bebouwing is blauw gekleurd indien het woongebouwen betreffen, de roze gekleurde bebouwing mag ingericht worden als onderwijsgebouw.
51/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.3 Maatgevende geluidbelasting vanwege railverkeer (west). Onderwijsfunctie (roze) o.b.v. dagwaarde
Figuur 4.4 Maatgevende geluidbelasting vanwege railverkeer (oost). Onderwijsfunctie (roze) o.b.v. dagwaarde
52/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Het geluidsbeleid van de gemeente hanteert 63 dB als maximum, de hoogste geluidsbelasting is echter 68 dB, daarom is onderzocht of geluidschermen 5 dB reductie kunnen leveren. Omdat de bebouwing in het deelgebied Lurelui relatief hoog is zijn schermen niet snel effectief, de maximale inpasbare schermhoogte bedraagt 5 meter, vanwege stedenbouwkundige overwegingen, t.o.v. bovenkant spoor (BS). Daarmee worden de geluidsbelastingen verlaagd, maar er blijven een aantal punten de 63 dB overschrijden. De maximale waarden bedragen nog steeds 67 dB. Een nog hoger scherm zal stuiten op financiële en stedenbouwkundige bezwaren. De benodigde hoogte om maximaal 63 dB te realiseren bedraagt 9m. In figuur 4.5 is het resultaat gegeven van een 323 meter lang en 5 meter hoog scherm.
Figuur 4.5 Maatgevende geluidbelasting vanwege railverkeer met 5m scherm langs nieuwbouw Lurelui
Het verder verlagen van de geluidbelasting met maatregelen aan het spoor is in theorie mogelijk met raildempers. Echter hier bestaat een rekentechnisch probleem, de brondata van het geluidsregister wijkt sterk af van de werkelijke spoorconstructie. Indicatief is berekend dat de combinatie raildempers en vijf meter hoog scherm de geluidsbelastingen terug kan brengen tot ten hoogste 65 dB. Raildempers zijn technisch gezien mogelijk in dit deelgebied maar zijn niet correct te berekenen met de brondata uit het geluidregister. Uit een indicatieve berekening blijkt dat in het gunstigste geval maximaal 2.6 dB geluid te reduceren is, mits er geen wissels liggen en/of kabels langs de spoorstaaf. Nabij het station liggen veel wissels zodat daar geen efficiënte toepassing mogelijk is. Tevens zijn raildempers sterk kostenverhogend boven op een hoog scherm, naar verwachting is dit niet financieel haalbaar in relatie tot het te bereiken effect. Ter hoogte van het Lurelui gebied kan de nieuwbouw leiden tot een verhoging van de geluidsbelastingen door reflecties naar de bestaande bebouwing aan de overzijde. Dit kan in een enkel geval oplopen tot 1.5 dB, deze toename wordt deels gecompenseerd indien er een 5 meter hoog geluidsscherm wordt geplaatst.
53/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Emplacement (industrielawaai) Het spooremplacement dat zich uitstrekt van Station Zwolle tot aan de opstelsporen ten zuidwesten van de planlocatie veroorzaakt geluidsbelastingen die hoger zijn dan de voorkeurswaarde, 50 dB(A). Dit is uitsluitend geluid afkomstig van rijdende treinen op het emplacement. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 55 dB(A). De resultaten zoals weergegeven in de onderstaande figuren geven aan dat er op vele gebouwen sprake is van een overschrijding tot en met 63 dB waarvoor geen ontheffing mogelijk is. Het 5 meter hoge geluidsscherm zoals voorgesteld in de voorgaande paragraaf is hierbij al betrokken in de beoordeling. Een geluidscherm met een minimaal 10 meter hoogte is nodig om de geluidbelasting op de gevels terug te brengen naar 55 dB of lager. Het bouwvlak in het deelgebied Lurelui overschrijdt de grenswaarde van 55 dB(A) aan de spoorzijde, daarbij wordt ook op een aantal zijgevels de maximale grenswaarde van 55 dB(A) overschreden. Slechts op een of enkele bouwlagen is er géén sprake van overschrijdingen. Op de gevelvlakken zonder overschrijding van de maximale grenswaarde is de geluidsbelasting nog wel hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Ontheffingen zijn daarvoor mogelijk waarbij geluidsluwe gevels een vereiste zijn.
Omdat er geen ontheffing mogelijk is voor geluidsbelastingen boven 55 dB(A) zijn dove gevels vereist of een verkaveling die mogelijkheden biedt om geluidsluwe gevels te realiseren. Gebouwen met een schoolfunctie overschrijden nergens de 55 dB(A) omdat hier de dagperiode bepalend is. Met name het nachtelijk gebruik van de sporen veroorzaakt bij woningen de hoge geluidsbelastingen.
Figuur 4.6 Maatgevende geluidbelasting vanwege het emplacement (west) inclusief 5m scherm langs nieuwbouw Lurelui. Onderwijsfunctie (roze) o.b.v. dagwaarde
In het oostelijk deel van het plangebied worden ook overschrijdingen van de 55 dB gevonden (zie figuur 4.7) te weten op de opbouw op het Wärtsilä-gebouw en op drie rekenpunten op de woonblokken nabij het busstation. Hiervoor is geen maatregelenonderzoek uitgevoerd. Raildempers zijn hier beperkt toepasbaar vanwege het grote aantal wissels waarop ze niet op mogen worden toegepast. Dat beperkt het effect zodanig dat het (financieel en geluidstechnisch) niet doelmatig is. Tevens blijven er dan overschrijdingen bestaan van de 55 dB. Ook geluidsschermen zijn financieel en geluidstechnisch niet doelmatig vanwege de
54/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
hoogte van de woningbouw. Een 5 meter hoog scherm zou hier geen effect op hebben. Door de hoge voorliggende bebouwing moet een scherm langs het spoor ten minste 8 meter hoog zijn wil er enige reductie op de hoogbouw gerealiseerd worden. Detailresultaten per bouwlaag zijn opgenomen in tabelvorm in bijlage 1 van het Akoestisch onderzoek (zie Bijlage 16).
