Toelichting BP Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Tekst van het document
24/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans.
In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI.
Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid
25/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid. 2.3.2.6 Economisch beleid Beroep- en bedrijf aan huis Beroep aan huis wordt toegestaan. Detailhandel De Herijking Kadernota detailhandel, onderdeel centrum (2017) is van toepassing. De algemene beleidsambities voor de detailhandelsstructuur in Zwolle zijn als volgt: Het uitgangpunt is een heldere en evenwichtige detailhandelsstructuur, waarbij elk winkelgebied een eigen functie binnen de hoofdstructuur heeft om de complementariteit tussen de verschillende winkelgebieden te borgen. De ambitie is om de markt voldoende ruimte te bieden voor vernieuwing, mits dit past binnen de kaders van de hoofdstructuur. Specifiek voor nieuwe supermarktontwikkelingen geldt dat deze zoveel mogelijk plaats dienen te vinden binnen de bestaande winkelcentra.
Ontwikkelingen daarbuiten worden in principe niet toegestaan, tenzij deze een aangetoonde meerwaarde leveren aan de detailhandelsstructuur en de consumentenverzorging. De ambitie is te komen tot compacte winkelgebieden. Dit betekent dat ontwikkelingen buiten de hoofdstructuur in principe niet zijn toegestaan, tenzij wordt aangetoond dat een dergelijk initiatief van meerwaarde is voor de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur (bijvoorbeeld doordat versnippering afneemt) en de leefbaarheid en dat er geen sprake is van onaanvaardbare effecten hierop (zoals leegstand). De ambitie is dat de leegstand in perspectiefrijke winkelgebieden zo veel mogelijk beperkt blijft, en dat daar waar er sprake is van winkelgebieden zonder perspectief, de leegstand aangepakt wordt, bijvoorbeeld door transformatie.
26/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
De ambitie is nieuwe stedelijke ontwikkelingen op een duurzame wijze in te passen in de bestaande (fysieke) ruimte. De ladder voor duurzame verstedelijking is hiervoor het belangrijkste uitgangspunt. Daarnaast zijn ook algemene beleidsambities per winkelgebiedstype opgesteld: Zwolle-centrum: De ambitie is om de meest aantrekkelijke binnenstad van Noordoost Nederland te worden om te winkelen en bovendien een dagje te kunnen verblijven. Nadrukkelijk moet de verbinding worden gezocht met de entreegebieden naar de historische binnenstad. Perifere winkelgebieden: De ambitie is de huidige woonboulevard c.q. Voosterpoort als dé aankoopplaats voor doelgerichte en laagfrequente aankopen binnen het thema ‘in en om het huis’ in Zwolle en de regio, maar wel complementair aan het centrum van Zwolle. Stadsdeel-, wijk- en buurtcentra: De ambitie is het behoud van de bestaande fijnmazige detailhandelsstructuur in de wijken en buurten. Het aanbod moet zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie van het winkelgebied. Nieuwe supermarktontwikkelingen moeten zoveel mogelijk plaats vinden binnen de bestaande winkelcentra. Ontwikkelingen daarbuiten worden in principe niet toegestaan, tenzij deze een aantoonbare meerwaarde opleveren voor de consumentenverzorging en de effecten op de detailhandelsstructuur en de leegstand per saldo niet onaanvaardbaar zijn.
Bezoekersknooppunten: De ambitie is om eventuele initiatieven ten aanzien van detailhandel op bezoekersknooppunten te faciliteren, mits deze kleinschalig van aard zijn en er geen onaanvaardbare concurrentie met het centrumaanbod plaatsvindt. Dit betekent dat moet worden aangetoond dat de detailhandel geen onaanvaardbare effecten heeft op de het centrum. Onderdeel van het centrumgebied van Zwolle zijn ook de entreegebieden; de entrees naar de binnenstad. De Spoorzone maakt hier ook onderdeel van uit. Uitgangsituatie voor de Spoorzone is dat het een groot gebied is waar in de (nabije) toekomst een centrumstedelijke gebiedsontwikkelingsopgave ligt. Momenteel is met name het gebied rondom het NS station deels bewinkeld. Het betreft hier winkels (en horeca) die aansluiten op de functie van een station (eten en drinken, lectuur, etc.). De Spoorzone wordt ontwikkeld tot gemengd woon- werk en verblijfsgebied. Er worden woningen en voorzieningen toegevoegd (kantoren, cultuur, onderwijs, etc.). De ontwikkeling van nieuwe detailhandel moet worden bezien in relatie tot de functie van het gebied en de toename van het draagvlak. Door het groeiend aantal inwoners in het gebied neemt het draagvlak voor voorzieningen toe. Daarnaast is voor het goed functioneren van het gebied ook behoefte aan wijkverzorgende voorzieningen in de vorm van verkooppunten voor dagelijkse artikelen.
Eventuele detailhandelsontwikkelingen moeten in verhouding staan tot de andere functies in het gebied. Een verdere uitbreiding van het winkelaanbod rond het station is mogelijk, mits het past binnen het profiel van stationsretail. De verbinding tussen het station en de binnenstad moet worden versterkt. Bezoekers moeten bij aankomst op het station al het gevoel hebben in het centrum van Zwolle te zijn. Een verdere uitbreiding van winkels in de Spoorzone moet worden bezien vanuit de ontwikkeling van de Spoorzone als geheel en aansluiten op het toekomstig draagvlak. Horeca De 'Horecavisie Zwolle 2019-2023' geeft aan dat de algemene ambitie van Zwolle is om haar stedelijkheid te versterken, nationaal en internationaal aantrekkelijker te worden en haar (economische) toppositie als regio zo te bestendigen. De twee belangrijkste uitgangspunten voor het horecabeleid in de komende jaren zijn: Kwaliteit en innovatie van de sector is noodzakelijk voor het versterken van de (inter)nationale positie van Zwolle. Horeca levert een bijdrage aan de ruimtelijke samenhang van het centrumgebied en de stad. De horecavisie en -beleid moeten ondernemers inspireren en stimuleren om te ondernemen. In de Spoorzone wordt ingezet op een mix van functies, zonder vooraf een blauwdruk neer te leggen. Horeca zorgt voor interactie en identiteit.
