CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Raad Besluitvormingsronde 16 december 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui36.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui vastgesteld

Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP23004-0004 Datum: 16 december 2024

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.3.2 Thematisch beleid

8 8 8 9 12 17 17 21

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Historie plangebied 3.2 Bestaande situatie 3.3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.3.1 Ontwikkelkader Spoorzone (2020) 3.3.2 Nota van uitgangspunten District Z, Werkplaatsen en Lurelui 3.3.3 Ruimtelijk raamwerk 3.3.4 District Z 3.3.5 Werkplaatsen 3.3.6 Lurelui 3.3.7 Beeldkwaliteit 3.3.8 Koggetunnel 3.4 Programma 3.4.1 Wonen 3.4.2 Werken 3.4.3 Voorzieningen 3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Voetganger 3.5.2 Fietsverkeer 3.5.3 Openbaar vervoer 3.5.4 Mobility as a Sevice (MaaS) 3.5.5 Autoverkeer

32 32 32 34 34 35 35 36 38 40 41 41 41 42 42 42 42 43 43 43 44 44

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 4.1.1 Spooronderdoorgangen 4.2 Verkeer 4.3 Geluid 4.4 Geluid - onderdoorgangen 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geluid evenementen 4.7 Stemgeluid horecaterrassen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Externe veiligheid

46 46 46 46 49 64 64 70 73 75 76

2/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

4.10 4.10.1 4.11 4.12 4.13 4.13.1 4.14 4.14.1 4.14.2 4.15 4.15.1 4.15.2 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20

Trillingen Spooronderdoorgangen Water Bodemkwaliteit Natuur Spooronderdoorgangen Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Cultuurhistorie Hoogbouw effectrapportage Windhinder Bezonning Kabels en leidingen Ontplofbare oorlogsresten Duurzaamheid Gezondheid Geur

82 85 85 94 95 97 98 98 99 101 102 104 104 104 106 112 113

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels 5.6 Bijlagen 5.7 Handboek

114 114 117 117 118 118 119 119

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Overleg met de buurt 6.2.2 Uitkomsten vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro

120 120 120 120 120

3/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

4/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

TOELICHTING

5/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Inleiding

De gemeenteraad heeft op 26 oktober 2020 unaniem ingestemd met het Ontwikkelkader Spoorzone. Hierin worden de kaders uitgezet voor een grootschalige gebiedstransformatie. Het gebied van 100 hectare rondom het station en het spoor belooft een bruisende en hoogstedelijke omgeving te worden. Door nieuwe stedelijkheid te ontwikkelen en aangename verblijfsplekken te maken zal de Spoorzone een geheel nieuwe identiteit in de stad krijgen. De Spoorzone vormt straks samen met de historische binnenstad het centrum van Zwolle. De focus komt hierbij te liggen op vernieuwing: Zwolle wil de kans benutten om in de Spoorzone het innovatiedistrict van de stad te realiseren. Een prominent deel van de Spoorzone is in eigendom van de Nederlandse Spoorwegen. Hieronder vallen de aaneengesloten delen van District Z, Werkplaatsen en Lurelui die als een soort schil langs de zuidzijde van het station en het spoor liggen. Deze schil vormt een plangebied van in totaal ruim 16 hectare. Naast het eigendom van NS bevinden zich ook enkele percelen van de gemeente binnen dit plangebied. Het plangebied ligt zeer strategisch in de stad en heeft veel ontwikkelpotentie. Het omvat onder meer de zuidelijke stationsentree en het reusachtige industriële hallencomplex.

Desondanks is het een nagenoeg onbekende plek in Zwolle door het besloten en introverte karakter achter de sporen, en het ontbreken van een directe verbinding met de overzijde van het spoor. Het industrieterrein met de hallen is zelfs letterlijk afgesloten voor het publiek. De uiteindelijke invulling van District Z, Werkplaatsen en Lurelui is van grote betekenis. Daarom hebben NS Stations en gemeente Zwolle in samenspraak met belanghebbenden een gezamenlijke Nota van Uitgangspunten gemaakt voor deze drie deelgebieden Deze NvU biedt een nieuwe toekomstvisie voor dit deel van de Spoorzone en vormt een uitwerking van het Ontwikkelkader. De NvU is op 7 februari 2022 vastgesteld door de raad en vormt de basis vormt voor dit bestemmingsplan.