Figuur 4.7 Maatgevende geluidbelasting vanwege het emplacement (oost). Onderwijsfunctie (roze) o.b.v. dagwaarde Op een emplacement kunnen diverse geluidsbronnen aanleiding geven tot piekgeluiden. Dit zal voornamelijk het geval zijn rondom het emplacementdeel dat op ruime afstand van de onderzoekslocatie ligt. Om de relevantie van piekgeluiden in te schatten is gebruik gemaakt van het "Akoestisch onderzoek, emplacement Zwolle" van M+P met kenmerk "M+P.MOVA.15.01.2" d.d. 3 oktober 2016. In dit rapport is beschreven dat de piekgeluiden minder relevant zijn dan de gemiddelde geluidsniveaus. Er heeft daarom geen nadere toets van piekgeluiden op de planlocatie plaatsgevonden. Wegverkeerslawaai gezoneerde wegen Bij de presentatie van geluidsbelastingen voor wegverkeerslawaai is de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder toegepast (bij cumuatie is deze correctie niet van toepassing). De correctie bedraagt 5 dB voor wegen met een 50 km/u regime en 2 dB bij wegen met een 70 km/u regime of hoger (alleen op IJsselallee is de maximale snelheid 70km/u). Bij 30 km wegen hoeft de correctie volgens de Wet geluidhinder niet te worden toegepast, echter in de praktijk wordt dit wel gedaan in het kader van de toets of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit om de beoordeling op een vergelijkbare manier uit te voeren als het overige wegverkeer.
Geluid busbaan Het geluid van de bussen op de busbaan en op het busstation is berekend en veroorzaakt alleen overschrijdingen daar waar de busbaan vlak langs de bebouwing loopt. Deze rekenpunten zijn weergegeven in figuur 4.8. De overschrijding van de grenswaarde van 48 dB wordt alleen op rekenhoogten boven de 10 meter boven maaiveld berekend, dit komt door de hoogteligging van de busbaan en de hoge afschermende
55/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
rand. Dit betreffen de bebouwingsdelen die mogelijk een schoolfunctie krijgen. De geluidsbelasting in de dagperiode bedraagt daar maximaal 55 dB. De opbouw van woningen op het Wärtsilä gebouw is met minder dan 46 dB beperkt geluidsbelast door bussen. Indien deze gevel dichter naar deze busbaan toe gelegd gaat worden (zie hieronder bij zoekgebied opbouw Wärtsilä gebouw) kan er maximaal 1 dB overschrijding ontstaan.
Figuur 4.8 Maatgevende geluidbelasting vanwege de busbaan. Onderwijsfunctie (roze) o.b.v. dagwaarde.
Geluid overige gezoneerde wegen De gezoneerde relevante wegen rondom het plangebied zijn de IJsselallee, Nieuwe Veerallee en de Willemskade. Doorgaande wegen die van naam wijzigen zijn als één weg beoordeeld, dit gaat hier om de Nieuwe Veerallee die overgaat in de Willemskade. Uit geluidberekening volgt dat er alleen overschrijdingen van de voorkeurswaarde van 48 dB ontstaan ten gevolge van de IJsselallee, zowel de hoge verkeersintensiteit als de wegvaksnelheid 70 km/u draagt hieraan bij. De geluidsbelastingen op de enkele zuidwestelijk georiënteerde gevels in het deelgebied Lurelui bedraagt ten hoogste 52 dB. Aan de Hanzelaan wordt de hoogste woontoren van de geprojecteerde bebouwing (60) ook geluidbelast met 51 dB vanwege de IJsselalee. De nieuwe Veerallee en de Willemskade tezamen veroorzaken een geluidsbelasting van ten hoogste 46 dB.
56/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.9 Maatgevende geluidbelasting vanwege de (zuidelijk gelegen) IJsselallee incl. 2 dB correctie art.110g Wgh.
Wegverkeerslawaai 30 km/u-wegen De binnenplanse wegen worden getoetst in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente houdt hierbij dezelfde criteria aan als de Wet geluidhinder. De berekende geluidsbelastingen worden daarom, analoog aan de Wet geluidhinder gecorrigeerd op basis van artikel 110g met 5 dB alvorens beoordeeld ten opzichte van de voorkeurswaarde 48 dB. In figuur 4.10 zijn de resultaten weergegeven. De weg loopt vanaf de Koggetunnel om de zuidelijk gelegen parkeergarage alwaar de entree aan de zijde van de woningen is gepland. In dat eerste deel zijn de geluidsbelastingen tot 59 dB berekend, 11 dB hoger dan de voorkeursgrenswaarde en 1 dB hoger dan de 58 dB zoals toegestaan is volgens het gemeentelijk geluidbeleid. Deze geluidbelasting van 59 dB treedt alleen op, op de begane grond aan de zijde van de Koggelaan. Langs de Oostzeelaan treedt een maximale geluidbelasting van 57 dB op. Volgens het gemeentelijk geluidbeleid kan wegverkeerslawaai onder voorwaarden toelaatbaar geacht worden tot en met 58 dB. Door de ruimte op de begane grond achter de gevel bij rekenpunt A09 (zie bijlage 20) niet als geluidgevoelige ruimte in te richten kan aan het gemeentelijk geluidbeleid voldaan worden. Omdat het verkeer op de 30 km/uur wegen een lage snelheid hebben is het inzetten van geluidsarm asfalt om de geluidbelasting te verlagen niet effectief.