Horeca is het meest kansrijk op strategische plekken in de plint en op de pleinen. Op deze locaties wordt optimaal voor verbinding tussen gebieden gezorgd. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid.
27/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
2.3.2.7 Coffeeshopbeleid Het Zwolse coffeeshopbeleid gaat, onder andere, uit van de handhaving van maximaal 5 te gedogen coffeeshops in Zwolle. 2.3.2.8 Prostitutiebeleid Het Zwolse prostitutiebeleid gaat uit van een maximaal stelsel. Het maximum aantal seksinrichtingen is daarbij gesteld op 10 (inclusief escortbedrijven). Deze mogen zich alleen bevinden in het zogenaamde vestigingsgebied. Dit gebied bestaat uit het gebied binnen de stadsgrachten, enige uitvalswegen (Willemskade, Harm Smeengekade, Pannekoekendijk, Schuttevaerkade, Zamenhofsingel, Diezerkade, Thomas à Kempisstraat tot de hoek Vechtstraat, Groot Wezenland, Assendorperstraat tot Molenweg), alsmede het gebied buiten de bebouwde kom. 2.3.2.9 Milieubeleid 2.3.2.9.1
Algemeen beleid
Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. 2.3.2.9.2
Bedrijvigheid
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen.
28/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
2.3.2.9.3
Geluid
In de omgevingsvisie wordt beschreven dat rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle geluidzones zijn vastgelegd . Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. 2.3.2.9.4
Luchtkwaliteit
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 ìg/m³ voor zowel NO2 als PM10 en 25 ìg/m³ voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (NIBM) op de luchtkwaliteit zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 ìg/m³ (grenswaarde ligt in 2020 op 1.506 auto's dan wel 159 vrachtwagens per weekdagetmaal). PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. 2.3.2.9.5
Externe veiligheid
Beleid externe veiligheid Het algemene beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats (buiten de inrichting of langs een transportroute), uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats (langs een inrichting, een transportroute of een buisleiding) zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval (binnen de inrichting of op de transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van aanwezigheid in het invloedsgebied (van een inrichting of van een
29/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
transportroute) en een ongewoon voorval (binnen die inrichting, of langs die transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zwolle De gemeente Zwolle heeft een beleidsvisie externe veiligheid en heeft dit beleid ruimtelijk vertaald naar het gebiedsgerichte kader externe veiligheid (2009). In dit gebiedsgerichte kader is per gebiedstype beschreven welke risicoruimte beschikbaar is. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'stroomzone'. Voor dit gebiedstype geldt een stand still beleid waarbij een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen niet is toegestaan. Binnen dit gebiedstype geldt dat er geen plek is voor nieuwe risicovolle activiteiten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine risicovolle activiteiten waarvan de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens blijft en die geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico hebben. In paragraaf wordt nader in gegaan op het aspect externe veiligheid. 2.3.2.9.6
Bodem
Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is.
Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Duurzaamheid Duurzaamheidsvisie en energietransitie De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. De gemeenteraad heeft op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd. Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn. Dat betekent voor de tussenliggende periode dat de hoeveelheid CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 gereduceerd wordt met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde.
30/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming. Visie op de ondergrond Zwolle wil de evenwichtige groei en duurzame ontwikkeling van de stad voortzetten en goed regelen. Als eerste gemeente in Nederland voegt Zwolle een extra dimensie toe bij het nadenken over een optimale inrichting en gebruik van haar ruimte: de ondergrondse dimensie. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2007 de visie op de ondergrond vastgesteld en besloten de basisprincipes uit deze visie toe te passen in projecten. Belangrijke uitgangspunten zijn het structureel en georganiseerd toepassen van warmtekoudeopslag (WKO), het koppelen van WKO's met grondwatersanering en het werken met ondergrondse bestemmingen en functies. Aanpak volgens de visie versterkt een duurzame ontwikkeling, zorgt voor energiebesparing en CO2 reductie, leidt door de koppeling van functies tot kostenvoordeel en kan hierdoor de stedelijke ontwikkeling een enorme impuls geven. Duurzaam bouwen In januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond.-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden.
Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn). 2.3.2.9.7
Conclusie milieubeleid
Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 4).
31/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Historie plangebied
De stad Zwolle is in de middeleeuwen ontstaan. Zwolle is altijd een belangrijke handelsstad geweest en kreeg in de Franse tijd ook de status van hoofdstad van Overijssel. De komst van de trein bracht grote veranderingen met zich mee, waaronder een snelle bevolkingsgroei. Tussen 1864 en 1903 werden naar alle zijden spoorlijnen aangelegd. Door de gunstige ligging met treinverbindingen naar alle richtingen werd Station Zwolle al snel een van de belangrijkste spoorwegknooppunten van Nederland. Mede daarom werd naast het station in 1870 door de Staatsspoorwegen een Centrale Werkplaats ingericht. Hier vond al het onderhoud van locomotieven en rijtuigen plaats voor het noordelijke deel van Nederland. De Centrale Werkplaats, in de volksmond Constructiewinkel genoemd, was in het begin van de vorige eeuw de belangrijkste industriële vestiging en de grootste werkgever van de regio Zwolle. Rond 1900 werkten hier 600 mensen, rond 1920 zelfs 1100. In 1919 werden de diverse spoorwegmaatschappijen samengevoegd tot de Nederlandse Spoorwegen. In 1939 werd de Centrale Werkplaats voor het noordernet in Zwolle gesloten omdat de werkzaamheden geconcentreerd werden in de Centrale Werkplaats voor het zuidernet in Tilburg. Na de oorlog ontstond met de overgang naar diesel en elektrisch materieel een ander onderhoudsregime.
In 1954 werd door NS op de oude locatie in Zwolle een Lijnwerkplaats geopend voor het onderhoud aan treinstellen en locomotieven. Dit gebeurde op een klein deel van de oorspronkelijke werkplaats. In de loop der jaren werd de werkplaats uitgebreid en verbouwd. Begin jaren '90 werkten er 250 mensen. Na de privatisering van NS liep het werk van het onderhoudsbedrijf terug, waarna de activiteiten in Zwolle vanaf 2004 werden afgebouwd. Modern spoorwegmaterieel heeft minder onderhoud nodig. In 2010 zijn de laatste werkzaamheden van NS hier beëindigd. Intussen was wel een andere grote speler actief geworden die medebepalend is geweest voor de huidige configuratie van de hallen. Vanaf 1947 huurde Stork Werkspoor Diesel een deel van de werkplaats voor de productie van dieselmotoren. De activiteiten groeiden gestaag. Na een overname door Wärtsilä werd in de jaren '90 de productie opgevoerd, en is het middendeel van de historische hallen vervangen door een opvallend nieuwe hal met een golvend dak. In 2001 is de productie van dieselmotoren op deze locatie beëindigd, waarna de locatie in gebruik is genomen als onderdelenmagazijn van Wärtsila QuantiParts.