1.2

Plangebied

Ligging van het plangebied in de huidige situatie

6/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden gedeeltelijk de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Spoorzone (NL.IMRO.0193.BP12005), vastgesteld door de raad op 13 mei 2013. Bestemmingsplan Hanzeland (NL.IMRO.0193.BP12002-0005), vastgesteld door de raad op 3 april 2013. Bestemmingsplan Spoorzone, busbrug (NL.IMRO.0193.BP14006-0004), vastgesteld door de raad op 4 december 2015. Bestemmingsplan Spoorzone, passerelle (NL.IMRO.0193.BP18010-0004), vastgesteld door de raad op 1 november 2021. Daarnaast gelden er paraplubestemmingsplannen met betrekking tot cultuurhistorie, parkeren en zelfstandige woonruimte. De nu gewenste ontwikkelingen passen niet in deze plannen.

7/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) door het kabinet vastgesteld en samen met de zogeheten Uitvoeringsagenda naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. In de uitvoeringsagenda wordt inzichtelijk welke inzet het Rijk en regio nu al verrichten en welke gezamenlijke acties de NOVI daaraan toevoegt. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie De herontwikkeling van het gebied Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui maakt het gebied sterker en leefbaarder. Daarnaast wordt het plangebied klimaatadaptief en waterrobuust ingericht.

Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI.

8/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

2.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.

In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NBL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Voor commerciële voorzieningen ligt de ondergrens van een stedelijke ontwikkeling 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m². Dit betekent dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat aan te merken is als een stedelijke ontwikkeling. Daarom is de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing. Het gaat in dit ruimtelijk plan om maximaal 1.330 woningen, waarbij de Zwolse differentiatie geldt naar 30% goedkope; waarbinnen minimaal 20% sociale huur, 40% middeldure en 30% dure woningen, per deelgebied kunnen de verhoudingen verschillen. In District Z komen circa 400 woningen, in Werkplaatsen 580 en in Lurelui 350 woningen. In het plan gaat het verder om circa 67.000 - 86.000 m² werkfuncties en 50.000 m2 voorzieningen in de vorm van detailhandel, onderwijs, culturele en maatschappelijke voorzieningen en sport. Een onderzoek is uitgevoerd waarin ook de toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de conclusie uit het onderzoek.

Voor de volledige rapportage van het onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 1 Ladderonderzoek van deze toelichting. 2.1.2.1 Woningen Tot 2019 gold voor de gemeente Zwolle het Regionaal Woonprogramma (RWP) West Overijssel 2017 als kader voor de kwantitatieve behoefte en de regionale afstemming van woningbouwplannen. Het ministerie van BZK, de provincie Overijssel en de gemeente Zwolle hebben op 7 maart 2019 de overeenkomst "Pilot woningbouw Zwolle" ondertekend waarin voor de jaren 2019 en 2020 is vastgelegd dat voor woningbouwplannen binnen bestaand stedelijk gebied in Zwolle de behoefteprognoses die gehanteerd worden binnen het RWP West Overijssel worden losgelaten. Voor de provincie Overijssel betekent dit een lichte planologische toetsing op bestemmingsplannen met woningbouw. Op 25 maart 2021 heeft de provincie Overijssel De Woonagenda West Overijssel vastgesteld. Hierin zijn nieuwe regionale woonafspraken gemaakt voor de periode 2021-2025. In de Woonagenda West Overijssel is het volgende opgenomen ten aanzien van de woonbehoefte; Volgens de prognoses groeit het aantal huishoudens in de regio met circa 25.000 tot ruim 251.000 huishoudens in 2030. Mede in het licht van de huidige regionale woningtekorten (gemiddeld 3%, dus een kleine 7.000 woningen) en andere ontwikkelingen zoals de verstedelijkingsopgave in Deventer en Zwolle, de