57/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.10 Maatgevende geluidbelasting vanwege 30km/u wegen incl. 5 dB correctie art.110g Wgh
Overige 30 km/u wegen rondom de planlocatie In de huidige situatie zijn de wegen rondom het plangebied zoals de Hanzelaan en de Westerlaan, Stationsplein en Oosterlaan gezoneerde wegen. In de toekomstige situatie worden deze ingericht als 30 km/u wegen. Deze zijn op gelijke wijze berekend en beoordeeld als gezoneerde wegen. Van deze wegen veroorzaakt alleen de Hanzelaan 2 dB hogere geluidsbelastingen dan 48 dB. Dit is toelaatbaar voor een centrum stedelijk gebied (zie figuur 4.11). Stille klinkers kunnen de geluidsbelasting niet verlagen omdat ze bij 30 km/u niet effectiever zijn dan het refentiewegdek waarmee gerekend is.
58/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.11 Maatgevende geluidbelasting vanwege 30km/u wegen incl. 5 dB correctie art.110g Wgh
Busstation (industrielawaai) De rijdende bussen zijn tezamen met de busbaan als wegverkeerslawaai beoordeeld en besproken in de vorige paragraaf. De piekgeluiden worden met name veroorzaakt door optrekkende (regionale) bussen die nog dieselmotoren kunnen hebben. Met dergelijke bussen kan op punt 05_1 en 05_2 een Lmax niveau van ten hoogste 50 dB(A) ontstaan. Als dit in de nachtperiode het geval is geldt een straffactor van 10 dB(A) omdat het achtergrondgeluidsniveau in de nacht veel lager is en dus sneller tot geluidhinder leidt. Zodoende is de maximale te toetsen waarde 60 dB(A). Ten opzichte van de gedefinieerde grenswaarde van 70 dB(A) is dit toelaatbaar.
59/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.12 Weergave rekenpunten nabij busstation en puntbronnen piekgeluid van bussen.
Zoekgebied opbouw Wärtsilä-gebouw In de vorige paragrafen is uitgegaan van een opbouw van het Wärtsilä-gebouw die niet dichterbij zou komen dan in de figuur 13 met een zwarte stippellijn aangegeven. Het zoekgebied is echter vergroot en 29 meter verder richting het spoor geschoven (zie onderstaande). De gevolgen voor het geluid zijn geschetst in deze paragraaf. De geluidsbelasting van het railverkeerslawaai op dit gebouw is in beginsel 59 á 60 dB zoals weergegeven in figuur 4.4, een overschrijding van 3 dB. Het 29 meter opschuiven van de gevel naar het spoor verhoogt de geluidsbelastingen tot 63 dB. Dit past nog in principe nog in het ontheffingsregime voor railverkeerslawaai. Het realiseren van een geluidsluwe zijde zal hierbij wel een creatieve bouwvorm vereisen omdat de zijgevels ook overschrijden. Een constructie met een open binnengebied is een oplossing die daar mogelijkheden toe geeft. Een geluidbelaste woning vanwege spoor of busbaan kan aan de achterzijde ook aan de binnenruimte grenzen en zodoende geluidsluw zijn.
60/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.13 Zoekgebied Wärtsilä gebouw
Figuur 4.14 Geluidbelasting railverkeerslawaai op hoogten: 21, 24, 27, 30, 33 en 36m (meest nabij spoor gelegen mogelijke gevelpositie)
Het industrielawaai van het emplacement leverde geluidsbelastingen oplopend tot 61 dB. De verschoven gevel verhoogt dit naar 64 dB (zie figuur 4.15). De maximale ontheffingswaarde is 55 dB voor industrielawaai. De maximale waarde wordt dusdanig overschreden dat maatregelen vereist zijn. Gezien de hoogte van de opbouw kan een geluidsscherm niet voldoende effectief zijn. Het toepassen van dove gevels of vliesgevels is hier vooralsnog de enige mogelijkheid.
61/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.15 Geluidbelasting emplacement op hoogten: 17, 23, 29, 35, 41 en 49m
Wegverkeerslawaai van de busbaan geeft een overschrijding van de 48 dB met maximaal 2 dB. De fly-over van de busbaan loopt verhoogd boven het spoor dicht langs de gevels van de nieuw te bouwen woningen. Verschuiven van de gevel richting het spoor zorgt voor dat de geluidsbelasting maximaal 50 dB kan bedragen.