3.2
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit gefragmenteerde delen die los van elkaar functioneren en elk een eigen sfeer en gebruik hebben. Het omvat de zuidelijke stationsentree, het afgesloten bedrijventerrein met de hallen en de grotendeels onbebouwde zone tussen de sporen en het Koggepad. Het plangebied is grotendeels in eigendom van NS. Uitzondering hierop vormt het driehoekige kantoorgebouw aan de Hanzelaan 93 en enkele percelen die in eigendom zijn van de gemeente.
32/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 3.1.: Deelgebieden bestaande situatie
De drie deelgebieden in het plangebied zijn weergegeven op figuur 3.1 en worden hieronder nader toegelicht. Deelgebied 1 Deelgebied 1 bestaat uit de zuidelijke stationsentree en het oostelijke deel van de werkplaatsen. De zuidelijke stationsentree is in de huidige situatie onbebouwd en bestaat uit een driehoekvormig perceel tussen de sporen en het nieuwe busstation, de Hanzelaan en de rode hal. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door de kantoren en parkeergarages van Hanzehoven. Het terrein is tijdelijk ingericht als P+R terrein en fietsenstalling. De ingang van het station bestaat uit een opening met tijdelijke overkapping naar de tunnelpassage. Binnen dit deelgebied ligt ook het meest oostelijke deel van de werkplaatsen, waar onder meer Perron038 gevestigd is. Dit deel maakt op dit moment nog deel uit van het afgesloten bedrijventerrein. In het gebied is de Passerelle van wezenlijk belang voor de Spoorzone. Deze nieuwe voetgangersverbinding over het spoor maakt onderdeel uit van het Engelenpad. De Passerelle landt aan de zuidzijde in Deelgebied 1 en aan de noordzijde naast de bestaande parkeergarage Stationsplein aan de Westerlaan. Deelgebied 2 Deelgebied 2 is in de huidige situatie het westelijke deel van het afgesloten bedrijventerrein. Het grote complex bestaat uit een cluster van industriële hallen en bedrijfsgebouwen uit verschillende bouwperioden.
Het terrein is al 150 jaar in gebruik als industriegebied. Oude bakstenen hallen, moderne hallen en kantoorgebouwen staan naast elkaar. In het tegenwoordige complex resteren interessante onderdelen van de oorspronkelijke bebouwing uit de tweede helft van de 19de eeuw en begin van de 20ste eeuw, zoals enkele bakstenen loodsen met zadeldaken, lichtstraten en rondboogvensters. Ook in de jaren '30-'50 zijn onderdelen vernieuwd of toegevoegd, zoals aan de zuidoostzijde. Een aanzienlijk deel van het complex is in
33/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
de afgelopen decennia ingrijpend vernieuwd. Grotendeels zijn de hallen en gebouwen in gebruik, een deel staat leeg. De verouderingstaat is wisselend, maar de panden zijn wel goed onderhouden. Aan de oostzijde worden de Werkplaatsen geflankeerd door de opvallende rode hal. Aansluitend bevindt zich een bakstenen hal die verhuurd wordt aan Perron038, een open innovatiecentrum voor hightech maakindustrie. Perron038 is voor Zwolle een toonaangevend voorbeeld voor de gewenste economische ontwikkelingsrichting van de Spoorzone als innovatiedistrict. De grote moderne hal met het golvende dak en de aanpalende bedrijfsgebouwen is in gebruik door Wärtsila Quantiparts. Het hallencomplex is waardevol industrieel erfgoed voor de stad Zwolle, maar heeft geen gemeentelijke of rijksmonumentale status. De enorme hallen zijn echter beeldbepalend voor de Spoorzone en hebben gedeeltelijk cultuurhistorische en architectonische waarde. In paragraaf 4.14 wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische waarden. Het totaalcomplex van de werkplaatsen wordt omgeven door een uitgestrekte open ruimte dat vooral in gebruik is als een groot eigen parkeerterrein. Het merendeel van deze open ruimte is verhard. Deelgebied 3 Deelgebied 3 wordt begrensd door het spoor, de Oostzeelaan en het Koggepad (de fietstunnel onder het spoor).
In het gebied bevindt zich het Kattegat, een tijdelijke huisvesting van een woongemeenschap. De woongemeenschap richt zich voor de nabije toekomst op een duurzame ontwikkeling in het plangebied waar wonen en werken wordt gecombineerd. Het overige deel van dit deelgebied is momenteel grotendeels ontoegankelijk voor het publiek en in gebruik als helofytenfilter (groene waterzuivering ter voorkoming van verontreiniging waterwingebied Vitens ten zuiden van de locatie) en parkeerplaats.
3.3
Ruimtelijke ontwikkeling
3.3.1
Ontwikkelkader Spoorzone (2020)
In juni 2020 heeft de gemeente Zwolle het ontwikkelkader voor de Spoorzone Zwolle vastgesteld. Het Ontwikkelkader bevat een toekomstvisie voor de gehele Spoorzone van 100 hectare. Het is geen vastomlijnd masterplan maar een raamwerk met belangrijke principes en kaders voor de gewenste ontwikkelrichting. De Spoorzone is in het Ontwikkelkader opgedeeld in verschillende deelgebieden met een eigen karakter. In het Ontwikkelkader is voorzien dat het bouwvolume in de gehele Spoorzone ruim wordt verdubbeld. Dit betekent een sterke verdichting en een efficiënter gebruik van de ruimte. Tegelijkertijd wordt ingezet om ook de identiteit van de Spoorzone volledig te vernieuwen. De Spoorzone wordt een nieuw stuk stad dat samen met de oude binnenstad het nieuwe centrumgebied definieert. En waar het landschap van de IJssel voelbaar en bereikbaar is. Een innovatiedistrict en creatieve broedplaats waarmee Regio Zwolle zich landelijk positioneert. Een woon-werk- en leeromgeving gericht op de toekomst. Het gebied moet daarom worden omgevormd naar een aantrekkelijk en inspirerend centrumgebied. Hoogstedelijkheid en functiemenging (mix to the max) gaan samen met een menselijke maat, veel groen, klimaatadaptatie, duurzaamheid en alle ruimte voor voetgangers en fietsers.