9/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

toenemende marktdruk (met name in het stedelijk gebied) en migratiestromen willen we als regio een groei van 35.000 - 40.000 huishoudens tot 2030 accommoderen. Tabel 1 laat zien dat de gemeenten in West-Overijssel samen tot 2030 een kleine 26.000 woningen in harde en zachte plancapaciteit hebben. Dat betekent dat naast het realiseren van harde en zachte plannen ingezet zal worden op het toevoegen van extra plancapaciteit voor 9.000 - 14.000 woningen in West-Overijssel in de periode tot 2030, waarvan ongeveer de helft (5.500) voor autonome behoefte en ongeveer de helft voor de extra (verstedelijkings)ambities. De huidige capaciteit, en dus de omvang en verdeling van de zoekopgave naar extra capaciteit voor autonome behoefte en voor verstedelijkingsambities, verschilt per gemeente. De genoemde aantallen in tabel 2 vormen een voorstelling van de behoefte en geven de richting aan, maar zijn uiteindelijk de uitkomst van het sturen op kwaliteiten.

Dit neemt niet weg dat een onderbouwing van de behoefte nodig blijft. In de Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 is als actualisatie op- en uitvoering van de Woonvisie de woningbouwbehoefte voor de komende 10 jaar vastgesteld op 1.000 woningen per jaar. Basis hiervoor ligt onder andere in de regionale bevolkingsprognose 2020 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, in samenwerking met het CBS) waarin voor Zwolle tot 2035 een huishoudensgroei van 13% wordt voorzien. Daarnaast biedt de hittekaart van BPD en de krapte-indicator van de NVM (aantal beschikbare woningen voor de consument die een woning zoekt) een goede indicatie van de krapte op de woningmarkt en de behoefte aan woningen. De krapte-indicator staat per januari 2021 op 1 terwijl een indicator tussen 5 en 10 staat voor een evenwichtige woningmarkt. Een indicator van 1 duidt op een zeer krappe woningmarkt en de grote behoefte aan het toevoegen van nieuwe woningen. De krapte is aanwezig in alle categorieën en prijssegmenten. De totale harde plancapaciteit van woningen met directe bouwtitel is 3510 (peildatum 1-2-2021) en blijft daarmee ruim onder de totale behoeftevraag voor woningen in Zwolle. Het aantal van maximaal 1.330 woningen in dit bestemmingsplan maakt deel uit van de zachte plancapaciteit van Zwolle.

Gelet op het feit dat er een ondercapaciteit is in de vraag naar het aantal woningen voorziet deze ontwikkeling in een actuele behoefte. Bovendien is er voldoende kwantitatieve ruimte waarmee het in overeenstemming is met de regionale en lokale woonafspraken. Dat betekent dat voor onderhavig woningbouwplan voldoende planologische ruimte bestaat. Bovendien is de groei van Zwolle ook te zien in de Spoorzone. Deze groei vraagt om een divers

10/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

woonprogramma, aanvullend winkelaanbod, aanvullend aanbod werkfuncties en aanvullende culturele en maatschappelijke voorzieningen. Met de uitbreiding van het winkelcentrum wordt er ingespeeld op deze vraag. Een divers woonprogramma sluit ook aan bij de Woonvisie van Zwolle. Daarbij worden specifiek levensloopbestendige woningen genoemd en woningen voor starters. In onderhavig plan wordt hier invulling aangegeven. Ook wordt short stay mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld voor studenten, expats of gastdocenten die tijdelijk willen wonen in Zwolle. 2.1.2.2 Werkfuncties De komende jaren zal het aantal inwoners in Zwolle toenemen, en daardoor ook de behoefte aan werkgelegenheid en werkplekken. Het geldende bestemmingsplan maakt al verschillende werkfuncties en kantoren mogelijk. Wel zal de focus van de bedrijven en kantoren veranderen. Het gebied transformeert naar een hoogwaardig woon-, werk en verblijfsgebied met meer creatieve bedrijvigheid die goed samen gaat met de woonfunctie. Door ruimte te bieden voor ‘lichte’ bedrijven in milieucategorie 1 en 2 hoeven deze zich niet te vestigen op bedrijventerreinen. Uit onderzoek blijkt dat er in het hoge prognosescenario onvoldoende ruimte is op bedrijventerreinen. Een deel van de behoefte aan consumentendiensten, zakelijke en overige dienstverlening is goed inpasbaar in gemengde woon-werkgebieden.

Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Er is ook ruimte voor hoogwaardige kantoorruimte. Het aanbod aan kantoorruimte in Zwolle is afgenomen en er is blijvende vraag naar aantrekkelijke kwalitatief goede kantoren als ontmoetingsplek. De omgeving buiten het kantoor krijgt ook een steeds belangrijker rol. Denk hierbij aan een goede OV-bereikbaarheid, nabijgelegen voorzieningen en de openbare ruimte als wandel- en verblijfsgebied. De ligging nabij het station maakt de Spoorzone een zeer kansrijke en aantrekkelijke plek voor hoogwaardige kantoorfuncties. De onderbouwing van de toename van kantoormeters is opgenomen in Bijlage 2. 2.1.2.3 Detailhandel De detailhandel in de Spoorzone zal gericht zijn op de verzorging van de ‘eigen’ bewoners en bezoekers van de Spoorzone. Er is daarom ruimte voor uitbreiding van het aanbod, op basis van het draagvlak dat de nieuwe inwoners met zich mee brengen. Doordat de toevoeging beperkt is ten opzichte van het totale aanbod in de stad en het aanbod gericht zal zijn op het eigen gebied, zal als gevolg van de ontwikkeling naar verwachting geen leegstand elders ontstaan door veranderende koopstromen. 2.1.2.4 Onderwijs Er is behoefte aan het concentreren van verschillende onderwijsvestigingen op een centrale locatie in de stad.

Dit is efficienter, kent minder risico’s bij schommelingen in leerlingaantallen en leidt tot nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen de opleidingen en met het bedrijfsleven. Interactie en ontwikkelen van vaardigheden zijn cruciaal. Daarom is vestiging in een omgeving met creatieve en culturele bedrijvigheid noodzakelijk. Op deze locatie komt een mix aan functies, waardoor samenwerkingen opgezocht kunnen worden. De locatie is hiervoor zeer geschikt en is bovendien goed bereikbaar naast het station, wat van groot belang is voor studenten. De vertreklocaties hebben allen een brede bestemming. Door de brede mogelijkheden voor herinvulling met andere functies zal naar verwachting geen leegstand ontstaan.

11/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

2.1.2.5 Culturele en maatschappelijke voorzieningen en sport Om de gewenste culturele groei van de stad mogelijk te maken is er behoefte aan een tweede locatie van Museum de Fundatie waar experimenteel werk kan worden getoond en waar ruimte kan worden geboden aan nieuw talent. De nieuwe inwoners zorgen ook voor extra vraag naar maatschappelijke voorzieningen, zorg en sport. Een gezondheidscentrum is een basisvoorziening in de buurt. Sport en bewegen draagt bij aan gezondheids-, participatie-, welzijns- en zorgdoelstellingen. De beoogde culturele-, maatschappelijke en sportvoorzieningen dragen bij aan een compleet en divers aanbod voor de toekomstige inwoners en gebruikers van het nieuwe gebied. Dit past bij de ambities voor de Spoorzone als levendige en dynamische stedelijke locatie. 2.1.2.6 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals voorgeschreven in het Bro.

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Op 13 november 2019 is de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2018/2019 vastgesteld en op 3 maart 2021 is de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2019/2020 vastgesteld. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal.

Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hierbij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop.