62/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.16 Geluidbelasting busbaan op hoogten: 17, 23, 29, 35, 41 en 49m
Cumulatie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat op de geplande nieuwbouw de voorkeursgrenswaarde vanwege meerdere geluidsbronnen wordt overschreden. In de Wet geluidhinder is geregeld dat een hogere waarde alleen kan worden toegestaan als de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting (naar oordeel van bevoegd gezag). Het onderzoeken van cumulatie is van belang als de voorkeurswaarde vanwege meerdere geluidsbronnen wordt overschreden. Er gelden geen grenswaarden voor de gecumuleerde geluidsbelasting; wel moet er een afweging worden gemaakt. In de berekeningen zijn de volgende geluidsbronnen opgenomen. Het betreft; Railverkeerslawaai met een vijf meter hoog scherm. Wegverkeerslawaai (busbaan) Industrielawaai van emplacement met een vijf meter hoog scherm Wegverkeer IJsselallee De overige geluidsbronnen worden volgens hoofdstuk 2 van bijlage I van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 buiten beschouwing gelaten. Echter in dit onderzoek zijn de 30 km/u wegen ook betrokken omdat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel analoog aan de Wet geluidhinder is getoetst aan de grenswaarden. Het is dan logisch om dit geluid ook in de cumulatie te betrekken alhoewel er geen hogere waarde voor vastgesteld hoeven worden.
De resultaten per bron en per bouwlaag zijn weergegeven in bijlage 1, de hogere waarden inclusief de cumulatieve waarden zijn weergegeven in bijlage 2 van het akoestisch onderzoek. Conclusie Zoals in de voorgaande paragrafen is aangegeven zorgt het emplacementsgeluid voor de grootste uitdaging.
63/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Aanvullende maatregelen in de planuitwerking zijn een vereiste. Dit is met name het geval aan de stationszijde en de opbouw van het Wärtsilägebouw. Bij Lurelui aan de westkant van het plangebied kan in theorie nog onderzocht worden of hogere schermen en raildempers nog financieel en technisch mogelijk zijn. Voor een deel van de bebouwing zijn hogere waarden nodig. In bijlage 2 van het akoestisch onderzoek is een overzicht opgenomen.
4.4
Geluid - onderdoorgangen
Ten behoeve van de spooronderdoorgangen (Koggetunnel en Veeralletunnel) is eeh akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van de te wijzigen wegen. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 20. Uit de berekeningen kan worden geconcludeerd dat er voor de Nieuwe Veerallee sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Dit geldt voor in totaal dertien woningen als gevolg van aanpassingen aan de Nieuwe Veerallee. Uit een afweging van maatregelen blijkt dat bronmaatregelen (geluidsreducerend wegdek) overwegende bezwaren ontmoeten van technische aard, vanwege optrekkend en wringend verkeer. Overdrachtsmaatregelen (schermen) zijn dikwijls niet wenselijk in stedelijke omgeving, en ontmoeten zodoende bezwaren van landschappelijke aard. Voor 15 woningen dient een nieuwe hogere waarde te worden vastgesteld. Deze hogere waarden zijn opgenomen in de tabel 6.1. van het akoestisch onderzoek. Voor de woningen waar een hogere waarde moet worden aangevraagd zal nader onderzoek plaats moeten vinden naar het toegestane binnenniveau. Dit onderzoek dient voorafgaande aan de fysieke wegwijzigingen plaats te vinden. De daaruit volgende maatregelen aan de gevel (indien van toepassing) moeten voor de openstelling van de weg uitgevoerd zijn.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Methodiek In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In de onderstaande tabelzijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Milieucategorie
Richtafstanden in 'rustige woonwijk'
Richtafstanden in 'gemengd gebied'
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3
50-100 meter
30-50 meter
4
200-300 meter
100-200 meter
5
500-1.000 meter
300-700 meter
6
1.500 meter
1.000 meter
Tabel 4.1: Richtafstanden per milieucategorie
64/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing van de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen. Stappenplan "bestemmingsplannen voor woningbouw nabij bedrijven" In de VNG-publicatie is een stappenplan opgenomen voor het bepalen van de inpasbaarheid van de ontwikkeling van een woningbouwlocatie in de directe omgeving van bedrijvigheid. Het stappenplan ziet er -kort samengevat- als volgt uit: a. In eerste aanleg worden de richtafstanden in kaart gebracht op basis van de (maximaal toelaatbare) milieucategorieën volgens het vigerende bestemmingsplan. Indien sprake is van bestaande situaties die mogelijk tot grotere richtafstanden leiden dan deze benadering, dient tevens rekening gehouden te worden met de richtafstanden die horen bij de feitelijk gevestigde bedrijfsactiviteiten ter plaatse. Indien de aldus bepaalde milieuzone de woningbouwlocatie overlapt, is een nadere analyse noodzakelijk. b.
De ter plaatse feitelijk aanwezige bedrijvigheid kan afwijken van hetgeen maximaal planologisch toegestaan is; er kan bijvoorbeeld een bedrijf van een lagere milieucategorie gevestigd zijn of er zijn locatiespecifieke omstandigheden aan de orde waardoor toch sprake is van een inpasbare situatie. Indien sprake blijft van hindercirkels die over het plangebied lopen of anderszins de inpasbaarheid onzeker is, is nader onderzoek noodzakelijk. c. In het nader onderzoek wordt voor de relevante milieuaspecten de feitelijke milieubelasting bepaald, bijvoorbeeld op grond van een omgevingsvergunning milieu of melding Activiteitenbesluit. Hierbij dienen tevens concrete ontwikkelingsplannen bij het bedrijf betrokken te worden. Indien noodzakelijk, kunnen tevens mogelijke maatregelen beschouwd worden. Op basis van dit nader onderzoek kan beoordeeld worden of -uitgaande van de feitelijke bedrijfsvoering, inclusief uitbreidingsplannen en eventuele realistische maatregelen- sprake is van een inpasbare situatie. Plangebied In de notitie Bedrijven en milieuzonering (Bijlage 8) is aan de hand van de systematiek van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' voor de aspecten geluid, geur, gevaar en stof beoordeeld of sprake is van hindercirkels van omliggende bedrijvigheid die over de planlocatie liggen.