Als het Zwolse innovatiedistrict komt hier de focus te liggen op vernieuwing, creativiteit, cross-overs, interactie en levendigheid. Deze karakterschets geldt voor de hele Spoorzone en dus ook voor het plangebied. Daarbinnen hebben de deelgebieden eigen karakters en ontwikkelopgaven. Zes leidende principes die voor nu en in de toekomst de focus zijn voor alle ontwikkelingen in de Spoorzone: a. b. c. d.
We maken volop ruimte voor interactie We zorgen voor blijvende vernieuwing We geven voorrang aan schone mobiliteit We richten ons vizier op de toekomst
34/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
e. We gaan voor kwaliteit van leven f. We bouwen samen aan de Spoorzone 3.3.2
Nota van uitgangspunten District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Een belangrijk deel van de Spoorzone is in eigendom van de Nederlandse Spoorwegen. Hieronder vallen de aaneengesloten delen van District Z, Werkplaatsen en Lurelui die als een soort schil langs de zuidzijde van het station en het spoor liggen. Deze schil vormt een plangebied van in totaal ruim 16 hectare. Naast het eigendom van NS bevinden zich ook enkele percelen van de gemeente binnen dit plangebied. Het plangebied ligt zeer strategisch in de stad. Het omvat onder meer de zuidelijke stationsentree en het industriële hallencomplex. NS Stations en gemeente Zwolle hebben in samenspraak met belanghebbenden een gezamenlijke Nota van Uitgangspunten gemaakt voor deze drie deelgebieden Deze NvU is in februari 2022 vastgesteld en bevat een toekomstvisie voor dit deel van de Spoorzone. Het gebied zal getransformeerd worden van een bedrijvenlocatie naar een stedelijk gebied en innovatiedistrict met een mix van wonen, werken en voorzieningen. De NvU is een uitwerking van het Ontwikkelkader. Het doel van de NvU is om ruimtelijke en programmatische kaders te geven aan marktpartijen die het gebied gaan ontwikkelen. Ook vormt de NvU samen met het Ontwikkelkader de basis voor voorliggend bestemmingsplan. Bij de verdere uitwerking van de plannen voor de gebieden is echter op enkele onderdelen sprake van een aanscherping, uitwerking of gewijzigde inzichten.
Deze aanpassingen zijn opgenomen in Bijlage 3 en in Bijlage 4 voor de locatie Hanzelaan 93. 3.3.3
Ruimtelijk raamwerk
In de NvU is het ruimtelijk raamwerk voor het plangebied beschreven, dat de toekomstige openbare ruimte van de District Z, Werkplaatsen en Lurelui vormt. Dit raamwerk wordt in de eerste plaats gevormd door een aantal bepalende structuren: de (toekomstige) groenblauwe structuur, de verblijfsplekken in de openbare ruimte en de ontsluitingsstructuur. Het raamwerk zorgt voor de verbinding en onderlinge samenhang tussen District Z, Werkplaatsen en Lurelui, en met de directe omgeving zoals het Hanzekwartier en Hanzehoven. Tegelijk vormt het ook de basis voor de gewenste diversiteit in het gebied. Binnen het ruimtelijk raamwerk zijn de bouwvelden en de bestaande hallen gesitueerd. De bouwvelden krijgen een stedelijke invulling met een bouwhoogte tussen de 4 en 9 lagen. Nabij het stationsplein komt een hoogteaccent van 55 meter en langs het Engelenpad komt een hoogteaccent van maximaal 60 meter. In District Z zijn op drie plekken accenten tot 10-13 lagen mogelijk. Aan de noordzijde van Lurelui is een hoger gebouw met maximaal 12 bouwlagen voorzien. Op de hal van de centrale werkplaats is een opbouw mogelijk tot een hoogte van 44m. Het nu bijna geheel verharde plangebied wordt omgezet naar een groene leefomgeving. Waar mogelijk wordt in de buitenruimte groen gerealiseerd volgens het principe: groen, tenzij.
Uiteindelijk zal minimaal 30% van het grondoppervlak in het plangebied groen zijn. Het groene raamwerk bestaat uit twee hoofddragers; het spoorpark en de Hanzesingel. Het nieuwe spoorpark loopt langs het spoor tot voorbij het station, en omarmt zo het plangebied aan één zijde. Dit park verbindt alle ontwikkelingen; via Lurelui naar de Werkplaatsen, om vervolgens uit te komen op het groenste (stedelijke) stationsplein van Nederland. Delen van het spoorpark staat in het teken van urban sports. Jong en oud kan hier (ongeorganiseerd) sporten en wordt uitgedaagd tot bewegen. Op andere plekken in het spoorpark ligt de prioriteit bij klimaatadaptatie of biodiversiteit.