12/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

13/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Indien dit ruimtelijk plan wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben betrekking op integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De beleidskeuzes worden navolgend onderbouwd. Integraliteit Voor de onderbouwing van de integraliteit van het plan worden navolgend de relevante belangen en beleidsambities afgewogen. Voor de woonomgeving is de ambitie 'goed en plezierig wonen' van belang. Hieraan wordt invulling gegeven door een veilige leefomgeving te creëren met ruimte voor ontmoeting en sociale controle. Daarnaast wordt er voorzien in voldoende voorzieningen en een gemixt woonprogramma. Tevens is er sprake van een duurzaam en flexibel aanbod. Wanneer woonwensen veranderen zijn ruimtes ook geschikt voor andere doelgroepen. Voor economie en vestigingsklimaat is de ambitie van de provincie een vitaal en zichzelf vernieuwende regionale economie.

In dit plan wordt hieraan invulling gegeven door een aantrekkelijk vestigingsklimaat te realiseren en nieuwe werklocaties te creëren en door het toevoegen van nieuwe maatschappelijke en commerciële functies.

14/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

De ambitie voor mobiliteit is een veilige, betrouwbare (tijdsduur) en vlotte (keten)reis van personen en goederen van en naar stedelijke netwerken binnen en buiten Overijssel. Voor onderhavig ontwikkeling zijn met name de vervoersmodaliteiten fiets en auto van belang. Er wordt tevens aangesloten bij de ambitie om veilig, gezond en schoon te kunnen wonen, werken, recreëren en reizen. Hier wordt invulling aangegeven door aan te sluiten bij het beleid omtrent externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluid. Voor energie heeft de provincie de volgende ambitie: Een betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen. Aan deze ambitie wordt invulling gegeven door een duurzaam bouwprogramma en toepassing van duurzame energie. Dit wordt onder andere gedaan door toepassing van zonnepanelen op daken, een collectief WKO-systeem (warmte- en koudeopslag) met warmtepompen, hoge isolatiewaarden, een Smart Thermal Grid (het afstemmen van de thermische energievraag en -aanbod en het uitwisselen van deze energie door een warmtenet) en laadpunten voor elektrische auto's. Tot slot is de beleidsambitie voor de ondergrond van toepassing op dit ruimtelijk plan. Voor de ondergrond geldt dat de balans tussen het gebruik en bescherming van de ondergrond behouden dient te worden.

De gronden van het plangebied zijn aangewezen voor bijzondere potentie geothermie. In een ruimtevraag vraagt de provincie om de potentie voor geothermie in de belangenafweging mee te nemen. Met de beoogde ontwikkeling wordt er gebruik gemaakt van geothermie door de toepassing van een WKO-systeem met warmtepompen. Toekomstbestendigheid De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Dit ruimtelijk plan is in verschillende opzichten toekomstbestendig. In de eerste plaats wordt er met het aanvullen van de woningvoorraad vooruit gekeken op demografische ontwikkelingen. De woningen die gebouwd worden, zullen geschikt zijn voor een grote diversiteit aan doelgroepen en kleine huishoudens. De levensduur van het gebouw wordt verlengd door hoogwaardige architectuur, onderhoudsarme materialen en een flexibele plint om verspreid over de levensduur meer functies te vervullen. Daarnaast wordt er met de ontwikkeling ingezet op duurzaamheid en klimaatadaptatie.