Op basis hiervan is beoordeeld of sprake is van een inpasbare situatie en/of vervolgonderzoek noodzakelijk is. Maximaal planologische mogelijkheden bedrijvigheid Op basis van de bestemmingsplannen Hanzeland (2013), Spoorzone (2013), Veerallee (2018), Kamperpoort (2013), Binnenstad en omgeving (2013) en Assendorp (2013) is de rondom het plangebied planologisch toegestane bedrijvigheid geïnventariseerd, zie figuur 4.17.
65/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.17 Weergave vigerende bestemmingen gronden in en om het plangebied
In figuur 4.18 zijn de richtafstanden (als zwarte lijnen) weergegeven voor de planologisch toegestane bedrijvigheid rondom het plangebied. Als uitgangspunt is aangehouden dat sprake is van het gebiedstype "gemengd gebied". De bedrijven zijn in blauwtinten weergegeven met daarbij aangeduid de milieucategorie op grond van het bestemmingsplan. De beoogde bouwvlakken binnen het plangebied zijn gestippeld weergegeven.
Figuur 4.18 Weergave richtafstanden voor de maatgevende bedrijvigheid rondom het plangebied - maximaal planologische situatie.
66/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
N.B. voor Dinoland, het attractiepark aan de zuidwestzijde van het plangebied, is geen directe milieucategorie beschikbaar in de VNG-publicatie. Aangehouden is dat de milieueffecten (met name geluid) vergelijkbaar zijn met een bedrijf van milieucategorie 3.1 (gelijk aan bijvoorbeeld veldsportcomplexen, één categorie zwaarder dan bijvoorbeeld scholen en kinderboerderijen). Overigens zijn de gronden van Dinoland die het dichtst bij beoogde woninglocaties gesitueerd zijn in gebruik als parkeerterrein. Hiervoor is de aangehouden milieucategorie ruim voldoende. Op basis van de maximaal planologische mogelijkheden is er sprake van enkele hindercirkels die over het plangebied en de daarin gelegen beoogde woningbouwlocaties liggen: het busstation direct ten noordoosten van het plangebied (milieucategorie 3.2); de nutsvoorziening aan de zuidoostzijde van het plangebied (milieucategorie 3.2); spoorwegemplacement aan de zuidwestzijde van het plangebied (milieucategorie 4.2). Het geluid vanwege de bovengenoemde activiteiten is middels aanvullend geluidonderzoek in beeld gebracht. Het busstation en het spoorwegemplacement zijn onderzocht in het geluidsonderzoek voor (spoor)weglawaai en industrielawaai. De resultaten hiervan staan in paragraaf 4.3. Op de nutsvoorziening (Ennatuurlijk) wordt hieronder nader ingegaan.
Nadere analyse feitelijke bedrijvigheid Naast de maximaal planologische mogelijkheden is aanvullend nader gekeken naar de feitelijk aanwezige bedrijvigheid in het plangebied, en of op basis hiervan de gehanteerde richtafstanden zoals weergegeven in figuur 4.19 nog nadere nuancering behoeven. Voor wat betreft 2 locaties is op basis van de nadere analyse enige nuancering aan de orde. Her gaat om het Zone college en de nutsvoorziening Ennatuurlijk. 1. Zonecollege Aan de zuidzijde van het plangebied is het Zone.college gevestigd (Koggelaan). Dit is een op "groene" opleidingen gerichte onderwijsvoorziening. Onderwijsvoorzieningen zijn ingeschaald als milieucategorie 2. Het Zone.college heeft onder andere ook een houtzagerij, waardoor milieucategorie 2 mogelijk plaatselijk een onderschatting geeft van de milieueffecten. Houtzagerijen (als zelfstandig industrieel bedrijf ) worden ingeschaald als milieucategorie 3.2. Daarom is aanvullend beoordeeld of indien de bijbehorende richtafstand van 50 meter wordt toegepast vanaf de noordzijde van het Zone.college (waar het hout zagen plaats kan vinden), sprake zou zijn van een hindercirkel die het plangebied overlapt (dit is een worst-case benadering, omdat de houtzagerij van de school in omvang en gebruiksintensiteit niet geheel vergelijkbaar is met een industriële houtzagerij).