35/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 3.2 Groen- en watersructuur
De Hanzesingel, de Oostzeelaan en de Hanzelaan begrenzen het plangebied aan de andere zijde. De Hanzesingel wordt vergroend door het maken van natuurvriendelijke oevers en een openbare route langs het water. Een nieuw profiel van de Hanzelaan, met groen en een stedelijke wadi, verbindt het spoorpark via het groene stationsplein met de Hanzesingel. Het Hallenplein bij wordt een verbindende openbare ruimte tussen het Spoorpark en de Hanzesingel. Het tuinenmilieu van Lurelui zal zorgen voor een verbinding tussen spoorpark en Hanzesingel in het westelijk deel van het plangebied. Deze nieuwe groenblauwe structuur zorgt ervoor dat het grootste deel van het plangebied een groene inrichting krijgt. De robuuste groenstructuur zorgt voor samenhang qua sfeer, identiteit en routes in het hele plangebied. Naast de groene openbare ruimte worden ook groene collectieve ruimtes gerealiseerd binnen de bouwvelden. De nieuwe bebouwing draagt met groene terrassen, binnentuinen en groene daken en gevels bij aan de groene sfeer van het ruimtelijk raamwerk. 3.3.4
District Z
District Z bestaat uit nieuwbouw op het onbebouwde terrein tussen het station en de Hanzelaan, en uit de transformatie van het oostelijke deel van het hallencomplex. Dit is de plek waar het station zich opent naar de Spoorzone, en waar de verbinding met de binnenstad (het Engelenpad) via de Passerelle landt in de Spoorzone. Het wordt een levendige omgeving met een gemengd programma van voorzieningen, wonen en werken. District Z is ook het gebied waar het groenste station van Nederland wordt gerealiseerd. De nieuwe stationsentree bestaat uit een groene overkapping met bomen op het dak (een toegankelijk dakpark) en uit de naastgelegen toren, die een groen karakter moet krijgen. Het groenste station van Nederland bestaat uit een autovrij stationsgebied dat optimaal is ingericht voor de voetganger. Dragende structuur in dit gebied is het stationscarré, dat bestaat uit de Passerelle (de brug over het spoor), de reizigerstunnel en de verbindingen tussen die twee, via het stationsplein ten noorden en via een voetgangersroute ten zuiden van het spoor. In District Z bevindt zich de rode hal. De rode hal wordt getransformeerd en krijgt met cultuur, leisure en horeca een nieuwe stedelijke bestemming.
36/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 3.3 Ruimtelijke randvoorwaarden District Z
Op de pleinen rondom de hal kunnen (culturele) evenementen georganiseerd worden. De pleinen rondom de rode hal zijn verbonden met de passerelle en onderdeel van het Engelenpad. De andere bestaande bedrijfsgebouwen krijgen een mix van werkfuncties (slimme maakindustrie, creatieve industrie en kantoor), cultuur, maatschappelijke voorzieningen en horeca, passend bij het innovatiedistrict Spoorzone Zwolle. In nieuwbouw en bestaande bouw is in totaal ruimte voor circa 400 woningen, circa 33.000 m2 werken en circa 26.000 m2 voorzieningen (zoals horeca, detailhandel, cultuur, onderwijs). De nieuwbouw krijgt levendige plinten (invulling met detailhandel, horeca en baliefuncties) en op de verdiepingen wonen, werken en een hotel. Bij de Rode hal, het Hallenplein en op het binnenplein van de bestaande bedrijfsgebouwen zijn op enkele plaatsen ook horecaterrassen mogelijk. De buitenruimte van District Z bestaat uit zes onderdelen: het stationsplein, het Engelenpad met de pleinen rondom de rode hal, het Spoorpark, de Hanzelaan, het binnenplein bij de hallen en de plek aan het water. Door de toevoeging van nieuwbouw krijgt de buitenruimte een meer besloten karakter met een stelsel van kleinschaliger openbare ruimtes. Het programma in de plinten zorgt voor levendigheid en verblijfskwaliteit.
In dit bestemmingsplan is vastgelegd dat er bij de nieuwbouw tenminste één groene openbare plek moeten komen met een oppervlakte van tenminste 300 m2. De nieuwe bebouwing in het stationsgebied heeft wisselende bouwhoogtes van 5 à 7 bouwlagen (15-22m hoog). De gemiddelde bouwhoogte is 6 lagen. De bouwhoogte mag niet overal de gemiddelde bouwhoogte zijn. Enkele gebouwen hebben een hoogteaccent van 13 lagen (maximaal 40 m). De plint heeft een hoogte van circa 4,5 meter. Op de kop van de Hanzesingel en aan het Engelenpad staat een hoogteaccent met een bouwhoogte van maximaal 18 lagen (maximaal 60m). Het gebouw tussen dit hoogteaccent en de hallen mag deels maximaal 8 lagen (= 33m) hoog worden. De toren naast het station krijgt een bouwhoogte van maximaal 18 lagen (maximaal 55m).
37/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
De nieuwe stationsentree bestaat uit een groene overkapping met een opgetild park en uit de naastgelegen groene toren. Samen vormen ze een ware eyecatcher voor de Spoorzone. De stationsoverkapping heeft een minimale vrije hoogte van 5 meter. Onder de overkapping is plaats voor een kleine kiosk, deze heeft een verdieping op het opgetilde park, zodat de overkapping aan de bovenzijde ook gevoed wordt met programma en sociaal veiliger wordt. De gronddekking voor het dakpark is voldoende om 2e orde bomen te planten. 3.3.5
Werkplaatsen
Het deelgebied Werkplaatsen bestaat grotendeels uit de bestaande hallen en vormt een belangrijk onderdeel van het innovatiedistrict van de Spoorzone. In dit innovatiedistrict komen slimme maakbedrijven en creatieve industrie & cultuur. Voor de hallen komt een centrale openbare ruimte. Op cruciale plekken worden in het hallencomplex doorsteekjes gemaakt zodat er dwaalroutes ontstaan tussen het hallenplein en het Spoorpark. In de grote centrale werkplaats (de Wärtsila-hal) wordt een deel van de hal publiek toegankelijk. Dit deel is verbonden met de openbare ruimte ten zuiden van de hallen en het Spoorpark. Boven deze centrale hal is een opbouw mogelijk. Dit moet een bijzondere (iconische) opbouw worden die een nieuw beeldmerk voor Zwolle wordt. Het karakteristieke golvende dak van de centrale werkplaats blijft behouden, de nieuwe opbouw wordt hier (ogenschijnlijk) zwevend boven geplaatst. Het lijnenspel van het golvende dak moet vanuit de openbare ruimte goed beleefbaar blijven. In de Werkplaatsen is in bestaande bouw en nieuwbouw in totaal ruimte voor circa 580 woningen, circa 39.000 m2 werken en circa 20.000 m2 voorzieningen. Het hallencomplex vormt programmatisch het hart van het Zwolse innovatiedistrict.
De hallen en bedrijfsgebouwen worden geprogrammeerd met verschillende clusters van bedrijven in slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur, aangevuld met onderwijs, publieke voorzieningen, horeca en een foodhall. Kantoren zijn alleen toegestaan waar deze nu al aanwezig zijn. De opbouw (maximaal 19.000 m2) op de Wärtsila-hal krijgt invulling met creatieve bedrijven en/of een woonfunctie.