Concentratiebeleid Het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Cleantech regio (Deventer). Dit ruimtelijk plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling binnen het stedelijk netwerk Zwolle-Kampen. (boven)Regionale afstemming In het kader van het vooroverleg vindt regionale afstemming plaats met betrekking tot de beoogde ontwikkeling, waaronder de toename van kantoren. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Er is met onderhavig plan sprake van inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling heeft

15/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

geen negatieve invloed op het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de Groene Omgeving. Met bovengenoemde thema's is aangetoond dat er behoefte is aan deze ontwikkeling in de Spoorzone. Er wordt aangesloten bij de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. De verordening laat verder nieuwe zelfstandige kantoren en/ of kantorenlocaties niet toe, tenzij er in een ruimtelijk-economische onderbouwing is aangetoond dat: Er behoefte is aan extra kantoorruimte waarin niet kan worden voorzien vanuit de bestaande capaciteit aan kantoorruimte; De buurgemeenten en Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de conclusie dat er behoefte is aan extra kantoorruimte zoals voorzien in het bestemmingsplan. In bijlage 2 is de betreffende onderbouwing opgenomen. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang: stedelijke netwerken als motor steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus hoofdinfrastructuur: vlot en veilig Stedelijke netwerken als motor heeft betrekking op de ontwikkeling van de spoorzone.

De provincie wil kansen benutten voor het creëren van grootstedelijke multifunctionele woonmilieus die aantrekkelijk zijn voor de 'creatieve klasse'. Onderhavige ontwikkeling is in lijn met dit ontwikkelperspectief. Er wordt een multifunctioneel woonmilieu gecreëerd door een combinatie van wonen en werken, maatschappelijke functies en commerciële functies. Gebiedskenmerken De laatste stap is toetsen hoe de ontwikkeling vormgegeven kan worden. Dit wordt gedaan aan de hand van gebiedskenmerken. Er worden vier lagen onderscheiden: laag van de beleving, stedelijke laag, laag van de agrarische cultuurlandschappen en de natuurlijke laag. De ontwikkeling dient in lijn te zijn met de gebiedskenmerken van de verschillende lagen. De relevante kenmerken zullen derhalve navolgend benoemd worden. Laag van de beleving Het plangebied maakt onderdeel uit van het inundatieveld IJssellinie. Dit betreft een 'baken in de tijd'. De ambitie voor 'bakens in de tijd' is verbindingen en verbanden creëren tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Bakens van deze tijd kunnen worden toegevoegd en monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden moeten bewust ingezet worden. De gronden van het plangebied zijn reeds geroerd en bebouwd. Er bevinden zich geen 'bakens' in het plangebied.

Met de uitbreiding van het winkelcentrum worden bestaande waarden van het inundatieveld IJssellinie dan ook niet aangetast. Stedelijk e laag De gronden van het plangebied zijn aangemerkt als 'woonwijken van 1955 tot nu'. Dit zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De ambitie voor de laag is herstructurering van naoorlogse wijken, waarbij het eigen karakter behouden blijft. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen bouwblokken. Onderhavig ontwikkeling heeft niet direct betrekking op deze ambitie. De ambitie vormt geen belemmering

16/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

voor de voorgenomen ontwikkeling. Laag van de agrarische cultuurlandschappen Omdat het plangebied reeds binnen stedelijk gebied ligt zijn deze normen niet van toepassing. Kenmerken zoals het slotenpatroon en houtsingels zijn niet meer aanwezig. Natuurlijke laag Omdat het plangebied reeds onderdeel uitmaakt van stedelijk gebied is de ambitie voor de natuurlijke laag niet relevant. De ontwikkeling is niet in strijd met de natuurlijke laag. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Conclusie: Deze ontwikkeling past in het provinciaal beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"

Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, dat op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.

De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:

17/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle. Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen; De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad; 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. 1.000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen

18/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist.

Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema's. De Zwolse strategische ontwikkelzones Er is een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans; 2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee; 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied. Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal: Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven)); Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a.

landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen); Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel); Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fiets- en wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn.

19/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven. De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Realisatiestrategie: Aan de slag met het grote aantal opgaven en uitdagingen kan alleen door samen op te trekken met de Zwolse samenleving, met andere overheden, ondernemers en investeerders.

Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is van groot belang om doelen en ambities in de leefomgeving te bereiken. De opgaven worden met een gebiedsgerichte benadering aangepakt op die wijze kunnen opgaven worden gebundeld en meekoppelkansen benut. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De Omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de eerste beoordeling van ruimtelijke initiatieven. Conclusie Tussen StadsKrans en StadsRuit: één vergroot centrumgebied De binnenstad en de Spoorzone groeien langzaam naar elkaar toe. De ambitie is om dit gehele centrumgebied een integrale, stedelijke uitstraling te geven waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Een mix van functies zorgt voor een levendig centrumgebied. Het karakter van de verschillende deelgebieden in het centrumgebied blijft aanwezig. De historische binnenstad richt zich hoofdzakelijk op winkelen, cultuur en horeca (consumptie) en de Spoorzone hoofdzakelijk op werken, onderwijs en innovatie (productie). Ze versterken op passende wijze onze stedelijke setting, zorgen voor de menging tussen wonen, werken, het genot van een hoogwaardige buitenruimte, cultuur, culinaire verwennerij en ontspanning.

Beide gebieden bieden nadrukkelijk ook ruimte voor nieuwe woningen. De stedelijkheid waarmee dat plaats zal vinden, verschilt: de binnenstad en het gebied daarom heen volgens de principes van de StadsKrans en de Spoorzone volgens de principes van de StadsRuit.

20/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Voor de StadsRuit geldt dat, onder voorwaarden, gebouwen mogelijk zijn tot een hoogte van 70 meter. Verder geldt het gebiedsprofiel: 'Dynamisch gebied gewenst'. Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Het voorliggende bestemmingsplan past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie. 2.3.2

Thematisch beleid

2.3.2.1 Wonen De Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017 en geldt als onderlegger voor de Omgevingsvisie. Inzet is dat Zwolle een aantrekkelijke en inclusieve stad blijft waar voor iedereen een plek is om fijn te wonen. We willen een thuis bieden aan iedereen. Dat vraagt om vernieuwing van de woonopgave, ruimte voor creativiteit en innovatie in bouwtechnologie in relatie tot thema's als duurzaamheid, circulariteit, gezondheid, betaalbaarheid en inclusiviteit. Uitgangspunt bij elke woonontwikkeling is dat we stedelijke woonkwaliteit toevoegen door ons te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. In de ontwikkeling van de woningen streven we naar onderscheidende, stedelijke woonmilieus, en nieuwe vormen van stedelijk (samen) wonen in een mengvorm met andere stedelijke activiteiten zoals uitgaan, spelen, werken, ontmoeten en bewegen. De mens en de biodiversiteit staan centraal. In de periode 2020 tot 2030 willen we 10.000 woningen toevoegen aan onze gemeente. Dat doen we om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij we zien dat de vraag blijft toenemen. Een woningtekort dat velen merken, jong en oud. Studenten, schoolverlaters, starters op de arbeidsmarkt, allemaal groepen die moeilijk aan een woning komen.

Dat geldt ook voor de groeiende groep ouderen die langer zelfstandig blijven wonen, en daar wel de passende voorzieningen bij willen. In ons woonbeleid zetten we sterker in op een doelgroepenbenadering. We zetten ons in om met name jongeren en kenniswerkers te behouden voor onze stad. Ruim 60% van de nieuwe woningen wordt gerealiseerd in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. We volgen hiermee ook de landelijke trend dat mensen vaker in of nabij de binnenstad willen wonen. Met meer focus op binnenstedelijk wonen wordt ook een steviger basis gelegd voor stedelijke voorzieningen. Het biedt kansen voor een stedelijke dynamiek gericht op bijvoorbeeld studenten en jongwerkenden en de aanpak van vereenzaming in alle geledingen van de Zwolse samenleving. Ook voor grondgebonden woningen met een tuin blijven we ruimte bieden. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de groenstedelijke woonmilieus van Zwolle wat bestaat uit een groot aandeel grondgebonden woningen. Tot 2030 willen we, aldus de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen, 10.000 woningen toevoegen aan onze gemeente. Dat doen we om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij we zien dat de vraag blijft toenemen. In ons woonbeleid zetten we sterker in op een doelgroepen benadering. We bouwen in de prijsverhouding 30-40-30.