Dit is echter niet het geval, de afstand tussen de buitenruimten aan de noordzijde van het Zone.college en het plangebied bedraagt ca. 75 meter. Ook indien een deel van het terrein van het Zone.college dus wat hoger ingeschaald wordt qua milieucategorie, is geen sprake van wederzijdse beperkingen tussen school en woningbouwplan
67/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.19 Weergave richtafstanden inclusief houtzagerij 2. Nutsvoorziening Ennatuurlijk De nutsvoorziening van Ennatuurlijk betreft een ketelhuis met warmtekrachtkoppeling (WKK). In het ketelhuis staan 3 ketels opgesteld, waarvan er maximaal 2 gelijktijdig in bedrijf zijn. De WKK is in een los gebouw/container naast het ketelhuis gesitueerd. Voor de bestaande situatie is een melding Activiteitenbesluit verricht. Er is onderzoek uitgevoerd naar het geluid van de nutsvoorziening van Ennatuurlijk aan de Hanzelaan in relatie tot de beoogde woningen in het plangebied Spoorzone Zwolle (zie Bijlage 9). Hierin is de geluidbelasting bij geprojecteerde woningen berekend vanwege de nutsvoorziening van Ennatuurlijk en beoordeeld op basis van de geluidgrenswaarden in hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan van de gemeente Zwolle, alsook in het kader van "goede ruimtelijke ordening". Deze geluidgrenswaarden in het omgevingsplan zijn gelijk aan de geluidgrenswaarden uit het voormalige Activiteitenbesluit. Voor de bestaande situatie is een melding Activiteitenbesluit verricht. Als uitgangspunt voor het onderzoek fungeert het geluidonderzoek uit 2009 (rapport NM78-2/beub/001 d.d. 15 oktober 2009 van Witteveen+Bos), dat onderdeel uitmaakt van de melding Beoogd wordt rondom de nutsvoorziening geluidgevoelige bestemmingen te realiseren. In figuur 4.20 is de beoogde situatie weergegeven.
68/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.20 Beoogde situatie Ennatuurlijk Vanwege de nutsvoorziening van Ennatuurlijk treden bij de beoogde nieuwe woningen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op tot 44 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode, derhalve 54 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt voldaan aan de door de gemeente gehanteerde basiswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde, maar niet aan de ambitiewaarde. In deze situatie dient wel een maatwerkvoorschrift opgesteld te worden om de berekende geluidbelasting in de nachtperiode -die hoger is dan de geluidgrenswaarden op grond van hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan- vast te leggen. Maatgevend voor de geluidbelasting in de nachtperiode is de uitlaat van de WKK. Onderzocht zal worden of aanvullende geluidreducerende voorzieningen getroffen kunnen worden aan deze uitlaat, teneinde de geluidbelasting in de omgeving te reduceren. Indien een geluidreductie van 6 dB(A) gerealiseerd kan worden op deze uitlaat, bedraagt de geluidbelasting bij de nieuwe woningen ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde en kan voldaan worden aan de geluidgrenswaarden uit hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan en de ambitiewaarde conform het gemeentelijk geluidbeleid. Functiemenging in het plangebied In het plangebied zelf worden naast woningbouw ook andere stedelijke functies voorzien, zoals bedrijven, onderwijs, horeca, detailhandel en dienstverlening.
De meeste thans bestaande activiteiten in het plangebied zullen de komende jaren niet voortgezet worden. Alleen "Perron038" blijft gevestigd in het plangebied. Uitgangspunt dient -zowel voor het genoemde Perron038 als nieuw te vestigen bedrijvigheid in het plangebied- te zijn dat de functies geschikt zijn om in een gebied met functiemenging aanwezig te zijn. De VNG-publicatie geeft hiertoe in bijlage 4 een overzicht van functies, ingedeeld naar categorie A, B en C, die in een gebied met functiemenging als inpasbaar beschouwd kunnen worden. Voor categorie B en C gelden wel randvoorwaarden inzake de bouwkundige scheiding met woningen en de ontsluiting op de hoofdinfrastructuur. Voorbeelden van functies die binnen de categorieën A, B en C vallen zijn: a. kantoren, detailhandel (exclusief supermarkten), hotels, restaurants, cafés; b. supermarkten, scholen, kinderopvang, sporthallen, fitnesscentra, diverse soorten ambachtelijke bedrijvigheid;
69/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
c. parkeergarages, brandweerkazernes, groothandels, bioscopen. Perron038 betreft creatieve bedrijvigheid (R&D, maakindustrie, onderwijs, kantoor). Ten behoeve van voorliggend onderzoek is Perron038 bezocht om de feitelijke activiteiten inzichtelijk te maken. Uit het bezoek en de analyse van de activiteiten volgt dat op Perron038 milieucategorie 2 / functiemengingscategorie B van toepassing is. Dit is passend in relatie tot de situering van de beoogde woningbouw in het plangebied op voldoende afstand tot het gebouw van Perron038. Zowel kantoren, onderwijs als ambachtelijke bedrijvigheid en bedrijvigheid in een lagere milieucategorie wordt binnen de functiemengingsindeling ingeschaald als A, B of C en zijn dus passend in een gebied met functiemenging. Voor zover bedrijvigheid aan de orde is die niet op de functiemengingslijst vermeld staat, is in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Indien aangetoond wordt dat de beoogde bedrijvigheid qua invloed op de omgeving geen grotere negatieve effecten heeft dan de activiteiten die op de functiemengingslijst vermeld staan, kan van deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid gebruik gemaakt worden.
Voor wat betreft het realiseren van woningbouw boven bedrijvigheid wordt opgemerkt dat, voor zover sprake is van functiemengingscategorie B of C, nadere aandacht benodigd is voor de geluidoverdracht door de bouwkundige constructie. Alleen indien in voldoende mate bouwkundige scheiding ("akoestische ontkoppeling") gerealiseerd wordt, is deze combinatie van functies passend. In de regels van dit bestemmingsplan zijn geluidvoorwaarden opgenomen waaraan de bedrijven moeten voldoen om te waarborgen dat er geen te hoge geluidbelasting ontstaat op de geluidgevoelige functies. In het plangebied worden ook evenementenlocaties gerealiseerd. De systematiek van Bedrijven en Milieuzonering biedt geen handvatten om deze op basis van richtafstanden te beoordelen. Inzake evenementen is derhalve gericht (geluid)onderzoek uitgevoerd. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.6. Ook worden er terrassen bij horeca gerealiseerd in het plangebied. Het effect van het stemgeluid is onderzocht. De resultaten zijn openomen in paragraaf 4.7. Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconstateerd dat de hindercirkels van enkele bedrijven over het plangebied gelegen zijn. Deze hindercirkels liggen echter in de meeste gevallen niet over de bouwvlakken in het plangebied die voor woningbouw bestemd worden.