38/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Figuur 3.4 Ruimtelijke randvoorwaarden Werkplaatsen
De nieuwbouw ten zuiden van de hallen krijgt levendige plinten (invulling met (creatieve) bedrijvigheid, dienstverlening, maatschappelijke functies en leisure en gemeenschappelijke ruimten voor de bovenliggende woningen) en op de verdiepingen wonen. Het bestaande kantoorgebouw aan de Hanzelaan 93 kan opgehoogd worden met maximaal 5 bouwlagen (over een deel van het bestaande gebouw) en krijgt een gemengde functie met wonen, werken en voorzieningen. Hiervoor is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 8.6) De buitenruimte van de Werkplaatsen bestaat uit drie onderdelen: het Hallenplein, de Hanzesingel en het Spoorpark waarin op verschillende wijze het groene karakter van de Werkplaatsen tot uiting komt. Door de toevoeging van nieuwbouw krijgt de buitenruimte een meer besloten karakter. Het hallenplein voor de Werkplaatsen behoudt door de grote afmeting zijn uitgestrektheid. Goed geprogrammeerde plinten zorgen voor levendigheid en verblijfskwaliteit op maaiveld. Het stenige karakter van de Werkplaatsen wordt klimaatbestendig gemaakt, onder andere door het toevoegen van groen. Langs de Hanzesingel worden groene en toegankelijke oevers gemaakt. De natuurvriendelijke oevers krijgen een flauw talud. De route langs het water en de collectieve groene binnentuinen van de nieuwbouw is verbonden met het Engelenpad en sluit aan op de routestructuur van Lurelui.
Er worden twee nieuwe voetgangersverbindingen richting het Hanzekwartier gerealiseerd. De nieuwe bebouwing heeft wisselende bouwhoogtes van 5 à 9 bouwlagen (15-28 m). De gemiddelde bouwhoogte is 7 lagen. De bouwhoogte mag niet overal de gemiddelde bouwhoogte zijn. De bouwhoogte aan de zijde van de Hanzesingel varieert tussen de 2 à 5 lagen (6-16m). De gemiddelde bouwhoogte is 4,5 lagen. De bebouwing wordt twee keer onderbroken voor een openbare verbinding tussen de singel en het hallenplein.
39/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
3.3.6
Lurelui
De naam Lurelui verwijst naar het voormalige tuinbouwgebied De Lure. Dit deelgebied wordt voornamelijk een woongebied. De woningen krijgen een grote mate van diversiteit zodat diverse doelgroepen hier kunnen wonen. Ook is er ruimte voor alternatieve woonvormen en ontwikkelwijzen. Lurelui is opgespannen tussen het Spoorpark en de Hanzesingel en krijgt hoogwaardige groene (openbare) ruimte tussen de bouwblokken. De (openbare) tuinen van Lurelui verbinden het Spoorpark met de Hanzesingel. De tuinen van Lurelui en de Hanzesingel zijn primair gericht op de voetganger en de fietser. De tuinen van Lurelui hebben een groene inrichting die doorgezet wordt in de gevels van de bebouwing. Auto's worden net als in de rest van de Spoorzone op afstand geparkeerd in hubs. In Lurelui is in totaal ruimte voor circa 350 woningen, 3.000 m2 werken en 2.000 m2 voorzieningen. De (kleinschalige) werkruimtes en voorzieningen bevinden zich op de begane grond van de gebouwen en in de mobiliteitshubs.
Figuur 3.5 Ruimtelijke randvoorwaarden Lurelui
In Lurelui zijn twee mobiliteitshubs gesitueerd waar naast autoparkeren en deelmobiliteit ook andere
40/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
functies een plek krijgen. In deze hubs dient iedere gebruiker (bewoner, werknemer, bezoeker) van het plangebied de auto te parkeren. Maar het is tevens de plek waar elektrische deelauto's, deelfietsen, deelsteps en deelscooters te vinden zijn. Een hub is een levendige plek waar naast mobiliteitsvoorzieningen ook werkfuncties en/of buurtvoorzieningen gesitueerd zijn. Bij werkfuncties gaat het dan bijvoorbeeld om een bedrijfsverzamelgebouw of ateliers. Bij buurtvoorzieningen gaat het bijvoorbeeld om een pakketpunt, fitness, apotheek, huisarts, fietsenmaker, buurtcentrum of iets vergelijkbaars. De buitenruimte van Lurelui bestaat uit drie onderdelen: het Spoorpark, de Hanzesingel en de tuinen van Lurelui waarin op verschillende wijze het groene karakter van Lurelui tot uiting komt. In de tuinen van Lurelui, tussen het Spoorpark en de Hanzesingel, ontstaat een interieur met kleinschalige groene ruimtes die door de bewoners zelf ingevuld kunnen worden. In dit bestemmingsplan is vastgelegd dat er tenminste een groene openbare plek moeten komen met oppervlakte van tenminste 1.500 m2. De gebouwen sluiten aan op de omgeving met afwisselende bouwhoogtes van 4 à 7 bouwlagen (12-22 m). De gemiddelde bouwhoogte is 5,7 lagen. Een deel van deze bebouwing mag maximaal 8 bouwlagen hoog worden (tot een maximaal grondoppervlak van 1.000 m2).
En aan de noordzijde van Lurelui is een gebouw mogelijk van maximaal 12 bouwlagen. Deze bebouwing vormt een hoogteaccent aan het Hallenplein. 3.3.7
Beeldkwaliteit
Gelijktijdig met het onderhavige bestemmingsplan wordt een beeldkwaliteitplan in procedure gebracht, zie Bijlage 5. Dit beeldkwaliteitplan, bevat een aantal spelregels voor het ontwerp en de bouw van de nieuwe gebouwen en de inrichting van de buitenruimte, zodat de gekozen oplossingen passen binnen de doelstellingen voor het gebied. 3.3.8
Koggetunnel
De gemeente werkt samen met verschillende partijen, waaronder ProRail en ontwikkelaars, aan de verdere ontwikkeling van de Spoorzone. Eén van de ontwikkelingen is het aanpassen van de wegenstructuur ter ontsluiting van nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Onderdeel hiervan is het op twee locaties kruisen van het spoor door de aanleg en/of het aanpassen van onderdoorgangen (tunnels). Er wordt een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers gerealiseerd in het verlengde van de Oostzeelaan en aansluitend op de Nieuwe Veerallee nabij de Kamperweg. Hiermee wordt een nieuwe fietsverbinding gecreëerd tussen de fietssnelweg Hattem-Zwolle (Parallelweg) enerzijds en de Kamperweg (richting Stadshagen) en Willemskade (richting Stadshart) anderzijds. Daarnaast wordt de bestaande Koggetunnel aangepast of vervangen zodat naast fietsers en voetgangers ook gemotoriseerd verkeer hier gebruik van kan maken. Hiermee wordt het voor gemotoriseerd verkeer mogelijk gemaakt om vanaf de Nieuwe Veerallee naar de Oostzeelaan te rijden ter ontsluiting van o.a. de mobiliteitshubs in het Spoorkwartier. Dit bestemmingsplan voorziet ook in de planologische regeling voor deze beide onderdoorgangen (tunnels) onder het spoor.