Een belangrijke keuze is dat we onze opgaven voor meer woningen bijna volledig laten landen in de bestaande stad. We koppelen de woonopgaven ook aan gebieden waar een noodzaak is tot transformatie Ontwikkelstrategie Wonen Op 14 oktober 2019 heeft de raad de Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld als aanscherpingen uitvoeringsprogramma van de Woonvisie 2017. Daarin is de woningbouwproductie ambitie opgehoogd naar in totaal 10.000 woningen tot 2030. Daarmee willen we het woningtekort op alle fronten aanpakken met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Hier gaan we adaptief, flexibel en schaalbaar mee om; "de toekomst is niet voorspelbaar, wel voorstelbaar".

21/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

We bouwen in de prijsverhouding 30-40-30. Dat wil zeggen 30% van het woonprogramma bestaat uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur volgens de 'prijsgrenzen woningbouw Zwolle' dat jaarlijks geïndexeerd wordt. Minimaal 50% van het woonprogramma is betaalbaar conform het coalitieakkoord 'Samen voor een waarde(n)volle toekomst' (mei 2022). Dat wil zeggen 30% goedkoop, waarvan in ieder geval 20% sociale huur, en 20% middeldure huur 1. De sociale huurwoningen worden gerealiseerd volgens de uitgangspunten sociale huurwoningen die vastgesteld zijn door het college op 13 december 2022. De middeldure huurwoningen worden gerealiseerd volgens de uitgangspunten in de verordening middeldure huur. De resterende 10% goedkoop programma is 'vrij' in te vullen en kan ingezet worden voor huur, koop en/of overige eigendomsvormen zoals wooncoöperaties. In totaal is daarmee 50% van het woningbouwprogramma betaalbaar, dat wil zeggen goedkoop en middelduur 1. 10% van het woonprogramma is bestemd voor maatschappelijke doelgroepen en wonen met zorg.

De Ontwikkelstrategie is ook een werkwijze hoe we samen onze stad in balans laten groeien en stedelijke woonkwaliteit toevoegen. We werken gebiedsgericht, datagedreven en samen met onze partners op de woningmarkt. Daarvoor zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Onder andere door te werken volgens de Zwolse methode van gebiedsontwikkeling, de basisregels voor een inclusieve stad, en het Zwols pakket van maatregelen. Eind 2021 is aanvullend hierop de Betaalbaarheidsagenda 2022 gevormd waarin we naast beschikbaarheid van betaalbare woningen inzetten op blijvend betaalbare woningen. Dit doen we onder andere door vergroting van het betaalbaar huuraanbod in combinatie met een verordening middeldure huur. De Verordening middenhuurwoningen Zwolle 2022 (regel) is op 13 juni 2022 door de raad vastgesteld. Ook zetten we in op flexwoningen om extra betaalbaar aanbod toe te voegen. Aanvullend gelden nog de volgende specifieke beleidsregels: Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte Beleidsregel voor onzelfstandige woonruimte Verordening middenhuurwoningen Zwolle 2022 Uitgangspunten sociale huur Zelfbewoningsplicht Antispeculatiebeding Conclusie Voor het totale plangebied geldt de Zwolse differentiatie naar 30% goedkope; waarbinnen minimaal 20% sociale huur, 40% middeldure en 30% dure woningen, per deelgebied kunnen de verhoudingen verschillen.

In District Z komen circa 400 woningen, in Werkplaatsen 580 en in Lurelui 350 woningen. Het plan is niet in strijd met de kaders over wonen. Het woningbouwprogramma past binnen de woningbehoefte. 2.3.2.2 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de

22/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken.

Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. 2.3.2.3 Verkeerbeleid Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019.

In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de

23/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid. 2.3.2.4 Groenbeleid Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in de Omgevingsvisie is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van de Omgevingsvisie. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter.

Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. 2.3.2.5 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is.

In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6f5a6f42-d29f-4f0d-a67c-48e93f5328ec