Uitzondering hierop vormen het emplacement, de nutsvoorziening Ennatuurlijk en het busstation. Voor deze locaties geldt dat geluid het maatgevende milieuaspect is. De resultaten van het geluidsonderzoek voor het busstation en emplacement zijn beschreven in paragraaf 4.3. Woningen naast Ennatuurlijk zijn mogelijk als er een maatwerkvoorschrift op basis van het omgevingsplan genomen wordt tot 54 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de door de gemeente gehanteerde basiswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde. Met maatregelen aan de WKK is het mogelijk het geluid te reduceren tot de ambitiewaarde.
4.6
Geluid evenementen
Kader In het huidige evenementenbeleid van Zwolle ('beleidsregel evenementen in de openlucht 2021') zijn een aantal locaties in de (binnen)stad aangewezen als evenement locaties. Deze, veelal pleinen, kennen een maximum aantal evenementen van een bepaalde grootte dat per jaar mag worden georganiseerd in het gebied. De evenementenkalender wordt altijd het november het jaar ervoor vastgesteld. Er worden verschillende typen evenementen onderscheiden: Grootschalige evenementen:
70/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
- evenementen waarbij meer dan 5.000 bezoekers worden verwacht. - evenementen waarbij een maximale geluidsbelasting vanaf 71dB(a)/85dB(c) tot en met maximaal 85dB(a)/95dB(c) is toegestaan. Traditionele evenementen: evenementen die niet meetellen voor het maximaal aantal evenementen omdat ze jaarlijks plaatsvinden. Deze evenementen kunnen grootschalig zijn. (sinterklaas intocht, blauwvinger dagen etc.) Overige evenementen: - evenementen met minder dan 5.000 bezoekers. - evenementen met een maximale geluidsbelasting van 70dB(a)/84dB(c). - Culturele evenementen: evenementen (kunst, dans, toneel, film, culinaire activiteiten, thematisch, erfgoed of mengvormen) waarbij een maximale geluidsbelasting van 75 dB(A)/89dB(C) is toegestaan. De nadruk ligt bij dit evenement niet op muziek. Kleine evenementen: vallen onder artikel 2:25 van de APV. De Spoorzone is onderdeel van het vergrote centrumgebied. Het ligt dus voor de hand om voor de evenementen in de spoorzone aan te sluiten bij het type evenementen in de binnenstad. Aangezien de Spoorzone een duidelijk onderscheidend en aanvullend profiel heeft ten opzichte van de binnenstad, is de verwachting dat deze gebieden niet met elkaar gaan concurreren. Op dit moment is de gemeente Zwolle bezig het evenementenbeleid voor de binnenstad te herzien. Aanhaken bij het vernieuwde evenementenbeleid van de binnenstad ligt voor de hand.
Plangebied Binnen het plangebied van de spoorzone Zwolle zijn 6 evenementenlocaties voorzien, zie bijlage 18 voor een nadere toelichting: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Plein Rode hal Binnenhof Spoorpark perron 038 Hallenplein Wartsila Stadsstrandje Spoorpark bij fietstunnel
Bij de locaties 2 en 3 kan sprake zijn van elektrisch versterkte muziek. De overige locaties kunnen in relatie tot het gemeentelijke beleid als het gaat om evenementengeluid als niet relevant worden aangemerkt. Hier zijn kleine evenementen voorzien die vallen onder de APV.
Op navolgende figuur staan de locaties met elektrisch versterkte muziek.
71/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 4.21 Locaties met versterkte muziek
De geluidemissie die samenhangt met de evenementen hangt af van het aantal bezoekers, het gewenste muziekniveau, en de aard van de muziek. Navolgende tabel geeft voor de locaties de betreffende uitgangspunten. In de tabel is tevens weergegeven de geluidnormering bij woningen die op basis van het gemeentelijk beleid gehanteerd zou moeten worden.
Er is onderzoek gedaan naar het geluid van de evenementen in relatie tot de gepande geluidgevoelige functies (zie Bijlage 19). De geluidproductie van de toegepaste geluidinstallaties is bepaald op basis van de combinatie aantal bezoekers (en daarmee de grootte van de te bereiken publieksvlak en het gewenst muziekgeluidniveau rekening houdend met de aard van de evenementen. Hierbij is op basis van ervaringsgegevens van vergelijkbare typen buitenevenementen uitgegaan van een gewenst muziekniveau in het publieksvlak van 90 à 95 dB(A) voor locatie en 2, en 85 à 90 dB(A) voor locatie 3. Optredende geluidniveaus bij woningen zijn verder uiteraard afhankelijk van de exacte locatie en oriëntatie (speelrichting) van eventuele podia. Hiervoor zijn steeds per locatie meerdere varianten doorgerekend. Navolgende tabel geeft een overzicht van de rekenresultaten, beperkt tot de per locatie en podiumvariant 72/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
hoogst belaste woning(en) in dB(A) en dB(C).