3.4
Programma
Het programmatische concept voor District Z, Werkplaatsen en Lurelui heeft een hoog ambitieniveau. Hier wordt het innovatieve hart van de regio gerealiseerd met een focus op nieuwe economie, talenten, crossovers en ontmoeten. Het programma bestaat uit een stedelijke en samenhangende mix van wonen, werken, onderwijs, cultuur, horeca en andere voorzieningen. Hierbij is per deelgebied gezocht naar de juiste mix om te komen tot het gewenste karakter.
41/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
3.4.1
Wonen
In het plangebied worden maximaal 1.330 woningen gerealiseerd. Voor het totale plangebied geldt de Zwolse differentiatie naar 30% goedkope woningen, waarbinnen minimaal 20% sociale huur, 40%, middeldure en 30% dure woningen. Per deelgebied kunnen de verhoudingen verschillen. In District Z komen circa 400 woningen, in Werkplaatsen 580 en in Lurelui 350 woningen. 3.4.2
Werken
Zwolle wil de Spoorzone omvormen tot innovatiedistrict: de innovatieve, culturele en kennishotspot van Regio Zwolle. Er komt circa 67.000 - 86.000 m² brutovloeroppervlak (bvo) aan werkfuncties. Het grootste gedeelte is bedoeld voor maakindustrie en creatieve bedrijvigheid. Daarnaast komen er kantoren. Deze zijn in de bestaande bebouwing toegestaan op de locaties waar nu al kantoren aanwezig zijn. In de nieuwbouw kan maximaal 11.000 m² aan zelfstandige kantoorruimte komen in District Z. 3.4.3
Voorzieningen
In het plangebied komt een mix van culturele, educatieve en commerciële voorzieningen. In totaal is er ruimte voor een voorzieningenprogramma van circa 50.000 m² bvo. Passend bij de gewenste identiteit zijn voorzieningen met alternatieve formules en cross-over concepten op het vlak van cultuur, onderwijs, horeca en urban sports. In de bestaande hallen komen, naast werkfuncties, onderwijs, een foodhall, horeca, leisure, maatschappelijke functies, fietsenstalling en bijeenkomstfuncties / zalenverhuur. De Rode Hal wordt ingevuld met cultuur. Ook kan hier horeca komen. De nieuwbouw ten zuiden van de hallen en in District Z krijgen gemengde functies in de plint met daarboven wonen. In de bebouwing van District Z die direct langs het spoor komt, komen geen woningen, maar werkfuncties of een hotel op de verdiepingen. De plintfuncties zijn detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke functies, horeca, (creatieve) bedrijven, vergader-/ bijeenkomstfuncties, ondergeschikte kantoor-, woon- en hotelfuncties zoals een lobby / entree en gemeenschappelijke ruimtes behorende bij de woningen. Detailhandel is alleen mogelijk aan de route van het station naar de Rode hal en in kop van de bebouwing 'aan het water'. In Lurelui komen voornamelijk woningen, maar ook ruimte voor creatieve bedrijven, leisure (waaronder sport), dienstverlening en maatschappelijke functies.
De maximale oppervlaktes en locaties van de verschillende functies zijn - mede gebaseerd op het ladderonderzoek - verdeeld en begrensd in het plangebied.
3.5
Verkeer en parkeren
In het Ontwikkelkader Spoorzone is het uitgangspunt dat de Spoorzone een nieuw mobiliteitsconcept krijgt. Hierbij wordt aangesloten bij het STOMP-principe. In het plangebied staan de voetgangers voorop, dan de fietsers en het OV, vervolgens deelmobiliteit en pas als laatste de privé-auto. De verblijfskwaliteit is leidend waarbij voetgangers volop de ruimte krijgen. Het plangebied krijgt zoveel mogelijk een autoluw binnenstedelijk milieu. Dit mobiliteitsconcept is verder uitgewerkt in de NvU District Z, Werkplaatsen en Lurelui.
42/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
3.5.1
Voetganger
De structuur van het plangebied is ideaal voor de voetganger. Het gebied wordt nagenoeg autovrij waarbij de auto's aan de randen worden afgevangen. Binnen de nieuwe stedelijke inrichting van de Spoorzone liggen de voorzieningen voor dagelijks gebruik op loopafstand. Voorzieningen in de nabije omgeving worden ook beter bereikbaar. Naar de binnenstad vormt de nieuwe Passerelle als onderdeel van het Engelenpad de belangrijkste wandelroute. Het Engelenpad is de nieuwe doorlopende voetgangersverbinding van de binnenstad via de Spoorzone richting de Windesheim campus, het Engelse werk en de IJssel. Het plangebied ligt aan dit pad. Daarnaast is aan de noordwestzijde van de Werkplaatsen een nieuwe fietsersen voetgangerstunnel voorgesteld richting de Veerallee. Door de realisatie van een groene buitenruimte, aantrekkelijke gebouwen en levendige plinten wordt het gebied aantrekkelijk ingericht voor de voetganger. 3.5.2
Fietsverkeer
Fietsgebruik is een essentieel onderdeel van het mobiliteitsconcept. Door de centrale ligging van het plangebied binnen Zwolle zijn veel voorzieningen goed te bereiken per fiets. Door goede verbindingen en voorzieningen voor het fietsgebruik hebben mensen voor korte ritten een goed alternatief voor de auto. Daarnaast wordt door het stimuleren van fietsgebruik de drempel voor OV-gebruik verlaagd omdat het vooren natransport wordt verbeterd. Fietsverbindingen Het plangebied krijgt een betere verweving met het fietsnetwerk van Zwolle. Zo wordt de Koggelaan omgevormd van een autoweg naar een parkzone met fietspad. In oost-west richting wordt een tweede fietsverbinding gerealiseerd over de Hanzelaan, langs de hallen, via een nieuwe fietsers- en voetgangerstunnel richting de Veerallee. Het fietspad op de Veerallee sluit goed aan op fietspaden richting de binnenstad en Stadshagen. Het fietspad vanaf de Veerallee krijgt in noord-zuid richting een vervolg langs de Hanzesingel/ via de Oostzeelaan richting de IJssel. Fietsenstallingen Naast goede fietsverbindingen worden er ook goede en veilige fietsenstallingen gerealiseerd. Het basisprincipe is dat dit decentraal en inpandig gebeurt. Nabij het station komt een herinvulling van de openbare fietsenstalling van circa 4.000 à 5.000 plekken en wordt nieuwe invulling gevonden voor de bestaande P+R voorziening, taxistandplaatsen en kiss&ride.
De opties hiervoor worden de komende tijd nog nader onderzocht. Verdere ontwikkeling van District Z kan plaatsvinden zodra uitwerking heeft plaatsgevonden van de fietsenstalling en de overige voorzieningen. Dit is geborgd in dit bestemmingsplan (artikel 5.2.4). Voor een gebouwde bovengrondse optie ter plaatse van het beoogde Spoorpark geldt dat dit alleen mogelijk is met een wijzigingsbevoegdheid (artikel 12.5). 3.5.3
Openbaar vervoer
Zwolle is het tweede spoorknooppunt in Nederland. De centrale ligging in noordoost Nederland en de directe verbinding met de Randstad zorgen voor een unieke positie. Zo ligt Amsterdam met de Hanzelijn op slechts een uur en vijf minuten reistijd van Zwolle. Station Zwolle is ook een belangrijk knooppunt voor de stad- en streekbussen. In 2019 is aan de zuidzijde van het treinstation een nieuw busstation gerealiseerd, direct toegankelijk vanuit de stationstunnel. Hiermee is een comfortabele en efficiënte overstap tussen de trein en de bus ontstaan. Een groot deel van de reizigers neemt de zuidelijke stationsentree. Al deze mensen zijn (potentiële) gebruikers en bezoekers van het gebied. Naast een optimaal station is dus ook een optimale stationsomgeving nodig waarbij vooral de voetganger volop de ruimte krijgt. Daarom wordt het voetgangersgebied rondom het station vergroot tot de gehele stationscarré. De stationscarré is het rechthoekige gebied dat wordt gevormd door de stationstunnel en de nieuwe Passerelle over het spoor. 43/120
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
De kiss&ride en taxistandplaatsen zijn aan de oostzijde van het stationsplein gelegen en bereikbaar via het oostelijke deel van de Hanzelaan. Een aantal deelauto's en kiss&ride plekken zijn voorzien op een kiss&ride eiland aan de binnenzijde van de autolus in de Oostelijke Hanzelaan. Aan de autolus zijn daarnaast vier taxi standplaatsen gepland. Iets oostelijker is in de groene berm van de Hanzelaan een groot aantal taxi bufferplekken voorzien. 3.5.4
Mobility as a Sevice (MaaS)
Voor veel mensen is soms geen alternatief voor de auto. In met name hoogstedelijke gebieden is het delen van auto's een serieuze trend en daarmee een alternatief voor het terugdringen van autobezit. Mobility as a Service (MaaS) staat voor een transitie in mobiliteit waarbij de consument mobiliteit inkoopt in plaats van investeert in vervoermiddelen. Het vervoermiddel is dan geen eigendom meer van de gebruiker; er wordt alleen voor het gebruik ervan betaald. Doordat hierbij vervoermiddelen worden gedeeld kunnen meerdere personen gebruik maken van dezelfde auto, fiets of scooter. Met het reduceren van het eigen autobezit wordt dus per saldo het aantal auto's verminderd. Maar met autodelen blijkt ook het gebruik af te nemen. Mensen worden bewuster wanneer ze betalen voor het gebruik. In de Spoorzone wordt het parkeren voor bewoners en bezoekers volledig gesitueerd in een aantal mobiliteitshubs aan de randen van het gebied. In de hubs staan deelauto's. Het gaat daarbij om een aantal vaste parkeerplaatsen binnen de hubs. In de afweging van gebruikers om zelf geen auto meer te bezitten is het veelal gewenst dat er wel 'elk moment' een auto ter beschikking is. Het betekent dat het aantal beschikbare deelauto's zal worden afgestemd op de behoefte. 3.5.5
Autoverkeer
3.5.5
Autoverkeer
Het mobiliteitsconcept van de Spoorzone gaat uit van een aanzienlijk lager autobezit en autogebruik dan gebruikelijk. Juist hier kan dit omdat er voldoende alternatieven zijn de auto, zoals lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Niettemin blijft de privé auto voor een deel van de bewoners en andere gebruikers onmisbaar. Ook de bedrijven zullen deels gebruik blijven maken van autotransport. In het plangebied worden alle auto's aan de randen geparkeerd in een mobiliteitshub (parkeergarage met diverse voorzieningen), ook die van bewoners en werknemers. Hierdoor kan het gebied grotendeels autoluw worden gemaakt. Door dit principe zijn auto's grotendeels uit het zicht. Ten behoeve van de parkeerbehoefte in het plangebied worden mobiliteitshubs gerealiseerd. Bij de situering van de hubs is rekening gehouden met een loopafstand van circa 250 meter tot de eindbestemming. Voor autotoegankelijkheid zijn twee uitzonderingen. Voor laden en lossen zijn alle gebouwen (woningen, bedrijven, voorzieningen) in het plangebied wel bereikbaar. Dat geldt ook voor de hulpdiensten, vuilnisophaaldiensten en de toegankelijkheid voor invaliden. In Lurelui komen twee mobiliteitshubs: één naast de Koggetunnel en één op de kop van het grote plein tussen Lurelui en de Werkplaatsen. De Koggetunnel wordt toegankelijk wordt gemaakt voor autoverkeer.