Op basis van de rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat voor Binnenhof ruim wordt voldaan aan de voorgestelde normering, ook uitgaande van versterkte muziek passend bij Concerten, grotere voorstellingen en festivals (met podium). Voor Spoorpark Perron 038 geldt dat goeddeels aan de voorgestelde normering wordt voldaan. Versterkte muziek passend bij Braderieën, markten en cultuur/foodtruckfestivals zijn mogelijk. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de beoogde evenementen met versterkte muziek inpasbaar zijn op de beoogde locaties. Het geluid van deze evenementen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.7
Stemgeluid horecaterrassen
Kader Tot 1 januari 2024 waren geluidregels voor activiteiten opgenomen in het Activiteitenbesluit. Per 1 januari 2024 zijn de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden opgenomen in hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan van de gemeente Zwolle (artikel 22.63):
Tabel Grenswaarden omgevingsplan Deze geluidgrenswaarden zijn gelijk aan de geluidgrenswaarden uit het voormalige Activiteitenbesluit. In artikel 22.70 van het Omgevingsplan is echter een uitzondering opgenomen waardoor onder andere onverwarmde en onoverdekte terrassen zijn uitgesloten van toetsing aan de grenswaarden zoals opgenomen in artikel 22.63. De gemeente Zwolle heeft een eigen geluidbeleid geformuleerd voor industriegeluid, vastgelegd in de Nota Industriegeluid d.d. 11 juni 2007. Afhankelijk van het gebiedstype worden door de gemeente een ambitiewaarde en een basiswaarde gehanteerd. De ambitiewaarde is vergelijkbaar met de richtwaarden voor de woonomgeving uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. De basiswaarde geeft de bovengrens weer. In beginsel geldt de ambitiewaarde als grenswaarde voor het bedrijf. Wanneer uit onderzoek blijkt dat het bedrijf niet aan de ambitiewaarde kan voldoen, is overschrijding van deze waarde tot het niveau van de basiswaarde toegestaan. Hierbij dient aangetoond te worden dat maatregelen om aan de ambitiewaarde te kunnen voldoen, onvoldoende doeltreffend zijn. Voorts kan het na bestuurlijke afweging in sommige gevallen
73/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
toelaatbaar zijn om van deze waarden af te wijken. Voor locaties die conform het gemeentelijke beleid ingedeeld worden als gebiedstype 'Centrum stedelijk' geldt een ambitiewaarde voor de geluidbelasting (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau) van 50 dB(A) etmaalwaarde en een basiswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde. Voor de Spoorzone worden daarom worden bovenstaande grenswaarden als richtwaarden aangehouden, met een bandbreedte van 5 dB(A) naar boven, derhalve :
Tabel Bandbreedte geluidwaarden Plangebied Binnen het plangebied van de spoorzone Zwolle worden 8 terraslocaties (T1 t/m T8) mogelijk gemaakt. De terrassen zijn ondersteunend aan de horecabedrijven die zich hier kunnen vestigen. Het betreft horeca in categorie 1 t/m 3 (lichte horeca). Alleen nabij terraslocatie 3 is een horecagelegenheid van categorie 4 (café) toegestaan. In onderstaande figuur zijn de gebieden aangegeven waarbinnen de terrassen gesitueerd gaan worden in rood aangeduid. In de daarnaast weergegeven cirkels is het nummer van het terras en de oppervlakte aangeduid (in m2).
Figuur Locaties terrassen en oppervlakte
Er is onderzoek gedaan naar het stemgeluid van de terrassen in relatie tot de geplande geluidgevlige functies (zie Bijlage 17). Uitgangspunt in het onderzoek is in basis een “daghoreca / restaurantsituatie” waarbij -afhankelijk van de locatie- het terras tot 19.00 of 23.00 uur geopend is. Na 23.00 uur zijn er geen activiteiten op het terras. Uitzondering hierop vormen terraslocatie 2 en 3, nabij deze locatie wordt een horecazaak van categorie 4 (café) mogelijk gemaakt en is uitgegaan van openingstijden tot 01.00 uur. 74/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
In voorliggend onderzoek worden in aansluiting op het gemeentelijk beleid de volgende grenswaarden aangehouden:
De ambitiewaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt rondom de meeste terraslocaties niet behaald. De basiswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde wordt rondom de terraslocaties wel behaald, met uitzondering van de woningen direct tegenover terraslocatie 1. Door de openingstijden van het terras te beperken tot 22.00 uur (in plaats van 23.00 uur), kan wel aan de basiswaarde voldaan worden. Om het geluid vanwege de terrassen terug te brengen tot de ambitiewaarde van 50 dB(A) zijn zeer ingrijpende maatregelen noodzakelijk, zoals bijvoorbeeld de openingstijden of omvang van de terrassen zeer sterk terugbrengen (en ook veelal beperkt tot uitsluitend de dagperiode), het toepassen van hoge geluidschermen of grote overkappingen of zelfs het schrappen van terraslocaties danwel woningen. Deze maatregelen worden niet als wenselijk, realistisch en haalbaar gekwalificeerd, rekening houdend met de ambities voor het gebied op het gebied van stedenbouw en beoogde levendigheid. Vanwege terraslocatie 5 en 7 is sprake van hoge maximale geluidniveaus in de dagperiode (tot 78 dB(A)). Deze terrassen liggen direct onder woningen, waardoor er sprake is van een korte afstand tussen bron en ontvanger. Er is voor gekozen om deze terrassen uitsluitend voor daghoreca te benutten, waardoor de hoge maximale geluidniveaus beperkt blijven tot de dagperiode.